CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. OV-toekomstbeeld midden NL bestuursnotitie Definitief (digitale verspreiding).pdf

Gemeenteraad 22 april 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Verstrekken propositie Nationaal Groeifonds12.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

OV TOEKOMSTBEELD MIDDEN NEDERLAND

Hoofdrapport

OV toekomstbeeld Midden Nederland Een schaalsprong in het openbaar vervoer om sneller te kunnen reizen, ook in combinatie met de auto en de fiets, meer capaciteit te bieden en een solide basis te leggen voor nieuwe verstedelijkingsplannen.

Opdrachtgever(s)

Provincie Utrecht, Gemeente Utrecht

Titel rapport

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

In samenwerking met Kenmerk Datum publicatie Status © Copyright Goudappel Coffeng

Arcadis 001914.201904.R1.04 17 juni 2019 Definitief Niets uit deze rapportage mag worden overgenomen zonder bronvermelding. Aan de inhoud van de rapportage kunnen geen rechten worden ontleend. Eventuele rechthebbenden op gebruikt beeldmateriaal dienen contact op te nemen met de uitgever.

2

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

inhoudsopgave 1.

Inleiding

5

2.

Het ontwikkelperspectief OV voor Midden Nederland

9

3.

Een systeemsprong op het spoor 

19

4.

Een systeemsprong op het regionaal OV-kernnet 

25

5.

Multimodale regionale knopen 

29

6.

Verstedelijking koppelen aan de hoofdstructuur 

31

7.

Het effect van het OV Toekomstbeeld

33

8.

Samenvatting en conclusies

36

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

3

4

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

1. Inleiding Midden Nederland groeit hard en daarmee ook de mobiliteit. De regio wil dit opvangen door sterk in te zetten op openbaar vervoer en fiets, maar het openbaar vervoer loopt tegen zijn capaciteit aan en is in veel gevallen ook onvoldoende aantrekkelijk. Daarnaast zoekt de regio naar ruimte voor nieuwe verstedelijking die ook op het openbaar vervoer moet zijn georiënteerd. Binnen deze context heeft de regio Midden Nederland een ontwikkelperspectief voor het openbaar vervoer opgesteld dat aantrekkelijk is voor een groeiende groep van gebruikers. Het perspectief biedt ruimte voor verdere invulling, maar geeft wel duidelijk de gewenste ontwikkelingsrichting aan.

Midden Nederland groeit

Groeiende mobiliteitsvragen: een uitdaging voor het openbaar vervoer

Een basis voor nieuwe verstedelijking

Midden Nederland vormt een van de snelst groeiende regio’s van Nederland. In de regio Utrecht is voor de periode tot 2040

De ruimtelijk-economische groei gaat ook gepaard met een

de verstedelijkingsopgave. Nieuwe verstedelijking zal moeten

behoefte aan 100.000 nieuwe woningen. Voor de hele provin-

groei van de mobiliteit. De regio heeft een sterke positie,

worden gerealiseerd met geringe mobiliteitseffecten voor de

cie gaat het om 170.000 nieuwe woningen. Behalve wonen

centraal in het land. Gevolg is dat een algemene groei van

auto, omdat de ruimte hiervoor ontbreekt. Maar ook het open-

groeit ook de werkgelegenheid hard. De groei concentreert

de mobiliteit altijd leidt tot groeiende vervoerstromen in

baar vervoer kent beperkingen in de capaciteit. Behalve op het

zich in economische kerngebieden als de binnenstad van

de regio Midden Nederland. Vooral de regio Utrecht vervult

spoor (Utrecht – Amsterdam) lopen ook op de onderliggende

Utrecht en Amersfoort en gebieden als het Utrecht Science

een draaischijffuntie in het landelijke net. Hierdoor worden

onderdelen van het netwerk als de Uithoflijn, de binnenstadsas

Park, Rijnsweerd, Nieuwegein, Bunnik, Nijkerk en Vathorst.

omvangrijke stromen in het herkomst – en bestemmingsver-

in Utrecht, de busbaan door het USP-gebied, de Van Zijstweg

keer gecombineerd met omvangrijke doorgaande verkeersstro-

en de verbinding tussen station Amersfoort en de binnenstad

men. Dit stelt het systeem voor capaciteitsvraagstukken, zowel

tegen capaciteitsgrenzen aan. Investeringen zijn nodig om

op de hoofdwegen als in het openbaar vervoer. Tegelijkertijd

voldoende capaciteit te bieden. Een hele reeks van uitdagingen

dient het eigen regionale vervoersysteem een kwaliteitslag te

derhalve. De regio Midden Nederland gaat deze uitdagingen

maken. Een grotere rol voor het openbaar vervoer is nood-

graag aan.

Het openbaar vervoer moet ook een goede basis vormen voor

zakelijk, niet alleen uit oogpunt van verduurzaming van de mobiliteit, maar ook om nationale weginfrastructuur te ontlasten. Nieuwe technieken en mobiliteitsvormen (Mobility as a Service) dienen een vanzelfsprekend onderdeel van het hele systeem te zijn. Dit roept de vraag op naar meer samenhang met fiets en auto in mobiliteitsknooppunten.

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

5

6

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

De structuuropgave Utrecht Centraal Binnen Midden Nederland staat de regio Utrecht voor een

Het ontwikkelperspectief OV: een bouwsteen die richting geeft

structuuropgave, die sterk sturend is voor de verdere uitwer-

Het OV Toekomstbeeld Midden Nederland geeft een ontwik-

voerders, ProRail en het ministerie van I&W. Doel is om tot

king van het ontwikkelperspectief voor Midden Nederland.

kelperspectief voor het OV in Midden Nederland. Het maakt de

gezamenlijke afspraken te komen over de ontwikkeling van

In de bestaande structuur leidt elke verbetering van het

inzet van de verantwoordelijke partijen duidelijk en zorgt voor

een robuust en toekomstvast OV-systeem voor de komende

OV in Midden Nederland tot een groei van overstappers op

samenhang in beleid. Het is op zichzelf niet besluitvormend

20 jaar. Dit OV-systeem is onderdeel van de Nationale

Utrecht Centraal. Daarmee is de capaciteit van Utrecht Centraal

op het niveau van projecten, maar reikt het samenhangend

Omgevingsvisie en ligt ook aan de basis voor de regionale

bepalend voor de ruimte voor de groei van het OV in Midden

kader aan en maakt vanuit dat kader helder wat relevante en

investeringsafspraken in het kader van het BO-MIRT.

Nederland als geheel. Belangrijke structuurvraag is dus of het

niet-relevante opties zijn. Het ontwikkelperspectief is dus geen

mogelijk is vervoerstromen structureel van Utrecht Centraal af

blauwdruk. Het biedt nadrukkelijk ruimte voor nadere invulling

▪▪ Het programma U Ned, waarin Midden Nederland samen-

te leiden, dan wel de capaciteit van Utrecht Centraal structureel

en uitwerking, maar geeft wel de gewenste ontwikkelrichting

werkt met Rijkswaterstaat, de ministeries van IenW, BZK

te vergroten.

om de samenhang en synergie zo goed mogelijk te borgen.

en EZK, de U10 en de provincie aan het U Ned programma

Daarmee levert het ontwikkelperspectief een bouwsteen en

en de lopende MIRT studie, die het regionale kader moet

een kader voor:

vormen waarbinnen afspraken worden gemaakt over de

▪▪ Het Landelijk OV Toekomstbeeld waarin de regionale vervoerautoriteiten en grote steden samenwerken met ver-

ontwikkeling van de mobiliteitsstructuur en de ruimtelijkeconomische ontwikkeling in Midden Nederland. ▪▪ De Regionale Agenda Ruimte en Mobiliteit, waarin provincie Utrecht, Rijkswaterstaat en de regio`s Amersfoort en Utrecht als doel hebben om in beeld te krijgen waar investeringen nodig zijn om de ruimtelijke en economische ambities in Midden Nederland inclusief de bereikbaarheid in de periode 2020–2040 te faciliteren. ▪▪ Uitwerkingen van verschillende onderdelen op projectniveau.

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

7

2.

Het ontwikkelperspectief OV voor Midden Nederland

Het openbaar vervoer is als modaliteit aantrekkelijk voor de reiziger. Het is snel, frequent, comfortabel en betrouwbaar. Het dragend hoofdnet draagt bij aan een gezonde verstedelijking, doordat het openbaar vervoer ruimte-efficiënt is en een duurzaam alternatief voor de auto biedt. De impact op de omgeving is minimaal door een sterke bundeling van het vervoer. Dit biedt ook de mogelijkheid om met grotere eenheden efficiënt het vervoer te organiseren met aandacht voor inpassing, benodigde capaciteit en type materieel. Het hoofdnet is goed verknoopt met de fiets en de auto en andere vervoersopties voor de first- en lastmile in mobiliteitsknooppunten. Dat zijn de kenmerken van het ontwikkelperspectief voor het OV in Midden Nederland.

