CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsnota Financiële Bestaanszekerheid (inclusief amendement)

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid18.806 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid

Gelijke kansen voor een zeker bestaan 2024 – 2028

Utrecht.nl

2

Inhoudsopgave

A B C D

Inleiding

8

1. Introductie 2. Doelstellingen

9 14

Opgave

16

Monitoren, sturen en verantwoorden

46

Bijlagen

60

1. Context 2. Mensbeeld en leidende principes 3. Ambitie en doelstellingen

1. Indicatoren 2. Risico’s 3. Financiën 4. Voortgang en verantwoording 5. Utrechts Sturingsmodel

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

17 22 26

47 48 51 54 56

61 63 66 68

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 3

Voorwoord Een paar nieuwe schoenen omdat je kind ze zo mooi vindt, niet omdat ze nodig zijn. Op vakantie naar het buitenland, met meer boodschappen thuiskomen dan je van plan was, gewoon omdat je iets lekkers zag. Hoe vaak koopt u iets wat u niet per se nodig had? Voor veel Utrechters is dat heel gewoon. Maar helaas zijn er ook Utrechters die wél precies moeten bijhouden hoeveel boodschappen zij in hun mandje stoppen. Of buikpijn krijgen bij een naderende kinderverjaardag of Sinterklaasfeest. Voor veel Utrechters klinkt dit gelukkig vreemd in de oren, maar het is helaas voor een aantal van ons toch de realiteit. Armoede is een probleem dat niet op zichzelf staat. Het heeft gevolgen voor je gezondheid, het zorgt voor stress, het heeft invloed op schoolprestaties en je bent minder in staat kansen te benutten en goed mee te doen aan de samenleving. Al zo lang ik wethouder ben maak ik me hierbij in het bijzonder zorgen over gezinnen met kinderen. Want geen enkel kind zou in armoede moeten opgroeien. Deze ervaring in de jonge jeugd heeft gevolgen voor kinderen die zij hun leven lang met zich mee moeten dragen. De middelen die we hebben willen we graag daar inzetten waar we de meeste impact kunnen maken. Juist voor deze groep willen we het verschil maken, zodat we nu de effecten kunnen verzachten en in de toekomst de cirkel kunnen doorbreken.

We zien al lange tijd dat gezinnen met (oudere) kinderen niet kunnen rondkomen. Zelfs niet als ze gebruik maken van alle regelingen. Daarom nemen we nu maatregelen die er voor gaan zorgen dat ze onderaan de streep genoeg inkomen hebben om rond te komen. De focus op kinderen heeft wel consequenties voor andere doelgroepen. De middelen die beschikbaar zijn dwingen ons tot het maken van keuzes. Als gemeente Utrecht kunnen wij pleisters plakken, maar de armoede niet oplossen. Om écht verschil te kunnen maken, moet het Rijk het wettelijk sociaal minimum en het minimumloon verhogen. De Commissie Sociaal Minimum, ingesteld door de rijksoverheid, heeft dit ook geconcludeerd. Daarom blijven we het Rijk onverminderd oproepen structureel maatregelen te nemen om écht verschil te maken in de levens van zoveel mensen die op de rand van het bestaansminimum leven. Als gemeente kunnen we wel de stress en zorgen aanpakken die met armoede gepaard gaan. En ervoor zorgen dat alle Utrechters krijgen waar ze recht op hebben. Daarvoor is het nodig dat we het systeem vereenvoudigen, onze regelingen toegankelijk maken en zorgen dat iedereen van het bestaan van deze regelingen af weet. Daar gaan we de komende tijd volop op inzetten.

4

Deze nota Financiële bestaanszekerheid is niet zomaar tot stand gekomen. Ik ben er trots op dat we in Utrecht een stevig netwerk hebben van armoedepartners. Zij denken goed met ons mee in het bedenken van oplossingen voor de armoede­ proble­matiek in onze stad. Hiervoor ben ik ze erg dankbaar. Samen met deze organisaties gaan we de komende tijd aan de slag om dit beleid uit te voeren. Daarbij blijven we met elkaar in gesprek over wat nodig is. Zo dragen we samen bij aan een Utrecht waarin iedereen kan rondkomen, mee kan doen en schuldenvrij is. Linda Voortman Wethouder Werk en Inkomen

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 5

Samenvatting Deze nota beschrijft de doelen waarmee we de komende jaren werken aan de ambitie dat alle Utrechters kunnen rondkomen, meedoen en schuldenzorgvrij zijn. Nog te veel Utrechters maken geen gebruik van de regelingen en voorzieningen waar ze recht op hebben, en hebben daardoor moeite om rond te komen en mee te doen. Daarnaast hebben nog te veel Utrechters te maken met problematische schulden. We zetten daarom in op de volgende doelen:

Doel 1: Alle Utrechters krijgen waar ze recht op hebben. Daarbij zetten we in op het wegnemen van de drempels bij aanvragen van hulp en regelingen bij Werk en Inkomen. Maken we onze regelingen eenvoudig en de dienstverlening van Werk en Inkomen klantgericht en stress sensitief. We zetten in het op het bereiken van alle Utrechters die niet kunnen rondkomen of financiële problemen hebben en bieden passende ondersteuning. Daarbij hebben we extra aandacht voor het bereiken van jongeren, omdat we zien dat behoeften van jongeren anders zijn dan volwassenen.

Doel 2: A  lle Utrechters ontvangen tijdig passende hulp bij rond­komen of het oplossen van problematische schulden. We borgen de successen van de Actieagenda Utrechters Schuldenvrij. We zetten in op het verbeteren van het aanbod aan nazorg bij schuldhulpverlening en op het beter benutten van het bestaande aanbod aan (schuld)hulpverlening van de gemeente en partners. We verbeteren de aansluiting van het formele en informele aanbod van hulp en voorzieningen in de stad gericht op financiën. Zodat Utrechters tijdig de best passende ondersteuning krijgen.

Doel 3: A  lle Utrechtse gezinnen met minderjarige kinderen hebben voldoende financiële middelen en mogelijkheden om mee te doen. We verbeteren het aanbod van de U-pas en sluiten daarbij aan op de behoefte van gezinnen met (jonge) kinderen. We zorgen voor voldoende mogelijkheden voor Utrechtse kinderen om te sporten en gebruik te maken van cultuur. Tegenover deze impulsen staan een aantal besparingen. We moeten keuzes maken. Die keuzes hebben consequenties voor andere doelgroepen en de regelingen die we aanbieden. Dat betekent concreet dat sommige inwoners er niet op vooruit gaan, maar er mogelijk op achteruit gaan. We gaan besparen op het budget voor de gemeentepolis, de uitgaven van de studietoeslag en we gaan kijken naar de subsidies die we verstrekken. We kiezen daarbij voor subsidies die bijdragen aan de doelen die we stellen in deze nota. De effecten van deze besparingen monitoren we in de minima effect rapportage (MER). Onze inzet is dat zoveel mogelijk inwoners kunnen (blijven) rondkomen.

6

Leeswijzer Deze nota bestaat uit vier onderdelen: • • A. De inleiding • B. De opgave • C. Het monitoren, sturen en verantwoorden • D. Bijlagen

De inleiding (A) beschrijft de context waarin het beleid tot stand is gekomen. Daarbij lichten we toe wat de aanleiding is van deze beleidsnota, beschrijven we de lobby die wordt gevoerd, de samenhang met andere beleidsnota’s in het sociaal domein en presenteren we de ambities en doelstellingen. Het volgende hoofdstuk (B) beschrijft de opgave. We maken de problematiek inzichtelijk met cijfers. We beschrijven ons mensbeeld en de leidende principes. Ten slotte lichten we toe wat we willen bereiken, hoe we dat gaan doen en wat de financiële consequenties van deze keuzes zijn. Hier staat de kern beschreven van het daarbij horende beleid dat we willen gaan voeren. Ten slotte beschrijven we in hoofdstuk C op welke wijzen we de monitoring, sturing en het verantwoorden hebben ingericht.

