CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 14 april 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok35.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Voor dit plangebied gaat het om 0,015 x 9150 m2 = 137 m3 vasthouden en verwerken; ledigingstijd buffer, maximaal 48 uur. De buffer moet hierna weer volledig beschikbaar zijn voor nieuwe buien. Suggesties voor de ontwikkelaar voor klimaatadaptief inrichten zijn: 1. 2.

3. 4.

bij het vergroenen van de binnenplaats zorgdragen voor infiltratie van hemelwater in de bodem; aan de buitenzijde van de gevels langs de Leidseweg en de Muntkade bevinden zich hemelwaterafvoeren. Door hemelwaterafvoeren bovengronds af te zagen, kan hemelwater bovengronds afvloeien en infiltreren op eigen terrein in de tuin die grenst aan de openbare ruimte. Als dit past binnen het tuinontwerp (en geen monumentale waarden schaadt) is wadiaanleg een goede optie; Op deze manier wordt het hemelwater op een natuurlijke wijze gezuiverd en geïnfiltreerd; of als tweede keus het bundelen van hemelwaterafvoeren en naar het oppervlaktewater toe afvoeren; de buitenruimtes (waaronder parkeerplaatsen) voorzien van groen, half verharding, waterpasserende verharding of waterdoorlatende verharding.

Om vervuiling van afstromend hemelwater en verslechtering van de waterkwaliteit te voorkomen, mogen geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, lood en koper) worden toegepast voor dak, dakgoot en regenpijp. Doordat het Muntgebouw is aangewezen als Rijksmonument, moet de monumentale waarde van deze bouwmaterialen bij de afweging betrokken worden. bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

61

Klimaatadaptatie en klimaatstresstest Het klimaat verandert: hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. Daar moeten we, ook volgens het KNMI, in de toekomst in Nederland rekening mee houden. De verwachting van het KNMI is dat het klimaat in Nederland in 2050 ongeveer overeen zal komen met het huidige klimaat in Zuid-Frankrijk. Maar ook nu al is klimaatverandering merkbaar. Extreme neerslag, droogte en hitte kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Dit geeft aanleiding om aanpassing van de inrichting van de bebouwde omgeving aan het veranderende klimaat te agenderen en om hieraan te werken. Dit beleid is vorig jaar vastgelegd in de Deltabeslissing voor Nederland. In de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie heeft het Deltaprogramma voorstellen opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en water robuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor. De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft de volgende doelen: de bebouwde omgeving is in 2050 nog steeds aantrekkelijk om te leven; uiterlijk in 2020 zijn ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig opgebouwd en getoetst. De gemeente Utrecht heeft samen met 9 andere overheden deze deltabeslissing onderschreven en werkt samen in de Coalitie Regio Utrecht aan de opgaven.

Klimaatverandering heeft effecten op grote schaal maar ook op de kleine schaal van een stad. Door de toenemende hoeveelheid verharding in steden wordt het steeds moeilijker om water makkelijk weg te krijgen. Daarom wordt geappelleerd aan een duurzame manier van bouwen waar klimaatadaptie een onderdeel van is. Groene daken en vertraagt afvoeren maken hier een onderdeel van uit. Het waterschap en de gemeente Utrecht hebben de klimaatstresstest uitgevoerd voor de hele gemeente. Dat houdt in dat er een regenbui valt met een constant intensiteit, de totale hoeveelheid water daarbij is 8 0mm. Op onderstaande afbeelding is het deel van de stad te zien waarin het plangebied van het Muntgebouw ligt. De blauwe kleuren geven aan waar na het einde van de regenbui het water op maaiveld blijft staan. Hoe donkerder de kleur blauw, hoe groter de waterdiepte is. Binnen het plangebied zijn er weinig problemen. Alleen achter de poort aan de Muntkade blijft er veel water staan, mogelijk ligt het maaiveld daar veel lager dan de rest van het binnenterrein.

Rekenresultaat water op straat berekening bij 80 mm blokbui Daarnaast kan, afhankelijk van de nieuwe inrichting van de binnenplaats de wateroverlast op het perceel en in de omgeving toenemen. Maar ook kan door een aangepaste inrichting de 6 2 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

wateroverlast juist afnemen, bijvoorbeeld door extra oppervlakkige waterberging of infiltratievoorzieningen te creëren, zodat het water de tijd krijgt te infiltreren. Dit vraagt om maatwerk bij de uitwerking. De openbare ruimte en de gebouwen moeten daarom klimaatbestendig worden aangelegd. Zodat ze bestand zijn tegen een warmer klimaat en de bijbehorende grotere weersextremen. Conclusie De voorgenomen toekomstige ontwikkeling heeft geen negatief effect op de waterhuishouding. Wel is belangrijk dat het terrein klimaatadaptief wordt ingericht.

5.11 Archeologie Kader In 1992 heeft Nederland het Europese Verdrag van Malta ondertekend en in 1998 geratificeerd. Doel van dit verdrag is een betere bescherming van het Europese archeologische erfgoed door een structurele inpassing van de archeologie in ruimtelijke ordeningstrajecten. Eén van de belangrijkste uitgangspunten van het Verdrag van Malta is dat archeologische waarden zoveel mogelijk in situ in de bodem bewaard dienen te blijven. Alleen als behoud in situ niet mogelijk is, wordt overgegaan tot behoud van de archeologische informatie ex situ, door middel van opgraven en bewaren in depot. Een ander uitgangspunt is dat het onderzoek naar de aanwezigheid van archeologische waarden in een zo vroeg mogelijk stadium dient plaats te vinden, zodat hiermee bij de planontwikkeling rekening gehouden kan worden. Een derde uitgangspunt is het 'de verstoorder betaalt principe'. Alle kosten die samenhangen met archeologisch onderzoek dienen te worden betaald door de initiatiefnemer van de geplande bodemingrepen. Ten slotte richt het Verdrag van Malta zich ook op een toename van kennis, herkenbaarheid en beleefbaarheid van het archeologische erfgoed. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan. Deze wet heeft betrekking op archeologie op het land en onder water. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.

Op grond van Hoofdstuk 9 Overgangsrecht blijft artikel 38a van de Monumentenwet 1988 van toepassing tot inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel 38a schrijft voor dat in een bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met in de grond te aanwezige dan wel te verwachten archeologische resten. Verordening en bestemmingsplan De gemeente Utrecht heeft ervoor gekozen ter bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen een verordening op te stellen voor het hele grondgebied van de gemeente. In de verordening op de archeologische monumentenzorg is een vergunningenstelsel opgenomen ter bescherming van het archeologische erfgoed, waarmee de wettelijk vereiste bescherming kan worden geboden. In bestemmingsplannen wordt verwezen naar de verordening en een regel opgenomen (dubbelbestemming Waarde - Archeologie). In deze dubbelbestemming is opgenomen dat de voor Waarde- archeologie aangewezen gronden mede zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden en verwachtingen. Met deze specifieke gebruiksregel wordt geregeld dat onder een met het bestemmingsplan strijdig gebruik in ieder geval wordt begrepen het handelen in strijd met de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg.