2.1

Aanpak

daadwerkelijk ontlast worden door een drietal stedelijke

aansluitend onderliggend vervoer. Hieruit bleek dat alleen de

Van verkennen van extremen…

IC-poorten in Overvecht, Lunetten en Leidse Rijn, aangevuld

variant met IC-dubbelstation Utrecht Lunetten Utrecht Centraal,

In het werkproces zijn eerst vier extremen voor de structuurop-

met verbeterd onderliggend OV. Een snelle ontsluitende ring

maar ook de Uithoflijn, structureel te ontlasten. Van zowel de

gave in de regio Utrecht verkend met als doel inzicht te krijgen,

(‘wiel met spaken’) is daarvoor een goede oplossing, als die

verkenning van extremen als de uitwerking in twee varianten

zowel in de vervoerkundige effecten als in de infrastructure-

tenminste wordt ingevuld in de vorm van de ontwikkeling van

zijn separate technische rapportages opgesteld, waarin uitge-

le kosten en haalbaarheid. Dit laatste is door adviesbureau

gerichte HOV-corridors in het oostelijke, zuidelijke en westelij-

breid op de onderbouwing wordt ingegaan. In dit hoofdrapport

Arcadis nader onderzocht. De extremen onderscheiden zich

ke deel van de stad naar de belangrijkste bestemmingen en

komen alleen de belangrijkste resultaten aan bod.

van de mate waarin op één hoofdknoop Utrecht Centraal

herkomstgebieden. In de andere regio`s blijkt vooral de door-

wordt geleund of op meerdere IC-poorten en de mate waarin

ontwikkeling van de spaken effectief: in de regio Amersfoort

stedelijke dan wel regionale oplossingen worden gezocht. Deze

kan dat worden vormgegeven door integratie en bundeling

combinatie levert vier extreme varianten op. Ook in de regio`s

van HOV en in de regio Foodvalley is de versterking van

Amersfoort en Foodvalley is bijvoorbeeld gevarieerd met één

Veenendaal de klomp naast Ede Wageningen een effectieve

of meerdere IC-stations en variaties in de onderliggende sprin-

strategie.

ter- en HOV-corridors.

De inzichten uit de verkenning van extremen zijn samengevat in het kader op pagina 10.

…naar gedeelde inzichten

…naar één ontwikkelperspectief

Belangrijk inzicht dat hieruit naar voren kwam is dat elke

Vanuit de inzichten uit deze verkenning is een ontwikkel-

structurele schaalvergroting van Utrecht Centraal en de voor-

perspectief voor Midden Nederland afgeleid door de meest

en natransportcorridors die daarvoor noodzakelijk zijn, extreem

kansrijke delen te combineren. Hierbij zijn nog twee vari-

kostbaar en moeilijk inpasbaar is. Dit zou grote onzekerheden

anten nader geanalyseerd voor het zuidoostelijk deel van

met zich meebrengen en de planning voor enkele decennia

de Utrechtse regio: een variant met dubbelstation Utrecht

domineren. Dit maakt het ontlasten van Utrecht Centraal een

Lunetten als IC-station en aansluitend onderliggend vervoer

belangrijke opgave. Aan de andere kant kan Utrecht Centraal

en een variant met Bunnik en Houten als IC-station met

Meerdere IC-poorten

Variant 1

Variant 2

Stedelijk

Regionaal

Variant 3

Variant 4

Één IC-knoop

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

9

De volgende inzichten kwamen naar voren uit de verkenning van extremen:

Een netwerkmodel met alleen Utrecht Centraal

Het bundelprincipe is bijvoorbeeld goed toepasbaar

Alternatieven voor een IC-stop bij

als hoofdknoop leidt altijd tot hoger gebruik van

op het zuidelijke en oostelijk deel van de

Veenendaal de klomp zijn niet effectief: Een

Utrecht Centraal en vraagt een schaalsprong

‘kleine ring’, ook USP – Amersfoort kent hoge

sprinterverbinding tussen Ede-Wageningen en

in capaciteit die qua kosten en inpasbaarheid

vervoerswaarde en is kansrijk,

Utrecht Centraal is niet effectief. Het sluiten

dusdanig complex is, dat haalbaarheid onzeker is.

van station Veenendaal de klomp zorgt ervoor De as Nieuwegein-Utrecht Centraal blijft als spaak

dat de reizigers niet meer voor het OV kiezen.

Alleen IC-stations in een kleine Ring rond Utrecht

van belang. Een snellere reistijd is nodig om de

Mogelijk kan een deel van deze reizigers

hebben de potentie om Utrecht Centraal te

verbinding concurrerend met de auto te laten zijn en

worden verleid om via Veenendaal centrum

ontlasten.

goed aan te sluiten op de rest van het OV-systeem

te reizen als de sprinter van Veenendaal naar

(inclusief ‘wielverbindingen’). Het versnellen van de

Utrecht stations gaat overslaan, maar de

Sunijlijn is derhalve altijd belangrijk.

consequenties voor deze andere stations zorgen

Ring in Noord (met name deel Overvecht – Leidsche Rijn) niet goed gebruikt en duur qua

ervoor dat dit ook niet effectief is.

uitvoering (bovengrondse inpassing complex/niet

De binnenstadsas blijft een belangrijke verbinding

haalbaar, ondergronds hoge kosten).

en een onmisbare link in het netwerk maar

Het introduceren van een stop- en sneldienst

kan met een netwerkopzet waarin ook Centraal

op de Valleilijn en het doortrekken van

Sprinterlijnen Randstadrail zijn belangrijke dragers

maximaal wordt ontlast worden ontzien waardoor

deze sneldienst naar Arnhem, vergroot de

van het OV-systeem. Met het verhogen van

kan worden volstaan met één hoogfrequente

bereikbaarheid binnen de Foodvalley en richting

frequentie en het realiseren van beperkt aantal

verbinding.

Amersfoort en Arnhem. Voor reizigers tussen

nieuwe stations kan potentie beter worden benut.

10

Arnhem en Amersfoort wordt de sneldienst Voor het verminderen van de verkeersdruk op de

Valleilijn daarmee een aantrekkelijk alternatief

Varianten met spoor langs het USP (op A27-

Stationsweg Amersfoort blijkt het niet effectief

ten opzichte van de route via Utrecht. Het

corridor) kennen lagere vervoerswaarde dan

om een deel van de bussen via een andere route

differentiëren tussen stop -en sneldiensten is

varianten waar USP in het hart wordt bediend. Ook

te laten rijden. Onderzochte routes betroffen

effectiever dan frequentieverhoging van de

Kleine Ring met enkel USP-station minder gebruikt

een route via de westelijke randweg of met een

sprinter op de Valleilijn. Het doortrekken van

dan in regionale HOV-corridors. Ontwikkel dus

busbrug ter hoogte van het station. Ook een route

de Valleilijn (per spoor) naar de WUR en/of

liever een OV-as niet langs, maar door USP.

door park Schothorst blijkt niet effectief.

Wageningen is niet effectief.

Met bundeling van HOV-lijnen ontstaan kansrijke

Introduceren van voorstadstations met IC-haltering in

Naast station Bijlmer en Uithoorn is station

HOV-corridors wel is een goede verknoping en ge-

de regio Amersfoort is niet effectief, omdat hierdoor

Breukelen de meest effectieve plek om OV uit

richte aanvulling met beperkt onderliggend net nodig.

veel doorgaande reizigers extra reistijd oplopen.

de Ronde Venen aan te takken.

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

Variant 1:

Een drietal stedelijke IC-poorten met een snelle ringverbinding

Variant 2:

Regionale IC-stations met HOV-corridors

Variant ‘buitenring’ geen goed alternatief Onderzocht is of een ‘buitenring’-variant met Houten, Bilthoven en Bunnik als IC-stop ten behoeve van bestemmingen in Utrecht en hoogwaardige regionale HOV-lijnen vanaf deze stations kan bijdragen aan het ontlasten van Utrecht Centraal en dus een beter alternatief zou kunnen vormen. Dit blijkt niet het geval. De economische bereikbaarheid van Utrechtse bestemmingen vraagt vooral om

Variant 3:

Regionale railverbindingen met Centraal als hoofdknoop

korte reistijden naar onder andere USP. Dit kan vanuit deze regionale IC-poorten alleen met omvangrijke investeringen worden bereikt die niet in verhouding staan tot het daadwerkelijke gebruik. Zo wordt de schakel vanuit Bilthoven naar USP door 7.000 reizigers gebruikt en de schakel vanuit

Variant 4:

Lokale railverbindingen met Centraal als hoofdknoop

Nieuwegein zelfs maar door 5.000 reizigers. Alleen de verbinding tussen Bunnik en USP is met 13000 gebruikers wel kansrijk. Ook is er geen effect op het verlichten van Utrecht Centraal, integendeel: het lijkt er zelfs op dat door de snellere verbindingen als gevolg van de intercity’s extra druk op Utrecht Centraal van circa 8% ontstaat (29.000 extra reizigers op Centraal). IC Bilthoven + HOV concurreert met kernnet USP – Amersfoort en beide routes ontwikkelen geeft overbediening op deze corridor. Conclusie is wel dat deze stations beter bediend moeten worden en ook de tangentiele buslijnen vanaf deze stations belangrijk zijn, maar dat dit geen alternatief vormt voor de ‘binnenring’.

