CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnota gezondheid - Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota gezondheid ‘Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027’27.081 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Effect en doelen: Doen we de goede dingen?

Elk thema heeft doelen die we verwachten te realiseren binnen 4 jaar. Aan deze doelen zijn effectindicatoren gekoppeld (zie pagina 81 t/m 84). Om de vraag te beantwoorden of we de goede dingen doen hebben we zicht nodig op bovengenoemde resultaten en de effecten hiervan richting het doel. Gedurende de looptijd bespreken we de resultaten en effectindicatoren met betrokkenen om samen conclusies en vervolg uit de data te halen. Zo sturen we op de doelen waarmee we de komende jaren het meest effectief gezondheidsverschillen willen verkleinen. Effect is later zichtbaar dan direct meetbare resultaten en daardoor is de monitorinformatie over het effect later beschikbaar. De vraag ‘doen we de goede dingen’ beantwoorden we daarom aan het eind van de looptijd van deze nota.

Ambitie: richten we ons op de goede dingen?

Uiteindelijk willen we zicht op onze hoofdambitie om de gezondheidsverschillen met 30% te verkleinen. Hiervoor monitoren we de ontwikkelingen en trends van gezondheidsverschillen in Utrecht. Denk hierbij aan informatie over de gezondheid van groepen inwoners. Deze monitoringsinformatie zegt weinig over de effectiviteit van onze inzet maar biedt wel sturingsinformatie voor het vervolg op deze nota. Bijvoorbeeld op de keuzes voor de hoofdthema’s van het gezondheidsbeleid. Hier kijken we naar aan het eind van de looptijd van de nota.

Beleidsnota Gezondheid versie februari 2024 | 78

Utrechts Sturingsmodel

Het verkleinen van gezondheidsverschillen is een complexe opgave. Er zijn raakvlakken met meerdere opgaven, bijvoorbeeld de opgaven op het gebied van jeugd, onderwijs en wonen. En er zijn meerdere stakeholders betrokken, denk aan het Rijk, regionale samenwerkingspartners en lokale zorgorganisaties. Bovendien komen de randvoorwaarden voor een goede gezondheid van Utrechters niet altijd overeen met belangen als de ruimtelijke inrichting/ verdichting van de stad.

Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd

Gedeelde waarden zijn het startpunt

OPGAVE Leren en verbeteren via interactie en dialoog

Data en informatie brengt de beweging in kaart

Opgave

In 2040 zijn de gezondheidsverschillen in Utrecht tussen de laagste en hoogste sociaaleconomische groepen met 30% afgenomen ten opzichte van 2012. Gedeelde waarden zijn het startpunt Leidende principes (zie pagina 22 en 23): ࡟ We zetten in op grondoorzaken ࡟ Ongelijk investeren voor gelijke kansen ࡟ De mens staat centraal ࡟ Iedereen levert een bijdrage ࡟ Voorkomen is beter dan genezen Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd ࡟ Wet publieke gezondheid ࡟ Financiën: huidige programmabegroting (zie de financiële paragraaf op pagina 86 t/m 89). Leren en verbeteren via interactie en dialoog ࡟ We sturen kortcyclisch op basis van resultaten per thema. Dit doen we minimaal 1x per jaar. ࡟ Tweejaarlijks gaan we in gesprek met de raad om samen te kijken naar het resultaat en effect en wat dit betekent voor het vervolg. Hieraan ten grondslag ligt een document met voortgangsinformatie.

79

Data en informatie brent de beweging in kaart We monitoren de: ࡟ Resultaten: direct meetbare resultaten volgend uit de activiteiten per thema. ࡟ Effecten en doelen: op basis van effectindicatoren (zie tabel op pagina 81 t/m 84) en duidingsinformatie met de stad. ࡟ Ambitie: ontwikkelingen in de stad op het gebied van gezondheidsverschillen. ࡟ Financiën: financiële kaders worden meegenomen in kortcyclisch sturen. ࡟ Contextfactoren: registreren we gedurende de looptijd van de nota, voor zover dit de effectiviteit van ons beleid kan beïnvloeden.

Beleidsnota Gezondheid versie februari 2024 | 80

1. Indicatoren In onderstaande tabel staan alle indicatoren die we op dit moment voor handen hebben of die op te nemen zijn in huidige monitoringsinstrumenten. De indicatoren zijn gekozen op basis van doelstelling en strategie. Bij doelstellingen waar geen data over beschikbaar is, volgt een plan of en hoe we hier toch zicht op kunnen krijgen. Dit is ook conform de aanbevelingen van de de rekenkamer uit het rekenkamerrapport ‘Het gaat niet goed’. De jaartallen van de indicatoren zijn de jaartallen waarin de data is verzameld. Benoemde indicatoren geven nooit een-op-een aan of het doel is gehaald of niet. Het zichtbaar maken van voortgang en de verantwoording hierop gaat breder dan alleen de terugkoppeling op de indicatoren. Het gaat om een combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve informatie en dit duiden met partners, professionals en inwoners in de stad. Om zo gezamenlijk zicht te houden op de beweging en bij te sturen wanneer nodig.

Hoofdambitie Doelstelling

Effectindicator

Begroting

In 2040 zijn de gezondheidsverschillen in Utrecht tussen de laagste en hoogste sociaal-economische groepen met 30% afgenomen ten opzichte van 2012. In de tussentijd worden de gezondheidsverschillen niet groter.

% Utrechters >= 18 jaar met een goed ervaren gezondheid naar rondkomen (GM 2022: moeite met rondkomen: 54%, kan rondkomen: 80%).

Nee

% Utrechters >= 18 jaar met een goed ervaren gezondheid naar opleiding (GM 2022: (basisonderwijs/vmbo: 47%, havo/vwo/mbo: 67%, hbo/wo: 83%).

Nee

% Utrechters 10-12 jaar met een goed ervaren gezondheid naar gezinswelvaart (2021: lage gezinswelvaart 83%; hoge gezinswelvaart 92%).

Nee

Doelstelling

Effectindicator

Begroting

In al het beleid wegen we gezondheid expliciet mee.

Bedoelingindicator: Het aantal beleidsdocumenten (visie, beleid, uitvoeringsprogramma en collegevoorstellen) waarin gezondheid expliciet is meegewogen. (nieuwe indicator, geen 0-meting).

Nee

We maken gezondheid vaker onderdeel van inkoop en subsidies.

Bedoelingindicator: Het aantal inkoop en subsidies waarvan gezondheid onderdeel is. (nieuwe indicator, geen 0-meting).

Nee

In Utrecht is ‘gezond’ vaker vanzelfsprekend.

Hierop is geen effectindicator mogelijk.

Nee

Koersen op gezondheid

81

Thema bestaanszekerheid Doelstelling

Effectindicator

Begroting

Alle Utrechters ontvangen tijdig passende hulp bij rondkomen of het oplossen van problematische schulden. Het formele en informele aanbod van hulp en voorzieningen, gericht op financiën sluit op elkaar aan, zodat Utrechters tijdig de best passende hulp krijgen.

% Utrechters (18+) dat aangeeft dat ze (passende) financiële hulp krijgen bij moeite met rondkomen (nieuwe indicator, geen 0-meting).

Nee

Alle Utrechtse gezinnen met kinderen hebben voldoende financiële middelen en mogelijkheden om mee te doen.

% Utrechters (18+) met thuiswonende kinderen jonger dan 4 jaar dat in het afgelopen jaar een medische behandeling nodig heeft gehad maar niet ontvangen vanwege de kosten (GM 2022: 4%).

Nee

We bieden onze inwoners passende, stress-sensitieve en persoonlijke ondersteuning bij hun stappen richting werk, vrijwilligerswerk en activering.

% Utrechters (18+) met een bijstandsuitkering dat een goede ervaren gezondheid heeft (GM 2022: 31%).

Nee

Doelstelling

Effectindicator

Begroting

In de wijk hebben meer inwoners onderling (betekenisvol) contact.

% Utrechtse volwassenen (18+) dat wekelijks contact met buren heeft (GM 2022: 41%).

Nee

% Utrechtse volwassenen dat sociaal eenzaam is (GM 2022: 33%).

Nee

% Utrechtse volwassenen (18+) dat emotioneel eenzaam is (GM 2022: 32%).

Nee

% Utrechtse volwassenen (18+) dat (matig en ernstig) eenzaam is (GM 2022: 48% eenzaam; 33% matig en 15% ernstig).

Nee

% kinderen (10-12 jaar) dat positief is over de relatie met vrienden in Utrecht (JMU 2021: 89%).

Nee

% Utrechtse kinderen dat zich vaak alleen voelt (JMU 2021: 6%).

Nee

% Utrechtse jongeren (13-15 jaar) dat (matig en ernstig) eenzaam is (GMJ 2021: 19% eenzaam; 8% matig en 11% ernstig).

