Beleidsnota Sport en Bewegen 2025-2032 (na verwerking amendementen)
Tekst van het document
Voor de binnensport geldt dat we gemeentelijke zaalruimte samen met vertegenwoordigers uit de Utrechtse sportwereld eerlijk verdelen om te komen tot een optimale en passende bezetting. We kijken niet alleen naar velden en sporthallen, maar ook naar bijbehorende functies zoals clubhuizen en kleedkamers. Samen met gebruikers kijken we naar mogelijkheden van flexibel en efficiënt gebruik. Door bijvoorbeeld het gebruik van lockers kunnen kleedkamers door meerdere teams benut worden. We zetten in op de verhoging van recreatief gebruik op momenten dat accommodaties minder bezet zijn. Hierbij verkennen we de mogelijkheden om sportvelden per uur of dagdeel online te boeken, zoals dat nu ook al kan bij binnensport accommodaties.
Beleidsnota Sport en Bewegen december 2024 | 33
We zien dat niet al onze sportparken het gehele weekend optimaal gebruikt worden, dat geldt vooral voor voetbal. We wegen daarom per sportpark af of we de capaciteit uitbreiden met nieuwe velden en/of omzetten van gras naar kunstgras ter verhoging van de capaciteit, of dat bestaande velden (met name op zondag) eerst beter benut moeten worden. Er vindt geen uitbreiding plaats voor alleen de zaterdagpiek. Het vraagt om een cultuurverandering om wedstrijden te spelen op andere dagen. Juist op vrijdagavond en zondag blijft veel capaciteit onbenut. De afgelopen jaren hebben we gemerkt dat zo’n verandering tijd kost en niet vanzelf gaat. We werken samen met de verenigingen, de KNVB en SportUtrecht aan stimulerende maatregelen en het wegnemen van drempels om wedstrijden beter te spreiden. Wanneer dit niet leidt tot substantiële verbetering van de bezetting van de capaciteit, gaan we over tot meer regulering. We overwegen daarbij maatregelen op het gebied van de tarieven en ingebruikgeving van gemeentelijke sportaccommodaties. De druk op de zwembaden is groot door een tekort aan zwembadwater. Ook het werven van personeel is lastig. Door de realisatie van zwembad Máximapark en door personeel zelf op te leiden zal deze situatie op termijn verbeteren.
We geven bij de verdeling van capaciteit van zwembadwater en personeel voorrang aan diplomazwemmen voor kinderen en verenigings activiteiten. Met de verenigingen zoeken we naar mogelijkheden om de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk te benutten. Waar mogelijk bieden we recreatief zwemmen aan, net als overige zwemactiviteiten voor specifieke doelgroepen. Met de randgemeenten verkennen we op welke manier we de gezamenlijk zwembadwatercapaciteit optimaal kunnen benutten. Aansluiten bij de behoeften We vinden het belangrijk dat onze accommodaties zo goed mogelijk aansluiten bij de behoeften van sport- en beweegaanbieders en inwoners. Samen met hen kijken we naar mogelijkheden om accommodaties flexibel in te richten en geschikt te maken voor specifieke sporten. Hierbij hebben we oog voor mogelijke verschillen in behoeften van (toekomstige) inwoners en de populariteit van sporten in de verschillende wijken, denk bijvoorbeeld aan vecht- en verdedigingssporten in Overvecht en Kanaleneiland. Hetzelfde geldt voor de sportieve en beweegvriendelijke inrichting van de openbare ruimte. Bij iedere ontwikkeling betrekken we inwoners en (potentiële) gebruikers aan het begin van het traject om gezamenlijk te komen tot een ontwerp dat ook echt goed gebruikt gaat worden en tot een programmering voor de plekken.
We benutten hiervoor de kennis en expertise van de (urban sports)communities in de stad. Hierbij hebben we oog voor de verschillende leeftijdscategorieën en hun behoeften. We benutten hier waar mogelijk ook de schoolpleinen voor.
“Praat niet over de sport, maar met de sport. Hier zitten veel kracht en ideeën om oplossingen te bedenken voor de uitdagingen in de stad.”
34
We bouwen voorzieningen voor tientallen jaren, daarom is het belangrijk oog te hebben voor toekomstbestendig gebruik. Bij de realisatie van sport- en beweegvoorzieningen kijken we ook of er ‘out-of-the-box’ mogelijkheden zijn voor publiek-private samenwerking, innovatie en kansen om sportvoorzieningen te realiseren in combinatie met andere functies en gebouwen in de stad. Ook bestaand vastgoed in de stad, waarvoor een andere invulling wordt gezocht - zoals kerken, parkeergarages of kantoren - biedt in dit kader kansen, net als tijdelijke sport- en beweeginrichting wanneer grond of gebouwen (her)ontwikkeld worden Waar niet- commerciële sport- en beweegaanbieders zelf investeren in sportaccommodaties, kunnen we hen ondersteunen met het verlenen van een garantstelling voor de financiering. Dit doen we in samenwerking met de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS). Zelfbeheer binnensportaccommodaties De gemeente streeft naar vitale sportaanbieders met een sterke maatschappelijke functie in de samenleving en een vorm van zelfbeheer kan hieraan bijdragen. We ontwikkelen een handreiking voor zelfbeheer van binnensportaccommodaties met daarin heldere kaders en uitgangspunten. Voorwaarde voor iedere vorm van zelfbeheer is dat dit voor de gemeente tenminste kostenneutraal is.
Twee laagdrempelige vormen zijn: sleutelbeheer waarbij een sport vereniging onder meer zelf opent en sluit en het in zelfbeheer nemen van een ontmoetings ruimte bij een sporthal. Een derde vorm is een verdergaande variant waarbij beheer- en exploitatietaken van de gemeente worden overgenomen. Dit betreft altijd maatwerk. De gemeente heeft de binnensportaccommodaties in eigendom en voert het beheer en de exploitatie zelf uit met professionals die hiervoor zijn opgeleid. Wanneer beheer- en exploitatietaken van de gemeente worden overgenomen, vraagt dit om vakspecialistische kennis, een brede sociaal-maatschappelijk inzet, structurele inzet van vrijwilligers en het mede dragen van risico’s. Als sportverenigingen aan deze randvoorwaarden voldoen, dan kunnen zij beheer en exploitatie (gedeeltelijk) van de gemeente overnemen. We sluiten hierbij zoveel mogelijk aan bij de wensen en mogelijkheden van de sportvereniging en de maatschappelijke meerwaarde die zij kunnen realiseren.
4.3.2 Inzet van ruimte en middelen
We zien dat de beperkte ruimte in de stad en de bezuinigingsopgave negatieve impact hebben op de kwaliteit en het tempo waarmee we ambities uit de RSU2040 en het coalitieakkoord realiseren. Toch blijft het onze ambitie om maatschappelijke voorzieningen mee te laten groeien. Sport- en beweegvoorzieningen zijn een essentieel onderdeel van de basisinfrastructuur. Belangrijk hiervoor is dat we de huidige sport- en beweegvoorzieningen in stand houden. Hoewel we soms keuzes moeten maken of moeten temporiseren, blijft overeind dat we werken aan een complete stad waarbij sport in balans meegroeit. De komende periode realiseren we vanuit het MPR verschillende sportvoorzieningen. Het gaat om de realisatie van twee sportvelden op sportpark Nieuw Welgelegen, een nieuw rugbyveld op sportpark Rijnvliet, sporthallen in Cartesiusdriehoek, Merwedekanaalzone en Overvecht, zwembad Maximapark, een extra hockeyveld op een nader te bepalen locatie en de omzetting van drie grasvelden naar kunstgras.
