Bestemmingsplan Passiebloemweg, Vleuterweide.pdf
Tekst van het document
De gemiddelde, langjarige stijghoogte van het 1 e WVP zijn afgeleid uit de dichtstbijzijnde peilbuizen en vastgelegd in de 'Grondwatercontourkaart gemeente Utrecht' (juli- 2019). Op basis van deze kaart wordt voor het plangebied de volgende gemiddelde stijghoogten en seizoens-variatie verondersteld: 1. droge periode, gemiddelde lage grondwaterstand (GLG) = NAP -1,0 m en NAP-0,9 m; 2. gemiddeld periode, gemiddelde grondwaterstand (GGG) = NAP -0,8 m; 3. natte periode, gemiddelde hoge grondwaterstand (GHG) = NAP -0,6 m en NAP-0,5 m. De grondwaterstroming in het plangebied is van oost naar west en varieert in natte perioden. De momentane, freatische grondwaterstand is afhankelijk van het neerslagverloop, de bodemopbouw en de aard en omvang van afwatering- en ontwateringsvoorzieningen. Slecht doorlatende lagen als klei en veen belemmeren de interactie met het 1WVP en kunnen een lokale schijngrondwaterstand creëren. Bodemonderzoek dient uit te wijzen wat de lokale bodemgesteldheid is en wat de consequenties hiervoor zijn voor de freatische grondwaterstand en de toepasbaarheid van IT-riolen en wadi's. De drooglegging, het verschil tussen maaiveld en streefpeil, moet in lijn met de norm van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden minimaal 1,0 m zijn.
De ontwateringsdiepte, het hoogteverschil tussen maaiveld en de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG), moet conform de norm van de gemeente Utrecht minimaal 0,7 m bedragen. Het peil van het maaiveld is minimaal NAP+1,20 m (parkeerplaats) zodat de gemiddelde ontwateringsdiepte in het plangebied +1,20 m NAP – -0,50 m (GHG) = 1,7 m NAP is. Deze voldoet in de huidige situatie aan de gestelde norm. Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied. Er gelden dan ook geen specifieke maatregelen voor de bescherming van drinkwater, behalve de voor iedereen geldende bijzondere zorgplicht (artikel 4 van de Provinciale Milieuverordening 2013). Riolering In de huidige situatie wordt het afvalwater vanuit de gebouwen geloosd op het vuilwaterstelsel in de Passiebloemweg. Het hemelwater van de gebouwen en verhard oppervlak wordt op het omliggend groen geloosd. Drains voeren het water af naar het oppervlaktewater. Uitzondering hierop is het parkeerterrein. Het water hiervan wordt naar het onderliggend IT-riool afgewaterd en stort over naar het hemelwaterstelsel in de Landschapsbaan. In de toekomstige situatie blijft het afvalwater geloosd worden op het vuilwaterriool in de Passiebloemweg.
Het hemelwater wordt ook in de plansituatie grotendeels op eigen terrein verwerkt zoals nu ook het geval is Klimaatadaptatie Naast buien van 80 mm in één uur zijn de toenemende droogte en hitte en mogelijke overstromingen vanuit de Lek potentiële gevolgen van klimaatverandering. De effecten zijn hier echter minder groot dan die op de bebouwde zones in Utrecht. Deels door het open karakter van het gebied en deels omdat het hoger ligt dan de omgeving. Juist omdat de effecten van klimaatverandering hier minder zijn zou dit gebied een deel van de oplossing kunnen zijn voor het aangelegen bebouwde gebied. Compensatiemaatregelen bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
47
Vanwege de toename van verhard oppervlak in de nieuwe situatie zullen er compensatiemaatregelen uitgevoerd moeten worden. Bij het berekenen van de watercompensatie volgens de KEUR is de minimale ontwerp voorwaarde 45 mm berging per m2 toename verhard oppervlak. Als de compensatie uitgevoerd wordt in oppervlaktewater, dan gaat het om 15% van de toe te voegen verharding. De gemeente gaat daarnaast uit van minimaal 90% afvangen en infiltreren van de jaarlijkse neerslag voor de klimaatadaptatie, maar wel over het totaal afvoerend oppervlak in de huidige situatie. Een overzicht van de afvoerende oppervlakken in de huidige en toekomstige situatie wordt weergegeven in onderstaande tabel.
Oppervlak in bestaande en toekomstige situatie Binnen het plangebied moet minimaal 174 m3 aan waterberging voor infiltratie worden gecreëerd. Dit kan bijvoorbeeld door in het plangebied een wadi aan te leggen. De intentie is daarnaast om 50% van de daken als groene sedum daken uit te voeren. De parkeerplaatsen worden voorzien van waterpasserende verharding. Dit zijn ook compensatiemaatregelen (zie voor een nadere onderbouwing bijlage 11). Conclusie De voorgenomen toekomstige ontwikkeling heeft geen negatief effect op de waterhuishouding, mits er vanwege de toename van verhard oppervlak compensatiemaatregelen uitgevoerd worden van minimaal 174 m3. Binnen het plangebied is ruimte om compensatiemaatregelen te treffen.
5.11 Archeologie Kader Wettelijk kader In 1992 heeft Nederland het Europese Verdrag van Malta ondertekend en in 1998 geratificeerd. Doel van dit verdrag is een betere bescherming van het Europese archeologische erfgoed door een structurele inpassing van de archeologie in ruimtelijke ordeningstrajecten. Eén van de belangrijkste uitgangspunten van het Verdrag van Malta is dat archeologische waarden zoveel mogelijk in situ in de bodem bewaard dienen te blijven. Alleen als behoud in situ niet mogelijk is, wordt overgegaan tot behoud van de archeologische informatie ex situ, door middel van opgraven en bewaren in depot. Een ander uitgangspunt is dat het onderzoek naar de aanwezigheid van archeologische waarden in een zo vroeg mogelijk stadium dient plaats te vinden, zodat hiermee bij de planontwikkeling rekening gehouden kan worden. Een derde uitgangspunt is het 'de verstoorder betaalt principe'. Alle kosten die samenhangen met archeologisch onderzoek dienen worden betaald door de initiatiefnemer van de geplande bodemingrepen. Ten slotte richt het Verdrag van Malta zich tevens op een toename van kennis, herkenbaarheid en beleefbaarheid van het archeologische erfgoed. De Erfgoedwet heeft betrekking op archeologie op het land en onder water. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.
Op grond van Hoofdstuk 9 Overgangsrecht blijft artikel 38a van de Monumentenwet 1988 van toepassing tot inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel 38a schrijft voor dat in een bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met in de grond te aanwezige dan wel te verwachten archeologische resten. Verordening en bestemmingsplan De gemeente Utrecht heeft ervoor gekozen ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen een verordening op te stellen voor het hele grondgebied van de gemeente. In de verordening op de archeologische monumentenzorg is een vergunningenstelsel opgenomen ter bescherming van het archeologische erfgoed, waarmee de wettelijk vereiste bescherming kan worden geboden. In bestemmingsplannen wordt verwezen naar de verordening en een regel opgenomen (dubbelbestemming Waarde - Archeologie). In deze dubbelbestemming is opgenomen dat de voor Waarde- archeologie aangewezen gronden mede zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachtingen. Met deze specifieke gebruiksregel wordt geregeld dat onder een met het bestemmingsplan strijdig gebruik in ieder geval wordt begrepen het handelen in strijd met de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg.