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

11

2.2 Een ontwikkelperspectief met vier aangrijpingspunten

Investeren in een systeemsprong van het dragend hoofdnet

Multimodale knopen als onderdeel van het

De inzet is gericht op een kwaliteitsverbetering van het

mobiliteitssyteem.

Het OV Toekomstbeeld Midden Nederland richt zich op een

hoofdnet van spoor -en kernnetlijnen. Dit betekent extra

Het openbaar vervoer is nadrukkelijk een onderdeel van het

multimodaal vervoersysteem, opgebouwd uit samenwerkende

IC-halteringen in Utrecht Leidse Rijn, Lunetten en Overvecht,

hele mobiliteitssysteem van Midden Nederland. Doel is om

systemen van auto, OV en fiets in de regio, waarbij het open-

hogere frequenties van Randstadspoor en meer stations. De

klanten snel en efficiënt van A naar B te brengen, waarbij

baar vervoer de drager van de mobiliteit vormt. Samen leggen

onderliggende lijnen worden meer gebundeld op hoogfrequen-

de auto en de fiets ook onderdeel van het systeem zijn. Het

deze investeringen een basis voor de omvangrijke verstedelij-

te, comfortabele en betrouwbare kernnetlijnen met voldoende

parkeerbeleid op deze knooppunten is afgestemd op het lokale

kingsopgave in Midden Nederland.

snelheid. Hier horen ook gerichte investeringen bij in capa-

parkeerbeleid in de steden en belangrijke bestemmingsgebie-

citeitsmaatregelen op corridors en knooppunten. Doelgericht

den als USP en Rijnsweerd. De opzet is zodanig dat een sys-

inzetten op snelle, betrouwbare lijnen met grotere eenheden

teem van meerdere ringen ontstaat: direct rond de stad, waar

op de belangrijkste OV-corridors levert niet alleen een meer

ook parkeren op afstand voor bewoners mogelijk is, gekoppeld

▪▪ Systeemsprong van het dragend hoofdnet.

aantrekkelijk product voor de reizigers, het zorgt er ook voor

aan ruimtelijke intensivering zoals in Westraven, Galgenwaard

▪▪ Een netwerk van multimodale knopen.

dat het openbaar vervoer ook in de toekomst kostenefficiënt

en Rijnsweerd; op grotere afstand gekoppeld aan HOV-lijnen

▪▪ Synergie tussen verstedelijking en mobiliteit.

en effectief kan worden geleverd. Zo houden we het openbaar

en over langere afstand, gekoppeld aan treinverbindingen. Alle

▪▪ Ruimte voor innovatie op de first and last mile.

vervoer voor een groeiende groep reizigers aantrekkelijk en

multimodale knooppunten bieden ook goede mogelijkheden

betaalbaar. Daarnaast blijven ontsluitende verbindingen in de

voor voor- en natransport per fiets.

Dit perspectief kent vier aangrijpingspunten:

vorm van lijndiensten bestaan (verbindende schakels, stadsdiensten, tangenten).

12

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

Synergie tussen verstedelijking en mobiliteit

Ruimte voor innovatie op de first and last mile

Een prominente rol voor duurzame mobiliteit is ook voor

De focus op een OV kernnet maakt de afstanden tot haltes

de nieuwe woon- en werklocaties voorzien. Dit komt tot

voor een deel van de reizigers groter. Om de toegankelijkheid

uitdrukking in de locatie zelf die goed per fiets en OV ontslo-

van het OV-netwerk voor iedereen te integreren is samen-

ten is, maar ook in de prominente rol die is weggelegd voor

werking met de fiets en nieuwe vormen van mobiliteit, zoals

duurzame mobiliteit in opzet en exploitatie van mobiliteit in

deelconcepten en flexibel OV noodzakelijk. Ook het leveren van

de locaties. Een voorbeeld waar dit verder is uitgewerkt is het

nieuwe geïntegreerde mobiliteitsdiensten voor het plannen,

MWKZ-gebied met lage parkeernormen en parkeren op afstand

reserveren en betalen (MaaS) krijgt alle ruimte.

en een rijk aanbod aan mobiliteitsvoorzieningen (MaaS).

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

13

HUIZEN BUSSUM

NIJKERK

HILVERSUM

BAARN

SOEST

BREUKELEN

AMERSFOORT BARNEVELD

Maarssen

Bilthoven

Leusden

De Bilt

Utrecht

ZEIST

WOERDEN De Meern

Driebergen-Rijsenburg NIEUWEGEIN IJsselstein

EDE HOUTEN

VEENENDAAL

Vianen Wijk bij Duurstede

CULEMBORG

BEREIKBARE INWONERS BINNEN 60-MINUTEN OV-REISTIJD BINNENRING-VARIANT

Bereikbare inwoners Weinig

14

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

WAGENINGEN

Gemiddeld Veel Zeer veel Extreem veel

Figuur 1: effecten bereikbaarheid Ontwikkelperspectief in termen van aantal te bereiken inwoners in 60 minuten reistijd absoluut.

2.3 Met gunstige maatschappelijke effecten

Stabiliseren van de groei van Utrecht Centraal

Bereikbaarheid neemt met bijna 20% toe

Het ontwikkelperspectief is, evenals de extremen en de varian-

Ten aanzien van het gebruik van Utrecht Centraal treden

Het aantal mensen dat in staat is binnen de 45 minuten de

ten, getoetst op het evaluatiekader (zie kader op

meerdere effecten op. Enerzijds is er een groei van het gebruik

economische kerngebieden in Midden Nederland te bereiken,

pagina 17). Hierin zijn de effecten afgezet tegen de referen-

door betere spoorverbindingen in het nationale en regionale

groeit met gemiddeld 16%. Voor 60 minuten reistijd is de groei

tiesituatie. Het ontwikkelperspectief heeft gunstige maat-

netwerk, anderzijds een afname door inzet van met name

nog groter: gemiddeld 19%. Ter illustratie: voor bijvoorbeeld

schappelijke effecten op onderdelen als de bereikbaarheid

Utrecht Lunetten als tweede knooppunt in Utrecht. In totaal

Utrecht Science Park groeit het aantal mensen dat de locatie

van kernlocaties, de belasting van Utrecht Centraal, de andere

leidt dit tot een stabilisatie in de groei ten opzichte van de

binnen een uur reistijd kan bereiken van 1,1 miljoen naar

capaciteitsknelpunten en de vervoerwaarde. In de technische

referentiesituatie. Een daling in de in- en uitstappers in de trein

1,4 miljoen. Ook kunnen vanuit de woonwijken als Overvecht

notities is een uitgebreide verantwoording terug te vinden.

met 14% wordt gecompenseerd door meer overstappers van

en Kanaleneiland gemiddeld 20% meer banen met het

trein op trein.

openbaar vervoer worden bereikt in dezelfde reistijd. De effecten verschillen natuurlijk per gebied in Midden Nederland. Amersfoort profiteert nog onvoldoende mee, met name door

Gebruik OVT Utrecht

keuzes in het landelijke spoornet. Ook de nadere uitwerking van de integratie van de stadsdienst met het regionale HOV

120

Index (ref = 100)

100 80

100

97

In-/uit-/over trein

Gebruik OVT

moet voor een meer positief effect gaan zorgen.

66

60 40 20 0

In-/uit-/over BTM

Ontwikkelperspectief

Referentie

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

15

HUIZEN BUSSUM

Eemnes

Mijdrecht

NIJKERK

HILVERSUM

BAARN

De Ronde Venen

SOEST

BREUKELEN

AMERSFOORT

Amersfoort-Oost BARNEVELD

Maarssen

Bilthoven

Leusden

Vleuten De Bilt

Utrecht

ZEIST

WOERDEN De Meern

Driebergen-Rijsenburg Heuvelrug NIEUWEGEIN Oudewater

IJsselstein

EDE

HOUTEN

VEENENDAAL

Vianen

WAGENINGEN

Wijk bij Duurstede

CULEMBORG

Groei van het aantal inwoners dat binnen 60 minuten bereikt kan worden ten opzichte van de huidige situatie Ontwikkeling bereikbare inwoners

16

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

Geen toename bereikbaarheid (<5%)

Beperkte toename (5 - 15%)

Afname (-15 tot -25%)

Toename (15 - 25%)

Beperkte afname (-5 tot -15%)

Sterke toename (meer dan 25%)

Gelijk (-5 tot 5%)

Uitwerkingsopgave locaties

Figuur 2: effecten bereikbaarheid Ontwikkelperspectief in termen van aantal te bereiken inwoners in 60 minuten reistijd absoluut ten opzichte van de referentie.

Evaluatiekader OV Toekomstbeeld Midden Nederland 1. Het ontlasten van Utrecht Centraal: effect op het aantal in -uit -en overstappers

Onderdeel

Miljoen euro

Aanleg trambanen/HOV busbanen Knooppunten

855 850

Totaal

1.705*

+

* bandbreedte +/- 25%

2. De bereikbaarheid ▪▪ het aantal inwoners dat economische kerngebieden in Midden Nederland binnen 45 en binnen 60 minuten reistijd kan bereiken; ▪▪ de reistijd naar belangrijke stations buiten Midden Nederland; ▪▪ de reistijd op belangrijke economische relaties binnen Midden Nederland; ▪▪ het aantal inwoners dat inwoners in het algemeen en vanuit achterstandswijken in het bijzonder binnen 45 en binnen 60 minuten kan bereiken; ▪▪ het aantal inwoners dat bovenlokale ziekenhuizen binnen 45 minuten en binnen 60 minuten kan bereiken.

