Beleidsnota Wmo 'Samen leven, samen zorgen' (maart 2024)
Tekst van het document
Beleidsnota Wet Maatschappelijke Ondersteuning
Samen leven, samen zorgen 2024 – 2034
Utrecht.nl
2
Inhoudsopgave
A B C D
Inleiding
10
Aanleiding Context Inhoudelijk kader
10 13 19
Opgave
24
Samen leven, samen zorgen: wat willen wij bereiken Leidende principes De veranderstrategie en aanpak Veranderstrategie per spoor
24 25 28 32
Sturing en verantwoording
42
Bijlagen
56
Utrechts Sturingsmodel Doelstellingen en indicatoren Risico’s Financiën Voortgang en verantwoording
42 46 48 50 53
Bijlage 1: Participatie Bijlage 2: Uitgangspunten Voorjaarsnota Bijlage 3: Ontwikkelingen in vraag naar zorg & ondersteuning Bijlage 4: Externe factoren
56 58 59 62
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 3
Voorwoord ‘Inwoners die dat nodig hebben, kunnen nu en in de toekomst rekenen op goede zorg en ondersteuning. Binnen het beschikbare budget, met goede kwaliteit en acceptabele wachtlijsten.’ Deze belofte deed het college aan de stad in het coalitieakkoord 2022-2026. De vraag naar zorg en ondersteuning in ons land neemt toe, terwijl er een groeiend tekort is aan zorgpersoneel en minder geld beschikbaar is. Ook in onze stad zien we dat dit begint te knellen. We zien dat de door- en uitstroom bij zorgverleners stagneert, dat daardoor de wachtlijsten langer worden en de inwoners van onze stad niet altijd de passende of tijdige zorg en ondersteuning krijgen, die ze nodig hebben. Dit betekent dat we niet ontkomen aan het maken van scherpe keuzes, hoe flink de uitdaging daarbij ook is. ‘Samen leven, samen zorgen’, is daarbij het uitgangspunt. De koers in deze nota is nodig om een samenleving te realiseren, die we in Utrecht voor ogen hebben: Utrechters die naar elkaar omzien, elkaars hulp vragen en elkaar hulp bieden. Om eenzaamheid te voorkomen en om voldoende bestaanszekerheid te bieden. We trekken daarbij ook samen op met de regio om inwoners die onvoldoende zelfredzaam en/of dakloos zijn, een tijdelijk verblijf te bieden met begeleiding in zoveel mogelijke samenhang met de basiszorg en sociale basis. We willen voor alle inwoners perspectief bieden.
Bovenaan staat dat we de zorg beschikbaar houden voor de Utrechters die dit het hardst nodig hebben. Daarbij is het belangrijk dat de zorg betaalbaar blijft. In de Voorjaarnota 2023 ‘Nu kiezen voor de toekomst’ maakten we al keuzes voor betaalbare zorg, deze lijn wordt in deze nota verder doorgezet. Niet alleen voor de zorg en ondersteuning (WMO), maar voor alle belangrijke opgaven in het sociaal domein waar we aan werken. Deze nota hangt dan ook samen met ons zorgbeleid zoals in de nota Gezond030, met financiële bestaanszekerheid, werk en re-integratie, de woonzorgvisie, de arbeidsmarkt en alle meebepalende landelijke wetten en zorgakkoorden. Een woord van dank aan de mensen en organisaties in de stad die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van deze nota. We gaan elkaar zeker ook nodig hebben bij de uitvoering van dit beleid. Want alleen samen en met elkaars inzet en expertise kunnen we onze stad de zorg bieden, waar deze tijd om vraagt.
Linda Voortman Wethouder Zorg en Welzijn
Rachel Streefland Wethouder Maatschappelijke Opvang & beschermd wonen
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 5
Samenvatting We willen een samenleving zijn waarin inwoners elkaar kennen, het normaal is om elkaar te helpen en mensen zich verantwoordelijk voelen voor elkaars welzijn. Een samenleving waarin de professionele zorg aanvullend is op wat inwoners zelf en met elkaar kunnen regelen. Zo kan de professionele zorg beschikbaar blijven voor degenen die dat het hardst nodig hebben en vormen we met elkaar een zorgzame samenleving. In deze beleidsnota beschrijven we hoe we in Utrecht het Wmo-beleid invulling geven en het ‘Samen leven en samen zorgen’ verder gaan stimuleren. De noodzaak om ons Wmo-beleid anders vorm te geven is groot: meer inwoners doen een beroep op zorg en ondersteuning, het Wmo-budget staat onder druk en door de krappe arbeidsmarkt is er onvoldoende personeel beschikbaar. Om alle uitdagingen het hoofd te kunnen bieden en onze ambitie te realiseren moeten we keuzes maken. Op basis van de prognoses zien wij dat bij ongewijzigd beleid de tekorten voor de Wmo de komende jaren oplopen van € 2 miljoen in 2024 tot € 8,5 miljoen in 2027. In de Voorjaarsnota 2023 is dit gepresenteerd. Daarin staan vijf uitgangspunten voor de hervormingen die nodig zijn in het sociaal domein. De richting en keuzes in deze Wmo beleidsnota dragen bij aan deze hervorming. In de afbeelding hierna is de beweging die we willen maken weergegeven.
Zo kan de professionele zorg beschikbaar blijven voor degenen die dat het hardst nodig hebben en vormen we met elkaar een zorgzame samenleving.
6
Samen leven, samen zorgen Wat willen we bereiken? Door samen voor elkaar te zorgen houden wij de ondersteuning tijdig beschikbaar voor de meest kwetsbaren, van goede kwaliteit en binnen het beschikbare budget.
Waarom Vacature
Groeiende vraag
Hoe Meer met elkaar en voor elkaar, bouwen aan gemeenschapskracht
Gelijkwaardige samenwerking formele en informele zorg
Meer buurt- en wijkgericht
Krapte op de arbeidsmarkt
Beperkt budget
Grondoorzaken aanpakken: kansengelijkheid, bestaanszekerheid, gezond samenleven
ociale basis 1. S l netwe ciaa rk So
Krapte op de woningmarkt
Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de inwoner vanuit de drie sporen
Meer groepsgericht en blended care
Zoveel mogelijk thuis
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 7
A. Inleiding
8
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 9
A. Inleiding Aanleiding De houdbaarheid van de zorg en ondersteuning is een buitengewoon groot maatschappelijk vraagstuk. Zowel landelijk als in Utrecht. Veel mensen doen een beroep op de zorg, terwijl er te weinig personeel is en onvoldoende geld om die zorg te geven. Steeds meer mensen lukt het niet om mee te komen in de maatschappij. Ook zijn er te weinig (geschikte) woningen, bijvoorbeeld voor de groeiende groep ouderen die een kleinere en levensloopbestendige woning zoeken. Daarnaast gaan meer mensen een beroep doen op gemeentelijke voorzieningen zoals de Wmo omdat er vanuit landelijke akkoorden en programma’s een beweging is ingezet naar meer samenwerking tussen de medische zorg en het sociaal domein. Ook zijn - door het landelijk wettelijk kader - de mogelijkheden voor de gemeente beperkt om bijvoorbeeld de financiële draagkracht mee te wegen als mensen een beroep doen op hulp bij het huishouden. Dit alles maakt dat we als gemeente het Wmo beleid moeten aanpassen en aanscherpen. In de kadernota Wmo ‘Meedoen naar vermogen’ die in 2013 is vastgesteld, ligt de basis voor de Utrechtse aanpak in het sociaal domein. Deze hebben we in de afgelopen jaren met maatschappelijke partners en inwoners ontwikkeld en vormgegeven. Vanuit dit Utrechts model voor zorg en ondersteuning pakken we de actuele vraagstukken op.
We moeten duidelijke keuzes maken om ervoor te zorgen dat we zorg en ondersteuning kunnen blijven bieden aan inwoners die kwetsbaar zijn, nu én in de toekomst. Dat vraagt van ons als stad dat we op een andere manier gaan kijken naar zorg en ondersteuning en wie al dan niet een beroep kan doen op de (professionele) zorg. Deze nota ‘Samen leven, samen zorgen’ laat zien hoe we de komende jaren het Wmo-beleid vormgeven en welke keuzes we daarin maken en vervangt de kadernota ‘Meedoen naar vermogen’ uit 2013. We bouwen voort op keuzes die toen gemaakt zijn en op wat de afgelopen jaren ontwikkeld is. Gezien de veranderende context en de sociaal maatschappelijke ontwikkelingen moeten er echter ook andere oplossingen gezocht worden om de zorg en ondersteuning beschikbaar te houden voor degenen die het echt nodig hebben. Dat is nodig om ‘Nu te kiezen voor de toekomst’ (zie: Voorjaarsnota 2023).
