Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord-Utrecht
Tekst van het document
duidelijk herkenbare entree op maaiveld
route met groen
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
42
De fietsenstalling en de centrale as De centrale as geeft vanaf de HUB-loper toegang tot de fietsenstalling, zowel tot het bewaakte als het onbewaakte deel. Ontwerp en inrichting • De centrale as moet voor zowel fietsers als voetgangers een schone, veilige plek zijn, waar zij zich makkelijk kunnen verplaatsen • Er is sprake van een heldere ordening en open zichtlijnen, zodat iedereen elkaar goed kan zien, • Zorg voor een heldere routing, met zo min mogelijk conflictsituaties tussen fietsers onderling en tussen fietsers en voetgangers • Weinig visuele afleidingen • Goede verlichting (kunstlicht en, waar mogelijk, ook daglicht) • Aandacht voor akoestiek en tocht. • Zorg voor duidelijke oriëntatiemogelijkheden, zodat het helder is waar de fiets gestald is
aanlichten gebouw met floodlights
heldere ordening
Parkeervloeren In de Mobiliteitshub XL is ruimte voor het parkeren van circa 2000 auto’s. Het gebouw beschikt hiervoor over meerdere gelijke parkeervloeren. Het is van belang dat men het prettig en veilig vindt om hier de auto te parkeren. Er moet sprake zijn van een heldere routing, waarbij voetgangers veilig van en naar de stijgpunten kunnen lopen. Deze stijgpunten dienen herkenbaar en zichtbaar te zijn.
heldere en veilige routes voor voetgangers accentueren voetgangerszones in plafond
Ontwerp en inrichting • Herkenbaarheid van de verdieping is van belang bij het terugvinden van de geparkeerde auto. • Routes voor zowel voetgangers als auto’s moeten helder en veilig zijn. • Zichtlijnen mogen zo min mogelijk worden onderbroken. • Stijgpunten dienen zichtbaar en herkenbaar te zijn • Directe uitstraling van koplampen naar de woningen toe moet zoveel mogelijk vermeden worden • De materialisering en detaillering dragen bij aan het gevoel van een schone en veilige plek
cepezed
_ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
43
5.3 Gevels Doelstelling: De beeldkwaliteitseisen met betrekking tot de gevels moeten ervoor zorgen dat het gebouw goed wordt ingepast in zijn omgeving. Het gebouw is zeer langgerekt en ligt op een bijzondere locatie, wat specifieke eisen stelt aan de gevels. De ambitie is om het gebouw te voorzien van een groene gevel. In hoeverre een groene gevel mogelijk is, in combinatie met andere randvoorwaarden zoals onderhoud, natuurlijke ventilatie, daglichttoetreding en brandveiligheid, moet nog worden onderzocht. De richtlijnen voor groene gevels worden behandeld in paragraaf 2.5 en zijn aanvullend op de algemene richtlijnen voor de gevels die in deze paragraaf worden besproken. In deze paragraaf worden richtlijnen gegeven voor zowel een groene gevel als voor een gevel die niet (volledig) groen is, voor het geval dat een volledig groene gevel niet haalbaar blijkt te zijn.
2e fase Mobiliteitshub
Optioneel : doorzetten frame naar de 2e fase / taludpark
Binnenhof
Mobiliteitshub
Gevel aan binnen-
hof met frame Westgevel
HUB-loper
met voorzieningen Legenda
Optioneel:doorzetten
Gebouwen
frame als brug
Geveltuinen Poorten
Legenda
Inrit laden en lossen supermarkt,
Gebouwen Loopbrug Geveltuinen Droogloop Poorten Pleinruimte Inrit laden en lossen supermarkt, Loopbrug Arcade Droogloop Groene ruimte Watergang Pleinruimte
Arcade Groene ruimte
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp Watergang De Taats Noord, Utrecht
44
Richtlijnen gevels Algemeen • De Mobiliteitshub XL vormt de noordelijke beëindiging van de Taats en fungeert als het scharnierpunt tussen Taats Noord en Groenewoud Noord. Dit kan worden vertaald naar een eigen architectuur. • De Mobiliteitshub XL vormt samen met de aangrenzende woningbouw (woningbouwblok Allard) een omsloten bouwblok. Deze omslotenheid moet zorgen voor een geluidsluw binnengebied, zodat woningen binnen het blok mogelijk zijn. Binnen het omsloten bouwblok zijn doorgangen voorzien, zoals poorten en de hub-loper. • De Mobiliteitshub heeft aan beide koppen een auto-entree, die herkenbaar moet zijn als entree. • De westgevel ligt in het zicht vanaf het Marinus van Tyrusviaduct en fungeert daarmee als een visitekaartje voor Papendorp. • De oostgevel ligt aan de binnenzijde van het blok en biedt uitzicht voor de woningen. Er moet worden gezorgd voor een aantrekkelijk uitzicht voor de woningen. • De ambitie is om de gevel voor ten minste 50% groen te maken. De gevel met het frame is hiervan uitgezonderd; voor deze gevel is de ambitie om deze zo groen mogelijk in te richten.
Zicht op de Mobiliteitshub vanaf de Orteliuslaan
Vanaf de Marinus van Tyrusviaduct ligt de MHXL in het zicht
_ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
45
De westgevel De westgevel is de gevel die vanaf het Marinus van Tyrusviaduct in het zicht ligt en daarmee een belangrijk visitekaartje vormt voor Papendorp. Deze gevel is langgerekt, waardoor het belangrijk is om de gevel op te delen in kleinere delen. De hellingbanen die in het midden van het gebouw zijn gesitueerd, bieden hiervoor een natuurlijke aanleiding. Door de gevel een verfijning te geven, bijvoorbeeld in de vorm van een patroon dat niet overal gelijk is, ontstaat meer afwisseling en verfraaiing. Deze afwisseling kan op verschillende manieren worden versterkt, bijvoorbeeld door de gevel te verlichten met verschillende kleuren of patronen, of door het toepassen van diverse soorten gevelgroen die met de seizoenen mee veranderen. De vormgeving van de plint is met name van belang op plekken waar de gevel van dichtbij wordt ervaren, zoals bij de HUB-loper en het HOV plein.
groene gevel in de volle grond
Ontwerp en inrichting • Afwisseling in massa en in gevelvlak is van belang om hier een kleine korrel te realiseren • Deze gevel ligt in het zicht van de entree via het Marinus van Tyrusviaduct en dient een hoogwaardige uitstraling te krijgen • Volgens het SPvE moet ten minste 10% van de gesloten gevel worden uitgevoerd als groene gevel. • De ambitie is echter om minimaal 50% van de gevel te realiseren als groene gevel. • Er moet worden gezorgd voor voldoende daglichttoetreding en ventilatie in het gebouw.
afwisselende groene gevel
De kopgevels De westgevel wordt doorgezet in de kopgevels. Beide kopgevels bevatten een auto-entree. De herkenbaarheid van de auto-entree is belangrijk, maar deze moet wel worden ontworpen als een geïntegreerd onderdeel van de hele gevel. Net als in de rest van Papendorp is gevelreclame of het aanbrengen van namen op de gevels onderdeel van de architectuur en moet dit bescheiden worden vormgegeven. Reclame mag niet boven de gevel uitsteken.