Door de verordening en de daarbij behorende archeologische waardenkaart is de bescherming van de archeologische waarden en verwachtingen in de bodem van de gemeente Utrecht gewaarborgd en zijn verstoringen van de bodem vanaf een op de archeologische waardenkaart aangegeven oppervlakte en diepte vergunningplichtig. Gemeentelijke archeologische waardenkaart De Archeologische Waardenkaart van de gemeente Utrecht ligt ten grondslag aan de verordening op de archeologische Monumentenzorg. Deze waardenkaart is geënt op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarde (IKAW) van de provincie en op de kennis en ervaring opgedaan in tientallen jaren archeologisch onderzoek in de stad. Hij geeft inzicht in de ligging van beschermde archeologische rijksmonumenten, gebieden van hoge archeologische waarde, gebieden van hoge archeologische verwachting en gebieden van archeologische verwachting en bij welk te verstoren oppervlakte en diepte een vergunningsplicht geldt. In de op de waardenkaart aangeduide gebieden waar een vergunningplicht geldt zal van toekomstige initiatiefnemers tot bodemverstorende activiteiten een inspanning vereist worden om resten uit het verleden op te laten sporen en zo nodig veilig te stellen. Beschermde archeologische rijksmonumenten worden op grond van de Erfgoedwet beschermd.

Op grond van Hoofdstuk 9 Overgangsrecht blijven paragraaf 2 en 3 van hoofdstuk II van de Monumentenwet 1988 van toepassing tot inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierin staat dat aantasting van de beschermde archeologische monumenten niet is toegestaan. Voor wijziging, sloop of verwijdering van een archeologisch Rijksmonument moet een vergunning worden aangevraagd waarop de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beslist. bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

63

Hoge archeologische waarde Gebieden van hoge archeologische waarde (rood) zijn gebieden waarvan bekend is dat er archeologische waarden zijn, maar die niet beschermd zijn als archeologisch rijks- of gemeentelijk monument. Hier geldt een archeologievergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 50 cm. Hoge archeologische verwachting Gebieden van hoge archeologische verwachting (geel) zijn zones waar op grond van eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek dan wel op basis van historisch geografisch onderzoek archeologische waarden te verwachten zijn (er wordt een middelhoge tot hoge dichtheid aan archeologische vondsten of sporen verwacht). Hier geldt een archeologievergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm. Archeologische verwachting Bij gebieden met een archeologische verwachting (groen) zijn de verwachtingen lager (er wordt een middelhoge dichtheid aan archeologische vondsten of sporen verwacht). Hier geldt een archeologievergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 50 cm. Daarnaast zijn op de kaart witte gebieden aangewezen. Voor deze zones geldt geen verwachting en geen vergunningstelsel. Gearceerde gebieden Bij gebieden met een arcering worden de archeologische resten verwacht binnen 30 cm beneden ten opzichte van het maaiveld.

Plangebied Het plangebied van het Muntgebouw bevindt zich op de gemeentelijke archeologische waardenkaart gedeeltelijk in een zone met een archeologische verwachting en deels in een zone met hoge archeologische verwachting. Voor gebieden met een archeologische verwachting geldt dat een archeologievergunning noodzakelijk is bij bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 50 cm beneden het huidige maaiveld. In de noordwestelijke hoek en noordoostelijke hoek van het plangebied ligt een zone met een hoge archeologische verwachting. Hiervoor geldt dat bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm beneden het huidige maaiveld een archeologievergunning verplicht wordt gesteld. Als de bodemwerkzaamheden vrijgesteld zijn van archeologisch onderzoek dan geldt ook nog de meldingsplicht bij het onverwacht aantreffen van archeologische resten. Als bij de uitvoering van de werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan moet overeenkomstig artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. afdeling Erfgoed, gemeente Utrecht, 030-2862756/archeologie@utrecht.nl worden gedaan.

6 4 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Plangebied Leidseweg 90 / Muntgebouw op de gemeentelijke archeologische waardenkaart Conclusie Afhankelijk van de omvang en diepte van de bouw- sloopwerkzaamheden kan er een archeologievergunning nodig zijn.

5.12 Kabels en leidingen Kader De aanwezige kabels en leidingen in het plangebied zijn inzichtelijk gemaakt via een Klic-melding. Plangebied Binnen het plangebied liggen diverse relevante kabelverbindingen. Met de herontwikkeling van het Muntgebouw worden deze niet geraakt. Voor het opnieuw inrichten van de buitenruimte moet wel naar de aanwezige kabels en leidingen gekeken worden. Conclusie Er liggen geen hoofdkabels of leidingen in het gebied die moeten worden beschermd via een regeling in het bestemmingsplan.

5.13 Kwaliteit van de leefomgeving Kader In het kader van kwaliteit van de leefomgeving wordt door de gemeente in ruimtelijke plannen in belangrijke mate steeds meer aandacht gevraagd voor de aspecten zon en schaduw, sociale veiligheid en windhinder omdat dit aspecten zijn die de kwaliteit van de openbare ruimte beïnvloeden. Plangebied Bezonning De maximale bouwhoogtes die voor het Muntgebouw in bestemmingsplan 'Lombok e.o.' zijn opgenomen, zijn in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie (in bestemmingsplan 'Lombok e.o.' waren lagere maximale bouwhoogtes opgenomen voor de bijgebouwen, die niet overeen komen met de bestaande gebouwen). Op basis van bestemmingsplan 'Lombok e.o.' mag de binnenplaats overkapt worden met een maximale bouwhoogte van 20 meter. In dit bestemmingsplan is dit omlaag gebracht tot maximaal 14 meter. Doordat de maximale bouwhoogtes van het Muntgebouw hetzelfde zijn gebleven (en die van de binnenplaats omlaag is gebracht) en omdat de maximale bouwhoogtes in overeenstemming gebracht zijn met de feitelijke situatie, hoeft er geen bezonningsstudie opgesteld te worden. Sociale veiligheid De gebouwen stellen zich door de diversiteit aan functies meer open richting de omgeving. Hierdoor kan de sociale veiligheid aan de Muntkade, Steijnstraat en Leidseweg verbeteren. Windhinder bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

65

Het aspect windhinder speelt bij gebouwen die hoger zijn dan 30 meter en is daarom voor deze herontwikkeling niet aan de orde. Conclusie De aspecten bezonning, sociale veiligheid en windhinder staan een goede ruimtelijke ordening niet in de weg.

5.14 Gezondheid Kader In de nota Volksgezondheid; Gezondheid voor Iedereen (2019-2023) is gezonde leefomgeving één van de 7 speerpunten. De gezonde leefomgeving bestaat in het gezondheidsbeleid uit onderstaande onderdelen: De druk op gezondheid zo laag mogelijk houden; ook wel gezondheidsbescherming genoemd. Adviezen zijn gericht op het bouwen van woningen op een redelijke afstand van de snelweg, een schonere lucht, een betere water- en bodemkwaliteit en op minder geluidhinder. Het gaat hier om meer dan alleen het naleven van de milieunormen. De leefomgeving nodigt uit tot gezond gedrag; ook wel gezondheidsbevordering genoemd. Belangrijk is dat mensen elkaar ontmoeten en voldoende bewegen. Dat kan onder meer door dagelijkse beweging in de buurt beter te faciliteren met goede wandel- en fietsroutes, fietsparkeervoorzieningen en speelmogelijkheden. Door voorzieningen dichtbij en door ontmoetingsplekken wordt ontmoeting gefaciliteerd. Dit draagt bij aan de sociale cohesie in de buurt. De inrichting van de leefomgeving wordt door mensen als prettig ervaren; Het gaat er dan om of de omgeving levendig, afwisselend en veilig is ingericht.