Beleidsnota Sport en Bewegen december 2024 | 35
Zoektocht naar ruimte voor sport Er is een tekort aan sportvoorzieningen en dit tekort neemt de komende jaren verder toe. De basis van de Utrechtse sportinfrastructuur is in gevaar. Om te zorgen dat we als stad ook voor sport in balans groeien, zorgen we ervoor dat sport en bewegen eerder en sterker aandacht krijgt bij gebiedsontwikkelingen. Ruimte en middelen zijn schaars en daarom zijn we genoodzaakt om keuzes te maken. We nemen de volgende maatregelen om ruimte te vinden: we gaan op zoek naar nieuwe uitbreidingslocaties voor sport(velden); we stellen een huisvestingsplan sportaccommodaties op; we combineren waar mogelijk binnensportvoorzieningen met onderwijsvoorzieningen; we plaatsen bepaalde sporten met een regionale functie uit. We zoeken voldoende ruimte voor gemeentelijke zwembaden, binnensport- en buitensportaccommodaties met als uitgangspunt de 10 minutenstad. De nabijheid van voorzieningen is het belangrijkst in kwetsbare buurten. Op basis van onderzoek naar de behoefte kijken we steeds voor welke sporten ruimte nodig is en in welke voorzieningen we willen investeren. Het sporten beweeglandschap is continu in beweging. Nieuwe sporten komen op, de behoeften van Utrechters veranderen steeds vaker en sneller. Doordat we investeren in accommodaties voor periodes van 30 of 40 jaar is het een uitdaging om in te spelen op behoeften, kansen en innovaties.
We willen flexibeler inspelen op het veranderend sport- en beweeglandschap in relatie tot investeringen voor een langere periode. Hiervoor monitoren we trends, ontwikkelingen en behoeften binnen het sport- en beweeglandschap. Bij de ontwikkeling van sport- en beweegvoorzieningen verkennen we samen met gebruikers hoe we binnen onze kaders hier zo goed mogelijk invulling aan kunnen geven. Hierbij kijken we niet alleen naar traditionele wedstrijden trainingsactiviteiten, maar nemen we ook anders georganiseerd aanbod mee. Dit onderzoek voeren we eens in de vier jaar uit, tenzij ontwikkelingen in de stad erom vragen dat vaker te doen. De uitkomsten duiden we met de Utrechtse sportwereld. Dit onderzoek zullen we in de komende jaren koppelen aan sport- en beweegdeelname onderzoek, zodat we een totaalbeeld hebben van wat nodig is om meer Utrechters te laten sporten en bewegen. Op basis van dit onderzoek, inclusief duiding door onze partners en sport- en beweeg aanbieders, stellen we een stedelijke planning op voor sportaccommodaties. De capaciteit die we hebben, benutten we zo efficiënt mogelijk. Waar nodig breiden we uit. We wijzen hiervoor zoekgebieden aan die nodig zijn voor de realisatie van nieuwe accommodaties. Dit is aanvullend op de al gestarte inpassingstudies op de sportparken MaarschalkerweerdNoord, Nieuw Welgelegen, Strijkviertel, Voordorpse polder en Voordorp.
We kijken naar combinaties met andere stedelijke opgaven zoals wonen, groen en energie en zoeken de afstemming met bijvoorbeeld erfgoed (Nieuwe Hollandse Waterlinie). We willen integraal keuzes maken voor welke sporten we voorzieningen realiseren, op welke locaties we dat doen en op welk moment. We kijken hierbij niet uitsluitend naar de (groeiende) traditionele sporten, maar hebben ook oog voor nieuwe (vormen van) sporten. We brengen voor deze beleidsperiode in beeld wat de prioritering in de benodigde investeringen is en stellen hiervoor een kader op. Hierbij kijken we in ieder geval naar actuele behoefte in stad, realiseerbaarheid op korte of middellange termijn, co-financiering door andere partijen dan de gemeente en eenmalige kansen in combinatie met andere ontwikkelingen. Als er extra middelen beschikbaar komen, zijn er in ieder geval twee locaties die aan de criteria voldoen waar we op willen inzetten, namelijk de uitbreiding van veldcapaciteit bij MaarschalkerweerdNoord en Nieuw-Welgelegen. We investeren in accommodaties die beschikbaar en toegankelijk
36
zijn voor alle Utrechters, ook voor Utrechters met een beperking. De toegankelijkheid kan zitten in verschillende aspecten. Voor rolstoelgebruikers is toegankelijkheid heel anders Utrechters die blind of slechtziend zijn of voor Utrechters met een licht verstandelijke beperking. Bij het vinden van ruimte en bij investeringen in sportaccommodaties geven we prioriteit aan breedtesport, multifunctioneel gebruik en dubbelgebruik. Dit geldt voor zowel de aanleg van nieuwe, als voor renovatie en gebruik van bestaande accommodaties. Specifiek voor een aantal sporten zien we op korte termijn grote uitdagingen. Zo zijn er capaciteitsknelpunten voor tennis, rugby en hockey. Daarnaast richten we ons op zwembadwatercapaciteit en binnensportcapaciteit. De vraag naar ruimte voor tennis en padel is zeer groot. We helpen tennis- en padelverenigingen met het zoeken naar ruimte. Hierbij gaan we ervan uit dat tennis- en padelverenigingen zelf eigenaar van de velden en omliggende voorzieningen zijn en dus zelf verantwoordelijk voor de realisatie en exploitatie. Roeien is een essentiële sport voor een studentenstad als Utrecht, met drie roeiverenigingen en ruim 3.000 actieve roeiers. Het Merwedekanaal, het drukste, smalste en kortste roeiwater van Nederland, staat steeds meer onder druk door ontwikkelingen zoals havens en recreatieve vaarroutes.
Zonder een structurele oplossing komt de roeisport in Utrecht in gevaar. Om het voortbestaan van de roeisport te waarborgen, is aanvullend roeiwater nodig naast het Merwedekanaal. Daarom onderzoeken we de kansen voor realisatie van extra roeiwater, onder andere in Rijnenburg. Hierbij blijven we in goed overleg met de Utrechtse roeiverenigingen. In het uitvoeringsprogramma wordt verder ingegaan op de zoektocht naar extra roeiwater in de stad. We zien stadsbreed dat er behoefte is aan laagdrempelige en betaalbare ruimte voor commerciële sport- en beweegaanbieders. We erkennen dat deze partijen bijdragen aan bewegen en sporten in de stad. In de zoektocht naar ruimte hiervoor denken we bijvoorbeeld via het Makelpunt creatief mee in oplossingen en sluiten we aan bij het gemeentelijk beleid voor werklocaties. We zien deze sport- en beweegaanbieders bij voorkeur op plekken waar mensen wonen en samenkomen, zoals winkelcentra en andere centrale plekken in de wijk. Daar waar mogelijk ondersteunen we op een aantal plekken in de stad talentontwikkeling in combinatie met voorzieningen voor breedtesport. Sportcampus Traiectum als focusgebied voor talentontwikkeling is hier een inspirerend voorbeeld van. Voor binnensport geldt dat sportcentrum Galgenwaard de topsportvoorziening voor de stad is.
Beleidsnota Sport en Bewegen december 2024 | 37
De komende periode bouwen we drie sporthallen bij, waardoor we het tekort richting 2030 (bijna) oplossen. Richting 2040 lopen de tekorten echter weer op en zijn er extra sporthallen nodig. Voor sporthallen gaan we uit van de nieuwe richtlijn: één sporthal per 15.000 inwoners. Hierbij zoeken we, waar mogelijk, de combinatie met de voorzieningen voor voortgezet onderwijs, zodat sporthallen overdag door scholen gebruikt kunnen worden en ’s avonds en in het weekend door sport- en beweegaanbieders voor trainingen en wedstrijden. Hiermee worden de hallen efficiënt gebruikt waardoor er per saldo minder ruimte nodig is. Voor buitensport geldt dat we de (capaciteits)richtlijnen van de sportbonden volgen, daar waar ze passen bij de Utrechtse situatie. Utrecht kent immers een hoog gebruik van sportaccommodaties. Een voorbeeld daarvan is de gemeentelijke berekeningsmethode voor voetbal. Ook het veldentekort loopt richting 2040 verder op. Daarom lopen er een aantal projecten om sportvelden uit te breiden. Op sportpark Rijnvliet breiden we nog met één hockeyveld en één rugbyveld uit. Hiervoor is ruimte gevonden bij het sportpark. Bij sportpark Nieuw Welgelegen zijn we bezig voor dit doel een variantenstudie af te ronden. De inzet is in eerste instantie uitbreiding met twee en later met nog twee velden.