Groene gevel in combinatie met ventilatie
Afwisseling in de gevel door reliëf en verschil in afmetingen _ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
46
gezondheid: beweging stimuleren
verbinding: teamsporten
De oostgevel / het frame De oostgevel grenst aan de binnentuin en vormt het uitzicht voor de omwonenden. De binnentuin is een langgerekte, openbare groene ruimte. Om de langgerektheid van deze ruimte te doorbreken, is afwisseling in de vormgeving essentieel. Aan de overzijde van de binnentuin worden woningen gerealiseerd (zie hoofdstuk 6). Het is van groot belang dat de oostgevel een aantrekkelijk en fraai uitzicht biedt voor de omwonenden. De oostgevel wordt voorzien van een frame, bij voorkeur gemaakt van biobased materiaal. In dit frame worden de stijgpunten geplaatst, en op de eerste verdieping komt een verbinding tussen de stijgpunten. Op de begane grond wordt het frame gevuld met functies zoals de cultuur: kunst installaties fietsenstalling. De overige delen van het frame kunnen worden ingevuld met diverse modules.
houten frame met groene invulling participatie: moestuintjes
Ontwerp en inrichting • Een kleine korrel is belangrijk om goed aan te sluiten bij de woonomgeving. • Warme materialen en een vriendelijke uitstraling zijn hierbij essentieel • De invulling van het frame dient bij voorkeur ten behoeve van de omwonenden te zijn en mag in ieder geval niet verstorend werken voor de woonomgeving. • Een deel van het frame moet een groene invulling te krijgen • Het frame is bij voorkeur voorzien van klimmende planten • De vormgeving van de plint is van groot belang, aangezien er een looproute door de binnentuin loopt • Vermijd dichte gevels in de plint en zorg voor een aantrekkelijk gevelbeeld. • Zorg voor herkenbare en uitnodigende voetgangersentrees naar de MHXL
begroeide kolommen
Herkenbare entrees voor voetgangers
Aantrekkelijke plint
_ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
47
6. Woningbouwblok Allard
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
48
Woningbouwblok Allard Het woningbouwblok Allard begrenst de Taats aan de noordoostzijde. Hier komt een gemengd programma met woningbouw en voorzieningen, zoals een supermarkt, overige detailhandel en kleinschalige horeca. Tussen het blok en de Mercatorlaan ligt een watergang met een kade aan de zijde van het woonblok en een groen talud aan de kant van de Mercatorlaan. Het zuidelijke deel van dit blok wordt doorkruist door de hub-loper, een fiets- en voetgangersroute naar de MHXL en de OV-halte. Aan deze loper zijn kleinschalige voorzieningen en een supermarkt gesitueerd op de begane grond. De overige ruimte op de begane grond en de verdiepingen wordt ingevuld met woningen. De bebouwing vormt samen met de MHXL een langwerpig blok met een langwerpige binnenhof. De gevel van de MHXL aan het binnenhof is voorzien van een 5 meter diep frame met trappenhuizen en liften. De verdere invulling van het frame wordt nog nader bepaald Aan de noordzijde grenst het blok aan het Hallenplein. Dit plein wordt groen ingericht en biedt op de begane grond ruimte voor woningen, voorzieningen en/of kleinschalige horeca.
Hallenplein
MHXL Binnenhof
optioneel, doorgetrokken frame als brug
_ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
49
HUB-loper met voorzieningen
6.1 Rooilijnen Doelstelling: De bebouwing in dit deelgebied vormt samen met de MHXL een min of meer gesloten bouwblok met een openbaar toegankelijk binnenhof. Ondanks de grote en hoge volumes in dit deel van Papendorp Woningbouw is het belangrijk de gebouwen zo vorm te geven dat iedereen zich er prettig en beschut voelt
Hallenplein
∆ 30 m
Binnenhof
1
∆ 30 m 2
MHXL 3
∆ 30 m
HUB-loper met voorzieningen
4
∆ 30 m
∆ 30 m
6
Laden en lossen Legenda
5
∆ 30 m
Gebouwen Geveltuinen
Legenda
Poorten Gebouwen Inrit laden en lossen supermarkt, Geveltuinen Loopbrug Poorten
9 7
∆ 30 m
∆ 30 m
8
∆ 30 m
Droogloop Inrit laden en lossen supermarkt,
Legenda Pleinruimte Loopbrug Accenten in gevel: Droogloop Tegenoverliggende gebouwen worden in samenhang ontworpen Arcade Stedenbouwkundig accent: zichtbaar in Pleinruimte Groene ruimte bouwmassa Parcelering Watergang Arcade Poorten
12
Groene ruimte Groen ingericht plein
_ Watergang B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
∆ 65 m
10
50
stedelijk verkeer: bus, auto, fiets
13
Richtlijnen rooilijnen: De Mercatorlaan: • Per pand verspringt de rooilijn en ligt deze drie tot acht meter terug ten opzichte van de uitgiftegrens. • Om voldoende ruimte te creëren tussen de voorgevel en de watergang, liggen de eerste twee tot drie bouwlagen terug ten opzichte van de rooilijn. • De middenbouw kan een overstek hebben boven de plint, tot aan de rooilijn. De ‘kroon’ ligt gelijk aan of terug ten opzichte van de middenbouw. • De woningen en hoofdentrees zijn aan de straat georiënteerd. • Een overgangszone in de vorm van een Delftse stoep of een voortuin is gewenst. • Groen onder een overstek mag alleen worden toegepast als ervoor wordt gezorgd dat het groen niet verdroogt.
Rooilijn ligt op de onderste lagen terug
Supermarkt • De supermarkt wordt gerealiseerd op de hoek van de dwarsstraat en de Mercatorlaan, met de entree gelegen aan de HUB-loper. • Het laden en lossen vindt inpandig en uit het zicht plaats aan de zijde van de dwarsstraat. De laaden loszone wordt verborgen achter een begroeide gevel.
Kade langs het water
De HUB-loper • De HUB-loper is vormgegeven als één geheel, lopend van de Mercatorlaan tot het HOV-plein. Afstemming tussen de verschillende deelprojecten is noodzakelijk om een consistent ontwerp te waarborgen. De binnenhoven • In de binnenhoven varieert de (achter)rooilijn sterk. Een gevelsprong van maximaal tien meter is toegestaan. • De langwerpige ruimte in het hof wordt intiemer door de ruimte op minstens één plek te versmallen. Hierdoor ontstaat een opeenvolging van twee tot drie kleinere hoven. • Alle woningen hebben hun belangrijkste privébuitenruimte gericht op het binnengebied. • De privé-achtertuinen aan het binnenhof zijn maximaal vier meter diep. De hoofdentrees van de appartementen zijn ook bereikbaar vanaf het binnengebied. • Aanvullende eisen met betrekking tot de binnenhoven zijn te vinden in het hoofdstuk Binnenhoven.
Een groene gevel ter plekke van de expeditie
Smalle doorgang in het hof
_ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
51
6.2 Accenten Doelstelling: Op belangrijke locaties in het stedenbouwkundig plan krijgen de bouwblokken accenten. Deze accenten onderbreken de lange zichtlijnen langs de bebouwing, markeren het begin van een (dwars)straat of doorbreken het grote volume van een bouwblok. Voorbeelden van dergelijke accenten zijn de poorten naar het binnengebied en de afgeschuinde hoeken aan de Mercatorlaan. Een andere mogelijkheid is dat de gevel wordt doorgetrokken tot aan de dakrand in plaats van te eindigen met een terugliggende kroon.