Is er bijvoorbeeld voldoende bereikbaar, aantrekkelijk en bruikbaar groen? Is de omgeving sociaal veilig? De in het Volksgezondheidsbeleid beschreven milieudruk is onder andere gericht op het garanderen van goede luchtkwaliteit, geringe geluidshinder en een gezonde omgeving met voldoende stilteplekken. Per buurt zijn er accentverschillen in de aandachtspunten. Het gaat daarbij onder andere om het vergroenen van strategische locaties, het beheer en het gebruik van de openbare ruimte in combinatie met verkeersveiligheid, het verbeteren van de verkeersdynamiek en aandacht voor gezondheid en het klimaat. Ook is (ruimtelijke) kansengelijkheid een belangrijk thema. Welke maatregelen kunnen er genomen worden zodat iedereen dezelfde kansen krijgt? De Gemeente Utrecht heeft naast het stedelijke gezondheidsbeleid de ambitie voor gezond stedelijk leven voor iedereen. In onder andere de Ruimtelijke Strategie Utrecht RSU is dit de overkoepelende ambitie voor de stad. Plangebied Bij de ontwikkeling van het Mungebouw wordt op verschillende wijzen gestreefd naar een gezonde leefomgeving. Samengevat gaat het om de volgende maatregelen: Gezondheidsbeschermende maatregelen: Het plangebied ligt ver genoeg van drukke wegen/ snelwegen of spoor. Hierdoor zijn negatieve omgevingsfactoren beperkt.

Vanuit een gezondheidsperspectief is het belangrijker dat de bewoners in de buurt op een fijne en prettige manier kunnen wonen rond het plangebied. Geluidsoverlast of lichtoverlast moeten daardoor beperkt blijven. Dit kan door afspraken te maken in de openingstijden van bijvoorbeeld het terras (deze zijn in het bestemmingsplan begrensd) en over het aantal grote bijeenkomsten (dit wordt o.a. begrensd door het geluidsniveau). Door dit in de planfase al mee te nemen kan dit zorgen voor minder mogelijke overlast later. Ook het goed positioneren van de toegang voor bezoekers is een belangrijke manier om overlast te voorkomen. Gezondheidsbevorderende maatregelen: Op deze plek is gezonde en duurzame mobiliteit gemakkelijk. Het Muntgebouw is gelegen aan een doorgaande fietsroute en op fiets- en loopafstand van het centraal station. Ook de tramhalte is op loopafstand. Rondje stadseiland ligt aan de overkant van het Merwedekanaal, dit rondje wordt ingericht als recreatieve route waar mensen kunnen bewegen en tot rust komen. Op verschillende plekken komt ruimte om de fiets te parkeren, waaronder in de kelder van het gebouw. De kelder is met de fiets gemakkelijk te bereiken. Deze stalling is voor zowel kortstondig bezoek als voor een langere tijd. De sportschool/ fitness/ yoga ruimte is een plek om te kunnen bewegen en sporten in het plan.

De sportschool is ook één van de ontmoetingsplekken die bijdragen aan een gezonde leefomgeving. Verder wordt ontmoeting gefaciliteerd door het gebouw toegankelijk en openbaar te maken 6 6 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

waardoor mensen elkaar in de buurt kunnen ontmoeten. Dit geldt ook voor de toe te voegen horeca, wat ook echt een (ontmoetings)plek voor buurt en wijk kan worden. In de horeca wordt gezond en lokaal voedsel aangeboden. Dit draagt bij aan een gezonde leefstijl. Het hebben van werk is een belangrijk aspect voor gezondheid. Dit komt ook terug in de gemeente brede ambitie; gezond stedelijk leven voor iedereen. In het plan is ruimte voor creatieve bedrijvigheid/ co working spaces en andere manieren van werken. Ook is er ruimte voor sociaal ondernemers, waar meer betaalbare ruimtes voor zijn gereserveerd. De omgeving wordt als prettig ervaren: In het gebouw is ruimte voor cultureel en maatschappelijke programma, wat erg bijdraagt aan een prettige leefomgeving. Het openstellen van het gebouw en daardoor bezoekers de uitstraling en architectuur van het gebouw laten zien past hier ook bij. Daarnaast wordt invulling gegeven aan de ambitie groen, tenzij en wordt er dus op verschillende plekken in het plan groen toegevoegd. Groen draagt bij aan gezondheid en zorgt voor een prettige uitstraling. Daarnaast is groen goed voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Conclusie Verschillende onderdelen van een gezonde leefomgeving komen terug bij de ontwikkeling van het Muntgebouw aan de Leidseweg. De ontwikkeling sluit aan bij het Utrechtse Volksgezondheidsbeleid.

5.15 Toegankelijkheid Kader Utrecht wil een stad zijn waar iedereen mee kan doen, waar we niemand buitensluiten. Een inclusieve toegankelijke stad. We willen dat alle inwoners en bezoekers, met en zonder beperking, alle openbare gebouwen, woningen, de openbare ruimte en dienstverlening kunnen gebruiken. Utrecht werkt al sinds 2007 actief aan toegankelijkheid, eerst met Agenda 22 en nu volgens het VN-verdrag handicap. De ambities van de gemeente voor het VN-verdrag handicap staan in de agenda 'Utrecht voor iedereen toegankelijk'. In de agenda 'Utrecht voor iedereen toegankelijk' zijn drie kansen omschreven die we als gemeente willen pakken. Dit zijn: sneller en concreet resultaat, niet alleen fysiek maar ook sociaal toegankelijk en samenwerken met de stad. Met het uitvoeringsprogramma 'Utrecht voor iedereen toegankelijk' laten we zien wat we al doen en wat we nieuw op pakken. Dit zijn acties die nodig zijn voor het benutten van de drie kansen. Het is mogelijk dat bestaande bouwwerken bijvoorbeeld van oudsher niet aan de toegankelijkheidsambities voldoen. Bestaande bouwwerken mogen door het verbouwen daarvan in ieder geval niet minder toegankelijk worden. Plangebied De hoofdentree van het Muntgebouw is vanaf de openbare weg toegankelijk voor minder validen personen via de hellingbaan welke een breedte heeft van circa 1,1 meter en een helling van 1:20.

Alle doorgangen en vluchtroutes in het gebouw hebben tenminste een vrije breedte van 0,85 meter en een vrije hoogte van 2,1 meter. Hoogteverschillen in het semipubliek toegankelijke deel van het gebouw zijn overbrugbaar via een hellingbaan of lift. De binnenplaats is vanuit de noordoost, zuidoost en zuidwest entree toegankelijk voor minder validen personen. Ook de gedeeltes waar sporten wordt mogelijk gemaakt (in de voormalige logistieke hal en bergplaats) zijn toegankelijk voor minder validen vanaf de openbare weg en via het binnenterrein van het Muntgebouw. Conclusie Het bestaande en rijksmonumentale Muntgebouw verslechtert wat de toegankelijkheid betreft niet ten opzichte van de huidige situatie. Het semipubliek toegankelijke gedeelte, de horeca en het sportgedeelte zijn in ieder geval toegankelijk voor minder validen personen.

