CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 14 april 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok35.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Nieuwe tuin- en terreinindeling

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

43

4.2

Verkeer en openbare ruimte

4.2.1

Verkeer en parkeren

Kader Voor een goede inpassing van deze ontwikkeling is het belangrijk om na te gaan of het aantal verkeersbewegingen en de parkeerbehoefte door de nieuwe invulling toe- of afneemt. Ook is het van belang om te weten of het parkeergedrag gaat veranderen. De verwachting is dat door een nieuwe invulling ander bezoek- en parkeergedrag zal ontstaan; van een piekdrukte overdag (vanwege de productielocatie van de nationale Munt) naar een spreiding over de dag door een variatie aan activiteiten, deels in de avond (horeca/fitness). Het is van belang dat de bestaande wegen de eventuele extra verkeersgeneratie die de nieuwe ontwikkeling met zich meebrengt zonder problemen kunnen afwikkelen. Dit is berekend met behulp van de tool 'parkeer- en verkeersmodel voor ruimtelijke ontwikkelingen' van de gemeente Utrecht. Daarnaast kent elke ontwikkeling een bepaalde parkeerbehoefte die berekend moet worden. Daarbij is de Nota Stallen en Parkeren, vastgesteld op 22 maart 2013 door de gemeenteraad, inclusief het addendum Nota parkeernota fiets en auto dat door de gemeenteraad op 28 maart 2019 is vastgesteld leidend. Voor deze ontwikkeling wordt getoetst aan de Nota Stallen en Parkeren uit 2013, inclusief de beleidsregels Parkeernormen Fiets en Auto 2019 (Bijlage I Nota Stallen en Parkeren).

Dit betekent dat de Parkeervisie 2021 inclusief de bijbehorende beleidsregels niet van toepassing zijn op dit project, omdat dit een bestaand bouwinitiatief is met een vastgestelde bouwenvelop waarin de parkeernormen uit 2019 leidend zijn. De ontwikkellocatie valt in parkeerzone A2, centraal stedelijk met betaald parkeren. Ook moeten er voor de bezoekers die met de auto komen, voldoende parkeerplaatsen zijn voorzien, hetzij dichtbij of verder weg. In het laatste geval is het belangrijk dat de verbinding tussen de parkeervoorziening en het Muntgebouw aantrekkelijk genoeg is. Ook is bekeken in welke mate andere vormen van mobiliteit bijdragen aan de bereikbaarheid van het Muntgebouw. Plangebied Verkeer Auto De locatie is per auto bereikbaar via de Muntkade, de Abel Tasmanbrug en de Leidseweg. De Leidseweg is een fietsstraat met éénrichtingsverkeer voor auto's (richting) centrum en fietsverkeer in twee richtingen. De auto's zijn in deze fietsstraat te gast. De Muntkade heeft een tweerichtingsverkeer. Het snelheidsregime op de Muntkade en de Leidseweg is 30 km/per uur. Een bezoek aan deze locatie met een auto wordt zoveel mogelijk ontmoedigd. Fiets en voetgangers Het Muntgebouw is goed per fiets en te voet te bereiken. Het Muntgebouw ligt direct aan de belangrijke 'doorfietsroute' tussen het centrum van Utrecht en Leidsche Rijn.

Aan de overzijde van het Merwedekanaal wordt het project 'Rondje Stadseiland' ontwikkeld waardoor ook hier aantrekkelijke verbindingen voor fietsers en voetgangers ontstaan richting de te ontwikkelen wijk 'Merwedekanaalzone'. Openbaar vervoer De centrale ligging van het Muntgebouw in de nabijheid van Utrecht Centraal Station maakt het voor de gebruikers en de bezoekers van het Muntgebouw aantrekkelijk om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Vanaf het ov-knooppunt is de loopafstand naar het Muntgebouw circa 15 minuten. Op circa 5 minuten lopen is de bus- en tramhalte Graadt van Roggenweg gelegen. De sneltram biedt een verbinding richting enerzijds het Centraal Station/De Uithof, waar een P&R-voorziening is gelegen nabij de A27/A28. In de andere richting rijdt de sneltram richting de wijk Kanaleneiland en Nieuwegein en IJsselstein. Deze tramlijn heeft een halte bij P&R-terrein Westraven. Deze P&R ligt vlakbij de A12 en A2. De buslijnen die aan de Graadt van Roggenweg stoppen bieden een verbinding met diverse wijken van de stad en enkele steden daarbuiten. Er kan dan ook worden gesproken van hoogwaardig openbaar vervoer op loopafstand. Parkeren Omdat er sprake is van een herbestemming met veranderde functies binnen een bestaand pand is er sprake van een toetsmoment voor de parkeerbalans.

Dat betekent dat er een berekening (zie bijlage 2) heeft plaats gevonden van de parkeerbehoefte van de nieuwe functie, waarbij is nagegaan hoe in de parkeerbehoefte is voorzien. Hierbij is ook het 'rechtens verkregen niveau' bepaald. Bij functiewijzigingen wordt bij de berekening van de parkeereis rekening gehouden met de parkeervraag van de bestaande situatie (het rechtens verkregen niveau). Dit betekent dat eerst de parkeereis van de legale functies wordt bepaald 4 4 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

(conform de maximum parkeernorm). Deze parkeerbehoefte mag vervolgens worden afgetrokken van de parkeereis van de nieuwe functie (conform de minimum parkeernorm), zodat alleen het verschil aan parkeerplaatsen eventueel nog moet worden gerealiseerd. Dit rechtens verkregen niveau is conform beleid voor het Muntgebouw bepaald op 252 autoparkeerplaatsen en 411 fietsparkeerplaatsen.

De parkeerbehoefte van de nieuwe functie komt uit op minimaal 170 autoparkeerplaatsen en 659 fietsparkeerplaatsen. Omdat rekening kan worden gehouden met 'dubbelgebruik' (overlappend gebruik door niet-conflicterende functies) kan zelfs worden volstaan met 135 parkeerplaatsen voor auto's en 469 fietsparkeerplaatsen. Omdat het aantal (34) autoparkeerplaatsen op eigen terrein van het Muntgebouw gelijk blijft en er in de kelder een fietsenstalling met een capaciteit van circa 220 plekken gerealiseerd wordt, is de conclusie dat de nieuwe functie passend is en niet zorgt voor een toename van het benodigde aantal parkeerplaatsen. Het is niet mogelijk om op eigen terrein meer autoparkeerplaatsen te realiseren. De in- en uitgang van de fietsenkelder komt aan de achterkant van het hoofdgebouw (Muntgebouw). Voor grootschalige bijeenkomsten (zoals bijvoorbeeld het Filmfestival of Lombokfestival) kan incidenteel naar een flexibele fietsparkeervoorziening gezocht worden. In de toekomstige situatie rijden gebruikers van de parkeergelegenheid op eigen terrein van het Muntgebouw via de Muntkade het terrein op. Dit verkeer verlaat het terrein aan de kant van de Leidseweg en gaat hier rechtsaf in verband met het hier geldende eenrichtingsverkeer. Om deze parkeerroute over het eigen terrein mogelijk te maken, wordt de verbinding tussen de productiehallen en het smelthuis afgebroken.