Ook de variantenstudie Maarschalkerweerd Noord nadert afronding, maar de uitvoering daarvan is vanwege een tekort aan middelen voorlopig uitgesteld. Utrecht is de vierde stad van Nederland. Daarbij past een aanbod aan sport- en beweegvoor zieningen waar gebruikers vanuit de regio of zelfs vanuit heel het land op afkomen. Toch kiezen we ervoor voorrang te geven aan sport- en beweegaccommodaties die vooral gericht zijn op gebruik voor breedtesport van onze eigen inwoners. We kunnen namelijk niet alles faciliteren en moeten keuzes maken. We verkennen hoe we sportvoorzieningen met een bovenlokaal verzorgingsgebied, relatief weinig binding met de stad en/of extensief ruimtegebruik een plek kunnen geven aan de randen van of zelfs buiten de stad. Ook onderzoeken we of we sporten met een stedelijke functie meer kunnen bundelen. Het gaat hierbij vaak om sporten die veel ruimte vragen voor relatief weinig sporters. Gezien de ontwikkelingen en de groei van de regio stemmen we met omliggende gemeenten af of er mogelijkheden zijn om hier samen in op te trekken. Op deze manier creëren we meer ruimte voor de breedtesport met een wijkfunctie en beperken we de vervoersbewegingen, onder andere met de auto. We denken onder meer aan paarden- en hondensport, golf en gemotoriseerde sporten als modelracen en -vliegen.
Daarnaast onderzoeken we hoe samenwerking met buurgemeenten een rol kan spelen in de knellende vraag naar sportruimte, zoals bijvoorbeeld in de studentensport. Samen met buurgemeenten willen we de mogelijkheden voor alternatieve huisvesting, uitruil of gedeeld gebruik van sportfaciliteiten benutten. Hierbij ondersteunen we (studenten)sportverenigingen bij hun hulpvragen omtrent huisvesting en capaciteitsuitbreiding. De meeste kansen zien we bij ontwikkelingen waar onze buurgemeenten bij betrokken zijn, zoals de ontwikkeling van Rijnenburg, het Krommerijnlinie Landschap en de A12 zone. Sportief en beweegvriendelijk inrichten van openbare ruimte We zien dat de openbare ruimte steeds belangrijker wordt voor sport en bewegen. Paden worden gebruikt om te wandelen, hard te lopen, te fietsen en te skeeleren, parken voor bootcamp, voetbal en spikeball en onze singels worden benut voor suppen en kanoën. Utrechters gebruiken daarvoor speciaal ingerichte plekken en plekken in de openbare ruimte die niet zijn ontworpen als sport- of beweegplek. Een aantrekkelijke en beweegvriendelijke ruimte zorgt ervoor dat inwoners meer bewegen bij hun dagelijkse activiteiten, bijvoorbeeld door lopend of met de fiets naar school te gaan, boodschappen te doen, met elkaar af te spreken en elkaar te ontmoeten. Daarom maken we werk van een beweegvriendelijk ingerichte openbare
38
ruimte bij de herinrichting van bestaande wijken of de ontwikkeling van nieuwe wijken. Bij de inrichting van de openbare ruimte kijken we hoe de totale inrichting ertoe bijdraagt dat mensen meer in beweging komen en elkaar kunnen ontmoeten. Voorbeelden hiervan zijn een aan trekkelijke en veilige padenstructuur, bankjes bij elkaar en de toevoeging van watertappunten. Dit vraagt bij iedere ontwikkeling om maatwerk. We zorgen ervoor dat Utrechters in iedere wijk binnen 10 minuten loop- of fietsafstand kunnen sporten en bewegen in de openbare ruimte. Daarvoor investeren we in routes en specifieke sport- en beweegplekken en zorgen we ervoor dat andere plekken in de openbare ruimte, zoals (school)pleinen, parken en waterstructuren, ook geschikt, uitnodigend en uitdagend zijn om te sporten en te bewegen. We zien kansen om sport- en speelplekken te combineren, zodat verschillende leeftijdsgroepen samen komen, waardoor levendige plekken ontstaan waar Utrechters elkaar ontmoeten. We denken niet alleen aan individuele inwoners, maar ook aan gebruik door andere partijen als sport- en beweegaanbieders en scholen. Hiervoor benutten we ook creatieve vormen die uitnodigen om te bewegen, zoals een hinkelpad, een klimwand of een aantrekkelijke trap.
We werken aan dit alles vanuit een brede aanpak sporten, spelen en bewegen in de openbare ruimte en maken waar mogelijk combinaties met andere opgaven, zoals groen. De afgelopen jaren zijn met bijdragen van onder meer SportUtrecht, communities, gebruikers en inwoners en private partijen al veel mooie sport- en beweegplekken gerealiseerd. Goede voorbeelden zijn de 3x3 basketbalvelden bij het Leidsche Rijncollege en in het Tolsteegplantsoen, de pumptrack in Park Ruigenhoek, het skatepark in Leidsche Rijn, het mountainbikeparcours in het Nedereindse park en calisthenicsparken op meerdere locaties. De spreiding over de stad is nog niet evenwichtig en het aanbod is op sommige plekken eenzijdig en sluit niet altijd aan bij de behoeften van inwoners. Daarom maken we een inventarisatie op basis waarvan we aanpassingen kunnen doen. We weten dat het belangrijk is dat plekken toegankelijk, mooi en goed onderhouden zijn. Wanneer ze goed zichtbaar zijn, centraal in de wijk liggen en onderdeel zijn van de wijkinfrastructuur, zorgt dat voor veiligheid en vindbaarheid. Hierdoor gaan mensen de plekken ook daadwerkelijk gebruiken. We geven prioriteit aan buurten waar de sport- en beweegdeelname achterblijft.
“We hebben een appgroep waarin we afspreken hoe laat en waar we gaan basketballen. Je kunt daarbij aansluiten wanneer je wilt en iedereen is welkom.” Ruimte voor urban sports Urban sports worden steeds populairder, vooral onder jongeren. Het zijn sporten die zich met name afspelen in een stedelijke omgeving. Freerunning, 3x3 basketbal, skaten en calisthenics zijn hier goede voorbeelden van. Urban sports krijgen meer ruimte en zichtbaarheid. We hebben aandacht voor deze sporten bij de inrichting van de openbare ruimte. De komende periode verkennen we de mogelijkheden voor realisatie van (overdekte) accommodaties voor urban sports.
Beleidsnota Sport en Bewegen december 2024 | 39
De grens tussen sport en cultuur vervaagt. Urban Sports en Street Culture in brede zin zijn nauw met elkaar verbonden. Op steeds meer plekken in de stad ontstaan initiatieven waarbij urban sports gecombineerd worden met vormen van cultuur. Hiphop, streetdance en breakdance zijn hier goede voorbeelden van. Samen met de communities in de stad versterken we deze verbindingen en benutten de kansen om samen aantrekkelijke plekken in te richten.
40
4.3.3 Benutten van brede waarde van sportaccommodaties voor stad, wijk en buurt
Onze sportaccommodaties zijn de thuisbasis voor sport- en beweegaanbieders in de stad. Zij organiseren daar wedstrijden, trainingen en andere activiteiten en soms ook sociale activiteiten voor niet-leden. Wij denken dat onze sportaccommodaties een nog grotere maatschappelijke waarde kunnen hebben. We hebben hiervoor de kansen in beeld gebracht. Om die op een goede manier te kunnen benutten, zijn extra middelen nodig, bijvoorbeeld voor extra onderhoud, inzet van extra beheerders en veiligheidsmaatregelen. Wanneer extra middelen beschikbaar komen, kunnen we deze potentie alsnog benutten. Sportparken als centrale plekken voor sport, beweging en ontmoeting We willen sportparken gebruiken als plekken waar Utrechters samenkomen om te sporten, te bewegen en elkaar te ontmoeten, ook als zij geen lid zijn van een vereniging. Daarom hebben we de ambitie om op verschillende plekken in de stad sportparken open te stellen voor breder gebruik. Dit doen we op basis van de lokale behoeften en mogelijkheden en altijd in afstemming met de vaste gebruikers van de sportparken. Dat kan bijvoorbeeld door clubhuizen meer te benutten voor ontmoeting en buurtactiviteiten, velden beschikbaar te stellen voor de buurt, doorgaande (hardloop)routes aan te leggen op sportparken en door openbare sport- en beweeginrichting toe te voegen zoals een calisthenicspark, een pannaveld of een 3x3 basketbalveld.
