CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht14.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

37 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

Initiatieven buiten de zoek- en focusgebieden Buiten de onderzochte gebieden uit de RSU kunnen nieuwe zoekgebieden voor windmolens en zonnevelden worden aangedragen.

Nieuwe initiatieven buiten zoekgebieden, zonneladder trede 1 en 2

Nieuwe initiatieven voor zonne-energie die onder trede 1 (op daken en gevels) en 2 (onbenutte terreinen in bebouwd gebied) vallen, zijn niet gebonden aan de geselecteerde focus- of zoekgebieden voor zonneenergie in deze beleidsnota. Deze initiatieven worden getoetst aan de daarvoor geldende wet- en regelgeving en indien initiatieven daaraan voldoen, kan ervoor gekozen worden om hieraan medewerking te verlenen. De potentie van deze treden proberen we optimaal te benutten, rekening houdend met financiële en technische beperkingen.

Voorbeeld Reijerscop

Een voorbeeld van een dergelijk initiatief is zon in Reijerscop. Reijerscop is op dit moment alleen een zoekgebied voor windenergie. Dit heeft de gemeenteraad in 2020 besloten (lees hier meer: raadsvoorstel Visie en uitnodigingskader Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop). Zonne-energie zou niet goed te combineren zijn met landbouw. In 2022 is besloten om in Rijnenburg een combinatie van permanente energieopwekking en woningen te ontwikkelen. Grondeigenaren hebben nu ook interesse in de ontwikkeling van zonnevelden in Reijerscop. De gemeente en initiatiefnemers onderzoeken welke mogelijkheden er zijn, en onder welke voorwaarden de ontwikkeling van zonnevelden in Reijerscop mogelijk is. Mocht uit dit onderzoek komen dat zon in Reijerscop kansrijk is, dan besluit de gemeenteraad of het een zoek- of focusgebied kan worden.

Nieuwe initiatieven buiten zoekgebieden, wind en zonnevelden trede 3 en 4

Voor zon is deze beleidsnota van toepassing op zonnevelden groter dan 5 hectare en vallend onder trede 3 (zon op ongebruikte terreinen in landelijk gebied) en 4 (landbouw- en natuurgronden) van de zonneladder. Nieuwe initiatieven voor windmolens en zonnevelden op trede 3 en 4 van de zonneladder kunnen pas aangewezen worden als zoek- of focusgebied als de gemeenteraad hier positief over besluit. Voor initiatieven op trede 4 is ook het akkoord van de provincie nodig.

▲ Voorbeeld van een zonneveld (Bron: Gemeente Utrecht, Thijmen Meijer)

38 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

4

Kaders en voorwaarden

Inleiding We leggen per project (ruimtelijke) kaders en spelregels vast in de omgevingsvergunning. Omdat ieder project anders is, is dit in veel gevallen maatwerk. In deze nota leggen we echter alvast een aantal algemene kaders en voorwaarden vast die gelden voor alle grootschalige opwekprojecten. Voorwaarden participatie

De initiatiefnemer maakt een participatieplan, de gemeente borgt de kwaliteit

Burgerparticipatie is een integraal onderdeel van de Omgevingswet, om burgers en bedrijven vroegtijdig te betrekken bij lokale besluitvorming. De initiatiefnemer is conform de Omgevingswet zelf verantwoordelijk voor de financiële en procesparticipatie. De initiatiefnemer schrijft een plan voor participatie en stemt dit tijdens de initiatieffase af met de gemeente. Tijdens het traject houden de initiatiefnemer en gemeente contact om ervoor te zorgen dat het participatieplan voldoende wordt uitgevoerd. De gemeente toetst dit en kan tussentijds monitoren en sturen op de kwaliteit. Uitgangspunt is dat we inwoners en belangengroepen zo vroeg mogelijk betrekken en dat participatie waar mogelijk kan leiden tot verrijken van plannen. In het participatieplan staat in ieder geval: • Hoe de initiatiefnemer inwoners en belangengroepen betrekt bij de totstandkoming van een windmolen of zonneveld en wat er met de inbreng gedaan wordt; • Hoe de initiatiefnemer komt tot eigendoms- en financiële participatie;

•

Hoe de initiatiefnemer grondeigenaren- en gebruikers in het omliggende gebied betrekt. Denk aan het onderzoeken van grondruil en/of sociale grondvergoedingen.

Voorwaarden financiële participatie De gemeente Utrecht wil ook dat omwonenden mee kunnen profiteren van de duurzame energie, die de windmolens en zonnevelden opwekken. Dit kan door de omgeving mee te laten investeren, medezeggenschap te geven en/of financieel mee te laten profiteren. Provincie Utrecht legt het provinciale ‘Beleidskader lokaal eigendom en participatie’ voor de zomer 2024 ter besluitvorming voor aan Provinciale Staten. Dit beleidskader geldt alleen voor windenergieprojecten boven 5MW (waar provincie bevoegd gezag voor is).

Minimaal 50% lokaal eigendom

Direct omwonenden zijn voor minimaal 50% eigenaar van een windmolenpark of zonneveld. We hanteren hierbij de volgende definities: • Lokaal: partijen gevestigd in de lokale omgeving van het project Hierbij maken we onderscheid tussen de directe omgeving (inwoners, bedrijven en organisaties binnen een straal van 800 meter rond de windmolens of zonnevelden) en de omgeving in de invloedssfeer (inwoners, bedrijven en organisaties tussen de 800 meter en 10 maal de hoogte van de wiek (tiphoogte) van de windmolens of 1,5 kilometer van een zonneveld. Voor aardwarmte zijn deze afstanden nog niet bepaald. • Eigendom: het juridische en economische eigendom. Hierbij is sprake van zeggenschap waardoor lokale partijen zowel invloed kunnen uitoefenen op een project als op de besteding van de opbrengsten uit een project.

