Bijlage 2. Reactienota Omgevingsvisie USP.pdf
Tekst van het document
Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 Reactienota
Utrecht.nl
Colofon Projectgroep (gemeente Utrecht) Claar Talsma Werner de Feijter Heleen Bults Floris Brekelmans Matei Klewer Edsard Kylstra Arjan Kratz Saskia van Meerkerk Dimitri van Veen Roswitha van Zon Projectmanagement Maaike van Teeseling Opdrachtgever Martine Sluijter Grafische realisatie OntwerpStudioRuimte Versiedatum 20 juni 2022
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.8
Doel reactienota Opbouw reactienota Participatieproces Inspraakreacties Overzicht van belangrijkste onderwerpen in de inspraakreacties Wijze van beoordeling van de inspraakreacties Wijze van vaststelling
2. Samenvatting inspraakreacties en aanpassingen 2.1 2.2 2.3 2.4 2.6
Verkeer & bereikbaarheid Bebouwing & functies Groen blauwe raamwerk Energie & duurzaamheid Algemeen
3. Aanpassingen 3.1 3.2
Omgevingsvisie USP Plan-MER
4 4 4 5 6 6 7 8
9
9 13 17 19 21
24 24 27
Bijlage 1. Inspraakreacties en beantwoording
29
Bijlage 2
188
- Tabel met inspraakreacties
- Losse inspraakreacties: 51, 64, 79. - Bijlage inspraakreactie 86: Achtergrond document BPL Kromme Rijn-corridor
4 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
1. Inleiding 1.1 Doel reactienota
Tijdens de inspraakperiode van 8 juni tot 30 augustus 2021 is de Omgevingsvisie USP ter inzage gelegd. Een ieder kon in deze periode reageren op de Omgevingsvisie en de bijbehorende plan-MER. Inspraak is - naast dat het ook wettelijk verplicht is noodzakelijk voor de gemeenteraad om alle belangen te kennen en een goede afweging te maken bij besluitvorming. Met inspraak worden burgers in het algemeen - en belanghebbenden in het bijzonder betrokken bij het voorbereiden, vormen of uitvoeren van beleid van de overheid. Daarnaast worden - met de reacties en kennis van bewoners en betrokkenen uit het gebied en omliggende wijken de plannen beter. In deze reactienota zijn alle inspraakreacties van bewoners, gebruikers en belanghebbenden opgenomen en beantwoord. Onderdeel van de reacties zijn die van de zogenaamde vooroverlegpartners (Rijkswaterstaat Midden-Nederland en Provincie Utrecht). Ook is het advies van de Commissie voor de milieu effectrapportage (kort: Commissie m.e.r.) op de omgevingsvisie bijgevoegd. Ook deze zijn voorzien van een reactie van de gemeente.
1.2 Opbouw reactienota
In het overige deel van hoofdstuk 1 staat een korte toelichting op het participatieproces, de belangrijkste onderwerpen van de inspraak reacties, de wijze van beoordeling en de vervolgprocedure voor de vaststelling van de planproducten. In hoofdstuk 2 beginnen we met een overzicht van de belangrijkste punten die zijn aangepast naar aanleiding van de inspraak, geven we thematisch een samenvatting van de verschillende onderwerpen die naar voren zijn gekomen in de inspraakreacties en geven hierbij op hoofdlijnen aan wat de beantwoording hiervan is en of ze hebben geleid tot een aanscherping of aanpassing van de omgevingsvisie en/of plan MER. Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van de wijzigingen die in de Omgevingsvisie zijn gemaakt naar aanleiding van de inspraak reacties en ambtelijke wijzigen vanwege foutieve informatie alsmede de aanpassingen in het plan MER. In de bijlage van de reactienota staan alle inspraakreacties en de antwoorden hierop weergegeven in een tabel (2-kolommenstuk).
5 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
1.3 Participatieproces Participatieniveaus Er zijn 3 participatieniveaus gehanteerd: co-creëren, adviseren en consulteren. •
Co-creatie: de gemeente Utrecht heeft de afgelopen anderhalf jaar in samenwerking met de grondeigenaren Universiteit Utrecht en Universitair Medisch Centrum Utrecht én met de Stichting Utrecht Science Park, deze omgevingsvisie opgesteld voor het Utrecht Science Park.
•
Adviseren: daarnaast is een partneroverleg met vertegen woordiging van alle betrokken stakeholders een aantal keer bij elkaar gekomen. Aan het overleg namen onder andere bewonersoverleggen van het buurtschap Amelisweerd en Rijnsweerd-zuid deel, en woonbesturen van de studentenflats in het USP, studenten(sport)raden, UU-raad, HU, verschillende instellingen en bedrijven in het USP, bewonersplatform Utrecht Oost, en Olympos. Via het overhedenoverleg is gedurende het planproces afgestemd met de gemeenten Bunnik, Zeist en de Bilt, waterschap HDSR, de provincie Utrecht, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Rijkswaterstaat.
•
Consulteren: voor het betrekken van bewoners, werknemers, gebruikers en andere belanghebbenden is een participatietraject doorlopen. Met een enquête in oktober 2019 (met ruim 3.000 deelnemers) en een eerste USP-lab in januari 2020 (met 130 deelnemers), zijn wensen en voorkeuren van grote groepen gebruikers en belanghebbenden geïnventariseerd. In een Uitgangspuntennotitie Omgevingsvisie USP (mei 2020) zijn vervolgens de uitgangspunten voor het vervolg geformuleerd. Deze zijn gegroepeerd aan de hand van de thema’s (slimme mix,
groen-blauwe raamwerk, autoluw en bereikbaar en zichtbaar duurzaam) die leidend zijn geweest bij de uitwerking van de Omgevingsvisie USP. In juli en oktober 2020 zijn over deze thema’s verdiepende deelsessies georganiseerd. In deze sessies (die zowel online als offline plaatsvonden) is de ruimtelijke uitwerking ‘tot dan toe’ met stakeholders besproken. De inzichten uit de deelsessies zijn vervolgens meegenomen in een eerste schets van de totale visie. Tijdens de integratie van alle thema’s zijn daarbij nog keuzes gemaakt. De voorgestelde keuzes en nog uit te werken vraag stukken (uitwerkingsopgaven) zijn in maart 2021 in een tweede USP- lab aan stakeholders gepresenteerd. Hoe zijn jongeren betrokken (motie 227/2021)? In het geval van het USP gaat het om studenten en bewoners in de leeftijd van 18 tot eind 20. Vanaf het begin zijn zij actief betrokken. • Honderden studenten en bewoners van het USP hebben de enquête in het najaar van 2019 ingevuld. Dit zijn jongeren in de genoemde leeftijdsgroep. Hiervoor zijn zij zowel mondeling (via straatinterviews) als digitaal actief benaderd, mede door de UU en HU. • Via de SSH zijn de bewoners van de studentencomplexen op het USP op de hoogte gehouden. • Bij alle sessies en USP Labs waren studenten/bewoners aanwezig.
• De studentenorganisaties op het USP zijn direct benaderd; vertegenwoordigers daarvan hebben actief deelgenomen aan diverse participatiemomenten en ook inspraakreacties ingestuurd. • Er zijn aparte gesprekken gevoerd met studentensportorganisaties • Er hebben rond de inspraakperiode stukjes in Trajectum en DUB gestaan en gerichte advertenties op social media. • Er zijn meerdere inspraakreacties van studenten/bewoners binnengekomen.
6 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
1.4 Inspraakreacties
Er zijn in totaal 86 inspraakreacties ingediend en de Commissie m.e.r. heeft advies uitgebracht. Het gaat om de inspraakreacties van bewoners, gebruikers, belangenorganisaties en organisaties en bedrijven uit het te ontwikkelen gebied en aangrenzende wijken. Een deel van deze inspraakreacties zijn eensluidende reacties door meer mensen ingediend, waaronder de reactie van de bewonersgroep Rijnsweerd met 296 steunbetuigingen. Ook zijn er twee reacties van andere overheden op de plannen. Dit zijn Rijkswaterstaat Midden Nederland en de Provincie Utrecht. Het is gebruikelijk om hen te betrekken bij de ruimtelijke planvorming, zodat zij vanuit hun eigen verantwoordelijkheid hun belangen kunnen aangeven. Het Hoogheemraadschap HDSR heeft ambtelijk gereageerd op de plan MER. Met betrekking tot het MER is de commissie m.e.r. om advies gevraagd. Het advies van de commissie MER is te vinden onder de titel “3585. Omgevingsvisie Utrecht Science Park” op www.commissiemer.nl.