Nee

% Utrechtse jongvolwassenen dat (matig en ernstig) eenzaam is (GMJovo 2022: 59% eenzaam; 37% matig en 22% ernstig).

Nee

Gezondheidsinformatie vanuit gemeente en partnerorganisaties sluit beter aan bij de (gezondheids)vaardigheden.

Uitwerking monitoring volgt.

Nee

Informatie en hulp vanuit gemeente en partnerorganisaties sluit beter aan bij de vragen, zorgen en argwaan van mensen.

Uitwerking monitoring volgt.

Nee

Thema sociale kracht

Beleidsnota Gezondheid versie februari 2024 | 82

Thema gezonde leefomgeving Doelstelling

Effectindicator

Begroting

Inwoners ademen schonere lucht in en ondervinden minimale geluidshinder.

Uitwerking monitoring blootstelling aan schone lucht volgt.

Nee

% Utrechters dat vaak overlast van lawaai ervaart (IE2021: 38%).

Jaa

% Utrechters dat een zes of hoger geeft voor de mogelijkheid om bij hitte verkoeling in de eigen woning te vinden (GM 2022: 72%).

Nee

% Utrechters dat een zes of hoger geeft voor de mogelijkheid om bij hitte verkoeling in de tuin en/of de buurt te vinden (GM 2022: 71%).

Nee

Meer sociale huurwoningen, scholen en kinderopvang hebben een gezond binnenmilieu.

% Utrechters met schimmel, vocht en ventilatieproblemen uitgesplitst naar huur en koopwoning (nieuwe indicator, geen 0-meting).

Nee

Utrechters komen in de openbare en publiek toegankelijke ruimten minder in aanraking met ongezonde verleidingen.

Uitwerking monitoring volgt.

Nee

Meer (passende) mogelijkheden op gebied van sport, spelen en bewegen in de openbare ruimte.

% Utrechtse ouders met kinderen onder de 12 jaar die tevreden zijn over speelvoorzieningen voor kinderen in de buurt (IE 2021: 71%).

Nee

% Utrechtse kinderen (10-12j) dat tevreden is over aantal speelplekken in de buurt (JMU 2021: 94%).

Nee

Meer Utrechters ervaren hun buurt als leefbaar en veilig.

% Utrechters die zich wel eens onveilig voelen in hun buurt (IE 2021: 30%).

Ja

Meer en betere plekken voor ontmoeting en voldoende voorzieningen op gebied van zorg, welzijn, cultuur, sport, onderwijs.

% Utrechters die (zeer) tevreden zijn over voorzieningen in de buurt: • Beschikbaarheid van ruimtes voor bewonersactiviteiten (IE 2021: 39%) • Bibliotheek (IE 2021: 71%) • Culturele voorzieningen (IE 2021: 48%) • Voorzieningen jongeren (IE 2021: 32%) • Sportvoorzieningen (IE 2021: 66%) • Kinderopvang (IE 2021: 61%) • Basisonderwijs (IE 2021: 67%)

Jab

We voorkomen zoveel mogelijk gezondheidsschade als gevolg van hittestress en zon.

a

In het programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving staat het % inwoners dat vaak overlast van lawaai ervaart

b In het programma Levendige en gezonde stad staat het % bewoners dat tevreden is over de beschikbaarheid van ruimte voor bewonersinitiatieven in de buurt.

83

Thema mentale gezondheid Doelstelling

Effectindicator

Begroting

We verminderen de negatieve impact van prestatiedruk.

% kinderen en jongeren die stress ervaren door: • school(JMU 2021: 15% kinderen, GMJ 2021: 35% jongeren) • alles wat er moet(JMU 2021: 11% kinderen, GMJ 2021: 25% jongeren) • wat anderen van je vinden (JMU 2021: 12% kinderen, GMJ 2021:17% jongeren) • Prestatiedruk jongvolwassenen (GMJovo 2021: 69%)

Nee

We hebben zicht op de mogelijkheden om bij te sturen op negatieve effecten van de online wereld op de mentale gezondheid.

Niet van toepassing.

Nee

Meer kinderen, jongeren en jongvolwassenen groeien op in een omgeving waar ze zich sociaal-emotioneel gezond kunnen ontwikkelen.

Effectindicatoren volgen op basis van keuzes in uitvoeringsprogramma.

Nee

Meer kinderen, jongeren en jongvolwassenen hebben (een goede basis van) sociaal-emotionele vaardigheden.

Effectindicatoren volgen op basis van keuzes in uitvoeringsprogramma.

Nee

Meer Utrechters ervaren een breed palet aan ondersteuning, activiteiten en hulp wanneer nodig.

Effectindicatoren volgen op basis van keuzes in uitvoeringsprogramma.

Nee

Doelstelling

Effectindicator

Begroting

Minder kinderen (gaan) roken en kinderen komen minder in aanraking met rook.

% Utrechtse jongeren (klas 2 en 4 van het voortgezet onderwijs) dat nu een nicotine-product gebruikt (sigaret/shag, vape, snus) (GMJ 2021: 7%).

Nee

% 0-2 jarigen waar thuis wordt gerookt (JGZ 2019: 6%).

Nee

% leerlingen uit groep 7 en 8 dat in de laatste 4 weken iemand thuis heeft zien roken (JMU 2021): 22%.

Nee

% leerlingen uit groep 7 en 8 dat in de laatste 4 weken iemand heeft zien roken/vapen op andere plekken (bij school, speeltuin/speelplek, sportclub/ vereniging, bus of tramhalte, winkelcentrum) (JMU 2021: 91%).

Nee

Bij sociale voorzieningen is gezond eten en drinken vaker de standaard en is alcohol minder aanwezig.

Uitwerking monitoring volgt.

Nee

Gezinnen ervaren vaker ondersteuning die aansluit op wat zij nodig hebben voor gezonde eet- en drinkgewoonten.

Uitwerking monitoring volgt.

Nee

Voor kinderen is bewegen vaker een onderdeel van de dagelijkse routine.

% kinderen dat gemiddeld minstens een uur per dag matig tot intensief beweegt (JMU 2021: 85%).

Nee

Thema gezonde leefgewoonten

De bronnen waar de indicatoren uit voortkomen: ࡟ Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen (GM): dataverzameling in 2024 en 2026 (publicatie 2025 en 2027) ࡟ Jeugdmonitor Utrecht (JMU): vervolgmetingen in 2025 en 2027 (publicatie 2026 en 2028) ࡟ Gezondheidsmonitor Jeugd (GMJ): vervolgmeting 2026 of 2027 (publicatie 2027 of 2028) ࡟ Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen (GMJovo): vervolgmetingen in 2024 ࡟ Inwonersenquête (IE): vervolgmetingen in 2025 en 2027 (publicatie 2026 en 2028)

Beleidsnota Gezondheid versie februari 2024 | 84

2. Risico’s Risico-omschrijving

Toelichting

Maatregelen

Gezondheidsverschillen worden groter

Als we met onze strategie niet de juiste doelgroep bereiken of een averechts effect hebben, dan vergroten we de gezondheidsverschillen.

We monitoren de resultaten en effecten van ons beleid om hier tijdig op bij te kunnen sturen.

Inflatie

Door stijgende prijzen en kosten hebben Utrechters minder te besteden voor gezonde leefgewoonten zoals gezonde voeding en sportactiviteiten. Geldzorgen die ontstaan door stijgende prijzen en kosten kunnen leiden tot stress en zorgen bij inwoners

• We werken samen met maatschappe lijke partners en de eerstelijnszorg om geldzorgen bespreekbaar te maken en tijdig door te verwijzen. • Voor subsidiepartners werken we met een prijs-indexatie die een deel van deze stijgende kosten kan opvangen. • De gemeente werkt integraal op dit vraagstuk om de kansengelijkheid te vergroten. • Lobby richting het Rijk.

Verdichting van de stad

De groeiende stad leidt tot druk op de beschikbare ruimte, middelen en voorzie ningen en daarmee tot druk op een gezonde leefomgeving. Vooral in wijken waar veel Utrechters wonen met (een risico op) gezondheidsachterstand.

Realisatie van de barcode RSU jaarlijks monitoren en op basis daarvan zo nodig bijsturen.

Hervormingen sociaal domein

Door nog scherpere keuzes in inzet in het sociaal domein hebben Utrechters een grotere kans op het niet ontvangen van passende zorg en ondersteuning.

• Maatschappelijke dialoog met de stad. • Gezondheid meenemen in al het beleid • Beleidsnota Wmo. • Nota van uitgangspunten onderdelen van de sociale basis en basiszorg.

Nieuwe achterstandsgroepen

Groepen die gezondheidsachterstanden ontwikkelen, om andere redenen dan de grondoorzaken waar dit beleid op inzet.

