CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Johan Wagenaarkade 1-10 bis, Halve Maan-Zuid_Toelichting.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 10 februari 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Johan Wagenaarkade 1-10 bis, Halve Maan-Zuid31.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarnaast is er ook ruimte voor biodiversiteit, dit versterkt de natuurbeleving en daarmee indirect de gezondheid. Plangebied In paragraaf 5.16 van dit plan wordt verder ingegaan op het onderdeel gezondheid in het plangebied.

bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

21

2.3.2.2.7 Bodem, ondergrond en water Nota Bodembeheerplan 2017-2027 'Grondig Werken 4' (2017) en Aanvulling Nota Bodembeheerplan 2017-2027 beleid PFAS (2020) In 2017 is de Nota Bodembeheer 2017-2027 'Grondig Werken 4' vastgesteld. De Nota bodembeheer 2012–2022 is met de voorliggende Nota bodembeheer 2017-2027 geactualiseerd. Utrecht groeit en er wordt zowel in de stad als aan de randen veel gebouwd. Door deze bouwinitiatieven kan de vraag naar bouwgrond periodiek groot zijn. We willen voorkomen dat deze bouwgrond van elders (vaak over lange afstand) wordt aangevoerd. De aanpak in de Nota Bodembeheer 2017 – 2027 zorgt ervoor dat de benodigde grond duurzaam uit de eigen en uit omliggende gemeenten in de regio kan komen, wat bijdraagt aan een gezonde verstedelijking en een circulaire economie. In 2020 is de Nota uitgebreid met een aanvullende nota over PFAS-stoffen. Daarbij is de ambitie om maximaal voordeel te behalen voor mens en milieu, efficiënter te werken (goedkoper, kortere doorlooptijden) en werk met werk te maken. In de Nota bodembeheer staat hoe beschikbare vrijgekomen grond en baggerspecie op en in de landbodem van de gemeente Utrecht mag worden opgeslagen, hergebruikt of toegepast en welke regels en procedures hierbij gelden. De nota is bedoeld voor professionele partijen.

De gemeente Utrecht volgt zoveel mogelijk het algemene landelijke beleid zoals dat is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit. Dit landelijke beleid past echter niet in elke lokale situatie. De wetgever heeft het mogelijk gemaakt om lokaal beleid toe te staan. In Utrecht speelt, naast de grote vraag naar bouwgrond, mee dat gebiedseigen grond niet altijd kan worden hergebruikt en dat er te weinig hergebruiksmogelijkheden zijn. De lokale gebiedsgerichte invulling sluit aan bij de functie, kwaliteit en ontwikkelingen van een gebied. De nota is hierdoor ingedeeld in: gebiedsspecifiek beleid, ander gemeentelijk beleid en landelijk beleid. Het gebiedsspecifieke beleid bestaat uit: een uitbreiding van het beheergebied en acceptatie van bodemkwaliteitskaarten uit omringende gemeenten; lokale maximale waarden op gebiedsniveau om zo gebruik te maken van de toegestane kwaliteit die past bij de bodemfunctie. Het betreft enkele wijken van Leidsche Rijn en de gemeentelijke hoofdwegen aan de oostzijde van de stad. Met deze lokale maximale waarden sluiten we aan bij de (toekomstige) woonfunctie van de wijken of industriefunctie van de hoofdwegen; lokale maximale waarden voor de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB's) en organochloor bestrijdingsmiddelen (OCB's) binnen bepaalde gebieden.

Bij beide stofgroepen is met de lokale maximale waarden aangesloten bij de gebiedseigen kwaliteit; lokale maximale waarden voor het Noorderpark. Aangesloten is bij de gebiedseigen kwaliteit; een strengere eis met betrekking tot het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; lokale maximale waarden voor de stofgroep PFAS, waarbij de gehele gemeente als één zone wordt beschouwd. Deze waarden gelden voor de bovenste meter. Ander gemeentelijk beleid bestaat uit: strengere onderzoekseisen bij bodemonderzoek en hergebruik van arseenhoudende veenlagen afkomstig van bodemlagen dieper dan 2 meter; een strengere eis met betrekking tot het volumepercentage bodemvreemd materiaal bij het toepassen van grond; regels voor het toepassen van grond met zichtbare asbestdeeltjes (dit is geen verplichting, maar een advies. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie en verplicht zichzelf wel) ; regels voor het toepassen van grond vanuit diepere bodemlagen; tijdelijke uitname van grond bij kabels- en leidingen cunetten (uitgravingen). Verminderde onderzoeksinspanning voor gebieden met een verhoogde kans op bestrijdingsmiddelen. Landelijk beleid geldt voor alle andere gebieden en stoffen die niet onder het gebiedsspecifiek beleid of ander gemeentelijk beleid vallen. Plangebied In het plangebied is historisch vooronderzoek uitgevoerd.

Op basis van de beschikbare bodemonderzoeksgegevens blijkt dat de bodem op de locatie niet noemenswaardig verontreinigd is en bestaat ten aanzien van de bodemkwaliteit geen belemmering voor de toekomstige bestemming. Na sloop van de opstallen dient er aanvullend onderzoek te worden gedaan ter plaatse van de gesloopte opstallen. In paragraaf 5.9 van dit plan wordt verder ingegaan op het onderdeel bodem in het plangebied.

2 2 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Plan Gemeentelijke Watertaken 2016-2019 Het Plan Gemeentelijke Watertaken beschrijft de invulling van de wettelijke gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Ook de wijze van beheer van oppervlaktewater wordt beschreven. Op basis van de zorgplichten heeft de gemeente op het gebied van water de volgende taken: 1. 2. 3. 4.

een veilige inzameling en transport van afvalwater, zonder risico's voor de volksgezondheid en het milieu; het inzamelen en verwerken van hemelwater zonder dat er wateroverlast optreedt; het voorkomen en verminderen van structurele grondwateroverlast; het samen met de waterschappen realiseren van veilig, gezond en aantrekkelijk oppervlaktewater waarlangs het goed wonen, werken en recreëren is.

Plangebied Het plangebied ligt aan de zuidkant van de Johan Wagenaarkade tussen de Petristraat en de Hendrika van Tussenbroeklaan. In paragraaf 5.12 van dit plan wordt verder ingegaan op het onderdeel water in het plangebied. 2.3.2.2.8 Energie Utrecht: energiek middelpunt van het land, Energieplan Utrecht en duiding van het college bij het Energieplan (2016) en de Utrechtse Energieagenda's 2016 - 2019 De gemeenteraad heeft op 14 januari 2016 het Energieplan besproken en het document Duiding van het College bij het Energieplan vastgesteld. Deze documenten geven samen richting aan het energiebeleid in Utrecht voor de komende jaren. Het Energieplan is door 165 Utrechters opgesteld en hierbij stond de volgende vraag centraal: realiseer een klimaatneutraal Utrecht. Aan de hand van de onderwerpen wonen, werken, vervoer en centrale energievoorziening in Utrecht zijn, om dit te bereiken, te nemen maatregelen geformuleerd. Bewustwording via het verbeteren van informatievoorziening is hierbij belangrijk en de gemeente heeft een grote en pro-actieve rol bij de overgang naar duurzame energie. In het najaar van 2015 zijn de Utrechtse Energieagenda's verschenen, welke een vervolg zijn op het Energieplan en de duiding daarop van het college. Hierin worden de concrete gemeentelijke werkzaamheden gepresenteerd en de inzet van middelen welke leiden tot een klimaatneutraal Utrecht richting 2030.

