CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Nedereindseweg 543, Rijnenburg.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 13 januari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Nedereindseweg 543, Rijnenburg38.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan

Nedereindseweg 543, Rijnenburg Vastgesteld, datum volgt na vaststelling

Nedereindseweg 543, Rijnenburg

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Doelstelling

7

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

7

1.3

Geldende plannen

8

1.4

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Relevante beleidskaders

9

2.1

Rijksbeleid

2.2

Provinciaal beleid

12

2.3

Gemeentelijk

18

2.4

Conclusie

Hoofdstuk 3

9 beleid

27

Bestaande situatie

29

3.1

Inleiding

3.2

Beschrijving

van het plangebied

29

3.3

Beschrijving

van de bestaande functies in het plangebied

30

Hoofdstuk 4

29

Planbeschrijving

33

4.1

Projectbeschrijving

33

4.2

Onsluiting, verkeer en parkeren

35

Hoofdstuk 5

Onderzoek en randvoorwaarden

37

5.1

Inleiding

37

5.2

Milieueffectrapportage

37

5.3

Bedrijven en milieuzonering

37

5.4

Geluidhinder

38

5.5

Trillingen

39

5.6

Geur

40

5.7

Externe veiligheid

40

5.8

Luchtkwaliteit

43

5.9

Bodem

43

5.10

Natuurbescherming

44

5.11

Bomen

48

5.12

Water

49

5.13

Archeologie

50

5.14

Kabels en leidingen

51

5.15

Gezondheid

52

5.16

Toegankelijkheid

52

5.17

Duurzaamheid

53

5.18

Conclusie

53

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische

6.2

Maatschappelijke

Hoofdstuk 7

uitvoerbaarheid uitvoerbaarheid

Juridische plantoelichting

55 55 55

57

7.1

Inleiding

57

7.2

Planvorm

57

7.3

Opbouw regels

57

2 bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

Utrecht

7.4

Regeling bijbehorende

7.5

Nadere toelichting begripsomschrijvingen

bouwwerken

57 58

7.6

Systematiek

59

7.7

Artikelsgewijze

van de bestemming Wonen toelichting

7.8 Omgevingsvergunning werkzaamheden

59

voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van 61

7.9

Lijst van Bedrijfsactiviteiten

62

7.10

Lijst van Bedrijven functiemenging

63

7.11

Handhaving

65

Bijlagen toelichting

67

Bijlage 1

Bodemonderzoek

69

Bijlage 2

Ecologisch onderzoek

191

Bijlage 3

Stikstofberekening

207

Bijlage 4

Bestaande situatie plangebied

215

Bijlage 5

Toevoegen groen aan het plangebied

217

Bijlage 6

Watertoets

219

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

222

Artikel 1

Begrippen

222

Artikel 2

Wijze van meten

227

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

229

Artikel 3

Wonen

229

Artikel 4

Leiding - Riool

231

Artikel 5

Waarde - Archeologie

231

Artikel 6

Waarde - Landschap

232

Hoofdstuk 3

Algemene regels

233

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

233

Artikel 8

Algemene bouwregels

233

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

233

Artikel 10

Algemene aanduidingsregels

234

Artikel 11

Algemene afwijkingsregels

234

Artikel 12

Algemene wijzigingsregels

235

Artikel 13

Overige regels

235

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

236

Artikel 14

Overgangsrecht

236

Artikel 15

Slotregel

236

Bijlagen regels

237

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

238

Bijlage 2

Lijst van Bedrijven 'functiemenging'

241

bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

3

4 bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

Utrecht

Toelichting

bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

5

6 bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Doelstelling

De hoofddoelstelling van het bestemmingsplan is de bestemming van het vrijgekomen agrarisch bedrijf aan de Nedereindseweg 543 te Rijnenburg te wijzigen in een passende bestemming voor het toekomstig gebruik. Het agrarische bedrijf op de locatie Nedereindseweg 543 is beëindigd en de bijbehorende landbouwgronden zijn verkocht. De rustende boer is voornemens om de locatie te verkopen. Aangezien er geen landbouwgrond meer bij de bedrijfslocatie aanwezig is, is het uitgesloten dat het agrarisch gebruik van de locatie zal herleven. Om die reden zal de voormalige agrarische bedrijfslocatie worden verkocht aan een particulier. Op de bedrijfslocatie staan 2 geschakelde loodsen met een gezamenlijke oppervlakte van 900 m2 welke de functieaanduiding 'bedrijf' hebben. Ter plaatse van deze functieaanduiding is als ondergeschikte nevenactiviteit van de agrarische bedrijfsvoering een bedrijf behorende tot maximaal categorie B2 toegestaan. De gemeente is akkoord met het wijzigen van de bestemming van de locatie van 'Agrarisch' in 'Wonen' en het handhaven van de bestaande bebouwing, waarbij het gebruik van de twee geschakelde loodsen voor opslag- en verhuurdoeleinden gehandhaafd mag blijven. Het herbestemmen van de locatie vindt buitenplans, door middel van een herziening van het bestemmingsplan, plaats. Hierbij moet worden voldaan aan het provinciaal ruimtelijk beleid.

Door middel van het voorliggende bestemmingsplan wordt de nieuwe invulling van de locatie planologisch - juridisch geregeld. Het plan wordt getoetst aan het ruimtelijk beleid van de provincie en de gemeente alsmede aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Het bestemmingsplan 'Nedereindseweg 543 in Utrecht' bestaat uit een verbeelding, een toelichting en een set regels.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt ten zuidwesten van Utrecht in de Rijnburgerpolder. De snelweg A2 ligt op circa 2,1 kilometer ten oosten van het plangebied en de snelweg A12 op circa 2,4 ten noorden hiervan. De ligging en de globale begrenzing van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1. Ten aanzien van de begrenzing van het plangebied zijn de kadastrale grenzen aangehouden

Afbeelding 1: Ligging van het plangebied in de omgeving (linker afbeelding) en de begrenzing plangebied (geel gemarkeerd) bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

7

1.3

Geldende plannen

Dit bestemmingsplan vervangt voor de locatie van het plangebied de volgende bestemmingsplannen. Bestemmingsplan Rijnenburg, Utrecht

Vastgesteld door Raad 5 maart 2015

Onherroepelijk ??

Het plangebied heeft de enkelbestemming 'Agrarisch'. De bebouwing ligt binnen een bouwvlak van circa 5.700 m2. Twee loodsen binnen het plangebied, in afbeelding 2 met een stippellijn omgeven, hebben de functieaanduiding 'bedrijf'.

