bijlage 2b - Antwoorden op vragenlijst concept jaarstukken Programma Veiligheid tbv ambtelijk gesprek Raadstoets Veiligheid - 24 april 2024
Tekst van het document
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 Technische vragen Raadstoets programma Veiligheid T.b.v. bespreking Raadsleden met Ambtelijke Organisatie, d.d. 24 april 2024 Deelnemers gesprek: Eric van Aart Fred Dekkers Filip den Eerzamen Jennifer Hofland Gijs Corten Tess Meerding Petra Nijmeijer Annelies Pascha Daniëlle Rijnders
clustermanager Staf strategie & ondermijning raadslid (GroenLinks) onderzoeker strategisch adviseur Openbare orde & veiligheid (OOV) plv griffier raadslid (VVD) directeur OOV business controller OOV griffier Adviescommissie C&F
Afwezig Maarten Koning Jelmer Lok
raadslid (D66) griffier commissie VBF
1. Introductie De centrale vraag van de raadstoets programma Veiligheid is: Wat is op hoofdlijnen het beeld van de gerealiseerde resultaten in relatie tot het voorgenomen beleid? Het programma Veiligheid is een van de twee programma’s die volgend jaar zal worden onderworpen aan de raadstoets aan de hand van de jaarrekening 2023. Voor dit programma is gekozen als onderwerp om in het najaar van 2023 vast te “oefenen” op basis van de programmabegroting 2024. Hiervoor is na een voorbereiding met de drie raadsleden en ondersteuning een gesprek gevoerd met een delegatie ambtenaren d.d. 24 januari 2024. Tevens is de vooraf beschikbaar gesteld vragenlijst door ambtenarren beantwoord voor wat betreft de technische vragen die niet in het gesprek aan de orde zijn geweest. Doel van de raadstoets: Het versterken van de controlerende taak van de gemeenteraad, waarbij raadsrapporteurs analyseren of ‘gedaan is wat is afgesproken’ door het beoordelen van de mate waarin de gestelde begrotingsdoelen behaald zijn op basis van een overzichtelijke presentatie van elementen uit de verantwoording (eventueel inclusief andere informatiebronnen) Erbij betrekken (voor zover relevant): • Verbonden Partijen • Investeringen
1
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 • •
Risicoparagraaf Subsidies
Deelvragen raadstoets: I. Wat zijn op hoofdlijnen de belangrijkste ontwikkelingen van het programma? II. Welke doelen worden gesteld? III. Welke prestaties moeten er geleverd worden? IV. Wat mag het kosten? V. Welke aanvullende informatie/ onderzoeken zijn er?
Beantwoording vragen Naar aanleiding van het doornemen van de concept jaarstukken 2023 en de daaraan ten grondslag liggende programmabegroting 2023 als ook de daaraan gerelateerde documenten) hebben wij de volgende vragen (schuingedrukt weergegeven). De vragen met een * willen we in elk geval graag mondeling aan de orde stellen. De vragen zonder * lenen zich meer voor schriftelijke afdoening (indien haalbaar verzoeken wij om ook de mondeling te stellen vragen schriftelijk te beantwoorden). Het programma Veiligheid bevat een doelstelling, te weten: Het Utrechts veiligheidsniveau is erop gericht het veiligheidsniveau van 2018 tenminste te behouden. Om dit programma en de daarin opgenomen doelstelling te kunnen beoordelen en toetsen zijn vragen opgesteld in een aantal categorieën: 2 - Algemeen beeld rondom Veiligheid (zie 2); 3 - Doelstellingen en indicatoren 2024 (zie 3); 4 - Baten en lasten 2024 (zie 4); 5 - Investeringen en kapitaallasten (zie 5): 6 - Reserve Veiligheid (zie 6); 7 - Risico’s (zie 7); 8 - Verbonden partijen (zie 8);
2
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023
2. Algemeen Beeld rondom Veiligheid Nr.
Vraag/toelichting
Reactie
In de jaarstukken 2023 is de ambitie opgenomen: Utrecht een veilige en leefbare stad: het vergroten van de veiligheid en leefbaarheid van de stad
Notie vooraf: Naar aanleiding van M102 Jaarstukken Leesbaar en op hoofdlijnen heeft in de Programmabegroting 2023 een eerste verbeterslag plaatsgevonden op de leesbaarheid van de programmabegroting en bij de Programmabegroting 2024 op de stuurbaarheid en de verantwoording. Dit heeft ook zijn weerslag op de indeling en inhoud van de jaarstukken 2023. Het vertrekpunt bij de Jaarstukken 2023 is geweest: • Indeling conform de Programmabegroting 2023 (BBV verplichting: jaarstukken volgen de indeling van de onderliggende programmabegroting) • Look en feel Programmabegroting 2024
Het programma bevat een doelstelling, namelijk “Het Utrechts veiligheidsbeleid is erop gericht het veiligheidsniveau 2018 tenminste te behouden. Het spiegelen van de veiligheid aan het niveau in 2018 is inmiddels losgelaten en de doelstelling is bijgesteld (vanaf begroting 2024, die eerder dit jaar onderwerp van de raadstoets was). Kijkend naar de verantwoording ultimo 2023 over het gehele programma valt een tweetal zaken op. Ten eerste is door ontwikkelingen in de samenleving er een verschuiving waarneembaar richting andere vormen van criminaliteit. Meer drugsgerelateerd en zwaarder van aard. Anderzijds moeten we de doelrealisatie nog af tegen waarden daterend uit 2018, toen de wereld er anders uitzag dan in 2023. 2.1a *
Kan in de jaarstukken 2023, gelet op het bovenstaande en gebruikmakend van de indicatoren, een goed beeld worden geschetst van de actuele veiligheidssituatie in de stad Utrecht? Is deze verbeterd of verslechterd ten opzichte van 2018?
Kortom: het format waarin de verantwoording gemeentebreed is verwoord dwingt tot korte beantwoording/verantwoording op in de begroting opgenomen activiteiten. Het format biedt geen ruimte om uitgebreide uitleg/verantwoording. Deze is wel te vinden in de beleidsstukken en voortgangsrapportages. Deze zijn zo veel mogelijk opgenomen met hyperlinks.
2.1a Nee er kan in de jaarstukken onvoldoende ingegaan worden op de veiligheidssituatie in de stad Utrecht. Een uitgebreide voortgangsrapportage over de veiligheidsagenda 2023 is opgesteld en recent aan de raad gezonden samen met een begeleidende/samenvattende Raadsbrief Voortgangsrapportage Veiligheidsagenda 2023 Utrecht – iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl). Ook de Veiligheidsagenda 2023-2026 geeft een beeld van de (ontwikkelingen op de) veiligheidssituatie en hoe we de stad veilig en leefbaar houden. Document Utrecht – Veiligheidsagenda 2023-2026 (mei 2023).pdf – iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl)
3
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023
In de tekst onder doelstelling 1 wordt verwezen naar een rapportage die in april 2024 wordt een beeld opgetekend van wat er in 2023 is bereikt op basis van de in 2023 door de raad vastgesteld veiligheidsagenda 2023-2026. 2.2a*
Kan in korte bewoording (samengevat) worden aangegeven wat dat beeld per eind 2023 is?
In een vergelijking van gemeente Utrecht met andere gemeenten van vergelijkbare omvang (G4) blijkt dat Utrecht over nagenoeg de gehele linie van veiligheid en openbare orde beter scoort dan peers (bron: waarstaatjegemeente.nl). In de jaarstukken wordt aangegeven dat het interessant is om te kijken hoe andere steden het doen. Gewezen wordt op de resultaten van de Veiligheidsmonitor, die in maart
2.2.a Raadsbrief en voortgangsrapportage veiligheidsagenda zijn gepubliceerd op 16 april 2024. Raadsbrief Voortgangsrapportage Veiligheidsagenda 2023 Utrecht – iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) In de Jaarstukken/Hoofdlijnen/Samenvatting/Veiligheid staat het volgende opgenomen: Afgelopen jaar stond in het teken van de uitvoering van de Veiligheidsagenda waaronder de aanpak van ondermijnende criminaliteit (nota Grenzen Stellen Perspectief Bieden) en casuïstiek (op persoonsniveau) in de wijken. Met onze partners werkten we samen om de digitale weerbaarheid te vergroten, zodat we als samenleving beter bestand zijn tegen cyberincidenten. Het afgelopen jaar zagen we een aantal ontwikkelingen (wereldwijd) die polariserend werkten en ook doorwerken in onze stad waaronder de gevolgen van de conflicten in het Midden-Oosten en Oekraïne. Dit onderstreept het belang van onze (herijkte) aanpak Utrecht Zijn We Samen, waarbij we samen met onze partners investeren in de Utrechtse wijken, door preventie, signalering en met de persoonsgerichte aanpak. Ook onderstreept dit het belang van het demonstratierecht, dat in Utrecht hoog in het vaandel staat en waarmee ruim baan gegeven is aan de vrijheid van meningsuiting.
