CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnota Voetganger

Gemeenteraad 26 februari 2026, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Voetganger20.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleidsnota Voetganger januari 2026

Utrecht.nl

Voorwoord We zijn allemaal voetgangers. Of we nu een ommetje maken, naar school lopen of de bus halen: lopen hoort bij ons dagelijks leven. Toch is de stad daar nog niet altijd goed op ingericht, terwijl lopen gezond is, ontspant en zorgt dat we elkaar ontmoeten. In onze plannen voor de toekomst, de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 en het Mobiliteitsplan 2040, vertellen we hoe we de stad gezonder en duurzamer willen maken. Lopen speelt daarin een belangrijke rol. Iedereen moet de ruimte hebben om te kunnen lopen. Of je nu jong of oud bent, met of zonder rollator, met een kinderwagen of met een hond. Of je nu rustig slentert of haast hebt om de bus te halen. We willen dat iedereen zich vrij kan bewegen in Utrecht. Dat je lopend ergens naartoe kunt of gewoon zin hebt om een ommetje te maken. Op veel plekken gaat dat al goed, maar nog niet overal. En dat willen we beter maken, want Utrecht is een stad waar iedereen moet kunnen meedoen. In deze beleidsnota vertellen we hoe we de stad beter willen maken voor lopers. We kijken goed hoe we ruimte voor lopen kunnen combineren met ruimte voor groen, spelen, bewegen en elkaar ontmoeten. Soms moeten we daarbij kiezen: wat krijgt waar plek in de stad? Niet alles is altijd mogelijk. Met deze nota zetten we de eerste stap naar beleid voor alle openbare ruimte in Utrecht. We bedenken ook wat ‘goede voetgangersruimte’ is.

Die kwaliteit gebruiken we bij nieuwe bouwprojecten en bij het opnieuw inrichten van straten. In de bestaande stad doen we wat we kunnen, ook al is daarvoor niet overal genoeg plek of geld. Gelukkig hoeft dat ook niet allemaal tegelijk. Met deze nota maken we lopen, net als fietsen, een vanzelfsprekende en leuke manier om je te verplaatsen, te bewegen of even tot rust te komen. De voetganger hoort erbij. Senna Maatoug Wethouder Mobiliteit

Wethouder Senna Maatoug (fotograaf Mirel Masic) 2

Beleidsnota Voetganger | 3 januari 2026

Inhoudsopgave Samenvatting

8 12 20

Opgave

22

Sturing en verantwoording

88

1 Trends en ontwikkelingen 2 Opgave 3 Leidende principes 4 Doelstellingen 5 Zo gaan we het doen

24 30 34 36 78

1 Indicatoren 2 Risico’s 3 Financiën 4 Voortgang en verantwoording

90 92 96 100

Bijlagen

102

1 Beleidsanalyse 2 Gebruikers van de voetgangersruimte 3 Ruimte maken 4 Literatuur 5 Colofon

4

6

1 Introductie 2 Aanleiding 3 Doelstellingen

104 112 122 132 134

Beleidsnota Voetganger | 5 januari 2026

Deel A

6

Samenvatting

Beleidsnota Voetganger | 7 januari 2026

1

Utrecht Voetgangersstad

Introductie

Passend bij de ambities uit bestaand beleid, hebben we in Utrecht de afgelopen jaren al veel fijne ruimte gemaakt om te lopen. Maar op een heel aantal plekken kunnen we het beter doen voor voetgangers. Het is lang niet overal mogelijk of prettig om te lopen. Soms loop je bijvoorbeeld vast omdat de voetgangersruimte ineens ophoudt. Bovendien is de stad niet voor iedereen goed toegankelijk, terwijl we volgens het VN-verdrag handicap mensen met een beperking gelijke toegang moeten geven. We zijn niet gewend om voetgangersruimte te maken die uitnodigt tot lopen en bewegen. En we weten nog maar weinig van het loop- en beweeggedrag van mensen in Utrecht. In ons Mobiliteitsplan 2040 beschrijven we dat het in Utrecht fijn en goed mogelijk moet zijn om te lopen. Lopen, fietsen en het openbaar vervoer zijn de belangrijkste manieren om je te verplaatsen in de stad. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) benoemen we dat we van Utrecht een 10-minutenstad willen maken. Met voorzieningen op loop- en fietsafstand. Anders dan voor andere manieren van verplaatsen, hebben we nog geen duidelijke aanpak voor het maken voetgangersnetwerken. Bouwstenen voor goede, aantrekkelijke voetgangersruimte ontbreken (Voetpaden voor iedereen) of worden niet overal juist toegepast. Ook bouwstenen voor het ontwerpen van goede, toegankelijke voetgangersruimte ontbreken.

Landelijke richtlijnen voor voetgangersruimte gaan al een stap verder dan onze huidige Utrechtse richtlijnen. Bovendien spreken bestaande Utrechtse richtlijnen elkaar tegen en ze passen niet (meer) bij de ambities uit onze ruimtelijke strategie en ander vastgesteld beleid. Ook de raad vraagt om een duidelijke aanpak en kaders voor de voetganger, bijvoorbeeld met de volgende moties: ࡟ Motie M392 - Ruimte voor lopen ࡟ Motie M272 - Erven waar het kan ࡟ Motie M364 - Denk andersom: Denk eerst aan mensen met een beperking ࡟ Motie M301 - Oversteekbaarheid dankzij goede zebrapaden ࡟ Motie M412 - Ontwikkel effectindicatoren voor toegankelijkheid ࡟ Motie M195 - Veranker veilig oversteken aan de voorkant. ࡟ Motie M355 - Doorlopende voetgangersroute Doel van deze beleidsnota Voetganger Een duidelijk kader voor het maken van voetgangersruimte en -netwerken ontbreekt. Nu is de stap van beleidsambities naar projecten in de stad vaak groot. Keuzes worden per project gemaakt, want een integrale basis ontbreekt. Deze beleidsnota vertaalt bestaande ambities naar een tactisch niveau. Dat betekent dat we concreet maken wat we willen en hoe de voetgangersruimte eruit moet zien. We benoemen uitgangspunten voor de inrichting van voetgangersruimte en -netwerken in de stad. Deze zijn de basis voor aanpassingen in het Handboek Openbare Ruimte (HOR).

8

Beleidsnota Voetganger | 9 januari 2026

+

++

+

+

++

++

+

+

++

++

+

++

+

++

+ Stapje voor stapje ++ Onze stevige + ambitie betekent niet dat we de voetgangersruimte direct overal in de stad ++ veranderen. Het is bij elke nieuwe (her)inrichting van de openbare ruimte steeds weer een afweging tussen functies binnen de schaarse openbare ruimte. Niet alles is altijd mogelijk. En we hebben er het geld niet voor om alles in één keer goed te doen. En dat hoeft vaak ook niet, omdat op een heel aantal plekken de ruimte voor de voetganger al op orde is. In de bestaande stad doen we wat we kunnen. Verbeteringen aan de voetgangersruimte combineren we zoveel mogelijk met andere werkzaamheden. Ook past het in de bestaande stad niet altijd om de voetgangersruimte te maken die we wensen: straten zijn te smal of er zijn teveel veel andere functies een plek moeten krijgen.

Deze beleidsnota is niet alleen een uitwerking van het mobiliteitsbeleid. We maken met deze voetgangersnota ook ambities uit ander bestaand beleid concreet: uit het ruimtelijk, sociaal en gezondheidsdomein. Want veel opgaven kunnen we in samenhang een stap verder brengen. Denk aan het beter toegankelijk maken van de stad, het vergroenen, het verbeteren van wateropvang en het vergroten van de biodiversiteit. Maar ook aan het stimuleren van ontmoeting, het bespeelbaar maken en uitnodigen tot sportief en recreatief gebruik van de openbare ruimte. Juist door het combineren van opgaven maken we lopen aantrekkelijker. Daarmee is deze beleidsnota een stap richting een beleidsnota voor de hele openbare ruimte. Dit is waar we voor gaan We zetten met deze beleidsnota de stip op de horizon: we kijken vooruit naar de voetgangersstad die we in 2050 willen zijn. We beschrijven hoe we werken aan een stad waar het vanzelfsprekend is om te lopen en maken concreet hoe we de voetganger een betere plek geven in de stad. Dit draagt bij aan de ambitie uit de programmabegroting (doelstelling 1): met deze beleidsnota werken we aan een toename van het aandeel duurzame, gezonde en ruimte-efficiënte vervoersmiddelen.

Stapje voor stapje maken we van Utrecht een voetgangersstad. Dit is hoe we dat doen: We passen nieuwe kwaliteitseisen voor voetgangersruimte toe bij alle nieuwe ruimte die we maken in de stad en op plekken waar we de ruimte opnieuw inrichten zoals bij nieuwe gebiedsontwikkelingen.

