CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Nedereindseweg 543, Rijnenburg.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 13 januari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Nedereindseweg 543, Rijnenburg38.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

7.10 Lijst van Bedrijven functiemenging Toepassing Lijst van Bedrijven functiemenging Algemeen In de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) zijn twee voorbeeldstaten voor milieuzonering opgenomen, namelijk de 'Staat Bedrijfsactiviteiten bedrijventerreinen' en de 'Staat Bedrijfsactiviteiten functiemenging'. De aanpak van milieuzonering en de in dit plan gebruikte Lijst van Bedrijven functiemenging is gebaseerd op de Staat Bedrijfsactiviteiten functiemenging in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). De Lijst van Bedrijven functiemenging wordt gehanteerd in gebieden waar bedrijven of andere milieubelastende functies verspreid zijn gesitueerd tussen woningen of andere gevoelige functies. Onderstaand wordt hier meer in detail op ingegaan. Het gaat in dergelijke gebieden in het algemeen om relatief kleinschalige bedrijvigheid die op korte afstand van woningen kan worden toegestaan. De toelaatbaarheid van activiteiten wordt voor dergelijke gebieden in de VNG-publicatie (en de Lijst van Bedrijven functiemenging) bepaald met behulp van op deze situaties bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

63

toegesneden toelatingscriteria. Functiemengingsgebieden In bestaande gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), wordt de Lijst van Bedrijven functiemenging toegepast. Zoals in de VNG-publicatie is aangegeven kan bij functiemengingsgebieden gedacht worden aan: stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; horecaconcentratiegebieden; zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen; (delen van) woongebieden met kleinschalige of ambachtelijke bedrijvigheid. Daarnaast kan ook in (delen van) woongebieden waar enige vorm van bedrijvigheid aanwezig of gewenst is de Lijst van Bedrijven functiemenging worden toegepast. Kenmerken van de activiteiten De activiteiten in dergelijke gebieden verschillen in het algemeen qua aard en schaal sterk van de activiteiten op een bedrijventerrein. Behalve in historisch gegroeide situaties gaat het voornamelijk om: kleinschalige, meestal ambachtelijke bedrijvigheid; bedrijven waarbij de productie of laad- en loswerkzaamheden alleen in de dagperiode plaatsvindt; activiteiten die hoofdzakelijk inpandig geschieden.

De toegepaste Lijst van Bedrijven functiemenging De bovenvermelde criteria liggen mede ten grondslag aan de selectie van activiteiten die zijn opgenomen in de Lijst van Bedrijven functiemenging. In de Lijst van Bedrijven functiemenging zijn de aspecten geluid, geur, stof en gevaar en de index voor verkeersaantrekkende werking in de categorisering opgenomen. Deze Lijst is samengesteld volgens dezelfde methodiek als de betreffende Staat Bedrijfsactiviteiten functiemenging uit de VNG-publicatie. Op twee punten is een andere werkwijze toegepast: 1.

In dit plan wordt alleen de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten gekoppeld aan de Lijst. In de Lijst van Bedrijven functiemenging zijn daarom alleen de activiteiten opgenomen die passen binnen de definitie van bedrijf volgens de begripsbepalingen in de regels van dit bestemmingsplan. De toelaatbaarheid van andere functies wordt in dit plan indien nodig op een andere wijze in de regels en op de plankaart van dit bestemmingsplan geregeld (bijvoorbeeld horecabedrijven via een afzonderlijke Lijst van Horeca-activiteiten). Toegevoegd zijn enkele regelmatig voorkomende bedrijfsactiviteiten die in de lijst van de VNG-publicatie niet specifiek zijn opgenomen, maar wel aan de vermelde criteria voldoen zoals een ambachtelijke glas-in-loodzetterij en caravanstalling. Voor aannemers, SBI-code 45, heeft een nadere specificatie van de activiteiten plaatsgevonden met bijbehorende categorie-indeling die is afgestemd op de verwachte milieueffecten van deze activiteiten.

2.

In de Lijst van Bedrijven functiemenging is in de categorie-indeling een nader onderscheid gemaakt tussen categorie B1 en B2. Voor de toepassing in dit bestemmingsplan blijkt het onderscheid tussen categorie A en categorie B zoals beschreven in de VNG-publicatie te groot om de toelaatbaarheid van activiteiten voldoende af te kunnen stemmen op de kenmerken van de functiemengingsgebieden en het daarin te volgen beleid.

Categorie-indeling Zoals in de VNG-publicatie is aangegeven kan, vanwege de bijzondere kenmerken van gebieden met enige vorm van functiemenging, niet worden gewerkt met een systematiek van richtafstanden en afstandsstappen: vanwege de zeer korte afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies is een dergelijke systematiek niet geschikt voor functiemengingsgebieden. De Lijst van Bedrijven functiemenging hanteert vier categorieën A, B1, B2 en C met specifieke criteria voor de toelaatbaarheid die onderstaand uiteen zijn gezet.

6 4 bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

Utrecht

Categorie A Bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies zijn toegestaan, desgewenst in daarvoor omschreven zones binnen rustige woongebieden. De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Categorie B1 Bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies in een daarvoor omschreven gebied met functiemenging zijn toegestaan. De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Categorie B2 Bedrijfsactiviteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter bouwkundig afgescheiden van woningen/andere gevoelige functies. Bouwkundig afgescheiden betekent dat de panden los van elkaar dienen te staan. Uitzondering hierop vormen binnenterreinen omringd door voornamelijk woningen: ook al zijn bedrijven bouwkundig afgescheiden van woningen, op deze locaties zijn hooguit categorie B1 bedrijven toegestaan. Categorie C Activiteiten vermeld onder categorie B2, waarbij vanwege relatief grote verkeersaantrekkende werking een directe ontsluiting op hoofdinfrastructuur gewenst is.

Flexibiliteit De Lijst van Bedrijven functiemenging blijkt in de praktijk een relatief grof hulpmiddel te zijn om hinder door bedrijfsactiviteiten in te schatten. De inschalingen gaan uit van een gemiddeld bedrijf met een moderne bedrijfsvoering. Het komt in de praktijk voor dat een bepaald bedrijf als gevolg van een geringe omvang van hinderlijke deelactiviteiten, een milieuvriendelijke werkwijze of bijzondere voorzieningen minder hinder veroorzaakt dan in de Lijst van Bedrijven functiemenging is verondersteld. In de regels is daarom bepaald dat het college van burgemeester en wethouders een dergelijk bedrijf toch kan toestaan, indien dit bedrijf niet binnen de algemene toelaatbaarheid past. Bij de Lijst van Bedrijven functiemenging is deze mogelijkheid beperkt tot maximaal 1 categorie (dus bijvoorbeeld categorie B1 in plaats van A of categorie B2 in plaats van B1). Om te kunnen afwijken moet worden aangetoond dat het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) vergelijkbaar is met andere bedrijven uit de desbetreffende lagere categorie. Daarnaast is het mogelijk dat bepaalde bedrijven zich aandienen, waarvan de activiteiten in de Lijst van Bedrijven functiemenging niet zijn vermeld, maar die qua aard en invloed overeenkomen met bedrijven die wel zijn toegestaan.

Met het oog hierop is in de regels bepaald dat het college van burgemeester en wethouders kan afwijken en vestiging van een dergelijk bedrijf kan toestaan. Om te kunnen afwijken moet op basis van milieutechnisch onderzoek worden aangetoond dat het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met direct toegelaten bedrijven.

