Bijlage 1 - Maatregelenonderzoek luchtkwaliteit Utrecht - RHDHV
Tekst van het document
RAPPORT Maatregelenonderzoek luchtkwaliteit Technische rapportage Klant:
Gemeente Utrecht
Referentie: BJ5888-MI-RP-240725 Status:
Definitief/1.0
Datum:
25 juli 2024
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Mobility & Infrastructure
Telefoon: +31 88 348 20 00 Fax: +31 33 463 36 52 Email: info@rhdhv.com Website: royalhaskoningdhv.com
Titel document: Maatregelenonderzoek luchtkwaliteit Sub titel: Technische rapportage Referentie: BJ5888-MI-RP-240725 Uw kenmerk Status: Definitief/1.0 Datum: 25 juli 2024 Projectnaam: Maatregelenonderzoek Utrecht Projectnummer: BJ5888 Auteur(s): Royall HaskoningDHV Opgesteld door: Click here to enter text. Gecontroleerd door: Datum: Goedgekeurd door: Datum:
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
ii
Projectgerelateerd
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
iii
Projectgerelateerd
Inhoud Managementsamenvatting
1
1
Inleiding
3
2
Werkwijze en uitgangspunten
6
2.1
Gegevens over de luchtkwaliteit
6
2.2
Rekenmethodiek effectbepaling luchtkwaliteit
7
2.3
Zichtjaar
8
2.4
Gezondheid
8
2.5
Aanvullende effecten: klimaat, stikstof, kansengelijkheid
8
2.5.1 2.5.2
Klimaat en stikstof Kansengelijkheid
8 9
2.6
Kostenindicatie en kosteneffectiviteit
9
3
Bronanalyse
11
3.1
Ontwikkeling luchtkwaliteit in gemeente Utrecht
11
3.2
Invloed van binnen en buiten de gemeente Utrecht
13
3.3
Invloed vanuit sectoren op de luchtkwaliteit
14
3.4
Conclusie bronanalyse
16
4
Bestaande maatregelen
17
4.1
Uitvoeringsprogramma 2020-2025
17
4.2
Schone Lucht Akkoord
17
4.3
Ingezet beleid met effect op de luchtkwaliteit
18
5
Onderzochte aanvullende maatregelen
19
5.1
Aanvullende, al ingezette maatregelen
19
5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4
Mobiliteitsplan 2040 Emissie-eisen mobiele werktuigen (SEB en Omgevingswet) Verbod op houtstook buiten Uitstootvrije recreatievaart
19 20 22 22
5.2
Aanvullende maatregelen, ter overweging
23
5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7 5.2.8
Mobiliteit: Gemotoriseerd wegverkeer Mobiele werktuigen Bouwplaatsen Bouwlogistiek Consumenten: houtstook binnen Consumenten: roken Consumenten: vuurwerk Industrie
23 24 26 26 27 28 28 29
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
iv
Projectgerelateerd
5.2.9
Scheepvaart (binnenvaart)
29
6
Effecten van maatregelen
30
6.1
Effecten op concentraties
31
6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.1.4
Gemotoriseerd wegverkeer Mobiele werktuigen en bouwplaatsen Houtstook Overige thema’s
31 32 33 34
6.2
Effecten op gezondheid
35
6.3
Afwegingscriteria klimaat, stikstofdepositie en kansengelijkheid
37
6.3.1 6.3.2 6.3.3
Effecten CO2-uitstoot Effecten stikstofdepositie Effecten kansengelijkheid
38 38 38
6.4
Kostenindicatie en kosteneffectiviteit
38
6.5
Conclusies effecten van maatregelen
39
Bijlagen Bijlage 1. Overzichtstabel met resultaten
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
v
Projectgerelateerd
Managementsamenvatting Context Utrecht werkt doorlopend aan de verbetering van de luchtkwaliteit, met als uiteindelijke doelstelling het behalen van de WHO-advieswaarden. De aanscherping van de WHO-advieswaarden en zeer waarschijnlijk ook van de wettelijke grenswaarden leiden ertoe dat de huidige ingezette koers om de luchtkwaliteit te verbeteren moet worden bijgesteld. In de bestaande Utrechtse aanpak staan twee pijlers centraal, namelijk maatregelen treffen om de luchtverontreiniging veroorzaakt binnen Utrecht te verminderen en via lobby te bewerkstelligen dat de luchtverontreiniging van buiten Utrecht wordt verminderd. Dit onderzoek Royal HaskoningDHV heeft in opdracht van de gemeente Utrecht een maatregelenonderzoek uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in welke maatregelen effectief kunnen zijn in het verbeteren van de luchtkwaliteit. Met de resultaten van het onderzoek wordt een inhoudelijke en objectieve basis gegeven voor de afwegingen welke maatregelen worden gekozen. In het maatregelenonderzoek zijn de effecten op de luchtkwaliteit, de kosten en kosteneffectiviteit, alsmede de meekoppelkansen voor klimaat, stikstofdepositie en kansengelijkheid in beeld gebracht. De uitkomsten uit het maatregelenonderzoek bieden daarmee een breed palet aan afwegingscriteria tot het nemen van aanvullende maatregelen.
Dit onderzoek bevat maatregelen die ‘met open vizier’ zijn geïnventariseerd, met als doel een actueel beeld te hebben van mogelijkheden en varianten. Daarbij geldt in alle gevallen dat het gaat om een voorlopige omschrijving en om voorlopige keuzes om een effect te kunnen bepalen. Bronanalyse Uit de bronanalyse blijkt dat de luchtkwaliteit de afgelopen jaren beter is geworden en de komende jaren verder zal verbeteren door landelijke ontwikkelingen en lokaal ingezette maatregelen. De huidige prognoses voor 2030 laten echter zien dat nog niet lukt om overal aan de voorgestelde nieuwe EUgrenswaarden te voldoen. De opgave ligt bij NO2 langs de drukste wegen. De in 2021 aangescherpte WHO-advieswaarden liggen nog ver buiten het bereik voor zowel NO2 als fijnstof. Met een gebiedsgerichte en brongerichte aanpak waarmee de uitstoot van lokaal belangrijke bronnen worden verminderd, kan een belangrijke lokale verbetering van de luchtkwaliteit worden bereikt. De belangrijkste lokale bronnen, die onder bevoegdheid van de gemeente Utrecht vallen, zijn wegverkeer, mobiele werktuigen en bouwplaatsen, en consumenten (waaronder vuurwerk, houtstook, roken). Maatregeleninventarisatie Utrecht bouwt voort op jarenlang actief luchtbeleid en een pakket aan eerder ingezette maatregelen.
Gedurende dit onderzoek zijn diverse aanvullende maatregelen genomen, welke in dit onderzoek zijn meegenomen als referentie. In totaal zijn 68 aanvullende maatregelen geïnventariseerd in nauwe samenwerking met betrokken luchtadviseurs van de gemeente Utrecht en met betrokkenen vanuit de verschillende beleidsvelden. Maatregelen om de luchtverontreiniging veroorzaakt binnen Utrecht te verminderen Maatregelen voor wegverkeer en mobiele werktuigen zijn het meest effectief om de NO2-concentraties te verminderen, hetgeen belangrijk is vanwege de waarschijnlijke opgave ten aanzien van de aangescherpte EU-grenswaarden en de doelstelling om (op langere termijn) de WHO-advieswaarden te behalen.
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
1
Projectgerelateerd
Van de onderzochte maatregelen zijn het doorvoeren van de SEB-eisen bij mobiele werktuigen het meest kosteneffectief, waarbij de kanttekening geldt dat het effect vooral afkomstig is uit de wettelijk verplichte minimumeis. Dit is in het onderzoek als effect meegenomen aangezien hier de benodigde voorbereidingen door de gemeente nog moeten plaatsvinden. Bij wegverkeer zijn de verschillende ZEzones het meest kosteneffectief, gevolgd door de milieuzone voor personenauto’s (alle brandstoffen). Maatregelen om de fijnstofconcentraties (PM10 en PM2,5) te verminderen zullen nodig zijn om (op langere termijn) de WHO-advieswaarden te behalen. De resultaten laten een meer divers beeld zien. Meest effectief zou zijn een verbod op houtstook binnen, rookvrije buitenruimtes, een vuurwerkverbod (indien dit ook landelijk wordt geregeld) en een betere naleving op bouwplaatsen t.a.v. stofemissies (indien duidelijk wordt waar precies op gestuurd moet worden). Qua kosteneffectiviteit springt vooral het doorvoeren van de SEB-eisen bij mobiele werktuigen eruit, hetgeen voortvloeit uit relatief lage kosten. Afwegingscriteria klimaat, stikstof en kansengelijkheid Positieve meekoppelkansen voor zowel klimaat als stikstof vinden met name plaats bij de ZE-zones wegverkeer, de SEB-eisen bij mobiele werktuigen en bij de binnenvaartmaatregelen (deels via lobby).