∆ 30 m 1
∆ 30 m 2
3
∆ 30 m
Me rc a tor laa
∆ 30 m
∆ 30 m
n
4
∆ 30 m
6
1
∆ 30 m
5
∆ 30 m 2
Dw
s ars
tra
at
9
3
7
∆ 30 m
∆ 30 m
∆ 30 m 8
∆ 30 m
Legenda Accenten in gevel: Tegenoverliggende gebouwen worden in samenhang ontworpen
4
∆ 30 m
6
Stedenbouwkundig accent: zichtbaar in bouwmassa
∆ 30 m
Parcelering Poorten
5
∆ 30 m
12
∆ 65 m
10
Groen ingericht plein
_ stedelijk B eeldkwaliteitsplan Papendorp verkeer: bus, auto, fiets De Taats Noord, Utrecht
52 13 ∆ 65 m
Richtlijnen accenten De Mercatorlaan • Langs de Mercatorlaan, bij de hoek met de dwarsstraat, komt een accent in de vorm van een verbijzondering van de plint (Accent 1). Dit accent begeleidt de doorgaande route van de Mercatorlaan naar de dwarsstraat en de entree van de mobiliteitshub. Het ontwerp van dit accent moet in samenhang worden ontwikkeld met de laad- en loszone van de supermarkt. De dwarsstraat • Er is een samenhang in de architectonische uitwerking met de MHXL. De ronde gevel van de MHXL kan worden herhaald op de tegenoverliggende hoek aan de Orteliuslaan (Accent 2). • Deze samenhang in architectonische uitwerking is ook zichtbaar in de begane grond van de voorzieningen aan de zijde van de Mercatorlaan en de dwarsstraat (Accent 1). • Hier wordt in de plint ruimte gecreëerd voor een laad- en losperron, dat verborgen is achter een gevel met bijvoorbeeld gevelgroen. • De opbouw boven de plint op deze hoek wordt als accent vormgegeven, bijvoorbeeld door een afronding of een afgeschuinde gevel.
Verbijzondering in de ‘kroon’
Hallenplein • Dit is een plek waar op de begane grond, naast wonen, ruimte wordt geboden voor bijvoorbeeld horeca of detailhandel. Om dit te accentueren worden in de gevel naar het plein grote gevelopeningen gecreëerd op de begane grond. De binnenhoven • Op stedenbouwkundig niveau zijn hier geen extra accenten nodig.
Verbijzondering op de hoek bij het Hallenplein
*) De overige accenten (3 t/m 6) worden toegelicht in het hoofdstuk over de Taats.
Afgeschuinde hoek als accent langs de Mercatorlaan _ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
53
6.3 Korrelgrootte
Mercatorlaan
Doelstelling: Het doel is dat de grootstedelijke blokken aansluiten bij de menselijke maat en de kleinere korrelgrootte van de woningbouw in Groenewoud. Deze aansluiting wordt onder andere gerealiseerd door het opdelen van het volume in kleinere panden. De manier waarop de panden zich van elkaar onderscheiden is vrij, maar moet verder gaan dan alleen het toepassen van een andere kleur metselwerk. Denk hierbij aan variaties in bouwhoogte, verspringende rooilijnen of een brede dilatatie. De panden moeten altijd hoger zijn dan ze breed zijn.
30 m.
20 - 30 m.
7,5 - 15 m.
Pandsgewijze verdeling van de gesloten bouwblokken 27 m.
5 - 7,5 m.
19,5 - 28,5 m.
4,5 - 25,5 m.
Pandsgewijze opbouw boven de plint van de expeditie 4,5inham - 13,5 . _ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
54
Richtlijnen korrelgrootte Algemeen: • Door middel van verticale parcellering wordt het blok opgedeeld in panden van 15 tot maximaal 30 meter breed. • Elk pand wordt uitgewerkt in een unieke architectuur, met verschillen in materiaal en kleur. • De poorten naar het binnengebied zijn geïntegreerd binnen het volume van de panden en bevinden zich niet aan de zijkant. Deze poorten zijn zes meter breed en drie bouwlagen hoog. Hier bevinden zich ook de entrees van de woongebouwen. • De poort van de HUB-loper is breder dan de andere poorten. is breder dan de andere poorten. Deze poort is minimaal 15 meter breed en eveneens drie bouwlagen hoog.
Pandsgewijze opbouw van het blok (beeldrechten Mecanoo)
De Mercatorlaan • Hier sluit de bebouwing aan bij de kleinere schaal van de wijk Groenewoud en wordt deze bij voorkeur lager uitgevoerd. • De gevel boven de plint is opgedeeld in delen van 10 tot 15 meter. • De parcellering van de gevel in de plint volgt de maat van een individuele woning. De dwarsstraat • Op de begane grond, bij het laden en lossen van de supermarkt, wordt de kleine korrel losgelaten. • Boven de plint waarin de supermarkt is gevestigd, wordt de parcellering van het volume weer opgepakt, waardoor de structuur aansluit bij de rest van de bebouwing. De binnenhoven • De pandsgewijze ontwikkeling komt ook hier terug, met als aanvulling dat de verdeling tussen plint, middenbouw en opbouw wordt losgelaten. • Voor de achtergevel geldt slechts één regel: deze moet in minimaal twee delen worden opgedeeld, waarbij de sprongen in de gevel minimaal twee meter bedragen.
Referentie pandsgewijs ontwikkelen
Referentie pandsgewijs ontwikkelen _ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
55
6.4 Horizontale geleding
Mercatorlaan
Doelstelling: De grote schaal van de gesloten bouwblokken, die nodig is om geluidluwe binnenhoven te realiseren, moet aansluiten bij de menselijke schaal. Om deze overgang in schaal te maken, worden de panden horizontaal geleed. De panden bestaan uit een één- tot drielaagse plint, een middenbouw en een terugliggende opbouw.
30 m.
20 - 30 m.
7,5 - 15 m.
27 m.
5 - 7,5 m.
19,5 - 28,5 m.
4,5 - 25,5 m.
4,5 - 13,5 m.
Mercatorlaan, horizontale verdeling in plint, middenbouw en kroon
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
56
Richtlijnen horizontale geleding Algemeen: • Per pand verschillen de plint, het middendeel en de opbouw in hoogte. • De hoogte van de plint varieert per pand van één tot drie lagen. Tussen de plint en de top bevindt zich het middendeel. Vanaf de zevende of achtste laag wordt het gebouw beëindigd met een kroon. • De kroon ligt minimaal twee meter terug ten opzichte van de rooilijn van het middendeel en wordt uitgevoerd in lichte kleuren of materialen. • Als accent is het mogelijk om in één pand per wand de kroon wel in het gevelvlak van de middenbouw te plaatsen. In dat geval wordt de kroon uitgewerkt in een sterk contrasterend materiaal, met een afwijkend metselverband en/of kleur. De Mercatorlaan • De plint kan maximaal drie lagen hoog zijn. • De individuele woningen in de plint zijn duidelijk herkenbaar • De middenbouw heeft een iets grotere korrel dan de plint. • De woningentrees en geveltuinen van de woningen op de begane grond zorgen voor een zachte en groene overgang van de woning naar de straat. De dwarsstraten • In de dwarsstraten wordt de sfeer, net als in de Mercatorlaan, bepaald door ‘wonen aan de straat’ • Waar mogelijk, gezien de hoge geluidbelasting, worden de balkons aan de straatzijde gesitueerd. • In de plint worden diepere negges toegepast. De binnenhoven • Tussen tegenoverliggende gevels wordt een ruimte van 30 x 30 meter vrijgehouden van bebouwing.
• Onderdelen van de volumes, zoals balkons en delen van de gevel springen naar voren. • In de binnenhoven openen de blokken zich en zijn de gevels expressief vormgegeven.
Ruimte op maaiveld door terugliggende rooilijn op de onderste bouwlagen
Onderscheid tussen een plint en middenbouw en kroon in het pand langs de Mercatorlaan
_ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
57
6.5 Ondergeschikte bouwdelen Doelstelling: De buitengevels van de bouwblokken krijgen een rijke plastiek. Door het toevoegen van aangehangen balkons, het toepassen van diepe negges, naar voren of terugliggende geveldelen, en het gebruik van loggia’s worden de gevels levendig en dynamisch vormgegeven.
