Bijlage 1.7 Rapport_Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone (oktober 2019).pdf
Tekst van het document
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone Analyses verkeersmodel
11 oktober 2019 Versie 1.0 Ambtelijke versie
Utrecht.nl
Colofon
uitgave Ruimtelijke Kwaliteit en Duurzaamheid (2) Ontwikkelorganisatie Ruimte Gemeente Utrecht 030 - 286 00 00 info@utrecht.nl
in opdracht van Afdeling Ruimtelijke Kwaliteit en Duurzaamheid (2) Organisatie Ontwikkelorganisatie Ruimte Gemeente Utrecht
internet www.utrecht.nl
rapportage
informatie D.J.P. Terlouw
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
2/56
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
3/56
Inhoud 1
Inleiding
7
1.1
Doel
7
1.2
Samenhang rapportages mobiliteit
8
2
Aanpak
9
2.1
Stappen
9
2.2
Scenario’s
9
Scenario 1: Autonoom 2030, vastgestelde plannen
10
Scenario 2 – deelgebied 4 en 5 met 4000 woningen, deelgebied 6 bestaand Scenario 3 – deelgebied 4 en 5 volledig, deelgebied 6 bestaand
11
Scenario 4 – deelgebied 4 en 5 volledig, deelgebied 6 alleen oost
11
Scenario 5 – deelgebied 4, 5 en 6 volledig
11
10
Overzicht 11 2.3
Indicatoren/Beoordelingskader
11
Indicatoren statisch
12
Indicatoren dynamisch
12
Beoordeling indicatoren
12
3
Verkeersmodellen
16
3.1
VRU 3.4
16
3.1.1
Programma Merwedekanaalzone
16
3.2
Vergelijking VRU 3.4 en VRU 3.3u
16
3.2.1
Bevindingen
17
3.2.2
Conclusies
17
3.3
Quick scan verkeersgeneratie
18
3.4
DVU
18
4
Uitgangspunten projectmodel MWKZ
19
4.1
Toekomstscenario
19
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
4/56
4.1.1
Parkeertarieven
19
4.2
Ruimtelijke vulling
20
Deelgebied 4
20
Deelgebied 5
21
Deelgebied 6
21
Algemene uitgangspunten
21
Woningen
22
Arbeidsplaatsen
23
4.3
Infrastructuur
23
4.3.1
Auto
23
4.3.2
OV
24
4.3.3
Fiets
25
4.4
Mobiliteitsstrategie
25
4.4.1
Modellering mobiliteitsstrategie
25
4.4.2
Uitgangspunten
25
4.5
Groei verkeer
27
4.6
Onzekerheden
27
4.6.1
Infra
27
4.6.2
DVM
28
4.6.3
Ruimtelijke vulling
28
4.6.4
Invulling deelgebied 6
28
4.6.5
Mobiliteitsstrategie
28
4.7
Dynamisch model
28
4.7.1
Kenmerken dynamische simulaties
29
4.7.2
Aandachtspunten gebruik dynamisch model
29
5
Resultaten verkeersmodellen
31
5.1
Verkeersgeneratie
31
5.1.1
Autoverkeer
31
5.1.2
Modal split
33
5.1.3
Parkeren op afstand
33
5.2
Intensiteiten
34
5.3
Verkeersafwikkeling wegvakken
37
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
5/56
5.3.1
Belasting wegvakken
37
5.3.2
Snelheidsreductie
37
5.3.3
Fileduur
38
5.4
Verkeersafwikkeling kruispunten
39
5.4.1
Belasting kruispunten
39
5.4.2
Wachttijd kruispunten
40
5.5
Reistijden
41
5.6
Voertuigverliesuren
43
5.7
Bevindingen analyses
44
5.8
Randvoorwaarden
44
6
Analyses
45
6.1.1
Selected link
45
6.1.2
Selected zone
46
6.1.3
Effect herinrichting Europalaan-Noord
46
6.1.4
Gevoeligheidsanalyses
47
7
Conclusies
49
7.1
Samenvattende conclusies
49
7.2
Ontwikkelstrategie
50
Bijlage 1: resultaten verkeersmodellen
51
Bijlage 2: intensiteiten
52
Intensiteiten motorvoertuigen/etmaal
52
Intensiteiten motorvoertuigen/ochtendspits (2 uur)
53
Intensiteiten motorvoertuigen/avondspits (2 uur)
54
Bijlage 3: Parkeernormen
55
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
6/56
1
Inleiding
De Merwedekanaalzone is een gebied van Punt Oog in Al tot en met Westraven. Het gebied waar vooral veel gaat veranderen, is ongeveer 60 hectare groot en ligt tussen de Dr. M.A. Tellegenlaan en de A12. Het wordt een stadswijk waar mensen met plezier kunnen wonen, werken en ontspannen. Onderzocht wordt of het gebied kan veranderen en of er tot ongeveer 2030 tussen de 6.000 tot 10.000 woningen gebouwd kunnen worden. Dit zijn vooral koop- en huurappartementen maar ook eengezinswoningen. Zo bouwt Utrecht aan een gezonde en duurzame stad voor de toekomst. Een compacte stad die tot 2030 groeit van 340.000 naar 410.000 inwoners.
1.1
Doel
Het verkeersonderzoek richt zich op de consequenties van de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone op de mobiliteit. We brengen de effecten in beeld op verkeersstromen en de verkeersafwikkeling als er bepaalde keuzes gemaakt worden.
Onderzoeksvragen 1.
Er is een nieuw verkeersmodel beschikbaar. We maken een vergelijking maken tussen VRU 3.3 en VRU 3.4. Het nieuwe model is de basis van bestemmingsplan maar er is al veel onderzoek gedaan op basis van het vorige model. We beoordelen of eerder getrokken conclusies, zoals in de mobiliteitsstrategie, wezenlijk kunnen veranderen door toepassing van het nieuwe model.
2.
Ideeën over gewenst programma en fasering zijn nog in beweging. Het effect hiervan op o.a. de verkeersgeneratie is groot. Daarom is er meer inzicht nodig in de effecten en gevoeligheden.
3.
Tot nu toe alleen met een statisch verkeermodel gerekend. Vanwege de behoefte aan meer inzicht in de verwachte verkeersafwikkeling is de stap naar een dynamisch model nodig.
4.
Op basis van deze nieuwe inzichten bepalen we de randvoorwaarden vanuit mobiliteit waarbinnen het gebied zich kan ontwikkelen.
Toepassing De resultaten van het verkeersonderzoek bieden input voor andere rapportages en onderzoeken, zoals de omgevingsvisie deel 2, het aanvullend MER, milieuonderzoeken en bestemmingsplannen.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
7/56
1.2
Samenhang rapportages mobiliteit
Deze rapportage geeft een nadere verdieping bij het rapport ‘Mobiliteit Merwedekanaalzone’1 waarin de visie op de mobiliteit voor de Merwedekanaalzone is uitgewerkt. In de visie is geconstateerd dat de huidige beleidskaders onvoldoende mogelijkheden bieden om een ontwikkeling mogelijk te maken waarbij de leefbaarheid en bereikbaarheid gegarandeerd kunnen worden. Een ambitieuze mobiliteitsstrategie is noodzakelijk. Hoe die strategie kan worden vormgegeven en hoe dit doorwerkt op de mobiliteit is de visie uitgewerkt. Bij de onderbouwing hiervan is gebruik gemaakt van het verkeersmodel van de gemeente Utrecht. De focus ligt hierbij op een situatie waarbij de hele MWKZ wordt herontwikkeld, met ca. 10.000 woningen. In deze rapportage, Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone, staan we uitgebreid stil bij de gehanteerde uitgangspunten bij het verkeersmodel, hoe de mobiliteitsstrategie is vertaald naar de verkeerscijfers. Daarnaast onderzoeken we scenario’s waarbij nog niet de hele MWKZ is herontwikkeld maar in stappen hiernaartoe om te kunnen beoordelen wat een fasering kan betekenen voor het verkeerssysteem. Hierbij is ook nader ingezoomd op het functioneren van het autonetwerk. De uitkomsten van deze onderzoeken bepalen mede de te volgen ontwikkelstrategie.
1 Mobiliteit Merwedekanaalzone, Goudappel Coffeng, oktober 2019
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
8/56
2
Aanpak
In dit hoofdstuk is een toelichting gegeven op de gehanteerde aanpak om te komen tot verkeercijfers. De stappen die hiervoor zijn doorlopen en de manier waarop we het resultaat beoordeling komt hier ook aan de orde.
2.1
Stappen
Om te komen tot bruikbare resultaten en de beoordeling hiervan doorlopen we de volgende stappen.
Bepalen beoordelingskader Vooraf bepalen we op welke indicatoren de verschillende varianten beoordeeld worden.
Van VRU 3.4 naar projectmodel MWKZ Het verkeersmodel wordt bijgesteld op basis van de laatste inzichten
Doorrekenen scenario’s Het effect van de planontwikkelingen rekenen we met het projectmodel door.
Quick scan subvarianten Gevoeligheden en mogelijke subvarianten beoordelen we quick scan
Bepalen verkeersafwikkeling Met een dynamisch verkeersmodel bepalen we de aard en omvang van knelpunten
Beoordelen resultaten We zetten de resultaten af tegen een beoordelingskader om zo conclusies te kunnen trekken over het functioneren van het verkeerssysteem.
Randvoorwaarden De beoordeling geeft ons inzicht in de randvoorwaarden die we vanuit mobiliteit meegeven aan het project.