2.3.a Ja wij beschikken ook over vergelijkingsmateriaal want we doen mee aan de Veiligheidsmonitor 2023 (CBS); deze komt alleen later beschikbaar dan de sluitingsdatum voor het aanleveren van de informatie voor de verantwoording Registratiedata van de politie wordt landelijk bijgehouden, hierin is te vergelijken met welke gemeente je wilt.
4
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 2024 verschijnt. Deze vergelijkingsinformatie is in “waar staat je gemeente” grotendeels aanwezig. 2.3a*
2.3b
Beschikt de gemeente zelf ook over vergelijkingsmateriaal met vergelijkbare gemeenten? Wordt in de jaarstukken bewust geen vergelijking gemaakt met gemeenten van vergelijkbare grootte, op basis van wel beschikbare informatie? Deze valt immers positief uit voor de gemeente Utrecht
2.3c*
Er zijn dus bronnen waarmee je kan vergelijken . 2.3.b Niet bewust. Verantwoording gaat over de resultaten van de gemeente Utrecht in relatie tot het voorgenomen beleid en niet over de vergelijking met andere gemeenten.
Alleen op het onderdeel gedigitaliseerde criminaliteit scoort Utrecht minder goed in vergelijking met andere (vergelijkbare) gemeenten. Kan verklaard worden waarom Utrecht ten opzichte van andere vergelijkbare gemeenten minder goed scoort op het onderdeel gedigitaliseerde criminaliteit?
5
De website Zicht op ondermijning kan ook geraadpleegd worden voor data en daarmee kan ook Utrecht vergeleken worden met andere steden.
2.3c Waarschijnlijk is dit het beeld dat vragensteller heeft gebruikt bij het stellen van vraag 2.3.c (Dashboard – Openbare orde en veiligheid – Utrecht (waarstaatjegemeente.nl))? NB dit zijn de cijfers van 2021, die van 2023 zijn op die website nog niet beschikbaar!
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023
Die cijfers herkennen wij niet. Uit de landelijke Veiligheidsmonitor 2023 blijkt dat het aandeel Utrechters dat slachtoffer is geworden van online criminaliteit (in 2023 was dat 13,7%) kleiner is dan in de andere steden van de G4 (A’dam: 18%, R’dam: 17% en Den Haag: 16,4%). De definitie van online criminaliteit bevat o.a. hacken, phishing, aan/verkoopfraude, identiteitsfraude en fraude met betalingsverkeer. Het valt op dat in de jaarstukken 2023 weinig tot geen informatie wordt verstrekt over de (aanpak van) digitale criminaliteit, terwijl wel wordt geconstateerd dat deze is toegenomen. Wel wordt gesteld dat uitvoering is gegeven aan maatregelen ter vergroting van digitale veiligheid en weerbaarheid. Hier wordt echter niet nader op ingegaan. 2.4a*
2.4.a/b We verwijzen hier naar de notie vooraf onder 2.1a betreffende het format; daarnaast geen specifieke reden om niet nader op de uitvoering/resultaten in te gaan. We verwijzen hierbij naar de voortgangsrapportage veiligheidsagenda die 16 april jl. aan de raad is gestuurd. Hierin valt te lezen wat we hebben gedaan, op
6
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 Is er een specifieke reden waarom niet nader op de uitvoering van genoemde maatregelen wordt ingegaan (noch de resultaten daarvan)? 2.4b*
welke doelgroepen we ons hebben gericht en wat we zien gebeuren (duiding). Raadsbrief Voortgangsrapportage Veiligheidsagenda 2023 Utrecht – iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl)
Kan kort worden geduid om wat voor maatregelen het hier gaat en in welke mate deze in 2023 al dan niet succesvol zijn geweest?
In het gesprek in het kader van de programmabegroting is gesproken over de verwevenheid van dit programma met andere programma’s uit de programmabegroting en de jaarstukken. Toen is bijvoorbeeld ondermijning en de aanpak daarvan benoemd. In de jaarstukken wordt geen link gelegd naar andere programmaonderdelen met betrekking tot dit thema, inclusief bijvoorbeeld subsidies die hierop vanuit andere programma’s (bijvoorbeeld zorg) worden ingezet. 2.5a
2.5b
Is dat een bewuste keuze om dat niet te doen? Is het mogelijk om in het kader van het programma veiligheid iets te zeggen over hoe het thema ondermijning vanuit de verschillende programma’s integraal wordt aangepakt?
In de beantwoording van de gestelde vragen over de programmabegroting 2024 (en 2023) bij onderdeel 2.1 werd door de organisatie geconstateerd dat de veiligheidsproblematiek de afgelopen jaren drastisch is veranderd. Van de traditionele aangiftecriminaliteit (High Impact Crime) dalen de (objectieve) cijfers terwijl we merken dat criminaliteit een ander karakter heeft gekregen (Hidden Impact Crime). Minder zichtbaar, complexer en over aantallen slachtoffers is minder bekend. Dat geldt m.n. voor vraagstukken die de laatste jaren meer voorkomen: maatschappelijke onrust en polarisatie, digitale criminaliteit en georganiseerde criminaliteit en de zichtbare ontwrichtende effecten daarvan op de samenleving, zoals liquidaties, bedreigingen en het ronselen van kwetsbare jongeren (oftewel ondermijning, vooral gerelateerd aan drugscriminaliteit).
7
2.5.a Ja, bewuste keuze (gemeentebreed). Zie ook de notie vooraf bij vraag 2.1.a. Daarnaast vindt er ook verantwoording plaats via de beleidscyclus. In de onderliggende beleidsnota’s en voortgangsrapportages daarop wordt, indien van toepassing, de verwevenheid met andere programma’s danwel inzet vanuit andere organisatie-onderdelen beschreven. Binnen Programma Veiligheid neem je andere onderdelen mee (ook in de verantwoording). Er wordt opgavegericht gewerkt, met een regierol van de trekker(OOV in het geval van onderhavig Programma Veiligheid). Vb jongerenwerk die dedicated veiligheidswerk uitvoeren en BUIT-team. Integraal en opgave gericht werken is alleen maar toegenomen. 2.5.b Hierover is uitgebreide informatie te vinden in Document Utrecht – Voortgangsrapportage Grenzen stellen, perspectief bieden 2023 – iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) en Document Utrecht – Nota Grenzen Stellen Perspectief Bieden.pdf – iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) 2.6 a) Klopt, hierin wordt juist uitgebreid ingegaan in de door de raad vastgestelde Veiligheidsagenda waarnaar verwezen wordt in de jaarstukken. We verwijzen hier naar de notie vooraf onder 2.1a betreffende het format b) Nee, als we kijken naar de door de politie geregistreerde totale criminaliteit vanaf 2015 tot heden, dan zien we dat deze tot aan het jaar voor corona daalde.
In de coronajaren (2020 en 2021) daalde de totale criminaliteit zelfs nog sterker dan in de jaren daarvoor. En in de jaren na corona (2022 en 2023) zien de we de totale criminaliteit weer toenemen. In 2023 is deze – ondanks de toename – nog
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 2.6
Is onze observatie correct dat deze geschetste ontwikkeling: a) Niet als zodanig wordt beschreven in de jaarstukken 2023? b) Niet tot uiting komt in de toename van het aantal “fysieke misdrijven” gedurende de laatste twee jaren?
