Beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht
Tekst van het document
Beleidsnota opwekgebieden voor schone energie in Utrecht 2024 - 2030
Utrecht.nl
Colofon Organisatieonderdeel Programma klimaatvriendelijke stad Looptijd 2024 - 2030 Opdrachtgever Jantiena Assies Paul van Dijk Grafische realisatie OntwerpStudioRuimte Bron afbeelding voorblad Urban Synergy (Landschap van Verlangen) Versiedatum 10 september 2024 Bestuurlijke besluitvorming Datum vaststelling gemeenteraad/college: 12 december 2024
3 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Inhoudsopgave A Inleiding
4
B Omschrijving opgave
7
1 2 1 2 3 4
Introductie Doelstellingen Transitie naar schone energie Kansrijke gebieden voor schone opwek Focus- en zoekgebieden voor schone energie Kaders en voorwaarden
4 6
7 16 25 38
C Monitoren, sturen en verantwoorden
44
Begrippenlijst
52
Overzicht bijlagen
55
1 2 3 4 5
Indicatoren Risico’s Financiën Voortgang en verantwoording Utrechts Sturingsmodel
44 45 49 50 51
4 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
A 1
Inleiding Introductie
Aanleiding Utrecht wil een schone en leefbare stad voor iedereen zijn. Dus pakken we als gemeente onze verantwoordelijkheid in het tegengaan van klimaatverandering. We willen de energie die we zelf verbruiken, zoveel mogelijk zelf duurzaam opwekken. En hiervoor alle mogelijkheden die we binnen onze gemeente hebben benutten. Dat doen we onder andere met zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven, maar dat is niet genoeg voor het energieverbruik van de stad. Daarom hebben we onderzocht in welke Utrechtse gebieden het mogelijk is om een zonneveld of windpark te plaatsen. En kijken we ook naar geschikte gebieden voor het opwekken van aardwarmte. Op dit moment zijn er vijf gebieden waar een windpark of zonneveld het meest kansrijk is, en twee gebieden die het meest kansrijk zijn voor aardwarmte. Met deze gebieden willen we als eerste aan de slag om via een initiatiefnemer of als gemeente zelf schone energie mogelijk te maken. Deze gebieden noemen we focusgebieden. In de overige gebieden willen we ook aan de slag met het opwekken van schone energie, maar hier zijn nog belemmeringen. Bijvoorbeeld omdat deze gebieden in of nabij erfgoed liggen. Deze gebieden noemen we nu nog zoekgebieden. Omdat we alle gebieden nodig hebben om in ons energieverbruik te voorzien, werken we er hard aan om deze belemmeringen weg te nemen.
Daarna kan een gebied door de gemeenteraad aangewezen worden als focusgebied en kan een initiatiefnemer of de gemeente een project starten. De volgende stap is om samen met inwoners, ondernemers, en organisaties uit een focusgebied te kijken hoe we energie opwekken kunnen combineren met bijvoorbeeld groen, sport, bedrijven en andere voorzieningen.
We letten er daarbij op dat de opwek van schone energie zo min mogelijk gevolgen heeft voor de omgeving. Als er uiteindelijk echt een zonneveld of windmolens in het gebied komen, dan zorgen we ervoor dat inwoners lokaal kunnen profiteren van de opbrengsten. Beleidsnota In deze nota lichten we toe hoe we alle mogelijkheden voor schone energieproductie gaan benutten. Het gaat hier om collectieve opwek van schone elektriciteit met windmolens en zonnepanelen, en schone warmte met zonthermie en aardwarmte. Kleinschalige opwek, zoals zonnepanelen op daken en warmtepompen, zijn geen onderdeel van deze nota. De beleidsnota is onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht en is een uitwerking van de koers in het thematisch beleid. In de Omgevingsvisie Utrecht staat het gemeentelijk beleid voor de gehele fysieke leefomgeving; schone energie maakt daar deel van uit. Uitvoering Klimaatakkoord Utrecht schakelt net zoals heel Nederland over op schone energie. Dat is afgesproken in het landelijk Klimaatakkoord in 2019. Daarin staat dat in 2030 70 procent van ons elektriciteitsverbruik in Nederland uit hernieuwbare (duurzame) bronnen komt. Zo brengen we landelijk onze CO2-uitstoot terug en worden we minder afhankelijk van energie uit het buitenland. De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor de windmolens op zee.
De opwek van schone elektriciteit op land valt onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de provincies en de gemeenten. Nederland is hiervoor onderverdeeld in 30 energieregio’s. Utrecht is onderdeel van de regio RES U16 (zie: Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie 1.0, oktober 2021). De gemeenteraad heeft deze in 2021 vastgesteld. Samen met onze buurgemeenten willen we in 2030 circa 1,8 terawattuur (TWh) schone elektriciteit opwekken.
5 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Utrecht streeft naar een bijdrage van 523 GWh. Hiervan hebben we al een deel gerealiseerd door onder andere zon op dak en op zonneveld Meijewetering (zie tussenstand zon op dak in Utrecht). De realisatie van de RES-inzet blijft echter achter. Daarom stuurt de gemeente met deze beleidsnota aan op concreter en duidelijker beleid voor schone opwek. Plan-milieueffectrapport In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) van 2021 heeft de gemeenteraad voor het eerst zoekgebieden voor het opwekken van schone energie en warmte aangewezen. Voor het vaststellen van zoekgebieden is een plan-milieueffectrapportage (planMER) verplicht. Dit is een groot onderzoek naar de mogelijke gevolgen van windmolens, zonnevelden en aardwarmte op de omgeving. In dat onderzoek worden mogelijke gevolgen op onder andere veiligheid, natuur en geluid onderzocht in alle zoekgebieden. Dit helpt om te bepalen welke zoekgebieden het meest geschikt zijn voor schone energie. De resultaten van het planMER zijn indicatief. De exacte gevolgen voor de omgeving kunnen pas worden onderzocht als duidelijk is hoe het project er daadwerkelijk uit komt te zien. Daarom moeten de effecten bij een concreet initiatief nauwkeuriger worden getoetst door middel van bijvoorbeeld een project-MER of een ruimtelijke onderbouwing. Het planMER is te lezen in bijlage 1.
Participatie We willen zoveel mogelijk schone energie opwekken binnen onze eigen gemeente. Elke beschikbare locatie daarvoor is waardevol. De mening van omwonenden over schone energie opwekken, vinden we belangrijk. Tijdens de stadsgesprekken Nieuwe Energie (2020/2021) hebben we inwoners en ondernemers gesproken over de overstap naar schone energie. De reacties zijn omgezet in 12 Utrechtse spelregels om samen te werken aan een duurzame stad. Hierin staat onder andere dat we het belangrijk vinden dat bewoners betrokken
worden, overlast beperkt wordt en dat omwonenden een deel van de opbrengst kunnen krijgen. In oktober en november 2023 hebben we een inwonersonderzoek naar de opwek van schone energie in Utrecht gedaan. Hierin is voorgelegd welke thema’s belangrijk zijn om rekening mee te houden in de zoekgebieden voor schone energie (zie bijlage 2). Inwoners geven aan het beperken van (geluids)overlast en bescherming van natuur belangrijk te vinden. Minder belangrijk worden nabijheid van bedrijven en landbouwgrond gevonden. De volgende stap is om samen met inwoners, ondernemers en organisaties te kijken hoe we schone energie kunnen combineren met andere opgaven in het gebied. Voor de gebiedsprocessen hanteren we de participatieleidraad. Vooruitlopend op de herijking van “Samen Stad Maken” ontwerpen we het participatieproces voor de gebiedsomgeving samen met de omgeving. Afbakening Het beleid uit deze nota is alleen van toepassing op de volgende elektriciteits- en warmtebronnen: • Windparken van één of meerdere moderne windmolens. Kleine windmolens op het boerenerf vallen niet onder deze nota. • Zon op land, zowel elektrisch (PV) als thermisch (warmte). Zon op daken en gevels vallen niet onder deze beleidsnota. • Projecten voor aardwarmte.