2.2
Scenario’s
In het verkeersonderzoek wordt gewerkt met scenario’s. Ambitie is om in de Merwedekanaalzone 9.000 woningen te ontwikkelen in deelgebied 4, 5 en 6. Afhankelijk van de fasering van de ontwikkelen zal er tot volledige ontwikkeling een combinatie zijn van bestaande en nieuw programma. De ontwikkeling van deelgebied 5 is het verst in de voorbereiding van de plannen. De ontwikkeling van deelgebied 6 is het Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
9/56
meest onzeker. In de scenario’s is er daarom rekening mee gehouden dat deelgebied 4 en 5 starten met ontwikkeling en deelgebied 6 later volgt. Dit leidt tot de volgende scenario’s: 1.
Geen ontwikkeling van de Merwedekanaalzone (ter vergelijking)
2.
Ontwikkeling van deelgebied 5 met 4000 woningen
3.
Volledige ontwikkeling van deelgebied 4 en 5
4.
Volledige ontwikkeling van deelgebied 4 en 5, deelgebied 6 deels
5.
Volledige ontwikkeling van deelgebied 4, 5 en 6
1
2/3
4
5
Scenario’s ontwikkeling Merwedekanaalzone
In alle scenario’s is er voor de nieuwe woningen en voorzieningen uitgegaan van de mobiliteitsstrategie van de omgevingsvisie deel 2. Belangrijke elementen zijn een parkeernorm van 0,3, Parkeren op afstand, betaald parkeren in de omgeving, ombouw van de Europalaan-noord en nieuwe fietsverbindingen. In hoofdstuk 4 zijn de uitgangspunten toegelicht. Scenario 1: Autonoom 2030, vastgestelde plannen In het autonome scenario ontwikkelt de Merwedekanaalzone niet en blijft het bestaande programma in het gebied, met uitzondering van de plannen die al zijn vastgesteld. Vastgestelde plannen zijn het Defensieterrein, de Wilhelminawerf, Pax Lux, City pads, Eendrachtslaan 10, het hotel van de Valk en het Holland Casino. Daarnaast zijn alle vastgestelde plannen binnen en buiten Utrecht onderdeel van de prognose. Scenario 2 – deelgebied 4 en 5 met 4000 woningen, deelgebied 6 bestaand Scenario 2 betreft een tussenfase in de transformatie van deelgebied 5. In plaats van het eindbeeld (scenario 3 met 6000 woningen) is voor scenario 2 uitgegaan van 4000 woningen. Ook de voorzieningen zijn evenredig verlaagd naar ca. 3500 arbeidsplaatsen. Deelgebied 4 en 6 blijven ongewijzigd ten opzichte van de autonome situatie. Dit scenario is opgesteld ten behoeve van de ontwikkelstrategie, om in beeld te brengen wanneer er aanvullende maatregelen nodig zijn.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
10/56
Scenario 3 – deelgebied 4 en 5 volledig, deelgebied 6 bestaand Scenario 3 gaat uit van een volledige transformatie van deelgebied 5, het bestaande programma wordt vervangen door 6000 woningen met bijbehorende voorzieningen (ca. 5.200 arbeidsplaatsen). De strook ‘Mitros’ in deelgebied 4 wordt getransformeerd tot 332 woningen. Deelgebied 6 blijft ongewijzigd ten opzichte van de autonome situatie. Scenario 4 – deelgebied 4 en 5 volledig, deelgebied 6 alleen oost Scenario 4 gaat uit van een volledige transformatie van deelgebied 4 en 5 zoals scenario 3. In deelgebied 6 blijven de kantoren in het westelijk deel (langs de Europalaan-zuid) staan. In het westelijk deel komen ca. 750 nieuwe woningen en 650 arbeidsplaatsen. Scenario 5 – deelgebied 4, 5 en 6 volledig Scenario 5 gaat uit van een volledige transformatie van deelgebied 4, 5 en 6. Ook het westelijk deel van deelgebied 6 wordt getransformeerd waardoor er in totaal voor deelgebied 6 ca. 2150 nieuwe woningen en 1850 arbeidsplaatsen worden gerealiseerd. Overzicht In onderstaande tabel een overzicht van de totale vulling per scenario per deelgebied.
Woningen
Scenario 0
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
Scenario 5
Basisjaar 2015
Autonoom
4000
6000
DG6 deels
DG6
2030
woningen DG5
woningen DG5
volledig
Deelgebied 4
8
767
1099
1099
1099
1099
Deelgebied 5
994
1251
5249
7249
7249
7249
Deelgebied 6
0
455
455
455
1207
3671
Totaal aantal woningen per scenario per deelgebied
Arbeidsplaatsen
Scenario 0
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
Scenario 5
Basisjaar 2015
Autonoom
4000
6000
DG6 deels
DG6
2030
woningen DG5
woningen DG5
Deelgebied 4
513
550
317
317
317
317
Deelgebied 5
3088
3167
3597
5336
5336
5336
Deelgebied 6
3925
4578
4578
4578
4847
3575
volledig
Totaal aantal arbeidsplaatsen per scenario per deelgebied
2.3
Indicatoren/Beoordelingskader
Voor de beoordeling van de verschillende scenario’s maken we gebruik van indicatoren afkomstig uit de verkeersmodellen. Dit geeft antwoord op de vraag of de resultaten leiden tot een acceptabele situatie of dat er knelpunten ontstaan en aanvullende maatregelen nodig zijn. Het statisch verkeersmodel heeft qua verkeersafwikkeling vooral een signaalfunctie, waar potentieel knelpunten ontstaan. Daarnaast bepaalt het statisch verkeersmodel de omvang van de verkeersstromen en de routes. Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
11/56
Bij het dynamisch verkeersmodel ligt de focus op de verkeersafwikkeling, de plaats en de omvang van knelpunten en de effecten op reistijd (routes) en voertuigverliesuren (netwerk). Indicatoren statisch -
I/C-verhouding, kruispuntbelasting
-
Verkeersgeneratie
-
Toe-/afname intensiteiten
Indicatoren dynamisch -
Terugslag kruispunten
-
Wachttijd voor kruispunt
-
Reistijd van A naar B
-
Fileduur
-
Voertuigverliesuren
Beoordeling indicatoren Afname van de indicatoren is altijd positief. Een toename van de indicatoren vraagt per indicator om een andere afweging. Voor een aantal indicatoren geldt dat een toename boven een bepaalde grens onacceptabel is. Deze indicatoren zijn vet gedrukt in onderstaande tabel. Voor de overige indicatoren geldt dat een toename van een enkel indicator niet tot een onacceptabel eindbeeld hoeft te leiden. De combinatie van een toename op verschillende indicatoren kan hier wel toe leiden. Een (onacceptabele)toename moet geanalyseerd worden waar dit effect vandaan komt, wordt het veroorzaakt door het bouwen van woningen, door het bouwen van andere voorzieningen/arbeidsplaatsen of door ingrepen in het netwerk (ombouw Europalaan-noord). In onderstaande tabel zijn de indicatoren en de beoordeling hiervan nader uitgewerkt. Indicator Belasting wegvakken (statisch)
Beoordeling Het statisch verkeersmodel heeft een
Goed: I/C < 0,8
signaalfunctie waar het gaat om
Matig: I/C 0,8 – 0,9
potentiele knelpunten in de
Slecht: I/C > 0,9
afwikkelkwaliteit op wegvakken. Als de verhouding tussen intensiteit en
Scenario’s onderling:
capaciteit (I/C) boven de 0,8 komt is dit
Het aantal wegvakken met
een teken dat doorstroming vermindert.
een (te) hoge I/Cverhouding
De dynamische doorrekening geeft vervolgens inzicht in het daadwerkelijke effect op de afwikkeling van het verkeer. Snelheidsreductie
De snelheidsreductie is een indicator
Goed: snelheid > 75%
voor filevorming en geeft aan wat de
Matig: snelheid 75% - 50%
gerealiseerde snelheid is ten opzichte
Slecht: snelheid < 50%
van onbelemmerd doorrijden. Fileduur
Het aantal uren op de dag dat er file
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
Goed: < 30 minuten per 12/56
staat (snelheidsreductie > 50%), dit is
spits
een indicator voor de zwaarte van een
Matig: 30 – 90 minuten per
spits.
spits Slecht > 90 minuten per spits
Kruispuntbelasting auto
Het statisch verkeersmodel heeft een
Goed: < 30 seconden
(statisch)
signaalfunctie waar het gaat om
Matig: 30 – 60 seconden
potentiele knelpunten in de
Slecht: > 60 seconden
afwikkelkwaliteit van kruispunten Als de gemiddelde kruispuntvertraging
Scenario’s onderling:
boven de 30 seconden komt is dit een
Het aantal kruispunten met
teken dat doorstroming vermindert.
een (te) hoge belasting
De dynamische doorrekening geeft vervolgens inzicht in het daadwerkelijke effect op de afwikkeling van het verkeer. Wachttijd voor kruispunt
Vanuit het dynamisch verkeersmodel
Goed: < 30 seconden
bepalen we de gemiddelde wachttijd
Matig: 30 – 60 seconden
voor een kruispunt in de spits
Slecht: > 60 seconden
(maatgevende situatie). Scenario’s onderling: Het aantal kruispunten met een (te) lange wachttijd Verkeersgeneratie
Toename van de autoverkeersgeneratie
Scenario’s onderling:
betekent dat de Merwedekanaalzone
Verkeersgeneratie auto en
een grotere bijdrage levert aan
modal split
capaciteitsknelpunten in de stad. Een afname van de verkeersgeneratie in andere delen van de stad kan er echter toe leiden dat er per saldo niet meer verkeer is. Dit criterium gebruiken we alleen voor de onderlinge vergelijking van de scenario’s.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
13/56
Toe-/afname intensiteiten auto
Een toename van de intensiteiten van de
Voor de relevante wegen in
auto is niet positief voor de leefbaarheid
de omgeving van het
en duurzaamheidsdoelen van de stad.