Sportparken en openbare ruimte gaan dan naadloos in elkaar over, en zo versterken we de connectie tussen ongebonden sporters en sport verenigingen. Goede bereikbaarheid, veiligheid en toegankelijkheid van sportvoorzieningen in de stad zijn hierbij belangrijk. Gezien de huidige (financiële) situatie gaan we de komende tijd niet actief bestaande sportparken openstellen. Bij herontwikkeling van sportparken of realisatie van nieuwe sportparken nemen we dit als uitgangspunt mee in de planvorming. Op de sportparken Maarschalkerweerd-Noord en Zuilense Vecht zetten we hierin al de eerste stappen, onder andere door de realisatie van een openbaar toegankelijk beweeglint op sportpark Zuilense Vecht. Het breder gebruiken van sportparken past niet altijd in bestemmingsplannen, dus bij het actualiseren daarvan verkennen we de mogelijkheden om de bredere buurtfunctie te vergroten. Maatschappelijke hotspots We zetten in op breder gebruik van sportparken door onze maatschappelijke partners. We bieden professionele ondersteuning op sportparken, omdat we de vrijwilligers niet te veel willen belasten. Dit doen we in (de omgeving van) kwetsbare buurten die potentie hebben om bij te dragen aan de maatschappelijke uitdagingen in de buurt. Hiermee vergroten we ook de vitaliteit van de sport- en beweegaanbieders op die sportparken.
Deze periode starten we met een pilot op een of meer van de volgende sportparken: Vechtzoom, De Dreef, Zuilense Vecht, Thorbeckelaan en Papendorp. Als blijkt dat de maatschappelijke activiteiten ervoor zorgen dat veldcapaciteit onder druk komt te staan, dan nemen we dit mee in de prioritering voor het omzetten van natuurgrasvelden naar kunstgras. Het afwegingskader kunstgras biedt de ruimte voor ongelijk investeren voor gelijke kansen. Reguliere verenigingsactiviteiten zoals trainingen of wedstrijden, onderwijsgebruik en gebruik door buitenschoolse opvang worden niet belemmerd door deze aanvullende programmering en vrij gebruik door buurtbewoners. Zo blijven verenigingen vitaal en draagt breder maatschappelijk gebruik van onze sportaccommodaties bij aan onze ambitie alle Utrechters een leven lang te laten sporten en bewegen.
Beleidsnota Sport en Bewegen december 2024 | 41
We zien kansen om sportparken beter te benutten voor activiteiten van onze maatschappelijke partners in de wijk, zoals SportUtrecht, het jongerenwerk, sociale makelaars & beheerders en de buurtteams. Veel van deze activiteiten vinden plaats op momenten dat sportaccommodaties niet of minder gebruikt worden. Om te stimuleren dat de partners vaker gebruik maken van sportaccommodaties, overwegen we die op onderbezette momenten tegen een maatschappelijk 0-tarief aan te bieden. Wanneer we de beschikking hebben over extra middelen, beginnen we hiermee bij buitensportaccommodaties in de (omgeving van) kwetsbare buurten, in afstemming met de betrokken sportverenigingen. Daarna kijken we op basis van ervaringen of er kansen liggen voor uitbreiding naar de rest van de stad en onze binnensportaccommodaties. In dat geval verkennen we met onze sociale partners hoe we dit voor partijen en inwoners laagdrempelig kunnen maken en houden. We vinden het belangrijk dat deze activiteiten elkaar versterken en maatschappelijke meerwaarde hebben voor de wijk.
Belangrijkste inzet voor de komende jaren uitgelicht: • Uitbreiding sport- en beweegvoorzieningen conform het programma zoals opgenomen in het MPR; • Optimaal benutten van de beschikbare ruimte door te sturen op efficiënt gebruik van sportaccommodaties op zoveel mogelijk momenten in de week én het delen van ruimte waar nodig; • Verdeling zwembadwatercapaciteit en personeel door voorrang te geven aan diplomazwemmen voor kinderen en verenigingsactiviteiten; • Zelfbeheer binnen sportaccommodaties; • Een stedelijke planning voor sportaccommodaties; • Het uitplaatsen van bepaalde sporten met een regionale functie; • Beweegvriendelijk en sportief inrichten van openbare ruimte; • Urban sports en waar mogelijk in combinatie met street culture; • Sportparken benutten als centrale plek in de buurt/ wijk bij de herontwikkeling en bouw van sportparken; • Een pilot voor professionele ondersteuning op een of meer van de sportparken Vechtzoom, De Dreef, Zuilense Vecht, Thorbeckelaan en Papendorp om de maatschappelijke waarde van de sportparken te vergroten en de vitaliteit van de sport- en beweegaanbieders daar te vergroten.
Als er meer middelen beschikbaar zijn en/of komen, zetten we ook in op: • Aanvullende programmering bij zwembaden; • Extra uitbreiding sport- en beweegaccommodaties bovenop de huidige programmering in MPR, in eerste instantie de uitbreiding van veldcapaciteit bij Maarschalkerweerd-Noord en Nieuw-Welgelegen; • Brede openstelling van bestaande sportparken als centrale plek in de buurt/ wijk; • Maatschappelijk 0-tarief; • Uitbreiding van professionele ondersteuning op meer sportparken om de maatschappelijk waarde van sportparken te vergroten en de vitaliteit van de sport- en beweegaanbieders daar te vergroten.
42
Beleidsnota Sport en Bewegen december 2024 | 43
C
44
Monitoren, sturen en verantwoorden
1. Indicatoren In dit hoofdstuk omschrijven we de indicatoren, risico’s, financiën en de verantwoording over de nota. In deze paragraaf staat centraal hoe we zicht houden op de voortgang van het beleid en dus hoe we de monitoring gaan vormgeven. We monitoren zodat we op basis van data en informatie tussentijds kunnen bijsturen en verantwoording kunnen afleggen over onze activiteiten en de behaalde resultaten. We werken volgens het Utrechts Sturingsmodel. De ambitie om voor alle Utrechters een leven lang sporten en bewegen mogelijk te maken is een complexe opgave en raakt aan verschillende andere thema’s, zoals gezondheid, inclusie en ruimte. We werken daarom samen met andere beleidsafdelingen en partners in de stad. We volgen hoe het gaat door verschillende bronnen van informatie te combineren. Gedeelde waarden zijn het startpunt
Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd
OPGAVE Leren en verbeteren via interactie en dialoog
Data en informatie brengt de beweging in kaart
Naast het volgen van indicatoren, benutten we informatie uit literatuuronderzoek. Daarnaast benutten we andere bronnen, zoals gesprekken met de stad, om gezamenlijk de beweging in kaart te brengen, te duiden en waar nodig bij te sturen. We monitoren op hoofdlijnen de effecten van het beleid. In het uitvoeringsprogramma zoomen we verder in, kijken we hoe verschillende groepen zich ontwikkelen en monitoren we prestatie-indicatoren. Onderdeel van het uitvoerings programma is dat we streefwaarden voor de effectindicatoren van deze nota formuleren. Om de voortgang van de doelstellingen te monitoren, maken we zoveel mogelijk gebruik van de beschikbare data en informatie. Sommige indicatoren zijn echter nieuw en hebben nog geen resultaat uit het verleden. Daar waar het wel het geval is, staat de uitkomst van de meest recente meting bij de indicator. De komende periode zullen we de precieze invulling van monitoring verder uitwerken en bepalen hoe we hierover rapporteren en communiceren. We werken toe naar een periodiek vierjaarlijks sport- en beweegdeelname-onderzoek, waarin meer ruimte is om verdieping te zoeken en de verschillende facetten van sport en bewegen in kaart te brengen en te volgen. Dit onderzoek combineren we met een vierjaarlijks onderzoek naar ruimte voor sport.
Deze resultaten duiden we met sporten beweegaanbieders, de sociale basis partners en andere partijen in de stad. Om de enquêtedruk onder inwoners te beperken, sluiten we zoveel mogelijk aan bij bestaande onderzoeken. Zo wordt de huidige Inwonersenquête op een aantal vragen aangepast.