We moeten duidelijke keuzes maken om ervoor te zorgen dat we zorg en ondersteuning kunnen blijven bieden aan inwoners die kwetsbaar zijn. In de Voorjaarsnota staan vijf uitgangspunten1 voor de benodigde hervormingen in de uitvoeringspraktijk. We vertalen deze uitgangspunten naar keuzes in ons Wmo-beleid, zodat we met het beschikbare budget de ondersteuning kunnen blijven bieden die nodig is.
1.
10
Zie bijlage 2.
De hervormingen zoals ze zijn opgenomen in de Voorjaarsnota worden sociaal domein breed2 verder uitgewerkt. Dat betekent dat deze nota op inhoud aangeeft welke keuzes we maken voor de uitvoering van de Wmo, maar dat het beschikbare budget vanaf 2025 nog bijgesteld kan worden (zie ook paragraaf financiën). In gesprekken en bijeenkomsten met inwoners en maatschappelijk partners hebben we input opgehaald voor deze nota (zie bijlage 1 voor een overzicht van de participatie). De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 geeft aan wat de verantwoordelijkheid is van gemeenten voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen en de toeleiding naar zorg en ondersteuning van mensen die zorg mijden. De ondersteuning is erop gericht dat mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven en hen een veilige omgeving te bieden in opvang of beschermd wonen als dat nodig is. Het bevorderen van de zelfredzaamheid, sociale samenhang en ondersteuning bij sociale en maatschappelijke participatie is nadrukkelijk onderdeel van het Wmo-beleid net als de uitvoering van het VN-verdrag handicap (toegankelijkheid). Het VN verdrag vereist dat de gemeenten passende maatregelen nemen zodat personen met een handicap zo zelfstandig en onafhankelijk mogelijk kunnen leven.
Concreet betekent dit dat zij: • vrij kunnen kiezen waar, met wie en hoe zij willen wonen en leven; • de beschikking hebben over zorg en diensten die hen waar nodig ondersteunen bij het participeren in de samenleving; • net als iedereen toegang hebben tot informatie, producten, openbare voorzieningen, maatschappelijke diensten, gebouwen en openbare ruimte.
Samenhang in beleid en uitvoering
We willen dat Utrecht een stad is waar iedereen gezond kan leven, zich veilig kan voelen en zich kan ontwikkelen. Dat betekent dat onze grootste inspanningen gericht zijn op de bestaanszekerheid van de inwoners, het kansrijk opgroeien van onze kinderen en het gezond samenleven in alle wijken. Deze opgaven liggen verankerd in de gehele gemeentelijke organisatie en in onze samenwerking met partnerorganisaties en inwoners. Onze beleidsnota’s en uitvoeringsprogramma’s in het sociaal- en ruimtelijk domein hangen dan ook nauw met elkaar samen. We maken beleid dat anticipeert op ontwikkelingen en te verwachte behoeften van de stad en past binnen wetgeving en landelijke akkoorden. De Sociale Visie Utrecht en de beleidsnota’s zijn de kaders waarbinnen de verschillende opgaven met inwoners en maatschappelijke partners worden uitgewerkt in uitvoeringsprogramma’s, zoals een uitvoeringsprogramma Ouderen of Beschermd wonen.
2. Onder de term ‘sociaal domein’ verstaan we alle inspanningen die de gemeente verricht rond werk, participatie en zelfredzaamheid, zorg, welzijn, gezondheid, sporten en bewegen en jeugd.
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 11
Figuur: Beleid en uitvoering sociaal domein 2023/2024
Uit v
oe r i n g s p r o g r a m m
B e l e i d s n o t a ’s
Nota Gezondheid
V is
S oc
le
Integraal Zorg Akkoord (IZA)
Nota Jeugd Nota Financiële Bestaanszekerheid
ie Utrec ht
Nota Samen Stad Maken
Nota van Uitgangspunten (onderdelen sociale basis en basiszorg)
Utrechtse Onderwijs Agenda
Landelijke akkoorden
40 20
Nota Buurten Wijkgericht werken
ia
Nota Inclusie en Diversiteit
a ’s
Nota Wmo
Hervormingsagenda Jeugd Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Sportakkoord II
Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (TAZ) Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO)
Nota Werk en Re-integratie Nota Sport
Nota Wonen en Zorg
Scherpe keuzes maken om ongelijkheid aan te pakken
Bouwen aan een inclusieve en gezonde stad waar iedereen gelijke kansen heeft, is een complexe opgave. Ongelijkheden tussen inwoners stapelen zich vaak op over de verschillende leefdomeinen. Ook het ontbreken van financiële bestaanszekerheid en (betaalbaar) wonen is voor veel Utrechters een grote zorg geworden. Daarnaast stelt de schaarste aan personeel, middelen en ruimte in onze stad het college voor scherpe keuzes. Daarvoor zullen we ongelijk moeten investeren voor gelijke kansen en de grondoorzaken aanpakken die tot grote verschillen leiden. Voor Utrechters die dit het hardst nodig hebben, moet er passende zorg en ondersteuning zijn. Ons staat dan ook een stad voor ogen waarin we samen met professionals, vrijwilligers en inwoners meer, anders en op basis van gelijk waardigheid bouwen aan een stad waarin niemand over het hoofd gezien wordt. Ieder vanuit zijn eigen betrokkenheid of verantwoordelijkheid: in de eigen straat of buurt, instelling of organisatie en in nauwe samenwerking met elkaar.
12
Context Met deze beleidsnota laten we zien welke beleidskeuzes wij maken voor de komende jaren. Maar waarom is Wmo-beleid eigenlijk nodig? En voor wie is het bedoeld? In deze paragraaf laten we zien welke ontwikkelingen er zijn op het gebied van de sociaal-maatschappelijke problematiek, het gebruik van ondersteuning en zorg, en de externe factoren waar we in ons beleid rekening mee moeten houden.
De maatschappelijke ontwikkelingen in Utrecht
Uit het in november 2022 gepubliceerde Utrechts Gezondheidsprofiel blijkt dat meer dan 80% van de Utrechtse jeugd en volwassenen zich gezond voelt. Tegelijkertijd laten resultaten van de meest recente Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen (najaar 2022) zien dat er tussen 2020 en 2022 op veel gezondheidsindicatoren ongunstige ontwikkelingen zijn. De ervaren gezondheid, mentale gezondheid en kwaliteit van leven is verslechterd. Uit het Utrechts Gezondheidsprofiel blijkt dat meerdere problemen samenkomen bij de groep inwoners die zich ongezond voelt (19%). Zij hebben vaker moeite met rondkomen, hebben minder vaak werk en zijn vaker ontevreden over hun woning.
Mentale gezondheid De mentale gezondheid van onze inwoners staat onder druk. Iets meer dan de helft van de jongvolwassenen voelt zich gestrest en 22% van de jongvolwassenen heeft matige tot ernstige psychische klachten. Onder volwassenen (18-64-jarigen) is het percentage met een hoog risico op psychische problemen, zoals angst of depressie, gestegen van 7% in 2020 naar 11% in 2022. Onder 65-plussers is het in dezelfde periode gestegen van 5% naar 8%. Bijna vier op de tien Utrechters in een kwetsbare situatie heeft veel stress, 27% van de Utrechtse volwassenen heeft psychische klachten. Groeiende en vergrijzende populatie Utrecht groeit, van 370.000 inwoners in 2023 naar meer dan 471.000 in 2040 (zie Bevolkings prognose | gemeente Utrecht). De mate waarin de bevolking groeit verschilt per leeftijdsgroep. Ondanks dat Utrecht een stad is en blijft met veel jongvolwassenen, groeien de oudere leeftijdsgroepen relatief gezien het hardst. Het aantal en aandeel 65-plussers gaat van 38.600 (10,7%) in 2022 naar bijna 61.000 (12,9%) in 2040. Ook wordt de gezondheidsproblematiek steeds complexer en worden ouderen steeds ouder: het aantal 75-plussers stijgt, met daarbij horende kwetsbaarheden zoals dementie, risico op vallen en eenzaamheid. Bij een deel van de ouderen speelt ook bestaansonzekerheid.