Om deze ambitie te bereiken zijn de volgende ambitieuze doelstellingen voor 2020 geformuleerd: 20% C O2-reductie ten opzichte van 2010; 20% van het totale energieverbruik wordt duurzaam opgewekt; 10% van de daken zijn voorzien van zonnepanelen. Met het coalitieakkoord 'Utrecht: Ruimte voor iedereen' (2018) zijn voorgaande doelstellingen vervangen. Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn en om hiertoe te komen worden de volgende stappen genomen: de gemeentelijke energie-inkoop is in 2020 volledig verduurzaamd; in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; in 2030 is het Utrechtse systeem van stadsverwarming verduurzaamd; in 2030 zijn minimaal 40.000 bestaande woningen van het gas af; het gemeentelijke vastgoed is in 2040 volledig verduurzaamd. Plangebied In paragraaf 5.18 van dit plan wordt verder ingegaan op het onderdeel energie in het plangebied. Visie op de warmtevoorziening (2017) Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad de Visie op de warmtevoorziening vastgesteld. De CO2-uitstoot in onze stad wordt voor een derde veroorzaakt door het verwarmen van huizen en gebouwen met aardgas (inclusief de stadsverwarming). Ook gebruiken gebouwen op dit moment relatief veel warmte door een lage isolatiegraad en installaties met een laag rendement.

Om de doelstelling te behalen om als Utrecht in 2030 klimaatneutraal te zijn, is een omschakeling naar een duurzame warmte- en koudevoorziening nodig. Met het nieuwe coalitieakkoord is de doelstelling opgenomen om zo snel mogelijk klimaatneutraal te zijn en 40.000 bestaande woningen van het gas af te halen. Een duurzame warmtevoorziening kan gerealiseerd worden door de vraag naar warmte te beperken, te stoppen met het gebruik van aardgas en over te stappen op duurzame warmtebronnen. Dit vraagt om ingrijpende aanpassingen in gebouwen, de energieinfrastructuur en door nog meer gebruik te maken van duurzame warmtebronnen. Natuurlijke momenten, op zowel gebouw- als gebiedsniveau, moeten worden benut om de warmtetransitie te versnellen. Een klimaatneutrale warmtevoorziening moet aan de voorwaarden duurzaam, betaalbaar en bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

23

betrouwbaar voldoen. In het door het VNG ondertekende Klimaatakkoord is een nieuwe regierol voor de gemeente vastgelegd. Gemeenten moeten voor eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) en een Regionale Energiestrategie (RES) opstellen. In de Transitievisie Warmte staat hoe de gemeente een aardgasvrije stad gaat maken en welke planning daarvoor wordt gehanteerd. In de TVW staat wanneer we in welke buurt starten met het aardgasvrij maken van gebouwen en het aanpassen van de energie-infrastructuur. In de RES staat hoe Utrecht en haar regiogemeenten invulling gaan geven aan de landelijke energiedoelstellingen in het Klimaatakkoord voor het verduurzamen van de energiebronnen. In de RES staat hoeveel en waar duurzame elektriciteit (wind en zon) in 2030 wordt opgewekt. Ook staat er in de RES welke duurzame warmtebronnen te gebruiken zijn zodat buurten van het aardgas af kunnen. Beide documenten worden in de Omgevingsvisie verankerd. De landelijke wet- en regelgeving wordt hiervoor de komende tijd aangepast. Plangebied In paragraaf 5.18 van dit plan wordt verder ingegaan op het onderdeel duurzaamheid in het plangebied. 2.3.2.3 Bouwenvelop Johan Wagenaarkade 1-10 bis Op 9 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders de bouwenvelop Johan Wagenaarkade 1-10 bis vastgesteld.

De bouwenvelop beschrijft onder andere de uitgangspunten van de ontwikkeling, het beleidskader en de haalbaarheid van het plan en vormt de basis voor het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voldoet aan de bouwenvelop. Daar waar in de bouwenvelop het onderdeel bomen niet is opgenomen, wordt deze in de bomenparagraaf in het bestemmingsplan uitvoerig onderbouwd. 2.3.3

Overig gemeentelijk beleid

De Utrechtse Erfgoedagenda (2013) De Utrechtse Erfgoedagenda is in 2013 vastgesteld. Utrecht heeft veel erfgoed. Van bewoningssporen uit de bronstijd tot naoorlogse bouwkunst in wijken als Kanaleneiland en Overvecht. Utrecht is een van de oudste steden van Nederland en dat is overal terug te vinden. Utrecht is in de afgelopen decennia zo zorgvuldig mogelijk met het erfgoed omgegaan. En zal dit blijven doen. De Utrechtse Erfgoedagenda beschrijft het beleid, de projecten en de aandachtsgebieden met betrekking tot monumenten, archeologie en architectuur- en bouwhistorie en de mate waarin deze objecten toegankelijk zijn voor publiek. Plangebied Het plangebied ligt aan de zuidkant van de Johan Wagenaarkade tussen de Petristraat en de Hendrika van Tussenbroeklaan en maakt onderdeel uit van de wederopbouwwijk Halve Maan die samen met 30 andere gebieden door de Rijksdienst van Cultureel Erfgoed is aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol. In paragraaf 3.2 van dit plan wordt hier verder op ingegaan. Geluidnota Utrecht 2014-2018 (2014) De Geluidnota Utrecht 2014-2018 is op 11 februari 2014 vastgesteld. Dit beleid gaat over het beperken en minimaliseren van geluidhinder bij ruimtelijke ontwikkelingen in Utrecht. De Geluidnota heeft betrekking op weg-, rail- en industrielawaai. Hiervoor is landelijke wet- en regelgeving van toepassing.

Daarbinnen is echter ook ruimte voor gemeentelijke beleidsvrijheden. In de Geluidnota wordt aangegeven hoe hier mee wordt omgegaan. De belangrijkste regels uit de Geluidnota zijn: nieuw te bestemmen woningen beschikken over een geluidsluwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch goede woningindeling; behoud van goed akoestisch woon- en leefklimaat in rustige woonwijken bij bestemmen van nieuwe woningen en bedrijven in elkaars nabijheid. Ook onderwerpen, die meer algemeen onder het begrip "een goede ruimtelijke ordening" vallen, worden in de Geluidnota beschreven. Plangebied Het plangebied ligt binnen de (wettelijke) geluidszones van de rijkswegen A2 en A12, de Joseph Haydnlaan en het gezoneerde industrieterrein Hooggelegen. Daarnaast ligt het binnen de invloedssfeer van vaarverkeer over het Amsterdam-Rijnkanaal en meerdere 30km/u wegen. In het plangebied is in het kader van de Wet geluidhinder en een goede ruimtelijke ordening 2 4 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de optredende geluidsbelastingen en de uitkomst van dit onderzoek is dat er sprake is van een acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat. In paragraaf 5.4 van dit plan wordt verder ingegaan op het onderdeel geluid in het plangebied. Nota externe veiligheid (2007) De Nota externe veiligheid, welke in 2007 is vastgesteld, gaat in op het beleid van de gemeente Utrecht voor de beheersing van risico's als gevolg van het werken met gevaarlijke stoffen in inrichtingen (bedrijf, productielocatie of kantoor) en het vervoer van gevaarlijke stoffen. De genoemde risico's zijn veiligheidsrisico's voor mensen die zich in de buurt van de inrichting of het transport bevinden. De beleidskeuzes hebben betrekking op nieuwe situaties, waarin een risicobron zich vestigt of uitbreidt of een risico-ontvanger, zoals een woning, planologisch mogelijk wordt gemaakt. De randvoorwaarden en regels zijn vertaald in afstandseisen tussen risicobronnen (bedrijven, transportroutes (weg, spoorweg, vaarweg) of buisleidingen) en omgevingsobjecten. De gemeente Utrecht kiest ervoor om geen zwaardere veiligheidseisen op te leggen dan die vermeld staan in de risiconormering van de rijksoverheid. In sommige gevallen biedt de rijksregelgeving ruimte tot afwijken van de normering. In de Nota spreekt de gemeente zich uit om terughoudend om te gaan met de mogelijkheid tot afwijken.