1.5 Overzicht van belangrijkste onderwerpen in de inspraakreacties De belangrijkste onderwerpen die in de samenvatting aan bod komen, zijn: Verkeer & bereikbaarheid • Zoeklocaties Parkeerhub West • Effecten van verkeersmaatregelen op omliggende woonbuurten • Parkeeroverlast Rijnsweerd • Tracébesluit Ring Utrecht • Uitbreiding fiets- en voetgangersnetwerk Bebouwing & functies • Effecten hoogbouw op landschap / hoogbouw tot 105 m • Een tweede of grotere supermarkt • Zoeklocaties voor het Ronald Mac Donald Huis • Locatie en uitbreiding capaciteit sport Groen-blauwe raamwerk • Balans natuur en recreatie • Borging van groene waarden en ambities Energie & duurzaamheid • Windenergie • Zonnevelden Algemeen • MER: ontbreken van meerdere planalternatieven en verankering spelregelkader in Omgevingsvisie • De betrokkenheid bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie
7 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
1.6 Wijze van beoordeling van de inspraakreacties
Een inspraakreactie bevat de mening, zorgen, wensen en suggesties van een indiener. De meningen in een inspraakreactie of de inspraakreactie zelf zijn nooit te beoordelen als goed of fout. Elke inspraakreactie is zorgvuldig bestudeerd, om te bezien of de omgevingsvisie of het plan MER aangepast kan of moet worden. Doel is dat de inspraakreacties met de reacties kenbaar worden gemaakt aan de gemeenteraad, zodat de gemeenteraad alle belangen kan afwegen en in de raad transparante besluitvorming plaatsvindt over de verdere ontwikkeling van het USP. De doorgevoerde wijzigingen of aanvullingen naar aanleiding van alle reacties zijn benoemd in hoofdstuk 2 (samenvatting) en 4 (overzicht van alle wijzigingen). Als een inspraakreactie vragen bevat, worden die in deze reactienota beantwoord. 1.7 Belangrijke punten die zijn aangepast Naar aanleiding van de inspraakreacties heeft de gemeente de Omgevingsvisie en de plan-MER op meerdere punten aangepast of verduidelijkt. Het gaat onder meer om de volgende punten: • Er komt geen zoeklocatie voor een parkeerhub ten behoeve van parkeren USP in de woonwijk Rijnsweerd-zuid. • Vooralsnog komen er alleen knips in de Leuvenlaan en Cambridgelaan. Deze zijn nodig voor de groei van banen. Het effect op de verkeersintensiteit in omliggende buurten is minimaal.
Over een knip in de Weg tot de Wetenschap en inrichting als fietsstraat valt pas later een besluit. De effecten hiervan op het verkeer in de woonwijk Rijnsweerd zijn groter. • De maximale bouwhoogte op het USP blijft 105 meter, in overeenstemming met de Ruimtelijke Strategie Utrecht. Aanvullende randvoorwaarden moeten echter zorgen voor een goede ruimtelijke inpassing van hoogbouw in de omgeving.
•
•
•
•
•
In het USP zelf is geen ruimte voor een tweede supermarkt, wél voor een grotere supermarkt met meer aanbod. De UU neemt de wens voor een grotere supermarkt mee in de plannen voor aanpassingen van gebouwen in het centrum van het USP. In de omgevingsvisie staat waarom een volledige verplaatsing van de sport niet haalbaar en wenselijk is, in relatie tot behoud van natuurwaarden en versterking van het patroon van groen en water (‘groen-blauw raamwerk’). De gemeente Utrecht maakt afspraken met de UU en het UMC-U over de koppeling van groei aan investeringen in het groen-blauwe raamwerk. Ook moeten natuurwaarden bij bouwplannen en bijvoorbeeld de inrichting van de openbare ruimte een belangrijke rol spelen. In de omgevingsvisie is sprake van een zoeklocatie voor één of twee windmolens. Naar aanleiding van de inspraakreacties staat er nu explicieter bij dat onderzoek naar hinder en gezondheid van belang is. Ook staat er nu bij dat maatregelen om hinder tot een minimum te beperken bij een initiatief worden meegenomen. Voor zonnevelden is duidelijker opgenomen dat uit nader onderzoek moet blijken óf en zo ja hoeveel inpasbaar is in de weilanden rondom het bebouwde deel van het USP. Bij inpassing van zonnevelden staat kleinschaligheid voorop en is het de uitdaging om landschappelijke kwaliteiten te behouden en versterken.
8 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
1.8 Wijze van vaststelling
Het college van burgemeester en wethouders bereidt de vaststelling van de volgende planproducten voor: • Omgevingsvisie USP • Plan-MER De voorbereiding bestaat uit de beoordeling of de plannen voldoende duidelijk zijn of wellicht nog aangepast moet worden. Vervolgens stelt het college de gemeenteraad voor om de omgevings visie, zo nodig met wijzigingen ten opzichte van de plannen die ter inzage lagen, vast te stellen. Voordat de gemeenteraad de plannen vaststelt, wordt het voorstel van het college besproken in de raads commissie Stad en Ruimte. In de commissie vindt een politieke discussie plaats. Ook kan de raad eventueel besluiten om een raads informatiebijeenkomst te organiseren, waarin ze zich breder laat informeren en bewoners en andere belanghebbenden vraagt hun mening te geven over de plannen. De gemeenteraad stelt uiteindelijk alles gehoord hebbende de aangeleverde stukken vast. De omgevingsvisie USP is het ruimtelijk kader voor alle nieuwe (bouw) plannen in USP die niet meer binnen het vigerende bestemmingsplan passen. Het is een toekomstvisie die de kansen en ambities beschrijft voor de doorontwikkeling van het USP. Het is aan de Universiteit Utrecht, het UMC Utrecht en andere initiatiefnemers om concrete planinitiatieven uit te werken. Deze omgevingsvisie is het kader voor de uitwerking van deze (bouw)plannen.
Om de (bouw)plannen mogelijk te maken is ook een juridisch planologische uitwerking nodig in de vorm van een wijziging van het omgevingsplan Utrecht (voor 1 juli 2022 bestemmingsplan). Dit kan voor een groter gebied, meerdere kleinere gebieden of concrete projectlocaties. Op elk van de deelplannen is nog inspraak mogelijk.
9 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
2. Samenvatting inspraakreacties en aanpassingen In de inspraakreacties komt een aantal onderwerpen vaker voor waarover de insprekers zich zorgen maken en waarvan zij vinden dat zij aangepast of aangescherpt moeten worden in de Omgevingsvisie. Uiteraard staat bij elke inspraakreactie een antwoord in deze nota (zie 2-kolommenstuk in bijlage 1). De onderwerpen die veel terugkomen in de reacties en de beantwoording staan in deze paragraaf. Per thema staat een samenvatting van de reactie, het antwoord en is aangegeven of de reactie heeft geleid tot aanpassingen in de Omgevingsvisie.
2.1 Verkeer & bereikbaarheid 2.1.1 Zoeklocaties parkeerhub West Reacties Aan de westzijde van het USP zijn zoeklocaties aangegeven voor parkeerhub West (een parkeergarage). Veel bewoners van Rijnsweerd maken bezwaar tegen het opnemen van een zoeklocatie voor een parkeergarage aan de westzijde van het USP (Enny Vredelaan) om het USP zoveel mogelijk autoluw te kunnen maken. Antwoord Parkeerhub West zal bestaan uit één of meerdere grotere of kleinere parkeervoorzieningen. In deze parkeerhub komt ruimte voor het verplaatsen van bestaande maaiveldparkeerplaatsen op parkeer terreinen en circa 400 nieuwe parkeerplaatsen vanwege nieuwe bedrijven en voorzieningen. De parkeerhub heeft een maximale omvang van ongeveer 2.000 plekken. De ruimte die vrijkomt doordat parkeerterreinen verdwijnen, kan worden gebruikt voor verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte en voor nieuwe gebouwen. De precieze grootte, ligging en invulling van deze parkeerhub west dient nog nader te worden onderzocht. In de concept Omgevingsvisie was aangegeven dat de parkeerhub bij voorkeur in het USP zelf (dus ten oosten van A27) moest worden gerealiseerd, hiervoor zijn drie zoeklocaties opgenomen.