Op basis van inkomen en vermogen zijn verschillen zichtbaar in ervaren gezondheid en de mogelijkheden om in een passende woon- en zorgomgeving te voorzien. 24% van de Utrechtse 65-plussers leeft onder de Utrechtse armoedegrens. (zie Armoede en rondkomen | Volksgezondheidsmonitor).
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 13
Mantelzorg Op dit moment verlenen 3% van de jongvolwassenen, 9% van de volwassenen en 14% van de ouderen in Utrecht mantelzorg (VMU Mantelzorg). Er is er een groeiende groep ouderen, waarbij de sociale omgeving onvoldoende kan voorzien in passende ondersteuning, met vereenzaming of lichamelijk letsel tot gevolg. Juist bij ouderen in een kwetsbare positie ontbreekt veelal deze naaste met tijd voor mantelzorg. In 2040 is de vraag naar mantelzorg zo groot dat elke Nederlander voor een naaste zou moeten zorgen (SCP- Toekomstverkenning mantelzorg aan ouderen in 2040). Meedoen en vrijwillige inzet Van de Utrechtse volwassenen zet 39% zich in als vrijwilliger. Ruim driekwart doet mee als we kijken naar school, werk, sport, cultuurbezoek, buurtactiviteiten en sociale contacten. 41% zet zich in de buurt in met een of meer activiteiten. Meedoen is minder vanzelfsprekend als de leeftijd toeneemt, bij mensen met een lichamelijke of psychische beperking en bij Utrechters met als hoogst voltooide opleiding basisonderwijs, vmbo-, havo-, vwo- of mbo. Ook inwoners die minder goed kunnen leven van hun inkomen vinden meedoen relatief moeilijker.
In de mate van zelf organiserend vermogen zijn vergelijkbare verschillen zichtbaar: de mate waarin iemand zich weet te redden in moeilijke tijden, zelf hulp regelt als dat nodig is en een ondersteunend netwerk heeft, neemt af naarmate mensen ouder worden. Dit vermogen is ook lager voor Utrechters uit de opleidingsgroepen basisonderwijs en vmbo, voor Utrechters met een lichamelijke of psychische beperking en voor Utrechters die minder goed kunnen rondkomen. Eenzaamheid In 2022 was 15% van de Utrechtse volwassenen ernstig eenzaam. De jaren daarvoor lag dit rond 11%. Verschillen in ernstige eenzaamheid tussen opleidingsgroepen zijn de afgelopen 15 jaar groter geworden. Daarnaast heeft de coronaperiode een grote impact gehad op het sociale leven van Utrechters. Gevoelens van eenzaamheid kunnen verschillende gevolgen hebben voor de gezondheid. Zo zorgt eenzaamheid voor een hogere kans op hartaandoeningen, dementie, depressie, slaapproblemen en stress. Rondkomen en werk Bijna 15% van onze inwoners leeft van een inkomen van maximaal 125% van het wettelijk sociaal minimum. De spreiding van deze groep is niet gelijkmatig over de stad. In Overvecht leeft ruim 31% onder deze grens; in Oog in Al nog geen 2%. Bestaansonzekerheid werkt door in gezondheid en daarmee in de zorgkosten.
En ‘geld’ wordt door cliënten van het Buurtteam Sociaal in ruim 50% van de gevallen genoemd als een leefgebied waar zij problemen ervaren (Jaarverslag Buurtteam sociaal 2022). Het stelsel van belastingen, regelingen en voorzieningen is dusdanig complex en onvoldoende toegespitst op de leefwereld van kwetsbare groepen inwoners, waardoor zij in een nog kwetsbaardere positie komen. Volwassenen zonder betaald werk hebben vaker gezondheids problemen en met hen gaat het op andere gebieden ook minder goed. (Werk | Volksgezondheidsmonitor)
14
Scheidslijnen in de stad We zien de scheidslijnen in de stad groter worden. De toenemende ongelijkheid tast niet alleen de individuele gezondheid en het welzijn van de betreffende inwoners aan, maar ook de maatschappelijke cohesie, leefbaarheid en veerkracht van de stad als geheel. Het onderzoek3 Scheidslijnen in Utrecht laat de ongelijkheid tussen Utrechters en Utrechtse wijken zien. Deze ongelijkheid kent structurele oorzaken en nam toe als gevolg van crisissen als corona, de energiecrisis en de inflatie. Een groeiend aantal mensen geeft aan dat zij het gevoel hebben dat de samenleving ingewikkelder is geworden, onder andere door digitalisering, ingewikkelde procedures en individualisering. Er is een toenemende groep mensen die het niet lukt om mee te komen. Daarbij neemt het vertrouwen in de overheid, instanties en de zorg af. Hierdoor maken mensen soms geen gebruik (meer) van de voorzieningen die zij wel nodig hebben. Daarnaast hebben de schaarste op de woningmarkt, de armoedeproblematiek en de gevolgen van de klimaatcrisis effect op de bestaanszekerheid van juist de meest kwetsbare inwoners.
Het aantal inwoners dat zorg en ondersteuning krijgt, neemt toe. Ontwikkelingen in vraag naar hulp & ondersteuning
Het aantal inwoners dat zorg en ondersteuning krijgt, neemt toe. In deze paragraaf geven wij een beeld van de ontwikkelingen in het aantal inwoners dat gebruik maakt van de verschillende voorzieningen in de jaren 2020 tot en met 2022. Ook zien wij de wachtduur voor de meeste voorzieningen toenemen, en vaker de acceptabele wachtduur overschrijden. (Zie bijlage 3 voor het overzicht van het bereik en de beschikbaarheid.) Ondersteuning door het Buurtteam Het aantal unieke cliënten bij het Buurtteam is redelijk stabiel. Het aantal (nieuwe) casussen neemt wel toe. Klanten komen vaker terug met een nieuwe vraag. De gemiddelde wachtduur is hoger dan de norm van vijf werkdagen, en deze kan verschillen gedurende het jaar en tussen de verschillende wijken. Aanvullende zorg/maatwerkvoorzieningen We zien een stijgende trend van de vraag naar aanvullende zorg en individuele maatwerk voorzieningen. Deze trend zou nog sterker zijn als er voldoende menskracht en financiële middelen beschikbaar zouden zijn. Dit is terug te zien bij de toename in de gemiddelde wachtduur, die bij de meeste voorzieningen hoger is dan de streefnorm van veertien dagen. Alleen bij het activeringsaanbod Arbeidsmatige activering en dagbegeleiding zien wij dit nu niet. Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang Utrecht is centrumgemeente voor deze voorzieningen.
De cijfers in bijlage 3 laten de ontwikkeling zien van het aantal inwoners uit alle U16 gemeenten die gebruik maken van de verschillende vormen van beschermd wonen. De daling is te verklaren doordat de financiering van een deel van deze vorm van zorg is overgeheveld naar de Wet langdurige zorg. Daarbij is 3.
4 april 2023.
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 15
16
het beperkt mogelijk om het aanbod te laten groeien. Naast de schaarste in menskracht en financiering is ook de woningschaarste een belemmering om de gewenste beweging naar meer beschermd thuis en zelfstandig wonen met ondersteuning te maken. Het aantal daklozen dat de gemeente opvangt neemt flink toe. Hoewel dit niet direct in de concrete cijfers is te zien, is de ervaring wel dat elke nieuwe locatie die Utrecht opent meteen vol zit. De uitstroom uit de opvang stokt doordat er onvoldoende geschikte woonruimte beschikbaar is.