5.16 Duurzaamheid Kader De gemeente stelt hoge duurzaamheidseisen aan de bebouwde omgeving met als doel een gezond stedelijk leven voor iedereen, nu en in de toekomst. Op het gebied van duurzaamheid heeft de gemeente Utrecht bij projectontwikkeling duurzaamheidsambities onderverdeeld op de volgende onderdelen: energie, GPR gebouw, circulair bouwen en klimaatadaptatie. Naast deze specifiek benoemde duurzaamheidsthema's moet rekening gehouden te worden met het thematische beleid zoals opgenomen op https://omgevingsvisie.utrecht.nl. Plangebied Vanwege de rijksmonumentale status van het Muntgebouw is het behalen van een standaard duurzaamheidslabel niet toepasbaar en ook niet verplicht. Daarbij komt dat dat de gebruikelijke aanpassingen in het kader van duurzaamheid niet altijd mogelijk zijn. Daarom wordt sinds enkele jaren de DuMo-methodiek toegepast. Dit is een landelijk erkende methodiek die wordt ingezet bij bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

67

verduurzaming van monumentaal vastgoed. De duurzame instandhouding, restauratie of herbestemming van monumentale gebouwen vereist altijd maatwerk. Voor het Muntgebouw is met behulp van het DuMo-rekenmodel de huidige situatie en de nieuwe situatie van het zogenaamde Dumo-profiel berekend. In het DuMo-profiel wordt de balans tussen enerzijds de erfgoedwaarden en anderzijds de duurzaamheid in beeld gebracht. Het streven voor de herontwikkeling van het Muntgebouw is dat een DuMo-label A kan worden behaald. De eerste inventarisatie door het Nibe toont aan dat dit haalbaar is. Het Muntgebouw wordt aangesloten op stadsverwarming. De zolderkappen en de nieuwe dakkapellen worden volledig geïsoleerd naar een voor de ruimte haalbare isolatiewaarde. Ook de kappen van het smelthuis en de sheddaken van de industriële hallen worden geïsoleerd. Het is de bedoeling om alle beglazing in de monumentale ramen (met uitzondering van het glas in lood) te vervangen door monumentale isolatiebeglazing. De lichtstraten in de kappen van de sheddaken worden vervangen door nieuwe geïsoleerde kozijnen met triple beglazing. Overige nieuwe beglazing in daklichten, dakramen, dakkapelkozijnen worden uitgevoerd in een HR++ uitvoering. Verder komen op de sheddaken van de industriële hallen circa 150-200 zonnepanelen.

In het Muntgebouw wordt daarnaast een energiezuinig ventilatiesysteem en een LED-verlichtingssysteem toegepast. De herontwikkeling is in essentie een goed voorbeeld van circulaire economie, omdat een bestaand gebouw wordt herbestemd naar deels andere functies. Het overgrote deel van het gebouw wordt volledig hergebruikt en gerenoveerd. De materialen die vrij komen van de beperkte onderdelen die worden gesloopt kunnen worden aangeboden voor hergebruik bij andere projecten of als grondstof worden hergebruikt. Voor het thema klimaatadaptatie verwijzen wij naar paragraaf 5.10. Conclusie Het streven voor de herontwikkeling van het Muntgebouw is dat een DuMo-label A wordt behaald. Hiermee is een goede balans gevonden in de verduurzaming van monumentaal vastgoed.

5.17 Conclusie Uit dit hoofdstuk volgt dat er geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling.

6 8 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De ontwikkeling van dit bestemmingsplan betreft een initiatief van de grondeigenaar. De gemeente heeft in deze een faciliterende rol. De ontwikkeling geschiedt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De kosten verband houdend met het opstellen van dit bestemmingsplan, als ook met de uitvoering ervan, komen dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. De door de gemeente te maken kosten worden door middel van een anterieure overeenkomst op de initiatiefnemer verhaald. De Wet ruimtelijke ordening verplicht tot het vaststellen van een exploitatieplan als sprake is van de realisatie van een bouwplan, zoals benoemd in het Besluit ruimtelijke ordening, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is en er geen wens bestaat tot nadere verankering van eisen ten aanzien van fasering en inrichting van de openbare ruimte. In dit geval wordt een anterieure overeenkomst gesloten, waardoor de gemeentelijke kosten worden verhaald en het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is. De initiatiefnemer vrijwaart de gemeente van eventuele planschade. Dit is vastgelegd in de Anterieure Overeenkomst.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening

Het plan is aan een aantal instanties toegezonden voor reactie als bedoeld in art 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Van De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hebben wij geen reactie ontvangen. De Provincie Utrecht heeft aangegeven dat zij geen opmerkingen heeft. Het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden heeft gereageerd en aangegeven dat zij de ambitie van de gemeente Utrecht delen om een buffercapaciteit (waterberging) te creëren van minimaal 15 mm ten opzichte van het nieuw verhard oppervlak. Op deze manier wordt de kans op wateroverlast verkleind. Daarnaast kan de realisatie van waterberging in combinatie met groen ook bijdragen aan de reductie van hittestress en droogte. Het waterschap wordt in het vervolgproces graag actief betrokken. Het waterschap denkt graag mee over de concrete invulling van inrichtingsvraagstukken, waaronder ook het afkoppelen en de aanleg van half verharding en infiltratievoorzieningen. De Veiligheidsregio Utrecht heeft gevraagd om paragraaf 5.5 van het voorontwerpbestemmingsplan met onderstaande tekst aan te vullen. Het (ontwerp)bestemmingsplan is hiermee aangevuld. "Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een gifwolkscenario (>4.000 meter) dat zou kunnen plaatsvinden op de Rijksweg A2 of spoorroute 71 (Breukelen-Betuweroute, Meteren) waarover transport gevaarlijke stoffen plaatsvindt.

Gezien de relatief grote afstand van het plangebied ten opzichte van de Rijksweg A2 (circa 1.400 meter) en de spoorroute 71 (circa 950 meter) en het beperkte aantal transporten van zeer giftige stoffen (max. 100/jr) waarbij, in geval van een ongeval, een invloedsgebied van >4.000 meter kan ontstaan, worden aanvullende maatregelen inzake externe veiligheid echter niet noodzakelijk geacht."

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

69

7 0 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 7 Juridische plantoelichting 7.1

Inleiding

Het bestemmingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere leesbaarheid, raadpleegbaarheid en helderheid voor de gebruiker en draagt zo bij aan een effectiever en efficiëntere dienstverlening.

7.2

Opbouw regels

De opzet van de bestemmingsregels is steeds gelijk: bestemmingsomschrijving (met ondergeschikte en nevengeschikte doeleinden); bouwregels; afwijkingsregels van de bouwregels; waar nodig: een bijzondere gebruiksregel; afwijkingsregels van de gebruiksregels. 7.2.1

Het gebruik van het woord of

Wanneer in de regels van dit bestemmingsplan in een opsomming van gevallen het woord 'of' wordt gebruikt, is daaronder mede begrepen de situatie dat meer dan een van de genoemde gevallen zich tegelijk voordoen. Onder 'of' wordt een combinatie van opties niet uitgesloten.

7.3

Regeling bijbehorende bouwwerken

In het Besluit omgevingsrecht Bijlage II artikel 2 staan de vergunningvrije bijbehorende bouwwerken opgesomd. Deze vergunningvrije bouwwerken zijn in 2014 aanzienlijk verruimd. De vergunningvrije bouwwerken komen overeen met de voorheen door de gemeente Utrecht gehanteerde standaard erfbebouwingsregeling bij woningen. Besloten is daarom om in het bestemmingsplan geen aparte regels meer op te nemen voor bijbehorende bouwwerken, maar om te verwijzen naar de vergunningvrije bijbehorende bouwwerkenregeling in het Besluit omgevingsrecht. Bij monumenten moet ook altijd nog artikel 4a van het Besluit omgevingsrecht Bijlage II in acht worden genomen.

