CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnota Warmte 2025-2035

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling Beleidsnota Warmte 2025-203523.965 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het gaat daarbij om beperking van het ruimtegebruik voor energiesystemen en een integrale afweging voor de verdeling van de ruimte die nog wel nodig is. We

•

gaan daarom sturen op maximale benutting van dak en gevels voor energieproductie als deze ruimte niet nodig is voor andere functies. De energie-installaties worden zoveel mogelijk inpandig gerealiseerd en de WKO-bronnen bij voorkeur op het perceel. Omgevingsbewust: De energievoorziening heeft niet alleen impact op ruimtegebruik, maar ook op omgevingskwaliteit. Warmtepompen maken geluid en airco’s leveren warmte aan de buitenlucht op momenten dat het al heel warm is in de stad (hittestress). Daarom gaat de voorkeur uit naar collectieve warmteoplossingen omdat deze minder negatieve effecten hebben op de omgevingskwaliteit.

Toepassing van seizoensopslag, zoals collectieve warmte-koudeopslag in de bodem (WKO), is zowel, klimaatbewust, netbewust, ruimtebewust als omge­vings­ bewust. Om die reden is de inzet van seizoensopslag in nieuwbouw een doel op zich. In het Warmte­programma beschrijven we op welke wijze we de toepassing van seizoensopslag via publiekrechtelijke of privaatrechtelijke afspraken willen afdwingen. Het materiaal dat wordt gebruikt voor de productie van energie-installaties leidt tot CO2-emissies in de productie­fase (materiaalgebonden CO2-uitstoot). Utrecht heeft de ambitie om deze emissies te vermin­ deren door in te zetten op circulair gebruik van mate47

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

riaal om daarmee de milieu-impact te verminderen. Deze ambitie mag geen rem zijn op de ambitie voor duurzame netbewuste energie­systemen, want daarvoor zijn nu eenmaal warmte­pompen, warmteleidingen, warmtebuffers, WKO-bronnen en accusystemen nodig. Wel gaan we experimenteren met zogenaamde passieve gebouwen, die zo gebouwd worden dat er minder installaties nodig zijn en toch de doelstellingen voor duurzaam en netbewust gerealiseerd worden.

netbewuste, ruimtebewuste en omgevingsbewuste energiesystemen. Aangezien deze sturing afhankelijk is van technologische ontwikkelingen en wijzigende regelgeving, is het essentieel dat het college de mogelijkheid heeft om het programma periodiek bij te stellen. Dit biedt de flexibiliteit om af te wijken van de vastgestelde kaders, indien de situatie daarom vraagt.

5.3 Vroegtijdig sturen Om een integrale afweging van ruimtelijke belangen te kunnen maken, is het van belang om vroegtijdig inzicht te krijgen in het energiesysteem voor een gebiedsontwikkeling. In het Utrechts Planproces Gebiedsontwikkelingen (UPG) worden de volgende producten verankerd: •

•

Energieconcept Aan het einde van de definitiefase van het UPG worden de keuzes over netbewuste maatregelen, collectiviteit, benutting van bodem­energie en andere ruimte-vragende maatregelen gemaakt. De gemeenteraad neemt hierover een besluit bij de vaststelling van de Nota’s van Uitgangspunten. Energietoets De Provinciale Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht verplicht de uitvoering van een Energietoets als onderdeel van de vaststelling van een omgevingsplan voor een gebiedsontwikkeling. Dit leidt tot regels voor het reserveren van ruimte voor energiemaatregelen, zoals collectieve warmtesystemen en bodemenergie om te kunnen voldoen aan een minimale netbelasting.

In het Warmteprogramma wordt aangegeven hoe we via zowel bestuursrechtelijke als privaatrechtelijke instrumenten willen sturen op een klimaatbewuste, 48

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

6 Planning Het Warmteprogramma is verplicht zodra de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) van kracht wordt (naar verwachting 1 januari 2026). In het Warmteprogramma wordt, op basis van de door de gemeenteraad meegegeven kaders uit deze beleidsnota, beschreven in welke gebieden we de komende 10 jaar aan de slag gaan met aardgasvrij en aardgasvrij ready maken en hoe dit proces uitgevoerd wordt. Het Warmteprogramma wordt elke vijf jaar geactualiseerd, waarbij we ook rapporteren over de voortgang van de voorgaande periode. Als criteria voor de selectie van buurten waar we als eerste aan de slag zijn in de in de Transitievisie Warmte deel 2 gehanteerd: 1) betaalbaarheid voor de eind­ gebruiker, 2) robuustheid van de beoogde warmte­ oplossing en 3) zo min mogelijk overlast en gedoe voor gebouweigenaren en gebruikers. Op basis van deze criteria is de buurtaanpak van start gegaan en hebben stakeholders zoals woningbouw­corporaties hun onder­ houdsplanning afgestemd op de buurten waar we als eerste aan de slag zijn gegaan. Na het terugtrekken van Eneco is de buurtaanpak gepauzeerd en het veran­ derend speelveld vraagt om een pragmatische aanpak om wel snelheid te kunnen houden. Dit betekent dat we: • •

•

•

•

Halve Maan), Lunetten en Utrecht Noordoost en in de toekomst kunnen er meerdere volgen. In buurten waar de individuele warmtepomp met een lage temperatuur bron het voorkeursalternatief is, zetten we in op de overstap naar een (hybride) individuele warmtepomp op natuurlijke momenten. Dit doen we zolang we nog te maken hebben met netcongestie. Daarna zetten we in op grootschalige omschakeling van warmtepompen. Voor gebieden met zeer weinig panden zetten we in op individueel maatwerk. Voor panden aan een bestaande warmteleiding zonder aansluiting én voor panden die volledig zijn ingesloten door een warmteleveringsgebied van een bestaand net, wachten we op duidelijkheid over de Wet collectieve warmte (Wcw). Ondertussen zoeken we nog wel naar meekoppelkansen met grote werk­ zaamheden zoals het riool. Ook wachten we op de randvoorwaarden die een betaalbare aansluiting mogelijk maken. Zodra het kan pakken we de buurtaanpak aardgasvrij in deze buurten weer op. Op bedrijventerreinen wordt gestart waar zich kansen voordoen voor verduurzaming. Dat bete­kent een goede organisatiegraad, zoveel mogelijk aansluiten op lopende ontwikkelingen en samenwerkingen.