Een vierde zoeklocatie ten westen van de A27 was aangeduid (tussen Enny Vredelaan, Weg tot de Wetenschap, A27 en Archimedeslaan) voor als het ín het USP niet lukt én omdat we daar ook kansen zagen met misschien zelfs minder overlast voor de woonwijk Rijnsweerd zuid (als bijvoorbeeld de nieuwe ontsluitingsweg achter het Daltoncluster langs geleid kan worden en de weg op hoogte de Archimedeslaan kruist en meteen de parkeergarage in geleid zou kunnen worden). In het Mobiliteitsplan 2040 dat door de gemeenteraad is vastgesteld, is rondom de onderdoorgang bij de Weg tot de Wetenschap een OV-knooppunt voorzien, omdat daar op termijn (bij de uitbreiding van het openbaar vervoersnetwerk) mogelijk verschillende OV-verbindingen samenkomen. Op dit moment lopen er meerdere studies voor de lange termijn bereikbaarheid met het openbaar vervoer van Utrecht (Oost). Aanpassing Naar aanleiding van de vele inspraakreacties van bewoners tegen de zoeklocatie op de Enny Vredelaan, is deze locatie niet opgenomen in de definitieve omgevingsvisie. Uitgangspunt is dat de parkeerhub binnen de grenzen van het USP wordt gerealiseerd, er zijn daarvoor meerdere mogelijkheden.
2.1.2 Effecten van verkeersmaatregelen op omliggende woonbuurten Reacties Bewoners van Rijnsweerd vrezen dat de ambitie om het USP autoluw te maken, betekent dat het autoverkeer buiten de grenzen van het USP dient te worden opgevangen. En dat dit de leefbaarheid van de naastgelegen woonwijk aantast. Ook de effecten voor het auto verkeer van de beoogde groei van het USP wordt gevreesd. Met name de groei van het autoverkeer op de Archimedeslaan bij de combinatie van een nieuwe ontsluitingsweg én een knip in de Weg tot de Wetenschap in combinatie met een fietsstraat, baart bewoners zorgen.
10 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Ook geven bewoners aan er moeite mee te hebben dat zij niet meer via de kortste route naar de A28 kunnen rijden en terug, en dat ze daarmee de andere routes nog verder belasten. De evt. nieuwe afrit van de A28 komt er pas na 2030 (als die er al komt). Indien het tracébesluit voor de Ring Utrecht niet wordt uitgevoerd, dan is deze erg onzeker. Antwoord De stad groeit, en dat geldt ook voor het USP. En er komen nieuwe opgaven op ons af, bijvoorbeeld in relatie tot het klimaat. De zorg voor wat dit betekent voor de aangrenzende woonwijk Rijnsweerd Zuid, begrijpen we. Daarom wordt er ingezet op duurzaam en schoon vervoer met (een schaalsprong) OV en fiets en het beperken van de groei van het autoverkeer. In referentiejaar 2019 stonden de open afritten aan de noordentree van het USP in de spitsen vol. De in de Omgevingsvisie voorgestelde groei kan daarom alleen plaatsvinden als er eerst ‘verkeersruimte’ wordt gecreëerd op de ontsluitende wegen/kruisingen. Een effectieve manier daarvoor is het weren van doorgaand verkeer zonder bestemming in het USP via de voor gestelde knips in de Leuvenlaan en de Cambridgelaan. Ook zorgen deze knips ervoor dat meer ruimte gemaakt kan worden voor fietsers en voetgangers.
In combinatie met het verplaatsen van parkeer plaatsen naar de randen draagt het bij aan een hogere verblijfs kwaliteit, een betere oversteekbaarheid en een grotere verkeers veiligheid voor fietsers en voetgangers. Uit het verkeersonderzoek (Movares, februari 2021) blijkt dat knips op de Leuvenlaan en Cambridgelaan minimaal effect hebben op de hoeveelheid verkeer in de woonwijk. Er rijdt, met name in de avond spits, nu veel doorgaand (sluip)verkeer via het USP. Een autoluw USP, met knips om het doorgaand verkeer te weren, leidt tot een andere verdeling over het netwerk. Forenzen uit Utrecht richting de A28 kunnen straks niet meer dwars door het USP rijden, maar moeten via
de Waterlinieweg of de A12 naar de A28 rijden. Dat geldt ook voor de bewoners van Rijnsweerd zuid. Door de knips neemt het autoverkeer op de Archimedeslaan en Weg tot de Wetenschap eerst af. Door de groei met 4.000 sciencebanen neemt het autoverkeer op de Archimedeslaan (met +6,5%) iets toe ten opzichte van de autonome situatie (zonder knips en zonder groei) en neemt hij op de Weg tot de Wetenschap flink af (met -50%). De knips in de Leuvenlaan en Cambridgelaan zijn randvoorwaardelijk voor de beoogde groei en houden tevens rekening met het effect op de woonwijk Rijnsweerd. Ook de effecten op toegangswegen ten oosten van het USP (Hoofddijk en Tolakkerlaan) zijn minimaal. Het verplaatsen van parkeren naar de randen in het USP, leidt ook niet tot méér verkeersbewegingen. Met behulp van verkeerstellingen wordt gekeken hoe het verkeer zich ontwikkelt en of aanvullende maatregelen nodig zijn. Uit het verkeersonderzoek blijkt dat de knips in de Leuvenlaan en Cambridgelaan er voor zorgen dat het sluip verkeer over de Archimedeslaan en de Weg tot de Wetenschap verdwijnt waardoor er een gelijkmatiger verdeling van het verkeer ontstaat over de dag met minder drukke spitsen. Hierdoor zou het verlaten van de wijk Rijnsweerd makkelijker moeten worden.
Een knip in de Weg tot de Wetenschap is gekoppeld aan een nieuwe ontsluitingsweg vanaf de snelweg naar de Archimedeslaan en is dus afhankelijk van de aanpassingen van de snelweg. Deze nieuwe ontsluitingsweg is gewenst voor een goede directe ontsluiting van de woonwijk Rijnsweerd en USP west én voor een autoluw kantorenpark Rijnsweerd. Hier moet te zijner tijd nog een definitieve afweging over plaatsvinden als ook de plannen voor de A27/A28 duidelijk zijn. Met een knip in de Weg tot de Wetenschap kan meer ruimte worden gemaakt voor het fietsverkeer en een inrichting als fietsstraat. Deze knip staat los (ook in tijd gezien) van de knips in de Leuvenlaan en Cambridgelaan.
11 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
De combinatie van een mogelijke nieuwe ontsluitingsweg met een eventuele knip op de Weg tot de Wetenschap, leidt – met name als gevolg van de knip - voor een deel van de wijk tot een verbetering (want er rijdt dan geen autoverkeer met bestemming USP meer op de WtdW) en voor een deel van de wijk (zijde Archimedeslaan) tot een verdubbeling van het autoverkeer. Ook het risico op sluipverkeer via de Wim Sonneveldlaan zal toenemen bij een knip in de Weg tot de Wetenschap. Als het fietsverkeer zodanig groeit dat een knip wenselijk is om hier meer ruimte voor te maken, moet het risico op sluipverkeer nader onderzocht worden en moeten maatregelen om dat te voorkomen bij de besluitvorming worden betrokken. Over een knip in de Weg tot de Wetenschap en een inrichting als fietsstraat valt pas later een besluit. De verkeerseffecten van die knip voor de wijk Rijnsweerd zijn groter en deze maatregel moet daarom worden afgewogen in relatie tot de ontwikkeling van het fietsverkeer. In deze omgevingsvisie wordt die keuze nog niet gemaakt. Aanpassingen In de omgevingsvisie is duidelijker onderscheid aangebracht tussen maatregelen tot 2030 en na 2030.
