Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041
Tekst van het document
Beleidsnota Onderwijshuisvesting
2026-2041
Utrecht.nl
Inhoudsopgave
A.
Samenvatting..............................................................................................................................5 1.
Introductie ...................................................................................................................................6
2.
Doelstellingen ...........................................................................................................................10
B.
Opgave .....................................................................................................................................11 1.
Kaders ......................................................................................................................................12
2.
Context .....................................................................................................................................21
3.
Doelstellingen en uitgangspunten ............................................................................................25
Ambitie en doelstellingen ...................................................................................................................26 Een toereikende capaciteit aan schoolgebouwen en gymzalen ........................................................26 Kwalitatief goede schoolgebouwen en gymzalen ..............................................................................31 4.
Uitvoeringsprogramma .............................................................................................................37
(Af)wegingskader ...............................................................................................................................37 De programmering .............................................................................................................................39 C.
Monitoren, sturen en verantwoorden ........................................................................................43 Indicatoren ................................................................................................................................43
2.
Risico’s .....................................................................................................................................46
3.
Financiën ..................................................................................................................................50
4.
Voortgang en verantwoording ..................................................................................................56
a.
Beleidsnota en uitvoeringsprogramma .....................................................................................56
b.
Huisvestingsprogramma ...........................................................................................................59
D.
1.
Bijlagen .....................................................................................................................................60
Sectie 4.01
Afkortingenlijst .............................................................................................................60
Sectie 4.02
Overzicht projecten (uitvoeringsprogramma) ..............................................................61
Sectie 4.03
Wijkportretten/profielen ................................................................................................61
Sectie 4.04
Adviezen themateams Duurzaamheid en Flexibele huisvesting .................................61
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 2
Voorwoord Beste lezer, Goed onderwijs begint bij een gezonde, inspirerende en duurzame leeromgeving. Als wethouder Onderwijs voel ik een grote verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ieder kind in Utrecht kansrijk kan opgroeien. Scholen zijn niet alleen plekken waar kennis wordt overgedragen, maar ook waar kinderen leren samenleven, hun ambities vormgeven en opgroeien tot verantwoordelijke burgers. Met het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) werken we eraan om deze visie stap voor stap werkelijkheid te maken. In Utrecht staan we voor een grote uitdaging: veel schoolgebouwen voldoen niet meer volledig aan de eisen van deze tijd. Het is belangrijk dat we deze gebouwen blijven vernieuwen en aanpassen. Tegelijkertijd moeten we kritisch kijken naar hoe we onze onderwijsruimtes zo efficiënt mogelijk kunnen gebruiken. In sommige wijken hebben we te maken met leegstand en overcapaciteit, terwijl in andere wijken juist een tekort dreigt. Dit vraagt om een doordachte aanpak waarbij we schoolgebouwen en gymzalen op de juiste plekken beschikbaar maken en toekomstbestendig inrichten. Terwijl het onderwijsniveau onder druk staat en de stad groeit, is het belangrijk dat we leeromgevingen creëren waar leerlingen het beste uit zichzelf kunnen halen en waar zowel zij als leraren met plezier naartoe gaan. Flexibele, duurzame en toekomstbestendige gebouwen zijn daarbij onmisbaar.
Het IHP richt zich op twee hoofddoelen: het waarborgen van voldoende capaciteit aan schoolgebouwen en gymzalen én het creëren van kwalitatief goede huisvesting. Dit betekent dat we zorgen voor voldoende plekken, dichtbij huis en voor elk kind een basisschool in iedere wijk. Daarnaast is de kwaliteit van de onderwijshuisvesting van groot belang. Schoolgebouwen moeten zowel toekomstbestendig als duurzaam zijn en bijdragen aan inclusief onderwijs. Ze moeten meegroeien met de behoeften van leerlingen, leraren en de stad. In Utrecht vinden we het belangrijk om plekken te creëren die kinderen, jongeren en ouders ondersteunen in hun verschillende behoeften en ontwikkelingen. We willen dat zij terecht kunnen op locaties die toegankelijk zijn en waar ze zich welkom voelen. Een belangrijk onderdeel hiervan zijn de buurtscholen. Deze buurtscholen vormen een laagdrempelige, vertrouwde plek in de wijk waar verschillende organisaties samenwerken met scholen, ouders en kinderen. Het is een plek waar kinderen niet alleen leren, maar ook hun sociale vaardigheden en persoonlijke groei verder ontwikkelen, met steun van organisaties zoals sportverenigingen, culturele instellingen, de bibliotheek en jongerenwerk: allemaal onder één dak.
Door gebouwen multifunctioneel en flexibel in te richten, kunnen we de ruimte ook voor andere activiteiten gebruiken, waarbij de drempel laag is om naar binnen te stappen. We realiseren ons dat het creëren van laagdrempelige, toegankelijke plekken voor de wijk geen gemakkelijke opgave is. De groei van de stad en stijgende kosten vragen om slimme keuzes en intensieve samenwerking. Bij het maken van dit plan hebben we intensief samengewerkt met de schoolbesturen om hun inzichten en behoeften mee te nemen. Wat dit plan bijzonder maakt, is dat we voor het eerst op een wijkgerichte manier hebben gewerkt. Per wijk hebben we samen met de schoolbesturen gekeken naar wat er nodig is en welke mogelijkheden er zijn. Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 3
Met trots presenteer ik u dit plan. Deze nota legt een duurzame en toekomstgerichte basis voor de onderwijshuisvesting in Utrecht. Samen zetten we hiermee een belangrijke stap richting een Utrecht waarin elk kind zich thuis voelt op school en zijn of haar dromen kan waarmaken.
Met vriendelijke groet, Eelco Eerenberg Wethouder Onderwijs Gemeente Utrecht
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 4
A. Samenvatting In deel A gaan we in op de aanleiding om de nota op te stellen, de scope van de nota en de doelstellingen op hoofdlijnen. Dit vormt hiermee de samenvatting, aan- en inleiding van de nota. De beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 richt zich op de te realiseren doelstellingen en beleidsmatige uitgangspunten betreffende de onderwijshuisvesting in de gemeente Utrecht. Dit beleid ligt als basis voor de realisatie en renovatie van schoolgebouwen, monumentale schoolgebouwen, gymzalen, benodigde tijdelijke huisvesting voor schoolgebouwen die worden gerenoveerd en een doorloop van projecten uit het huidige Meerjarenperspectief onderwijshuisvesting (MPOHV). Het gaat om 99 projecten. Dit is een samenhangend pakket aan te realiseren projecten, die zorgen voor een eigentijds en toekomstbestendig scholenlandschap in Utrecht. We geven invulling aan het toekomstbestendige scholenlandschap door middel van de volgende uitgangspunten: 1. Een toereikende capaciteit aan schoolgebouwen en gymzalen. • • • • •
• • • •
• •
Voor elke Utrechtse leerling in het primair onderwijs streven we naar een beschikbare plek in de wijk waar zij wonen. We bouwen geen nieuwe scholen als er binnen de verwijsafstand nog voldoende capaciteit beschikbaar is. Wij streven naar efficiënt gebruik van schoolgebouwen door meervoudig ruimtegebruik en het verminderen van het aantal kleine schoollocaties. Samen met schoolbesturen houden we herschikkingsgesprekken met als doel gebouwen optimaler te benutten. Schoollocaties met minder dan 191 leerlingen zijn in het uitvoeringsprogramma gemarkeerd als onderdeel van de herschikkingsopgave. We stimuleren samenwerking en fusie om leegstand te verminderen en de bezettingsgraad van schoolgebouwen te verhogen Wij maximeren het aantal leerlingen op basis van de grootte van het schoolgebouw, zodat we uitbreiding voorkomen en het aantal dislocaties verminderen. Met een multifunctionele faciliteit bedoelen wij: “Een gebouw waar verschillende organisaties, overwegend maatschappelijk, hun voorzieningen, producten en diensten aanbieden”. We geven invulling aan de multifunctionele faciliteiten door actief te zoeken naar koppelkansen om functies binnen gebouwen te combineren. Het vraagstuk van meerdere functies binnen één gebouw omvat meer dan alleen onderwijshuisvesting, daarom kijken we binnen de gemeente Utrecht integraal naar de verbinding met andere beleidsvelden.