Onder Wat hebben we bereikt wordt verwezen naar de voortgangsrapportage Veiligheidsagenda 2023, die in april 2024 verschijnt en waarin aan de hand van de methode “Rijker Verantwoorden” niet alleen met cijfers maar ook op basis van verhalen en praktijkervaringen gerapporteerd wordt over wat gedaan is en met welk effect. Kan vooruitlopend op deze voortgangsrapportage aangegeven worden: 2.7a
Welke rol de methode “Rijker Verantwoorden” heeft gespeeld bij het opstellen van deze concept jaarstukken?
2.7b
In hoeverre Rijker Verantwoorden geholpen om meer concreet te kunnen maken van hetgeen jullie hebben gerealiseerd?
2.7c
Welke voorbeelden van “rijker verantwoorden” zijn te geven die de jaarstukken mogelijk kracht bij zetten?
steeds onder het niveau van de jaren voor corona (zowel in absolute zin als in relatieve zin (per 1000 inwoners)). Kortom: Hoewel er recent sprake is van een toename van geregistreerde criminaliteit, vergelijken–we de aantallen met een periode waarin de criminaliteit historisch laag was. Ook in de andere steden van de G4 nam de geregistreerde criminaliteit in 2022 toe. In 2023 vlakte de toename af en alleen in Den Haag was er een kleine afname te zien (-0,3%). 2.7.a Geen rol voor methode “Rijker Verantwoorden”. Binnen het vastgestelde format voor de Jaarstukken is verantwoord. 2.7.b Het klassieke verantwoorden, vooral cijfermatig, doet veelal geen recht aan de complexe praktijk. Het levert geen geloofwaardig antwoord op de vraag of je goed werkt. Cijfers zijn niet onbelangrijk, maar ze kunnen niet het hele verhaal vertellen; ze geven geen inzicht in de kern en de complexiteit van het werk. Indicatoren kunnen onmogelijk het beeld schetsen van het multidisciplinaire werken dat in de veiligheidspraktijk gemeengoed is. Met de Rijkere verantwoording is tekst en beeld gegeven aan onze aanpak (wat doen we en wat zien we gebeuren (wat zien we veranderen: ten goede en ten kwade)), welke interventies zijn ingezet (preventief en repressief) ook qua bewustwording om de in de Veiligheidsagenda 2023-2026 beschreven effecten te bereiken.
Daarnaast beschrijven we onderzoeken naar het fenomeen, de context, de werkzame principes en de effecten van onze aanpak. 2.7.c Zie Raadsbrief Voortgangsrapportage Veiligheidsagenda 2023 Utrecht – iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl)
In algemene zin worden de links naar raadsbrieven en andere documenten en rapportages als zeer informatief en verhelderend ervaren door de raadsrapporteurs. Deze verheldering wordt echter niet op alle thema’s geboden. Zo wordt bijvoorbeeld niet verwezen naar een link naar een raadsbrief inzake de overlast Bollendak / Kop van Lombok. 2.8a
2.8.a Geen reden. Raadsbrief Analyse en integrale aanpak overlast plein onder het Bollendak Utrecht – iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) 24 januari 2023 had opgenomen kunnen worden Misschien deze dan ook toevoegen: Document Utrecht – Raadsbrief Aanpak overlastgevende criminele vreemdelingen – iBabs Publieksportaal
8
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 Wat is de reden dat links naar raadsbrieven bij sommige activiteiten wel en bij andere niet zijn opgenomen (zoals het voorbeeld Bollendak)?
(bestuurlijkeinformatie.nl) Raadsbrief Verlengen en uitbreiden verblijfsontzeggingsgebied stationsgebied en Lombok-Oost Utrecht – iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) 15 september 2023
3. Doelstellingen en indicatoren 2024 De jaarstukken 2023 reflecteren op de programmabegroting 2023 waarin een doelstelling binnen het programma Veiligheid is opgenomen, te weten: Het Utrechts veiligheidsniveau is erop gericht het veiligheidsniveau van 2018 tenminste te behouden. Aan de doelstelling zijn twee effectindicatoren gehangen die inzage moeten geven in de mate van doelrealisatie. Aangegeven wordt dat de subdoelstelling “gelijk of minder misdrijven in Utrecht” is gehaald. Het aantal misdrijven in 2023 is echter ten opzichte van 2022 met 5% gestegen. Ook in 2022 was het aantal misdrijven gestegen ten opzichte van 2021, toen met 9%.
3.1a*
Hoe wordt ambtelijk aangekeken tegen de constatering dat deze doelstelling gehaald is (en deze indicator groen kleurt) terwijl we tegelijkertijd constateren dat al twee jaren op rij het aantal misdrijven toeneemt? Of, anders gezegd, is de norm van 2018 wel een valide graadmeter)? Toegelicht wordt welke verschuiving in plussen en minnen plaats heeft gevonden. Zo blijkt met name het aantal zakkenrollen significant te zijn toegenomen, met name in Binnenstad / Hoog Catharijne/NS/Jaarbeurs.
3.1b*
Zijn de overige vergrijpen die gedaald zijn (woninginbraken, autokraak, winkeldiefstal etc) het gevolg van gerichte inzet door gemeente / handhaving? Met andere woorden kan een verband worden gelegd tussen de inzet van mensen en middelen en de geconstateerde afname van aantallen misdrijven op deze onderdelen?
3.1.a Als we kijken naar de door de politie geregistreerde totale criminaliteit vanaf 2015 tot heden, dan zien we dat deze tot aan het jaar voor corona daalde. In de coronajaren (2020 en 2021) daalde de totale criminaliteit zelfs nog sterker dan in de jaren daarvoor. En in de jaren na corona (2022 en 2023) zien de we de totale criminaliteit weer toenemen. In 2023 is deze – ondanks de toename – nog steeds onder het niveau van de jaren voor corona (zowel in absolute zin als in relatieve zin (per 1000 inwoners)). Kortom: hoewel er recent sprake is van een toename van geregistreerde criminaliteit, vergelijken–we de aantallen met een periode waarin de criminaliteit historisch laag was. Ook in de andere steden van de G4 nam de geregistreerde criminaliteit in 2022 toe. In 2023 vlakte de toename af en alleen in Den Haag was er een kleine afname te zien (-0,3%). De norm van 2018 is zeker niet meer valide. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2023 was de Veiligheidsagenda 2023-2026 nog niet vastgesteld terwijl de activiteiten in 2023 op de prioriteiten uit de Veiligheidsagenda 2023-2026 zijn gericht. Hierin en in de begroting 2024 is de vergelijking met de veiligheidssituatie uit 2018 losgelaten. Vanzelfsprekend zijn er wel peiljaren opgenomen bij de indicatoren. Zie ook beantwoording onder vragen 3.4.b/c/d
3.1.b Direct causale verband bij daling criminaliteit ter gevolge van inzet onze middelen is nooit direct te geven.
9
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 Het is echter wel zo dat we vooral proberen maatregelen in te zetten die bewezen effectief zijn. Voor woninginbraak bijvoorbeeld de preventieacties bij lichte & donkere dagen en de regeling subsidiering inbraakwerende maatregelen Politiekeurmerk Veilig Wonen. En voor ondernemers onder andere het stimuleren collectieve winkelverboden/soda, preventie trainingen.
Als indicator wordt gebruik gemaakt van het aantal misdrijven. De doelstelling is een lager of gelijk aantal misdrijven ten opzichte van peiljaar (2022). Het aantal misdrijven bedroeg in 2022 24.117. Als lezer krijg je geen gevoel bij de omvang van dit aantal misdrijven, laatste is ook afhankelijk van de definitie, vorm en -daarmeede ernst van misdrijven.
3.2a/b Als je kijkt naar een relatief cijfer (aantal misdrijven per 1000 inwoners) dan corrigeer je een waargenomen ontwikkeling voor de groei van de stad. Bovendien kun je met een relatief cijfer vergelijken met andere steden. Per 1000 inwoners is de criminaliteit in de G4 hoger dan landelijk. Van de G4 is het promillage door de jaren het hoogst in Amsterdam, gevolgd door Rotterdam. Den In de toets op de programmabegroting was om enig gevoel te krijgen bij of dit nu Haag en Utrecht kennen een lagere criminaliteit per 1000 inwoners (zie relatief veel of weinig is de vraag gesteld of geduid kan worden, bijvoorbeeld door het onderstaande grafiek) aantal te vergelijken met andere steden, of dit hoog of laag is? Gegevens uit de Veiligheidsmonitor 2023 (het CBS). In de ambtelijke beantwoording is gemeld dat onderzocht zal worden een indicator # Aantal misdrijven per 1.000 inwoners - Nederland en de G4 misdrijven per 1000 inwoners een waardevolle toevoeging kan zijn waarmee realisatiecijfers van Utrecht vergeleken kunnen worden met andere steden van de 140.0 G4. 120.0
3.2a
Is hier al meer inzicht in / duidelijkheid over ontstaan?