plangebied is aangegeven
Een toenemende intensiteit kan nog
op welke manier de
steeds te verwerken zijn door het
beoordeling plaatsvindt.
netwerk en hoeft niet te leiden tot een capaciteitsknelpunt. Een verandering van de intensiteiten op omliggende wegen beoordelen we als volgt. Wilhelminalaan
Wilhelminalaan
Toename intensiteit ten opzichte van de
Goed: < autonoom
autonome situatie is niet gewenst. De
Slecht: > autonoom
doorstroming is hierbij bepalend. Europalaan-Noord
Europalaan-Noord
Een intensiteit van 20% lager ten
Goed: afname > 20%
opzichte van de huidige situatie is
Slecht: afname < 20%
gewenst om de oversteekbaarheid van de Merwedekanaalzone naar het park te waarborgen. De oversteekbaarheid in relatie met het OV is een apart aandachtspunt. ’t Goylaan
’t Goylaan
Toename intensiteit ten opzichte van de
Goed: < autonoom
autonome situatie is niet gewenst
Slecht: > autonoom
Beneluxlaan (oost), Socrateslaan
Beneluxlaan (oost),
Toename intensiteit ten opzichte van de autonome situatie is niet gewenst
Socrateslaan Goed: < autonoom Slecht: > autonoom
Rijnlaan
Rijnlaan
Toename van de intensiteiten op de
Goed: < autonoom
Rijnlaan ten opzichte van de autonome
Slecht: > autonoom
situatie zijn niet acceptabel. Dit zou een te grote afwenteling van de MWKZ op de Rivierenwijk betekenen waar het aantal fietsers sterk zal toenemen. Een toename van het aantal fietsers en auto’s leidt tot onveilige situaties. Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
14/56
Beneluxlaan
Beneluxlaan
Hierbij wordt er vanuit gegaan dat er in
Goed: < 18.000 mvt/etm
de toekomst een ombouw naar een 2x1
Slecht: > 18.000 mvt/etm
weg mogelijk moet zijn. De oversteekbaarheid is hierbij belangrijk. 18.000 motorvoertuigen/etmaal wordt als een acceptabele intensiteit gezien voor dit type wegen. Europalaan-Zuid
N.v.t. Wordt alleen op
Een toename van de intensiteiten op de
doorstroming beoordeeld.
Europalaan-zuid is acceptabel omdat dit de invalsroute is richting het stedelijk netwerk. Voorwaarde is hierbij wel dat de doorstroming voldoende is. Terugslag kruispunten
Een terugslag op kruispunten, dat
Goed: geen terugslag
betekent dat er file ontstaat voorbij het
Slecht: wel terugslag
volgende (geregelde) kruispunt, het netwerk is te zwaar belast. Dit is onacceptabel omdat dit zorgt voor verkeersonveilige situaties. Vastlopen verkeer
Als het netwerk het verkeer niet kan
Goed: Kans < 10%
verwerken kan dit er toe leiden dat
Matig: Kans 10% - 20%
wachtrijen ander verkeer gaat blokkeren
Slecht: Kans > 20%
waardoor het verkeer vastloopt. Dit is een ongewenste situatie, de kans dat dit voorkomt is een maat voor de kwetsbaarheid van het verkeerssysteem. Reistijd
De vertraging die automobilisten
Goed: < 1,5 * dal
oplopen om van punt A naar punt B te
Matig 1,5 – 2 * dal
reizen tijdens de spits (drukste moment)
Slecht > 2 * dal
in vergelijking met een ongestoorde afwikkeling van het verkeer. Voertuigverliesuren
Het totale aantal uren reistijdverlies in
Ten behoeve van
vergelijking met een ongestoorde
onderlinge vergelijking
afwikkeling van het verkeer.
scenario’s.
Beoordelingskader
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
15/56
3
Verkeersmodellen
In dit hoofdstuk wordt een nadere toelichting gegeven op de toegepaste verkeersmodellen. Het statisch model VRU 3.4 en het dynamisch model DVU.
3.1
VRU 3.4
VRU 3.4 is de laatste vigerende versie van het verkeersmodel regio Utrecht die per oktober 2018 beschikbaar is. Basisjaar is 2015 en het prognosejaar is 2030. Dit model is bestuurlijk vastgesteld als basis voor projecttoepassingen en bestemmingsplannen. Dit verkeersmodel ligt aan de basis van de onderzoeken voor de Merwedekanaalzone, bij de projectuitwerking wordt ingezoomd op het onderzoeksgebied en wordt waar nodig detailinformatie of actuele inzichten ingebracht in het verkeersmodel, dit is dan het projectmodel voor de betreffende studie.
3.1.1
Programma Merwedekanaalzone
VRU 3.4 is gericht op 2030. In het basismodel VRU 3.4 is een deel van het programma voor de Merwedekanaalzone opgenomen. Hierbij is uitgegaan van de scenario’s zoals eerder zijn opgesteld t.b.v. de MER die gelijktijdig is vastgesteld met de Omgevingsvisie deel 1. In de vastgestelde plannen zijn 6.000 woningen mogelijk gemaakt en dat is het uitgangspunt. Er is een realistisch bouwtempo aangehouden: voor 2030 is aangenomen dan 50% van dit programma is gerealiseerd. In het autonome scenario (zie hoofdstuk 2) waarbij uitgegaan is van vastgesteld programma zijn deze woningen weer “weggeveegd” uit het model en de bestaande functies toegevoegd. Ten opzichte van de inzichten van toen zijn er zaken veranderd waar we nu anders mee omgaan, deze zijn beschreven in de scenario’s in hoofdstuk 2.
3.2
Vergelijking VRU 3.4 en VRU 3.3u
In eerdere onderzoeken (zoals de MER) is gebruik gemaakt van een eerdere versie van het VRU, versie 3.3u. In VRU 3.4 is o.a. het toekomstscenario geactualiseerd (WLO-scenario’s van het planbureau voor de leefomgeving), ook zijn de ruimtelijke- en infrastructurele plannen (gemeente en regio) zoals zijn vastgesteld tot de periode 2030 voorzien van de laatste inzichten. VRU 3.4 zal de basis gaan vormen voor de bestemmingsplannen de aankomende jaren. De resultaten van VRU 3.3u en VRU 3.4 zijn daarom vergeleken om te toetsen of de mobiliteitsstrategie vergelijkbare resultaten oplevert in het nieuw vastgestelde model. Om in beeld te brengen wat de effecten zijn van de gewijzigde uitgangspunten is in onderstaande tabel de etmaalintensiteit voor de autonome situatie 2030 uit beide modellen naast elkaar gezet.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
16/56
Wegvak
VRU 3.3
VRU 3.4
O d Oudenlaan (n v vZ)
19300
17000
O d Oudenlaan (n v AF)
15100
13700
van Zijstweg
20000
12600
Kon. Wilhelminalaan
11400
10300
Balijebrug
13900
12800
Europalaan N (z v AF)
14600
14800
Europalaan N (midden)
15000
15400
Europalaan N (n van EP)
18300
16900
Beneluxlaan W
13700
15200
Socratesbrug
17600
18300
Europalaan Z (z van EP)
32600
33900
Europalaan Z (n van A12)
31300
36300
Winthontlaan onder A12
8200
5700
Europalaan onder A12
27300
29800
toerit A12 N
12300
10700
afrit A12 N
16600
17900
toerit A12 Z
15300
13800
afrit A12 Z
13000
10800
Etmaalintensiteiten in 2 richtingen, autonoom 2030
3.2.1
Bevindingen
In bovenstaande vergelijking valt het volgende op: •
Veel van de intensiteiten zijn dezelfde orde van grootte
•
Europalaan zuid is drukker in VRU 3.4 dan in VRU 3.3u, door toegenomen drukte op het hoofdwegennet kiest verkeer eerder voor een route door de stad (Europalaan/Beneluxlaan) dan buitenom (A12/A2)
•
Van Zijstweg rustiger, dit komt door een verbeterde modellering van het verkeer rondom de Croeselaan, ook is in VRU 3.4 nog niet de eindsituatie van het beurskwartier opgenomen (nog niet gereed in 2030)
3.2.2
Conclusies
Uit de vergelijking tussen VRU 3.3u en VRU 3.4 blijkt dat de verschillen beperkt zijn. Op de plekken waar grotere verschillen zichtbaar zijn, zijn deze goed verklaarbaar vanuit de gewijzigde uitgangspunten. Bij toepassing VRU 3.4 zal dit niet tot hele andere uitkomsten leiden dan waar de besluitvorming tot nu toe op gebaseerd is.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
17/56
3.3
Quick scan verkeersgeneratie
Naast de volledige modelmatige doorrekening van de scenario’s met VRU 3.4 is een instrument opgezet wat snel inzicht geeft in de effecten van keuzes in programma en mobiliteitsstrategie. Omdat er qua uitgangspunten nog verschillende keuzes mogelijk zijn en er onzekerheden zijn in de aannames is er behoefte om snel Met dit instrument is het mogelijk om subvarianten te beoordelen en effecten van detailkeuzes bepalen zonder complete modelberekeningen uit te hoeven voeren. Invoer zijn aantallen en type woningen, oppervlakte en type voorzieningen, parkeernormen, kentallen en verwachte effecten van de onderdelen van de mobiliteitsstrategie (zoals inzet deelauto’s en parkeren op afstand). Op basis van deze input wordt de verkeersgeneratie per deelgebied berekend. De uitgangspunten zijn opgenomen in bijlage 3.