Tegelijkertijd leveren de ZE-zones aandachtspunten op ten aanzien van de betaalbaarheid voor de doelgroep, met name bij de kleine ondernemers (ZE bestel- en vrachtverkeer), lagere en middeninkomensgroepen (ZE zone personenauto’s).
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
2
Projectgerelateerd
1
Inleiding
Utrecht wil een stad zijn waar gezondheid en leefbaarheid voorop staan. Ongezonde lucht veroorzaakt nadelige gezondheidseffecten. Utrecht werkt doorlopend aan de verbetering van de luchtkwaliteit, met als uiteindelijke doelstelling het behalen van de WHO-advieswaarden. 1 2 In 2021 zijn deze advieswaarden aangescherpt op basis van geactualiseerde, wetenschappelijk aangetoonde, kennis en inzichten. Mede op basis daarvan werkt de Europese Commissie aan een aanscherping van de wettelijke luchtkwaliteitsgrenswaarden. 3 4 Deze bijgestelde wetenschappelijke inzichten over de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging en de aanscherping van de WHO-advieswaarden en zeer waarschijnlijk ook van de wettelijke grenswaarden leiden ertoe dat de huidige ingezette koers om de luchtkwaliteit te verbeteren moet worden bijgesteld. Huidige koers luchtbeleid gemeente Utrecht In 2020 is het luchtkwaliteitsbeleid en Uitvoeringsprogramma 2020 – 2025 ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht’ vastgesteld5, met als doelstelling het versneld behalen van de inmiddels verouderde WHOadvieswaarden uit 2005. De maatregelen in dit Uitvoeringsprogramma zijn erop gericht de belangrijkste lokale vervuilingsbronnen (verkeer, mobiele bouwwerktuigen en houtstook) (kosten)effectief te verschonen.
Daarnaast is in 2020 het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend, om de luchtverontreiniging samen met het Rijk, de provincies en een groot aantal gemeenten aan te pakken. Binnen het SLA neemt Utrecht deel aan verschillende werkgroepen en pilots. In de bestaande aanpak van de gemeente Utrecht staan twee pijlers centraal: 1 Luchtverontreiniging veroorzaakt binnen Utrecht verminderen:
Met lokale maatregelen wordt de uitstoot die binnen de gemeentegrenzen wordt veroorzaakt verminderd. Dit draagt ook bij aan de stikstof- en klimaatopgave. Daarnaast worden daarmee ook negatieve effecten op de luchtkwaliteit buiten Utrecht verminderd.
2 Luchtverontreiniging van buiten Utrecht verminderen;
Regionale, landelijke en internationale maatregelen zijn nodig om de WHO-advieswaarden 2021 te behalen. Hiervoor is samenwerking essentieel. Hoewel op deze pijler alleen indirect effect kan worden behaald en het vaak een kwestie van lange adem is voordat een effect optreedt, is deze pijler essentieel om de doelstellingen te verwezenlijken. Voor een belangrijk deel vindt deze samenwerking plaats middels het Schone Lucht Akkoord (SLA), waaraan Utrecht de afgelopen jaren heeft bijgedragen en deelgenomen.
Nieuwe ambitie en maatregelen De gemeente Utrecht heeft de ambitie om stevig door te pakken om te zorgen voor een versnelde gezondheidswinst. Dat houdt in dat de bestaande aanpak wordt geïntensiveerd. Vier principes worden daarbij gehanteerd:
1
Zie https://www.who.int/publications/i/item/9789240034228 en https://www.schoneluchtakkoord.nl/actueel/nieuws-schone-luchtakkoord/algemeen/nieuwe-who-advieswaarden-luchtkwaliteit/ 2 Coalitieakkoord 2022-2026, gemeente Utrecht 3 Zie ook https://www.schoneluchtakkoord.nl/actueel/nieuws-schone-lucht-akkoord/algemeen/europese-raad-parlement-bereikenakkoord/ 4 De EC heeft een voorstel aanscherping gedaan, welke door het Europees Parlement is aangenomen, en formeel nog moet worden bekrachtigd door de Europese Raad, zie weblink. Lidstaten hebben 2 jaar om nieuwe grenswaarden te implementeren. 5 https://omgevingsvisie.utrecht.nl/thematisch-beleid/luchtkwaliteitsbeleid/ 25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
3
Projectgerelateerd
1 Streven naar een uitstootvrije stad; 2 Waar vrijblijvende maatregelen onvoldoende opleveren, wordt gekozen voor een meer sturende aanpak; 3 Focus op bronnen waar de meeste winst op het gebied van luchtkwaliteit is te behalen. 4 Iedereen levert een bijdrage. Binnen de gemeente is met betrokken beleidsvelden opnieuw en met een open vizier gekeken naar de mogelijkheden om de luchtkwaliteit te verbeteren. Daaruit volgde een nieuwe, brede inventarisatie van potentiële maatregelen. Ook is door de gemeente Utrecht onderzoek gedaan naar de behoefte en draagvlak vanuit bewoners ten aanzien van het nemen van maatregelen. De te nemen maatregelen zijn opgenomen in de beleidsnota. Hoe de maatregelen uiteindelijk concreet zullen worden uitgevoerd wordt door de gemeente uitgewerkt in een Uitvoeringsprogramma. Dit rapport Royal HaskoningDHV heeft in opdracht van de gemeente Utrecht een maatregelenonderzoek uitgevoerd, welke is beschreven in dit rapport. Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in welke maatregelen effectief kunnen zijn in het verbeteren van de luchtkwaliteit. Met de resultaten van het onderzoek wordt een inhoudelijke en objectieve basis gegeven voor de afwegingen welke maatregelen worden gekozen.
Deze afwegingvindt binnen de gemeente maar ook met partijen buiten de gemeente plaats, waarbij dit onderzoek bijdraagt aan een gedeeld beeld van welke maatregelen effectief zijn. De werkwijze en uitgangspunten van het onderzoek zijn beschreven in hoofdstuk 2. In het kort zijn de volgende stappen doorlopen: 1 Bronanalyse:
De bronanalyse beschrijft de luchtkwaliteit in de gemeente Utrecht en de ontwikkeling tot 2030. De analyse richt zich op het zichtjaar 2030. Daarmee wordt de autonome ontwikkeling van de uitstoot en de concentraties tussen nu en 2030 als uitgangspunt genomen. Een deel van deze autonome ontwikkeling is het gevolg van het huidige beleid en maatregelen. De concentraties zijn vergeleken met de wettelijke grenswaarden en de WHO-advieswaarden.
De bronanalyse geeft daarnaast inzicht in welke emissiebronnen de belangrijkste invloeden op de luchtkwaliteit hebben. Hiermee wordt bepaald welke emissiebronnen relevant zijn om met maatregelen aan te pakken.
De bronanalyse geeft het vertrekpunt voor dit onderzoek en is nader beschreven in hoofdstuk 3.
2 Maatregeleninventarisatie
Deze stap heeft plaatsgevonden in nauwe samenwerking met de gemeente. De inventarisatie bouwt namelijk voort op de ingezette koers, waarmee betrokken luchtadviseurs van de gemeente Utrecht en betrokkenen vanuit de verschillende beleidsvelden ervaring en inzichten hebben opgedaan wat betreft de effectiviteit en implementatie ervan.
In deze stap wordt in de eerste plaats beschreven welke maatregelen al zijn ingezet, waarop wordt voortgebouwd met maatregelen in dit onderzoek. De bestaande maatregelen zijn beschreven in hoofdstuk 4.
In meerdere sessies zijn de aanvullende maatregelen uitgebreid doorgenomen en geconcretiseerd om het effect ervan te kunnen bepalen in de volgende stap. In totaal zijn 68 aanvullende maatregelen geïnventariseerd, waarvan enkele tijdens de looptijd van het onderzoek al in gang zijn
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
4
Projectgerelateerd
gezet. De onderzochte maatregelen zijn beschreven in hoofdstuk 5, met daarbij het onderscheid tussen de al ingezette maatregelen en de aanvullende, nog te overwegen maatregelen.