Afbeelding 2: Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan Een groot deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. De 'randen' van het plangebied aan de west-, noord- en oostzijde hebben de dubbelbestemming 'Waarde Landschap'. Aan de wegzijde is heeft een strook grond de dubbelbestemming 'Leiding - Riool'. Tot slot heeft een klein puntje van het plangebied aan de zuid-westzijde de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone -straalpad'.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van de relevante beleidskaders. In toelichting hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande situatie, het plan en de uitvoeringsaspecten. Hoofdstuk 4 gaat in op de nieuwe gewenste situatie. De diverse onderzoeken ten aanzien van bijvoorbeeld milieuaspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 7 komt de juridische toelichting op de planregels aan bod.

8 bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgvingsvisie (2020)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De gemeente Utrecht kan vooral aan de volgende nationale belangen een bijdrage leveren: 1.

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 4. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 5. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 6. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 7. Beperken van klimaatverandering. 8. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 9. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 10. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 11. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 12. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 13. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. De NOVI benoemt vier prioriteiten: De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten. 1. 2. 3. 4.

Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen. Zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's. Stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken belangenafwegingen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting van het begrip fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet en wordt de noodzaak van een integrale afweging benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is het spanningsveld tussen beschermen en ontwikkelen. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in, dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal samen (en zijn soms onverenigbaar), maar ze kunnen elkaar ook versterken. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

9

1.

2.

3.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal. De optimale balans tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Plangebied Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een kleinschalig woningbouwproject aan de Nedereindseweg waar het in hoofdzaak gaat om een functiewijziging. Uit paragraaf 5.15 en 5.17 volgt dat in het project aandacht is beseed aan de aspecten gezondheid en duurzaamheid. Het plangebied ligt in het buitengebied waar de druk op de gezondheid ten opzicht van een meer stedelijk gebied relatief laag is. Door het toevoegen van extra groen op het perceel wordt de kwaliteit van de leefomgeving nog verder versterkt. Daarnaast leveren de 70 zonnepanelen een bijdrage aan het verminderen van de CO2-uitstoot. Het project voldoet aan de ambities uit de NOVI. 2.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012)

Het kabinet heeft in de hiervoor genoemde Structuurvisie (SVIR) vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Het gaat om de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen.

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, vastgesteld op 30 december 2011) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het Natuurnetwerk Nederland (de artikelen worden later aan het Barro toegevoegd) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Voor één onderwerp geregeld in dit besluit, voorziet het besluit niet in de (definitieve) begrenzing. Dit betreft de NNN. Ten aanzien van deze begrenzing is bepaald dat de provincies die grenzen (nader) bepalen. Een deel van het Barro is gebaseerd is op eerdere PKB's en beleidsnota's die in de SVIR worden herbevestigd. Deze onderdelen kunnen na vaststelling van de structuurvisie de procedure volgen en vervolgens in werking treden. Het betreft de volgende onderdelen: 4. 5. 6. 7. 8. 9.

project Mainportontwikkeling Rotterdam; kustfundament; grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; defensie, en erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Plangebied Het Barro heeft geen directe consequenties voor het plangebied, bovendien maakt dit bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Daarmee is het plan niet in strijd met het Barro. 1 0 bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

Utrecht

2.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede en derde lid) (2017)

De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en in 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat overheden een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van het bestemmingsplan moeten motiveren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Het doel van de motivering op grond van de Ladder is een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten die zorgt voor zuinig ruimtegebruik en tegengaan van overprogrammering en leegstand. Het besluit voldoet hiermee aan een goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de Ladder kan bij het opnemen van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan, doorschuiven naar de fase van de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet een motivering bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Wanneer het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet het bestemmingsplan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke besluiten van de decentrale overheden, waaronder het bestemmingsplan.

Beschrijving behoefte De behoefte is kort gezegd het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd. De Ladder bepaalt niet voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Naast een kwantitatieve beoordeling vindt ook een kwalitatieve beoordeling plaats. Beschrijving behoefte buiten het bestaand stedelijk gebied Wanneer de beoogde ontwikkeling niet kan plaatsvinden binnen het stedelijk gebied door bijvoorbeeld het toepassen van een andere bestemming van een gebied, herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden moet een motivering worden opgenomen waarom dit niet mogelijk is. Het bestaande stedelijk gebied kan worden gedefinieerd als het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Sommige provincies hebben in een verordening de afbakening van het bestaand stedelijk gebied in woord of kaartbeeld vastgelegd, waaronder de provincie Utrecht.

Gebiedsontwikkeling per regio (betekenis voor Utrecht) Het kabinet heeft voor 9 regio's in Nederland opgaven van nationaal belang uitgewerkt. Het gaat hierbij om doelen die voor Rijk en regio van belang zijn. Voor Utrecht geldt daarbij dat Utrecht belangrijk is als het gaat om de verbinding van autowegen, spoorwegen en vaarwegen. Station Utrecht Centraal heeft daarbij een centrale rol. Ook speelt de regio Utrecht een belangrijke rol bij de verdere ontwikkeling van de topsector Life Sciences. Plangebied Op grond van jurisprudentie mogen we concluderen dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het kader van de Ladder: https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@107931/201608869-1-r3/. Hierin is aangegeven dat een bestemmingsplan, dat bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, voorziet in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. In dit plan staat het vast dat ten opzichte van het voorgaande planologische regime geen nieuw planologisch ruimtebeslag mogelijk wordt gemaakt. De bestaande bebouwing blijft gehandhaafd. Er wordt geen planologische ruimte geboden voor een uitbreiding van het bebouwde oppervlakte.

Ook neemt het aantal woningen binnen het plangebied niet toe.

bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

11

2.1.4

Nationaal Waterplan

Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016-2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 vervangt het Nationaal Waterplan 2009-2015 en de partiële herzieningen hiervan. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie en zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem en met het waterplan worden de strategische doelen voor het waterbeheer vastgelegd. Andere overheden worden gevraagd om het Nationaal Waterplan te vertalen in hun beleidsplannen. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het plan gaat in op de thema’s waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Daarnaast zijn in het plan gebiedsgerichte uitwerkingen voor grote wateren en de zee en de kust opgenomen. Ook beschrijft het waterplan de relatie tussen water en de omgeving.

In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust. Plangebied Het initiatief dat in dit bestemmingsplan centraal staat is in lijn met het bepaalde in het waterplan. In paragraaf 5.11 wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten ter plaatse van het plangebied.