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 7

A

8

Inleiding

1. Introductie Aanleiding Onze ambitie is dat Utrecht de stad van ‘gezond stedelijk leven voor iedereen’ is. Financiële bestaanszekerheid voor alle Utrechters is de basis voor het realiseren van deze ambitie. Financiële bestaanszekerheid staat echter voor een grote groep inwoners onder druk. We zien dat onze inwoners moeite hebben om rond te komen en mee te doen. De eindjes moeten aan elkaar geknoopt worden en in sommige gevallen lukt dit niet eens, omdat er simpelweg structureel en substantieel te weinig binnenkomt. Dit heeft impact op de kansen die inwoners hebben. We blijven daarom aandacht vragen bij het Rijk voor een fundamen­ tele herziening van de Participatiewet en een toereikend minimuminkomen. In de tussentijd zitten we niet stil en kijken we wat we als gemeente zelf kunnen doen. Dit doen we door ons eigen armoedebeleid op te stellen en aan te geven waar we extra gaan inzetten op het kunnen rondkomen, meedoen en schuldenzorgvrij worden. De afgelopen jaren hebben we via de Actieagenda Utrechters Schuldenvrij ingezet op het oplossen van schulden en armoede. Deze actieagenda is afgerond. In deze nota leest u waar we als gemeente de komende vier jaar op in gaan zetten als het gaat om financiële bestaanszekerheid.

Deze nota is de basis voor eventuele aanpassingen van de volgende nadere regelgeving die we in het kader van de Participatiewet of Gemeentewet uitvoeren: ࡟ De Richtlijn bijzondere bijstand (artikel 35 Participatiewet) ࡟ De Verordening en beleidsregel Individuele Inkomenstoeslag (artikel 8 en 36 Participatiewet) ࡟ De Studietoeslag (artikel 36b Participatiewet) ࡟ De Verordening U-pas (artikel 108 Gemeentewet) Artikel 2 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening geeft gemeenten de opdracht om een plan vast te stellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan inwoners. In deze nota beschrijven we welke resultaten we de komende periode wensen te behalen. In een uitvoeringsplan volgend op deze nota werken we de verschillende onderdelen van het plan nader uit. Utrecht is een stad die staat voor de rechten van ál haar inwoners. De uitvoering van het VN-verdrag Handicap is onderdeel van deze nota. Het VN-verdrag vereist dat wij als gemeente passende maatregelen nemen zodat personen met een handicap zo zelfstandig en onafhankelijk mogelijk kunnen leven. Door onze regelingen toegankelijker te maken dragen we hieraan bij. In de programmabegroting is het armoede- en schuldenbeleid te vinden in het programma werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid onder de doelstelling inkomens­ zekerheid.

De ambitie van deze nota sluit een op een aan op de ambitie binnen deze programmadoelstelling: Utrechters kunnen rondkomen, meedoen en zijn schuldenvrij.

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 9

Samen met de stad De inhoud van deze nota is tot stand gekomen met input van organisaties, partners en inwoners uit de stad. We hebben inwonersbijeenkomsten bijgewoond in o.a. Overvecht, Kanaleneiland en Noordwest. Via enquêtes die we bij maatschappelijke organisaties hebben uitgezet hebben we informatie opgehaald hoe de inwoners die zij ondersteunen, kunnen rondkomen. Ook hebben we (meerdere) gesprekken gevoerd met de Armoedecoalitie, het Sleutelpersonennetwerk, de Geldzaak, het Buurtteam en U-Centraal. De Rekenkamer Utrecht heeft in het rapport “Pleisters Plakken’ aanbevelingen gegeven die we grotendeels hebben kunnen overnemen en verwerkt in deze nota. Het cliëntenplatform Participatiewet en de Armoedecoalitie heeft ons geadviseerd over de inhoud van de nota. Deze input hebben we meegenomen in het maken van onze keuzes. We blijven met deze partijen in gesprek op het moment dat we het uitvoeringsprogramma opstellen en concrete acties gaan voorbereiden en uitvoeren.

Financiën in beweging De ambities die we formuleren in deze nota voeren we uit binnen de huidige financiële kaders van de armoedebegroting. Deze kaders zijn in beweging. Landelijk is er veel aandacht voor armoede en bestaanszekerheid. Vanwege de koopkrachtcrisis en de enorme gasprijzen in 2022 hebben we besloten om de nota een jaar uit te stellen. Met een incidenteel pakket vanuit het Rijk en (incidentele) maatregelen vanuit de gemeente hebben we de effecten van deze crisis zoveel mogelijk gedempt. De inflatie en gasprijzen lijken op dit moment weer enigszins gestabiliseerd waardoor er ruimte is ontstaan om weer te kijken naar de langere termijn en de verbetering van onze dienstverlening. Op het moment van schrijven van deze nota hebben de landelijke verkiezingen net plaatsgevonden. Bestaanszekerheid was een belangrijk thema in deze verkiezingen. De kans bestaat dat er extra- of juist minder middelen beschikbaar komen vanuit het Rijk voor ons armoedebeleid. Ook weten we niet op welke manier het nieuwe kabinet aan de slag gaat met de aanbevelingen van de Commissie sociaal minimum en het IBO Vereenvoudiging sociale zekerheid. Doordat er een uitvoeringsprogramma volgt op deze nota hebben we de ruimte om bij te sturen waar nodig. Indien nodig volgt er opnieuw een uitvoeringsprogramma als we verder willen bijsturen of als de kaders veranderen.

Hierbij is het uitgangspunt dat een impuls of versobering van het beleid in eerste instantie zoveel mogelijk wordt ingezet aan de hand van de doelstellingen die zijn gesteld. Ook binnen de eigen gemeentebegroting staan we voor grote uitdagingen. Om te komen tot een financieel houdbaar sociaal domein is in de Voorjaarsnota 2023 een hervormingsopgave vastgesteld. Op dit moment wordt onderzocht welke maatregelen doorgevoerd kunnen worden in het sociaal domein. Daarnaast speelt ook de invulling van het gemeentebrede structurele tekort vanaf 2026. De hervormingen sociaal domein en de maatregelen om het gemeentebrede structurele tekort vanaf 2026 op te lossen worden bij de integrale afweging Voorjaarsnota 2024 afgewogen. Deze besluitvorming is mogelijk van invloed op het beschikbare budget voor deze beleidsnota. Daarmee zijn ook de in deze beleidsnota opgenomen ambities en doelstellingen onder voorbehoud van uitkomst van deze integrale

10

afweging in de Voorjaarsnota 2024. Een eventueel lager budget dwingt ons immers tot versobering van het nu voorgestelde beleid.

Lobby voor financiële bestaanszekerheid In het verbeteren van de financiële bestaanszekerheid van inwoners ligt er met name een verantwoordelijkheid voor het Rijk. De commissie Sociaal minimum heeft in 2 rapporten richting gegeven aan de herziening van het stelsel van sociale zekerheid1,2. Daarbij stelt de commissie dat het Rijk moet toewerken naar een begrijpelijk en voorspelbaar systeem en een toereikend sociaal minimum. Ook het IBO-vereenvoudiging sociale zekerheid biedt handvatten voor het verbeteren van de financiële bestaanszekerheid van inwoners.3 We sluiten ons hierbij aan. De G4 heeft concrete ideeën over hoe het nieuwe stelsel eruit moet zien. Wij doen daarbij de volgende aanbevelingen aan het Rijk om op te pakken met gemeenten: ࡟ ࡟

࡟

Verhoog het sociaal minimum conform het advies van de Commissie sociaal minimum. Harmoniseer het inkomensbegrip, partnerbegrippen, vermogensnormen, en bruto/netto verstrekking van uitkeringen binnen het stelsel van sociale zekerheid en het belasting­ stelsel zodat mensen weten waar ze aan toe zijn en regelingen goed op elkaar aansluiten.4,5 Een nieuwe Participatiewet kent geen aparte regimes, indicaties en bijbehorende instrumenten, zoals afwijkende regels voor jongeren, beschut werk en indicatie banenafspraak. Dat schept duidelijkheid voor inwoners en zorgt ervoor dat onder­ steuning op maat kan worden geboden die aansluit bij wat de inwoner nodig heeft om de stap naar passend werk te zetten.6