2050

Dit is waar we voor gaan:

8

2050 2050

8 8

Utrecht is in 2050 een echte voetgangersstad met een loopcultuur: In een stad met een loopcultuur is het logisch dat je loopt. In 2050 waarderen Utrechters lopen in de stad met ten minste een rapportcijfer 8.

+ ++

We gaan voor een hoge kwaliteit voetgangersruimte: Uitnodigende voetgangersruimte zorgt ervoor dat mensen vaker (en verder) gaan lopen. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen passen we een hoge kwaliteit voetgangersruimte toe die voor iedereen toegankelijk en uitnodigend is. In de bestaande stad verbeteren we voetgangersruimte en netwerken waar dat kan. Dit is afhankelijk van de beschikbare ruimte en geld. +

++

+

++

+

++

+ +

+

+

++

+

+ ++ + + +

We combineren voetgangersruimte met andere opgaven: We benoemen waar we lopen belangrijker vinden dan andere manieren van verplaatsen. In die (woon)straten zetten we ruimte om te lopen, ontmoeten, spelen, vergroenen (en fietsen) vanaf nu voorop. Daarmee draaien we onze werkwijze om

We maken scherpe keuzes. We werken een voetgangersnetwerk per wijk uit om duidelijk te maken waar we prioriteit geven aan ruimte om te lopen in combinatie met vergroenen. In deze straten starten we eerst met het wegnemen van knelpunten en verbeteren van oversteken, de loopruimte of - route.

1 2 3

Als we aan de slag gaan met beheer en onderhoud (vervangen van de wegverharding, riolering, warmtenet, etc.), verbeteren we de kwaliteit van de voetgangersruimte waar dat kan. We durven bij deze herinrichtingen verder te kijken dan de oorspronkelijke situatie. Als er voldoende ruimte en budget is (binnen of bovenop de vervangingsopgave vanuit beheer en onderhoud) verbeteren we de voetgangersruimte en -oversteken.

+ ++ + ++

1 2 3

1

+ ++

We maken ruimte vrij voor lopen en groen, door bijvoorbeeld parkeerplekken op te heffen (volgens afspraken uit de Parkeervisie) of geparkeerde fietsen van de stoep te halen en met een rek op een autoparkeerplek te plaatsen.

2 3

++

+

++

1 2 3

10

Beleidsnota Voetganger | 11 januari 2026

2

Aanleiding

Lopen in Utrecht Lopen is zo vanzelfsprekend dat we er eigenlijk niet bewust bij stilstaan. Het overgrote deel van de mensen kan het, soms met een hulpmiddel. En het is een van de eerste dingen die we leren. Lopen en fietsen worden nóg belangrijkere manieren van verplaatsen in onze stad, want lopen en fietsen zijn ruimte-efficiënt. In een stad waar het aantal inwoners groeit en het steeds drukker wordt, is er geen ruimte voor meer auto’s. Daarom stimuleren we lopen en fietsen. En welke manier van verplaatsen je ook kiest, de fiets, het ov of de (deel)auto, je bent óók altijd voetganger. Een toegankelijke loopruimte en goede routes helpen mensen om (actiever) mee te doen in de maatschappij. Lopen is laagdrempelig en voetgangers staan in contact met hun omgeving en de mensen om zich heen. En lopen is goed voor de economie. We willen dan ook graag dat meer mensen gaan lopen en zich daartoe uitgenodigd voelen. Zowel mensen die in Utrecht wonen als mensen die onze stad bezoeken. Passend bij de ambities uit bestaand beleid hebben we de afgelopen jaren al veel fijne ruimte gemaakt voor voetgangers: ࡟ We hebben het voetgangersgebied in de binnenstad vergroot. ࡟ We maken steeds meer beloopbare, autoluwe wijken, zoals Beurskwartier, Cartesius en Merwede.

࡟ We bouwen bruggen, zoals de Moreelsebrug en de Dafne Schippersbrug, zodat water of spoor geen belemmering meer vormen voor voetgangers. ࡟ We maken aantrekkelijke looproutes, bijvoorbeeld langs de Catharijnesingel en de Oosterspoorbaan. ࡟ We maken loopruimte in de vooroorlogse wijken obstakelvrij door extra fietsenrekken naast de stoep te plaatsen. ࡟ We geven voetgangers bij herinrichtingen meer ruimte, zoals in de Kanaalstraat, de Voorstraat en de Nachtegaalstraat.

Merwede wordt een beloopbare, autoluwe wijk afbeelding: LOLA Landscape

12

Na herinrichting ruimte voor de voetganger in de Kanaalstraat Beleidsnota Voetganger | 13 januari 2026

Maar we doen het nog niet automatisch goed voor de voetganger. Op verschillende plekken in de stad kunnen we het beter doen:

Toegankelijkheid voor mensen met een hulpmiddel is op plekken onvoldoende.

Doorlopende netwerken ontbreken soms, terwijl die juist belangrijk zijn in de 10-minutenstad.

Op sommige plekken in de stad houdt de stoep ineens op.

Voetgangersruimte is op plekken te smal om naast elkaar te lopen of er zijn veel obstakels.

Op andere plekken kun je niet veilig oversteken, moet je ver omlopen of als voetganger lang wachten bij een verkeerslicht.

Looproutes zijn soms onaantrekkelijk waardoor ze niet uitnodigen om te gaan lopen.

14

Beleidsnota Voetganger | 15 januari 2026

Huidige richtlijnen en maatvoering voor voetgangersruimte spreken elkaar soms tegen. Ze passen niet bij ambities uit vastgesteld beleid en sluiten niet meer aan bij de nieuwe landelijke standaard. We hebben keuzes en handvatten nodig voor het maken van goede voetgangersruimte. Utrechtse ontwerpeisen De Utrechtse ontwerpeisen voor onze openbare ruimte zijn opgenomen in het Handboek Openbare Ruimte (HOR). Voor voetgangersruimte zijn aanvullende eisen (onder andere voor toegankelijkheid) beschreven in het document Voetpaden voor iedereen. De algemene eisen voor vrije doorloopruimte zijn:

Landelijke ontwerprichtlijnen (CROW) De Ontwerpwijzer voetgangers van kennisplatform CROW hanteert andere maten: voetpad minstens 2,00, maar ‣ Rustig bij voorkeur 2,20 meter breed.

voetpad ‣ Rustig minstens 1,20 meter

doorloopruimte is ‣ Vrije minstens 1,50 meter

voetpaden ‣ Drukkere minstens 1,80, maar

een puntvernauwing ‣ Bij (zoals een boom,

voetpad minstens 2,20, ‣ Drukker maar bij voorkeur 2,90 meter breed.

De ontwerpeisen voor vrije doorloopruimte HOR zijn ook doorvertaald naar de regels voor terrassen, uitstallingen, geveltuinen en laadinfrastructuur:

druk voetpad minstens 2,90, ‣ Zeer maar bij voorkeur 3,60 meter breed.

breed. Bij aanleg geveltuinen blijft deze maat geborgd.

bij voorkeur 2,40 meter breed.

terrassen is de ‣ Bij vrije doorloopruimte

minstens 1,50 meter breed, tenzij anders is aangegeven in inrichtingsplannen.

geveltuinen is de ‣ Bij vrije doorloopruimte

minstens 1,20 meter breed.

16

breed.

lantaarnpaal of paaltje) is de vrije doorloopruimte minstens 0,90, maar bij voorkeur 1,20 meter breed.

uitstallingen is de vrije ‣ Bij doorloopruimte minstens

1,50 meter breed. In het voetgangersgebied is het minstens 4 meter breed.

laadinfrastructuur is ‣ Bij de vrije doorloopruimte minstens 0,90 meter breed.

Tot slot weten we nog maar weinig van het loopgedrag van mensen. Dat geldt niet alleen voor Utrecht, maar voor heel Nederland. Veel informatie die we bijvoorbeeld wel hebben voor de auto, fiets en het ov, hebben we niet voor lopen. We weten bijvoorbeeld niet: ࡟ hoeveel mensen ergens lopen. Die informatie hebben we alleen voor specifieke plekken in de binnenstad en het stationsgebied; ࡟ waar Utrechters naartoe lopen, met welk doel en hoe ze dat ervaren; ࡟ wat Utrechters uitnodigt om vaker of verder te lopen.

