Beleidsnota Financiële Bestaanszekerheid (inclusief amendement)
Tekst van het document
Samen met de woningcorporaties, zetten de buurtteams, DOCK en Werk en Inkomen zich in om de fysieke en sociale situatie van bewoners van renovatieflats te verbeteren, zowel op individueel als collectief niveau (leefbaarheid en sociale cohesie). Vaak is de mogelijke stijging van kosten na de renovatie een haakje om het gesprek te voeren over financiën. In deze 10-hoogflats worden bewonersverbinders ingezet, die een brug slaan tussen inwoners en instanties. 8. Motie 415 Schuldhulpverlening 9-11-2023
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 33
Extra inzet in Overvecht
Voor Overvecht is er extra budget beschikbaar voor preventie van armoede en schulden vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Het doel van dit onderdeel van het programma is het terugbrengen van het aantal Overvechters dat leeft in armoede of problematische schulden heeft. Daarbij ligt de focus op inwoners die niet- of moeilijk bereikt worden, in het bijzondere nieuwe statushouders en Nederlanders van Marokkaanse afkomst. In absolute aantallen is dit de grootste groep. Naast inzet op het verbeteren van de inkomenspositie wordt gewerkt aan het versterken van de taalvaardigheden en het netwerk (van met name vrouwen). Daarnaast wordt er ingezet op het vergroten van het perspectief van jeugdigen door extra inzet op maatjes voor kinderen in een armoedesituatie. De looptijd van dit programma is drie jaar van 2023 t/m 2025 en is onderdeel van het programma Samen voor Overvecht. c. We bereiken alle jongeren die niet kunnen rondkomen of financiële problemen hebben en bieden passende ondersteuning.
Dichter bij de leefwereld van jongeren
Jongeren bereiken we nog niet goed genoeg. Zo zien we onder andere uit onderzoek dat betaalproblemen en problematische schulden toenemen en zien we dat het vinden van een woning steeds lastiger wordt. Schulden belemmeren jongeren in het bouwen aan een toekomst. Uit gesprekken met jongeren en organisaties in de stad komt naar voren dat onze dienstverlening niet aansluit op de leefwereld van jongeren. Wij gaan onderzoeken hoe we de dienstverlening van Werk en Inkomen dichterbij kunnen organiseren in de wijk en op de scholen. In Overvecht hebben het buurtteam en JoU al met elkaar onderzocht welke behoefte jongeren hebben aan ondersteuning in het traject ‘Duurzaam perspectief voor jongeren’. Jongeren willen dat er aanbod is in de omgeving van jongeren zelf, dat laagdrempelig bereikbaar en benaderbaar is. In Overvecht vragen zowel jongeren als professionals steeds vaker om een plek waar jongeren binnen kunnen lopen met al hun vragen. Met behulp van rijksmiddelen kunnen we daarom in Overvecht onderzoeken hoe wij jongeren beter kunnen bereiken. Dit doen we samen met het buurtteam, het Jongerenwerk, Focus/doorstroompunt RMC, 030Office en sleutelfiguren in de wijk. Bij succes gaan we deze aanpak uitrollen in andere wijken. Om geldzorgen te voorkomen is het belangrijk dat jongeren weten hoe ze met geld omgaan, waar ze recht op hebben en terecht kunnen als ze er zelf niet uitkomen.
Het inzetten op preventie is niet alleen een taak van Werk en Inkomen, jongeren komen in principe pas bij ons terecht als het zelf niet meer lukt. Daarom vinden wij het belangrijk dat er financiële educatie wordt gegeven op scholen, dat informatie makkelijk te vinden is en jongeren makkelijk ergens terecht kunnen met vragen. We werken hier nu al aan door de informatievoorziening voor studenten samen met de onderwijsinstellingen vorm te geven, spreekuren op het mbo te financieren en samen te werken met de Geldzaak en de Week van het Geld. Ook verstuurt de gemeente Utrecht aan jongeren die 18 jaar worden een verjaardagskaart en informeert daarmee wat ze moeten regelen. Deze initiatieven doen wij samen met anderen. Wij blijven de samenwerking voortzetten en gezamenlijk onderzoeken hoe we jongeren beter kunnen bereiken, bijvoorbeeld via sociale media, een digitaal loket of met een outreachende aanpak.
34
Extra aandacht voor zeer kwetsbare jongeren
We weten dat er in de stad verschillende groepen jongeren zijn die een zeer kwetsbare positie hebben. Vooral jongeren tussen de 18- en 21 jaar die uit de jeugdzorg komen hebben een financieel kwetsbare positie, alsmede dak- en thuisloze jongeren. Een deel van deze jongeren zitten ook in de bijstand. Wij willen juist deze jongeren extra aandacht geven als het gaat om bestaanszekerheid. We gaan daarom de systematiek van de jongeren toeslag herzien en vereenvoudigen.
Doel 2: Alle Utrechters ontvangen tijdig passende hulp bij rondkomen of het oplossen van problematische schulden. Door de inzet vanuit de Actieagenda Utrechters schuldenvrij is in 4 jaar tijd de gemiddelde schuldenlast bij aanvang van een schuldhulpverleningstraject gehalveerd. Dat is een ontzettend mooi resultaat. Toch zien we dat nog te veel mensen geen of niet de best passende hulpverlening ontvangen. In 2022 ontvingen 2.732 huishoudens professionele hulp, maar het totaal aantal huishoudens met problematische schulden in Utrecht is rond de 14.000 huishoudens. Het aantal inwoners met een geregistreerde schuldenlast is opgelopen van 7% naar 7,6% (2023).9 Ook is er al meerdere jaren sprake van een wachtlijst voor schuldhulpverlening vanuit Stadsgeldbeheer. Ook binnen de schuldhulpverlening vanuit de gemeente zien we dat doorstroom vanuit budgetbeheer lastig is. Voor mensen die jaren te maken hebben gehad met de stress van financiële problemen is de stap om het weer zelf te doen groot. Het Huishoudboekje is hier een mooie (tussen) oplossing voor. Mensen worden op een laagdrempelige manier financieel ontzorgd. Met de halvering van het schuldsane ringstraject zien we daarnaast ook dat het belang voor goede nazorg nog actueler is. Zowel om terugval voor mensen te voorkomen, als voor het betaalbaar houden van onze schuldhulpverlening.
Wanneer mensen het weer (grotendeels) zelf kunnen bespaart dit maatschappelijke kosten. Om te realiseren dat alle Utrechters passende hulp ontvangen wanneer dit nodig is zetten we in op de volgende subdoelstellingen: a. De successen van de Actieagenda Utrechters Schuldenvrij zijn geborgd. De afgelopen jaren hebben we met de ‘Actieagenda Utrecht Schuldenvrij’ mooie stappen gezet. De eindrapportage van de Actieagenda beschrijft welke activiteiten geborgd worden in de organisatie. In het coalitieakkoord zijn structurele middelen vrijgemaakt voor de voorzetting van de schuldenaanpak (1.2 miljoen). Een groot deel van deze middelen wordt ingezet voor formatie, zodat er genoeg capaciteit beschikbaar blijft voor het oplossen van schulden en de ondersteuning van praktische ondersteuners met ervaringskennis. De rest wordt ingezet voor de borging van verschillende activiteiten. Het convenant dat we met bewindvoerders hebben opgezet wordt verder doorontwikkeld. In het uitvoeringsprogramma wordt dit verder uitgewerkt.
9. Schuldenproblematiek in beeld (cbs.nl)
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 35
b. Het aanbod aan nazorg bij schuldhulpverlening is toereikend en het bestaande aanbod bij schuldhulpverlening en partners wordt beter benut door inwoners. De komende periode gaan we inzetten op het verbeteren van onze nazorg van schuldhulp verlening. In 2023 is het schuldentraject verkort naar 18 maanden. We zijn blij dat inwoners sneller perspectief hebben om uit de schulden te komen en willen ze ook daarna ondersteunen. Deze nazorg werkt preventief, biedt financiële stabiliteit en helpt te voorkomen dat inwoners opnieuw in een problematische schuldensituatie belanden. Nazorg ondersteunt inwoners om weer zelf regie te hebben over hun eigen financiën. Daarom sluiten we in de nazorg ook zoveel mogelijk aan op de doelen die de inwoner zelf heeft gesteld aan het begin van het traject. Het buurtteam signaleert dat er ook een groep Utrechters is die langdurig in de armoede leeft en moeite heeft met alle administratie en organisatie die daarbij hoort. Voor deze mensen is er niet altijd geschikte ondersteuning. Schuldhulpverlening is niet de juiste hulp en bestaande vrijwillige ondersteuning is meestal tijdelijk. We gaan met partners onderzoeken hoe we voor deze groep langdurige ondersteuning kunnen bieden. Voor inwoners is een schuldhulpverleningstraject soms overweldigend en ondoorzichtig.