7.11 Handhaving Door handhaving controleert de overheid of burgers, bedrijven en bijvoorbeeld overheidsorganen zich aan de wet- en regelgeving houden. Onder handhaving wordt verstaan het door controle (toezicht en opsporing) en het toepassen (of dreigen daarmee) van bestuursrechtelijke sancties, bereiken dat het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift wordt nageleefd. De handhaving van de van toepassing zijnde regeling binnen de gemeente Utrecht, wordt uitgevoerd door diverse diensten en afdelingen. Zo wordt namens het college onder andere gehandhaafd op de regels van voorliggend bestemmingsplan. Dit betekent dat de regels voor wat betreft het gebruik en de bebouwingsregels worden gehandhaafd. Dit gebeurt veelal door toetsing tijdens het behandelen van de aanvragen om omgevingsvergunning, maar kan ook gebeuren als gevolg van toezicht tijdens de uitvoering van de bouw of op grond van een eigen constatering indien een bouwwerk of een perceel in strijd met het bestemmingsplan wordt gebruikt. Indien er bijvoorbeeld sprake is van illegale ingebruikname van gemeentelijke grond, dan zal hiertegen worden opgetreden. Doel handhavend optreden Het doel van het handhavend optreden van de gemeente is niet direct gekoppeld aan de noodzaak van een actueel bestemmingsplan.

Voor de bewoners van het plangebied is duidelijk waar zij aan toe zijn (qua bouwen, zoals bijvoorbeeld uitbreiding van de woning, en qua gebruik), maar het niet handhaven haalt de effectiviteit van een actueel bestemmingsplan onderuit. De toegevoegde waarde van het verlenen van een omgevingsvergunning voor een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is niet groot, indien er op andere plaatsen - zonder vergunning - vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn geplaatst. Dit wordt nog eens problematischer zodra een omgevingsvergunning wordt geweigerd, terwijl diverse vergelijkbare bouwwerken reeds illegaal zijn geplaatst. In dit bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

65

laatste geval is de roep om handhavend op te treden dan ook het grootst. Wijze van handhaven Op grond van de Algemene wet bestuursrecht heeft het college een tweetal instrumenten bij handhaving van bestemmingsplannen tot haar beschikking: bestuursdwang en dwangsom. Bij het toepassen van bestuursdwang wordt de overtreding (het geconstateerde illegale bouwwerk c.q. gebruik) ongedaan gemaakt op kosten van de overtreder. Dit kan betekenen dat een bouwwerk door de gemeente wordt afgebroken en de kosten van bijvoorbeeld de aannemer en de gemeentelijke (voorbereidings)kosten op de overtreder worden verhaald. Het is tevens mogelijk om, indien er zonder omgevingsvergunning wordt gebouwd en de bouw wordt stilgelegd door middel van een bouwstop, de bouwmaterialen weg te slepen en elders op te slaan. Het opleggen van een last onder dwangsom betekent bijvoorbeeld dat het illegale gebruik moet worden gestaakt binnen een door het college gestelde termijn. Overschrijdt men de termijn, dan zal de dwangsom in rekening worden gebracht bij de overtreder. Doel van de dwangsom is het onaantrekkelijk maken van het voortzetten van de geconstateerde overtreding. De dwangsom zal dan ook in relatie moeten staan aan (en zal derhalve altijd hoger zijn dan) het voordeel dat de overtreder heeft bij het voortzetten van de illegaliteit.

In het plangebied zal handhavend worden opgetreden tegen het illegale gebruik van bouwwerken en percelen. Bijvoorbeeld het verhuren van opslagruimte ten behoeve van de stalling van caravans, maar ook het gebruik van een winkel als café. Verder zal er bij de bouw worden gecontroleerd op de uitvoering van verleende omgevingsvergunningen. Uiteraard zal er ook gecontroleerd worden of, in het geval van een geweigerde omgevingsvergunning voor een woning, de betreffende woning niet alsnog wordt gebouwd. Voorts zal de gemeente toezien op - onder de Wet milieubeheer vallende - bedrijven. Dit vloeit voort uit de regels van het bestemmingsplan. Indien er immers ter plaatse een bedrijfsactiviteit plaats mag vinden, zal dit qua gebruik (intensiteit en hinder) gehandhaafd worden.

6 6 bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

Utrecht

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

67

6 8 bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

Utrecht

Bijlage 1

Bodemonderzoek

bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

69

BODEMONDERZOEK INCL ASBEST NEDEREINDSEWEG 543 UTRECHT JUNI 2019

opdrachtgever

Stichting Kytopia Marsstraat 22 3582 PN Utrecht

Projectnummer

19-2037

versie:

1

datum:

2 juli 2019

LINGE MILIEU BV | BODEMONDERZOEK & ADVIES | POPPELENBURGERSTRAAT 52 | 4191 zt | GELDERMALSEN | THE NETHERLANDS T 0345 - 570 272

| F 0345 - 570 287 |

ING BANK 6717.49.897

|

INFO@LINGEMILIEU.NL

|

WWW.LINGEMILIEU.NL

|

KVK TIEL 30233558

BTW NL 8188.13.118. B01

opgesteld door: Arjan Vlasblom

controle / vrijgave: John Hol Hierbij verklaar ik, John Hol, het veldwerk in Utrecht uitgevoerd te hebben volgens BRL SIKB 2000 en protocol 2001 en 2002 in mei 2019, onafhankelijk van opdrachtgever of eigenaar

1. Inleiding

1

2. Vooronderzoek

2

2.1 2.2

Historie en actuele situatie Bodemopbouw

2 4

3. Opzet en invulling van het onderzoek

5

3.1 3.2 3.3

Onderzoekstrategie Veldwerk onderzoek Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek

4. Analyse, toetsing en interpretatie 4.1 4.2 4.3

5

5 5 6

7

Analyseresultaten grond Reresultaten asbest Analyseresultaten grondwater

7 8 9

Conclusie en aanbevelingen

10

5.1 5.2

Conclusies Betrouwbaarheid

Bijlagen bijlage A: algemene toelichting bodemonderzoek bijlage B1 analyseresultaten NEN 5740 bijlage B2 resultaten asbest bijlage C: boorstaten bijlage D1 kadasterkaart, historische gegevens bijlage D2 gegevens Omgevingsdienst Utrecht bijlage D3 eerder onderzoek, asbest-inventarisatie bijlage E: situatieschets

1 bodemonderzoek Nedereindseweg 543 Utrecht, juni 2019

10 11

1. Inleiding Op 21 mei 2019 is in opdracht van Stichting Kytopia te Utrecht bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd op het terrein aan de Nedereindseweg 543 in Utrecht.

Op de locatie staat een monumentale woonboerderij, gebouwd in 1850 en genaamd Groenestein. Achter de woning staan drie bijgebouwen. Deze hebben een totaal oppervlak van 1550 m². Het erf rond de opstallen is deels verhard met grind, beton en klinkers. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van het perceel. De bestaande bedrijfsgebouwen gaan getransformeerd worden naar opnamestudio’s. De woning langs de weg blijft ongewijzigd. Het voormalige achterhuis achter de woning wordt ook opnamestudio. Kadastrale gegevens van het perceel zijn Utrecht Z, nummer 419, 205 en 32, postcode is 3546 PN. De locatie heeft een oppervlak van 6.000 m², de contour van het terrein met de opstallen.

Er zijn 23 boringen en een peilbuis geplaatst tot maximaal 2.6 m-mv. Het grondwater stond op het moment van het onderzoek op 0.9 m-mv. Grond en grondwater zijn geanalyseerd op het NEN 5740pakket, bestrijdingsmiddelen en asbest. Wat eventuele verontreiniging betreft is de bodem als onverdacht beschouwd, met de volgende aandachtspunten: • • • • •

een bovengrondse dieseltank, een gedempte sloot, asbest in de bovengrond langs een schuur met een voormalig asbest-dak zonder dakgoot, asbest in de licht puinhoudende bovengrond, bestrijdingsmiddelen in de bovengrond.