Beleidsnota Voetganger | 17 januari 2026

Bestaand beleid als basis Deze beleidsnota #Voordevoetganger vertaalt ambities uit bestaand beleid naar een tactisch niveau. We verbinden ambities en vertalen deze naar concrete uitgangspunten voor voetgangersruimte en -netwerken in de stad. De belangrijkste beleidsdocumenten die de basis voor de aanpak vormen staan hierna benoemd. Zie voor een uitgebreide beleidsanalyse bijlage 1. Ruimtelijke Strategie Utrecht In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) staat hoe we werken aan een 10-minutenstad, met voorzieningen op loop- en fietsafstand. Lopen speelt een rol in alle zes stadsprofielen van de RSU. Stedenbouwvisie De Stedenbouwvisie 2040 beschrijft de kwaliteiten voor de stad met 11 concrete uitgangspunten waaronder: het maken van beloopbare buurten, levendige plinten (de eerste laag of lagen van een gebouw) en ruimte voor verblijf en ontmoeting. Mobiliteitsplan Het Mobiliteitsplan 2040 sstuurt op nabijheid van voorzieningen en een grote rol voor lopen, fietsen en OV. Voor de voetganger benoemt het Mobiliteitsplan de bereikbaarheid van A-zones, het ontwikkelen van netwerken, het maken van ruimte om te verblijven en ontmoeten en het stimuleren van sportief en recreatief lopen in de stad. Groenstructuurplan en Schaalsprong groen Het Groenstructuurplan 2017-2030 en de Schaalsprong groen uit de RSU 2040 beschrijven hoe Utrecht vergroent.

In straten, in buurten, met parken, groene en blauwe verbindingen, en het ontwikkelen van het landschap om de stad. Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen Het koersdocument Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen beschrijft dat we in de stad groene ruimte en openbare ruimte maken die uitnodigt lopen, bewegen en ontmoeten. Deze ruimte moet voor iedereen toegankelijk zijn. Gezondheid – Samen gezondheidsverschillen verkleinen De Beleidsnota Gezondheid – Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027 beschrijft hoe het beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte helpt om gezondheidsverschillen van de inwoners te verkleinen en zelfstandigheid te vergroten. Speelruimte De Ontwerpvisie Spelen in je eigen buurt koppelt loopruimte aan spelen. Met speel- en sportroutes en voorzieningen als bankjes en spel- en sportaanleidingen. Sporten en bewegen In de Beleidsnota Sport en Bewegen benadrukt dat Utrechters de openbare ruimte steeds meer gebruiken om te sporten en bewegen. Een beweegvriendelijke ruimte nodigt uit om dagelijks te lopen, bewegen en sporten.

18

Beleidsnota Voetganger | 19 januari 2026

3

Doelstellingen

Onze voetgangersaanpak bestaat uit vier doelstellingen. Ze vormen de ruggengraat van het voetgangersbeleid. Hierna staan de doelstellingen kort beschreven, in deel B werken we ze verder uit. Doelstelling 1

Een nieuwe kwaliteit voetgangersruimte voor alle nieuwe openbare ruimte die we maken of herinrichten We introduceren een nieuwe kwaliteit voor voetgangersruimte die inclusief is, de stad voor iedereen toegankelijk maakt en het mogelijk maakt om samen te lopen. Ruimte die doorloopt, goed volgbaar, aantrekkelijk en groen is. Groen is (bijna) cruciaal voor de kwaliteit van voetgangersruimte en we zorgen ervoor dat er zo veel mogelijk groen bij komt. De nieuwe kwaliteit voor voetgangersruimte werken we uit met bouwstenen en profielen die een plek krijgen in het Handboek Openbare Ruimte. Ontwerpers kunnen die toepassen in alle projecten waar we in de stad aan werken: nieuwe gebiedsontwikkelingen en herinrichtingen van de openbare ruimte. We kijken goed waar dat past, in de bestaande stad vraagt dat om maatwerk. Waar de ruimte te smal is of het budget beperkt is kunnen we in de bestaande stad afwijken van de uitgangspunten.

Doelstelling 2

Voetgangersnetwerken in de wijken, door de stad en naar buiten verbeteren We werken voor iedere wijk een voetgangersnetwerk van Groene Ommetjes en Stedelijke Verbindingen uit. Deze voetgangersnetwerken verbinden de opgave voor lopen met andere opgaven uit het ruimtelijke, sociale en gezondheidsdomein. Denk aan vergroenen, klimaatadaptatie en opheffen parkeren, maar ook aan toegankelijkheid, spelen, ontmoeten, sporten en bewegen in de openbare ruimte. Deze voetgangersnetwerken maken duidelijk waar de voetganger prioriteit heeft en waar niet. Zo kunnen we gericht routes aanpakken, knelpunten oplossen en momenten waarop al gewerkt wordt aan de stad (bijvoorbeeld bij het vervangen van riolering) benutten om de voetgangersruimte en -netwerken te verbeteren. 20

Doelstelling 3

Voorzieningen zijn lopend goed bereikbaar. Op een bestemming aangekomen voelen voetgangers zich welkom en geleid.

In de 10-minutenstad willen we dat voorzieningen lopend of fietsend binnen 10 minuten bereikbaar zijn. Daarbij zijn excellente looproutes naar stations, ov-haltes, mobiliteitshubs (locaties waar verschillende soorten mobiliteit samen komen) en voorzieningen als scholen, winkels en zorgvoorzieningen als ziekenhuizen of gezondheidscentra belangrijk. Ruimte voor voetgangers is ook ruimte waar mensen verblijven, elkaar ontmoeten of even kunnen wachten. Zeker in de buurt van voorzieningen. Ook daar Parken, pleinen, speel-, sport- en hondenuitlaatplekken moeten voor iedereen toegankelijk zijn en ruimte hebben voor ontmoeting en verblijf. We beschrijven hoe een plek er aantrekkelijk uit ziet voor voetgangers.

Doelstelling 4

Lopen vanuit de voordeur is voor iedereen vanzelfsprekend(er). Voor het verplaatsen van A naar B of het maken van een ommetje In een stad met een loopcultuur is het logisch dat je loopt. Loopstimulering en (tijdelijke) maatregelen in de openbare ruimte gericht op lopen, bewegen, spelen en ontmoeten dragen daaraan bij. Het verzamelen van data over loopgedrag en de waardering van voetgangers helpt ons om inzicht te krijgen in hoeveel mensen lopen, waar ze lopen en waarom.

Beleidsnota Voetganger | 21 januari 2026

Deel B

22

Opgave

Beleidsnota Voetganger | 23 januari 2026

1

24

Trends & ontwikkelingen

Beleidsnota Voetganger | 25 januari 2026

26

Beleidsnota Voetganger | 27 januari 2026

Wie zijn de gebruikers van de voetgangersruimte De gebruikers van de voetgangersruimten en hun behoeften zijn heel divers. We onderscheiden de volgende gebruikersgroepen:

Kinderen die in hun eigen buurt veilig kunnen lopen en spelen, zijn gezonder en zelfstandiger.

Ouderen blijven fit door goede loopruimte en voorzieningen op loopafstand. Bovendien kunnen ze zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen en van de stad gebruikmaken.

Mensen met fysieke of mentale gezondheidsproblemen hebben baat bij beweging. Ze hebben aantrekkelijke routes in de omgeving van hun woon- of zorgomgeving nodig, voldoende rustige groene plekken en mogelijkheden om even uit te rusten.

Mensen met een smalle beurs of beperkte vervoerskeuze hebben lopen soms als enige optie om mee te doen in de stad. Ze hebben baat bij banen op loopafstand, goede voetgangersnetwerken naar voorzieningen en openbare ruimte om te sporten en te spelen.

Vrouwen en meisjes hebben overzichtelijke en voorspelbare loop- en verblijfsruimte nodig, waar ze zich comfortabel en sociaal veilig voelen.

Hulpmiddel-/rolstoelgebruikers hebben loopruimte nodig die vlak is, zonder losliggende tegels of plotselinge obstakels. Routes met zo min mogelijk op- en afgangen en een duidelijke looplijn: een voorspelbare route.

Ommetjesmakers vinden het prettig om in hun eigen wijk of buurt een rondje te lopen en daarin de keuze te hebben tussen verschillende routes. Liefst door rustige straten en groen. Vaak zijn ze tussen de 20 en 60 minuten onderweg.

Sporters gebruiken de voetgangersruimte om te sporten of bewegen. Alleen, in duo’s of in groepen. Vanuit de voordeur willen zij zich ongehinderd door de stad, naar de parken en het buitengebied bewegen.

Mensen met een visuele beperking moeten duidelijk geleid worden door de voetgangersruimte en gewezen op oversteekplaatsen of voorzieningen.

(Thuis)werkenden kunnen lopen in hun werkdag passen door lopend te bellen, een ommetje te maken of (hard) te lopen tijdens de lunchpauze. Voor een lopend overleg moet naast elkaar lopen mogelijk zijn.

Wandelaars die een uur of langer lopen zoeken doorlopende, aantrekkelijke (groene) routes waar iets te beleven is of waar het juist rustig is. Zij vragen variatie in omgeving en mogelijkheden om even uit te rusten.