Leveranciers laden en lossen in principe op de daarvoor aangewezen plaats op het eigen terrein aan de achterzijde. Ook kan gebruik gemaakt worden van het voorterrein om te laden/lossen. In de bestaande situatie vindt parkeren grotendeels op afstand plaats. Op de website van het Muntgebouw wordt verwezen naar Jaarbeurs P1 (ook in het masterplan van de Jaarbeurs zijn in het district West parkeerfaciliteiten voorzien). Ondanks dat alternatieven voor de auto goed aanwezig zijn, zullen ook in de nieuwe situatie bezoekers met de auto komen. Ook dan is van belang dat bezoekers op afstand parkeren. Bezoekers die met de auto naar het Muntgebouw komen worden gevraagd om op afstand te parkeren. Uitgangspunt bij grotere bijeenkomsten is dat de meeste bezoekers met het openbaar vervoer, te voet of met de fiets naar het Muntgebouw komen. Per grotere bijeenkomst wordt bepaald of er aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn om het verkeer en vervoer te faciliteren. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan extra bewegwijzering van het station naar de locatie, het realiseren van extra (tijdelijke) fietsparkeerplaatsen of de inzet van verkeersregelaars. De te nemen maatregelen zijn sterk afhankelijk van het type bijeenkomst dat wordt georganiseerd en het aantal verwachte bezoekers. Per bijeenkomst wordt afzonderlijk een afweging gemaakt en eventueel een verkeersplan opgesteld.

Bezoekers van de horeca en sportvoorzieningen, bezoeken relatief kort het Muntgebouw, en kunnen in de openbare ruimte gaan parkeren. Hierbij zijn de parkeerplaatsen aan de Muntkade voor de hand liggend, gezien de aansluiting op de Graadt van Roggenweg. De parkeerdrukmeting laat zien dat er op deze plek geen parkeerdruk is (zie bijlage 12). Om bezoekers die met de auto komen te sturen om op afstand te parkeren worden de volgende maatregelen aanbevolen: Bij culturele bijeenkomsten (zoals het Filmfestival) en congressen een koppeling maken tussen ticketverkoop en een parkeerticket voor parkeren op afstand. Heldere communicatie op de website voor de bezoekers, waarbij de routebeschrijving op de website verwijst naar de parkeerlocatie op afstand. bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

45

Communicatie richting toekomstige exploitanten, zodat zij bekend zijn met het parkeerbeleid van het Muntgebouw, zodat gestuurd worden op duurzame mobiliteit

Verkeersintensiteiten en parkeergedrag Er is onderzoek gedaan naar de algemene bereikbaarheid van de Muntlocatie, de te verwachten toeof afname van het aantal verkeersbewegingen en hoe de verkeerintensiteiten (en het daarmee samenhangende parkeren) over de dag verspreid zijn. Zo is onder andere nagegaan waar en wanneer men parkeert op basis van de parkeermotieven; de reden van een bezoek is bepalend voor de acceptatie van een langere wandelafstand tussen de parkeergelegenheid en de bestemming. Het rapport van deze studie is als bijlage 3 toegevoegd aan dit bestemmingsplan. De belangrijkste conclusies uit die rapport zijn als volgt: Het Muntgebouw is per openbaar vervoer en fiets goed bereikbaar; De verkeersgeneratie neemt door de nieuwe invulling van het Muntgebouw toe van circa 590 voertuigbewegingen per dag naar circa 820 voertuigbewegingen per etmaal. Deze toename vindt met name plaats in de avonduren; Het onderzoek toont aan dat de toename van 230 motorvoertuigen per etmaal (circa 23 motorvoertuigen in de spits) niet leidt tot verkeersonveilige situaties op zowel de Muntkade als op de Leidseweg. Conclusie Vanuit verkeersoogpunt bestaan er voor de ontwikkeling geen belemmeringen. De parkeerbehoefte van de ontwikkeling voor zowel auto's als fietsen kan binnen het plangebied dan wel in de nabijheid van het Muntgebouw worden opgelost. 4.2.2

Openbare ruimte en groen

Slechts een klein deel van het plangebied maakt onderdeel uit van de openbare ruimte. Hierbij gaat het om een deel van de stoep gelegen aan de Steijnstraat (onder andere het deel met daarop de krentenboompjes) en een deel bij de inrit naar het terrein van het Muntgebouw. De gemeente gaat met bewoners uit de Steijnstraat in overleg over het eventueel vervangen van de krentenboompjes. Hierbij is van belang dat een groene aanblik van de Steijnstraat behouden blijft. Voor het overige zal de openbare ruimte niet wijzigen.

4 6 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden 5.1

Inleiding

In toenemende mate wordt de milieukwaliteit van belang bij de ontwikkeling van functies in het landelijk en stedelijk gebied. Het milieubeleid heeft zich in de loop van enkele decennia ontwikkeld tot een complexe materie, die er in de praktijk toe leidt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met verschillende milieuaspecten rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd.

5.2

Milieueffectrapportage

Kader Het doel van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over deze plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten, die activiteiten mogelijk maken welke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In onderdeel C van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. wordt aangegeven welke activiteiten altijd m.e.r.-plichtig zijn. Bij de activiteiten die in onderdeel D van die bijlage genoemd worden moet beoordeeld worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Uit deze m.e.r.-beoordeling kan de conclusie volgen dat er een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Plangebied De in het plan opgenomen activiteiten zijn niet opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. De activiteiten vallen onder categorie D11.2 (aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject) zoals deze is opgenomen in onderdeel D van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit is in het Besluit m.e.r. een drempelwaarde opgenomen van 2.000 woningen, een projectgebied van 100 hectare en 200.000 m² bvo aan bedrijfsoppervlakte of meer. Het plan blijft onder deze drempelwaarden en overschrijdt deze niet.

Op grond van artikel 2, lid 5, sub b, van het Besluit m.e.r. dient echter ook in 'overige gevallen' bekeken te worden of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen (de vormvrije m.e.r.-beoordeling). Op basis van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling moet het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente Utrecht) een besluit nemen om voor het project wel of geen m.e.r.-procedure te volgen voor het project alvorens het ontwerp bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Om te beoordelen of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen is een vormvrije m.e.r.-beoordeling (aanmeldnotitie) opgesteld. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen en er derhalve geen aanleiding is om een m.e.r.-procedure te doorlopen. De gemeente heeft dan ook op 11 november 2021 (zie bijlage 4) besloten om voor dit plan geen m.e.r.-procedure toe te passen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in bijlage 5. Conclusie Er is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen door de beoogde ontwikkeling. Het opstellen van een milieueffectrapportage is dan ook niet noodzakelijk.

5.3

Bedrijven en milieuzonering

Kader De gemeente Utrecht streeft naar een situatie waarin wonen en werken in de stad op een goede manier samengaan. Beide functies zijn zeer belangrijk voor Utrecht, maar ook dient te worden voorkomen dat milieuhinder van bedrijven een negatieve invloed heeft op de woonomgeving, of dat omgekeerd de bedrijvigheid wordt belemmerd door de aanwezigheid van woningen in de directe nabijheid. Van belang zijn in dit kader de invloed van geluid, geur, veiligheid en luchtkwaliteit van het bedrijf op de gevoelige bestemmingen in het bestemmingsplan. De Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) heeft een veel gebruikte systematiek ontwikkeld om wonen en werken in elkaars nabijheid te kunnen realiseren. In 'Bedrijven en Milieuzonering' bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

47

worden afstanden tussen bedrijven en woningen gehanteerd. De aan te houden afstand is afhankelijk van het karakter van de woonwijk: rustig of druk (aangeduid met de term 'gemengd gebied') en de zwaarte van de milieucategorie. In een rustige woonwijk wordt een grotere afstand tot bedrijven gehanteerd en in een drukke woonwijk een kleinere afstand. Daarnaast kent de VNG een systematiek voor functiemenging. Daarin accepteren we een sterkere menging van wonen en werken voor bedrijven die ook op korte afstand (soms zelfs aanpandig) geen grote milieu-impact met zich meebrengen. Plangebied Rondom het Muntgebouw liggen woningen op korte afstand aan de Leidseweg, Krugerstraat en Steijnstraat. Op iets grotere afstand zijn meerdere ligplaatsen voor woonboten gelegen. Het gebied kan worden gekenschetst als “rustige woonwijk”. Een richtwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde – hetgeen 5 dB strenger is dan de grenswaarde op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer- is conform de Geluidnota Utrecht, deze maakt onderdeel uit van de Omgevingsvisie Utrecht, dan ook het uitgangspunt. De gemeentelijke Geluidnota wordt onder andere toegepast bij het maken van ruimtelijke afwegingen, zoals in een bestemmingsplan.