Deze fundamentele herziening van de sociale zekerheid en het toeslagenstelsel gaat jaren duren. In de tussenliggende periode zien wij kansen om binnen het huidige systeem aanpassingen door te voeren die onze inwoners direct ten goede komen. Ook hier zetten we met een actieve lobby op in. We verzoeken het Rijk om een centrale plek te realiseren, samen met gemeenten, schuldhulpverleners en andere maatschappelijke organisaties zodat inwoners snel en pragmatisch een centrale plek hebben waar ze eenvoudig hun gegevens kunnen ophalen uit overheidsbronnen, checken op welke regelingen zij recht hebben en direct een aanvraag kunnen indienen bij de betreffende overheidsorganisatie. Op dit moment is het nog onduidelijk welke politieke samenstelling het nieuwe kabinet zal hebben en wat de inhoud van het coalitieakkoord zal zijn. Wanneer er duidelijkheid is over het kabinet en hun ambities is er nadere prioritering nodig op onze lobbypunten. 1. Een zeker bestaan - Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum | Rapport | Rijksoverheid.nl 2. Een zeker bestaan - Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum | Rapport | Rijksoverheid.nl en Een zeker bestaan; Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum (Rapport II) | Rapport | Rijksoverheid.nl 3. IBO Vereenvoudiging Sociale Zekerheid - Moeilijk makkelijker maken | Rapport | Rijksoverheid.nl 4.

Schaf de kostendelersnorm af. 5. M436 Verhoog de vermogensgrens! 7-12-2023. 6. Stop met een onderscheid maken in regelgeving tussen mensen met een leeftijd van 27min of 27+. Schaf de vier weken zoektermijn voor jongeren af.

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 11

12

Samenhang in beleid en uitvoering

We willen dat Utrecht een stad is waar iedereen gezond kan leven, zich veilig kan voelen en zich kan ontwikkelen. Dat betekent dat onze grootste inspanningen gericht zijn op de bestaanszekerheid van de inwoners, het kansrijk opgroeien van onze kinderen en het gezond samenleven in alle wijken. Deze opgaven liggen verankerd in de gehele gemeentelijke organisatie en in onze samenwerking met partnerorganisaties en inwoners. Onze beleids­ nota’s en uitvoeringsprogramma’s in het sociaal- en ruimtelijk domein hangen dan ook nauw met elkaar samen. We maken beleid dat anticipeert op ontwikkelingen en te verwachte behoeften van de stad en past binnen wetgeving en landelijke akkoorden. Dit beleid maken we samen met de stad en voeren we samen uit. Figuur: Beleid en uitvoering sociaal domein 2023/2024

Uit v

oe r i n g s p r o g r a m m

B e l e i d s n o t a ’s

Nota Gezondheid

Nota Financiële Bestaanszekerheid

Nota Samen Stad Maken

Nota van Uitgangspunten (onderdelen sociale basis en basiszorg)

Utrechtse Onderwijs Agenda

Integraal Zorg Akkoord (IZA)

Nota Jeugd

isie Utrech t eV

S oc

l

Landelijke akkoorden

40 20

Nota Buurten Wijkgericht werken

ia

Nota Inclusie en Diversiteit

a ’s

Nota Wmo

Hervormingsagenda Jeugd Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Sportakkoord II

Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (TAZ) Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO)

Nota Werk en Re-integratie Nota Sport

Nota Wonen en Zorg

Scherpe keuzes maken om ongelijkheid aan te pakken

Bouwen aan een inclusieve en gezonde stad waar iedereen gelijke kansen heeft, is een complexe opgave. Ongelijkheden tussen inwoners stapelen zich vaak op over de verschillende leefdomeinen. Ook het ontbreken van financiële bestaanszekerheid en (betaalbaar) wonen is voor veel Utrechters een grote zorg geworden. Daarnaast stelt de schaarste aan personeel, middelen en ruimte in onze stad het college voor scherpe keuzes. Daarvoor zullen we ongelijk moeten investeren voor gelijke kansen en de grondoorzaken aanpakken die tot grote verschillen leiden. Voor Utrechters die dit het hardst nodig hebben, moet er passende zorg en ondersteuning zijn. Ons staat dan ook een stad voor ogen waarin we samen met professionals, vrijwilligers en inwoners meer, anders en op basis van gelijk­ waardigheid bouwen aan een stad waarin niemand over het hoofd gezien wordt. Ieder vanuit zijn eigen betrokkenheid of verantwoordelijkheid: in de eigen straat of buurt, instelling of organisatie en in nauwe samenwerking met elkaar.

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 13

2. Doelstellingen Ambitie Alle Utrechters kunnen rondkomen, meedoen en zijn schuldenvrij. Iedere Utrechter heeft recht op een menswaardig bestaan en daarmee recht op hulp bij rondkomen en het oplossen van financiële problemen. Alle Utrechters maken gebruik van de beschikbare financiële regelingen, krijgen op tijd financiële hulp en er is aandacht voor nazorg na schuldhulpverlening.

Deze ambitie is uitgewerkt in drie doelen en aanvullende subdoelen. De keuze voor deze doelen wordt onderbouwd in deel B. Hoe we deze doelstellingen gaan realiseren wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma.

Doelen en subdoelen

1. Alle Utrechters krijgen waar ze recht op hebben. a. Inwoners ervaren geen drempel bij het aanvragen van hulp of regelingen bij Werk en Inkomen, het aanvragen van regelingen is eenvoudig en de dienstverlening van Werk en Inkomen is klantgericht en stress-sensitief. b. We bereiken alle Utrechters die niet kunnen rondkomen of financiële problemen hebben. c. We bereiken alle jongeren die niet kunnen rondkomen of financiële problemen hebben en bieden passende ondersteuning. 2. Alle Utrechters ontvangen tijdig passende hulp bij rondkomen of het oplossen van problematische schulden. a. De successen van de Actieagenda Utrechters Schuldenvrij zijn geborgd. b. Het aanbod aan nazorg bij schuldhulpverlening is toereikend en het bestaande aanbod bij schuldhulpverlening en partners wordt benut door inwoners. c. Het formele en informele aanbod van hulp en voorzieningen gericht op financiën sluit op elkaar aan, zodat Utrechters tijdig de best passende ondersteuning krijgen. 3. Alle Utrechtse gezinnen met minderjarige kinderen hebben voldoende financiële middelen en mogelijkheden om mee te doen. a. Het aanbod op de U-pas sluit aan op de behoefte van gezinnen met kinderen. b. Alle kinderen in Utrecht hebben voldoende mogelijkheden om te sporten en mee te doen.

14

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 15

B

16

Opgave

1. Context Bestaanszekerheid De koopkrachtcrisis van 2022 heeft blootgelegd wat al langere tijd gaande is. Door de energiecrisis en aanhoudende inflatie zien we dat een groeiende groep mensen moeite heeft met rondkomen. Dat betekent stress over wat er die dag qua eten op tafel komt, rekeningen die onbetaald blijven met alle consequenties van dien en een grotere kans op sociale uitsluiting. Deze problemen werken door op allerlei andere vlakken. ‘Bestaanszekerheid’ was het woord van de landelijke verkiezingen in 2023.

De door de Tweede Kamer ingestelde commissie sociaal minimum zegt: “Het zorgdragen voor de bestaanszekerheid van Nederlandse burgers is een grond­ wettelijke taak van de Nederlandse overheid en vraagt om meer dan het realiseren van financiële bestaanszekerheid. Het veronderstelt ook beleid op terreinen als gezondheidszorg, onderwijs, volkshuisvesting en het sociaal domein. We zien dat de bestaanszekerheid in brede zin van het woord voor een omvangrijke groep mensen in het geding is. Oorzaken hiervan zijn onder andere de flexibilisering van de arbeidsmarkt, de hardnekkigheid van kansenongelijkheid in het onderwijs, het tekort aan betaalbare woningen en het bestaan van gezondheidsverschillen tussen lagere- en hogere-inkomensgroepen.”1 De focus van deze nota is financiële bestaanszekerheid. We gaan hierbij uit van de brede definitie van de commissie sociaal minimum: ‘Financiële bestaanszekerheid betekent dat burgers over voldoende financiële middelen beschikken om te voorzien in elementaire levensbehoeften (zoals voeding, water en energie), maar ook in basale maatschappelijke participatie (sociale en culturele activiteiten en sport). Voldoende financiële middelen betekent ook dat burgers beschikken over voldoende financiële buffers om onverwachte uitgaven op te vangen’.