We monitoren gezondheid en gezondheidsverschillen niet alleen voor groepen die nu de grootste gezondheidsachterstand hebben, maar ook voor andere groepen. Zo krijgen we zicht op groepen die op achterstand (dreigen te) raken.

Afhankelijkheidspositie

Op alle thema’s is Rijksbeleid van grote invloed. Als de punten waar we op landelijk niveau voor verandering pleiten niet veranderen, of als er onverwachte landelijke of mondiale omstandigheden plaatsvinden, dan kunnen de Utrechtse ambities niet worden gerealiseerd.

• Lobby richting het Rijk. • Doorlopende monitoring en strategiebepaling. • Wendbare gemeentelijke organisatie.

Wantrouwen in de overheid

Utrechters met (een risico op) gezond heidsachterstanden hebben het meeste baat bij dit beleid en hebben tegelijkertijd het meeste wantrouwen naar de overheid24.

• Samen stad maken. • Nota inclusie en diversiteit. • Nota Financiële bestaanszekerheid.

Polarisatie, racisme en discriminatie

De polarisatie in de samenleving neemt toe. Dat versterkt de maatschappelijke scheidslijnen en daarmee de impact van sociaal-economische status op gezond heidsverschillen.

• Rijksbeleid en de Utrechtse inzet op Sociale kracht. • Utrecht zijn we Samen.

85

3. Financiën Gezondheid is een van de pijlers van de stedelijke ambitie ‘gezond stedelijke leven voor iedereen’. Veel programma’s dragen bij aan gezondheid en/of het verkleinen van gezondheidsverschillen. Zo levert het programma Kansrijk opgroeien met doelstelling onderwijs een essentiële bijdrage. Het is niet of nauwelijks te becijferen met welk bedrag programma’s precies bijdragen. Vaak is het ook vrijwel onmogelijk om te onderscheiden welke inzet gericht is op het verkleinen van gezondheidsverschillen en welke inzet voor ‘gezondheid in het algemeen’. Dit zien we bijvoorbeeld binnen het programma Levendige en gezonde stad bij de doelstelling Volksgezondheid. Het totale lastenbudget 2024 voor dit programma bedraagt 37,5 miljoen euro. Een aanmerkelijk deel hiervan, 21,1 miljoen euro, is capaciteit voor het beleid en de uitvoering van (wettelijke) taken voor jeugd, volwassenen, ouderen en mensen met een complexe multiproblematiek. De JGZ is een voorbeeld van een wettelijke taak die we als gemeente uitvoeren waarbinnen ook inzet is voor het verkleinen van gezondheidsverschillen door het bieden van maatwerk: wat meer tijd nemen voor een gesprek of door de informatie goed te laten aansluiten op de gezondheidsvaardigheden van de ouders. Dit soort maatwerk kunnen we niet scheiden van de dienstverlening voor alle kinderen en hun ouders.

Hieronder staat een tabel met daarin aangegeven welke doelen uit deze nota worden gerealiseerd vanuit welk programma met bijbehorende doelstelling in de begrotingscyclus. Vervolgens is er een lasten-baten tabel waarin specifiek de inzet vanuit het programma Levendige en gezonde stad bij de doelstelling Volksgezondheid voor de realisatie van deze nota. Hierin geven we ook de beleidsinzet aan voor de komende jaren. Dit is 10 fte in 2024 en de daaropvolgende drie jaar is dat 8 fte. Het gaat hierbij onder meer om capaciteit om ‘gezondheid’ onderdeel te maken van uitvoeringsprogramma’s en/of het ondersteunen van samenwerkingspartners bij het implementeren van beleid van deze nota in het werk.

Overzicht van de gemeentebrede inzet voor de realisatie van deze beleidsnota Koersen op gezondheid Doel

Programma

Doelstelling

In al het beleid wegen we gezondheid expliciet mee

Levendige en gezonde stad

Volksgezondheida

We maken gezondheid vaker onderdeel van inkoop en subsidies

Levendige en gezonde stad

Volksgezondheid

In Utrecht is ‘gezond’ vaker vanzelfsprekend

Levendige en gezonde stad

Volksgezondheid

a De doelstelling Volksgezondheid wijzigt vanaf de programmabegroting 2025 naar: Het percentage Utrechters met een goed ervaren gezondheid neemt toe.

Beleidsnota Gezondheid versie februari 2024 | 86

Thema bestaanszekerheid Doel

Programma

Doelstelling

Alle Utrechters ontvangen tijdig passende hulp bij rondkomen of het oplossen van problematische schulden.

• Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid • Levendige en gezonde stad

• Inkomenszekerheid

Het formele en informele aanbod van hulp en voorzieningen, gericht op financiën sluit op elkaar aan, zodat Utrechters tijdig de best passende hulp krijgen.

• Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid • Levendige en gezonde stad

• Inkomenszekerheid

Alle Utrechtse gezinnen met kinderen hebben voldoende financiële middelen en mogelijkheden om mee te doen

• Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid • Levendige en gezonde stad

• Inkomenszekerheid

We bieden onze inwoners passende, stress-sensitieve en persoonlijke ondersteuning bij hun stappen richting werk, vrijwilligerswerk en activering.

• Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid • Levendige en gezonde stad

• Werken of participeren

Doel

Programma

Doelstelling

In de wijk hebben meer inwoners onderling (betekenisvol) contact

• Levendige en gezonde stad • Betrouwbare overheid

• Meedoen en voor elkaar zorgen • Prettig samenleven • Volksgezondheid • Betrokken Utrechters

Gezondheidsinformatie vanuit gemeente en partnerinformatie sluit beter aan bij de (gezondheids)vaardigheden

• Levendige en gezonde stad • Passende ondersteuning en opvang

• Volksgezondheid • Laagdrempelige basiszorg

Gezondheidsinformatie vanuit gemeente en partnerorganisaties sluit beter aan bij de vragen, zorgen en argwaan van mensen

• Levendige en gezonde stad • Passende ondersteuning en opvang

• Volksgezondheid • Laagdrempelige basiszorg

Doel

Programma

Doelstelling

Inwoners ademen schonere lucht in en ondervinden minimale geluidshinder

• Levendige en gezonde stad • Aantrekkelijke, groene leefomgeving & erfgoed

• Volksgezondheid • Leefomgeving en ondergrond

We voorkomen zoveel mogelijk gezondheidsschade als gevolg van hittestress en zon

• Levendige en gezonde stad • Aantrekkelijke, groene leefomgeving & erfgoed

• Volksgezondheid • Extra groen

Meer sociale huurwoningen, scholen en kinderopvang hebben een gezond binnenmilieu

• Levendige en gezonde stad • Ontwikkelen en wonen voor iedereen

• Volksgezondheid • Bebouwde omgeving • Huisvesting

Utrechters komen in de openbare en publiek toegankelijke ruimten minder in aanraking met ongezonde verleidingen

Levendige en gezonde stad

Volksgezondheid

Meer (passende) mogelijkheden op gebied van sport, spelen en bewegen in de openbare ruimte

Levendige en gezonde stad

• Volksgezondheid • Toegankelijke sportvoorzieningen • Toegankelijke • Buurtvoorzieningen

Meer Utrechters ervaren hun buurt als leefbaar en veilig

• Veilige stad • Levendige en gezonde stad

• Aanpakken/voorkomen criminaliteit • Volksgezondheid

Meer en betere plekken voor ontmoeting en voldoende voorzieningen op gebied van zorg, welzijn, cultuur, sport, onderwijs

Levendige en gezonde stad

• Toegankelijke sportvoorzieningen • Toegankelijke buurtvoorzieningen • Volksgezondheid

• Volksgezondheid • Volksgezondheid

• Volksgezondheid • Volksgezondheid

Thema sociale kracht

Thema gezonde leefomgeving

87

Thema mentale gezondheid Doel

Programma

Doelstelling

We verminderen de negatieve impact van prestatiedruk

• Kansrijk opgroeien • Levendige en gezonde stad

• Versterken veerkracht • Volksgezondheid

We hebben zicht op de mogelijkheden om bij te sturen op negatieve effecten van de online wereld op de mentale gezondheid

• Levendige en gezonde stad

• Volksgezondheid

Meer kinderen, jongeren en jongvolwassenen groeien op in een omgeving waar ze zich sociaal-emotioneel gezond kunnen ontwikkelen

• Kansrijk opgroeien • Levendige en gezonde stad

• Eigen pad in het onderwijs • Buurtteams • Versterken veerkracht • Volksgezondheid • Op eigen manier en niveau sporten

Meer kinderen, jongeren en jongvolwassenen hebben (een goede basis van) sociaal-emotionele vaardigheden

• Kansrijk Opgroeien • Levendige en gezonde stad

• Eigen pad in het onderwijs • Buurtteams • Versterken veerkracht • Volksgezondheid • Op eigen manier en niveau sporten

Meer Utrechters ervaren een breed palet aan ondersteuning, activiteiten en hulp wanneer nodig

• Passende ondersteuning en opvang • Levendige en gezonde stad • Kansrijk opgroeien

• Laagdrempelige basiszorg • Volksgezondheid • Meedoen en voor elkaar zorgen • Deelname en bezoek cultuur • Op eigen manier en niveau sporten • Buurtteams

Thema gezonde leefgewoonten Doel

Programma

Doelstelling

Minder kinderen (gaan) roken en kinderen komen minder in aanraking met rook.