6 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
2
Doelstellingen
We willen de energie die we zelf verbruiken, zoveel mogelijk zelf duurzaam opwekken. En hiervoor alle mogelijkheden die we binnen onze gemeente hebben benutten. Dit doen we door middel van de volgende subdoelstellingen: 1. We willen zoveel mogelijk daken benutten met zonnepanelen 2. We willen alle gebieden die geschikt zijn voor zon op land, windmolens en aardwarmte benutten voor collectieve warmte en -elektriciteit. Voor het sturen op subdoelstelling 1 is in 2022 ‘Programma Zon op Dak & netoplossing 2022-2026’ van start gegaan. Met deze beleidsnota sturen we op subdoelstelling 2. Naast deze beleidsnota werken we ook aan een bronnenstrategie voor schone warmte. Deze bronnenstrategie wordt onderdeel van het Warmteprogramma. Hierin worden alle mogelijke warmtebronnen meegenomen, zowel collectieve als particuliere bronnen. We verwachten dit Warmteprogramma in 2025 vast te stellen.
7 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
B 1
Omschrijving opgave Transitie naar schone energie
Inleiding Utrecht wil een schone en leefbare stad voor iedereen zijn. Dus pakken we als gemeente onze verantwoordelijkheid in het tegengaan van klimaatverandering. We willen de energie die we zelf verbruiken, zoveel mogelijk zelf duurzaam opwekken. De transitie naar schone energie is een systeemverandering. Het huidige energiesysteem is gebaseerd op het verbranden van fossiele brandstoffen (olie, gas en steenkool). Dit systeem wordt de komende jaren (tot 2050) vervangen door een duurzaam en schoon energiesysteem. Dat is nodig om klimaatverandering tegen te gaan en minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen. Net zoals eerdere energiesystemen (denk aan gashouders, elektriciteitscentrales en hoogspanningsmasten) is schone energie niet meer uit het straatbeeld weg te denken. Steeds meer inwoners en bedrijven kiezen voor schone energie, waaronder zonnepanelen en warmtepompen. In nieuwbouwplannen wordt schone opwek standaard meegenomen. Ook is het eerste zonneveld in Utrecht, Meijewetering, in 2023 in gebruik genomen. ► Zonneveld Meijewetering (Bron: Gemeente Utrecht - Iris Wijngaarde)
De energievraag in Utrecht bestaat voor meer dan de helft uit warmte. Het andere deel betreft elektriciteit. We hebben dus schone warmte en schone elektriciteit nodig. De komende jaren ontstaat een steeds grotere afhankelijkheid tussen het samenspel van opwek, opslag en conversie van schone elektriciteit en schone warmte. Zo worden gebouwen steeds vaker elektrisch verwarmd. Hiervoor zijn zowel zonnepanelen op daken als windmolens, zonnevelden en aardwarmte nodig. Andersom kunnen overschotten aan schone elektriciteit omgezet worden naar warmte. Een goede balans tussen wind en zon Het waait in Nederland vaker dan dat de zon schijnt. Omdat het soms harder en dan weer zachter waait, wekken windmolens niet altijd evenveel schone energie op. Maar op momenten dat de zon schijnt en er zonne-energie wordt opgewekt, is het vaak windstil. Zo waait het in de donkere wintermaanden gemiddeld harder dan in de zomer. De zon levert daarentegen in de zomermaanden meer energie dan in de winter. Wind- en zonne-energie vullen elkaar over het hele jaar dan ook mooi aan. Het kan daarom voordelig zijn om op één elektriciteitskabel zowel wind- als zonne-energie aan te sluiten (cablepooling). De kabel voor het zonnepark wordt daardoor efficiënter benut als er een windmolen in de buurt staat en andersom. Daarom werken we in Utrecht aan de realisatie van zowel wind- als zonne-energie.
Ook de provincie stuurt hierop aan (zie de website van de provincie Utrecht over windenergie). We streven naar een verhouding van 50/50, waarbij we kijken hoe we slim gebruik kunnen maken van één kabel voor beide technieken.
8 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
► Van fossiele energie naar schone energie, zichtbare veranderingen op straat (bron: gemeente Utrecht)
Opwek elektriciteit
Warmtepomp
Opwek warmte (PVT)
Inpassing Warmte Overdracht Stations
Isoleren + verduurzamen bestaande woningen
Inpassing Trafostations
Aanleg nieuwe elektra
Uitbreiding warmtenet
Vehicle 2 Grid + Smart Grids (gebruik van elektrische auto’s voor opslag van elektriciteit)
Warmte Koude Opslag (WKO)
9 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Waar zijn we al bezig? De gemeente, initiatiefnemers en energiecoöperaties werken samen om gebieden voor schone energie te onderzoeken en te realiseren. In 2023 is zonneveld Meijewetering geopend. Daarnaast geven we naar verwachting in de loop van 2024 omgevingsvergunningen af voor de ontwikkeling van vier windmolens in Rijnenburg en zonneveld Ockhuizen. Een overzicht van gerealiseerde projecten en projecten die in procedure zijn, vindt u in bijgaande tabel en de kaart op de volgende pagina.
Project
Status
1. Zonneveld Meijewetering
Opgeleverd in 2023
0,5
200 huishoudens
2. Zon op Haarrijnseplas
Vergunning verleend (raadsbesluit 2023)
7
2.800 huishoudens
3. Zonneveld Ockhuizen
Verklaring van geen Bedenkingen, door raad afgegeven in 2023
38
15.200 huishoudens
4. Windpark Rijnenburg
Bestemmingsplan vastgesteld door raad in 2024
90
36.000 huishoudens
5. Zonneveld rioolwaterzuivering Brailledreef
Aanvraag vergunning februari 2024.
3,8
1.520 huishoudens
139,3 GWh
55.720 huishoudens
Totaal
Potentie opwek (in GWh)
Genoeg energie voor
Vermogen (in GWh) is conform afgegeven vergunningen. Voor de berekening van het aantal huishoudens dat we met het zonneveld van elektriciteit kunnen voorzien, rekenen we met een jaarlijks verbruik van 2.500 kWh per Nederlands huishouden (bron: Milieu Centraal Gemiddeld energieverbruik).
10 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
▼ Schone energieprojecten die zijn gerealiseerd of in procedure zijn
1. 2. 3. 4. 5.
3
2
1 5
4 Vergevorderde energieprojecten Zonneveld Windmolens
Zonneveld Meijewetering Zon op Haarrijnseplas Zonneveld Ockhuizen Windpark Rijnenburg Zonneveld rioolwaterzuivering Brailledreef
11 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Opgave schone elektriciteit Het elektriciteitsverbruik in de gemeente Utrecht was in 2020 1.363 GWh. In de Regionale Energie Strategie (RES) U16 hebben we met onze buurgemeenten vastgelegd dat we als regio in 2030 1,8 terawattuur (TWh) schone elektriciteit willen opwekken. Utrecht streeft naar een bijdrage van 523 GWh. We denken de RES-inzet met behulp van onderstaande bronnen te kunnen realiseren:
► Hoeveel energie levert een zonneveld en een windmolen? (Op basis van gegevens uit het planMER)
Beschikbare bronnen
1 windmolen = 20 GWh per jaar
1 ha zonneveld = 1,0 GWh per jaar
Huidig stroomgebruik van ca. 8.000 huishoudens
Huidig stroomgebruik van ca. 400 huishoudens
Potentie opwek (in GWh)
Zon op grote daken
168
Grootschalige opwek door middel van windmolens en zonnevelden
355
Totaal
523 GWh
In 2030 willen we 168 GWh opwekken op grote daken (zoals bedrijven) en 120 GWh op kleine daken (zoals woningen). Zon op kleine daken is geen onderdeel van onze RES-inzet. De tussenstand van zon op dak wordt jaarlijks gemonitord. De realisatie van schone energie blijft achter op onze RES-inzet. Daarom sturen we actief aan op meer grootschalige opwek van schone energie. Bij het realiseren van schone elektriciteitsbronnen staan we voor een paar belangrijke uitdagingen, denk aan de beschikbare ruimte, effecten op de omgeving en de natuur, en het volle stroomnet (netcongestie).
12 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Schaarse ruimte
Zonnevelden hebben weer andere gevolgen op de leefomgeving dan windmolens. Zonnevelden hebben voor dezelfde hoeveelheid energie meer ruimte nodig. Een groot zonneveld kan daardoor impact hebben op onder andere landschap, natuur, recreatieve belevingswaarde en cultuurhistorie. Er is landelijke wet- en regelgeving die erop toeziet dat windmolens en zonnevelden goed worden ingepast in de leefomgeving, bijvoorbeeld geluids- en afstandsnormen voor windmolens. Waar mogelijk kijken we naar manieren om effecten zoveel mogelijk te mitigeren. We zorgen ervoor dat we de gevolgen voor de leefomgeving zoveel mogelijk beperken.