Door meer inzicht te geven in het verloop en welke partijen hierbij een rol spelen en hulp kunnen bieden, voorkomen we dat inwoners vroegtijdig afhaken. Daarbij is het belangrijk dat we betere afspraken maken met onze partners (zoals het buurtteam en de Geldzaak) over welke rol zij kunnen spelen tijdens een traject en in de nazorg. Hoeveel informatie een inwoner krijgt en welke hulpverlening daarop aanvullende wordt aangeboden hangt af van het doenvermogen van de inwoner. De nazorg wordt zoveel mogelijk geboden door de
36
(schuld)hulpverlener die de inwoner al kent. We willen niet dat de inwoner telkens aan een andere hulpverlener opnieuw moet vertellen wat zijn of haar valkuilen en doelen zijn. Voor de formele, wettelijk verplichte schuldhulpverlening geldt dat de gemeente steviger de regie wil pakken en een efficiencyslag wil maken. Dat kan bijvoorbeeld door meer onderdelen van de schuldhulp centraal in eigen huis uit te gaan voeren, met 1 loket, 1 plan, 1 regisseur en zo weinig mogelijk overdrachtsmomenten. c. Het formele en informele aanbod van hulp en voorzieningen gericht op financiën sluit op elkaar aan, zodat Utrechters tijdig de best passende ondersteuning krijgen.
Samenwerking met partijen
In Utrecht zijn veel organisaties, fondsen en initiatieven actief die inwoners met een laag inkomen ondersteunen. Zij kennen en bereiken inwoners en ondersteunen ze bij het vinden van passende hulp. Uit gesprekken met deze organisaties en het rapport van de Rekenkamer Utrecht10 blijkt dat meer sturing op verbinding vanuit de gemeente zou helpen om de samenwerking tussen deze partijen te verbeteren. In beginsel is dit een verantwoor delijkheid van de partijen zelf, maar we zien ook de uitdaging van (kleine) partijen om op de hoogte te zijn van elkaars bestaan en dienstverlening. Als gemeente kunnen wij een bijdrage leveren in overleggen en het onderling doorverwijzen. Zo zorgen we er samen voor dat het aanbod in de stad beter op elkaar aansluit. De buurtteams, sociaal raadslieden, scholen en financieel vrijwilligers spelen hier een belangrijke rol. Hier is een sterke relatie met de ambities binnen de nota WMO ’Samen leven, samen zorgen’ en de nota van uitgangspunten ’Met elkaar, voor elkaar’. Ook zien we dat er winst te behalen is in het uniformeren van de (aanvraag)processen voor fondsen en regelingen in de stad. Daarnaast willen we verkennen of partijen tegoeden voor gezinnen ook op de U-pas kunnen zetten. Organisaties gaan hier uiteindelijk zelf over, maar wij gaan ons inzetten om partijen te bewegen naar meer uniformiteit en daarmee eenvoud voor inwoners en professionals.
Subsidies
De Rekenkamer Utrecht heeft ons in het voornoemde rapport ook aanbevolen om het subsidiekader en de verantwoording van subsidies te verbeteren.11 Deze aanbeveling nemen wij graag over, zodat we beter kunnen sturen op onze doelen en subsidies. Daarmee wordt het voor organisaties in de stad ook duidelijker. Voor aanbestedingen en het verstrekken van subsidies gaan we gebruik maken van het Keuzekompas. Het Keuzekompas helpt bij het kiezen van het meest passende instrument voor het contracteren, ofwel het aangaan van inkoop- of subsidierelaties, Open House of inbesteden in het sociaal domein.
10. Rekenkamerrapport: Pleisters plakken. Een onderzoek naar het bereik en de effectiviteit van de armoedeaanpak in de gemeente Utrecht. — NVRR (Aanbeveling 5). 11. Rekenkamerrapport: Pleisters plakken. Een onderzoek naar het bereik en de effectiviteit van de armoedeaanpak in de gemeente Utrecht. — NVRR (Aanbeveling 5).
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 37
38
Doel 3: Alle Utrechtse gezinnen met minderjarige kinderen hebben voldoende financiële middelen en mogelijkheden om mee te doen. In deze beleidsnota hebben we, net als in het coalitieakkoord, in het bijzonder aandacht voor de positie van kinderen. Het opgroeien in armoede heeft grote impact op kinderen. Zo weten we dat kinderen in gezinnen met lage inkomens een minder goede gezondheid hebben en meer stress ervaren.12 Ook weten we dat deze kinderen minder sporten en dat er thuis niet of niet altijd geld is voor nieuwe kleren, internet, iedere dag een warme maaltijd of een weekje vakantie. De afgelopen jaren zien we in de minima-effectrapportage dat met name gezinnen met oudere kinderen altijd in de rode cijfers staan. Vooral voor deze gezinnen is rondkomen dus een grote uitdaging. Dat concludeert ook de Commissie sociaal minimum.
De Commissie Sociaal Minimum beschrijft in haar rapport het volgende over kinderen: “Tekorten zijn groter bij huishoudens met kinderen, en lopen verder op als er meer dan wel oudere kinderen zijn. Alle huishoudtypen met kinderen komen geld tekort voor noodzakelijke uitgaven, met uitzondering van het huishoudtype alleenstaande ouder met één kind. Twee dingen vallen op: Maandelijkse tekorten lopen op naarmate er meer kinderen in een huishouden zijn. Dit weerspiegelt dat de bedragen die ouders krijgen per kind ontoereikend zijn voor de minimaal noodzakelijke uitgaven voor kinderen. Maandelijkse tekorten lopen sterker op naarmate er meer oudere kinderen (>12 jaar) in een huishouden zijn. Dit weerspiegelt dat de minimaal noodzakelijke uitgaven voor kinderen sterk toenemen naarmate kinderen ouder worden, terwijl de bedragen per kind in de kinderbijslag en het kindgebonden budget beperkt meegroeien met leeftijd.”
In 2020 leeft 5,9% van de Utrechtse kinderen in een huishouden met een inkomen tot 101% van het wettelijk sociaal minimum (WSM). 12% van de Utrechtse kinderen leeft in een huishouden op de Utrechtse armoedegrens (125% van het WSM). Dit zijn in 2020 ongeveer 8.000 kinderen. 12,6% van de Utrechtse kinderen leeft in een huishouden op 130% van het WSM, dat zijn 8.600 kinderen. In Utrecht is het aandeel kinderen in huishoudens op de 101% WSM inkomensgrens groter dan landelijk (5,9% versus 5,2% landelijk), maar het verschil is de afgelopen jaren wel kleiner geworden.13 Uit bovengenoemde cijfers en gevolgen blijkt hoe belangrijk het is dat we (ongelijk) investeren in kinderen om de effecten van het opgroeien in armoede tegen te gaan. Geen enkel kind zou in armoede moeten opgroeien. Het doel van deze nota is realiseren wat eerder nog niet is gelukt, namelijk alle gezinnen met kinderen in de groene cijfers. Alle kinderen in Utrecht moeten kunnen meedoen en opgroeien in een gezin zonder geldzorgen.14 Dat willen we gaan doen door in te zetten op de volgende doelstellingen:
12. Literatuuronderzoek: 'Stress bij kinderen: hoe houden we het gezond?' (ncj.nl) 13. Armoedemonitor | gemeente Utrecht 14. Op basis van de huishoudtypen in de MER.