Door middel van geluidsmetingen is aangetoond dat in de nachtperiode een hoger achtergrondgeluidsniveau aanwezig is, passend bij een "drukke woonwijk in de stad" (dit wordt veroorzaakt door (ver) wegverkeer). Dat is de reden dat de oude milieuvergunning van De Munt in die beoordelingsperiode naar boven is bijgesteld. Ook voor dit plan in deze situaties geldt dit uitgangspunt. Uit voorstaande volgt dat als grenswaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) op de gevel van een geluidsgevoelige ruimte, op de gevel van een ander geluidsgevoelig gebouw of op de gevel van een geluidsgevoelig terrein op maximaal 45 dB(A) (dagperiode: 07.00-19.00 uur), 40 dB(A) (avondperiode: 19.00-23.00 uur), 40 dB(A) (nachtperiode: 23.00-07.00 uur) wordt gesteld. Voor het maximale geluidsniveau (LAmax) worden de grenswaarden 70 dB(A), 65 dB(A) en 60 dB(A) gehanteerd voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode. Deze waarden zijn in de regels van het bestemmingsplan vastgelegd. Uit het geluidsonderzoek (zie bijlage 7) komt naar voren dat met de nog te treffen aanpassingen aan het gebouw, die voornamelijk te maken hebben met de energiezuinigheid en thermische isolatie het gebruik past binnen de streefwaarden voor geluid in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

Door voorgaande geluidregels aan dit bestemmingsplan te verbinden, wordt geborgd dat ook wanneer de aanpassingen aan de gebouwen niet of in mindere mate worden uitgevoerd, omwonenden verzekerd zijn van een goed woon- en leefklimaat (goede ruimtelijke ordening). Een aantal functies in de panden is alleen toegestaan ter plaatse van een specifieke aanduiding. Dit geldt voor de functies sport (ter plaatse van de voormalige logistieke hal en berging), horeca D1, D2 en D3 (inclusief een horecaterras aan de Muntkade en op de binnenplaats) en voor horeca A2 (zaalverhuur). Horeca A2 (zaalverhuur) mag alleen plaatsvinden in de hallen 1, 2 en 3 en het paviljoen (deze ruimten bevinden zich allemaal op de begane grond) en in de stijlkamer op de eerste verdieping. De stijlkamer bevindt zich aan de zijde van de Leidseweg in het midden van de eerste verdieping. Vergaderingen en congresfaciliteiten mogen zowel op de begane grond als op de verdiepingen plaatsvinden. Bezoekers van bijvoorbeeld horeca A2 of congressen komen en gaan (net als in de bestaande situatie) voornamelijk te voet via de centrale in- en uitgang van het gebouw en zijn daar onderdeel van het normale verkeersbeeld. Er zijn geen rijen met wachtende en pratende bezoekers te verwachten dichtbij de woningen.

Het Muntgebouw beschikt ook over een behoorlijk groot voorterrein ter plaatse van de centrale in- en uitgang, waar gebruik van gemaakt kan worden. Daarnaast zal de afwikkeling van bezoekers van de horeca A2 en de culturele voorzieningen op zondag t/m donderdag vanaf 21.00 uur en op vrijdag en zaterdag vanaf 22.00 uur verlopen via de uitgang van het hoofdgebouw aan de Muntkade, aangezien op deze locatie de woningen en woonboten zich op een grotere afstand bevinden. Bezoekers die hun fiets in de fietsenkelder van het Muntgebouw hebben gestald, verlaten het hoofdgebouw via de achterzijde op het binnenterrein en vervolgens via de Muntkade het terrein. Tijdens de dagperiode (07.00-19.00 uur) is bevoorrading en laden en lossen mogelijk met bestelbussen via de laad- en losplek aan de voorzijde van het pand, gelegen aan de Leidseweg. Vrachtwagens kunnen tijdens de dagperiode laden en lossen via het binnenterrein. Het is technisch mogelijk om maatregelen aan de installaties (luchtbehandelingskasten en koelinstallaties) die buiten zijn opgesteld te treffen, waardoor deze voldoen aan de geluidsniveaus. Uit indicatieve berekeningen is gebleken dat met name het sluiten van portieren van geparkeerde auto's op het terrein van het Muntgebouw kunnen leiden tot overschrijdingen van grenswaarden voor piekgeluid in de avond- en nachtperiode.

Om overschrijdingen te voorkomen is het noodzakelijk dat er in het ontwerp van het parkeerterrein maatregelen worden getroffen. In het geluidsonderzoek is rekening gehouden met geluidwerende voorzieningen (luifels) bij de muur aan 4 8 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

de noordzijde over de gehele lengte van het parkeerterrein en onder het terras van de bovenwoningen aan de zuidoostzijde. Deze geluidwerende voorzieningen hebben een minimale hoogte van circa 3 meter ten opzichte van het parkeerterrein (de huidige muur is circa 2,2 meter hoog) en een diepte van circa 1,5 meter ten opzichte van de muur. De geluidwerende voorzieningen moeten bestaan uit gesloten plaatmateriaal met voldoende massa om het geluid te kunnen weren. Auto's parkeren deels onder de geluidwerende voorzieningen, waarmee deze het geluid van sluiten van portieren en starten van de automotor effectief afschermen. Om de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan te waarborgen wordt de realisatie van de geluidwerende voorzieningen via een voorwaardelijke verplichting afgedwongen. Het plaatsen van geluidwerende voorzieningen op de aangegeven locaties is akkoord bevonden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), de afdeling Erfgoed van de gemeente Utrecht en het secretariaat van de Commissie Welstand en Monumenten akkoord bevonden, waarmee de uitvoerbaarheid van deze maatregel voldoende geborgd is. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning zal een ontwerp van de geluidwerende voorzieningen beoordeeld worden. Dit bestemmingsplan is opgesteld vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Voor deze locatie is ook het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing.

In dit rechtstreeks werkende besluit zijn regels over geluid en geur opgenomen. De hiervoor genoemde grenswaarde zijn in afwijking van de standaard grenswaarden opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor een volledige borging gaan wij deze waarden via maatwerkvoorschriften op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer opleggen. Hiervoor is een aparte procedure benodigd. Voor de horeca wordt een doelmatige ontgeuringsinstallatie geïnstalleerd, omdat een afvoerpijp teveel de monumentale waarden van het gebouw schaadt. De uitblaaskap wordt opgenomen in het dak en het nieuwe kanaalwerk wordt zoveel mogelijk op de posities van de bestaande kanalen in het pand aangelegd. Op het terrein van het Muntgebouw is voldoende plek voor het plaatsen van bedrijfsmatige afvalcontainers. Op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer is het daarnaast mogelijk om bij incidentele of collectieve festiviteiten ruimere geluidsnormen te ontheffen. De gemeente Utrecht heeft in de herziene vrijstellingsverordening voor inrichtingen milieubeheer vastgelegd dat ruimere geluidsnormen in Utrecht voor incidentele festiviteiten twee keer per jaar via een ontheffing zijn toegestaan. Ruimere geluidsnormen zijn daarnaast toegestaan tijdens collectieve festiviteiten (zoals Koningsdag). Binnen de kaders van deze regelgeving kunnen de voorziene activiteiten worden ontplooid.