Externe factoren
De Wmo en het Wmo-beleid staan niet op zichzelf. Verschillende externe factoren zijn van invloed op onze mogelijkheden om de zorg en ondersteuning passend en tijdig aan te bieden en op de ontwikkeling van de vraag. Veel van deze factoren kunnen we echter slechts beperkt beïnvloeden. Hieronder lichten we deze externe factoren kort toe, in bijlage 4 staat een nadere toelichting. Krapte op de arbeidsmarkt De vraag naar ondersteuning groeit sneller dan het aanbod. Dit betekent dat de toenemende zorgvraag met relatief minder arbeidskrachten zal moeten worden beantwoord. De krapte op de arbeidsmarkt werkt ook nog op een andere manier door. Het stimuleren van meer werken heeft de consequentie dat mensen minder tijd beschikbaar hebben voor bijvoorbeeld mantelzorg en vrijwilligerswerk. Krapte op de woningmarkt De woningmarkt in Utrecht staat onder druk. Er zijn onvoldoende (passende) woningen beschikbaar voor kwetsbare Utrechters. De trend van urgente woningschaarste voor alle woningzoekenden zet de komende jaren door. In de woonzorgvisie (verwacht medio 2024) wordt de woon-, zorg- en ondersteuningsbehoefte van de kwetsbare doelgroepen en ouderen uitgewerkt. Hierin moeten scherpe keuzes gemaakt worden.
Er zijn onvoldoende (passende) woningen beschikbaar voor kwetsbare Utrechters. Knellende wettelijke en financiële kaders De wetgeving legt een aantal beperkingen op die het voor gemeenten moeilijk maken om de opgaven passend op te pakken. Zo biedt het abonnementstarief onvoldoende mogelijkheden om ook de (financiële) draagkracht van inwoners te betrekken. Ook staat het door inwoners ervaren ‘recht op ondersteuning’ soms op gespannen voet met de Utrechtse aanpak ‘doen wat nodig is’. Daarnaast is er veel onzekerheid over de structurele financiële middelen, die wij vanuit het Rijk voor de Wmo (gaan) krijgen. Bij ongewijzigd beleid krijgen wij dan ook te maken met een tekort vanaf 2024 (zie Voorjaarsnota 2023, Nu kiezen voor de toekomst).
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 17
Ontwikkelingen in het zorgstelsel In Nederland is de financiering van zorg en welzijn geregeld door vier wetten : Deze wetten hangen met elkaar samen en keuzes in het ene domein hebben effect op de andere domeinen. De druk op het hele stelsel maakt meer dan ooit domein- en stelsel-overstijgende samen werking noodzakelijk. In de landelijke zorgakkoorden: Integraal Zorgakkoord (IZA), Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), Sportakkoord II en het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO), wordt ingezet op een stevige verbinding tussen het medisch en sociaal domein om de zorg in de toekomst betaalbaar en beschikbaar te houden. Dit leidt tot een groter beroep op de gemeentelijke voorzieningen voor welzijn, zorg en ondersteuning . Vooralsnog stelt het Rijk hiervoor slechts beperkt, (tijdelijk) extra budget beschikbaar. Opvang en ondersteuning nieuwkomers en andere doelgroepen We zien een toename van nieuwkomers die vanuit gezins- en arbeidsmigratie of als vluchteling naar Utrecht komen. Als zij een status krijgen, kunnen ook zij net als andere Utrechters een beroep doen op opvang met zorg en ondersteuning. Dat verhoogt de druk op de Wmo.
De professionele inzet moet veel meer aanvullend worden op wat inwoners zelf kunnen doen en met elkaar kunnen organiseren. Samen leven, samen zorgen
De genoemde trends en factoren zijn medebepalend voor de ontwikkeling van de vraag naar zorg en ondersteuning vanuit de Wmo. En ze zijn van invloed op de manier waarop we dat kunnen en moeten organiseren, zodat we deze zorg en ondersteuning tijdig beschikbaar hebben voor degenen die dit het hardst nodig hebben. Als we niet ingrijpen, kunnen we dat niet meer garanderen. De wachtlijsten zullen verder groeien en inwoners krijgen dan niet de best passende zorg en ondersteuning. De professionele inzet moet veel meer aanvullend worden op wat inwoners zelf kunnen doen en met elkaar kunnen organiseren. Dat vraagt een cultuuromslag in de samenleving en in de uitvoeringspraktijk. We kiezen ervoor om het ‘Samen leven, samen zorgen’ als uitgangspunt te nemen, en concreet uit te werken wat dit vraagt. De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving geeft daar in haar rapport Anders leven en zorgen een helder advies over: “Om hulpbehoevende mensen bij grote personeelsschaarste zoveel mogelijk te kunnen blijven helpen, is een gelijkwaardig samenspel tussen naasten, vrijwilligers en beroepskrachten essentieel. Zorgorganisaties dienen vrijwilligers meer te erkennen en te betrekken bij het dagelijkse zorgproces”. Naast vrijwilligers moeten ook mantelzorgers erkend en betrokken worden door professionals.
In de Mantelzorgagenda 2023-2026 van VWS is dat ‘Actielijn twee: verbinding en samenwerking met (het netwerk van) de mantelzorger’. Voor (zorg)professionals vraagt dit om een andere manier van werken: van cliëntgerichte zorg naar netwerkgerichte zorg4. Uiteindelijk willen we hiermee mogelijk maken dat passende zorg en ondersteuning tijdig beschikbaar is voor wie dat nodig heeft, dat we dat kunnen realiseren in de krappe arbeidsmarkt en binnen de financiële kaders. 4. Netwerkgerichte zorg is een benadering waarbij de zorgverlening zich niet alleen richt op de individuele persoon, maar ook op diens sociale netwerk en omgeving.
18
Inhoudelijk kader In deze paragraaf worden de ambitie en de doelstellingen van het Utrechtse Wmo-beleid benoemd. Daarmee laten we zien wat we met ons Wmo-beleid willen bereiken. In deel ‘B: Opgave’ bespreken we welke keuzes wij maken om deze doelstellingen te realiseren.
Ambitie
Het Wmo-beleid draagt bij aan een gezond, stedelijk leven voor iedereen in Utrecht. Daarbij hebben we de volgende ambitie:
In Utrecht kan iedereen gezond, prettig en zelfstandig wonen en samenleven. Als het nodig is wordt er passende zorg, ondersteuning en opvang geboden aanvullend op wat mensen zelf en met elkaar organiseren. Door samen te zorgen houden wij de ondersteuning tijdig beschikbaar voor de meest kwetsbaren, van goede kwaliteit en blijven we binnen de financiële kaders. De voorgaande hoofdstukken van deze beleidsnota hebben laten zien waarom het realiseren van deze ambitie een belangrijke, maar ook grote uitdaging is. Het vraagt om een fundamen teel andere kijk op de zorg- en hulpvragen. Het vraagt om scherpe keuzes in hoe we de zorg en ondersteuning organiseren. In de programmabegroting5 is het Wmo-beleid terug te vinden in het programma ‘Passende ondersteuning en opvang’ en in twee doelstellingen van het programma ‘Levendige en gezonde stad’: namelijk: a) Meedoen en voor elkaar zorgen en b) Toegankelijke buurtvoorzieningen. Bovenstaande ambitie voor het Wmo-beleid sluit aan bij de ambities in beide programma’s: 1. We bieden passende zorg, ondersteuning en opvang aan Utrechters die dit nodig hebben; 2. We zorgen voor voorzieningen die de levendigheid en gezondheid in de stad bevorderen. De eerste ambitie van het programma ‘Passende ondersteuning en opvang’ scherpen we echter aan, zodat deze beter aansluit bij ‘Samen leven, samen zorgen’: 1.
We bieden zo nodig passende zorg, ondersteuning en opvang aan Utrechters aanvullend op wat mensen zelf en met elkaar kunnen organiseren
5. De programmabegroting 2024 heeft een nie uwe indeling voor de programma’s die we in deze beleidsnota gebruiken. Tot en met 2023 waren het de programma’s “Ondersteuning op maat’ en Samenleven en sport.’
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 19
Doelstellingen
In de programma’s ‘Levendige en gezonde stad’ en ‘Passende ondersteuning en opvang’ in de programmabegroting staan doelstellingen die volgen uit de ambitie, en die ook in de begrotingscyclus gevolgd worden. We passen de huidige doelstellingen aan in lijn met de bovenstaande ambitie voor het Wmo-beleid en nemen deze ook op in de Programma begroting. Namelijk: I. De verschillen in de mate van meedoen tussen (groepen) inwoners nemen af, inwoners zorgen meer voor elkaar en zijn meer betrokken in de buurt. II. Utrecht heeft voldoende, goede en toegankelijke welzijnsaccommodaties. III. Utrechters met een hulpvraag krijgen tijdig een passende oplossing, aanvullend op wat er in de sociale basis kan worden geboden. IV. Utrechters krijgen bij een ondersteuningsbehoefte waarvoor specifieke expertise nodig is, tijdig passende aanvullende ondersteuning in samenhang met de basiszorg en sociale basis, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en mee kunnen doen. V. Inwoners in de U16 regio wonen zoveel mogelijk zelfstandig en krijgen aanvullend op wat er in de sociale basis en de basiszorg kan worden geboden, passende ondersteuning in de eigen leefomgeving. Als dit (tijdelijk) niet mogelijk is, heeft de U16-regio passende opvang- en verblijfsvoorzieningen.