3.2b
Zo ja kan dit worden weergegeven?
100.0
Nederland
80.0
Amsterdam s-Gravenhage
60.0
Rotterdam 40.0
Utrecht
20.0 0.0 20122013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023
10
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 In het algemeen zijn de genoemde percentages (inzake toe- en afname van aantallen misdrijven) niet heel veelzeggend, deze krijgen meer betekenis met de informatie uit de infrographics, waarmee zichtbaar wordt om hoeveel voorvallen het daadwerkelijk gaat. Een toename van 1 kan een 100% stijging zijn (van 1 naar 2), maar ook een stijging van 1% (van 100 naar 101).
3.3a*
Hoe wordt ambtelijk aangekeken tegen de toe-en afnames van het aantal misdrijven? Wat is er te zeggen over de mate waarin er direct effect waarneembaar is van bepaalde maatregelen of bepaalde typen misdrijven te reduceren?
3.3b
3.3.a Binnen OOV rapporteren we maandelijks over de stand van zaken mbt criminaliteit en overlast in de stad. Middels een beknopte analyse kijken we voor een aantal overlastvormen en delicten (zowel High Impact Crimes, Veel Voorkomende Criminaliteit en online criminaliteit) wat de ontwikkeling is in de verschillende wijken. Daarbij kijken we zowel naar aantallen als naar de procentuele ontwikkeling. Dit doen we ook voor de jaarcijfers. Als de aantallen klein zijn (zoals bij straatroof en overvallen) noemen we alleen absolute aantallen, omdat een procentuele toe- of afname anders een vertekend beeld zou geven. Als de aantallen juist groot zijn, bijv. bij delicten als zakkenrollen en winkeldiefstal in de wijk Binnenstad, dan kijken we eveneens naar de absolute aantallen. Want bij een kleine procentuele toe- of afname kan het dan om grote aantallen gaan. 3.3b Zie antwoord 3.1.b.
De doelstelling “een gelijk of beter gevoel van veiligheid in de eigen buurt” is niet behaald. Dit beeld wordt ietwat genuanceerd door te stellen dat het over een langere termijn schommelt rond de 30% en dat het een stedelijke toename lijkt. 3.4a* 3.4b
Is er een verklaring te geven waarom deze (sub)doelstelling niet is gehaald? Wat wordt precies beoogd te zeggen met deze beide nuanceringen in relatie tot het niet behalen van deze (sub)doelstelling? In de toelichting op de effectindicatoren wordt opgemerkt dat de doelstelling “een gelijk of beter gevoel van veiligheid in de eigen buurt” niet is gehaald. Gesteld wordt dat “het aandeel mensen dat zich onveilig voelt is toegenomen maar over de langere termijn bekeken schommelt rond de 30%. Het lijkt een stedelijke toename”. Heeft de opmerking “het lijkt een stedelijke toename” betrekking op de afname van het veiligheidsgevoel in Utrecht sinds 2018?
3.4c
3.4d
11
Op welke feiten is de veronderstelling “het lijkt een stedelijke toename” gebaseerd?
3.4.a Veiligheidsbeleving is een complexe variabele, waar al decennia lang onderzoek naar gedaan wordt. Een verklaring voor een toe- of afname in veiligheidsgevoel is zeker niet eenvoudig te geven. In de Inwonersenquête van 2021 is voor het eerst gevraagd naar de reden waarom Utrechters zich wel eens onveilig voelen in de eigen buurt. De meest genoemde redenen waren destijds: zich kwetsbaar voelen als vrouw, hangjongeren en drugsoverlast. Dat zijn antwoorden die inwoners op een bewust niveau geven, dus als je er direct naar vraagt. Maar er spelen ook factoren mee waar bewoners zich niet bewust van zijn, zoals de sociale samenhang in de buurt of het vertrouwen dat ze hebben in buurtbewoners. 3.4.b/c/d De eerste stelling is idd een nuancering: het is goed om ook op de lange termijn naar een variabele te kijken, om te zien hoe deze zich ontwikkelt door de tijd en wat de trend is. Dan is te zien dat het aandeel Utrechters dat zich onveilig voelt in de eigen buurt door de tijd rond de 30% schommelt, soms een paar procentpunt erboven, soms eronder. Op de korte termijn is die toename wel een signaal om te kijken wat de mogelijke oorzaken hiervoor zijn. Daar is deze variabele ook voor bedoeld: vinger aan de pols houden en als signaal.
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 De tweede stelling (het lijkt een stedelijke toename) is niet bedoeld als nuancering. Daarmee willen we zeggen dat de verandering niet is toe te schrijven aan 1 of 2 wijken, maar dat deze zich in bijna alle wijken voordoet. Met ‘stedelijk’ bedoelen we dus: door de hele stad (alle wijken). Alleen is de toename niet in elke wijk significant te noemen, vandaar dat we voorzichtig zijn in onze uitspraak. Volgens het CBS (Veiligheidsmonitor2023) is er ook landelijk sprake van een toename in het aandeel Nederlanders dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt. Vergeleken met het landelijke cijfer is het aandeel Utrechters dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt niet significant verschillend. Binnen de G4 is de veiligheidsbeleving in Utrecht beter dan in Rotterdam en Den Haag en vergelijkbaar met Amsterdam.
Gesteld wordt dat het interessant is te zien hoe andere steden het doen. Verwezen wordt naar de uitkomsten van de veiligheidsmonitor die in maart 2024 verschijnen. 3.5a*
3.6a*
Zijn deze resultaten inmiddels beschikbaar en zo ja, wat zijn de uitkomsten hiervan, kunnen de hoofdlijnen hiervan opgenomen worden in de jaarstukken?
Als we kijken naar (sub)doelstelling en in combinatie met (sub)doelstelling 2 dan zien we de afgelopen twee jaren enerzijds een stijging van het aantal misdrijven en anderzijds ook een afname van het gepercipieerde gevoel van veiligheid in de eigen buurt. Kan of moet hier niet de conclusie uit getrokken worden dat de stad er niet veiliger op is geworden? Zo nee, waarom niet?
3.6b* Bij Wat hebben we gedaan (doelstelling 1) wordt in de programmabegroting onder “wat doen we altijd” ingegaan op crisisbeheersing (nu ook met onder andere inzet
. Zie 3.4 Volgens het CBS (Veiligheidsmonitor 2023) is er ook landelijk sprake van een toename in het aandeel Nederlanders dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt. Vergeleken met het landelijke cijfer is het aandeel Utrechters dat zich wel eens onveilig voelt in de eigen buurt niet significant verschillend. Binnen de G4 is de veiligheidsbeleving in Utrecht beter dan in Rotterdam en Den Haag en vergelijkbaar met Amsterdam.
3.6.a/b Nee die conclusie kan niet getrokken worden. Iedereen wil zich veilig voelen in de eigen leefomgeving. Kleine irritaties, zoals foutparkeren en zwerfvuil, maar ook grotere vraagstukken, zoals onder andere overlast van verwarde personen, criminaliteit, maatschappelijke onrust en illegale wietplantages, of internationale ontwikkelingen (oorlogen) kunnen een onveilig gevoel geven. Wat maakt dat een stad veilig is of er niet veiliger op is geworden? Dat kan niet alleen gebaseerd worden op deze twee indicatoren. 3.7.a
in het kader van de Oekraïne oorlog / vluchtelingencrisis). Op dit thema
12
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 (crisisbeheersing, in het bijzonder de Oekraïne kwestie) wordt in de jaarstukken niet nader ingegaan, anders dat onder het kopje “afwijkend van de begroting” opgemerkt wordt dat bijgedragen is aan een landelijke herdenking van 1 jaar oorlog Oekraïne.
3.7a*
Heeft dit een specifieke reden waarom hier in de jaarstukken niet nader is ingegaan op crisisbeheersing in het algemeen en Oekraïne in het bijzonder?