Plangebied Het plangebied ligt op 25 meter van het Amsterdams Rijnkanaal (ARK) Voor het aspect externe veiligheid zijn onderzoeken uitgevoerd om na te gaan of er vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmering of risico's zijn voor de herontwikkeling van het plangebied. In de omgeving van het plangebied is een beperkt aantal risicobronnen aanwezig. In paragraaf 5.6 van dit plan wordt verder ingegaan op het onderdeel externe veiligheid in het plangebied.

2.4

Conclusie

De ontwikkeling van de Johan Wagenaarkade 1-10bis past binnen het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

25

2 6 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 3 3.1

Bestaande situatie

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft inzicht in de huidige situatie in het plangebied en analyseert het gebied in ruimtelijk en functioneel opzicht. Voor zover de verschillende onderdelen van dit hoofdstuk daartoe aanleiding geven, wordt aan het einde van de verschillende paragrafen een aantal conclusies en uitgangspunten voor het bestemmingsplan geformuleerd.

3.2

Beschrijving van het plangebied

Het plangebied is gelegen in de Halve Maan-Zuid dat onderdeel uitmaakt van de wijk Oog in Al en ten westen ligt van de binnenstad van Utrecht. Oog in Al is een driehoekig eiland en het Amsterdam-Rijnkanaal bevindt zich in het westen, het Merwedekanaal in het noordoosten en de Leidsche Rijn in het zuiden. De Halve Maan is in het algemeen te typeren als een woonbuurt. De buurt is in de jaren '50 direct aan het Amsterdam-Rijnkanaal gebouwd. Het middengedeelte van de Halve Maan kent een orthogonaal stratenpatroon ingevuld met gesloten bouwblokken met grondgebonden woningen van twee bouwlagen met een kap. Het bouwblok aan de Johan Wagenaarkade wijkt daar qua vorm duidelijk vanaf. Met haar driehoekige vorm is het duidelijk een passtuk tussen de orthogonale bouwblokkenstructuur van het merendeel van de Halve Maan en het terrein van het voormalig Militair Hospitaal, ten zuiden van de Hendrika van Tussenbroeklaan. Het ensemble bestaat uit verschillende bouwblokken (woningen, een peuterspeelzaal op het binnenterrein en een kerk), die zoals in een tuinwijk gebruikelijk is, voorzien zijn van tuinen en groene erfafscheidingen. De Matthëuskerk is een gemeentelijk monument uit de jaren vijftig en bevindt zich op de kop van het driehoekige bouwblok (aan de oostzijde van het plangebied).

De architectuur van de kerk verschilt van die van de woningen, maar de materialisering (bakstenen en dakpannen komt wel overeen. De kleuren zijn niet exact hetzelfde, maar passen wel goed bij elkaar. Het doorzetten van het gebruik van hagen met terras rondom de bebouwing versterkt de eenheid binnen het ensemble. De karakteristieke Beethovenlaan is de belangrijkste as in het door Berlage (in het Uitbreidingsplan Utrecht 1921) ontworpen plan voor de wijk Oog in Al, die het park Oog in Al verbindt met het Beethovenplantsoen, de kruising met de Josep Haydnlaan met het Hendrika van Tussenbroekplantsoen die eindigt met de voorgevel van de Matthëuskerk. Deze zichtlijn, tussen park en kerk, is groen vormgegeven door bomen en twee plantsoenen, waarmee de as wordt benadrukt.

bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

27

Afbeel ding 3.1 Het plangebied van bovenaf met in het binnengebied een peuterspeelzaal en in het oosten de Matthëuskerk

3.3

Verkeer en parkeren

De route Lessinglaan-Joseph Haydnlaan, die door Oog in Al loopt, is een belangrijke verkeersader door de stad. De doorstroming is zeker in de spitsperioden niet optimaal. Dit resulteert in sluipverkeer via de Johan Wagenaarkade en de Hendrika van Tussenbroeklaan. De voorzijden van de woningen Johan Wagenaarkade 1-10 bis zijn gericht naar de Johan Wagenaarkade en liggen ingepast tussen de Petristraat en Hendrika van Tussenbroeklaan. De woningen zijn met de auto te bereiken via deze drie straten. De Petristraat is eenrichtingsverkeer naar de Johan Wagenaarkade. Het straatbeeld in het plangebied werd gedominieerd door de drie bouwblokken met daarvoor een grote plak asfalt (woningen zijn inmiddels gesloopt). Er is hierdoor veel ruimte voor doorgaand autoverkeer en parkeergelegenheid. Voor voormalige 20 duplexwoningen (zowel de bewoners als bezoekers) zijn er 28 parkeerplaatsen in het openbaar gebied.

3.4

Openbare ruimte

De openbare ruimte ter hoogte van het plangebied is ruim van opzet en deels ingericht met haaks parkeren tussen bomen aan de Johan Wagenaarkade. De huidige situatie wordt gekenmerkt door een matig intensief gebruik van een grote hoeveelheid asfalt. Hierdoor oogt het gebied voor de (voormalige) woningen ruimtelijk gezien weids. Aan de overkant van de zuidkant van de bebouwing verbreedt de groenzone langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Binnen de bouwblokken Johan Wagenaarkade-Petristraat-Hendrika van Tussenbroeklaan bevindt zich een openbaar toegankelijke ruimte. Dit is een driehoekig binnenterrein met groen, bomen, een moestuin en een peuterspeelzaal. Aan de achterzijde van de voormalige woningen aan de Johan Wagenaarkade ligt in de huidige situatie een pad, dat dienst doet als achterpad en ook deze functies op het binnenterrein ontsluit. 2 8 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

3.5

Conclusie

Ter hoogte van de voormalige woningen Johan Wagenaarkade 1-10 bis ligt relatief veel asfalt. Daarnaast is er met name tijdens de spits sprake van sluipverkeer dat gebruik maakt van de Johan Wagenaarkade en Hendrika van Tussenbroeklaan.

bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

29

3 0 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Projectbeschrijving

Het bouwplan speelt in op de ambities van Utrecht, zoals onder andere verwoord in de Ruimtelijke Strategie Utrecht. Het gaat hier om een inbreiding/verdichting in de bestaande stad. Er worden extra sociale, en duurzame, huurwoningen bijgebouwd, met een duidelijke verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte. Het streven is de openbare ruimte beter te benutten en grotere betekenis te geven als plek waar de stad zich presenteert. Gezonde verstedelijking is in alle gevallen het uitgangspunt. Dat betekent focussen op bewegen, welbevinden, perspectief op wonen, werk en opleiding, duurzaamheid. De appartementen zijn lift ontsloten. Dit is een woningtype die nog weinig aanwezig is in de buurt. Met de bouw van deze appartementen verwacht men de senioren te kunnen laten doorstromen, waardoor deze woningen weer beschikbaar komen voor jonge stellen. Passende huisvesting speelt hier dus een belangrijke rol. In het sociale segment maken we hiervoor een inhaalslag. Utrecht kiest hierbij voor gezond stedelijk leven als koers voor de lange termijn. De inbreiding op de Johan Wagenaarkade sluit goed aan bij de uitgangspunten en ambities uit de RSU en gezonde verstedelijking zoals verwoord in hoofdstuk 3, omdat met dit project bijvoorbeeld de openbare parkruimte (Amsterdam Rijnkanaalpark) vergroot wordt. 4.1.1