In de hele stad aan de slag gaan met het bespa­ rings­programma om alle gebouwen aardgas­vrijready te maken. Inzetten op de ontwikkeling van nieuwe collectieve buurtwarmtenetten op plekken waar een buurt­initiatief actief is. Op dit moment is dit het geval in Oog in Al (/ 49

C Monitoren, sturen en verantwoorden

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

1

Indicatoren

We monitoren de Beleidsnota Warmte via onderstaande indicatoren uit de programmabegroting. Deze indicatoren horen bij de drie sporen binnen de afdeling energietransitie; 1) Gebouwen verduurzamen, 2) Infrastructuur aan­­ passen en 3) Bronnen verduurzamen. Deze sporen zijn gebaseerd op de doelstellingen uit het coalitieakkoord van de gemeente Utrecht. Uitgebreidere monitoring geven we vorm bij het Warmteprogramma. Eisen voor deze monitoring worden opgenomen in de wetgeving.

1 2

Doelstelling

Effectindicator

Nulmeting

Realisatie 2023

Doelstelling 2023

Doelstelling 2024

Doelstelling 2025

Doelstelling 2026

Alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut

Aantal GWh opwek

2021

168

142

153

164

178

Energie infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen.

% duurzame warmte

2020

54%

56%

60%

60%

65%

% gebouwen zonder aardgasaansluiting

2020

36%

34%

35%

37%

38%

Energieverbruik gebouwde omgeving in 2050 met 35% afgenomen ten opzichte van 2020.

Verandering energie­ verbruik gebouwde omgeving t.o.v. 2020.

2020

-11,3%2

-3,5%

-4,7%

-5,8%

-7,0%

1

Dit betreft het aandeel hernieuwbaar in de warmte dat is geleverd via het stadsbrede warmtenet van Eneco. Dit betekent dat het energiegebruik in 2023 is gedaald ten opzichte van 2020.

51

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

2

Risico’s

Risico-omschrijving

Toelichting

Maatregelen

Betaalbaarheid warmtenetten wordt landelijk niet goed geregeld. Daardoor bestaat de kans dat we gebouweigenaren geen betaal­baar aanbod kunnen doen. Verder gaan gebouw­ eigenaren die het kunnen betalen zelf aan de slag met indivi­ duele oplossingen. Dit heeft tot gevolg dat dat de haalbaarheid van collectieve warmteoplossingen verder in het gedrang komt.

Als de landelijke overheid niet zorgt voor instrumenten om collectieve netten betaalbaar te maken kunnen wij gebouweigenaren in Utr­echt geen betaalbaar aanbod doen. Omdat collectieven warmte­netten het voorkeursalternatief is voor de meeste buurten in Utrecht heeft dit gevolgen voor het realiseren voor onze doelstelling om onze energieinfrastructuur aan te passen. Verder gaan meer gebouweigenaren dan al aan de slag met individuele oplossingen. Dit kan tot gevolg hebben dat collectieve warmteoplossingen niet meer betaalbaar worden voor de achterblijvers en zij ook moeten overgaan op een individuele oplossing met hogere kosten en vergroting van de druk op elektriciteitsnet (en bij luchtwarmtepompen meer geluidshinder, toename van hittestress en negatieven effecten op ruimtelijke kwaliteit).

Blijven lobbyen voor rijksregelingen om collectieve warmteoplossin­ gen betaalbaar te maken. Meer tijd nemen en ruimte voor innovatie laten en wanneer netcongestie is opgelost buurten naar voren halen waar individuele warmtepomp het voorkeursalternatief is.

Wcw wordt niet aangenomen door het Parlement. Daardoor kan de gemeente minder goed sturen op publieke belangen bij de invulling van een warmtekavel en de aanwijzing van een warmtebedrijf. Dit heeft tot gevolg dat er mogelijk minder draagvlak is voor collectieve warmtenetten.

Als de Wcw niet wordt aangenomen komt er geen duidelijkheid over publiek eigenaarschap van warmtenetten. Utrecht is van mening dat publiek eigendom in de warmtetransitie essentieel is voor het realiseren van collectieve warmtesystemen. Een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang zal, in tegenstelling tot zuiver financiële investeerders, uit eigen beweging publieke belangen als consumentenbescherming, duurzaamheid of betaalbaarheid zwaarder laten wegen dan commerciële belangen.

Wgiw is wel al vastgesteld en we kunnen ook onafhankelijk van de Wcw aan de slag om samen met gebouweigenaren, -gebruikers en buurtinitiatieven invulling geven aan de warmtevoorziening in een gebied. Daarmee kunnen we voortgang boeken. Ook de oprichting van een publiek warmtebedrijf kan doorgang vinden.

Eneco werkt niet mee aan verdere uitbreiding van het warmte­ net. Daarvoor moeten gebouweigenaren die aan bestaande warmte­leidingen liggen van Eneco of in gebieden liggen die volledig worden ingesloten door het bestaande warmtenet van Eneco (te) lang wachten op een aanbod. Dit heeft tot gevolg dat gebouweigenaren langer gebruik moeten maken van aardgas of overgaan op individuele oplossingen met toename van hittestress en negatieven effecten op ruimtelijke kwaliteit.