Bij nieuwbouw, en waar mogelijk renovaties, zetten we in op een flexibel (school)gebouw, zodat het gebouw kan meebewegen met de groei van de stad. In de eerste twee fases van het uitvoeringsprogramma worden de meeste scholen uit de dertig kwetsbare buurten aangepakt.
2. Kwalitatief goede schoolgebouwen en gymzalen.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 5
•
• • • •
•
Wij zorgen ervoor dat schoolgebouwen voldoen aan alle wettelijke eisen op het gebied van veiligheid, gezondheid, functionaliteit en toegankelijkheid, zoals vastgelegd in wet- en regelgeving. Bij renovatie en nieuwbouw van schoolgebouwen passen de frisse scholen klasse B toe. Hierbij is extra aandacht voor luchtkwaliteit, temperatuur, en geluid. Inclusie is een recht voor kinderen en een verantwoordelijkheid voor schoolbesturen en samenwerkingsverbanden, zoals het ministerie van OCW aangeeft. Speciaal (basis) onderwijs bouwen we altijd in combinatie met een reguliere school. Bij nieuwbouw of renovatie van schoolgebouwen in Utrecht passen we de Utrechtse Standaard Toegankelijkheid (UST) toe, waarbij alle ruimtes en verbindingen worden vastgelegd in een ruimtematrix en routeschema. We streven naar energieneutrale (ENG) schoolgebouwen, met focus op het verlagen van energieverbruik en CO2-uitstoot, en passen circulaire oplossingen toe waar mogelijk.
1. Introductie Aanleiding Utrecht groeit naar verwachting van ruim 377.000 in 2025 naar ongeveer 473.000 inwoners in 2040 volgens de bevolkingsprognose. Daarmee groeit ook de vraag naar woningen, groen, voorzieningen, banen, mobiliteit en (duurzame) energie. Utrecht omarmt die groei en wil deze benutten om gezond stedelijk leven voor iedereen te versterken. We willen namelijk dat Utrecht een stad is waar we in de toekomst op een gezonde manier met elkaar samen leven, wonen en werken. Met de groei van het aantal woningen en inwoners dienen ook de bijhorende voorzieningen in de juiste balans mee te groeien. Meer inwoners betekent ook meer kinderen. Om te groeien in balans zijn dus ook voldoende schoolgebouwen nodig. Als gemeente hebben we de zorgplicht om tijdig te voorzien in voldoende, kwalitatief goede én gezonde schoolgebouwen voor alle Utrechtse leerlingen. In 2023-2024 gaan er 50.618 leerlingen naar school in Utrecht. Volgens de leerlingenprognose 2024 is de verwachting dat de leerlingenaantallen in Utrecht blijven groeien tot 53.596 leerlingen in 2040. Dat is een groei van bijna 3.000 leerlingen. De toekomstige onderwijshuisvestingsbehoefte plaatsen wij in het nieuwe integraal huisvestingsplan (IHP) onderwijs in een meerjarenperspectief voor de periode 2026-2041. Het huidige meerjarenperspectief onderwijshuisvesting (MPOHV) loopt in 2025 af.
Actualisatie van het meerjarenperspectief is nodig op basis van nieuwe inzichten, ontwikkelingen, eisen en ambities. Daarnaast is door een wetswijziging een IHP verplicht, dat bestaat uit deze beleidsnota en het bijbehorende uitvoeringsprogramma. Door vaststelling van deze nieuwe beleidsnota, vervalt het meerjarenperspectief onderwijshuisvesting (MPOHV) dat tot en met 2025 loopt. Financiën in beweging Wij staan voor grote uitdagingen op het gebied van onderwijshuisvesting. In onze verdichtende steden is het vinden van een geschikte onderwijslocatie erg lastig. Stijgende marktprijzen en bouwkosten en aanvullende (gemeentelijke en zelfs Europese) eisen die worden gesteld aan de gebouwen vergroten bovendien de financiële druk op de begroting voor onderwijshuisvesting. Bij de uitvoering van projecten zien we uitdagingen die breder zijn dan alleen onderwijshuisvesting, zoals netcongestie, beperkte binnenstedelijke ruimte en stedenbouwkundige eisen. Daarom maken we met schoolbesturen via het Integraal Huisvestingplan (IHP) onderwijs lange termijn afspraken om
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 6
prioriteiten te stellen en een planmatige, duurzame en toekomstgerichte aanpak van onderwijshuisvesting mogelijk te maken. De mate waarin we komende jaren invulling kunnen geven aan de financiële en inhoudelijke uitgangspunten verschilt. Er is beperkte financiële ruimte om in te zetten op ambities die verder strekken dan onze wettelijke taak op onderwijshuisvesting. In tijden van financiële krapte moeten we scherpe keuzes maken. Hierom is er gedurende het opstellen van het IHP en UVP voortdurend gezocht naar het vinden van de juiste balans tussen de genoemde uitdagingen en het realiseren van ambities enerzijds en de beschikbare capaciteit en middelen anderzijds. Afgelopen jaren hebben we gewerkt met normbedragen zoals opgenomen in de verordening. Voor een groot aantal projecten was dat normbedrag niet toereikend, door verschillende ontwikkelingen waar we mee te maken hebben. Daarom is gekeken welk normbedrag wel passend is in de huidige tijden. Dat nieuwe normbedrag is de basis geweest van de doorrekening van het uitvoeringsprogramma. Hierover leest u meer in deel C hoofdstuk 3 Financiën. Alhoewel dit een zoektocht is die de komende jaren nog niet afgerond zal zijn, hebben we reeds scherpe keuzes moeten maken. Keuzes die er voor zorgen dat we een toereikend programma hebben voor de komende IHP-periode.
Keuzes die duidelijkheid geven aan heel veel schoolbesturen, waardoor de kinderen in een goed geoutilleerd schoolgebouw onderwijs kunnen volgen. Maar het is voor dit moment wel gericht op het minimaal noodzakelijke niveau. Simpelweg omdat de middelen de komende jaren ontbreken om de gedeelde hogere ambities (volledig) te kunnen realiseren. Dat betekent echter niet dat we alle ambities loslaten. Het gaat hier immers om een meerjarenstrategie die zich op de komende zestien jaar richt. Waar mogelijk willen we, binnen de bestaande financiële kaders, ervoor zorgen dat onze schoolgebouwen zo veel mogelijk inclusief, flexibel en duurzaam zijn. Tegelijkertijd moeten we ook realistisch zijn, niet alles zullen we (meteen) kunnen realiseren. Hiervoor zijn deels aanvullende middelen nodig. We blijven ons daarom inzetten om deze benodigde middelen van het Rijk te krijgen, aangezien onderwijshuisvesting een wettelijke taak is. Het is genoegzaam bekend dat er landelijk fors meer geld bij moet om aan alle ambities te kunnen voldoen (zie o.a. Meer info over brief aan Kamer | Bouwstenen). Invulling van ambities In de beleidsnota willen we vele ambities realiseren. Het belang van goed onderwijs in de stad is evident zeer groot. Maar op dit moment kan niet aan alle ambities volledig invulling worden gegeven.