Programma

Met dit plan worden 54 appartementen mogelijk gemaakt. Alle woningen vallen in het sociale huursegment. Er worden voornamelijk twee- en driekamerappartementen mogelijk gemaakt, die geschikt zijn voor één- en tweepersoonshuishoudens. Er zullen 26 wooneenheden van circa 62 m2, 26 wooneenheden van circa 70 m2 en 2 wooneenheden van circa 80 m2 worden gebouwd verdeeld over 3 appartementengebouwen. Het centrale appartementengebouw bestaat uit 5 woonlagen, met een flauw hellend zadeldak, met een terug liggende gevel (op de derde laag) aan de zijde van de binnenstraat. Het dak is gedraaid ten opzichte van de huidige situatie. De appartementengebouwen op de hoeken bestaan uit 4 woonlagen met een flauw hellend zadeldak, met terug liggende gevel (op de derde laag) aan de bestaande zijstraten. De verkavelingsrichting is vergelijkbaar met de huidige bebouwingsstructuur, behalve dat de nieuwe binnenstraat een publiek karakter zal hebben omdat hier de voordeuren komen. Hierdoor wordt de strikte scheiding tussen privé en openbaar wat minder hard in het nieuwe plan. Ook wordt het middelste blok naar voren geschoven, richting het Amsterdam-Rijnkanaal, in plaats van terugliggend zoals in de oorspronkelijke situatie.

bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

31

Afbeelding 4.1: Stedenbouwkundig plan 4.1.2

Stedenbouwkundig plan

Het plangebied en de naastgelegen bebouwing sluit, qua architectuur en materialisering, aan op de Halve Maan zuid en de vooroorlogse plannen. In het nieuwe plan wordt met een voor de buurt nieuwe bebouwingstypologie gewerkt, maar blijft door de zorgvuldige inpassing de impact op het bestaande beeld beperkt. De hagen die het huidige ensemble omsluiten worden aan de buitenzijde van de nieuwbouw doorgezet, zodat er ook in de nieuwe situatie zo veel mogelijk eenheid blijft in het stedenbouwkundige ensemble. Ook de kleuren en materialisering van de nieuwbouw wordt afgestemd op de samenhang met de bestaande bebouwing. In het nieuwe plan wordt de bebouwingswand aan de Johan Wagenaarkade bestaande uit 3 rijen duplexwoningen gesloopt (zijn inmiddels gesloopt) en vervangen door drie grotere en meer alzijdige volumes, die van binnenuit het blok ontsloten worden, de ontsluitingsweg aan de voorzijde verdwijnt. De bebouwing wordt ontsloten vanaf een binnenstraat binnen het stedenbouwkundige ensemble, waar nu het achterpad ligt. De bouwblokken krijgen een secundaire entree aan de zijde van het Amsterdam Rijnkanaal. Zodat bewoners hier direct naar buiten kunnen, en er vanuit de parkruimte een gevoel van voorkanten ontstaat.

Doordat de ontsluiting voor verkeer op het achterterrein plaatsvindt, komen de bouwblokken in het park te staan en grenzen ze aan een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte. De ontwikkeling sluit hiermee rechtstreeks aan het op het Rondje Stadseiland. Dit is een belangrijke stedenbouwkundige voorwaarde om hier verdichting toe te staan. De nieuwbouw bestaat uit 3 alzijdige volumes bestaande uit 4 lagen op de hoeken en 5 lagen voor het middelste gebouw. De gebouwen op de hoeken liggen terug ten opzichte van de (rooilijnen van) bestaande bebouwing aan de Petristraat en de Hendrika van Tussenbroeklaan, waardoor deze beperkt impact hebben. Bovendien zit er een opbouw in de gevels aan deze zijden, waardoor de gevels van het aan de straat gelegen deel lager zijn (3 lagen met een flauw hellend zadeldak) en zich goed verhouden tot de gevelhoogten van de bestaande naastgelegen bebouwing (van 2 lagen met een zadeldak). De maximale bouwhoogte van het centraal gelegen gebouw bestaat uit 5 bouwlagen, zodat de bebouwing vanuit de As van Berlage grotendeels achter de 12 meter hoge Matthëuskerk wegvalt en het beeld vanaf de Beethovenlaan niet ingrijpend verandert.

3 2 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Afbeelding 4.2: Toekomstige bouwmassa, met terugliggende bouwlagen

4.2

Verkeer en openbare ruimte

4.2.1

Verkeer

Opheffen wegvak en knip Het opheffen van de verbinding tussen de Johan Wagenaarkade en de Hendrika van Tussenbroeklaan en het aanbrengen van de knip hebben gevolgen voor de ontsluiting van zowel Halve Maan-Zuid als Halve Maan-Noord. Het verkeersbeleid van de gemeente Utrecht is erop gericht het verkeer zo snel mogelijk naar ontsluitingswegen te leiden en woonstraten te ontlasten. De gewijzigde verkeerscirculatie en het realiseren van de knip dragen hieraan bij, verminderen de verkeersintensiteit in de wijk als geheel, voorkomt sluipverkeer door de wijk en onveilige situaties als gevolg van te hard rijden. Deze verkeersgevolgen zijn hieronder toegelicht. Ontsluiting Halve Maan-Zuid Doordat de verbinding tussen de Petristraat en de Hendrika van Tussenbroeklaan niet terugkomt vervalt de Hendrika van Tussenbroeklaan als ontsluitingsweg voor de wijk. De toekomstige ontsluiting is weergegeven op onderstaande afbeelding.

bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

33

Afbeelding 4.3: Situatie toekomstige ontsluiting Halve MaanZuid. Het rode kruis geeft bij benadering de locatie van de 'knip' aan. Voor de beoordeling van de ontsluiting van de wijk zijn de huidige en toekomstige intensiteiten beoordeeld. Hiervoor is het verkeersmodel van de gemeente Utrecht gebruikt. Dit model bevat een berekening (prognose) van de hoeveelheid verkeer op basis van de aanwezige functies (wonen, winkels, onderwijs, etc) voor 2030. Op basis van recente ervaring (zeer beperkte toename van het autogebruik binnen de ring van de stad) worden deze getallen ook als representatief voor de huidige situatie gezien. Het model gaat er vanuit dat zowel noord als zuid afzonderlijk ontsloten worden op de Lessinglaan respectievelijk de Joseph Haydnlaan; de grens ligt ter hoogte van de Everard Meijsterlaan (Dafne Schippersbrug). Het model houdt onbedoeld al rekening met een knip ter hoogte van de Dafne Schippersbrug (er is in het model geen relatie tussen het noordelijke en zuidelijke deel van de wijk). In voorbereiding op dit bestemmingsplan is onderzocht of de Petristraat eventueel een andere rol zou kunnen spelen in de ontsluiting van de buurt Halve Maan-Zuid. Zo is gekeken of de rijrichting omgedraaid zou kunnen worden en of het mogelijk is om tweerichtingsverkeer in deze straat toe te staan.