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 39
a. Het aanbod op de U-pas sluit aan op de behoefte van gezinnen met kinderen. We zien een hogere besteding van de U-pas in de leeftijd van 4 t/m 17 jaar. Uit de Minimaeffectrapportage blijkt dat gezinnen met oudere kinderen het financieel moeilijker hebben. We weten ook dat investeringen in de eerste levensjaren van een kind bepalend zijn voor de rest van zijn of haar leven. Voor jongere kinderen wordt minder U-pas budget uitgegeven, of het budget wordt gebruikt voor oudere broers of zussen. We willen daarom aanvullend aanbod op gaan nemen in de U-pas voor deze doelgroep en specifiek op zoek naar activiteiten die een ouder-kind interactie bevorderen. Dit bevordert de hechting en band met ouders en is vooral in de eerste levensjaren, belangrijk voor de ontwikkeling. Of ouders dit budget inzetten aan jongere kinderen of oudere kinderen blijft echter een vrije keuze door het gezinstegoed. b. Alle kinderen in Utrecht hebben voldoende mogelijkheden om te sporten en mee te doen. De afgelopen jaren is er veel ingezet op het beschikbaar maken van leermiddelen. Een groot gedeelte van het U-pastegoed wordt hieraan besteed. Ook zijn er verschillende subsidie partners die hier een bijdrage aan leveren. Het kunnen volgen van onderwijs is belangrijk voor kinderen en we willen dat ze daartoe in staat worden gesteld. Deze bestaande aanpak gaan we daarom handhaven.
Daarnaast zetten we in het onderwijs al in op beweegactivi teiten en gezondheid (gezonde schoollunches). Dit doen we vooral op scholen met veel kinderen uit gezinnen met een laag inkomen. Meedoen in Utrecht gaat voornamelijk via de U-pas, deze geldt als voorliggende voorziening en geeft mogelijkheden voor sport, cultuur en andere activiteiten. Daarnaast is via fondsen ook een vangnet aanwezig. De afgelopen jaren zien we een dalende trend in het aandeel van het U-pastegoed dat door kinderen wordt besteed aan sport en cultuur (meedoen). De keuze wordt, vooral bij de oudere kinderen, meer gemaakt voor leermiddelen en fietsen. Tegelijkertijd zien we een groeiende druk op het vangnet. Daaruit blijkt dat er wel behoefte is aan sport en cultuur. Uit de cijfers blijkt ook dat het meedoen niet is gestegen de afgelopen jaren. Sport en cultuur is belangrijk voor de gezondheid van kinderen en draagt bij aan het kunnen meedoen met de omgeving. Daarom geven we een gerichte impuls aan sport en cultuur. We onderzoeken of we dat via het U-pasbudget doen of via een andere route. Deze keuze wordt uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Daarbij willen we het zo eenvoudig mogelijk houden voor gezinnen.
40
Uitgaven aan sport en meedoen in de U-pas voor kinderen €1.400.000 €1.200.000 €1.000.000 €800.000 €600.000 €400.000 €200.000 €0
2019-2020
0 t/m 3 jaar
4 t/m 11 jaar
2020-2021
2021-2022
12 t/m 17 jaar
2022-2023
Totaal alle leeftijden
Extra toelichting15
Percentage van uitgaven aan sport en meedoen in de U-pas voor kinderen 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
2019-2020 0 t/m 3 jaar
2020-2021 4 t/m 11 jaar
12 t/m 17 jaar
2021-2022
2022-2023 Totaal alle leeftijden
Extra toelichting16
15. Hierbij gaan we uit van de middelen die besteed worden onder de noemer: ’attractie, bibliotheek, bioscoop, cultuur, dagtocht, musea, sport en sportschool’. 16. Hierbij gaan we uit van de middelen die besteed worden onder de noemer: ’attractie, bibliotheek, bioscoop, cultuur, dagtocht, musea, sport en sportschool’.
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 41
Gevolgen van de keuzes die we maken
In deze nota maken we de keuze om meer budget in te zetten op gezinnen met kinderen en op het eenvoudiger maken van onze regelingen. Hiermee willen we de komende jaren het verschil maken. Concreet betekent dit meer budget voor de vereenvoudiging van de Individuele inkomenstoeslag. Alle Utrechters met inkomen tot 125% van het wettelijk sociaal minimum hebben straks recht op deze regeling. De doelgroep wordt daarmee fors groter (23.00 huishoudens) ten opzichte van alle huishoudens met drie jaar lang een inkomen onder de 110% van het wettelijke sociaal minimum.17 We zetten daarnaast budget in voor het vereenvoudigen van de bijzondere bijstand. Daarmee verwachten we dat we meer gaan uitgeven aan bijzondere bijstand omdat het makkelijker wordt om het aan te vragen. Ten slotte zetten we fors extra budget in om gezinnen met kinderen in de groene cijfers te krijgen. Als we bovenstaande doelstellingen willen realiseren binnen bestaande financiële kaders van de armoedebegroting zijn we genoodzaakt op andere plekken te besparen. We hebben daarin de volgende keuzes gemaakt:
U-polis
Afgelopen jaar hebben we nagedacht over de toekomst van de U-Polis. Het huidige contract loopt tot en met 2024. We zien dat er inmiddels vele verzekeraars zijn die pakketten aanbieden, waarmee de noodzaak tot het aanbieden van een minimapolis afneemt. Daarnaast streven we naar eenvoud en het verminderen van regelingen. We gaan het komende jaar daarom niet opnieuw aanbesteden.De U-Polis zal per 1 januari 2025 worden afgeschaft. De middelen die we daarmee besparen worden, onder andere, gebruikt om inwoners met medische kosten via de bijzondere bijstand tegemoet te komen.
Studietoeslag
Sinds 2022 voeren gemeenten de nieuwe studietoeslag uit. De studietoeslag is een tege moetkoming voor studenten die door een structurele beperking niet in staat zijn om te werken naast hun studie. De studietoeslag is een belangrijke regeling voor studenten met een handicap of beperking en maakt het mogelijk voor hen om te investeren in een opleiding zodat ze in de toekomst zo zelfstandig en onafhankelijk mogelijk kunnen leven. De afge lopen jaren is het aantal studenten dat gebruik maakt van de studietoeslag sterk gestegen. We zijn blij dat de bekendheid over deze regeling is verbeterd en het bereik vergroot. We zien echter ook dat het budget vanuit het Rijk niet meer toereikend is voor de kosten. Vanuit het Rijk krijgen wij hier jaarlijks 1,1 miljoen voor. Op dit moment zijn de kosten 2,1 miljoen. We gaan daarom inzetten op een lobby richting Rijk om meer budget voor de regeling. Daarnaast gaan we de voorwaarden en uitvoering van de regeling aanpassen naar het wettelijk minimum.
Subsidies onder de loep
Op dit moment verstrekken we verschillende subsidies aan partijen in de stad om bij te dragen aan onze ambities. Deze partijen spelen een belangrijke rol voor onze inwoners en zijn een waardevolle aanvulling op de hulp die de gemeente biedt. Aanbeveling 5 van het rekenkamerrapport is het verbeteren van het subsidiekader. Hierdoor wegen we beter af welke subsidies het meeste opbrengen. We gaan daarbij ook het budget voor subsidies 17. Er zijn geen cijfers beschikbaar over het aantal huishoudens onder de pensioengerechtigde leeftijd 3 jaar of langer leven van 110% WSM. Daarom is het niet mogelijk om te zeggen hoeveel groter de doelgroep wordt.
42
verlagen. Bij deze besparing houden we rekening met de doelstellingen uit deze nota; namelijk dat we willen investeren in gezinnen met kinderen en jongeren. Het overzicht hierna laat zien hoe dit nieuwe beleid zich verhoudt tot het beleid wat we voortzetten en het wettelijk verplicht beleid.
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 43
44
Utrechts beleid voor financiële bestaanszekerheid 2024 -2028
++
Nieuw Utrechts beleid in de nota financiële bestaanszekerheid
• Verder verruimen en vereenvoudigen individuele inkomenstoeslag (inkomensgrens naar 125% en na 1 jaar toekennen) • Bijzondere bijstand vereenvoudigen en nog verder verruimen • Meer budget voor kinderen • Passende hulp bij leefwereld jongeren • Jongerentoeslag verruimen • Verbeteren dienstverlening Werk en Inkomen • Verbeteren vroegsignalering en nazorg schuldhulpverlening • Verbeteren samenwerking met partners in de stad • De U-Polis wordt per 1 januari 2025 afgeschaft. De vrijgekomen middelen komen o.a. ten goede aan inwoners met medische kosten via de bijzondere bijstand.