Voor gebouweigenaren die aan bestaande warmteleidingen liggen van Eneco of in gebieden liggen die volledig worden ingesloten in bestaande warmtenet van Eneco is aansluiting op het Eneco net de optie met de laagste nationale kosten. Gebouweigenaren hebben daarom te keuze om te wachten op een aanbod om aan te sluiten op dit warmtenet of zelf een individuele oplossingen te realiseren. Deze individuele oplossingen hebben niet de voorkeur omdat deze niet netbewust zijn, hittestress verhogend zijn en negatieven effecten hebben op de ruimtelijke kwaliteit.

We zetten vol in op het aardgasvrij ready besparingsprogramma. Via derden toegang wordt onderzocht of warmtegemeenschap of publiek warmtebedrijf in ingesloten gebieden toch netten kunnen aanleggen. Voor gebouwen aan de leiding worden individuele opties onder­zocht en als die niet betaalbaar zijn wordt de overstap naar aardgasvrij verder in de tijd gezet zodat innovaties of veranderende omstand­ig­ heden kunnen optreden.

Vervolg op volgende pagina

52

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

Risico-omschrijving

Toelichting

Maatregelen

Netcongestie houdt langer aan dan nu gedacht. Daardoor kunnen gebouweigenaren, die dat willen of buurten waar allelectric de beste oplossing is, de overstap naar een aardgasvrij oplossing niet maken. Dit heeft tot gevolg dat gebouweigenaren langer gebruik moeten maken van aardgas en daarmee onze doelstellingen niet worden gehaald.

Als netcongestie langer aanhoudt kunnen gebouweneigenaren die over willen stappen naar een individuele warmtepomp of buurten waar dit de voorkeursoplossing is de overstap niet maken omdat de netuitbreiding niet op tijd gereed is om deze warmtepompen te kunnen aansluiten. Buurtwarmtenetten waarbij gebruik wordt gemaakt van een collectieve warmtepomp krijgen geen netaansluiting waardoor bron niet gerealiseerd kan worden en het langer duurt voordat bron verduurzaamd kan worden.

We zetten vol in op het aardgasvrij ready besparingsprogramma en gaan met Stedin op zoek naar ook lokale uitwisseling met op­ slag; mogelijk kan ook in gebieden voor kleinere delen toch een betaalbaar warmtenet worden gerealiseerd na innovatie op de warmtenetten.

Het lukt niet om te sturen op efficiënte en eerlijke verdeling van bodemenergie en aquathermie. Daardoor worden bronnen niet optimaal benut. Dit heeft tot gevolg dat we voor de realisatie van onze doelstellingen aangewezen zijn op inzet van bronnen die minder netbewust zijn en negatieve effecten hebben op de leefomgeving.

Bodemenergie en aquathermie zijn belangrijke bronnen voor collectieve warmtenetten. Als het huidige principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ in stand blijft worden bodemenergie en aquathermie niet optimaal worden benut. Dit heeft tot gevolg dat we daarnaast voor het realiseren van onze doelstellingen gebruik moeten maken van luchtwarmtepompen die minder netbewust zijn en negatieve effecten hebben op de leefomgeving.

Goede procesinrichting met betrokken stakeholders (provincie, waterbeheerders, buurgemeenten) zorgt voor een goede inzet van water en bodem.

We krijgen bewoners onvoldoende mee in de warmtetransitie en de realisatie van collectieven warmteoplossingen, daardoor komt de business case voor collectieve warmteoplossingen niet rond. Dit heeft tot gevolg dat gebouweigenaren langer gebruik moeten maken van aardgas en daarmee onze doelstellingen niet worden gehaald of zelf de overstap maken naar een individuele oplossing, waardoor de haalbaarheid collectieve warmteoplossingen verder in het gedrang komt.

Voor het aardgasvrij maken van de stad is het cruciaal om gebouw­ eigenaren en -gebruikers te motiveren om mee te doen aan de verduurzaming van hun woning en wijk of buurt. Bij onvoldoende draagvlak vertraagt de warmtetransitie.

Door organisatie van een zorgvuldig participatieproces en buurt­ initiatieven een prominente plek te geven bouwen we aan draagvlak voor de transitie. Om de kansen te vergroten dat bewoners mee gaan doen, starten we in gebieden waar buurtinitiatieven actief zijn en gaan we deze actief ondersteunen om op te groeien tot vol­ wassen Warmtegemeenschappen die een eigen collectief warmte­ systeem kunnen realiseren en exploiteren. Verder zetten we in op pu­bliek eigendom in de warmtetransitie omdat uit onderzoeken en het klimaatpanel blijkt dat dat daarmee het draagvlak voor collectieve warmteoplossingen wordt vergroot.

MER Beleidsnota Warmte en Warmteprogramma (Antea, 2025)

53

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

3

Financiën

Deze beleidsnota schetst de route naar een aardgasvrij Utrecht. De kosten die gepaard gaan met deze warmte­transitie zijn aanzienlijk en omvatten onder meer investeringen in de aanleg en versterking van de warmte- en elektriciteitsinfrastructuur, de isolatie van gebouwen en de realisatie van installaties voor de productie en opslag van duurzame energie. De financiering van deze kosten is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheid, het bedrijfsleven en bewoners. Publieke warmte- en netwerkbedrijven zijn verantwoordelijk voor de investeringen in de warmte- en elektriciteitsinfrastructuur. De ontsluiting van duurzame warmtebronnen is een taak die zowel publieke als private partijen oppakken. Eigenaren, bewoners en gebruikers van gebouwen spelen een voortrekkersrol door te investeren in de aanpassingen die nodig zijn om hun eigen gebouwen geschikt te maken voor een duurzame warmtebron. Een financiële verkenning wordt verder uitgewerkt in het Warmteprogramma. Een belangrijke randvoorwaarde voor de uitvoering van de plannen is de beschikbaarheid van middelen vanuit het Rijk. Deze middelen zijn essentieel om betaal­bare warmteoplossingen mogelijk te maken en de personele kosten voor de uitvoering van de buurtaanpak te dekken.