We willen projecten voor schone energie dan ook zoveel mogelijk combineren met andere functies. Bijvoorbeeld zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven en windenergie in combinatie met landbouw. Maar niet alle combinaties kunnen. Zo zijn windmolens dichtbij woningen en natuurgebieden niet in alle gevallen mogelijk. We kijken daarom naar de hele stad en maken een afweging welke gebieden in aanmerking komen voor schone energie en welke gebieden niet.
Effecten op natuur
In een stad als Utrecht is ruimte schaars. We hebben ook ruimte nodig voor nieuwe woningen, sport en ontspanning, voldoende groenen bescherming van cultuurhistorie. Zo is Kasteel de Haar met bijbehorende parkaanleg een rijksmonument, en vormt het gebied Haarzuilens samen met Ockhuizen een beschermd dorpsgezicht en provinciale cultuurhistorische hoofdstructuur. En in de noord- en oostrand van de stad ligt het UNESCO werelderfgoed de Hollandse Waterlinies. Daarnaast werken we aan meer groen om de stad in het Groenstructuurplan Utrecht, Stad en land verbonden.
Effecten op de leefomgeving Projecten voor schone energie hebben in meer of mindere mate gevolgen voor de leefomgeving. Windmolens maken geluid, zorgen voor slagschaduw, en hebben effect op onder andere de natuur en landschapsbeleving. Door de hoogte, zijn ze lastig in te passen in het landschap en zijn ze van grote afstand zichtbaar.
Windmolens én zonnevelden kunnen effecten op de natuur hebben. Zo kunnen windmolens leefgebieden of trekroutes verstoren of leiden tot botsingen met vogels en vleermuizen. Om de effecten van windparken aan de natuur te beperken zijn verschillende afspraken gemaakt tussen de overheid, windparkeigenaren, netbeheerders en natuurorganisaties. Ook zijn er technische oplossingen voor een deel van de negatieve effecten. Om het aantal botsingen te verminderen, kunnen windmolens stilgezet worden wanneer vogels of vleermuizen in de buurt komen. Ook zonnevelden kunnen een effect hebben op natuur. Of die effecten positief of negatief zijn, hangt af van de al aanwezige natuurwaarden op de betreffende locatie en van de inrichting van het zonneveld. De belangrijkste effecten hangen samen met verminderde lichtinval, ruimtebeslag en veranderingen in de waterhuishouding. Door ruimte te houden tussen de panelen, goede inpassing en het toevoegen van groen, kunnen zonnevelden ook bijdragen aan meer biodiversiteit.
13 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
▼ Het gebied van de Hollandse Waterlinies, inclusief de forten met schootsvelden. Ook zijn de beschermde stads- en dorpsgezichten afgebeeld.
Legenda Hollandse Waterlinie Beschermd stads-/ dorpsgezicht
Forten met schootsvelden
14 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Een vol stroomnet
Een grote uitdaging is het volle stroomnet (ofwel netcongestie). Op dit moment is het stroomnet in Utrecht zo vol, dat het lastig is om nieuwe gebruikers aan te sluiten. Daarom moet het stroomnet worden uitgebreid, onder andere door elektriciteitsstations bij te bouwen. Hier werkt de gemeente – samen met netbeheerders TenneT en Stedin – hard aan. Maar dit kost tijd. Netbeheerders verwachten dat er pas vanaf 2029 weer ruimte voor nieuwe aansluitingen komt op het stroomnet. Schone opwek kan de druk op het stroomnet vergroten. Zo leveren zonnepanelen in de zomer te veel stroom. Dit kunnen energiebedrijven lastig verwerken. Door schone opwek slim in te zetten, kan er weer meer ruimte komen op het stroomnet. Aardwarmte en een goede combinatie van wind- en zonne-energie zijn voorspelbare schone bronnen met minder pieken en dalen. Ook helpt het als energie lokaal opgewekt en weer gebruikt wordt. Lokale netwerken maken minder gebruik van het stroomnet en verlichten daardoor het stroomnet. Lees meer over netcongestie en wat de gemeente doet om dit zo snel mogelijk op te lossen.
Opgave schone warmte Naast aardgas worden ook elektriciteit en schone warmtebronnen gebruikt om huizen en gebouwen te verwarmen. Beschikbare bronnen om in Utrecht grootschalig schone warmte op te wekken zijn schone elektriciteit, biomassa en zonthermie. Op dit moment is het inzetten van collectieve warmte voor een groot deel van Utrecht de beste investering (Transitievisie Warmte deel I & Transitievisie Warmte deel II uit 2021). In het planMER zijn wat betreft warmte alleen zoekgebieden voor aardwarmte en zonthermie onderzocht (zie bijlage 1). Bij het realiseren van schone warmtebronnen staan we voor een paar belangrijke uitdagingen. Waaronder de aanwezigheid en toegankelijkheid van de warmtebronnen en het uitbreiden van het warmtenet.
Beperkt aantal beschikbare schone warmtebronnen
Op dit moment zijn er in Utrecht weinig schone warmtebronnen beschikbaar. Voor het uitbreiden van het warmtenet zijn op dit moment biomassa en aardwarmte (ook wel geothermie) het meest geschikt. Daarnaast kijken we ook naar zonthermie en aquathermie. Voor biomassa geldt dat de huidige capaciteit vanwege schaarste en ecologische nadelen niet verder kan worden uitgebreid. Ook is er discussie over de duurzaamheid van biomassa. Zodra nieuwe warmtebronnen beschikbaar zijn, wordt het gebruik van biomassa afgebouwd. Qua omvang en capaciteit is aardwarmte een belangrijke schone warmtebron. Als gemeente hebben we ervoor gekozen regie te voeren om ervoor te zorgen dat alle mogelijke kansen voor diepe aardwarmte in Utrecht benut kunnen worden.
15 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Inzet van aardwarmte
Aardwarmte is niet afhankelijk van het weer, wind of seizoen. Het is daarom een voorspelbare en betrouwbare warmtebron. Voor aardwarmte is relatief weinig elektriciteit nodig. Aardwarmte is alleen een optie als de diepe ondergrond hiervoor geschikt is. In Utrecht is dit nog onbekend. Een aardwarmte-installatie neemt boven de grond ongeveer één hectare ruimte in. Het ondergrondse ruimtebeslag is groter. In 2024 en 2025 worden in opdracht van het Rijk diverse onderzoeksboringen gedaan in en nabij de provincie Utrecht. Doel van de onderzoeksboringen is om meer duidelijkheid te krijgen over de geschiktheid van de ondergrond. Naast de geschiktheid van de ondergrond wordt dan ook gekeken naar de ruimtelijke effecten boven de grond. ► Geothermiecentrale Leyweg in Den Haag (Bron: gemeente Den Haag, Henriëtte Guest)
Veiligheid is een randvoorwaarde voor aardwarmtewinning. De winning van aardwarmte is aan landelijke veiligheidsregels gebonden. Staatstoezicht op de Mijnen controleert of de regels goed worden nageleefd. Lees meer over aardwarmte.
Inzet van zonthermie
Kleinschalige zonthermie wordt nu al gebruikt om gebouwen te voorzien van warm water. Er wordt nog niet op grote schaal warmte gemaakt om collectieve warmtesystemen te voeden. Op dit moment is het financieel aantrekkelijker om grootschalige zonnevelden te gebruiken voor de productie van elektriciteit. Dat kan in de toekomst veranderen. Voor zonnevelden voor de productie van warmte gelden dezelfde regels als voor zonnevelden voor de productie van elektriciteit.
Aansluiting op collectieve warmtesystemen
Een aansluiting op een collectieve warmteoplossing is voor de meeste buurten in Utrecht het meest logische alternatief voor verwarmen op aardgas (zie transitievisie Warmte deel I & II uit 2021). We willen dat er in de toekomst meer woningen zijn aangesloten op een warmtenet. Zowel op het huidige als op nog nieuw te ontwikkelen (lokale) warmtenetten. Hoe dat per buurt eruit gaat zien en wat de rol van de gemeente hierin is, wordt in het warmteprogramma uitgewerkt. Deze is naar verwachting gereed in 2025.