De knips in de Leuvenlaan en Cambridgelaan (tot 2030) zijn randvoorwaardelijk voor groei en zorgen in combinatie met een groei van 4.000 banen voor respectievelijk +6,5 % toename van het autoverkeer op de Archimedeslaan en een halvering van het verkeer op de Weg tot de wetenschap. In Omgevingsvisie is verhelderd dat over een knip in de Weg tot de Wetenschap in combinatie met een nieuwe ontsluitingsweg (maatregelen ná 2030) tussen knooppunt Rijnsweerd en de Archimedeslaan, nu nog niet wordt besloten.
2.1.3 Parkeeroverlast Rijnsweerd Reacties In meerdere reacties komt naar voren dat bewoners zich zorgen maken dat bij een groei van het USP en het verplaatsen van parkeren naar parkeerhubs aan de randen, er weer meer parkeeroverlast in de naastgelegen woonwijk Rijnsweerd zal ontstaan. Antwoord Hier ligt een gezamenlijke opgave voor de stakeholders in het gebied. Een stringent parkeerbeleid, heldere informatievoorziening, uniforme tarieven en een goed werkend parkeerinformatiesysteem zijn noodzakelijk. Gemeente en de werkgevers op het USP stimuleren hun werknemers en bezoekers om zoveel mogelijk met het OV en met de fiets naar het USP te reizen. Bijvoorbeeld door het realiseren van nieuwe (snel)fietsroutes, het aanbieden gunstige financiële voor waarden, deelfietsen en OV-abonnementen. Het valt echter niet te voorkomen dat individuen andere keuzes maken. Als er parkeer overlast ontstaat in Rijnsweerd dan wordt dit net zo aangepakt als in andere wijken in Utrecht waar parkeeroverlast ervaren wordt. Dus net zoals er eind 2019 maatregelen zijn genomen in de woonwijk, is dat ook dan weer een optie. Denk aan uitbreiding van de venstertijden parkeerregulering. Aanpassingen Er zijn geen aanpassingen doorgevoerd.
12 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
2.1.4 Tracébesluit Ring Utrecht Reacties Insprekers hebben bezwaren dat het Tracébesluit Ring Utrecht als uitgangspunt worden gehanteerd omdat een verbreding van de A27 ter hoogte van de bak Amelisweerd niet wenselijk is. Antwoord De Raad van State heeft in het kader van de lopende beroeps procedure verzocht om een nadere onderbouwing van de effecten van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. Nadat de nadere onderbouwing door de Minister is aangeleverd aan de Raad van State wordt de beroepsprocedure hervat. Op dit moment is niet duidelijk op welk moment een uitspraak van de Raad van State over het Tracébesluit wordt verwacht. Als gemeente delen wij de mening dat verbreding van de A27 bij Amelisweerd niet nodig is. Dit standpunt hebben wij altijd kenbaar gemaakt aan onze rijks- en regiopartners. Tegelijk hebben wij vanuit oogpunt van goed bestuur vanaf het moment dat het Tracébesluit door de Minister is vastgesteld meegewerkt aan de uitvoering hiervan. In de Omgevingsvisie is daarom vooralsnog uitgegaan van het huidige Tracébesluit voor de Ring Utrecht. Naast de verbreding en de aan passing van op- en afritten komt de varkensbocht (de oprit van de A28 naar de A27) te vervallen. Momenteel is nog onduidelijk of het huidige Tracébesluit ook op die manier zal worden uitgevoerd.
Aanpassingen van het besluit zal mogelijk effect hebben op de volgende ambities in de omgevingsvisie: • aanleg van het fietspad Rembrandtkade – USP (onder het knoop punt Rijnsweerd door) • de mogelijkheid van een nieuwe ontsluitingsweg tussen knooppunt Rijnsweerd en de Archimedeslaan • de aanpassingen van de kruispunten bij de op/af-rit A28 bij de Universiteitsweg
De knips in de Leuvenlaan en Cambridgelaan zijn níet afhankelijk van de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg. De effecten van een knip in de Weg tot de Wetenschap zijn modelmatig wel steeds in combinatie met een nieuwe ontsluitingsweg doorgerekend, maar mocht dit aan de orde zijn, dan kan onderzocht worden of deze ook zonder een nieuwe ontsluitingsweg gerealiseerd kan worden en wat dán de effecten zijn. Deze staat in principe dus los van het Tracé besluit. Ook zal moeten worden bekeken wat het effect van een aangepast TB-besluit is op de verkeersberekeningen en de hoeveelheid verkeer die kan worden afgewikkeld op het kruispunt Universiteitsweg – A28 (aan de oostzijde van de knips). Aanpassing In de omgevingsvisie is bovenstaande toegevoegd ter verduidelijking.. 2.1.5 Uitbreiding fiets- en voetgangersnetwerk Reacties Insprekers willen graag dat nieuwe fietsroutes geen nieuwe doorsnijdingen creëren, maar dat bestaande verbindingen beter worden benut. Ook mogen deze niet ten koste gaan van natuur en waardevol (cultuurhistorisch) landschap. Uitgangspunt dient te zijn dat deze aangelegd worden binnen bestaande wegprofielen. Daarnaast zijn verschillende insprekers bang dat het aanleggen van nieuwe recreatieve wandelpaden tussen het USP en de landgoederen zorgt voor meer drukte en verstoring van de natuur.
Antwoord Om de groei van Utrecht, het USP en de regio op te kunnen vangen is een schaalsprong Fiets en OVrandvoorwaardelijk. Dat betekent enerzijds het opwaarderen van bestaande routes, maar ook het creëren van nieuwe (regionale) routes. Waar het routes van/naar de buurgemeenten betreft uiteraard in afstemming met de betreffende gemeente.
13 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Een directe(re) fietsroute naar Zeist kan zeker bijdragen aan het stimuleren van de fietsgebruik tussen USP en Zeist en verder en maakt onderdeel uit van het Uitvoeringsprogramma Fiets 2019-2023 van de provincie Utrecht. Het betreffende fietspad valt buiten het plangebied van de omgevingsvisie, maar is een belangrijke wens om het USP vanuit de oostkant goed te ontsluiten voor fietsverkeer en daarmee een alternatief te worden voor regionaal autoverkeer. De verbinding ligt buiten de gemeente Utrecht en er zijn meerdere tracés denkbaar. Het netwerk van wandelpaden heeft mede tot doel Amelisweerd beter met de omgeving te verbinden,. Ook wordt het gebied er als het ware door vergroot waardoor bezoekers aan de landgoederen zich meer kunnen verspreiden. Daarnaast maakt het padennetwerk het land schap beleefbaar voor het groeiend aantal inwoners en zorgt voor diverse wandelommetjes. Het type paden dient hiervoor nog nader bepaald te worden. Als voorbeeld: een struinpad heeft andere effecten dan een brede wandellaan. Een struinpad biedt ruimte voor extensieve recreatie (zoals wandelen / hardlopen). Het klopt daarnaast dat het vergroten van de recreatieve toegankelijkheid van de weilanden en groengebieden kan leiden tot verstoring van daar aanwezige natuurwaarden. Behoud en ontwikkeling van biodiversiteit is ook een van de ambities van de omgevingsvisie.
Dit betekent dat we hiernaast ook voldoende ontoegankelijke rustgebieden voor natuur realiseren, bijvoorbeeld voor verstoringsgevoelige soorten als ree, das en boommarter. De verschillende maatregelen zullen dus op basis van ecologisch onderzoek en in relatie tot elkaar moeten worden uitgewerkt. Aanpassing Er is nog een tweede (gestippeld) tracé voor de gewenste fietsroute naar Zeist op de kaart opgenomen, om te benadrukken dat er meerdere tracés denkbaar zijn.
2.2 Bebouwing & functies 2.2.1 Effecten hoogbouw op landschap / hoogbouw tot 105 m Reacties Verschillende insprekers geven aan vanuit landschappelijk oogpunt de maximaal toegestane bouwhoogte van 105 meter te hoog te vinden. Men vindt een maximale bouwhoogte van 85 m (zoals het RIVM) ruimschoots hoog genoeg. De meeropbrengst aan vierkante meters van nog hoger bouwen weegt niet op tegen de landschap pelijke schade. Verzocht wordt geen nieuwe skyline te ontwikkelen en de huidige aantrekkelijke overgang van landelijk naar stedelijk gebied te behouden. Antwoord In de Omgevingsvisie geldt een basishoogte, daarboven zijn hoogteaccenten mogelijk als aan bepaalde randvoorwaarden wordt voldaan. De basishoogte is voor het grootste deel 35m. Voor het Diergeneeskunde cluster geldt een basishoogte van 20 m. Deze basishoogte sluit aan bij de bouwhoogte die nu al mogelijk is in het USP. Hoogteaccenten tot 105 m zijn mogelijk in het gebied waar een basishoogte geldt van 35m, daarbuiten niet. Voor het realiseren van deze hoogteaccenten zal moeten worden voldaan aan een aantal randvoorwaarden De maximale hoogte van 105 m sluit aan bij de Ruimtelijke Strategie Utrecht. Dat wil niet zeggen dat ook altijd van deze bouwhoogte gebruik zal worden gemaakt. Om hoogbouw te realiseren zal voor elk bouwplan afzonderlijk onderzocht moeten worden of dat op die plek wenselijk is.