3.4
DVU
Op basis van het statische model VRU 3.4 is een dynamisch verkeersmodel opgesteld voor de gemeente, het dynamisch verkeersmodel Utrecht (DVU), versie 2018, met een basisjaar 2016 en prognose 2030. Met een dynamisch verkeersmodel is het mogelijk meer inzicht te krijgen in (de oorsprong van) knelpunten en de omvang hiervan. Waar een statisch model een gemiddeld beeld van de spitsperiode laat zien werkt het dynamisch model met veel kleinere tijdstappen. Hierdoor ontstaat er ook een opbouw van een wachtrij bij capaciteitsknelpunten waardoor de reistijd, vertraging en duur van het knelpunt, en wat het effect hiervan is op de omgeving, veel beter bepaald kan worden. De beschrijvende waarde van het dynamisch model is getoetst voor de huidige situatie (2016) in het kader van de regionale studie ‘Zuidwest’ waarvoor dit verkeersmodel ook is ingezet, documentatie hiervan is beschikbaar.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
18/56
4
Uitgangspunten projectmodel MWKZ
In dit hoofdstuk is vastgelegd welke uitgangspunten zijn gehanteerd bij het opstellen van het projectmodel MWKZ. De uitgangspunten zijn verwerkt in het statisch model VRU 3.4, uitvoer van het projectmodel dient als input voor het dynamisch model.
4.1
Toekomstscenario
Voor het toekomstscenario is aangesloten bij de uitgangspunten zoals voor VRU 3.4 zijn gehanteerd. Specifiek voor het projectgebied zijn wel aannames gedaan voor ander gedrag (zie paragraaf 4.4) maar daarbuiten zijn geen aanpassingen doorgevoerd en sluit het model aan bij scenario ‘WLO2-hoog2’. 4.1.1
Parkeertarieven
Gebieden met betaald parkeren in VRU 3.4 - 2030
2 WLO staat voor ‘Welvaart en Leefomgeving’, die zijn de landelijke toekomstscenario’s zoals worden
opgesteld door het PBL. Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
19/56
Op bovenstaande afbeelding is weergegeven voor welke gebieden betaald parkeren is toegepast, dit sluit aan bij de uitgangspunten zoals gehanteerd in het basismodel VRU 3.4. Rood, geel en groen zijn hierbij gebieden waarvoor al besloten is dat er betaald parkeren gaat worden ingevoerd. Blauw is een omliggende zone waarover nog geen besluit is genomen maar waarvoor het wel de verwachting is dat er op termijn betaald parkeren wordt ingevoerd. Het gebied met betaald parkeren zal verder uitgebreid moeten worden in de omgeving van de planontwikkeling, tot op welke afstand dit zal zijn en welke tarieven gaan gelden wordt nog onderzocht en moet nog besluitvorming plaatsvinden. De maatregel om betaald parkeren in te voeren in de omliggende wijken is om te voorkomen dat bewoners/bezoekers in de omliggende wijken gaan parkeren. Dat zou overlast geven in de omliggende wijken en niet leiden tot het gewenste effect op de verkeersgeneratie. In het modelsysteem heeft betaald parkeren alleen effect op het verkeer van/naar het betreffende gebied, effecten zoals uitwijkgedrag van bewoners/bezoekers van de Merwedekanaalzone wordt geen rekening mee gehouden in het model. Toenemende parkeerdruk in de omgeving als gevolg van de maatregelen in het plangebied zal niet uit het verkeersmodel blijken (maar is uiteraard wel iets waarmee in de planvorming rekening moet worden gehouden).
4.2
Ruimtelijke vulling
H: Huidig, bestaande programma blijft behouden A: Autonoom, vastgestelde plannen die nog niet zijn gerealiseerd in 2015 (basisjaar verkeersmodel) P: Plan, onderdeel van het plangebied, herontwikkeling Per deelgebied is aangegeven welke aantallen zijn opgenomen. Deelgebied 4 Deelgebied 4 Defensieterrein
Basisjaar (2015)
(1) Autonoom
(2/3/4/5) Plan
Woningen
Arbeidsplaatsen
Woningen
Arbeidsplaatsen
Woningen
Arbeidsplaatsen
8
3
600
27
600
27
A
Wilhelminawerf
-
-
167
-
A
167
-
Jongerius/Eneco
0
3
0
3
H
0
3
P
332
287
1099
317
Strook Mitros
0
507
0
520
Totaal
8
513
767
550
Deelgebied 4 is in alle plansituaties gelijk
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
20/56
Deelgebied 5 Deelgebied
Basisjaar (2015)
(1) Autonoom
(2) 4000 won
(3/4/5) 6000 won
Woninge
Arbeidsplaats
Woninge
Arbeidsplaats
Woninge
Arbeidsplaats
Woninge
n
en
n
en
n
en
n
en
2
893
2
916
P
1333
1160
2000
1739
0
1614
0
1656
P
1333
1160
2000
1739
0
466
0
478
P
1333
1160
2000
1739
992
115
992
118
H
992
118
992
118
Pax Lux
-
-
257
0
A
257
0
257
0
Totaal
994
3088
1251
3167
5249
3597
7249
5336
5
Noord
Arbeidsplaats
(OPG/Remis e) Midden (SBP/PostNL ) Zuid (Praxis/SBP) City Campus MAX
Deelgebied 5 is voor de scenario’s 4 en 5 gelijk aan 3. Deelgebied 6 Deelgebied 6
West
Basisjaar (2015)
(1/2/3) Autonoom
(4) deels DG6
(5) volledig DG6
Woning
Arbeidsplaa
Woning
Arbeidsplaa
Woning
Arbeidsplaa
Woning
en
tsen
en
tsen
en
tsen
en
tsen
0
2309
0
2368
0
2368
P
1072
925
H
Arbeidsplaa
(Beerenschot/Rabo/E L100-500) City pads
-
-
245
0
A
245
0
A
245
0
Eendrachtslaan 10
-
-
210
0
A
210
0
A
210
0
Oost
0
370
0
380
P
752
649
P
1072
925
Midden
0
1058
0
1031
H
0
1031
P
1072
925
(Equens/DPC) BDO
0
188
0
193
H
0
193
H
0
193
vd Valk
-
-
0
256
A
0
256
A
0
256
Casino
-
-
0
350
A
0
350
A
0
350
Totaal
0
3925
455
4578
1207
4847
3671
3575
Deelgebied 6 is in scenario’s 2 en 3 gelijk aan autonoom Algemene uitgangspunten De volgende algemene uitgangspunten zijn toegepast bij het opstellen van de ruimtelijke vulling: -
Aantal inwoners per woning: 2,3. Voor Max, Eendrachtlaan 10 en Citypads is van een kleinere huishoudgrootte uitgegaan omdat dit kleine woningen betreffen
-
Voor het aandeel inwoners 0-34 jaar en aandeel beroepsbevolking is van een gemiddelde waarde uitgegaan, inwoners 0-34 52% en beroepsbevolking 54% van het aantal inwoners. Voor Max liggen deze waarden wat hoger
-
Bij de modellering van het vrachtverkeer wordt gebruik gemaakt van het aantal vestigingen per type bedrijvigheid, voor de nieuwe ontwikkelingen is van een gemiddelde verdeling per arbeidsplaats uitgegaan
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
21/56
-
Arbeidsplaatsen zijn afgeleid van het geplande volume bedrijvigheid (in bvo) per type, we gaan hierbij uit van 1 arbeidsplaats per 30 m2 bvo voor commercieel, voor maatschappelijk per 50 m2 en voor overig per 40 m2.
-
Voor detailhandel is een aparte categorie arbeidsplaatsen gemodelleerd, hiervoor is uitgegaan van 8,7% van het totaal aantal arbeidsplaatsen.
Woningen Voor het plangebied is uitgegaan van een verdeling van de geplande woningen over type woningen. Deze verdeling is afgeleid uit de omgevingsvisie.
Type
aandeel
appartementen ruim+extra groot (>130 m2)
8,3%
maisonettes/stadswoningen (>130 m2)
0,0%
appartementen groot beleggershuur (80-130 m2)
0,0%
appartementen koop groot (80-130 m2)
16,7%
appartementen middelgroot beleggershuur (55-80 m2)
20,0%
appartementen koop middel (55-80 m2)
25,0%
appartementen sociale huur 55-80 m2
16,7%
appartementen sociale huur tot 55 m2
13,3%
Verdeling type woningen
Het programma wordt regelmatig bijgesteld, andere keuzes hierin kunnen effect hebben op de modelresultaten. Dit is dus geen definitief programma maar een ‘realistische mix’ om de mobiliteitsvraag te kunnen bepalen.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
22/56
Arbeidsplaatsen Er is uitgegaan van een mix van voorzieningen, voor de verdeling over de voorzieningen is uitgegaan van de informatie zoals beschikbaar is vanuit de onderbouwing van de mobiliteitsstrategie. Functie
Omvang
kantoor per 100 m2 bvo
72450
m2 bvo
Commerciële dienstverlening
72450
m2 bvo
retail (detailhandel) pp per 100 m2 BVO
14490
m2 bvo
basisschool kiss & ride
14
lokalen
basisschool personeel
14
lokalen
14490
m2 bvo
supermarkt gezondheidscentrum
58
behandelkamer
cafe bar cafetaria
1449
m2 bvo
restaurant
1449
m2 bvo
Dansstudio/fitneess
2560
m2 bvo
Multifunctionele sporthal / evenementenhal
2604
m2 bvo
Verdeling niet-wonen (bij 6000 woningen)
Deze verdeling is naar rato van omvang toegepast op de beschikbare ruimte voor voorzieningen in de verschillende scenario’s. Het programma wordt regelmatig bijgesteld, andere keuzes hierin kunnen effect hebben op de modelresultaten. Dit is dus geen definitief programma maar een ‘realistische mix’ om de mobiliteitsvraag te kunnen bepalen.