Dat betekent dat er aan die ambities op een andere wijze en / of ander moment invulling dient te worden gegeven. Er is geen aanvullend budget opgenomen voor de volgende uitgangspunten, doordat bij de Voorjaarsnota 2024 al bezuinigingen moesten worden doorgevoerd: • Inclusievere schoolgebouwen • Klimaatadaptiviteit en circulariteit (onderdeel duurzaamheid) • Flexibele huisvesting Zo zijn ook schoolgebouwen die tot twintig jaar geleden zijn gerenoveerd, en die dus niet op het UVP hoeven te komen, maar energetisch wel slecht scoren niet opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Verder is er fors getemporiseerd in de programmering. Dat betekent dat er meerdere projecten zijn doorgeschoven of uiteindelijk helemaal niet zijn opgenomen in de programmering. Dit kan gevolgen hebben voor de kwaliteit van de schoolgebouwen en het onderhoudsniveau. De komende jaren moet worden gekeken hoe er ruimte kan worden gevonden om concreet invulling te geven aan de niet gedekte ambities. We blijven hier uiteraard wel voortdurend op inzetten, in samenwerking met de stakeholders. Enerzijds door per project te onderzoeken hoe aan één van de
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 7
ambities binnen de mogelijkheden wel invulling kan worden gegeven. Anderzijds door continue te verkennen naar aanvullende mogelijkheden, te lobbyen bij het Rijk, onderzoek te doen naar andere vormen van samenwerking, aan te sluiten op landelijke programma’s etc. Uitgangspunten voor nieuwbouw of renovatie De uitgangspunten voor nieuwbouw of renovatie van schoolgebouwen zijn: • het Besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen ‘het bouwbesluit’)(wettelijk); • Norm Frisse scholen klasse B (excl. licht en energie)(bovenwettelijk); • Utrecht Standaard Toegankelijk (bovenwettelijk); • ENG schoolgebouw bij nieuwbouw en in 25% van de renovaties (bovenwettelijk) (onderdeel ambitie duurzaamheid); • Toeslag voor Stedenbouwkundige eisen indien van toepassing (bovenwettelijk). Het krediet dat voor nieuwbouw of renovatie wordt verstrekt aan de bouwheer is gestoeld op deze uitgangspunten, maar is herijkt op basis van actuele marktontwikkelingen en het prijsniveau 2025. Dit leidt ertoe dat van de looptijd van zestien jaar van dit IHP (2026-2041) de benodigde investeringen voor de projecten uit de eerste tien jaren volledig zijn gedekt. Dekking voor het restant van de projecten wordt bij de actualisaties van het IHP meegenomen.
Naast de wettelijke voorschriften die we hiervoor hanteren en/of inzetten, is het voeren van herschikkingsgesprekken met de schoolbesturen het belangrijkste middel om die doelen te bereiken. Vanuit de herschikking van de bestaande portefeuille wordt op wijkniveau gekeken naar andere inzet van schoolgebouwen, betere spreiding van leerlingen en het verhogen van de bezettingsgraad. Zie deel B, uitwerking van de doelstelling ‘een toereikende capaciteit aan schoolgebouwen en gymzalen. Scope en leeswijzer De reikwijdte van het IHP onderwijs beslaat alle voorzieningen die in de Verordening huisvesting scholen gemeente Utrecht zijn opgenomen, zoals renovatie, (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. Het plan omvat schoolgebouwen, strategische wissellocaties (tijdelijke huisvesting) en gymzalen voor primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en voortgezet onderwijs (VO). De verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de schoolgebouwen ligt bij het schoolbestuur en valt daarmee buiten de scope van dit IHP onderwijs. Daarnaast zijn schoolbesturen vaak de bouwheer van bouwprojecten en realiseren in dat geval de schoolgebouwen. Bij het opstellen van het IHP onderwijs zijn de schoolbesturen geraadpleegd om hun behoeften en inzichten mee te nemen in het proces.
We hebben namelijk een belangrijk gezamenlijk doel: het realiseren van voldoende, goede en duurzame scholen voor elk kind. Daarnaast zijn schoolbesturen vaak bouwheer en verantwoordelijk voor het onderhoud van de gebouwen. Deze intensieve samenwerking heeft ons in staat gesteld om input uit het veld en de beleidsmatige kaders te integreren in een plan dat recht doet aan zowel de ambities van de stad als de behoeften van het onderwijs. Het integraal huisvestingsprogramma (IHP) voor de periode 2026 – 2041 bestaat uit een beleidsnota en een uitvoeringsprogramma en richt zich op twee hoofddoelen: 1) voldoende en 2) kwalitatief goede huisvesting voor scholen. In deel A zetten we uiteen hoe we aan deze twee doelstellingen werken. We richten ons enerzijds op de realisatie van voldoende huisvesting door leegstand en het aantal kleine schoollocaties te verminderen, het efficiënt gebruik van de beschikbare ruimte te bevorderen en multifunctionele faciliteiten te stimuleren. Daarnaast waarborgt het IHP onderwijs kwalitatief goede huisvesting door naast te voldoen aan wettelijke eisen ook aandacht te hebben voor onder andere
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 8
toegankelijkheid en duurzaamheid. Naast de twee doelen zijn er ook principes waar we middels onderwijshuisvesting aan bijdragen, zoals inclusief onderwijs en het klimaatakkoord. In deel B wordt de opgave uiteengezet, inclusief de beleidskaders, context, uitgangspunten en wordt het uitvoeringsprogramma op hoofdlijnen toegelicht. Het uitvoeringsprogramma wordt apart van deze beleidsnota door het college vastgesteld voor een periode van zestien jaar. In deel C wordt het monitoren, sturen en verantwoorden besproken. Dit deel behandelt de indicatoren waarop we sturen, evenals de risico's, financiële kaders, voortgangs- en verantwoordingsstructuren. In deel D zijn de bijlagen opgenomen. Daarin is een overzicht van de projecten, wijkportretten, de manier van participatie van de schoolbesturen en de adviezen van de themateams duurzaamheid en flexibele huisvesting opgenomen. Ook is in de bijlage een afkortingenlijst opgenomen.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 9
2. Doelstellingen In dit hoofdstuk gaan we in op de ambitie en de daarbij behorende doelstellingen en uitgangspunten die we bij de programmering van onderwijshuisvesting hanteren. Dit is de basis voor de gehele beleidsnota en zal in de delen B, C en D nader worden uitgewerkt. Ambitie Kinderen en jongeren in Utrecht groeien kansrijk op in een stabiele, gezonde, stimulerende en liefdevolle omgeving. Met onze scholen faciliteren we deze kansrijke omgeving voor kinderen. Dit vraagt om schoolgebouwen die geschikt zijn voor het geven van modern en eigentijds onderwijs. Niet alleen nu, maar ook in de komende jaren. Het beleid voor onderwijshuisvesting draagt daarmee bij aan gezond stedelijk leven voor iedereen in Utrecht. Doelstellingen en uitgangspunten Deze ambitie is vertaald in de volgende doelstelling: Moderne en toekomstbestendige huisvesting van scholen, die voldoende passend en duurzaam is. Deze doelstelling concretiseren we in: 1. Een toereikende capaciteit aan schoolgebouwen en gymzalen. 2. Kwalitatief goede schoolgebouwen en gymzalen. Met ‘Een toereikend aantal schoolgebouwen en gymzalen’ bedoelen we dat er altijd voldoende scholen moeten zijn voor alle leerlingen die in Utrecht naar school gaan. Bij voorkeur zo thuisnabij mogelijk. Deze doelstelling sluit aan bij onze wettelijke taak om zorg te dragen voor adequate huisvesting van scholen in het PO, VO en (V)SO.