1. Een zeker bestaan - Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum | Rapport | Rijksoverheid.nl

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 17

Figuur 1. Een zeker bestaan: Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum (overheid.nl)

Bestaanszekerheid Gezonde sociale relaties

Passende woning

Zingeving

Positie op de arbeidsmarkt

Gelijke kansen in het onderwijs

Goede gezondheid

Financiële bestaanszekerheid Doelen van het stelsel van sociaal minimum brede definitie zoals gevolgd door Commissie sociaal minimum

Voldoende inkomen om in elementaire behoeften voor levensonderhoud te voorzien

Voldoende inkomen voor maatschappelijke participatie

Omgang met schulden

Voldoende financiële buffers om tegenvallers op te vangen

Het ontbreken van bestaanszekerheid heeft effect op alle domeinen van iemands leven en vergroot kansenongelijkheid. Ongelijke uitgangsposities (inkomen, woonsituatie, gezondheid) en ongelijke kansen beïnvloeden elkaar voortdurend. Als een inwoner niet kan rondkomen en stress ervaart, kan dit van invloed zijn op het slagen van werk vinden. Andersom; minder kansen door bijvoorbeeld discriminatie op de arbeidsmarkt of het ontbreken van een betaalbare passende woning maken het lastiger om een stabiele inkomenssituatie te creëren. Daarom zijn de ambities in deze nota niet los te zien van de ambities in de andere nota’s in het sociaal domein, zoals de nota werk en re-integratie, jeugd, de nota inclusie en diversiteit en de Utrechtse onderwijsagenda. In bijlage 1 gaan we verder in op de relatie tussen bestaanszekerheid en omliggende beleidsterreinen.

18

Financiële bestaanszekerheid in Utrecht Armoedemonitor

De armoedemonitor 2022 en Utrecht monitor geven ons het meest recente beeld van de problematiek in Utrecht.2 Onderstaande tabel geeft de belangrijkste kerncijfers van de omvang van armoede in Utrecht weer. Kerncijfers armoede in Utrecht Aantal huishoudens met inkomen tot 125% Wettelijk Sociaal Minimum

2019

2020

2021

2022

2023

22.900

23.100

22.700

-

-

% huishoudens met inkomen tot 125% Wettelijk Sociaal Minimum

15,0

14,8

14,4

-

-

Aantal minderjarige kinderen in huishoudens met inkomen tot 125% WSM

8.100

8.000

7.700

-

-

Aantal huishoudens met inkomen tot 101% WSM

12.100

12.300

12.100

-

-

% huishoudens met inkomen tot 101% WSM

8,0

7,9

7,7

-

-

Aantal minderjarige kinderen in huishoudens met inkomen tot 101% WSM

4.100

4.000

3.800

-

-

% dat (zeer) slecht kan leven van inkomen

7

-

5

-

-

% meedoen gemiddeld in Utrecht*

81

-

78

-

-

% meedoen bij inwoners die slecht kunnen leven van inkomen

54

-

50

-

-

42.413

41.045

39.912

39.914

40.991

Aantal U-pashouders** Extra toelichting3

De meest recente cijfers laten zien dat 14.4% van de Utrechters in 2021 onder de inkomensgrens van ons minimabeleid leeft. We zien daarbij een lichte daling in het aantal Utrechters. We zien echter dat het aandeel Utrechters dat langdurig onder deze inkomensgrens leeft stijgt. In 2020 leeft 4.1% van de huishoudens in Utrecht langer dan vier jaar van een bijstandsuitkering ten opzichte van 3.7% in 2017. De spreiding van deze groep is niet gelijkmatig over de stad. In Overvecht leeft ruim 31% onder de grens van ons minimabeleid; in Oog in Al nog geen 2%. Er zijn grote verschillen (scheidslijnen) te zien tussen buurten en groepen Utrechters. Het onderzoeksrapport: ‘Scheidslijnen in Utrecht’ van 4 april 2023 laat duidelijk zien tussen welke buurten en inwoners de kansen sterk verschillen.

2. https://www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/publicaties/onderzoek-en-cijfers/onderzoek-over-utrecht/armoedemonitor/ 3. In 2020 en 2022 is geen gemeentelijke Inwonersenquête afgenomen. Deze enquête houden we elke twee jaar. In 2024 zijn nieuwe cijfers beschikbaar. De nieuwste inkomenscijfers van het CBS betreffen Belastingjaar 2021. Het betreffen gegevens van de Belastingdienst, mensen doen pas in de loop van het jaar aangifte over het voorgaande jaar. * Een inwoner ‘doet mee’ als er sprake is van drie van de volgende vier aspecten: het hebben van (vrijwilligers)werk, deelnemen aan sport/culturele activiteiten, actief zijn in de buurt en hebben van sociale contacten. ** Het aantal U-pashouders per U-pas jaar. Een U-pas jaar loopt van juli tot en met juni, dus 2022 zijn de U-pashouders van 1 juli 2021 tot 1 juli 2022. Bron: CBS (IIV), 2021 voorlopige cijfers; Inwonersenquête, gemeente Utrecht.

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 19

Minima-effectrapportage (MER)

Aanvullend op deze cijfers geeft de MER inzicht over hoe verschillende huishoudtypes op papier kunnen rondkomen en meedoen voor verschillende inkomensniveaus. Deze inzichten nemen we mee in het vaststellen van ons beleid. Het is daarbij goed om te realiseren dat de MER een papieren werkelijkheid is. Er wordt in de MER verondersteld dat iedereen zeer goed met geld kan omgaan, geen grote persoonlijke onvermijdbare kosten heeft (bijvoorbeeld hoge huur of afbetalingen) en gebruik maakt van alle regelingen die beschikbaar zijn voor dat specifieke huishoudtype. Daarnaast zegt de MER alleen wat over kunnen rondkomen en meedoen. Bij het opstellen van beleid houden we ook rekening met andere afwegingen, bijvoorbeeld het doorbreken van intergenerationele armoede. In de verdeling van de beschikbare middelen en inzet willen we inzetten op kinderen en jongeren. De afgelopen jaren zien we dat inwoners met een laag inkomen en (oudere) kinderen moeilijk- of niet kunnen rondkomen. We houden daarbij ook oog op wat de effecten van deze inzet op andere doelgroepen is.4

Schuldenproblematiek

De afgelopen jaren hebben we een veel beter inzicht gekregen in de aard en omvang van de schuldenproblematiek. We weten nu dat er circa 12.000 Utrechtse huishoudens kampen met problematische schulden. Dankzij data van het CBS en Geldfit.nl weten we tot op postcodegebied (4-cijferig) waar de problematiek met name speelt. De gevolgen van schulden zijn ingrijpend. Er is veel schaamte en taboe rondom schulden en slechts een gedeelte krijgt professionele hulp. In 2022 waren dat circa 2.700 huishoudens. Gemiddeld zit er 5 jaar tussen de eerste betalingsachterstand en schuldhulpverlening. De mediaan van de schuldenlast bij de start van een schuldhulptraject in Utrecht is € 21.300. Met de actieagenda Utrechters schuldenvrij hebben we mooie stappen gezet. Die beweging willen we voortzetten. Want nog steeds hebben veel huishoudens in Utrecht te maken met problematische schulden; met alle gevolgen van dien.

4. Motie 301 Ongelijk investeren is kijken naar de laagste inkomensgroepen 21-9-2023

20

Kerncijfers Utrechters met schulden

2019

2020

2021

2022

Aantal unieke huishoudens waarmee een driegesprek is gevoerd*

1.506

1.424

1.406

1.084

Aantal huishoudens benaderd voor vroegsignalering

300

1.200

12.100

14.579

Aantal huishoudens met professionele schuldhulp**

2.500

2.400

2.500

2.732

550

520

664

654

% huishoudens dat aangeeft nu of in afgelopen 12 maanden problematische schulden te hebben gehad (betalingsachterstand woonlasten, schuld bij postorder, webwinkel e.d.)