Omdraaien rijrichting Het omdraaien van de rijrichting zou de Catharina van Renneslaan kunnen ontlasten. Een belangrijk nadeel van deze maatregel is dat de Galeslootstraat alle verkeer dat de wijk in wil moet verwerken, terwijl deze straat ook vrij krap is. Ook de Evert Cornelislaan zou beduidend meer verkeer te verwerken krijgen. Gezien het wegprofiel van deze straten en de parkeerdruk en het parkeergedrag 3 4 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

is zijn deze wegen minder geschikt om te dienen als ontsluiting voor grotere delen van de wijk. Tweerichting verkeer De Petristraat is met een breedte van circa 6 meter in principe breed genoeg om verkeer in twee richtingen te faciliteren. Hiermee zou een twee uitgaande route uit de wijk ontstaan, een wens die door een aanzienlijk deel van de bewoners wordt gekoesterd. Belangrijk obstakel zijn echter de geparkeerde voertuigen in de straat. Er wordt momenteel nog aan weerszijden van de weg geparkeerd en er zijn op dit moment geen mogelijkheden om dit parkeren elders op een goede manier in te passen. Verkeersafwikkeling In het gebied tussen de Petristraat en de Catharina van Renneslaan zijn en blijven in de toekomstige situatie circa 250 woningen aanwezig. De bouw van extra woningen aan de Johan Wagenaarkade heeft geen invloed op deze getallen, omdat deze woningen ontsluiten via de Hendrika van Tussenbroeklaan. Deze 250 woningen genereren per huishouden gemiddeld 4,72 bewegingen per etmaal. Dit is een totaal van circa 1200 verkeersbewegingen per etmaal. Dit betekent ongeveer 600 voertuigen de wijk in via de Petristraat en ongeveer 600 voertuigen de wijk uit via de Catharina van Renneslaan. Binnen de wijk zijn immers weinig bestemmingen waarvoor men de auto zal gebruiken. De 54 nieuwe woningen aan de Johan Wagenaankade genereren circa 200 motorvoertuigen.

Ingaand verkeer In de huidige situatie gebruikt ingaand verkeer doorgaans al de Petristraat en de Galeslootstraat. In de toekomstige situatie wijzigt dit feitelijk niet. Deze straten worden naar verwachting rustiger doordat er minder verkeer richting Halve Maan-Noord en richting de woningen Johan Wagenaarkade 1-10bis door deze straten zal rijden. Uitgaand verkeer Voor het uitgaande verkeer verandert er meer. De route Johan Wagenaarkade/Hendrika van Tussenbroeklaan verdwijnt en ook richting het noorden kan men de Johan Wagenaarkade niet meer gebruiken vanwege de knip ter hoogte van de Dafne Schippersbrug. Dit verkeer gebruikt in de nieuwe situatie de Catharina van Renneslaan. Zoals hierboven reeds becijfert komen deze aantallen ongeveer op 600 uit. In landelijke richtlijnen (vanuit het CROW1) is voor dit soort straten een bovengrens van maximaal 1.000 voertuigbewegingen pet etmaal gesteld. Hierbij is uitgegaan van een woonerf (waarbij het uitgangspunt is dat kinderen op straat moeten kunnen spelen) waarmee de leefbaarheid en verkeersveiligheid gegarandeerd kan worden. Gezien de te verwachten verkeersintensiteiten worden daarom geen problemen verwacht op het gebied van leefbaarheid en verkeersveiligheid. Er is sprake van een toename van de hoeveelheid verkeer in de Catharina Van Renneslaan.

Deze toename is een direct gevolg van het aanbrengen van de knip en het opheffen van een deel van de Johan Wagenaarkade. Om deze stijging in perspectief te plaatsen is ook gekeken naar het huidig gebruik. Door de huidige alternatieven is het gebruik van de Catharina van Renneslaan relatief beperkt. Met name bewoners uit deze straat en de Noltheniusstraat gebruiken deze straat. Ook met het extra verkeer blijft het rustige karakter van de straat behouden. De verkeersintensiteiten zijn passend bij een woonstraat. De genoemde intensiteiten doen zich bovendien alleen voor op de drukste momenten in de straat. Hiernaast zullen de Galeslootstraat en de Noltheniusstraat ook een deel van het verkeer verwerken, waardoor de intensiteiten in werkelijkheid in grote delen van deze straten lager zullen liggen dan rekening mee is gehouden. Gebruik door direct aanwonenden Op basis van de verkeerscijfers uit het verkeersmodel en het aantal aanwezige woningen in de Noltheniusstraat en Catharina van Renneslaan is becijferd hoeveel verkeer er nu naar verwachting in de Catharina van Renneslaan rijdt. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen het deel van de Catharina van Renneslaan tussen de Johan Wagenaarkade en de Noltheniusstraat en het deel tussen de Noltheniusstraat en de Joseph Haydnlaan.

Ook voor de Noltheniusstraat is onderscheid gemaakt tussen de woningen die verplicht zijn om via de Catharina van Renneslaan uit te rijden en de woningen die een keuze hebben om eventueel via de Averkamplaan weg te rijden. Van deze laatste groep woningen is aangenomen dat ongeveer twee derde alsnog gebruik maakt van de Catharina van Renneslaan om de wijk te verlaten. Op basis van deze uitgangspunten is het aantal verkeersbewegingen in de Catharina van Renneslaan becijferd op circa 175 verkeersbewegingen per etmaal op het deel tussen de Noltheniusstraat en de Joseph Haydnlaan en op het gedeelte tussen de Johan Wagenaarkade en de bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

35

Noltheniusstraat op circa 90 verkeersbewegingen. Ander gebruik Ook andere wijkbewoners gebruiken de Catharina van Renneslaan. Bijvoorbeeld om de winkels aan de Händelstraat te bereiken of om de Joseph Haydnlaan te bereiken. Naar schatting gaat het hier om circa 50 tot 100 voertuigen per etmaal. Totaal gebruik Het totale gebruik van de Catharina van Renneslaan in de huidige situatie wordt op basis van het bovenstaande geschat op ongeveer 225-275 voertuigbewegingen per etmaal. Hierbij ligt het zwaartepunt op het gedeelte tussen de Noltheniusstraat en de Joseph Haydnlaan. Toekomstige ontwikkelingen Er is geen rekening gehouden met het feit dat de verwachting is dat op termijn betaald parkeren kan worden ingevoerd en is ook nog geen rekening gehouden met het mobiliteitsbeleid van de gemeente Utrecht, dat naar verwachting tot 2040 een reductie van het aantal autobewegingen van maximaal 10% tot gevolg zal hebben. Met de algehele verwachting dat de verkeersintensiteiten in de wijk op termijn nog verder zullen dalen is bij onderstaande conclusie nog geen rekening gehouden. Verkeer goed af te wikkelen De verwachtte verkeersintensiteiten als gevolg van de knip en als gevolg van de nieuwe woningen blijven ruim onder de maximale intensiteiten uit de richtlijnen die het CROW voor dergelijke woonstraten stelt.

De verwachtte intensiteiten zijn volgens deze normen acceptabel in een woonerf, waar kinderen geacht worden op straat te kunnen spelen. De leefbaarheid en verkeersveiligheid van de straten in dit gebied is, ondanks een relatief forse toename, daarmee nog steeds voldoende gewaarborgd. Verkeersveiligheid Halve Maan zuid De uitrit bij de Catharina van Renneslaan is druk, maar het is door de brede uitritconstructie mogelijk om meer naar rechts op te stellen waardoor het zicht op het naderende verkeer goed is. De Catharina van Renneslaan sluit op de Joseph Haydnlaan aan middels een uitritconstructie waardoor de snelheid ter plaatse laag ligt. Een halterende bus kan het zicht tijdelijk verminderen. Dit gebeurt in de spits ongeveer 4 keer per uur. Ook dan kan men meer naar recht opstellen voor beter zicht. De overige momenten heeft men hier goed zicht op het naderende verkeer. Gezien de eerder omschreven verkeersintensiteiten en het feit dat veel straten door de beperkte breedte niet uitnodigen tot hoge snelheden worden geen bijzondere verkeersveiligheidsrisico's verwacht. 4.2.2

Openbare ruimte en groen

De drie volumes vormen een nieuw front aan het vergrote Amsterdam-Rijnkanaalpark. Deze vergroting vindt plaats door de opheffing van het zuidelijke deel van de Johan Wagenaarkade (weg). In het ontwerp worden bestaande bomen zoveel mogelijk opgenomen en in het park versterkt door aanplant van extra bomen, zodat boomgroepen ontstaan die het parkachtige karakter versterken. De ontwikkeling draagt bij aan de verbetering van de openbare ruimte en aan een gezonde verstedelijking. Zowel in de architectuur als in de inrichting van de buitenruimte wordt nagestreefd dat het gehele bouwblok als één eenheid/ensemble zal aandoen. Een belangrijk kenmerk van het huidige ensemble is dat alle gebouwen dezelfde steenkleur hebben. De nieuwe gebouwen zullen een metselwerk krijgen die goed aansluit bij de huidige gebouwen. Ook de steen van de bestrating van het binnengebied zal hierop worden afgestemd zodat er een mooie eenheid ontstaat. Een ander duidelijk kenmerk van het ensemble is de haag die rond de gebouwen ligt, zowel in de binnentuin als aan de openbare ruimte. De nieuwe bouwblokken worden ook met hagen omsloten. Dit zullen hagen zijn die overeenkomen met de wat grotere schaal van het park en de bouwblokken. Deze dikke hagen zullen op een robuuste manier de buitenruimten van de woningen op de begane grond omsluiten. In de binnentuin en het park staan enkele grote bestaande bomen.