Bij het onderdeel demonstraties wordt aangegeven dat aan 380 demonstraties ruim baan is gegeven. 3.7b
3.7c
3.7d
Kan aangegeven worden hoeveel aanvragen voor demonstraties niet zijn gehonoreerd? Zijn er ook demonstraties geweest die niet vooraf bij de gemeente waren aangevraagd? Zo ja, hoeveel gevallen betreft dit en op welke wijze is de gemeente daarmee omgegaan? Zijn er demonstraties geweest die niet vredig zijn verlopen en waar de veiligheid van mensen of hulpverleners in het geding is geweest? Zo ja, hoeveel?
Nee. Onder kopje “wat doen we altijd” in de jaarstukken had opgenomen kunnen worden onder “Crisisbeheersing, nu ook met onder andere inzet in het kader van de Oekraïne oorlog / vluchtelingencrisis” “” uitgevoerd zoals in de programmabegroting opgenomen”. Op pagina 35 van de Voortgangsrapportage Veiligheidsagenda 2023 wordt hierop verder ingegaan. Bij het opstellen van de begroting voor 2023 was niet voorzien in een (bijdrage aan een) landelijke herdenking, noch een grootschalige multidisciplinaire crisisbeheersingsoefening. Daarom staat dit onder ‘Deze activiteiten hebben we afwijkend of anders gerealiseerd dan opgenomen in de Programmabegroting 2023.’ Cf het gemeentebrede format jaarstukken 2023.
3.7b Het is niet nodig om een demonstratie aan te vragen, daarin schuilt immers de implicatie in dat de burgemeester toestemming zou moeten geven hiervoor. Onze insteek is altijd om alle demonstraties te faciliteren. Om hier optimaal vorm aan te geven vragen we om een demonstratie bij ons aan te kondigen. Daarmee zijn we in staat om eventueel die maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn om demonstraties ordelijk en veilig te laten verlopen. Er is dus geen sprake van het al dan niet honoreren van aanvragen van demonstraties. De vraag ziet dus op of er afgelopen jaar demonstraties zijn verboden: geen enkele betreft. 3.7c Het is niet nodig om een demonstratie aan te vragen, wel is het mogelijk om een demonstratie bij de gemeente aan te kondigen door een kennisgeving. Op deze manier zijn we samen met de organisator en politie in staat om deze optimaal te faciliteren. Ook onaangekondigde demonstraties faciliteren we, maar het kan dan wel zijn dat de mogelijkheden dan beperkter zijn, bijvoorbeeld doordat we vooraf geen maatregelen hebben treffen in overleg met de organisator en andere partijen in de stad. Het afgelopen jaar hebben we 14 demonstraties gefaciliteerd die niet van te voren waren aangemeld. Er is voorts geen sprake
13
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 geweest van het verbieden of voortijds ontbinden van spontane of onaangekondigde demonstraties. 3.7d Vorig jaar zijn er drie demonstraties geweest waarbij de politie kortstondig heeft moeten optreden omdat er sprake was van een grimmige sfeer. Op geen enkel moment is er sprake geweest van situaties waarin de veiligheid van demonstranten, omstanders of hulpverleners daadwerkelijk in het geding is geweest, dit onder ander vanwege het (kordate) optreden van politie. In algemene zin wordt bij de doelstelling (er is maar een doelstelling) gesteld dat activiteiten conform programmabegroting zijn uitgevoerd. Daar waar hier nader op in wordt gegaan, worden concrete uitvoeringswerkzaamheden genoemd. Wat opvalt bij het lezen van de activiteiten / werkzaamheden is dat vooral wordt beschreven wat is gedaan (inzetten op, uitvoering geven aan, conform begroting uitgevoerd, “geïnvesteerd in” etc). Als lezer ontvang je beperkte informatie of deze activiteiten ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd en/of deze effectief zijn geweest en hebben bijgedragen aan het realiseren van de (sub)doelstelling. 3.8a
3.8b
Is dat een bewuste keuze? Of is er geen informatie over de effecten van ingezette maatregelen beschikbaar? Is het mogelijk beknopt te duiden welke impact de uitvoering van de activiteiten (conform begroting) heeft gehad op het bijdragen aan en/of het al dan niet realiseren van de doelstelling?
3.8a *Zie ook notie vooraf bij 2.1.a Ja dat is een gemeentebrede bewuste keuze. Conform format is verzocht om op te nemen ‘cf programmabegroting uitgevoerd” als van toepassing. Daarnaast is zoveel mogelijk verwezen naar onderliggend beleid en raadsbrieven waarin voortgang is opgenomen. Uitgebreidere informatie is te vinden in de voortgangsrapportage Veiligheidsagenda 2023 (link). Uit de voortgangsrapportage veiligheidsagenda 2023: “Tot slot worden veel resultaten en maatschappelijke effecten van ons werk door meer factoren dan alleen veiligheid beïnvloed. Daarom monitoren we effecten niet alleen aan de hand van harde cijfers van politie, overlastmeldingen en onze monitors, maar voeren we ook continu het gesprek met onze ketenpartners over wat we zien en hoe we informatie moeten duiden en wat dat van ons gezamenlijk vraagt. We verwerken deze inzichten continu in onze aanpak.” 3.8b De activiteiten hebben bijgedragen een de veiligheidssituatie in Utrecht, maar niet vergeleken met die uit 2018. In de Veiligheidsagenda 2023-2026 is uiteengezet dat de veiligheidsproblematiek de afgelopen jaren drastisch is veranderd. Graag verwijzen we naar de (raadsbrief betreffende) voortgangsrapportage Veiligheidsagenda 2023 link. Hierin wordt ook duiding gegeven bij activiteiten/aanpakken “wat zien we gebeuren?”
14
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 NB Ten tijde van het opstellen van de begroting 2023 was de Veiligheidsagenda 2023-2026 nog niet vastgesteld terwijl de activiteiten in 2023 op de prioriteiten uit de Veiligheidsagenda 2023-2026 zijn gericht. Hierin en in de begroting 2024 is de vergelijking met de veiligheidssituatie uit 2018 losgelaten. Vanzelfsprekend zijn er wel peiljaren opgenomen bij de indicatoren. Bij doelstelling 1 wordt aangetekend dat activiteiten in het kader van crisisbeheersing (bijdragen aan landelijke herdenking 1 jaar oorlog Oekraine en deelname aan grootschalige multidisciplinaire crisibeheersing) zijn uitgevoerd afwijkend of anders gerealiseerd dan opgenomen in de programmabegroting 2023. In de begroting waren deze activiteiten crisisbeheersing (Oekraine) voorzien.
3.9a Deze waren bij de begroting niet voorzien, met name de aanvullende preparatie op het scenario maatschappelijke ontwrichting en extreem geweld.
3.9a
Wat is de reden waarom deze afwijken van de programmabegroting?
3.9b
Welke activiteiten zijn afwijkend geweest of anders gerealiseerd dan voorzien in de programmabegroting?
Bij beide activiteiten(landelijke herdenking en deelname aan crisisbeheersingsoefening) kon inbreng en bijdrage van de gemeente Utrecht niet uitblijven, terwijl deze niet begroot waren. Deze zijn desondanks uitgevoerd.
3.9c
Wat is reden waarom het afwijkt en wat is gevolg daarvan?
In 2023 is er o.a. met zorg- en veiligheidspartners veel capaciteit ingezet op complexe overlastproblematiek waar geen snelle ‘oplossing’ voor handen is. De overlast voor omwoners/bezoekers/ondernemers is verminderd. Deze aanpak vergt extra (schaarse) inzet door de politie en gemeente waardoor deze inzet ten koste gaat van andere veiligheidsproblematiek in de stad. 3.10a
Waaruit blijkt dat de overlast voor omwoners / bezoekers / ondernemers is verminderd? Kan dat worden onderbouwd op basis van feiten?
3.10b
Kan worden onderbouwd waar deze genoemde extra inzet dan ten koste van is gegaan?