In 2025 is 7,4 miljoen euro ontvangen vanuit de tijdelijke regeling Capaciteit Decentrale Overheden (CDOKE), deze middelen mogen nog tot en met 2027 worden uitgegeven. Vanaf 2026 is de hoogte van het jaarlijkse bedrag en de wijze waarop deze middelen worden uitgekeerd aan gemeenten nog

onzeker. Voor een succesvolle uitvoering van deze beleidsnota is het echter cruciaal dat deze middelen structureel beschikbaar komen. De structurele kosten voor de uitvoering van deze nota worden gedekt binnen de bestaande capaciteit en vanuit het huidige programmabudget voor de energietransitie. In buurten waar een collectieve warmtevoorziening als voorkeursalternatief wordt gezien, moet deze worden ingepast in de ondergrond, naast andere infrastructuur zoals riolering, waterleidingen, elektriciteitskabels, ondergrondse afvalcontainers, laadinfrastructuur en bomen. De ondergrond in veel Utrechtse buurten is al behoorlijk vol. Door nu al ruimte te reserveren, kunnen we hoge extra kosten in de toekomst beperken. Daarom streven we naar het reserveren van ruimte bij rioolvervangingen in buurten waar een collectieve warmteoplossing het voorkeursalternatief is. Dit doen we alleen in buurten waar we binnen 10 jaar starten met de aanleg van een warmtenet. Het aanleggen van loze warmteleidingen wordt in principe niet gedaan. De kosten voor deze ruimtereservering zijn niet gedekt en dit betekent dat we ruimtereservering alleen meenemen als de kosten beperkt zijn. Een verdere detaillering van kosten wordt uitgewerkt in het Warmteprogramma en de wijkuitvoeringsprogramma’s, waarbij dan meer bekend is over nadere kosten en dekking.

54

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

Financiën (in € 1.000)

2025

2026

2027

2028

Structureel

Data op orde (monitoring) Participatie en communicatie

618 900

500 900

500 850

250 750

250 750

jaarbedrag

Energieverbruik in de gebouwde omgeving is in 2050 met 35% afgenomen ten opzichte van 2020 9.500

Bedrijven en maatschappelijke organisaties1 · Uitvoeringsprogramma bedrijventerreinen1 · Programma besparen bedrijven1

2.300

1.300

1.300

1.300

1.300

3.333

2.900

2.800

2.275

2.075

Publiek eigendom en nieuwbouw · Ontwikkeling Publiek Warmtebedrijf

450

450

450

450

450

Ruimte reserveren2 · proactief in beleidsstukken · bovengronds (aankopen panden voor o.a. trafo’s) · ondergronds (engineering voor reeds in te passen warmte tracé bij andere werkzaamheden zoals riool)

ntb

ntb

ntb

ntb

ntb

Investeringen in aanleg door netbeheerder2

ntb

ntb

ntb

ntb

Ntb

Energie infrastructuur · Warmteprogramma: inclusief uitwerking bodemenergie en bronnenstrategie

400

225

225

175

175

Duurzame Energiebronnen · Ontsluiten bronnen: geothermie (in samenhang nota Opwek)

25

150

150

150

150

Totaal benodigd budget (A)

17.526

10.135

9.635

8.550

7.800

Reeds in begroting gedekt (B) · Programma klimaatvriendelijke stad (doelstelling energieverbruik)

17.251

9.585

9.135

8.050

7.300

ntb

ntb

ntb

ntb

ntb

0

0

500

500

500

3.860

3.360

3.200

3.200

Dit betreffen kosten rondom het proces en de fysieke inpassing van de transformatorhuisjes. Waarbij wordt gepoogd de trafo’s inpandig of passend in de omgeving te realiseren. Besluitvorming over aanvullende dekkingsmogelijkheden van deze kosten maakt onderdeel uit van de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2025. Hierin zijn de jaren 2025 en 2026 voorzien van dekking. De bekostiging vanaf 2027 vraagt om een toekomstige afweging binnen de beschikbare middelen. 3

Energie infrastructuur is aangepast op duurzame bronnen Energie infrastructuur · Uitvoeringsprogramma Elektriciteit (uitbreiding infrastructuur) · Uitwerking kavelstrategie (onderdeel warmteprogramma) · Uitvoeringsprogramma Warmte (Warmteprogramma) · Uitvoeringsprogramma nieuwbouw (onderdeel Warmteprogramma) · Inpassing transformatorstations · Buurtaanpak

De investeringen door netbeheerders en gebouweigenaren zijn benodigd voor het realiseren van de doelen in deze beleidsnota. De omvang en fasering van deze investeringen worden nader uitgewerkt in het nog op te stellen Warmteprogramma. 2

Besparen · koopwoningen, · huurwoningen · VVE · uitvoeringsorganisatie en wijkaanpak · energie armoede 1

Voor de uitvoeringsprogramma’s; Energie besparen wonen 2022-2025, Energie besparen zakelijk en maatschappelijk vastgoed 2022-2025 en Verduurzaming bedrijventerreinen 2024-2028 is zijn de kosten de inzet op deze onderdelen ook na afloop van het uitvoeringsprogramma opgenomen in bovenstaande financiële kostenraming. 1

Alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie zijn benut

Bijdragen van derden (C) Nog niet gedekte kosten (A-B-C)

3

55

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

4

Voortgang en verantwoording

Elk jaar informeren we de gemeenteraad door middel van de voortgangsrapportage energie van de stad. Hierin informeren we breed over de ont­wikke­lingen, voortgang, feitelijke resultaten en projectenportfolio van de energietransitie in de stad. De warmte­ transitie is onderdeel van deze rapportage. Iedere vijf jaar wordt een Warmteprogramma opgesteld (uitvoeringsprogramma onder de omgevingswet) zoals bedoeld in de Wgiw. Hierin kijken we terug op de afgelopen vijf jaar en vooruit naar de komende tien jaar. Alle resultaten op het gebied van energie­ verbruik, aard­gas­afsluitingen en andere bereikte resultaten worden hierin gerap­ porteerd. De Beleidsnota Warmte heeft in principe een loop­tijd van 10 jaar, als de evaluatie van het Warmteprogramma aanleiding geeft tot aan­passing van kaders wordt de Beleidsnota Warmte eerder geactualiseerd. In het kader van de MeerjarenPlanning Ruimte wordt ook ieder jaar de planning bekeken in relatie tot de andere opgaven in de stad.