Voor deze situatie (bestaand pand op korte afstand van bestaande woningen) wordt toepassing gegeven aan de VNG-systematiek van functiemenging. Dat houdt in dat alleen activiteiten die worden benoemd in de VNG-lijst van functiemenging kunnen plaatsvinden. In deze situatie worden alleen bedrijfsactiviteiten toegestaan die zijn opgenomen in de categorieën A of B1 van de bij deze regels behorende Lijst van Bedrijven functiemenging. Daaronder vallen bijvoorbeeld activiteiten uit de categorieën sport, cultuur en horeca. Voor dit plan is een geluidsonderzoek uitgevoerd naar de voorgenomen activiteiten zoals een sportschool, horeca A2 (zaalverhuur), openlucht bioscoop en horeca D1, D2 en D3 met terras (zie bijlage 7). Uit dit onderzoek blijkt dat deze activiteiten – soms na toepassing van enkele maatregelen – inpasbaar zijn op deze locatie binnen de gestelde kaders. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het plan uitvoerbaar is wat betreft milieuzonering.

5.4

Geluidhinder

Kader Geluid kan de kwaliteit van de woon- en leefomgeving beïnvloeden. Geluidsbronnen die van belang zijn in het kader van de ruimtelijke inrichting en ontwikkeling, zijn onder meer wegverkeer, railverkeer en bedrijven/industrie. Voor sommige geluidsbronnen zijn wettelijke regels van kracht; voor andere moet een afweging plaatsvinden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De regels en normen van de Wet geluidhinder zijn van toepassing bij: bestemmen van gronden voor nieuwe geluidgevoelige objecten als woningen en scholen; bestemmen van nieuwe (gezoneerde) wegen (niet bij woonerven of 30 km-wegen); reconstructie van wegen; geluidgezoneerde industrieterreinen. Plangebied In deze situatie is geen sprake van bovengenoemde opgesomde gevallen. De Wet geluidhinder is dan ook niet van toepassing. Een ruimtelijke afweging voor wat betreft het geluid dat afkomstig kan zijn van bedrijfsmatige activiteiten vindt plaats aan de hand van de systematiek van bedrijven en bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

49

milieuzonering. Zie hiervoor paragraaf 5.3. Conclusie Vanuit geluid bestaan er voor dit bestemmingsplan geen belemmeringen.

5.5

Externe veiligheid

Kader Het werken met, de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen leidt tot veiligheidsrisico's voor omwonenden, bedrijven en passanten. De norm- en richtwaarden voor het risico van het transport van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt; voor transport over weg, spoor en water). Het Bevt geeft antwoord op vragen hoe om te gaan met ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van transportroutes. In het Bevt staan twee soorten risico's beschreven waarop norm- en richtwaarden van toepassing zijn. Het betreft het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Naast risiconormeringen kent het Bevt tevens twee extra afstandsbepalingen, de zogenaamde vrijwaringszone en het plasbrandaandachtsgebied. Voor zowel de vrijwaringszone als het plasbrandaandachtsgebied geldt een motivatieplicht wanneer bebouwing gewenst is. Indien nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd in het plasbrandaandachtsgebied moet deze aan extra brandveiligheidseisen volgens het Bouwbesluit voldoen. Plangebied In en direct rond het plangebied is een inventarisatie gedaan naar risicoveroorzakende activiteiten. De conclusie is dat vanuit het oogpunt van externe veiligheid alleen het transport van gevaarlijke stoffen over het doorgaande spoor relevant is voor het plangebied. De afstand van het Muntgebouw tot het doorgaande spoor is ruim 800 meter.

Op deze afstand leggen de risico's geen beperkingen op voor het plangebied en zal de ontwikkeling niet bijdragen aan de hoogte van het groepsrisico. De locatie bevindt zich niet binnen een plasbrandaandachtsgebied, er geldt daarom geen aanvullende motivatieplicht. Aanvullende eisen met betrekking tot brandwerendheid uit het Bouwbesluit zijn ook niet van toepassing. Voor het Muntgebouw kunnen alleen de effecten van een incident met giftige stoffen buiten het plangebied tot de locatie reiken. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een gifwolkscenario (>4.000 meter) dat zou kunnen plaatsvinden op de Rijksweg A2 of spoorroute 71 (Breukelen-Betuweroute, Meteren) waarover transport gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Gezien de relatief grote afstand van het plangebied ten opzichte van de Rijksweg A2 (circa 1.400 meter) en de spoorroute 71 (circa 950 meter) en het beperkte aantal transporten van zeer giftige stoffen (max. 100/jr) waarbij, in geval van een ongeval, een invloedsgebied van >4.000 meter kan ontstaan, worden aanvullende maatregelen inzake externe veiligheid echter niet noodzakelijk geacht. Indien zich een incident voordoet zal het advies zijn binnen te schuilen en ramen en deuren te sluiten. Inzet van hulpdiensten zal vooral gericht zijn op de bron om eventuele schadelijke of giftige stoffen neer te slaan. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

Conclusie Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat er vanwege de externe veiligheid geen belemmeringen bestaan voor het plangebied.

5.6

Luchtkwaliteit

Kader De luchtkwaliteit beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Bij lucht gaat het om de aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Wegverkeer is, samen met de achtergrondconcentratie in Utrecht, in belangrijke mate bepalend voor de luchtkwaliteit. Door het plan neemt de intensiteit van het wegverkeer in de omgeving van het plangebied toe. Het plan moet worden getoetst aan de Wet milieubeheer. Artikel 5.16 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) geeft een opsomming van de bevoegdheden waarbij luchtkwaliteitseisen een directe rol spelen, zoals bij bestemmingsplannen. Een bestemmingsplan kan worden vastgesteld indien: 1. 2. 3. 4.

Aannemelijk is gemaakt dat geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; Een project – al dan niet per saldo – niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; Aannemelijk is gemaakt dat de ontwikkelingen niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de concentratie PM10 (fijn stof) en NO2 (stikstofdioxide) in de buitenlucht; Het voorgenomen besluit is genoemd of is niet in strijd is met het Nationaal

5 0 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Er moet aangetoond worden of op grond van artikel 5.16, lid 1 onder (a, b, c, en/of d) van de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor de uitvoering van het plan. De Utrechtse gemeenteraad heeft in 2015 via een motie (2015-78) de opdracht gegeven om lagere blootstellingswaarden voor fijnstof te realiseren waarbij gekeken wordt naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) advieswaarden. Er zal ook gekeken moeten worden in hoeverre dit plan bijdraagt aan de ambitie van de gemeente ten aanzien van de WHO advieswaarden voor fijn stof. Plangebied In de huidige situatie brengt het Muntgebouw circa 590 motorvoertuigen per etmaal met zich mee. In de toekomstige situatie worden dat circa 820 motorvoertuigen per etmaal. De extra verkeersaantrekkende werking als gevolg van de mogelijk gemaakte ontwikkelingen in het bestemmingsplan voor het Muntgebouw bedraagt circa 230 motorvoertuigen per etmaal. Met de NIBM-tool is worst case nagegaan wat deze verkeersaantrekkende werking voor effect heeft op de luchtkwaliteit op de dichtstbijzijnde grotere wegen (Graadt van Roggenweg). In het plangebied zelf is de luchtkwaliteit beter. De uitkomsten van deze berekening zijn hieronder opgenomen en de conclusie is dat de ontwikkelingen Niet in Betekende Mate bijdragen aan de luchtkwaliteit (zie hiervoor ook bijlage 5).