39 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

De exacte invulling van het lokale eigendom is maatwerk. De initiatiefnemer zoekt tijdens het participatietraject, in afstemming met de gemeente, naar een geschikte vorm. Het lokaal eigendom is in ieder geval voor afgifte van de omgevingsvergunning geregeld. De gemeente stelt de volgende voorwaarden aan lokaal eigendom: • Verschillende vormen van eigenaarschap (coöperatief, publiek, privaat) zijn mogelijk. Dit eigenaarschap wordt ingevuld door een lokale entiteit (bijvoorbeeld een coöperatie). Deze entiteit is van en voor de lokale bevolking. • Wij zien lokaal eigendom als lokaal maatschappelijk eigendom. Hierbij hoort nadrukkelijk ook zeggenschap (= invloed). Van belang is dat de opbrengst van de windmolens en zonnevelden zo veel mogelijk ten goede komen aan (meerdere) lokale maatschappelijke doelen. • Afspraken over lokaal eigendom worden in een privaatrechtelijke overeenkomst vastgelegd zoals een anterieure overeenkomst; • Lokaal eigendom kan na afgifte van de vergunning in fases worden uitgebreid (maar is bij afgifte van de vergunning minimaal 50%); • Medezeggenschap van omwonenden is goed geborgd in de rechtsvorm waarin het lokaal eigendom is georganiseerd; • Schijnconstructies waarbij het lokaal eigendom in werkelijkheid bestaat uit een verband van commerciële ontwikkelaars, grondeigenaren en/of ondernemingen zijn niet toegestaan.

• In geval van een maatschappelijke tender worden punten gescoord op lokaal eigendom: een hoger percentage dan 50% levert extra punten op. Daarnaast kennen we punten toe als opwek lokaal wordt ontwikkeld. NB: Er zijn geen wettelijke bepalingen over financiële participatie. Wel wordt in het nationaal Klimaatakkoord 50% lokaal eigendom van initiatieven nagestreefd.

Gebiedsfondsen

Tijdens de procesparticipatie zoekt de initiatiefnemer samen met de gemeente naar een passende vorm om direct omwonenden mee te laten profiteren met het initiatief en zo de lusten en lasten te verdelen. Ook als ze geen onderdeel uitmaken van het lokale eigendom. Dit kan door het opzetten van een gebiedsfonds. Een gebiedsfonds is een stichting die financiële middelen beheert voor een vooraf bepaald doel. Denk aan het vergroenen of verduurzamen van de omgeving. We gaan er hierbij vanuit dat de initiatiefnemer in ieder geval de gedragscode voor wind en/of zon volgt. Gebiedsfondsen worden vastgelegd in de anterieure overeenkomst.

Sociale grondvergoeding

Wij willen voorkomen dat een initiatiefnemer de enige is die bepaalt wat de locatie is van een project. Het is namelijk mogelijk dat het land van de buren een betere locatie is voor een windmolen. Om dit te voorkomen, is onze voorkeur dat vooraf afspraken worden gemaakt over het verdelen van grondvergoedingen en de verdeling van de opbrengst, nog voordat bekend is wat de exacte locatie van het initiatief wordt. Een dergelijke verdeling kan ook bijdragen aan het draagvlak van een initiatief.

De kosten van de planontwikkeling zijn voor de initiatiefnemer

De planontwikkeling en exploitatie van een windpark of zonneveld is voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De gemeente spreekt met de initiatiefnemer af hoe de plankosten die de gemeente maakt, worden doorberekend. Deze afspraken worden vastgelegd in een intentie- of anterieure overeenkomst. Het afsluiten van zo’n overeenkomst is een voorwaarde voor het verlenen van de ruimtelijke medewerking. Eventuele planschadeclaims zijn voor risico van de initiatiefnemer.

40 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

Voorwaarden voor zon- en windinitiatieven Voor het realiseren van zonnevelden en windmolens gelden onderstaande voorwaarden.

Geen grootschalige opwek buiten de zoek- en focusgebieden

Alleen binnen de focus- en zoekgebieden voor windmolens, zonnevelden en aardwarmte verlenen we planologische medewerking aan initiatieven voor grootschalige productie van schone energie. Buiten de zoekgebieden mag geen grootschalige opwek van elektriciteit en warmte plaatsvinden. • Bij windmolens (uitgezonderd mini-windmolens) en aardwarmte spreken we altijd van grootschalige opwek. • Voor zonnevelden geldt dat we buiten de focus- en zoekgebieden geen medewerking verlenen aan initiatieven die vallen onder trede 3 en 4 van de zonneladder en groter zijn dan vijf hectare. Initiatieven voor zonne-energie die onder trede 1 (op daken en gevels) en 2 (onbenutte terreinen in bebouwd gebied) vallen, zijn niet gebonden aan de geselecteerde focus- of zoekgebieden voor zonne-energie. Hier verlenen we medewerking aan. • Bodemenergie (WKO en bodemlussen) en ondiepe geothermie vallen niet onder de definitie van grootschalige opwek en kunnen dus ook buiten de zoekgebieden gerealiseerd worden.