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1

Provinciale Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening

Op 10 maart 2021 stelden Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening vast. Beiden zijn in werking getreden op 1 april 2021. De Interim Omgevingsverordening is nodig omdat de Omgevingsverordening alleen onder de Omgevingswet in werking kan treden. Met de Interim Omgevingsverordening kunnen plannen en ambities eerder vorm gegeven worden. De Omgevingsverordening zal rond de zomer van 2021 ter inzage liggen en eind 2021 vastgesteld worden. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. In de Interim Omgevingsverordening staan de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. Provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema's de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich mee brengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels. Om voor te sorteren op de toekomst richt de Omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen: extra woningen die gebouwd moeten worden; toename van werkgelegenheid; toename van verkeer; energietransitie; klimaatverandering; verandering in de landbouw; versterking van natuur en recreatief groen.

Provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Uitwerking beleid in 7 thema's De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor de gezonde en veilige leefomgeving is beschreven in 7 thema's. 1 2 bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

Utrecht

1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

Stad en land gezond Dit thema gaat over milieu, gezondheid, recreatie en toerisme. Provincie Utrecht wil graag voor de woon-, werk-, en leefgebieden bereiken dat deze gezond zijn en uitnodigen tot bewegen. In en rondom steden en dorpen moeten voldoende groene gebieden zijn om te recreëren. Klimaatbestendig en waterrobuust Dit thema gaat over een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er bescherming is tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). Duurzame energie Dit thema gaat over het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water. Vitale steden en dorpen Dit thema gaat over ruimte voor wonen en leven en ruimte voor werken en winkelen. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat nieuwe woningen en bedrijven vooral komen op plekken binnen de bebouwde kom. Ook is het belangrijk dat deze plekken goed bereikbaar zijn met trein, bus, tram en fiets. Prioritaire locaties voor grootschalige integrale ontwikkeling zijn onder meer Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier/Lombokplein en Merwedekanaalzone), Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park/Rijnsweerd.

Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Dit thema gaat over een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken, wegen, OV en fiets. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden komen tussen de woon-, werk-, en leefgebieden. Daarbij moet er beter gebruik gemaakt worden van bestaande wegen. Levend landschap, erfgoed en cultuur Dit thema gaat over aantrekkelijke landschappen en een toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat veel mensen kunnen genieten van de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen. Ook is belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) meegroeit met het aantal inwoners. Toekomstbestendige natuur en landbouw Dit thema gaat over een robuuste natuur met hoge biodiversiteit en een duurzame landbouw. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die elkaar verbinden. Verder worden boeren geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw.

Alle thema's moeten in samenhang bekeken worden. Dat betekent dat niet alles overal kan. Met het uitgangspunt slim combineren en concentreren kan de groei van inwoners en bedrijven en een gezonde leefomgeving in balans blijven. Het concentreren richt zich bijvoorbeeld op het bouwen van nieuwe woningen dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Op die manier blijft er op andere plekken voldoende ruimte voor bewegen, groen, water en natuur. Uitvoering In drie regio's werkt Provincie Utrecht het beleid verder uit. De samenhang tussen de thematische ambities krijgt hier aandacht. Voor Utrecht is de regio U16 van belang. In deze uitwerking gaat het over de verstedelijkingsstrategie. De verwachting is dat er tot 2040 in de regio ongeveer 99.000 tot 125.000 extra woningen nodig zijn. Na 2040 tot 2050 is er verdere ruimte voor woningbouw onder meer over ontwikkelingen langs de A12 tussen knooppunten Lunetten en Oudenrijn en het benutten van bestaande OV-knooppunten in de regio. Plangebied In de Provinciale Omgevingsvisie is het projectgebied onder meer aanduid als 'Stad en land gezond', 'Duurzame energie', 'Toekomstbestendige Landbouw' 'recreatie'. In de landbouwgebieden bevinden zich vooral melkveehouderijen en (koudegrond) fruitteeltbedrijven. In de landbouwgebieden is landbouw de hoofdgebruiker, maar vindt ook menging met andere functies plaats.

Het beleid voor andere dan agrarische functies is vooral gericht op landschappelijke en recreatieve kwaliteit van deze gebieden en op het realiseren van natuur in groene contourgebieden en van recreatie in recreatiezones. De blijvende landbouw mag in haar functioneren geen hinder ondervinden van de natuur- en recreatieontwikkeling in deze gebieden. Elk Utrechts landschap heeft zijn eigen kwaliteiten die mede richting geven aan de daarin gelegen en omliggende functies en hun ontwikkelingsmogelijkheden. Daarom wil de provincie op de kernkwaliteiten van de verschillende landschappen voortbouwen en deze doorontwikkelen. Een landschap is geen statisch plaatje; landschap is altijd in ontwikkeling en elk landschap heeft ruimte voor een vorm van dynamiek. Maar wel op zo’n manier dat de landschapskwaliteit wordt doorontwikkeld en beter beleefbaar wordt, onder andere met behulp van creatieve verbeeldingskracht. In het werken met landschapskwaliteit gaan we uit van een samenspel tussen het beeld (wat zie je), functies (wat gebeurt er) en robuuste structuren (samenhang, relaties). bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

13

Voor elke ontwikkeling in het landelijk gebied moet aansluiting gevonden worden bij de kernkwaliteiten van het landschap. Voor de open landschappen gelden andere principes dan voor de meer gesloten landschappen. Landschappen vragen om bebouwing die qua maat en schaal passen bij de kernen die in het landelijk gebied gelegen zijn. Bij de uitwerking van de landschappelijke inpassing van het plangebied is rekening gehouden met de ontwikkelingsprincipes van zowel de 'waard' als de 'oude stroomruggen'. Door de inpassing van de locatie te versterken wordt een bijdrage geleverd aan landschappelijke kwaliteitsverbetering. De kernkwaliteiten van het Groene Hart worden door de functiewijziging niet negatief beïnvloed. Met de herontwikkeling wordt bijgedragen aan een verbetering van de leefbaarheid van het platteland en de ruimtelijke kwaliteit. Toetsing aan de regels van de Verordening Conform de regels (artikel 9.2) van de Omgevingsverordening geldt in het landelijk gebied een “verstedelijkingsverbod”. In de verordening is bepaald dat van verstedelijking sprake is “als een ruimtelijk besluit ten opzichte van het vigerende planologische regime nieuwe mogelijkheden biedt voor vestiging of uitbreiding van stedelijke functies”. In het voorliggende plan is hier geen sprake van aangezien er geen nieuwe mogelijkheden worden geboden voor de vestiging of uitbreiding van stedelijke functies.