Warmtebuffer bij het Warmteoverdrachtstation (WOS) van Eneco in Rijnsweerd (Park Bloeyendael). 56

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

5

Utrechts Sturingsmodel

Het vraagt om een stevige sturing om onze doelen te realiseren binnen het beschikbare budget. We werken aan deze opgave volgens het Utrechts sturingsmodel. De invulling daarvan beschrijven we kort in bijgaande tabel.

Onderdeel

Invulling

Opgave

Utrecht wil een schone en leefbare stad voor iedereen zijn. - We willen het energieverbruik in de gebouwde omgeving in 2050 met 35% laten afnemen ten opzichte van 2020. - We willen alle mogelijkheden voor duurzame energieproductie benutten. - We willen de energieinfrastructuur aanpassen op de beschikbare duurzame bronnen en matchen met de toekomstige energievraag. - We willen samen bouwen aan een nieuw energiesysteem waar iedereen aan mee moet kunnen doen. Deze beleidsnota draagt bij aan al deze doelen.

Gedeelde waarden zijn het startpunt

Onze leidende principes zijn al in eerder in beleidsstukken rondom de warmtetransitie uitgewerkt en in dit document bevestigt. Deze zijn voor de warmtetransitie: CO2 vrij, duurzaam, betrouwbaar, betaalbaar en transparant.

Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd

Via de toekomstige wetgeving WGIW en WCW worden veel kaders en randvoorwaarden vastgelegd. Hier sluit deze beleidsnota bij aan. Daar waar aanvullende kaders nodig zijn worden deze in de beleidsnota beschreven en verder uitgewerkt in het warmteprogramma.

Data en informatie brengen de beweging in kaart

We monitoren de voortgang van onze warmtetransitie jaarlijks naar de raad. Tevens wordt iedere vijf jaar een nieuw Warmteprogramma opgesteld waarin de analyses worden bijgesteld maar ook gerapporteerd wordt over de behaalde resultaten in de afgelopen vijf jaar op het gebied van energieverbruik en gerealiseerde overstap van gebouwen op alternatieven voor verwarming op aardgas. Voor dit doel wordt een project opgestart om beter in kaart te brengen welke systemen nodig zijn om de data goed op orde te hebben en monitoring te verbeteren.

Leveren en verbeteren via interacties en dialoog

Met professionals, stakeholders en bewoners(groepen) als ook raadsleden wordt invulling en voortgang van het warmteprogramma en de warmtetransitie besproken. Deze participatie en uitwisseling is van belang en geven inzichten die kunnen leiden tot aanpassingen in het Warmteprogramma.

57

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

Begrippenlijst •

•

• •

• •

• • •

•

Aardwarmte: Warmte afkomstig uit de ondergrond (>500m). Ook wel geothermie genoemd en onderscheid te maken in ondiepe geothermie (500 tot 1500m), diepe geothermie (1500-4000m) en ultradiepe geothermie (>4000m). Aquathermie: het winnen van warmte uit water, bijvoorbeeld uit oppervlaktewater (rivieren, kanalen, meren), drinkwater (leidingen) of afvalwater (riool of rioolwaterzuivering) Back-up vermogen: Installaties die in noodsituaties de warmtelevering kunnen overnemen, bijvoorbeeld bij het uitvallen van een grote installatie. Bodemenergie: warmte gewonnen uit de ondiepe bodem (tot 500 meter), meestal is hier sprake van het gebruik van de bodem als opslagmedium. Er wordt zowel koude als warmte gewonnen waardoor de bodem in balans blijft. Buurtwarmtenet: een kleinschalig warmtenet met gebruikmaking van duurzame warmtebronnen uit de directe omgeving. Duurzame energie: Energie opgewekt uit natuurlijke bronnen die niet op raken, zoals windenergie, zonne-energie en aardwarmte. Ook wel schone energie genoemd. EV: Elektrische voertuigen Geothermie: zie aardwarmte GBES: Gesloten Bodem Energie Systeem, hierbij wordt middels een lus in de bodem, zonder direct contact met grondwater, warmte en koude uitgewisseld. Zie ook bodemenergie. Hoge Temperatuur (HT) warmte: warmte met een temperatuur > 75 0C die direct kan worden ingezet voor ruimteverwarming en warm tapwater

•

•

•

•

• •

• • • • •

Lage Temperatuur (LT) warmte: warmte met een temperatuur tussen de 30-55 0C die direct kan worden ingezet voor ruimteverwarming bij voldoende isolatie van een woning en LT-warmteafgiftesysteem. Warm tapwater door middel van booster­warmte­pomp. Midden Temperatuur (MT) warmte: warmte met een temperatuur tussen de 55-75 0C die direct kan worden ingezet voor ruimteverwarming en warm tapwater Milieueffectrapportage (MER, ook wel planMER): Een rapport waarin de mogelijke milieueffecten van een voorgesteld project, beleid of plan worden beschreven, meestal vereist door wet- en regelgeving. Netcongestie: Het probleem dat het stroomnet vol en daarmee overbelast raakt. Congestie vindt plaats op het moment dat het transport van stroom groter is dan de capaciteit van het net. Er wordt dus meer stroom gevraagd of teruggeleverd dan dat het elektriciteitsnet aan kan. OBES: Open Bodem Energie Systeem, zie ook WKO. Piekvermogen: Het maximale warmtevermogen wat moet worden geleverd bij momenten van grote warmtevraag, voornamelijk in de winter tijdens koude perioden, voor < 800 uur per jaar. PV-panelen: Photovoltaïsche panelen, ook wel zonnepanelen genoemd, zetten zonlicht om in elektriciteit. PVT: Photo-Voltaïsch-Thermisch, dit zijn panelen waarmee zowel elektriciteit als warmte wordt opgewekt.