+
Utrechts beleid dat we met deze nota voortzetten
• Individuele inkomstentoeslag (110% WSM* en 3 jaar laag inkomen) • Ruimhartige bijzondere bijstand: ruime vergoeding van bijzondere en noodzakelijke kosten • Snellere en betere hulp bij schulden dankzij grotere personele inzet schuldhulpverlening • Rondkomengesprekken • Stadsbrede campagne ‘Weet jij waar je recht op hebt’ • U-pas voor volwassenen en kinderen • Subsidies voor verschillende partners in de stad**
Wettelijk verplicht beleid
• Wettelijk minimum studietoeslag** • Bijzondere bijstand voor beschermingsbewind • Minimale uitvoering schuldhulpverlening • Sobere bijzondere bijstand, waar mogelijk met leenbijstand
* WSM = wettelijk sociaal minimum. En voor gezinnen met kinderen ouder dan 12 jaar is de inkomensgrens 125% van het WSM. ** Deze twee regelingen zijn Utrechts beleid dat met deze nota wordt voortgezet, maar versoberd ten opzichte van hoe het hiervoor was ingericht.
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 45
C
46
Monitoren, sturen en verantwoorden
1. I ndicatoren Doelstelling
Effect-indicator
0-meting
Vervolgmeting 1
Vervolgmeting 2
Begroting ja/nee
Doelstelling 1: Alle Utrechters krijgen waar ze recht op hebben
Percentage Utrechters met een minimuminkomen dat bereikt wordt door armoederegelingen
-
Volgt later
Volgt later
Nee
Percentage Utrechters dat (zeer) slecht kan leven van het inkomen
5% (2021)
2025: 4%
2027: 3%
Nee
Percentage Utrechters die (zeer) slecht kunnen rondkomen, kunnen toch meedoen
50% (2021)
2025: 52%
2027: 54%
Ja
Percentage Utrechtse huishoudens dat rond kan komen bij gebruik van alle regelingen voor alle gehan teerde inkomensgrenzen 1
-
Volgt later
Volgt later
Nee
Percentage huishoudens met schulden dat wordt geholpen door WenI 2
-
Volgt later
Volgt later
Ja
Mediaan van de schuldenlast bij start van een schuldhulp verleningstraject
21.300 (2022)
2025: 20.000
2027: 19.000
Nee
Hulp op maat: Percentage (niet-) succesvol afgeronde trajecten
-
Volgt later
Volgt later
Nee
Het absolute aantal jongeren dat gebruik maakt van schuldhulpverlening stijgt
-
Volgt later
Volgt later
Nee
Het aandeel van het U-pasbudget van kinderen dat wordt uitgegeven aan meedoen stijgt 3
2023: 27%
2025: 30%
2027: 35%
Nee
Doelstelling 2: Alle Utrechters ontvangen tijdig passende hulp bij rondkomen of het oplossen van problematische schulden
Doelstelling 3: Alle Utrechtse gezinnen met kinderen hebben voldoende financiële middelen en mogelijkheden om mee te doen
1. Het percentage Utrechtse huishoudtypes dat volgens de minima-effectrapportage (MER) rond kan komen wanneer zij gebruik maken van alle regelingen (zowel landelijk als lokaal) voor alle gehanteerde inkomensgrenzen 2. Deze indicator vervangt de indicator ’Aantal huishoudens met schulden dat wordt geholpen door WenI’ 3. Hierbij gaan we uit van de middelen die besteed worden onder de noemer: ’attractie, bibliotheek, bioscoop, cultuur, dagtocht, musea, sport en sportschool’.
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 47
2. Risico’s Risico-omschrijving
Toelichting
Maatregelen
Landelijke herziening van het sociaal minimum en het gehele sociale stelsel blijft uit, waardoor Utrechtse huishoudens structureel te weinig inkomen hebben om rond te komen.
Als gemeente dragen wij bij aan bestaanszekerheid door ons armoedebeleid in te richten als aanvulling op het rijksbeleid. Onze wettelijke- en financiële middelen zijn te beperkt om bestaans zekerheid te garanderen.
We blijven inzetten op een actieve lobby in G4 verband voor verhoging van het sociaal minimum en herziening van het stelsel van sociale zekerheid.
Herziening van het sociaal minimum is nodig om de grondoorzaak van bestaans onzekerheid aan te pakken. Anders blijven we dweilen met de kraan open. Hoge energiekosten en een hoge inflatie zorgen ervoor dat nog meer Utrechters moeilijk kunnen rondkomen en dat het voor Utrechters die al moeite hadden met rondkomen, het nog lastiger wordt. Hierdoor groeit ook het aantal huishoudens met problematische schulden. En het zorgt voor groter beroep op onze regelingen en hulpverlening.
Het afgelopen jaar laat zien hoe financieel kwetsbaar een grote groep Nederlanders is. Er is veel onzekerheid over de stijging van de kosten van leven.
De bezuinigingsopgave sociaal domein en de invulling van het gemeentebrede structurele tekort vanaf 2026 kan ertoe leiden dat er minder middelen beschikbaar zijn voor de uitvoering van de doelstellingen in deze nota.
Wanneer er minder middelen beschikbaar zijn moet het armoedebeleid versoberd worden of worden bepaalde doelstellingen niet gerealiseerd.
48
De schaarse middelen die we hebben om in te zetten voor Utrechters met problematische schulden of te weinig geld moeten we verdelen over een nog grotere groep.
We hebben keuzes gemaakt op welke doelgroepen we extra gaan inzetten: gezinnen met kinderen en jongeren. We kunnen armoederegelingen versoberen, zodat meer mensen gebruik kunnen maken van de regelingen maar het bedrag per huishouden fors lager wordt.
We hebben keuzes gemaakt op welke groepen we extra inzetten: gezinnen met kinderen en jongeren. We kunnen armoederegelingen versoberen.
Risico-omschrijving
Toelichting
Maatregelen
Een fors hoger bereik kan leiden tot een tekort op de armoede begroting. Onze armoede regelingen zijn “open einde” regelingen. Wanneer inwoners recht hebben op deze regeling, wordt de regeling toegekend ongeacht of het budget dat gereserveerd is al dan niet toereikend is.
We hebben beperkte middelen beschikbaar voor de uitvoering van het armoedebeleid. Deze middelen gaan niet uit van een 100% gebruik van alle regelingen.
We zoeken dekking voor de extra kosten. Mocht deze dekking niet worden gevonden dan versoberen we de armoederegelingen.
De afschaffing van de gemeentepolis raakt de huidige U-polisgebruiker. Het risico is dat de inwoner minder goed verzekerd is en er meer inwoners de bestuursrechtelijke premie voor de zorgverzekering moeten gaan betalen.
In 2022 maken ruim 13.000 Utrechters gebruik van de U-Polis. Als de U-Polis wordt afgeschaft lijdt dit mogelijk tot zorgmijding. Daarnaast biedt de U-Polis de mogelijkheid om de kosten automatisch in te houden op je uitkering. Dit voorkomt problematische schulden. De verwachting is dat inwoners bij afschaffing minder ruim gaan verzekeren en dat de kosten voor bijzondere bijstand zullen toenemen.
We onderzoeken hoe we inwoners kunnen begeleiden richting een andere zorgverzekering. De besparing die wordt gerealiseerd door de afschaffing van de U-Polis wordt ingezet om de bijzondere bijstand voor medische kosten te verruimen.
De voorgenomen besparing op de studietoeslag raakt studenten die door een medische beperking niet kunnen werken naast hun studie.
De voorgenomen besparing zorgt ervoor dat de studenten die aanspraak kunnen maken op deze regeling (mogelijk) minder middelen tot hun beschikking hebben of dat de toegang minder makkelijk wordt. Daardoor kunnen ze minder goed rondkomen en dit kan een negatief effect hebben op hun studie.