16 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
2
Kansrijke gebieden voor schone opwek
Inleiding In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) van 2021 heeft de gemeenteraad voor het eerst zoekgebieden voor het opwekken van schone energie en –warmte aangewezen. Voor het vaststellen van gebieden is een plan-milieueffectrapportage (planMER) verplicht. In het coalitieakkoord staat dat de gemeente met alle gebieden uit de RSU, die gunstig uit het planMER komen, aan de slag wil. Alle zoekgebieden zijn in het planMER onderzocht (zie bijlage 1). Omdat de Nieuwe Hollandse Waterlinie in 2021 onderdeel is geworden van UNESCO werelderfgoed Hollandse Waterlinies, hebben we een extra onderzoek gedaan naar windmolens, een zogeheten Heritage Impact Assessment (HIA) (zie bijlage 3). Ook de mening van omwonenden daarbij vinden we belangrijk. Daarom hebben we in oktober en november met een digitale raadpleging 2023 een ‘Inwonersonderzoek naar opwek van schone energie in Utrecht’ gedaan. Tot slot hebben we de gebieden uit de RSU afgewogen ten opzichte van andere ruimtelijke ontwikkelingen in de stad en getoetst op nieuwe landelijke wet- en regelgeving. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we met behulp van deze onderzoeken tot een selectie zijn gekomen van gebieden voor schone opwek.
Onderzoeken
Wat is er in het planMER onderzocht?
In het planMER (januari 2024) zijn de effecten van windmolens, zonnevelden en aardwarmte van de zoekgebieden uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) op de omgeving onderzocht. Onder andere de volgende milieuthema’s zijn getoetst: • externe veiligheid, • geluid, • slagschaduw, • recreatie, • ecologie, • landschap, • cultuurhistorische waarden, • archeologie, • stedelijke groenstructuur • grondwaterbescherming. Ook zijn toekomstige ontwikkelingen in de stad, zoals woningbouw, bedrijvigheid, sport en groen meegenomen. Gemeente Utrecht als geheel is het plangebied voor dit planMER. De zoekgebieden in de RSU zijn geselecteerd vanuit zogenaamde potentieel onderzoeken voor schone elektriciteit en schone warmte. In deze onderzoeken is onderzocht waar schone opwek vanuit wetgeving, beleid en bestaande waarden mogelijk is. Zo zijn bestaande groen- en natuurgebieden in deze fase al uitgesloten. Ook is er gekeken in welke gebieden er kan worden voldaan aan de wettelijke geluidsnorm zonder geluidbeperkende maatregelen te nemen. Lees de onderbouwing van de zoekgebieden in de RSU.
17 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
In het planMER hebben we de zoekgebieden voor windmolens en zonnevelden aan de hand van twee scenario’s getoetst: • Maximale energieproductie. Voor windmolens is uitgegaan van het maximaal aantal moderne windmolens (tiphoogte 270) dat past binnen het zoekgebied. Voor zonnevelden is uitgegaan van een benuttingsgraad van 50% binnen het zoekgebied. Dit wordt gezien als een realistisch maximaal haalbare benuttingsgraad voor zonnevelden. • Geoptimaliseerde energieproductie. Het aantal windmolens en/of zonnepanelen dat past binnen een zoekgebied, uitgaande van acceptabele (negatieve) effecten. In dit scenario is ook gekeken naar mitigerende maatregelen. Voor aardwarmte zijn de zoekgebieden, zoals genoemd in de raadsbrief van 9 december 2021 (onderzoek potentieel warmtebronnen), onderzocht. Anders dan voor wind en zon, was er voor aardwarmte nog geen studie naar belemmeringen gedaan. Daarom zijn de zoekgebieden nog groot. In het planMER zijn barrières, zoals veiligheid en geluid onderzocht. Per zoekgebied is uitgegaan van maximaal één locatie voor aardwarmte, met per locatie twee bronnen. Vervolgens is getoetst welke milieueffecten er optreden bij de aanleg en het gebruik van een aardwarmte-installatie. Alle zoekgebieden zijn beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is de huidige situatie plus de relevante autonome ontwikkelingen.
Autonome ontwikkelingen zijn concrete plannen, met een grote kans van doorgang. Het plan is vergund of reeds in procedure gebracht. We hebben de plannen voor woningbouw en energieprojecten hierin opgenomen. De opgaven uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) zijn in het planMER meegenomen als toekomstige ontwikkelingen.
Omdat het een visie op hoofdlijnen is, beschouwen we de RSU niet als autonome ontwikkeling. Wel hebben we gekeken in hoeverre schone energie samen kan gaan met de andere opgaven uit de RSU. De milieueffecten van windmolens, zonnevelden en aardwarmte zijn gescoord op basis van onderstaande stoplichtwaarde. Per thema staat in het planMER beschreven hoe de scores bepaald zijn. Geluid is toegevoegd als voorbeeld. 50 dB is daarbij zwaar negatief beoordeeld (voldoet niet aan de wettelijke norm). 44 dB is als beperkt negatief beoordeeld (voldoet aan wettelijke norm) en 37 dB als neutraal. Dit voegt binnenshuis nagenoeg niks toe aan geluidsbelasting. Het geluid van een windmolen kan geen positief effect hebben, daarom zijn de vakjes leeg gelaten. Beschrijving
Voorbeeld (geluid)
--
Zwaarwegend negatief effect
50 dB
-
Beperkt negatief effect
44 dB
0
Neutraal effect
37 dB
+
Beperkt positief effect
-
++
Groot positief effect
-
18 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Wat verstaan we onder voldoende gunstig uit het planMER
Onder voldoende gunstig verstaan we: gebieden met ruimte voor schone energie waar we negatieve effecten tot het (wettelijk) toelaatbaar niveau terug kunnen brengen. Dit is in het planMER beoordeeld als beperkt negatief. Dit vinden we acceptabel als daar schone energie tegenover staat. Zwaarwegend negatieve effecten, zijn effecten die buiten het wettelijk toelaatbare niveau vallen. We beoordelen de effecten van schone energie op de omgeving gelijk en in sommige gevallen zelfs strenger dan andere aanpassingen in de openbare ruimte, denk aan een provinciale weg. Als voorbeeld laten we zien hoe we geluidsoverlast door windmolens beoordelen: •
• ▲
Hoeveel geluid maakt een windmolen? (Atlas van de leefomgeving - Windturbines) (Bron: RVO, 2016)
Geluidsoverlast beoordelen we aan de hand van de wettelijke kaders. Als deze door het plaatsen van windmolens toeneemt, maar binnen de wettelijke normen blijft, beoordelen we dit als beperkt negatief en daarmee acceptabel. Is de geluidsoverlast groter dan de wettelijke norm, dan beoordelen we dat als zwaar negatief en vinden we dit niet acceptabel. Uitgaande van de ontwerpnormen windturbines leefomgeving hebben windmolens een standaardwaarde van 45dB overdag en ’s nachts 39 dB. Een provinciale weg heeft een voorkeurswaarde van 48 dB en een grenswaarde tussen de 53 en 68 dB (Geluidseffecten van wegverkeer op de website van Atlas van de leefomgeving) De grenswaarde voor geluid van wegen en andere industriële activiteiten ligt dus hoger dan die voor windmolens mede vanwege het steeds maar doorgaande ‘swoush’- geluid dat een molen veroorzaakt (lees meer over afstandsnormen versus geluidsnormen). Voor windmolens gelden dus strengere normen dan voor bijvoorbeeld snelwegen.