Levendige en gezonde stad

Volksgezondheid

Bij sociale voorzieningen is gezond eten en drinken vaker de standaard en is alcohol minder aanwezig

Levendige en gezonde stad

Volksgezondheid

Gezinnen ervaren vaker ondersteuning die aansluit op wat zij nodig hebben voor gezonde eet- en drinkgewoonten.

Levendige en gezonde stad

Volksgezondheid

Voor kinderen is bewegen vaker een onderdeel van de dagelijkse routine

Levendige en gezonde stad

• Volksgezondheid • Op eigen manier en niveau sporten

Besparingsopgave Utrecht

De gemeente Utrecht staat net als vele andere gemeentes voor forse financiële vraagstukken. De besluiten die hieruit volgen kunnen effect hebben op een deel van de activiteiten die we in het kader van deze nota willen uitvoeren. De ambitie en de gestelde doelen blijven dan echter staan.

Beleidsnota Gezondheid versie februari 2024 | 88

Specificatie van de inzet vanuit het programma Levendige en gezonde stad., doelstelling Volksgezondheid de realisatie van deze beleidsnota Lasten Bedragen x € 1000 Thema

2024

2025

2026

2027

Totaal

318

201

201

173

893

Bestaanszekerheid

163

158

158

158

636

Sociale kracht

57

57

57

57

230

Gezonde leefomgeving

402

402

242

242

1.288

Mentale gezondheid

382

671

495

165

1.713

Gezonde leefgewoonten

1.168

1.058

1.058

1.058

4.340

Totaal

2.490

2.546

2.210

1.853

9.099

Fte (afgerond)

10

8

8

8

Thema

2024

2025

2026

2027

Totaal

Externe middelen

363

482

259

232

1.336

Algemene middelen

2.127

2.064

1.951

1.621

7.763

Totaal

2.490

2.546

2.210

1.853

9.099

Overkoepelend thema Koersen op gezondheid Vijf inhoudelijke thema’s

Baten Bedragen x € 1000

Algemene middelen bestaan voornamelijk uit structurele formatie en coalitiemiddelen. Externe middelen bestaan uit GALA SPUK middelen zoals GALA Gezondheidsachterstanden en GALA Kansrijke Start.

89

4. Voortgang en verantwoording In de notaperiode van 2024 tot en met 2027 geven we twee keer in gespreksvorm uitgebreid de voortgang van het beleid weer. Halverwege de notaperiode, eind 2025 en ter afsluiting van deze periode, eind 2027. Hieraan ligt een document ten grondslag. In de tussentijdse rapportage staan de resultaten, effecten en duidingsinformatie centraal om de vraag te beantwoorden ‘doen we de dingen goed?’. Bij de eindrapportage beantwoorden we ook de andere twee vragen: doen we de goede dingen en richten we ons op de goede dingen? We verrijken elke rapportage met relevante kaders, randvoorwaarden en contextfactoren. Aan het eind van de looptijd van de nota kijken we ook naar ontwikkelingen en effect op de gezondheidsverschillen in Utrecht. In de begrotingscyclus komen de hoofdambitie en doelstellingen niet terug.

Beleidsnota Gezondheid versie februari 2024 | 90

D

Bijlagen

Bijlagen Bijlage 1: Onderbouwing en nadere toelichting In deze bijlage vindt u meer informatie over onderwerpen die in de nota aan de orde komen.

Volksgezondheidsmonitor Utrecht

Actuele informatie over de gezondheid van Utrechters en de onderliggende factoren van gezondheid is openbaar en te vinden op: www.volksgezondheidsmonitor.nl.

Utrechtse ambitie 2040

In 2040 willen we dat de gezondheidsverschillen in Utrecht tussen de laagste en hoogste sociaal-economische groepen 30% minder zijn dan in 2012 (zie ook raadsbrief). Het Nederlandse topsectoren beleid, de Health Hub Utrecht en de Kennisagenda Preventie, hebben vergelijkbare doelen. De ambitie sluit aan bij de nationale ambities van het GALA en IZA. Deze twee akkoorden streven naar een gezonde generatie in 2040 (GALA), waarbij de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar blijft (IZA). Gemeenten, verzekeraars en zorgkantoren voeren de akkoorden regionaal en lokaal uit. We willen dat de afname van gezondheidsverschillen ‘gunstig’ is. Dat houdt in dat we willen dat de groep met de grootste gezondheidsachterstand er in gezondheid op vooruit gaat en niet dat de gezondheid van de groep die er het beste voor staat, verslechtert. We monitoren goed ervaren gezondheid tussen inwoners met een verschillende opleiding en tussen groepen inwoners die wel of niet kunnen rondkomen.

Goed ervaren gezondheid Utrechters (18 jaar en ouder) naar opleiding 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

2012

Basisonderwijs, vmbo

93

2014 mbo, havo, vwo

2016 hbo, wo

2018

2020

2022

Bron: Volksgezondsmonitor Utrecht

Er zijn grote verschillen in ervaren gezondheid tussen groepen volwassen Utrechters (18 jaar en ouder) met een verschillende opleiding. Het grootste verschil zit tussen inwoners met een hbo- of wo-opleiding en inwoners met basisonderwijs of een vmbo-opleiding. Van de inwoners met een hbo- of wo-opleiding geeft 83% aan dat hun gezondheid goed is. Van de inwoners met basisonderwijs of een vmbo-opleiding geeft 47% dit aan. Dit verschil is tussen 2012 en 2022 gelijk gebleven. Het verschil in ervaren gezondheid tussen inwoners met een hbo-of wo-opleiding en inwoners met een mbo-, havo-, of vwo-opleiding is ook groot en is tussen 2012 en 2022 groter geworden. Dit komt omdat de ervaren gezondheid van inwoners met een mbo-, havo-, of vwo-opleiding harder daalt dan de ervaren gezondheid van inwoners met een hbo of wo-opleiding. Ook bij andere gezondheidsindicatoren laat deze middengroep een negatieve(re) ontwikkeling zien 41.

Gezond stedelijk leven voor iedereen

Steeds meer mensen, werkgevers en bezoekers kiezen voor Utrecht. Het is een aantrekkelijke, groene en centraal gelegen stad. Een stad waar iedereen zich thuis voelt en je jezelf kunt zijn. De stad groeit. We willen ruimte geven aan deze groei, maar tegelijk onszelf blijven. Utrecht wil een stad zijn waarin gezondheid en leefbaarheid voorop staan. We stoppen daarom energie in een betere kwaliteit van leven voor iedereen. Meer betaalbare woningen, een groene en gezonde omgeving om in te leven, goede bereikbaarheid en zorg dichtbij. Daar is behalve lef en ambitie ook samenwerking voor nodig. Want Utrecht maken we samen.

Gewenste veranderingen op landelijk niveau

Een advies van de RVS in ‘een eerlijke kans op gezond leven’ is: ‘Stel de aanpak van de maatschappelijke oorzaken van gezondheidsachterstanden centraler in landelijk, regionaal én lokaal beleid. Zet gelijktijdig leefstijlgerichte interventies in als aanvulling’2. In deze beleidsnota beschrijven we wat we als gemeente gaan doen op de belangrijkste grondoorzaken van gezondheidsverschillen en de belangrijkste gezondheids­achterstanden. Hierbij geven we aan welke veranderingen op landelijk niveau nodig zijn, met als overkoepelde ambitie: in het landelijk beleid staat de aanpak van grondoorzaken van gezondheidsverschillen centraal. Gewenste veranderingen op landelijk niveau zitten in het Utrechts Gezondheidsmodel in de paarse laag: maatschappelijke, economische en politieke context.