De ondergeschikte bouwdelen zoals balkons en galerijen dragen bij aan de plastiek
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
58
Richtlijnen ondergeschikte bouwdelen: Algemeen • Samenhang en evenwicht op het niveau van zowel het blok als het pand zijn van groot belang. • Entrees woongebouwen zijn duidelijk onderscheidend vormgegeven. Ze zijn uitnodigend en zijn royaal van afmetingen. Ze worden dubbelhoog of als extra brede pui vormgegeven. • Ondergeschikte bouwvolumes worden op een ontspannen wijze in het totaalbeeld geïntegreerd en vormen een onderdeel van het architectonische geheel. • Grote gevelopeningen helpen de overgang te overbruggen van het grote, hoge bouwblok naar het niveau van de individuele woning. • Galerijen maken integraal deel uit van het gevelontwerp en vallen binnen de schil van het gebouw. • Poorten zijn altijd onderdeel van een pand en worden vormgegeven en gematerialiseerd als een integraal onderdeel van de architectuur van het pand.
Plastiek in het metselwerk d.m.v. kaders metselwerk in bijzonder verband; rust door gelijke steenkleur
De Mercatorlaan • Aan de Mercatorlaan worden op de begane grond privébuitenruimtes aan de straatzijde gerealiseerd in de vorm van een voortuin of een Delftse stoep. De overgang tussen privé en openbaar, zoals hekwerken en andere afscheidingen, wordt vormgegeven in lijn met de architectuur van het pand. • De entrees van fietsenbergingen worden transparant en uitnodigend ontworpen, bijvoorbeeld door het gebruik van glazen puien. • In de plint zijn de negges diep. • Aangehangen gevelschermen, balkons en serres sluiten aan bij de architectuur van het pand en vormen daar een integraal onderdeel van.
Plastiek in het metselwerk d.m.v. kaders terugliggend metselwerk; rust door gelijke steenkleur
De Dwarsstraat • In de Dwarsstraat gelden de richtlijnen van de Mercatorlaan voor de bouwlagen boven de voorzieningen en logistiek. • Een zorgvuldige afstemming van de architectonische uitwerking van de verschillende functies is hierbij van groot belang. De binnenhoven • De privébuitenruimtes van de woningen worden afgeschermd van het semi-openbare binnengebied door middel van watertuinen van minimaal twee meter breed of een natuurlijke groene afscheiding. • Bij het toepassen van een watertuin vormen waterminnende planten, als onderdeel van de openbare ruimte, een extra afscherming van de privébuitenruimtes. • Bergruimtes en andere opstallen kunnen hier niet worden gebouwd en moeten onderdeel zijn van de bebouwing van de wand. Een pergola of kas vormt een uitzondering en is bespreekbaar.
Een dubbelhoog raster voor de gevel verkleint de grote schaal van het gebouw visueel _ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
59
7. Taats Noord
Houttuinen_ Amsterdam _ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
60
Taats Noord De Taats bestaat uit drie gesloten bouwblokken van ongeveer 90 meter breed. De lengte van de blokken varieert en is afhankelijk van de specifieke locatie binnen het stedenbouwkundig plan.
Or te
lius
laan
M
at e rc
De gesloten bouwblokken worden opgedeeld in panden, met opbouw in plint, midden en top
_ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
61
orla
an
7.1 Rooilijnen Doelstelling:
dw
s ars
tra
De drie gesloten bouwblokken vormen een duidelijk herkenbare ruggengraat in de wijk. Hoewel het grote volumes zijn, is het essentieel de overgang naar het openbare gebied zodanig vorm te geven dat mensen zich er prettig en beschut voelen. Aan de Mercatorlaan wordt de overgang naar de openbare ruimte en Groenewoud verzacht door het laten verspringen van de rooilijnen ten opzichte van de uitgiftegrens. Hierdoor wordt de grote lengte van de Taats visueel onderbroken. Aan de Orteliuslaan wordt echter vastgehouden aan de rechte rooilijn, inclusief een droogloopstrook, in lijn met de reeds gebouwde kantoren aan de Orteliuslaan.
at
binnengebied
dw
s ars
tra
at
Me rc a tor laa n:
binnengebied
Or tel
dw
s ars
tra
at
ius laa n:
enda Gebouwen Geveltuinen
binnengebied Legenda Gebouwen Geveltuinen Poorten
Poorten
Inrit laden en lossen supermarkt, Loopbrug
Inrit laden en lossen supermarkt,
Droogloop
Loopbrug Droogloop
Pleinruimte
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp Arcade De Taats Noord, Utrecht Groene ruimte
62
Richtlijnen rooilijnen De Orteliuslaan: • De rooilijn op de begane grond is recht en ligt over de lengte van het bouwblok drie meter terug ten opzichte van de uitgiftegrens. • Een luifel of overkraging van drie meter breed, geplaatst op een hoogte van 4,5 meter, creëert een doorlopende droogloopstrook van de MHXL naar het Taatsenplein en verder langs Taats Zuid. Onder deze droogloopstrook geldt de verplichting om een obstakelvrije stoep aan te leggen, die aansluit op het openbare voetpad. • De droogloopstrook heeft per bouwdeel van ongeveer dertig meter een andere uitwerking, bijvoorbeeld door een aangehangen luifel of een overkraging van het bovenliggende bouwdeel. • Boven de plint en droogloopstrook is het mogelijk de rooilijnen per pand te laten verspringen.
Aan de Mercatorlaan verspringt de rooilijn 5-8 m t.o.v. de uitgiftegrens
De Mercatorlaan: • De rooilijn ligt 3 tot 8 meter terug vanaf de uitgiftegrens. • Afhankelijk van de breedte van het pand, verspringt de rooilijn iedere 15 tot 30 meter. • De sprong in de rooilijn omvat minimaal de gehele plint van het bouwdeel, die twee tot maximaal drie bouwlagen hoog is. • De rooilijn boven de plint ligt gelijk aan of terug ten opzichte van de rooilijn van de plint; deze kan hier dus niet naar voren springen, in tegenstelling tot de situatie aan de Orteliuslaan. • De woningen en de hoofdentrees zijn op de straat georiënteerd. • Een overgangszone in de vorm van voortuinen is gewenst. De dwarsstraten: • Om de smalle straatruimte op maaiveld te verruimen, wordt de plint één tot drie meter teruggeplaatst ten opzichte van de rooilijn. • De sprong omvat de gehele plint van het bouwdeel, die minimaal twee bouwlagen hoog is. • Boven de plint mag de bebouwing tot aan de uitgiftegrens staan, wat betekent dat hier een overkraging mogelijk is.
De rooilijn verspringt 1 tot 3m in de dwarsstraten
De binnenhoven • Hier varieert de (achter)rooilijn sterk, en een gevelsprong van maximaal tien meter is toegestaan. • De afstand tussen de tegenoverliggende achtergevels bedraagt minimaal 45 meter. • De privé-achtertuin aan het binnenhof is maximaal vier meter diep. • De hoofdentrees van de appartementen zijn ook bereikbaar vanuit het binnengebied.
In de binnenhoven wordt d.m.v. een spel met de rooilijnen de volumes opgedeeld. _ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
63
7.2 Accenten ∆ 30 m
Doelstelling: Op specifieke plekken binnen het stedenbouwkundig plan krijgen de bouwblokken accenten om de herkenbaarheid te vergroten. Deze accenten onderbreken de lange zichtlijnen langs de bebouwing, markeren het begin van een (dwars)straat of doorbreken het grote volume.
1
∆ 30 m 2
3
Voorbeelden van dergelijke accenten zijn de poorten naar het binnengebied en de afgeschuinde hoeken aan de Mercatorlaan. Een andere mogelijkheid is dat de gevel wordt doorgetrokken tot aan de dakrand in plaats van het toepassen van een setback in de bovenste lagen.