Vervoerwijzekeuze: groei aandeel OV met 2 tot 5%

Betaalbaarheid OV blijft gelijk

Als gevolg van de maatregelen in het ontwikkelperspectief

De extra inzet van bussen en trams leidt tot hogere kosten.

groeit het aandeel OV in de totale mobiliteit. De groei ligt

Daar staat een groei van het aantal reizigers tegenover. Dit

tussen de 2 en de 5% afhankelijk van de gemeente. Voor een

leidt ertoe van netto de kostendekkingsgraad en daarmee de

deel gaat deze groei ten koste van de fiets, voor een deel ten

betaalbaarheid van het OV nagenoeg onveranderd blijft. Dit kan

koste van de automobiliteit. Bij de daling van de fiets moet wel

omkeren in een licht positief netto-effect door ruimtelijke keuzes

worden aangetekend dat het gebruik van de fiets in het voor- en

te baseren op het ontwikkelperspectief en de nadere uitwerking

natransport wel toeneemt als onderdeel van de OV-verplaatsing.

van een parkeerbeleid gebaseerd op parkeren op afstand.

Effect op knelpunten wisselend

Investeringskosten (exclusief spoor) circa 1,7 miljard

Op de belangrijkste assen is de ontwikkeling van het aantal

In totaal is met het Ontwikkelperspectief een investerings-

reizigers, afgezet tegen de ontwikkeling van de capaciteit. Dit

impuls in het openbaar vervoer nodig. De omvang van deze

3. Gezond en duurzaam leefklimaat ▪▪ totaal aantal autokilometers; ▪▪ de ontwikkeling van autointensiteit op leefbaarheidsknelpunten; ▪▪ het effect op de vervoermiddelkeuze per gemeente; ▪▪ totaal aantal fietskilometers; ▪▪ effect op intensiteiten voor de bus en de tram.

leidt tot een wisselend beeld voor de effecten. Enerzijds een

impuls is door adviesbureau Arcadis geraamd op circa

daling op de Van Zijstweg, Uithoflijn en een kleine daling op

€1,7 mrd tot aan 2040. Een belangrijk deel van ca 50% van

de Binnenstadsas, anderzijds een groei op de Heidelberglaan

deze investeringen is gericht op knooppunten. Daarnaast zijn

in het USP-gebied (busbaan Uithof) en op de as tussen Station

het vooral investeringen in aanleg van tram en van (vertram-

Amersfoort en het centrum.

bare) HOV-busbanen. Behoudens de knooppunten (IC-stations)

Verandering in modal split (%-punt)

zijn geen investeringskosten voor spoorinfrastructuur (bijvoorbeeld traject die viersporig-

8,0%

4. Toekomstvastheid: effect op de te verwachten knelpunten

Fiets

6,0%

OV

heid vragen) geraamd, met

Auto

als uitgangspunt dat deze

4,5%

5. Betaalbaarheid: ▪▪ effect op de exploitatiekosten; ▪▪ effect op de reizigersopbrengsten; ▪▪ effect op de kostendekkingsgraad. 6. Vervoerkundige effecten: ▪▪ aantal reizigers op bestaande en nieuwe HOV-corridors.

4,0%

2,0%

3,6% 2,3%

2,8%

0,0%

-1,5%

-0,8%

-0,4% -1,8% -2,8%

aanpassingen noodzakelijk zijn voor realisatie van de ambities in het landelijke

0,4%

0,0% -1,3%

-2,8% -4,0%

3,4%

2,5%

2,3% 1,3%

0,0%

-2,0%

4,1%

3,8%

-0,4%

-0,5%

-0,9%

Toekomstbeeld Openbaar Vervoer.

-1,3%

-1,6%

-1,9% -3,2%

-2,7%

-3,1%

-4,2%

7. Investeringen: de te verwachten kosten voor trajecten en knooppunten

-6,0%

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

17

Netwerkalternatief 3: Aanbod Definitieve input studiealternatieven Lange Termijn Netwerkuitwerking Toekomstbeeld OV, december 2018

In de landelijk lange-termijnnetwerkuitwerkingen

Eemshaven

Toekomstbeel OV zijn vijf onderscheidende landelijke open-

Delfzijl

Winschoten Harlingen Haven

Veendam

onderdelen het beste aan bij het aanbod alternatief, omdat

Heerenveen

Den Helder Emmen

Stavoren

opgesteld vanuit de bijdrage, die spoor en OV kunnen leve-

Steenwijk Schagen

Coevorden Enkhuizen

Meppel

Hoorn Alkmaar

pu s e

Pa

m

Osnabrück, Hannover Almere Oostvaarders

Alm

ee

en tV or sfo er

n

Am

ar Ba

ec dr en iv Du

l aa

n

al

in

ra

en

nt

ag W

Ce

e-

nh

em

Ed

ch re Ut

ge

rie be rg en -Z V eis De een t Klo en m daa p l-

Ut h ve re of rv ch ec tK ht on in gs w eg D

tO

n le ke eu Br

Ar

a ud

n

en

Rij

rd

he

oe

sc

Westraven

Niewegein

IJsselstein

eid

W

r

tL

oo

Doetinchem

Rhenen

Houten Castellum

Elst

Ut

re ch

Sp

en

Nijmegen

als

m

Ge ld er m

ch e

lla ek Ho

Go rin

Ho lla nd

Winterswijk

Velp

Veenendaal Centrum

Nieuwegein Zuid

nd

Rotterdam Alexander

De

Ho

lft

Ha ag

va n

n

Dieren

Go

al

ra De

tr

Ut

re

ch

Am

al

nt

Ce Binckhorst

Emmerich

Tiel Wijchen

Nijmegen Heyendaal

Rotterdam Centraal Oss

Dordrecht De Akkers

Zu id

ple in

‘s-Hertogenbosch

Venray

l

Tilburg

ur ne De

lm He

it sit e

Oberhausen

Un iv

Venlo

rg

Bergen op Zoom

bu

Goes

Duisburg

Til

Middelburg

er

Etten-Leur

Daar waar in lijnvoering van Programma Hoogfrequent Spoor

on

Eindhoven

Roosendaal

d

Bo

Breda

xt e

onder meer door het overslaan van stations.

Weert Vlissingen

Viersen, Mònschengladbach, Neuss

Essen Düsseldorf

Roermond Antwerpen

6x per uur voor Sprinter wordt voorzien (het zogeheten

Hamont

Neerpelt

Londen

Keulen

Brussel Sittard

6/6-model), is dat in het drietreinensysteem doorgaans

Overvecht, Utrecht Lunetten en Veenendaal-de klomp.

Munster Dortmund

Utrecht Lunetten

Schiedam Centrum

dat verantwoordelijk is voor snelle hart-op-hartverbindingen,

Intercityknopen zijn Woerden, Utrecht Leidsche Rijn, Utrecht

Gronau

en

ra .I. N.O n artier va trixkw an Bea

La

ag

Intercity-product een Intercity+-product word geïntroduceerd,

Enschede

Zutphen

tC

nt

ag

Ha

voor het treinnetwerk betekent dit dat bovenop het huidige

Bad Bentheim

Barneveld Zuid

Uit

Ce

Gein

Alphen aan de Rijn

Zoetermeer

Den Haag Zuidwest

Deventer

Apeldoorn

Amersfoort

Amsterdam Bijlmer ArenA

st Zu erd id am

en

Ha

n

ruimtelijk economische structuurversterking geldt. Concreet

Hengelo

Gaasperplas

id

n

De

spoor als de drager voor verduurzaming, verstedelijking en

Osnabrück

rs ho at

um

ve

Hil ht

rp do ofd Ho

Le

De

maatschappelijke doelen van OV en spoor, waarbij OV en

Bielefeld

t

Harderwijk

rs

Bu ar ss de um n-

Na Amsterdam Amstel

Schiphol Airport

Almelo

Almere Poort

Haarlem Amsterdam Lelylaan

Het doel van dit alternatief is maximaal recht doen aan de

Almere Buiten

Almere Centrum

m

Die

Heemstede-Aerdenhout

regionaal niveau én het functioneren van Utrecht Centraal.

erk

W

Zandvoort aan Zee

sp

op

no

in combinatie met de beste OV-bereikbaarheid op (inter)

Berlijn

Lelystad Centrum

er

Am

Beverwijk

Zwolle

rd am Am S Amsterd lote rd a ijk Am st m N st er oord er d da a m m M C uid e er nt po r or aa t l

K As rom se m nd en

Za

an

Uitgeest

biedt tussen hart-op-hartverbindingen op nationaal niveau

e ie da lft m

Castricum

st e

Dit betekent dat het op de meeste corridors de beste balans

Rheine

Kampen

Heiloo

Old

stedelijking en ruimtelijk-economische structuurversterking.