Hondenbezitters lopen misschien wel het meest in de omgeving van hun eigen woning. Ze zoeken voldoende brede voetgangersruimte om met hun hond te lopen of iemand te passeren. Ze hebben behoefte aan een hondenuitlaatplek of hondenlosloopgebied in de buurt.

Zie voor een uitgebreide beschrijving van de gebruikers van de voetgangersruimte bijlage 2. 28

Beleidsnota Voetganger | 29 januari 2026

2

Opgave

Met deze beleidsnota zetten we een stap richting een echte voetgangersstad, waar het fijn wonen en wandelen is. We combineren opgaven die goed samen gaan met ruimte om te lopen en lopen daarmee vooruit op beleid voor de hele openbare ruimte. Dit is waar we voor gaan:

Utrecht is in 2050 een voetgangersstad met een loopcultuur In een stad met een loopcultuur is het logisch dat je loopt. In 2050 waarderen Utrechters lopen in de stad met ten minste een rapportcijfer 8. We hebben al de titel Wereldfietsstad en willen nu ook de voetganger op 1 zetten. Want dat is goed voor de stad, al haar inwoners en bezoekers. Lopen draagt bij aan ‘Gezond stedelijk leven voor iedereen’. Daarom gaan we werken aan een loopcultuur: we brengen lopen onder de aandacht en maken lopen vanzelfsprekender. Belangrijk is dat mensen durven te lopen en het ook doen. Dat begint met ervaren dat lopen past binnen bestaande dagelijkse activiteiten, zoals lopen naar school of de supermarkt. Door te bewegen voel je je fitter, lopend ontmoet je mensen op straat of je kunt samen lopen. Mensen gaan vaker lopen als ze ervaren dat het iets oplevert: ontspanning, positieve (gezondheids)effecten of sociale contacten.

De mobiliteitstransitie (lopen en fietsen op 1) combineren we met ruimte voor groen, verblijven, spelen, ontmoeten en maatregelen voor klimaatadaptatie. 30

Beleidsnota Voetganger | 31 januari 2026

We gaan voor een hoge kwaliteit voetgangersruimte

We combineren voetgangersruimte met andere opgaven

Uitnodigende voetgangersruimte zorgt ervoor dat mensen vaker (en verder) gaan lopen. Bij alles wat we doen in de stad (gebiedsontwikkeling of herinrichtingen) passen we een hoge kwaliteit voetgangersruimte toe die voor iedereen toegankelijk en uitnodigend is. Dit gaat niet alleen over de breedte van een stoep, maar vooral ook over een logische oversteek en voor iedereen toegankelijke, doorlopende ruimte.

We maken duidelijke keuzes en benoemen waar we lopen belangrijker vinden dan op andere plekken. In die (woon)straten zetten we ruimte om te lopen, ontmoeten, spelen, vergroenen (en fietsen) vanaf nu voorop. Daarmee draaien we onze werkwijze om.

Lopen en gebruiken van de voetgangersruimte moet voor iedereen goed mogelijk zijn: je moet ergens kunnen én willen lopen. Dat vraagt om een hogere kwaliteit van de voetgangersruimte. In ontwerp en beheer. We zien voetgangersruimte niet alleen als ruimte om te lopen van A naar B. De voetgangersruimte moet lopen en bewegen vanuit iedere voordeur vanzelfsprekender maken. Daarvoor is het belangrijk om te bouwen aan doorlopende, aantrekkelijke voetgangersnetwerken. Net zoals we dat doen voor fiets, auto en ov. Maar dan op een manier die past bij de afstanden, beleving en het gedrag van de voetganger. Voetgangersruimte is sociale ruimte. Toegankelijke, inclusieve voetgangersruimte maakt het voor iedereen mogelijk om mee te doen in onze stad. Toegankelijkheid vertaalt zich in bereikbaarheid, betreedbaarheid en bruikbaarheid. Voor een groep gebruikers betekent dit ook een korte afstand van een Algemene Gehandicapte parkeerplaats naar voorzieningen. Lopen wordt een sociale activiteit als mensen naast elkaar kunnen lopen, even stil kunnen staan voor een praatje en of even op een bankje kunnen zitten. Fijne, comfortabele en voldoende loopruimte brengt mensen samen: loopruimte is ruimte voor informele, korte contacten. Buurtgenoten leren elkaar kennen op straat. Een loopje naar de afvalbak, de supermarkt, de dokter, het park of het wijkcentrum moet goed mogelijk en aantrekkelijk zijn.

Dit is voor sommige mensen de aanleiding om de deur uit te komen en in contact te zijn met anderen.

32

Met voetgangersruimte die voldoet aan het ‘kunnen lopen’ en ‘willen lopen’ gaan we voor de hoogste kwaliteit voor de voetganger.

Lopen is zoveel meer dan een manier van verplaatsen en ruimte om te lopen is meer dan verkeersruimte. Maar we zijn nog niet gewend om zo naar lopen te kijken. De loopruimte gaat hand in hand met groene ruimte waar kleine dieren zoals egels, vogels en insecten hun weg en beschutting kunnen vinden. En groene, schaduwrijke plekken maken lopen aantrekkelijk. Toch worden groen, klimaatmaatregelen en voetgangersruimte nu vaak als losse opgaven gezien. We geven ze lang niet altijd samen een plek. Voetgangersruimte gaat niet ten koste van groen, maar we combineren voetgangersruimte met groen. De stad wordt drukker en het klimaat warmer en natter. Groene ruimte en koele plekken worden daar¬om steeds belangrijker en is (bijna) cruciaal voor een prettige loopruimte. Onze vergroeningsopgave, het planten van meer bomen en het kli¬maatbestendig maken van straten en wijken is goed te koppelen aan ruimte om te lopen. We zorgen ervoor dat er zo veel mogelijk groen bij komt, door verkeer te mengen, straten te versmallen of parkeerplaatsen op te heffen. Voetgangersruimte is bovendien ook goed te combineren met ruimte om te sporten en spelen in de openbare ruimte. Dat kan met sport- en spelaanleidingen in of langs de loopruimte. Dit is hoe we dat doen: ࡟ We combineren de groen- en klimaatopgave met het maken van aantrekkelijke loopruimte.

Een goede, groene inrichting van de gevelstrook (langs een huis of ander gebouw) en functiestrook (waar bomen, geparkeerde auto’s of fietsen staan) draagt bij aan een fijne loopbeleving, schaduwrijkheid en geeft een impuls aan de biodiversiteit. ࡟ Voetgangersruimte kan ook andere vormen aannemen dan een stoep. We verkennen de herinrichting van woon-/buurtstraten altijd eerst of een erfindeling (alles op eenzelfde niveau) mogelijk is en combineren hier ruimte om te lopen met ruimte voor verblijven, spelen en vergroenen. ࡟ We creëren ruimte door het verminderen van de ruimte voor ander verkeer (auto, fiets) door rijbanen te versmallen (ontwerpsnelheid 30 km/uur of 15 km/uur), vrijliggende fietspaden te vervangen door brede fietsstroken of fietsstraat en parkeerplaatsen op te heffen.

Ruimte voor de voetganger in woonstraten combineren we met ruimte voor andere opgaven Beleidsnota Voetganger | 33 januari 2026

3

Een nieuwe kwaliteit voetgangersruimte

Leidende principes

We introduceren vier leidende principes voor de voetgangersruimte. Deze vertalen we naar een nieuwe kwaliteit voetgangersruimte. Deze kwaliteiten zijn het vertrekpunt voor alle nieuwe voetgangersruimte die we in de stad maken

Toegankelijk voor iedereen We maken voetgangersruimte die voor iedereen toegankelijk is: bereikbaar, betreedbaar en bruikbaar. Mensen met een hulpmiddel, (hulp)hond of kinderwagen kunnen de ruimte goed gebruiken zonder dat ze zich gehinderd voelen.

Lopen als sociale activiteit We maken het makkelijk om naast elkaar te lopen of elkaar te passeren. Daarmee maken we lopen en bewegen als sociale activiteiten mogelijk en comfortabel.

Doorlopende ruimte We ontwerpen doorlopende voetgangersruimte met logische looplijnen. Goed volgbare, doorgaande ruimte nodigt uit tot (verder) lopen.

Uitnodigend en groen We maken voetgangersruimte uitnodigend en groen met voldoende afwisseling, luwte, schaduw door bomen en verkoeling. Het toevoegen van voorzieningen en sport- en spelaanleidingen vergroot de aantrekkelijkheid.

34

Beleidsnota Voetganger | 35 januari 2026

4

Onze voetgangersaanpak in vier doelstellingen

Doelstellingen

We realiseren de opgave uit hoofdstuk 2 aan de hand van vier doelstellingen.