Met kwalitatief goede schoolgebouwen en gymzalen bedoelen we onder meer dat de scholen tenminste moeten voldoen aan het Besluit bouwwerken leefomgeving en frisse scholen klasse B. Het wegingskader is hiervoor het vertrekpunt, zie deel B, paragraaf 4 van deze beleidsnota. Doelenboom
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 10
B. Opgave In deel B gaan we allereerst in op de wettelijke kaders die bepalend zijn voor de keuzes die in het IHP onderwijs gemaakt worden. Daarna gaan we in hoofdstuk 2 in op de beleidsmatige ambities die in Utrecht zijn vastgesteld in onder meer de Utrechtse onderwijsagenda (UOA), waaraan vanuit onderwijshuisvesting randvoorwaardelijk wordt bijgedragen.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 11
1. Kaders Wettelijke kaders zijn bepalend voor de wijze waarop we onderwijshuisvesting in Utrecht vormgeven. In 1.1 gaan we in op de wettelijke kaders en vervolgens in 1.2 hoe dit is uitgewerkt in de lokale juridische kaders zoals vastgelegd in de verordening huisvesting scholen gemeente Utrecht. 1.1 Wettelijke kaders WPO, WVO en WEC Huisvesting van scholen is een belangrijk onderdeel van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO1), de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO 20202) en de Wet op de Expertisecentra (WEC3). De gemeente heeft de wettelijke taak om te voorzien in huisvesting van de scholen in het PO, VO en (V)SO. In de drie beschreven wetten wordt ingegaan op wat precies onder de voorziening huisvesting wordt verstaan, wat de rol van gemeente daarin in is en hoe het bouwheerschap te regelen. De Wet op het primair onderwijs bepaalt hoe het basisonderwijs in grote lijnen geregeld moet zijn en regelt niet alleen het reguliere basisonderwijs, maar ook het speciaal basisonderwijs. De scholen voor speciaal onderwijs bieden aangepaste programma's en ondersteuning om te voldoen aan de fysieke, cognitieve of emotionele behoeften van hun leerlingen. Deze scholen vallen onder de Wet op de Expertise Centra.
Gemeenten zijn verantwoordelijke voor de huisvesting van scholen. De bekostiging komt vanuit de algemene uitkering van het gemeentefonds. Vaak zijn schoolbesturen bouwheer van de bouwprojecten. Dit verwijst naar de opdrachtgever die verantwoordelijk is voor de bouw van een project, oftewel de partij die verantwoordelijk is voor het initiëren, financieren en/of begeleiden van de bouw of renovatie van schoolgebouwen. Het huisvesten van scholen is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Het onderhouden van scholen is de verantwoordelijkheid van schoolbesturen. Hieronder is een afbeelding toegevoegd die de verdeling laat zien van (financiële) verantwoordelijkheden tussen de gemeente en het schoolbestuur. Dit begint bij de middelen vanuit het Rijk, die worden verdeeld tussen de gemeente en de schoolbesturen. De gemeente ontvangt middelen voor investeringen in gebouwen, zoals nieuwbouw en renovaties, terwijl de schoolbesturen middelen krijgen voor het meerjarig onderhoud, de exploitatie van en aanpassingen aan de gebouwen. De bekostiging komt vanuit het gemeentefonds, waarbij een deel van de uitgaven, de investeringen, moet worden gefinancierd.
Wet op het primair onderwijs Wet voortgezet onderwijs 2020 3 Wet op de expertisecentra 1 2
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 12
Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting Het ministerie van OCW werkt al enkele jaren aan een wetswijziging op het gebied van onderwijshuisvesting, naast aanpassingen in bestaande wetgeving betekent dit ook een nieuwe wet ‘planmatige aanpak onderwijshuisvesting’. Het voornaamste doel van deze wet is om schoolbesturen en gemeente meer planmatig met elkaar te laten samenwerken bij investeringen in schoolgebouwen. De beoogde inwerkingtreding is 1 augustus 2025. Het wetsvoorstel wordt in 2024 aan de Tweede Kamer voorgelegd. De verwachting is dat het proces ongeveer negen maanden in beslag neemt. In het onderwijs zijn de vaste momenten waarop nieuwe wetgeving in werking kan treden doorgaans 1 augustus en 1 januari. Als alles volgens planning verloopt, treedt de nieuwe wet in augustus 2025 in werking. Mocht er vertraging optreden, dan wordt de inwerkingtreding januari 2026. • De grootste wijzigingen zijn: • Gemeenten worden verplicht om per vier jaar een IHP onderwijs op te stellen en scholen worden verplicht om een meerjarig onderhoudsplan (MJOP) op te stellen. • Het begrip renovatie wordt toegevoegd aan de aan te vragen voorzieningen in de huisvesting, als alternatieve maatregel voor vervangende nieuwbouw. • Het investeringsverbod voor PO wordt opgeheven.
Gemeenten worden verplicht om per vier jaar een IHP op te stellen en scholen worden verplicht om een meerjarig onderhoudsplan (MJOP) op te stellen. Deze wijzigingen hebben naar verwachting weinig invloed op het beleid van de gemeente Utrecht. Er wordt immers al lange tijd gewerkt met een IHP onderwijs (voorheen MPOHV genoemd) en renovatie is reeds een aan te vragen voorziening. Nieuw voor Utrecht is het opheffen van het investeringsverbod door het primair onderwijs. Het opheffen geeft meer ruimte tot overleg en het toepassen van maatwerkoplossingen per schoolgebouw, aangezien schoolbesturen nu zelf mee kunnen investeren. Verder zal er nog een slag moeten worden gemaakt in het verzamelen van de gestelde basisinformatie (zoals bijvoorbeeld het aanvragen van de energielabels) over de schoolgebouwen. Wet Meer ruimte voor nieuwe scholen Het stichten van een nieuwe school verloopt sinds juli 2021 via de Wet Meer ruimte voor nieuwe scholen4. Doel van deze wet is om ervoor te zorgen dat het aanbod funderend onderwijs (de overkoepelende term voor het basisonderwijs en voortgezet onderwijs) beter aansluit bij de daadwerkelijke belangstelling van leerlingen en ouders en dat het bijdraagt aan meer vernieuwing in het onderwijs en keuzevrijheid voor de ouders. Het ministerie van OCW beoordeelt en beslist over een aanvraag van een nieuw initiatief.
Daarna moeten we als gemeente voorzien in passende huisvesting van deze nieuwe school.
Het doel van de wet Meer ruimte voor nieuwe scholen is ervoor te zorgen dat het aanbod van het funderend onderwijs beter aansluit bij de daadwerkelijke belangstelling van leerlingen en ouders. De jaarlijkse cyclus van indienen van nieuwe initiatieven bij het ministerie sluit niet goed aan op het maken van bouwplannen voor onderwijshuisvesting zoals is opgenomen in dit IHP onderwijs. De huisvesting van nieuwe initiatieven doorkruist de structurele afspraken die we met bestaande schoolbesturen maken. Deze tegenstrijdigheid in wetgeving belemmert een efficiënte planning van 4 Wet Meer ruimte voor nieuwe scholen
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 13
onderwijshuisvesting en veroorzaakt onzekerheid voor zowel gemeenten als schoolbesturen. De uitvoering van de Wet Meer ruimte voor nieuwe scholen wordt bovendien in opdracht van OCW gedurende vijf jaar gemonitord en geëvalueerd. De eindrapportage zal eind 2025 gereed zijn. Op basis van deze eindrapportage volgt mogelijk een aanpassing van deze wet5. Kleine scholentoeslag en gemiddelde schoolgrootte In het regeerakkoord van 2024 is aangekondigd dat men in het funderend onderwijs de ‘kleinescholen-toeslag’ wil omvormen naar een dunbevolktheidstoeslag, waardoor de middelen herschikt worden ten gunste van kleine scholen in dunbevolkte gebieden en regio’s waar de laatste school van een richting dreigt te verdwijnen. Daarnaast werkt OCW aan een wijziging van de uitzonderingsgrond “de gemiddelde schoolgrootte".