7.4

Artikelsgewijze toelichting

Voor de bestemmingen is in deze paragraaf een nadere toelichting opgenomen.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 'Bedrijf' In de voormalige dienstwoning mogen bedrijven zich vestigen in de categorieën A en B1 van de bij de regels gevoegde bijlage 'Lijst van Bedrijven functiemenging'. Een uitgebreide toelichting op deze lijst is opgenomen in paragraaf 7.5. Daarnaast mogen in de voormalige dienstwoning creatieve bedrijven gevestigd worden (dit wordt op de verbeelding aangeduid met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1'). Creatieve bedrijven worden getoetst aan de definitie van 'creatieve bedrijven'. Artikel 4 'Bedrijf - Nutsvoorziening' Aan de zijde van de Muntkade bevindt zich een nutsvoorziening van de wijk (trafo). Deze nutsvoorziening heeft de bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening' gekregen en is voorzien van een eigen bouwvlak inclusief maximale bouwhoogte. Artikel 5 'Gemengd' Het merendeel van het Muntgebouw met bijgebouwen heeft de bestemming 'Gemengd'. Binnen deze bestemming zijn de volgende functies toegestaan: kantoren, creatieve bedrijven, culturele voorzieningen en maatschappelijke voorzieningen (een aantal maatschappelijke voorzieningen is bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

71

hierbij uitgezonderd). Een aantal functies is alleen toegestaan ter plaatse van een specifieke aanduiding. Dit geldt voor de functies sport (ter plaatse van de voormalige logistieke hal en berging), horeca D1, D2 en D3 (inclusief aangegeven horecaterrassen) en horeca A2 (zaalverhuur). Horeca A2 (zaalverhuur) mag alleen plaatsvinden in de hallen 1, 2 en 3 en het paviljoen (deze ruimten bevinden zich allemaal op de begane grond) en in de stijlkamer op de eerste verdieping. De stijlkamer bevindt zich aan de zijde van de Leidseweg in het midden van de eerste verdieping. Vergaderingen en congresfaciliteiten mogen zowel op de begane grond als op de verdiepingen plaatsvinden. Bij een aantal functies is een maximum gesteld aan het gezamenlijk brutovloeroppervlak.

De locaties van de hallen en het paviljoen

Voor de functies is van belang dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) op de gevel van een geluidsgevoelige ruimte (zoals een woon- of slaapkamer), op de gevel van een ander geluidsgevoelig gebouw (zoals een kinderdagverblijf) of op de gevel van een geluidsgevoelig terrein (zoals een woonboot) maximaal 45 dB(A) (dagperiode: 07.00-19.00 uur), 40 dB(A) (avondperiode: 19.00-23.00 uur), 40 dB(A) (nachtperiode: 23.00-07.00 uur) mag bedragen. Voor het maximale geluidsniveau (LAmax) worden de grenswaarden 70 dB(A), 65 dB(A) en 60 dB(A) gehanteerd voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Dit is in de regels vastgelegd. Bij de vaststelling en beoordeling van de geluidniveaus moet de 'Handleiding meten en rekenen industrielawaai' toegepast worden. Daarnaast is het maximum aantal bezoekers dat gebruik mag maken van horeca in de categorie A2 (zaalverhuur) begrensd op in totaal 500 personen. Aan het horecagebruik in de categorie A2, de culturele voorzieningen en horecaterrassen zijn sluitingstijden gekoppeld. De binnenplaats mag ook gebruikt worden voor bijvoorbeeld culturele voorzieningen, waaronder voor een buitenbioscoop. Ook dan is van belang dat de geluidgrenswaarden in acht worden genomen. Op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer is het daarnaast mogelijk om maximaal 12 keer per jaar via een ontheffing ruimere geluidsnormen toe te staan.

De gemeente Utrecht heeft vastgelegd dat ruimere geluidsnormen in Utrecht voor incidentele festiviteiten twee keer per jaar via een ontheffing zijn toegestaan. Ruimere geluidsnormen zijn daarnaast toegestaan tijdens collectieve festiviteiten (zoals Koningsdag). Bij een aantal (hoofd)functies is onder voorwaarden additionele horeca toegestaan. Voor een nadere toelichting op additionele horeca verwijzen wij naar 7.6. Artikel 6 'Verkeer - Verblijfsgebied' 7 2 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Binnen het plangebied valt een deel van de stoep van de Steijnstraat en de inrit naar het terrein van het Muntgebouw aan de Muntkade inclusief delen van de stoep. Deze delen hebben de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' gekregen. Artikel 7 'Waarde - Archeologie' De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' is opgenomen ter veiligstelling en bescherming van de archeologische waarde en verwachtingen. Door de daarin opgenomen specifieke gebruiksbepaling waarin wordt verwezen naar de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg is een handelen in strijd met deze dubbelbestemming een strafbaar feit.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat een stuk grond dat al eens was betrokken bij het verlenen van een omgevingsvergunning bij de beoordeling van latere bouwplannen nogmaals wordt betrokken. Artikel 9 Algemene bouwregels Dit artikel regelt de mogelijkheid voor (beperkte) overschrijdingen van bebouwingsgrenzen die op de kaart zijn aangegeven, een voorwaardelijke verplichting over parkeren en regels voor woningvorming en omzetting. Voorwaardelijke verplichting over parkeren Voor deze ontwikkeling wordt getoetst aan de Nota Stallen en Parkeren uit 2013, inclusief de beleidsregels Parkeernormen Fiets en Auto 2019 (Bijlage I Nota Stallen en Parkeren). Dit betekent dat de Parkeervisie 2021 inclusief de beleidsregel parkeernomen fiets 2021 en de beleidsregels parkeernormen auto 2021 niet van toepassing zijn op dit project, omdat dit een bestaand bouwinitiatief is met een vastgestelde bouwenvelop waarin de parkeernormen uit 2019 leidend zijn (zie hiervoor de overgangsbepaling in artikel 23 van de beleidsregel parkeernormen auto 2021). Deze planregel volgt uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 9 september 2015 (201410585/1) over bestemmingsplan "KPN Campus Fockema Andreaelaan, Rubenslaan e.o.".

Artikel 3.1.2, tweede lid, van het Bro maakt het mogelijk dat een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels kan bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Artikel 9.3 lid 1 van de planregels regelt dat bij een omgevingsvergunning voor het bouwen de parkeergelegenheid voor auto's en fietsen voldoet aan het gemeentelijk beleid (ten tijde van het opstellen van deze toelichting: de Nota Stallen en Parkeren 2013). Bij het toetsen van een bouwaanvraag aan het bestemmingsplan, zal onderzocht worden of de aanvraag voldoet aan de voorwaarde om voldoende parkeergelegenheid te regelen. Als gedurende de geldigheid van dit bestemmingsplan het parkeerbeleid wordt gewijzigd, geldt als uitgangspunt dat een aanvraag om omgevingsvergunning aan het op dat moment geldende parkeerbeleid wordt getoetst. Daarom bevat artikel 9.3 lid 2 een regel die bij gewijzigd beleid een afweging over de bij de aanvraag horende parkeereis, zodat gemotiveerd wordt in hoeverre het nieuwe beleid wordt toegepast. Recent is de Nota Stallen en Parkeren gewijzigde via het op 28 maart 2019 vastgestelde addendum Nota parkeernormen fiets en auto.

Artikel 10 Algemene gebruiksregels Er kan alleen na 19.00 uur (tijdens de avond- en nachtperiode) geparkeerd worden op het terrein van het Muntgebouw, mits er aan de noordzijde over de gehele lengte van het parkeerterrein en onder het terras van de bovenwoningen aan de zuidoostzijde geluidwerende voorzieningen zijn gerealiseerd. Auto's parkeren deels onder de geluidwerende voorzieningen, waarmee deze het geluid van sluiten van portieren en starten van de automotor effectief afschermen. Om de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan te waarborgen wordt de realisatie van de geluidwerende voorzieningen via een voorwaardelijke verplichting afgedwongen. De geluidwerende voorzieningen moeten na de realisatie in stand worden gehouden.