Milieueffectrapportage

In alle lidstaten van de Europese Unie geldt de verplichting om voor activiteiten met belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu een milieueffectrapportage (MER) te doorlopen. In Nederland is deze verplichting geregeld in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. In bijlage V van het besluit staan projecten aangewezen waarvoor een MER of MER-beoordeling verplicht is (kolom 1). In de tweede kolom staan projecten waarbij altijd een projectMER-plicht geldt (windpark >20 windmolens). Voor projecten in kolom 3 van bijlage V van het omgevingsbesluit moet het bevoegd gezag (BG) beoordelen of er sprake is of kan zijn van dusdanig belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu dat een MER-procedure moet worden doorlopen. • Voor initiatieven voor windenergie van drie of meer windmolens moet in het kader van de omgevingsvergunning een MERbeoordeling worden gedaan. Voor de wijziging van het omgevingsplan geldt een planMER of planMERbeoordelingsplicht. • Een zonneveld is meestal niet MER-(beoordelings)plichtig.

41 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

Dubbelgebruik (meervoudig ruimtegebruik)

Bij windmolens en zonnevelden streven we zoveel mogelijk naar meervoudig ruimtegebruik. Dat wil zeggen: het combineren van energieproductie met andere opgaven in de stad zoals bedrijven, recreatie, sport, waterberging en/of groen. Bij de wijziging van omgevingsplannen voor zonnevelden en windmolens wordt aangegeven op welke wijze er sprake is van dubbelgebruik.

Netbewuste opwek

Zon- en windprojecten moeten het stroomnet zo min mogelijk extra belasten. Daarom dient de initiatiefnemer aan te tonen hoe er wordt bijgedragen aan ‘netbewuste opwek’. We denken hierbij aan de volgende maatregelen: • Schone opwek bij voorkeur aanleggen op plekken waar al een aansluiting op het net aanwezig is; • Lokale schone energie koppelen aan een of meerdere lokale gebruikers. Het zonneveld Meijewetering is hier een goed voorbeeld van: energie van het zonneveld wordt hier direct door de waterzuivering gebruikt.

Gedragscode inpassing windmolens en zonnevelden

Om schone energieprojecten zorgvuldig in te kunnen passen, dient de initiatiefnemer zich te houden aan De Gedragscode Zon op Land en voor een windenergieproject aan de Gedragscode Wind op Land. Daarnaast willen wij dat bij MER-plichtige zon- en windprojecten de initiatiefnemer zich houdt aan de Checklist natuurbelangen bij zonnevelden en de Checklist natuurbelangen bij windenergie op land.

Gebiedseigen waarden en kenmerken

Bij de vormgeving van zonnevelden en windmolens inclusief bijbehorende objecten (bijvoorbeeld gebouwen, hekwerken en onderhoudswegen) wordt rekening gehouden met gebiedseigen landschappelijke- en cultuurhistorische waarden en -kenmerken. Bijvoorbeeld kavelpatronen, sloten, heggen en hagen.

Bescherming van Cultuurhistorische waarden

De wettelijke bescherming van cultuurhistorische waarden is onder andere geregeld in het landelijke Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) §5.1.5.5 Cultureel erfgoed en werelderfgoed, in de provinciale Omgevingsverordening Hoofdstuk 7 cultuurhistorie en landschap, en in het gemeentelijke omgevingsplan. Een initiatief dient in de ruimtelijke onderbouwing van een vergunningaanvraag aan te geven welke cultuurhistorische waarden in welke mate in/en om het plangebied aanwezig zijn, wat de effecten van het project op die waarden zijn, en hoe in het project is rekening gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hiervoor kan een initiatiefnemer een cultuurhistorische waardenstelling en cultuurhistorische effectrapportage (laten) opstellen. Voor Werelderfgoed is een Heritage Impact Assessment het aangewezen instrument om waarden, effecten en eventuele mitigerende maatregelen in beeld te brengen. Voor het erfgoedaspect archeologie is de archeologische waardenkaart (onderdeel van het omgevingsplan) leidend. Vanwege de uniciteit van beschermd erfgoed is compensatie vaak niet mogelijk, mitigatie in veel gevallen wel. Als er negatieve effecten op beschermde cultuurhistorische waarden worden verwacht, is vroegtijdige afstemming met de gemeente, en eventueel de provincie en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed, raadzaam.

42 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

Versterken natuurkwaliteit

Bij de inrichting en de inpassing van wind- en/of zonne-energie vinden we het belangrijk dat natuur en biodiversiteit wezenlijk en aantoonbaar wordt versterkt. Bijvoorbeeld door het aanleggen van kleine landschapselementen (poelen, hagen, struiken, natuurvriendelijke oevers) of ecologisch maaibeheer. Daarnaast geldt dat negatieve effecten op wettelijk of beleidsmatig beschermde soorten sowieso worden gemitigeerd of gecompenseerd. De initiatiefnemer zorgt in samenwerking met de gemeente en natuurorganisaties voor de ontwikkeling van een aanleg- en beheerplan voor de natuurwaarden.

Beschermen van de bodemkwaliteit

Zonne-energie

Specifiek voor zonnevelden gelden de volgende regels. Deze regels zijn hetzelfde voor zowel PV-panelen als voor zonthermie.

Verplichting naderingsdetectie op windmolens

Voor de vliegveiligheid moeten windmolens met een tiphoogte van 150 meter of meer ‘obstakelverlichting’ hebben. Deze verlichting maakt de windmolens zichtbaar voor vliegverkeer. We willen hinder zo veel mogelijk beperken en stellen daarom naderingsdetectie op windmolens waar obstakelverlichting nodig is verplicht. Er zijn twee vormen mogelijk: •

Zowel wind, zon als aardwarmte hebben impact op de bodem en water. De gemeente wil alle activiteiten die gevolgen hebben voor de bodem bekijken in onderlinge samenhang en in samenhang met het gebruik of met de kwaliteit van grondwater.