Deze losjes verstrooide bomen, wat een natuurlijk effect geeft, blijven behouden.

3 6 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Afbeelding 4.4: Impressie nieuwbouw en openbare ruimte aan zijde Amsterdam-Rijnkanaal 4.2.3

Parkeren

In de nieuwe situatie wordt een programma gerealiseerd dat bestaat uit 54 appartementen, waarvan 22 in de categorie 80-130m2 bruto vloeroppervlak (BVO) vallen en 32 in de categorie 55-80m2 BVO. Op basis van de gemeentelijke parkeernormen leidt dit, rekening houdend met het rechtens verkregen niveau en dubbelgebruik tot een parkeerbehoefte van 20 parkeerplaatsen. De berekening hoe tot dit resultaat is gekomen is bijgevoegd als Bijlage 1. De benodigde parkeerplaatsen kunnen niet allemaal binnen het plangebied gerealiseerd worden. Op het binnenterrein bij de woningen is ruimte om 14 parkeerplaatsen te realiseren. Om extra ruimte te creëren voor parkeerplaatsen is besloten langs de Hendrika van Tussenbroeklaan een strook parkeerplaatsen te realiseren. Hiermee kan worden voorzien in 6 extra parkeerplaatsen. Fietsparkeren Fietsparkeren wordt inpandig gerealiseerd in een gezamenlijke fietsenstalling. Deze stalling voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in het addendum op de 'Nota Parkeernormen fiets en auto'. Deze stalling biedt gelegenheid voor het parkeren van 164 fietsen waarmee aan de parkeerbehoeften voor fietsen kan worden voldaan.

bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

37

3 8 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden 5.1

Inleiding

In toenemende mate wordt de milieukwaliteit van belang bij de ontwikkeling van functies in het landelijk en stedelijk gebied. Het milieubeleid heeft zich in de loop van enkele decennia ontwikkeld tot een complexe materie, die er in de praktijk toe leidt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met verschillende milieuaspecten rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd.

5.2

Milieueffectrapportage

Kader Het doel van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over deze plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten, die activiteiten mogelijk maken welke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In onderdeel C van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. wordt aangegeven welke activiteiten altijd m.e.r.-plichtig zijn. Bij de activiteiten die in onderdeel D van die bijlage genoemd worden moet beoordeeld worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Uit deze m.e.r.-beoordeling kan de conclusie volgen dat er een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Plansituatie De in het plan opgenomen activiteiten vallen onder categorie D11.2 (aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject) zoals deze is opgenomen in onderdeel D van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit is in het Besluit m.e.r. een drempelwaarde opgenomen van 2.000 woningen, een projectgebied van 100 hectare en 200.000 m² bvo aan bedrijfsoppervlakte of meer. Het plan blijft onder deze drempelwaarden en overschrijdt deze niet. Op grond van artikel 2, lid 5, sub b, van het Besluit m.e.r.

dient echter ook in 'overige gevallen' bekeken te worden of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen (de vormvrije m.e.r.-beoordeling). Op basis van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente Utrecht) een besluit te nemen om voor het project wel of geen m.e.r.-procedure te volgen voor het project alvorens het ontwerp bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Om te beoordelen of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen is een vormvrije m.e.r.-beoordeling (aanmeldnotitie) opgesteld. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen en er derhalve geen aanleiding is om een m.e.r.-procedure te doorlopen. De gemeente heeft dan ook op 2 september 2021 besloten om voor dit plan geen m.e.r.-procedure toe te passen. Aangezien er geen m.e.r. procedure nodig is hoeft er ook geen milieueffectrapport opgesteld te worden. Daarnaast heeft het project geen effect op beschermde natuurgebieden (Natura2000), waardoor er geen passende beoordeling noodzakelijk is vanuit de Wet natuurbescherming. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in Bijlage 2. Conclusie Er is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen door de beoogde ontwikkeling. Het opstellen van een milieueffectrapportage is dan ook niet noodzakelijk.

5.3

Bedrijven en milieuzonering

bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

39

Kader In de gemeente Utrecht wordt gestreefd naar een situatie waarin wonen en werken in de stad op een goede manier samengaan. Beide functies zijn zeer belangrijk voor Utrecht, maar ook dient te worden voorkomen dat milieuhinder van bedrijven een negatieve invloed heeft op de woonomgeving en andere gevoelige functies, of dat omgekeerd de milieubelastende activiteiten waaronder bedrijvigheid, wordt belemmerd door de aanwezigheid van woningen en andere gevoelige functies in de directe nabijheid. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. Aan de hand van de VNG-systematiek Bedrijven en Milieuzonering worden de verschillende bestemde bedrijfscategorieën en feitelijk aanwezige bedrijven rond het plangebied beschouwd. Plansituatie Nabij het bouwblok zijn verschillende bedrijfsmatige functies gelegen die potentieel tot milieuhinder kunnen leiden. Aan de overzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal gaat het om de relevante bedrijven KWS Infra B.V., Asfalt Centrale Utrecht (ACU) en Nedal Aluminium B.V. En op het binnenterrein bij het bouwplan bevindt zich een peuterspeelzaal. In het geldende bestemmingsplan heeft KWS Infra B.V. een maximale milieucategorie 3.1, en Nedal milieucategorie 5.3. Voor de Asfalt Centrale Utrecht (ACU) geldt een maximale milieucategorie van 4.2.

Op basis van deze milieucategorieën gelden er (overeenkomstig de Handreiking bedrijven en milieuzonering van de VNG) richtafstanden voor geluid, geur, stof en gevaar. Voor bedrijven met categorie 5.3 en 4.2 zijn de richtafstanden voor: geur: 200 m stof: 100 m gevaar: 50 m (cat. 4.2) en 100 m (cat 5.3) Voor bedrijven met milieucategorie 3.1 gelden kleinere richtafstanden (respectievelijk 10, 30 en 10 m). De beoogde woningen liggen op meer dan 250 m van de bestaande bedrijven. De aspecten geur, stof en veiligheid vormen daarom geen belemmering voor de ontwikkeling. De bedrijven liggen op een gezoneerd industrieterrein. En de beoogde woningen liggen binnen de geluidszone van dit gezoneerde terrein. Daarom heeft naar dit aspect geluidsonderzoek plaatsgevonden. Uit het geluidsonderzoek blijkt dat er op de gevels van de nieuwe woningen geen overschrijding is van de voorkeursgrenswaarde. Zie paragraaf 5.4. Op het binnenterrein aan de achterzijde van het bouwplan bevindt zich een peuterspeelzaal. Ook in de huidige situatie zijn er al woningen op korte afstand van het kinderdagverblijf / de peuterspeelzaal. De nieuwe bebouwing komt verder weg te liggen dan op basis van het geldende bestemmingsplan mogelijk is. De peuterspeelzaal (of andere maatschappelijke bestemming) vormt daardoor geen belemmering voor de nieuwe woningen.