Linge Milieu is een onafhankelijk bureau dat als erkend bureau is aangewezen door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Linge Milieu is geen eigenaar van het perceel in Utrecht of anderszins betrokken bij het terrein in Utrecht via de eigen organisatie. Voorwaarde voor de onafhankelijkheid is verder dat er geen zakelijke connecties bestaan tussen de monsternemer (Linge Milieu) en de opdrachtgever. Een dergelijke relatie tussen de Stichting Kytopia en Linge Milieu is er niet. Dit project is uitgevoerd onder certificaat volgens BRL SIKB 2000, certificaatnummer VB-051/6. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL-Protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Linge Milieu volgens het procescertificaat veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek is gecertificeerd. In hoofdstuk 2 zijn de resultaten van het vooronderzoek gegeven, dat vooraf is gegaan aan het veldwerk. Er wordt daarbij een korte samenvatting gegeven van de huidige situatie. Hoofdstuk 3 behandelt de opzet en uitvoering van het onderzoek. In hoofdstuk 4 en 5 tenslotte worden de resultaten getoetst en worden conclusies aan de resultaten verbonden.

2. Vooronderzoek 2.1

Historie en actuele situatie De onderzoekslocatie betreft het perceel Nedereindseweg 543 in Utrecht. Kadastraal is het perceel bekend bij gemeente Utrecht Z, nummers 419, 205 en 32, postcode is 3546 PN. Een kadastrale kaart is opgenomen in bijlage D1. De onderzoekslocatie heeft een oppervlak van 6.000 m², het terrein met de opstallen. Voor het historisch onderzoek zijn gegevens gebruikt van Gemeente Utrecht. Verder zijn oude kaarten, luchtfoto's en gegevens van de opdrachtgever en eigenaar gebruikt. De gegevens van de Gemeente, oude kaarten en de historische informatie zijn opgenomen in bijlage D.

Algemene gegevens locatie Op de locatie staat een woonboerderij, gebouwd in 1850 en genaamd Groenestein. De boerderij is een rijksmonument. Achter de woning staan drie bijgebouwen. Deze hebben een totaal oppervlak van 1550 m². Alle vloeren in de bijgebouwen bestaan uit beton. De grote loods op het zuidoostelijk deel van het terrein wordt verhuurd aan een houtbewerkingsbedrijf. Het erf rond de opstallen is deels verhard met grind, losse betonplaten en klinkers. Onder de verharding bevindt zich een enkele decimeter straatzand. Foto's van de locatie zijn te vinden in bijlage D1. Achter de woning staan de onderstaande bijgebouwen. De contouren van de opstallen en indeling van het terrein zijn aangegeven in een schets in bijlage F. I. De loods achter de woning heeft een oppervlak van 33 bij 15 meter (495 m²) en is een voormalige

ligboxenstal. Op het dak liggen kunststofplaten. Het pand dateert van 1985 en is in 2015 geheel verbouwd. Tot die tijd lagen er asbest-golfplaten op het dak. Meer daarover in onderstaande alinea. II. De loods in de zuidoostelijke hoek van het terrein is gebouwd in 2010 en heeft een oppervlak van

900 m². Het pand is gebouwd van sandwich-panelen op een betonnen borstwering. III. Een stenen bijgebouw met een bestemming atelier, oppervlak 80 m², 50 bij 12.5 meter. Op het dak

lagen in het verleden asbest-platen. Ontwikkeling Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging van het perceel. De bestaande bedrijfsgebouwen gaan getransformeerd worden naar opnamestudio’s. De woning langs de weg blijft ongewijzigd. Ook het voormalige achterhuis achter de woning wordt een opnamestudio. Er vinden alleen inpandige verbouwingen plaats, er worden geen gebouwen gesloopt of bijgebouwd. Er is ook geen grondverzet nodig voor de plannen. Geschiedenis van de locatie In bijlage D1 zijn vier kaarten van het gebied opgenomen : uit 1975, 1985, 1995 en 2005. De grote loods op het zuidoostelijk deel van het terrein is alleen op de laatste kaart te zien. Op de twee oudste kaarten zijn er alleen enkele kleinere schuren of stallen achter de woning aangegeven. In bijlage D1 zijn verder vier luchtfoto's van de locatie te vinden, uit 2005, 2012, 2017 en 2018. Tot 2008 stond er langs de zuidelijke erfgrens een silo. Verder zijn in deze periode geen wijzigingen in het bodemgebruik of de bebouwingsituatie terug te vinden.

2 bodemonderzoek Nedereindseweg 543 Utrecht, juni 2019

Gedempte sloot Er bevindt zich één gedempte sloot op de locatie. Deze loopt dwars over het terrein, in het verlengde van de bestaande sloot langs de Nedereindseweg. De demping heeft op het bebouwde deel van de locatie een lengte van 70 meter, de contour is aangegeven in de tekening in bijlage F. Er zijn drie boringen en een peilbuis verdeeld over de demping. In deze boringen is geen afwijkende grond of puin waargenomen.

Asbest In ongeveer de helft van de boringen is licht puin waargenomen, tot een diepte van maximaal 0.9 m-mv. Van de relatief meest geroerde grond is een mengmonster samengesteld voor analyse op asbest. Dit is ook de grond uit de gedempte sloot. Op 8 juni 2015 is een asbest-inventarisatie SCA-540 voor de loods achter de woning en de schuur met het atelier uitgevoerd door Grondvitaal BV, met project-nr AS15267. Het rapport is opgenomen in bijlage D3. Er lagen toen nog asbest-golfplaten op de daken van deze bijgebouwen. Het asbest op de daken van de loods achter de woning en het atelier plus enkele losse stukken naast de loods zijn halverwege juni 2015 verwijderd. Er is totaal 24.8 m³ asbest afgevoerd naar Vink BV. In september 2015 is ter controle opnieuw een inventarisatie uitgevoerd door RPS BV. Het rapport heeft als nummer 15-148655. Conclusie van de inventarisatie was dat de locatie voldoende gesaneerd was. Op de loods achter de woning en het bijgebouw met atelier heeft in het verleden dus een dak van asbestplaten gelegen. De bodem rond het atelier is geheel verhard met tegels en beton. In het verleden is dat nooit anders geweest. Bij de loods (de voormalige ligboxenstal) achter de woning is de bodem aan beide zijden onverhard.

Omdat er geen gegevens over een eventuele voormalige dakgoot voorhanden zijn is de bodem direct langs de loods bij wijze van worst case-benadering als asbest-verdacht beschouwd. Dit betreft een gootlijn van 2 x 30 meter. De contouren zijn aangegeven in de tekening in bijlage F.

Tank Er is een bovengrondse dieseltank op de locatie in gebruik. Dit is een dubbelwandige, kunststof tank met een volume van 3.000 liter en een ingebouwde lekbak. De tank is geplaatst in 2008. De tank staat op de betonvloer in de loods achter de woning. De locatie van de tank is aangegeven in de tekening in bijlage F, foto's van de tank zijn opgenomen in bijlage D1. De tank is periodiek gekeurd en er is nooit sprake geweest van beschadiging of lekkage. De bodem ter plaatse van de tank wordt als minimaal verdacht beschouwd voor eventuele verontreiniging. Bij de tank zijn twee boringen geplaatst, de nummers 10 en 11. Er zijn geen sporen van olie op de betonverharding te zien.

bodemonderzoek, omgeving Er is eerder bodemonderzoek op de locatie Nedereindseweg 543 uitgevoerd. Dat was in juni 1996, door Van Dijk BV. Aanleiding was de bouw van het eerste deel van de loods op het achterterrein. Er zijn geen details van het onderzoek bekend. Er zijn verhoogde gehaltes aan verontreiniging vastgesteld, maar de verontreiniging is als niet als ernstig gekwalificeerd en de bodemkwaliteit was geen belemmering voor de nieuwbouw. In de omgeving zijn enkele bodemonderzoeken bekend bij Gemeente Utrecht. Een overzicht: Nedereindsewg 576 IDDS BV heeft in 2016 bodemonderzoek incl asbest uitgevoerd op het terrein naast de woning aan de

Nedereindseweg 576, aan de overzijde van de weg. De grond was licht tot matig verontreinigd met PAK en metalen.