Windmolens en zonnevelden worden na ontmanteling opgeruimd

Aan het einde van de levensduur van een windmolenpark of zonneveld moet de initiatiefnemer zorgen dat alle installaties en dergelijke verwijderd worden. Hierbij wordt gestreefd naar het zoveel mogelijk recyclen van materialen. De kosten voor de ontmanteling zijn voor de initiatiefnemer. Na ontmanteling moet de grond weer bruikbaar zijn voor andere bestemmingen. Dit houdt in dat het terrein in een ‘natuurlijke staat’ wordt hersteld. In de omgevingsvergunning worden regels opgenomen voor landschapsherstel en het verwijderen van de fundaties, infrastructuur en andere randapparatuur. De initiatiefnemer kan afspraken maken met inwoners, omwonenden en de gemeente over het behoud van landschaps- en natuurelementen die tijdens de bouw of exploitatie zijn toegevoegd.

•

Transponderdetectie Bij transponderdetectie herkent de ontvanger van een windmolen de transponder van een vliegtuig. Wanneer dit vliegtuig in de schemer of nacht in de buurt komt van de windmolen, schakelt de obstakelverlichting in. Deze gaat weer uit als er geen vliegtuig in de buurt van de windmolen vliegt. Het transpondersysteem is over het algemeen goedkoper dan radardetectie. Dit systeem werkt alleen als vliegtuigen een transponder aan boord hebben en gebruiken. Vanaf 1 oktober 2021 is dit verplicht voor vliegtuigen die onder zichtvliegvoorschriften (VFR) in de schemer of de nacht vliegen. Radardetectie Het is ook mogelijk om naderingsdetectie met een radar te gebruiken. Er staat dan een kleine radarinstallatie in de buurt van de windmolens. Deze optie is vaak duurder en vraagt om een uitgebreidere ruimtelijke procedure.

43 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

Zonnevelden worden in de omgeving ingepast

Zonnevelden dienen zo goed mogelijk in de omgeving te worden ingepast. Hoe dit het beste kan, verschilt per locatie. Denk hierbij aan beplanting, kavelpatronen en sloten, rietranden of gebiedseigen structuren of elementen, zoals dijkjes. Ontwerpend onderzoek is een geschikt instrument om tot een goede inpassing te komen. Hierin wordt ook de inpassing van installaties (zoals transformatorhuisjes) en beveiliging meegenomen. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het ontwerp.

Beschermen van bomen

We zijn zuinig op de bomen in de stad. Bij de realisatie van windmolens of zonnevelden maken we een integrale afweging, zoals beschreven in de Nota Bomenbeleid Utrecht (2009). De waarde van bestaande bomen wegen we zwaarder dan de verminderde opbrengst van zonnepanelen door schaduw van naastgelegen bomen. Dit is dus geen leidend argument voor het verkrijgen van een kapvergunning. Wanneer nieuwe bomen worden geplant houden we waar mogelijk rekening met de locatie van bestaande zonnepanelen.

Aardwarmte Specifiek voor aardwarmte gelden aanvullend de volgende regels.

Milieueffectrapportage

In alle lidstaten van de Europese Unie geldt de verplichting om voor activiteiten met belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu een milieueffectrapportage (MER) te doorlopen. In Nederland is deze verplichting geregeld in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. Voor aardwarmteprojecten, waaronder de onderzoeken, zoals een diepboring vooraf, geldt een MER-beoordelingsplicht. Het bevoegd gezag (het ministerie van Economische Zaken en Klimaat) besluit of er wel of geen MER-procedure moet worden doorlopen.

Medewerking aan een initiatief

De minister is op grond van de mijnbouwwet bevoegd gezag voor aardwarmtewinning als het gaat om de diepe ondergrond en de veiligheid van het boren daarin. De gemeente is bevoegd gezag voor de activiteiten bouw en eventueel milieu. En ook voor besluitvorming over eventuele afwijking van het omgevingsplan. Wij verlenen alleen medewerking aan een initiatief voor aardwarmte als het betreffende focusgebied voor aardwarmte is vastgesteld door de gemeenteraad.

Schadeprotocol

Veiligheid is een absolute randvoorwaarde bij aardwarmteprojecten. De verantwoordelijkheid om hierop toe te zien ligt bij het Rijk. Overheid en initiatiefnemer leggen vast hoe ze gezamenlijk omgaan met de voor de initiatiefnemer onverzekerbare risico’s.

44 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

C 1

Monitoren, sturen en verantwoorden Indicatoren

Doelstelling

Effect-indicator

0-meting

Vervolgmeting 1

Vervolgmeting 2

Begroting ja/nee

Vermeld de doelstelling en geef de richting aan (meer of net juist minder)

Vermeld de effect indicator, de bron en een heldere definitie. Sluit zoveel mogelijk aan bij al bestaande indicatoren.

Vermeld jaar en waarde

Vermeld jaar van de vervolgmeting en streefwaarde

Vermeld jaar van de vervolgmeting en streefwaarde

Geef aan als deze indicator via begroting wordt gevolgd

Alle mogelijkheden voor schone energieproductie zijn benut

Aantal gigawattuur (GWh) aan opwekpotentie schone elektriciteit gerealiseerd (exclusief zon op dak)

0,5 GWh (2024)

50 GWh (2026)

100 GWh (2030)

Ja

Alle mogelijkheden voor schone energieproductie zijn benut

Aantal gigawattuur (GWh) aan opwekpotentie schone elektriciteit vergund (exclusief zon op dak)

138,8 GWh (2024)

150 GWh (2026)

240 GWh (2030)

Nee

45 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

2

Risico’s

Hieronder staat een aantal belangrijke risico’s omschreven. Risico-omschrijving Oorzaken, risico en gevolgen

Toelichting Waarom is dit een belangrijk risico?