3 Maatregelenevaluatie
In deze stap zijn van alle maatregelen de effecten berekend en is een indicatie van de gemeentelijke kosten voor invoering gemaakt. Daarnaast is nagegaan of een maatregel gunstig uitpakt voor de klimaatimpact (vanwege een vermindering van CO2-emissies) en voor de natuur (vanwege een vermindering van stikstofemissies). Tenslotte is nagegaan of bij een maatregel sprake is van mogelijke kansenongelijkheid (vanwege een onevenredige impact voor een deel van de bevolking).
De evaluatie richt zich op het zichtjaar 2030. Ook als maatregelen eerder kunnen worden genomen, is uitgegaan van het effect in 2030 ten behoeve van de onderlinge vergelijkbaarheid.
De effectbepaling heeft als resultaat het effect op de stadsgemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2), en fijnstof (PM10 en PM2,5). Dit geeft een representatieve indicatie van de totale impact van een maatregel op de Utrechtse luchtkwaliteit en gezondheid. Daarnaast zijn de effecten van alle maatregelen op deze wijze onderling goed vergelijkbaar. De lokale effecten zijn in alle gevallen veel omvangrijker, bijvoorbeeld langs drukke wegen (verkeersmaatregelen), nabij bouwplaatsen (maatregelen voor mobiele werktuigen en bouwplaatsen), of op momenten in het jaar in woonwijken (maatregelen tegen houtstook).
Toepassingsbereik onderzoek Dit onderzoek bevat maatregelen die ‘met open vizier’ zijn geïnventariseerd, met als doel een actueel beeld te hebben van mogelijkheden en varianten. Daarbij geldt in alle gevallen dat het gaat om een voorlopige omschrijving en om voorlopige keuzes om een effect te kunnen bepalen. Er zijn maatregelen opgenomen waarvan nog onzeker is of en hoe deze exact juridisch kunnen worden ingeregeld. Hiermee ontstaat inzicht in wat een maatregel zou kunnen opleveren als deze gerealiseerd zou zijn. Dat kan voor de gemeente Utrecht reden zijn om daar verder aan te werken of juist niet. Ten overvloede wordt opgemerkt dat de onderzochte maatregelen geen status hebben in de zin dat daar al op gekoerst wordt door de gemeente. De maatregelen zijn onderzocht om een basis te geven aan overwegingen in de uiteindelijke selectie, als voorbereiding op de nieuwe beleidsnota luchtkwaliteit.
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
5
Projectgerelateerd
2
Werkwijze en uitgangspunten
2.1
Gegevens over de luchtkwaliteit
De luchtkwaliteit is continu aan veranderingen onderhevig. Alle economische activiteiten, technologische ontwikkelingen, beleid en maatregelen in Nederland en daarbuiten dragen hieraan bij. Jaarlijks worden al deze invloeden geïnventariseerd en omgerekend naar een totaalbeeld voor Nederland. De gegevens over de luchtkwaliteit die daarmee beschikbaar worden gemaakt zijn het resultaat van alles wat bekend is over de uitstoot (emissies), hoe deze plaats vindt (bronkenmerken) en hoe deze zich ontwikkelen naar toekomstige jaren (trends). Ieder jaar wordt het totaalbeeld vergeleken met en bijgesteld op basis van het Landelijke Meetnet Luchtkwaliteit. Jaarlijks publiceert het RIVM de grootschalige concentratiekaarten6 waarin al deze inzichten zijn verwerkt. Gegevens over de luchtkwaliteit op maatgevende locaties langs wegen met veel verkeer zijn te vinden in het CIMLK7, het centrale monitoringsinstrument voor de luchtkwaliteit. Het CIMLK geeft met name inzicht in de lokale wegverkeersbijdrage, opgeteld bij de achtergrondconcentratie. Inzicht in de herkomst van deze achtergrondconcentratie is te vinden in de GCN-tool8 van het RIVM. Deze tool geeft per gemeente de concentratiebijdragen NO2, PM10 en PM2,5 en roet (elementair koolstof, EC) per sector als gemeentegemiddelde weer voor het meest recente gepasseerde jaar (nu: 2022) en het prognosejaar (2030).
Deze openbare actuele gegevens geven bruikbare informatie, maar hebben ook een beperking. De invloed van bronnen binnen de gemeente op de luchtkwaliteit is hier niet volledig uit af te leiden. De concentratiebijdragen per sector zijn namelijk het resultaat van invloeden van binnen de gemeente en daarbuiten. De invloed van buiten de gemeente vormt een groot aandeel in de totale concentraties. Daarnaast is de eigen invloed (van binnen de gemeente) afhankelijk van de ruimtelijke verdeling van de bronnen en van bronkenmerken: het maakt voor de blootstelling veel uit of de uitstoot plaatsvindt op leefniveau in een woonwijk of uit een hoge schoorsteen meer buitenaf. Detailgegevens over de luchtkwaliteit De analyses in dit onderzoek putten daarom naast de actuele openbare gegevens ook uit detailgegevens9 afkomstig uit het voorgaande maatregelenonderzoek uit 2019, welke alle bronbijdragen van alle activiteiten (alle sectoren) binnen de gemeentegrens bevat. Het betreft een voor de gemeente Utrecht uitgevoerde verfijning van de landelijke Grootschalige Concentraties Nederland (GCN) voor stikstofoxiden (NOx), fijnstof (PM10, PM2,5) en roetdeeltjes (elementair koolstof, EC). Deze verfijnde GCN Utrecht geeft per wijk een onderscheid in de mate waarin verschillende bronnen bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht.
De reguliere GCN heeft een detailniveau van 1 bij 1 km (per km2 is een grootschalige concentratiewaarde gedefinieerd), de verfijnde GCN van Utrecht heeft een detailniveau van 250 bij 250 m (per vak van 62.500 m2 is een concentratiewaarde bepaald)10. De gehanteerde GCN-gegevens zijn gebaseerd op de GCN-publicatie van maart 2019, voor de prognosejaren 2020 en 2030.
6
R. Hoogerbrugge et al., RIVM, 2023, Grootschalige concentratiekaarten Nederland – Rapportage 2023. RIVM-rapport 2023-0113 Het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) is in opdracht van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ontwikkeld door en in beheer bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Zie https://www.cimlk.nl/ 8 https://gcn-app.rivm.nl/ 9 RIVM, 2019. De gehanteerde GCN-gegevens zijn gebaseerd op de GCN-publicatie van maart 2019, voor de prognosejaren 2020 en 2030. 10 Voor de berekening van de reguliere GCN zijn de bronemissies toegedeeld aan 1*1 kilometervakken. Voor verfijnde GCN voor Utrecht heeft het RIVM de emissiebronnen toegedeeld aan vakken van 250 * 250 meter en vervolgens opnieuw een berekening uitgevoerd van de concentratiewaarden. 7
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
6
Projectgerelateerd
Combinatie van inzichten: bandbreedte in concentratiebijdragen Nieuwe inzichten die jaarlijks door het RIVM worden opgedaan, hebben ertoe geleid dat de prognose van de concentraties in 2030 is bijgesteld ten opzichte van eerdere prognoses voor 2030. Deze bijstelling houdt in dat de totale bijdrage van sectoren hoger of lager zijn uitgevallen dan eerder is verondersteld. In dit onderzoek zijn deze inzichten meegenomen door middel van een schaling per sector. Er is in dit onderzoek voor gekozen om beide datasets te benutten, waardoor we gebruik maken van zowel de gedetailleerde ruimtelijke informatie als de actuele prognoses met recentere inzichten. Dit is door middel van een bandbreedte in de resultaten verwerkt.
2.2
Rekenmethodiek effectbepaling luchtkwaliteit
De maatregelen zijn stadsbreed berekend, in termen van stadsgemiddelde jaarconcentraties. Dat geeft een beeld van de totale luchtkwaliteit in heel Utrecht en de effecten op de bevolking van Utrecht als geheel. Maatregelen zijn daarmee goed onderling vergelijkbaar qua impact op de gezondheid. Op specifieke locaties zijn de effecten van bepaalde maatregelen op de concentraties en blootstelling in alle gevallen groter dan stadsbreed berekend. Dit geldt bijvoorbeeld voor lokale ‘hot spots’: woningen die dicht bij drukke wegen staan, nabij grote bouwlocaties of in een wijk met een hoge uitstoot door houtverbranding liggen. Dit geldt niet alleen voor specifieke locaties, maar ook nadrukkelijk specifieke momenten in het jaar, aangezien de actuele blootstelling sterk kan fluctueren gedurende de dag en seizoen en het moment dat een emissie-activiteit plaatsvindt (gedurende de spits, tijdens het stookseizoen, of ’s avonds op het terras). Vertrekpunt voor effectberekeningen zijn de concentraties NOx, PM10, PM2,5 en EC uit de verfijnde GCN Utrecht. Deze bevat per wijk de bijdragen van relevante bronnen. Door het RIVM is voor elke bron een inschatting gemaakt hoe groot de bijdrage aan de gemiddelde concentratie is. In het voorliggende onderzoek zijn de effecten berekend door de bijdrage van de bron waar de maatregelen op ingrijpt te schalen met het veronderstelde maatregeleffect.