3 bodemonderzoek Nedereindseweg 543 Utrecht, juni 2019

Nedereindsewg 536 In augustus 2017 heeft Linge Milieu BV asbest-bodemonderzoek verricht op het terrein aan de Neder-

eindseweg 536. Aanleiding was ook daar nieuwbouw. Van Dijk Geo BV had er een jaar eerder NEN 5740onderzoek uitgevoerd. Daarbij was geen verontreiniging boven de interventiewaarde geconstateerd. Voor het asbest-onderzoek zijn twee mengmonsters van de bovengrond geanalyseerd. In één daarvan was het gewogen asbest-gehalte licht verhoogd, met 7.9 mg/kg ds.

Bodemkwaliteitskaart, boomgaarden Voor Utrecht is een bodemkwaliteitskaart beschikbaar. De bovengrond van de locatie aan de Nedereindseweg is volgens de kaart gemiddeld wonen-kwaliteit, de ondergrond is schoon. De kaart is opgenomen in bijlage D2. In de jaren '50 en '60 heeft er een boomgaard op de locatie gestaan. De bovengrond is daarom verdacht voor bestrijdingsmiddelen.

2.2

Bodemopbouw Het onderzoeksterrein ligt op de tijdens het Holoceen gevormde gronden, die worden gerekend tot de Westlandformatie. De oorspronkelijke bodem bestaat uit klei, tot tenminste 2.5 m-mv. Bij het onderzoek is in de meeste boringen zand aangetroffen, overgaand in klei. De klei is tot 2.0 m-mv donkergrijs en siltig. De diepere klei is lichtgrijs van kleur. In de helft van de boringen is puin waargenomen. Dit bestaat uit onverdacht, steenachtig materiaal zoals baksteen. Het gehalte is gekwalificeerd als maximaal licht. Deze grond is op asbest geanalyseerd. Het maaiveld rond de opstallen bevindt zich op ongeveer 0.4 meter boven NAP. Ten tijde van het onderzoek bevond het grondwater zich op circa 0.9 m-mv. De stromingsrichting van het freatisch grondwater is westelijk. De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied.

4 bodemonderzoek Nedereindseweg 543 Utrecht, juni 2019

3. Opzet en invulling van het onderzoek 3.1

Onderzoekstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie is de bijlage VED-HE van de NEN 5740 (Strategie bij verkennend onderzoek, lintbebouwing) als richtlijn gehanteerd. Het aantal boringen en de locaties ervan is afgestemd op het doel van het onderzoek; het vaststellen van de algemene bodemkwaliteit van het terrein in het kader van de ontwikkeling van het terrein. Het asbest-onderzoek betreft de licht puinhoudende grond van de locatie plus de onverharde gootlijnen langs de loods achter de woning.

3.2

Veldwerk onderzoek Voorafgaand aan het veldwerk is een KLIC-melding gedaan en is het terrein geïnspecteerd. De boringen en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd volgens de BRL-protocollen 2001, 2002 en 2018. Het veldwerk is uitgevoerd op 21 mei 2019. Er zijn 23 boringen en een peilbuis geplaatst, tot een diepte van maximaal 2.6 m-mv. Het veldwerk is uitgevoerd door John Hol (Geldermalsen), erkend veldwerker voor deze protocollen. Zie daarvoor ook https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu. De boringen zijn als volgt verdeeld over het terrein. locatie

boring

peilbuis

gedempte sloot dieseltank bestrijdingsmiddelen overig terrein

boring 8, 12 en 19 boring 10 en 11 boring A, B en C overige boringen

pb 8 -

Peilbuis 8 is afgewerkt met een filter van 1.5 bij 2.5 m-mv, bij een grondwaterstand van 0.95 m-mv. Bij de bemonstering van de peilbuis op 28 mei zijn de pH, troebelheid en de geleidbaarheid bepaald. De locaties van de boringen en peilbuis zijn terug te vinden in de schets in bijlage E.

Asbest Het asbestonderzoek betreft de licht puinhoudende van de locatie. Dit is onder andere de grond uit de contour van de gedempte sloot. Verder is een mengmonster samengesteld van 20 grepen van de onverharde toplaag tot 0.1 m-mv langs de loods achter de woning. Deze gootlijn heeft een lengte van 2 maal 30 meter. Van het asbest-onderzoek zijn formulieren opgesteld. Deze zijn opgenomen in bijlage E. Het asbest-onderzoek samengevat:

3.3

mm

boring

m-mv

monster

mm A mm gootlijn

B7, 8, 16, 17, 18, 19, 20, kleiig, licht p 20 grepen, 2 x 30 meter

0.5 0.1

mm A, 14.3 kg mm gootl, 14.0 kg

Zintuiglijke waarnemingen, chemisch onderzoek Bij alle boringen is de grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen en verdachte afwijkingen. In de meeste boringen is zand aangetroffen, overgaand in klei op 0.5 m-mv. De klei is donkergrijs en siltig. Op 2.0 m-mv wordt de klei lichtgrijs van kleur. In de helft van de boringen is licht puin bovengrond waargenomen. Visueel is nergens asbest-verdacht materiaal zoals plaatjes of scherven aangetroffen. De bodem is als volgt opgebouwd:

5 bodemonderzoek Nedereindseweg 543 Utrecht, juni 2019

tabel 1: Schematische weergave bodemopbouw m-mv

grondsoort

opmerkingen

kleur

0.1 - 0.5 0.5 - 0.9 0.9 - 2.0 2.0 - 2.6

zand / klei klei klei klei

licht humeus, licht puin zandig, lokaal sporen puin siltig

bruingrijs grijs grijs lichtgrijs

De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage C. Op basis van de doelstelling van het onderzoek en de bodemopbouw zijn acht grond(meng)monsters samengesteld. Voor de analyses is de relatief meest puinhoudende grond geselecteerd. Tabel 2 bevat een overzicht van de samengestelde (meng)monsters en analyses. tabel 2: boringen, peilbuizen en analyses nr

boringen / peilbuis

m-mv

NEN analyses

1 2 3 4 5 6 7

B1, 10 en 11 B7, 16 en 17 B8 en 19 B1, 3 en 4 B5, 10, 12 en 16 B6, 13 en 14 mm A, B en C

zandig, licht puin klei, licht puin klei, licht puin klei klei klei, humeus klei, humeus

0.0 - 0.5 0.0 - 0.6 0.3 - 0.9 0.4 - 0.9 0.3 - 1.0 0.0 - 0.5 0.0 - 0.3

NEN 5740 grond NEN 5740 grond NEN 5740 grond NEN 5740 grond NEN 5740 grond NEN 5740 grond bestrijdingsmiddelen

8 9

mm A, kleiig, licht p mm gootlijn

B7, 8, 16, 17, 18, 19, 20 20 grepen

0.5 0.1

NEN 5898, asbest grond NEN 5898, asbest grond

10

pb 8

grondwater

1.5 - 2.5

NEN 5740 grondwater

NEN-pakket grond AS3000 (stap 1) - droge stof, lutum en organische stof, - zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), - PAK (10-VROM), - PCB´s en minerale olie. NEN-pakket grondwater AS3000 (stap 2) - zuurgraad (pH), - metalen (barium, cadmium, molybdeen, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel en zink), - vluchtige aromaten ( benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) en minerale olie, - vluchtige chloorkoolwaterstoffen (1,2-dichloorethaan, cis 1,2-dichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, tetrachloormethaan, 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2- trichloorethaan, trichlooretheen (tri), trichloormethaan