Door de 'kleine-scholen-toeslag' om te vormen naar een dunbevolktheidstoeslag ontvangen scholen onder de opheffingsnorm minder financiële middelen, wat hen extra stimuleert om samen te werken of te fuseren. De omvorming van de kleine-scholen-toeslag naar een dunbevolktheidstoeslag leidt ertoe dat scholen onder de opheffingsnorm (in Utrecht is dit 191 leerlingen) minder financiële middelen ontvangen en extra gestimuleerd worden om samenwerking of fusie met andere scholen of schoolbesturen te zoeken. Hetzelfde geldt voor de aanpassing van de uitzonderingsgrond6. De voorgestelde wetswijzigingen zijn in lijn met de in Utrecht reeds ingezette gesprekken met schoolbesturen over het herschikken7 van kleine schoollocaties en het niet opnemen van scholen onder de opheffingsnorm in het IHP onderwijs. Het sluit ook aan bij het efficiënter inzetten van capaciteit in het onderwijs en het terugdringen van het lerarentekort, beschreven in motie M2024/26 “Meer samenwerking, minder concurrentie”. De uiteindelijke keuze voor het sluiten van een school ligt bij het schoolbestuur.
5 Brief stand van zaken vierde ronde stichtingsaanvragen en ouderverklaringen in het kader van de
wet 'Meer ruimte voor Nieuwe scholen' van 19 november 2024 6 Er zijn uitzonderingsgronden voor scholen die niet voldoen aan de opheffingsnorm, zoals de gemiddelde schoolgrootte of de afstand van andere scholen binnen dezelfde geloofsrichting. De website van de Rijksoverheid vermeldt alle uitzonderingsgronden. 7 Zie hoofdstuk Indicatoren Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 14
Inclusief onderwijs Schoolbesturen hebben samen met gemeenten de opdracht om voor het funderend onderwijs zorg te dragen voor goed onderwijs in goede gebouwen. De ontwikkeling naar inclusief onderwijs heeft daarbij invloed op het meerjarenperspectief van de onderwijshuisvesting. Schoolbesturen onderzoeken wat inclusief onderwijs concreet voor hen betekent, terwijl gemeenten bekijken hoe zij dit kunnen faciliteren in de huisvesting. In die zoektocht zijn de afgelopen jaren verschillende definities van inclusief onderwijs ontstaan.
Schoolbesturen verkennen wat inclusief onderwijs voor hen inhoudt en gemeenten onderzoeken hoe zij dit vervolgens kunnen ondersteunen in de huisvesting. Samenvatting van de ambitie voor inclusief onderwijs Inclusief onderwijs is onderwijs waarbij alle kinderen en jongeren dichtbij huis, volwaardig en gelijkwaardig toegang hebben tot een inclusieve leeromgeving waarin zij zich samen ontwikkelen en samen leren en participeren. Binnen een inclusieve leeromgeving zijn alle kinderen welkom op een school dichtbij huis. Er wordt vanuit een pedagogische basis gewerkt aan de brede ontwikkeling van alle kinderen. Elk kind ontwikkelt zich, wordt gezien en hoort erbij. De kinderen leren met en van elkaar. Het schoolteam is multidisciplinair en biedt de ondersteuning die nodig is om alle kinderen onderwijs te bieden. De inclusieve leeromgeving is toegankelijk voor alle kinderen, leraren en ouders.8
Inclusief onderwijs heeft een plek in de ondersteuningsplannen van de samenwerkingsverbanden, echter de vertaling naar praktische consequenties op schoolniveau en in de huisvesting ontbreekt hierin. In de eerste vier jaren van het IHP onderwijs zullen we daarom bij ieder nieuwbouw- en renovatieprojecten in het uitvoeringsprogramma bij de projectdefinitie aangeven of en op welke wijze in dit project rekening wordt gehouden met inclusief onderwijs (inclusief het huisvesten van nietonderwijs kindpartners). Na vier jaar zullen we indien er meer duidelijkheid is, het IHP onderwijs daarop aanpassen. Het VN-verdrag Het VN-verdrag inzake de rechten van personen met handicap (Convention on the rights of persons with disabilities , hierna te noemen VN-verdrag) heeft als doel dat de wereld toegankelijk en inclusief is voor iedereen. Het verdrag is een mensenrechtenverdrag: het beschrijft de rechten van mensen met een beperking of chronische ziekte op gelijke behandeling en participatie. Om deze (mensen)rechten te realiseren, is het belangrijk dat de toegankelijkheid van onderwijs, werk, wonen, omgeving, informatie, gebouwen, mobiliteit, passende zorg en ondersteuning, participatie en dienstverlening goed geregeld is.
VN-verdrag beschrijft dat de toegankelijkheid van onderwijs goed geregeld moet zijn, dat doen we in Utrecht met Utrecht Standaard Toegankelijk (hoofdstuk 1.2, lokaal kader). Met het ratificeren van het VN-verdrag in juli 2016 erkent Nederland het recht van personen met een handicap op onderwijs (artikel 24). Artikel 24 zegt daar onder andere over: ‘Teneinde dit recht zonder discriminatie en op basis van gelijke kansen te verwezenlijken, waarborgen Staten die Partij zijn een inclusief onderwijssysteem op alle niveaus en voorzieningen voor een leven lang leren’ en ‘personen met een handicap toegang hebben tot inclusief, hoogwaardig en gratis basisonderwijs en 8 Brief Passend onderwijs: blijven bouwen aan de basis op orde van 10 mei 2024
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 15
tot voortgezet onderwijs en wel op basis van gelijkheid met anderen in de gemeenschap waarin zij leven’.
Naast het recht op onderwijs op basis van gelijkheid is in artikel 9 ‘Toegankelijkheid’ vastgelegd dat ‘…nemen de Staten die Partij zijn passende maatregelen om personen met een handicap op voet van gelijkheid met anderen de toegang te garanderen tot de fysieke omgeving, tot vervoer, informatie en communicatie, met inbegrip van informatie- en communicatietechnologieën en – systemen, en tot andere voorzieningen en diensten die openstaan voor, of verleend worden aan het publiek, in zowel stedelijke als landelijke gebieden. Deze maatregelen, die mede de identificatie en bestrijding van obstakels en barrières voor de toegankelijkheid omvatten, zijn onder andere van toepassing op: a. gebouwen, wegen, vervoer en andere voorzieningen in gebouwen en daarbuiten, met inbegrip van scholen, huisvesting, medische voorzieningen en werkplekken;…’.
Met de ratificatie van dit VN-verdrag is aan de Jeugdwet, WMO en Participatiewet de verplichting toegevoegd om in een periodiek plan op te nemen hoe de gemeenteraad uitvoering geeft aan het verdrag. Voor gemeenten betekent dit dat zij passende maatregelen moeten nemen zodat personen met een handicap zo zelfstandig en onafhankelijk mogelijk kunnen leven. Om ervoor te zorgen dat onze schoolgebouwen voor iedereen toegankelijk zijn, stellen wij aanvullende eisen die aansluiten bij de UST (Utrecht Standaard Toegankelijk), wat in hoofdstuk 1.2. verder wordt toegelicht onder het lokaal kader. Kinderrechten De rechten van kinderen en jongeren staan beschreven in het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties. Dit heeft ook betrekking op het recht op onderwijs voor ieder kind. Dat geldt ook voor leerlingen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Voor ieder kind moet passend onderwijs beschikbaar zijn. Met het bieden van voldoend onderwijscapaciteit voor ieder kind, dragen we bij aan de doelstellingen van dit verdrag.
Passend onderwijs moet voor elk kind beschikbaar zijn. Door voldoende onderwijscapaciteit te bieden, dragen we bij aan de doelstellingen van het Kinderrechtenverdrag. Recent is tevens vastgesteld om in beleid en wetgeving de belangen van kinderen mee te wegen met een Kinderrechtentoets. Wanneer projecten in uitvoering gaan en er aan een programma van eisen wordt gewerkt, kan de bouwheer ervoor kiezen leerlingen in dit proces te betrekken. Vaak is het schoolbestuur de bouwheer. Klimaatakkoord Het Klimaatakkoord9 is een onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid. Het is een wereldwijde overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven, om onder andere de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan en de opwarming van de aarde te beperken. Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord is om de CO2-uitstoot in 2030 met 49% te verminderen, met 1990 als referentiejaar. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen (CO2) met 95% afgenomen zijn.