Het wetsvoorstel van School naar Werk is in de maak. Deze wet biedt meer mogelijkheden om studenten te ondersteunen richting werk. Studenten met medische kosten kunnen ook aanspraak maken op bijzondere bijstand. Deze regeling gaan we vereenvoudigen. Daarnaast gaan we inzetten op een lobby richting het Rijk voor meer budget voor deze regeling.
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 49
50
3. Financiën Aansluiting met doelstelling Inkomenszekerheid uit Begroting 2024 Deze beleidsnota omvat het beleid voor de doelstelling Inkomenszekerheid van het programma Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid. Meer specifiek gaat het om de onderdelen minimabeleid en schuldhulpverlening en niet zozeer om de verstrekking van bijstandsuitkeringen. De opgenomen kosten omvatten daarom alle kosten die binnen de doelstelling Inkomenszekerheid worden gemaakt exclusief het onderdeel ‘verstrekken bijstandsverstrekking’. Ook de bij ‘reeds in begroting gedekt’ opgenomen bedragen zijn de budgetten voor de doelstelling Inkomenszekerheid exclusief ‘verstrekken bijstandsuitkering’. Alle bedragen zijn exclusief de kostentoerekening Werk en Inkomen.
Benodigd budget In de tabel zijn aparte regels opgenomen voor de onderdelen waarop we extra budget inzetten: Vereenvoudiging van een aantal regelingen waardoor meer mensen recht hebben op de regeling. Het gaat hier specifiek om de individuele inkomstentoeslag, de bijzondere bijstand en de jongerentoeslag. Daarnaast zetten we in op het vergroten van het bereik van regelingen. Meer budget voor kinderen voor sport en cultuur. Verbetering van onze dienstverlening en samenwerking in de stad. Tegenover deze impulsen staan een aantal besparingen. Deze besparingen zijn verwerkt in het opgenomen bedrag voor overige activiteiten doelstelling Inkomenszekerheid. Het gaat om het volgende: Afschaffing van de gemeentepolis. Besparing op de uitgaven voor de studietoeslag. Verlaging van het budget voor subsidies. Het totaal benodigde budget is hoger dan de in de begroting beschikbare budgetten. Deze tekorten kunnen de komende jaren worden gedekt met de reserve Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening. Het financiële beeld ziet er in vergelijking met 2023 beter uit door de indexatie en toevoeging van het groeikader 2024. Door niet wettelijke regelingen (zoals de U-pas) niet te indexeren is ruimte ontstaan om de kosten van hoger bereik op te vangen. Dit is ook de belangrijkste draaiknop om het structurele tekort in de toekomst op te lossen.
In 2025 en volgende jaren zal immers normaliter ook indexatie en groeikader worden toegevoegd. Als de indexatie onvoldoende blijkt te zijn en er geen aanvullend budget gevonden kan worden (zoals rijksbudgetten, private financiering, integrale afweging
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 51
voorjaarsnota) zal het beleid versoberd worden om uiteindelijk structureel binnen budget te blijven. Op de personele inzet en inkoop van schuldhulpverlening is sprake van een knelpunt. Mede vanwege dit knelpunt is bij de Voorjaarsnota 2023 de reserve Armoedebestrijding en Schuldhulpverlening ingesteld. In de tabel hierna is dit knelpunt niet meegenomen. De reserve biedt ruimte voor incidentele dekking. Het knelpunt zal echter structureel opgelost moeten worden. Belangrijke zoekrichting voor de oplossing van dit knelpunt zijn de structurele rijksmiddelen voor schuldhulpverlening die naar verwachting vanaf 2024 beschikbaar komen. Ook voor dit knelpunt geldt dat in het uiterste geval het beleid versoberd zal worden om uiteindelijk structureel binnen budget te blijven.
Besparingsopgave sociaal domein
Om te komen tot een financieel houdbaar sociaal domein is in de Voorjaarsnota 2023 een hervormingsopgave vastgesteld. Op dit moment wordt onderzocht welke maatregelen doorgevoerd kunnen worden in het sociaal domein. Daarnaast speelt ook nog de invulling van het gemeentebrede structurele tekort vanaf 2026. Mogelijk zijn de uitkomsten van beide trajecten van invloed op de keuzes en het voorgenomen beleid in deze nota. Private financiering van initiatieven Door in te zetten op een bundeling van krachten van (private) organisaties en de gemeente beogen we een netwerk van private financiers op te zetten om een aantal knelpunten op te lossen. Tezamen kunnen we investeren in een samenwerking, met als doel bestaans zekerheid gezamenlijk aan te pakken en elkaars aanpak te versterken. Het gaat dan om keuzes die we als gemeente door een tekort aan middelen niet kunnen maken, maar door private middelen wellicht wel kunnen maken.
52
Tabel financiën (in € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Structureel jaarbedrag
Vereenvoudiging en hoger bereik armoederegelingen
0
1350
1350
1350
1350
Meer budget voor kinderen (sport en cultuur)
0
900
900
900
900
250
450
450
450
450
Overige activiteiten doelstelling Inkomenszekerheid
25.280
22.945
22.945
22.945
22.945
Totaal benodigd budget (A)
25.530
25.645
25.645
25.645
25.645
Programma Inkomenszekerheid
25.280
25.080
25.080
25.080
25.080
Reeds in begroting gedekt (B)
25.280
25.080
25.080
25.080
25.080
0
0
0
0
0
Nog niet gedekte kosten (A-B-C)
250
565
565
565
565
Te dekken uit de reserve armoede en schulden
250
565
565
565
0
Dienstverlening en samenwerking stad
Reeds in begroting gedekt
Bijdragen van derden (C)
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 53
4. Voortgang en verantwoording De keuzes in deze beleidsnota gaan we op de verschillende thema’s uitwerken in integrale uitvoeringsprogramma’s waarover de raad wordt geïnformeerd. Daarnaast wordt de uitwerking van de keuzes in deze nota en de vertaling naar budget meegenomen in het Uitvoeringsprogramma hervorming sociaal domein. De Raad heeft bij deze hervorming een belangrijke sturende rol en gaat besluiten nemen over de budgettaire en inhoudelijke kaders en de mogelijke verschuiving van budget van aanvullende zorg naar basiszorg en sociale basis. De voortgang op de beleidsnota Financiële bestaanszekerheid rapporteren we in de P&C cyclus via de doelstellingen en indicatoren die in deze nota en in de Programmabegroting staan. Daarnaast wordt er elke twee jaar een voortgangsrapportage opgesteld. In deze rapportage wordt over de nota Financiële bestaanszekerheid, de nota Werk- en Reintegratie en de doelstellingen uit de nota Gezond030 op het thema bestaanszekerheid gerapporteerd. Cruciaal in onze aanpak is dat we samen met inwoners en maatschappelijke partners leren en ontwikkelen. Dit doen we in de dagelijkse praktijk, bijvoorbeeld door samen inhoudelijke bijeenkomsten en datasessies te organiseren om te volgen of we onze ambitie realiseren binnen het financiële kader. We duiden kwalitatieve en kwantitatieve informatie en ervaringsverhalen.
Daarbij betrekken we ook maatschappelijke trends en (lokale en landelijke) ontwikkelingen die invloed hebben op onze opgave. We gebruiken de minima effectrapportage en de armoedemonitor om inzicht te krijgen in de problematiek in de stad en het effect van onze inzet. We geven deze instrumenten een stevige plek in de uitwerking van de doelstellingen in de uitvoeringsprogramma’s.
Interne samenwerking
Deze beleidsnota is opgesteld met verschillende organisatieafdelingen. Het thema bestaanszekerheid raakt veel organisatieonderdelen binnen de gemeente en kan niet als geïsoleerd probleem worden aangepakt. Deze nota en de nota werk en re-integratie vormen samen het beleidskader voor Werk en Inkomen in de komende jaren. Deze nota’s kennen vanzelfsprekend veel raakvlakken, ook in de uitvoering van deze nota’s. Een integrale samenwerking is cruciaal om onze ambities te verwezenlijken. Dat doen we binnen Werk en Inkomen, maar ook tussen andere organisatieonderdelen. Ook het rekenkamerrapport Pleisters Plakken adviseert om binnen de gemeentelijke organisatie structureel tussen de organisatieonderdelen samen te werken aan deze opgave (aanbeveling 4).