6 bodemonderzoek Nedereindseweg 543 Utrecht, juni 2019

4. Analyse, toetsing en interpretatie 4.1

Analyseresultaten grond De analysecertificaten van de grondmonsters zijn bijgevoegd in bijlage B1. De toetsing is uitgevoerd conform de BoToVa-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice). In de tabel zijn de naar standaard bodem omgerekende gehaltes opgenomen. De locaties van de boringen zijn terug te vinden in bijlage E. tabel 3A : Analyses en toets grond (mg/kg ds), omgerekend naar standaard bodem boring m-mv puin

1, 10, 11 7, 16, 17 8 en 19 1, 3, 4 0-50 0-60 0.3-0.9 0.4-0.9 licht licht licht -

org.stof (%) droge stof (%) lutum (%)

4.5 83.4 11.9

5.4 75.6 32.6

7.6 68.2 25.1

11.7 61.9 34.4

6.2 65.3 40.6

8.3 71.1 36.2

56 • 167 • 2.7 •

68 • 36.2 • 4.1 •

17 • 47 • 51 • 164 • -

1.8 • -

3.6 • -

58 • 1.6 • -

zware metalen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK (10VROM) bestrijdingsmidd som DDD som DDE som DDT som drins som OCB's PCB´s olie C10-C40

0.021 • -

-

-

-

AW

TW

15 40

103 115

50 1.5 35 140 1.5

209 96 67 430 21

0.2

1.2

0.4 0.02 0.5

IW

5, 10, 12, 16 6, 13, 14 A, B en C 0.3-1.0 0-50 0-0.3 5.0 82.8 1

0.021 0.05 -

-

- : geen overschrijding van de achtergrondwaarde (AW), • : lichte verhoging, overschrijding van de achtergrondwaarde, •• : matige verhoging, overschrijding van de tussenwaarde (TW).

De bovengrond van het terrein aan de Nedereindseweg is licht verontreinigd met enkele metalen en PAK. Dat geldt ook voor de grond uit de gedempte sloot. In één van de vier bovengrond-mengmonsters wordt de Achtergrondwaarde voor PCB's overschreden. Lichte verhogingen zijn gangbaar volgens de bodemkwaliteitskaart voor de lintbebouwing langs de Nedereindseweg. In de kleiige ondergrond zijn nikkel en molybdeen licht verhoogd. Deze metalen zijn typerend voor de klei-ondergrond in de nabijheid van de Nederlandse grotere rivieren. Bestrijdingsmiddelen Van de bestrijdingsmiddelen is alleen DDE meetbaar verhoogd. Het gehalte ligt onder de Achtergrondwaarde. DDE is een afbraakprodukt van DDT.

7 bodemonderzoek Nedereindseweg 543 Utrecht, juni 2019

4.2

Resultaten asbest Het asbest-analysecertificaat is te vinden in bijlage B2. Er is bij de analyse onderscheid gemaakt in hecht-gebonden en niet-hechtgebonden asbest. Het laatste bestaat uit losse vezels en is de meest risicovolle. Het hecht-gebonden asbest is plaatmateriaal, waarvan losse vezels vrijkomen als het bewerkt wordt (zagen, snijden). tabel 4 : Analyseresultaten en toetsing grond (mg/kg ds) monster

m-mv

aantal deeltjes gewogen gehalte visueel asbest gewicht < 20 mm <20 mm >20 mm > 20 mm, mg

asbest tot, gewogen mg/kg ds

mm A mm goot

0.5 0.1

nul drie

< 1.4 mg/kg ds 23 mg/kg ds

<1.4 mg/kg ds 23 mg/kg ds

neen neen

-

Asbest, gewogen gehalte Asbest mm, < 20 mm Analytisch is door het lab geen asbest kleiner dan 20 mm aangetoond in het mengmonster van de puinhoudende bovengrond van het terrein. Het mengmonster van de gootlijnen langs de loods achter de woning bevat wel asbest. Het gaat om drie stukjes hecht-gebonden chrysotiel. De stukjes hebben een grootte tussen 2 en 20 mm en resulteren in een gewogen asbestgehalte van 23 mg/kg ds. Het asbest is door het lab omschreven als vlakke cementplaat. Op het analysecertificaat is vermeld dat er geen asbestvezels in fractie kleiner dan 0.5 mm zijn aangetroffen. Asbest mm, >20 mm Visueel is nergens asbestverdacht (plaat)materiaal gevonden in of op de grond op het terrein rond de opstallen aan de Nedereindseweg 543.

Voor asbest in grond zijn een tussen- en interventiewaarde beschikbaar van 50 en 100 mg/kg ds. Het gewogen gehalte van 23 mg/kg ds in de gootlijn ligt onder de tussenwaarde. Gehaltes onder de 100 mg/kg ds worden geacht geen risico te vormen voor de volksgezondheid. Voorwaarde daarbij is dat de grond geen asbestvezels kleiner dan 0.5 mm bevat. Dat is hier de situatie. Sanering van de gootlijnen is dus niet nodig.

8 bodemonderzoek Nedereindseweg 543 Utrecht, juni 2019

4.3 Analyseresultaten grondwater De analysecertificaten van de grondwatermonsters en de toetsing zijn bijgevoegd in bijlage B1. De locatie van de peilbuis is te vinden in de schets in bijlage E. De toetsing is uitgevoerd conform de BoToVa-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice). tabel 5 : analyseresultaten grondwater (μgl) peilbuis m-mv 2019

pb 8 1.5-2.5 28 mei

pH geleidbaarheid (μS/cm) grondwater, cm-mv troebelheid, NTU

6.88 1.157 94 8.8

molybdeen cadmium barium koper kobalt lood nikkel zink kwik

230 • -

vluchtige aromaten benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen

<1 -

vl. chl. koolwaterstoffen 1,2-dichloorethaan cis1,2-dichlooretheen tetrachlooretheen tetrachloormethaan 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen dichloorbenzenen chloorbenzenen monochloorbenzeen

-

minerale olie C10 - C40

<35

SW

TW

50

338

IW

- : geen overschrijding van de streefwaarde, • : lichte verhoging, overschrijding van de streefwaarde.

De peilbuis staat in de contour van de gedempte sloot. Het grondwater staat aan de Nedereindseweg op 0.94 m-mv. De pH, troebelheid en EC van het water kunnen als normaal worden beschouwd. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Dit metaal is landelijk verhoogd en niet specifiek voor het perceel aan de Nedereindseweg zelf.

9 bodemonderzoek Nedereindseweg 543 Utrecht, juni 2019

5

Conclusie en aanbevelingen Op 21 mei 2019 is in opdracht van Stichting Kytopia te Utrecht bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd op het terrein aan de Nedereindseweg 543 in Utrecht. Kadastrale gegevens van het terrein zijn Utrecht Z, nummer 419, 205 en 32. Op de locatie staat een monumentale woonboerderij, gebouwd in 1850 en genaamd Groenestein. Achter de woning staan drie bijgebouwen, met een totaal oppervlak van 1.550 m². Het erf rond de opstallen is deels verhard met grind, beton en klinkers. Aanleiding voor het onderzoek is de bestemmingswijziging van het perceel. De bestaande bijgebouwen gaan getransformeerd worden naar opnamestudio’s. De woning langs de weg blijft ongewijzigd. Ook het voormalige achterhuis achter de woning wordt opnamestudio. De onderzoekslocatie heeft een oppervlak van 6.000 m², de contour van het terrein met de opstallen. Er zijn 23 boringen en een peilbuis geplaatst tot maximaal 2.6 m-mv. Het grondwater stond op het moment van het onderzoek op 0.9 m-mv. Grond en grondwater zijn geanalyseerd op het NEN 5740pakket, bestrijdingsmiddelen en asbest. Wat eventuele verontreiniging betreft is de bodem als onverdacht beschouwd, met de volgende aandachtspunten: • • • • •

5.1

een bovengrondse dieseltank, een gedempte sloot, asbest in de bovengrond langs een schuur met een voormalig asbest-dak zonder dakgoot, asbest in de licht puinhoudende bovengrond, bestrijdingsmiddelen in de bovengrond.