9 Wat is het Klimaatakkoord? | Klimaatverandering | Rijksoverheid.nl
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 16
Om de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 95% te verminderen, zoals vastgelegd in het Klimaatakkoord, kan Utrecht bijdragen door onder andere energieneutrale onderwijsgebouwen te realiseren. Met duurzame / energieneutrale onderwijsgebouwen kan onderwijshuisvesting bijdragen aan het behalen van dit doel. De normbedragen die we in dit IHP onderwijs hanteren, staan echter op gespannen voet met een deel van de doelstellingen uit het klimaatakkoord. Dit staat onder druk door beschikbare financiering. Bij het realiseren van nieuwbouw en renovatie zal daarom maximale inzet zijn op duurzame en energieneutrale onderwijshuisvesting binnen de beschikbare financiële kaders. Bij de uitwerking van de doelstelling in hoofdstuk 3 deel B staat omschreven hoe we in deze context omgaan met de verduurzaming van de onderwijshuisvesting. 1.2 Lokaal kader Verordening huisvesting scholen in Utrecht De verordening Huisvesting voor scholen is de set spelregels voor onderwijshuisvesting die we met de schoolbesturen in Utrecht opgesteld hebben en vastgesteld is door de gemeenteraad. Met deze set spelregels hebben we objectieve criteria om het doel, een passend plek voor iedere leerling, te realiseren.
Zo hebben we niet alleen spelregels over wanneer een school in aanmerking komt voor renovatie, uitbreiding of nieuwbouw, maar ook waar we als gemeente iets extra’s doen bovenop het wettelijk minimum van het Besluit bouwwerken en leefomgeving (voorheen Bouwbesluit), bijvoorbeeld in het geval van ENG (energie neutrale gebouwen). Er zijn eisen opgenomen op basis waarvan elk schoolgaand kind van een goed leerklimaat verzekerd is. De verordening is het vertrekpunt bij elke aanpak die onderwijshuisvesting betreft en vormt de basis en het kader waarbinnen we het proces om te komen tot deze beleidsnota zijn gestart. Nu we de beleidsmatige uitwerking steeds meer inzichtelijk hebben gemaakt, zien we dat aanpassingen in de verordening nodig zijn. Dit doen we zodat we nog beter invulling kunnen geven aan onze wettelijke taak. Het gaat om aanpassingen zoals de herziening van normbedragen, het aanpassen van de verwijsafstanden en mogelijke uitwerkingen van de herschikkingsopgave. De aanpassingen kunnen betrekking hebben op beide doelstellingen, zoals opgenomen in deel A, paragraaf 2. Dit onderstreept de wisselwerking tussen de verordening en de beleidsnota. De aanpassingen in de verordening treden gelijktijdig met het nieuwe IHP onderwijs in werking (per 1 januari 2026).
Door de verordening Huisvesting scholen zorgen we ervoor dat alle schoolgebouwen voldoen aan de belangrijke eisen voor een goed leerklimaat. Nadere regels bij de Verordening huisvesting scholen in Utrecht Bij de verordening behoren verschillende nadere regels, namelijk: • Nadere regel demarcatie voor bouw en exploitatie van schoolgebouwen o Hier wordt ingegaan op de demarcatie tussen de gemeente en de school bij de bouw en exploitatie van schoolgebouwen. • Nadere regel schoolgebouwen volgens gemeentelijk beleid voor kinderen o Het doel van deze nadere regel is het versterken van de verbinding tussen voorzieningen die een bijdrage leveren in de ontwikkeling van kinderen tussen 0 en 18 jaar.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 17
•
•
Nadere regel vergoedingen voor schoolgebouwen o In deze nadere regel worden de vergoedingen voor de voorzieningen (vervangende) nieuwbouw en renovatie beschreven. Nadere regel duurzame en gezonde schoolgebouwen o Het doel van deze nadere regel is het bouwen van energieneutrale schoolgebouwen.
Bewegingsonderwijs Het realiseren van adequate en voldoende gymvoorzieningen is, naast de verplichting voor onderwijshuisvesting, ook een wettelijke verplicht en essentieel voor bewegingsonderwijs in Utrecht. Veel scholen beschikken over een gymzaal, die vaak in het schoolgebouw zelf is gevestigd of aangrenzend is gelegen. In de Verordening huisvesting scholen gemeente Utrecht is opgenomen dat alle scholen binnen een straal van 1.000 meter een gymzaal ter beschikking moeten hebben, zodat alle leerlingen gemakkelijk toegang hebben tot bewegingsonderwijs. Daarnaast kijken we bij het clusteren van gymzalen naar locaties waar bijvoorbeeld drie gymzalen nodig zijn, om deze te combineren tot één sporthal. Dit maakt het mogelijk om de ruimte beter te benutten voor verschillende binnensporten. We stimuleren zoveel mogelijk dat gymzalen niet alleen voor scholen beschikbaar zijn, maar ook voor avondverhuur aan bijvoorbeeld verenigingen. We stimuleren dit voor zowel gymzalen in eigendom van de gemeente als in eigendom van de schoolbesturen, hoewel dit niet juridisch afdwingbaar is bij zalen in eigendom van de schoolbesturen. Bij gymzalen in eigendom van de schoolbesturen verkennen we bewaren waarom zij de zalen niet verhuren en kijken of we iets kunnen betekenen in het wegnemen van deze bezwaren.
Met name de fysieke kenmerken van het gebouw en verantwoordelijkheden omtrent beheer en onderheid, toegang en aansprakelijkheid zullen daar een rol in spelen. Zo zijn sport- en gymzalen in eigendom van de gemeente onafhankelijk van de school voor iedereen toegankelijk. Onze zalen zijn te huren via de website van de gemeente.
Wij zorgen ervoor dat er voldoende gymzalen beschikbaar zijn voor bewegingsonderwijs en stimuleren het avondgebruik ervan, bijvoorbeeld voor verenigingen. Sinds 202310 hebben leerlingen recht op meer uren bewegingsonderwijs, namelijk op twee keer per week lessen van 45 minuten. In Utrecht is er voldoende capaciteit om aan deze nieuwe eisen te voldoen. Bij de programmering zal rekening worden gehouden met dit besluit.
10 Besluitvorming op basis van het amendement van Heerema en Van Nispen, 20 januari 2020, nummer 35102-19
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 18
Utrecht Standaard Toegankelijk De rijksoverheid is verantwoordelijk voor de ‘vertaling’ van het ‘VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap’ in landelijke wet- en regelgeving, waaronder het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). In het BBL zijn de wettelijke minimumnormen opgenomen voor toegankelijkheid. In Utrecht vinden we dat niet voldoende en hebben we ons gecommitteerd aan Utrecht Standaard Toegankelijk (UST). Het UST is beleid voor een meer integrale toepassing van toegankelijkheid voor publieke gebouwen. Het streven is dat iedereen moet kunnen doen wat hij/zij/hen volgens de bestemming komt doen. Het houdt in dat we als opdrachtgever per project aan het begin van het bouwproces de prestatie qua toegankelijkheid vaststellen en die in het gehele bouwproces borgen. Dit betekent dat bij nieuwe schoolgebouwen en schoolgebouwen die een grootschalige verbouwing ondergaan (bijvoorbeeld vanwege verduurzaming) Utrecht Standaard Toegankelijk onderdeel van het bouwproces is. UST is een proces waarin per project gemotiveerd wordt waarom bepaalde ruimten wel of niet toegankelijk kunnen zijn. Om alle ruimten volledig toegankelijk te maken, zijn soms aanvullende maatregelen nodig, zoals de installatie van extra (trap)liften, automatische deuren of bredere doorgangen om obstakelvrij gebruik te garanderen.