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

73

De locaties van de aan te brengen geluidwerende voorzieningen

Een schematische weergave van een voorbeeld van een geluidwerende voorziening (het principe van de luifel is goedgekeurd, maar het ontwerp moet nog verder worden uitgewerkt en goedgekeurd)

De Wabo bevat een algemeen verbod om de gronden en bebouwing in strijd met het bestemmingsplan te gebruiken. Een algemeen gebruiksverbod hoeft derhalve niet meer in de planregels te worden opgenomen. Het is wel mogelijk om in het bestemmingsplan aan te geven wat onder verboden gebruik in ieder geval wordt verstaan. In dit artikel is opgenomen dat onder verboden gebruik wordt verstaan: onbebouwde gronden te gebruiken als staanplaats voor onderkomens als opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen of onderdelen daarvan of als stortplaats voor puin en afvalstoffen. Het gebruik of bouwen in strijd met het bestemmingsplan was vroeger onder de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening via een algemene gebruiksbepaling en strafbepaling geregeld in het bestemmingsplan. Onder de Wet ruimtelijke ordening was een en ander geregeld in de wet zelf. Met de invoering van de Wabo is dat opnieuw gewijzigd. Nu is het als volgt geregeld. Voor elke verandering van gebruik (in ruime zin) die in strijd komt met een bestemmingsplan is volgens artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo een omgevingsvergunning nodig. Indien voor een dergelijk planologisch strijdig gebruik geen omgevingsvergunning wordt gevraagd of een gevraagde vergunning niet wordt verleend, komt dit gebruik dus in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo.

Dat artikel kan vervolgens bestuursrechtelijk of strafrechtelijk via de Wet op de economische delicten worden gehandhaafd. Strijdig gebruik met planologische regelingen waarvan afwijking niet is toegestaan valt niet onder artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Met het oog op dergelijk gebruik is in artikel 7.2 Wet ruimtelijke ordening een verbodsbepaling opgenomen bij de invoering van de Wabo. 7 4 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Artikel 11 Algemene afwijkingsregels Dit artikel regelt de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders om af te wijken van de regels. Dit heeft primair tot doel enige flexibiliteit in de regels aan te brengen. Ze kunnen worden toegepast als er niet op grond van de bestemmingsregelingen in hoofdstuk 2 al afgeweken kan worden. Het gaat dan om een afwijking van maten, afmetingen en percentages, het plaatsen van objecten van beeldende kunst, het realiseren van kleine nutsgebouwtjes. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 12 Overgangsrecht In het Besluit ruimtelijke ordening is overgangsrecht opgenomen dat in elk bestemmingsplan moet worden overgenomen. Als de in het plan opgenomen regels, voor wat betreft gebruik of bebouwing, afwijken van een bestaande legale situatie, dan zijn daarop de overgangsregels van toepassing. De overgangsregel heeft tot doel bestaande belangen te respecteren totdat realisering van de nieuwe regels plaatsvindt. Voor bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen, is bepaald dat deze gedeeltelijk mogen worden vernieuwd of veranderd, mits de bestaande afwijking niet wordt vergroot. Gehele vernieuwing is in principe uitgesloten, waaronder ook gefaseerde vernieuwing van een bouwwerk wordt verstaan. Het doel van het overgangsrecht is dat het bestaande bouwwerk in de bestaande staat in stand mag worden gehouden. Uitsluitend na het tenietgaan van het bouwwerk door een calamiteit, waarmee onder andere brand of extreme weersomstandigheden wordt bedoeld, is onder voorwaarden gehele vernieuwing toegestaan. Vergunningplichtige bouwwerken die zonder vergunning zijn opgericht, kunnen door overgangsrecht niet gelegaliseerd worden. Bouwen zonder vergunning is immers een overtreding van de Wabo die niet door een regeling in een bestemmingsplan ongedaan kan worden gemaakt.

Wel kan met een beroep op het overgangsrecht een aanvraag worden ingediend voor de verbouw van een illegaal bouwwerk. Om te voorkomen dat een dergelijke aanvraag moet worden gehonoreerd, is in de overgangsbepaling van dit plan opgenomen dat deze slechts van toepassing is op legale bouwwerken. Voor het gebruik dat onder het overgangsrecht valt, is bepaald dat dat gebruik mag worden voortgezet. Het gebruik mag eveneens worden gewijzigd, voor zover de afwijking ten opzichte van het toegestane gebruik niet vergroot wordt. Hiervoor is al aangegeven dat illegale bouwwerken niet gelegaliseerd kunnen worden door overgangsrecht. Voor gebruik is dat in principe wel mogelijk maar vanuit het oogpunt van handhaving ongewenst. Gezien het voorgaande is in de overgangsbepaling opgenomen dat het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, van het overgangsrecht is uitgesloten. Ook na het van kracht worden van dit plan kan dus nog met succes handhavend worden opgetreden tegen gebruik dat al in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan. Dit laatste is uiteraard mede afhankelijk van andere aspecten, waaronder de vraag of het strijdige gebruik al zolang plaatsvindt dat de gemeente haar rechten heeft verwerkt. Artikel 13 Slotregel In dit artikel is de naam van het bestemmingsplan, de citeertitel, omschreven.

Prostitutie In het plangebied van dit bestemmingsplan zijn geen seksinrichtingen gevestigd met een vergunning op basis van de APV. Gezien het in Utrecht gehanteerde maximumstelsel zijn nieuwe seksinrichtingen niet toegestaan en zijn seksinrichtingen uitgesloten in de gebruiksbepaling en in de begripsbepaling "aan-huis-verbonden bedrijf". Gelet op het binnen de gemeente gehanteerde maximumstelsel betekent de regeling in dit bestemmingsplan geen algeheel verbod, maar wel een verbod op seksinrichtingen binnen dit plangebied.

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

75

7.5

Lijst van Bedrijven functiemenging

Toepassing Lijst van Bedrijven functiemenging Algemeen In de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) zijn twee voorbeeldstaten voor milieuzonering opgenomen, namelijk de 'Staat Bedrijfsactiviteiten bedrijventerreinen' en de 'Staat Bedrijfsactiviteiten functiemenging'. De aanpak van milieuzonering en de in dit plan gebruikte Lijst van Bedrijven functiemenging is gebaseerd op de Staat Bedrijfsactiviteiten functiemenging in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). De Lijst van Bedrijven functiemenging wordt gehanteerd in gebieden waar bedrijven of andere milieubelastende functies verspreid zijn gesitueerd tussen woningen of andere gevoelige functies. Onderstaand wordt hier meer in detail op ingegaan. Het gaat in dergelijke gebieden in het algemeen om relatief kleinschalige bedrijvigheid die op korte afstand van woningen kan worden toegestaan. De toelaatbaarheid van activiteiten wordt voor dergelijke gebieden in de VNG-publicatie (en de Lijst van Bedrijven functiemenging) bepaald met behulp van op deze situaties toegesneden toelatingscriteria. Functiemengingsgebieden In bestaande gebieden waar in enige vorm sprake is van functiemenging, of in gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd (bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen), wordt de Lijst van Bedrijven functiemenging toegepast.