4.3
Infrastructuur
Qua infrastructuur wordt aangesloten bij de uitgangspunten van VRU 3.4. In de planvarianten zijn enkele wijzigingen doorgevoerd die hier worden benoemd. 4.3.1
Auto
Ten opzichte van het basismodel VRU 3.4 zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd aan het autonetwerk: -
Herinrichting Europalaan-Noord o
Modelsnelheid 40 km/u: vanwege de herinrichting en de stedelijke ontwikkeling wordt verwacht dat het karakter van de Europalaan noord minder doorgaand wordt, nu bestaat de Europalaan Noord uit vier rijstroken inclusief busstroken en straks twee van elkaar gescheiden smalle rijstroken met een aparte HOV baan. Dit zal effect hebben op de snelheid.
o
Verwijderen parallelweg.
o
Ontsluiting plangebied op drie plekken middels VRI. Dit betreft een schematisering, in de verdere planuitwerking kan de ontsluiting van het gebied nog veranderen.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
23/56
4.3.2
OV
Aanbod OV passend gemaakt bij programma door frequenties van bestaande lijnen te verhogen. Dit is op onderstaande afbeelding en in de tabellen weergegeven. De input is afgestemd met de provincie Utrecht.
OV-lijnen
Richting Zuid Lijn 65: Utrecht, Centraal Station Nieuwegein, Nijverheidsweg Lijn 65: Utrecht, Centraal Station - Vianen, Busstation Lekbrug Lijn 63: Utrecht, Centraal Station - Vianen, Edisonweg Lijn 81: Utrecht - Gorinchem, Station
Autonoom ochtend 10
Autonoo m - dal 4,5
Autonoom avond 4
Plan ochtend 10
Plan dal 6
Plan avond 10
2
2
2
2
2
2
2
2
4
4
2
4
1
1
1
1
1
1
Lijn 74: Driebergen, St. Hubertuslaan Vianen, v.Duvenvoordestraat Lijn 77: Bilthoven, Station - Nieuwegein, Stadscentrum lijn 241 Utrecht Wijk bij Duurstede
4
4
4
4
4
6
6
4
6
6
4
6
0
1
4
0
1
4
Lijn 66: Utrecht, Centraal Station Nieuwegein, Stadscentrum
2
2
2
8
8
8
Frequenties OV-lijnen richting Zuid
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
24/56
Richting Noord
4
Autonoo m - dal 4,5
Autonoom avond 10
Plan ochtend 10
Plan dal 6
Plan avond 10
2
2
2
2
2
2
4
2
2
4
2
4
2,5
1
1
2,5
1
1
Lijn 74: Driebergen, St. Hubertuslaan Vianen, v.Duvenvoordestraat Lijn 77: Bilthoven, Station - Nieuwegein, Stadscentrum lijn 241 wijk bij duurstede - Utrecht
5
4
4
6
4
4
7
4
6
7
4
6
5
0
0
5
0
0
Lijn 66: Nieuwegein, Stadscentrum - Utrecht, Centraal Station
2
2
2
8
8
8
Lijn 65: Nieuwegein, Nijverheidsweg Utrecht, Centraal Station Lijn 65: Vianen, Busstation Lekbrug - Utrecht, Centraal Station Lijn 63: Vianen, Edisonweg - Utrecht, Centraal Station Lijn 81: Gorinchem, Station - Utrecht
Autonoom ochtend
Frequenties OV-lijnen richting Noord
4.3.3
Fiets
Ter hoogte van deelgebied 5 is uitgegaan van een extra fietsbrug, nadere uitwerking van het aantal en ligging van de brug(gen) vindt plaats in het onderzoek ‘Variantenstudie Loop- en Fietsbruggen Merwedekanaalzone’. Definitieve besluitvorming over het aantal en de locatie van de bruggen moet nog plaatsvinden.
4.4 4.4.1
Mobiliteitsstrategie Modellering mobiliteitsstrategie
Een belangrijk onderdeel van de planontwikkeling is de mobiliteitsstrategie, door uit te gaan van lage parkeernormen en het aanbieden van alternatieven (aantrekkelijk voor fiets, mobiliteitshubs, goed OVaanbod, parkeren op afstand) wordt gestimuleerd zo min mogelijk van de eigen auto gebruik te maken. Omdat de effecten van deze maatregelen lastig modelmatig zijn te bepalen is voor de modelberekeningen uitgegaan van regulier beleid en zijn de effecten van de mobiliteitsstrategie buiten het verkeersmodel om berekend (veelal gebaseerd op aannames) en vervolgens is de verkeersvraag in het model hierop gecorrigeerd. 4.4.2
Uitgangspunten
De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd bij de vertaling van de mobiliteitsstrategie naar de verkeerscijfers.
Bestaand beleid We gaan uit van parkeernormen o.b.v. parkeerzone A2. Hierbij is al rekening gehouden met de mogelijkheden die het gemeentelijk beleid biedt, zoals het stimuleren van fietsgebruik (10% minder parkeerplaatsen) en inzet van deelauto’s (20% van de parkeerplaatsen). Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
25/56
Deelauto’s 30% van de reguliere parkeerplaatsen wordt benut voor deelauto’s in plaats van 20% (reeds mogelijk vanuit huidig beleid). Eén deelauto-parkeerplaats vervangt vier reguliere parkeerplaatsen. Uit internationaal onderzoek blijkt dat een deelauto gemiddeld twee maal zo veel wordt gebruikt als een particuliere auto. De volgende aannames worden gehanteerd:
Effect deelauto’s: -30%
Effect intensiever gebruik: +7,5%
Netto effect op verplaatsingen van/naar het plangebied: afname van 22,5%
Parkeren op afstand 30% van de reguliere parkeerplaatsen voor bewoners niet realiseren in het gebied, maar realiseren als parkeerrecht aan de rand van de stad (P+R Westraven). Mensen kunnen de P+R goed bereiken met fiets (optimalisatie mogelijk) en openbaar vervoer. Hierdoor hoeven minder auto’s de stad in. Bovendien leidt dit naar verwachting tot een lager autogebruik, hierbij gaan we uit van een reductie van 50%. Wel is de verwachting dat bewoners die de auto op afstand hebben staan in bepaalde gevallen toch naar het plangebied zullen komen, bijvoorbeeld voor het uitladen van boodschappen of het oppikken van gezinsleden, gehanteerde aanname hierbij is dat dit in 10% van de gevallen voor zal komen.
Effect in plangebied parkeren op afstand: 30% minder autoverplaatsingen
Effect P+R: toename als gevolg van 50% van autoverplaatsingen uit het gebied naar P+R
Extra autoverplaatsingen van/naar plangebied door halen en brengen: 10% van autoverplaatsingen op afstand
In het verkeersmodel is het parkeren op afstand doorgevoerd alle verkeer, dus voor bewoners, bezoekers en werknemers. Bij de uitwerking van het plan zal nadere concretisering plaatsvinden op welke groep(en) de maatregelen van toepassing zullen zijn en in welke aantallen. Betaald parkeren in de omgeving is een voorwaarde.
Effect op andere vervoerwijzen Bovenstaande maatregelen leiden naar verwachting tot minder autogebruik, deze verplaatsingen zullen op een andere manier gemaakt worden, de mobiliteitsvraag is hierop aangepast waarbij per afstandsklasse een ‘modal shift’ is doorgevoerd. •
Tot 7,5 km:
20% OV, 70% fiets, 10% lopen
•
7,5 – 15 km:
30% OV, 70% fiets
•
> 15 km:
100% OV
Voor het parkeren op afstand zijn de volgende aannames gehanteerd voor de verplaatsing tussen de bestemming in het plangebied en de parkeerlocatie. •
tot 1 km:
•
1 tot 2 km: 40% lopen, 40% fiets, 20% OV
•
> 2 km:
70% lopen, 30% fiets 20% lopen, 50% fiets, 40% OV
De totale verplaatsing wordt dus ‘opgeknipt’, een autorit van buiten de stad eindigt in de P+R, vanuit de P+R is een rit (met de fiets bijvoorbeeld) naar de woning in het plangebied toegevoegd. Het effect van het ‘voor- en natransport’ tussen het gebied en de P+R komt dus terug in OV- en fietsgebruik.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
26/56
4.5
Groei verkeer
Naast de mogelijkheden om te sturen op autogebruik die er zijn vanuit het plan hebben we te maken met de groei van het verkeer als gevolg van andere ontwikkelingen in de stad en daarbuiten. Hier hebben we vanuit het plan geen invloed op maar zorgt wel voor een grote opgave. Zo zijn er naast de MWKZ ook diverse andere woningbouwontwikkelingen gepland aan de zuidkant van Utrecht, dit is een belangrijke oorzaak voor de groei van het (auto)verkeer. Dat zien we ook terug in de druk op het wegennet. In de tabel zijn de groeicijfers opgenomen qua afgelegde kilometers in Utrecht. Op het onderliggend wegennet neemt dat naar verwachting toe met 25%.