De bestaande bebouwing blijft gehandhaafd. Artikel 9.10 Functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar woonfunctie Het plan voorziet in hoofdzaak in het wijzigen van de agrarische bestemming in de bestemming 'Wonen'. Op grond van artikel 9.10 van de regels van de Omgevingsverordening is het toegestaan om een agrarisch bedrijfsperceel, waar het agrarisch gebruik is beëindigd, een woonbestemming te geven aan de bedrijfswoning en de tot het hoofdgebouw behorende aangebouwde bedrijfsruimte, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden a.

het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw, of, in het geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een concentratiegebied glastuinbouw, e n b. de bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden of versterkt, e n c. de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd, en d. een kantoor of bedrijf aan huis is mogelijk indien de omvang van die activiteiten ondergeschikt blijft aan de woonfunctie. De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘landelijk gebied’ bevat een ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Toetsing aan de voorwaarden De locatie van initiatiefnemer ligt de Rijnburgerpolder. Deze polder is onderdeel van een zoeklocatie voor woningbouw. Met het oog hierop zijn ontwikkelende partijen in de polder actief om landbouwgronden aan te kopen. Hierdoor zijn in de polder inmiddels verschillende agrarische bedrijven beëindigd. Dat geldt ook voor het bedrijf van initiatiefnemers. In de toelichting van het bestemmingsplan Rijnenburg, Utrecht staat dat hierdoor aan de Nedereindseweg vragen ontstaan over mogelijkheden voor transformatie en functieverandering. De vraag om transformatie zou daarom heel goed ingezet kunnen worden om de bestaande kwaliteiten te versterken.

Het gaat hierbij uitsluitend om de kavels aan de Nedereindseweg die momenteel bebouwd zijn. Door de ligging van de locatie in een polder waar plannen zijn voor woningebouw en projectontwikkelaars actief grond verwerven, is deze 'afgeschreven' voor een duurzame toekomst gerichte landbouw. Gesteld kan worden dat het bouwperceel niet optimaal is gesitueerd vanwege de woningbouwplannen Het plangebied ligt in een gebied dat is te kenmerken als een relatief open weide- en akkerland, kenmerkend voor de veenweidegebieden op de overgang naar rivierenland. De Nedereindseweg is een historisch lint met inheemse beplanting met voornamelijk agrarische bebouwing aan weerszijden van de weg. De bebouwde kavels zijn breed en langgerekt. Tussen de bebouwde kavels bevindt zich veel open ruimte met verre doorzichten over de langgerekte polderverkaveling. Het historisch lint wordt als gevolg van het plan niet aangetast. Dat geldt ook voor de landschappelijke waarden. Met name het voorterrein van het erf is groen aangekleed en aan de oostzijde langs de perceelgrens staat een haag. Deze groene aankleding blijft op zijn minst behouden. Samenvattend wordt het open weidelandschap wordt niet aangetast doordat er geen bebouwing wordt toegevoegd of bestaande bebouwing wordt vergroot.

De omliggende functies bestaande uit woningen en agrarische percelen worden door de voorgenomen functiewijziging niet onevenredig 1 4 bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

Utrecht

aangetast. Er worden geen nieuwe gevoelige functie toegevoegd aan het perceel die de bedrijfsvoering van omliggende kavels zouden kunnen belemmeren. Het plan voldoet daarmee aan de voorwaarden van artikel 9.10 van de Omgvevingsverordening. Artikel 9.7 Functiewijziging (voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar stedelijke functie anders dan wonen Twee gebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van 900 m2 behouden de functieaanduiding 'bedrijf'. Op grond van artikel 9.7 van de PRV is het mogelijk om de bestemming van een (voormalige) agrarisch bedrijfsperceel te wijzigen in een stedelijke functie anders de wonen onder de volgende voorwaarden: a.

percelen voor specifieke stedelijke functies bestemmingen een andere stedelijke functie krijgen, niet zijnde permanente bewoning van een recreatiewoning, kantoor of detailhandel, onder de voorwaarde dat de functiewijziging naar aard en omvang, op basis van een integrale afweging, niet leidt tot vergroting van de locatie en tot een toename van de invloed op de omgeving, dat bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden en dat omliggende agrarische bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd; b. stedelijke functies worden uitgebreid met maximaal 20% van de bebouwingsmogelijkheden onder het vigerende planologisch regime. Van deze maximale uitbreiding kan afgeweken worden mits er sprake is van een economische noodzaak. Ook het bestemmingsvlak kan worden uitgebreid indien er sprake is van een economische noodzaak. De motivering van een bestemmingsplan bevat een onderbouwing, waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Toetsing aan de voorwaarden In het geldende bestemmingsplan zijn bedrijfsmatige functies al mogelijk (via een functieaanduiding bedrijf) planologisch toegestaan. De ruimtelijke uitstraling van het stallen Daarnaast volgt uit paragraaf 5.3 dat agrarische bedrijven in de omgeving niet worden belemmerd.

Initiatiefnemer wil de bestaande bebouwing handhaven door in te zetten op een verhoging van de ruimtelijke kwaliteit van de kavel. De Nedereindseweg is een historisch lint met voornamelijk agrarische bebouwing aan weerszijden van de weg. De meeste kavels langs deze weg zijn rijk aan (hoogopgaande) beplantingen, onder meer om enige beschutting en behaaglijkheid te creëren. Landschappelijk en ecologisch hebben deze groenopstanden een meerwaarde. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied wordt gevormd door enerzijds de openheid van het weidelandschap en anderzijds de met groen omzoomde percelen waar bebouwing is gerealiseerd. Het perceel aan de Nedereindseweg 543 wijkt af van het laatstgenoemde punt. Er zijn nauwelijks grote groenopstanden en eigenlijk is alleen het voorerf groen ingericht, met een tuinachtige insteek. Hierdoor is er vanzelfsprekend wel sprake van optimaal contact met omliggend landschap. Er wordt geen bebouwing toegevoegd of gesloopt, noch wordt de bebouwing aan de buitenkant gewijzigd. Het beeld van de bebouwing op het perceel wijzigt als gevolg van de functieverandering niet. De natuurwaarden van het perceel worden vergroot. Dit wordt gedaan door de aanplant van groen, waarmee aansluiting wordt gezocht op de typische landschappelijke kenmerken van het gebied. Daarbij worden inheemse soorten toegepast.