7

-

5

-

% huishoudens met geregistreerde problematische schulden***

7,0

6,7

6,3

-

Aantal gestarte schuldregelingen

Extra toelichting5

Bovenstaande beeld en cijfers benadrukken de noodzaak van de ambities in deze nota. De volgende pagina’s beschrijven het mensbeeld en de leidende principes die ten grondslag liggen aan ons beleid en vervolgens de ambitie en doelstellingen in deze nota.

5. In 2020 en 2022 is geen gemeentelijke Inwonersenquête afgenomen. Deze enquête houden we elke twee jaar. In 2024 zijn nieuwe cijfers beschikbaar. * Gesprekken met de inwoner (klant), het buurtteam en een medewerker van Werk & Inkomen, waarbij afspraken worden gemaakt voor ondersteuning. ** Huishoudens die hulp krijgen als gevolg van de Toeslagenaffaire zijn buiten beschouwing gelaten, omdat hiervoor een specifiek programma is. *** Cijfers over 2022 zijn door het CBS nog niet gepubliceerd. Bron: gemeente Utrecht; Inwonersenquête, gemeente Utrecht; CBS

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 21

2. Mensbeeld en leidende principes In deze paragraaf worden de ambities en doelstellingen voor het beleid uiteengezet. Daarmee maken we duidelijk wat we willen bereiken voor financieel kwetsbare Utrechters. We starten deze paragraaf door expliciet te maken vanuit welk mensbeeld we werken en een uitleg te geven van de leidende principes die we hanteren. De nota werk en re-integratie gaat uit van hetzelfde mensbeeld en leidende principes. Daarna gaan we in op de doel­ stellingen van deze nota. Daarna gaan we in op de doelstellingen van deze nota en bespreken we welke keuzes wij maken om deze doelstellingen te realiseren. Het beeld hiernaast geeft een overzicht en de samenhang tussen het mensbeeld, de leidende principes en doelstellingen.

Mensbeeld Een mensbeeld bestaat uit aannames over wat mensen willen en kunnen en hoe zij zich gedragen. De Participatiewet gaat uit van een mensbeeld waarbij inwoners zelfredzaam zijn, weten wat hun rechten en plichten zijn, in staat zijn om een goede afweging te maken en besluiten te nemen. Een fout of overtreding van deze regels is (onbewust) zo gemaakt. In de Participatiewet ligt de nadruk op rechtmatigheid, waarbij overtredingen al snel met boetes en verlagingen van de uitkering moeten worden bestraft. De Participatiewet heeft een sterke focus op betaald werk (met bijbehorende verplichtingen), een doel dat niet voor iedereen haalbaar is. Dit mensbeeld staat ver af van waar wij in Utrecht voor staan. Het Rijk heeft inmiddels (ook) erkend dat de huidige wet niet werkt zoals zij dat graag willen. Het Rijk gaat daarom over tot een herziening van de Participatiewet waar een ander mensbeeld aan ten grondslag ligt. Een mensbeeld dat uitgaat van vertrouwen en oog heeft voor de menselijke maat. Dit juichen we toe, maar zolang deze nieuwe wet er niet ligt, zoeken we de randen van de huidige wet op. Voor inwoners is het namelijk lang niet altijd duidelijk waar zij wel en geen recht op hebben, welke ondersteuning beschikbaar is of welke voorwaarden er voor een bepaalde regeling gelden. De stap zetten om hulp te vragen is niet zo makkelijk als het lijkt.

Een laag inkomen en/of het niet hebben van werk of dagbesteding leidt daarnaast tot stress, wat invloed heeft op iemands vermogen om keuzes te maken, stappen te zetten en om te gaan met tegenslagen.1 Wij geloven dat we in ons lokale beleid een verschil kunnen maken voor onze inwoners. In Utrecht gaan we al langer uit van een mensbeeld waarin vertrouwen en de inwoner centraal staat. We gaan door op deze ingeslagen weg met ons beleid in het sociaal domein. We weten dat niet iedereen het op eigen kracht kan, ook niet als een inwoner weet welke regelingen er zijn en waar je hulp kan vragen. We zijn ervan overtuigd dat de meeste mensen graag mee willen doen en het liefst in hun eigen inkomen voorzien. We gaan uit van 1 https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2017/04/24/weten-is-nog-geen-doen

22

Alle Utrechters kunnen rondkomen, meedoen en zijn schuldenvrij

Alle Utrechters krijgen waar ze recht op hebben

Alle Utrechters ontvangen tijdig passende hulp bij rondkomen of het oplossen van problematische schulden

Alle Utrechtse gezinnen met minderjarige kinderen hebben voldoende financiële middelen en mogelijkheden om mee te doen

Doelstellingen We zetten in op grondoorzaken

Ongelijk investeren voor gelijke kansen

Onze regels en processen zijn eenvoudig

We werken stress-sensitief

Ons beleid en onze dienstverlening zijn inclusief

Leidende principes

Mensbeeld Zo kijken we naar de mensen waar ons beleid over gaat. Belangrijke begrippen daarbij zijn: • Wij houden rekening met het doenen denkvermogen van mensen. • We gaan uit van vertrouwen.

De nota werk en re-integratie gaat uit van hetzelfde mensbeeld en leidende principes.

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 23

vertrouwen in onze inwoners en hebben oog voor de stress die inwoners ervaren wanneer hun bestaanszekerheid in het geding is. We zijn ons bewust van het denk- en doenvermogen van de inwoner, en de verschillen die er op dit vlak bestaan tussen inwoners, en we bieden stress-sensitieve en integrale dienstverlening. We zien (inkomens) ondersteuning als een recht. We bieden inwoners de helpende hand om in beweging te komen, zich te ontwikkelen en (weer) mee te doen. In de leidende principes, die centraal staan bij het opstellen en uitvoeren van ons beleid, laten we zien waar we voor staan. Het is onze ambitie om deze principes zichtbaar te maken in ons beleid en onze uitvoering.

Leidende principes Leidende principes zijn vuistregels die richting geven aan beleid. Het zijn waarden die richting geven aan de besluitvorming en helpen bij het dagelijks handelen. We hebben vijf leidende principes. De eerste twee hebben betrekking op fundamentele keuzes en worden in alle nota’s in het sociale domein opgenomen. De andere leidende principes geven meer richting aan de dienstverlening die door WenI wordt uitgevoerd.

We zetten in op grondoorzaken

We zetten zoveel mogelijk in op grondoorzaken, in plaats van de gevolgen van problemen. Met dit leidende principe leggen we de focus nog meer op blijvende en effectieve oplossingen voor problematiek. Het ontbreken van bestaanszekerheid is een grondoorzaak voor veel andere problematiek. Daarom is het inzetten op bestaanszekerheid belangrijk voor het oplossen van de problemen die inwoners ervaren in het sociaal domein. Belangrijke grondoorzaken voor het ontbreken van (financiële) bestaanszekerheid bij Utrechters zijn een te laag sociaal minimum en een te complex sociaal stelsel. We hebben niet op alles invloed, maar met ons armoede en re-integratiebeleid leveren wij een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de bestaanszekerheid van Utrechters. De complexiteit van ons systeem en daarmee het niet-gebruik van regelingen zien we als een belangrijke oorzaak voor het niet kunnen rondkomen. Daarom zetten we in op eenvoud. Daarnaast willen we de cirkel doorbreken van kinderen en jongeren die opgroeien in armoede. Vanuit de nota werk en reintegratie richten we ons op de onderliggende redenen van het niet hebben van betaald werk, zoals gezondheid of het ontbreken van basisvaardigheden. Hierdoor kunnen meer mensen de stap naar duurzaam betaald werk zetten en hun financiële bestaanszekerheid verbeteren.