NIBM Worst-case berekening bijdrage extra verkeer Met de NSL-monitoringstool 2020 zijn de berekende concentraties op de dichtstbijzijnde wegen (Graadt van Roggenweg) van het plangebied in kaart gebracht voor de jaren 2020 en 2030. Deze concentraties zijn opgenomen in de onderstaande tabel.

2020 2030

NO2 in µg/m3 28,0 – 34,7 17,8 – 20,7

PM10 in µg/m3 20,0 – 21,2 17,4 - 18,4

PM2,5 in µg/m3 12,1 – 12,6 9,8 - 10,1

De luchtkwaliteit voldoet in de omgeving van het plangebied ruimschoots aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. In 2020 wordt niet voldaan aan de WHO-advieswaarden voor PM10 en PM2,5. In 2030 wordt wel voldaan aan de WHO-advieswaarden voor PM10, maar op één rekenpunt langs de Graadt van Roggenweg nog niet aan de WHO-advieswaarde voor PM2,5. Door de Niet In Betekenende Mate bijdrage van het plan op de concentraties langs de Graadt van Roggenweg zal de PM2,5-concentratie daar licht verslechteren boven de WHO-advieswaarde. Door de gemeente Utrecht is in december 2020 een aanvullend luchtmaatregelpakket “Utrecht kiest voor gezonde lucht” vastgesteld, waarmee een versnelling in het behalen van de WHO-advieswaarden wordt nagestreefd. Ook neemt de gemeente Utrecht deel in het Schone Lucht Akkoord, waarin eveneens maatregelen zijn opgenomen voor lokale bronnen om versneld de luchtkwaliteit te verbeteren en in 2030 een gezondheidswinst van 50% te realiseren t.o.v. 2016. Deze maatregelen zijn nog niet verwerkt in de NSL-monitoringstool 2020, maar zullen worden meegenomen in de NSL-monitoringstool 2021. De verwachting is dat met deze maatregelen in en rond het plangebied zal worden voldaan aan de WHO-advieswaarden in 2030 voor zowel PM2,5 als PM10. bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

51

Conclusie Er zijn geen juridische belemmeringen voor de vaststelling van het bestemmingsplan Het Muntgebouwt, omdat voldaan wordt aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer en het plan Niet In Betekenende Mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Ook zal naar verwachting in 2030 voldaan worden aan de WHO-advieswaarden voor fijnstof.

5.7

Bodem

Kader Bij het bestemmingsplan wordt getoetst of de bodemkwaliteit geschikt is of geschikt gemaakt kan worden voor de geplande functies. Het gemeentelijk bodembeleid gaat uit van de volgende algemene uitgangspunten uit de Wet bodembescherming: Nieuwe bodemverontreiniging moet worden voorkomen en indien er toch bodemverontreiniging ontstaat, moet de bodem direct worden gesaneerd. Een geval van bodemverontreiniging waarbij de verontreiniging geheel of grotendeels ná 1987 is ontstaan, is een "nieuw geval". Deze zorgplicht houdt in dat nieuwe gevallen van bodemverontreiniging zoveel mogelijk ongedaan moeten worden gemaakt. Overige gevallen van ernstige bodemverontreiniging moeten binnen een bepaalde termijn worden gesaneerd als er ook sprake is van risico's. Het gaat daarbij om humane of milieuhygiënische risico's en om risico's voor verspreiding van de verontreiniging. De sanering gebeurt functiegericht en kosteneffectief. Nieuwbouw op of graafwerkzaamheden in een geval van ernstige bodemverontreiniging zijn, ongeacht de risico's, niet toegestaan zonder saneringsmaatregelen. Hergebruik van (schone of licht verontreinigde) grond kan bij onverdachte terreinen plaatsvinden op basis van de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan. Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor nieuwbouw moet een bodemonderzoek conform de NEN 5740 worden verricht.

Na de eventuele sloop van bestaande opstallen moet ter plaatse van de gesloopte opstallen een aanvullend onderzoek worden uitgevoerd. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken wordt beoordeeld of de locatie geschikt is voor de geplande functie of dat er nog een nader onderzoek en/of een bodemsanering noodzakelijk is. Als voor de bouwwerkzaamheden een grondwateronttrekking nodig is, moet rekening gehouden worden met nabijgelegen grondwaterverontreinigingen. Plangebied De locatie van de Rijksmunt had tot circa 1870 een agrarisch gebruik. In de periode 1871–1907 was op de locatie een Beetwortelsuikerfabriek gevestigd. In 1909 verhuisde de Rijksmunt naar deze locatie. Op de locatie is een aantal grond- en grondwateronderzoeken uitgevoerd in de periode 1991 t/m 2021. Hierbij zijn alleen ter plaatse van de voormalige muntproductie en ter plaatse van twee voormalige olietanks inpandige boringen verricht. Uit de beschikbare onderzoeksrapporten blijkt dat de bodemopbouw variabel is, bestaande uit grond gemengd met antropogene materialen zoals puin, steenkool, hout en baksteen. Deze bijmengingen hangen samen met ophogingen van de locatie die in de voorgaande eeuwen hebben plaatsgevonden. De bijmengingen worden tot de grondwaterstand aangetroffen. Het lokale grondwaterniveau is ongeveer 3 m-mv (meter beneden maaiveld).

Ter plaatse van het voormalige smelthuis en de loods op de zuidoostzijde van het terrein (zie afbeelding) is voor de nieuwbouw in 2005 een bodemsanering uitgevoerd waarbij de 1 meter dikke toplaag en een daarin liggende ondergrondse tank zijn verwijderd. In de putbodem is plaatselijk nog een sterk verhoogd kopergehalte achtergebleven. In het grondwater werd geen verontreiniging aangetroffen. Risico's voor gebruikers zijn op basis van deze gegevens niet te verwachten. De restverontreiniging behoeft geen actieve nazorg. De bebouwing op deze locatie is voorzien van een circa 0,5 meter dikke betonvloer. De saneringsevaluatie is goedgekeurd door de Gemeente Utrecht en geconcludeerd werd dat de doelstellingen behaald zijn. Installaties en bijbehorende bovengrondse opslagtanks zijn verwijderd na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van De Munt. Op de onderzoekslocatie zijn geen ondergrondse brandstoftanks meer aanwezig.

5 2 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Locatie smelthuis en loods Door Ramboll is in 2020 een bureauonderzoek gedaan naar de bodemkwaliteit ter plaatse van de loods en het smelthuis (zie hiervoor bijlage 10). Door AV consulting is in 2020 een eindsituatie bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten van de Koninklijke Nederlandse Munt (AV consulting, 20.720, -EIND.01A). De RUD Utrecht heeft vastgesteld dat de eindsituatie in voldoende mate is vastgelegd en heeft geen eis tot nader onderzoek of sanering opgelegd. Voor de toepassing van grond van buiten de locatie is de Nota Bodembeheer van toepassing. Het gebied ligt in de dynamische zone van het Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer. Dit betekent dat bij bouwbemalingen, grondwateronttrekkingen en voor de aanpak of verplaatsing van grondwaterverontreiniging de gebiedsgerichte aanpak van toepassing is en dat aansluiting gezocht kan worden bij het Gebiedsplan. Binnen de dynamische zone geldt een dieptebeperking voor het doorboren van de scheidende laag tussen het eerste en tweede watervoerend pakket op een diepte van circa 50 meter. Bodemenergiesystemen mogen alleen aangelegd worden in het eerste watervoerend pakket. PFAS Bij de onderzoeken die in het verleden zijn uitgevoerd is geen aandacht besteed aan PFAS.