Hardenberg

al

ren aan maatschappelijke doelen als verduurzaming, ver-

Midden-Nederland zijn Utrecht CS en Amersfoort. Overige

Stadskanaal

Assen

Sneek

dit alternatief (net als het regionale ontwikkelperspectief), is

Sprinter (het zogeheten 4/4/4-model). Intercity+-knopen in

Bad Nieuweschans

Groningen Europapark

Leeuwarden

kingen aan. Dit regionale ontwikkelperspectief sluit op veel

4x per uur Intercity+, 4x per uur Intercity en 4x per uur

Leer

Groningen

nale uitwerkingen sluiten bij deze landelijke netwerkuitwer-

doorgaans een frequentie van 6x per uur voor Intercity en

Bremen

Ze rn ik e

baar vervoernetwerken ontworpen voor 2040. Deze regio-

za

Landelijke lange-termijnnetwerkuitwerking aanbod-alternatief

Parijs

Legenda Legenda Schaalniveau lijnen

Frequentie lijnen

Legenda

Primair N2, N3 station Primair N2, N3 station Catergorie stations

N2N1 trein trein

1x per 2x uurper uur

Secundair N3 station Secundair N3 station Primair N2, N3 station

N3N2 trein trein

1x per uur 1x per twee uur

Lightrail N4 station Secundair N3 station

N4N3 trein trein

1x per twee uur 1x per uur (goederen) 4x per uur (goederen)

Goederenpaden N4 trein N4 S-Bahn

4x per 1x uurper (goederen) uur (goederen)

Frequentie lijnen

N3Goederenpaden S-Bahn N4 Lightrail

Heerlen

Catergorie stations Catergorie stations 2x per uur

N1 trein Schaalniveau lijnen

1x per 2 uur (goederen) <1x per 2 uur (goederen)

Kerkrade Centrum

Maastricht

Maastricht Randwyck

Visé

Alterneren

Luik

Alternatie van lijnen

Herzogenrath

Aken

3. Een systeemsprong op het spoor De regio Midden Nederland kan optimaal profiteren van de landelijke ontwikkelingen op het spoor, zoals opgenomen in het nationaal OV- toekomstbeeld, een verdere frequentieverhoging van Intercity’s, snellere verbindingen naar de landsdelen, extra haltering van intercity’s en meer Sprinters: de regio Midden Nederland profiteert volop mee.

3.1

3.2 Het nationaal OV Toekomstbeeld: contourennota

In Midden Nederland is capaciteitsuitbreiding van het

In de afgelopen periode is veel geïnvesteerd in het spoor in

Voortbouwen op successen uit het verleden

en rond Utrecht. In Utrecht Centraal is een nieuwe OV Terminal

In de landelijke verkenningen voor het OV Toekomstbeeld zijn

de verstedelijkingsopgave te faciliteren. IC-bediening van

gerealiseerd met een fors hogere capaciteit en optimale

een viertal scenario’s voor de netwerkontwikkeling nader uit-

voorstadstations bij Utrecht biedt kansen om Utrecht Centraal

integratie in de stedelijke omgeving. In het kader van het door-

gewerkt voor 2040 en beoordeeld. In elk van die scenario’s is

en de Uithoflijn te ontlasten. In combinatie met hoogwaardige

stroomstation Utrecht Centraal is geïnvesteerd in een nieuwe

optimaal rekening gehouden met elementen van het regionaal

tangentiële OV-verbindingen biedt dit bovendien de kans om

spoorlayout, waarmee de kwetsbaarheid is teruggebracht en

OV Toekomstbeeld Midden Nederland. Inzet op vraagreductie

de bereikbaarheid van het Utrecht Science Park te verbeteren.

de betrouwbaarheid van de dienstuitvoering structureel is

of alleen het oplossen van knelpunten is echter onvoldoende

De introductie van mogelijke nieuwe IC-stations heeft effect op

verbeterd. Door een corridorgewijze opzet kunnen nu ook meer

voor Midden Nederland. Voor deze regio is daarom uitgegaan

het landelijk netwerk. Het effect, de wijze en het tempo van

treinen afgewikkeld worden. Tussen Utrecht en Amsterdam

van het zogenoemde aanbod-alternatief. Het doel van dit

deze strategie dient in het kader van het regionaal programma

zijn structureel vier sporen beschikbaar gekomen, evenals

alternatief is maximaal recht te doen aan de maatschappelijke

UNed nader te worden uitgewerkt. Productdifferentiatie op

naar Woerden en Houten Castellum. Dit maakt het mogelijk

doelen van OV en spoor, waarbij OV en spoor als drager voor

het spoor biedt kansen om de reistijden te verkorten richting

Sprinters en het spoorgoederenvervoer te scheiden van inter-

verduurzaming, verstedelijking en ruimtelijk economische

Arnhem (in combinatie met internationaal vervoer), Den Haag/

city’s. Ook kwamen er drie nieuwe Sprinterstations in Vaartse

structuurversterking geldt.

Rotterdam en mogelijk Amersfoort. Dit behoeft nadere uitwer-

Rijn, Houten Castellum en Zuilen.

OV-systeem noodzakelijk om knelpunten aan te pakken en

king per corridor in samenhang met regionaal (H)OV-systeem en toekomstige ontwikkellocaties.

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

19

Amsterdam

Schiphol

Berlijn

Leiden Amersfoort

Utrecht

Den Haag

Arnhem

Düsseldorf Rotterdam

20

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

3.3 Snellere verbindingen van hart tot hart

3.4 Extra IC-halteringen

Als het gaat om het ontlasten van de druk op Centraal zijn

Concreet voor het treinnetwerk betekent dit dat bovenop

Daar waar in het programma hoogfrequent spoor uitgegaan

IC-poorten dicht bij de stad, aangevuld met verbindend vervoer,

het huidige intercity-product een intercity+ product wordt

wordt van 6 intercity’s, voorziet het nationale Toekomstbeeld

vanaf die poorten het meest aantrekkelijk voor een grote groep

geïntroduceerd, dat zorgt voor snelle hart-op-hartverbindingen,

OV een ontwikkeling naar 8 intercity’s: 4 snellere hart-op-hart-

reizigers door korte reistijden naar USP en de A12-zone. Vooral

onder meer door het overslaan van stations. De relaties richting

verbindingen en 4 intercity’s die vaker halteren. Vooral voor

dubbelstation Lunetten biedt als IC-poort voor verschillende

Duitsland en het noorden en oosten van Nederland zouden

Midden Nederland schept dit ruimte voor extra IC-halteringen

windrichtingen en in combinatie met goed aansluitend HOV,

structureel moeten versnellen waarvan ook Midden Nederland

in Woerden, Utrecht Leidse Rijn, Utrecht Lunetten, Utrecht

een bijdrage in het verlichten van de druk op Centraal. De groei

profiteert. In Midden Nederland vormen Utrecht Centraal en

Overvecht en Veenendaal de klomp.

als gevolg van een beter OV-product wordt gecompenseerd

Amersfoort Centraal belangrijke knooppunten, ook voor dit

door een afname als gevolg van het afleiden van circa 20% van

snellere nationale netwerk.

de reizigers via Lunetten en in mindere mate via Overvecht. Daarbij biedt Lunetten door de nabijheid goede kansen om de bereikbaarheid van USP te verbeteren én een kans voor verstedelijkingsopties (A12-zone, MWKZ, Nieuwegein, Kromme Rijn). De verbinding tussen Lunetten en USP doet het erg goed en trekt zo’n 35.000 reizigers. De intensiteit van de Uithoflijn zakt naar circa 20.000 reizigers, waarmee een goede bijdrage wordt geleverd aan dit capaciteitsknelpunt.

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

21

3.5 Randstadspoor uitbouwen Utrecht - Hilversum: Op nationaal niveau lijkt een voorkeur voor de verbinding Utrecht – Almere via Bijlmer. De regio Midden Nederland kan hierin mee, onder de voorwaarde dat het niet ten koste gaat van de verbinding Utrecht - Hilversum. Op de corridor Utrecht - Hilversum is ruimte voor extra stations ten behoeve van P+R. Op lange termijn is lightrail mogelijk, mits ook dit niet ten koste gaat van de hart-op-hartrelatie Utrecht - Hilversum. Om dezelfde reden is een railverbinding vanuit Hilversum langs de A27 via USP/ Rijnsweerd naar Centraal niet gewenst. In de doorrekening die hiervan gemaakt is, waarbij 4 treinen per uur rechtstreeks naar Centraal rijden en 4 treinen per uur via USP/Rijnsweerd naar Centraal rijden, neemt bijna 85% van de reizigers de rechtstreekse verbinding. De vervoerstroom vanuit Hilversum is dus sterk op Utrecht Centraal gericht en moet bij voorkeur ook door een directe verbinding worden bediend. Utrecht - Amsterdam: Op de corridor Utrecht - Amsterdam is het verhogen van de frequentie van de Sprinters naar 8x per uur mogelijk. Dit kan in de vorm van 4x Randstadspoor uitbouwen en benutten Randstadspoor Frequentie verhogen minimaal 6x p/u Zonetrein

22

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

per uur door naar de Bijlmer en 4x per uur tot Breukelen. Vooralsnog ontbreekt de markt voor een dergelijke verhoging, maar die kan door

Station

extra verstedelijking en mogelijk extra stations

Voorstadstations (haltering IC niveau 3)

op deze corridor worden versterkt. Daarnaast is

Interregionale knoop

er door de viersporigheid ruimte voor meer en snellere intercity’s op deze corridor.