54
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 55
5. Utrechts Sturingsmodel Het vraagt om een stevige sturing om onze doelen te realiseren binnen het beschikbare budget. We werken aan deze opgave volgens het Utrechts sturingsmodel. De invulling daarvan beschrijven we kort in onderstaand schema.
Opgave Iedere Utrechter heeft recht op rondkomen, meedoen en een schuldenvrij bestaan. Door financiële bestaanszekerheid te versterken voorkomen we leed, stress en maatschappelijke kosten. Deze ambitie geeft ons de opdracht om te zorgen dat voor alle Utrechters deze basis geboden wordt. We zien echter dat onze middelen beperkt zijn. We moeten keuzes maken. We zetten extra in op:
Gezinnen met kinderen en jongeren. Het bereiken van inwoners met een laag inkomen en het vereenvoudigen van onze regelingen. Het Investeren in het schuldenvrij maken en blijven van Utrechters.
Figuur: Het Utrechts sturingsmodel
Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd
Gedeelde waarden zijn het startpunt
OPGAVE Leren en verbeteren via interactie en dialoog
56
Data en informatie brengt de beweging in kaart
Gedeelde waarden zijn het startpunt Leidende principes: We zetten in op grondoorzaken We investeren ongelijk voor gelijke kansen We werken stres-sensitief Ons beleid en dienstverlening zijn inclusief Onze regels en processen zijn eenvoudig
Kaders en randvoorwaarden zijn scherp geformuleerd
Participatiewet Wet gemeentelijke schuldhulpverlening VN-verdrag handicap Nadere regels: - Verordening en beleidsregel individuele inkomenstoeslag - Richtlijnen bijzondere bijstand - Verordening U-pas - Verordening en beleidsregel Individuele studietoeslag - Bankreglement - Richtlijnen NVVK-gedragscode De financiële kaders uit de Algemene uitkering gemeentefonds Keuzekompas aanbesteden in het sociaal domein
Data en informatie brengt de beweging in kaart We verzamelen doorlopend kwantitatieve en kwalitatieve informatie: Minima-effectrapportage Armoedemonitor Indicatoren die gekoppeld zijn aan de doelstellingen in deze nota en de Programmabegroting Onderzoek van Panel Meetellen Signalen vanuit klachten en bezwaren Klantreizen en klanttevredenheidsonderzoeken Signalen vanuit het cliëntenplatform, Armoedecoalitie, het Sleutelpersonennetwerk en andere partners Trends en ontwikkelingen in de stad gepresenteerd in de Utrecht monitor en Volksgezondheidsmonitor en verdiepende onderzoeken
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 57
Leren en verbeteren via interactie en dialoog Met professionals, ervaringsdeskundigen en raadsleden bespreken we data, ervarings verhalen en signalen in relatie tot de gestelde ambitie. Door deze informatie centraal te stellen kunnen we bepalen of we de juiste dingen doen. De inzichten die hieruit komen, kunnen leiden tot aanpassing van het uitvoeringsprogramma om de doelstellingen te realiseren.
58
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 59
D
60
Bijlagen
Bijlage 1 Relatie omliggende beleidsterreinen Werk en re-integratie
Een zinvolle dagbesteding, vrijwilligerswerk of het hebben van betaald werk zijn belangrijke onderdelen voor bestaanszekerheid. Betaald werk zorgt niet alleen voor een hoger besteedbaar inkomen, maar vergroot ook het (zelf)vertrouwen van mensen en het sociale netwerk om hen heen. Dit laatste geldt ook voor vrijwilligerswerk of dagbesteding. Als gemeente ondersteunen we inwoners met en zonder een bijstandsuitkering in hun traject richting werk of werkfit worden. Inwoners hebben recht op deze ondersteuning en we willen dat zij ook zelf invloed hebben op dit traject. De inwoner staat centraal en onze dienstverlening vanuit Werk en Inkomen is of wordt op elkaar afgestemd. Financiële ondersteuning via inkomensregelingen kan (al dan niet tijdelijk) zorgen voor financiële stabiliteit. De stress die ontstaat op het moment dat er financiële zorgen zijn, kunnen een stap richting werk of werkfit worden tegenhouden. Door in te zetten het bieden van financiële bestaanszekerheid via armoederegelingen en/of schuldhulpverlening, kan er ruimte ontstaan om die stap richting een duurzame loopbaan wel te zetten. Daarmee ontstaat er mogelijk ook op de lange termijn financiële stabiliteit en zijn mensen zekerder van hun bestaan.
Gezondheid en eenzaamheid
Ongelijke kansen worden in het bijzonder zichtbaar wanneer gekeken wordt naar gezondheid. In Nederland leven mensen met basisonderwijs of vmbo gemiddeld 4 jaar korter dan mensen met hbo of een universitaire opleiding. En zelfs 15 jaar in minder goed ervaren gezondheid. Naast opleiding zijn ook inkomen en positie op de arbeidsmarkt belangrijke algemene indicatoren voor gezondheid. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de gezonde levensverwachting. Ook het hebben van bijvoorbeeld een bijstandsuitkering of schulden hangt samen met slechtere gezondheid. Het Utrechts GezondheidsProfiel (UGP, 2022) stelt dat drie elementen van bestaans zekerheid een grote invloed op gezondheid hebben: financiële situatie, werk en wonen. Armoede, werkloosheid, de angst voor werkloosheid en huisvestingproblemen zijn belangrijke oorzaken van chronische stress. Deze stress beïnvloedt de lichamelijke, mentale en sociale gezondheid. Andersom kunnen gezondheidsproblemen de problemen met financiële situatie, werk en wonen versterken. Utrechters met een laag inkomen hebben een slechtere gezondheid, leefstijl en zijn vaker eenzaam dan gemiddeld in Utrecht. Dit is zelfs zichtbaar bij Utrechters met een inkomen tussen 125% en 150% van het WSM. Zij hebben bijvoorbeeld meer dan twee keer zo vaak een slecht ervaren gezondheid vergeleken met degenen die leven van een inkomen boven 150% van het WSM.
Ook heeft 23% onvoldoende regie over hun eigen leven. Onder inwoners met een inkomen hoger dan 150% van het WSM is dat 7% (Gezondheidsmonitor 2020). Ook is er een relatie tussen bestaanszekerheid en eenzaamheid. Zo zijn Utrechters die moeite hebben met rondkomen drie keer zo vaak
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 61
ernstig eenzaam als Utrechters die daar geen moeite mee hebben. Eenzaamheid kan negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid. Het verhoogt bijvoorbeeld de kans op hartaandoeningen en depressie. In het uitvoeringsplan eenzaamheid 2023-2026 wordt toegelicht hoe eenzaamheid wordt aangepakt. In de nota Gezond030 beschrijven we onder het thema Bestaanszekerheid waar we vanuit gezondheidsperspectief het beste op kunnen inzetten om gezondheidsverschillen van deze groep te verkleinen. In deze nota nemen we deze kennis mee en werken we dit uit in integrale uitvoeringsprogramma’s.
Wonen
Wonen draagt bij aan bestaanszekerheid. Het recht op huisvesting is niet voor niets vast gelegd in de grondwet. Maar een woning vinden is voor veel mensen lastig, ook in Utrecht. Er is een tekort aan (betaalbare) woningen in zowel de sociale huur, middenhuur als betaal bare koopwoningen. Vooral mensen met een laag en middeninkomen hebben moeite om een woning te vinden. De gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning is zo’n 11 jaar. We zien dat steeds meer woningzoekenden hierdoor in de problemen komen. Bijvoorbeeld doordat het aantal toegekende urgenties toeneemt. De gevolgen voor mensen in een kwetsbare of bijzondere positie zijn extra ingrijpend. Denk aan statushouders en mensen die na een periode in een zorginstelling of pleeggezin (weer) klaar zijn om zelfstandig te wonen. Een sociale huurwoning is voor hen een belangrijke volgende stap in hun leven. De vraag naar woningen neemt toe. Al jaren komen er meer mensen naar de stad dan dat er gaan. We verwachten dat het aantal inwoners groeit van zo’n 370.000 in 2023 naar meer dan 470.000 inwoners in 2040. Dat betekent dat er de komende 17 jaar 100.000 inwoners bij komen. Daarom komen er netto elk jaar zo’n 3.000 nieuwe woningen bij1. We doen ons best om dit aantal de komende jaren op peil te houden, maar door de vertragingen in de bouw kunnen we minder woningen realiseren dan verwacht.