2030 t.o.v. 2015
Auto
Vracht
Andere modaliteiten
OV
Fiets
Totaal
1,35
1,59
1,38
1,27
1,24
Stad
1,25
1,17
1,17
HWN (binnen gemeente)
1,31
1,17
1,38
Provincie
0,93
0,97
0,74
1,14
0,98
Totaal
1,29
1,17
1,32
1,36
1,30
1,30
Voertuigkilometers etmaal gemeente Utrecht, index 2030 t.o.v. 2015
4.6
Onzekerheden
De plannen zijn nog volop onderhevig aan nadere invulling. Voor een aantal uitgangspunten zijn er aannames gedaan, zoals ook is toegelicht in dit hoofdstuk. Omdat andere keuzes over deze uitgangspunten leiden tot andere uitkomsten worden deze onzekerheden hier nog een keer benoemd. 4.6.1
Infra
Herinrichting Europalaan-Noord Effect op routekeuze tussen A12 en Beurskwartier -> (grote) invloed op de omgeving zoals Rijnlaan Herinrichting Socrateslaan Nog niet meegenomen, project nog niet concreet genoeg, maar kan effect hebben op intensiteit Europalaan-Zuid Aanbod OV Frequentieverhogingen huidige lijnvoering, gebaseerd op aannames Provincie Utrecht. Optimalisatie mogelijk, kan (beperkte) invloed hebben op modal split (ook omgeving profiteert hier van) Er is geen rekening gehouden met mogelijke ontwikkelingen langere termijn (U-Ned/toekomstbeeld OV) Aantal fietsbruggen Aantal kan (beperkt) invloed hebben op de modal split, voor de verdeling van het fietsverkeer is een apart onderzoek uitgevoerd.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
27/56
4.6.2
DVM
Er is geen rekening gehouden met mogelijke maatregelen op het gebied van DVM, waarmee verkeer gestuurd kan worden. Mogelijke maatregelen die van invloed kunnen zijn op de verkeersstromen zijn: -
Bufferen/sturen verkeer Europaplein
-
Doserende werking ’t Goylaan
-
Gemeentebrede regelstrategie
4.6.3
Ruimtelijke vulling
Aannames op het gebied van ruimtelijke vulling kunnen grote invloed hebben op de hoeveelheid (auto)verkeer. -
Omvang programma (dichtheid)
-
De verdeling over type woningen verandert voortdurend, een ander type woning leidt ook tot een andere verkeersgeneratie. Er is nu van een gemiddelde omvang van 100 m2 per woning uitgegaan
4.6.4
Dit geldt ook voor het programma ‘niet-wonen’ Invulling deelgebied 6
De invulling van deelgebied 6 is nog minder concreet dan voor deelgebied 5, nu is uitgegaan van een vergelijkbaar programma als voor deelgebied 5. Als hierin andere keuzes gemaakt gaan worden, bijvoorbeeld over onderstaande kenmerken, heeft dit gevolgen voor de hoeveelheid (auto)verkeer. -
Parkeerzone B1 of A2
-
Afspraken bestaande bedrijven (mobiliteitsmanagement)
-
Ontsluiting van het gebied
-
Dichtheid/type woningen en voorzieningen
-
Gebruik P&R voor parkeren op afstand
4.6.5
Mobiliteitsstrategie
De gehanteerde aannames voor de mobiliteitsstrategie zijn theoretisch en dienen zich nog te bewijzen. Afwijkende effecten kunnen optreden op de volgende aannames: •
Effect verlagen parkeernorm op modal split (aannames par 4.4)
•
Gebruik auto op afstand
•
Autogebruik t.o.v. kentallen: gebruik auto bij goedkope woningen gelijk aan middelduur, omdat je alleen een auto hebt als je die echt nodig hebt, het gebruik zal dan ook hoger zijn.
•
4.7
Gereguleerd parkeren in de omgeving
Dynamisch model
Het dynamisch model is opgebouwd vanuit het statisch model VRU 3.4 (basismodel 2015 en 2030). Voor de situatie 2030 is gebruik gemaakt van de referentievariant die is opgesteld in het kader van de regionale zuidwest studie. Ten opzichte van het basismodel betreft dit de volgende optimalisaties: -
Y-baan Oudenrijn aangepast
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
28/56
-
Aansluiting A2/NRU als DDI met dubbele rijstroken noordelijke toerit
-
Vulling ’t Klooster Nieuwegein aangepast
Vervolgens zijn de projectspecifieke netwerkwijzigingen, zoals in voorgaande paragraven toegelicht, verwerkt in het dynamisch model. Het verkeersaanbod is rechtstreeks overgenomen uit het statisch model. 4.7.1
Kenmerken dynamische simulaties
De gemiddelde statische matrices voor spitsperioden zijn variabel in de tijd gemaakt. Dit is gebeurd aan de voorkant van het proces door op de randen van de matrices verdelingen te zetten uit verplaatsingsonderzoeken (OViN/MON) en uit tellingen op de wegen op de randen van het studiegebied. De op deze manier over de spitsperioden fluctuerende matrices sluiten gemiddeld aan bij het statische verplaatsingspatroon. Simulatie periode zijn:
• •
Ochtendspits: 06:00 – 13:00 Avondspits: 13:00 – 20:00
Onderstaande afbeelding illustreert de dynamisering van het verkeersaanbod.
Het dynamisch model bevat een stochastisch element, daarom worden meerdere runs (5 tot 10 uitgevoerd, afhankelijk van de uitkomsten van de simulaties en het evenwicht van het model. 4.7.2
Aandachtspunten gebruik dynamisch model
Een dynamisch verkeersmodel is een complex rekeninstrument waar alle aannames effect hebben op elkaar. Bij de interpretatie van de resultaten moet rekening gehouden worden met de volgende aandachtspunten.
Zwaar belast netwerk In een zwaar belast netwerk, waar we hier mee te maken hebben, kunnen kleine wijzigingen grote consequenties hebben. Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
29/56
Momentopname We beoordelen de resultaten voor een bepaald moment of vaste periode. Omdat we te maken hebben met toe- en afnemende wachtrijen kan een beeld net veranderden terwijl dit niet logisch lijkt. Beoordeling van een langere periode of meerdere situaties is dan wenselijk.
Willekeur Er worden meerdere simulaties uitgevoerd waarbij willekeur is ingebracht. Hierdoor kan bij een vergelijkbaar verkeersaanbod ineens een volledig andere uitkomst ontstaan. Beoordeling van meerdere simulaties is wenselijk.
Optimalisatie De simulaties worden uitgevoerd met de instellingen vanuit het referentiemodel, er wordt in de scenario’s niet in geoptimaliseerd terwijl door het veranderende verkeersaanbod hier mogelijk nog wel winst in is te behalen.
Maatregelen fiets en OV Aansluitend op het punt hierboven wordt er ook geen rekening gehouden met aanvullende maatregelen om fietsverkeer en OV te faciliteren. Vanuit de planontwikkeling kan het wel gewenst zijn een kwaliteitsslag te maken voor fiets en OV die ten koste gaat van de capaciteit voor autoverkeer.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
30/56
5
Resultaten verkeersmodellen
In dit hoofdstuk zijn de resultaten van de modelberekeningen gepresenteerd De resultaten worden geconfronteerd met het beoordelingskader. Daarmee wordt inzichtelijk hoe de scenario’s scoren op de criteria en onderling tot elkaar.