Aanvullende doelstelling op het gebied van zorg en veiligheid Onderstaande doelstelling met betrekking tot zorg en veiligheid is belangrijk in ons beleid en voor alle doelstellingen hierboven. Een veilige leefomgeving en een ervaren gevoel van veiligheid zijn basisvoorwaarden voor het stimuleren van een samenleving van mensen die naar elkaar omzien, en waar het normaal is dat je aan elkaar hulp vraagt en hulp aanbiedt. Er is geen specifiek budget gekoppeld aan deze doelstelling en daarom wordt deze niet in de programmabegroting opgenomen.
Utrechters die te maken hebben met een samenloop van problemen en (potentieel) gevarenrisico bieden we in samenwerking met het medisch-en veiligheidsdomein passende opvang, ondersteuning en zorg gericht op stabiliteit en herstel.
Bovenstaande ambitie en de doelstellingen geven richting aan de keuzes die we maken en aan de veranderingen die noodzakelijk zijn.
20
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 21
B. Opgave
B. Opgave Samen leven, samen zorgen: wat willen wij bereiken In Utrecht kan iedereen gezond, prettig en zelfstandig wonen en samenleven. Als het nodig is wordt er passende zorg, ondersteuning en opvang geboden aanvullend op wat mensen zelf en met elkaar organiseren. Door samen te zorgen houden wij de ondersteuning tijdig beschikbaar voor de meest kwetsbaren, van goede kwaliteit en blijven we binnen de financiële kaders. Dit is onze ambitie. We sluiten hierbij aan op het coalitieakkoord. We willen de gemeenschaps kracht ondersteunen en versterken. Utrecht wil een stad zijn met een stevige sociale samen hang. Met buurten waar mensen elkaar kennen, waar het prettig samenleven is en waar het normaal is om elkaar te helpen. Een sterke en betrokken gemeenschap vormt het sociale fundament van de stad. Het biedt inwoners de kans erbij te horen en mee te doen. Zo zorgen we er samen voor dat de (professionele) zorg beschikbaar en betaalbaar blijft voor degenen die dit het hardst nodig hebben. In het coalitieakkoord ‘Investeren in Utrecht: kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat’ staat dat we dat willen realiseren binnen het beschikbare budget, tegen een goede kwaliteit en met geen of acceptabele wachtduur. In de veranderstrategie en aanpak werken we deze ambitie concreet uit. De middelen die wij krijgen voor de uitvoering van de Wmo zijn beperkt.
De prognose voor de komende jaren laat zien dat bij gelijkblijvend beleid het tekort zal oplopen van € 2,0 miljoen in 2024 tot € 8,5 miljoen in 2027. Om binnen het budget (begroting) te blijven sturen wij voor de basiszorg en aanvullende zorg op de volgende drie stelselindicatoren: Het bereik: de groei van de behoefte aan hulp en ondersteuning en een beperkt budget vraagt keuzes op wie een beroep kan doen op ondersteuning. Het vereist scherpere afspraken om te waarborgen dat de inwoners die de ondersteuning het hardste nodig hebben tijdig worden geholpen. De beschikbaarheid: op dit moment is er op een aantal voorzieningen al sprake van een onacceptabele wachtduur. Dit heeft het risico dat problemen verergeren en de ondersteuningsbehoefte toeneemt. We willen de wachtduur terugbrengen naar geen of acceptabele wachtduur. Dit vraagt keuzes op het bereik en de kwaliteit.
24
De kwaliteit: de kwaliteit van zorg moet goed zijn. Echter, het vraagt om een andere invulling van de ondersteuning om een acceptabele wachtduur te realiseren en de zorg te kunnen bieden aan inwoners die dit het hardst nodig hebben.
Bereik
B t ge ud
Kwaliteit
Beschikbaarheid
Om ervoor te zorgen dat inwoners die de ondersteuning het hardst nodig hebben tijdig ondersteuning krijgen, moeten wij scherpe keuzes maken. Voor een deel liggen deze keuzes buiten de reikwijdte van de Wmo en worden opgenomen in de beleidsnota’s op andere thema’s zoals Financiële bestaanszekerheid, Werk en re-integratie en de Woonzorgvisie. In de veranderstrategie en aanpak in dit hoofdstuk werken we de keuzes uit vanuit de Wmo waarbij afhankelijkheden worden benoemd met de andere beleidsterreinen.
Leidende principes Binnen het sociaal domein werken we zoveel mogelijk op basis van dezelfde leidende principes. Voor het nieuwe Wmo beleid concretiseren we deze en vullen we ze aan. Hieronder benoemen we de leidende principes voor het Wmo beleid. De eerste drie zijn nieuw; we geven hieronder aan waarom deze zijn toegevoegd. De overige leidende principes bouwen voort op de huidige en scherpen we aan vanwege de veranderingen die nu nodig zijn, mede op basis van de input van inwoners en partners.
We gaan meer in dialoog met inwoners, ervaringsdeskundigen en cliëntvertegenwoordigers voor het verbeteren van de uitvoeringspraktijk.
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 25
1. Niets over ons, zonder ons Dit leidend principe is toegevoegd -mede op verzoek van inwoners- omdat we zeggenschap en eigenaarschap van inwoners nog steviger willen verankeren. We zetten dit leidend principe vanuit het VN-verdrag Handicap daarom bovenaan. Wij erkennen dat wij meer gebruik moeten maken van de betrokkenheid van inwoners en ervaringsdeskundigen. Inclusiviteit en cultuur sensitief vakmanschap is een vanzelfsprekend uitgangspunt in ons beleid en de uitvoerings praktijk, maar het is vaak makkelijker gezegd dan gedaan. We gaan meer in dialoog met inwoners, ervaringsdeskundigen en cliëntvertegenwoordigers voor het verbeteren van de uitvoeringspraktijk. 2. Grondoorzaken aanpakken Het tweede nieuwe leidende principe legt de focus nog meer op blijvende en effectieve oplossingen voor problematiek. Geïnspireerd door de propositie van VNG ‘De winst van het sociaal domein’ richten we ons bij het aanpakken van de grondoorzaken op ‘bestaans zekerheid’ ‘kansrijk opgroeien’ en ‘gezond samen leven’. Het gezond (samen) leven bekijken we vanuit het Utrechts gezondheidsmodel (zie plaatje), waarin ook de bestaanszekerheid (sociaal-economische positie) een belangrijke basis vormt voor gezondheid en leefomstandig heden en waarbij persoonlijke factoren van belang zijn.
Vanuit het Wmo beleid willen we nog meer de beweging naar voren maken door scherp te zijn op wat de inwoner zelf met hulp van het sociale netwerk kan oplossen en kritischer te kijken waar professionele hulp voor nodig is, door de gemeenschapskracht6 te versterken, gezond en duurzaam leven te stimuleren en laagdrempelig te ondersteunen bij rondkomen en dagelijks functioneren. We willen inclusief beleid en de toegankelijkheid van voorzieningen verder vergroten (bijvoorbeeld wonen, dienstverlening, informatie, gezondheid, openbare ruimte, sporten en bewegen, vervoer) om uitsluiting en de noodzaak van hulp te voorkomen.
6. Utrecht wil een stad zijn met buurten en wijken met een stevige sociale samenhang. Buurten en wijken waar mensen elkaar kennen, waar het prettig samenleven is en waar het normaal is om elkaar te helpen. De gemeenschap staat centraal. Een sterke en betrokken gemeenschap vormt het sociale fundament van de stad. Het biedt inwoners de kans erbij te horen en mee te doen en het geeft kinderen en jongeren de kans gezond en veilig op te groeien.