Taakverdeling Volksgezondheid gemeente Utrecht - GGD regio Utrecht Gemeente Utrecht Volksgezondheid

GGD regio Utrecht

• Jeugdgezondheidszorg • Zorg voor kwetsbare inwoners • Inspectie kinderopvang • Preventie en gezondheidsbevordering • Onderzoek en beleid

• Infectieziektebestrijding • Reizigerszorg • Medische milieukunde • Seksuele gezondheid • Forensische zorg • TBC-bestrijding • Psychosociale hulp en onderzoek na ramp/crisis

Gezondheidsmodel Utrecht

Het Utrechts gezondheidsmodel combineert verschillende theoretische modellen over gezondheid en gezondheidsverschillen. Het model is een versimpelde weergave van een complexe werkelijkheid, waarin de Utrechter centraal staat en we gezondheid breed en positief benaderen. Het model helpt om samenhangend en over verschillende domeinen heen naar gezondheid en kansen op gezondheid te kijken en hierover te praten. Door figuren over te laten lopen over meerdere lagen geven we weer dat de verschillende lagen en de factoren met elkaar samenhangen.

Beleidsnota Gezondheid versie februari 2024 | 94

Keuze voor de vijf beleidsthema’s voor de komende jaren

Bij de keuze voor de vijf beleidsthema’s (bestaanszekerheid, sociale kracht, gezonde leefomgeving, mentale gezondheid en gezonde leefgewoonten) laten we ons leiden door wat er nodig is voor eerlijke kansen op een gezond leven voor Utrechters. Het UGP concludeerde dat gezondheidsachterstanden samenhangen met problemen met geld, wonen en werk. De WHO rapporteerde dat gezondheidsverschillen tussen de laagste en hoogste sociaal-economische groepen in Europa voor een heel groot deel veroorzaakt worden door inkomenssituatie, sociale kracht, opleiding en vaardigheden en de fysieke woon- en leefomgeving (zie ook onderstaande figuur)16. Het RIVM berekende dat ongezonde leefgewoonten de grootste bijdrage leveren aan de ziektelast in Nederland49. Psychische aandoening zijn verantwoordelijk voor bijna 9% van alle zorguitgaven in Nederland.

10%

7%

Werk(situatie)

Goede en betaalbare zorg

35% Bestaanszekerheid

19% Sociale kracht

Onderliggende oorzaken van verschillen in ervaren gezondheid 29% Gezonde leefomgeving

Figuur: Bijdrage van grondoorzaken aan verschillen in ervaren gezondheid in Europa.

Thema bestaanszekerheid

Eén van de potentiële doorbraken om gezondheidsverschillen te verkleinen is het bevorderen van bestaanszekerheid2,16. Bestaanszekerheid houdt in: zeker zijn van inkomen, meedoen in de samenleving en het hebben van een geschikte en betaalbare woning. Omdat we wonen als het startpunt zien van een menswaardig bestaan, pakken we dakloosheid aan via het programma ‘Eerst een thuis’. Geldzorgen kunnen ertoe leiden dat mensen langdurige stress ervaren en minder ruimte in hun hoofd hebben voor andere belangrijke zaken. Hierdoor is het lastiger om prioriteiten te stellen en nemen mensen sneller impulsieve beslissingen. Dat kan weer leiden tot meer geldproblemen. Financiële krapte beperkt ook de mogelijkheden voor gezonde leefgewoonten en kan leiden tot zorgmijding13,50. Bestaanszekerheid beïnvloedt de gezondheid en andere onderliggende oorzaken van gezondheid, zoals toegang tot gezondheidszorg en eenzaamheid. Ongezondheid kan ertoe leiden dat iemand minder kansen heeft op de arbeidsmarkt of minder goed actief kan meedoen51. Omgekeerd vergroten werk en meedoen de kansen op een gezond leven52,53.

95

In Utrecht zijn gezondheidsproblemen sterk verbonden aan problemen met geld, wonen en werk1: ࡟ Utrechters die moeite hebben met rondkomen en kinderen die opgroeien in een gezin met lage welvaart hebben de grootste gezondheidsachterstanden. De laatste jaren groeit hun achterstand. Utrechters die moeite hebben met rondkomen, voelen zich bijvoorbeeld twee keer zo vaak depressief en hebben vier keer zo vaak zorg nodig gehad maar niet ontvangen in vergelijking met Utrechters die geen moeite hebben met rondkomen. ࡟ Utrechters met een laag inkomen (tot 150% van het wettelijk sociaal minimum) hebben een slechtere gezondheid en ongezondere leef-gewoonten dan gemiddeld in Utrecht. Slechts 30% van de Utrechtse volwassenen met een bijstandsuitkering ervaart zijn gezondheid als goed. Ter vergelijking: van alle Utrechters voelt 74% zich gezond. ࡟ Utrechters met veel stress op het gebied van wonen hebben vaker mentale klachten dan inwoners die op dat gebied geen stress hebben. Ook hebben ze vaker een slecht ervaren gezondheid, onvoldoende gevoel van regie over hun leven en minder vertrouwen in de toekomst. ࡟ Dakloze mensen hebben veel problemen met bestaansonzekerheid. Een groot deel van hen leefde de jaren voorafgaand aan dakloosheid van een uitkering. Het ontbreken van een woning zorgt er ook voor dat zij minder makkelijk begeleiding en zorg krijgen.

Thema sociale kracht

Volgens de WHO wordt 19% van de verschillen in ervaren gezondheid veroorzaakt door verschillen in sociale kracht16. De definitie baseren we op het thema ‘Human and Social Capital’ van de WHO. Sociale kracht stelt mensen en gemeenschappen in staat om de controle over hun leven en gezondheid te vergroten. Je veilig voelen in je wijk, buurt en straat en mogelijkheden om elkaar te ontmoeten zijn randvoorwaarden voor sociale kracht. Bij het werken aan sociale kracht is het essentieel om als overheid en gerelateerde organisaties aan te sluiten bij de belevingswereld van de Utrechter en bij wat er gebeurt in de wijken, buurten en straten. Deze benadering werken we uit in de nota buurt- en wijkgericht werken. De inzet op de ruimtelijke aspecten van sociale kracht, zoals het realiseren van ontmoetingsplekken, werken we uit in het thema gezonde leefomgeving. Binnen het WHO thema ‘Human and Social Capital’ vallen diverse onderwerpen onder drie onderdelen: ‘sociale omgeving’, ‘onderwijs en vaardigheden’ en ‘politieke stem en vertrouwen’ (zie het schema hieronder). Cijfers over deze onderwerpen zijn te vinden op Utrecht (incijfers.nl) bij Sociale kracht.

Sociale omgeving

Onderwijs en vaardigheden

Vertrouwen en politieke invloed

• Sociale contacten, steun en cohesie • Eenzaamheid • Sociale veiligheid • Discriminatie • Iemand hebben om hulp aan te vragen

• Onderwijskansen en -kwaliteit jeugd • Formeel en informeel onderwijs volwassenen • Lees-, schrijf- en rekenvaardigheden • Gezondheidsvaardigheden • Eigen regie

• Vertrouwen in anderen • Vertrouwen in de overheid en instituten • Gevoel controle te kunnen uitoefenen op de politiek • Burgerparticipatie

Een aantal van de onderwerpen selecteerden we voor het thema ‘sociale kracht’ in deze nota. Dit deden we op basis van: impact op gezondheid, de mogelijkheden om invloed uit te oefenen en of er al beleid voor is. De belangrijkste onderwerpen zijn

Beleidsnota Gezondheid versie februari 2024 | 96

onderwijs en het versterken van basisvaardigheden. Deze maken deel uit van het onderwijsbeleid, en daarom werken we ze niet verder uit in het thema ‘sociale kracht’ Utrechters kunnen gemakkelijk sterke en ondersteunende relaties met elkaar opbouwen ࡟ Het hebben van goede sociale contacten en steun in je omgeving zijn een beschermende factor voor gezondheid en welbevinden25,26. Een sterk sociaal buurtnetwerk draagt bij aan het welzijn van inwoners en het heeft een belangrijke maatschappelijke waarde, zoals onderling begrip en solidariteit. ࡟ Steun is soms praktisch van aard zoals boodschappen doen voor een buurtgenoot of een formulier helpen invullen. Maar steun gaat ook over het bespreken van uitdagingen en geven van emotionele steun. Een gebrek aan (betekenisvolle) sociale contacten en sociale steun kan leiden tot eenzaamheid, fysieke en mentale klachten en verminderde zelfregie. ࡟ We onderscheiden in de data twee soorten eenzaamheid: sociale en emotionele. Sociale eenzaamheid houdt in dat iemand mensen om zich heen mist. Emotionele eenzaamheid ontstaat als iemand een intieme of hechte relatie mist. Cijfers over eenzaamheid zijn een samengestelde maat54. ࡟ In totaal is 48% van de Utrechtse volwassenen (18+) (wel eens) eenzaam. ࡟ Ernstige eenzaamheid onder volwassenen (18+) is toegenomen van 11% in 2020 naar 15% in 2022.