5.1
Verkeersgeneratie
Bij het onderdeel verkeersgeneratie kijken we naar de hoeveelheid autoverkeer van en naar het plangebied en naar de verdeling over de vervoerwijzen (modal split). Het gebruik van P+R is ook een onderwerp hierbij. 5.1.1
Autoverkeer
Hoeveel autoverkeer wil er van en naar het plangebied na realisatie van de verschillende scenario’s? In onderstaande tabellen is het aantal autoritten per etmaal en in de spitsen (2 uurs voor ochtend (os) en avond (as)) wat het gebied in- en uitgaat weergegeven. Hierbij is onderscheid gemaakt naar het bestaande programma (huidig wat blijft staan en autonome ontwikkelingen) en de planontwikkelingen. Totale verkeersgeneratie DG4 bestaand+gepland
Mvt/etm
as uit 40
130
0
0
0
0
0
10800
1050
480
500
1080
0
0
0
0
0
8100
1440
170
250
1460
0
0
0
0
0
20200
2690
690
790
2670
DG6 te ontwikkelen Totaal MWKZ
as in 40
DG5 te ontwikkelen DG6 bestaand+gepland
os uit 200
DG4 te ontwikkelen DG5 bestaand+gepland
os in
1300
Scenario 0: Verkeersgeneratie basisjaar 2015
Totale verkeersgeneratie DG4 bestaand+gepland DG4 te ontwikkelen DG5 bestaand+gepland DG5 te ontwikkelen DG6 bestaand+gepland DG6 te ontwikkelen Totaal MWKZ
Mvt/etm
os in
os uit
as in
as uit
3800
260
330
310
260
0
0
0
0
0
11600
1080
570
590
1120
0
0
0
0
0
10600
1520
290
430
1530
0
0
0
0
0
26000
2870
1190
1330
2910
Scenario 1: Verkeersgeneratie autonome situatie 2030
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
31/56
Totale verkeersgeneratie
mvt/etm
os in
os uit
as in
as uit
DG4 bestaand+gepland
2600
70
290
270
130
DG4 te ontwikkelen
1200
80
70
100
100
DG5 bestaand+gepland
1900
100
160
180
140
DG5 te ontwikkelen
9000
570
470
580
720
DG6 bestaand+gepland
10100
1460
270
400
1460
0
0
0
0
0
24800
2280
1270
1530
2550
DG6 te ontwikkelen Totaal MWKZ
Scenario 2: Verkeersgeneratie plansituatie 4000 woningen deelgebied 5
Totale verkeersgeneratie
mvt/etm
os in
os uit
as in
as uit
DG4 bestaand+gepland
2500
70
290
270
130
DG4 te ontwikkelen
1200
80
70
90
100
DG5 bestaand+gepland
1900
90
160
170
130
DG5 te ontwikkelen
13700
900
710
870
1110
DG6 bestaand+gepland
9900
1440
270
390
1440
0
0
0
0
0
29200
2580
1510
1800
2910
DG6 te ontwikkelen Totaal MWKZ
Scenario 3: Verkeersgeneratie plansituatie deelgebied 4+5 volledig ontwikkeld
Totale verkeersgeneratie DG4 bestaand+gepland DG4 te ontwikkelen DG5 bestaand+gepland DG5 te ontwikkelen DG6 bestaand+gepland DG6 te ontwikkelen Totaal MWKZ
mvt/etm
os in
os uit
as in
as uit
2600
70
290
270
130
1200
80
70
90
100
1900
90
160
170
130
13700
900
720
880
1110
8900
1290
250
360
1290
1700
110
90
110
140
29900
2540
1580
1890
2900
Scenario 4: Verkeersgeneratie plansituatie deelgebied 4+5 volledig en 6 deels ontwikkeld
Totale verkeersgeneratie
mvt/etm
os in
os uit
DG4 bestaand+gepland
2500
70
DG4 te ontwikkelen
1200
80
DG5 bestaand+gepland
1800
90
DG5 te ontwikkelen
13500
880
DG6 bestaand+gepland
3900
DG6 te ontwikkelen Totaal MWKZ
as in 290
as uit 270
130
70
90
100
160
170
130
730
880
1090
330
140
210
500
7300
470
380
470
580
30200
1920
1770
2100
2530
Scenario 5: Verkeersgeneratie plansituatie deelgebied 4+5+6 volledig ontwikkeld
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
32/56
Bevindingen Bepalend voor de verkeersafwikkeling is de druk in de spits op één deelgebied. De avondspits is hierbij maatgevend. Uit de resultaten blijkt dat voor deelgebied 5 dat in scenario 2 de druk afneemt, in scenario 3 neemt de uitgaande stroom in de avondspits licht toe. Voor deelgebied 6 levert scenario 4 een forse afname van de spitsstroom op. 5.1.2
Modal split
In onderstaande grafieken is het effect op de modal split zichtbaar. Het gaat hierbij om de verdeling van de verplaatsingen van- en naar het plangebied over de verschillende modaliteiten.
1: AUTONOOM auto
OV
3: DG4+5
Fiets
auto
OV
5: DG 4+5+6
Fiets
auto
50%
51%
Fiets
26%
30%
32%
OV
54% 20%
17%
20%
Modal split plangebied
Bevindingen Het gebruik van de auto neemt fors af als gevolg van de planontwikkelingen. De mobiliteitsstrategie zorgt voor een verschuiving van de mobiliteit naar fiets en OV. Het aandeel auto daalt van 51% in de autonome situatie naar 26% in de variant met maximale herontwikkeling. Het is voor het overgrote deel de fiets die de verplaatsingen overneemt. De grote verschuiving naar de fiets als vervoermiddel maakt dat het aantal fietsers in en om het gebied sterk gaat toenemen, maatregelen om dit de faciliteren zijn noodzakelijk. 5.1.3
Parkeren op afstand
Gebruik P+R
3: DG4+5
5: DG 4+5+6
Ritten/etmaal
2.200
3.400
Bevindingen Bij de inzet van parkeren op afstand om de hoeveelheid autoverkeer de stad in te beperken is niet uitgegaan van beperkingen in capaciteit en ontsluiting van de P+R-locaties. Uiteraard vraagt dit bij nadere uitwerking wel aandacht.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
33/56
5.2
Intensiteiten
Voor een aantal relevante wegvakken is de intensiteit per scenario weergegeven in onderstaande tabel. Dit zijn motorvoertuigen per etmaal op een gemiddelde werkdag. Als bijlage 2 zijn ook intensiteiten per spits bijgevoegd.
3
1
21 2 5 4
6
20 7
8 10
9
19 11
15 18
17
12 16 14
13
Locaties intensiteiten
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
34/56
Nr
Wegvak
1
O d Oudenlaan (n v vZ) O d Oudenlaan (n v AF) van Zijstweg
5: DG 4+5+6
15000
4: DG 4+5 +6 (deels) 15000
11200
11400
11500
11500
12600
12000
12000
12000
12000
8400
10300
10200
10700
10700
10600
11400
12800
12000
12300
12300
12400
14200
14800
8800
10200
10300
10400
15000
15400
7900
9000
9100
9200
14900
16900
11400
13500
13500
13800
9
Europalaan N (z v AF) Europalaan N (midden) Europalaan N (n van EP) Beneluxlaan W
14200
15200
16300
16400
16500
16800
10
Socratesbrug
16000
18300
19400
19800
19800
19800
11
30000
33900
30400
31500
31600
32500
34000
36300
33100
34100
34000
33500
5300
5700
5300
5100
5200
4300
29100
29800
28300
29000
29000
28600
15
Europalaan Z (z van EP) Europalaan Z (n van A12) Winthontlaan onder A12 Europalaan onder A12 toerit A12 N
10200
10700
10200
10400
10400
10200
16
afrit A12 N
14000
17900
16800
17200
17200
17100
17
toerit A12 Z
11600
13800
12800
13000
13000
12700
18
afrit A12 Z
9700
10800
10300
10300
10300
9700
19
t Goylaan
17600
23800
23800
23800
23800
23800
20
Rijnlaan
4300
4900
6100
6000
6000
5900
21
Meernbrug
46500
55100
55100
55200
55200
55200
2 3 4 5 6 7 8
12 13 14
Kon. Wilhelminalaan Balijebrug
Huidig (2015) 13100
1: Referentie 2030 17000
2: DG 4+5 (4000) 14800
3: DG 4+5
12400
13700
10900
15000
Overzicht intensiteiten per scenario (motorvoertuigen/etmaal)
Bevindingen Opvallend zijn de afname t.o.v. de huidige situatie op de Overste Den Oudenlaan, Europalaan noord en de Winthontlaan. Ten opzichte van autonoom blijven veel intensiteiten op hetzelfde niveau. Waar wel een toename zichtbaar is, is op de Beneluxlaan West en Socratesburg (t.o.v. autonoom en huidig). Op de Europalaan zuid zien we een toename t.o.v. huidig maar in de plansituaties een afname van t.o.v. autonoom. De intensiteit op de A12-aansluiting verschillen nauwelijks autonoom en in de planvarianten.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
35/56
Beoordeling ontwikkeling intensiteiten Wegvak
Beoordelingskader
Huidig
Scen1
Scen2
Scen3
Scen4
Scen5
2015
autonoom
4000
6000
6000 + 1/2
dg5 +
dg6
dg6
2030 Wilhelminalaan
Goed: < autonoom
goed
Slecht: > autonoom Europalaan-Noord
slecht
slecht
slecht
goed
goed
goed
goed
goed
goed
goed
goed
slecht
slecht
slecht
slecht
Slecht: > autonoom
slecht
slecht
slecht
slecht
Goed: < 18.000
goed
goed
goed
goed
Goed: afname > 20% Slecht: afname < 20%
’t Goylaan
Goed: < autonoom Slecht: > autonoom
Beneluxlaan (oost),
Goed: < autonoom
Socrateslaan Slecht: > autonoom Rijnlaan
Beneluxlaan
Goed: < autonoom
mvt/etm Slecht: > 18.000 mvt/etm Beoordeling ontwikkeling intensiteiten per scenario
Bevindingen In alle planscenario’s neemt de intensiteit op de Wilhelminalaan toe, vooral als gevolg van de herinrichting van de Europalaan. De intensiteiten op de Beneluxlaan-oost/Socrateslaan en Rijnlaan liggen in de autonome situatie al hoger dan gewenst.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
36/56