15
3.9.b
3.9c Zie hiervoor. Het gevolg is dat een aantal andere taken zijn uitgesteld. U kunt hierbij denken aan de ontwikkeling van een gemeentelijk multi opleidings- en oefenplan en het doorontwikkelen van een back-office OOV. 3.10a In de Binnenstad, en dan met name rond Lepelenburg/Hiëronymusplantsoen en Lucasbolwerk is afgelopen (twee) jaar fors ingezet op groepen overlastgevers (veelal verslaafden) en rondom Bollendak/Kop van Lombok op verschillende groepen overlastgevers door (hard)drugsverslaafden en overlast van criminele vreemdelingen. Uit waarnemingen van het Er-op-afteam, politie en BOAs, maar ook uit gesprekken met omwonenden blijkt dat de overlast is afgenomen, soms ook verplaatst. Dit geldt in mindere mate voor Bollendak/Kop van Lombok, waar ook na forse inzet de (overlastgevende/criminele) groep op ongeveer dezelfde grootte blijft. Zie ook antwoord 2.8.a (raadsbrieven) Raadsbrief Analyse en integrale aanpak overlast plein onder het Bollendak Utrecht – iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) Document Utrecht – Raadsbrief Aanpak overlastgevende criminele vreemdelingen – iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl)
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 Raadsbrief Verlengen en uitbreiden verblijfsontzeggingsgebied stationsgebied en Lombok-Oost Utrecht – iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl)
3.10.b Inzet politie en Handhaving gaat bijvoorbeeld ten koste van inzet in de wijken, of minder handhavingsacties.
4. Gerealiseerde baten en lasten 2023 De totale gerealiseerde baten over 2023 bedragen: 5,7 mln., de gerealiseerde lasten 68,6 mln. (saldo 62,9 mln.) De gerealiseerde lasten in 2022 bedroegen 60,7 mln., een verschil van een kleine 8 mln. Met 2023 en een stijging van 13%. 4.1a*
4.1b*
Kan aangegeven worden waar ten opzichte van 2022 deze plusminus extra 8 mln. Aan is uitgegeven? Het verschil tussen het saldo van de nominale en de actuele begroting 2023 bedraagt €1,6 mln., zijnde het verschil tussen gestegen baten (€5,2 mln.) en gestegen lasten (€6,8 mln.). Kan deze aanpassing worden toegelicht en is dit ook gerealiseerd in 2023 (c.q. is de aanpassing van de begroting juist geweest)?
4.1.a. In 2023 zijn per saldo de volgende extra kosten gemaakt ten opzichte van 2022. Aan de uitvoering van de nota Grenzen stellen en Perspectief Bieden is een bedrag van 5,1 miljoen euro meer besteed dan in 2022. Tegenover deze extra kosten staan ook 3,2 miljoen extra baten. De kosten voor de VRU (inclusief de bijkomende kosten voor energie) zijn toegenomen met 1,8 miljoen ten gevolge van loon- prijsstijgingen. De lasten in 2023 zijn per saldo 1,3 miljoen lager doordat we in 2022 incidentele kosten gemaakt hebben waar subsidie/ bijdragen tegenover stonden. Deze kosten zijn in 2023 vervallen (bijvoorbeeld BOTOC (de voorloper van Preventie met Gezag)/ kosten die samenhangen met corona) Het overige verschil van 2,3 miljoen heeft te maken met stijging van de loonkosten bij OOV en bij VTH . Daarnaast is er sprake van gestegen kosten van subsidies en materiële budgetten, onder andere verhoging subsidies voor Jeugd en Veiligheid (MO). Zie bijlage 1. Voor een gespecificeerd overzicht van de afwijkingen. 4.1.b. Het verschil tussen de nominale en actuele begroting van per saldo 1,6 miljoen euro betreft voor het grootste gedeelte begrotingswijzigingen in
16
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 verband met loon en prijscompensatie (en de verwerking van de nieuwe CAO in 2023). Daarnaast zijn de volgende besluiten uit de voorjaarsnota en 1e en 2e bestuursrapportage 2023 verwerkt (per saldo 38K) en een corresponderende post voor de suppletie van bommen (0,145). De besluitvorming bij de VJN en bestuursrapportage bestaat uit het overhevelen van de budgetten voor politie keurmerk Veilig wonen (+78K) en Digitale Veiligheid (+125k) naar het programma Veilige stad, een toevoeging vanuit het referentiekader groei met +116 K, de verlaging van het budget Zandpad met 0,425 en een toelage voor BOA’s van per saldo +144K.
Taakvelden Veiligheid De taakvelden voor het programma Veiligheid bestaan uit twee onderdelen, te weten (11) crisisbeheersing en brandweer en (12) Openbare orde en veiligheid. Zie figuur onderaan deze tabel.
4.2a*
De uitgaven aan de VRU bedragen 30.577k. (zie vraag onder 8 verbonden partijen, waar duidelijk wordt dat de daadwerkelijke uitgaven aan de VRU € 33,5 mln. Bedragen)
Analyse verschillen
Hoe zitten deze uitgaven aan de VRU opgenomen onder de taakvelden?
Inkomensoverdrachten Huur Bijkomende kosten gebouwen
Bij de analyse van de programmabegroting is door de organisatie weergegeven op welke wijze de uitgaven van het programma zijn onderverdeeld.
4.2b
Kan in het verlengde van vraag 4.2a geduid worden op welke wijze de andere lasten (apparaatslasten, Grenzen stellen Perspectief bieden, subsidies) zijn verdeeld onder de twee taakvelden? De baten en lasten zijn erg grofmazig gepresenteerd, evenals de taakvelden.
17
De aanpassing van de begroting Veilige stad met de extra middelen is juist geweest, want de extra kosten, die samenhangen met de gemaakte begrotingswijzigingen zijn voor het grootste gedeelte gemaakt. Dat geldt zeker ook voor de besteding van de rijksmiddelen. Deze middelen zijn voor 97,7% besteed. De rest van de rijksmiddelen schuift door naar 2024. 4.2.a. Onder het taakveld crisisbeheer en brandweer zijn alle kosten opgenomen die samenhangen met de VRU. Naast de inkomensoverdracht, die is opgenomen in de paragraaf verbonden partijen, zijn er aanvullende kosten voor de huisvesting en de bijkomende kosten voor de gebouwen (energielasten, brandkranen, OZB). Het totaalbedrag van 33,546 miljoen komt dus terug op het taakveld Crisisbeheersing en brandweer. Begroo Werkelijk Verschil t 31.368 30.577 791 2.029 2.196 -167 143 773 -630 33.540 33.546 -6
4.2.b. Op het taakveld Openbare Orde en Veiligheid verantwoorden we alle overige kosten van het programma Veiligheid. Voor een specificatie verwijzen we naar bijlage 1.
Zie bijlage 1.
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 Is het mogelijk om de baten en lasten (realisatie 2022/begroting 2023 / realisatie 2023) een niveau dieper gespecificeerd te krijgen (op kosten en opbrengstencategorieën) Zoals salaris, inhuur, subsidies, kapitaallasten etc zodat inzicht ontstaat in de geraamde en werkelijk uitgaven aan ieder van de onderdelen in het programma ? Subsidies In totaal is voor ruim 7 mln. Aan subsidies verstrekt, voor een belangrijk deel aan de aanpak veiligheid jeugd en gezin. 4.4*
Bestaat er inzicht in wat er met deze middelen is gerealiseerd en in welke mate deze ook effectief zijn geweest in het licht van de programmadoelstelling?
Bij de subsidie aan de ondersteuning aanpak jeugd en veiligheid is ruim tweemaal zoveel uitgegeven als begroot (1.023k ipv 481k) 4.5
Wat is hiervan de oorzaak en is bekend in hoeverre deze extra middelen effectief zijn besteed?
Het betreft hier subsidies Jeugd en Veiligheid, die via MO verstrekt worden (Buurtteams Jeugd en Gezin 1,505 miljoen en subsidie voor jongerenwerk 3,833 miljoen- samen 5.388 miljoen euro). De buurtteams en JoU zetten in op jongeren en gezinnen met hoge risico’s waar hulp en ondersteuning nodig is. Vanuit het programma jeugd en veiligheid (5,3 miljoen) richten zij zich op jongeren en gezinnen die in aanraking komen met politie en justitie en waar complexe problematiek achter schuil gaat. Het jongerenwerk levert trajectbegeleiding aan jongeren, biedt dagbesteding, leidt toe naar arbeid etc (zie jaarverslag JoU). Buurtteam ondersteunt en leidt toe naar hulp zoals schuldhulpverlening, gespecialiseerde jeugdhulp etc. Zij zetten ook extra in op de aanpak criminele families. In accountgesprekken, onder aanvoering van de accounthouders van MO, wordt periodiek de voortgang op de basisinzet besproken. Daarnaast is aanvullend aan JOU en de stichting Dock subsidie verstrekt (totaal 0,337 miljoen euro) ten behoeve van het tegengaan van polarisatie en radicalisering. De kosten worden gedekt vanuit de versterkingsgelden die door de NCTV (Utrecht zijn we samen) ter beschikking zijn gesteld. Dit geld wordt door de instellingen besteed aan vroegsignalering, bewustwording, dialoog, maar ppl door het bieden van een infrastructuur van vakbekwame en getrainde sociaal makerlaars.