Beleidsnota Sport en Bewegen december 2024 | 45
Indicatoren Hoofddoelstellingen
Effectindicator (bron)
0-meting (jaartal)
Vervolgmeting
Begroting ja/nee
Sportdeelname onder het jongste kind (0-4 jaar)1
-
-
nee
% kinderen dat tenminste 1 keer per week sport bij een sportvereniging of bij een naschoolse sport- of beweeg activiteit in de buurt of op school (Jeugdmonitor Utrecht)2
87% (2023)
Najaar 2025, tweejaarlijks
ja
% jongeren dat minimaal één keer per week sport bij een sportclub, vereniging of sportschool (Gezondheidsmonitor Jeugd)3
80% (2023)
Najaar 2025, tweejaarlijks
ja
% inwoners (18+) dat ten minste een keer per week sport (Gezondheids monitor Volwassenen en Ouderen)4
67% (2022)
Najaar 2024, tweejaarlijks
nee
% ouderen (65+) dat tenminste een keer per week sport (Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen)5
39% (2022)
Najaar 2024, tweejaarlijks
nee
Lichamelijke activiteit en het zitgedrag bij 0- tot en met 4-jarigen (naar het beweeg advies van de Gezondheidsraad)7
-
-
nee
% kinderen dat minimaal een uur per dag beweegt (Jeugdmonitor Utrecht)2
85% (2023)
Najaar 2025, tweejaarlijks
ja
% jongeren dat minimaal een uur per dag beweegt op vijf of meer dagen per week (Gezondheidsmonitor Jeugd)3
48% (2023)
Najaar 2025, tweejaarlijks
ja
Wekelijks sporten 1. In 2032 sporten en bewegen meer Utrechters waarbij we vooral aandacht hebben voor groepen die hierin achterblijven.
Voldoen aan beweegrichtlijn6
1
Wordt uitgewerkt in een kwalitatieve meting in samenwerking met Volksgezondheid.
2
Dit betreft een meting onder kinderen van groep 7 en 8 van de basisschool.
3
Dit betreft een meting onder jongeren van klas 2 en 4 van de middelbare school.
4
Dit betreft inwoners van 18 jaar en ouder (inclusief ouderen 65+). De groep ouderen wordt ook apart gepresenteerd.
5 De beweegrichtlijn is anders voor de verschillende leeftijdsgroepen. Zie Beweegrichtlijnen 2017 | Advies | Gezondheidsraad en Beweegadvies voor kinderen van nul tot en met vier jaar | Preventie | Gezondheidsraad. 6
Wordt uitgewerkt in samenwerking met Volksgezondheid.
7 Deze indicatoren worden op dit moment nog niet gemeten. Er is dus geen resultaat uit het verleden bekend. We werken een plan uit om deze informatie zoveel mogelijk op te halen uit bestaande onderzoeken.
46
Hoofddoelstellingen
Effectindicator (bron)
0-meting (jaartal)
Vervolgmeting
Begroting ja/nee
% inwoners (18+) dat voldoet aan de beweegnorm (Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen)4
56% (2022)
Najaar 2024, tweejaarlijks
nee
% ouderen (65+) dat voldoet aan de beweegnorm (Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen)4
40% (2022)
Najaar 2024, tweejaarlijks
nee
% kinderen met een zwemdiploma (Jeugdmonitor Utrecht)2
96% (2023)
Najaar 2025, tweejaarlijks
nee
% kinderen met zwemdiploma a, b en c (Jeugdmonitor Utrecht)2
46% (2023)
Najaar 2025, tweejaarlijks
nee
Tevredenheid over sport- en beweegaanbod in de stad (activiteiten)7
-
-
ja
Vitaliteit van sport – en beweeg aanbieders in de stad8
-
-
nee
Tevredenheid sportaccommodaties7
-
-
ja
Tevredenheid sport- en beweeg voorzieningen in de openbare ruimte7
-
-
ja
Bezettingsgraad gemeentelijke9 sportaccommodaties
-
-
nee
Toegankelijkheid sportaccomodaties7
-
-
nee
Zwemdiploma
2. In 2032 heeft Utrecht een vitaal en passend sport- en beweegaanbod.
3. In 2032 sluiten onze sport- en beweegvoor zieningen aan bij de groei van de stad en de behoeften van Utrechters.
8 Wordt uitgewerkt in samenwerking met SportUtrecht, die een vitaliteitsscan houdt onder sportverenigingen. 9 Er zijn cijfers beschikbaar over bezettingsgraden en bezoekersaantallen van met name binnensportaccommodaties en zwembaden. Deze geven wel een beeld van in hoeverre deze gereserveerd zijn door gebruikers, maar niet hoe intensief de sportaccommodaties daadwerkelijk gebruikt worden. We benutten de komende periode daarom om te kijken of we deze cijfers kunnen concretiseren.
Beleidsnota Sport en Bewegen december 2024 | 47
2. Risico’s In deze paragraaf omschrijven we de belangrijkste risico’s, belemmeringen en aandachtspunten. Hierbij geven we ook aan welke maatregelen we nemen. Risico-omschrijving
Toelichting
Maatregelen
Utrechters sporten en bewegen minder door een tekort aan sportvoorzieningen en/of oplopende wachtlijsten.
De groeiende stad leidt tot druk op de beschikbare ruimte, midde len en voorzieningen. We zijn afhankelijk van andere ruimtelijke ontwikkelingen in de stad en de beschikbaarheid van financiële middelen. Soms zijn we ook afhankelijk van private partijen of ze mee willen werken aan uitbrei ding van sportvoorzieningen of die capaciteit beschikbaar stellen aan sport- en beweegaanbieders en scholen. Het risico bestaat dat zij daarmee stoppen, waardoor de druk op ruimte voor sport en bewegen toeneemt. Er zullen integrale afwegingen gemaakt moeten worden waar ruimte en middelen aan worden besteed. We hebben nu al een tekort aan sportvoorzieningen. Het risico is dat dit tekort alleen maar verder toeneemt. Ook de financiële mogelijkheden zijn beperkt. Voor de benodigde uitbreiding is nu nog niet alle financiële dekking geregeld. Als we die in deze beleidsperiode niet vinden, kunnen we niet voldoende uitbreiden. Deze risico’s gelden ook voor sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte en ruimte voor commerciële sport- en beweegaanbieders. Dit zal ertoe leiden dat wachtlijsten verder oplopen en mogelijk inwoners afhaken, dus minder sporten en bewegen.
We monitoren de behoefte aan sportvoorzieningen iedere vier jaar en stellen op basis daarvan een stedelijke programmering op voor benodigde sportaccommodaties in de stad. Onderdeel daarvan is dat we blijven kijken naar mogelijke uitbreidingslocaties voor sport voorzieningen en dat we kaders opstellen op basis waarvan we de beschikbare middelen inzetten. Ook verwerving van grond of private accommodaties zijn hierbij mogelijkheden. Omdat het groei kader onvoldoende financiële ruimte biedt kijken we ook naar andere financieringsbronnen, waaronder Rijkssubsidies. Ook kijken we naar de mogelijkheden om bij gebiedsontwikkelingen eenmalige inpassingskosten voor sportvoorzieningen op te nemen in de GREX. We zetten daarnaast in op efficiënt, multifunctioneel en medegebruik van bestaande voorzieningen. De mogelijk hogere kosten daarvan nemen we mee in de stedelijke planning. Op basis van deze planning doen we voorstellen binnen de systematiek van de P&C cyclus.
48
Risico-omschrijving
Toelichting
Maatregelen
Utrechters gaan niet meer sporten en bewegen omdat ons beleid minder invloed heeft dan verondersteld.
Sport- en beweegdeelname is voor een groot deel afhankelijk van de uitdagingen in het leven van Utrechters. Vanuit sport- en beweegbeleid hebben we daar beperkt invloed op. Op specifiek het onderdeel bewegen is de invloed nog kleiner, omdat dit veel verder gaat dan alleen sportief bewegen. Denk aan tuinieren, woon- werkverkeer, stofzuigen, traplopen, etc.
Samen met onze partners in de buurt, zoals SportUtrecht, sociale basispartners, onderwijs, huisart sen, etc., blijven we drempels, uitdagingen en behoeften in beeld brengen en ontwikkelen op basis daarvan passend sport- en beweegaanbod, zodat zoveel mogelijk mensen de kans wordt gegeven om mee te doen.
We hebben niet voldoende capa citeit en middelen om intensief in te zetten op alle doelgroepen en op alle sport- en beweegaanbieders in de stad die dit nodig hebben.
We monitoren welke groepen inwoners een achterstand in sporten beweegdeelname hebben en passen onze inzet en keuzes aan, op het moment dat middelen beschikbaar komen.