࡟ Ernstige eenzaamheid raakt met name Utrechters die in het buitenland zijn geboren (31%), met basisonderwijs of een vmbo-opleiding als hoogste opleiding (26%) en alleenwonenden (23%). ࡟ Ernstige eenzaamheid is in de wijken Overvecht, Zuidwest en Leidsche Rijn hoger dan het Utrechts gemiddelde. In Leidsche Rijn steeg ernstige eenzaamheid van 6% in 2014 naar 17% in 2022.De sociale eenzaamheid in Leidsche Rijn is met 38% significant hoger dan het Utrechts gemiddelde (33%). Uit zowel cijfers als signalen van professionals blijkt dat buurten die tussen 2000 en 2010 zijn opgeleverd, negatief opvallen. Het bouwen van een sociale infrastructuur gaat niet vanzelf. De start van een wijk is voor bewoners een unieke periode voor nieuwe gewoonten en patronen.. In de pilot Wij(k)Bouwen is geëxperimenteerd met het werken aan sociale nieuwbouwbuurten. Door samen met inwoners en organisaties een goede start te maken met een buurt werken we ‘aan de voorkant’ aan het bevorderen van sociale cohesie en het voorkomen van eenzaamheid en conflicten (en daarmee kosten) op langere termijn55. De geleerde lessen uit dit project worden toegepast in het werken aan de sociale kracht in andere buurten van de stad (zie: ‘Stenen maken nog geen buurt’).

Utrechters maken keuzes op basis van goede, vindbare en begrijpelijke gezondheidsinformatie In Utrecht bieden we onderwijs en versterken we basis­- en gezondheidsvaardigheden. Toch zijn er Utrechters met beperkte (gezondheids)vaardig­heden. Dit zijn de cognitieve en sociale vaardigheden die mensen nodig hebben voor het krijgen, begrijpen en toepassen van informatie voor het bevorderen of behouden van een goede gezondheid. Zie factsheet laaggeletterdheid en gezondheids­vaardigheden. ࡟ 11% van de Utrechters (18+ jaar) geeft aan moeite te hebben met het begrijpen van gezondheidsinformatie. Dit geldt in het bijzonder voor bewoners met basisonderwijs of vmbo als hoogste opleiding (30%) en inwoners die zelf in het buitenland zijn geboren (28%). ࡟ In een peiling van Meetellen in 2020-2021 geeft 25% van de panelleden

97

࡟ ࡟

aan dat zij gezondheidsinformatie niet altijd goed begrijpen. Vanuit landelijk onderzoek is bekend dat inwoners die moeite hebben met lezen en/of schrijven en mensen met een licht verstandelijke beperking vaker beperkte gezondheidsvaardigheden hebben56. Pharos adviseert voor vragenlijsten A2/B1 taalniveau.

Utrechters vertrouwen de aangeboden informatie Mensen hebben minder vertrouwen in de overheid en andere organisaties dan enkele jaren geleden. Professionals maken zich hier zorgen over. Het gebrek aan vertrouwen werkt volgens hen door naar verminderd vertrouwen in andere organisaties. Dit leidt tot problemen zoals het niet vertrouwen van gezondheidsinformatie, het niet bereiken van de juiste mensen en het vermijden van zorg57. ࡟ Van de Utrechtse volwassenen (18+ jaar) heeft 57% (veel) vertrouwen in de lokale overheid en 43% in de landelijke overheid. Utrechters met een opleidingsniveau tot en met mbo hebben minder vaak vertrouwen in de lokale overheid (47%)58. Uit ander onderzoek blijkt dat mbo-studenten met een migratieachtergrond (70%) minder vaak vertrouwen hebben in instituties dan gemiddeld onder mbo-studenten in Utrecht (80%)59.

Thema gezonde leefomgeving

De inrichting van onze leefomgeving beïnvloedt onze gezondheid16. Utrechters zijn beschermd tegen negatieve milieufactoren Ongeveer 4% van de ziektelast in Nederland komt door milieufactoren zoals luchtvervuiling, geluid, chemische stoffen en straling60. Ook het binnenmilieu is belangrijk voor de gezondheid van mensen. 65% van de milieugerelateerde gezondheidsklachten die landelijk bij de GGD worden gemeld gaan over het binnenmilieu. De melders wijzen schimmels, zware metalen, plaagdieren, ventilatie en vocht aan als de belangrijkste oorzaken van de klachten. Hoewel de luchtkwaliteit in Utrecht de afgelopen jaren is verbeterd, is er nog veel gezondheidswinst te behalen. In 2021 heeft de WHO de advieswaarden voor luchtkwaliteit aangescherpt. Op basis hiervan is de verwachting dat ook de EU-grenswaarden worden bijgesteld. Als Utrecht streven we ernaar om de nieuwe WHO-advieswaarden te behalen (zie tabel hieronder).

Luchtkwaliteitsnormen Utrecht Stof

Huidige EUgrenswaarden

WHO-advieswaarden 2005

WHO-advieswaarden 2021

NO₂

40 µg/m³

40 µg/m³

10 µg/m³

PM₁₀

40 µg/m³

20 µg/m³

15 µg/m³

PM2,5

25 µg/m³

10 µg/m³

5 µg/m³

Het wordt in de zomer steeds vaker en langer heet in de stad. Hitte heeft negatieve effecten op de leefbaarheid en op de gezondheid van 75-plussers en andere groepen met (een risico op) gezondheidsachterstanden. In Nederland stijgt tijdens hitte­golven de sterfte met 12%61. Het gaat hierbij voornamelijk om mensen die zorg krijgen in verpleeg- of verzorgingstehuizen62. In Utrecht geeft gemiddeld 29% van de volwassenen (18+) een

Beleidsnota Gezondheid versie februari 2024 | 98

onvoldoende voor de mogelijkheden om buiten verkoeling te vinden. In Kanalen-eiland, Binnenstad en sommige delen van Overvecht geven mensen hieraan vaker een onvoldoende (40% of meer)63. De fysieke leefomgeving ondersteunt gezonde leefgewoonten De manier waarop we de omgeving inrichten en beheren beïnvloedt ons gedrag. Het kan uitnodigen tot bewegen, spelen, sporten en gezond eten of juist niet. De fysieke leefomgeving versterkt sociale kracht Mensen met (een risico op) gezondheidsachterstanden wonen vaker in wijken met een stapeling van ongunstige omgevingsfactoren zoals sociale veiligheid, overlast en een lagere kwaliteit van de leefomgeving. Zij hebben ook vaker individuele problemen op meerdere leefgebieden. Deze overbelasting kan leiden tot langdurige stress die de gezondheid schaadt. Aanpassingen in de leefomgeving zijn daarom een belangrijk onderdeel in de aanpak voor het terugdringen van gezondheidsverschillen64. Daarnaast beïnvloedt de leefomgeving hoe mensen elkaar ontmoeten en relaties opbouwen en zo wel of niet veerkrachtige gemeenschappen vormen. Voorzieningen dichtbij dragen hier positief aan bij, dit volgens de ambitie voor de 10-minutenstad uit de RSU. ࡟

࡟

Er zijn verschillen in de kwaliteit van de leefomgeving en hoe die wordt ervaren en gebruikt. Die verschillen zijn er tussen wijken en worden vooral verklaard door verschillen tussen de wijken in de sociaal-economische positie van bewoners en hoeveelheid koop en (sociale) huurwoningen. Inwoners van Overvecht, Zuilen Noord en Oost, Kanaleneiland en Transwijk geven hun buurt een lager cijfer dan inwoners van andere delen van de stad. In Overvecht, Lunetten en Kanaleneiland voelen meer inwoners zich wel eens onveilig dan in andere wijken.

Thema mentale gezondheid

Mentale gezondheid is een staat van mentaal welbevinden waardoor mensen beter om kunnen gaan met stress in hun leven, hun kwaliteiten en mogelijkheden kunnen benutten, leren, meedoen en bijdragen aan de samenleving65. Mentale gezondheid is daarmee een thema wat iedereen aan gaat. Iedereen is wel eens somber, gespannen of zit een tijd minder lekker in zijn vel. Iedereen maakt dingen mee in het leven die schokkend of verdrietig zijn of woede opwekken. En iedere levensfase kent daarbij zijn eigen uitdagingen die een bron van stress en mentale klachten kunnen zijn. De meeste mensen komen daar alleen of met hulp van vrienden of familie doorheen. Soms is er meer nodig. Een combinatie van sociaalmaatschappelijke factoren, de directe omgeving waar iemand verblijft of opgroeit en individuele factoren zijn bepalend voor de mentale gezondheid. De mentale gezondheid van Utrechters staat breed onder druk. Maatschappelijke ontwikkelingen zoals de coronapandemie, de onzekerheid over de toekomst (woning, klimaat en inflatie) en de toenemende druk vanuit de maatschappij hebben mentale problemen zichtbaar verergerd66. Ruim een kwart van de volwassen Utrechters heeft mentale klachten (neerslachtig, somber, zenuwachtig) en ervaart (heel) veel stress.