De begrote subsidie van 481 K bestaat uit een bedrag van 126 K voor Halt en een bedrag van 355 K vanuit Grenzen Stellen en Perspectief Bieden voor JOU. De werkelijke kosten bestaan uit: -Een bijdrage aan Halt, basis en extra inzet vanuit GSPB gericht op ondermijnende drugscriminaliteit. - Een beschikking voor school- en jongerenwerk aan JOU, die eind 2023 is afgegeven, voor een periode van 2 jaar (500 K). Het gaat om activiteiten gericht
18
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 op preventie en weerbaarheid. Het gehele bedrag is in de rekening 2023 terecht gekomen, maar een deel van de subsidie zal besteed worden in 2024/2025. -Vanuit de rijksmiddelen Preventie met Gezag is eind 2023 aanvullende subsidie beschikt voor de inzet van justitiële partners Jeugdreclassering, Samen Veilig midden Nederland, Willam Schrikker Stichting en het Leger de Heils. Deze subsidie van 397K is één op één doorbetaald aan deze partners. Ondersteuning aanpak jeugd en veiligheid Begroting Werkelijk Afwijking Subsidie Halt 69 69 0 Subsidie Halt GSPB 57 57 0 GSPB JOU 355 500 -145 GSPB gecertificeerde instellingen 397 -397 Totaal 481 1023 -542
Op specifieke interventies worden externe onderzoeken uitgevoerd naar effectiviteit door onder meer het WODC.
5. Investeringen en kapitaallasten De link in de jaarstukken naar de investeringsparagraaf werkt niet, aangezien (na erop te klikken) je naar het begin van de jaarstukken hoofdstuk veiligheid wordt geleid. Navraag gedaan bij ambtelijk apparaat, er blijken in 2023 geen investeringen te zijn (geweest) voor het programma Veiligheid.
Klopt, er zijn binnen het programma Veiligheid geen investeringen gedaan in 2023
6. Mutatie reserves In 2023 zijn er geen toevoegingen noch onttrekkingen aan de reserves geweest. Voor het programma Veiligheid is een reserve aangehouden van €143k. Deze is bestemd voor het uitvoeren van het beleidskader cameratoezicht 2023-2026. 6.1
19
Wanneer is bepaald dat deze middelen bestemd zijn voor deze taak?
De reserve Cameratoezicht is al in 2003 in het leven geroepen met als doel verplaatsingen van camera’s bij herinrichtingen te kunnen dekken. In het beleidskader cameratoezicht 2023-2026, dat op 16 mei 2023 is vastgesteld door de raad, is opgenomen dat vanuit deze reserve bijgedragen kan worden aan het verplaatsen en weghalen van camera’s. Daarnaast wordt er een onderzoek naar de haalbaarheid en doelmatigheid van een eigen gemeentelijke toezicht centrale vanuit deze reserve gedekt
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 Het saldo reserves voor het Programma Veiligheid is (blijkens de JR 2022) €143k. In 2023 zijn er geen reserves toegevoegd noch onttrokken. In de (actuele) begroting 2024 blijkt dat een bedrag van €204k zal worden onttrokken aan de reserves Veiligheid. 6.2
Dit betreft geen onttrekking uit de reserve Veiligheid, maar een onttrekking uit de algemene dekkingsreserve voor dekking van de kosten van amendement A107 ( voor dekking van extra BOA’s in de binnenstad).
Hoe kan dit?
7. Risico’s Een van de risico’s is afnemende politiecapaciteit waardoor druk ontstaat op de uitvoering. Aangegeven wordt dat er nog steeds een groot tekort is aan politiecapaciteit, terwijl het aantal incidenten en gebeurtenissen die aandacht vragen van politie toeneemt. 7.1a*
Kan gesteld worden dat dit risico zich inmiddels heeft geopenbaard en dus een gegeven is (en niet langer een risico)?
7.1b
Kan enig inzicht worden geboden in hoe urgent dit probleem is, met andere woorden hoe groot het tekort aan politiecapaciteit is? De maatregelen voor dit risico (of probleem) is dat binnen de lokale driehoek continu wordt gekeken en keuzes worden gemaakt waar de schaarse politiecapaciteit op ingezet wordt.
7.1c
Is dat naar uw mening een afdoende maatregelen of zou meer moeten gebeuren om dit risico (dat inmiddels dus een gegeven is) verder te beteugelen?
7.1d
Ziet u een causaal verband tussen “een groot tekort aan politiecapaciteit” en het oplopend aantal misdrijven, waar de afgelopen jaren sprake van is?
7.1.a Dit risico heeft zich geopenbaard, maar is nog niet opgelost. Er is sprake van schaarste van politiecapaciteit en dit blijft nopen tot keuzes (niet alle taken kunnen worden opgepakt). 7.1.b Het tekort in de gehele eenheid Midden-Nederland is 4,2% (186,3), voor district Utrecht Stad is dit tekort 6,3% (september 2023, Politie Midden Nederland). De tekorten zijn verspreid verschillende functies en afdelingen. Er zijn tekorten bij onder andere (wijk)agenten (gebiedsgebonden politiezorg) (bezetting van 96,8%) en tactische opsporing (bezetting van 86,3%) en forensische opsporing (bezetting van 95,8%), intelligence (bezetting van 83,1%) (Politie Midden-Nederland, 8 september 2023). De formatie is verder gebaseerd op een verouderde verdeelsystematiek, waarbij o.a. geen rekening is gehouden met de bevolkingsgroei in Midden-Nederland en de problematiek in de stad. 7.1.c Het blijft van belang om in te zetten op het terugdringen van de tekorten bij de politie Midden-Nederland. Hiervoor worden diverse maatregelen getroffen. Bijvoorbeeld door in te zetten op het werven van zijinstroom
20
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 (politiemedewerkers met een executief specifieke inzetbaarheid) en te investeren in leerwerktrajecten. Vanuit de regio Midden-Nederland pleitten we daarnaast al geruime tijd voor aanvullende politiecapaciteit bij het rijk. Dit omdat de formatie zoals gezegd naar onze mening onvoldoende is gelet op de problematiek in de stad. We zullen de lobby voor extra capaciteit derhalve blijven voortzetten.
Als derde strategisch risico wordt genoemd dat in de maatschappij steeds meer sprake is van normvervaging of normen die publiekelijk ter discussie worden gesteld. Dit leidt tot meer grensoverschrijdend gedrag of een toename van acties en demonstraties. Bij de stand van zaken wordt enkele ingegaan op demonstraties, ook de maatregel is alleen van toepassing op (het beheersen / beteugelen van) demonstraties 7.2
21
Waarom wordt bij het beheersen van dit risico enkel ingegaan op demonstraties en geen maatregelen opgenomen die het genoemde grensoverschrijdend gedrag ten gevolge van normvervaging of acties (indien hiermee bedoeld wordt misdrijven zoals opgesomd in de infographics) verder aan banden moeten leggen?