19 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Uitkomst planMER
Uit het planMER blijkt dat er in alle gebieden in meer of mindere mate sprake is van negatieve effecten op de omgeving. Denk aan verstoring van cultuurhistorische waarden. Daar tegenover staan de positieve effecten van schone energie. In het scenario waarbij mitigerende oplossingen zijn toegepast (best case scenario), komen de volgende gebieden als meest kansrijk uit het planMER: • Voor windenergie zijn zoekgebieden Rijnenburg & Reijerscop en Lage Weide het meest kansrijk; • Voor zonne-energie (en zonthermie) zijn Rijnenburg, Nedereindse Plas, Ockhuizen, Dorpeldijk, Haarrijnseplas, Meijewetering en geluidswal A12 het meest kansrijk; • Voor aardwarmte blijkt dat er in elk zoekgebied ruimte te vinden is voor een aardwarmte-installatie. Gebieden die minder gunstig uit het planMER komen, zijn de zoekgebieden aan de oostkant van Utrecht, die in en nabij UNESCOwerelderfgoed liggen en de gebieden rondom het beschermd dorpsgezicht Haarzuilens. Uit de Heritage Impact Assessment (HIA) wind blijkt dat windmolens een zwaarwegend negatief effect hebben op cultuurhistorische waarden (zie bijlage 3). Ook aan de westkant van Utrecht is sprake van hoge cultuurhistorische waarden rondom Haarzuilens. Tot slot komt wind in Dorpeldijk als minder kansrijk uit het planMER.
Zelfs in het geoptimaliseerde scenario wordt de geluidsbelasting op de omgeving in en rond Dorpeldijk als zwaarwegend negatief beoordeeld. Dorpeldijk valt daarom definitief af als zoekgebied voor windenergie. De getoetste scenario’s geven een bandbreedte van de verwachte effecten op de omgeving. De resultaten van het planMER zijn daarmee indicatief.
Haalbaarheidsonderzoek aardwarmte
Aanvullend op het planMER is voor aardwarmte een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Zie bijlage 4. Hierin is gekeken welke zoekgebieden het meest kansrijk zijn voor aardwarmte, aan de hand van de nabijheid van een warmtenet (afzetpotentie), ruimtelijke inpassing (bovengrondse situatie) en de geschiktheid van de ondergrond (ondergrondse situatie). Uit dit onderzoek blijkt dat Lage Weide en USP de meest kansrijke zoekgebieden zijn voor aardwarmte.
Nieuwe landelijke wet- en regelgeving voor wind en zon
In 2025 verandert een aantal regels. Zo komen er per 1 juli 2025 hoogstwaarschijnlijk nieuwe landelijke normen voor windmolens. De nieuwe wet- en regelgeving voor windmolens is in ontwerp en kan nog veranderen. Door middel van een zogenaamde gevoeligheidsanalyse (zie bijlage 5), hebben we gekeken of er grote veranderingen kunnen optreden door de nieuwe regels. Uit een eerste inschatting blijkt dat in alle zoekgebieden ruimte blijft voor windmolens. In 2023 heeft de Rijksoverheid aangekondigd de voorkeursvolgorde voor zonne-energie via de provinciale omgevingsverordening aan te scherpen. Het Rijk stuurt aan op zoveel mogelijk dubbelgebruik. Zonnevelden op landbouw- en natuurgronden zijn ongewenst. Dat maakt dat niet alle zoekgebieden zomaar mogelijk zijn. Er zijn echter uitzonderingen waarop zon op landbouw- en natuurgrond wel mogelijk is. Een aantal zoekgebieden voor zon bevindt zich op landbouwgrond. We bekijken samen met de provincie Utrecht wat hier wel en niet mogelijk is.
20 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Mening van de inwoners
De mening van inwoners over schone energie vinden we belangrijk. Naast de stadsgesprekken Energie in 2020/2021 hebben we in oktober en november 2023 een inwonersonderzoek naar opwek van schone energie in Utrecht uitgevoerd. We hebben hiervoor gebruik gemaakt van een digitale raadpleging (zie bijlage 2). Hierin hebben we bewoners gevraagd welke thema’s belangrijk zijn om rekening mee te houden bij het selecteren van zoekgebieden. Deelnemende inwoners hebben dilemma’s voorgelegd gekregen over locatiekeuze en inpassing van windmolens, zonnevelden en aardwarmte. Ook is gevraagd de gemaakte keuze toe te lichten. In totaal hebben 1439 Utrechters via de digitale raadpleging hun mening gegeven. Daarnaast hebben aan een vereenvoudigde versie (Swipocratie) van het onderzoek nog eens 412 (jongere) inwoners meegedaan. Beperking van (geluids)overlast en bescherming van natuur blijken voor inwoners belangrijke onderwerpen om rekening mee te houden bij de locatiekeuze voor windmolens en zonnepanelen. In de selectie van gebieden kijken we daarom extra goed naar deze criteria. Als deze criteria ook na optimalisatie zwaarwegend negatief zijn, valt de betreffende locatie af. Minder belangrijk worden nabijheid van bedrijven en landbouwgrond gevonden. Is er ook na optimalisatie sprake van zwaarwegend negatieve effecten op deze thema’s? Dan vallen deze gebieden niet af.
We kijken hoe we schone energie kunnen combineren met landbouw, cultuurhistorie en bedrijvigheid. Uit de digitale raadpleging van de provincie Utrecht over zoekgebieden voor windenergie, komen vergelijkbare resultaten. Deelnemende bewoners staan gemiddeld positief tegenover aardwarmte, maar hebben nog wel vragen met name over de veiligheid ervan.
Andere opgaven in de stad
Tot slot houden we rekening met andere ontwikkelingen in de stad die zijn vastgesteld in de Ruimtelijke Strategie Utrecht. Zo zijn er gebieden voor toekomstige woningbouw, sport, recreatie en groen aangewezen. Sommige ontwikkelingen kunnen met elkaar gecombineerd worden maar niet alle combinaties zijn mogelijk.
21 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Conclusies De onderzoeken geven ons inzicht welke gebieden het meest kansrijk zijn voor het opwekken van schone energie. In onderstaande overzichten staat samengevat wat de uitkomst is voor wind, zon en aardwarmte. In de eerste kolom staat de uitkomst van het maximale scenario uit het planMER. In de tweede kolom staat de uitkomst van het geoptimaliseerde scenario. In de derde kolom staan nog extra aandachtspunten vanuit het inwonersonderzoek, nieuw Rijksoverheidsbeleid en andere opgaven in de stad. Ook kijken we naar risico’s en kansen in relatie tot het volle stroomnet. In de laatste kolom staat de uiteindelijke uitkomst van de selectie. Hierin hanteren we de volgende categorieën: • Het gebied is het meest kansrijk voor het realiseren van schone opwek • Het gebied is minder kansrijk • Het gebied valt af Gebieden waar al een project in ontwikkeling is en de gemeenteraad reeds positief over heeft besloten, hebben we in dit overzicht buiten beschouwing gelaten.
Disclaimer resultaten planMER
De resultaten uit het planMER geven een globaal beeld, het onderzoek sluit negatieve of andere effecten niet uit. Op het moment dat er daadwerkelijk gestart wordt met een initiatief wordt er locatie specifiek onderzoek uitgevoerd. Hieruit kan blijken dat het gebied toch minder of juist meer mogelijkheden heeft. Daarom is er bij een concreet initiatief altijd een vervolgproces nodig waarin de effecten op de omgeving door middel van bijvoorbeeld een ruimtelijke onderbouwing of projectMER worden onderbouwd.
22 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Zoekgebieden voor wind Locatie
PlanMER Maximaal gevuld met windmolens hoogte 270. Grote negatieve effecten op:
PlanMER Geoptimaliseerd. Grote negatieve effecten op:
Aandachtspunten en kansen vanuit het inwonersonderzoek, nieuw beleid en andere opgaven in de stad
Uitkomst
Lage Weide
Natuur, geluid, slagschaduw
n.v.t.
Nabijheid wijken Zuilen, Leidsche Rijn en gemeente Stichtse Vecht. Beperkte ruimte i.v.m. bestaande bouw en opgaven voor circulaire economie, bedrijvigheid en groen. Kans om schone warmte direct aan gebruik te koppelen.
Meest kansrijk
USP
Natuur, geluid, externe veiligheid, werelderfgoed
Werelderfgoed
Kans om schone opwek direct aan gebruik te koppelen. Dit is ook de wens van partners in het gebied.
Minder kansrijk
Voordorpse Veld
Natuur, werelderfgoed
Werelderfgoed
Opgave voor sport, groen en natuur. Geen stroomaansluiting aanwezig.
Minder kansrijk
Noorderpark
Natuur, werelderfgoed, recreatie
Werelderfgoed
Nabijheid woningen Overvecht en afweging nodig tussen verschillende opgaven uit de RSU die hier landen (zoals natuur, recreatie en sport).