Ongelijk investeren voor gelijke kansen

We willen gelijke kansen bieden aan alle Utrechters en vooral aan hen die dat het meest nodig hebben. Met het initiatiefvoorstel van 10 maart 2022 heeft de raad ons de opdracht gegeven het principe van ongelijk investeren voor gelijke kansen toe te passen op alle beleidsterreinen. Ongelijk investeren voor gelijke kansen betekent dat we, in situaties waar sprake is ongelijke kansen of uitgangsposities van Utrechters waardoor ze zich niet kunnen ontwikkelen tot wie ze kunnen en willen zijn, we de gemeentelijke investeringen ongelijk verdelen. Dit kan gaan om gemeentelijke financiële middelen, ruimtelijke spreiding in de stad maar ook tijd en aandacht. In de nota’s Financiële bestaanszekerheid en Werk en reintegratie kiezen we voor specifieke doelgroepen, waar we extra focus en aandacht aan gaan besteden. Dit doen we omdat we denken voor deze (kleinere) groep grote impact te kunnen maken. Dat betekent ook dat we dit niet voor iedereen doen en dus niet voor

24

iedereen dezelfde investeringen doen. En dat wringt, want iedereen in onze doelgroep verdient een extra investering.

Onze regels en processen zijn eenvoudig

De Commissie Sociaal Minimum beschrijft in haar rapport ‘Een zeker bestaan’ dat een stelsel voorspelbaar moet zijn. Regels moeten eenduidig, begrijpelijk en kenbaar zijn. Dit geldt niet alleen voor de landelijke wet- en regelgeving. Ook de veelvoud aan verschillende regelingen bij Werk en Inkomen en de beschikbare fondsen in Utrecht, elk met eigen aanvraagproces en bewijslast, zorgt voor complexiteit. Eenvoud is daarom een leidend principe van deze nota’s. De complexiteit van ons aanbod en onze procedures is een belangrijke reden waarom inwoners niet krijgen waar ze recht op hebben of wat het meest passend is. Eenvoud voor de inwoner wordt een belangrijke voorwaarde voor het inrichten van onze regelingen en procedures. Dat betekent (onder andere) concreet dat we geen nieuwe regelingen introduceren, maar aansluiten op bestaande regelingen. Waar mogelijk combineren we regelingen.

We werken stress-sensitief

Leven in armoede of het niet hebben van betaald werk brengt veel onzekerheid met zich mee en kan leiden tot stress. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat aanhoudende stress stevig doorwerkt in het functioneren van mensen. We gaan gemiddeld genomen meer bij de dag leven, hebben meer moeite om in actie te komen en zijn minder goed in staat om onze verlangens en emoties te reguleren. Hierdoor is het maken van logische keuzes lastig. Ook het organiseren en plannen van taken en het kunnen overzien van gevolgen van keuzes wordt bemoeilijkt. Tegelijkertijd weten we juist dat inwoners die recht hebben op onze regelingen veel te maken krijgen met formulieren, deadlines en brieven. Dit vergroot de stress. Binnen Werk en Inkomen hebben we veel aandacht voor het belang van stress-sensitief werken. Tegelijkertijd beseffen we dat we er nog niet zijn. Daarom is één van de leidende principes van de nota’s van Werk en Inkomen stress-sensitief werken. We kunnen niet alle stress wegnemen en voorkomen. We verwachten immers ook van onze inwoners dat zij zich inspannen om in hun eigen inkomen te voorzien. Dit kan natuurlijk stress opleveren. Wanneer iemand het niet op eigen kracht kan, bieden wij ondersteuning. Ons beleid en dienstverlening richten we zo in, dat we stress verminderen waar mogelijk, en niet onnodig stress toevoegen.

Dat betekent concreet dat onze inwoners zich in onze dienstverlening gehoord en gezien voelen, zij weten wat ze van ons kunnen verwachten en wat wij van hen verwachten. Er wordt geldrust gecreëerd en idealiter heeft de inwoner zelf regie over het persoonlijke traject naar duurzame zelfredzaamheid via werk en participatie.

Ons beleid en onze dienstverlening zijn inclusief

Iedereen in Utrecht moet zichzelf kunnen zijn en kunnen participeren op een veilige en vrije manier. We streven naar gelijke behandeling in gelijke gevallen voor iedereen en gelijke kansen voor al onze inwoners. Iedere Utrechter die recht heeft op hulp bij geldzaken of het vinden van werk moet zich gehoord, gezien en veilig voelen in het contact met Werk en Inkomen, ongeacht achtergrond. Juist voor een groep die extra kwetsbaar is, is aandacht voor toegankelijke hulp en dienstverlening extra belangrijk. Dit vraagt van onze professionals om bewust te zijn van onze eigen positie, privileges, vooroordelen en aannames.

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 25

3. Ambitie en doelstellingen Ambitie Het armoede- en schuldenbeleid draag bij aan een gezond, stedelijk leven voor iedereen in Utrecht. Daarbij hebben we de volgende ambitie:

Alle Utrechters kunnen rondkomen, meedoen en zijn schuldenvrij. Iedere Utrechter heeft recht op een menswaardig bestaan en daarmee recht op hulp bij rondkomen en het oplossen van financiële problemen. Alle Utrechters maken gebruik van de beschikbare financiële regelingen, krijgen op tijd financiële hulp en er is aandacht voor nazorg na schuldhulpverlening.

In de programmabegroting is het armoede- en schuldenbeleid te vinden in het programma werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid onder de doelstelling inkomens­ zekerheid. De ambitie van deze nota sluit een op een aan op de ambitie binnen deze program­madoelstelling: Utrechters kunnen rondkomen, meedoen en zijn schulden(zorg)vrij. Deze ambitie is in deze nota uitgewerkt in drie doelen en aanvullende subdoelen. De keuze voor deze doelen wordt hieronder onderbouwd. Hoe we deze doelstellingen gaan realiseren wordt uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma.

Doelen en subdoelen

1. Alle Utrechters krijgen waar ze recht op hebben. a. Inwoners ervaren geen drempel bij het aanvragen van hulp of regelingen bij Werk en Inkomen, het aanvragen van regelingen is eenvoudig en de dienstverlening van Werk en Inkomen is klantgericht en stress-sensitief. b. We bereiken alle Utrechters die niet kunnen rondkomen of financiële problemen hebben. c. We bereiken alle jongeren die niet kunnen rondkomen of financiële problemen hebben en bieden passende ondersteuning. 2. Alle Utrechters ontvangen tijdig passende hulp bij rondkomen of het oplossen van problematische schulden. a. De successen van de Actieagenda Utrechters Schuldenvrij zijn geborgd. b. Het aanbod aan nazorg bij schuldhulpverlening is toereikend en het bestaande aanbod bij schuldhulpverlening en partners wordt benut door inwoners. c. Het formele en informele aanbod van hulp en voorzieningen gericht op financiën sluit op elkaar aan, zodat Utrechters tijdig de best passende ondersteuning krijgen.

26

3. Alle Utrechtse gezinnen met minderjarige kinderen hebben voldoende financiële middelen en mogelijkheden om mee te doen. a. Het aanbod op de U-pas sluit aan op de behoefte van gezinnen met kinderen. b. Alle kinderen in Utrecht hebben voldoende mogelijkheden om te sporten en mee te doen. Zoals eerder beschreven zijn de beschikbare financiële middelen voor deze ambitie en doelstellingen voor de komende jaren beperkt en deels onzeker. We realiseren ons dat de ambities en doelstellingen zoals geformuleerd niet allemaal haalbaar zijn binnen vier jaar. Dit is wel de stip op de horizon waar we naartoe werken en waar onze inwoners recht op hebben. Want hoe langer financiële stress duurt, hoe groter de problemen worden. Dit vraagt ook om scherpe keuzes. De afgelopen jaren is de armoedebegroting steeds verder gegroeid en zijn er meer middelen beschikbaar gekomen. We hebben steeds meer mensen bereikt met onze armoederegelingen. We zijn genoodzaakt om keuzes te maken tussen groepen mensen die een laag inkomen hebben. De leidende principes bepalen in sterke mate waar we op inzetten. De armoedemonitor, de Minima-effectrapportage (MER), het onderzoeksrapport scheidslijnen in de stad en buurten in cijfers helpen ons om deze keuzes te maken. Maar cijfers zeggen niet alles. De input van organisaties, partners en inwoners uit de stad is van essentieel belang in het maken van keuzes.