De Utrechtse jeugd ervaart minder maatschappelijke druk ࡟ Ruim 9% van de jongeren heeft klachten zoals neerslachtigheid, somberheid en zenuwachtigheid. ࡟ Een derde van de kinderen en de helft van de jongeren en jongvolwassenen voelt

99

࡟

zich (heel) vaak gestrest. Ruim twee derde van de jongvolwassenen ervaart een hoge prestatiedruk. Maatschappelijke factoren zoals de prestatiemaatschappij waarin de leven, individualisering, klimaatverandering en bestaansonzekerheid kunnen zorgen voor chronische stress. In de aanpak van mentale problemen ligt de focus te vaak op het individu, op diens problemen en de zorg die dat moet ‘fixen’67.

De Utrechtse jeugd ontwikkelt zich sociaal-emotioneel gezond ࡟ Een goede sociaal­-emotionele ontwikkeling van kinderen is een beschermende factor in het leven. Het draagt bij aan het beter omgaan met uitdagingen die het leven stelt en het kunnen ontwikkelen in de complexe maatschappij. De omgeving speelt daarbij een belangrijke rol, met name ouders en school, maar ook peers68. ࡟ Mentale problemen ontstaan meestal in de adolescentie en jongvolwassenheid. Utrechters vinden passende steun en handvatten om met levensgebeurtenissen en (beginnende) mentale klachten om te gaan Een leefgemeenschap waar mensen met elkaar in verbinding staan, voor elkaar zorgen en elkaar steunen en waar ruimte is om te praten over gevoelens, draagt bij aan een betere mentale gezondheid. Voor Utrechters met (beginnende) mentale klachten is het belangrijk dat zij passende ondersteuning vinden, in het eigen netwerk, de sociale basis of waar nodig bij de professionele zorg, zodat zij steun, handvatten en hulp krijgen. Niet alle (hulp) vragen vereisen professionele hulp. In tijden van schaarste willen we professionele hulp beschikbaar houden voor de inwoners die deze het hardst nodig hebben. Het gedachtegoed van Positieve gezondheid is de onderlegger waar vanuit we kijken naar mentale uitdagingen.

De WHO benadrukt dat een levensloopbenadering voor mentale gezondheid belangrijk is, omdat iedere levensfase zijn eigen uitdagingen kent die een bron van stress en mentale klachten kunnen zijn65. Zoals gezegd heeft iedereen in zijn leven fases waarin hij te maken krijgt met stress en mentale klachten; dat hoort dat bij het leven. Met de inzet in deze nota dragen we bij aan de doelen in de landelijke aanpak ‘Mentale gezondheid van ons allemaal’ en GALA, namelijk dat het voor de inwoners van Nederland gebruikelijker is om te praten over mentale gezondheid, zij beter weten waar ze binnen hun gemeente laagdrempelige ondersteuning kunnen vinden en weten welke handvatten er zijn om met hun mentale gezondheid aan de slag te gaan.

Thema gezonde leefgewoonten

Gezonde gewoonten helpen om fit en vitaal te leven en dragen eraan bij dat mensen zo lang mogelijk gezond blijven. Het gaat hierbij om bewuste en onbewuste keuzes en deze staan onder invloed van stress, kennis, vaardigheden en de mogelijkheden die je krijgt door het aanbod en de sociale gebruiken in je omgeving. Onderbouwing van de keuzes binnen het thema leefgewoonten Om de meeste impact te maken op het verkleinen van gezondheidsverschillen leggen we de focus op roken, gezond eten en drinken en bewegen. Deze onderwerpen liggen ook in lijn met GALA en het Nationaal Preventieakkoord. Daarnaast is en blijft er ook aandacht voor gezondheidsbevordering gericht op andere leefgewoonten. De inzet op gezonde leefgewoonten bij kinderen en hun sociale omgeving rendeert het meest, want jong geleerd is oud gedaan.

Beleidsnota Gezondheid versie februari 2024 | 100

Utrecht heeft een rook- en nicotinevrije generatie Roken draagt voor 9,4% bij aan de ziektelast in Nederland49. ࡟ Tweede- en derdehands rook is direct schadelijk voor de gezondheid van kinderen en ‘zien roken’ normaliseert roken69,70,71. ࡟ 18% van de Utrechtse 18-plussers rookt tabak. Landelijk is dit 17%. Een deel van deze volwassenen zorgt voor een kind en/of komt daar in het werk mee in contact zoals docenten, pedagogisch medewerkers en zorgprofessionals. ࡟ Gemiddeld rookt 3% van de zwangere volwassenen en dit ligt hoger in wijken waar mensen een lage welvaart hebben. ࡟ Gemiddeld wordt bij 6% van de baby’s en peuters thuis gerookt en dit is 22% bij de 10-12 jarigen. ࡟ In Utrecht geeft 13% van de jongeren uit klas twee en vier van het voortgezet onderwijs aan wel eens een te hebben gerookt. Landelijk is dat 16%. ࡟ Utrechters die moeite hebben met rondkomen roken vaker (30%). In bovengenoemde percentages zijn nieuwe vormen van nicotinehoudende producten, zoals vape (e-sigaret) en snus niet meegenomen omdat we hierover geen betrouwbare Utrechtse cijfers hebben. Landelijk vapet 10% van de 12 t/m 25-jarigen tenminste een keer per maand en 3% gebruikt maandelijks snus. Van de 18-plussers vapet landelijk 3% regelmatig72. Utrechters hebben een gezond eet- en drinkpatroon Een ongezond voedingspatroon draagt voor 8,1% bij aan de ziektelast49.

࡟ Gezond eten en drinken is (met uitzondering van kraanwater) de afgelopen 10 jaar sterker in prijs is gestegen dan ongezonde producten. Daarnaast vraagt het kiezen en bereiden van gezond eten meer moeite, vaardigheden en kennis dan bij de ongezonde (gemaks)producten73,74. ࡟ Van de kinderen uit groep 7 en 8 van het basisonderwijs eet 57% elke dag fruit. Dit is beter dan in 2008, want toen was dit 41%. Het aantal kinderen dat elke dag ontbijt is echter gedaald. In de wijken Overvecht, Leidsche Rijn en Kanaleneiland ontbijten kinderen minder dan gemiddeld. Hoewel alcohol met 1,5% geen grote ziektelast heeft is de bijkomende maatschappelijke impact in de vorm van relatieproblemen, afnemende productiviteit, verkeersongevallen en geweld wel groot49,75. ࡟ Het beperken van de beschikbaarheid van alcohol is een kosteneffectieve, betaalbare en uitvoerbare beleidsmaatregel om alcoholgebruik en de daarmee samenhangende (gezondheids-)schade te voorkomen en terug te dringen76. ࡟ 9% van de Utrechtse 18-plussers drinkt overmatig alcohol. Landelijk is dit 6,5%77,78. Utrechtse kinderen hebben een gezond beweegpatroon Te weinig bewegen en te veel zitten draagt voor 2,3% bij aan de ziektelast49. Het is belangrijk om de beweegrichtlijn te halen voor een soepel en gezond lichaam en voor een goede slaap. Ook mentaal zijn er voordelen zoals meer ontspanning en zelfvertrouwen.

Sport en bewegen bieden ook kansen om anderen te ontmoeten. De mate waarin (jonge) kinderen bewegen, is medebepalend voor het beweeggedrag in hun verdere leven. Van de Nederlandse kinderen in de basisschoolleeftijd beweegt 61% voldoende volgens de beweegrichtlijnen79. Het Kenniscentrum Sport en Bewegen heeft beweegrichtlijnen voor alle leeftijdsgroepen. Voor kinderen 4 t/m 18 jaar is dat 1 uur per dag matig intensief bewegen plus 3x per week spier- en botversterkende activiteiten.

101

Gezondheid via alle gemeentelijke rollen

Health equity in and for all policies gaat ook over hoe het beleid doorwerkt in alle rollen die de gemeente heeft. In onderstaande figuur staan per rol enkele voorbeelden. In onder ander toekomstige uitvoeringsprogramma’s werken we uit hoe we de rollen invullen.

• De stad heel, veilig en schoon houden.

• Samenwerkingsverbanden onderhouden of aangaan die gezondheid en/of kansengelijkheid bevorderen zoals met: WHO European Healthy Cities Network, Health Hub Utrecht, Gezonde wijkalliantie en de ‘Slaapcoalitie’.

• Toegankelijke publieksdienstverlening. • Ruimtelijke ordening inpassen die bijdraagt aan gezondheid. • Schulddienstverlening.

• In samenwerkingsverbanden het belang van kansengelijkheid en/of gezondheid inbrengen.