26
3. Ongelijk investeren voor gelijke kansen Het derde nieuwe leidende principe volgt uit het coalitieakkoord. Op basis van de Handreiking Ongelijk investeren voor Gelijke Kansen richten we ons op een basis voor een menswaardig bestaan voor iedereen. De inspanningen om daar te komen zijn verschillend. In sommige wijken en voor sommige (groepen) mensen zijn meer inspanningen nodig om die basis te bieden. Daarnaast bieden we wat extra’s of iets anders om de meest kwetsbare inwoners een eerlijke kans te geven. Dat betekent andersom ook dat sommige inwoners minder (professionele) zorg gaan krijgen, omdat de oplossing gezocht kan worden bij de inwoner zelf, in het sociale netwerk en de informele zorg. 4. Buurt- en wijkgericht (samen)werken en leefwereld centraal We gaan uit van wat de inwoner met het eigen sociaal netwerk zelf kan en nodig heeft en bouwen gezamenlijk aan gemeenschapskracht. Daarbij hoort een verschuiving van individuele naar gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dat geldt zowel voor inwoners als voor organisaties7. Initiatieven en organisaties in de sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg werken buurt- of wijkgericht samen op basis van gelijkwaardigheid. Partners stellen gezamenlijk en samen met de inwoner en de mantelzorger vast wat passende zorg en ondersteuning is.
Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de positieve relatie met en continuïteit voor de inwoner. Dat betekent ook een omslag in denken van hulpverleners, van: ‘Wat kan het netwerk doen in de ondersteuning van mijn cliënt’ naar: ‘wat kan ik als professional bijdragen om het sociale netwerk te versterken’. Daarbij hoort aandacht voor het versterken van de eigen kracht van inwoners, collectief en individueel. 5. Alleen doen wat nodig is Alleen doen wat nodig is gaat over mogelijk maken wat nodig is. Buiten de kaders denken en belemmeringen wegnemen. Aansluiten bij wat de inwoner en de gemeenschap nodig hebben om voor elkaar te kunnen zorgen. En het betekent soms ook dat iets juist niet gedaan wordt, wanneer het niet echt nodig is. Normaliseren is het uitgangspunt. Ook elkaar helpen in de buurt moet weer normaal worden. Door de inzet van informele zorg kan formele zorg niet of minder nodig zijn. Wanneer formele zorg wel nodig blijkt, is groepsgerichte ondersteuning het uitgangspunt, tenzij individuele begeleiding (tijdelijk) noodzakelijk is. Indien mogelijk wordt ingezet op de combinatie van face-to-face, digitaal contact en e-health (ook wel ‘blended care’ genoemd). Daarnaast gaat “alleen doen wat nodig is” om het vergroten van mogelijkheden door voorzieningen toegankelijk te maken voor mensen met een beperking. 6.
Eenvoud in de uitvoering Inwoners weten waar zij in hun buurt terecht kunnen met hun hulpvraag en hebben daar eenvoudig toegang toe. De regie op de inzet van zorg en ondersteuning ligt bij de inwoner, tenzij dat niet mogelijk is. Inwoners ervaren dat de zorg en ondersteuning op elkaar is afgestemd en dat er geen sprake is van onnodige vertraging en bureaucratie door overdracht van het dossier en het doorlopen van nieuwe (aanmeld)procedures. Vertrouwen in de mens is het uitgangspunt. Als goede oplossingen niet passen binnen de regels of procedures worden de principes van eenvoudig maatwerk toegepast. Dit vraagt een vereenvoudiging in de organisatie van de zorg en ondersteuning en een sterkere samenwerking in welzijn, zorg en aanpalende domeinen. De gemeente faciliteert de eenvoud in de uitvoering en voorkomt stapeling van ambities en regelingen. 7. ‘It takes a village to raise a child’: dit Afrikaans gezegde betekent dat iedereen in de gemeenschap verantwoordelijkheid heeft voor de kinderen. Daarop aansluitend willen wij ondersteunen dat iederéén in de gemeenschap verantwoordelijkheid heeft voor elkaar.
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 27
De veranderstrategie en aanpak Om onze ambitie en doelstellingen te realiseren binnen de in de inleiding beschreven verande rende context, kunnen wij niet doorgaan op de manier waarop wij op dit moment de onder steuning georganiseerd en geregeld hebben. Er moeten keuzes gemaakt worden om tijdig en passend hulp te kunnen bieden bij een groeiende vraag naar zorg en ondersteuning en daar tegenover schaarse middelen. In deze paragraaf geven we de richting voor die keuzes aan en vervolgens vertalen we die de komende jaren stapsgewijs naar de uitvoeringspraktijk samen met inwoners, ervaringsdeskundigen, cliëntvertegenwoordigers en partners. Hierna geven wij aan op welke thema’s wordt ingezet en sluiten wij af met onze lobby aanpak. Keuze voor de meest kwetsbare inwoners Binnen de schaarse middelen maken wij de keuze om de beschikbare professionele zorg en ondersteuning en de financiële middelen in te zetten voor de inwoners die deze zorg en ondersteuning het meest nodig hebben. We zien daarbij dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen de volgende groepen inwoners: Inwoners met een ondersteuningsvraag die met wat ondersteuning weer geheel zelfstandig kunnen functioneren. Voor deze groep geldt dat kritisch gekeken moet worden wat de inwoner zelf met zijn/haar omgeving op kan lossen. De professionele zorg is kortdurend en gericht op inzet van eigen netwerk en informele zorg.
Inwoners die altijd een vorm van ondersteuning nodig hebben om mee te kunnen doen. Bij deze groep is de opgave om die ondersteuning zo licht mogelijk te laten zijn, met zoveel als mogelijk de inzet vanuit het eigen netwerk en de sociale basis. De professio nele zorg heeft dan meer een coördinerende en waakvlamfunctie en kan kort opgeschaald worden als dat nodig is. Inwoners met een hulpvraag met het perspectief dat de mate van zelfredzaamheid zal afnemen. Dit is de meeste kwetsbare groep waar in de loop van de tijd meer professionele zorg voor nodig is. En ook hierbij geldt dat gekeken moet worden in hoeverre inzet van informele zorg een bijdrage kan leveren in de ondersteuning van de kwetsbare inwoner en de mantelzorg.
‣ ‣ ‣
Passende zorg en ondersteuning Inwoners met een ondersteuningsvraag moeten zich nog meer realiseren dat een groter beroep wordt gedaan op wat zij zelf met hun sociale netwerk kunnen bijdragen aan de oplossing van de vraag. Dit vraagt het faciliteren van gemeenschapskracht en informele zorg, een goede informatievoorziening en het organiseren van het maatschappelijk debat. Het uitgangspunt is dat professionele zorg en ondersteuning groepsgericht wordt geboden en zo mogelijk in de vorm van ‘blended care’, tenzij vanuit de vraag en omstandigheden van de inwoner blijkt dat individuele ondersteuning (tijdelijk) nodig is. Thuiswonende ouderen: Ouderen moeten zo lang mogelijk verantwoord zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit is de opgave in het kader van het landelijke programma Wonen, Ondersteuning en Zorg. Dit vraagt afstemming vanuit het sociaal domein met de medische en langdurige zorg. Reablement8 is daarin een sleutel. De Wmo-voorzieningen (dagbegeleiding, respijtzorg, vervoer, maaltijdsvoorzieningen, etc.) maken dit mede mogelijk. In het Actieplan ‘Een (t)huis voor ouderen’ werken we aan voldoende huisvesting voor ouderen, een passende leefomgeving en voldoende voorzieningen
‣ ‣ ‣
8.
28
Reablement is een manier van werken waarmee professionals ouderen helpen hun eigen leven te leiden.
‣
‣
– zoals laagdrempelige activiteiten – in de buurt. Vervolgens worden ouderen gestimuleerd om naar deze woningen te verhuizen, zodat er geen dure woning aanpassingen nodig zijn en doorstroom op de woningmarkt wordt bevorderd Ouderen worden ondersteund door steunsystemen zoals de buurman of de mantelzorger. Daarnaast versterken we gemeenschappen, bijvoorbeeld in wooncomplexen met veel ouderen. Als er meer ondersteuning nodig is, is een goede domeinoverstijgende samenwerking van belang. In de aankomende jaren zetten we daarom in op het versterken van de samenwerking tussen het medisch domein, het welzijnswerk en de informele zorg. Ouderen die zwaardere zorg en ondersteuning nodig hebben, waarvoor de Wmo niet meer toereikend is, moeten zo min mogelijk merken van de overgang van de Wmo naar de Wet langdurige zorg (Wlz). Dat vraagt een gezamenlijke inzet van gemeente en zorgkantoor en duidelijke afspraken tussen partners in de stad. Inwoners en professionals worden gestimuleerd om meer gebruik te maken van digitale en technologische innovaties. Zij moeten meer bekend worden met wat er is en ervaren hoe deze innovatieve middelen inwoners kunnen ondersteunen om langer zelfstandig thuis te wonen. Daarbij wordt bekeken in hoeverre dit door organisaties en inwoners zelf georganiseerd kan worden en welke maatregelen wij moeten nemen om het gebruik te stimuleren.