Tot nu toe zijn met name torens gebouwd ten behoeve van studentenwoningen. Deze zijn vanuit financieel uitgangspunt meestal niet hoger dan ca. 70 meter. Dit heeft te maken met de kosten vanwege veiligheidseisen en bouwconstructies.
14 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Het USP ligt op de rand van stedelijk gebied en open landschap. Er is sprake van een contrast tussen de hoog stedelijk wereld van het USP en het open landschap er omheen. De zichtbaarheid wordt verzacht doordat vaak beplanting of lagere bebouwing voor de hoogbouw staat. Ook maakt het een groot verschil hoe de hoogbouw wordt vorm gegeven. In de huidige situatie is de hoogbouw van het USP beperkt zichtbaar vanuit het omliggende landschap. Vanaf veel plekken (ten westen van USP en noorden van USP) zorgt bebouwing, bos/bomen en de snel weg dat de hoogbouw niet zichtbaar is. Vanaf andere plekken (ten oosten en zuiden van USP) is de bestaande hoogbouw wel zichtbaar. Bijvoorbeeld vanaf de Weg naar Rhijnauwen en vanaf Amelisweerd (kijkend over de open velden), vanaf de Bunnikseweg en vanuit het gebied ten oosten van De Bilt. Voor twee van deze plekken zijn visualisaties gemaakt. Deze visualisaties tonen de huidige situatie en twee mogelijke toekomstige situaties (uitgaande van de proef verkaveling), één met hoogbouwaccenten tot maximaal 75 m en één met hoogbouw tot maximaal 105 m. De twee hoogtevarianten laten zien dat de nieuwe hoogbouw voortbouwt op het bestaande silhouet van het USP. Er ontstaat een soort gelaagd silhouet van hogere en lagere bebouwing. In deze visualisaties is uitgegaan van het winterbeeld en zonder de in de Omgevingsvisie gedachte coulissen.
Meer groen zal het beeld alleen maar verzachten. Bij de realisatie van nieuwe hoogbouw is de vormgeving en de inpassing in het gelaagde silhouet dus belangrijk, om te voorkomen dat er een ‘wand’ aan hoogteaccenten ontstaat en het huidige open karakter van de stedenbouwkundige opzet afneemt. Voor de hoogbouwaccenten is ervoor gekozen om nu niet precies vast te leggen waar deze kunnen komen, maar om de condities en randvoorwaarden mee te geven waarop deze mogelijk zijn.
Zo kan elk hoog gebouw zorgvuldig worden ingepast in het USP, zowel ten opzichte van andere hoogbouw als ten opzichten van het landschap en de omgeving eromheen. Bij de positie van hoogbouw in het USP spelen ook de volgende aspecten een rol. De zone langs de snelwegen is niet geschikt voor woningbouw (vanwege geluid en fijnstof), hoge woongebouwen (zoals studentencomplexen) zullen dus meer aan de zuidzijde dienen te worden gepositioneerd. Daarnaast is het logisch om hoogbouw te realiseren op goed bereikbare locaties (zoals bijvoorbeeld dichtbij een tramhalte). Bij de verdere uitwerking van de visie is het relevant de locaties voor hoogte-accenten zorgvuldig in te passen. Hierbij dient de plaatsing en vormgeving van hoogbouw per deelgebied worden onderzocht. Zowel het effect op het silhouet van het USP gezien vanuit het landschap als de inpassing op straatniveau is hierbij van belang. Aanpassing Mede naar aanleiding van de reacties en het advies van de commissie voor de m.e.r. is de plan-MER en de omgevingsvisie aangevuld met visualisaties die de effecten van hoogbouw inzichtelijk maken. Ook zijn aanvullende aandachtspunten opgenomen die dienen te worden onderzocht indien hoogbouw wordt toegepast. Zo dient bij de inpassing van hoogbouw het effect op het gelaagde silhouet van het USP inzichtelijk gemaakt te worden door middel van visualisaties.
Hierbij gaat het om het effect op andere hoogbouw, de beleving vanuit het gebouwde deel van het USP en het effect op het landschap. 2.2.2 Een tweede of grotere supermarkt Reacties Meerdere studenten geven aan behoefte te hebben aan een ‘normale’ middelgrote supermarkt met een groter en goedkoper aanbod. Daarnaast is ook behoefte aan onder meer een drogist.
15 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Studenten geven aan dat er geen onderzoek lijkt te zijn gedaan naar de drempelwaarde van een supermarkt. En geven aan dat er alternatieven voor een supermarkt mogelijk zijn, met een lagere drempelwaarde, zoals een groenteboer. Antwoord Op basis van het aantal inwoners (inclusief de groei zoals voorgesteld in de omgevingsvisie) en het aantal studenten en medewerkers is qua koopstromen ruimte voor één supermarkt in het USP, aangevuld met kleinschalige kiosken die er grotendeels al zijn. Dat geeft ook het horeca- en retailrapport van WYNE (2021) aan. Daarbij is Wyne er van uitgegaan dat er in de nieuwbouwlocatie aan de Archimedeslaan na realisatie een full-service supermarkt zal komen. De nieuwbouwlocatie aan de Archimedeslaan is door de groei van bewoners in Rijnsweerd en de aard van de huishoudens de meest geschikte locatie voor een (full-service) supermarkt. Dit is op circa 1500 m afstand van de studentenflats in het USP. De supermarkt in het USP voorziet in een aanbod gericht op de doelgroep met dagelijkse boodschappen (met een groter assortiment dan nu het geval is) en een aandeel ‘to go’. Om dat aan te kunnen bieden is een grotere supermarkt nodig dan de huidige supermarkt. De huidige supermarkt onderin het Martinus Langeveldgebouw kan niet uitbreiden op die plek en op termijn wil de UU het Martinus Langeveldgebouw slopen.
De nieuwe locatie van de supermarkt is gelegen in het Centrumgebied van het USP. De Universiteit Utrecht zal binnen de kaders van de omgevingsvisie een gebiedsplan uitwerken (voorzien in 2022) waar de mogelijke locatie (of locaties) voor de nieuwe supermarkt onderdeel van zijn, alsmede het moment dat deze locatie of locaties beschikbaar komen. Naast een supermarkt is er in het USP ook ruimte voor andere detailhandel (bijvoorbeeld een groenteboer en drogist).
Initiatiefnemers of ondernemers kunnen zich melden bij de Universiteit Utrecht of de st. USP, vervolgens kan gekeken worden waar en wanneer er ruimte beschikbaar is of komt. Vergroting van het aanbod wordt bij voorkeur gesitueerd aan de Centrumboulevard. Ondernemers en initiatiefnemers zullen met de vastgoedeigenaren in gesprek moeten om dit te concretiseren. Aanpassing Er is geen aanpassing doorgevoerd. 2.2.3 Zoeklocaties voor het Ronald Mac Donald Huis Reactie Meerdere bewoners en natuur- en milieuorganisaties geven aan bezwaren te hebben tegen een zoeklocatie voor het Ronald Mc Donaldhuis buiten de rode contour. Vrienden van Amelisweerd geven aan blij te zijn dat de waarde van de landgoederen en het omringende landschap in de Omgevingsvisie worden erkend. Maar dat een gevolg hiervan moet zijn dat de rode contour blijft waar deze thans ligt. Antwoord De aanleiding voor het zoeken naar een alternatieve plek voor het Ronald Mc Donald Huis is twee-ledig: 1. het huis groeit heeft als gevolg van de komst van het Prinses Maxima Centrum behoefte aan uitbreiding.2. de gewenste verplaatsing van de parkeergarage voor patiënten naar de noordzijde van het UMC-U. Dit laatste hangt samen met de interne herinrichting van het UMC-U waarbij patiëntfuncties naar de noordzijde van het ziekenhuis worden verplaatst én moet daarnaast zorgen voor minder (zoek)verkeer van patiënten.