Door de verordening en de daarbij behorende archeologische waardenkaart is de bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen in de bodem van de gemeente Utrecht gewaarborgd en zijn verstoringen van de bodem vanaf een op de archeologische waardenkaart aangegeven oppervlakte en diepte vergunningplichtig. 4 8 bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
Utrecht
Gemeentelijke archeologische waardenkaart De Archeologische Waardenkaart van de gemeente Utrecht ligt ten grondslag aan de verordening op de archeologische Monumentenzorg. Deze waardenkaart is geënt op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarde (IKAW) van de provincie en op de kennis en ervaring opgedaan in tientallen jaren archeologisch onderzoek in de stad. Hij geeft inzicht in de ligging van beschermde archeologische rijksmonumenten, gebieden van hoge archeologische waarde, gebieden van hoge archeologische verwachting en gebieden van archeologische verwachting en bij welk te verstoren oppervlakte en diepte een vergunningsplicht geldt. In de op de waardenkaart aangeduide gebieden waar een vergunningplicht geldt zal van toekomstige initiatiefnemers tot bodemverstorende activiteiten een inspanning vereist worden om resten uit het verleden op te laten sporen en zo nodig veilig te stellen. Beschermde archeologische rijksmonumenten worden op grond van de Erfgoedwet beschermd. Op grond van Hoofdstuk 9 Overgangsrecht blijven paragraaf 2 en 3 van hoofdstuk II van de Monumentenwet 1988 van toepassing tot inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierin staat dat aantasting van de beschermde archeologische monumenten niet is toegestaan.
Voor wijziging, sloop of verwijdering van een archeologisch Rijksmonument moet een vergunning worden aangevraagd waarop de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beslist. Gebieden van hoge archeologische waarde (rood) zijn gebieden waarvan bekend is dat er archeologische waarden zijn, maar die niet beschermd zijn als archeologisch rijks- of gemeentelijk monument. Hier geldt een archeologievergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 50 cm. Gebieden van hoge archeologische verwachting (geel) zijn zones waar op grond van eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek dan wel op basis van historisch geografisch onderzoek archeologische waarden te verwachten zijn (er wordt een middelhoge tot hoge dichtheid aan archeologische vondsten of sporen verwacht). Hier geldt een archeologievergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm. Bij gebieden met een archeologische verwachting (groen) zijn de verwachtingen lager (er wordt een middelhoge dichtheid aan archeologische vondsten of sporen verwacht). Hier geldt een archeologievergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 1000 m2 en dieper dan 50 cm. Daarnaast zijn op de kaart witte gebieden aangewezen. Voor deze zones geldt geen verwachting en geen vergunningstelsel.
Plangebied Alleen de zuidrand van het plangebied, het deel tussen de Landschapsbaan en de grondwal, valt binnen de groene zone van de archeologische waardenkaart van de gemeente Utrecht. In de groene zone wordt een middelhoge dichtheid aan archeologische vondsten of sporen verwacht. Voor deze gebieden geldt de gemeentelijke Verordening op de Archeologische Monumentenzorg. Dat betekent dat alleen bij bodemingrepen in de groene zone langs de Landschapsbaan met een omvang boven de 100 m² en dieper dan 50 cm een archeologievergunning nodig is. De rest van het plangebied, het deel waar de nieuwbouw gaat plaatsvinden, ligt in de witte zone. Voor de witte zone geldt geen verwachting en geen vergunningstelsel.
bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
49
Uitsnede plangebied en legenda van archeologische waardenkaart Conclusie Archeologie vormt geen belemmering om dit bestemmingsplan vast te stellen, omdat er op de locatie waar de nieuwbouw komt geen archeologische verwachting is.
5.12 Kabels en leidingen Kader Aanwezige kabels en leidingen in het plangebied worden via een Klic-melding inzichtelijk gemaakt. Wanneer het inrichtingsplan wordt opgesteld, zullen deze gegevens hierbij betrokken moeten worden. Plangebied Op een kabeltracé van KPN na (7 kabels) is het hele plangebied vrij van doorgaande kabels en of leidingen. Binnen het plangebied ligt alleen een kabeltracé van KPN (7 kabels). Deze kabels vormen niet bij voorbaat een obstakel. De kabels kunnen worden verlegd of er kan voor worden gekozen om de kabeltracés vrij van bebouwing te houden. De overige kabels en leidingen die aanwezig zijn binnen het plangebied hebben allemaal een relatie met de bestaande bebouwing. Conclusie Kabels en leidingen binnen het plangebied vormen geen beperking voor vaststelling van het bestemmingsplan. Er liggen geen hoofdkabels of leidingen in het gebied die moeten worden beschermd via een regeling in het bestemmingsplan.
5.13 Kwaliteit van de leefomgeving Kader In het kader van kwaliteit van de leefomgeving wordt door de gemeente in ruimtelijke plannen aandacht gevraagd voor de aspecten zon en schaduw en sociale veiligheid. Plangebied Sociale veiligheid Tijdens de inloopavond van 4 juni 2019 vertelden omwonenden dat er nu al overlast wordt ervaren van de huidige parkeerplaats in de late avond en nacht. In het plan ligt de parkeerplaats in het midden en daarmee besloten, waardoor omwonenden verwachten dat de plek nog meer jongeren aantrekt. De wens bestond daarom om de parkeerplaats te verplaatsen en buiten de schooltijden te sluiten. De parkeerplaats komt tussen de schoolgebouwen in. Bij de inrichting van het terrein wordt wel aandacht geschonken aan het sociale veiligheidsaspect. De toegang vanaf de Landschapsbaan naar het parkeerterrein zal bijvoorbeeld zo worden vormgegeven dat het, indien noodzakelijk vanwege de sociale veiligheid, in de avonduren en het weekend kan worden afgesloten. Bezonning De kwaliteit van woningen en (semi-)openbare ruimte kan nadelig worden beïnvloed door schaduw 5 0 bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
Utrecht
en het ontbreken van zon. Uitgangspunt voor de nieuw te bouwen scholen is dat schaduwwerking geen onevenredige aantasting van de woonomstandigheden voor de bestaande woningen en percelen oplevert. In dit kader is een bezonningsstudie (zie bijlage 12) uitgevoerd op basis van de maximale planologische ruimte: voor de westelijke school betekent dit drie bouwlagen met een maximale bouwhoogte van 12 meter en voor de oostelijke school deels een maximale bouwhoogte van 12 meter en deels een maximale bouwhoogte van 8 meter. De bezonningsstudie is gemaakt voor de volgende momenten en tijden: 21 december om 11.00, 13.00, 15.00, 17.00 en 19.00 uur; 21 maart om 11.00, 13.00, 15.00, 17.00 en 19.00 uur; 21 juni om 11.00, 13.00, 15.00, 17.00, 19.00, 20.00 en 21.00 uur; 21 september 11.00, 13.00, 15.00, 17.00 en 19.00 uur. De bezonningsstudie laat zien dat een aantal woningen (gelegen aan de Paardenbloemsingel, Vlambloemlaan en Globebloemlaan) aan de overzijde van het water in de periode november - januari schaduw in de tuin en/of woning heeft als gevolg van de nieuwbouw. Bij de woningen gelegen aan de Passiebloemweg treedt er op 21 juni vanaf circa 20.30 uur schaduwwerking op in de tuinen van nummers 4 t/m 14. Om 21.00 uur liggen de tuinen van de woningen Passiebloemweg 6 t/m 14 in de schaduw (en de tuin van nummer 4 deels in de schaduw).
Vanaf dit moment hebben deze tuinen echter ook al schaduwwerking vanwege de verdiepte ligging van de tuinen in de wal. Om 22.00 uur liggen alle tuinen in de schaduw, omdat de zon dan bijna onder is. Omdat de verslechtering voor de woningen aan de overkant van het water alleen optreden in de winterperiode, wordt de schaduwwerking die veroorzaakt wordt door de nieuwbouw aanvaardbaar geacht. De schaduwwerking voor de woningen aan de Passiebloemweg wordt ook aanvaardbaar geacht, gezien het latere moment op de avond dat de schaduwwerking optreedt en omdat de tuinen ook al schaduw krijgen vanwege de verdiepte ligging van de tuinen in de wal en de haag op de wal. Conclusie De aspecten sociale veiligheid en bezonning vormen geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.