∆ 30 m
Blok Barentsz 1
2
4
∆ 30 m
∆ 30 m
6
3
5
∆ 30 m
4
6
Blok Goos 5
9 7
∆ 30 m
∆ 30 m 9 7
8
∆ 30 m 8
genda
Blok Valck
Legenda Accenten in gevel: Tegenoverliggende gebouwen worden in samenhang ontworpen
Accenten in gevel: Tegenoverliggende gebouwen worden Stedenbouwkundig accent: zichtbaar in in samenhang ontworpen bouwmassa Parcelering
Stedenbouwkundig accent: zichtbaar in Poorten bouwmassa
12 10
Parcelering Poorten
Groen ingericht plein
stedelijk verkeer: bus, auto, fiets
12 13
10
Groen ingericht plein _ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht stedelijk verkeer: bus, auto, fiets
11
64
∆ 65 m
Richtlijnen accenten De Orteliuslaan: • De plastiek en/of materialen van de bouwblokken aan weerszijden van de dwarsstraten reageren op elkaar (Accenten 4 en 5). • De hoek en de plint van Barentsz worden extra teruggelegd om het zicht op de straat tussen Taats Noord en de MHXL te versterken en de straatruimte duidelijk in te leiden (Accent 3). De Mercatorlaan: • De hoeken aan de noordkant van de blokken worden afgeschuind. Dit is een knipoog naar de schuine lijn aan de overzijde van de Mercatorlaan, waar de straten van Groenewoud schuin op aansluiten (Accenten 6 en 9). • Ten noorden van Barentsz krijgt woningbouwblok Allard een accent (Accent 1). Barentsz zelf krijgt hier geen accent.
Mogelijke uitwerking van een accent
De dwarsstraten: • De dwarsstraten zijn ondergeschikte straten en behoeven geen sterke accenten. Wel is hier een kans om de panden aan weerszijden van de dwarsstraten visueel op elkaar te laten reageren. De binnenhoven • Op stedenbouwkundig niveau zijn hier geen extra accenten nodig.
Bijzonder ontworpen hoek
De poort Alsaccent in de gevel _ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
65
7.3 Korrelgrootte Doelstelling: Het doel is dat de grootstedelijke blokken in maat en schaal aansluiten bij de menselijke schaal. Het middel dat hiervoor wordt gebruikt, is het opdelen van het volume in kleinere panden De wijze waarop de panden zich van elkaar onderscheiden is vrij, maar moet meer omvatten dan alleen het toepassen van een andere kleur metselwerk. Denk hierbij aan hoogteverschillen, verspringende rooilijnen of een brede dilatatie. Orteliuslaan
Mercatorlaan
Dwarsstraatjes
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
66
Richtlijnen korrelgrootte Algemeen: • Door middel van verticale parcellering wordt het blok verdeeld in panden van 15-20 meter tot maximaal 30 meter. • Elk pand heeft een dakrand op een andere hoogte. • Per pand verschilt de plint, het middendeel en de opbouw in hoogte. • Daarnaast wordt elk pand uitgewerkt in een andere architectuur, met een eigen materiaalgebruik en kleurstelling. • De poorten en entrees van de woongebouwen dragen bij aan de geleding van de hoofdmassa. • De poorten naar het binnengebied bevinden zich binnen het volume van het pand en niet aan de zijkant. • Alle poorten zijn zes meter breed en drie bouwlagen hoog • Aangrenzend aan de poorten worden de entrees van de woongebouwen gesitueerd.
Referentie pandsgewijs ontwikkelen
De Orteliuslaan • De maat en schaal sluiten aan bij de grote schaal van de bestaande kantoorgebouwen. • De blokken worden opgedeeld in panden met verschillende breedtes, variërend van 20 tot 30 meter. De Mercatorlaan • Hier sluit de bebouwing aan bij de kleinere schaal van de wijk Groenewoud en wordt deze bij voorkeur lager uitgevoerd. • De gevel boven de plint is verdeeld in segmenten van 10 tot 15 meter. • De parcellering van de gevel in de plint bedraagt 5 tot 7,5 meter, wat overeenkomt met de maat van een individuele woning.
Binnenhoven: door toepassen van een dubbelhoog raster wordt de grote schaal van het gebouw visueel verkleind.
De dwarsstraten • De blokken zijn maximaal 30 m hoog, maar worden bij voorkeur lager richting van de Mercatorlaan • De gevel boven de plint is opgedeeld in segmenten van 10 tot 15 meter. • De parcellering van de gevel in de plint bedraagt 5 tot 7,5 meter, wat overeenkomt met de maat van een individuele woning. De binnenhoven • In de binnenhoven hebben de blokken een kleinschalige geleding. • De pandsgewijze ontwikkeling komt ook hier terug, met de toevoeging dat de verdeling tussen plint, middenbouw en opbouw wordt losgelaten, aangezien dit de achterkant van het pand betreft.
Stedelijke wand langs de mercatorlaan _ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
67
7.4 Horizontale geleding Doelstelling: De grote schaal van de gesloten bouwblokken, die nodig is om geluidluwe binnenhoven te realiseren, moet aansluiten bij de menselijke schaal. Om deze schaalsprong te maken, worden de panden horizontaal geleed. De panden bestaan uit een één- tot drielaagse plint, een middenbouw en een terugliggende opbouw. De begane grondlaag heeft een hoogte van 4,5 meter.
Schema van één bouwblok aan de Orteliuslaan
Schema van één bouwblok aan de Mercatorlaan
Schema van één bouwblok aan de dwarsstraatjes Opdeling van het bouwblok in panden, waarbij de panden ook een horizontale verdeling kennen _ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
68
Richtlijnen opbouw en geleding Algemeen • De hoogte van de plint verschilt per pand en varieert van één tot drie lagen. • Vanaf de zevende of achtste laag wordt het gebouw beëindigd met een top. Deze top ligt minimaal twee meter terug ten opzichte van de gevellijn van het middendeel en wordt uitgevoerd in lichte kleuren of materialen, zodat deze optisch wegvalt tegen de lucht. • Eventueel kan één pand per wand als accent worden uitgevoerd met een top die in het gevelvlak van de middenbouw ligt. In dat geval wordt deze top uitgewerkt in een sterk contrasterend materiaal, een afwijkend metselverband en/of een opvallende kleur.
De setback op de bovenste lagen heeft afwijkend materiaal- en kleurgebruik
De Orteliuslaan • De droogloopzone, met een diepte van 3 meter, maakt onderdeel uit van de plint. De plint wordt ontworpen in samenhang met de droogloop. • De plint kan maximaal drie lagen hoog zijn. • De middenbouw heeft een wat grotere korrel dan de plint, wat zorgt voor een subtiele differentiatie in uitstraling. De Mercatorlaan • De plint kan maximaal drie lagen hoog zijn. • De individuele woningen in de plint zijn herkenbaar • De middenbouw heeft een wat grotere korrel dan de plint. • De woningentrees en de geveltuinen van de begane grond woningen creëren een zachte, groene overgang tussen de woning en de straat. De dwarsstraten • In de dwarsstraten wordt de sfeer, net als in de Mercatorlaan, gekarakteriseerd door het concept van ‘wonen aan de straat’. • Waar mogelijk, ondanks de hoge geluidbelasting, worden balkons aan de straatzijde geplaatst. • In de plint worden diepere neggen toegepast, wat zorgt voor een verfijnd en geaccentueerd gevelbeeld.