Utrecht - Den Haag/Rotterdam:

Sprinternetwerk kan Lunetten/Koningsweg rechtstreeks en

een te ontwikkelen regionale HOV-corridor tussen USP en

Ook op de corridor naar Den Haag/Rotterdam en Leiden is tot

hoogfrequent worden bediend vanuit Woerden, Breukelen,

Amersfoort. De bestaande ruimte voor Sprinters wordt ook

viersporigheid beschikbaar. Het verhogen van de frequentie

Geldermalsen en Driebergen/Zeist met uitlopers naar Den

door de Soesterlijn benut. Op langere termijn kan hierin nog

van de Sprinters naar 6x per uur is mogelijk en gewenst indien

Haag, Leiden, Amsterdam, Rhenen, ’s-Hertogenbosch en Tiel.

een nadere optimalisatie plaatsvinden.

Potentie voor verstedelijking ligt er door intensivering bij de

Amsterdam Zuid/Centraal - Hilversum - Amersfoort:

Amersfoort – Zwolle:

bestaande stations en bij nieuwe stations als Woerden Oost

Voor de regio Amersfoort is een goede verbinding met

De stations op de Veluwe aan de spoorlijn naar Zwolle wor-

en Woerden Molenvliet in combinatie met P+R. Extra IC’s

Amsterdam van belang. Wanneer wordt besloten om in

den het beste bediend met een zogenoemde zonetrein tot

met haltering bij Leidsche Rijn en Woerden (op de verbinding

Amterdam een volledig losliggend S-Bahn concept te intro-

Harderwijk die 4x per uur rijdt. Deze trein halteert op elk van

Utrecht - Leiden).

duceren, dan maakt dat een rechtstreekse verbinding tussen

deze stations en rijdt na Amersfoort als IC door naar Utrecht.

Amersfoort en Amsterdam Centraal onmogelijk en zal de IC

Daarnaast rijdt er 4 x per uur een IC tussen Amersfoort en Zwolle.

deze corridor ook een opgave krijgt in de verstedelijking.

Utrecht - ’s-Hertogenbosch:

vanuit Amersfoort richting Amsterdam Zuid en verder rijden.

Ook op de corridor Utrecht - ’s-Hertogenbosch is het verhogen

De mogelijke impact hiervan op de OV-bereikbaarheid van

Amersfoort – Apeldoorn:

van de frequentie van de intercity’s van 6 naar 8x per uur

de regio Amersfoort dient in de uitwerking nader te worden

Op deze as is geen stoptrein of Randstadspoor naar Apeldoorn

uit capaciteitsoverwegingen aan de orde even als een extra

onderzocht.

voorzien. Er rijdt 4x per uur een IC rechtstreeks naar Apeldoorn.

IC-haltering bij Utrecht Lunetten. Dit past in het nationale toe-

Voor de Valleilijn is conform het aanbod-alternatief uitgegaan

komstbeeld. Verhogen van sprinterfrequentie tot 8x per uur naar

Utrecht - Amersfoort:

van verhoging van de frequentie en doorkoppeling richting

Houten Castellum is mogelijk, indien er voldoende marktvraag is

De corridor Utrecht - Amersfoort vormt het hart van het

Arnhem. Daarnaast is in deze uitwerking productdifferentiatie

onder andere door koppeling met de verstedelijkingsopgave.

OV-systeem in Midden Nederland. De inzet is erop gericht

in de vorm van een snel- en stoptrein opgenomen. Hier is

frequente en snelle intercity’s mogelijk te maken om daar-

vooral de reizigersstroom vanuit het gebied rond Barneveld

Utrecht - Arnhem/Rhenen:

mee beide stedelijke regio’s in Midden Nederland optimaal

naar Amersfoort en via Amersfoort naar Utrecht en Amsterdam.

Vanuit het nationaal OV Toekomstbeeld ligt op deze corridor de

onderling en met de rest van Nederland te verbinden. Deze

Het bieden van goede aansluitingen in Amersfoort is daarom

wens tot versnellen van de IC naar Frankfurt en verhogen van

corridor kent ook een tweesporig baanvak en uitbreiden naar

erg belangrijk.

de frequentie van de intercity’s. De regio Midden Nederland

viersporigheid is bijzonder kostbaar en moeilijk in te passen.

onderschrijft deze ontwikkeling. Dit kan alleen indien vierspo-

Om die reden zijn de bestaande stations en de bestaande

Utrecht – Soest – Baarn:

righeid tot Driebergen wordt aangelegd. Er is dan ook ruimte

sprinterbediening uitgangspunt. Door een extra haltering van

Op deze corridor is de huidige bediening van 2x per uur een

voor het verhogen van sprinterfrequentie tot 8x per uur. Binnen

de IC bij Overvecht kan de bereikbaarheid van Rijnsweerd en

stoptrein gehandhaafd. In de nadere uitwerking dient gekeken

het IC-product is een extra IC-haltering bij Utrecht -

USP verbeteren: deze corridor wordt door zo’n 15.000 reizigers

te worden naar het toekomstperspectief voor deze lijn.

Lunetten en Veenendaal de klomp gewenst. Bij Veenendaal

gebruikt. Dit betekent ook dat er geen ambities zijn voor extra

de klomp in verband met de P+R-functie en mogelijkheden

stations. Ruimtelijke ontwikkeling ligt langs deze corridor min-

Voor de regionale spoorlijn Dordrecht - Leerdam -

voor intensivering. De IC-haltering bij Lunetten ontlast Utrecht

der voor de hand. Wel kan op het onderliggende netwerk een

Geldermalsen is de bestaande bediening het uitgangspunt voor

Centraal en verbetert de bereikbaarheid van USP. Ook in het

deel van de vervoervraag goed worden opgevangen door

de termijn tot 2040.

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

23

Ondanks het uitgebreide spoornet in Midden Nederland ligt een groot deel van de woon-, werk -of studielocaties niet binnen de invloedssfeer van een station. Dat geldt bijvoorbeeld voor Nieuwegein, Zeist, Mijdrecht, IJsselstein, Leusden en Vianen en voor tal van kleinere kernen in de provincie. Aanvullend op het spoor is daarom een stelsel van OV-corridors nodig met hoogfrequent, snel, betrouwbaar en hoogwaardig vervoer met voldoende capaciteit: Dit noemen we het regionaal OV-kernnet.

Inzetten op bundeling Om dit te kunnen leveren met een minimale hinder en impact op de omgeving is het noodzakelijk om gericht te werken aan verdere bundeling van het openbaar vervoer. Dit maakt ook gerichte investeringen in veiligheid, comfort, snelheid en betrouwbaarheid mogelijk. Hogere frequenties en grotere eenheden kunnen op deze corridors worden ingezet. Een grote groep reizigers zal hiervan profiteren. Daarnaast blijven ook ontsluitende lijndiensten bestaan, daar waar er voldoende vraag is en wordt de fiets belangrijker in het voor- en natransport. Om te voorkomen dat kwetsbare reizigers niet goed in staat zijn om de haltes te bereiken, hoort hier een aanvullende vraaggestuurd mobiliteitsconcept bij.

4.

Een systeemsprong op het regionaal OV-kernnet

Een ‘wiel met spaken’

Niet langs, maar door Rijnsweerd/USP

In de regio Utrecht blijft Utrecht Centraal het belangrijkste

Als het gaat om de bediening van Rijnsweerd en USP is het

knooppunt. Daarmee is het ook belangrijk om de radiale tram-

minder effectief uit te gaan van één station aan de A27.

en buscorridors van en naar Utrecht Centraal te versterken:

Hiervoor zijn de afstanden naar de bestemming te groot. Om

de spaken. Het gaat om de busbundels over de Europaweg,

voldoende aantrekkelijk te zijn voor de gebruikers is het van

de van Zijstweg, de Binnenstadsas, de Vleutenseweg en

belang deze bestemming rechtstreeks te bedienen. Ook schept

de Oudenoord en de tram over de Uithoflijn en de Laan der

dit een betere uitganspositie om parkeren op afstand mogelijk

Verenigde Naties. Deze radialen naar Utrecht Centraal (‘de

te maken voor Rijnsweerd/USP.

spaken’) zijn al ontwikkeld als tram- of HOV-baan. De gebruiksintensiteit in het centrum ligt in verschillende richtingen nu al

Verbindingen over het ‘wiel’

op de beschikbare capaciteit. Bundels bouwen betekent hier

De regionale bundel Nieuwegein - Westraven - Lunetten - USP

dat kritisch gekeken moet worden naar de halteafstand, naar

- Amersfoort en de verbinding Overvecht - Rijnsweerd -

kruisend verkeer en naar ander (meerijdend) verkeer en lokale

USP zijn de belangrijkste verbindingen over het ‘wiel’. De

bussen, die voor vertraging of een lagere betrouwbaarheid

relatie Lunetten - USP wordt met 35.000 reizigers het meest

zorgen. Dit kan ook betekenen dat er minder (verschillende)

gebruikt. De verbinding Overvecht - USP kent 15.000 reizigers

buslijnen moeten gaan rijden.

en de verbinding Lunetten - Westraven circa 28.000 reizigers. Hierbij is wel een relatief hoge gemiddelde snelheid van 40

Om Utrecht Centraal te ontlasten is de ontwikkeling van

km/h verondersteld. De HOV-verbinding USP - Amersfoort kent

voorstadknopen in Lunetten/Koningsweg, Overvecht en

met 19.000 gebruikers ook een hoog gebruik. De regionale

Leidsche Rijn belangrijk samen met hoogwaardige tangentiële

verbinding over het westelijk deel van de Ring via Leidse Rijn

HOV-verbindingen. Dit systeemconcept van radiale en tangen-

- Papendorp- Westraven kent met circa 8.000 reizigers een

tiële hoofdverbindingen met naast de verknoping in Centraal

aanzienlijk lager gebruik. Het oostelijke en zuidelijke deel van

verknoping in de genoemde drie IC-poorten, noemen we

de ring kennen dus een hoger gebruik dan het westelijke deel.