Conclusies De oorspronkelijke bodem van de locatie bestaat uit klei, tot tenminste 2.5 m-mv. Bij het onderzoek is in de meeste boringen zand aangetroffen, overgaand in klei. De klei is tot 2.0 m-mv donkergrijs en siltig. De diepere klei is lichtgrijs van kleur. In de helft van de boringen is puin waargenomen. Dit bestaat uit onverdacht, steenachtig materiaal zoals baksteen. Het gehalte is gekwalificeerd als maximaal licht. Deze grond is op asbest geanalyseerd.

Grond De bovengrond van het terrein aan de Nedereindseweg is licht verontreinigd met enkele metalen en PAK. Dat geldt ook voor de grond uit de gedempte sloot. Lichte verhogingen zijn gebruikelijk voor de lintbebouwing langs de Nedereindseweg volgens de bodemkwaliteitskaart van Utrecht. In de kleiige ondergrond zijn nikkel en molybdeen licht verhoogd. Van de bestrijdingsmiddelen is alleen DDE meetbaar verhoogd. Het gehalte ligt onder de Achtergrondwaarde. DDE is een afbraakprodukt van DDT.

Asbest Het asbestonderzoek betreft de licht puinhoudende bovengrond van de locatie. Dit is onder andere de grond uit de contour van de gedempte sloot. Verder is een mengmonster samengesteld van 20 grepen van de onverharde toplaag tot 0.1 m-mv langs de loods achter de woning. Deze gootlijn heeft een lengte van 2 maal 30 meter. Visueel is nergens asbestverdacht (plaat)materiaal gevonden in of op de grond op het terrein rond de opstallen aan de Nedereindseweg. Analytisch is door het lab geen asbest kleiner dan 20 mm aangetoond in het mengmonster van de puinhoudende bovengrond van het terrein.

10 bodemonderzoek Nedereindseweg 543 Utrecht, juni 2019

Het mengmonster van de gootlijnen langs de loods achter de woning bevat wel asbest kleiner dan 20 mm. Het gaat om drie stukjes hecht-gebonden chrysotiel, die resulteren in een gewogen asbestgehalte van 23 mg/kg ds. Het asbest is door het lab omschreven als vlakke cementplaat. Voor asbest in grond zijn een tussen- en interventiewaarde beschikbaar van 50 en 100 mg/kg ds. Het gewogen gehalte van 23 mg/kg ds in de gootlijn ligt onder de tussenwaarde. Gehaltes onder de 100 mg/kg ds worden geacht geen risico te vormen voor de volksgezondheid. Voorwaarde daarbij is dat de grond geen asbestvezels kleiner dan 0.5 mm bevat. Dat is hier de situatie. Sanering van de gootlijnen is dus niet nodig.

Grondwater Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Dit metaal is landelijk verhoogd en niet specifiek voor het perceel aan de Nedereindseweg zelf.

Conclusie De lichte verontreiniging in de bovengrond en het grondwater vormt geen risico voor de volksgezondheid. De algemene kwaliteit van de grond en grondwater van de locatie aan de Nedereindseweg 543 is geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie. Bevoegd gezag bij de beoordeling van de bodemkwaliteit in relatie tot de bestemmingswijziging is Gemeente Utrecht.

5.2

Betrouwbaarheid Linge Milieu streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Het onderhavig onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden en Kwalibo. De resultaten van het onderzoek zijn echter gebaseerd op een beperkt aantal boringen en analyses. Het in Utrecht uitgevoerde bodemonderzoek is een momentopname. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht dienen te worden bij het gebruik van de resultaten van dit rapport.

11 bodemonderzoek Nedereindseweg 543 Utrecht, juni 2019

Bijlage A: Toelichting onderzoek Toetsing van de analyseresultaten wordt uitgevoerd met behulp van de Botova-systematiek (Bodem Toets & Validatieservice). Deze richtlijn is van kracht sinds 1 november 2013, ter vervanging van toetsingsrichtlijnen, die tot die tijd werden gehanteerd voor diverse toepassingen.

Achtergrondwaarde De achtergrondgehaltes voor Nederlandse bodems of detectielimiet van de toegepaste analysemethode. De streefwaarden kunnen worden beschouwd als indicatieve concentratieniveaus, waarboven wel en waaronder geen sprake is van aantoonbare verontreiniging. De streefwaarden zijn afhankelijk gesteld van het organische stof- en lutum(klei)gehalte, zodat bodemtypecorrectie kan worden toegepast .

Criterium voor nader onderzoek, tussenwaarde In het kader van de Wet bodembescherming wordt nader onderzoek op korte termijn wenselijk geacht als er sprake kan zijn van een ernstig gevaar voor vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft. Wanneer de concentratie van één of meer stoffen het criterium voor nader onderzoek overschrijdt, wordt aangenomen dat in principe sprake kan zijn van dergelijk risico. Of dit inderdaad het geval is, wordt vastgesteld in het nader onderzoek. Overigens kan afhankelijk van de situatie, ook gehalten lager dan dit criterium een nader onderzoek gewenst zijn.

Interventiewaarde De interventiewaarden geven het concentratieniveau aan voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten boven de interventiewaarde is sprake van (een geval van) ernstige bodemverontreiniging. De interventiewaarden zijn vastgesteld voor grond/sediment en grondwater en gelden voor land- en waterbodems. Voor de interventiewaarden geldt dat zowel ze humaan- als ecotoxicologisch onderbouwd zijn. Verder geldt dat ze gedimensioneerd zijn, om in geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte minimaal 25 m 3 grond of 100 m3 grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarden. De waarden zijn afhankelijk van het organisch stof- en lutumgehalte, hetgeen is vastgelegd in zogenaamde bodemtypecorrectieformules. Als een geval van ernstige verontreiniging geconstateerd is, dient saneringsonderzoek uitgevoerd te worden. Bij lagere concentraties is de urgentie van een saneringsonderzoek minder groot, maar in bepaalde gevallen kan het echter toch wenselijk zijn het saneringsonderzoek niet te lang uit te stellen.

Veldwerk Ruimtelijke verdeling boringen/peilbuizen Als er sprake is van onverdacht terrein worden de boringen ruimtelijk evenredig verdeeld. Van een verdachte locatie is sprake als er op die plaats activiteiten plaatsvinden of in het verleden plaats hebben gevonden, die kunnen leiden tot verontreiniging, ofwel als in de toekomst activiteiten gaan worden uitgevoerd die tot verontreiniging kunnen leiden. Het aantal boringen is afhankelijk van de oppervlakte van de (verdachte) locatie en van de mogelijke verspreiding. In veel gevallen wordt gekozen voor een gecombineerde onderzoeksstrategie: de bodemkwaliteit voor het gehele terrein wordt bepaald volgens de strategie voor een onverdacht of homogeen verdacht terrein, terwijl verdachte locaties apart worden onderzocht. Bemonstering Meestal worden boringen handmatig gezet met een zogenaamde edelmanboor. In andere gevallen wordt gebruik gemaakt van een puin- of pulsboor. Soms is een verharding aanwezig die niet tijdelijk verwijderd kan worden: in beton- of asfaltverhardingen worden met een diamantboor gaten geboord om de onderliggende bodem te kunnen bereiken. Regelmatig komt het voor dat losse verhardingsmaterialen zijn aangebracht (met name puin). Om die reden moeten boringen soms (gedeeltelijk) worden uitgevoerd met een slagguts, een ramguts of een compressorhamer.