Hierbij denken wij aan een locatie waar inwoners geïnformeerd worden over de technische mogelijkheden die er zijn (naar het voorbeeld van iZiwoning in Den Haag), het opnemen in de voorziening Hulpmiddelen en/of een bijdrage aan inwoners die de kosten niet zelf kunnen dragen. Belangrijk principe hierbij is dat de middelen de behoefte aan ondersteuning voorkomen of minder intensief maken. Gezien de druk op de zorg en ondersteuning besteden we specifiek aandacht aan goed op elkaar afgestemde zorg en ondersteuning vanuit het sociaal en medisch domein voor inwoners waar dat voor nodig is. Dit doen wij door met partijen uitwerking te geven aan de landelijk afgesloten akkoorden: Integraal Zorg Akkoord (IZA), Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het programma ‘Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen’ (WOZO).
Meer samenhang in het zorglandschap en het brede sociaal domein De inrichting van het zorglandschap volgens het Utrechts model voor zorg en ondersteuning houden wij in stand. Daarmee behouden wij de indeling met de drie sporen: de sociale basis, basiszorg en aanvullende zorg. We zetten stevig in op een betere samenwerking tussen deze sporen én de samenwerking met de partners vanuit het brede sociaal domein en de medische en langdurige zorg. Dit met het doel dat inwoners met een ondersteuningsvraag ervaren dat de ondersteuning op maat, tijdig én in samenhang wordt geboden. En dat zoveel als mogelijk wordt voorkomen dat er een (zwaarder) beroep wordt gedaan op professionele hulp en ondersteuning. Professionals en informele zorg zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de ondersteuning aan inwoners in de buurt en wijk en het effectief en doelmatig organiseren daarvan. Het buurtteam betrekt indien nodig vanaf de start of gedurende het ondersteuningstraject de sociale basis en/of de aanvullende zorg. De buurtteammedewerker blijft betrokken gedurende het traject, zodat er eenvoudiger op- en afgeschaald kan worden.
Door al bij de start van de ondersteuning gezamenlijk op te trekken, weet de inwoners/cliënt wat er verwacht kan worden en wordt voorkomen dat men ervaart dat de ondersteuning afgeschaald wordt als er meer inzet komt vanuit de sociale basis en minder vanuit de professionele zorg.
‣
‣
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 29
stimuleren en sturen op ontwikkelingen als Thuis in je wijk waarbij informele en ‣ We formele organisaties, professionals en inwoners op een gelijkwaardige manier
‣ ‣ ‣
samenwerken. Met als doel dat inwoners zich thuis voelen en juist ook kwetsbare inwoners gebruik kunnen maken van de activiteiten en voorzieningen in de wijk en de professionele zorg voorkomen of verminderd kan (gaan) worden. Een goede gezondheid draagt bij aan het langer zelfstandig wonen en leven en verlaagt het beroep op zorg en ondersteuning. Daarom is de versterking van een gezonde leefomgeving en het stimuleren van gezonde leefgewoonten zoals sporten, bewegen en gezonde voeding belangrijk. Financiële bestaanszekerheid is een basis voor gezond en prettig (samen)leven. Daarom zetten we in op vereenvoudiging van en meer kennis van financiële regelingen bij professionals, vroegtijdig signaleren en bespreekbaar maken van geldzorgen en in contact brengen met het juiste aanbod. Daarnaast gaan we de hulp bij financiën eenvoudiger en toegankelijker organiseren. Inwoners die gebruik maken van het activeringsaanbod worden gestimuleerd om het beste uit zichzelf te halen en indien mogelijk de overstap naar (beschut) werk te maken. Belemmerende factoren voor de inwoners en organisaties worden weggenomen.
Buurt- en wijkgericht, tenzij Gemeenschapskracht9 faciliteren we buurt- en wijkgericht op een manier die past bij de draagkracht in de buurt of wijk. Daarbij stimuleren we inwoners om actief hulp aan te bieden en hulp te vragen aan elkaar. We formuleren samen met inwoners en partners (vanuit zorg, welzijn, werk, wonen) een beperkt aantal specifieke opgaven voor de buurt of wijk om gezamenlijk mee aan de slag
‣ ‣
9. Utrecht wil een stad zijn met buurten en wijken met een stevige sociale samenhang. Buurten en wijken waar mensen elkaar kennen, waar het prettig samenleven is en waar het normaal is om elkaar te helpen. De gemeenschap staat centraal. Een sterke en betrokken gemeenschap vormt het sociale fundament van de stad. Het biedt inwoners de kans erbij te horen en mee te doen en het geeft kinderen en jongeren de kans gezond en veilig op te groeien.
30
te gaan en tot een afgestemde aanpak en/of buurtagenda te komen. Daarbij verkennen we de toegevoegde waarde van het inzetten van een buurt- of wijkbudget.Naast de verbinding tussen de partners in het sociaal domein wordt ook samengewerkt met professionals in het medisch domein, waarin de afspraken vanuit het regioplan in het kader van het Integraal Zorg Akkoord de basis zijn. Lobby aanpak De houdbaarheid van de zorg en ondersteuning is ook voor het Rijk een grote opgave. Onze lobby is erop gericht dat de keuzes die het Rijk maakt, passend zijn bij de ontwikkelingen en praktijk in Utrecht. We sluiten in onze lobby aan bij de VNG, als het om grootstedelijke problematiek gaat trekken wij op in G4-verband, en als dat nodig is doen wij dit als Utrecht zelf. Belangrijke thema’s hierin zijn:
Houdbaarheid van de Wmo: er loopt een landelijk onderzoek naar de houdbaarheid van de Wmo en de verwachting is dat naar aanleiding daarvan de Wet zal worden aangepast. De inzet is dat de aanpassingen aansluiten op wat inwoners nodig hebben, het uitlegbaar is, geen nadelige effecten heeft op andere gemeentelijke taken en dat het financieel haalbaar is.
Invoering inkomensafhankelijke eigen bijdragen: de uitwerking van deze regeling moet het ongewenste effect van een grotere vraag naar voorzieningen als hulp bij huishouden en woningaanpassingen door inwoners met meer financiële draagkracht absoluut wegnemen. Daarbij moet de financiële doorrekening naar het budget dat wij van het Rijk ontvangen ook realistisch zijn.
De landelijke akkoorden: de effecten op het sociaal domein vanuit de landelijke akkoorden en programma’s IZA, GALA en WOZO moeten meegenomen worden in het onderzoek naar de houdbaarheid van de Wmo. Daarbij moeten de tijdelijke middelen die nu gekoppeld zijn aan deze akkoorden omgezet worden naar structurele middelen. En ze moeten toegevoegd worden aan de reguliere middelen in plaats van dat ze uitgekeerd worden als administratief belastende specifieke uitkeringen (SPUK-regelingen).
De effecten op het sociaal domein vanuit de landelijke akkoorden en programma’s IZA, GALA en WOZO moeten meegenomen worden in het onderzoek naar de houdbaarheid van de Wmo.
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 31
Veranderstrategie per spoor Bovengenoemde onderdelen van de veranderstrategie vertalen wij hieronder verder naar een aanpak per spoor in het Utrechts zorglandschap.