Stimuleren

Voorzieningen

Stedelijke verbindingen

Doelstelling 4 Lopen vanuit de voordeur is voor iedereen vanzelfsprekend(er). Voor het verplaatsen van A naar B of het maken van een ommetje. Doelstelling 3 Voorzieningen zijn lopend goed bereikbaar. Op een bestemming aangekomen voelen voetgangers zich welkom en geleid.

Doelstelling 2 Voetgangersnetwerken in de wijken, door de stad en naar buiten verbeteren.

Groene ommetjes

Nieuwe kwaliteit

36

Doelstelling 1 Een nieuwe kwaliteit voetgangersruimte voor alle nieuwe openbare ruimte die we maken of herinrichten

Beleidsnota Voetganger | 37 januari 2026

Doelstelling 1

Een nieuwe kwaliteit voetgangersruimte voor alle nieuwe openbare ruimte die we maken of herinrichten. We introduceren een nieuwe kwaliteit voor voetgangersruimte die inclusief is, de stad voor iedereen toegankelijk maakt en het mogelijk maakt om samen te lopen. Ruimte die doorloopt, goed volgbaar, aantrekkelijk en groen is. Groen is (bijna) cruciaal voor de kwaliteit van voetgangersruimte en zorgen ervoor dat er zo veel mogelijk groen bij komt. De nieuwe kwaliteit voor voetgangersruimte werken we uit met bouwstenen en profielen die een plek krijgen in het Handboek Openbare Ruimte. Ontwerpers kunnen die toepassen in alle projecten waar we in de stad aan werken: nieuwe gebiedsontwikkelingen en herinrichtingen van de openbare ruimte. We kijken goed waar dat past, in de bestaande stad vraagt dat om maatwerk. Waar de ruimte te smal is of het budget beperkt is kunnen we in de bestaande stad afwijken van de uitgangspunten. Hoe we dat doen beschrijven we in hoofdstuk 5. Lopen start bij de voordeur van je huis, de school, de bus, de winkel of je werkplek. Vanuit al die voordeuren moet je je uitgenodigd voelen om te gaan lopen. Daarvoor moet de voetgangersruimte van goede kwaliteit zijn en door iedereen gebruikt kunnen worden. Dat is niet alleen een ontwerpopgave. Ook het beheer van de ruimte is belangrijk om de ruimte voor iedereen toegankelijk en aantrekkelijk te houden.

38

Beleidsnota Voetganger | 39 januari 2026

Uitgangspunten voor de basiskwaliteit voetgangersruimte

moeten zich gemakkelijk lopend door de stad kunnen ‣ Mensen verplaatsen. Daarom is de maaswijdte van het stratenpatroon

‣ Routes zijn tenminste 30% schaduwrijk, liefst door bomen.

vrije doorloopruimte is voor iedereen toegankelijk en heeft een ‣ De gewenste minimale breedte van 2,20 meter*. Drukke routes kunnen

zijn ontworpen vanuit een doorlopende looplijn. ‣ Voetgangersroutes Looproutes hebben formele geleidelijnen en (natuurlijke) gidslijnen.

combineren we met groen. Als groene ruimte in ‣ Voetgangersruimte het gedrang komt door de nieuwe breedtemaat, vallen we terug op

wordt makkelijker en vanzelfsprekender. Kruisingen en ‣ Oversteken oversteekplaatsen zijn veilig, prettig en logisch ingericht. Ook voor

is de bestaande voetgangersruimte nu breder dan 2,20 ‣ Soms meter, terwijl dat niet nodig is voor het aantal voetgangers. Daar

voelen zich prettig en veilig, ook als zij de ruimte delen ‣ Voetgangers met fietsers en/of auto’s.

de vrije doorloopruimte plaatsen we geen obstakels. ‣ InStraatmeubilair, terrassen, groen en andere functies krijgen een plek

aantal straten in het voetgangersnetwerk moet 24 uur per dag ‣ Een prettig voelen voor gebruikers. Deze 24-uursroutes zijn goed

tussen nieuwe bouwblokken bij voorkeur niet groter dan 50 tot 100 meter.

breder zijn, passend bij het aantal gebruikers.

een vrije doorloopruimte van 2,00 meter.

verkennen we hoe we de voetgangersruimte kunnen versmallen ten gunste van groen, wateropvang, spelen of andere functies die lopen of het functioneren van de straat aantrekkelijker maken.

in de functie- of gevelstrook. Een goede functie- of gevelstrook maakt de voetgangersruimte aantrekkelijker. Een puntvernauwing (bijvoorbeeld voor een boom of paal) is mogelijk. De vrije doorloopruimte is dan ten minste 1,30 meter.

Dit maakt routes goed volgbaar en leesbaar.

mensen met een visuele beperking en mensen die een hulpmiddel gebruiken. Oversteken zijn onderdeel van de looproute, geen onderbreking.

verlicht en lopen vaak langs drukke(re) straten of fietsroutes.

* Deze maat sluit aan bij de CROW-richtlijnen en is het vertrekpunt voor alle nieuwe voetgangersruimte die we maken, zoals bij nieuwe ontwikkelingen en herontwikkelingen. Voetgangersruimte kan ook een andere vorm aannemen dan een stoep zoals een erfindeling, shared space of wandelpad. De vormgeving is altijd maatwerk.

40

Beleidsnota Voetganger | 41 januari 2026

Zo ziet de nieuwe kwaliteit voetgangersruimte eruit De vier leidende principes op pagina 35 zijn het vertrekpunt voor alle nieuwe voetgangersruimte die we maken. We gaan bovendien sturen op de gewenste kwaliteit. Dat is anders dan het borgen van de minimale toegankelijkheid of een ondergrens voor vrije doorloopruimte. In de bestaande stad is dat soms puzzelen met de ruimte. Het is bij elke nieuwe (her)inrichting van de openbare ruimte steeds weer een afweging tussen functies binnen de schaarse openbare ruimte. Niet alles is altijd mogelijk. Zie hoofdstuk 5 voor hoe we daar mee omgaan.

Minimale breedtemaat bij groen

Minimale breedtemaat

breedtemaat voor vrije doorloopruimte is 2,20 meter, deze maat is het ‣ Minimale vertrekpunt voor alle voetgangersruimte die we maken in de stad. Deze maat sluit aan bij de ontwerpwijzer Voetgangers van CROW.

plekken waar groene ruimte in het gedrang komt, kan teruggevallen worden op ‣ Op een minimale vrije doorloopruimte van 2,00 meter. Voor bomen gelden de regels voor een ‘puntvernauwing’.

Minimale breedtemaat voor drukke routes

drukke routes (20-30 voetgangers per minuut) – bijvoorbeeld in de binnenstad, ‣ Voor bij voorzieningen en naar stations – hanteren we een minimale breedte van 3,10 meter voor de vrije doorloopruimte. Afhankelijk van het aantal huidige of verwachte voetgangers kan de ruimte ook breder zijn.

Voorbeeld van vrije doorloopruimte (Hogelanden W.Z.)

42

Beleidsnota Voetganger | 43 januari 2026

Te brede voetgangersruimte

Parallel alternatief

nieuwe maten voor de vrije doorloopruimte zijn het uitgangspunt voor alle ‣ De stoepen die we nieuw aanleggen. Vrijliggende voetpaden moeten aan deze maat

sommige plekken is de voetgangersruimte nu breder dan 2,20 meter, terwijl dat ‣ Op niet nodig is voor het aantal voetgangers. Op deze plekken versmallen we bestaande voetgangersruimte. De ruimte die vrij komt richten we groen in of met andere functies die lopen, spelen en verblijven in de straat aantrekkelijker maken.

Voorbeeld van vergroende voetgangersruimte (Ondiep)

44

voldoen als er geen parallel alternatief (zoals een stoep) aanwezig is. Bijzondere voetpaden als struin- en dwaalpaden hoeven niet aan de minimale breedte-eis te voldoen. De charme van deze paden is bovendien dat ze vaak onverhard zijn of met halfverharding zijn uitgevoerd. We kijken goed of bestaande waarden en de kwaliteit van groen niet in het geding komen. Ook voor plekken in de historische binnenstad en in sommige smalle straten in de bestaande stad is het maken van de voetgangersruimte maatwerk.