Minder kansrijk
Ockhuizen
Natuur, externe veiligheid, cultuurhistorie
Cultuurhistorie
Zonneveld in ontwikkeling. Kans om aansluiting ook voor wind te gebruiken (cable pooling).
Minder kansrijk
Haarzuilens
Natuur, cultuurhistorie, recreatie
Cultuurhistorie, groen
Geen stroomaansluiting aanwezig.
Minder kansrijk
Dorpeldijk
Natuur, geluid, slagschaduw, externe veiligheid
Geluid
Te hoge geluidsbelasting. (Ook na optimalisatie en mitigerende maatregelen is er sprake van een zwaarwegend negatief effect op geluid. Conform de Raadsbrief Zoekgebieden duurzame energie en RESU16 uit 2022 en de uitkomst van het PWE waarin bewoners aangeven het beperken van geluidsoverlast belangrijk te vinden, valt Dorpeldijk definitief af als focus- en zoekgebied voor windenergie.)
Valt af
23 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Zoekgebieden voor zon Locatie
PlanMER Benuttingsgraad van 50% binnen zoekgebied voor zon. Grote negatieve effecten op:
PlanMER Geoptimaliseerd. Grote negatieve effecten op:
Aandachtspunten en kansen vanuit het inwonersonderzoek, nieuw beleid en andere opgaven in de stad
Uitkomst
Rijnenburg
Toekomstige ontwikkelingen
N.v.t.
Windpark in ontwikkeling. Kans om aansluiting ook voor zon te gebruiken (cable pooling).
Meest kansrijk
Nedereindse plas
Natuur, recreatie, groen
N.v.t.
In ontwikkeling
Meest kansrijk
USP
Werelderfgoed
Werelderfgoed
Kans om schone opwek direct aan gebruik te koppelen.
Minder kansrijk
Voordorpse Veld
Werelderfgoed, groen
Werelderfgoed
Opgave voor sport, groen en natuur. Geen stroomaansluiting aanwezig. Zon op landbouwgebied.
Minder kansrijk
Polder Overvecht
Werelderfgoed, groen, recreatie
Werelderfgoed
Zon op landbouwgebied. Geen stroomaansluiting aanwezig.
Minder kansrijk
Haarzuilens
Cultuurhistorie, groen en recreatie
Cultuurhistorie, groen
Zon op landbouwgebied. Geen stroomaansluiting aanwezig.
Minder kansrijk
Dorpeldijk
Groen
N.v.t.
Zon op landbouwgebied.
Meest kansrijk
Geluidswal A12
Groen
N.v.t.
Kans om op aanwezig stroomnet aan te sluiten.
Meest kansrijk
24 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Zoekgebieden voor aardwarmte Locatie
PlanMER Maximaal zoekgebied. Grote negatieve effecten op:
PlanMER Geoptimaliseerde zoekgebieden. Grote negatieve effecten op:
Aandachtspunten en kansen vanuit het inwonersonderzoek, haalbaarheidsonderzoek, andere opgaven in de stad
Uitkomst
Voordorpse Veld
Landschap, werelderfgoed en toekomstige ontwikkelingen
Werelderfgoed
Beperkte ruimte vanwege agrarisch gebruik en natuur.
Minder kansrijk
USP
Geluid, werelderfgoed en toekomstige ontwikkelingen
N.v.t.
Beperkte ruimte i.v.m. bestaande bouw en opgaven gebiedsontwikkeling. Kans om schone warmte direct op het warmtenet aan te sluiten.
Meest kansrijk
Lunetten-Koningsweg
Geluid, werelderfgoed, archeologie en toekomstige ontwikkelingen
N.v.t.
Beperkte ruimte i.v.m. bestaande bouw en opgaven.
Minder kansrijk
Westraven
Geluid en toekomstige ontwikkelingen
N.v.t.
Beperkte afzetpotentie en ongunstige ondergrond.
Minder kansrijk
Papendorp
Toekomstige ontwikkelingen
N.v.t.
Ongunstige ondergrond. Geplande nieuwbouw in Groenewoud en Papendorp.
Minder kansrijk
Lage Weide
Grondwaterbescherming en toekomstige ontwikkelingen
N.v.t.
Beperkte ruimte i.v.m. bestaande bouw en opgaven voor circulaire economie, bedrijvigheid en groen. Kans om schone warmte direct op het warmtenet aan te sluiten.
Meest kansrijk
Rijnenburg
Toekomstige ontwikkelingen
N.v.t.
Ongunstige afzetpotentie.
Minder kansrijk
Haarzuilens
Recreatie, landschap, cultuurhistorie, grondwaterbescherming en toekomstige ontwikkelingen
Cultuurhistorie
Ongunstige afzetpotentie. Mogelijk beperkte ruimte i.v.m. bedrijven.
Minder kansrijk
25 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
3
Focus- en zoekgebieden voor schone energie
Inleiding De gemeente maakt – op basis van de onderzoeken in hoofdstuk 3 onderscheid tussen focus- en zoekgebieden. In dit hoofdstuk schetsen we hoe het vervolgproces in de focus- en zoekgebieden eruitziet. En hoe we om gaan met initiatieven buiten de focus- en zoekgebieden. Focus- en zoekgebieden voor wind en zon Voor focus- en zoekgebieden voor windmolens en zonnevelden maken we het volgende onderscheid: • Focusgebieden: Gebieden die als meest kansrijk uit het planMER komen. Na optimalisatie kunnen we aan de geldende wet- en regelgeving voldoen. In deze gebieden willen we als gemeente proactief onderzoeken hoe we hier onze RES-inzet kunnen realiseren. Door zelf met een gebied aan de slag te gaan en/of in samenwerking met een initiatiefnemer. • Zoekgebieden: Gebieden die als minder kansrijk uit het planMER komen. Ook na optimalisatie en het nemen van mitigerende maatregelen is er sprake van grote negatieve effecten op cultuurhistorie en werelderfgoed. Hier kiezen we ervoor de mogelijkheden voor schone opwek te vergroten. We spannen ons in om belemmeringen weg te nemen, zodat de locatie in beeld blijft voor schone energie.
Focusgebieden voor windmolens en zonnevelden: • Wind op Lage Weide • Zon in Energielandschap Rijnenburg • Zon op geluidswal A12 • Zon op de Nedereindse Plas • Zon in Dorpeldijk Zoekgebieden voor windmolens en zonnevelden: • Wind en zon in Utrecht Science Park (USP) • Wind en zon op Voordorpse Veld • Wind en zon nabij Haarzuilens • Wind in Ockhuizen • Wind in Noorderpark • Zon in Polder Overvecht
26 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Lage Weide één van de meest kansrijke gebieden voor windenergie in provincie Utrecht
De provincie Utrecht heeft in RES-verband samen met de gemeenten afgesproken dat er in 2030 2,4 terawattuur (TWh) aan schone elektriciteit wordt opgewekt. Om dit te realiseren heeft Gedeputeerde Staten in 2024 besloten dat er 27 gebieden zijn in de provincie die het meest geschikt zijn voor het opwekken van windenergie. Dit besluit is genomen na grondig en onafhankelijk onderzoek naar de milieueffecten van windmolens en een zwaarwegend advies van het burgerforum. Op deze manier helpt de provincie gemeenten om invulling te geven aan hun bijdrage aan de Regionale Energiestrategieën (RES). Indien de RES-regio U16 onvoldoende op koers ligt om haar RESdoelen voor 2030 te halen, mag de provincie voor het aanvullende deel zelf een projectbesluit nemen om windenergie mogelijk te maken binnen één of meer van de meest kansrijke gebieden. De provincie zal terughoudend zijn met het mogelijk maken van windprojecten in gemeenten, die zelf al actief bezig zijn met windenergie. Zes van de acht zoekgebieden voor windenergie uit de RSU Utrecht zijn ook in het onderzoek van de provincie meegenomen. Binnen gemeente Utrecht is alleen Lage Weide naar voren gekomen als meest kansrijk zoekgebied voor windenergie. Zowel de gemeente als de provincie vinden het belangrijk dat windenergie in Lage Weide gerealiseerd wordt.