Maatregelen Welke maatregelen nemen we bij dit risico?

Door druk op de ruimte bestaat de kans dat weerstand vanuit de omgeving en buurgemeenten tegen wind- en zonne-energie toeneemt. Weerstand kan ertoe leiden dat planvoorbereiding langer wordt, projecten duurder worden en er uiteindelijk minder projecten worden gerealiseerd.

De praktijk wijst uit dat er altijd in meer of mindere mate sprake is van weerstand tegen schone energieprojecten.

Weerstand neemt af als: • inwoners en ondernemers zich gehoord voelen; • inwoners en ondernemers mee kunnen doen met initiatieven van de overheid; • het proces duidelijk is; • de plannen verbeteren door inbreng van inwoners en ondernemers. Door middel van participatie zorgen we ervoor dat ons beleid beter bij belanghebbenden en hun behoeftes aansluit.

Toenemende weerstand maakt het slagen van de energietransitie lastiger.

Daarnaast voeren we in deze beleidsnota kaders en randvoorwaarden in over lokaal eigendom en gebiedsfondsen. Hierdoor worden de ‘lusten en lasten’ eerlijker verdeeld.

46 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

Risico-omschrijving Oorzaken, risico en gevolgen

Toelichting Waarom is dit een belangrijk risico?

Maatregelen Welke maatregelen nemen we bij dit risico?

Nieuwe wind- en zonprojecten krijgen door netcongestie geen aansluiting op het stroomnet. Netbeheerders verwachten dat er pas vanaf 2029 weer ruimte voor nieuwe aansluitingen komt op het stroomnet.

Een aansluiting op het stroomnet is een randvoorwaarde voor het transporteren van opgewekte energie naar huishoudens en bedrijven. Door netcongestie duurt het langer voordat we kunnen overschakelen op schone energie.

Op het niveau van het Rijk, de provincie en de gemeente worden maatregelen genomen om netcongestie terug te dringen. Onder andere door het stroomnet versneld uit te breiden. Lees hier meer over netcongestie en wat de gemeente doet om dit zo snel mogelijk op te lossen. Daarnaast zetten we ons in om opwek zoveel mogelijk te koppelen aan lokale gebruikers. Lokale netwerken hebben een kleinere impact op het net en kunnen (onder voorwaarden) wel aangesloten worden. Tot slot houden we in onze planning rekening met netcongestie. Zo ligt de nadruk de komende jaren op planvoorbereiding zodat vanaf 2029 nieuwe schone opwekprojecten kunnen worden gerealiseerd.

Zoek- en focusgebieden voor wind en zon vallen vaak samen met andere opgaven uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht. Zoals sport, groen en bedrijvigheid. Daarom moet in deze gebieden nog een ruimtelijke afweging worden gemaakt hoe deze doelen samen kunnen gaan. Er is een kans dat niet alle doelen uit de RSU gerealiseerd kunnen worden.

Het niet behalen van de doelen is voor alle drie de onderwerpen ongewenst. Een goed functionerende stad heeft voldoende groen en sportfaciliteiten. Wind en zon is noodzakelijk om over te kunnen schakelen naar schone energie.

Bij windmolens en zonnevelden streven we zoveel mogelijk naar meervoudig ruimtegebruik. Dat wil zeggen: het combineren van energieproductie met andere opgaven in de stad zoals, recreatie, sport, waterberging en groen. Bij concrete initiatieven maken we een integrale afweging tussen de opgaven uit de RSU. We streven hierbij naar een integraal gebiedsproces zoals doorlopen bij zonneveld Ockhuizen.

47 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

Risico-omschrijving Oorzaken, risico en gevolgen

Toelichting Waarom is dit een belangrijk risico?

Maatregelen Welke maatregelen nemen we bij dit risico?

De nieuwe landelijke normen windmolens (vanaf 2025) kunnen effect hebben op de ruimte voor windmolens. Dit kan – vooral in kleinere focus- en zoekgebieden – effect hebben op de businesscase.

De nieuwe landelijke normen voor windmolens treden sowieso in werking. Het is nog onbekend welke afstandsnorm voor geluid en externe veiligheid wordt doorgevoerd. In ieder geval is dit een belangrijk risico omdat het de inpassing van windenergie lastiger maakt.

Bij het opstellen van nieuw beleid houden we rekening met de nieuwe landelijke normen. Zo is er voor het selecteren van focus- en zoekgebieden een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd om te bepalen of projecten ook met het nieuwe beleid mogelijk zijn.

Andersom beperkt de aanwezigheid van windmolens de mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen. Met name voor gevoelige en risicovolle objecten (zoals woningen). Invoering van aangescherpte voorkeursvolgorde zon (vanaf 2025) maakt zon op natuur- en landbouwgebied lastiger.

We hebben minder regie op het realiseren van grootschalige zonnevelden. Hierdoor loopt de transitie naar schone energie vertraging op en wordt het duurder. Ook moet er in eerste instantie gekeken worden naar trede 1 t/m 3 van de zonneladder. Dit zijn vaak kleine gebieden wat de businesscase voor marktpartijen minder aantrekkelijk maakt.

Door langere doorlooptijden (weerstand), kleinere gebieden (nieuw beleid) en hogere kosten (inflatie) worden projecten steeds duurder en de businesscase voor marktpartijen minder aantrekkelijk.

Indien marktpartijen niet geïnteresseerd zijn, komen projecten niet of lastiger tot ontwikkeling. Investeringen van de overheid kunnen dit risico verkleinen. De transitie naar schone energie wordt dan wel duurder.