De groep Utrechters die achterblijft in sport- en beweegdeelname wordt groter en/of de vitaliteit van sport- en beweegaanbieders gaat achteruit.
Sport en bewegen heeft een pre ventieve werking voor alle inwoners van de stad en kan zorgkosten op termijn verlagen. We kunnen daar alleen in de breedte op inzetten wanneer daarvoor voldoende middelen beschikbaar zijn. We moeten keuzes maken en onze beperkte middelen nog gerichter inzetten. Dit leidt ertoe dat we niet alle groepen in de stad kunnen bedienen. Voor aanbieders geldt dat we niet alleen inzetten op sportverenigingen, maar ook op communities en commerciële aan bieders. We prioriteren op proactie ve ondersteuning van SportUtrecht bij aanbieders die de gekozen doelgroepen bereiken. Het risico is dat sommige aanbieders daardoor minder ondersteuning krijgen en hun vitaliteit mogelijk achteruit gaat.
We kijken waar we de synergie tussen sportief bewegen en functioneel bewegen kunnen vergroten.
We zetten op operationeel en stra tegisch niveau in om sport en bewegen in te zetten voor maat schappelijke vraagstukken en binnen de zorg. We kijken hierbij ook naar de kansen die er liggen in de hervormingen binnen het sociaal domein en in de samen werking met zorgpartijen om zorgmiddelen in te zetten voor preventie.
Beleidsnota Sport en Bewegen december 2024 | 49
Risico-omschrijving
Toelichting
Maatregelen
We kunnen minder inzetten op sport en bewegen in de stad als rijksbijdrage (deels) wegvalt.
Een deel van ons huidige sportprogramma wordt al lange tijd gecompenseerd vanuit Rijks middelen, waaronder de inzet van buurtsportcoaches, het Sportakkoord en de SPUK stimulering sport (BTWcompensatie). Wanneer deze middelen wegvallen, heeft dit gevolgen voor de inzet van SportUtrecht in de stad en voor de huidige programmering in onze accommodaties en zwembaden.
Lobby met andere gemeenten, VSG en VNG richting het Rijk.
Minder Utrechters sporten en bewegen omdat het voor hen te duur wordt.
Stijgende alledaagse prijzen en kosten zorgen er mogelijk voor dat mensen niet meer deel kunnen nemen aan sport- en beweegacti viteiten bij sport- en beweeg aanbieders, waardoor sport- en beweegdeelname in de stad terugloopt, vooral bij mensen met een laag inkomen of midden inkomen. Onze geplande tariefsverhoging voor gemeentelijke sportaccommodaties beïnvloedt de betaalbaarheid van sport en bewegen. Als hierdoor onze accommodaties minder gehuurd worden, leidt dit tot minder beschikbare middelen om te werken aan het sportlandschap. Voorlopig is het voornemen van het huidige kabinet om de BTW op sport- en beweegactiviteiten te verhogen van de baan, maar een zekere mate van onzekerheid op dit onderwerp blijft.
We nemen verschillende maatre gelen om de betaalbaarheid voor mensen met een laag inkomen te vergroten (zie hoofdstuk 4.1.2). Via SportUtrecht, DOCK, JoU en andere initiatieven in de stad bieden we inwoners van kwetsbare buurten mogelijkheden om deel te nemen aan laagdrempelig sporten beweegaanbod.
Geplande accommodaties kunnen niet gerealiseerd worden omdat ze niet aangesloten kunnen worden op het stroomnet.
Netcongestie is landelijk en voor Utrecht een groot probleem. Sportaccommodaties kenmerken zich door veel verbruik van stroom waarvoor nu geen aansluiting wordt verkregen. We sluiten aan bij de gemeentebrede aanpak om netcongestie op te lossen. We vragen daarbij aandacht om tijdelijk gebruik te kunnen maken van andere energieaansluitingen om de noodzakelijke uitbreiding van sportaccommodaties mogelijk te maken.
Sportaccommodaties kunnen niet gerealiseerd worden vanwege netcongestie
50
Voor de verzachting van de tariefs verhoging bij gemeentelijke sport accommodaties voor kwetsbare doelgroepen is €5 mln. beschikbaar gesteld. Uitwerking over de besteding hiervan zal in de periode tot 2027 plaatsvinden.
Risico-omschrijving
Toelichting
Maatregelen
Vitaliteit van sport- en beweegaanbieders komt onder druk door gebrek aan voldoende kader.
Mede door toenemende regeldruk en een krappe arbeidsmarkt is het moeilijk voor sport- en beweegaanbieders om voldoende gekwalificeerd kader te vinden en te behouden. Het gaat hier bijvoorbeeld om voldoende bestuurders, vrijwilligers en trainers. Dit heeft mogelijk nadelige gevolgen voor het sporten beweegaanbod in de stad. Dit leidt mogelijk tot een lagere sport- en beweegdeelname.
Met SportUtrecht, sportbonden en andere partners brengen we de omvang van dit risico in beeld en helpen we sport- en beweegaan bieders om kader te vinden en te binden en hoe zij om kunnen gaan met toenemende complexiteit van wet- en regelgeving. Hierbij maken we ook gebruik van opleidings mogelijkheden die bijvoorbeeld sportbonden bieden voor bestuur ders, vrijwilligers en trainers.
Maatschappelijke meerwaarde van sport en bewegen wordt onvoldoende benut.
Vanuit de gemeente vragen we sport- en beweegaanbieders een bijdrage te leveren aan maatschappelijke opgaven, waaronder een positieve sportcultuur. Voor sommige aanbieders kan het gevoel ontstaan dat we hen overvragen. Als zij daardoor afhaken, behalen we onze doelstellingen niet.
We nemen deze onderwerpen mee in reguliere ondersteunings trajecten, zodat we sport- en beweegaanbieders zo min mogelijk extra belasten. We verkennen daar naast professionele ondersteuning op sportparken in de (omgeving van) kwetsbare buurten die potentie hebben om bij te dragen aan de maatschappelijke uitdagingen in de buurt.
Beleidsnota Sport en Bewegen december 2024 | 51
3. Financiën 3.1 Budgetten De meerjarenbegroting voor het programma sport bestaat uit drie programmadoelstellingen. In onderstaande tabel maken we per programmadoelstelling onderscheid in het budget dat meerjarig benodigd is voor de uitvoering van deze beleidsnota, het deel van het budget waar al dekking voor is binnen de bestaande programmabegroting en de inkomsten die de gemeente Utrecht de komende jaren verwacht te genereren van derden. Bij de totstandkoming van de nota en de opbouw van de begroting is uitgegaan van bestaande (krappe) financiële kaders. Hierbinnen zijn beleidskeuzes gemaakt en is aangegeven welk aanvullend beleid niet mogelijk is vanwege de onzekerheid van aanvullende financiële middelen. De nota biedt de ruimte om meer te kunnen doen als daar financiering voor is. We zetten pas in op de onderdelen waarvoor nu niet gekozen is, wanneer daar extra middelen voor beschikbaar zijn. Het merendeel van de kosten wordt gedekt binnen het programma sport. Investeringen in sport- en beweeginrichting in de openbare ruimte worden gedaan vanuit het deelprogramma sport, spelen en bewegen in de openbare ruimte onder de hoofddoelstelling van een Levendige en Gezonde stad. De hiervoor beschikbare budgetten vallen onder het beleids programma aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed. Programma : ‘Sport en bewegen, de basis voor een gezond Utrecht!’
Bedragen in euro’s (*1.000). Bedragen zijn inclusief inkomsten SPUKS en afgerond op 10.000 2025
2026
2027
2028
Structureel
Doelstelling 1: In 2032 sporten en bewegen meer Utrechters waarbij we vooral aandacht hebben voor groepen die hierin achterblijven
4.340
4.440
4.440
4.440
4.440
Doelstelling 2: heeft Utrecht een vitaal en passend sport- en beweegaanbod
1.610
1.510
1.510
1.510
1.510
Doelstelling 3: In 2032 sluiten onze sport- en beweegvoorzieningen aan bij de groei van de stad en de behoeften van Utrechters
46.080
42.090
45.560
43.730
43.730
1-2 Mln.