Bij een peuterspeelzaal is de voornaamste geluidbron het geluid van (buiten) spelende kinderen. Het betreft hier een peuterspeelzaal waarbij kinderen slechts beperkt buiten spelen. De kinderen zijn 2,5 uur per ochtend of middag aanwezig. Een deel van deze periode kan buiten worden gespeeld. Ten aanzien van de nieuwbouw geldt dat de buitenruimten zich niet aan de zijde van de peuterspeelzaal bevinden, maar aan de noord, zuid- en westzijde van de bebouwing. Aan de zijde van de peuterspeelzaal bevinden zich met name slaap- en enkele woonkamers. Op tijden dat er geslapen wordt, vinden er geen activiteiten bij de peuterspeelzaal plaats. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon – en leefklimaat. Conclusie De conclusie is dat de bedrijvigheid in en om het plangebied niet tot onevenredige hinder zal leiden en dat omgekeerd de woningbouw geen belemmering zal zijn voor de uitvoering van bedrijfsmatige activiteiten.

4 0 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

5.4

Geluidhinder

Kader Geluid kan de kwaliteit van de leef- en woonomgeving beïnvloeden. Geluidsbronnen die in het kader van de ruimtelijke inrichting en ontwikkeling van belang zijn, zijn onder meer wegverkeer, railverkeer, scheepvaart en bedrijven (waaronder ook stemgeluid). Voor sommige geluidsbronnen zijn wettelijke regels van kracht; voor andere moet een afweging plaatsvinden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De regels en normen van de Wet geluidhinder zijn van toepassing bij: bestemmen van gronden voor nieuwe geluidgevoelige objecten als woningen en scholen; bestemmen van nieuwe (gezoneerde) wegen (niet bij woonerven of 30 km-wegen); reconstructie van wegen; geluidgezoneerde industrieterreinen. De Wet geluidhinder hanteert twee grenswaarden voor de hoeveelheid geluid: De voorkeursgrenswaarde Het streven is de geluidsbelasting onder dit niveau te houden waardoor ontwikkeling zonder meer mogelijk is. Alleen als voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden, mogen geluidgevoelige objecten aan hogere waarden dan de voorkeursgrenswaarde worden blootgesteld. De maximale ontheffingswaarde Dit is het maximale geluidsniveau waaraan, onder voorwaarden, geluidgevoelige objecten mogen worden blootgesteld. Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde kan er een ontheffing worden verleend door de gemeente ('hogere waarde procedure').

Aan een ontheffing verbindt de gemeente Utrecht aanvullende randvoorwaarden (zie Geluidnota) zoals het hebben van een geluidluwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch gunstige woningindeling. Vanuit het gezondheidsbeleid van Utrecht geldt een strengere ambitiewaarde (63 dB) dan de maximale wettelijke waarde en gelden bovenstaande eisen generiek. Voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/u, scheepvaart en stemgeluid gelden geen normen maar deze moeten wel worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij kan er worden aangesloten bij vergelijkbare normen. Plansituatie Adviesbureau Tauw heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de optredende geluidsbelastingen in het kader van de Wet geluidhinder en een goede ruimtelijke ordening (zie Bijlage 3). Het plangebied ligt binnen de (wettelijke) geluidzones van de rijkswegen A2 en A12, de Joseph Haydnlaan en het gezoneerde industrieterrein Hooggelegen. Daarnaast ligt het binnen de invloedsfeer van vaarverkeer over het Amsterdam-Rijnkanaal en meerdere 30 km/u-wegen. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde alleen door de rijkswegen wordt overschreden met slechts 1 dB. De geluidbelasting als gevolg van alle overige wegen (inclusief de 30 km/u wegen) is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Voor de rijkswegen wordt een ontheffing verleend. Deze hogere waarde procedure loopt parallel aan de ruimtelijke procedure.

Aan de ontheffing verbindt de gemeente de volgende voorwaarden: er moet per geluidbron een gevel aanwezig zijn met een geluidbelasting onder de voorkeursgrenswaarde (geluidluw) er liggen voldoende verblijfsruimten aan de geluidluwe gevel: de indeling van de woningen moet hieraan voldoen: minstens één buitenruimte moet aan een gevel liggen waarvan de geluidbelasting maximaal 5 dB hoger mag zijn dan die van de geluidsluwe gevel: bij situering aan de geluidluwe gevels, noordoostgevels, wordt aan deze voorwaarde voldaan Voor scheepvaart gelden geen wettelijke (voorkeurs)grenswaarden. In het onderzoek is getoetst aan respectievelijk 51 (voorkeur) en 65 dB (maximaal). Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het vaarverkeer op het Amsterdam-Rijnkanaal 59 dB bedraagt. Het is hiermee de geluidbron die het meeste geluid veroorzaakt maar wel als acceptabel kan worden gesteld omdat de woningen door het gekozen ontwerp allemaal een geluidluwe gevel hebben. bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

41

Om het binnenniveau zoals vermeld in het Bouwbesluit in de woningen te garanderen dient de geluidwering te worden gedimensioneerd op het aspect scheepvaartlawaai. Geadviseerd wordt om het gemiddeld scheepvaartlawaai spectrum te hanteren uit “Geluidseffecten scheepvaartlawaai -metingen, literatuurstudie en ontwikkeling rekentool (rapportnummer PV.W3629. R01 d.d. 6 december 2004)” bij het bepalen van de geluidwerende voorzieningen.

Conclusie Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat er vanwege het aspect geluid geen belemmeringen zijn voor de realisatie van de woningen. Wel is er een hogere grenswaarde verleend van maximaal 1dB als gevolg van het geluid van de A2 en moet vanwege het scheepvaartlawaai rekening worden gehouden met extra geluidwering van de gevels om een aanvaardbaar binnenniveau te realiseren.

5.5

Geur

Kader Bepaalde bedrijven kunnen geurhinder veroorzaken. Voor specifieke bedrijven is in de Wet milieubeheer een richtwaarde aangegeven voor de hoeveelheid geur (uitgedrukt in geureenheden/m3) die acceptabel is in de omgeving van bedrijven. Deze geuruitstoot heeft ruimtelijke consequenties. In de directe omgeving van het bedrijf zijn vanuit de norm van de Wet milieubeheer beperkingen gesteld aan de mogelijkheid voor nieuwe ontwikkeling van gevoelige bebouwing (met name wonen). Dit soort bedrijven bevindt zich niet binnen het plangebied of in de directe omgeving daarvan. Kleinere bedrijven zoals horecavestigingen, of een bakkerij kennen soms ook geurhinder maar daarvoor zijn geen richtlijnen opgesteld. Daarnaast kan de mestopslag bij agrarische bedrijven geurhinder veroorzaken. Door een geschikte locatie van de mestopslag te bepalen, is een deel van de hinder te voorkomen. Echter bij grotere bedrijven is voldoende afstand ten opzichte van woningen van derden noodzakelijk. Dit wordt geregeld in de bestemmingsplanregels. Plangebied Geurhinder vanwege KWS en de Asfalt Centrale Utrecht (ACU) en Nedal vormt geen belemmering voor de realisering van de nieuwe woningen. Zoals in paragraaf 5.3 al is aangegeven liggen de nieuwe woningen buiten de richtafstand wat betreftt geur.

Bovendien is de geurcontour in de milieuvergunning van KWS / ACU bepaald op basis van de dichtstbijzijnde woningen ten oosten van het AmsterdamRijnKanaal. Deze liggen in Kanaleneiland en liggen dichterbij dan het plangebied. Conclusie De conclusie is dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de realisatie van de woningenbouw.