Als uit een historisch bodemonderzoek blijkt dat op de locatie een verontreiniging met PFAS kan zijn ontstaan, bijvoorbeeld bij bluswerkzaamheden, dan zal aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van PFAS moeten worden uitgevoerd. Voor het overige gelden de regels zoals vermeldt in de notitie 'Aanvulling bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer gemeente Utrecht (25 februari 2020). Ondergrond De ondergrond biedt kansen voor duurzame energie (bodemenergie), waterberging (klimaatadaptatie), ruimte voor groen en ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen, parkeerkelders). Bij plannen voor benutting van de ondergrond wordt geadviseerd het ondergronds ruimtegebruik mee te nemen in het planontwerp, zodat meervoudig ondergronds gebruik geen belemmering of nadelige beïnvloeding op elkaar heeft. Conclusie Op basis van de beschikbare bodemonderzoeksgegevens blijkt dat de grond over het algemeen licht tot matig verontreinigd is. Plaatselijk zijn sterk verhoogde gehalten aan zware metalen aanwezig. Als er graafwerkzaamheden worden verricht, gesloopt wordt of het pand wordt uitgebreid, gelden o.a. de regels van de Wet Bodembescherming, het Besluit en de Regeling Bodemkwaliteit en de Nota bodembeheer 2017-2027. Op de plaatsen waar vloeren en fundering in stand blijven is de uitvoering van een bodemonderzoek vooralsnog niet noodzakelijk.

De bodemgesteldheid is in voldoende mate vastgelegd. Op basis van beschikbare gegevens, worden voor het aspect bodem en grondwater geen nadelige milieugevolgen verwacht voor de toekomstige activiteiten van het plangebied.

5.8

Natuurbescherming

Kader Op grond van de Wet natuurbescherming moeten initiatiefnemers onderzoek doen naar de effecten van hun activiteiten op beschermde dier- en plantensoorten en beschermde gebieden. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet van tevoren duidelijk zijn dat de Wet natuurbescherming niet in de weg staat aan de uitvoering van het plan. Daarnaast moet worden gekeken naar de regels in de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht. Beschermde dier- en plantensoorten Voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan moet er worden onderzocht: 1. 2. 3.

of er beschermde soorten voorkomen in het plangebied; of er verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden; of er vrijstellingen gelden of dat er een ontheffing nodig is.

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

53

Als er een ontheffing nodig is, moet aannemelijk zijn dat deze verleend zal worden. Daarnaast moet er duidelijkheid zijn over eventuele ontheffingsvoorwaarden en het treffen van mitigerende maatregelen. Utrechtse soortenlijst In de voormalige Flora- en faunawet werden soorten beschermd die niet meer beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming, die per 1 januari 2017 in werking is getreden. Hieronder vallen diverse kwetsbare soorten die voor Utrecht erg belangrijk zijn. Deze soorten zijn in de Utrechtse soortenlijst genoemd. De gemeenteraad heeft besloten dat bij gemeentelijke ruimtelijke plannen de Utrechtse soortenlijst bij het onderzoek en ontwikkelingen wordt betrokken zodat de soorten zo goed mogelijk beschermd worden. Bij ruimtelijke plannen van derden beveelt de gemeente nadrukkelijk aan om de Utrechtse soortenlijst mee te nemen in onderzoek en ontwikkelingen. Wanneer de Utrechtse soortenlijst niet wordt meegenomen in het plan of project, dan wordt dit gemotiveerd. De Utrechtse Soortenlijst en overige informatie is te vinden op de gemeentelijke website onder Groenbeleid. https://www.utrecht.nl/fileadmin/uploads/documenten/bestuur-en-organisatie/beleid/omgevin Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Bij het opstellen van een bestemmingsplan wordt door middel van een zogenaamde 'voortoets' bekeken of een passende beoordeling van dat plan moet worden gemaakt.

Een passende beoordeling moet worden gemaakt als de waarschijnlijkheid of het risico bestaat dat het plan significante gevolgen heeft voor een of meerdere Natura 2000-gebieden (al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten). Het bestemmingsplan kan in beginsel alleen worden vastgesteld als er zekerheid bestaat dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast. Als er een passende beoordeling nodig is, geldt er ook een plan-merplicht (artikel 7.2a Wet milieubeheer (Wm)). Als het plan een herhaling of voortzetting is van een plan of project waarvoor al eerder een passende beoordeling is gemaakt, hoeft er niet opnieuw een passende beoordeling te worden gemaakt (voor zover deze redelijkerwijs geen nieuwe gegevens of inzichten kan opleveren over de significante gevolgen ervan). Nationaal Natuur Netwerk (v.m. EHS) en Groene Contour In de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht (artikel 6.1 en verder) zijn regels vastgelegd waar (afwijkingen van) bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Plangebied Beschermde dier- en plantsoorten Voor het plangebied is een quickscan en nader onderzoek uitgevoerd (zie bijlagen 8 en 9). In de quickscan is onderzocht of er beschermde natuurwaarden aanwezig zijn in het plangebied.

Ook is nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijke negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Het nader onderzoek is uitgevoerd om vast te stellen of dat uit de quickscan naar voren komende mogelijk aanwezige beschermde soorten daadwerkelijk aanwezig zijn. Vogels Naar het voorkomen van vogels met jaarrond beschermde nesten is nader onderzoek uitgevoerd. Uit dat onderzoek blijkt dat in het plangebied geen soorten nestelen met een jaarrond beschermd nest. Rondom het plangebied kunnen vogels broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Vleermuizen In het gebouw is een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Deze verblijfplaats wordt behouden en zal niet worden aangetast. Er is daarom geen ontheffing van de Wet natuurbescherming benodigd. Overige beschermde soorten In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting.

Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. 5 4 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. Iedereen moet voldoende zorg in acht nemen voor alle in het wild levende dieren, planten en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door de werkzaamheden te verrichten buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen). Ook kan er gefaseerd worden gewerkt om dieren de kans te geven om te vluchten. Verder kunnen bij (de start van) werkzaamheden in de broedperiode, broedende vogels worden verstoord, of hun nesten worden aangetast. Als dit leidt tot aantasting van de gunstige staat van instandhouding van deze vogelsoort, is een dergelijk nest strikt beschermd volgens de Wet natuurbescherming. De broedperiode loopt globaal van half maart tot half augustus. Er is hiervoor geen vrijstelling te verkrijgen in het kader van de Wet natuurbescherming. Wij adviseren daarom om de werkzaamheden buiten de broedperiode te starten. Utrechtse Soortenlijst Tijdens één van de veldbezoeken zijn op één van de muren direct ten noorden van het plangebied tongvaren en steenbreekvaren aangetroffen. Aan deze muur zijn geen werkzaamheden voorzien, die deze soorten in gevaar brengt. Mochten de groeiplaatsen van deze soorten toch worden aangetast, dan moet worden voldaan aan het gemeentelijke beleid over de Utrechtse soortenlijst.