RES: Regionale Energie Strategie RWZI: Rioolwaterzuiveringsinstallatie Schone energie: Energie opgewekt uit natuurlijke bronnen die niet op raken, zoals windenergie, zonne-energie en aardwarmte. Ook wel duurzame energie genoemd.

•

• • • •

•

• •

• •

Stadsbreed warmtenet (stadswarmtenet): Een warmtenet op midden temperatuur wat warmte levert vanuit centrale bronnen via een grootschalig warmtenet tot aan de woning, waar de warmte direct kan worden gebruikt voor ruimteverwarming en warm tapwater. TEA: Thermische Energie uit Afvalwater: zie aquathermie TEL: Thermische Energie uit Lucht TEO: Thermische Energie uit Oppervlaktewater: zie aquathermie TVW: Transitievisie Warmte, dit document uit 2021 in twee delen beschreef wat de warmteoplossing per buurt was en wanneer de gemeente in welke buurten aan de slag wilde gaan met de aardgasvrijaanpak. Dit document wordt opgevolgd door een Warmteprogramma. Utrechts planproces (UPP): Het proces van plannen en besluitvorming met betrekking tot ruimtelijke ordenings- en ontwikkelingsprojecten in de gemeente Utrecht. UPG: Utrechts Planproces Gebiedsontwikkelingen, zie ook UPP Warmtebuffer: Een opslagvat voor tijdelijke opslag warmte (dag tot week), ondergronds of bovengronds. In Utrecht en Nieuwegein staan momenteel al 5 warmtebuffers helpen om de dagelijkse pieken in het warmtenet af te vangen. Warmtekavel: een gebied waarbinnen een warmtebedrijf toestemming krijgt van het college om een warmtesysteem aan te leggen en te exploiteren Warmte/Koude opslag (WKO): een systeem waarbij warmte of koude in een waterhoudende laag (een aquifer) in de bodem wordt opgeslagen, op een diepte tot 500 m.

Het al aanwezige grondwater wordt hierbij opgewarmd of afgekoeld. 58

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

•

•

•

•

• • • •

•

Warmtepomp: Een apparaat wat warmte uit de omgeving (lucht, water, bodem) opwaardeert naar de benodigde temperatuur met behulp van elektriciteit. Warmteprogramma: Een instrument uit de Wgiw waarin wordt beschreven in welke wijken de gemeente de komende tijd aan de slag gaat met verduurzaming of het aardgasvrij maken. Dit biedt bewoners en andere betrokkenen duidelijkheid en handelingsperspectief. In het warmteprogramma wordt ook aangegeven welke buurten de komende tien jaar van het aardgas af gaan en hoe dat gebeurt. Alle gemeenten moeten uiterlijk eind 2026 een Warmteprogramma hebben vastgesteld. Deze beleidsnota is de eerste stap naar een uitwerkt warmteprogramma voor Utrecht. Warmteoverdrachtsstation (WOS): Een warmte­ overdrachtstation (WOS) is een klein gebouw met een systeem om warmte over te dragen van een transportleiding naar een kleiner leidingnetwerk dat de warmte naar de woningen brengt. Waterenergieplan: Een waterenergieplan is een nieuw instrument waarin afspraken staan over waar en mogelijk ook hoeveel warmte kan worden onttrokken uit een waterlichaam.

Waterbeheerders kunnen het waterenergieplan vervolgens gebruiken om vergunningen te weigeren als deze in strijd zijn met het waterenergieplan WAT-kaart: Kaart met het voorkeursalternatief voor de warmtevoorziening per buurt Wcw: Wet collectieve warmte Wgiw: Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmte­ transitie Zeer Lage Temperatuur (ZLT) warmte: warmte met een temperatuur tussen de 10-30 0C dat niet direct wordt ingezet voor de warmtevoorziening in een woning. In de woning wordt deze met behulp van een warmtepomp geschikt gemaakt voor ruimteverwarming en warm tapwater. Zonthermie: Het gebruik van zonne-energie om warmte te produceren voor ruimteverwarming of warm tapwater.

59

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

Bijlage 1: Relatie met ambities in andere gemeentelijke beleidsnota’s Nota

Relatie

Nota

Relatie

Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer en visie op duurzaam gebruik van de onder­grond (2016)

Gemeente Utrecht zet zich in voor het duurzaam omgaan met de bodem en het grondwater. Een duurzaam, klimaatbestendig beheer van de bodem is belangrijk voor een veilige en gezonde leefomgeving. Om de balans tussen bescherming en gebruik van het grondwater te bewaken, legde de gemeente Utrecht een aantal voorwaarden en uitgangspunten vast in beleid. Bijvoorbeeld tot welke diepte geboord mag worden voor bodemenergie en wat er gedaan moet worden om de grondwaterkwaliteit te beschermen.

Erfgoednota ‘Utrechts erfgoed verbindt mensen en tijden’ (2021)

Nota bodembeheer 2017-2027 (2017)

Gemeente Utrecht zet zich in voor het duurzaam omgaan met de bodem. Een duurzaam, klimaat­bestendig beheer van de bodem is belangrijk voor een veilige en gezonde leef­omgeving. In de nota bodembeheer staat beleid voor het opnieuw gebruiken van grond in de gemeente Utrecht beschreven.