27 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
▼ Geselecteerde focus- en zoekgebieden voor wind
Focusgebieden wind: - Lage Weide
Focusgebieden wind: 1. Lage Weide
Zoekgebieden wind: - Utrecht Science Park 5 - Voordorpse Veld - Haarzuilens - Ockhuizen 4 - Noorderpark
Zoekgebieden wind: 2. Utrecht Science Park 3. Voordorpse Veld 4. Haarzuilens 5. Ockhuizen 6. Noorderpark
6
1 3
2
Windenergie Focusgebied Zoekgebied
28 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
▼ Geselecteerde focus- en zoekgebieden voor zon
Focusgebieden zon: 1. Landschapspark Rijnenburg 2. Geluidswal A12 3. Nedereindse Plas 4. Dorpeldijk Zoekgebieden zon: 5. Utrecht Science Park 6. Voordorpse Veld 7. Haarzuilens 8. Polder Overvecht
8
7
6
4 5 2
1
Zonne-energie Focusgebied Zoekgebied
3
29 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Potentie opwek wind en zon We hebben een inschatting gemaakt van de potentiële energie in alle focus- en zoekgebieden voor wind en zon (zie bijgaande tabellen). Dit hebben we gedaan aan de hand van een bandbreedte, op basis van expert judgement en de getallen uit het planMER. Hoe verder een project gevorderd is, hoe beter we de potentiële opwek kunnen inschatten. De uiteindelijke potentie van een gebied of project hangt ook af van hoe we verschillende opgaven per gebied combineren in het integrale gebiedsproces. Voor een huishouden hebben we aangenomen dat deze gemiddeld huishouden circa 2500 kWh verbruikt (Bron: Milieu Centraal Gemiddeld energieverbruik). Voor een windmolen zijn we uitgegaan van een Vestas 172 die jaarlijks circa 20 GWh opwekt. Voor zon zijn we uitgegaan van 1 hectare is circa 1 GWh per jaar. Waarbij 1 GWh = 1.000.000 KWh. Zonthermie is in deze berekening niet meegenomen 1 GWh aan elektriciteit staat ongeveer gelijk aan 3,6 TJ aan warmte.
Potentie opwek (in GWh) Gerealiseerd
Aantal huishoudens
0,5
200
Schone energieprojecten waar de gemeenteraad al over besloten heeft
138,8
55.520
Totaal
139,3 GWh
55.720 huishoudens
Focusgebied voor zon of wind
Waar
Wind
Lage Weide
20 – 60
8.000 – 24.000
Zon
Dorpeldijk
5 - 40
2.000 – 16.000
Zon
Geluidswal A12
4-7
1.600 – 2.400
Zon
Nedereindse Plas
4-7
1.600 – 2.400
Zon
Rijnenburg
35 – 50
14.000 - 20.000
68 - 164 GWh
27.200 – 65.600 huishoudens
Totaal
Potentie opwek (in GWh)
Aantal huishoudens
30 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Zoekgebied voor zon of wind
Waar
Wind
Haarzuilens
20 - 60
8.000 – 24.000
Wind
Noorderpark
20 - 40
8.000 – 16.000
Wind
Ockhuizen
20 - 60
8.000 – 24.000
Wind
Utrecht Science Park
20
8.000
Wind
Voordorpse Veld
20
8.000
Zon
Haarzuilens
5 – 30
2.000 – 12.000
Zon
Polder Overvecht
2-6
800 – 2.400
Zon
Utrecht Science Park
5 – 20
2.000 – 8.000
Zon
Voordorpse Veld
2-6
800 – 2.400
114 - 262 GWh
45.600 – 104.800 huishoudens
Totaal
Potentie opwek (in GWh)
Aantal huishoudens
Potentiële opwek van schone energie in de focus- en zoekgebieden voor wind en zon
31 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Vervolgproces focusgebieden wind en zon Nadat de focusgebieden door de gemeenteraad zijn vastgesteld, willen we hier als eerste aan de slag om onze RES-inzet te realiseren. Door zelf met het gebied aan de slag te gaan, of in samenwerking met een initiatiefnemer. Bij een initiatief gebruiken we het Utrechts Planproces Gebiedsontwikkeling (UPG). Hierin staat onder andere welke bestuurlijke stappen er nodig zijn voor windmolens en zonnevelden, en op welke manier er inspraak is. Een belangrijk uitgangspunt bij windinitiatieven is dat we omwonenden en bedrijven binnen een straal van 1,5 kilometer proactief uitnodigen om deel te nemen aan bijeenkomsten. Indien nodig kijken we daarbij ook over de gemeentegrens heen. Waar mogelijk maken we gebruik van 3D-visualisaties, waarmee we de visuele impact zichtbaar maken.
Initiatieffase
In deze fase wegen we de verschillende opgaven en belangen in het gebied en onderzoeken we kansen voor dubbelgebruik. Dit doen we zelf en/of samen met een initiatiefnemer. In de plankostenovereenkomst leggen de gemeente en initiatiefnemers afspraken vast over vergoeding van de plankosten en de scope van het project. Het college beoordeelt of er wel of niet gestart kan worden met nader onderzoek en/of een gebiedsproces, en onder welke voorwaarden vervolgstappen plaatsvinden. Onderdeel van deze fase is ook het ondertekenen van een omgevingsovereenkomst met belanghebbenden.
Definitiefase
Na dit besluit start de definitiefase. De stappen die hierin doorlopen moeten worden, hangen af van de aard van het initiatief. Als schone opwek onderdeel is van een bredere gebiedsontwikkeling zijn daar andere stappen aan verbonden dan een op zichzelf staand project. Wanneer meerdere opgaven samen moeten komen heeft het doorlopen van een integraal gebiedsproces – zoals voor zonneveld
Ockhuizen - onze voorkeur. De verschillende stappen zijn samengevat in het Utrechts Plan Proces. In deze fase wordt een variantenstudie naar de mogelijke inrichting en inpassing van de windmolens of zonnevelden uitgevoerd. Hierin worden omwonenden en belanghebbenden nauw betrokken. Initiatiefnemer stelt een participatieplan op volgens vastgestelde voorwaarden. Voor schone opwek staan de voorwaarden vermeld in hoofdstuk 5 van deze beleidsnota. Voor participatie werken we volgens de principes van het Utrechtse programma voor participatie: Samen stad maken. Ook worden er in deze fase aanvullende onderzoeken op locatie naar de effecten op de omgeving gedaan. Afhankelijk van het gebied kunnen nog specifieke onderzoeken nodig zijn. Aan het eind van deze fase is de voorkeursvariant bekend. Alle eisen en randvoorwaarden voor het schone energieproject worden door het college vastgesteld in de Nota van Uitgangspunten (NvU) en in het participatieverslag, een uitnodigingskader of een tender.
Ontwerp wijziging omgevingsplan en aanvraag vergunning
In de ontwerpfase wordt de voorkeursvariant door een initiatiefnemer verder uitgewerkt tot definitief inrichtingsplan en omgevingsplan. Gezamenlijk met de gemeente wordt zo nodig een wijziging van het omgevingsplan voorbereid. Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten waarin alle afspraken en randvoorwaarden voor de ontwikkeling worden vastgelegd. De fase eindigt met het aanvragen en afgeven van de benodigde vergunningen. Voor alle schone energieprojecten is een omgevingsvergunning verplicht. Bij de aanvraag van de vergunning worden ook onderbouwende documenten toegevoegd zoals een ruimtelijke onderbouwing of een projectMER.
32 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Het college is bevoegd gezag indien er een nieuw omgevingsplan vastgesteld wordt. Het college is bevoegd voor het verlenen van een (afwijk) omgevingsvergunning. De gemeenteraad zal bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor windmolens en/of zonnevelden worden gevraagd om een bindend advies te geven conform het genomen besluit in de gemeenteraad: Raadsvoorstel Bevoegdheden Omgevingswet: delegatie wijziging omgevingsplan en bindend advies bij afwijkvergunningen november 2023.
Fase / bestuurlijk besluit
Activiteiten
Initiatieffase
Wegen van belangen en opgaven Opstellen intentiedocument of startdocument
Besluit
College besluit wel/geen vervolg initiatief
Definitiefase
Locatie specifieke onderzoeken Variantenstudie Gebiedsproces en participatie Opstellen Integraal Programma van Eisen (IPvE) of uitnodigingskader / tender
Besluit
Collegebesluit Nota van Uitgangspunten of uitnodigingskader / tender
Ontwerp wijziging omgevingsplan en aanvraag vergunning
Afronden (integraal) ontwerp, ruimtelijke onderbouwing, projectMER en/of cultuurhistorische effectrapportage Plannen ter inzage Anterieure overeenkomst Aanvraag vergunningen Aanvraag aansluiting op het stroomnet Subsidieaanvraag Procedure omgevingsvergunning
Besluit
College besluit bij wijziging van het omgevingsplan, college besluit met bindend advies gemeenteraad bij afgifte omgevingsvergunning
Realisatie
Aanleg zonnevelden, windmolens
Na afgifte van de vergunningen kan de initiatiefnemer aan de slag met de realisatie van het initiatief.