In één of meer boorgaten worden peilbuizen geplaatst om grondwatermonsters te kunnen nemen. Peilbuizen zijn PVC of HDPE buizen die over een lengte van één of twee meter zijn geperforeerd. Het filterdeel wordt zo afgesteld dat grondwater van een specifieke diepte wordt bemonsterd. Voor het afpompen en bemonsteren wordt gebruik gemaakt van een slangenpomp of een kunststof slang met pulsklep. In het veld wordt van elke onderscheiden bodemlaag een grondmonster genomen, met dien verstande dat afwijkende of verontreinigde bodemlagen apart worden bemonsterd. De maximale laagdikte per monster is 50 cm. De grondmonsters worden verpakt in glazen potten die volledig worden gevuld en worden afgesloten met neopreen deksels. De monsters worden gekoeld bewaard. Voor het verkrijgen van een representatief grondwatermonster wordt de peilbuis gespoeld, direct na plaatsing en voorafgaand aan de bemonstering. Bemonstering vindt in principe plaats na minimaal een week standtijd. Zintuiglijk onderzoek In het veld wordt grond opgeboord en grondwater opgepompt. De resultaten van het zintuiglijk onderzoek worden opgenomen in het rapport. Mede op basis van deze resultaten wordt beslist welke monsters op welke chemische stoffen worden geanalyseerd. Het zintuiglijk onderzoek is te splitsen in: ▪

Lithologisch onderzoek, waarbij de opgeboorde grondsoorten worden geclassificeerd. Dit is onder andere nodig omdat de natuurlijke achtergrondconcentraties van stoffen verschillen per grondsoort. Ook de adsorptie van stoffen aan bodemdeeltjes en daarmee de snelheid van verspreiding van verontreinigingen varieert met de grondsoort.

▪

Onderzoek naar verontreiniging, waarbij waarneembare afwijkingen in of aan het bodemmateriaal worden beschreven. Hierbij wordt gezocht naar zichtbaar bodemvreemd materiaal zoals puin en afval, en naar geuren van bodemvreemd materiaal, zoals olie en oplosmiddelen.

Waarnemen minerale olie en vluchtige aromaten De eigenschappen van olie kunnen sterk variëren. Zogenoemde zware oliën (lange koolstofketens) zijn niet of slecht te ruiken. Bij twijfel wordt vaak gebruik gemaakt van de 'oliepanmethode'. Daarbij wordt de grond verkruimeld in een schaal met water. Het verschijnen van een oliefilm op het water is een teken dat er olie in de grond aanwezig kan zijn. Dit kan dan worden gecontroleerd met een analyse.

Chemisch onderzoek Indien bij het zintuiglijk onderzoek in overeenkomende bodemlagen uit verschillende boringen geen afwijkingen worden aangetroffen, mogen mengmonsters worden samengesteld van maximaal tien monsters. Voor chemische analyse op mengmonsters wordt gekozen om zoveel mogelijk informatie te verkrijgen tegen relatief beperkte analysekosten. Het risico hierbij is dat in het mengmonster een lichte/matige/sterke verontreiniging wordt aangetroffen, waarbij niet duidelijk is of alle monsters in dezelfde mate zijn verontreinigd, ofwel dat één of enkele monsters relatief sterk zijn verontreinigd. Indien een dergelijke situatie optreedt, dan worden in principe de individuele monsters van waaruit dat mengmonster was samengesteld, geanalyseerd op de betreffende stof. Op die manier wordt vastgesteld hoe de verontreiniging is verdeeld over de monsters. In principe wordt overgegaan op het uitsplitsen van mengmonsters als de tussenwaarde wordt overschreden. ls er sprake is van een onverdacht terrein worden minimaal twee grondmengmonsters en één grondwatermonster geanalyseerd op een breed scala aan stoffen. Dit zijn de zogeheten NENanalysepakketten. Als er sprake is van aandachtspunten waarbij bekend is om welke verontreinigende stoffen het gaat, of indien het onderzoek wordt uitgevoerd om de nulsituatie te bepalen, worden de betreffende monsters onderzocht op de relevante stoffen.

In het kader van het chemisch onderzoek worden in het algemeen monsters die tijdens het zintuiglijk onderzoek als afwijkend zijn beoordeeld, niet gemengd. Wel wordt met mengmonsters gewerkt indien een homogene afwijkende laag wordt aangetroffen, bijvoorbeeld een puinhoudende verhardingslaag. Grondwatermonsters worden in principe nooit gemengd. Voor het chemisch onderzoek worden de grond- en grondwatermonsters aangeleverd bij een onafhankelijk STERLAB laboratorium.

bijlage B1

analyseresultaten NEN 5740 Nedereindseweg 543 Utrecht juni 2019

Linge Milieu BV T.a.v. John Hol Poppelenburgerstraat 52 4191 ZT GELDERMALSEN

Analysecertificaat Datum: 24-May-2019

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

2019075230/1 19-2067 nedereindseweg 543 Utrecht 21-May-2019

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.

Bewaren tot: Datum:

Naam:

Handtekening:

Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.

Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.

Ing. A. Veldhuizen Technical Manager

Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer

19-2067 nedereindseweg 543 Utrecht

Monsternemer Monstermatrix

john Grond (AS3000) Eenheid

Analyse

Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina

2019075230/1 21-May-2019 24-May-2019/13:57 A,B,C 1/4

1

2

3

4

5

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

Uitgevoerd

83.4

75.6

68.2

61.9

65.3

Voorbehandeling

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

4.5

5.4

7.6

11.7

6.2

Gloeirest

% (m/m) ds

94.7

92.3

90.6

85.9

91.0

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

11.9

32.6

25.1

34.4

40.6

S

% (m/m)

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

110

330

350

380

370

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.33

0.45

0.50

0.32

0.40

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

5.9

15

17

10

19

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

21

40

45

36

44

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

0.076

0.13

0.11

0.071

0.12

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

<1.5

<1.5

<1.5

1.8

1.5

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

17

44

51

50

52

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

44

70

47

24

44

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

110

150

160

79

150

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

<3.0

<3.0

4.1

<3.0

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

<5.0

<5.0

6.7

<5.0

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

<5.0

8.0

23

<5.0

<5.0

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

24

16

32

<11

<11

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

15

8.6

11

6.2

<5.0

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

<6.0

<6.0

<6.0

<6.0

<6.0

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

<35

<35

Minerale olie

S

Chromatogram olie (GC)

48

37

71

Zie bijl.

Zie bijl.

Zie bijl.

Polychloorbifenylen, PCB

S

PCB 28

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 52

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 101

mg/kg ds

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

Nr. Monsteromschrijving

1

1-01, 10-01, 11-01>B1+10+11 ( 0-40 0-50 0-30 )

2

7-01, 16-01, 17-01>B7+16+17 ( 15-65 0-50 10-60 )

3

8-02, 19-02>B8+19 ( 25-70 40-90 )

4

1-02, 3-02, 4-02>B1+3+4 ( 40-90 )

5

5-02, 10-02, 12-02, 16-02>B5+10+12+16 ( 30-80 50-80 55-100 ) Q: door RvA geaccrediteerde verrichting

Datum monstername

Monster nr.