De geschiedenis van de stad Utrecht en de gebieden daarbuiten is belangrijk voor de ruimtelijke kwaliteit. Ze bepalen de identiteit van Utrecht. De gemeente zorgt dat de groei van de stad geen bedreiging is voor waardevol erfgoed. Niet alleen door het te bewaren, maar ook door het te gebruiken. Zo blijft het verleden van de gemeente zichtbaar in de zich steeds ontwikkelende stad. Er zijn ongeveer 1.400 rijksmonumenten en 1.600 gemeentelijke monumen­ ten. Ook zijn er 12 beschermde archeologische rijksmonumenten. Er zijn 6 rijksbeschermde stads- of dorpsgezichten en 1 gemeentelijk beschermd stadsgezicht met daarin ongeveer 500 beeldbepalende gebouwen. En Utrecht heeft maar liefst 3 werelderfgoederen. Al deze monumenten zijn beschermd door de wet.

Handboek openbare ruimte (2021) / Kadernota kwaliteit openbare ruimte

Het Handboek Openbare Ruimte wordt uitgebreid met de kadernota Kwaliteit Openbare Ruimte. De komende jaren zijn vijf principes leidend om de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte te bereiken; duurzaamheid, klimaatbestendigheid, gezonde verstedelijking, toegankelijkheid en meer en eerder aandacht voor de relatie tussen de bovengrond en ondergrond. Deze leidende principes hebben betrekking op gebruik, inrichting en beheer. Bij de kwaliteit van de openbare ruimte gebruikt de gemeente 3 niveaus: Domstad, Domstad Bijzonder en Utrechtse Allure. Het niveau hangt af van het gebruik.

Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 (2024)

De Beleidsnota Utrecht Circulair 2030 is een uitwerking van de visie Utrecht Circulair 2050. In de beleidsnota wordt gericht op 4 prioriteiten: • Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap • Circulaire gebiedsontwikkeling en bouwen • Circulair opdrachtgeven en inkoop • Circulaire materiaal- en reststromen (van afval naar grondstof)

Visie klimaatadaptatie Utrecht (2022)

De gemeente Utrecht maakt de stad geschikt om de gevolgen van klimaatverandering aan te kunnen. Dit noemen we klimaatbestendig. Utrecht moet vanaf nu rekening houden met het veranderende klimaat als er iets in de stad veranderd wordt. Bijvoorbeeld bij bouwprojecten. Voor hitte betekent dit: het stedelijk hitte-eilandeffect van de stad is beperkt. De gemiddelde luchttemperatuur en de (lokale) gevoelstemperatuur wordt verlaagd. Het hitte-eilandeffect moet beperkt worden tot een verschil (in gevoelstemperatuur) van maximaal 5 graden Celsius ten opzichte van het buitengebied (referentie KNMI De Bilt). De gemeente wil dit realiseren door voldoende plekken te creëren waar het koeler is.

Beleidsnota Ondergrond (2025)

Regie op de kwaliteit en gebruik van de schaarse ruimte in de ondergrond is een nieuw beleidsveld. De beleidsnota sluit aan bij de opdracht uit de Omgevingswet om een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en goede omgevingskwaliteit te realiseren, en deze doelmatig te beheren, te gebrui­ ken en te ontwikkelen. De Beleidsnota Ondergrond biedt een kader voor de kwaliteit en ruimte in de ondergrond, waarmee we regie op de ondergrond kunnen voeren. In de beleidsnota zijn drie ambities uitgewerkt: 1. De ondergrond is integraal onderdeel van de ruimtelijke keuzes. 2. Bodemkwaliteiten beschermen en verbeteren. 3. Gebruik van de onder­ grond­­se ruimte ordenen voor het gezamenlijk realiseren van de opgaven van de stad.

Groenstructuurplan Utrecht, Stad en land verbonden (2007) / Actualisatie groenstructuurplan 2017-2030 (2018)

In het groenstructuurplan worden 3 ambities toegelicht: · Meer groen om de stad · Sneller naar buiten · Beter groen in de stad In de actualisatie groenstructuurplan worden 2 ambities toegevoegd: · Het groen in de stad gebruiken voor een gezonde stad · Het groen in de stad gebruiken om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen

Visie water en riolering (2022)

Utrecht wil een gezonde stad zijn voor iedereen. Daarom zorgt de gemeente ervoor dat het water- en rioleringssysteem in Utrecht gezond, betrouwbaar en klaar is voor de toekomst.

60

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

Bijlage 2: Voorkeursalternatief per buurt Buurt

Voorkeursalternatief voor de warmtevoorziening

Buurt

Voorkeursalternatief voor de warmtevoorziening

2e Daalsebuurt en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Elinkwijk en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Abstede

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Galgenwaard en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Bedrijvengebied Kanaleneiland

Bedrijventerreinen: collectieve of individuele lage-temperatuuroplossing (LT)

Geuzenwijk

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Bedrijvengebied Oudenrijn

Bedrijventerreinen: collectieve of individuele lage-temperatuuroplossing (LT)

Grauwaart

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Haarrijn

Individuele warmtepomp (LT)

Bedrijvengebied Overvecht

Bedrijventerreinen: collectieve of individuele lage-temperatuuroplossing (LT)

Haarzuilens en omgeving

Individuele warmtepomp (LT)

Bedrijvengebied Papendorp

Bedrijventerreinen: collectieve of individuele lage-temperatuuroplossing (LT)

Halve Maan-Noord

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Halve Maan-Zuid

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Bedrijvengebied Strijkviertel

Bedrijventerreinen: collectieve of individuele lage-temperatuuroplossing (LT)

Het Zand-Oost

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Het Zand-West

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Bedrijventerrein De Wetering

Bedrijventerreinen: collectieve of individuele lage-temperatuuroplossing (LT)

Hoge Weide

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Bedrijventerrein Lage Weide

Bedrijventerreinen: collectieve of individuele lage-temperatuuroplossing (LT)

Hooch Boulandt

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) Bedrijventerreinen: collectieve of individuele lage-temperatuuroplossing (LT)

Bleekstraat en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Hoog-Catharijne NS en Jaarbeurs

Bokkenbuurt

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Huizingalaan, K. Doormanlaan e.o.