33 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Voorbeeld van een integraal gebiedsproces bij Zonneveld Ockhuizen
Een groene corridor van 9 hectare biedt ruimte aan dieren, zoals de In Ockhuizen, onderdeel van het landgoed Haarzuilens, komen meer bever en de otter. Een zonneveld, van 35-40 hectare, wordt ingepast recreatiemogelijkheden, wordt de biodiversiteit in het gebied verhoogd in het landschap met gebiedseigen groen eromheen. Het zonneveld en wordt nieuwe natuur voor de toekomst veiliggesteld. Ook komt er zal zo’n dertig jaar in het gebied blijven. Fietsen en wandelen kan een zonneveld waarmee schone energie wordt opgewekt. Daarbij straks ten noorden én zuiden van het zonneveld. koestert de gemeente het Rijksbeschermde dorpsgezicht Haarzuilens. Legenda: Karakteristieke kenmerken, zoals het slotenpatroon en de openheid Het ontwerp van Ockhuizen is uitgewerkt in nauwe samenwerking met Vogelvlucht impressie van hetde projectgebied van het gebied, blijven behouden en de nieuwe natuur moet grondeigenaren, waaronder private eigenaren, Natuurmonumenten Agrarische grond toegankelijk zijn voor recreanten. Ook komen oude historische en de provincie Utrecht. Ook de direct omwonenden in Ockhuizen en Extensief beheerd agrarische grond elementen, zoals een perenlaantje en bomensingels, terug in het bewoners van het dorp Haarzuilens en omgeving hebben hun inbreng Bosschage gebied en worden er extra bomen geplant. gegeven. ► Impressie zonneveld bij Ockhuizen
Legenda:
Hoogstam fruitbomen
Regionale ecologische corridor
Vogelvlucht impressie van het projectgebied
Fruitboomgaard
Agrarische grond
Sloten
Extensief beheerd agrarische grond Bosschage Vaart
Doelsoorten
Hoogstam fruitbomen
Laan/ singel beplanting
Regionale ecologische corridor
Fruitboomgaard
Fiets en wandelroutes
Sloten
ecologische corridor
Vaart Autoparkeren
Doelsoorten
zonneveld
Laan/ singel beplanting Fiets en wandelroutes
ecologische corridor
Autoparkeren zonneveld
Uitbreiding landgoed
Uitbreiding landgoed
34 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Vervolgproces zoekgebieden wind en zon In de zoekgebieden zetten we ons in om de kansen voor schone energie te vergroten. Door het wegnemen van belemmeringen (voor zon en wind) en het uitvoeren van extra onderzoek (voor aardwarmte). Daarvoor ondernemen we de volgende acties:
Schone energie in cultuurhistorisch waardevol gebied en werelderfgoed
Voor alle zoekgebieden in en nabij UNESCO werelderfgoed Hollandse Waterlinies onderzoeken we de mogelijkheden voor schone energie met windparken (lange termijn) en/of zonnevelden. Dit doen we samen met Provincie Utrecht en gemeente De Bilt.
Extra inzet op zonneladder, trede 2 en 3
Als gemeente doen we extra inspanningen om zon op landbouwgrond op termijn mogelijk te maken: • Extra inzet op trede 2 (onbenutte terreinen in bebouwd gebied) en 3 (onbenutte terreinen in landelijk gebied) van de zonneladder. We brengen in beeld in welke gebieden er eventueel ruimte is voor zonne-energie. • Onderzoeken hoe we zon op landbouwgrond kunnen koppelen aan andere opgaven in het landelijke gebied. Denk aan het verminderen van broeikasgassen, extra waterberging, het vergroten van de biodiversiteit en andere vormen van landbouw. Door zonnepanelen slim te combineren met andere opgaven (dubbelgebruik) kunnen ze bijdragen aan andere en/of nieuwe verdienmodellen in het landelijke gebied.
Schone opwek in Utrecht Science Park
Samen met de gebiedspartners en de provincie blijven we in gesprek over de mogelijkheden voor de opwek van duurzame energie in dit gebied.
Focus- en zoekgebieden voor aardwarmte In het planMER en het haalbaarheidsonderzoek zijn acht kansrijke gebieden voor aardwarmte onderzocht. Geen van deze gebieden valt op basis van deze onderzoeken af. Voor aardwarmte maken we het volgende onderscheid: • Focusgebieden: gebieden die als meest kansrijk uit het planMER en het haalbaarheidsonderzoek komen. Voor deze gebieden willen we als gemeente de mogelijkheden voor aardwarmte verder onderzoeken binnen het focusgebied. Dit doen we samen met initiatiefnemers. • Zoekgebieden: gebieden die minder kansrijk zijn en pas nader onderzocht worden als we meer ervaring hebben opgedaan met aardwarmte in de focusgebieden. Focusgebieden voor aardwarmte: • Lage Weide • Utrecht Science Park Zoekgebieden voor aardwarmte: • Voordorpse Veld • Lunetten-Koningsweg • Westraven • Papendorp • Rijnenburg • Haarzuilens
Potentie schone warmte
Voor aardwarmte willen we het liefst in elk zoekgebied één installatie realiseren met maximaal twee bronnen. We verwachten dat deze gebieden samen een potentie hebben van 25.000 TJ in diepe aardlagen en 230 TJ in ondiepe aardlagen. Hiermee denken we ongeveer 35% van onze warmtevraag te kunnen opwekken met aardwarmte.
35 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
▼ Geselecteerde focus- en zoekgebieden voor aardwarmte
Focusgebieden aardwarmte: 1. Lage Weide 2. Utrecht Science Park Zoekgebieden aardwarmte: 3. Voordorpse Veld 4. Lunetten-Koningsweg 5. Westraven 6. Papendorp 7. Rijnenburg 8. Haarzuilens
8
1
3
2
6
4
7 5
Aardwarmte Focusgebied Zoekgebied
36 - Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht - Beleidsnota 2024-2030
Vervolgproces voor aardwarmte
Focusgebieden voor aardwarmte
In de focusgebieden Lage Weide en Utrecht Science Park onderzoeken we de mogelijkheden voor aardwarmte verder. We nemen hiervoor zelf het initiatief en werken hierin samen met initiatiefnemers, onderzoeksinstellingen en energiecoöperaties. We kijken naar de geschiktheid van de (ultra)diepe ondergrond door middel van een onderzoeksboring. Er zijn diverse vergunningen nodig voordat een initiatiefnemer proefboringen kan doen. De Rijksoverheid (het ministerie van Economische Zaken) en het waterschap zijn daarvoor bevoegd gezag. De onderzoeksperiode gebruiken wij om omwonenden te informeren over aardwarmte en met hen in gesprek te gaan over de effecten hiervan. Ook zorgen we er in de onderzoeksperiode voor dat we weten hoe aardwarmte op een veilige en verantwoorde manier kan plaatsvinden wanneer duidelijk is dat we deze warmtebron kunnen gebruiken. Tot slot werken we verder aan een samenwerkings- en financieringsvorm dat uiteindelijk moet leiden tot de ontwikkeling van aardwarmte in Utrecht.
Zoekgebieden voor aardwarmte
Zoekgebieden voor aardwarmte worden pas nader onderzocht wanneer we meer ervaring hebben opgedaan met aardwarmte in de focusgebieden.
Van zoekgebied naar focusgebied Een zoekgebied kan geselecteerd worden als focusgebied indien: • Het gebied kansrijker is geworden (bijvoorbeeld door het wegnemen van bepaalde belemmeringen en het nemen van mitigerende maatregelen) • In dit gebied schone energie is gewogen ten opzichte van andere opgaven uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht, zoals groen, sport en bedrijvigheid. Voor het selecteren van een nieuw focusgebied is een apart besluit van de gemeenteraad nodig.