Als gemeente doen we het volgende om zon op landbouwgrond op termijn mogelijk te maken door: 1. Extra in te zetten op trede 2 (onbenutte terreinen in bebouwd gebied) en 3 (onbenutte terreinen in landelijk gebied) van de zonneladder. 2. Te onderzoeken hoe we zon op landbouwgrond kunnen koppelen aan andere opgaven in het landelijke gebied 3. Door zonnepanelen slim te combineren met andere opgaven (dubbelgebruik) kunnen ze bijdragen aan andere en/of nieuwe verdienmodellen in het landelijke gebied. We zoeken de mogelijkheden om als gemeente zelf het initiatief te nemen voor wind- en zonprojecten zodat we zelf regie houden op de transitie naar schone energie.

48 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

Risico-omschrijving Oorzaken, risico en gevolgen

Toelichting Waarom is dit een belangrijk risico?

Maatregelen Welke maatregelen nemen we bij dit risico?

De bezuinigingsopgave van de gemeente Utrecht kan ertoe leiden dat er minder middelen beschikbaar zijn voor de uitvoering van de doelstellingen in deze nota.

De transitie naar schone energie vertraagt.

We zorgen ervoor dat de plankosten en eventuele schadeclaims voor rekening en risico van de initiatiefnemer zijn.

Rijkssubsidies op duurzame energie worden verlaagd en/of stopgezet.

De transitie naar schone energie vertraagt aanzienlijk en wordt duurder.

Indien realisatie van wind op Lage Weide te langzaam gaat, kan de Provincie Utrecht een aanwijsbesluit nemen. Het initiatief ligt dan bij de provincie en niet meer bij de gemeente.

De gemeente heeft in dit geval minder regie op het project. Dit kan leiden tot een verhoogde weerstand ten opzichte van het project.

Gebiedsontwikkeling Rijnenburg vertraagt, waardoor ook de ontwikkeling van het zonneveld in Rijnenburg vertraagt.

De transitie naar schone energie vertraagt.

Ook op de langere termijn blijken er in Werelderfgoed Hollandse Waterlinies geen mogelijkheden voor grootschalige windenergie zonder de werelderfgoedstatus te verliezen.

De zoekgebieden voor wind binnen Werelderfgoed Hollandse Waterlinies vallen definitief af. Hiermee verkleint het aantal gebieden voor schone energie.

We houden regie op het gebiedsproces door proactief met het project in Lage Weide te starten na vaststelling van de beleidsnota.

Kansrijkheid van de zoekgebieden buiten UNESCO Werelderfgoed verhogen. We blijven ons inspannen om de gebieden te behouden en zoeken hiervoor de samenwerking op met andere RES U16-gemeenten.

49 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

3

Financiën

Onderstaande tabel geeft de kosten weer van alle activiteiten die voortvloeien uit de beleidsnota. Alle kosten zijn gedekt binnen de begroting van het programma Klimaatvriendelijke stad. De kosten dragen bij aan de doelstelling ‘alle mogelijkheden voor schone energieproductie benutten’.

Noot: Besluitvorming over aanvullende dekkingsmogelijkheden maakt onderdeel uit van de integrale afweging voorafgaand aan de Voorjaarsnota (van dat jaar waarin aanvullende dekking nodig is).

Financiën (in €1.000)

2024

2025

2026

2027

Structureel jaarbedrag

Proceskosten focusgebieden voor zon

230

520

520

520

520

Gebiedsproces Wind Lage Weide

75

250

250

250

250

Onderzoek schone energie in UNESCOwerelderfgoed (incl. USP)

125

125

125

0

n.v.t.

Onderzoek mogelijkheden extra inzet zonneladder trede 2 en 3

0

125

0

0

n.v.t.

Onderzoek aardwarmte in Lage Weide en Utrecht Science Park

150

150

150

150

150

Totaal benodigd budget (A)

580

1170

1045

920

n.v.t.

Reeds in begroting gedekt: Programma energietransitie

580

1170

1045

920

n.v.t.

Reeds in begroting gedekt (B)

580

1170

1045

920

n.v.t.

Bijdragen van derden (C)

0

0

0

0

0

Nog niet gedekte kosten (A-B-C)

0

0

0

0

0

50 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

4

Voortgang en verantwoording

De praktijk is weerbarstig. De ervaring leert dat beperkingen in wat nu een minder kansrijk gebied lijkt, mee kunnen vallen. Of andersom dat een geschikt gebied voor schone opwek in eerste instantie heel kansrijk lijkt, maar na verdiepende onderzoeken op locatie toch minder geschikt is. Bijvoorbeeld omdat er minder energie opgewekt kan worden dan vooraf bedacht. De realisatie van windparken of zonnevelden zijn vaak langlopende processen, met tussentijds voortschrijdende inzichten, veranderend beleid en wijzigingen in kosten. Goede monitoring is daarbij belangrijk. Elk jaar informeren we de gemeenteraad door middel van de voortgangsrapportage energie van de stad. Hierin informeren we breed over de ontwikkelingen, voortgang, feitelijke resultaten en projectenportfolio van de energietransitie in de stad. Schone opwek is onderdeel van deze rapportage. Daarnaast monitoren we één keer in de twee jaar in de voortgangsrapportage RES U16. Indien realisatie van de doelen achterblijft en het nodig is om één of meerdere zoekgebieden te selecteren als focusgebied, willen we hier tijdig op kunnen schakelen. Hierin kijken we ook goed naar de ontwikkelingen van onze buurgemeenten om de cumulatieve effecten op de omgeving in de gaten te houden en, waar nodig, op te sturen.