Voorbeeld van een parallel alternatief (Cremerstraat)

Beleidsnota Voetganger | 45 januari 2026

Waar het kan, gaan we het helemaal anders doen. Bij de herinrichting van woon- en buurtstraten, bijvoorbeeld bij groot onderhoud van wegen en riolering, onderzoeken we eerst of een erfinrichting mogelijk is. Dat sluit aan bij de overgenomen Motie M272 ‘Erven waar het kan’ bij de vaststelling van het Mobiliteitsplan 2040. Met de keuze voor een erf maken we ruimte voor groen, verblijven, spelen en lopen het vertrekpunt. Nu is dat vaak de ruimte voor rijdende en geparkeerde auto’s. De ontwerpsnelheid voor buurtstraten gaat naar 15 kilometer per uur. Op een erf delen gebruikers de ruimte. Voetgangers bepalen de snelheid van ander verkeer. Hiervoor is een andere inrichting van een straat of buurt nodig, zoals het invoeren van eenrichtingsverkeer, het omleiden van doorgaand verkeer, het opheffen van een deel van de autoparkeerplaatsen. Alle ruimte bevindt zich zoveel mogelijk op één niveau en er is voldoende ruimte voor waterberging, ook bij hevige neerslag. We voegen groenvakken toe en markeren waar auto’s kunnen parkeren. Als er onvoldoende budget is voor een complete herinrichting, zoeken we naar andere manieren om de snelheid te verlagen en groen en verblijfsruimte toe te voegen. Bijvoorbeeld met groenvakken, plantenbakken (zelfbeheer door bewoners), verandering van belijning, andere inrichting van oversteken en toevoeging van speel- en ontmoetingsplekken in een straat.

Erfinrichting

woonstraten kiezen we bij voorkeur voor een erfinrichting (15 km/uur) als de ‣ Instraat voldoet aan de uitgangspunten die daarbij horen. Voetgangers delen de

ruimte met andere gebruikers. Er is dan ook voldoende ruimte voor groen, spelen en verblijven. Dit is een goede oplossing voor woonstraten met weinig ruimte.

er weinig ruimte in een woonstraat is en een erfinrichting niet kan, heeft de ‣ Als stoep minstens aan één zijde van de straat een vrije doorloopruimte van 2,20

meter. De stoep aan de andere kant heeft een vrije doorloopruimte van minstens 1,30 meter, zodat een persoon met een hulpmiddel hier gebruik van kan maken.

Voorbeeld van een groen erf (Vleuterweide Zuid)

46

Beleidsnota Voetganger | 47 januari 2026

Smalle stoep en puntvernauwing

Vrije doorloophoogte

Als fietsen op de stoep worden geparkeerd of een geveltuin groeit breed uit, blijft minimale toegankelijkheid behouden.

meter is de minimale maat die een persoon met hulpmiddel nodig heeft om de ‣ 1,30 ruimte te gebruiken. De vrije doorloopruimte is in basis altijd 2,20 meter, tenzij dit

‣

ten koste gaat van inrichting die bijdraagt aan een positieve loopbeleving. Denk aan groene boomspiegels, geveltuinen of een andere invulling van de gevelstrook. Dan kan de ruimte smaller zijn dan 2,20 meter, maar nooit smaller dan 1,30 meter. Objecten als lantaarnpalen, laadpalen, borden en afvalcontainers plaatsen we niet meer in de vrije doorloopruimte. Op sommige plekken is de ruimte beperkt. Dat kan ook komen door een boom. Bij zo’n ‘puntvernauwing’ hanteren we over een korte lengte ook een breedte van ten minste 1,30 meter.

Voorbeeld van een puntvernauwing

48

‣ De vrije doorloophoogte blijft 2,50 meter.

Voorbeeld van vrije doorloophoogte (Amsterdamsestraatweg)

Beleidsnota Voetganger | 49 januari 2026

Langs fietspaden ook voetpaden

Gedeeld pad voor voetgangers en fietsers

een hoofd- of doorfietsroute is voor voetgangers altijd een stoep of pad ‣ Langs aanwezig, bij voorkeur vrijliggend. Zo zitten voetgangers en (vlotte) fietsers elkaar

fietsers en voetgangers samen een pad delen is dat pad ten minste 3,50 meter ‣ Als breed. De verharding doet niet denken aan een fietspad (met rood asfalt). Een

niet in de weg.

Voorbeeld van een voetpad langs een fietspad (J.C. Verthorenkade)

50

gedeeld pad heeft tenministe aan één zijde een zone van 1,30 meter breed, bedoeld voor voetgangers die zich minder zeker voelen op een gedeeld pad.

Voorbeeld van een gedeeld pad (Musicallaan)

Beleidsnota Voetganger | 51 januari 2026

Gedeelde ruimte

Zo hebben we de nieuwe maat voor vrije doorloopruimte bepaald maat voor vrije ‣ De doorloopruimte is een

shared space is een gebied (bijvoorbeeld een plein) waar alle ‣ Een verkeersdeelnemers dezelfde ruimte delen. Voor mensen met een beperking of

mensen die zich minder zeker voelen is er een rustige looplijn buiten de (drukke) shared space om ingericht.

optelsom van: ࡟ De gemiddelde schouderbreedte van een persoon. Voor personen die een hulpmiddel gebruiken tellen we daar de breedte van een rolstoel bij op; ࡟ De ’beweegruimte’ van een persoon; ࡟ De ‘persoonlijke ruimte’ van een persoon, want niemand loopt schouder aan schouder.

tellen de minimale breedte ‣ We van een persoon en een persoon met hulpmiddel bij elkaar op. Zo komen we tot 2,20 meter als minimale breedtemaat voor de vrije doorloopruimte.

Een ruimere stoep biedt kansen om de loopruimte aantrekkelijker te maken door bijvoorbeeld vergroening en het toevoegen van speel- of verblijfsmogelijkheden. Op plekken waar de stoep smaller is dan 2,20 meter kijken we naar manieren om de voetgangersruimte beter toegankelijk te maken. In het hoofdstuk ‘Ruimte maken’ (Bijlage 3) staan hiervoor een aantal voorbeelden. In de bestaande stad is een stoep van 2,20 meter aan beide zijden van de straat ook niet altijd mogelijk. Zie hoofdstuk 5 voor hoe we daar mee omgaan. De vrije doorloopruimte voor voetgangers heeft ook een relatie met de regels voor terrassen, uitstallingen, geveltuinen, laadinfrastructuur, afvalinzameling en de aanwezigheid van andere objecten in de openbare ruimte (beschreven in het Handboek Openbare Ruimte). Voorbeeld van een gedeelde ruimte (Mariaplaats)

52

Beleidsnota Voetganger | 53 januari 2026

Doelstelling 2

Voetgangersnetwerken in de wijken, door de stad en naar buiten verbeteren We werken voor iedere wijk een voetgangersnetwerk van Groene Ommetjes en Stedelijke Verbindingen uit. Deze voetgangersnetwerken verbinden de opgave voor lopen met andere opgaven uit het ruimtelijke, sociale en gezondheidsdomein. Denk aan vergroenen, klimaatadaptatie en opheffen parkeren, maar ook aan toegankelijkheid, spelen, ontmoeten, sporten en bewegen in de openbare ruimte. Deze voetgangersnetwerken maken duidelijk waar de voetganger prioriteit heeft en waar niet. Zo kunnen we gericht routes aanpakken, knelpunten oplossen en momenten waarop al gewerkt wordt aan de stad (bijvoorbeeld bij het vervangen van riolering) benutten om de voetgangersruimte, -oversteken en -netwerken te verbeteren. Netwerk van Groene Ommetjes Groene Ommetjes zijn aantrekkelijke groene looproutes, bedoeld om te lopen van A naar B of om ontspannen een wandeling te maken in de wijk. Dit netwerk van groene (woon)straten verbindt parken, plantsoenen, speeltuinen, sport- en hondenuitlaatplekken met elkaar. Ook de meeste wijkvoorzieningen, zoals scholen, winkels en zorgcentra, liggen aan de route. Daar loop je zo naartoe! Langs een Groen Ommetje zijn voldoende rustige, koele plekken en verblijfsruimten te vinden. Idealiter is vanuit iedere voordeur een Groen Ommetje binnen ongeveer 100 meter te bereiken.

Op sommige plekken met groen van belangrijke ecologische waarde is de voetganger te gast. Op andere plekken, zoals in woonstraten, gaan voetgangersruimte en vergroening hand in hand. Stedelijke Verbindingen voor de voetganger Waar Groene Ommetjes lopen in de wijk prettig maken, zijn Stedelijke Verbindingen belangrijk voor (verder) lopen door de stad en naar het buitengebied. Ze verbinden wijken en mensen met elkaar, en de stad met het landschap. Daar hoort het voorkomen of wegnemen van barrières door wegen, water en spoor bij. Wegoversteken zijn soms relatief eenvoudig te verbeteren of toe te voegen (maar ook dat kost geld). Aanpassingen van spooroverwegen en aanleggen van tunnels en bruggen (onder of over spoor/ water) is altijd duur en duurt lang. Voorbeelden van lopende projecten zijn de Demkaspoorbrug, de Boorstraattunnel, de Nicolaas Beetsstraattunnel, de De Meernbrug en aanpassingen van spoorwegovergangen zoals in de Eykmanlaan. Veel nieuwe projecten zullen we voorlopig niet starten vanwege beperkte middelen. Stedelijke Verbindingen zijn lange doorlopende lijnen door de stad. Prachtige groen- en waterstructuren, zoals rivieren, kanalen en grachten, maar ook groene stadslanen, spoortaluds en bruisende stadsstraten. Sommige verbindingen worden al goed gebruikt door voetgangers, andere willen we aantrekkelijker inrichten. Niet alleen om te lopen, maar ook om te verblijven.