In paragraaf 4.1.2 is de landschappelijke inpassing uitgebreid beschreven. Bij de invulling van het perceel met groen elementen is uitdrukkelijk aansluiting gezocht bij de wijze waarop agrarische erven traditioneel werden ingericht. Door rijkere aankleding van het perceel met grote groenopstanden wordt een aanzienlijke ruimtelijke kwaliteitswinst gerealiseerd. Samenvattend worden de ruimtelijke kwaliteiten, voor de agrarische bedrijfspercelen bestaande uit met groen omzoomde bouwpercelen, door de ontwikkeling sterk verbeterd. Hierdoor wordt ook ter plaatse van het plangebied het contrast met het omringende, open landschap, dat een kenmerkend en zeer waardevol landschapselement is, versterkt. Aan de zijde van de Nedereindseweg behoudt de kavel het open en representatieve karakter. De zuidzijde van het terrein blijft grotendeels open en zorgt voor vrij zicht op het open landschap.

bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

15

2.2.2

Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen

De Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen dateert uit juni 2011. De Gids beschrijft de huidige landschapskwaliteiten in de provincie. De gids beschrijft ook hoe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen sturen en welke kwalitatieve randvoorwaarden het landschap aan deze ontwikkelingen meegeeft. Plangebied Het open weidelandschap van de Waard heeft een uitgesproken lengterichting door lange bebouwingslinten en parallel lopende, beplante achterkaden. De strokenverkaveling staat haaks op de linten. De linten kennen onderling een aanzienlijke diversiteit, van open tot zeer besloten, met zowel lange rechtstanden als slingerende stukken en een grote variatie tussen de profielen. De overal aanwezige weilanden verlenen rust en stilte aan het landschap. De erfbeplanting van boerderijen in een Waard is inheems en beslaat 50 - 80% van de kavelgrens, bij voorkeur in een losse vorm. Zie ook de onderstaande afbeeldingen van de ontwikkelprincipes uit de kwaliteitsgids.

De oude stroomruggen liggen hoger dan de omgeving, maar zijn niet strak begrensd in het landschap. Ze gaan geleidelijk over in de aangrenzende open weidelandschappen. De afwisseling van hoog naar laag, besloten naar open, bebouwd naar onbebouwd, blokverkaveling naar strookverkaveling zorgen voor een rijke diversiteit. De levendige stadjes en dynamiek op de stroomrug versterken de beleving van rust en stilte in het open veld, terwijl de oude stroomruggen zelf weer rustig zijn ten opzichte van de grote steden. In de huidige situatie is de locatie matig landschappelijk ingepast. Het verstevigen van de inpassing vindt conform de ontwikkelprincipes van de waard met name plaats langs de kavelgrens. Door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan wordt verzekerd dat de investering in de landschappelijke inpassing - en de daarmee gepaarde ruimtelijke kwaliteitswinstzal worden uitgevoerd. De karakteristieken van de oude stroomrug worden door de functiewijziging niet negatief beïnvloed. Het plan heeft geen invloed op de aanwezige hoogteverschillen. Ook het contrast tussen open en besloten blijft onveranderd. Het initiatief is in lijn met de Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen.

1 6 bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

Utrecht

2.2.3

Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030 (Eindbalans)

De essentie van de Ontwikkelingsvisie Noordvleugel Utrecht 2015-2030 is verdichting en kwaliteitsverbetering. Dit houdt in het vinden van een oplossing voor de spanning tussen de behoefte aan ruimte om te wonen en te werken voor het groeiend aantal huishoudens en de behoefte aan bescherming van natuur en landschap en de duurzaamheid in de ruimtelijke- en economische ontwikkeling. Woningbouw Het woningbouwprogramma voor de periode 2015-2030 bedraagt in totaal 68.700 woningen, waarvan 15.000 in Almere zijn gepland. De Ontwikkelingsvisie concentreert de nieuwe woningbouw sterk in bestaand bebouwd gebied: 35.800 woningen zal in bebouwd gebied worden gerealiseerd en 32.900 woningen buiten bebouwd gebied. Nieuwbouw in bestaand gebied is mogelijk door verdichting in stadsdelen en herstructurering van verouderde locaties. De A12-zone en stationsgebied Amersfoort zijn projecten waar in de periode 2015-2030 door transformatie kan worden bijgedragen aan verdichting en kwaliteitsverbetering. De Noordvleugel Utrecht ziet goede mogelijkheden om de complexe binnenstedelijke opgave, waaronder de A12-zone en het stationsgebied van Amersfoort, als nieuw sleutelproject te definiëren. Werklocaties Voor bedrijventerreinen heeft de Noordvleugel Utrecht de uitbreidingsbehoefte voor de periode 2015-2030 berekend op 410 ha bruto.

De regio heeft, in overleg met het Rijk, zich de ambitie gesteld om bestaande en nieuwe bedrijventerreinen tien procent intensiever te gebruiken dan nu het geval is. De intensivering zal vorm krijgen door toepassing van de SER-ladder. Daardoor is de planningsopgave tien procent lager: 410 in plaats van 455 ha. De realisatiemogelijkheden zijn echter beperkt: slechts voor 179 ha kan op eigen grondgebied worden ingevuld. Op korte termijn wordt bekeken hoe de vraagzijde zich ontwikkelt en welke mogelijkheden aan de aanbodzijde kunnen worden gevonden voor het ruimtetekort. Het beleid van de regionale overheden om de ontwikkeling van kantoren te concentreren op toplocaties die goed bereikbaar zijn, zal in hoofdlijnen worden voortgezet. Voorwaarden De woningbouw en de ontwikkeling van werklocaties dienen te voldoen aan de volgende randvoorwaarden voor het behoud van de kwaliteit van het gebied en voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling als geheel: Indien het mogelijk is om de grote binnenstedelijke opgave in de regio Utrecht tot stand te brengen, worden daarmee kosten van nieuwe weginfrastructuur beperkt. De groeiende binnenstedelijke bevolking is tegelijk een randvoorwaarde om het hoogwaardig openbaar vervoer rendabel te maken. Het buitengebied dient voldoende groene en watergebonden recreatiemogelijkheden te bieden.