Bescherming houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Beschermde gebieden Er is getoetst in hoeverre de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen beschermde gebieden beïnvloedt of daar negatieve effecten op heeft. Natura 2000 Het plangebied ligt niet binnen Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is Oostelijke Vechtplassen, dat op circa 5 kilometer afstand van het plangebied ligt. Per 1 juli 2021 is de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw-sloop en eenmalige aanlegactiviteiten. Hierdoor speelt in het vergunningstraject voor het aspect stikstof alleen nog de depositie in de gebruiksfase een rol. Hierbij is wel van belang dat zo schoon mogelijk materieel wordt toegepast. Er is met de AERIUS tool een berekening gemaakt voor de aanleg- en gebruiksfase (zie bijlage 6). Hieruit volgt dat er zowel in de aanlegfase en gebruiksfase geen significante verslechtering plaatsvindt in enig Natura 2000-gebied. Er zijn daarom vanwege stikstof vanuit de Wet natuurbescherming geen belemmeringen voor vaststelling van het bestemmingsplan.

Natuur Netwerk Nederland (NNN) In de omgeving van het plangebied is geen Natuurnetwerk Nederland of ander provinciaal beschermde natuur aanwezig. De provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk Stedelijke groenstructuur Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de groenstructuur. De (wenselijke) verbinding die deels over het terrein van het Muntgebouw loopt is bedoeld om de groenstructuren langs ondere andere de Muntkade en langs en in de Leidsche Rijn met elkaar te verbinden. Wel bestaat de wens om deze groenstructuren verder te versterken. Hier kan de tuininrichting en het diervriendelijk bouwen bij het Muntgebouw ook een bijdrage aan leveren. Diervriendelijk bouwen Met de herontwikkeling van het Muntgebouw wordt bijgedragen aan de natuur in de stad. Deze maatregelen worden gerealiseerd binnen de monumentale tuin en aan de huidige logistieke hal op het achterterrein. Met het tuinontwerp langs het monumentale hekwerk worden de groenstructuren van het Merwedekanaal en de Leidsche Rijn versterkt. Er worden bloemen en planten aan toegevoegd die vanuit ecologie een meerwaarde hebben (o.a. voor insecten). In de gevel van de bestaande logistiek hal worden nest- en verblijfplaatsen voor de dwergvleermuis aangebracht.

Het lagere deel van de logistieke hal wordt voorzien van een groen dak, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan het beperken van hittestress en het vergroten van de waterbuffercapaciteit.

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

55

Uitsnede Groenstructuurvisie Conclusie Natuurbescherming vormt geen belemmering om dit bestemmingsplan vast te stellen.

5.9

Bomen

Kader Volgens de nota 'Bomenbeleid Utrecht 2009' is bij ruimtelijke plannen een 'Bomenparagraaf' noodzakelijk. Hierin moet een uitspraak gedaan te worden over de wijze waarop rekening wordt gehouden met het belang van de bomen. Plangebied De bomen binnen het plangebied zijn geïnventariseerd. Tijdens de inventarisatie is gekeken naar onder andere de leeftijd, kwaliteit en omvang van de bomen. Daarnaast is gekeken of de bomen een monumentale status hebben en/of onderdeel zijn van een belangrijke structuur. Alleen de bomen (met boomnummers 23 t/m 30) op de kavel van het Muntgebouw, zijn in eigendom bij de ontwikkelaar. De boom met boomnummer 27 (Prunus avium) maakt onderdeel uit van de boomstructuur. Dit geldt ook voor de boom met boomnummer 28 (Magnolia). De bomen met boomnummers 1 t/m 9, die ook binnen het plangebied liggen, zijn gemeentelijke bomen. De bomen langs de Muntkade (boomnummers 18 t/m 21) zijn in eigendom bij Rijkswaterstaat en de overige bomen zijn gemeentelijke bomen. Deze liggen buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. De bomen langs de Muntkade behoren tot de ruimtelijke structuur als onderdeel van de bomenlijnstructuur en maken onderdeel uit van de ecologische structuur. Een inschatting is dat geen boom ouder is dan 80 jaar en daarmee geen boom een monumentale status heeft. Voor de herontwikkeling hoeft geen boom te wijken.

Wel gaat de gemeente met bewoners uit de Steijnstraat in overleg over het eventueel vervangen van de krentenboompjes (boomnummers 1 t/m 9). Dit kan er echter ook toe leiden dat de krentenboompjes behouden blijven.

5 6 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Bomen binnen en rond het plangebied Conclusie Alle bomen binnen het plangebied kunnen behouden blijven. Wel gaat de gemeente met bewoners uit de Steijnstraat in gesprek over het eventueel vervangen van de krentenboompjes. Daarnaast worden er op het terrein van het Muntgebouw waar mogelijk extra bomen aangeplant.

5.10 Water Kader Door ruimtelijke ontwikkelingen kan het functioneren van het watersysteem onder druk komen te staan. Het doel van de 'Watertoets' is het waarborgen van water gerelateerd beleid en water gerelateerde beheeraspecten door ruimtelijke ontwikkelingen vroegtijdig en evenwichtig te toetsen aan de relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. Ruimtelijke plannen moeten wettelijk voorzien zijn van een 'Waterparagraaf' (zie bijlage 11), een ruimtelijke onderbouwing van de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie. Met de watertoets worden de waterhuishoudkundige gevolgen van plannen vroegtijdig inzichtelijk gemaakt, de afwegingen expliciet en toetsbaar vastgelegd en in het wateradvies van de waterbeheerders opgenomen. Door afstemming met de waterbeheerder wordt voorkomen dat door een ruimtelijke ontwikkeling de kansen voor de waterhuishouding niet worden benut en de bedreigingen niet worden herkend. Door de bestaande (geo)hydrologische situatie en randvoorwaarden, de geplande ontwikkeling en de ruimtelijke consequenties ten aanzien van de waterhuishouding te analyseren, kan het streven naar een duurzaam en robuust watersysteem tijdig in het ontwerpproces worden geïntegreerd. Plangebied Oppervlaktewater In de directe omvang van het plangebied bevindt zich oppervlaktewater.

Het betreft hier het Merwedekanaal, een primaire watergang, die in beheer en onderhoud is bij Rijkswaterstaat. Net buiten het plangebied aan de noordoostzijde is de Leidsche Rijn gelegen, ook een primaire watergang, in beheer en onderhoud bij het waterschap (HDSR). Peilgebied Het plangebied ligt in het peilgebied Utrecht en Kromme Rijn (UKR_001) met een flexibel peil van minimaal +0,51 m NAP en maximaal +1,32 m NAP. Ter hoogte van het plangebied is het gemiddelde peil +0,55 m NAP.

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

57

Plangebied binnen peilgebied (bron: peilbesluit Utrecht Kromme Rijn HDSR)

Grondwater 1e watervoerend pakket Het langjarige grondwaterregime in de diepere ondergrond wordt gereguleerd door de grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket (1e WVP). De gemeente Utrecht beschikt sinds 1962 over een peilbuizenmeetnet. Sinds 2002 worden de grondwaterstanden automatisch opgeslagen door dataloggers die tweemaal per dag het grondwaterpeil registreren. De gemiddelde, langjarige stijghoogte van het 1 e WVP zijn afgeleid uit de dichtstbijzijnde peilbuizen en vastgelegd in de 'Grondwatercontourkaart gemeente Utrecht' (31-07-2019). Op basis van deze kaart worden voor het plangebied de volgende gemiddelde stijghoogten en seizoens-variatie verondersteld: droge periode, gemiddelde lage grondwaterstand (GLG) = -0,10 NAP m; gemiddelde periode, gemiddelde grondwaterstand (GGG) = +0,15 NAP m; natte periode, gemiddelde hoge grondwaterstand (GHG) = +0,35 NAP m; De grondwaterstroming in het plangebied is van zuidoost naar noordwest en varieert in natte perioden. Freatisch pakket De momentane, freatische grondwaterstand is afhankelijk van het neerslagverloop, de bodemopbouw en de aard en omvang van afwatering- en ontwateringsvoorzieningen. Slecht doorlatende lagen als klei en veen belemmeren de interactie met het 1WVP en kunnen een lokale schijngrondwaterstand creëren.