Voor het bepalen van de grootte van het effect van aanvullende maatregelen is steeds bepaald op welke bron(nen) de maatregel ingrijpt en hoeveel de bijdrage van de bron met de betreffende maatregel verminderd kan worden. In hoofdstuk 4 staan de daarbij gehanteerde uitgangspunten per maatregel beschreven. In de verfijnde GCN zijn voor elke wijk drie typen effecten onderscheiden: 1. de bronbijdrage vanuit de wijk op de betreffende wijk zelf; 2. de bronbijdrage vanuit de wijk op omringende wijken; 3. de bronbijdrage vanuit omringende wijken op de wijk zelf. Maatregelen werken altijd in op de bronbijdragen vanuit de wijk zelf (1 en 2). Een wijk waarin een bepaalde bron niet aanwezig is, krijgt via punt 3 wel een effect toegekend vanuit naastgelegen wijken waarin een maatregel wordt getroffen. Bij een grote milieuzone (binnen de rijkswegen en de Noordelijke Randweg - we noemen dat in dit onderzoek ‘Rijksring’ - of binnen de hele gemeente) zijn er ook relevante uitstralingseffecten op snelwegen en provinciale wegen direct om de stad te verwachten. Verkeer op de snelwegen en provinciale wegen met een herkomst of bestemming binnen de milieuzone hebben zo ook een positief uitstralingseffect buiten de milieuzone.
Deze uitstralingseffecten zijn in dit onderzoek meegenomen, op basis van gegevens uit het gemeentelijke verkeersmodel over herkomst en bestemming van verkeer op de snelwegen en provinciale wegen.
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
7
Projectgerelateerd
2.3
Zichtjaar
De maatregeleffecten zijn berekend voor 2030.
2.4
Gezondheid
Vervuilde lucht is een complex mengsel van verschillende gassen en deeltjes in de lucht. Er is geen omvattende parameter beschikbaar waarmee de totale veroorzaakte gezondheidsschade door blootstelling aan vervuilde lucht berekend kan worden. Wel zijn er voor afzonderlijke stoffen zogenaamde concentratie-responsfuncties beschikbaar. Daarmee kan op basis van de mate van blootstelling aan de betreffende stof het effect op de levensduur berekend worden. Deze effecten op de levensduur verschillen per stof. In dit onderzoek zijn de effecten van de maatregelen op de reductie van levensduurverlies in relatie tot gelijktijdige blootstelling aan PM2,5 en NO2 onderzocht11. Benadrukt wordt dat een effect op de levensduur geen alomvattend beeld geeft van de gezondheidswinst van luchtkwaliteitsmaatregelen. Die gezondheidswinst kan ook bestaan uit vermindering van onder andere luchtweg- en longaandoeningen en aandoeningen van hart- en bloedvaten. Uitgangspunten: - Impact NO2 op gezondheid: 100 verloren levensdagen per 10 µg/m3 (GGD-rekentool 2023); - Impact PM2,5 op gezondheid: 201 verloren levensdagen per 10 µg/m3 (GGD-rekentool 2023); - Aantal inwoners per 2030: afgerond op 400 duizend12.
2.5
Aanvullende effecten: klimaat, stikstof, kansengelijkheid
De gemeente Utrecht heeft naast de effecten op luchtkwaliteit en gezondheid aanvullende criteria opgesteld om de afweging over luchtkwaliteitsmaatregelen te maken.
2.5.1
Klimaat en stikstof
Vanwege de verwevenheid met de stikstofdepositie- en klimaatopgaven is beoordeeld in hoeverre de luchtkwaliteitsmaatregelen bijdragen aan het behalen van doelstellingen voor deze opgaven. Wanneer een maatregel ook bijdraagt aan de vermindering van de CO2-uitstoot en de stikstofuitstoot, biedt deze maatregel een meerwaarde. De beoordeling is kwalitatief uitgevoerd op basis van een expert inschatting. Bij bronnen met verbrandingsprocessen komen niet alleen emissies van NOx, PM10 en PM2,5 vrij, maar ook CO2. Hoewel met technologische aanpassingen deze rook- of uitlaatgassen schoner zijn geworden en minder NOx en fijnstof bevatten, zijn CO2-emissies direct gekoppeld aan brandstofverbruik en verminderen pas als dat vermindert. Als door een maatregel wordt gezorgd voor minder brandstofverbruik, draagt dat doorgaans bij aan het verminderen van CO2-emissies. Wat betreft de stikstofemissies, komt bij wegverkeer naast stikstofoxiden (NOx) ook ammoniak (NH3) vrij. Dit is met name het geval bij nieuwere voertuigen, waarbij een wisselwerking optreedt: de NOx-emissies worden verminderd, maar daarvoor in de plaats komen NH3-emissies vrij.
11
GGD Rekentool Luchtkwaliteit en Gezondheid – Update blootstellingsreponsrelaties 2023, November 2023, PBL/CBS, 2022, Regionale bevolkings- en huishoudens prognose 2022–2050, zie Regionale bevolkings- en huishoudensprognose 2022-2050 - Steden en randgemeenten groeien verder (pbl.nl). Voor 2030 is geïnterpoleerd tussen 2021 en 2035. 12
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
8
Projectgerelateerd
2.5.2
Kansengelijkheid
In de afweging welke luchtmaatregelen effectief kunnen zijn om de gezondheid te verbeteren, wordt door de gemeente waarde gehecht of nadelige gevolgen kunnen optreden voor bepaalde groepen en daardoor de kansenongelijkheid in de samenleving toeneemt. Als dat het geval is, is dat aanleiding voor nader onderzoek naar verzachtende randvoorwaarden, zoals compensatie of ontheffingen. De mate waarin een maatregel impact kan hebben op de kansengelijkheid is kwalitatief ingeschat op basis van de doelgroep die het betreft en van noodzakelijke kosten die die doelgroep zou moeten maken door de maatregel. De inschatting is gemaakt of er aandachtspunten kunnen zijn (zoals betaalbaarheid voor bepaalde inkomensgroepen of kleine ondernemers, bereikbaarheid van zorgbehoevenden) en of deze oplosbaar zijn binnen het bereik van de gemeente.
2.6
Kostenindicatie en kosteneffectiviteit
Er is een indicatieve kosteninschatting gemaakt voor gemeentelijke kosten per maatregel, op basis van de nu beschikbare inzichten en aannames voor maatregelinvulling. Nadere detaillering van kosten is mogelijk na besluitvorming over maatregelen en gekozen invulling en detaillering daarvan. Keuzes in de uitvoering hebben een impact op de implementatie en/of exploitatiekosten, denk aan de mate waarin en de wijze waarop gehandhaafd wordt, of in hoeverre compensatie wordt geregeld. De indicatieve kostenraming is gebaseerd op de kosteninschatting die gemaakt is voor het huidige uitvoeringsprogramma: de investeringskosten voor invoering van de maatregel en exploitatiekosten tijdens de uitvoeringsperiode van de maatregel. De relevante kostenposten zijn: Inkoop middelen: ICT, communicatie, handhaving (bijv. camera’s). Personeelskosten: beleid, communicatie, juridica, projectmanagement, handhaving. De kosten zijn ingedeeld in 5 gradaties die samenhangen met de benodigde inzet van middelen en mensen bij de implementatie van de maatregel. Door deze te combineren met de eerdere kosteninschatting ontstaat een indicatie in euro’s die representatief is voor de gemeente Utrecht:
0 = Geen kosten o
1 = Beperkte/lage kosten: o
25 juli 2024
~ tot 1,5 M€
Grote projectorganisatie of externe ondersteuning, grote compensatie- of subsidiebedragen en beperkte technische implementaties, bijvoorbeeld voor de realisatie van infrastructuur en systemen
4 = Hoge kosten o
~ tot 500 k€
Grote projectorganisatie of externe ondersteuning en individuele compensatie, subsidies of technische investeringen, bijvoorbeeld voor schadeloosstelling of inkomstenderving
3 = Aanzienlijke kosten o
~ tot 100 k€
Kleine projectorganisatie of externe ondersteuning, bijvoorbeeld voor juridische inrichting, administratie of communicatie
2 = Gemiddelde kosten o
Uitvoering binnen staande organisatie, bijvoorbeeld kleine aanpassingen in beleid
~ vanaf 1,5 M€
Grote projectorganisatie of externe ondersteuning, grote compensatie- of subsidiebedragen en omvangrijke technische implementaties
BJ5888-MI-RP-240725
9
Projectgerelateerd
De kosteneffectiviteit is berekend op basis van het effect op de luchtkwaliteit (vermindering van de stadsgemiddelde concentratie NO2, PM10 of PM2,5) gedeeld door de indicatieve kosten (eenmalige investering + 5 jaar exploitatiekosten).