5.14 Gezondheid Kader In Utrecht wordt gewerkt aan gezond stedelijk leven voor iedereen. Gezonde bewoners zijn over het algemeen gelukkiger en hebben meer kansen om zichzelf te ontplooien. Een school is een plek waar veel kinderen vijf dagen in de week zijn. Een gezond binnenklimaat is daarom erg belangrijk. Een slecht binnenmilieu in scholen heeft een negatief effect op de gezondheid, leerprestaties en functioneren. Voor gezond stedelijk leven is het verder belangrijk om het schoolplein en de openbare ruimte groen in te richten met veel ruimte voor spelen en bewegen. Op 17 oktober 2019 heeft de gemeenteraad unaniem de nota Volksgezondheid 'Gezondheid voor iedereen' aangenomen. Daarin is met betrekking tot nieuwbouw van scholen de volgende tekst opgenomen: We bestemmen geen nieuwbouw van voorzieningen langs drukke wegen voor groepen mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging (ouderen, mensen met een zwakke gezondheid (luchtweg- of hart/vaataandoening of suikerziekte) en kinderen van 0-18 jaar). Het gaat in de praktijk om scholen, kinderopvang en woon(zorg)voorzieningen. De grens die we daarbij hanteren is dat we nieuwbouw voor deze voorzieningen niet in de eerstelijnsbebouwing realiseren binnen 50 meter van een drukke binnenstedelijke weg (>10.000 motorvoertuigen/etmaal) of binnen 300 meter van een autosnelweg.
Voor bestaande voorzieningen die renovatie, aanbouw of vervangende nieuwbouw nodig hebben, al dan niet met een bestemmingsplanwijziging, onderzoeken we, in goed overleg met de vertegenwoordigers van de voorziening, of er een alternatieve locatie ruimtelijk en binnen de financiële kaders mogelijk is. Ook onderzoeken we of er reguliere maatregelen te treffen zijn om het binnenmilieu te verbeteren. Plangebied Een gedeelte van de westelijke schoollocatie ligt binnen 50 meter afstand van de Landschapsbaan (op circa 32 meter). Dit is een drukke weg met meer dan 10.000 motorvoertuigen/etmaal. Binnen dit deel van Vleuterweide is echter geen alternatieve locatie beschikbaar. De scholen worden daarom zo gunstig mogelijk op de beschikbare kavel gesitueerd (zo ver mogelijk van de Landschapsbaan af). Naast gezondheid zijn er echter nog andere belangen, zoals: verkeersveiligheid en faseerbaarheid die bepalen wat de beste plek voor de scholen op de locatie is. Dit heeft geleid tot een voorkeursmodel bestaande uit 2 vrijstaande schoolgebouwen met een gemeenschappelijk bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
51
parkeerterrein in het midden. De school aan de oostzijde van de locatie kan dan volledig buiten de 50 meter zone van de Landschapsbaan worden gebouwd. De school aan de westzijde van de locatie ligt gedeeltelijk binnen de 50 meter zone van de Landschapsbaan. Hierbij is als eis meegegeven dat het binnenklimaat van het deel van de school, dat binnen de 50 meter zone ligt, dezelfde kwaliteit krijgt als het gedeelte dat buiten de 50 meter ligt. Hiervoor kunnen onder andere de volgende maatregelen worden genomen: Zoveel mogelijk de niet primaire functies zoals docentenkamer, bergingen en speellokaal binnen de 50 meter zone van de Landschapsbaan situeren. Filters toepassen en de inlaat van de lucht aanzuiging aan de schone zijde van het gebouw positioneren. Het schoolbestuur moet erop toezien dat de filters goed worden onderhouden en tijdig vervangen. Het beperken van te openen ramen binnen de 50 meter zone van de Landschapsbaan. Voor een gezond binnenmilieu in beide schoolgebouwen is minimaal klasse B voor luchtkwaliteit en thermische comfort het uitgangspunt, conform het Programma van Eisen: Frisse Scholen 2015. Het schoolplein wordt ingezet voor bewegen en spelen, ook wordt er gekeken of een gedeelte van het parkeerterrein, buiten haal- en brengtijden gebruikt kan worden om te spelen.
De grondwal blijft groen en er zal in het plangebied ook meer (kwaliteits)groen worden toegevoegd. Conclusie Vanuit een gezondheidsperspectief is het belangrijk dat kinderen op een gezonde plek opgroeien en naar school gaan. Vandaar dat het binnenmilieu in scholen goed moet zijn. Omdat er in het plangebied al scholen aanwezig waren en er geen alternatieve locatie beschikbaar is en het binnenklimaat van het deel van de school, dat binnen de 50 meter zone ligt, dezelfde kwaliteit krijgt als het deel dat er buiten ligt, kan ook de school die binnen 50 meter van de Landschapsbaan vanuit een gezondheidsperspectief mogelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang dat ook in dit deel van de school het binnenklimaat minimaal klasse B voor de luchtkwaliteit en het thermische comfort behaald.
5.15 Toegankelijkheid Kader Utrecht wil een stad zijn waar iedereen mee kan doen, waar we niemand buitensluiten. Een inclusieve toegankelijke stad. Alle Utrechters, met en zonder beperking, moeten alle openbare gebouwen, woningen, de openbare ruimte en dienstverlening kunnen gebruiken. Utrecht werkt al sinds 2007 actief aan toegankelijkheid, eerst met Agenda 22 en nu volgens het VN-verdrag handicap. De ambities van de gemeente voor het VN-verdrag handicap staan in de agenda 'Utrecht voor iedereen toegankelijk'. In de agenda 'Utrecht voor iedereen toegankelijk' zijn drie kansen omschreven die we als gemeente willen pakken. Dit zijn: sneller en concreet resultaat, niet alleen fysiek maar ook sociaal toegankelijk en samenwerken met de stad. Met het uitvoeringsprogramma 'Utrecht voor iedereen toegankelijk' laten we zien wat we al doen en wat we nieuw op pakken. Dit zijn acties die nodig zijn voor het benutten van de drie kansen. Plangebied Gebouwen Iedereen, met of zonder beperking, kan de gebouwen binnen komen, in de gebouwen doen waarvoor ze zijn bestemd en gebruikmaken van de buitenruimte. Zo kan in een school iedereen de lokalen bereiken, bij de wc komen en bij de gymzaal komen. Kortom, de gebouwen zijn toegankelijk voor mensen met een beperking. Voor het bouwen of grootschalig verbouwen van gemeentelijke openbare gebouwen geldt de Utrecht Standaard Toegankelijk.