Samenvatting Er is veel wet- en regelgeving van toepassing op de opgave voor onderwijshuisvesting. Met dit IHP onderwijs geven we invulling aan de wettelijke taken die voortvloeien uit de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), Wet Voortgezet Onderwijs 2020 (WVO 2020) en de Wet op de Expertisecentra en onze lokale verordening huisvesting scholen. Daarnaast lopen we vooruit op de inwerkingtreding van de wet ‘planmatige aanpak onderwijshuisvesting', met daarin de opdracht om bij de programmering van onderwijshuisvesting een meerjarenstrategie te hanteren. Daarbij houden we rekening met opdrachten die kunnen voortvloeien uit de wet Meer ruimte voor nieuwe scholen en sorteren we voor op een wijziging van de kleine scholentoeslag en aanpassing van de uitzonderingsgrond ‘gemiddelde schoolgrootte'. Naast scholen zorgen we ook voor voldoende gymzalen voor het bewegingsonderwijs. Ook dragen we met dit IHP onderwijs bij aan de invulling van het VN verdrag inzake de rechten van personen met handicap en de opdrachten die voortvloeien uit de klimaatwet.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 19
In Utrecht hanteren we naast het BBL (Besluit bouwwerken leefomgeving) Utrecht Standaard Toegankelijk, en spelen we waar mogelijk in op inclusief onderwijs. Het UST beschrijft een ambitie en een meer integrale toepassing van toegankelijkheid voor publieke gebouwen.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 20
2. Context Het beleid op onderwijshuisvesting wordt niet alleen ingegeven door wettelijke en lokale kaders, maar ook door lokale beleidsambities, zoals vastgesteld in de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU), de daarbij bijbehorende oplegger en de Utrechtse Onderwijsagenda en de recent voor inspraak aangeboden Sociale Visie Utrecht 2040. Onderwijshuisvesting draagt bij aan en is deels voorwaardelijk voor de realisatie van deze beleidsambities. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe we vanuit onderwijshuisvesting bijdragen aan de Utrechtse ambities. De koers voor het sociaal domein is uitgewerkt in een Sociale Visie Utrecht 2040 en is voor het ruimtelijk domein vastgesteld in de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU). De Sociale visie Utrecht 2040 (recent voor inspraak aangeboden) vormt samen met de Nota Gezondheid en de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 de koers waarop de beleidsnota IHP onderwijs is gebaseerd. Sociale Visie Utrecht 204011 De afgelopen jaren is een stevige basis gelegd voor een gezond stedelijk leven voor iedereen. Met veel mensen gaat het goed, maar er zijn nog altijd ongewenste verschillen tussen inwoners op het gebied van rondkomen, gezondheid en de mogelijkheid om zich te ontwikkelen of mee te doen. Tegelijkertijd staan we voor grote uitdagingen op het gebied van financiën, beschikbare ruimte, betaalbaar wonen en personeelstekorten.
Onze stad groeit de komende jaren flink. Dit vraagt om het maken van keuzes. Daarom richten we ons in de Sociale Visie Utrecht 2040 op die onderwerpen waar we het meeste verschil mee kunnen maken. Dat betekent dat onze grootste inspanningen gericht zijn op de financiële bestaanszekerheid van de inwoners, een betaalbaar dak boven je hoofd, het kansrijk opgroeien van onze kinderen en het gezond samenleven in alle wijken. Deze verschilmakers geven richting aan ons beleid. Zo benutten we bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen om een leefomgeving te creëren die gezond samenleven stimuleert en kijken we waar we kunnen bijdragen aan kansrijk opgroeien vanuit het beleid op onderwijshuisvesting. We gaan daarbij uit van het principe van meervoudig gebruik voor mono functionaliteit. Er zijn dus kansen om ook bij nieuwbouw/verbouw van scholen kansen te benutten voor combinatie van functies die bijdragen aan de verschilmakers. Ongelijk investeren is één van de leidende principes in de te maken keuzes. Met deze nota wordt bijgedragen aan de volgende ambities uit de visie: • In 2040 groeien kinderen in Utrecht op in een stabiele, gezonde, stimulerende en liefdevolle omgeving. • De leefomgeving in Utrecht versterkt het samen leven en gezondheid. Ruimtelijke strategie Utrecht 2040 Utrecht staat voor een grote verstedelijksopgave.
We dragen bij aan het oplossen van nationale problemen op het gebied van wonen, leefomgeving, economische transities, klimaat en bereikbaarheid. Utrecht heeft haar koers tot 2040 vastgelegd in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) en de oplegger RSU. Met de barcode in de RSU 2040 wordt de ruimtevraag weergegeven van alle functies die voor een stad van belang zijn. Ook maatschappelijke voorzieningen, waaronder scholen, zijn opgenomen in deze barcode. De normen voor de ruimtevraag van maatschappelijke voorzieningen zijn ontleend aan het Koersdocument Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen; hierin zijn ook de wettelijke 11 De sociale visie ligt tot 7 februari 2025 ter inzage en gaat daarna naar de raad ter besluitvorming.
Hij kan dus nog worden bijgesteld. Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 21
normen voor onderwijshuisvesting opgenomen. Naar verwachting wordt in 2025 een herijkt Koersdocument vastgesteld. In de oplegger bij de RSU uit 2023 zijn groeien in balans, en de kwaliteit en leefbaarheid van de stad leidend in de ontwikkeling van de bestaande en groeiende stad. Bij de groei van de stad gaat het niet alleen om de groei van het aantal woningen en arbeidsplaatsen. Dit gaat gepaard met de groei van groen, duurzame mobiliteit en maatschappelijke voorzieningen. Zorgdragen voor voldoende en kwalitatief goede scholen draagt daarmee bij aan het groeien in balans.
Bij de groei van de stad zorgen we ook voor een passend schoolaanbod, in balans met de behoeften van de stad.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 22
Utrechtse Onderwijsagenda In Utrecht zorgen we ervoor dat de ontwikkeling van kinderen zo vloeiend mogelijk verloopt, waarbij de overgangen geen hoge drempels zijn maar logische fases die elkaar opvolgen en aanvullen. Dat vraagt om samenwerking: leerlijnen die op elkaar aansluiten, professionals die effectief samenwerken, ouders die in elke fase betrokken worden en ondersteuning die goed wordt georganiseerd. De aanpak staat beschreven in de Utrechtse Onderwijsagenda (UOA) werkagenda 2024 – 2027. Voor het onderwijs zijn de ambities op kansrijk opgroeien en groeien in balans nader uitgewerkt in de UOA. De UOA vormt daarmee de Utrechtse invulling van de Lokaal Educatieve Agenda (LEA). In de UOA staan vijf thema’s centraal: sociaal emotionele ontwikkeling, stevige basis voor ontwikkeling, flexibel samenwerken en huisvesten, versterken van de professional en een doorlopende ontwikkellijn. Bij ieder thema zijn doelen geformuleerd. De doelen dragen bij aan het bereiken van de overkoepelende ambities van de Utrechtse Onderwijsagenda die aansluiten op de uitdagingen die spelen in het onderwijs en in de stad: kansengelijkheid, voldoende professionals en inclusie.