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
10
Projectgerelateerd
3
Bronanalyse
In deze stap worden gegevens verzameld om inzicht te krijgen hoe de luchtkwaliteit eraan toe is en welke bronnen bijdragen aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Dit geeft het vertrekpunt voor welke maatregelen effectief kunnen zijn.
3.1
Ontwikkeling luchtkwaliteit in gemeente Utrecht
De gemeente Utrecht monitort jaarlijks de luchtkwaliteit langs de belangrijkste wegen13. Met deze informatie wordt bijgehouden of er wordt voldaan aan de wettelijke luchtkwaliteitseisen in de Omgevingswet en de WHO-advieswaarden. De concentraties in 2018 en 2022 en de verwachte concentraties in 2030 in Utrecht zijn samengevat weergegeven in onderstaande tabel. De tabel geeft weer wat de gemiddelde concentratie is over alle rekenpunten langs de belangrijkste wegen en het maximum dat zich op één van de rekenpunten voordoet. Tabel 1. Jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 (µg/m3) langs belangrijkste wegen in de gemeente Utrecht (Monitoringsrapportage M23 gemeente Utrecht). De concentraties zijn het totaal van de achtergrondconcentraties en de lokale verkeersbijdrage.
Concentraties Utrecht 2018
Concentraties Utrecht 2022
Concentraties Utrecht 2030
Gemiddeld
Maximaal
Gemiddeld
Maximaal
Gemiddeld
Maximaal
NO2
26,7
38,7
22,1
35,9
16,4
27,8
PM10
21,1
23,7
18,3
21,2
15,4
17,8
PM2,5
13,1
14,6
10,3
11,8
8,0
9,2
Stof
De concentraties van vervuilende stoffen in de lucht zijn afgelopen jaren sterk verminderd, als gevolg van landelijke economische en technologische ontwikkelingen en door maatregelen binnen de gemeente. Het RIVM verwacht met de huidige maatregelen en voorziene landelijke ontwikkelingen een dalende trend in de concentraties tot 2030. 14 Naast de verwachte economische groei en de daarmee gepaard gaande toename van activiteiten, waaronder verkeer, vindt er namelijk een autonome verschoning plaats: oude voertuigen worden vervangen door nieuwe en bedrijven verschonen zich vanuit landelijk beleid. Vanuit het Klimaatakkoord15 en de Wet stikstofreductie en natuurverbetering16 is er landelijk een sterkere beweging naar verdere verschoning gekomen, onder meer gericht op verbrandingsemissies van wegverkeer en mobiele werktuigen. Luchtkwaliteit in vergelijking met EU-grenswaarden Het is wettelijk verplicht om te voldoen aan de EU-grenswaarden. Sinds 2017 voldoet de luchtkwaliteit in de gemeente Utrecht aan de huidige EU-grenswaarden. Deze grenswaarden worden mogelijk met ingang van 2030 aangescherpt. De Europese Commissie heeft hiervoor een voorstel gepresenteerd, waarover de
13
Monitoring luchtkwaliteit Utrecht – Meetjaar 2022 / NSL Monitor 2023. Jaarrapportage metingen en NSL-berekeningen. Gemeente Utrecht, 18 juni 2024 (kenmerk 12016822) 14 R. Hoogerbrugge et al., RIVM, 2023, Grootschalige concentratiekaarten Nederland – Rapportage 2023. RIVM-rapport 2023-0113 15 Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd. In het akkoord staan meer dan 600 afspraken om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. 16 Staatsblad 2021, 140 25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
11
Projectgerelateerd
Europese Raad en Parlement inmiddels een voorlopig akkoord hebben bereikt. 17 Als vertegenwoordigers van de lidstaten dit voorlopige akkoord hebben goedgekeurd, zijn lidstaten verplicht om aan de nieuwe grenswaarden te voldoen. In onderstaande tabel zijn de huidige en voorgestelde EU-grenswaarden weergegeven, samen met de verwachte concentraties in 2030 in Utrecht. Weergegeven zijn de gemiddelde concentratie en de concentratie van de locatie met de hoogste gemeten waarde. Tabel 2. Concentraties op rekenpunten Monitoringstool (Monitoringsronde 2023) voor 2030, vergeleken met de huidige en voorgestelde EU-grenswaarden. Alle concentraties zijn weergegeven in μg/m3.
Stof
Huidige EU‐ grenswaarden Jaargemiddeld
Voorstel EU‐ grenswaarden Jaargemiddeld
NO2
40
PM10 PM2,5
Verwachte concentraties Utrecht 2030, Jaargemiddeld Gemiddeld alle rekenpunten
Maximaal op 1 rekenpunt
20
16,4
27,8
40
20
15,4
17,8
25
10
8,0
9,2
N.B. Naast de grenswaarden voor de jaargemiddelde blootstelling worden ook de grenswaarden voor piekblootstelling (per uur en etmaal) mogelijk aangescherpt. Het is op dit moment nog niet duidelijk of deze grenswaarden voor piekblootstelling strenger zijn dan de jaargemiddelde grenswaarden. Over de voorgestelde EU-grenswaarden moeten de lidstaten nog besluiten.
De verwachte concentraties in Utrecht voldoen in 2030 grotendeels aan de voorgestelde EUgrenswaarden. Alleen op meerdere locaties rondom drukke wegen is het NO2-jaargemiddelde hoger dan de voorgestelde EU-grenswaarde. Om alle voorgestelde EU-grenswaarden op de hoogst belaste locaties te behalen, zijn extra maatregelen nodig om de NO2-concentratie verder omlaag te brengen. Luchtkwaliteit in vergelijking met WHO-advieswaarden Met het huidige Uitvoeringsprogramma streeft gemeente Utrecht naar het versneld behalen van de advieswaarden die de WHO in 2005 heeft opgesteld. In 2021 heeft de WHO de advieswaarden aangescherpt op basis van de wetenschappelijk vastgestelde impact op de gezondheid, ook bij lagere concentraties. In het coalitieakkoord 2022-2026 is het streven opgenomen om deze aangescherpte WHOadvieswaarden te bereiken. Uit de meest recente monitoringsdata van de luchtkwaliteit (M23) blijkt dat deze aangescherpte advieswaarden momenteel (data voor 2022) niet haalbaar zijn en zonder aanvullend beleid ook naar verwachting in 2030 niet behaald worden voor de locaties waar wordt gemonitord, zoals te zien is in onderstaande tabel. Dat is niet alleen in Utrecht het geval, maar in een groot deel van Nederland. Het RIVM heeft aangegeven dat er ingrijpende extra maatregelen nodig zijn om die advieswaarden in 2030 te halen.
Dat gaat om maatregelen niet alleen in Nederland, maar in heel Europa.18
17
De EC heeft een voorstel aanscherping gedaan, welke door het Europees Parlement is aangenomen, en formeel nog moet worden bekrachtigd door de Europese Raad, zie weblink. Lidstaten hebben 2 jaar om nieuwe grenswaarden te implementeren. 18 Zoals het RIVM stelt: “Het blijkt dat de [advies]waarden alleen met een ingrijpend pakket aan maatregelen in 2030 kunnen worden gehaald. De maatregelen zouden dan zowel voor Nederland als de rest van Europa moeten gelden.” RIVM (2022), Inventarisatie van benodigde maatregelen om WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit in 2030 te realiseren, RIVM-briefrapport 2022-0094. 25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
12
Projectgerelateerd
Tabel 3. Concentraties op rekenpunten Monitoringstool (Monitoringsronde 2023) voor 2022 en 2030, vergeleken met de WHOadvieswaarden. Alle concentraties zijn weergegeven in μg/m3.