Bodemonderzoek moet uit wijzen wat de lokale bodemgesteldheid is en wat de consequenties hiervoor zijn voor de freatische grondwaterstand en de toepasbaarheid van IT-riolen en wadi's. Drooglegging en ontwateringsdiepte Een droge ondergrond is een belangrijke randvoorwaarde voor het faciliteren van een bestemming van een gebied. Voldoende drooglegging en ontwateringsdiepte in een plangebied is van groot belang om grondwateroverlast te voorkomen, juist bij de toepassing van een kelder. Daarnaast is de verwachting dat in de toekomst grondwaterstanden in de zomer soms te ver kunnen gaan uitzakken met droogteschade tot gevolg. Het vasthouden van regenwater voor nuttig gebruik, zoals voor groen, is ook daarom van belang. De drooglegging, het verschil tussen maaiveld en streefpeil, moet volgens de norm van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden minimaal 1,0 m te zijn. De ontwateringsdiepte, het hoogteverschil tussen maaiveld en de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG), moet volgens de norm van de gemeente Utrecht minimaal 0,7 m te bedragen. De 3 straten waaraan het perceel van het Muntgebouw grenst variëren in weghoogte van +1,75m tot +3,08 m NAP, gemiddeld is dat +2,42m NAP. De gemiddelde ontwateringsdiepte in het plangebied is dan +2,42m – 0,36m(GHG) = 2,06 m. Deze voldoet in de huidige situatie ruim aan de gestelde norm van minimaal 0,7 m.

Wanneer binnen het plangebied aanvullend bodemonderzoek verricht moet worden, kan ter plaatse de bodemsamenstelling, de doorlatendheid en de geschiktheid voor infiltratie nader bepaald worden.

5 8 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Gemiddelde hoge grondwaterstand binnen plangebied (bron: Isohypsenkaart gemeente Utrecht) Riolering Het plangebied ligt in bemalingsgebied 2, dat is bemalingsgebied Hagelstraat dat primair uit een gemengd rioolstelsel bestaat. Tijdens droogweersituaties voert het rioolstelsel zijn afvalwater onder vrij verval af richting het noordoosten naar rioolgemaal Hagelstraat. In het geval van hevige neerslag loost het gemengde stelsel zijn afvalwater via overstorten op de Leidsche Rijn en op het Merwedekanaal. De actuele rioolsituatie is weergegeven op onderstaande afbeelding. In de Muntkade en in de Leidsche weg ligt een gemengd rioolstelsel. Er wordt geadviseerd om van de bestaande rioolaansluitingen gebruik te maken voor de afvoer van vuilwater. Het hemelwater en het vuile water moeten gescheiden aangeboden worden. Het hemelwater moet zoveel als mogelijk afgekoppeld worden en infiltreren in de bodem op eigen terrein, dat is de eerste keuze. Of als tweede keuze afvoeren naar het oppervlaktewater. Overtollig regenwater dat echt niet geïnfiltreerd, geborgen of afgevoerd kan worden naar oppervlaktewater, mag aangesloten worden op het gemengde rioolstelsel.

bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

59

Gemeentelijke riolering rondom het plangebied (bron: RIOB gemeente Utrecht) Voor installatietechnische eisen voor leidingwerk binnen het perceel geldt het Bouwbesluit en de voorschriften in de omgevingsvergunning voor de Wabo activiteit bouw. In de aanvraag om omgevingsvergunning moet het leidingplan voor riolering en hemelwater tot en met de grens van het terrein of erf zijn uitgewerkt. Voorschriften en instructies voor het aan (laten) sluiten op openbare voorzieningen voor de inzameling, transport of verwerking van afvalwater worden gesteld in de omgevingsvergunning. Onder meer worden voorschriften aan plaats, aanlegdiepte en diameter van leidingwerk ter plaatse van de grens van het erf in de omgevingsvergunning gesteld wanneer sprake is van aansluiting op openbare riolering en afvalwater die op riolering kan en mag worden gebracht. Voor de afvoer of verwerking van huishoudelijk afvalwater, eventueel bedrijfsafvalwater, en hemelwater gelden de op de activiteit betrekking hebbende algemene lozingsregels van het Activiteitenbesluit Milieubeheer, het Besluit Lozen Afvalwater Huishoudens of het Besluit Lozen Buiten Inrichtingen. Het hemelwater mag niet aangesloten worden op het gemengde stelsel en zal met een voorziening geïnfiltreerd moeten worden in de bodem.

Wateropgave Bij ruimtelijke ontwikkelingen is de wateropgave en de benodigde watercompensatie afhankelijk van de aard en omvang van de toename aan verhard, afvoerend oppervlak en van de omgang met het hemelwater in de nieuwe situatie. Om de waterhuishouding op orde te houden en wateroverlast te voorkomen, zijn op grond van de Keur bij een verhardingstoename van meer dan 500 m2 maatregelen vereist (dit is de ondergrens voor watercompensatie binnen de bebouwde kom).

6 0 bestemmingsplan "Het Muntgebouw, Leidseweg 90, Lombok" (vastgesteld)

Utrecht

Berekende wateropgave Bij het berekenen van de watercompensatie volgens de KEUR is de minimale ontwerp voorwaarde 45 mm berging per m2 toename verhard oppervlak of als het uitgevoerd wordt in oppervlaktewater, dan betreft het 15% van de toe te voegen verharding.

Oppervlaktetabel bestaande situatie en nieuwe situatie plangebied.

Inzake de KEUR hoeven er geen compensatiemaatregelen uitgevoerd te worden. Klimaat adaptief inrichten De voorgenomen ontwikkeling moet "klimaat adaptief" worden ingericht. Een combinatie van groen, water, slimme kavelinrichting en ontwerp van de toekomstige gebouwen kan ingezet worden om wateroverlast en calamiteiten in de toekomst te voorkomen. Het gebied moet zo ingericht worden dat zelfs bij een zeer extreme regenbui er geen schade optreedt. Het waterschap en de gemeente stellen hier de volgende eisen aan: het vloerpeil van panden ligt minimaal 0,15 m boven straatpeil; het gebied moet zo ingericht worden dat zelfs bij een zeer extreme regenbui er geen schade optreedt. Hieraan wordt voldaan, als een extreme bui van 80 mm in één uur, verwerkt kan worden zonder dat er schade optreedt in gebouwen en vitale infrastructuur, zoals nutsvoorzieningen, door instromend regenwater en er ook geen gezond- en veiligheidsrisico's kunnen optreden, zoals bijvoorbeeld door opdrijvende putdeksels. Een bui van 80 mm per uur is tot op heden de zwaarste bui die door een weerstation van het KNMI is geregistreerd (Herwijnen, 2011); bij voorkeur moet er 100%, maar minimaal 90% van de jaarlijkse neerslag over het totaal verhard oppervlak opgevangen en geïnfiltreerd worden. Dat is 15 mm ten opzichte van verhard oppervlak binnen het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=e79b348d-e3fb-4c73-9c25-e614c251915a