De complexiteit rondom het zoeken naar een alternatieve plek voor het RMDH is groot.
16 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
De uitvoering van de motie van de raad hierover maakt dat meerdere varianten zijn onderzocht, ook buiten de rode contour. In een gezamenlijke werkgroep (met RMcD Huis, UMC Utrecht, UU, gemeente en provincie) is de conclusie getrokken dat de inpassing van het RMcD Huis Utrecht op locatie A als enige van de onderzochte locaties kansrijk is bevonden, mits de inpassing van het RMcD Huis Utrecht in/bij het nieuwe ontvangstgebouw aan de noordzijde van het UMC Utrecht (stedenbouwkundig, verkeerskundig en financieel) haalbaar kan worden gemaakt. Dat betekent dat de uitwerkingsopgave voor een nieuw RMcD Huis gericht is op de uitwerking van locatie A. Hiertoe zal met het UMC Utrecht het Utrechts Plan Proces (UPP-traject) worden doorlopen, dat voorziet in de uitwerking van een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPVE) voor deze plek. Als op enig moment bij de uitwerking blijkt dat inpassing van het RMcD Huis op locatie A toch onhaalbaar is, kan worden teruggegrepen op het advies van de werkgroep en de opgeleverde rapportages. Aanpassing De uitwerkingsopgave is aangepast op basis van de conclusies van het gezamenlijke onderzoek. 2.2.4 Locatie en uitbreiding capaciteit sport Reacties Insprekers zijn tevreden met de aandacht voor sport, maar vragen voor een betere onderbouwing waarom niet is gekozen voor verplaatsing naar Schapenweide.
Ook zijn er insprekers die zich uitspreken tegen een alternatieve locatie voor sport buiten rode contour. Verschillende studenten sportverenigingen vragen zich af of de benoemde ruimte voor uitbreiding genoeg is.
Antwoord In de Omgevingsvisie wordt er van uitgegaan dat Olympos op de huidige plek blijft omdat hier de mogelijkheden om alle sport op één locatie te houden het grootst zijn. Ook worden andere (groene) waarden het minst aangetast. Op termijn dient het sportcentrum van Olympos te worden vernieuwd. Bij die vernieuwing kan dan ook een plan worden gemaakt om de veldcapaciteit uit te breiden met 2 velden. Er zijn nu verschillende varianten uitgewerkt en mogelijk heden benoemd (zie de uitwerkingsopgave in 14.1, deel C van de omgevingsvisie). Er is nog geen definitieve keuze gemaakt. Die is o.a. afhankelijk van de vraag naar sportfaciliteiten op dat moment. Mocht er op en rond het huidige Olympos toch te weinig ruimte blijken te zijn, dan is een aantal alternatieve locaties benoemd die kunnen worden onderzocht om (onderdelen van de) sportvoorzieningen naar te verplaatsen. Uitgangspunt daarbij is dat één van de veldsporten en/ of het sportcentrum naar elders wordt verplaatst. Deze alternatieve plekken vragen gezien de aanwezige waarden om een zorgvuldige afweging per locatie. In deze omgevingsvisie wordt die keuze nog niet gemaakt. Bij de alternatieve plekken is ook een plek buiten de rode contour opgenomen (in de weilanden bij het RIVM). Voor het faciliteren van deze functie hoeft de rode contour niet verlegd te worden.
Wel moet de functie in het bestemmingsplan worden gewijzigd, en hiervoor zal op het moment dat deze locatie daadwerkelijk wordt overwogen (dit is pas aan de orde als andere opties niet voldoende ruimte bieden) een zorgvuldige afweging met aanwezige waarden plaats moeten vinden in het kader van een hiervoor benodigde juridischplanologische procedure. De gemeenteraad neemt hierover dan een besluit. Voor de gemeente is het uitgangspunt dat bewoners in hun directe leefomgeving kunnen sporten. Een goede stedelijke spreiding van sportvoorzieningen voor alle inwoners van de stad zorgt voor een zo optimaal mogelijk gebruik van sportfaciliteiten.
17 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
De gemeente laat elke 2 jaar door het Mulier instituut berekenen wat er nodig is aan formele sportruimte van een aantal sporten waarvoor de gemeente accommodaties heeft en die veel ruimte in beslag nemen. De gemeente gebruikt een berekeningsmethode die uitgaat van normen, bevolkingscijfers ed. Op basis van het Mulieronderzoek is uitbreiding met 2 velden gewenst (waarvan 1 kan worden ingevuld door het huidige rugbyveld in kunstgras uit te voeren). De Universiteit heeft samen met de Sportraad Utrecht gekeken naar wat zij aan sportvoorzieningen in het USP nodig vinden. Hiervoor is door de UU een alternatieve berekening uitgevoerd voor de studenten sport gebaseerd op vierkante meter normen per woning. In overleg met de studentensportverenigingen en Olympos heeft de Universiteit vastgesteld dat bovenop Mulier op lange termijn uitbreiding met 1 extra voetbal of hockeyveld mogelijk gewenst is. De veldbezetting wordt de komende jaren gemonitord om dit uitgangspunt te toetsen. Omdat het om sportvoorzieningen gaat van de UU is het ook aan de UU of er een daadwerkelijke uitbreiding komt voor een aantal sporten.
2.3 Groen blauwe raamwerk
Aanpassing In de omgevingsvisie is ter illustratie een afgevallen variant opgenomen. In deze variant is onderzocht of sport kan worden ingepast op de Schapenwei. Deze variant is afgevallen omdat de sportvelden hier ruimtelijk niet inpasbaar zijn en omdat ze strijdig zijn met andere waarden van de Schapenwei en de ambitie voor het versterken van het groen-blauwe raamwerk.
Antwoord Het netwerk van paden heeft mede tot doel Amelisweerd beter met de omgeving te verbinden, Ook wordt het gebied er als het ware door vergroot waardoor bezoekers aan de landgoederen zich meer kunnen verspreiden. Daarnaast maakt het padennetwerk het landschap beleefbaar voor het groeiend aantal inwoners en zorgt voor diverse wandelommetjes. Het type paden dient hiervoor nog nader bepaald te worden. Als voorbeeld: een struinpad heeft andere effecten dan een brede wandellaan. Een struinpad biedt ruimte voor extensieve recreatie (zoals wandelen / hardlopen). Het klopt dat het vergroten van de recreatieve toegankelijkheid van de weilanden en groengebieden kan leiden tot verstoring van daar aanwezige natuurwaarden. Behoud en ontwikkeling van biodiversiteit is ook een van de ambities van de omgevingsvisie.
2.3.1 Balans natuur en recreatie Reacties Verschillende insprekers (w.o. de Vrienden van Amelisweerd) geven aan blij te zijn dat de waarde van de landgoederen en het omringende landschap in de Omgevingsvisie worden erkend. De kans om de groene verbindingen kwalitatief en kwantitatief te versterken rond het Science Park zoals tussen de landgoederen Rhijnauwen en Oostbroek moet worden benut. Natuurnetwerken en recreatieve netwerken gaan echter niet altijd samen. O.a. Buurtschap Oostbroek en Kromme Rijn maakt zich zorgen over extra fietspaden met verlichting door het laatste ‘ongerepte’ deel van de weilanden. Het omvormen van de huidige schapenwei tot een soort groene entree waar het prettig toeven is, wordt daarnaast door meerdere insprekers onderschreven.