Stof
WHO‐advieswaarden (jaargemiddeld)
Concentraties Utrecht 2022
Concentraties Utrecht 2030
WHO‐2005
WHO‐2021
Gemiddeld
Maximaal
Gemiddeld
Maximaal
NO2
20
10
22,1
35,9
16,4
27,8
PM10
20
15
18,3
21,2
15,4
17,8
PM2,5
10
5
10,3
11,8
8,0
9,2
3.2
Invloed van binnen en buiten de gemeente Utrecht
De luchtkwaliteit in Utrecht wordt bepaald door een stapeling van lokale, landelijke en internationale bronbijdragen. De exacte verdeling is in 2018 (ten behoeve van het huidige Uitvoeringsprogramma) specifiek voor de gemeente Utrecht in detail in beeld gebracht door het RIVM. Onderstaande figuur geeft de herkomst per stof weer voor 2025 (als zichtjaar van het eerdere maatregelenonderzoek), welke als indicatie voldoende representatief is voor 2030. Circa 10% van de concentratie fijnstof in Utrecht (PM10 en PM2,5) en 40% van de concentratie NO2 wordt veroorzaakt door lokale bronnen (zie figuur onder). Deze bronnen zijn met lokaal beleid aan te pakken, voor zover het gaat om bronnen waar binnen de gemeentelijke bevoegdheid op ingegrepen kan worden. De overige 60-90% komt van buiten de gemeente, vanuit Nederland en vanuit het buitenland. Tegelijkertijd behoort Utrecht tot de top-11 gemeenten met grootste uitstoot en heeft daarmee een impact op de luchtkwaliteit binnen en buiten Utrecht (zie tabel 4). Het schoner en gezonder maken van de lucht is daarom een gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Figuur 1. Herkomst luchtvervuiling Utrecht in 2025, volgens de prognose (detailanalyse RIVM, 2019), als indicatie voldoende representatief voor 2030. 25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
13
Projectgerelateerd
Tabel 4. Impact vanuit Utrecht op de luchtkwaliteit binnen en buiten Utrecht: Totale emissies in 2021 en plek op de ranglijst van gemeenten (bron: Emissieregistratie 2023) Stof
Emissie 2021 (ton/jaar)
Plek op ranglijst gemeenten
NOx
2 528
11
PM10
232
11
PM2,5
137
6
3.3
Invloed vanuit sectoren op de luchtkwaliteit
Onderstaande figuren geven per stof weer wat de concentratiebijdragen zijn van de verschillende bronsectoren, gerangschikt van hoge naar lage bijdrage. De weergegeven concentratiebijdragen zijn het totaal per sector vanuit heel Nederland, met daarbij weergegeven welke aandeel afkomstig is van bronnen uit Utrecht. Met een bandbreedte is weergegeven hoe de concentratiebijdragen in 2030 per sector zijn bijgesteld naar de meest actuele inzichten19 ten opzichte van de prognose uit 2018 (nader toegelicht in paragraaf 2.1). Met deze meest actuele inzichten zijn de sectoren met de grootste invloed op de luchtkwaliteit in de gemeente Utrecht bepaald. Zoals in voorgaande paragraaf is beschreven hoeveel van de totale luchtverontreiniging afkomstig is vanuit Utrecht, Nederland of buitenland, zo verschilt per sector de verhouding tussen de bijdrage vanuit Utrecht en vanuit de rest van Nederland. Dit is weergegeven in onderstaande figuren. De figuren bevestigen de uitkomsten uit een ander onderzoek. Binnen het SLA is afgelopen jaar de pilot hoog blootgestelde gebieden uitgevoerd20, waar de gemeente Utrecht samen met de provincie Utrecht en de gemeente Nieuwegein aan hebben deelgenomen. Het pilotgebied betrof de A12-zone strekkend tot Utrecht centrum. In de pilot maakte het RIVM opnieuw detailanalyses naar de herkomst van luchtverontreiniging van binnen en buiten het pilotgebied.
Hoewel het pilotgebied slechts een deel van de gemeente Utrecht betrof, komt het beeld van de belangrijkste invloeden op de luchtkwaliteit redelijk overeen met de analyse in dit onderzoek. Een van de opgedane inzichten is verder dat de 10 belangrijkste lokaal aanwezige bronnen binnen het pilotgebied een belangrijke bijdrage leveren aan de luchtkwaliteit binnen het gebied en dat die bronnen veelal voor het merendeel verantwoordelijk zijn voor de totale uit heel Nederland afkomstige concentratie van deze tien emissiesectoren. Voor het pilotgebied Utrecht was dat gemiddeld 46%, ten opzichte van de totale uit Nederland afkomstige bronbijdrage NOx en primair (lokaal als PM10 uitgestoten) fijnstof21.
19
Gegevens 2023 Een gebiedsgerichte aanpak om de luchtkwaliteit te verbeteren. Schone Lucht Akkoord – pilots hoog blootgestelde gebieden. Eindrapportage RHDHV, 2024 (in voorbereiding). 21 Toelichting: Dit aandeel varieert sterk per sector, zoals ook uit onderhavig onderzoek blijkt en zoals is weergegeven in figuur 2. Voor PM10 en PM2,5 wordt naast het deel dat direct is uitgestoten (primair fijnstof), ook aanzienlijk deel gevormd door chemische processen (secundair fijnstof). Dat bepaalt uiteindelijk de verhouding die te zien is in figuur 1. 20
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
14
Projectgerelateerd
Figuur 2. Sectorbijdragen NO2, PM10 en PM2,5, gerangschikt van groot naar klein, met aandeel van lokale bronnen. * De bandbreedtes geven de verschillen weer in de inzichten tussen de oude prognoses en nieuwe prognoses. Bijvoorbeeld, de NO2bijdragen van verkeer en mobiele werktuigen komen hoger uit in de nieuwe prognoses, terwijl de PM10- en PM2,5-bijdragen van landbouw lager uitkomen. Gebaseerd op RIVM 2023, https://gcn-app.rivm.nl/ en de eerdere GCN-detailinformatie van RIVM, 2019). 25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
15
Projectgerelateerd
3.4
Conclusie bronanalyse
De concentratie van vervuilende stoffen in de lucht is afgelopen jaren sterk verminderd, als gevolg van landelijke economische en technologische ontwikkelingen en door maatregelen binnen de gemeente. De huidige prognoses voor 2030 laten zien dat de voor 2030 voorziene daling op basis van huidig beleid niet genoeg is om overal aan de voorgestelde nieuwe EU-grenswaarden te voldoen. De opgave ligt bij NO2 langs de drukste wegen. De WHO-advieswaarden 2021 liggen nog ver buiten bereik. Circa 10% van de concentratie fijnstof in Utrecht (PM10 en PM2,5) en 40% van de concentratie NO2 wordt veroorzaakt door lokale bronnen. Per sector verschilt deze verhouding. Een van de opgedane inzichten uit de SLA pilot is dat van de 10 belangrijkste emissiebronnen (sectoren) die van invloed zijn op het pilotgebied, de hiervan lokaal aanwezige bronnen gemiddeld 46% bijdragen aan de luchtverontreiniging, ten opzichte van de totale uit Nederland afkomstige bronbijdrage. Dat betekent dat met een gebiedsgerichte en brongerichte aanpak een belangrijke lokale verbetering van de luchtkwaliteit kan worden bereikt.
De belangrijkste lokale bronnen
Wegverkeer (slijtage van banden en remvoering), consumenten (houtstook, vuurwerk en roken) en industrie zijn de belangrijkste bronnen van PM2,5 en PM10 binnen Utrecht. Voor industriële bedrijven geldt dat het merendeel van de grote bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag valt.
Mobiele werktuigen en bouwwerkzaamheden (stofemissies van bouwplaatsen) zijn kleinere, maar wel substantiële bronnen van PM2,5 en PM10 in Utrecht. Zij zorgen op lokaal niveau voor piekbelastingen.
Voor NO2 zijn het wegverkeer op lokale wegen en mobiele werktuigen op bouwplaatsen de belangrijkste vervuilingsbronnen binnen Utrecht. Voor Binnenvaart & recreatievaart geldt de binnenvaart op het Amsterdam-Rijnkanaal als belangrijkste bron, welke onder bevoegd gezag van het rijk valt.
De belangrijkste niet-lokale bronnen
Buiten Utrecht zijn wegverkeer (Rijkswegen), scheepvaart (binnenvaart en zeescheepvaart) en industrie de belangrijkste bronnen die van invloed zijn op de NO2-concentraties in Utrecht.
Voor PM10 en PM2,5 zijn voor alle sectoren de bijdragen van buiten Utrecht sterk van invloed op de concentraties in Utrecht. De belangrijkste zijn wegverkeer (Rijkswegen), consumenten, industrie en landbouw.