Het grootste deel van de nieuwe recreatiemogelijkheden zal dicht rond de steden moeten worden aangelegd. Daarnaast is er een sterke focus op de aanleg van stad-landverbindingen. Het Rijk hanteert voor nieuwbouwlocaties het richtgetal van 75 m2 recreatief groen per woning. Bij een opgave van 65.500 woningen dient ongeveer 500 ha aan recreatief groen te worden gerealiseerd. Enkele gebieden komen niet of in beperkte mate voor uitleg in aanmerking. Met name aan de westflank van de Noordvleugel Utrecht, in de veenweidegebieden, is de problematiek rondom water én bodemdaling complex. In de diepe droogmakerijen in of aan de westflank van de Noordvleugel Utrecht liggen urgente wateropgaven. Hier wordt gestreefd naar vernatting al dan niet in combinatie met functieverandering. 2.2.4

Waterkoers 2016-2021

Water is een belangrijke pijler van een veilige, gezonde en prettige leefomgeving. Vanuit die achtergrond werkt Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden aan bescherming tegen overstromingen, een gezond grond- en oppervlaktewatersysteem en het zuiveren van afvalwater. Het waterschap heeft haar ambities en visies vastgelegd in de Waterkoers 2016-2021. De koers is een omslag in denken, waarbij het waterschap zich flexibel opstelt en daarbij ruimte laat voor initiatieven uit de samenleving. Andere onderwerpen die in de Waterkoers aan de orde komen zijn waterveiligheid, voldoende water, gezond water, gezuiverd afvalwater en genieten van water.

bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

17

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Coalitieakkoord 'Utrecht ruimte voor iedereen'

Op 1 juni 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 'Utrecht: ruimte voor iedereen' verschenen. Het coalitieakkoord bestaat uit drie onderdelen: • Plaats voor iedereen Het eerste deel van het akkoord bevat verschillende maatregelen op het gebied van onderwijs, economie, werk, sport, welzijn, zorg en veiligheid. Samen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers maken we van Utrecht een plaats voor iedereen. • Gezonde groei voor iedereen Het tweede deel van het akkoord bevat maatregelen over wonen, mobiliteit, nieuwe energie en een gezonde omgeving om in te leven. We vinden dat er voor iedereen ruimte moet zijn om in Utrecht te wonen en dat Utrecht aantrekkelijk en bereikbaar moet blijven. Ook willen we graag koploper zijn in de verandering naar een duurzame energievoorziening en economie. • De kracht van iedereen Het derde deel van het akkoord gaat over hoe we de genoemde doelen willen bereiken, samen met Utrechters en andere betrokkenen. Plangebied Het plangebied ligt het landelijk gebied. In hoofdstuk 5 worden de resultaten beschreven van de onderzoeken naar de kwaliteit van de leefomgeving van het plangebied. Hieruit blijkt dat ter plaatse sprake is van een gezonde leefomgeving. De boerderij heeft een monumentale status waardoor het toepassen van zonnepanelen op de boerderij minder gewenst is.

Op de loodsen liggen in totaal 70 zonnepanelen die bijdragen aan een duurzame energievoorziening. 2.3.2

Omgevingsvisie Utrecht

In de omgevingsvisie staat wat het gemeentelijke beleid is voor de 'fysieke leefomgeving'. Dit is de omgeving waarin we wonen, werken en recreëren. De ondergrond, de lucht en het water maken deel uit van de leefomgeving, maar ook de gebouwen, bestrating en planten. De omgevingsvisie bevat drie niveaus: 1.

2.

3.

De koers: het beleid voor de lange termijn. Utrecht kiest voor een gezonde groei als koers voor de lange termijn. Utrecht groeit van een gemeente met 340.000 inwoners in 2016 naar ongeveer 410.000 inwoners in 2030. Daarom bouwen we de komende jaren duizenden woningen. Bij het bouwen van nieuwe woningen staan gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. De gemeente wil de woningen binnen het stedelijk gebied bouwen en daarbij flink investeren in de openbare ruimte en voorzieningen. Thematisch beleid: het gemeentelijke beleid over een bepaald onderwerp. Het thematisch beleid, ook wel sectoraal beleid genoemd, beziet een bepaald aspect van de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld geluidhinder, verkeer of bodemkwaliteit. Deze aspecten vertegenwoordigen een belang dat door het gemeentebestuur wordt meegewogen, als het bestuur een besluit neemt over een activiteit die invloed kan hebben op de fysieke leefomgeving. Bij het bouwen van een nieuwe woonwijk, onderzoekt de gemeente of dat wel kan gezien de geluidhinder rond die woonwijk, of het verkeer wel goed afgewikkeld kan worden en of de bodemgesteldheid het bouwen van woningen toelaat. De uitkomst van dat onderzoek kan bijvoorbeeld zijn dat de gemeente het bouwen niet gaat toestaan of onder bepaalde voorwaarden. Gebiedsbeleid: beleid dat alleen in een bepaald gebied geldt.

In gebiedsbeleid staat wat de gemeente in een gebied, wijk of buurt wil. De koers en het thematische beleid worden vertaald in beleid voor dat gebied, voor zover dat mogelijk is. Uit het gebiedsbeleid kan afgeleid worden welke veranderingen de gemeente wil toestaan en welke waarden in het gebied behouden moeten blijven.

De omgevingsvisie is digitaal te raadplegen via: www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/beleid/omgevingsvisie/. Niet alle gemeentelijke beleidskaders hebben betrekking op het plangebied. Hieronder worden daarom alleen de relevante beleidskaders nader toegelicht.

1 8 bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

Utrecht

2.3.2.1 De koers Het ruimtelijke beleid voor de langere termijn is vastgesteld in de Ruimtelijke Strategie 2040 'Utrecht dichtbij: de tien-minutenstad' (hierna: RSU 2040). De RSU 2040 is één van de koersdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht. Daarmee maakt de RSU 2040 deel uit van één van de instrumenten van de Omgevingswet, die op 1 juli 2022 in werking treedt. Dat betekent dat de ambities uit de RSU 2040 doorwerken in de regels die vanaf 1 juli 2022 in het omgevingsplan zullen worden vastgelegd. De RSU 2040 is op 15 juli 2021 in 2016 vastgesteld en bevat uitgangspunten voor een gezonde groei en ontwikkeling van de stad in 2040. In de strategie verbinden we belangrijke thema's met elkaar, zoals mobiliteit, economie, voorzieningen, wonen, energie, groen, sport en ontspanning en werk. Ook is beschreven hoe Utrecht zich kan ontwikkelen tot tien-minutenstad. Daarmee zorgt de gemeente ervoor dat de groei van het aantal inwoners en woningen in balans blijft met een toename van groen in de stad, met een groei van banen en voorzieningen, met een passende infrastructuur voor verkeer en vervoer en met de ambities op basis van de energietransitie. Om bij de groei de specifieke kwaliteiten van de stad te behouden, kiezen we ervoor een stad te zijn waarin alle belangrijke functies voor dagelijks gebruik dichtbij de woon- en werkomgeving te vinden zijn: Utrecht, de tien-minutenstad.