• Jeugdgezondheidszorg.

• Delen van data en kennis om energie te bundelen voor het verkleinen gezondheids­ verschillen (bijvoorbeeld Wijk Data Wijk Doen)

Zelf uitvoeren, presteren

Samenwerken, netwerken

Rollen van de gemeente Rechtmatig zijn en reguleren • Zelf wetten zorgvuldig naleven en toezien op de naleving door anderen (bijvoorbeeld toezicht en handhaving op alcohol in de stad) • Kansengelijkheid en/of gezondheid meegeven bij opdrachten via inkoop en subsidies. We vragen markt- en/of sociale partners om bij te dragen aan (oplossingen voor) een gezonde omgeving en het ondersteunen van gezonde leefgewoonten. • Opnemen van eisen bij vergunningen en contracten die bijdragen aan kansengelijkheid en/of gezondheid.

Responsief zijn, faciliteren • De gemeente is een betrouwbare, constructieve en vindbare samenwerkingspartner in het werken aan gezondheid in de stad.

• Faciliteren van contact tussen bewoners, initiatieven en organisaties die werken aan gezondheid in de stad. Een voorbeeld hiervan is het Gezondheidspact Utrecht. • Bij het buurt- en wijkgericht werken, weten wat er speelt en inzetten op actualiteiten. • Adviseren hoe partners een evenement gezond, inclusief en duurzaam kunnen organiseren.

Beleidsnota Gezondheid versie februari 2024 | 102

Met het oog op jeugd

Van de Utrechtse kinderen in de leeftijd 10 tot en met 12 jaar groeit 84% op in een gezin waar zij wonen met hun beide eigen ouders. 9% van de kinderen woont afwisselend bij hun beide eigen ouders (co-ouderschap) en 5% woont in een eenoudergezin. 2% van de kinderen woont in een andere gezinsvorm, bijvoorbeeld bij een eigen ouder en een stiefouder, pleegouders of grootouders80. Gezondheidsverschillen ontstaan al op jonge leeftijd. Bij 0- t/m 2 jarigen van ouders met een opleidingsrichting tot en met vmbo en bij 0 t/m 2-jarigen met een niet-westerse migratieachtergrond is vaker sprake van een stapeling van problematiek, een achterstand in taalontwikkeling, overgewicht en roken in huis. Op 10- t/m 12-jarige leeftijd hebben kinderen uit gezinnen met lage welvaart en kinderen uit eenoudergezinnen een achterstand in gezondheid en kansen op een gezond leven. In Utrecht heeft gemiddeld 14% van de kinderen overgewicht. In sommige wijken is dit percentage meer dan 25%. Gezondheidsverschillen zijn in het latere leven moeilijk in te halen1,39,40.

Met het oog op ouderen

Prognoses laten zien dat het aantal ouderen stijgt naar 61.000 in 2040, wat dan 13% is van de Utrechtse bevolking. De meeste ouderen wonen in Vleuten-De Meern, Overvecht en Noordwest. Veel ouderen zijn vitaal en doen actief mee in de samenleving, zo is 43% vrijwilliger. Met het ouder worden en toenemen van fysieke beperkingen neemt de kans op sociale isolatie en vereenzaming toe42. Doordat mensen ouder worden, stijgt ook het aantal ouderen met dementie en zijn meer mensen kwetsbaar door risico op vallen en eenzaamheid43. Gemiddeld genomen stijgt het aantal gezonde levensjaren van Utrechters. Ouderen hebben in Utrecht gemiddeld een minder goede gezondheid dan de ouderen in de regio Utrecht (bron: staat van Utrecht). De gezondheid van Utrechtse ouderen is vergelijkbaar met de andere G4 steden. Ook langdurige ziekten of aandoeningen en ernstige eenzaamheid komen in Utrecht vaker voor dan in de regio Utrecht en even vaak als in de andere G4 steden. Ouderen met een hbo of wo opleiding worden gezonder ouder dan Utrechters die alleen basisonderwijs hebben afgerond of een lbo of mavo opleiding. Ouderen met een migratieachtergrond hebben vaker en eerder gezondheidsproblemen dan ouderen zonder migratieachtergrond. Op dit moment heeft ongeveer één op de vier ouderen in Utrecht een migratieachtergrond. In 2040 is dat naar verwachting één op drie44.

103

Met het oog op mensen met complexe multiproblematiek

Experts schatten dat ongeveer 1% van de volwassen bevolking kampt met complexe multiproblematiek en dat 5% van de bevolking hier risico op heeft. Deze problematiek geeft regelmatig overlast en kan (gevoelens van) onveiligheid bij andere mensen veroorzaken46. De problematiek van deze mensen is complex. Veel van de problemen zijn met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar negatief. Zo kunnen er op sociaal gebied problemen zijn als instabiliteit in wonen en financiën, eenzaamheid en sociale uitsluiting. Daarnaast is er vaak sprake van een combinatie van verstandelijke beperkingen, verslaving, ernstige mentale problematiek en een slechte lichamelijke gezondheid. De zorgvraag is ingewikkeld en het reguliere zorg en ondersteuningsaanbod is vaak ontoereikend of niet toegankelijk genoeg. Vaak is er ook sprake van zorgmijding op basis van wantrouwen door slechte ervaringen in het verleden met hulpverlening een rol. Uit onderzoek onder Rotterdamse dak- of thuislozen blijkt dat deze mensen een kortere levensverwachting hebben van 11 tot 16 jaar op 30­jarige leeftijd in vergelijking met de gemiddelde Rotterdammer81. Het merendeel van Utrechters in een kwetsbare situatie en Utrechters in de daklozenopvang heeft geen goede ervaren gezondheid. Ook heeft 73% van de respondenten in een kwetsbare situatie en 66% van geïnterviewden in de daklozenopvang langdurige ziekten of aandoeningen47,48.

Omdat ook de groep mensen met complexe problematiek vergrijst hebben we waarschijnlijk meer plekken nodig met intensieve zorg, zoals verpleeghuizen.

Beleidsnota Gezondheid versie februari 2024 | 104

Bijlage 2: Lijst met afkortingen Afkorting

Voluit

BSO

Buitenschoolse Opvang

G4

De vier grootste steden (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht)

GALA

Gezond en Actief Leven akkoord

GM

Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen

GMJ

Gezondheidsmonitor Jeugd

GMJovo

Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen

GGZ

Geestelijke gezondheidszorg

IE

Inwonersenquête

IKO

Inspectie Kinderopvang

IZA

Integraal Zorgakkoord

JGZ

Jeugdgezondheidszorg

JMU

Jeugdmonitor Utrecht

KNMG

Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunde

LB

Leefbarometer

MVOI

Maatschappelijk verantwoord ondernemen en inkopen

RIVM

Rijksinstituut Volksgezondheid en Milieu

RVS

Raad voor Volksgezondheid en Samenleving

SCP

Sociaal Cultureel Planbureau

SMZ

Sociaal Medische Zorg

TAZ

Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn

UGP

Utrechts Gezondheidsprofiel

WHO

World Health Organization

Wmo

Wet Maatschappelijke Ondersteuning

WOZO

Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen

Wpg

Wet Publieke Gezondheid

WRR

Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid

105

Bijlage 3: Lijst met bronnen en literatuur 1. Gemeente Utrecht. Utrechts Gezondheidsprofiel 2022. 2. De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving. Een Eerlijke Kans Op Gezond Leven. 3. Nederlands Jeugdinstituut. Opvoeden in Een Opwarmend Klimaat. (2022). 4. Poelman, M. P. et al. Monitoring van de Mate van Gezondheid van Het Aanbod En de Promoties van Supermarkten En Out-of-Home-Ketens : Inzicht in de Huidige Stand van Zaken En Aanbevelingen Voor Het Opzetten van Een Landelijke Monitor. (2021) doi:10.18174/555613. 5. Superlijst. Superlijst Gezondheid 2022 - Welke Supermarkt Maakt van Gezond de Makkelijke Keuze? 6. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Zitgedrag. (2023). 7. Trimbos-instituut. Harder, Better, Faster Stronger? (2023). 8. Trimbos-instituut. Prestatiedruk. 9. Gilmore, A. B. et al. Defining and conceptualising the commercial determinants of health. The Lancet 401, 1194–1213 (2023). 10. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Impact van Het Nationaal Preventieakkoord Voor Roken, Overgewicht En Problematisch Alcoholgebruik (2024). 11. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Grip. Het Maatschappelijk Belang van Persoonlijke Controle. (2023). 12. Sociaal en Cultureel Planbureau. Mensbeelden bij beleid. (2022). 13. Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Op Onze Gezondheid - de Noodzaak van Een Sterkere Publieke Gezondheidszorg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ae49a803-153d-4682-8891-fed1028bf945