Zoals in de VNG-publicatie is aangegeven kan bij functiemengingsgebieden gedacht worden aan: stadscentra, dorpskernen en winkelcentra; horecaconcentratiegebieden; zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en in lintbebouwingen; (delen van) woongebieden met kleinschalige of ambachtelijke bedrijvigheid. Daarnaast kan ook in (delen van) woongebieden waar enige vorm van bedrijvigheid aanwezig of gewenst is de Lijst van Bedrijven functiemenging worden toegepast. Kenmerken van de activiteiten De activiteiten in dergelijke gebieden verschillen in het algemeen qua aard en schaal sterk van de activiteiten op een bedrijventerrein. Behalve in historisch gegroeide situaties gaat het voornamelijk om: kleinschalige, meestal ambachtelijke bedrijvigheid; bedrijven waarbij de productie of laad- en loswerkzaamheden alleen in de dagperiode plaatsvindt; activiteiten die hoofdzakelijk inpandig geschieden. De toegepaste Lijst van Bedrijven functiemenging De bovenvermelde criteria liggen mede ten grondslag aan de selectie van activiteiten die zijn opgenomen in de Lijst van Bedrijven functiemenging. In de Lijst van Bedrijven functiemenging zijn de aspecten geluid, geur, stof en gevaar en de index voor verkeersaantrekkende werking in de categorisering opgenomen.

Deze Lijst is samengesteld volgens dezelfde methodiek als de betreffende Staat Bedrijfsactiviteiten functiemenging uit de VNG-publicatie. Op twee punten is een andere werkwijze toegepast: 1.

In dit plan wordt alleen de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten gekoppeld aan de Lijst. In de Lijst van Bedrijven functiemenging zijn daarom alleen de activiteiten opgenomen die passen binnen de definitie van bedrijf volgens de begripsbepalingen in de regels van dit bestemmingsplan. De toelaatbaarheid van andere functies wordt in dit plan indien nodig op een andere wijze in de regels en op de plankaart van dit bestemmingsplan geregeld (bijvoorbeeld horecabedrijven via een afzonderlijke Lijst van Horeca-activiteiten). Toegevoegd zijn enkele regelmatig voorkomende bedrijfsactiviteiten die in de lijst van de VNG-publicatie niet specifiek zijn opgenomen, maar wel aan de vermelde criteria voldoen zoals een ambachtelijke glas-in-loodzetterij en caravanstalling. Voor aannemers, SBI-code 45, heeft een nadere specificatie van de activiteiten plaatsgevonden met bijbehorende categorie-indeling die is afgestemd op de verwachte milieueffecten van deze activiteiten.

2.

In de Lijst van Bedrijven functiemenging is in de categorie-indeling een nader onderscheid gemaakt tussen categorie B1 en B2. Voor de toepassing in dit bestemmingsplan blijkt het onderscheid tussen categorie A en categorie B zoals beschreven in de VNG-publicatie te groot om de toelaatbaarheid van activiteiten voldoende af te kunnen stemmen op de kenmerken van de functiemengingsgebieden en het daarin te volgen beleid.

7 6 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Categorie-indeling Zoals in de VNG-publicatie is aangegeven kan, vanwege de bijzondere kenmerken van gebieden met enige vorm van functiemenging, niet worden gewerkt met een systematiek van richtafstanden en afstandsstappen: vanwege de zeer korte afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies is een dergelijke systematiek niet geschikt voor functiemengingsgebieden. De Lijst van Bedrijven functiemenging hanteert vier categorieën A, B1, B2 en C met specifieke criteria voor de toelaatbaarheid die onderstaand uiteen zijn gezet. Categorie A Bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies zijn toegestaan, desgewenst in daarvoor omschreven zones binnen rustige woongebieden. De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Categorie B1 Bedrijfsactiviteiten die direct naast of beneden woningen/andere gevoelige functies in een daarvoor omschreven gebied met functiemenging zijn toegestaan. De activiteiten zijn zodanig weinig milieubelastend dat de eisen uit het Bouwbesluit toereikend zijn. Categorie B2 Bedrijfsactiviteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter bouwkundig afgescheiden van woningen/andere gevoelige functies. Bouwkundig afgescheiden betekent dat de panden los van elkaar dienen te staan.

Uitzondering hierop vormen binnenterreinen omringd door voornamelijk woningen: ook al zijn bedrijven bouwkundig afgescheiden van woningen, op deze locaties zijn hooguit categorie B1 bedrijven toegestaan. Categorie C Activiteiten vermeld onder categorie B2, waarbij vanwege relatief grote verkeersaantrekkende werking een directe ontsluiting op hoofdinfrastructuur gewenst is.

Flexibiliteit De Lijst van Bedrijven functiemenging blijkt in de praktijk een relatief grof hulpmiddel te zijn om hinder door bedrijfsactiviteiten in te schatten. De inschalingen gaan uit van een gemiddeld bedrijf met een moderne bedrijfsvoering. Het komt in de praktijk voor dat een bepaald bedrijf als gevolg van een geringe omvang van hinderlijke deelactiviteiten, een milieuvriendelijke werkwijze of bijzondere voorzieningen minder hinder veroorzaakt dan in de Lijst van Bedrijven functiemenging is verondersteld. In de regels is daarom bepaald dat het college van burgemeester en wethouders een dergelijk bedrijf toch kan toestaan, indien dit bedrijf niet binnen de algemene toelaatbaarheid past. Bij de Lijst van Bedrijven functiemenging is deze mogelijkheid beperkt tot maximaal 1 categorie (dus bijvoorbeeld categorie B1 in plaats van A of categorie B2 in plaats van B1). Om te kunnen afwijken moet worden aangetoond dat het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) vergelijkbaar is met andere bedrijven uit de desbetreffende lagere categorie. Daarnaast is het mogelijk dat bepaalde bedrijven zich aandienen, waarvan de activiteiten in de Lijst van Bedrijven functiemenging niet zijn vermeld, maar die qua aard en invloed overeenkomen met bedrijven die wel zijn toegestaan.

Met het oog hierop is in de regels bepaald dat het college van burgemeester en wethouders kan afwijken en vestiging van een dergelijk bedrijf kan toestaan. Om te kunnen afwijken moet op basis van milieutechnisch onderzoek worden aangetoond dat het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met direct toegelaten bedrijven.

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

77

7.6

Lijst van Horeca-activiteiten

Een horecabedrijf heeft door het komen en gaan van bezoekers invloed op de beleving van zijn omgeving. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening kan het nodig zijn de omgeving te beschermen tegen geluids- en verkeersoverlast als gevolg van horecabedrijven. In hoofdstuk 5 van het Ontwikkelingskader horeca Utrecht 2018 is een lijst opgenomen, waarin horeca-activiteiten aan de hand van ruimtelijk relevante criteria zoals de omvang, de ruimtelijke uitstraling en de parkeerdruk naar zwaarte in categorieën zijn ingedeeld. Met 'zwaarte' wordt het normaal te verwachten effect op het woon- en leefklimaat van de omgeving bedoeld. Bij de zwaarste categorie, discotheek, is het effect het grootst door de grote aantallen bezoekers en de harde muziek en bij de lichtste categorie, lunchroom, is het effect het kleinst, vanwege het kleinschalige karakter en omdat deze vorm van horeca alleen open is, als de winkels open mogen zijn. Het beleid over hotels is niet in het Ontwikkelingskader horeca Utrecht 2018 opgenomen. De uitleg hieronder gaat alleen over horecabedrijven die geen hotel zijn. In de regels van het bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van de Lijst van Horeca-activiteiten die inhoudelijk gelijk is aan de lijst in hoofdstuk 5 van het Ontwikkelingskader horeca Utrecht 2018.