’het wiel met spaken’. Op dit systeem moet het HOV worden

Het gebruik is mogelijk wel te verhogen in combinatie met ver-

versterkt door het bieden van een doorstroomgarantie, vol-

dichting. Het noordelijke deel tussen Leidse Rijn en Overvecht

doende capaciteit en kwaliteit op haltepunten.

kent een laag gebruik en is ook het meest moeilijk inpasbaar. Dit deel heeft een lage prioriteit.

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

25

Qua reisrelaties die over de bundels samenkomen kan worden gedacht aan de volgende hoofdverbindingen: Wiel - verbindingen: ▪▪ Nieuwegein A2 - Westraven Lunetten/Koningsweg - USP Zeist - Amersfoort ▪▪ Leidsche Rijn - Papendorp Westraven - Nieuwegein ’t Klooster Houten? ▪▪ Overvecht - Rijnsweerd - USP - Zeist Driebergen/Zeist

Bundels bouwen vanaf Multimodale knopen Randstadspoor Station Verbindingen op wielniveau Spaakverbindingen

26

Regionale corridor

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

Voorstadstations (zonder Leidsche Rijn incl. stedelijke P+R functie) Interregionale knoop

Spaak - verbindingen: ▪▪ A2 bundel: Utrecht Centraal Papendorp - Lekbrug - Gorinchem/ Oosterhout/Breda ▪▪ Utrecht Centraal - Westraven IJsselstein/Nieuwegein Zuid (SUNIJ-tram) ▪▪ Utrecht Centraal - Vaartsche Rijn USP - Zeist Noord (doorgetrokken Uithoflijn) ▪▪ Vleuten - Leidsche Rijn - Utrecht Centraal - Biltstraat - Rijnsweerd USP - Zeist - Driebergen/Zeist ▪▪ Overvecht - Vredenburg Nieuwegein (versnelde SUNIJ? Of Nieuwegein `t Klooster) ▪▪ Maarssen - Utrecht - Bilthoven ▪▪ Soest - Amersfoort - Leusden ▪▪ Amersfoort - Amersfoort Schothorst Vathorst ▪▪ Amersfoort - Nieuwland Bunschoten/Kattenbroek-Vathorst Gemeenten die niet direct aan een HOV-corridor liggen, kunnen wel van de bundels profiteren doordat de lijnvoering ook meer gebundeld wordt.

Versnellen Nieuwegein

Overige HOV-corridors

Aanvullend busvervoer

De relatie vanuit Nieuwegein via Westraven naar Utrecht

De regio Amersfoort heeft een gunstige ligging aan hoofd-

Met Randstadspoor en het regionaal OV-Kernnet samen

Centraal is omvangrijk en kent een hoog potentieel dat sterk

spoor inclusief goede verbindingen met Amsterdam, Schiphol,

worden de belangrijkste bestemmingen in Midden Nederland

met de snelheid samenhangt. De verbinding kan aanzienlijk

de Zuidelijke Randstad en Noord en Oost Nederland. De

met elkaar en met de stedelijke woongebieden verbonden.

worden versneld door deze via de Europalaan direct met

bestaande scheiding tussen stads- en streekvervoer verliest

Daarnaast blijven aanvullende regionale busverbindingen

Centraal te verbinden. Dit gedeelte van de SUNIJ-lijn trekt circa

aan belang. Daarvoor in de plaats komen enkele hoogwaar-

noodzakelijk, zoals verbindingen tussen regionale kernen

15.000 reizigers, terwijl op het bestaande stadse deel circa

dige OV-corridors in de regio, zoals naar Utrecht USP, naar

(bijvoorbeeld Nieuwegein en Houten) of aanvullende ver-

8.000 reizigers overblijven.

Leusden, naar Vathorst en naar Bunschoten - Spakenburg. Ook

bindingen naar het USP zoals vanuit Bilthoven. Veel van deze

de HOV-verbinding tussen Veenendaal en Amersfoort is van

verbindingen zijn ook tangentieel en blijven grotendeels buiten

Doortrekken Uithoflijn naar Zeist Noord

belang. Amersfoort Centraal blijft daarmee ook het belangrijk-

het hoogstedelijke gebied. Deze verbindingen maken geen

Het is voor de ontwikkelingsruimte van USP en Rijnsweerd

ste knooppunt, maar ook de stations in Schothorst, Vathorst,

deel uit van de hoofdbundels en snelheid en frequentie zijn

belangrijk om meer parkeren op afstand mogelijk te maken.

Hoevelaken en Nijkerk vervullen een belangrijke ondersteu-

hier minder belangrijk, waarmee deze verbinding ook een

Het doortrekken van de Uithoflijn naar Zeist Noord, inclusief

nende functie. In het zuidelijk deel van Food Valley zijn de ver-

ontsluitende functie hebben.

parkeerfaciliteiten en het verknopen met bestaande buslij-

bindingen Veenendaal Centrum – station Veenendaal de klomp

nen maakt dat mogelijk. Deze schakel laat een relatief hoog

en station Ede-Wageningen – WUR – Wageningen van belang.

Ook zal er aanvullend OV nodig blijven om kleinere bestem-

gebruik zien. Gezamenlijk met de doorgetrokken binnenstad-

Vanuit Ronde Venen is de HOV-verbinding richting Amsterdam

mingen (winkelcentra) te verbinden met bijvoorbeeld

sas van lijn 28 komt het gebruik op circa 20.000 reizigers. Dit

(Schiphol, Zuid, Bijlmer) en Breukelen belangrijk. Het zuid-

wooncomplexen voor ouderen en met een of meer regionale

onderdeel dient samen met de P+R en het parkeerbeleid in

westelijke deel van de regio, dat geen spoorontsluiting kent,

OV-knooppunten. Voor dit aanvullend vervoer is maatwerk

USP/Rijnsweerd nader te worden geconcretiseerd.

sluit aan op Gouda, Papendorp-Utrecht Centraal, IJsselstein-

nodig, bijvoorbeeld in de vorm van vraaggestuurd OV.

Nieuwegein en op termijn Leidse Rijn Centrum.

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

27

P+R Nijkerk Corlear

P+R Breukelen

P+R Barneveld Noord

Maartensdijk

Amersfoort CS

P+R Soesterberg P+R Zeist Noord

Utrecht CS P+R Woerden Molenvliet

PAPENDORP WESTRAVEN

UITHOF

P+R Driebergen-Zeist P+R De Klomp

Heemstede A27 Nieuwegein A2

Multimodale knopen Randstadspoor Station

incl. stedelijke P+R functie) Randstadspoor

Verbindingen op wielniveau

Interregionale knoop Station

Spaakverbindingen Regionale corridor

28

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

Bundels bouwen vanaf Multimodale knopen Voorstadstations (zonder Leidsche Rijn

Hoofdknopen (Inter)nationaal spoor

Verbindingen op wielniveau Multimodale regionale knopen incl. P+R functie Spaakverbindingen Zoekgebied aan corridors voor logische P+R funtie Regionale corridor

P+R

Multimodale(zonder stedelijke knopen. Westraven, Voorstadstations Leidsche Rijn Uithof en P+R Papendorp incl. stedelijke functie)incl. stedelijke P+R functie’ Interregionale knoop

5. Multimodale regionale knopen Meer dan in het verleden wordt het openbaar vervoer

Hoofdknopen (Inter)nationaal spoor

onderdeel van een keten, waarvan ook gebruik van

In Midden Nederland zijn Amersfoort en Utrecht de hoofd-

Het wiel: multimodale stedelijke knopen en voorstadstations bij de Ring

(huur-) fiets en (deel-) auto onderdeel zijn. Als de

knopen voor het (inter-) nationale spoorverkeer. De nationale

Ook aan de rand van het stedelijk gebied worden parkeervoor-

verschillende modaliteiten elkaar slim aanvullen in plaats

bereikbaarheid van Midden Nederland als geheel versterkt

zieningen geconcentreerd in multimodale stedelijke knopen.

van beconcurreren, wordt het totale mobiliteitssysteem

door snellere en meer frequente verbindingen vanaf deze

Deze kunnen eveneens dienen voor de overstap vanuit de

robuuster, efficiënter en duurzamer. Overstapplekken

knooppunten van en naar Noordoost Nederland, Amsterdam/

regio, maar ook voor parkeren op afstand voor inwoners in

tussen OV (bus/tram/trein), fiets, auto en deelmobiliteit

Schiphol, Rotterdam/Den Haag, Eindhoven/Limburg, Tilburg/

de stad. Samen met de voorstadstations vormen zij het ‘wiel’

worden daarmee belangrijker. Een gerichte inzet op deze

Breda en Arnhem/Düsseldorf.

van knooppunten rond de stad Utrecht: Uithof P+R, Westraven,

multimodale regionale knopen is noodzakelijk. In en rond

Papendorp, Galgenwaarde, Leidse Rijn. Daarnaast zijn er ste-

Multimodale regionale knopen op afstand van de Ring voor P+R

delijke knooppunten bij de voorstadstations, die niet specifiek

op service en dienstverlening aan de mobilist, zich verder ontwikkelen.