7.1.d Door beperkte capaciteit moeten er keuzes worden gemaakt t.a.v. inzet en dit heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat de politie minder aanwezig kon zijn in de wijk en bijvoorbeeld minder inzet kan plegen op overlast en criminaliteit in de wijk maar ook in de opsporing zijn zaken blijven liggen. Van een harde causaliteit tussen het tekort aan politiecapaciteit en een oplopend aantal misdrijven kunnen we niet spreken. Een toe- of afname van de criminaliteit hangt verder samen met vele verschillende factoren, waaronder sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen, preventieve en repressieve interventies. Ook veranderingen zoals digitalisering zijn van invloed. Wat betreft het oplopend aantal misdrijven zien we dat ondanks een toename we nog steeds onder het niveau van de jaren van voor corona zitten. 7.2 Als strafbare feiten worden gepleegd, is dit een zaak van politie en openbaar ministerie om op te sporen en te vervolgen. Bij het uiten van grensoverschrijdend gedrag is (nog) geen sprake van strafbaar gedrag. We geven ruimte aan het uiten van meningen en gaan daardoor in gesprek met organisatoren en eigenaren van gebouwen. Achtergrond: Bij demonstraties zien we in toenemende mate disruptieve acties als binnentreden van semipublieke ruimten (banken, restaurants) om daar een mening kenbaar te maken.
Ook is er meer sprake van acties die leiden tot overlast, zoals wegblokkades, vastlijmen aan wegdek of het aanbrengen van leuzen of spandoeken op gebouwen of het blokkeren van de toegang (bij de Rabobank Utrecht, bij een restaurant in het centrum van Utrecht, bij een demonstratie op de Daalsesingel). Daarnaast zien we ook af en toe tegendemonstraties (bv bij Let women speak).
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 We geven ruimte aan het uiten van meningen (recht op vrijheid van meningsuiting) en gaan daardoor in gesprek met organisatoren en eigenaren van de gebouwen. Enige overlast is toegestaan, maar de eigenaren kunnen na verloop van tijd demonstranten vragen te vertrekken. Als dat niet gebeurt kan de burgemeester een aanwijzing geven. Bij aangekondigde demonstraties gaan we vooraf in gesprek over de opzet en mogelijk overlastgevende gevolgen, bij spontane demonstraties treden we ter plekke in verbinding met organisatoren om eventuele afspraken te maken. Dat geldt ook voor (on) voorziene tegendemonstraties.
8. Verbonden partijen De enige verbonden partij vanuit programma Veiligheid is de Veiligheidsregio Utrecht. Deze informatie maakte geen onderdeel uit van de concept jaarstukken, zoals aangeleverd op 22 maart j.l. en is alsnog ambtelijk opgevraagd en aangeleverd (tevens meegestuurd bij deze vragenlijst) Uit de financiële toelichting op de bijdrage van de gemeente Utrecht aan de VRU wordt duidelijk dat de gemeente bovenop de bijdrage van €30,5 mln. ook de huur van brandweerpanden (€2,2 mln.) en bijkomende gebruikerskosten (€0,8 mln.). De totale bijdrage aan de VRU bedraagt daarmee €33,5 mln. in plaats van €30,5 mln. Gesteld wordt dat het beschikbare budget voor de VRU €33,5 mln. bedraagt. 8.1a*
Waarom is deze volledige bijdrage van €33,5 mln. niet zichtbaar in de tekst van de concept jaarstukken in de paragraaf verbonden partijen, hier wordt bedrag van €30,577 genoemd als uitgaven aan de VRU?
8.1b
Op welke wijze worden deze aanvullende bijdragen (huur panden en gebruikerskosten) verantwoord?
8.1.a. Zie ook de beantwoording van vraag 4.2.a. In de paragraaf verbonden partijen rapporteren we alleen over de inkomensoverdracht die we rechtstreeks aan de VRU betalen. De rekeningen voor huur en bijkomende kosten vergoeden we aan de Utrechtse Vastgoed Organisatie, die de panden om niet ter beschikking stelt aan de VRU. Deze maken dus geen onderdeel uit van de inkomensoverdracht aan de VRU en zijn daarom niet opgenomen in de paragraaf verbonden partijen. 8.1.b. De bijkomende kosten worden verantwoord op hetzelfde product als waarop de kosten van de VRU geboekt worden. Ze tellen dus op tot het bedrag van 33,5 miljoen euro. Zie ook bijlage 1.
22
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 Op de vraag of er risico’s met financiële gevolgen zijn die meegenomen zijn bij de benodigde weerstandscapaciteit wordt “ja” geantwoord, zonder dat deze risico’s en de omvang ervan worden weergegeven. Een risico wordt genoemd, te weten extra kosten ten gevolge van investeringen door de VRU in nieuwe brandweerpanden. 8.2a 8.2b
Om welke (eventuele andere) risico’s gaat het hier? Wat de materialiteit van (ieder van) deze risico’s? Bij ontwikkelingen wordt het scenario geschetst dat door de groei van de stad en de regio de opkomsttijden van de brandweer te hoog gaan oplopen waardoor de wettelijke norm mogelijk niet gehaald kan worden. Dat lijkt een onwenselijke situatie en roept de vraag op of de capaciteit van de VRU niet “mee-ademt” met de behoeften vanuit de deelnemers.
8.3a
Zijn er afspraken gemaakt tussen deelnemers en VRU met betrekking tot minimaal gewenste capaciteit? Zo ja, welke?
8.3b
Waarom is deze niet opgenomen bij de weergegeven risico’s?
8.3c
Gaat het hier om de opkomsttijden van de brandweer in de regio of in de stad?
23
8.2.a. Bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit is rekening gehouden met één risico ten aanzien van de VRU. Het gaat hier om het risico dat door de groei van de stad en de regio de opkomsttijden van de brandweer te hoog kunnen gaan oplopen en dat daarmee de wettelijke norm mogelijk niet gehaald kan worden. Op basis van de huidige verdeelsystematiek betaalt de gemeente Utrecht ook mee aan de panden in de regio. Investeringen in nieuwe brandweerpanden zullen tot extra kosten voor de gemeente leiden, waar niet direct een vergoeding van het gemeentefonds tegenover staat. 8.2.b. Dit risico is voor een bedrag van 1,039 miljoen euro opgenomen in Naris (het risicomodel van de gemeente).
8.3.a. Het Besluit Veiligheidsregio’s (Bvr) geeft aan hoe snel de brandweer ter plaatse moet kunnen zijn. Veiligheidsregio's moeten daar elke vier jaar een dekkingsplan voor opstellen. Brandweer Nederland heeft dit vertaald naar een handreiking voor veiligheidsregio's voor het opstellen van een dekkingsplan van brandweerposten op basis van vier criteria: snelheid van optreden, capaciteit (slagkracht), beschikbaarheid, inzetfrequentie. VRU volgt deze handreiking bij het opstellen van hun dekkingsplan. Het dekkingsplan wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de VRU. 8.3b. Dit risico is vanaf 2023 opgenomen in de risicoparagraaf en wordt meegenomen bij de berekening van de gemeentebrede weerstandscapaciteit (zie ook de beantwoording bij vraag 8.2) 8.3c. Het gaat om opkomsttijden in de regio, want Utrecht betaalt op basis van de huidige verdeelsystematiek ook mee aan de bemensing van de brandweerpanden in de regio.
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023
Bijlage 1.
24
Raadstoets voorjaar 2024 – vragenlijst concept jaarstukken 2023 Lasten Werkelijk Begroot Programma Veiligheid 2022 2023 Doorbelaste apparaatskosten Openbare Orde en Veiligheid 7.991 8.418 Bijdrage Veiligheidsregio Utrecht 29.065 31.368 Kosten voor huur en energielasten brandweerpanden Bijdrage aan samenwerkingsverbanden (RIEC, RVS en ZVHRU) Grenzen stellen en perspectief bieden (inclusief personele inzet en gecertificeerde instellingen) Materieel budget wijkveiligheid, inclusief Burgernet en ASW/ KSDS Activiteitenbudget digitale Veiligheid Straatintimidatie Cameratoezicht Overige materiële budgetten (o.a. wet Bibob, crises en piket, jaarwisseling, koningsdag, geregistreerde crim. en jeugdgroepen daders) Budgettair neutrale bestedingen RIO/ IPTA Subsidie ZON MW BOTOC subsidie ICTU- citydeal/ uitgeleend personeel Radicalisering/ Utrecht zijn we samen Subsidie Veilige Landers Kosten ivm corona Bestedingen door andere organisatieonderdelen Subsidies Jongerenwerk en Buurtteams Jeugd en gezin Samen Voor Overvecht Inzet voor keurmerk Veilig ondernemen Domstad IT kosten cameratoezicht Inzet THOR voorkomen criminaliteit Inzet van THOR in de wijken en tegengaan jongerenoverlast Handhaving bijzondere wetten Inzet van THOR Evenementen Totaal