Daarom zetten we ook in op het optimaal benutten van de 165.000 woningen die er al zijn en willen we meer flexwoningen plaatsen in de stad. Om woningen bereikbaar en betaalbaar te houden, gaan we bij nieuwe bouwprojecten uit van 40% sociale huur, 35% woningen uit de middengroep en 25% duurdere woningen (‘vrije sector’). 60% van de woningen in Utrecht kan na het kopen niet meteen worden verhuurd aan iemand anders. En we staan niet toe dat huurders te veel moeten betalen, worden bedreigd of gediscrimineerd.
1. Bekijk deze en meer woningcijfers op www.utrecht-monitor.nl
62
Bijlage 2 Regelingen en hulp in de stad Dit overzicht laat zien welke regelingen en voorzieningen er op basis van de Participatiewet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de Wet maatschappelijke ontwikkeling en vanuit private organisaties beschikbaar zijn voor Utrechters in de stad. Er wordt ontzettend veel georganiseerd van uit (private) organisaties en actieve bewoners. Dit overzicht is dan ook geen volledig beeld van alle voorzieningen en initiatieven in de stad.
Gemeentelijke regelingen Voor inwoners met een laag inkomen: Bijzondere bijstand: Tegemoetkoming in noodzakelijke kosten wanneer een inwoner deze niet zelf kan betalen. De volgende kosten en regelingen vallen hier onder andere onder: Bewindvoeringskosten, woninginrichting, woonkostentoeslag, Witgoedregeling, Medische kosten. Individuele Inkomenstoeslag: Een geldbedrag voor inwoners die drie jaar of langer een laag inkomen hebben. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen en waterschapsbelasting (via de BGHU) Tegemoetkoming zorgkosten: een jaarlijks geldbedrag voor inwoners die hoge zorgkosten hebben door een beperking of chronische ziekte. U-pas: een meedoen-pas met een tegoed voor leermiddelen, sport, cultuur en recreatie en een zichtpas voor korting van instellingen en bedrijven. U-polis: een zorgverzekering met korting op de premie en ruime vergoedingen. Tot en met 2023 de energievergoeding. Voor studenten met een beperking: Studietoeslag: Een tegemoetkoming voor studenten die door een beperking of chronische ziekte niet kunnen bijverdienen naast hun studie.
Hulp bij geldzorgen en schulden (schuldhulpverlening) Vanuit de gemeente (Werk en Inkomen): Adviesgesprek: In een adviesgesprek bekijkt een medewerker van schuldhulpverlening samen met de inwoner naar de financiële situatie, bespreekt de behoefte van de inwoner en geeft advies over de mogelijkheden voor hulpverlening. Rondkomengesprek: Het rondkomengesprek is een vrijwillig gesprek voor mensen die een bijstandsuitkering hebben aangevraagd en vragen of zorgen hebben over geld of de bijstandsaanvraag. Het gesprek is telefonisch, via videobellen of in het stadskantoor. Budgetbeheer: Met budgetbeheer neemt de gemeente tijdelijk het beheer van het geld over van de inwoner om te voorkomen dat schulden oplopen. Er zijn twee vormen van budgetbeheer: Totaal beheer en basis beheer.
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 63
Hulp voordat een inwoner een schuldregeling krijgt: - Stabilisatieperiode: een inwoner ontvang hulp bij het op orde krijgen van de financiële situatie. - Betalingsregeling: Wanneer er weinig schuldeisers zijn helpen we bij het maken van goede betalingsregelingen met schuldeisers. Schuldregelingen: - Saneringskredieten: Een schuldhulpverlener berekent wat de afloscapaciteit van een inwoner is en doet een betalingsvoorstel aan de schuldeisers. Indien zij akkoord zijn betaald de gemeente de totale schuld af. De inwoner ontvangt een krediet van de gemeente en betaalt deze in 1.5 jaar met rente terug. - Schuldbemiddeling: Bij schuldbemiddeling krijgt de inwoner geen krediet, maar bemiddelt de gemeente tussen de inwoner en de schuldeisers. Een schuldhulpverlener berekent wat de afloscapaciteit van een inwoner is en doet een betalingsvoorstel aan de schuldeisers. Indien zij akkoord zijn, betaalt de inwoner een zo groot mogelijk deel van de schulden af. Na 1.5 jaar worden de schulden kwijtgescholden. - Herfinancieringskrediet: De gemeente betaalt in een keer alle schulden van de inwoner af. Voor het totaalbedrag heeft de inwoner een krediet bij de gemeente. Dit krediet betaalt de inwoner in 1.5 tot 3 jaar terug aan de gemeente. WSNP: Als het niet lukt om een schuldregeling te treffen met de schuldeisers kan de gemeente namens de inwoner schuldsanering bij de rechter aanvragen.
Dit is de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). De inwoner krijgt een bewindvoerder en lost in 1.5 jaar schulden af. Huishoudboekje: Voor deelnemers van het Huishoudboekje lopen de inkomsten en belangrijkste vaste lasten van een inwoner via het Huishoudboekje. De vaste lasten worden gegarandeerd betaald. Het doel van het Huishoudboekje is om mensen financieel te ontzorgen.
Vanuit het buurtteam: Inwoners met geldzorgen of problemen met rondkomen en schulden kunnen aankloppen bij het buurtteam voor hulp. Het buurtteam kan meedenken, adviseren en eventueel doorverwijzen naar de juiste instanties. Het buurtteam heeft inloopspreekuren waar mensen terecht kunnen met post of specifieke vragen en organiseert sorteergroepen. Hier leren inwoners om zelf administratie op orde te houden. Vanuit Stadsgeldbeheer (onderdeel van de Tussenvoorziening): Stadsgeldbeheer biedt schuldhulpverlening en budgetbeheer aan de meest kwetsbare Utrechters. Deze mensen hebben vaak ook te maken met verslavingsproblematiek of psychische problemen en kunnen dak- of thuisloos zijn. Daarnaast organiseert de Tussenvoorzieningen ook spreekuren voor vragen over financiën of administratie.
64
Hulp en voorzieningen in de stad (ook vanuit de WMO) Vanuit U-centraal: De Geldzaak: is een laagdrempelige plek in de stad waar inwoners terecht kunnen voor advies of ondersteuning aangaande financiën. De Geldzaak heeft een locatie in de binnenstad en daarnaast verschillende spreekuren in de stad. Bijeenkomsten over geldzaken: U-centraal organiseert themabijeenkomsten over veranderingen in je leven. Denk hierbij aan arbeidsongeschiktheid, 18 jaar worden, in en na de bijstand. Cursussen: U-centraal biedt verschillende cursussen om meer grip te krijgen op specifieke gebieden in je leven zoals Geldzaken, regelingen en voorzieningen. Sociaal raadslieden: Helpen inwoners bij vragen over wetten en regelingen. Dit doen zij op locaties van de buurtteams. Daarnaast zijn er verschillende organisaties en fondsen in de stad die inwoners met een laag inkomen ondersteunen. Een groot deel van de organisaties ontvangt subsidie vanuit de gemeente (WenI of Maatschappelijke ontwikkeling). Enkele voorbeelden van organisaties zijn (niet volledig): Voedselbanken Stichting Leergeld Utrecht Jeugdfonds sport en cultuur Paul Verweel sportfonds Weekje weg Stichting Al Amal Papiercafé’s Op fondsen - Fondsen in Utrecht (fondsenutrecht.nl) is een overzicht van een groot deel van de Utrechtse fondsen te vinden.
De Armoedecoalitie Utrecht speelt een belangrijke rol in het samenbrengen van grote organisaties, kleinschalige initiatieven, hulp- en dienstverleners, belangenbehartigers en ervaringsdeskundigen in het veld van financiële bestaanszekerheid. Voor meer informatie zie de website.