Stedelijke Verbindingen kunnen uitnodigen tot sporten en bewegen, bijvoorbeeld voor wandelen, hardlopen of skaten. 54

Beleidsnota Voetganger | 55 januari 2026

naar 2.20

2.20

Uitgangspunten voor het netwerk van Groene Ommetjes

naar 2.20

Groen Ommetje is op maximaal 100 meter vanaf een woning te ‣ Een bereiken. De maaswijdte, de onderlinge afstand tussen straten die 100m

100m

zijn 40% schaduwrijk, liefst door bomen. Waar mogelijk ‣ Routes voegen we voldoende zitgelegenheid (bankjes) toe.

200m

onderdeel zijn van het netwerk van Groene Ommetjes, is bij voorkeur 200 bij 200 meter.

naar 2.00

200m

2.20

vrije doorloopruimte is voor iedereen toegankelijk en heeft een ‣ De gewenste minimale breedte van 2,20 meter.

2.20

%

P

Ommetjes zijn ‘parkeerluw’ en lopen bij voorkeur niet langs ‣ Groene drukke wegen voor autoverkeer.

2.20

en groen gaan hand in hand. Als groene ruimte ‣ Voetgangersruimte in het gedrang komt door de nieuwe breedtemaat, kan

naar 2.20

A

teruggevallen worden op een vrije doorloopruimte van 2,00 meter.

naar 2.00

Ommetjes verbinden voorzieningen in de wijk. We trekken ‣ Groene Groene Ommetjes door langs sportparken en door werklocaties.

naar 2.00

100m

naar 2.00

sommige plekken is de voetgangersruimte nu breder dan 2,20 ‣ Op meter, terwijl dat niet nodig is voor het aantal voetgangers. Daar

verkennen we hoe we de voetgangersruimte kunnen versmallen ten gunste van groen of andere functies die lopen of het functioneren van de straat aantrekkelijker maken.

200m

krijgen op een Groen Ommetje voorrang op ander ‣ Voetgangers verkeer. Dat maken we voor alle verkeersdeelnemers duidelijk,

A

bijvoorbeeld met een zebrapad of een oversteek op het niveau van de voetgangersruimte.

naar 2.20

naar 2.20

A

groen dat we toevoegen komt de biodiversiteit ten goede en is ‣ Het leefruimte voor de Utrechtse doelsoorten (dieren en planten).

naar 2.20

100m

100m

200m 100m

200m

56

200m

Beleidsnota Voetganger | 57 januari 2026

Werkwijze Groene Ommetjes Voor iedere wijk werken we een voetgangersnetwerk uit. We benoemen straten en plekken waar we gaan voor excellente voetgangerskwaliteit: Groene Ommetjes. Groene Ommetjes verbinden voorzieningen en groene ruimten. Het zijn fijne looproutes naar bijvoorbeeld scholen, stations, ov-haltes, en zorgvoorzieningen. Deze routes zijn nodig om (meer) mensen hier (vaker) lopend naar toe te laten gaan. Groene Ommetjes zijn ook routes om de hond uit te laten, routes naar een speelplek, sportplek of park. Loopruimte gaat hand in hand met groen. We combineren de vergroeningsopgave van de Groene Schaalsprong en het principe ‘Groen, tenzij…’ met ruimte om te lopen én het opheffen van parkeerplekken (jaarlijks 0,5 tot 1%, zie Parkeervisie). Zo maken we aantrekkelijke groene routes, die schaduwrijk en koel zijn. Dit zijn ook plekken waar we water opvangen en die goed zijn voor (het verbeteren van) de biodiversiteit in de stad. Dit doorlopende groen in combinatie met ruimte om te lopen is niet alleen fijn voor mensen, maar ook voor kleine dieren (zoals egels, vogels en insecten) die hun weg en beschutting zoeken in de stad.

1. Huidige situatie.

2. Groen Ommetje door kleine maatregelen.

3. Groen Ommetje door grotere ingrepen.

4. Groen Ommetje door groene herinrichting.

Ieder onderdeel van een Groen Ommetje kan er anders uitzien. Samen vormen deze ruimten op den duur een netwerk. Soms beginnen we klein, bijvoorbeeld met het vergroten van boomspiegels of (stimuleren van) de aanleg van geveltuinen of gevelbeplanting. Op andere plekken zijn er kansen om het profiel van de straat helemaal te veranderen. Een straat kan bijvoorbeeld transformeren naar een erf. Groene Ommetjes lopen ook door belangrijke groenstructuren. Daar is de groene ruimte leidend. We zorgen dat mensen hier fijn kunnen lopen, maar koesteren de stadsnatuur. Door gebundeld parkeerplekken op te heffen (in plaats van in elke straat 1 of 2), kan het groene profiel doorlopen:

1.We hebben een groenopgave per buurt.

58

2. We combineren de groenopgave zoveel mogelijk met het maken van Groene Ommetjes. Zo maken we een netwerk

3.Waar mogelijk heffen we parkeerplekken zoveel mogelijk op (volgens de parkeervisie) langs Groene Ommetjes

4. We sluiten zoveel mogelijk aan bij andere werkzaamheden. Het netwerk van Groen Ommetjes wordt stap voor stap uitgevoerd.

5. Het resultaat is een aaneengesloten netwerk van Groene Ommetjes in een wijk. Beleidsnota Voetganger | 59 januari 2026

Voorbeelden van Groene Ommetjes

Vergroende Jekerstraat (Utrecht)

Tuinstraten (Antwerpen)

Speelstraat Overvecht (Utrecht)

(foto: J. Broeckx)

Vergroende stoep (Tilburg)

Groene leefstraat (Guldenvliersstraat, Den Bosch) (foto: N. Sluijsmans)

Vergroende Grebbestraat, voor en na (Utrecht) 60

Brede groene stoepen in Zijdebalen (Utrecht)

Weelderig groene straat (Appelstraat, Groningen) (foto: N. Sluijsmans)

Beleidsnota Voetganger | 61 januari 2026

2.20

Uitgangspunten voor Stedelijke Verbindingen voor de voetganger

2.20

2.20

vrije doorloopruimte is voor iedereen toegankelijk. De gewenste ‣ De minimale breedte voor de vrije doorloopruimte is 2,20 meter. Er

geldt een uitzondering voor wandelpaden (bij aanwezigheid van een alternatief) en struinpaden door het groen. Deze kunnen bovendien onverhard of met halfverharding worden uitgevoerd.

2.20

langs Stedelijke Verbindingen zijn doorlopend. ‣ Voetgangersroutes Uitgangspunt is dat voetgangers voorrang hebben op ander verkeer als zij de looplijn van de Stedelijke Verbinding volgen.

‣

Barrières door water, spoor en wegen hebben idealiter om de 300 tot 500 meter een voetgangersoversteek of onderdoorgang, passend bij de afstanden die voetgangers lopen.

is goed mogelijk om Stedelijke Verbindingen over te steken. ‣ Het Oversteken zijn bruikbaar voor mensen met een beperking en op meerdere plekken georganiseerd.

De verschillende typen Stedelijke verbindingen Groene en blauwe verbindingen Groene verbindingen zijn de doorgaande groenstructuren. Blauwe verbindingen zijn de waterlopen in de stad met (groene) oevers. Het zijn luwe en ruim opgezette structuren om te lopen. Bewegen en ontspannen in het groen geven we vorm op een manier die past bij de aanwezige natuur en biodiversiteit. Voorbeelden zijn de Vecht en de Biltse Grift. Stadslanen Stadslanen zijn de doorgaande bomenlanen en -structuren. Vaak zijn het bredere straten met karakteristieke boombeplanting. Waar mogelijk worden het groene lanen met struin- of wandelpaden door de midden- en/of zijbermen. Voorbeelden zijn de Croeselaan, de Maliebaan en de Rijnkennemerlaan. Spoortaluds Spoortaluds zijn groene verbindingen door de stad. Vaak zijn ze ruim, groen en autoluw of -vrij. De meeste hebben schouwpaden (eigendom Prorail) en/ of (brede) groene ruimtes die vaak afgesloten zijn door hekken. Met het openstellen en toegankelijke maken van het schouwpad , creëren we nieuwe groene routes door de stad en naar buiten. Voorbeelden zijn Baden Powellweg en Cemerstraat. Stadsstraten Stadsstraten zijn bruisende staten. Vaak komt (doorgaand) verkeer er samen met lopen, verblijven, winkels, horeca, voorzieningen, werken en wonen. Naast bestemming zijn het vaak aanloopstraten naar een centrum.