Dit hoofdstuk beschrijft welke keuzes gemaakt zijn om deze ambitie te realiseren. Het hoofdstuk start met een beschrijving op welke groepen en thema’s we gaan inzetten en waarom we dat doen. Dan volgt een uitwerking over hetgeen we gaan doen om de doel­ stellingen te realiseren en ten slotte volgt een beschrijving van waar we mee stoppen of op gaan besparen. Bijlage 2 geeft een overzicht van alle regelingen en hulpverlening die er op dit moment is voor mensen met weinig geld of problematische schulden. Bijlage 3 beschrijft welke beleidsopties zijn afgevallen.1 In bijlage 4 lichten we een aantal veelgebruikte begrippen toe.

Gezinnen met kinderen en jongeren

Als we inzetten op grondoorzaken dan moeten we het (intergenerationele) patroon van bestaansonzekerheid en sociale problemen in gezinnen doorbreken. Jongeren die onvol­ doende kennis, vaardigheden en een financieel vangnet meekrijgen van thuis, hebben een grotere kans om zelf in de toekomst schulden te krijgen. Dit vraagt investeren in kinderen en jongeren én zorgen dat ouders zich kunnen richten op de opvoeding en de ontwikkeling van hun kinderen. Stress door bestaansonzekerheid belemmert dit en is daarnaast vaak aanlei­ ding voor gezinnen om een beroep te doen op jeugdhulp. Ook is er een groter risico op onveilige situaties voor kinderen in deze gezinnen. Hier ligt ook een sterke relatie met het programma Kansrijke start, de nota Jeugd en de landelijke hervormingsagenda Jeugd. Met het realiseren van bestaanszekerheid in gezinnen, voorkomen we problematiek en een beroep op onze jeugdhulp. We kiezen vanwege deze redenen voor gezinnen met kinderen en jongeren.

Investeren in het bereiken van inwoners met een laag inkomen

Met het investeren in bestaanszekerheid zetten we in het op aanpakken van grondoorzaken van kansenongelijkheid. Zoals de Utrechtse Rekenkamer beschrijft in haar rapport ‘Pleisters plakken’ (hierna rekenkamerrapport) hebben we in Utrecht een ruimhartig armoedebeleid. Ook de Minima-effectrapportage laat zien dat een groot deel van de huishoudens in Utrecht 1. Naar aanleiding van aanbeveling 1 van het rekenkamerrapport Pleisters plakken.

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 27

op papier moeten kunnen rondkomen wanneer zij gebruiken maken van alle beschikbare regelingen. We zien echter ook dat niet iedereen gebruik maakt van de regelingen waar men recht op heeft. In dat geval komt het kunnen rondkomen en meedoen (nog) verder onder druk te staan. Huishoudens raken in de knel. We zetten daarom in op het vergroten van het bereik van onze inwoners.

We investeren in het schuldenvrij maken en blijven van Utrechters

De gevolgen van problematisch schulden voor mensen zijn enorm. Mensen ervaren chronische stress met alle gevolgen van dien. Met de Actieagenda Utrechters Schuldenvrij is er een goede start gemaakt met de ambitie ‘Alle Utrechters, kunnen rondkomen, meedoen en zijn schuldenzorgvrij’. Met de Actieagenda is een trendbreuk in de schulden­aanpak gerealiseerd. In 4 jaar tijd is de gemiddelde schuldenlast gehalveerd, het aantal schulden­ bewinden met 30% gedaald en het aantal schuldregelingen bij de afdeling schuldhulp­ verlening meer dan verdubbeld. De doorlooptijd tussen het eerste intakegesprek en de start van een schuldregeling is in 2 jaar tijd meer dan gehalveerd. Dit zijn goede resultaten waar we verder op willen doorbouwen. Samen met lokale en landelijke partners hebben we ruim 40 nieuwe maatregelen en werkwijzen ontwikkeld en geïmplementeerd. We toonden daarbij lef en liepen landelijk voorop. Mooie voorbeelden zijn het Huishoudboekje, de inzet van ervaringsdeskundigen, de verkorte schuldsanering, de rondkomengesprekken, de dienstverlening aan ondernemers en de verkorte registratie bij de BKR.2 De actieagenda Utrechters schuldenvrij is afgerond per 2023, maar de schuldenaanpak is nooit ‘af’, er is nog een wereld te winnen met vernieuwing en verbetering van zowel beleid als uitvoering. We gaan daarom door met het verbeteren van onze schuldenaanpak.

Daarbij ligt de nadruk op veel eerder erbij en duurzaam uit de schulden blijven. De doelstellingen in deze nota zijn gericht op bovenstaande thema’s en dragen bij aan de ambitie ‘Alle Utrechters kunnen rondkomen, meedoen en zijn schulden(zorg)vrij’: 1. Alle Utrechters krijgen waar ze recht op hebben. 2. Alle Utrechters ontvangen tijdig passende hulp bij rondkomen of het oplossen van problematische schulden. 3. Alle Utrechtse gezinnen met minderjarige kinderen hebben voldoende financiële middelen en mogelijkheden om mee te doen.

Doel 1: Alle Utrechters krijgen waar ze recht op hebben Mensen met een inkomen rond het sociaal minimum lopen vast in de veelheid en complexiteit van het stelsel van inkomensregelingen. Dit geldt voor de landelijke regelingen, maar ook op lokaal niveau zijn er nog talloze aanvullende (gemeentelijke) regelingen en voorzieningen. Het is voor inwoners en professionals moeilijk om overzicht te hebben op al het aanbod en te weten waar iemand recht op heeft. Met als gevolg dat veel Utrechters niet krijgen waar ze recht op hebben. We willen deze drempels verlagen. Dit probleem is niet eenvoudig op te lossen. Waar we wel direct invloed op hebben zijn de eigen armoede­ regelingen van de gemeente. We hebben op dit moment 6 armoederegelingen.3 2. De eindrapportage van de Actieagenda Utrechters Schuldenvrij geeft een uitgebreide beschrijven van de resultaten van dit programma. Raadsbrief Eindrapportage Actieagenda Utrechters Schuldenvrij Utrecht - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl)’ 3. U-Pas, U-Polis, Individuele Inkomstentoeslag, Bijzondere Bijstand, Regeling Tegemoetkoming Zorgkosten, Kwijtschelding BGHU.

28

In de armoedemonitor is gedetailleerde informatie beschikbaar over het bereik van onze regelingen.4 We zien dat het bereik van regelingen onder bijstandsgerechtigden groot is. Dit komt met name omdat we de meeste regelingen automatisch toekennen en we deze inwoners in beeld hebben. Voor inwoners met een inkomen tussen de 100% en 125% van het sociaal minimum is dit niet mogelijk. Zij moeten weten waar ze recht op hebben en de regeling zelf aanvragen. We weten dat we bepaalde groepen mensen niet goed bereiken. In de armoedemonitor wordt het bereik verder toegelicht.5

Gebruik armoederegelingen in 2022

Regeling Tegemoetkoming Zorgkosten

2.127 8.477

Individuele Inkomenstoeslag U-polis

13.594

Kwijtschelding Gemeentebelasting (BghU)

14.400

U-pas

39.914 0

5.000

10.000

15.000

20.000

25.000 30.000 35.000 40.000

Aantal gebruikers in 2022

4. Armoedemonitor | gemeente Utrecht 5. Armoedemonitor | gemeente Utrecht (hoofdstuk 5)

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 29

30

Het rekenkamerrapport beschrijft verschillende redenen waarom mensen geen gebruik maken van onze regelingen. De regeling is bijvoorbeeld voor mensen niet bekend, het is onduidelijk wat het voordeel is of de regeling sluit onvoldoende aan op de behoefte van de inwoner. Een andere reden voor het niet aanvragen is dat het aanvraagproces te complex is. Zeker voor mensen die te maken hebben met problemen op verschillende levensgebieden. We sluiten daardoor onbedoeld groepen uit. Ten slotte zorgen schaamte en eerdere (negatieve) ervaringen met de overheid voor een drempel om contact met ons te zoeken. Doelstelling 3 richt zich op het verbeteren van het aanbod van onze regelingen. De volgende subdoelstelling richten zich op het vergroten van het bereik van onze regelingen: a. Inwoners ervaren geen drempel bij het aanvragen van hulp of regelingen bij Werk en Inkomen, het aanvragen van regelingen is eenvoudig en de dienstverlening van Werk en Inkomen is klantgericht en stress-sensitief.