Openbare ruimte Het ontwerp biedt mensen met een lichamelijke, verstandelijke of langdurig psychische beperking de mogelijkheid om veilig deel te nemen aan het verkeer. De openbare ruimte moet zo zijn ingericht dat iedereen, met of zonder beperking er uit de voeten kan. In de Kadernota openbare ruimte staan de uitgangspunten. Het Handboek Openbare Ruimte en de richtlijn Voetpaden voor iedereen kunnen helpen bij de uitwerking. Aandacht is nodig bij hoogte verschillen, en het overbruggen daarvan. Conclusie De scholen en het gebied er omheen zal voor iedereen toegankelijk gemaakt moeten worden. Inmiddels is het Handboek Openbare Ruimte (HOR) geactualiseerd en vormt dit handboek het toetsingskader voor de inrichting van het openbaar gebied rond het bouwplan. Daarmee wordt geborgd dat het VN-verdrag handicap van toepassing is op deze ontwikkeling. 5 2 bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
Utrecht
5.16 Duurzaamheid Kader De gemeente stelt hoge duurzaamheidseisen aan de bebouwde omgeving met als doel een gezond stedelijk leven voor iedereen, nu en in de toekomst. Op het gebied van duurzaamheid heeft de gemeente Utrecht bij projectontwikkeling duurzaamheidsambities onderverdeeld op de volgende onderdelen: energie, GPR gebouw, circulair bouwen en klimaatadaptatie. Naast deze specifiek benoemde duurzaamheidsthema's moet rekening gehouden te worden met het thematische beleid zoals opgenomen op https://omgevingsvisie.utrecht.nl. Energie De gemeente Utrecht wil zo spoedig mogelijk klimaatneutraal zijn, waaraan alle partijen een relevante bijdrage moeten leveren. Voor bouwprojecten betekent dit energieneutraal of beter te bouwen. Gebruik van aardgas wordt niet toegestaan. Concrete invulling van energieneutraal bouwen wordt uitgelegd in het Utrechts Energieprotocol. Samenvattend komt het neer op het volgende: Warmte- en koudevraag De energiebehoefte (BENG 1) wordt zo laag mogelijk gemaakt. Uitgangspunt is daarnaast dat het plan / gebied zelfvoorzienend is in de warmte- en koudevraag van de bebouwing. Dit betekent dat er zo min mogelijk aanspraak wordt gedaan op externe bronnen zoals stadsverwarming. Wanneer het mogelijk is worden warmte- of koudeoverschotten van het gebied ter beschikking gesteld aan derden door de systemen te koppelen.
Verder is het van belang dat de eindgebruiker comfort ervaart en geen hoge energielasten heeft.
Gebruiksfunctie
BENG 1 (kWh/m².jaar energiebehoefte)
Onderwijsgebouwen
Als/Ag = 1,8 » BENG 1 = 190 Als/Ag > 1,8 » BENG 1 = 190 + 30 * (Als/Ag -1,8) BENG eisen onderwijsgebouwen
BENG 2 (KWh/m².jaar fossiele energie) = 70
BENG 3 (% hernieuwbare opwekking) = 40
Elektriciteitsvraag Uitgangspunt is dat de bebouwing jaarlijks evenveel hernieuwbare elektriciteit opwekt om te voorzien in de jaarlijkse energievraag. Dit is de gebouwgebonden energievraag, de gebruikersgebonden energievraag en de openbare ruimte in het gebied. Als het niet mogelijk is om binnen het plangebied voldoende hernieuwbare elektriciteit op te wekken dan mag er buiten het gebied gezocht worden naar opweklocaties om alsnog te voldoen. Laadpunten elektrische voertuigen Vanuit de Europese richtlijn voor energieprestatie voor gebouwen is in maart 2020 een gewijzigd Bouwbesluit van kracht geworden. Wordt een gebouw ingrijpend verbouwd of wordt er nieuw gebouwd met meer dan 10 parkeerplaatsen, dan moet er minimaal één oplaadpunt gemaakt worden. Daarnaast moeten er lege mantelbuizen gelegd worden voor minimaal één op de vijf parkeerplaatsen. De gemeente geeft de ontwikkelaar in overweging mee om bij nieuwbouw of grootschalige verbouw voor alle parkeerplekken lege mantelbuizen en/of laadpunten aan te leggen, gezien de huidige snelle ontwikkelingen op het gebied van elektrisch vervoer. Dit door de vaak (relatief) hoge kosten die gemoeid zijn met installatie achteraf. Via deze mantelbuizen kunnen later nog meer oplaadpunten aangesloten worden. Integrale duurzaamheid Het middel GPR Gebouw wordt gebruikt om de duurzaamheid van een ontwerp integraal te toetsen.
Dit wordt uitgedrukt via een rapportcijfer op de onderdelen Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde. Door van deze vijf onderdelen het gemiddelde te nemen wordt het eindcijfer bepaald. Hiervoor moet GPR Gebouw 4.3 worden gebruikt. Circulair bouwen In Utrecht is circulair bouwen de norm, zoals gesteld in motie 252 te 2016. Binnen de gemeente Utrecht vullen we circulair bouwen in door op de onderstaande drie fases van de bebouwing te sturen. Op alle drie onderdelen vragen we invulling. Ingaande materialenstroom De ingaande materialenstroom wordt getoetst op milieueffecten door deze met een Milieu Prestatie Gebouw (MPG) berekening te berekenen. De MPG maakt een levenscyclusanalyse van de toegepaste materialen en installaties en drukt dat uit in een schaduwprijs per m² bruto vloeroppervlak per jaar. De schaduwprijs is een fictieve prijs die de kosten aangeeft om de milieuschade ongedaan te maken bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
53
en is gestoeld op wetenschappelijk onderzoek. Hoe lager de schaduwprijs, hoe beter dus. Binnen de gemeente Utrecht willen we een schaduwprijs van ten hoogste €0,70/m²bvo.jr en hebben de ambitie deze zo snel mogelijk naar €0,50/m²bvo.jr te brengen. Dit kan o.a. bereikt worden door milieuvriendelijker materialen toe te passen, minder materialen toe te passen of hergebruikte materialen toe te passen. Volgens het Bouwbesluit hoeft alleen datgene ingevoerd te worden om aan de Bouwbesluiteisen te voldoen (bijv. EPC 0,40). Ook is volgens het Bouwbesluit alleen bij woningen en kantoorgebouwen een MPG berekening vereist. Wij vragen echter een MPG berekening die conform het ontwerp is ingevoerd, ongeacht de gebruiksfunctie. Aanpasbaarheid in de gebruiksfase Door zo te ontwerpen dat het gebouw makkelijk aangepast kan worden, wordt de milieubelasting van de aanpassingen verlaagd en de levensduur van het gebouw verlengd. Dit kan bijvoorbeeld door ruimtelijke indeelbaarheid te vergroten of overmaats te ontwerpen. Makkelijk bereikbare installaties zijn belangrijk. Denk ook aan hoe het gebouw in een andere gebruiksfunctie zou functioneren. Indien van toepassing, zou bijvoorbeeld een kantoor gemakkelijk getransformeerd kunnen worden naar woningen. Herbruikbaarheid na gebruiksfase Aan het einde van de gebruiksfase wordt een gebouw normaliter gesloopt.
Een circulair gebouw wordt gedemonteerd en de vrijgekomen materialen / constructies worden ter beschikking gesteld voor een nieuw bouwproject. Om dit te bewerkstelligen is het ten eerste van belang dat het gebouw zo demontabel mogelijk wordt ontworpen. Ten tweede moeten de vrijkomende materialen herbruikbaar zijn, dus giftige of anderzijds eenmalig bruikbare materialen moeten vermeden worden. Ten derde is het van belang dat de materialen in het gebouw opgeslagen zijn in een paspoort. Dat laatste is van belang omdat zonder kennis van de opgeslagen materialen in het gebouw de waarde ervan verloren gaat. Klimaatadaptatie en dakenvisie De klimaatwetenschappen tonen aan dat de aarde opwarmt, dat klimaatpatronen verschuiven en extremen in weer toenemen. Voor Nederland betekent dit dat in de toekomst langere periodes met hoge temperaturen worden verwacht, onderbroken door intensievere regenbuien in vergelijking met hedendaags. Binnen stedelijk gebied leidt dit met name tot uitdagingen op het gebied van voldoende waterberging en het beperken van hittestress in gebouwen en de openbare ruimte. In het plan wordt een onderbouwing gevraagd op hoe het plan bijdraagt aan voldoende waterberging op eigen terrein en het beperken van hittestress, maar ook het borgen van leefbaarheid voor flora en fauna binnen de gebouwen en in de openbare ruimte.