PM
PM
PM
48.040
51.510
49.680
49.680
Doelstelling 3: Niet verwerkt potentieel tekort A - Totaal benodigd budget
52
52.030
Reeds in begroting gedekt
Bedragen in euro’s (*1.000). Bedragen zijn indicatief en afgerond op 1.000 2025
2026
2027
2028
Structureel
Doelstelling 1: In 2032 sporten en bewegen meer Utrechters waarbij we vooral aandacht hebben voor groepen die hierin achterblijven.
3.210
3.310
3.310
3.310
3.310
Doelstelling 2: In 2032 heeft Utrecht een vitaal en passend sport- en beweegaanbod
1.100
1.100
1.100
1.100
1.100
Doelstelling 3: In 2032 sluiten onze sport- en beweegvoorzieningen aan bij de groei van de stad en de behoeften van Utrechters
30.820
26.830
29.220
27.390
27.390
B - Reeds in begroting gedekt
35.130
31.240
33.630
31.800
31.800
Bijdragen van derden
Bedragen in euro’s (*1.000). Bedragen zijn indicatief en afgerond op 1.000 2025
2026
2027
2028
Structureel
SPUK Regelingen
3.250
3.150
3.150
3.150
3.150
Inkomsten gebruikers
13.650
13.650
14.730
14.730
14.730
C - Bijdragen van derden
16.900
16.800
17.880
17.880
17.880
2025
2026
2027
2028
Structureel
0
0
0
0
0
Resultaat: A-(B+C)
Resultaat: A-(B+C)
3.2 Context, duiding en kansen We ontwikkelen deze nota Sport en bewegen op een moment dat de gemeentelijke begroting zich in financieel zwaar weer bevindt. We zien dat de financiële positie van de gemeente continu onze aandacht vraagt en dat op het gebied van sport en bewegen de effecten hiervan voelbaar zijn. Zo is bij de Voorjaarsnota 2024 de geplande sporthal in Vleuten geschrapt en is de realisatie van extra veldcapaciteit Maarschalkerweerd-Noord voorlopig uitgesteld. Ook is de realisatie van het nieuwe zwembad Máximapark uitgesteld. Daarnaast gaan tarieven voor gemeentelijke sportaccommodaties en OZB omhoog vanaf 2027.
Beleidsnota Sport en Bewegen december 2024 | 53
Sport- en beweegstimulering en de ondersteuning van sport- en beweegaanbieders Voor sport- en beweegstimulering en de ondersteuning van sport- en beweegaanbieders zien we dat ons budget niet meegroeit met de groei van de stad. Naar verwachting komen er in de periode t/m 2032 45.000 inwoners bij. In 2026 loopt ons budget terug doordat we in totaal € 96.000 minder vanuit het Rijk ontvangen voor het Sportakkoord en de brede regeling combinatiefuncties. Hoewel daarvoor in de Rijksbegroting structureel middelen zijn opgenomen, hebben we formeel nog geen uitsluitsel over de hoogte van de bijdrage. Het nieuwe kabinet heeft besloten om 10% te bezuinigen op de brede SPUK sport vanaf 2026. Wat dit precies betekent voor de bijdrage vanuit het Rijk is nu nog niet duidelijk. De nu opgenomen bijdragen vanuit het Rijk voor de periode na 2026 kan als gevolg daarvan nog veranderen. Ook is bij de Voorjaarsnota 2024 besloten € 20.000 - € 40.000 te bezuinigen op de bijdrage aan SportUtrecht ten gunste van de Verkeerstuin. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat we scherpe keuzes moeten maken. We zien kansen om meer doelgroepen te bereiken die een achterstand hebben in sporten beweegdeelname en om breder in te zetten op de preventieve waarde en gemeenschaps kracht van sport en bewegen.
Maar het is wel nodig hiervoor aanvullende middelen beschikbaar te stellen, bijvoorbeeld vanuit andere beleidsdomeinen, het Rijk, zorgverzekeraars, publiek-private samenwerking en fondsen. Hierop zetten we strategisch in, maar zolang we geen extra middelen hebben, is bredere inzet niet mogelijk. Beheer en exploitatie gemeentelijke sportvoorzieningen We zien dat exploitatie en beheer van onze sportvoorzieningen de laatste jaren onder druk staat als gevolg van onder meer de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne. Dit heeft onder meer geleid tot lagere bezoekersaantallen bij onze zwembaden en hogere energie kosten. Daarnaast hebben we, mede door een hoog ziekteverzuim, hoge inhuurkosten. Met de sturing op een lager gemeentebreed inhuurplafond kan het zijn dat er beheers maatregelen genomen moeten worden ten aanzien van programmering. Vanaf 2026 valt er € 2,6 mln. incidenteel energiebudget weg. Bij de Voorjaarsnota 2024 is besloten tot een taakstelling van € 1 mln. in het kader van de Utrechtse Bezuinigingsalternatieven (UBA), waaronder een tariefsverhoging voor de gemeentelijke sportaccommodaties per 2027. Hierbij is € 5 mln. beschikbaar gesteld om de tariefsverhoging te verzachten voor kwetsbare doelgroepen, de uitwerking hiervan moet nog plaatsvinden. De tariefsverhoging is een risico ten aanzien van de inkomsten.
Op basis van de realisatie in 2024 en hierboven genoemde financiële ontwikkelingen, voorzien we per 2026 mogelijk een tekort van € 1 á 2 mln. om de gewenste programmering en exploitatie te draaien. Dit is nog afhankelijk van verschillende factoren, waaronder energieprijzen, toekomst van SPUK BTW compensatie (niet beïnvloedbaar), of bijvoorbeeld opbrengsten via de zwembaden (beïnvloedbaar). Vanwege dit dreigende financiële tekort kiezen we er nu voor om slechts minimaal in te zetten op een aantal kansrijke maatregelen om de bredere maatschappelijke waarde van sportaccommodaties te benutten. Wanneer de situatie de komende jaren verbetert, kunnen we deze potentie alsnog sterker benutten. Het is nodig om nader onderzoek te verrichten naar dit mogelijke financiële tekort en vervolgens beheersmaatregelen in gang te zetten om dit af te wenden. We werken toe naar voorstellen hiervoor die we inbrengen bij de Voorjaarsnota 2026 indien in gang gezette maatregelen niet leiden tot het gewenste effect.
54
Groot onderhoud, vervanging en uitbreiding gemeentelijke sportaccommodaties Er is een schaarste aan ruimte en middelen in de stad. Dit geldt ook voor sport- en beweegaccommodaties. In het MPR is programmering van de uitbreiding van sporten beweegaccommodaties voor uitbreiding opgenomen. Uitbreiding met sportvelden is slechts beperkt mogelijk, omdat er nauwelijks locaties beschikbaar zijn. De locaties die gevonden zijn, zijn vaak alleen mogelijk door verplaatsingen, verwervingen en aanpassingen op het gebied van bijvoorbeeld infrastructuur, groen en inrichting van het gebied. De dekking voor deze inpassingskosten was eerder niet voorzien en zorgt nu voor veel druk op het beschikbare budget in het MPR. Ook worden door het ontbreken van middelen uitbreidingen uitgesteld of geschrapt. Zo is de bouw van Sporthal Vleuten komen te vervallen en zijn investeringen uitgesteld voor zwembad Máximapark en de aanleg van sportvelden in Maarschalkerweerd Noord. De financieringssystematiek voor het MPR gaat uit van een zoektocht naar ruimte en uitbreidingsplannen voor de langere termijn als basis voor realistische financieringsaanvragen voor de toekomst. Dit betekent dat we in de komende beleidsperiode strategisch inzetten op het vinden van ruimte en het in beeld brengen welke investeringen op termijn nodig zijn, inclusief de prioritering hiervan.
Bij het zoeken naar ruimte zetten we ook strategisch in op ruimte voor niet-gemeentelijke sport- en beweegaccommodaties. Vanaf 2026 wordt binnen het MPR een (verlaagd) investeringsplafond gehanteerd. We onder zoeken wat dit betekent voor mogelijke investeringen in sport- en beweegaccommodaties. Voor gepland groot onderhoud en vervanging van bestaande sport- en beweegacco mmodaties geldt dat daarvoor binnen de begroting voldoende middelen zijn opgenomen tot en met 2032. Met de huidige inzichten zijn er net voldoende middelen om zwembad Den Hommel in 2032 te vervangen. Indien zich bij het onderhoud en vervanging van bestaande accommodaties tegenvallers voordoen (prijsstijgingen in de markt, oplossingen voor netcongestie, hoge gemeentelijke ambities) kunnen die middelen ook ontoereikend worden. Op langere termijn zien we sowieso uitdagingen voor de renovatie van zwembad De Kwakel in 2036, omdat hiervoor op dit moment onvoldoende vervangingsmiddelen beschikbaar zijn. De benodigde dekking voor deze renovatie wordt aankomende jaren verder uitgewerkt. Sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte Ook voor het realiseren van sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte zoeken we ruimte. Hier werken we aan binnen de brede aanpak sporten, spelen en bewegen in de openbare ruimte.