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 65
Bijlage 3 Alternatieve scenario’s In het rekenkamerrapport ‘Pleisters plakken’ wordt geadviseerd om inzichtelijk te maken welke alternatieve scenario’s ingezet kunnen worden. In deze bijlage lichten we toe welke scenario’s de revue zijn gepasseerd en lichten we de afweging om daar niet voor te kiezen toe.
Scenario
Kosten/Mogelijke opbrengsten
Afweging
Inkomensgrenzen bestaande armoederegelingen naar 135%
Kosten € 1,7 miljoen. Indien bereik ook met 5% stijgt, kost additioneel nog € 1,26 miljoen extra
Er is geen budget beschikbaar om de inkomensgrens te verhogen en het bereik te intensiveren. We zetten daarom in op het verhogen van het bereik op de doelgroep die het financieel het zwaarst heeft i.p.v. de doelgroep te vergroten.
Bereik 10% verhogen
Kosten: €1,6 miljoen
Er zijn niet voldoende middelen beschikbaar om dit bereik te realiseren én het toegenomen bereik daadwerkelijk te financieren.
U-pas volwassenen afschaffen
Opbrengst: € 1.65 miljoen
Geen U-pas budget meer beschikbaar om volwas senen te ondersteunen om mee te doen. De U-pas is een bekend begrip in Utrecht en wordt gewaar deerd. Daarnaast is recent besloten dat de U-pas wordt ingezet voor de tegemoetkoming van de parkeerkosten. Afschaffen ligt daarom niet voor de hand.
AOW-gerechtigden uitsluiten van U-pas budget
Opbrengst € 300.000
Geen U-pas budget meer beschikbaar om ouderen te ondersteunen om mee te doen. De U-pas is een bekend begrip in Utrecht en wordt gewaardeerd. Daarnaast is recent besloten dat de U-pas wordt ingezet voor de tegemoetkoming van de parkeer kosten. Afschaffen ligt daarom niet voor de hand. We zien wel dat AOW-gerechtigden de pas minder gebruiken ten opzichte van andere groepen. Daarnaast laat de Minima-effectrapportage zien dat deze groep op papier goed kan rondkomen.
Stoppen met communicatieaanpak wegens te groot bereik
Totale opbrengst moeilijk te bepalen. Lagere directe communicatie kosten en mogelijk lagere kosten door lager gebruik armoede regelingen.
Minder inzetten op bekendmaking van de armoede regelingen heeft naar verwachting een negatief effect op het bereik van onze regelingen. Dit draagt niet bij aan het realiseren van onze doelstellingen.
66
Scenario
Kosten/Mogelijke opbrengsten
Afweging
Versobering bijzondere bijstand
Opbrengt: € 2 tot € 3 miljoen
Door de bijzondere bijstand sterk te versoberen komen slechts enkele kosten nog in aanmerking voor bijzondere bijstand en zullen deze kosten in grote mate als lening worden verstrekt. De bijzondere bijstand is een belangrijk vangnet voor inwoners, wanneer zij belangrijke noodzakelijke kosten niet zelf kunnen betalen. Daarnaast vergroot het verstrekken van bijzondere bijstand als lening de kans op problematische schulden. Versobering ligt daarom niet voor de hand.
Versoberen individuele inkomenstoeslag (IIT)
Opbrengst: € 3 miljoen
We kunnen de bedragen en de doelgroep van de IIT sterk verlagen en verkleinen. De IIT is een belangrijk instrument om mensen jaarlijks geld te geven. Met name voor uitgaven waar ze niet voor kunnen sparen. Zeker voor mensen die langdurig in armoede leven is dit belangrijk. Zeker zolang het sociaal minimum niet toereikend is. Versobering ligt daarom niet voor de hand.
Stoppen met subsidies aan partners
Opbrengst: € 825.000
We verstrekken verschillende subsidies aan partners in de stad die een bijdrage leveren aan de ambitie in deze nota. We kunnen dit geld ook direct via regelingen inzetten. We zien echter dat deze partners een belangrijke rol spelen in het ondersteunen van onze inwoners.
Stoppen met activiteiten vanuit de Actieagenda Utrechters schuldenvrij
Opbrengst € 1 – € 1.5 miljoen
Door personele inzet en succesvolle activiteiten van de Actieagenda niet te borgen, wordt de capaciteit binnen de afdeling schuldhulpverlening sterk verlaagd en moeten belangrijke succesvolle activiteiten stoppen. Dit is onwenselijk en draagt niet bij aan de ambitie alle Utrechters schulden zorgvrij.
Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 67
Bijlage 4 Begrippenlijst Begrip
Definitie
Armoedeval
Het kan voorkomen dat een huishouden met een hoger inkomen minder overhoudt dan met een lager inkomen, nadat rekening is gehouden met alle noodzakelijke uitgaven. Bijvoorbeeld doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. Hierbij onderscheiden we twee soorten armoedevallen, namelijk een armoedeval bij uitstroom uit een bijstandsuitkering naar betaald werk (werkloosheidsval/uitstroomval) en een armoedeval bij het meer gaan verdienen (doorstroomval). Bij huishoudens boven de AOWgerechtigde leeftijd wordt officieel niet gesproken van een armoedeval, omdat deze gewoonlijk geen inkomensstijging meemaken. Toch kan er bij hen ook sprake zijn van een geringere vrije bestedingsmogelijkheid bij een hoger inkomen. Bron: Nibud.
Basiszorg door buurtteams
Teams van professionals die generalistisch en buurtgericht zorg en ondersteuning bieden. In 18 buurten is een buurtteam actief dat bestaat uit een team Sociaal en een team Jeugd en Gezin. De medewerkers van de buurtteams zijn professionals die gezinnen en jongeren met inbegrip van hun omgeving ondersteunen bij het versterken van hun veerkracht en het benutten en/of ontwikkelen van hun netwerk. Zij bieden waar nodig zelf zorg en hulp. Daarnaast kan het buurtteam aanvullende zorg toewijzen, zowel Zorg in Natura (ZIN) als PGB. De buurtteamorganisatie heeft hiertoe het mandaat van het College van B&W.
Bewonersinitiatieven
Een initiatief van één of meerdere bewoners uit Utrecht, al dan niet in een stichting of vereniging, gericht op het bevorderen van de leefbaarheid in hun eigen buurt of stad, het ondernemen van gezamenlijke activiteiten of het oplossen van een ervaren problematiek. Dat kan veel verschillende vormen aannemen: een vanuit Vrijwillige Inzet voor Elkaar gefinancierd bewonersinitiatief, een sportvereniging, kaartclub, zangkoor, of de buurt-BBQ organisatie.
IOAW
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW). De IOAW-uitkering is een aanvulling op het (gezins) inkomen tot bijstandsniveau voor een specifieke doelgroep
IOAZ
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). De IOAZ- uitkering is een aanvulling op het (gezins) inkomen tot bijstandsniveau voor een specifieke doelgroep
Integraal werken
Partners uit sociale basis, basiszorg of aanvullende zorg werken met elkaar en bewoners aan hetzelfde doel in de wijk. Hierin heeft iedereen eigen rollen en verantwoordelijkheden.
68
Begrip
Definitie
Meedoen
Sociale participatie. Het gaat hierbij om uitgaven aan contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer.
Mensbeeld
Aannames over wat mensen willen en kunnen en hoe zij zich gedragen.
Nazorg schuldhulpverlening
Het doel van nazorg is om de klant ook ná een schuldregelingstraject te blijven ondersteunen bij de start van een schuldenvrij leven, zelfredzaamheid waar mogelijk verder te bevorderen én terugval waar mogelijk te voorkomen.
Participatiewet
De Participatiewet is een landelijke wet met als doel dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een arbeidsbeperking. De taak van gemeenten is dat zij deze doelgroep ondersteunen en begeleiden naar betaald werk.
Problematische schulden
Een problematische schuldsituatie is de situatie waarin te voorzien is dat een natuurlijk persoon schulden niet zal kunnen blijven afbetalen of is gestopt met afbetalen. In ieder geval een situatie waarin niet binnen 36 maanden alle openstaande vorderingen betaald kunnen worden (met een betalingsregeling).