Denk hier bijvoorbeeld aan een groene daken of gevels t.b.v. waterbuffering en beschaduwing en inbouwnestelkasten, maar ook andere ingrepen zijn mogelijk. Richtlijn bij bouwblokken is het realiseren van een buffercapaciteit van 45 mm ten opzichte van het verharde oppervlak, tenzij met een maatwerkberekening wordt aangetoond dat met een afwijkende buffercapaciteit kan worden volstaan. Een extreme bui van 80 mm in één uur moet verwerkt kunnen worden zonder dat er schade optreedt in gebouwen en vitale infrastructuur, zoals nutsvoorzieningen, door instromend regenwater. Plansituatie Gasloos bouwen met onderwijsgebouwen is in Utrecht een reeds bewezen vorm voor energievoorziening. De omvang van het project leent zich uitstekend voor slimme energieoplossingen. Daarnaast is vanwege het uitgebreide programma (onderwijslokalen) een kans om circulair te bouwen, waardoor ruimten eenvoudig kunnen worden aangepast aan de behoeften van enig moment. Conclusie Het project kan voldoen aan de duurzaamheidsambities van Utrecht.
5.17 Conclusies Uit dit hoofdstuk volgt dat er geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.
5 4 bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Inleiding Dit bestemmingsplan faciliteert de ontwikkeling van twee scholen in het plangebied Passiebloemweg, Vleuterweide. Economische uitvoerbaarheid De Utrechtse vastgoedorganisatie onderwijshuisvesting (UVO) stelt de middelen voor de realisatie van de beide scholen beschikbaar op basis van de voorwaarden uit de beschikking. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid veiliggesteld. Kostenverhaal De kosten voor het maken van het bestemmingsplan worden door UVO gedekt. De gemeentelijke kosten voor de begeleiding en toetsing van aanvragen voor vergunningen, worden uit de daarvoor bestemde leges gedekt. De door de gemeente gemaakte kosten die niet worden gedekt uit de reguliere leges worden door UVO gedekt. Hiermee worden alle door de gemeente voor dit initiatief gemaakte kosten verhaald. Planschade Naast de kosten voor het maken van het bestemmingsplan moet een inschatting worden gemaakt van het risico van planschade. De gemeente heeft daarom een planschaderisico-inventarisatie laten opstellen. Eventuele kosten van planschade zijn voor rekening van UVO. Exploitatieplan Het kostenverhaal is anderszins verzekerd. Daarnaast is er geen noodzaak tot het stellen van eisen aan de fasering dan wel aan de uitvoering. Er zal bij dit bestemmingsplan dan ook géén exploitatieplan worden vastgesteld.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening
Het plan is aan een aantal instanties (Provincie Utrecht en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden) toegezonden voor een reactie als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. De Provincie Utrecht heeft per brief van 28 oktober 2020 aangegeven dat zij geen opmerkingen heeft. Het HDSR heeft op 12 november 2020 aangegeven dat het plan al uitgebreid met het waterschap is afgestemd en de opmerkingen zijn verwerkt in de definitieve waterparagraaf. Daarnaast biedt het HDSR kennis aan met betrekking tot klimaatadaptatie om het inrichtingsplan te optimaliseren.
bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
55
5 6 bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 7 Juridische plantoelichting 7.1
Inleiding
Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere leesbaarheid, raadpleegbaarheid en helderheid voor de gebruiker en draagt zo bij aan een effectiever en efficiëntere dienstverlening.
7.2
Opbouw regels
De opzet van de bestemmingsregels is steeds gelijk: bestemmingsomschrijving (met ondergeschikte en nevengeschikte doeleinden); bouwregels; afwijkingsregels van de bouwregels; waar nodig: een bijzondere gebruiksregel, bijvoorbeeld bij wonen een aan-huis-verbonden bedrijf. afwijkingsregels van de gebruiksregels. 7.2.1
Het gebruik van het woord of
Wanneer in de regels van dit bestemmingsplan in een opsomming van gevallen het woord 'of' wordt gebruikt, is daaronder mede begrepen de situatie dat meer dan een van de genoemde gevallen zich tegelijk voordoen. Onder 'of' wordt een combinatie van opties niet uitgesloten.
7.3
Nadere toelichting begripsomschrijvingen
Een aantal begripsomschrijvingen vraagt om nadere toelichting.
7.4
Artikelsgewijze toelichting
Op een aantal bestemmingen is in deze paragraaf een nadere toelichting opgenomen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen De verschillende soorten groenvoorzieningen (met uitzondering van het snippergroen) zijn opgenomen in één bestemming. Een groot deel van het groen heeft alleen een functie als plantsoen of als speelplek. Binnen de bestemming Groen is ook waterbeheer, waterberging en sierwater toegestaan. De kleinere watergangen zijn dan ook niet apart bestemd. Daarnaast mogen er binnen deze bestemming ook voet- en fietspaden worden gerealiseerd. Binnen het plangebied ligt een grondwal, die is aangelegd vanwege de landschappelijke structuur en tevens een positief effect heeft op het geluidsniveau binnen de bouwvlakken en het omliggende terrein. Daarom is een regel opgenomen dat de grondwal, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - grondwal' wat de hoogte betreft in stand gehouden moet blijven om een goede ruimtelijke ordening te kunnen blijven waarborgen. Zolang de hoogte van de grondwal in stand blijft, is het wel toegestaan om bijvoorbeeld de grondwal (deels) smaller te maken. Een uitzondering op deze regel vormt de locatie met de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - ontsluiting en parkeren'. Ter plaatse van deze aanduiding mag de grondwal doorbroken worden voor een in- en uitrit van en naar de Landschapsbaan.
Daarnaast mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - grondwal uitbreiding' de grondwal in het zuidoosten worden doorgetrokken. Zo kan de grond die vrijkomt bij het maken van de in- en uitrit binnen het plangebied worden gebruikt. Ook kan hierdoor de grondwal worden afgemaakt. De taluds van de grondwal mogen gebruikt worden om te spelen en voor het aanbrengen van speeltoestellen (zoals glijbanen). Artikel 4 Maatschappelijk Naast (basis)scholen zijn ook andere instellingen en voorzieningen binnen deze bestemming toegestaan, zoals kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, medische voorzieningen en religieuze instellingen. Wanneer een geluidsgevoelige bestemming binnen deze bestemming wordt veranderd of gerealiseerd moet getoetst worden aan artikel 11. Een deel van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - grondwal uitbreiding' ligt binnen bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
57
de bestemming Maatschappelijk, zodat hier een toegang (zoals een trap) in of op de grondwal kan worden gebouwd om het gebouw te kunnen betreden. Vanwege ecologie is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat een minimaal aantal verblijfsplaatsen en groen gerealiseerd moet worden. Met deze voorwaardelijke verplichting wordt gewaarborgd dat gebruik gemaakt kan worden van de gebiedsgerichte ontheffing Diervriendelijk Bouwen. De aanvraag die 15 augustus 2016 door de gemeente Utrecht is ingediend, is gebaseerd op de "gebiedsgerichte aanpak", een destijds nieuwe denk- en werkwijze waarbij soortbescherming en ruimtelijke ontwikkeling hand in hand gaan. Hierbij wordt o.a. geprobeerd om de situatie te verbeteren voor lokale populaties, door verbindingen tussen geïsoleerde gebieden te realiseren, waardoor uitwisseling tussen gebieden van de soorten op termijn mogelijk wordt. Doordat er in overmaat nesten, voortplantings- of rustplaatsen worden aangeboden voor de aangevraagde soorten en daarbij ook de groenstructuur van de stad geoptimaliseerd wordt, is het aannemelijk dat de aangevraagde soorten daarvan zullen profiteren en dit kan leiden tot het groeien van de populaties. In de voorwaardelijke verplichting worden minimale aantallen genoemd. Het toepassen van meer verblijfsplaatsen heeft de voorkeur.