51 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

5

Utrechts Sturingsmodel

Het vraagt om een stevige sturing om onze doelen te realiseren binnen het beschikbare budget. We werken aan deze opgave volgens het Utrechts sturingsmodel. De invulling daarvan beschrijven we kort in bijgaande tabel. Onderdeel

Invulling

Onderdeel

Invulling

Opgave

Utrecht wil een schone en leefbare stad voor iedereen zijn. We willen de energie die we zelf verbruiken, zoveel mogelijk zelf duurzaam opwekken. En hiervoor alle mogelijkheden die we binnen onze gemeente hebben benutten.

Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd

De kaders en randvoorwaarden zoals geformuleerd in hoofdstuk 6.

Subdoelen hierbij zijn: 1. We willen zoveel mogelijk daken benutten met zonnepanelen 2. We willen alle gebieden die geschikt zijn voor zon op land, windmolens en aardwarmte, benutten voor collectieve warmte en -elektriciteit

Data en informatie brengen de beweging in kaart

We monitoren de voortgang van de gerealiseerde schone energie door te meten hoeveel schone opwek potentie is vastgelegd in afgegeven vergunningen en hoeveel schone opwek potentie is gerealiseerd.

Leren en verbeteren via interactie en dialoog

Met professionals, energiecoöperaties en raadsleden bespreken we onze voortgang ten opzichte van de doelstelling. Door deze informatie centraal te stellen kunnen we bepalen of we de juiste dingen doen. De inzichten die hieruit komen, kunnen leiden tot aanpassing van het uitvoeringsprogramma.

Met deze beleidsnota sturen we op subdoelstelling 2 Gedeelde waarden zijn het startpunt

Leidende principes: 1. We nemen verantwoordelijkheid voor ons eigen verbruik als stad; 2. 3.

We werken aan zoveel mogelijk schone energie binnen onze eigen gemeentegrens; Inwoners profiteren mee van de opbrengsten.

52 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

Begrippenlijst • •

• • •

•

•

• •

Aardwarmte: Warmte afkomstig uit de diepe ondergrond. Ook wel geothermie genoemd. Bevoegd gezag: De instantie of organisatie die wettelijk gemachtigd is om beslissingen te nemen of toezicht te houden op een bepaald gebied of onderwerp, zoals een gemeente, provincie of overheidsinstantie. Digitale raadpleging: Een proces waarbij belanghebbenden online worden geconsulteerd of betrokken bij het besluitvormingsproces. Duurzame energie: Energie opgewekt uit natuurlijke bronnen die niet op raken, zoals windenergie, zonne-energie en aardwarmte. Ook wel schone energie genoemd. Eigendom: het juridische en economische eigendom. Hierbij is sprake van zeggenschap waardoor lokale partijen zowel invloed kunnen uitoefenen op een project als op de besteding van de opbrengsten uit een project. Focusgebieden: De meest kansrijke gebieden in de gemeente Utrecht voor het opwekken van duurzame energie via een windpark en/of zonneveld, op basis van het planMER. In deze gebieden start de gemeente het Utrechts planproces om van initiatief tot uitvoering te komen. Gebiedsproces: Een proces dat in de meeste gebieden plaatsvindt na het vaststellen van de nota, waarbij de gemeente samen met initiatiefnemers en omwonenden in gesprek gaat over hoe schone energie het beste kan worden gecombineerd met andere opgaven in het gebied.

Tijdens het gebiedsproces wordt gebruik gemaakt van de participatieleidraad van de gemeente Utrecht. Geothermie: Zie aardwarmte. Gigawattuur (GWh): Een maateenheid voor elektrische energie die wordt gebruikt om de hoeveelheid elektriciteit te meten die in een bepaalde periode wordt geproduceerd, overgedragen of verbruikt. Eén gigawattuur komt overeen met een miljardwattuur.

•

• •

•

• •

Een wattuur is de hoeveelheid elektrische energie die wordt verbruikt wanneer een apparaat met een vermogen van één watt gedurende één uur wordt gebruikt. Heritage Impact Assessment (HIA): Een rapport dat inzicht geeft in de mogelijke effecten van een voorgenomen ontwikkeling op de Uitzonderlijke Universele Waarde van UNESCO Werelderfgoed, zoals de Hollandse Waterlinies. Initiatief: Een project voor de realisatie van zonnevelden, windmolens of aardwarmte. Initiatiefnemer: De organisatie die de aanvraag voor een vergunning doet voor een windmolen(s), zonneveld of aardwarmteinstallatie. Dit kan bijvoorbeeld een commerciële ontwikkelaar, energiecoöperatie of grondeigenaar zijn. Ook de gemeente kan zelf initiatief nemen. De initiatiefnemer is de trekker van het initiatief (het windpark of zonneveld). Klimaatakkoord: Het landelijke Nederlandse Klimaatakkoord uit 2019 is een overeenkomst tussen de overheid, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden om maatregelen te nemen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en klimaatverandering tegen te gaan. Kilowattuur (kWh): Een maateenheid voor elektrische energie, gelijk aan één kilowatt aan vermogen dat gedurende één uur wordt gebruikt. Lokaal: partijen gevestigd in de directe omgeving van het project.

Hierbij maken we onderscheid tussen de: • directe omgeving (inwoners, bedrijven en organisaties binnen een straal van 800 meter rond de windmolens of zonnevelden) en de; • omgeving in de invloedssfeer (inwoners, bedrijven en organisaties tussen de 800 meter en 10 maal de hoogte van de wiek (tiphoogte) van de windmolens of 1,5 kilometer van een zonneveld). Voor aardwarmte zijn deze afstanden nog niet bepaald.