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
16
Projectgerelateerd
4
Bestaande maatregelen
4.1
Uitvoeringsprogramma 2020-2025
De nota ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht – Luchtkwaliteitsbeleid Utrecht’ beschrijft het beleid voor de aanpak van luchtverontreiniging. De maatregelen in dit uitvoeringsprogramma hebben betrekking op de periode 2020-2025, met een doorkijk naar 2030, zoals in onderstaand schema weergegeven.
De maatregelen zijn voorafgaand aan onderhavig maatregelenonderzoek door de gemeente Utrecht geëvalueerd en deze vormden het vertrekpunt voor de verdere maatregeleninventarisatie. Samen met de verschillende betrokken beleidsvelden is nagegaan in hoeverre maatregelen succesvol zijn (geweest) en kunnen worden voortgezet of uitgebreid. Aanvullend op het uitvoeringsprogramma zijn maatregelen ingezet vanuit andere programma’s of vanwege politiek/bestuurlijke ontwikkelingen, welke een effect hebben op de luchtkwaliteit. Deze zijn in de volgende paragrafen beschreven. Effect uitvoeringsprogramma op de luchtkwaliteit Effecten van de maatregelen uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgebreid onderzocht als voorbereiding van het huidige uitvoeringsprogramma. Aangezien de maatregelen als vastgesteld beleid gelden, zijn deze effecten verondersteld te zijn opgenomen in de landelijke gegevens over de luchtkwaliteit, zoals in paragraaf 3.1 is beschreven.
4.2
Schone Lucht Akkoord
Het Schone Lucht Akkoord (SLA) is de belangrijkste nationale samenwerking van verschillende overheden om toe te werken naar een gezonde luchtkwaliteit. Het doel van het SLA is om de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Het is een akkoord tussen Rijk, provincies en een groot aantal gemeenten. Samen streven de deelnemende partijen naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. Het SLA draagt de boodschap uit dat door samenwerking een relevante gezondheidswinst kan worden behaald. 25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
17
Projectgerelateerd
De gemeente Utrecht heeft zich bij aanvang van het SLA (januari 2020) aangesloten en is op meerdere fronten actief. - De wethouder heeft zitting in de Stuurgroep (namens de G4). - Op ambtelijk niveau wordt deelgenomen aan meerdere themagroepen. - Het uitvoeringsprogramma ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht’ is als decentraal uitvoeringsprogramma (DUP) opgenomen in het landelijke Schone Lucht Akkoord. - Deelname aan Pilot ‘Hoog blootgestelde gebieden’. In het SLA zijn vaste maatregelen22 afgesproken om te worden uitgevoerd door de deelnemers. Utrecht geeft hier uitvoering aan en rapporteert jaarlijks over de voortgang.
4.3
Ingezet beleid met effect op de luchtkwaliteit
Op diverse beleidsvelden zijn maatregelen genomen of beleid ingezet die positief uitpakken voor de luchtkwaliteit.
Regulering (ontmoediging) houtstook horeca, welke later is vervangen door een verbod op houtstook buiten, zie paragraaf 5.1.3;
Uitbreiding rookvrije plekken;
Vuurwerkvrije zones;
22
Rondom scholen, sportvelden, musea en bushokjes zijn inmiddels rookvrije zones ingesteld, vooral gericht op het beschermen van kinderen. Op Utrecht Science Park geldt een rookverbod met handhaving, in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zijn voor de jaarwisseling 2022-2023 ongeveer 150 vuurwerkvrije zones aangewezen. Buiten deze zones was er ruimte om in andere delen van de stad vuurwerk af te steken. Daardoor was het positieve effect op de luchtkwaliteit vermoedelijk beperkt.
Verduurzaming kantoren, scholen, openbare gebouwen, met minder verwarmingsemissies (gasstook) tot gevolg, mede volgend op de wettelijke duurzaamheidseisen voor gebouwen.
https://www.schoneluchtakkoord.nl/thema/mobiliteit/handreiking-schone-lucht-regionale/stappenplan-schone-lucht-regionaal/
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
18
Projectgerelateerd
5
Onderzochte aanvullende maatregelen
5.1
Aanvullende, al ingezette maatregelen
Gedurende de looptijd van het onderzoek en het voortraject ervan zijn enkele ontwikkelingen geweest wat betreft de besluitvorming over specifieke maatregelen. Voor deze maatregelen heeft de besluitvorming al plaatsgevonden. Deze maatregelen zijn nog niet in de cijfers van de autonome ontwikkeling van de luchtkwaliteit opgenomen. De maatregelen zijn meegenomen in het onderzoek om het effect ervan te bepalen, ter vergelijking van de effecten van aanvullende, nog te overwegen maatregelen (beschreven in paragraaf 5.2).
5.1.1
Mobiliteitsplan 2040
Gemeente Utrecht heeft met het Mobiliteitsplan 2040 beleidsvoornemens geformuleerd voor de middellange en lange termijn. In de Agenda Mobiliteitsplan 2023 is de concretisering aangebracht hoe dit beleid wordt uitgestippeld over 3 fasen: nu (tot 2025), straks (2025-2030) en later (2030-2040). In het mobiliteitsplan zijn 5 stappen opgenomen: 1. Slimmer bestemmen; 2. Anders reizen; 3. Netwerken op orde; 4. Slim parkeren en 5. Slim sturen (zie onderstaande figuur). Deze stappen samen moeten leiden tot een mobiliteitstransitie met als doel de stad aantrekkelijk, gezond en bereikbaar voor iedereen te maken. Hiermee wordt mede invulling gegeven aan de mobiliteitsdoelstellingen uit het coalitieakkoord 2022-2026: - Bereikbaarheid voor iedereen; - Synergie tussen verstedelijking en mobiliteit; - Klimaatneutrale mobiliteit door in te zetten op emissieloos en CO2-arm vervoer.
Figuur 3. De 5 stappen in het Mobiliteitsplan 2040 van de gemeente Utrecht
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
19
Projectgerelateerd
Effect mobiliteitsplan op de luchtkwaliteit Het mobiliteitsplan bevat maatregelen die gezamenlijk een effect zullen hebben op de vervoergerelateerde uitstoot van luchtverontreiniging. Het gezamenlijke effect van het totale maatregelenpakket dat met het mobiliteitsplan is voorzien, is in het verkeerskundig onderzoek al meegenomen23. Het is niet mogelijk om maatregelen hieruit te isoleren om een afzonderlijk effect in te schatten op de luchtkwaliteit, aangezien juist het totaalpakket maakt dat er een bepaald effect optreedt. In dit onderzoek is daarom uitgegaan van het pakket als geheel met daarin de 5 beschreven stappen. In het Mobiliteitsplan 2040 is een scenario opgenomen met daarin ingezette maatregelen en ambities op het gebied van emissieloos (zero emission, ZE) vervoer. Dit scenario is als afzonderlijke referentie beschouwd waar de verkeerskundige effecten van de 5 stappen tegen zijn afgezet. In het onderhavige onderzoek is uitgegaan van het totale pakket-effect van de 5 stappen, maar niet van de ZE-effecten. Deze keuze vloeit voort uit het zichtjaar 2040 in het mobiliteitsonderzoek en de daarin veronderstelde ontwikkelingen op het gebied van emissieloos vervoer tot die tijd, samengevat in 1 scenario. De wens in onderhavig onderzoek was om meer variaties ZE-maatregelen voor zichtjaar 2030 te evalueren. Deze zijn als aanvullende maatregelen opgenomen in paragraaf 5.2.
De emissieverandering volgt uit: - De totale NOx-emissies in scenario ‘2040 Referentie (incl. ZE)’ = 637 ton/jaar - De totale NOx-emissies in scenario ‘2040 Slim parkeren’ (als laatste stap) = 619 ton/jaar. - De afname bedraagt 2,8% Voor PM10 komt het effect van de 5 stappen volgens het onderzoek uit op nul (geen toe- of afname).