Daarbij zijn twee hoofdstructuren leidend voor het ordenen van de nieuwe plekken in de stad, namelijk de groenstructuur en de mobiliteitsstructuur. Groen, landschap en water in en rond de stad zijn een voorwaarde voor gezonde stedelijke ontwikkeling, voor groenbeleving en recreatie, maar ook voor bijvoorbeeld klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarmee wordt de bestaande stad ook versterkt. Er worden functies toegevoegd en de kwaliteit van de stad wordt verbeterd. We maken de keuze om de groei van de stad op een aantal plekken in de stad te concentreren, waar hoge bouwvolumes worden gerealiseerd. Daarmee verandert Utrecht van een stad met één centrum naar een stad met meerdere centra. Op deze nieuwe knooppunten komen veel verschillende stedelijke functies samen: een mix van wonen, werken, voorzieningen en groen. Hierdoor beperkt de gemeente ook de groei van het aantal vervoersbewegingen. De Merwedekanaalzone, het Jaarbeursterrein en Leidsche Rijn zijn gebieden waar komende jaren veel gebouwd wordt. Maar er wordt ook gebouwd op kleinere plekken, zoals bij de 2e Daalsedijk en het Kruisvaartterrein. Ook in de binnenstad, het stationsgebied, het Utrecht Science Park, Leidsche Rijn Centrum en Papendorp is ruimte voor extra woningen, winkels en bedrijven. En voor cultuur en maatschappelijke instellingen.

Omdat er met de met de ambities van de RSU 2040 veel geld gemoeid gaat, is in de RSU 2040 ook een investeringsstrategie opgenomen. Daarnaast is een uitvoeringsstrategie opgesteld, waarin staat welke ontwikkelingen als eerste plaatsvinden en in welke tijdsvolgorde de stad zich tot 2040 ontwikkelt. Ook heeft de gemeenteraad op 12 maart 2020 het koersdocument Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen vastgesteld. Hierin staan de ontwikkelopgaven voor scholen, sportplekken en andere maatschappelijke voorzieningen. Het document Gezondheid voor iedereen, volksgezondheidbeleid 2019-2023 is ook onderdeel van de koers. Zie hiervoor paragraaf 2.3.2.2.6. Plangebied De koers ziet toe op het bouwen van woningen binnen het stedelijk gebied. De koers heeft in die zin geen betrekking op de ontwikkeling in het plangebied. Met de aanwezige zonnepalen wordt een bijdrage geleverd aan duurzaamheid. 2.3.2.2

Thematisch beleid

2.3.2.2.1 Wonen Woonvisie Utrecht beter in balans De woonvisie Utrecht beter in balans is op 18 juli 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. In de woonvisie zijn de punten van het collegeakkoord verwerkt. Daarin streven we naar goede betaalbare duurzame woningen in gemengde wijken. De horizon voor de visie op de Utrechtse woningmarkt is 2040. Onze ambities vragen meerjarige inzet en meervoudig sturen. Vanuit die visie en aanpak zijn voor de korte termijn vijf speerpunten en bijbehorende activiteiten benoemd en uitgewerkt die we volgen en zo nodig tussentijds bijstellen. Voor de komende jaren zijn dat: Versnellen en (langdurig) verhogen bouwproductie; We benutten de groei van onze stad om onze partners te stimuleren de bouwproductie hoog te houden om aan te sluiten op de gezamenlijke ambities. Daarmee werken we naar streefpercentages voor de lange termijn. Meer gemengde wijken; De Utrechtse wijken krijgen meer een mix van woonsegmenten waar sociale huur tot duurdere koopwoningen zijn te vinden. Doorstroming; bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

19

Gemengde projecten, verhuisketens en toename van kwalitatief goede woningen in de middencategorie zorgen voor een betere doorstroming. Een (t)huis voor iedereen; We streven naar een passend woningaanbod binnen een redelijke termijn voor alle (toekomstige) inwoners van Utrecht, ook voor de mensen die daar (tijdelijk) zelf niet in kunnen voorzien. Duurzaamheid en toekomstbestendigheid; We bouwen aan een duurzamere woningvoorraad en richten ons op thema's als energieneutraliteit en terugdringing gasaansluitingen. Plangebied Vrijkomende agrarische bedrijfspercelen bieden aan een specifieke doelgroep een passende woonvorm. Huisvestingsbeleid, woningvorming en omzetting Het beleid voor het omzetten, onttrekken, samenvoegen, woningvormen en kadastraal splitsen van woningen is per 1 juli 2019 gewijzigd met de inwerkingtreding van de nieuwe Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht en de uitwerking hiervan in de beleidsregels Wijziging samenstelling van de woningvoorraad (woningsplitsen en omzetten). Omdat er in Utrecht schaarste is in alle segmenten van de woningvoorraad en daarnaast de leefbaarheid in alle wijken onder druk staat, heeft de gemeenteraad met de nieuwe Huisvestingsverordening de gehele woningvoorraad als vergunningplichtig aangewezen.

Omdat is gebleken dat ongereguleerde omzetting en vorming van woningen kan leiden tot een aantasting van het woon- en leefklimaat, wordt daarnaast in lijn van het bestemmingsplan 'Chw Algemene regels voor bouwen en gebruik' in alle bestemmingsplannen een regeling opgenomen voor omzetting en woningvorming. In verband met een goede ruimtelijke ordening worden regels gesteld die zien op een goede kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Deze regels werken aanvullend op het Bouwbesluit, waarin veiligheid en gezondheid geregeld zijn en op de Huisvestingsverordening 2019 die gericht is op het beheer van een goede woningvoorraad. De beleidsregels 'Wijziging samenstelling van de woningvoorraad (woningsplitsen en omzetten)' zien onder meer op het beoordelen van de gevolgen voor het woon- en leefklimaat, enerzijds door de eisen met betrekking tot de minimale omvang van woningen en anderzijds door het in beeld brengen van de gevolgen van extra woningen binnen de context van de bestaande situatie. De bestemmingsregeling kan daarom nauw aansluiten bij de wijze waarop het beleid over omzetting en woningvorming is neergelegd in die beleidsregels. Plangebied In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor woningvorming, splitsen en omzetting. Het huisvestingsbeleid vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