18 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Dit betekent dat we hiernaast ook voldoende ontoegankelijke rust gebieden voor natuur realiseren, bijvoorbeeld voor verstorings gevoelige soorten als ree, das en boommarter. De verschillende maatregelen zullen dus op basis van ecologisch onderzoek en in relatie tot elkaar moeten worden uitgewerkt. Bij de uitwerking van de fietspaden dient onderzocht te worden welke inrichting (maatvoering, materialisatie en eventuele verlichting) het best past bij de aanwezige waarden (landschap en natuur) en bij de aard van de route in het fietsnetwerk (doorfietsroute, recreatieve route). Aanpassing In de omgevingsvisie is opgenomen dat bij de uitwerking van de fietspaden onderzocht dient te worden welke inrichting (maat voering, materialisatie en eventuele verlichting) het best past bij de aanwezige waarden (landschap en natuur) en bij de aard van de route in het fietsnetwerk (doorfietsroute, recreatieve route). 2.3.2 Borging van groene waarden en ambities Reactie Van de Vrienden van Amelisweerd krijgen we een compliment omdat ‘deze Omgevingsvisie een veel veelzijdiger stuk is dan voorgaande visies en plannen’. Zij geeft echter ook aan dat het gevaar bij deze visie is dat niet alle ambities worden verwezenlijkt en dat dan de sterkste partijen met de hardste belangen uiteindelijk de regie gaan voeren.
Twee dingen zijn dan belangrijk: een systematiek van monitoring en verantwoording, en het blijven betrekken van bewoners en organisaties die ook voor de “zachte belangen” opkomen.
Antwoord Deze Omgevingsvisie is een visie voor de lange termijn (2040). De visie vormt het toetsingskader voor concrete plannen voor verandering in het gebied zoals bouwplannen en plannen voor verandering van de openbare ruimte. Deze plannen worden getoetst aan de ambities uit deze visie en dienen nog te worden vertaald in een juridisch- planologische planvorm (zoals omgevingsplan). Hiervoor worden de daarbij behorende besluitvormingsprocedures doorlopen, inclusief inspraak en mogelijkheden voor bezwaar en beroep. In de visie zijn kaarten opgenomen met de bebouwings clusters en het groene raamwerk. De bebouwingsclusters liggen vrijwel geheel op plekken waar nu bebouwing is of parkeerterreinen en wegen. Meer ruimte voor wonen en werken ontstaat doordat de ruimte intensiever wordt gebruikt. De ruimte die wordt geboden voor groei van o.a. sciencebanen en woningen wordt gecompenseerd door maatregelen in het groenblauwe raamwerk, volgens de principes van Groen groeit mee. In het groene raamwerk wordt het landschap gespaard én daarnaast meer geschikt gemaakt voor recreatie en versterking van biodiversiteit. Dit is al behoorlijk concreet gemaakt door de toevoeging van fietsen voetpaden, parken, coulissen, watervriendelijke oevers etc.
Over de uitvoering van de ambities maakt de gemeente Utrecht ook (privaatrechtelijke) afspraken met de grondeigenaren in het gebied, zijnde de UU en UMC-U. Aanpassing In het plan MER is aanvullend de volgende spelregel opgenomen: Bewaakt dient te worden dat groen en verstedelijking in balans zijn. Hiertoe kan de gemeente afspraken maken met de grondeigenaren UU en UMC-U, over de realisatie van de ambities in het groen-blauwe raamwerk en de fasering ervan. De realisatie van de ambities dient daarbij gelijke tred te houden met de toevoeging van nieuwe functies.
19 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
2.4 Energie & duurzaamheid 2.4.1 Windenergie Reacties Bewoners van naastgelegen wijk Rijnsweerd geven aan een zoek locatie voor de plaatsing van één of twee grote windmolens onaanvaardbaar te vinden met als belangrijkste reden de verwachte overlast van geluid en slagschaduw en de gevolgen voor de gezond heid. Bovendien vindt men dat het weinig bijdraagt aan de energie transitie die moet worden gemaakt (‘windowdressing’). De alternatieven zijn onvoldoende onderzocht (energiebesparing, de kansen voor warmte/krachtkoppeling, zonnepanelen langs de snelwegen, kleinere windmolens). Er wordt gevraagd hoe het kan dat hoogbouw tot maximaal 105 meter mogelijk is, terwijl een wind turbine waarschijnlijk veel hoger zal worden. Antwoord Wij begrijpen de zorgen over de effecten van windmolens. Gezondheid, geluid, slagschaduw, zicht, natuur, landschap, veiligheid en schaarse ruimte worden in veel reacties genoemd. De keuze voor de zoeklocatie is gebaseerd op wettelijke normen voor geluid, externe veiligheid en slagschaduw. Graag verwijzen we naar de Raadsbrief van 1 juli 2021 ( iBabs Online) waarin wordt ingegaan op deze wettelijke normen en een uitspraak hierover van de Raad van State van 30 juni 2021.
Bij het vormgeven van een concreet project dient in het kader van de bestemmingsplan- en omgevingsvergunningprocedure nog uitgebreid onderzoek gedaan te worden naar de hinder en effecten op gezondheid en het landschap, waarbij het uitgangspunt is dat deze zo veel mogelijk worden beperkt. De gemeenteraad neemt vervolgens een afgewogen beslissing op basis van eventuele resterende hinder en het belang van duurzame energieproductie.
Mocht het Rijk nog geen normen hebben vastgesteld op het moment dat de Raad de omgevingsvergunning en/of het bestemmingsplan ter vaststelling voorgelegd krijgt dan is de gemeenteraad verantwoordelijk voor het maken van de afweging voor vast te stellen milieunormen voor windmolens. Bij het voorbereiden van een eventueel concreet windmolenproject worden omwonenden betrokken om de genoemde effecten zoveel mogelijk te beperken tot een (voor de meeste mensen) acceptabel niveau. Effecten zijn daarbij niet alleen afhankelijk van de afstand van een windmolen tot woningen, maar ook van de hoogte, de keuze voor een type windturbine en aanvullend te treffen maatregelen (zoals terug regelen of stil zetten in bepaalde situaties). Wij komen dan graag terug op de zorgen, opmerkingen en bedenkingen die zijn geuit. De doelstelling van de hoogbouwvisie is het leveren van een toetsings kader voor hoogbouwplannen, door na te gaan welke bijdrage hoge gebouwen kunnen leveren aan de ontwikkeling van Utrecht, en aan het beter zichtbaar en herkenbaar maken van de stad. Daarbij geeft de hoogbouwvisie aan waar hoogbouw wenselijk is en waar niet omdat er bijvoorbeeld zichtlijnen zijn op de Dom. Bij hoogbouw gaat het om gebouwen hoger dan 30 meter. In de hoogbouwvisie is geen beleid ten aanzien van windmolens opgenomen, omdat windmolens geen gebouwen zijn.
De hoogte bepalingen hebben dus geen betrekking op een windturbine. Een windturbine heeft effect op het stadssilhouet. De turbine zal van ver zichtbaar zijn. Doordat een turbine een kleine footprint heeft en een smalle mast, blijft het stadssilhouet grotendeels zichtbaar. Bij plaatsing van windmolens dient het effect op het landschap te worden onderzocht en dient rekening te worden gehouden met zichtlijnen op de Dom.
20 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Aanpassing In de omgevingsvisie is benadrukt dat bij het vormgeven van een concreet project dient in het kader van de bestemmingsplan- en omgevingsvergunningprocedure nog uitgebreid onderzoek gedaan te worden naar de hinder en effecten op gezondheid en het landschap, waarbij het uitgangspunt is dat deze zoveel mogelijk worden beperkt. De gemeenteraad neemt vervolgens een afgewogen beslissing op basis van eventuele resterende effecten en het belang van duurzame energieproductie. Bij het voorbereiden van een eventueel concreet windmolenproject worden omwonenden betrokken om de genoemde effecten zoveel mogelijk te beperken tot een (voor de meeste mensen) acceptabel niveau. Effecten zijn daarbij niet alleen afhankelijk van de afstand van een windmolen tot woningen, maar ook van de hoogte, de keuze voor een type windturbine en aanvullend te treffen maatregelen (zoals terug regelen of stil zetten in bepaalde situaties). 2.4.2 Zonnevelden Reacties Veel insprekers geven aan dat een visie op zonnepanelen op daken wordt gemist. Zonnevelden in het landschap tasten deze te veel aan, en door in te zetten op alternatieven, is het ook niet nodig. Het landschap moet volgens insprekers worden behouden of gebruikt voor landbouw, recreatie en/of natuur. Vrienden van Amelisweerd zijn ‘pertinent tegen’ plaatsing van zonnevelden buiten de rode contour van het USP.