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Breedstraat en Plompetorengracht en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Julianapark en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Kanaleneiland-Noord

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Buiten Wittevrouwen

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Kanaleneiland-Zuid

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

De Meern-Noord

Individuele warmtepomp (LT)

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

De Meern-Zuid

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

L. Napoleonplantsoen en omgeving

De Meern-Zuid - onder A12

Individuele warmtepomp (LT)

Laan van Nieuw GuineaSpinozaplantsoen

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Dichterswijk

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Lange Elisabethstraat, Mariaplaats e.o.

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Domplein, Neude, Janskerkhof

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Lange Nieuwstraat en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Elegantierstraat, Mariëndaalstraat en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Langerak

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Lauwerecht

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

61

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

Buurt

Voorkeursalternatief voor de warmtevoorziening

Buurt

Voorkeursalternatief voor de warmtevoorziening

Leeuwesteyn

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Leidsche Rijn Park

Individuele warmtepomp (LT)

Queeckhovenplein en omgeving

Leidsche Rijn-Centrum

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Rijnenburg

Individuele warmtepomp (LT)

Leidseweg en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Rijnsweerd

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Lombok-Oost

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Rijnvliet

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Lombok-West

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Rivierenwijk

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Lunetten-Noord

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Rubenslaan en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Lunetten-Zuid

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Schaakbuurt en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Maarschalkerweerd en Mereveld

Individuele warmtepomp (LT)

Bedrijventerreinen: collectieve of individuele lage-temperatuuroplossing (LT)

Neckardreef en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Schepenbuurt bedrijvengebied Cartesiusweg

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Schildersbuurt

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Nieuw Engeland, Th. a. Kempisplantsoen en omgeving

Springweg en omgeving Geertebuurt

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Nieuw Hoograven-Noord

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Staatsliedenbuurt

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Nieuw Hoograven-Zuid

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Taag- en Rubicondreef en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Nieuwegracht-Oost

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Terwijde-Oost

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Nijenoord, Hoogstraat en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Terwijde-West

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Nobelstraat en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Tigrisdreef en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Ondiep

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Tolsteeg en Rotsoord

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Oog in Al

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Tolsteegsingel

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Oud Hoograven-Noord

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Transwijk-Noord

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Oud Hoograven-Zuid

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Transwijk-Zuid

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Oudwijk

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Parkwijk-Noord

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Tuindorp en Van Lieflandlaan-West Tuindorp-Oost

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Parkwijk-Zuid

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Tuinwijk-Oost

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Pijlsweerd-Noord

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Tuinwijk-West

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Pijlsweerd-Zuid

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Utrecht Science Park

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Poldergebied Overvecht

Individuele warmtepomp (LT) Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Vechtzoom-noord, Klopvaart

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Prins Bernhardplein en omgeving

Vechtzoom-zuid

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

62

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

Buurt

Voorkeursalternatief voor de warmtevoorziening

Veldhuizen

Individuele warmtepomp (LT)

Vleuten

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Vleuterweide-Noord/ Oost/Centrum

Individuele warmtepomp (LT)

Vleuterweide-West

Individuele warmtepomp (LT)

Vleuterweide-Zuid

Individuele warmtepomp (LT)

Vogelenbuurt

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Voordorp en Voorveldsepolder

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Watervogelbuurt

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Welgelegen, Den Hommel

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Wijk C

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Wilhelminapark en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Wittevrouwen

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

Wolga- en Donaudreef en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Zambesidreef en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Zamenhofdreef en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Zeeheldenbuurt, Hengeveldstraat en omgeving

Aansluiting op stadswarmtenet (MT)

Zuilen-Noord

Aansluiting op stadswarmtenet (MT) of buurtwarmtenet (MT)

63

Beleidsnota Warmte 2025 - 2035

Bijlage 3: Overzicht externe bijlagen •

• • • • •

Data-analyses voor de onderbouwing van de Beleidsnota Warmte en het Warmteprogramma (Gemeente Utrecht, 2025a) - Energiedata Besparingspotentieel (Energiepaleis, 2024) - Bodemenergie voor warmtelevering in de Gemeente Utrecht: De huidige en toekomstige potentie in kaart (KWR 2024) - Ruimtelijke inpasbaarheid warmtetransitie woongebouwen (inclusief 3 bijlagen). Energiepaleis (2025) Bronnenstrategie: scenario’s voor de inzet van duurzame warmtebronnen (Gemeente Utrecht, 2025b) PlanMER Beleidsnota Warmte en Warmteprogramma (Antea, 2025) Tabel Overzicht milieueffecten en voorkeursalternatief per buurt (Antea, Gemeente Utrecht) Reactienota Ontwerp Beleidsnota Warmte en planMER Beleidsnota Warmte en Warmteprogramma Advies van de Commissie mer

64

Colofon Organisatieonderdeel Ontwikkelorganisatie Ruimte Afdeling Energie

Looptijd 2025-2035

Fotografie

Gemeente Utrecht: Silke van Diemen, Renzo Gerritsen, Juri Hiensch, Romme Strijbosch, Sven Verbruggen, Jelle Verhoeks. Eneco, Sicco van Grieken.

Versiedatum 8 juli 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=eb050b02-cf40-4c11-ac33-8a65321945dc