Bij het opstellen van de lijst is uitgegaan van de volgende begripsomschrijving van een horecabedrijf: een horecabedrijf is een bedrijf of instelling waar: bedrijfsmatig drank en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt of bedrijfsmatig een zaalaccommodatie wordt geëxploiteerd. De activiteit 'hotel' valt niet onder deze definitie en een coffeeshop of een shishalounge ook niet. Deze activiteiten zijn dus niet in de lijst opgenomen en zijn op grond van de regels van dit bestemmingsplan niet toegestaan. De lijst bevat de volgende categorieën, van 'licht' naar 'zwaar': D3 (lichte horeca plus), D2 (lichte horeca), D1 (middelzware horeca), C (snelle horeca), B (zware horeca), A2 (grootschalige zware horeca) en A1 (grootschalige zware horeca). Onderscheid tussen de categorieën A2 , A1 en B Bij de activiteit A2 ligt het accent op zaalverhuur voor grootschalige, besloten feesten, zoals bruiloften, al dan niet met muziek, verstrekking van dranken en etenswaren. Bij de activiteit A1, disco, ligt het accent op het gelegenheid geven tot dansen op muziek, als wezenlijk onderdeel van de inrichting. In een café is het schenken van dranken voor consumptie ter plaatse de belangrijkste activiteit. Onderscheid tussen de categorieën C en D Een cafetaria of snackbar (categorie C) is een laagdrempelige inrichting met veel in- en uitgaande bewegingen, die vaak laat open is.

Bij deze categorie ligt het accent op het snel verstrekken van etenswaren en alcoholvrije dranken voor consumptie ter plaatse. Bij dit soort gelegenheden nemen bezoekers de gekochte waren ook vaak mee, in plaats van ze ter plaatse te nuttigen. De aantasting van het woon- en leefklimaat wordt vooral veroorzaakt door geluidsoverlast van bezoekers die komen en gaan, of door bezoekers die buiten de inrichting eten en door stankoverlast. In restaurants of lunchrooms worden de maaltijden rustig in het pand gegeten. De lichtere variant, categorie D2, richt zich op het winkelende publiek en is gebonden aan de sluitingstijden zoals die gelden voor detailhandel. De lichte horeca plus, categorie D3, is dag- en avondhoreca voor consumptie ter plaatse met een sluitingstijd om 23.00 uur. Coffeeshop, shishalounge In de APV is de regulering van coffeeshops opgenomen die voorziet in een maximaal aantal gedoogde vestigingen. De vestigingsvereisten zijn vastgelegd in het Cannabisbeleid. Een coffeeshop is veelal een horecavestiging in de categorie D en past dan alleen in panden met die bestemming. Een shishalounge is een bedrijf dat zich vooral richt op het aanbieden van een ruimte waar een waterpijp gerookt kan worden. Daarbij wordt ook wel een drankje en een hapje aangeboden, waarmee zo'n bedrijf horeca-achtig wordt.

Dergelijke bedrijven hebben niet de naam een positieve bijdrage te leveren aan het verbeteren van de leefkwaliteit van een straat. Daar komt bij dat shishalounges zich vaak niet aan winkeltijden houden en zich niet richten op winkelend publiek. In een rustige woonwijk en in een wijkwinkelcentrum zijn dergelijke bedrijven daarom niet gewenst. Horeca-achtige activiteiten Afhaalzaak Een afhaalzaak is een bijzondere vorm van detailhandel. In een afhaalzaak worden etenswaren bereid die niet ter plaatse genuttigd worden. Het horeca-aspect, het bereiden van het voedsel, is een ondergeschikt deel. In bestemmingsplannen worden afhaalzaken apart bestemd, omdat de planologische uitstraling vaak lijkt op een cafetaria, door de openingstijden, de geur, de brommers van de bezorgservice, het komen en gaan van bezoekers en het voor de deur opeten van het 7 8 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

voedsel. Ondersteunende horeca In de detailhandelsbranche is een groeiende behoefte aan ondersteunende horeca. Dit is horeca die een relatie heeft met en ondergeschikt is aan de hoofdfunctie. Dat moet blijken uit de aard van de hoofdfunctie en uit de omvang van de horecafunctie. Het Ontwikkelingskader horeca Utrecht 2018 geeft hiervoor de volgende randvoorwaarden: het horecadeel mag niet direct vanaf de straatzijde zichtbaar zijn en het pand moet het aanzicht behouden van een winkel; het vloeroppervlak van de horecafunctie bedraagt voor vestigingen met een brutovloeroppervlak tot 1.000 m2 maximaal 30% van het brutovloeroppervlak van de vestiging en voor vestigingen met een brutovloeroppervlak dat groter is dan 1.000 m2 maximaal 20% van het brutovloeroppervlak van de vestiging; in vestigingen met een brutovloeroppervlak tot 1.000 m2 moet er een directe relatie zijn met de producten die in de winkel verkocht worden; de vestiging moet zich houden aan de algemeen gehanteerde winkeltijden. Additionele horeca Additionele horeca is een horeca-activiteit die als vanzelfsprekend hoort bij de hoofdfunctie. Deze activiteit wordt gezien als normale activiteit bij de hoofdfunctie. Voorbeelden van additionele horeca zijn de kantines bij buurthuizen, scholen, sportfaciliteiten, kantoren, bedrijven, theaters, bioscopen en musea.

De bestemming is in deze voorbeelden 'maatschappelijk', 'sport', 'kantoor', 'bedrijf' en 'cultuur en ontspanning'. Uit de jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2015:4039) volgt dat duidelijk moet zijn waar de additionele horeca-activiteiten mogen plaatsvinden. Daarom is additionele horeca alleen in een bovengenoemde bestemmingen toegestaan, als additionele horeca in de bestemmingsomschrijving van die bestemmingen is opgenomen. Kenmerken van additionele horeca zijn: de horeca-activiteit hoort bij de hoofdfunctie en is alleen open tijdens de openingstijden van de hoofdfunctie; de ruimte voor de horeca-activiteit wordt niet los van de hoofdfunctie gebruikt; de ruimte wordt dus niet verhuurd of anderszins in gebruik gegeven aan derden, bijvoorbeeld ten behoeve van feesten en partijen; de horeca-activiteit completeert of vergroot de kwaliteit van de hoofdfunctie; de horeca-activiteit is ondergeschikt aan de hoofdfunctie, wat blijkt uit het feit dat de horecafunctie een beperkt vloeroppervlak gebruikt, waarbij een percentage van 30% van de bebouwde vloeroppervlakte van de hoofdfunctie doorgaans als maximum geldt.

7.7

Handhaving

Door handhaving controleert de overheid of burgers, bedrijven en bijvoorbeeld overheidsorganen zich aan de wet- en regelgeving houden. Onder handhaving wordt verstaan het door controle (toezicht en opsporing) en het toepassen (of dreigen daarmee) van bestuursrechtelijke sancties, bereiken dat het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift wordt nageleefd. De handhaving van de van toepassing zijnde regeling binnen de gemeente Utrecht, wordt uitgevoerd door diverse diensten en afdelingen. Zo wordt namens het college onder andere gehandhaafd op de regels van voorliggend bestemmingsplan. Dit betekent dat de regels voor wat betreft het gebruik en de bebouwingsregels worden gehandhaafd. Dit gebeurt veelal door toetsing tijdens het behandelen van de aanvragen om omgevingsvergunning, maar kan ook gebeuren als gevolg van toezicht tijdens de uitvoering van de bouw of op grond van een eigen constatering indien een bouwwerk of een perceel in strijd met het bestemmingsplan wordt gebruikt. Indien er bijvoorbeeld sprake is van illegale ingebruikname van gemeentelijke grond, dan zal hiertegen worden opgetreden. Doel handhavend optreden Het doel van het handhavend optreden van de gemeente is niet direct gekoppeld aan de noodzaak van een actueel bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=e79b348d-e3fb-4c73-9c25-e614c251915a