Afstemming en detaillering van de locatie en type verblijfplaatsen moet in overleg met een ecoloog van de gemeente worden bepaald. Naast dat de bouwvlakken mogen worden volgebouwd is buiten de bouwvlakken twee keer een gebouw van maximaal 60 m2 van ondergeschikte aard toegestaan, zoals een fietsenstalling of buitenberging. Het is niet toegestaan om één groot gebouw van 120 m2 buiten de bouwvlakken te realiseren.
Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied De inham in de bestemming Groen ter hoogte van de ondergrondse containers heeft de bestemming 'Verkeer- Verblijfsgebied' gekregen. Ook het huidige voet- en fietspad, evenwijdig aan de Passiebloemweg, heeft deze bestemming gekregen. Artikel 6 Waarde - Archeologie De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' is opgenomen ter veiligstelling en bescherming van de archeologische waarde en verwachtingen. Door de daarin opgenomen specifieke gebruiksbepaling waarin wordt verwezen naar de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg is een handelen in strijd met het bestemmingsplan een strafbaar feit. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat een stuk grond dat al eens was betrokken bij het verlenen van een omgevingsvergunning bij de beoordeling van latere bouwplannen nogmaals wordt betrokken. Artikel 8 Algemene bouwregels Dit artikel regelt de mogelijkheid voor (beperkte) overschrijdingen van bebouwingsgrenzen die op de kaart zijn aangegeven, een voorwaardelijke verplichting over parkeren en regels voor woningvorming en omzetting. Voorwaardelijke verplichting over parkeren Deze planregel volgt uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 9 september 2015 (201410585/1) over bestemmingsplan "KPN Campus Fockema Andreaelaan, Rubenslaan e.o.".
Artikel 3.1.2, tweede lid, van het Bro maakt het mogelijk dat een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels kan bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Artikel 8.3 lid 1 van de planregels regelt dat bij een omgevingsvergunning voor het bouwen de parkeergelegenheid voor auto's en fietsen voldoet aan het gemeentelijk beleid (ten tijde van het opstellen van deze toelichting: de Nota Stallen en Parkeren 2013). Bij het toetsen van een bouwaanvraag aan het bestemmingsplan, zal onderzocht worden of de aanvraag voldoet aan de voorwaarde om voldoende parkeergelegenheid te regelen. Als gedurende de geldigheid van dit bestemmingsplan het parkeerbeleid wordt gewijzigd, geldt als uitgangspunt dat een aanvraag om omgevingsvergunning aan het op dat moment geldende parkeerbeleid wordt getoetst. Daarom bevat artikel 8.3 lid 2 een regel die bij gewijzigd beleid een afweging over de bij de aanvraag horende parkeereis, zodat gemotiveerd wordt in hoeverre het nieuwe beleid wordt toegepast. Artikel 9 Algemene gebruiksregels De Wabo bevat een algemeen verbod om de gronden en bebouwing in strijd met het 5 8 bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
Utrecht
bestemmingsplan te gebruiken. Een algemeen gebruiksverbod hoeft derhalve niet meer in de planregels te worden opgenomen. Het is wel mogelijk om in het bestemmingsplan aan te geven wat onder verboden gebruik in ieder geval wordt verstaan. In dit artikel is opgenomen dat onder verboden gebruik wordt verstaan: onbebouwde gronden te gebruiken als staanplaats voor onderkomens als opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen of onderdelen daarvan of als stortplaats voor puin en afvalstoffen. Het gebruik of bouwen in strijd met het bestemmingsplan was vroeger onder de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening via een algemene gebruiksbepaling en strafbepaling geregeld in het bestemmingsplan. Onder de Wet ruimtelijke ordening was een en ander geregeld in de wet zelf. Met de invoering van de Wabo is dat opnieuw gewijzigd. Nu is het als volgt geregeld. Voor elke verandering van gebruik (in ruime zin) die in strijd komt met een bestemmingsplan is volgens artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo een omgevingsvergunning nodig. Indien voor een dergelijk planologisch strijdig gebruik geen omgevingsvergunning wordt gevraagd of een gevraagde vergunning niet wordt verleend, komt dit gebruik dus in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Dat artikel kan vervolgens bestuursrechtelijk of strafrechtelijk via de Wet op de economische delicten worden gehandhaafd.
Strijdig gebruik met planologische regelingen waarvan afwijking niet is toegestaan valt niet onder artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Met het oog op dergelijk gebruik is in artikel 7.2 Wet ruimtelijke ordening een verbodsbepaling opgenomen bij de invoering van de Wabo. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Dit artikel regelt de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders om af te wijken van de regels. Dit heeft primair tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Ze kunnen worden toegepast als er niet op grond van de bestemmingsregelingen in hoofdstuk 2 al afgeweken kan worden. Het gaat dan om een afwijking van maten, afmetingen en percentages, het plaatsen van objecten van beeldende kunst en het realiseren van kleine nutsgebouwtjes. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Geluidgevoelige bestemming Er mogen uitsluitend geluidgevoelige bestemmingen worden opgericht indien het bouwplan in overeenstemming is met de Wet geluidhinder of met het besluit ontheffing Hogere waarde. Artikel 12 Overgangsrecht In het Besluit ruimtelijke ordening is overgangsrecht opgenomen dat in elk bestemmingsplan moet worden overgenomen. Indien de in het plan opgenomen regels, voor wat betreft gebruik of bebouwing, afwijken van een bestaande legale situatie, dan zijn daarop de overgangsregels van toepassing.
De overgangsregel heeft tot doel bestaande belangen te respecteren totdat realisering van de nieuwe regels plaatsvindt. Voor bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen, is bepaald dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande afwijking niet wordt vergroot. Gehele vernieuwing is in principe uitgesloten, waaronder ook gefaseerde vernieuwing van een bouwwerk wordt verstaan. Het doel van het overgangsrecht is dat het bestaande bouwwerk in de bestaande staat in stand mag worden gehouden. Uitsluitend na het tenietgaan van het bouwwerk door een calamiteit, waarmee onder andere brand of extreme weersomstandigheden wordt bedoeld, is onder voorwaarden gehele vernieuwing toegestaan. Vergunningplichtige bouwwerken die zonder vergunning zijn opgericht, kunnen door overgangsrecht niet gelegaliseerd worden. Bouwen zonder vergunning is immers een overtreding van de Wabo die niet door een regeling in een bestemmingsplan ongedaan kan worden gemaakt. Wel kan met een beroep op het overgangsrecht een aanvraag worden ingediend voor de verbouw van een illegaal bouwwerk. Om te voorkomen dat een dergelijke aanvraag moet worden gehonoreerd, is in de overgangsbepaling van dit plan opgenomen dat deze slechts van toepassing is op legale bouwwerken. Voor het gebruik dat onder het overgangsrecht valt, is bepaald dat dat gebruik mag worden voortgezet.
Het gebruik mag eveneens worden gewijzigd, voor zover de afwijking ten opzichte van het toegestane gebruik niet vergroot wordt. Hiervoor is reeds aangegeven dat illegale bouwwerken niet gelegaliseerd kunnen worden door overgangsrecht. Voor gebruik is dat in principe wel mogelijk maar vanuit het oogpunt van handhaving ongewenst. Gezien het voorgaande is in de overgangsbepaling opgenomen dat het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, van het overgangsrecht is uitgesloten. Ook na het van kracht worden van dit plan kan dus nog met succes handhavend worden opgetreden bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
59
tegen gebruik dat reeds in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan. Dit laatste is uiteraard mede afhankelijk van andere aspecten, waaronder de vraag of het strijdige gebruik reeds zolang plaatsvindt dat de gemeente haar rechten heeft verwerkt. Artikel 13 Slotregel In dit artikel is de naam van het bestemmingsplan, de citeertitel, omschreven.