Hiervoor is structureel budget beschikbaar binnen het beleidsprogramma aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed. Uit dit budget worden, naast sport- en beweeginrichting, ook speelplekken gefinancierd. Er is geen vooraf vastgestelde verdeelsleutel bepaald voor investeringen in sportplekken en speelplekken. Dit varieert jaarlijks op basis van prioritering. Afgesproken is dat voor elke investering structureel 15% aan het budget wordt onttrokken voor structureel beheer en onderhoud.
Beleidsnota Sport en Bewegen december 2024 | 55
4. Voortgang en verantwoording We informeren de raad over de voortgang op doelstellingen en indicatoren van de nota in de jaarlijkse programmabegroting en -verantwoording. Hoe we de ambities en doelstellingen uit de nota realiseren werken we in afstemming met de stad uit in vier uitvoeringsprogramma’s, die verschijnen in 2025, 2027, 2029 en 2031. Dit geeft ons de kans de keuzes die we moeten maken te prioriteren en te plannen en om tussentijds bij te sturen waar nodig. Hierdoor is het mogelijk om regelmatig en wendbaar in te spelen op trends, ontwikkelingen, kennis en innovaties die een bijdrage leveren aan onze ambitie en doelstellingen. De raad ontvangt tweejaarlijks een uitgebreide voortgangsrapportage over de uitvoeringsprogramma’s.
56
Beleidsnota Sport en Bewegen december 2024 | 57
D
58
Bijlagen
Samenwerkingsverslag Doel Gezond stedelijke leven voor iedereen begint bij ons beleid. Om dat voor elkaar te krijgen, is de samenwerking met Utrechters en partners in de stad essentieel. Om in beeld te brengen wat diverse partijen in Utrecht nodig vinden voor het sport- en beweegbeleid de komende jaren is er gekozen voor de samenwerkingsvorm Peilen. Zo hebben we de inwoners (online), de Utrechtse sportwereld, partners in de stad zoals het onderwijs, sociale basis partners en belangenorganisaties de gelegenheid gegeven om hun behoeften/wensen, kansen en risico’s/zorgen met ons te delen voor de totstandkoming van de nota. De resultaten van deze brede peiling en de verwerking hiervan in de nota staan omschreven bij het kopje opbrengsten. Aanpak Fase 1 Peilen
Fase 2 Gezamenlijk ambitie bepalen
Fase 3 Keuzes maken
Fase 4 Terugkoppeling
Periode
april juli 2024
juli augustus 2024
september oktober 2024
november 2024
Doel
In beeld brengen van • Wat de behoeften en ervaren drempels zijn om te sporten en bewegen. • Kansen en risico’s om zoveel mogelijk Utrechters te laten te sporten en bewegen. • Trends en ontwikkelingen.
Op basis van trends en ontwikkelingen én de uitkomsten van fase 1 zijn de ambitie, doelstellingen, doelgroepen en andere keuzes in beeld gebracht. Deze zijn verwerkt in een concepttekst. De tekst en keuzes zijn getoetst en aangescherpt n.a.v. afstemming met de participanten en collega’s van andere beleidsvelden.
We hebben keuzes gemaakt die zoveel tegemoetkomen aan de doelstellingen en die passen binnen het actuele financiële beeld van de gemeente.
In de laatste fase hebben we alle participanten geïnformeerd over de gemaakte keuzes.
Aanpak
• Klankbordgroep • Fysieke bijeenkomst samengesteld. op 29 augustus. • Een op een • Schriftelijke gesprekken en reactiemogelijkheid schriftelijke input via de mail. vanuit diverse partijen waaronder de Utrechtse sportwereld, partners in de stad en belangenorganisaties. • Digitale peiling onder inwoners via DenkMee.
Op basis van alle inzichten en belangen vanuit de eerste twee fasen zijn binnen de gemeente keuzes gemaakt. Vervolgens zijn deze keuzes getoetst bij vertegen woordiger en belangenbehartiger SportUtrecht. Andere externe participanten zijn niet betrokken geweest.
• Schriftelijk via de mail. Alle daarop ontvangen vragen en reacties zijn persoonlijk beantwoord en toegelicht. • Informatief inloopmoment voor participanten op 12 november. • Informatieavond met Utrechtse sportwereld op 25 november.
Beleidsnota Sport en Bewegen december 2024 | 59
Opbrengsten Wie betrokken?
Opbrengsten
Utrechtse sportwereld We hebben meer dan 700 sport- en beweegaanbieders in de stad. SportUtrecht heeft formeel de rol als belangenbehartiger en vertegenwoordiger van de Utrechtse sportwereld. Om die rol van belangen behartiger goed in te kunnen vullen bestaat het zogenoemd ‘Utrechts Sportcollectief’. Daarin is een groot deel van sportclubs vertegenwoordigd met de vertegenwoordigers van de diverse sport(tak)net werken. Niet vertegenwoordigde clubs zijn van harte welkom. De trekkersgroep van het Utrechts SportCollectief is, namens de verschillende sporttaknetwerken in de stad, zelf ook in gesprek geweest met de gemeente. Altijd in afstemming met SportUtrecht, zodat er steeds vanuit één mond is meegedacht en gepraat vanuit het breed Utrechts sportbelang. Het Utrechts SportCollectief heeft in voorbereiding op dit meedenken in een aantal bijeenkomsten een programma opgesteld waarin ze aangeven wat -sport- en beweegaanbieders de komende jaren nodig hebben. Dit programma is als input meegegeven aan de stellers van de nota én vanuit de inhoud van dit programma heeft de trekkersgroep een paar keer aan tafel gezeten over de conceptnota. Een aantal partijen heeft hiernaast schriftelijk input gegeven waaronder Sportcampus Traiectum, Stibus (schaken) en het Utrechtse netwerk zwemmen.
In de gesprekken met de Utrechtse sportwereld is veel input ontvangen die een plek heeft gekregen in de nota. Deze input is op verschillende niveaus. Van vraagstukken op individueel aanbiedersniveau als voldoende vrijwilligers en regeldruk tot aan brede overkoepelende vraagstukken als zorgen over het gebrek aan ruimte voor sport en bewegen in de stad.
Klankbordgroep Er is een klankbordgroep samengesteld vanuit verschillende organisaties en domeinen die raakvlakken hebben met sport en bewegen. Het doel van deze klankbordgroep was om vanuit diverse perspectieven input te leveren voor de ontwikkeling van de nota en om keuzes en conceptteksten te toetsen. De organisaties: • Mulier instituut • Sterkzorg/ RegiozorgNU • Voetbalclub SVO de Dreef • Netwerk Sleutelpersonen Utrecht • JoU, jongerenwerk • KSU, primair onderwijs • Life goals • SportUtrecht • Sportraad Utrecht: studentensport • DOCK, sociaal makelaars en beheerders
De klankbordgroep gaf aan dat het belangrijk is om duidelijk te formuleren waar we met de nota op inzetten. We kregen de oproep om heldere doelstellingen, doelgroepen en indicatoren te omschrijven én aan te geven wat er verandert ten opzichte van de eerdere situatie. Daar hebben we gehoor aan gegeven. Ze hebben input gegeven op de trends en ontwikkelingen. De deelnemers brachten behoeften en ervaren drempels vanuit diverse perspectieven in én een aantal aandachtspunten werden meegegeven. Meer inzetten op bewegen en meer de preventieve waarde van sport en bewegen te benadrukken zoals gezondheid en samenkomen. Ook kwamen verschillende uitdagingen aan bod, zoals het gebrek aan ruimte voor sport en bewegen en betaalbaarheid. Ook werden kansen benoemd zoals het benutten van de ondernemerschap en gemeenschaps-kracht om meer in te kunnen zetten voor sport en bewegen in Utrecht.