Het doet enorm afbreuk aan de landschappelijke waarde en beperkt potenties op het gebied van natuurwaarden en biodiversiteit. Voorgesteld wordt om optimaal gebruik te maken van zonne-energie binnen de rode contour waarbij er een grote voorkeur is voor het gebruik van de daken. Antwoord De hoeveelheid energie die geproduceerd kan worden met zonne panelen op daken, gevels en parkeerterreinen is beperkt in relatie tot de energievraag in het USP.
We kiezen er daarom voor om daken, gevels en parkeerterreinen waar mogelijk maximaal te benutten en daarnaast ook de mogelijkheid te bieden om inpassing van zonnevelden in het groen-blauwe raamwerk te onderzoeken. De gemeente heeft in het kader van potentieel onderzoeken wind- en zonne-energie (die zijn uitgevoerd voor de Regionale Energie Strategie) ook zoekgebieden voor zonnevelden aangewezen. De weilanden aan de zuidkant tussen de bebouwing en de weilanden aan de oostkant naast de bebouwing bieden de meeste kansen voor de realisatie van zonnevelden. De Universiteit Utrecht heeft een eerste ontwerpend onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke inpassing van zonnepanelen in het groen-blauwe raamwerk dat de basis vormt voor de stedelijke hoofdgroenstructuur. De ligging in de stedelijke hoofdgroenstructuur vormt een kernkwaliteit van de stad en het USP. Het ontwerpend onderzoek wijst dan ook uit dat zonnepanelen mogelijk inpasbaar zijn in het groen-blauwe raamwerk als ze kleinschalig worden toegepast en op een manier dat ze een bijdrage leveren aan de versterking van het landschap (cultuurhistorie, recreatie, ecologie etc). De verwachting van wat er gerealiseerd kan worden varieert van 0 GWh tot maximaal 14 GWh zonnestroom per jaar. In de verdere uitwerking moet worden onderzocht óf en zo ja hoe dit kan worden vormgegeven en of dit technisch en economisch haalbaar is.
Bij de inpassing dient rekening te worden gehouden met de waarden van het groen-blauwe raamwerk en de stedelijke hoofdgroenstructuur. Aanpassing De resultaten van het ontwerpend onderzoek zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. Het ontwerpend onderzoek wijst uit dat zonne panelen mogelijk inpasbaar zijn in het groen-blauwe raamwerk als ze kleinschalig worden toegepast en op een manier dat ze een bijdrage leveren aan de versterking van het landschap (cultuurhistorie, recreatie, ecologie etc). De verwachting van wat er gerealiseerd kan worden varieert van 0 GWh tot maximaal 14 GWh zonnestroom per jaar. In de verdere uitwerking moet worden onderzocht óf en zo ja hoe dit kan worden vormgegeven en of dit technisch en economisch haalbaar is.
21 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
2.6 Algemeen 2.6.1 MER: ontbreken van meerdere planalternatieven en verankering spelregelkader in Omgevingsvisie Reacties In een aantal reacties wordt aangegeven dat het onderzoek naar slechts één planalternatief in het plan-MER te beperkt wordt gevonden. Daarnaast vragen insprekers zich af op welke wijze toepassing van de spelregels van het plan-MER geborgd is. Antwoord Bij het plan-MER is de toetsing van de effecten van het ruimtelijke voornemen leidend. Het onderzoeken van meerdere alternatieven heeft als doel om te zoeken naar invullingen die de effecten kunnen beperken (voorheen heette dit het ‘Meest Milieuvriendelijke Alternatief’) – maar niet direct minder ontwikkelingen toe te staan. De keuze voor één plan-alternatief is bewust gemaakt omdat met de verdichting van de bebouwing in de huidige bebouwingsclusters en de randvoorwaarde van het behoud en versterken van het groenblauwe raamwerk, de effecten van de groei maximaal worden beperkt en ook waarden worden toegevoegd. Door het invoeren van knips op de Leuvenlaan en Cambridgelaan en het hanteren van een strenge parkeernorm voor nieuw toe te voegen m2 bedrijfsvloeroppervlak, zijn de effecten van verkeer op de omgeving ook minimaal. De commissie voor de m.e.r.
heeft in haar toetsingsadvies aangegeven dat de keuze voor één planalternatief voor het globale niveau van een omgevings visie het meest geschikt is voor het realiseren van de ambities. Het is in deze situatie een logische keuze om in het MER uit te gaan van dit ene alternatief. In het kader van de uitwerking van concrete plannen wordt (definitief) besloten of ontwikkelingen aanvaardbaar worden geacht in relatie tot wettelijke kaders en aanwezige waarden.
Aanpassing Er is geen aanpassing doorgevoerd. 2.6.2 De betrokkenheid bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie Reactie Meerdere bewoners (onder meer van de bewonersgroep Rijnsweerd) geven in hun reactie aan dat in de Raadsbrief bij vrijgave van de concept- Omgevingsvisie USP de suggestie wordt gewekt dat zij achter de concept Omgevingsvisie staan. Zij geven aan dat ten onrechte de indruk wordt gewekt dat er participatie van omwonenden heeft plaatsgevonden. Weliswaar zijn er vanaf het begin van de plan vorming door de gemeente ook bewoners van Rijnsweerd betrokken geweest bij de informatievergaring, maar van het meenemen van enige inbreng van bewoners in de visie blijkt niets. En als het Bewoners overleg de gemeente er niet op attent had gemaakt dan waren de bewoners van Rijnsweerd, de directe buren van het USP, in het geheel niet rechtstreeks geïnformeerd over de inspraakprocedure en de informatiebijeenkomst. Antwoord In de Raadsbrief staat inderdaad het volgende: De gemeente Utrecht heeft de afgelopen anderhalf jaar in samen werking met de Universiteit Utrecht, Universitair Medisch Centrum Utrecht, Stichting Utrecht Science Park en met inbreng van gebruikers, omwonenden en andere betrokkenen, deze omgevingsvisie opgesteld voor het Utrecht Science Park. Ook is een plan MER opgesteld om de milieu-effecten in beeld te brengen.
Met inbreng wordt hier niet bedoeld dat bewoners het met alles eens zouden zijn, maar wel dat er met elkaar over de inhoud van de omgevingsvisie is gesproken. Het participatieniveau voor alle belanghebbenden betrof consultatie.
22 - Omgevingsvisie Utrecht Sciencepark 2040 - Reactienota
Dat betekent dat we meningen en input hebben opgehaald over de voorstellen voor invulling van de thema’s zoals benoemd in de Omgevingsvisie en met kennis van alle belangen tot keuzes zijn gekomen. Daarmee suggereren we niet dat alle betrokkenen het met alle keuzes eens zijn, daarom is er ook altijd de mogelijkheid om via de formele inspraak een reactie in te dienen. We hebben echter ons best gedaan om met alle belangen zo goed mogelijk rekening te houden. Maar ook vanaf het begin aangegeven dat er keuzes gemaakt zouden worden. Helaas heeft Covid-19 ons ertoe genoodzaakt om na een succesvolle fysieke eerste grote bijeenkomst met 150 deelnemers (Lab 1) in januari 2020, de vervolgsessies online te organiseren. Naast zoomsessies, hebben er in de zomer van 2020 echter nog enkele fysieke deel sessies op het Stadskantoor plaatsgevonden, zodra dit ivm Corona mogelijk was. Daarna hebben we ze weer online georganiseerd. De kennisgeving van het voornemen, inclusief (de verwijzing naar) de Nota Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is gepubliceerd in het Stadsblad/De Brug en op het internet op de website www.uspomgevingsvisie.nl. Dezelfde kennisgeving is per email verzonden naar ca. 800 belanghebbenden die bij de gemeente bekend stonden als geïnteresseerd in de Omgevingsvisie.
Tevens is het zo dat de kennisgeving is medegedeeld aan het partneroverleg waar vertegenwoordigers van diverse belangengroepen deel aan namen. Tot slot is de NRD ook verstuurd naar betrokken bestuursorganen met het verzoek om advies te leveren over de reikwijdte en het detailniveau van het MER. De Notitie reikwijdte en detailniveau is gedurende 4 weken ter inzage gelegd waarop iedereen zienswijzen kon indienen. Het partneroverleg is ingesteld met de opdracht om te kijken of de gebruikers op een goede manier konden meedenken bij het maken van de omgevingsvisie.