53 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

•

•

•

•

•

• •

Megawattuur (MWh): Een maateenheid voor elektrische energie die wordt gebruikt om middelgrote hoeveelheden elektriciteit te meten die in een bepaalde periode worden geproduceerd, overgedragen of verbruikt. Eén megawattuur komt overeen met één miljoenwattuur. Een wattuur is de hoeveelheid elektrische energie die wordt verbruikt wanneer een apparaat met een vermogen van één watt gedurende één uur wordt gebruikt. Milieueffectrapportage (MER, ook wel planMER): Een rapport waarin de mogelijke milieueffecten van een voorgesteld project, beleid of plan worden beschreven, meestal vereist door wet- en regelgeving. Netcongestie: Het probleem dat het stroomnet vol en daarmee overbelast raakt. Congestie vindt plaats op het moment dat het transport van stroom groter is dan de capaciteit van het net. Er wordt dus meer stroom gevraagd of teruggeleverd dan dat het elektriciteitsnet aan kan. Nieuwe Hollandse Waterlinies: Een uitgestrekt strategisch landschap ter verdediging van onder andere de stad Utrecht. De historische waterlinie bestaat uit een waterbeheersysteem, inundatiegebieden en verdedigingswerken zoals forten en bunkers. Sinds 2021 maakt de Nieuwe Hollandse Waterlinie onderdeel uit van het UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies.

Plan-milieueffect-beoordeling: De procedure waarin het bevoegd gezag (de Rijksoverheid, provincie of gemeente) milieueffecten beoordeelt die optreden bij een plan of een programma, zoals bij het selecteren van zoekgebieden voor schone opwek. Plan-milieuefect-rapport: De rapportage die volgt uit dit onderzoek noemen we een milieueffectrapport. Ook het planMER genoemd. Potentiële opwek: De geschatte hoeveelheid energie die kan worden opgewekt uit een bepaalde bron of bronnen, bijvoorbeeld zonne-energie of windenergie.

•

•

• • •

•

• •

Regionale Energie Strategie (RES): Een strategie ontwikkeld op regionaal niveau om de transitie naar duurzame energie te bevorderen en de doelstellingen van het Klimaatakkoord te realiseren. De gemeente Utrecht behoort tot de RES U16, wat staat voor de Regionale Energie Strategie van de U16-regio. Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU): In deze strategie staat hoe de gemeente Utrecht zich ontwikkelt tot 2040. In de strategie verbinden we belangrijke thema’s met elkaar, zoals mobiliteit, economie, voorzieningen, wonen, energie, groen, sport en ontspanning en werk. Schone energie: Energie opgewekt uit natuurlijke bronnen die niet op raken, zoals windenergie, zonne-energie en aardwarmte. Ook wel duurzame energie genoemd. Stadsgesprekken: Bijeenkomsten waarin de gemeente en Utrechters in gesprek gaan over stedelijke kwesties en beleidsbeslissingen. Terawattuur (TWh): Een maateenheid voor elektrische energie die wordt gebruikt om grote hoeveelheden elektriciteit te meten die in een bepaalde periode worden geproduceerd, overgedragen of verbruikt. Eén terawattuur komt overeen met één biljoenwattuur. Een wattuur is de hoeveelheid elektrische energie die wordt verbruikt wanneer een apparaat met een vermogen van één watt gedurende één uur wordt gebruikt.

UNESCO werelderfgoed: Culturele, historische of natuurlijke locaties die zijn erkend door de UNESCO als van uitzonderlijke waarde voor de mensheid en die moeten worden beschermd en behouden. Utrechts planproces (UPP): Het proces van plannen en besluitvorming met betrekking tot ruimtelijke ordening en ontwikkeling in de gemeente Utrecht. Vermogen: De snelheid waarmee energie wordt omgezet of gebruikt, meestal uitgedrukt in watt (W) of kilowatt (kW).

54 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

• •

•

•

Windenergie: Energie die wordt opgewekt door windmolens die kinetische energie van de wind omzetten in elektriciteit. Zoekgebied: Een gebied waar we op termijn aan de slag willen gaan met het opwekken van schone energie, maar hier zijn nog belemmeringen. Bijvoorbeeld omdat deze gebieden in of nabij erfgoed liggen. Omdat we alle gebieden nodig hebben om in ons energieverbruik te voorzien, werken we er hard aan om deze belemmeringen weg te nemen. Daarna kan een gebied door de gemeenteraad aangewezen worden als focusgebied en kan een initiatiefnemer of de gemeente een project starten. Zonneladder: Een strategie voor het benutten van zonne-energie, waarbij voorkeur wordt gegeven aan gebieden voor zonneenergieprojecten op basis van criteria zoals beschikbare ruimte, potentieel voor energieopwekking en milieueffecten. Zonthermie: Het gebruik van zonne-energie om warmte te produceren voor verwarming of warm water.

55 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030

Overzicht bijlagen • • • • •

Bijlage 1: PlanMER, t.b.v. nota opwek energie Bijlage 2: Inwonersonderzoek naar schone energieopwek in Utrecht Bijlage 3: Definitief concept Heritage Impact Assessment (HIA) Windturbines Utrecht de Bilt Bijlage 4: Onderbouwing selectie zoekgebied eerste geothermieproject in gemeente Utrecht Bijlage 5: Memo gevoeligheidsanalyse windturbinebepalingen

Bezoekadres: Stadsplateau 1, 3533 JE Utrecht Postadres: Postbus 8406, 3503 RK Utrecht Telefoon: 030 - 286 00 00

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=94e2e6bb-c5a7-45bc-8e6a-716e90ab99d9