Onderscheid in plint, middenbouw en kroon
De binnenhoven • In de binnenhoven openen de blokken zich, en de gevels zijn expressief vormgegeven. • Onderdelen van de volumes, zoals balkons en delen van de gevel, steken naar voren en creëren een dynamisch beeld. • De gevels worden gekarakteriseerd door een verticale of horizontale geleding, of een combinatie van beide.
Onderscheid in plint en middenbouw _ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
69
7.5 Ondergeschikte bouwdelen Doelstelling: De buitengevels van de bouwblokken worden gekenmerkt door een rijke plastiek. Door het toevoegen van aangehangen balkons, het toepassen van diepe neggen, naar voren of terugliggende geveldelen en het integreren van loggia’s krijgen de gevels een levendig en dynamisch karakter.
De ondergeschikte bouwdelen zoals balkons en galerijen dragen bij aan de plastiek van de gebouwen. Ze zijn onderdeel van de architectuur van het pand.
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
70
Richtlijnen ondergeschikte bouwdelen Algemeen • De ondergeschikte bouwvolumes vormen een toegevoegd element. Ze hebben geen structurerende functie, maar worden op een ontspannen manier ingepast in het totaalbeeld. • Grote gevelopeningen overbruggen de schaalsprong van het grote, hoge bouwblok naar het niveau van de individuele woning. • Galerijen maken onderdeel uit van de gevel, maar worden subtiel geïntegreerd en zijn niet herkenbaar als typische galerijen. • De hoofdentrees van de woongebouwen worden met zorg ontworpen om de overgang van het stedelijke bouwblok naar de menselijke schaal te begeleiden. Ze worden uitgevoerd als dubbelhoge elementen of als extra brede puien, waardoor ze een uitnodigend karakter krijgen. • Samenhang en evenwicht, zowel op het niveau van het blok als van het individuele pand, zijn belangrijk. • Poorten zijn altijd onderdeel van een pand en worden vormgegeven en gematerialiseerd als een integraal onderdeel van de architectuur van dat pand.
Expressieve gevels in de binnenhoven;
De Orteliuslaan • Als de bouwblokken worden voorzien van geluidwerende onderdelen, worden deze uitgevoerd als een integraal onderdeel van de architectuur • Per pand wordt de droogloop uniek uitgewerkt en vormgegeven, waarbij materiaalgebruik en ontwerp aansluiten bij de architectuur van het pand. • Aangehangen gevelschermen, balkons of serres worden zorgvuldig geïntegreerd en sluiten aan bij de architectuur van het pand. • Galerijen en/of portieken worden eveneens opgenomen als onderdeel van de architectuur.
Met groen afgeschermde privé buitenruimte woning binnengebied
De Mercatorlaan • Aan de Mercatorlaan is het mogelijk om op de begane grond privé buitenruimtes aan de straatzijde te realiseren. • In de plint zijn de neggen dieper uitgevoerd dan in de rest van de gevel • Aangehangen gevelschermen, balkons of serres worden naadloos geïntegreerd in de architectuur. De dwarsstraten • In de dwarsstraten worden aangehangen gevelschermen, balkons of serres op een wijze geïntegreerd die past bij de architectuur van het pand. De binnenhoven • De privé buitenruimtes van de woningen worden van het semi-openbare binnengebied afgeschermd d.m.v. watertuinen of opgaand groen. • Bergruimtes en andere opstallen kunnen hier niet gebouwd worden.
Mercatorlaan: privé buitenruimtes aan de straat _ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
71
lay out Alsbegin hs, zie hs 1 en 2
8. Taatsenplein
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
72
Het Taatsenplein Het Taatsenplein verbindt de bouwblokken van Taats Noord met de bouwblokken van Taats Zuid en fungeert als een centrale open ruimte binnen de stedenbouwkundige structuur. Het plein wordt ingericht met groen, waardoor het een aangename en functionele verblijfsruimte biedt. Vanaf de Prins Clausbrug vormt het Taatsenplein, geflankeerd door de hoge torens aan weerszijden, de toegangspoort naar Papendorp. Hoewel de torens dezelfde hoogte hebben, namelijk maximaal 65 meter, verschillen ze in opbouw en architectonisch beeld, wat een unieke dynamiek aan de entree geeft. Het plein is herkenbaar als één samenhangende stedelijke ruimte. De gevels aan weerszijden van het plein worden in samenhang ontworpen, met een consistent gebruik van schaal en maat in de gevelopeningen, evenals een harmonieus palet van kleuren en materialen.
De noord- en zuidkant van het Taatsenplein wordt verschillend uitgewerkt. Deze schets toont het verschil in opbouw van de massa van de twee torens.
_ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
73
8.1 Rooilijnen Doelstelling: Door de rooilijnen te laten verspringen, wordt de overgang tussen het gebouw en de openbare ruimte verzacht. Dit zorgt ervoor dat de bebouwing beter aansluit bij de menselijke schaal op ooghoogte.
Noordelijke toren
Zuidelijke toren
Legenda Gebouwen Geveltuinen Poorten Inrit laden en lossen supermarkt, Loopbrug Droogloop
Pleinruimte
Arcade Groene ruimte Watergang
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
74
Richtlijnen rooilijnen Het Taatsenplein • De overgang tussen gebouw en plein wordt zorgvuldig vormgegeven door de rooilijnen van de eerste en tweede bouwlaag terug te leggen. Als variant kan een voorruimte worden gecreëerd door middel van een arcade over de eerste en tweede bouwlagen. De Orteliuslaan • De bestaande droogloop aan de Orteliuslaan en Mercatorlaan in Taats Zuid wordt doorgezet om de zuidelijke wand van het Taatsenplein te begeleiden. De maat en schaal sluiten aan bij de grote schaal van de bestaande kantoorgebouwen in Taats Zuid. • De droogloop hoeft alleen te worden gerealiseerd waar bebouwing aanwezig is en niet ter plaatse van de auto-ontsluiting naar het binnenhof. De zuidelijke toren is voorzien van een arcade over de eerste en tweede bouwlagen. • De kop van het noordelijke blok krijgt een droogloop, die aansluit op de bebouwing in Taats Noord. Deze droogloop eindigt bij de wand onder de noordelijke toren.
Een open en toegankelijke plint aan het Taatsenplein
De Mercatorlaan • Aan de noordkant van het Taatsenplein verspringt de rooilijn sterk, tussen drie en acht meter ten opzichte van de uitgiftegrens. • Aan de zuidkant van het Taatsenplein blijft de rooilijn gelijk, zoals bij de bestaande kantoorgebouwen in Taats Zuid. Het binnenhof bij Taatsenplein Zuid • In het binnenhof wisselt de (achter)rooilijn sterk, met sprongen in de gevel tot maximaal tien meter. • Een privé achtertuin aan het binnenhof mag maximaal vier meter diep zijn. • De hoofdentrees van de appartementen zijn ook bereikbaar vanuit het binnengebied.
_ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
75
7
8.2 Accenten
∆ 30 m
9 ∆ 30 m
8
Doelstelling: De twee torens van 65 meter hoog fungeren als markante accenten binnen de bebouwing van de Taats. Ze markeren het Taatsenplein, de centrale plek waar Papendorp via de Prins Clausbrug verbonden wordt met het centrum van Utrecht..