5.6

Externe veiligheid

Kader Het werken met, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen leidt tot veiligheidsrisico's voor omwonenden, bedrijven en passanten. De norm- en richtwaarden voor het risico van het transport van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt; voor transport over weg, spoor en water). Het Bevt geeft antwoord op vragen hoe om te gaan met ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van transportroutes. In het Bevt staan twee soorten risico's beschreven waarop norm- en richtwaarden van toepassing zijn. Het betreft het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Naast risiconormeringen kent het Bevt tevens twee extra afstandsbepalingen, de zogenaamde vrijwaringszone en het plasbrandaandachtsgebied. Voor zowel de vrijwaringszone als het plasbrandaandachtsgebied geldt een motivatieplicht indien bebouwing gewenst is. Indien nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd in het plasbrandaandachtsgebied moet deze aan extra brandveiligheidseisen volgens het Bouwbesluit voldoen. Plansituatie In en direct rond het plangebied is een inventarisatie gedaan naar risicoveroorzakende activiteiten door Tauw (Zie Bijlage 4). Hieruit blijkt dat vanuit het oogpunt van externe veiligheid de volgende 4 2 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

risicobronnen relevant zijn voor het plangebied: Transport van gevaarlijke stoffen over de rijksweg A2 Transport van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Breukelen – Utrecht Noord Transport van gevaarlijke stoffen over het Amsterdam-Rijnkanaal Voor de A2 en het doorgaande spoor geldt dat de afstand tot het plangebied dermate groot is dat de risico's geen beperkingen opleggen aan realisatie van de plannen en niet bijdragen aan de hoogte van het groepsrisico. De afstand van het plangebied bedraagt circa 70 meter tot het midden van het Amsterdam-Rijnkanaal. De risico's zijn in de studie van Tauw inzichtelijk gemaakt en getoetst aan de norm- en richtwaarden. Hieruit blijkt dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6/jaar niet tot over het plangebied ligt. Het plaatsgebonden risico legt hiermee geen beperkingen op. In de plannen is rekening gehouden met de vrijwaringszone van het ARK, de woningbouw is buiten de vrijwaringszone gepland, hiervoor geldt dus geen aanvullende motivatieplicht. Het groepsrisico is voor zowel de huidige als de toekomstige situatie inzichtelijk gemaakt. Hieruit blijkt dat het groepsrisico van het ARK zowel in de huidige situatie als na realisatie van de plannen ruim onder de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico ligt. De plannen zorgen niet voor een aantoonbare verhoging van het groepsrisico.

Een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico is daarom niet noodzakelijk. Bij een incident met giftige of schadelijke stoffen kan geschuild worden in de gebouwen, in dat geval zal het advies zijn om ramen en deuren te sluiten. Mechanische ventilatie dient afgesloten te kunnen worden. Inwoners dienen dan op de hoogte te zijn hoe zij deze kunnen sluiten/uitzetten. In het geval er bij een incident brandbare stoffen vrijkomen is het belangrijk dat er van het ARK af gevlucht kan worden (oostelijke richting), dit is mogelijk via de Hendrika van tussenbroeklaan en de Petristraat. Bij de realisatie wordt door de Veiligheidsregio geadviseerd bewoners op de hoogte van de risico's van het transport van gevaarlijke stoffen en hoe te handelen in geval van een incident. Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de A2, het Amsterdam-Rijnkanaal en het spoortraject Utrecht Noord – Lunetten waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Uit de beknopte verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.7

Luchtkwaliteit

Kader De luchtkwaliteit beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Bij lucht gaat het om de aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Wegverkeer is, samen met de achtergrondconcentratie in Utrecht, in belangrijke mate bepalend voor de luchtkwaliteit. Door het plan neemt de intensiteit van het wegverkeer in de omgeving van het plangebied toe. Het plan moet worden getoetst aan de Wet Milieubeheer. Artikel 5.16 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) geeft een opsomming van de bevoegdheden waarbij luchtkwaliteitseisen een directe rol spelen, zoals bij bestemmingsplannen. Een bestemmingsplan kan worden vastgesteld indien: Aannemelijk is gemaakt dat geen sprake is vaneen feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; Een project – al dan niet per saldo – niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Aannemelijk is gemaakt dat de ontwikkelingen niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie PM10 (fijn stof) en NO2 (stikstofdioxide) inde buitenlucht; Het voorgenomen besluit is genoemd of is niet in strijd is met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Er dient aangetoond worden of op grond van artikel 5.16, lid 1 onder (a, b, c, en/of d) van de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor de uitvoering van het plan.

bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

43

De Utrechtse gemeenteraad heeft in 2015 via een motie (2015-78) de opdracht gegeven om lagere blootstellingswaarden voor fijnstof te realiseren waarbij gekeken wordt naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) advieswaarden. Er zal ook gekeken moeten worden in hoeverre dit plan bijdraagt aan de ambitie van de gemeente ten aanzien van de WHO advieswaarden voor fijn stof.

Plansituatie Op de locatie zijn waren 3 blokken duplexwoningen gesitueerd, die zijn gesloopt en er wordt vervangende nieuwbouw gerealiseerd. Er worden 54 nieuwe woningen gebouwd. De verkeersaantrekkende werking als gevolg van het plan Johan Wagenaarkade bedraagt 202 mvt/etmaal. Met de NIBM-tool is nagegaan wat deze verkeersaantrekkende werking voor effect heeft op de luchtkwaliteit op de dichtstbijzijnde grotere wegen (Joseph Haydnlaan). De uitkomsten van deze berekening zijn hieronder opgenomen (zie ook Bijlage 5):

Afbeelding 5.1. Resultaten NIBM-tool 2021 De ontwikkeling van Johan Wagenaarkade draagt in Niet In Betekenende Mate bij aan de luchtkwaliteit. Met de NSL-monitoringstool 2020 zijn de berekende maximale concentraties op de dichtstbijzijnde wegen van het plangebied in kaart gebracht voor de jaren 2021 en 2030. Deze concentraties zijn opgenomen in de onderstaande tabel.

2020 2030

NO2 in µg/m3 31,5 20,0

PM10 in µg/m3 21,1 18,7

PM2,5 in µg/m3 12,5 10,2

De luchtkwaliteit voldoet in de omgeving van het plangebied ruimschoots aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. In 2020 wordt niet voldaan aan de WHO-advieswaarden voor PM10 en PM2,5. In 2030 wordt wel voldaan aan de WHO-advieswaarden voor PM10, maar nog niet aan de WHO-advieswaarde voor PM2,5. Door de gemeente Utrecht is in december 2020 een aanvullend luchtmaatregelpakket “Utrecht kiest voor gezonde lucht” vastgesteld, waarmee een versnelling in het behalen van de WHO-advieswaarden wordt nagestreefd. Ook neemt de gemeente Utrecht deel in het Schone Lucht Akkoord, waarin eveneens maatregelen zijn opgenomen voor lokale bronnen om versneld de luchtkwaliteit te verbeteren en in 2030 een gezondheidswinst van 50% te realiseren t.o.v. 2016. Deze maatregelen zijn nog niet verwerkt in de NSL-monitoringstool 2020. De verwachting is dat met deze maatregelen in en rond het plangebied zal worden voldaan aan de WHO-advieswaarden. Er zijn geen juridische belemmeringen voor de realisatie van het plan Johan Wagenaarkade, omdat voldaan wordt aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer en het plan Niet In Betekenende Mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Ook zal door genomen luchtkwaliteitsmaatregelen (gemeentelijke uitvoeringsprogramma en Schone Lucht Akkoord) in 2030 voldaan worden aan de WHO-advieswaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=d468b6e9-4b1a-4ec3-8f46-589762769e78