Vitale stadswijken, functiemengingin woonwijken (2013) In de notitie 'Vitale Stadswijken, functiemenging in woonwijken' is uitgewerkt hoe binnen de woonwijken met functiemenging om zal worden gaan. Het doel van de notitie is de beleidsrichting aan te geven en randvoorwaarden te scheppen voor het faciliteren van meer functiemenging in woonwijken en het bieden van een toetsingskader voor initiatieven in afwijking op het bestemmingsplan. Plangebied In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor aan-huis-verbonden bedrijf en bed- en breakfast, waardoor enige functiemenging mogelijk is. De notitie 'Vitale Stadswijken, functiemenging in woonwijken' vormt geen belemmering voor onderliggend bestemmingsplan. 2.3.2.2.2 Natuur GroenstructuurplanUtrecht 'Stad en land verbonden' en 'Actualisatie van Groenstructuurplan Utrecht' De gemeente Utrecht wil het groen in de stad voor iedereen bereikbaar houden en de kwaliteit verbeteren. Grote groengebieden en belangrijke groene verbindingen wil de gemeente verder ontwikkelen, verbeteren en beschermen. Groen maakt een stad leefbaar, mooi en het is goed voor het milieu. Woont u in Utrecht? Dan willen we bijvoorbeeld dat u een mooie fietstocht kunt maken langs een groene route. Of dat u kunt ontspannen in een mooi park. Veel groen is ook aantrekkelijk voor bezoekers van de stad.

In het groenstructuurplan Utrecht Stad en land verbonden is dit verwoord in 3 ambities: meer groen om de stad sneller naar buiten 2 0 bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

Utrecht

beter groen in de stad Het groenstructuurplan van 2007 is bijgewerkt in de actualisatie groenstructuurplan Utrecht 2017 – 2030. Naast de 3 ambities ligt de nadruk meer op hoe we groen inzetten voor de gezonde stad. En hoe groen ons helpt om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Dit plan is op 8 maart 2018 door de gemeenteraad vastgesteld. De groei van de stad vraagt om het vastleggen van de plekken die we groen willen houden in en om de stad, zodat bij ontwikkelingen daar rekening mee gehouden kan worden en het groen zoveel mogelijk beschermd kan worden. Daarnaast vraagt de groei van het aantal inwoners in de stad om ontwikkeling van nieuw groen, goede recreatieve en groene verbindingen en het verbeteren van bestaand groen. De groengebieden die we extra beschermen zijn geselecteerd op basis van ecologische, landschappelijke, recreatieve of cultuurhistorische kwaliteiten. Deze gebieden staan aangegeven op de kaart in het groenstructuurplan. Als in die gebieden plannen zijn waardoor groen verdwijnt, moet de gemeenteraad daar eerst over beslissen. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning toetst de gemeente concreet of deze in de groenstructuur ligt. Plangebied In de visie op de stedelijke groenstructuur Utrecht 2030 is het plangebied weergegeven als wenselijke verbinding. Zie navolgende verbeelding.

Afbeelding 3: Positie binnen visie stedelijke Groenstructuur Met het versterken van de groene inpassing van het plangebied wordt de groenstructuur ter plaatse verstevigd. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het groenstructuurplan. Bomenbeleid Utrecht (2009) De nota Bomenbeleid Utrecht is in 2009 vastgesteld. Een van de belangrijkste doelen van het Utrechtse bomenbeleid is een samenhangende bomenstructuur voor de stad te verbeteren en te ontwikkelen, gebaseerd op cultuurhistorische, ruimtelijke en ecologische uitgangspunten en milieu. Voor 2030 zet de gemeente in op het behoud en de ontwikkeling van de bomenstructuur. Dit zal gebeuren door twee beleidsdoelstellingen: Waar mogelijk ontbrekende bomen in de bomenstructuur aanvullen om zo een samenhangende structuur te creëren. Dat betekent bij de ruimtelijke plannen in de komende jaren bezien waar bomen kunnen worden toegevoegd om zo de bomenlanen en pleinen te completeren. Daarnaast bij ingrepen in de huidige structuur op basis van een goed programma van eisen de structuur weer aanvullen; bestemmingsplan "Nedereindseweg 543, Rijnenburg" (vastgesteld)

21

De bomenstructuur verder verbeteren door extra zorg aan beheer en onderhoud te besteden. Dit kan resulteren in extra zorg bij aanplanting van bomen, bij groeiplaatsen van oudere bomen, bij de verzorging van de bomen in de jeugdfase en bij bomenziekten. Sinds 1 januari 2007 kennen alle gemeentelijke ruimtelijke plannen in de stad een bomenparagraaf. De bomenparagraaf biedt vanaf het begin en in alle fasen van een planproces de mogelijkheid een belangenafweging te maken over de gevolgen van een ruimtelijk plan voor bomen. Plangebied De bestaande groene kwaliteit van het plangebied wordt met name gevormd door de groene invulling van het voorterrein en de haag aan de oostzijde langs de kavelgrens. Deze elementen worden in de toekomstige situatie versterkt door de aanplant van nieuw groen (waaronder bomen). Zie hiervoor ook paragraaf 5.11. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het bomenbeleid. 2.3.2.2.3 Bouwen Welstandsnota Utrecht 'De schoonheid van Utrecht' (2004) In de Welstandsnota Utrecht "De schoonheid van Utrecht", welke in juli 2004 is vastgesteld, is geformuleerd op welke wijze het welstandsbeleid van de gemeente Utrecht uitgevoerd zal worden. Dit betreft vanzelfsprekend de welstandstoetsing van vergunningplichtige bouwwerken en toetsing op basis van de loketcriteria.

De nota, die verplicht is om welstandsbeleid te kunnen voeren, kent de volgende doelen: het plaatsen van de welstandsbeoordeling binnen een inhoudelijk, objectief kader waarmee de rechtszekerheid voor de initiatiefnemer wordt gediend; het verhogen van de kwaliteit van de welstandsadvisering; het vastleggen van efficiënte en transparante procedures voor de welstandszorg; het bieden van meer samenhang in het beleid dat zich richt op het uiterlijk van de stad. Voor vergunningplichtige bouwwerken geldt het volgende: op basis van een gebiedsgerichte analyse per buurt of wijk worden in hoofdlijnen een ruimtelijke karakteristiek gegeven; ambities worden vertaald in beleidsniveaus per gebied; deze beleidsniveaus zijn: behoud, respect en open; de drie niveaus onderscheiden zich onderling in mate van vrijheid in omgaan met de bestaande structuur en architectuur; algemeen geldende beoordelingscriteria verschillen alleen per beleidsniveau en niet per gebied. Plangebied Het plangebied is aangeduid met het beleidsniveau 'behoud'. Behoud en herstel van het aanwezige bebouwingsbeeld en versterken van de bestaande of historisch bepaalde karakteristiek van stedenbouwkundige, architectonische, landschappelijke of cultuurhistorische aard.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=d13ec3a0-9b4b-4ab8-a2c7-ec51f0cdc3bc