Ze verbinden buurten aan elkaar als ze goed oversteekbaar zijn. Voorbeelden zijn de Kanaalstraat, Nachtegaalstraat en de Amsterdamsestraatweg. Sportroutes Sportroutes zijn routes voor het sportief bewegen door de stad. Sommige zijn voor sportief gebruik aangelegd, andere worden zo gebruikt. Liefst koppelen we sportroutes aan sportparken en -plekken in de stad en verbeteren de kwaliteit van sportroutes als er een gelegenheid is. Voorbeelden zijn Het Lint (aangelegd als sportroute) en Jaagpad-Vechtdijk (gebruikt als sportroute).

62

Beleidsnota Voetganger | 63 januari 2026

64

Beleidsnota Voetganger | 65 januari 2026

Doelstelling 3

Voorzieningen zijn lopend goed bereikbaar. Op een bestemming aangekomen voelen voetgangers zich welkom en geleid. In de 10-minutenstad willen we dat voorzieningen lopend of fietsend binnen 10 minuten bereikbaar zijn. Daarbij zijn excellente looproutes naar stations, ov-haltes, mobiliteitshubs (locaties waar verschillende soorten mobiliteit samen komen) en voorzieningen als scholen, winkels en zorgvoorzieningen als ziekenhuizen of gezondheidscentra belangrijk. Ruimte voor voetgangers is ook ruimte waar mensen verblijven, elkaar ontmoeten of even kunnen wachten. Zeker in de buurt van voorzieningen. Parken, pleinen, speel-, sport- en hondenuitlaatplekken moeten voor iedereen toegankelijk zijn en ruimte hebben voor ontmoeting en verblijf. We beschrijven hoe een plek er aantrekkelijk uit ziet voor voetgangers.

66

Beleidsnota Voetganger | 67 januari 2026

1 2 3 1 2 3

Uitgangspunten voor het bereikbaar maken van voorzieningen

10min

1 2 3

voorzieningen zijn zoveel als mogelijk binnen 10 minuten ‣ Dagelijkse te lopen (of fietsen) vanuit huis te bereiken.

(H)OV-haltes en mobihubs zijn te bereiken via excellente ‣ Stations, looproutes. Lopen is (met fietsen) de belangrijkste manier om bij

liggen zoveel mogelijk aan of nabij het netwerk van ‣ Voorzieningen Groene Ommetjes of aan een Stedelijke Verbinding.

parken, pleinen, speel-, sport- en hondenuitlaatplekken kun je ‣ Naar comfortabel toe lopen. Dit geldt ook voor maatschappelijke en

deze voorzieningen te komen. We nemen bezoekers die hier voor het eerst komen als uitgangspunt. Naast een op- of overstapplek zijn deze voorzieningen namelijk het visitekaartje voor de stad. Mensen lopen er niet alleen, maar wachten er, stappen over, ontmoeten anderen en verblijven er enige tijd. Dat vraagt om een aantrekkelijke, (sociaal) veilige omgeving waar mensen even kunnen en willen verblijven.

10min

de inrichting van de directe omgeving van scholen, ‣ Voor winkelcentra en zorgclusters introduceren we drie zones. Deze zijn 1 2 3

68

te gebruiken voor nieuwe voorzieningen of om bestaande situaties te verbeteren. ࡟ Zone 1: direct rondom de voorziening: hier is de voetganger de enige gebruiker. Er zijn uitzonderingen voor gehandicaptenparkeerplaatsen, nood- en hulpdiensten en soms logistiek verkeer. ࡟ Zone 2: tot hier zijn fietsers welkom. Zij kunnen hier hun fiets parkeren. ࡟ Zone 3: tot hier rijden auto’s, zij kunnen hier parkeren. Voor voorzieningen met een functie voor de wijk, stad of regio ligt in zone 3 een (H)OV-halte. Vanaf de parkeerplek of halte is er een aantrekkelijke looproute naar de voorzieningen.

culturele voorzieningen als een bibliotheek, buurt- of wijkcentrum. Ze zijn goed en zonder barrières verbonden met hun directe omgeving. Parken hebben vanuit alle windstreken minstens één toegankelijke route. Er is in parken voldoende ruimte om te ontmoeten, verblijven, spelen, bewegen en ontspannen.

A A A

historische binnenstad, het stationsgebied, Leidsche Rijn ‣ De Centrum en Utrecht Science Park zijn bijzondere gebieden in de

stad. Verblijfskwaliteit is hier belangrijk: de voetgangersruimte is naast ruimte om te verplaatsen ook ruimte om te verblijven. Zeker in de historische binnenstad. In het mobiliteitsplan noemen we dit A-zones. Voetgangers zijn hier samen met fietsers de belangrijkste gebruikers. Voor A-zones werken we een netwerk van hoofdlooproutes uit met de belangrijkste routes naar en binnen deze gebieden. Mogelijk komen er in de toekomst nog meer A-zones bij.

Beleidsnota Voetganger | 69 januari 2026

70

Beleidsnota Voetganger | 71 januari 2026

Voorbeelden van voorzieningen

Verblijfskwaliteit op het Brusselplein (Utrecht)

Excellente looproute naar voorzieningen (Willemstraat, Breda)

(foto: Baljon)

(foto: N. Sluijsmans)

Prettig wachten bij nieuwe OV-halte (Utrecht) (foto: Provincie Utrecht)

Transformatie van schoolzone’s (Parijs) (foto: C. Belin, Ville de Paris) 72

Prettig overstappen in mobiliteitshub (Utrecht) (foto: Studio SK)

Aantrekkelijke stationsomgeving (Driebergen-Zeist) (foto: G. Serne)

Beleidsnota Voetganger | 73 januari 2026

Doelstelling 4

Lopen vanuit de voordeur is voor iedereen vanzelfsprekend(er). Voor het verplaatsen van A naar B of het maken van een ommetje. Lopen stimuleren In een stad met een loopcultuur is het logisch dat je loopt. Loopstimulering en (tijdelijke) maatregelen in de openbare ruimte gericht op lopen, bewegen, spelen en ontmoeten dragen daaraan bij. Hoewel lopen in Utrecht op veel plekken mogelijk is, nodigen we mensen nog niet overal uit tot lopen. Indirect en op bepaalde plekken doen we dat wel. Bijvoorbeeld met het voetgangersgebied in de binnenstad en de (pop-up)fietsenstallingen aan de randen van het voetgangersgebied. Bestaande programma’s die zich richten op duurzaam mobiliteitsgedrag promoten onder meer fietsen en deelmobiliteit voor woon-werkverkeer. Lopen is nu vaak nog geen onderdeel van deze programma’s. Data over lopen verzamelen Ook weten we nog maar weinig over lopen in Utrecht. Wat beweegt mensen? Waar lopen mensen, hoe vaak en welke routes volgen ze? Wat is de impact van herinrichtingen in de stad? En wat kunnen we als gemeente doen om meer mensen vaker te laten lopen? De data over lopen, het gedrag en de motivatie van voetgangers is beperkt. Niet alleen in Utrecht, ook landelijk. Het verzamelen van meer en specifiekere kennis en data is nodig om (gedrags)maatregelen te ontwikkelen die werken.

Het verzamelen van data over loopgedrag en de waardering van voetgangers helpt ons om inzicht te krijgen in hoeveel mensen lopen, waar ze lopen en waarom. Daarmee kunnen we werken aan een aanpak én voetgangersruimte die ervoor zorgen dat Utrechters meer willen gaan lopen én dat ook doen.

74

Beleidsnota Voetganger | 75 januari 2026

Uitgangspunten voor het stimuleren van lopen

Voorbeelden tactical urbanism en tijdelijkheid

gaan meer en beter bruikbare voetgangersinformatie ‣ We verzamelen zodat we weten hoeveel mensen in Utrecht lopen en waarom. Dit doen we door op een locatie of gekoppeld aan een project te tellen hoeveel voetgangers er passeren en mensen te vragen naar hun ervaringen en loopgedrag.

stimuleringsactiviteiten gaan we mensen helpen de voordelen ‣ Met en mogelijkheden van lopen te ontdekken. We richten ons daarbij in eerste instantie op kinderen, ouderen en mensen die vanuit gezondheidsoogpunt meer moeten bewegen.

Tijdelijke leefstraat (Utrecht)

brengen lopen op een leuke manier onder de aandacht met ‣ We tijdelijke aansprekende interventies in de openbare ruimte (tactical urbanism). We maken plekken waar voetgangers zich welkom voelen. Denk aan tijdelijke speel- en zitelementen of schilderingen op een plein of een route. Daarmee stimuleren we bijvoorbeeld lopen naar school of spelen en ontmoeten op straat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=14a7f562-706d-42c7-ada6-86e354aa07ef