∆ 30 m
∆ 30 m 1
∆ 30 m 2
3
∆ 30 m
12 4
10
∆ 30 m
5
∆ 65 m
∆ 30 m
6
∆ 30 m
13 ∆ 65 m 9 7
∆ 30 m
∆ 30 m
11 8
∆ 30 m
Legenda Accenten in gevel: Tegenoverliggende gebouwen worden in samenhang ontworpen Stedenbouwkundig accent: zichtbaar in bouwmassa Parcelering Poorten
12
∆ 65 m
10
Groen ingericht plein
stedelijk verkeer: bus, auto, fiets 13 ∆ 65 m
11
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
76
Richtlijnen accenten Taatsenplein • De torens worden alzijdige gebouwen, waarbij alle zijden als voorgevels worden vormgegeven. • Hoewel de gevels van de twee torens verschillend zijn ontworpen, vormen ze een familie door het gedeelde gebruik van de witte kleur. (Accenten 12 en 13) • De plastiek en/of materialen van de bouwblokken aan weerszijden van het Taatsenplein reageren op elkaar, wat zorgt voor visuele samenhang. (Accenten 10 en 11)
Een accent in de vorm van een toren met veel veel gevelgroen
De Mercatorlaan • De toren aan de zuidkant van het Taatsenplein fungeert als een markant accent binnen de reeks kantoorgebouwen van Taats Zuid. • Vanaf het maaiveld wordt de zuidelijke toren als één gebouw vormgegeven, wat bijdraagt aan een sterke verticale compositie. • De noordelijke toren wordt pas na de middenbouw als toren vormgegeven, wat zorgt voor een subtieler overgangsbeeld. • Beide torens worden in samenhang ontworpen, met een consistente keuze in materiaal en kleur. De Orteliuslaan • Aan de Orteliuslaan komen geen bijzondere accenten ter hoogte van het Taatsenplein.
Een hoogte aacent in de reeks bebouwing langs de Taats
De dwarsstraat • De dwarsstraten zijn ondergeschikte straten en hebben geen behoefte aan sterke accenten. • Er ligt echter een kans om de panden aan weerszijden van de dwarsstraten op elkaar te laten reageren, wat kan bijdragen aan een subtiele samenhang. Het binnenhof (Taats zuid) • Op stedenbouwkundig niveau zijn hier geen extra accenten nodig.
Voorbeeld van een alzijdig ontworpen gevel
_ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
77
8.3 Korrelgrootte Doelstelling: Het doel is dat de grootstedelijke bouwblokken op maaiveldniveau aansluiten bij de menselijke maat. Om dit te bereiken, worden de bouwblokken opgedeeld in kleinere panden. De breedtes van de panden langs de Orteliuslaan en Mercatorlaan sluiten aan bij de breedtes van de aangrenzende bebouwing in respectievelijk Taats Zuid en Taats Noord. In Taats Zuid wordt deze aansluiting versterkt doordat de reeds gebouwde volumes een grotere korrel hebben. De twee torens hebben dezelfde breedte als de panden in de wand, maar steken daar qua hoogte aanzienlijk bovenuit, waardoor ze fungeren als markante verticale accenten.
Taats Zuid, grotere korrel
Taats Noord, pandsgewijze opbouw
Taats Zuid, grotere korrel
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
Taats Noord, pandsgewijze opbouw
78
Conceptschets van de samenhang en verschillen van de korrelgrootte van deTaats Zuid en Noord die op het Taatsenplein samenkomen
Opdeling hoofdmassa
Richtlijnen korrelgrootte Algemeen: • De wijze waarop de panden zich van elkaar onderscheiden is vrij, maar moet wel meer zijn dan het toepassen van een andere kleur metselwerk. Denk hierbij aan hoogteverschillen, verspringende rooilijnen of een brede dilatatie. Taatsenplein • De maat en schaal van de blokken sluit aan bij de grote schaal van de bestaande kantoorgebouwen van de Taats zuid. • Het toepassen van één kleur metselwerk over een groter breedte dan 15- 30 m ondersteunt dit principe.
Referentie pandsgewijze ontwikkeling
De Orteliuslaan • De kopse kant aan de Orteliuslaan wordt als voorgevel ontworpen, passend in de reeks van panden aan de Orteliuslaan.. De Mercatorlaan • De toren aan de zuidzijde sluit aan bij de korrel van de kantoorgebouwen van de Taats zuid. • Ter plaatse van de Taats noord volgt de onderbouw (tot 30m) de korrel van de Mercatorlaan. De toren aan de noordzijde wordt ontworpen als een grote opbouw, een super kroon, op deze onderbouw. Het binnenhof (Taats zuid) • In het binnenhof hebben de blokken een kleinschalige geleding • De pandsgewijze ontwikkeling komt ook hier terug, met de aanvulling dat de verdeling tussen plint, middenbouw en opbouw wordt losgelaten. Het is immers de achterkant van het pand.
Door toepassen van een dubbelhoog raster wordt de grote schaal van de bebouwing visueel verkleind.
referentie van de stedelijke wand langs de Mercatorlaan
_ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
79
8.4 Horizontale geleding Doelstelling: Om de schaAlsprong van het grote bouw blok naar de menselijke maat te maken worden de individuele panden horizontaal geleed. De panden bestaan uit een twee- of drielaagse plint, een middenbouw en een terugliggende opbouw, zoAlsook bij de Taats het geval is. Bij het Taatsenplein wordt de kroon bij beide torens extra geaccentueerd om de centrale plek in het plan te benadrukken. De twee torens fungeren Alspoort naar Papendorp en vormen samen een sculpturale eenheid. De torens zijn niet spiegelsymmetrisch, maar worden wel in samenhang architectonisch vorngegeven. De toren aan de zuidkant vormt een zwaarder accent, terwijl de toren aan de noordkant in feite een grote opbouw op de doorgaande wand van de Taats is.
Kroon
Middenbouw
Plint
Opdeling van de hoofdmassa langs de Mercatorlaan
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
80
Richtlijnen horizontale geleding per zijde Taatsenplein • De gevel die de pleinwand begeleidt wordt in tegenstelling tot de gevels langs de Mercatorlaan en Orteliuslaan niet opgedeeld in panden. De Orteliuslaan • De opdeling in de panden, en ook de plint-middenbouw en kroon volgt het stramien zoals bij de bouwblokken in de Taats Mercatorlaan • Aan de zuidzijde loopt de kroon helemaal tot aan de plint, er is geen middendeel • Aan de noordzijde van het plein start de kroon pas boven de hoogste lagen van het aangrenzende bouwblok. • Aan de noordkant volgen de wanden de beeldkwaliteitseisen van de Mercatorlaan voor de bouwblokken in de Taats De dwarsstraat • De gevel aan de dwarsstraat wordt niet opgedeeld in panden. Het binnenhof • In het binnenhof kan het blok expressiever worden vormgegeven dan aan de straten en het plein . • Onderdelen van de volumes zoals balkons en delen van de gevel springen naar voren. • Verticale of horizontale geleding, of mix van gevel openingen.
Onderscheid tussen een plint en middenbouw en kroon in het pand langs de Mercatorlaan
Afhankelijk van de geluidbelasting op de achtergevels hier te openen delen
_ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
81
8.5 Ondergeschikte bouwdelen Doelstelling: De buitengevels van de bouwblokken krijgen een rijke plastiek. Door het toepassen van diepe negges, terugliggende geveldelen of het toepassen van loggia’s worden de gevels levendig.
Algemene richtlijnen •
•
• •
•
De ondergeschikte bouwdelen zoals balkons en galerijen dragen bij aan de plastiek van de gebouwen. Ze zijn onderdeel van de architectuur van het pand.
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
82
De ondergeschikte bouwvolumes zijn een toegevoegd element. Ze hoeft niet te structureren, maar worden op ontspannen wijze in het beeld gepast. Ze zijn onderdeel van het totaal architectuurbeeld. Grote gevelopeningen overbruggen de schaalsprong van het grote, hoge bouwblok naar het niveau van de individuele woning. Galerijen zijn onderdeel van de gevel. Ze zijn niet als zodanig herkenbaar. De hoofdentrees van de woongebouwen worden met zorg ontworpen: ze begeleiden de overgang van het stedelijke bouwblok naar de menselijke schaal. Ze worden dubbelhoog of als extra brede pui vormgegeven. Samenhang en evenwicht op het niveau van het blok is van belang.