Eenvoud

De voorwaarden en regels van onze regelingen worden zoveel mogelijk vereenvoudigd en geüniformeerd. Dit geldt in ieder geval voor de Individuele inkomenstoeslag en de bijzondere bijstand. Voor deze regelingen gaan we toewerken naar het opvragen van zo min mogelijk bewijslast en kijken we of we de U-pas als bewijs voor laag inkomen kunnen inzetten. In het coalitieakkoord hebben we aangegeven dat we de bijzondere bijstand toegankelijker willen maken. Dit betekent voor de individuele inkomenstoeslag dat de voorwaarde van drie jaar een laag inkomen wordt verkort naar een jaar en dat de inkomens­ grens wordt opgehoogd naar 125% van het wettelijke sociaal minimum, gelijk met de U-pas. Dit betekent ook dat de doelgroep van de individuele inkomenstoeslag groter wordt. Wat dit betekent voor de bijzondere bijstand wordt nader uitgewerkt in een uitvoerings­ programma. Hiermee maken we het aanvragen van regelingen eenvoudiger, waardoor meer mensen gebruik gaan maken en het bereik groter wordt. Eenvoud betekent ook dat er geen nieuwe regelingen meer bijkomen en waar mogelijk regelingen worden afgeschaft en onder­gebracht in bestaande regelingen. Armoedeval 6 De MER laat ons zien dat de inzet van de U-pas leidt tot een armoedeval voor een aantal huishoudtypen.

Het is voor ons echter geen optie om te stoppen met de U-pas, omdat dit een veelgebruikte pas is die inwoners makkelijk kunnen inzetten. Daarnaast kiezen we voor eenvoud. Dat betekent dat we niet kiezen voor het gebruik van verschillende inkomens­ grenzen binnen eenzelfde regeling (‘glijdende schalen’) of het flexibel toepassen van onze inkomensregelingen, waarmee een armoedeval wordt verzacht. Glijdende schalen en het opnemen van uitzonderingen maken de aanvraag en toekenning ingewikkelder. Op het moment dat iemand de stap naar betaald werk maakt, heeft dit gevolgen voor het inkomen en kan er sprake zijn van een armoedeval. We zien in de MER dat dit echter maar in een paar gevallen gebeurt en dan ook bij hele specifieke inkomensstijgingen. Als een inwoner een wat grotere inkomensstijging heeft, is er geen sprake meer van een armoedeval. Soms houdt de onduidelijkheid die inkomensstijging tot gevolg heeft inwoners tegen om die stap te zetten. In de nota werk en re-integratie staat wat we doen om deze belemmeringen weg te nemen. Dit doen we door in te zetten op duidelijke informatie, nazorg en een stabiel inkomen bij deeltijdwerk en wisselende inkomsten. 6. Motie 300 Voorkom armoedeval 21-9-2023 en Motie 383 Stop de armoedeval 9-11-2023

Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid versie juli 2024 | 31

Virtueel Inkomstenloket

Wanneer de voorwaarden en regels meer uniform en eenvoudiger zijn, wordt het ook makkelijker om het Virtueel Inkomstenloket te realiseren. We gaan toewerken naar een digitaal loket waar inwoners in ieder geval Utrechtse regelingen kunnen aanvragen. Daarnaast blijven we inzetten op de ontwikkeling van een landelijk inkomensloket zodat uiteindelijk alle toeslagen en regelingen via dat loket toegankelijk zijn.

Dienstverlening Werk en Inkomen

We weten dat onze procedures als ingewikkeld en stressvol worden ervaren. Het beschreven mensbeeld, de leidende principes zijn richtinggevend voor de dagelijkse uitvoering van ons werk. We hebben de afgelopen jaren al mooie stappen gezet. We weten ook dat verandering tijd kost, continue aandacht vraagt en niet altijd in één keer goed gaat. We zijn een lerende organisatie. We investeren in de professionaliteit en ontwikkeling van onze medewerkers en de verbetering van onze processen. In de doorontwikkeling van onze dienstverlening leggen we de focus op drie belangrijke elementen die nu ook al centraal staan in onze manier van werken: ࡟ ࡟ ࡟

Klantgerichter werken; we zetten de inwoner centraal in onze manier van werken, zodat we onze inwoners nog beter kunnen helpen Stress-sensitiever werken: al onze dienstverlening wordt laagdrempelig en gebruiksvriendelijk en voorkomt onnodige stress Integraler werken: we richten de organisatie zo in, dat we effectief kunnen samenwerken aan de vragen van onze inwoners

We gaan ons de komende jaren specifiek richten op de dienstverlening rond het aanvragen van een uitkering en bijzondere bijstand. Naast het verbeteren van het aanvraagproces willen we ook de termijn waarop mensen moeten wachten op een besluit verkorten. We hebben daarnaast speciale aandacht voor no-show en uitval bij schuldhulpverlening en voor de dienstverlening aan jongeren. We monitoren de ervaringen van onze inwoners met onze dienstverlening en de dienstverlening van onze partners. Dit levert ons belangrijke inzichten op om onze dienstverlening steeds verder te verbeteren. b. We bereiken alle Utrechters die niet kunnen rondkomen of financiële problemen hebben.

Communicatie en contact maken

Nog te veel mensen zijn niet bekend met onze regelingen en de hulp van partijen in de stad. We gaan door met de communicatieaanpak ‘Weet jij waar je recht op hebt’.7 Daarnaast proberen we ook de momenten dat we met inwoners in contact komen beter te benutten. Dit doen we aan de ene kant door het rondkomengesprek uit te breiden en op meer momenten in te zetten. Maar ook doordat partners in de stad, zoals de sociale basis partijen, zorgprofessionals en buurtteams, beter weten waar mensen terecht kunnen voor hulp bij financiën. De nota Gezond030 beschrijft hoe er binnen de Utrechtse gezondheids­ zorg nog meer aandacht komt voor het toeleiden van mensen naar passende ondersteuning bij financiën. We maken gebruik van het sleutelpersonennetwerk om de meest kwetsbare inwoners te bereiken. Hun ervaringskennis helpt om deze brug te slaan. Daarnaast willen we 7. Document Utrecht - Raadsbrief Dashboard Werk en Inkomen tweede kwartaal 2023 - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl)

32

een laagdrempelige plek voor mensen om financieel advies te krijgen behouden, zoals nu de Geldzaak. Daarbij maken we ook gebruik van de kennis in en over wijken en buurten om specifieke groepen beter te bereiken. We werken hierin ook samen met de buurt­ agenda’s en partners in de wijk.

Vroeg- en laatsignalering van schulden 8

Ook in onze aanpak van schulden willen we meer mensen, bij voorkeur eerder bereiken. Als gemeente hebben we een aanpak vroegsignalering. Op basis van signalen over betalingsachterstand sturen we onze inwoners een sms, e-mail of brief waarin we een hulpaanbod doen. Deze signalen ontvangen we van vaste lastenpartners. Naast het schriftelijke aanbod hebben we in twee wijken een aanpak, betaald vanuit POK-middelen, wanneer er een melding in het kader van vroegsignalering is gedaan. Het buurtteam gaat dan langs bij het desbetreffende adres om te kijken of de inwoner hulp nodig heeft. Dit kan ook hulp zijn op andere terreinen. Op dit moment onderzoekt het buurtteam samen met de Hogeschool Utrecht wat de resultaten zijn van deze aanpak. Van deze aanpak willen we graag leren. Met de uitkomsten gaan we aan de slag om onze bestaande vroeg- en laatsignalering verder te verbeteren. We kijken daarbij eerst naar het huidige proces en hoe we dat zo effectief mogelijk kunnen inzetten en verbeteren. Deze verbetering moet wel zoveel mogelijk plaatsvinden binnen de bestaande budgetten voor zowel Werk en Inkomen als onze partners zoals het buurtteam. Als er ontwikkelingen zijn onderzoeken we de mogelijkheid om andere vaste lasten partijen aan te sluiten op vroegsignalering. In Overvecht wordt er sinds 2 jaar sociaal gerenoveerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=96d4d6f5-86a9-4d6d-969a-8de8e841ce95