7.5
Handhaving
Door handhaving controleert de overheid of burgers, bedrijven en bijvoorbeeld overheidsorganen zich aan de wet- en regelgeving houden. Onder handhaving wordt verstaan het door controle (toezicht en opsporing) en het toepassen (of dreigen daarmee) van bestuursrechtelijke sancties, bereiken dat het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift wordt nageleefd. De handhaving van de van toepassing zijnde regeling binnen de gemeente Utrecht, wordt uitgevoerd door diverse diensten en afdelingen. Zo wordt namens het college onder andere gehandhaafd op de regels van voorliggend bestemmingsplan. Dit betekent dat de regels voor wat betreft het gebruik en de bebouwingsregels worden gehandhaafd. Dit gebeurt veelal door toetsing tijdens het behandelen van de aanvragen om omgevingsvergunning, maar kan ook gebeuren als gevolg van toezicht tijdens de uitvoering van de bouw of op grond van een eigen constatering indien een bouwwerk of een perceel in strijd met het bestemmingsplan wordt gebruikt. Indien er bijvoorbeeld sprake is van illegale ingebruikname van gemeentelijke grond, dan zal hiertegen worden opgetreden. Doel handhavend optreden Het doel van het handhavend optreden van de gemeente is niet direct gekoppeld aan de noodzaak van een actueel bestemmingsplan.
Voor de bewoners van het plangebied is duidelijk waar zij aan toe zijn (qua bouwen, zoals bijvoorbeeld uitbreiding van de woning, en qua gebruik), maar het niet handhaven haalt de effectiviteit van een actueel bestemmingsplan onderuit. De toegevoegde waarde van het verlenen van een omgevingsvergunning voor een ondergeschikt gebouw is niet groot, indien er op andere plaatsen - zonder vergunning - ondergeschikte gebouwen zijn geplaatst. Dit wordt nog eens problematischer zodra een omgevingsvergunning wordt geweigerd, terwijl diverse vergelijkbare bouwwerken reeds illegaal zijn geplaatst. In dit laatste geval is de roep om handhavend op te treden dan ook het grootst. Wijze van handhaven Op grond van de Algemene wet bestuursrecht heeft het college een tweetal instrumenten bij handhaving van bestemmingsplannen tot haar beschikking: bestuursdwang en dwangsom. Bij het toepassen van bestuursdwang wordt de overtreding (het geconstateerde illegale bouwwerk c.q. gebruik) ongedaan gemaakt op kosten van de overtreder. Dit kan betekenen dat een bouwwerk door de gemeente wordt afgebroken en de kosten van bijvoorbeeld de aannemer en de gemeentelijke (voorbereidings)kosten op de overtreder worden verhaald. Het is tevens mogelijk om, indien er zonder omgevingsvergunning wordt gebouwd en de bouw wordt stilgelegd door middel van een bouwstop, de bouwmaterialen weg te slepen en elders op te slaan.
Het opleggen van een last onder dwangsom betekent bijvoorbeeld dat het illegale gebruik moet worden gestaakt binnen een door het college gestelde termijn. Overschrijdt men de termijn, dan zal de dwangsom in rekening worden gebracht bij de overtreder. Doel van de dwangsom is het onaantrekkelijk maken van het voortzetten van de geconstateerde overtreding. De dwangsom zal dan ook in relatie moeten staan aan (en zal derhalve altijd hoger zijn dan) het voordeel dat de overtreder heeft bij het voortzetten van de illegaliteit. In het plangebied zal handhavend worden opgetreden tegen het illegale gebruik van bouwwerken en percelen. Bijvoorbeeld het verhuren van opslagruimte ten behoeve van de stalling van caravans, maar ook het gebruik van een winkel als café. Verder zal er bij de bouw worden gecontroleerd op de uitvoering van verleende omgevingsvergunningen. Uiteraard zal er ook gecontroleerd worden of, in het geval van een geweigerde omgevingsvergunning voor een woning, de betreffende woning niet alsnog wordt gebouwd. Voorts zal de gemeente toezien op - onder de Wet milieubeheer vallende - bedrijven. Dit vloeit voort uit de regels van het bestemmingsplan. Indien er immers ter plaatse een bedrijfsactiviteit plaats mag vinden, zal dit qua gebruik (intensiteit en hinder) gehandhaafd worden.
6 0 bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
Utrecht
Bijlagen toelichting
bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
61
6 2 bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
Utrecht
Bijlage 1 Parkeerbehoefte berekening
bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
63
Berekening parkeerbehoefte basisscholen Passiebloemweg Kort parkeren Handmatige berekening kort parkeren (halen en brengen) conform de methodiek van CROWpublicatie 182 (zie tabel volgende bladzijde). Groepen 1 t/m 3 (beide scholen): 183 (OBS Vleuterweide) x 30% (laagste % leerlingen met de auto) x 0,5 x 0,75 = 184 (Zonnewereld) x 30% (laagste % leerlingen met de auto) x 0,5 x 0,75 = 367(aantal leerlingen) x 30% (laagste % leerlingen met de auto) x 0,5 x 0,75 =
20,59 20,70 41,29
Groepen 4 t/m 8 (beide scholen): 158 (OBS Vleuterweide) x 5% (laagste % leerlingen met de auto) x 0,25 x 0,85 = 275 (Zonnewereld) x 5% (laagste % leerlingen met de auto) x 0,25 x 0,85 = 433 (aantal leerlingen) x 5% (laagste % leerlingen met de auto) x 0,25 x 0,85 =
1,67 2,92 4,59
Totaal kort parkeren: 41,29 + 4,59 = 45,88 = 46 parkeerplekken voor kort parkeren en berekent met laagste % bandbreedte* leerlingen die met de auto worden gebracht, indien de parkeerbehoefte van beide scholen bij elkaar worden opgeteld. Als we rekening houden met de verschillende aanvangstijden van de scholen komen we op een andere parkeerbehoefte uit. Jenaplanschool Zonnewereld kent een aanvangstijd van 8.15 uur en O.B.S. Vleuterweide een aanvangstijd van 8.30 uur. Er vanuit gaande dat ouders maximaal 15 minuten de school bezoeken is de parkeerbehoefte van de school met de hoogste parkeerbehoefte maatgevend. Daarmee is de parkeerbehoefte van de Zonnewereld maatgevend. Dat betekent dat voor kort parkeren 20,59 + 2,92 = 24 parkeerplaatsen nodig zijn. *De gemeente Utrecht hanteert een beleid om het lopen en gebruik van de fiets te stimuleren en de automobiliteit terug te dringen. Eén van de instrumenten hiervoor is het hanteren van minimale parkeernormen of bandbreedte.