Plekken waar het regionaal hoofdnet OV en het hoofdwe-

Utrecht Lunetten en Utrecht Overvecht.

deze knopen kunnen meerdere functionaliteiten, gericht

voor het autoverkeer van belang zijn, maar wel voor de fiets

gennet samenkomen zijn belangrijk om de overstap vanuit

OV en fiets: sterke partners

de auto naar het OV ruim vóór de Ring Utrecht te bieden: de

Samen vormen het openbaar vervoer en de fiets een concurre-

regionale multimodale knopen. Het gaat primair om locaties

Knooppunten in stedelijke context veraangenamen

rend vervoeralternatief. Dit betekent op alle knooppunten van

aan de spoorcorridors op grotere afstand van de Ring en

Er zijn ook belangrijke knopen in het OV waar niet zozeer de

het OV. Snel en direct vervoer op hoofdverbindingen en het

als Veenendaal-de klomp en Driebergen/Zeist (A12-oost),

overstap naar andere modaliteiten, maar eerder de voetganger

voor- en natransport per fiets. Door de ligging van belangrij-

Vathorst, Hoevelaken, Breukelen (A2-noord), Woerden

en de in de omgeving gelegen bestemmingen centraal staan.

ke bestemmingen en/of woongebieden op fietsafstand van

Molenvliet en secundair om kernnet-corridors in de regio: Zeist

Het zijn de belangrijkste plekken in het systeem waar naast

stations liggen hier kansen om het openbaar-vervoergebruik

Noord en Soesterberg (A28), en de Meern Oost (A12-west),

externe veiligheid, geluid en trillingen ook veraangenaming,

verder te stimuleren door niet alleen de bediening van stations

Geldermalsen, Vianen Lekbrug en Nieuwegein (A2-zuid),

kwaliteit van de openbare ruimte en versterken van de lokale

te verbeteren, maar aansluitend ook de fietsvoorzieningen,

`t Klooster of Houten (A27-zuid) en een zoeklocatie op de

identiteit belangrijk zijn. Ook zijn deze haltes belangrijk om

zowel de fietspaden als ook de fietsstallingen. Zo kan station

verbinding Overvecht-Hilversum (A27-noord).

bestaande centrumlocaties bereikbaar te houden en op een

Bunnik een rol spelen in de bereikbaarheid van het USP. Zowel

snelle manier te verbinden. Het gaat hier om centrumhal-

de OV-verbindingen als het fietsnetwerk en de faciliteiten die

tes zoals Vredenburg, Neude, Schouwburg Nieuwegein City,

hierbij horen moeten voor deze knopen van topkwaliteit zijn.

Woerden busstation of Zeist. De Utrechtse binnenstadsas is

De fiets vergroot ook het bereik van stations en daarmee ook

hiervan het duidelijkste voorbeeld.

de mogelijkheden voor verstedelijking. OV Toekomstbeeld Midden Nederland

29

30

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

6.

Verstedelijking koppelen aan de hoofdstructuur

Er ligt een grote opgave van 100.000 nieuwe woningen in

Bouwen aan het hoofdnet

Het aandeel van het openbaar vervoer in de modal split kan

Midden Nederland, die bij voorkeur moeten worden ont-

Gekoppeld aan knooppunten, Randstadspoor en het kernnet

structureel hoger worden door de ruimte rondom de stations

wikkeld met een geringe automobiliteit. Dit kan alleen

OV-corridors ligt ook de zoekruimte voor verdere verstedelij-

van Randstadspoor intensiever te benutten voor de verstede-

als OV en fiets goede alternatieven zijn. Het ontwikkel-

king. Vanuit openbaar vervoer bezien is het wenselijk om (in

lijkingsopgave in Midden Nederland. Hiervoor liggen goede

perspectief biedt hiervoor een goede basis.

volgorde) de verstedelijking vooral te concentreren:

kansen, op de eerste plaats rond bestaande stations als Woerden, Maarssen, Breukelen, Bilthoven, Driebergen-Zeist,

▪▪ binnen de invloedssfeer (tot 2,5 km) van een intercitystation;

Bunnik, Houten en binnen de gemeente Utrecht. Verdere

▪▪ tot 1,5 km van een Voorstadstation en/of Sprinterknooppunt;

verdichtingsmogelijkheden liggen lans de corridors van ‘het

▪▪ tot 1 km van een Sprinterstation;

wiel’ in Utrecht, met name aan de Zuidflank (A12-zone) en aan

▪▪ tot 0,6 km van een halte van een OV-Kernnetradiaal (tot

de westkant (A2- zone). Verdere verdichting in de stad zelf,

20 min. van een intercitystation).

gekoppeld aan een sterk flankerend parkeerbeleid, blijkt in de praktijk een positief effect te hebben op de haalbaarheid van verstedelijking in hoge dichtheden.

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

31

Evaluatiekader OV Toekomstbeeld Midden Nederland 1. Het ontlasten van Utrecht Centraal: effect op het aantal in -uit -en overstappers 2. De bereikbaarheid ▪▪ het aantal inwoners dat economische kerngebieden in Midden Nederland binnen 45 en binnen 60 minuten reistijd kan bereiken; ▪▪ de reistijd naar belangrijke stations buiten Midden Nederland; ▪▪ de reistijd op belangrijke economische relaties binnen Midden Nederland; ▪▪ het aantal inwoners dat inwoners in het algemeen en vanuit achterstandswijken in het bijzonder binnen 45 en binnen 60 minuten kan bereiken; ▪▪ het aantal inwoners dat bovenlokale ziekenhuizen binnen 45 minuten en binnen 60 minuten kan bereiken. 3. Gezond en duurzaam leefklimaat ▪▪ totaal aantal autokilometers; ▪▪ de ontwikkeling van autointensiteit op leefbaarheidsknelpunten; ▪▪ het effect op de vervoermiddelkeuze per gemeente; ▪▪ totaal aantal fietskilometers; ▪▪ effect op intensiteiten voor de bus en de tram. 4. Toekomstvastheid: effect op de te verwachten knelpunten 5. Betaalbaarheid: ▪▪ effect op de exploitatiekosten; ▪▪ effect op de reizigersopbrengsten; ▪▪ effect op de kostendekkingsgraad. 6. Vervoerkundige effecten: ▪▪ aantal reizigers op bestaande en nieuwe HOV-corridors. 7. Investeringen: de te verwachten kosten voor trajecten en knooppunten

32

OV Toekomstbeeld Midden Nederland

7. Het effect van het OV Toekomstbeeld Ontwikkelperspectief

Indicator

Referentie

Ontwikkelperspectief

Station

Ontlasten van Utrecht Centraal (trein + btm)

380.000

368.000

Bunnik

5.000

Bereikbare inwoners economisch kerngebieden (gemiddeld) 45 min.

370.000

430.000

Breukelen

10.000

Bereikbare inwoners economisch kerngebieden (gemiddeld) 60 min.

905.000

1.080.000

Driebergen-Zeist

22.000

Reistijd belangrijke stations buiten Midden Nederland

75 min.

69 min.

Houten

17.000

Reistijd belangrijke economisch locaties binnen Midden Nederland

60 min.

56 min.

Houten Castellum

9.000

Bereikbare inwoners achterstandswijken (gemiddeld) 45min.

430.00

520.000

Maarn

4.000

Bereikbare inwoners achterstandswijken (gemiddeld) 60min.

1.050.000

1.275.000

Woerden

27.000

Bereikbare inwoners vanuit bovenlokale ziekenhuizen binnen 45-min

260.000

320.000

Woerden-Oost

4.000

Bereikbare inwoners vanuit bovenlokale ziekenhuizen binnen 60-min

620.000

835.000

Woerden-Molenvliet

10.000

Totaal aantal autokilometers (etmaal)

35,9 mln.

37,2 mln.

Auto intensiteit op leefbaarheidsknelpunten (gemiddeld, OS)

2.300

2.200

Effect op de vervoermiddelkeuze

Fiets: 33% OV: 17% Auto: 50%

Fiets: 32% OV: 19% Auto: 49%

Totaal aantal fietskilometers (etmaal)

5,6 mln.

6,2 mln.

Effect op intensiteiten bus en tram [reizigers]

670.000

774.000

Effect op intensiteiten bus en tram [reizigerskilometers]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=49792118-9dc7-47b5-a4c4-3cbff07017aa