5.3 5.3.1
Verkeersafwikkeling wegvakken Belasting wegvakken
In onderstaande tabel is weergegeven welke wegvakken in het statisch model een hoge belasting kennen in de avondspits, de I/C-waarde is tussen haakjes weergegeven. Het statisch model heeft hierbij alleen een signaalfunctie. Huidig 2015
Scen1 autonoom 2030
Scen2
Scen3
4000
6000
Scen4 6000 + 1/2 dg6
Scen5 dg5 + dg6
Matig:
A12 HRB West (81)
Goylaan
Goylaan
Goylaan
Goylaan
Goylaan
I/C 0,8
A12 HRB Oost (85)
richting WLW
richting WLW
richting WLW
richting WLW
richting WLW
– 0,9
Aansluiting
(82) en voor
(80) en voor
(80) en voor
(80) en voor
(79) en voor
hooggelegen (81)
Goyplein (89)
Goyplein (87)
Goyplein (87)
Goyplein (87)
Goyplein (86)
Eendrachtlaan
Eendrachtlaan
Eendrachtlaan
Eendrachtlaan
Eendrachtlaan
(83)
(81)
(80)
(78)
(nvt)
WLW toerit
WLW toerit
WLW toerit
WLW toerit
WLW toerit
(87)
(86)
(85)
(85)
(84)
A12 HRB West
A12 HRB West
A12 HRB West
A12 HRB West
A12 HRB West
(87)
(87)
(87)
(87)
(86)
WLW afrit 100
WLW afrit 100
WLW afrit 100
WLW afrit 100
WLW afrit 100
I/C >
A12 HRB Oost
A12 HRB Oost
A12 HRB Oost
A12 HRB Oost
A12 HRB Oost
0,9
(100)
(99)
(99)
(99)
(99)
Aansluiting
Aansluiting
Aansluiting
Aansluiting
Aansluiting
hooggelegen
hooggelegen
hooggelegen
hooggelegen
hooggelegen
(94)
(94)
(94)
(94)
(94)
Slecht:
Eendrachtlaan (100)
Beoordeling verkeersafwikkeling wegvakken per scenario (I/C-verhouding avondspits)
Bevindingen Ten opzichte van de huidige situatie komt er een aantal knelpunten bij en worden knelpunten groter. De scenario’s met de plansituatie laten zeer beperkte verschillen zien ten opzichte van autonoom, dit is niet onderscheidend en een verdere verdieping met het dynamisch model is hier noodzakelijk. De dynamische doorrekening is alleen uitgevoerd voor huidig en de scenario’s 1, 2 en 3. 5.3.2
Snelheidsreductie
In onderstaande tabel is weergegeven welke wegvakken in het dynamisch model filevorming optreedt, de snelheidsreductie is hiervoor een indicator waarbij wordt aangegeven wat de gerealiseerde snelheid is ten opzichte van onbelemmerd doorrijden.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
37/56
Huidig
Scen1
2015 Slecht
-
autonoom 2030 Europalaan zuid
-
Snel-
Europaplein
Europaplein
-
Verschil t.o.v. scenario 1
Europalaan
Verslechtering:
Verslechtering:
noord voor
-
-
Europaplein
Europaplein
Socrateslaan ri
-
-
5 Meiplein
-
A12 Parallelrijbaan ri
Socrateslaan ri
-
oost -
-
A12 Parallelrijbaan
ri Oudenrijn Rijnlaan
voor
Verbetering:
-
Griffioenlaan
Europaplein
-
Europaplein vanuit
-
Europalaan ri A12
west en noord
-
Grotere terugslag
5 Meiplein vanuit oost en
Hooggelegen tot
west
op Overste den
Anne Frankplein
Oudenlaan -
Balijeplein
Terugslag vanaf Verbetering:
A12
-
5 Meiplein
Parallelrijbaan ri
-
Europaplein
oost -
A12 Parallelrijbaan
-
Hooggelegen -
Wilhelminalaan ri oost
-
ri Oudenrijn
Beneluxlaan
vanaf oost -
Wilhelminalaan ri oost
oost
vanuit zuid -
-
noord voor
Europalaan
oost -
6000
1
voor
-
4000 Verschil t.o.v. scenario
voor
< 50%
Scen3
Europalaan zuid
: heid
Scen2
vanuit noord
Constant Erzeijstraat
Beoordeling filevorming (snelheidsreductie) per scenario, avondspits
Bevindingen Ten opzichte van de huidige situatie komt er een aantal knelpunten bij en worden knelpunten groter. Bij scenario 2 zijn de verschillen met de autonome situatie beperkt, bij scenario 3 is neemt het aantal knelpunten toe. 5.3.3
Fileduur
De fileduur is een maat voor de zwaarte van de file. Om de verschillen tussen de scenario’s qua fileduur in beeld te brengen is een onderverdeling gemaakt op hoeveel kilometer wegennet binnen het studiegebied filevorming optreedt (minimaal 15 minuten een snelheidsreductie van 50%) en hoe lang deze er staat.
Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
38/56
Avondspits kilometer file Categorie in minuten
Huidig
1: Autonoom
2: DG4+5 (4000)
3: DG4+5 (6000)
101
85
92
89
15-30 minuten
2
9
6
9
30-60 minuten
2
7
5
4
60-90 minuten
2
2
1
2
90-120 minuten
1
3
2
1
9
11
11
12
116
117
117
117
Geen file
>120 minuten Totaal km
Beoordeling fileduur per scenario, aantal kilometer wegen met filevorming
Bevindingen In scenario 2 zien we een daling van het aantal kilometers wegvak in de categorie matig en meer goed, slecht blijft ongeveer gelijk. Bij 6000 woningen (scenario 3) zien we zowel binnen de categorie ‘matig’ als ‘slecht’ een verschuiving binnen de categorie waardoor de fileduur weer toeneemt.
5.4 5.4.1
Verkeersafwikkeling kruispunten Belasting kruispunten
In onderstaande tabel is weergegeven welke kruispunten in het statisch model een hoge belasting kennen, de gemiddelde vertraging in seconden in de avondspits is tussen haakjes weergegeven. Het statisch model heeft hierbij alleen een signaalfunctie. Huidig
Scen1
Scen2
Scen3
Scen4
Scen5
2015
autonoom
4000
6000
6000 + 1/2
dg5 + dg6
2030
Matig: 30 – 60 second en
Slecht: > 60 second
dg6
Europaplein (40), Croeselaan/Vonde llaan (37), aansluiting A12 (40), Linschotensingel (37)
Europaplein (50), Croeselaan/Vonde llaan (59), 24 oktoberplein (55), aansluiting A12 (37)
Europaplein (50), Croeselaan/Vonde llaan (59), 24 oktoberplein (55), aansluiting A12 (30)
Europaplein (51), Croeselaan/Vonde llaan (59), 24 oktoberplein (55), aansluiting A12 (33)
Europaplein (51), Croeselaan/Vonde llaan (58), 24 oktoberplein (55), aansluiting A12 (32)
Europaplein (53), Croeselaan/Vonde llaan (58), 24 oktoberplein (54), aansluiting A12 (32)
Rotonde laagraven (77/37)
Linschotensingel (87) Rotonde laagraven (78/66)
Linschotensingel (85) Rotonde laagraven (78/65)
Linschotensingel (85) Rotonde laagraven (77/64)
Linschotensingel (83) Rotonde laagraven (77/64)
Linschotensingel (83) Rotonde laagraven (77/64)
en Beoordeling verkeersafwikkeling kruispunten per scenario, gemiddelde vertraging (seconden) avondspits
Ten opzichte van de huidige situatie komt er een aantal knelpunten bij en worden knelpunten groter. De scenario’s met de plansituatie laten zeer beperkte verschillen zien ten opzichte van autonoom, dit is niet onderscheidend en een verdere verdieping met het dynamisch model is hier noodzakelijk. Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone | 11 oktober 2019
39/56
5.4.2
Wachttijd kruispunten
In onderstaande tabel is weergegeven voor welke kruispunten een hoge gemiddelde wachttijd is berekend in de avondspits.
Goed: < 30 seconden
Matig: 30 – 60 seconden
Slecht: > 60 seconden
Huidig
Scen1
2015 Balijeplein Europaplein Vasco Da Gama-Beneluxlaan Anne Frankplein Europalaan rond A12 Hooggelegen 5Meiplein Griffioenlaan/A12-zuid
autonoom 2030
24 Oktoberplein Socrateslaan Australielaan
24 Oktoberplein Balijeplein Europaplein Vasco Da GamaBeneluxlaan Europalaan rond A12 Hooggelegen 5Meiplein Anne Frankplein Socrateslaan Australielaan Griffioenlaan/A12-zuid
Scen2
Scen3
4000 Europaplein Vasco da Gamalaan
6000 Europaplein Vasco da Gamalaan
Goylaan-Constant Erzeijstraat
Goylaan-Constant Erzeijstraat
O den Ouden - Ln der VN
O den Ouden- Ln der VN Balijeplein Socrateslaan
Beoordeling wachttijd kruispunten per scenario, gemiddelde wachttijd (seconden) avondspits
Bevindingen In de autonome situatie is een groot aantal kruispunten in en rondom het plangebied zwaar belast. Bij een gemiddelde wachttijd van meer dan 60 seconden beoordelen we de afwikkeling als onvoldoende, in de autonome situatie zijn dit Hooggelegen, 5Meiplein, Anne Frankplein, Socrateslaan, Australielaan en Griffioenlaan/A12-zuid. Ten opzichte van de autonome situatie is in de planvarianten een verbetering zichtbaar voor het Europaplein en Vasco Da Gama-Beneluxlaan. Er ontstaan echter ook nieuwe knelpunten bij ‘t GoylaanConstant Erzeijstraat, O. den Oudenlaan-Laan der VN en (alleen bij scenario 3) Balijeplein en Socrateslaan.
Terugslag kruispunten (dynamisch) Huidig
Scen1
Scen2
Scen3
2015
autonoom 2030
4000
6000
n.v.t.
Hooggelegen tot 24 Oktoberplein Hooggelegen tot 5 Meiplein 5 Meiplein oost-west en west-oost Europalaan zuid voor Europaplein Constant Erzeijstraat
Hooggelegen tot Overden Oudenlaan Hooggelegen tot 5 Meiplein 5 Meiplein oost-west en west-oost Europalaan zuid voor Europaplein Constant Erzeijstraat