Sociale basis
De sociale basis bestaat uit verschillende sferen: persoonlijk, gemeenschappelijk en institutioneel (zie bovenstaande figuur uit het rapport van VJI: de sociale basis, kernboodschap en position paper). We onderschrijven de duiding die in dit rapport wordt gegeven aan de sociale basis: De sociale basis draagt bij aan de menselijke waarde, aan veerkrachtige gemeenschappen die naar elkaar omkijken en aan het netto nationaal welzijn van de samenleving als geheel. In Utrecht hebben we het over de sociale basisinfrastructuur (institutionele sfeer) en gemeenschapskracht (gemeenschappelijke sfeer). We willen een samenleving waarin mensen elkaar kennen en waar het normaal is om elkaar te helpen. Dat begint bij (het organiseren en faciliteren van) ontmoeting. Er zijn en ontstaan in Utrecht veel bewonersbuurtnetwerken, buurthuizen en speeltuinen (in zelfbeheer) en bewonersinitiatieven die een bijdrage leveren aan het bevorderen van de gemeenschapskracht in hun buurt of wijk. Dat willen wij nog verder versterken. Omdat stevige sociale samenhang bijdraagt aan het welzijn van bewoners. En omdat in sterke gemeenschappen het beroep op basiszorg en aanvullende zorg afneemt. Het versterken van gemeenschapskracht draait om mensen: samen actief zijn, elkaar zien en leren kennen en zo zorgdragen voor elkaar en de omgeving.
Sportverenigingen zijn hierbij ook een goed voorbeeld van het bestaande sociaal kapitaal in de stad dat bijdraagt aan gezondheid, ontmoeting en het verminderen van eenzaamheid.
We willen een samenleving waarin mensen elkaar kennen en waar het normaal is om elkaar te helpen.
32
We blijven de sociale basis versterken door: Het faciliteren van informele zorg en mantelzorg, gemeenschapskracht en meedoen, vrijwillige inzet, activeringsaanbod, belangenbehartigersorganisaties, de aanpak van eenzaamheid en het versterken van taal- en digitale vaardigheden. Het faciliteren van goede, toegankelijke10 en uitnodigende ontmoetingsplekken zoals buurtcentra11, buurtkamers en jongerencentra en het verder verbeteren van de toegankelijke en inclusieve stad. Doelstellingen met betrekking tot de sociale basis: I. De verschillen in de mate van meedoen tussen (groepen) inwoners nemen af, inwoners zorgen meer voor elkaar en zijn meer betrokken in de buurt. II. Utrecht heeft voldoende, goede en toegankelijke welzijnsaccommodaties Veranderaanpak: We versterken de sociale basis om het ‘samen leven, samen zorgen’ te faciliteren en waardoor professionele zorg voorkomen en afgebouwd kan worden. Daarom verdelen we de beschikbare middelen op basis van het principe ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. ‘Zorgen voor’ in de meer kwetsbare buurten en voor kwetsbare groepen, ‘zorgen dat’ in meer draagkrachtige12 buurten, door: In de meer draagkrachtige buurten is substantieel minder ondersteuning door het welzijnswerk beschikbaar, ten gunste van de capaciteit in de kwetsbare buurten.
In de draagkrachtige buurten zorgen we dat de gemeenschapskracht kan opbloeien door het wegnemen van drempels en een passende financiële ondersteuning van bewonersinitiatieven. We maken scherpere keuzes in welke activiteiten we wel en welke we niet (meer) faciliteren vanuit de subsidieregeling Vrijwillige inzet voor elkaar. Activiteiten die onvoldoende bijdragen aan de ambitie, worden niet meer gefinancierd. Van activiteiten die dubbelen of overlappen met elkaar gaan we de subsidie afbouwen. Om nog meer vrijwillige inzet te realiseren gaan we meer samenwerken met onderwijs instellingen, werven we onder andere onder vitale ouderen, jongeren en inwoners die zelf gebruik maken van de zorg en ondersteuning. En we onderzoeken wat helpt om mensen te stimuleren en te faciliteren vrijwilliger te zijn. Utrecht wil een echte vrijwilligersstad zijn: Als je in Utrecht woont doe je – vanzelfsprekend – iets voor een ander. Dit is niet alleen goed voor de ander maar levert ook positieve effecten op voor de vrijwilliger zelf. Versterken van de ondersteuning aan de mantelzorger: We sturen er op dat professionals meer oog hebben voor en samenwerken met (het netwerk van) de mantelzorger. Vormen van respijtzorg breiden we uit net als andere voorzieningen die verlichting geven aan het mantelzorgen.
Voldoende uitnodigende ontmoetingsplekken zijn een belangrijke randvoorwaarde voor versterking van de sociale basis, zeker in een groeiende en verdichtende stad. Het laten meegroeien van welzijnsaccommodaties met de groei van de stad wordt jaarlijks afgewogen bij de actualisering van het investeringspakket ‘Groei in balans’. In die afweging nemen we het belang van ontmoetingsplekken voor het verlichten van de druk op de zorg en het versterken van de gemeenschapskracht nadrukkelijk mee.
‣
‣ ‣ ‣
10. Zie Beleid voor toegankelijkheid | gemeente Utrecht 11. Zie Meerjarig perspectief buurtcentra 2022-2033 12. Een draagkrachtige buurt heeft een hogere sociaal-economische en leefbaarheidsscore, zie het rapport scheidslijnen in Utrecht
Beleidsnota WMO versie 14 maart 2024 | 33
34
basisinfrastructuur (institutionele sociale basis) sturen we stedelijk aan, het faciliteren ‣ De van gemeenschapskracht wordt zoveel mogelijk buurt- en wijkgericht gestuurd met meer
‣
regie bij inwoners. We verkennen de voor- en nadelen van het werken met een buurt- of wijkbudget voor het effectiever versterken van de gemeenschapskracht. De informatievoorziening over de activiteiten en voorzieningen in het sociaal domein is nog steeds erg versnipperd. We gaan samen met de maatschappelijke partners dit veel slimmer organiseren waardoor meer inwoners worden bereikt en vraag en aanbod beter bij elkaar komen tegen een lager budget.
Basiszorg en toegang
De basiszorg blijft de spil voor laagdrempelige hulp en biedt deze dichtbij huis en op maat. Als voor de vraag specifieke expertise nodig is, is het buurtteam de toegang tot deze zorg en ondersteuning. Daarbij is het buurtteam ook een toegang voor mensen met geldzorgen. De basiszorg voor dak- en thuisloze mensen, Stadsteam Back Up, biedt deze laagdrempelige hulp voor mensen die (dreigend) dakloos zijn in. De regionale toegang vormt de toegang tot beschermd wonen, -verblijf en -thuis. Het Wmo-loket biedt toegang tot de individuele maatwerkvoorzieningen (hulpmiddelen, woningaanpassingen en vervoer). Doelstelling met betrekking tot de basiszorg: III. Utrechters met een hulpvraag krijgen tijdig een passende oplossing, aanvullend op wat er in de sociale basis kan worden geboden. Veranderaanpak: De toegang tot de ondersteuning is nu belegd op verschillende plekken met verschillende werkwijzen. Om het voor inwoners eenvoudiger te maken en te komen tot meer eenduidigheid krijgt het buurtteam een grotere rol in het toegangsproces voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Het onderzoek naar de ondersteuning die inwoners met psychische kwetsbaarheid op de verschillende leefgebieden nodig hebben wordt uitgevoerd door het buurtteam. De uiteindelijke indicatiestelling voor Beschermd wonen ligt bij de Regionale toegang.
Het buurtteam kijkt nog scherper naar oplossingen bij de cliënt en zijn omgeving en/of in de sociale basis. En er is oog voor vragen en behoeften van de mantelzorger. Wanneer inwoners ook te maken hebben met bestaansonzekerheid, werkloosheid of schulden zoekt het buurtteam de samenwerking met Werk en Inkomen. Financiële bestaansonzekerheid is een grondoorzaak waardoor andere hulp vaak weinig zin heeft. Het buurtteam geeft daarom prioriteit aan het signaleren en vinden van de juiste hulp en ondersteuning wanneer mensen niet rondkomen. Het buurtteam biedt als basis groepsgerichte begeleiding, tenzij individuele begeleiding nodig is. Hierbij wordt ingezet op een combinatie van e-health, face-to-face en digitaal contact (‘blended care’). Bij verwijzingen en toekenning wordt altijd gekeken naar de best passende, meest doelmatige en efficiënte oplossing. Als dit niet passend is binnen de regels, kan in het kader van eenvoudig maatwerk hiervan afgeweken worden. Voorbeelden hiervan zijn inzet van (technologische) voorzieningen die de benodigde inzet van professionele zorg voorkomt of vermindert. Het buurtteam betrekt indien nodig vanaf de start of gedurende het traject de sociale basis. Bij complexere ondersteuningsbehoeften kan het buurtteam zorgen dat de aanvullende zorg meer of minder intensief ingeschakeld wordt. De buurtteammedewerker