Lang parkeren In lijn met het gemeentelijk beleid past voor het lang parkeren het hanteren van de minimale parkeernorm van 0,5 parkeerplaatsen per leslokaal voor een bassischool. Uitgaande van de leerlingaantallen van 2022 met 14 lokalen voor OBS Vleuterweide en 19 lokalen voor Jenaplanschool Zonnewereld betekent dit voor het lang parkeren: minimaal 17 parkeerplaatsen (34 klaslokalen x 0,5 = 17)
Totaal Totale parkeerbehoefte is minimaal = 46 (kort parkeren) + 17 (lang parkeren) = 63 parkeerplekken. Als de parkeerbehoefte van beide scholen bij elkaar op wordt geteld. Houden we rekening met de verschillende aanvangstijden dan is de totale parkeerbehoefte 24 + 17 = 41 parkeerplekken. Het is dan wel noodzakelijk dat de scholen verschillende aanvangstijden blijven hanteren en scholen inzetten op het verminderen van het autogebruik voor het brengen en halen van de schoolkinderen
6 6 bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
Utrecht
Bijlage 2 parkeren
Rapport verkeer en
bestemmingsplan "Passiebloemweg, Vleuterweide" (vastgesteld)
67
Rapport Projectnummer: 370115 Referen ienummer: SWNL0258418 Datum: 18-03-2020
Nieuwbouw schoollocatie Passiebloemweg Onderzoek verkeerskundige aspecten
Definitief
Opdrachtgever: Gemeente Utrecht Postbus 16200 3500 CE UTRECHT
Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt Nederland
T +31 88 811 66 00 www.sweco nl
Sweco Nederland B.V. De Bilt Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Adviseur Mobiliteit T +31 88 811 M +31 6
Verantwoording Titel
Nieuwbouw schoollocatie Passiebloemweg
Subtitel
Onderzoek verkeerskundige aspecten
Projectnummer
370115
Referentienummer
SWNL0258418
Revisie
D1
Datum
18-03-2020
Auteur E-mailadres
@sweco.nl
Gecontroleerd door Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door Paraaf goedgekeurd
2 (27)
Inhoudsopgave 1
Inleiding .................................................................................................................. 4
2
Huidige situatie ...................................................................................................... 6
2.1
Ongevallen............................................................................................................... 7
2.2
Klachten ................................................................................................................... 7
2.3
Terreinbezoeken schoollocatie Passiebloemweg ................................................... 7
2.3.1
Locatiebezoek donderdagmorgen 14 november 2019 ..........................................................7
2.3.2
Locatiebezoek donderdagmiddag 14 november 2019 ........................................................10
2.4
Parkeren ................................................................................................................ 10
2.4.1
Locatie Passiebloemweg ....................................................................................................11
2.4.2
Locatie Teunisbloemlaan ....................................................................................................12
2.4.3
Samenvattend .....................................................................................................................12
2.5
Resumerend .......................................................................................................... 13
3
Verkeerseffecten nieuwbouw Passiebloemweg ............................................... 14
3.1
Inleiding ................................................................................................................. 14
3.2
Programmatische plannen voor nieuwbouw ......................................................... 15
3.3
Effect ontwikkeling op parkeren ............................................................................. 16
3.3.1
Kortparkeren .......................................................................................................................16
3.3.2
Langparkeren ......................................................................................................................17
3.3.3
Bandbreedte aantal benodigde parkeerplaatsen ................................................................17
3.3.4
Resumerend .......................................................................................................................18
3.4
Effect ontwikkeling op verkeersintensiteiten .......................................................... 19
4
Analyse ................................................................................................................. 20
4.1
Gewenste ontsluiting ............................................................................................. 20
4.2
Reactie op vragen/suggesties omwonenden ........................................................ 22
5
Conclusies en aanbevelingen ............................................................................ 24
5.1
Conclusies ............................................................................................................. 24
5.2
Aanbevelingen ....................................................................................................... 24
Bijlage 1
CROW-rekenmethodieken
3 (27)
1
Inleiding
Scholencluster De Weide Wereld, bestaande uit OBS Vleuterweide en Jenaplanschool Zonnewereld worden in de toekomst samengevoegd op de locatie Passiebloemweg. In de huidige situatie zijn beide scholen nog verdeeld over de locaties Teunisbloemlaan (OBS Vleuterweide + Zonnewereld) en Passiebloemweg (OBS Vleuterweide) in Vleuterweide. Op dit moment bevinden zich ook drie groepen van RKBS De Twaalfruiter, peutercentrum Speelleertuin en naschoolse opvang Small Steps op de locatie Passiebloemweg. In de toekomstige situatie keren deze niet meer terug op deze locatie. Op de locatie Passiebloemweg wordt nieuwbouw gepleegd. Door de gemeente Utrecht is een modellenstudie uitgevoerd, waaruit een voorkeursmodel voor het scholencomplex en de ontsluiting in de nieuwe situatie naar voren is gekomen (zie Figuur 1-1).
Figuur 1-1
voorkeursmodel ontsluiting scholencomplex in nieuwe situatie
Vooruitlopend op de nog te doorlopen bestemmingsplanprocedure wil de gemeente een onderzoek naar de verkeerssituatie rond de schoollocatie aan de Passiebloemweg laten uitvoeren. Volgens omwonenden ontstaat hier een veel te drukke en onveilige verkeerssituatie als de huidige tijdelijke schoolgebouwen worden vervangen door permanente schoolgebouwen met meer klaslokalen. Als onderdeel van het onderzoek dienen daarom in elk geval een aantal vragen/suggesties, die door omwonenden zijn gesteld, beantwoord te worden. De gestelde vragen/suggesties zijn als volgt samengevat: • De voorgestelde verkeersontsluiting leidt tot verkeersopstoppingen en gevaarlijke situaties, met name onder aan de brug bij de afslag naar de scholen. • In de huidige situatie zijn de in- en uitgang van de parkeerplaats gescheiden. Omwonenden geven aan dat dit volgens hen voor een betere doorstroming zorgt. Deze situatie is gecreëerd omdat voorheen eenzelfde in- en uitgang voor onnodige verkeersopstopping leidde in de wijk. In de nieuwe situatie gaan we terug naar één inen uitgang. Waarom is hiervoor gekozen terwijl dit in het verleden niet werkte.
4 (27)
• Ontsluit het nieuwe parkeerterrein in het midden tussen de scholen rechtstreeks op de Landschapsbaan. Op deze wijze kun je fietsers en auto’s van elkaar scheiden, bijvoorbeeld in een variant met alleen rechtsaf in en rechtsaf uit. • Suggestie om de kruising Passiebloemweg/Landschapsbaan te wijzigen in een rotonde om de doorstroming te verbeteren. • Maak geen nieuwe parkeerplaatsen (K&R) aan de Passiebloemweg. Auto’s gaan dan gedurende de drukste periode keren op de weg (opmerking: in de meest recente plannen zijn de Kiss & Ride-parkeerplaatsen aan de Passiebloemweg reeds geschrapt). Maak gebruik van de opstelplaats bij de glasbakken als K&R-zone aan de Landschapsbaan. • Tip: ontmoedig ouders om kinderen met de auto te brengen en maak een veel kleinere parkeerplaats. De gemeente Utrecht vraagt Sweco voor deze schoollocatie een verkeerskundig advies op te stellen met een beoordeling van het voorkeursmodel voor de ontsluiting, waarbij de vragen en suggesties van de omwonenden worden betrokken. Het advies vormt vervolgens de input voor de bestemmingsplanprocedure en de verdere planuitwerking met de scholen en de omgeving. Voor de beoordeling van de plannen is een goed (referentie)beeld van de huidige verkeerssituatie benodigd om vervolgens de effecten van de nieuwbouw ten aanzien van parkeren, verkeersgeneratie en de beoogde ontsluitingswijze te kunnen duiden en beoordelen.
5 (27)
2
Huidige situatie
De schoollocatie Passiebloemweg heeft in de huidige situatie aan de oostkant van het perceel een parkeerterrein met 102 parkeerplaatsen. De ontsluiting voor ingaand verkeer vindt plaats via de Passiebloemweg. Uitgaand verkeer kan alleen rechtsaf uitrijden via de Landschapsbaan om vervolgens op de rotonde met Rivierkom (eventueel) een keerbeweging op de Landschapsbaan te maken. De schoollocatie Passiebloemweg bevindt zich in de wijk Vleuterweide. De Landschapsbaan kent een 50 km/h-regime en is in het Mobiliteitsplan Utrecht 2025 (Slimme Routes, Slim Regelen, Slim Bestemmen; 26 mei 2016) aangewezen als een stedelijke verbindingsweg en doorfietsroute. De aansluiting van de Passiebloemweg op de Landschapsbaan vormt de entree naar het achterliggende 30 km/h-gebied.