Richtlijnen ondergeschikte bouwdelen Taatsenplein • Balkons en serres blijven binnen de schil van het gebouw. • Als de blokken voorzien van worden van geluidwerende onderdelen worden deze uitgevoerd als onderdeel van de architectuur van het pand. • De droogloop langs het noordelijk deel van het plein wordt vormgegeven als een arcade of tweeof drielaagse overstek. Dit is onderdeel van de architectuur van het pand. • Aan de zuidzijde wordt de droogloop vormgegeven overeenkomstig de gevel langs de Orteliuslaan.
Aan de noordkant van het Taatsenplein ligt de rooilijn terug of wordt een arcade gemaakt.
De Orteliuslaan • Als de blokken voorzien worden van geluidwerende onderdelen worden deze uitgevoerd als onderdeel van de architectuur van het pand. • Per pand wordt de droogloop anders uitgewerkt. Hij wordt vormgegeven en gematerialiseerd als onderdeel van de architectuur van het pand. • Aangehangen gevelschermen, balkons of serres passen binnen de architectuur van het pand. • Galerijen en/of portieken passen binnen de architectuur van het pand. De Mercatorlaan • Aan de mercatorlaan is het mogelijk om op de begane grond privé buitenruimte aan de straatzijde te maken. • In de plint zijn de negges dieper. • Aangehangen gevelschermen, balkons of serres passen binnen de architectuur van het pand.
De ondergeschikte bouwdelen vallen binnen het volume van het gebouw.
De dwarsstraat • Aangehangen gevelschermen, balkons of serres passen binnen de architectuur van het pand. Het binnenhof • De privé buitenruimtes van de woningen worden van het semi-openbare binnengebied afgeschermd d.m.v. opgaande beplanting als onderdeel van het ontwerp van de buitenruimte. • Bergruimtes en andere opstallen kunnen hier niet gebouwd worden.
Balkons en serres blijven binnen de schil van het gebouw aan het Taatsenplein
_ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
83
9. Kleur en materiaal
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
84
Kleur en materiaal Op het niveau van de stedelijke massa wordt het gebied opgedeeld in panden. Per pand een eigen gevelindeling. en kleurgebruik. Voor de hele Taats wordt één denkrichting gegeven : Een palet met natuurlijke, aardse kleuren, aangevuld met gevelgroen. Uitzondering hierop zijn de torens bij het Taatsenplein. Deze hoge accenten worden hoofdzakelijk wit.
In de binnenhoven wordt overwegend houten en andere biobased materialen toegepast. _ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
Toren als accent, in een andere kleur dan de onderbouw langs de Mercatorlaan.
85
9.1 Kleur en materiaal Doelstelling In uitstraling wordt bewust gekozen om een woonomgeving te creëren met ‘warmte’ en een ‘woongevoel’. Baksteen is daartoe een beproefd materiaal. Tevens biedt dit volop ruimte voor hout en andere biobased materialen. Ook textuur en tactiele materialen dragen bij aan het woongevoel en een kleinere korrelgrootte. Voor het kleurgebruik wordt gekozen voor een palet met warme aardekleuren aan de buitenzijde en voor de binnenzijde een lichter palet. De hoogte van de blokken wordt visueel verlaagd door de bovenste lagen in lichte kleuren uit te voeren, zodat deze wegvallen tegen de lucht. Houd rekening met het toepassen van groene gevels. Een groene gevel is niet alleen een mooi gezicht, maar biedt ook voedsel en een fijne schuilplek voor dieren als vogels, vlinders, wilde bijen en egel. Tevens heeft het een verkoelend effect. De richtlijnen voor groene gevels staan in paragraaf 2.5. Voor de MHXL gelden richtlijnen voor kleur en materiaal niet, wel voor het woningbouwblok Allard.
Legenda Buitenzijdes van de bouwblokken Binnenhoven Poorten Torens
Palet met warme aardekleuren _ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
86
Richtlijnen kleur en materiaal Algemeen • Vanwege duurzaamheidseisen worden hoofdzakelijk circulaire en ‘non virgin’ materialen of biobased materialen toegepast. • Kleurgebruik voor de Taats is warm en aards. In principe geen primaire kleuren. De buitenzijden • De buitenzijde van de blokken wordt hoofdzakelijk uitgevoerd in biobased materialen of baksteen in een warm kleurenpalet. • Toegevoegde materialen zijn natuursteen, glas, roestvrij staal, aluminium, cortenstaal, geëmailleerde beplating, keramische tegels en hout (bij voorkeur verduurzaamd of vooraf vergrijsd). • Bij het metselwerk is aandacht voor verzorgde metselverbanden en (verdiept) voegwerk. • Het gevelvlak wordt verlevendigd door het toevoegen van plastiek in het metselwerk, bijvoorbeeld kaders met terugliggend metselwerk. • Per pand wordt een ander kleurenpalet toegepast De afwisseling in kleuren tussen de verschillende panden mag sprekend zijn. • De plint wordt onderscheiden vormgegeven in een lichte kleur of dezelfde kleur als de middenbouw. Bij keuze van dezelfde kleur steen onderscheidt de plint zich door een ander metselverband. • De kroon wordt in een lichtere kleur uitgevoerd. • De kleuren van kozijnen passen bij de gekozen steen en zijn terughoudend van kleur. Ze worden niet in een contrasterende kleur met de overige gevelbekleding uitgevoerd.
De buitenzijden bestaat uit bakstenen in een palet met warme aardekleuren (oranje-oker, bruin-terra-sepia)
Torens bij het Taatsenplein • De torens worden wit, of een andere opvallende lichte kleur. Ze onderscheiden zich van het kleurgebruik in Taats zuid en noord.
De poorten krijgen een eigen materiaal en kleur, in afstemming met de architectuur van de verschillende panden.
De poorten • Het materiaal van de poorten is afgestemd op de architectuur van het betreffende bouwdeel. • Materialen als geglazuurde stenen, of glimmende plaatmaterialen. De binnenhoven • De gevels aan de binnenzijde zijn expressiever, maar tegelijkertijd tactiel. Hier worden ‘zachtere’ materialen zoals hout in combinatie met metselwerk of gekleurd en gepolijst circulair beton toegepast. • Het kleurgebruik is licht. • Het toepassen van opgaand en hangend gevelgroen is gewenst.
Opgaand en hangend gevelgroen
Accenten en ondergeschikte delen in bijzondere kleuren en materialen, hoofdzakelijk biobased _ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
87
9.2 Referenties kleur en materiaal
Setback
Pandsgewijze opbouw van de blokken
Buitenruimte aan binnenhof
Biobased materialen
Opbouw met plint, middendeel en kroon
Plint over de eerste en tweede laag
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
88
Ruimte voor gevelgroen
Poorten als onderdeel van de architectuur
Zorgvuldig gematerialiseerde poort
Terugliggende verdiepingen
Inpandige galerij
Duidelijk herkenbare entrees _ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
Informele entree binnenhoven
89
10. Reclame
_ B eeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
90
10.1 Reclame In aanvulling op het reclamebeleid van de gemeente Utrecht dienen reclame-uitingen in Papendorp integraal te worden opgenomen in de architectuur van het gevelvlak van het betreffende gebouw. Reclame op het dak, uitstekend boven de dakrand is in Papendorp niet toegestaan. Vermijd fel verlichte reclame, in ieder geval ‘s avonds en ‘s nachts. Dit verstoort de biodiversiteit en werkt verblindend.
_ Beeldkwaliteitsplan Papendorp De Taats Noord, Utrecht
91