21-May-2019 21-May-2019

10736569 10736570 10736571

21-May-2019 21-May-2019

10736572

21-May-2019

10736573

A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

M: MCERTS erkend

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat

S

Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer

19-2067 nedereindseweg 543 Utrecht

Monsternemer Monstermatrix

john Grond (AS3000)

Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina

Analyse

Eenheid

1

PCB 118

mg/kg ds

<0.0010 2)

2019075230/1 21-May-2019 24-May-2019/13:57 A,B,C 2/4

2

3

4

5

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 138

mg/kg ds

0.0024

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 153

mg/kg ds

0.0028

<0.0010

<0.0010

<0.0010

<0.0010

S

PCB 180

mg/kg ds

0.0016

<0.0010

S

PCB (som 7) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0096

0.0049

<0.0010 1)

0.0049

<0.0010 1)

0.0049

<0.0010 1)

0.0049

1)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

S

Naftaleen

mg/kg ds

<0.050

<0.050

<0.050

<0.050

<0.050

S

Fenanthreen

mg/kg ds

0.14

0.30

<0.050

<0.050

<0.050

S

Anthraceen

mg/kg ds

<0.050

0.10

<0.050

<0.050

<0.050

S

Fluorantheen

mg/kg ds

0.70

1.1

0.087

<0.050

0.099

S

Benzo(a)anthraceen

mg/kg ds

0.31

0.60

<0.050

<0.050

<0.050

S

Chryseen

mg/kg ds

0.43

0.65

0.067

<0.050

0.069

S

Benzo(k)fluorantheen

mg/kg ds

0.19

0.26

<0.050

<0.050

<0.050

S

Benzo(a)pyreen

mg/kg ds

0.32

0.45

<0.050

<0.050

<0.050

S

Benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

0.26

0.28

<0.050

<0.050

<0.050

S

Indeno(123-cd)pyreen

mg/kg ds

0.31

0.28

<0.050

<0.050

S

mg/kg ds

PAK VROM (10) (factor 0,7)

2.7

4.1

Nr. Monsteromschrijving

1

1-01, 10-01, 11-01>B1+10+11 ( 0-40 0-50 0-30 )

2

7-01, 16-01, 17-01>B7+16+17 ( 15-65 0-50 10-60 )

3

8-02, 19-02>B8+19 ( 25-70 40-90 )

4

1-02, 3-02, 4-02>B1+3+4 ( 40-90 )

5

5-02, 10-02, 12-02, 16-02>B5+10+12+16 ( 30-80 50-80 55-100 ) Q: door RvA geaccrediteerde verrichting

0.43

0.35

<0.050 1)

0.45

Datum monstername

Monster nr.

21-May-2019 21-May-2019

10736569 10736570 10736571

21-May-2019 21-May-2019

10736572

21-May-2019

10736573

A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

M: MCERTS erkend

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer

19-2067 nedereindseweg 543 Utrecht

Monsternemer Monstermatrix

john Grond (AS3000) Eenheid

Analyse

Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina

2019075230/1 21-May-2019 24-May-2019/13:57 A,B,C 3/4

6

Voorbehandeling

Uitgevoerd

Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses

S

Droge stof

S

Organische stof

% (m/m) ds

8.3

Gloeirest

% (m/m) ds

89.2

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

36.2

S

% (m/m)

71.1

Metalen

S

Barium (Ba)

mg/kg ds

380

S

Cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.63

S

Kobalt (Co)

mg/kg ds

14

S

Koper (Cu)

mg/kg ds

45

S

Kwik (Hg)

mg/kg ds

0.15

S

Molybdeen (Mo)

mg/kg ds

1.6

S

Nikkel (Ni)

mg/kg ds

44

S

Lood (Pb)

mg/kg ds

64

S

Zink (Zn)

mg/kg ds

170

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg ds

<3.0

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg ds

<5.0

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg ds

<5.0

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg ds

14

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg ds

7.8

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg ds

<6.0

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

<35

Minerale olie

S

Polychloorbifenylen, PCB

S

PCB 28

mg/kg ds

<0.0010

S

PCB 52

mg/kg ds

<0.0010

S

PCB 101

mg/kg ds

<0.0010

S

PCB 118

mg/kg ds

<0.0010

Nr. Monsteromschrijving

6

6-01, 13-01, 14-01>B6+13+14 ( 0-50 )

Datum monstername

Monster nr.

21-May-2019

10736574

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

M: MCERTS erkend

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

TESTEN RvA L010

Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer

19-2067 nedereindseweg 543 Utrecht

Monsternemer Monstermatrix

john Grond (AS3000)

Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina

Analyse

Eenheid

6

S

PCB 138

mg/kg ds

<0.0010

S

PCB 153

mg/kg ds

<0.0010

S

PCB 180

mg/kg ds

<0.0010

S

PCB (som 7) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.0049

2019075230/1 21-May-2019 24-May-2019/13:57 A,B,C 4/4

1)

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

S

Naftaleen

mg/kg ds

<0.050

S

Fenanthreen

mg/kg ds

<0.050

S

Anthraceen

mg/kg ds

<0.050

S

Fluorantheen

mg/kg ds

0.055

S

Benzo(a)anthraceen

mg/kg ds

<0.050

S

Chryseen

mg/kg ds

<0.050

S

Benzo(k)fluorantheen

mg/kg ds

<0.050

S

Benzo(a)pyreen

mg/kg ds

<0.050

S

Benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

<0.050

S

Indeno(123-cd)pyreen

mg/kg ds

<0.050

S

PAK VROM (10) (factor 0,7)

mg/kg ds

0.37

Nr. Monsteromschrijving

6

6-01, 13-01, 14-01>B6+13+14 ( 0-50 )

Datum monstername

Monster nr.

21-May-2019

10736574

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

M: MCERTS erkend

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Akkoord Pr.coörd.

VA TESTEN RvA L010

Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2019075230/1 Pagina 1/1 Barcode

Monstername ID/Monsteromsch.

Monster nr.

Boornr

Omschrijving

Van

Tot

10736569

1

1-01

0

40

0537464558

1-01, 10-01, 11-01>B1+10+11 ( 0-4

10736569

10

10-01

0

50

0537464640

1-01, 10-01, 11-01>B1+10+11 ( 0-4

10736569

11

11-01

0

30

0537464659

1-01, 10-01, 11-01>B1+10+11 ( 0-4

10736570

7

7-01

15

65

0537523354

7-01, 16-01, 17-01>B7+16+17 ( 15-

10736570

16

16-01

0

50

0537464670

7-01, 16-01, 17-01>B7+16+17 ( 15-

10736570

17

17-01

10

60

0537464675

7-01, 16-01, 17-01>B7+16+17 ( 15-

10736571

8

8-02

25

70

0537464542

8-02, 19-02>B8+19 ( 25-70 40-90 )

10736571

19

19-02

40

90

0537464648

8-02, 19-02>B8+19 ( 25-70 40-90 )

10736572

1

1-02

40

90

0537464555

1-02, 3-02, 4-02>B1+3+4 ( 40-90 )

10736572

3

3-02

40

90

0537523712

1-02, 3-02, 4-02>B1+3+4 ( 40-90 )

10736572

4

4-02

40

90

0537523455

1-02, 3-02, 4-02>B1+3+4 ( 40-90 )

10736573

5

5-02

30

80

0537464147

5-02, 10-02, 12-02, 16-02>B5+10+1

10736573

10

10-02

50

80

0537464681

5-02, 10-02, 12-02, 16-02>B5+10+1

10736573

12

12-02

55

100

0537464677

5-02, 10-02, 12-02, 16-02>B5+10+1

10736573

16

16-02

50

100

0537464676

5-02, 10-02, 12-02, 16-02>B5+10+1

10736574

6

6-01

0

50

0537523348

6-01, 13-01, 14-01>B6+13+14 ( 0-5

10736574

13

13-01

0

50

0537464684

6-01, 13-01, 14-01>B6+13+14 ( 0-5

10736574

14

14-01

0

50

0537464661

6-01, 13-01, 14-01>B6+13+14 ( 0-5

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2019075230/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)

De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG Opmerking 2)

PCB 138 kan positief beïnvloed worden door PCB 163.

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL

Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=d13ec3a0-9b4b-4ab8-a2c7-ec51f0cdc3bc