Flexibel samenwerken en huisvesten Onder het thema ‘flexibel samenwerken en huisvesten’ zijn in UOA-verband de volgende afspraken gemaakt: • Flexibele en buurtgerichte faciliteiten: We geven in Utrecht prioriteit aan het realiseren van faciliteiten waar kinderen, jongeren en ouders aanbod kunnen vinden dat voorziet in hun brede ontwikkelbehoeften. Daarvoor zetten we in op de realisatie van buurtscholen. Een buurtschool is een centrale, bekende en laagdrempelige plek in de wijk, waar verschillende organisaties samen met de school of scholen, kinderopvang en ouders werken aan de ontwikkeling van kinderen. In buurtscholen maken we flexibel, meervoudig en multifunctioneel gebruik van de ruimte. We bouwen, renoveren en herorganiseren gebouwen op zo’n manier dat deze naast onderwijs voor andere zaken gebruikt worden. Per buurt bepalen we welke partners nodig zijn om in de wensen en behoeften van de buurt te voorzien. In eerste instantie voeren we drie pilots voor buurtscholen uit die vervolgens geëvalueerd worden om het verdere proces te bepalen. We sluiten hiermee aan bij de motie M2022/307 “Mixen maar”.
We gebruiken de ruimte in buurtscholen flexibel en multifunctioneel, zodat deze voor verschillende doeleinden inzetbaar is. •
Meervoudig en flexibel gebruik van de ruimte wordt naast buurtscholen ook de norm voor alle andere onderwijsgebouwen. Dit betekent bijvoorbeeld dat de gymzaal van een school ’s avonds te gebruiken is door een sportvereniging, of dat het jongerenwerk na schooltijd gebruik maakt van het schoolgebouw om jongeren een fijne en veilige plek te bieden om samen te komen. Maar ook dat onderwijsruimten in dagelijks gebruik in omvang aan te passen zijn (flexibele wanden), om bijvoorbeeld leerlingen in grotere groepen instructie te geven om vervolgens in kleinere groepen uit elkaar te gaan. Ook valt te denken aan het bouwen met standaard stramienmaten (kolombouw), waardoor gebouwlijke aanpassingen relatief eenvoudig door te voeren zijn.
Wij streven ernaar onderwijsgebouwen flexibel en multifunctioneel te gebruiken, bijvoorbeeld door klaslokalen na schooltijd beschikbaar te stellen voor buitenschoolse activiteiten. Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 23
Inclusiever onderwijs Inclusieve schoolgebouwen, waar iedereen zich thuis voelt en toegang toe heeft, zijn ons streven. We zijn ons ervan bewust dat dat nu nog niet altijd zo is – en dat het veel geld en tijd kost om alle onderwijsgebouwen volledig inclusief te maken. Daarom werken we komende jaren stapsgewijs uit hoe we onderwijsgebouwen meer inclusief kunnen maken. Het gaat daarbij niet alleen om rolstoeltoegankelijke toiletten in elk gebouw, maar bijvoorbeeld ook om meer aandacht voor materiaalgebruik en schoolontwerpen die prikkels verlagen. Het inrichten van rustige ruimtes binnen een school, waar leerlingen de mogelijkheid hebben om te reflecteren of tot rust te komen, kan bijvoorbeeld een waardevolle toevoeging zijn. We sluiten hiermee aan bij de motie M2024/27 “Inclusief & Adaptief”. In het IHP onderwijs geven we hier invulling aan door de realisatie van drie buurtscholen en het uitvoeren van twee pilots voor inclusievere onderwijshuisvesting.
Wij streven naar inclusieve schoolgebouwen waar iedereen zich thuis voelt en toegang toe heeft, en werken de komende jaren stapsgewijs uit hoe we dit kunnen realiseren. Samenvatting Het IHP onderwijs draagt bij aan de realisatie van de langetermijndoelstellingen zoals verwoord in de koers Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen, de Sociale Visie Utrecht 2040 en de Ruimtelijke Strategie Utrecht. Concreet draagt onderwijshuisvesting bij aan de volgende twee doelstellingen: Kansrijk opgroeien en Groeien in balans. De opgave van de leefomgeving versterkt het gezond samenleven. Bij renovatie of (ver)nieuwbouw van scholen onderzoeken we steeds de mogelijkheid om meerdere maatschappelijke functies in één gebouw te combineren en/of meervoudig ruimte gebruik mogelijk te maken. Onderwijshuisvesting faciliteert en draagt bij aan de realisatie van de ambities uit de UOA op het gebied van kansengelijkheid, voldoende professionals en inclusie. Daarnaast geven we met het IHP onderwijs uitwerking aan de afspraken onder het thema flexibel samenwerken en huisvesten, waaronder het wijkgericht werken, de realisatie van drie buurtscholen en het uitvoeren van twee pilots voor inclusievere onderwijshuisvesting.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 24
3. Doelstellingen en uitgangspunten Eerder in de beleidsnota hebben we de wettelijke kaders en context voor onderwijshuisvesting beschreven. We maken hierbij onderscheid tussen waar we vanuit onderwijshuisvesting verantwoordelijk voor zijn en waar we middels onderwijshuisvesting aan bij kunnen bijdragen. We kiezen voor doelstellingen waar we vanuit onderwijshuisvesting integraal op sturen en verantwoording over afleggen. Daarnaast dragen we met onderwijshuisvesting bij aan maatschappelijke opgaven op het gebied van inclusie, duurzaamheid en flexibel bouwen. Deze opgaven zijn opgenomen als uitgangspunten waaraan wij bij de realisatie van scholen, gymzalen en MFA's zoveel mogelijk bijdragen. Anders gezegd, onderwijshuisvesting is geen voorwaarde, maar draagt wel bij aan de realisatie van deze opgaven. Daarom streven we ernaar om binnen de financiële kaders zoveel mogelijk bij te dragen aan deze opgaven. Per doelstelling beschrijven wij in dit hoofdstuk wat we eronder verstaan, op welke wijze we invulling geven aan de doelstelling en waar we daarmee (in)direct aan bijdragen.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 25
Ambitie en doelstellingen Kinderen en jongeren in Utrecht groeien kansrijk op in een stabiele, gezonde, stimulerende en liefdevolle omgeving. Met onze scholen faciliteren we deze kansrijke omgeving voor kinderen. Dit vraagt om schoolgebouwen die geschikt zijn voor het geven van modern en eigentijds onderwijs. Niet alleen nu, maar ook in de komende jaren. Het beleid voor onderwijshuisvesting draagt daarmee bij aan gezond stedelijk leven voor iedereen in Utrecht. Daaruit vloeit voort dat we met het IHP onderwijs ervoor willen zorgen dat: ‘We moderne en toekomstbestendige huisvesting van scholen realiseren, die voldoende passend en duurzaam is.’ Deze ambitie is uitgewerkt in twee hoofddoelstellingen: 1. Een toereikende capaciteit aan schoolgebouwen en gymzalen. 2. Kwalitatief goede schoolgebouwen en gymzalen.
Een toereikende capaciteit aan schoolgebouwen en gymzalen Wat verstaan we hieronder? Voor elke Utrechtse leerling in het primair onderwijs streven we naar een beschikbare plek in de wijk waar zij wonen. De huisvestingscapaciteit (in vierkante meters) moet derhalve goed aansluiten op het aantal leerlingen dat woont in de wijk. We willen namelijk dat ieder kind in de eigen leefomgeving naar school kan. Dit streven vertaalt zich tevens in de ambitie om in elke nieuwe wijk een schoollocatie voor primair onderwijs te realiseren. In sommige gevallen betekent dit dat er bij aanvang niet direct voldoende leerlingen zijn om de capaciteit volledig te benutten. In dergelijke situaties accepteren we een ingroeimodel, waarbij we mogelijk een tijdelijke locatie of medegebruik moeten inzetten, een deel van het schoolgebouw in de beginfase wordt ingezet voor andere (maatschappelijke) doeleinden of leegstand in de beginfase onvermijdelijk is. Voorafgaand aan elke gebiedsontwikkeling evalueren we zorgvuldig of een nieuw schoolgebouw noodzakelijk en haalbaar is. Daarbij houden we ons aan het principe van de tien-minutenstad. Voldoende huisvestingscapaciteit van scholen verwijst naar de beschikbaarheid van geschikte en veilige fysieke ruimtes die de onderwijsbehoeften van leerlingen en docenten ondersteunen.