5.1.2
Emissie-eisen mobiele werktuigen (SEB en Omgevingswet)
Mobiele werktuigen zijn voertuigen die in beginsel geen gebruik maken van de openbare weg en bijvoorbeeld worden ingezet bij bouwprojecten. Voorbeelden van mobiele werktuigen zijn graafmachines, bulldozers, hijskranen, heistellingen en tractoren. Ook aggregaten vallen hier onder. De gemeente Utrecht stelt voor eigen projecten in veel gevallen in aanbestedingsprocedures eisen aan gebruik van mobiele werktuigen, voortvloeiend uit het uitvoeringsprogramma ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht’ (paragraaf 2.1). Hier is de praktijk weerbarstig gebleken, onder meer vanwege gebrek aan juridische mogelijkheden en beperkte handhavingsmogelijkheden. Inmiddels heeft de gemeente Utrecht het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) ondertekend, met niveau ‘ambitie’. 24 25 De ondertekening van het convenant verplicht de gemeente om de SEB-eisen mee te nemen in aanbestedingen. In dit convenant wordt binnen de bouwsector onderscheid gemaakt tussen de volgende bouwsegmenten: grond-, water-, en wegenbouw (GWW), burgerlijke woningbouw en utiliteitsbouw (W&U), spoor, kustlijnzorg, vaargeulonderhoud en energieprojecten (energieopwekking en infrastructuur). Met een opvolgend collegebesluit26 is de SEB-eis via het omgevingsplan opgelegd aan publieke bouwwerken. De Routekaart SEB biedt een handzaam kader van welke eisen in aanbestedingen redelijkerwijs aan marktpartijen gesteld kunnen worden.
Onderstaand kader beschrijft de emissie-eisen die zijn opgenomen in de Routekaart SEB. 23
Goudappel, 2023. Rapportage klimaateffecten mobiliteitsbeleid gemeente Utrecht. Eindrapport van 14 juli 2023 met kenmerk 012640.20230714.R1.01 (Bijlage 2 – Emissie luchtkwaliteit: NOx en PM10). 24 De formele ondertekening vond plaats op op 30 oktober 2023. 25 Staatscourant Nr. 31167 van 23 november 2023 26 Collegebesluit van 24 oktober 2023 25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
20
Projectgerelateerd
Info kader: Routekaart Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) De Routekaart SEB heeft als doel het bieden van duidelijkheid aan de bouwsector met het geven van een meerjarenperspectief en het geven van een stappenplan dat leidt tot toenemende emissiereductie richting 2030 en daarna. In de routekaart staan emissie-eisen per vermogensklasse, gefaseerd met oplopende eisen. Stapsgewijs wordt hiermee toegewerkt naar de inzet van emissievrije mobiele werktuigen. Het gaat dan om de inzet van schonere milieuklassen en uiteindelijk van elektrisch aangedreven werktuigen. De eisen zijn tot stand gekomen als compromis wat wenselijk is en wat haalbaar is om als eis aan de markt te stellen. Er wordt onderscheid gemaakt in de niveaus van emissie-eisen:
Minimum: voor alle bouw- en sloopwerkzaamheden, invulling van de wettelijk verplichte emissiebeperking (volgend uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Basis: van toepassing op aanbestedingseisen door opdrachtgevende partijen die het convenant SEB hebben ondertekend.
Ambitie: van toepassing op aanbestedingseisen door opdrachtgevende partijen die voor het ambitieuze niveau hebben ondertekend. Het niveau Ambitie gaat uit van dezelfde emissie-eisen als het niveau Basis, maar is aangevuld met een generieke nul-emissie-eis (ZE) als aandeel binnen de totale inzet van bouwwerktuigen in een bouwproject.
Onderstaand zijn de emissie-eisen voor het niveau basis en ambitie weergegeven.
SEB‐niveau: basis Vermogensklasse
2023‐2024 2025‐2027 2028‐2029 2030‐2035 2035‐2040
< 19 kW
‐
‐
100% ZE
100% ZE
100% ZE
19 <= kW < 37
IIIa
IIIa
100% ZE
100% ZE
100% ZE
37 <= kW < 56
IIIb
IIIb
100% ZE
100% ZE
100% ZE
56 <= kW < 130
IIIb
IV
IV
IV
100% ZE
130 <= kW < 560
IIIa
IV
IV
IV
100% ZE
> 560 kW & spec
‐
‐
kat & rf
kat & rf
100% ZE
100% ZE
100% ZE
100% ZE
stationair < 560 kW
gelijk niet‐stationair < 560 kW
stationair > 560 kW
gelijk niet‐stationair > 560 kW SEB‐niveau: ambitie 10% ZE
30% ZE
70% ZE
90% ZE
30% ZE
70% ZE
90% ZE
100% ZE
Figuur 4. Emissie-eisen volgend uit de Routekaart SEB, basisniveau. Het niveau ‘ambitie’ gaat uit van dezelfde eisen als het basisniveau, aangevuld met een nul-emissie-eis (ZE) als aandeel binnen de totale inzet van bouwwerktuigen in een bouwproject. In enkele gevallen zijn de eisen van het basisniveau strenger dan het minimumniveau, dit is met groene arcering aangegeven. Verklaring van afkortingen: kW = kiloWatt; spec = speciale voertuigen; IIIa/IIb/IV = milieuklassen tot ZE; ZE = zero emissie; kat & rf = katalysator & roetfilter.
25 juli 2024
BJ5888-MI-RP-240725
21
Projectgerelateerd
Effect emissie-eisen mobiele werktuigen op de luchtkwaliteit Gemeente Utrecht heeft getekend voor niveau ‘ambitie’. Uitgangspunt voor deze maatregel is dat de gemeente Utrecht in eigen aanbestedingen uitgaat van SEB-niveau ‘ambitie’. Het niveau ‘ambitie’ gaat uit van dezelfde emissie-eisen als het basisniveau, aangevuld met een nul-emissie-eis (ZE) als aandeel binnen de totale inzet van bouwwerktuigen in een bouwproject. In 2030 ligt die eis tussen de 90% en 100% van de totale inzet, welke gaat gelden voor projecten waar de gemeente Utrecht opdrachtgever van is. De maatregel heeft alleen betrekking op publieke projecten (met gemeente Utrecht als opdrachtgever), verondersteld circa 15% van het totale aantal bouwprojecten (globale aanname). Het uiteindelijke effect is vervolgens berekend op basis van het aandeel van mobiele werktuigen in de bouw in de totale concentratiebijdrage vanuit de gemeente Utrecht.
5.1.3
Verbod op houtstook buiten
De maatregelen uit het uitvoeringsprogramma gericht op houtstook zijn ingestoken op een vrijwillige aanpassing van stookgedrag (campagne) en/of stookvoorziening in huis (vervangings- en daarna sloopsubsidie). In de interne evaluatie kwam naar voren dat het effect hiervan onvoldoende is om deze bron van luchtverontreiniging wezenlijk te verminderen. Daarnaast betreft dit alleen houtstook binnenshuis (sfeerverwarming) en laat houtstook buiten ongemoeid. Dit is tevens de constatering geweest door enkele raadsleden en vormde aanleiding tot het indienen van een initiatiefvoorstel27 om meer regulerend op te kunnen treden tegen houtstook buiten. Het aangenomen voorstel betreft een aanpassing van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), waarmee alle houtstook in de buitenlucht is verboden. Hieronder vallen alle ‘sfeervuren gestookt met hout’ die buiten plaatsvinden, zoals vuurkorven, vuurhaarden en hout gestookte barbecues, maar ook houtstook van horeca en evenementen. Effect verbod houtstook buiten op de luchtkwaliteit De effectbepaling is gebaseerd op een inschatting van het bereik van de maatregel (hele gemeente = 100%) en het verwachte reductiepercentage van de maatregel en de verwachte naleving (expertinschatting, afhankelijk van hoe de doelgroep de maatregel kan ontwijken en hoe strikt gehandhaafd kan worden).
In dit geval is verondersteld dat 75% van de houtstook buiten wordt tegengegaan (globale inschatting). Het uiteindelijke effect is vervolgens berekend op basis van het aandeel van houtstook buiten in de totale concentratiebijdrage vanuit de gemeente Utrecht.
5.1.4
Uitstootvrije recreatievaart
De gemeente is bezig om de recreatievaart te verduurzamen28. via de Havenverordening stimuleert en reguleert de gemeente emissievrije vaartuigen van pleziervaart en commerciële recreatievaartuigen door eisen te stellen aan vergunningen voor ligplaats en exploitatie. Voor bezoekers zonder ligplaats (passanten) wordt emissievrij op meerdere manieren gestimuleerd en wordt op den duur verplicht. Effect uitstootvrije recreatievaart op de luchtkwaliteit De effectbepaling is gebaseerd op een inschatting van het bereik van de maatregel (hele gemeente = 100%) en het verwachte reductiepercentage van de maatregel en de verwachte naleving (expertinschatting, afhankelijk van hoe de doelgroep de maatregel kan ontwijken en hoe strikt gehandhaafd kan worden). In dit geval is verondersteld dat 75% van de recreatievaart emissievrij zal