Beeldkwaliteitsplan Overvecht Centrum
Tekst van het document
-
-
42
Balkons worden als integraal onderdeel van het gevelbeeld ontworpen en zijn volwaardig onderdeel van de beeldtaal en gevelcompositie. Dit geldt ook voor de onderzijde. - Buitenruimtes mogen maximaal de helft van de diepte buiten de gevel uitsteken. - Privacy is een belangrijk aandachtspunt in het ontwerp. - Er consistentie zijn in het gebruik van materialen, kleuren en balustrades. Deze elementen zorgen ervoor dat het geheel niet visueel fragmentarisch of onrustig wordt. - Verbrede galerijen brengen meer levendigheid in de stedelijke laag en faciliteren ontmoeting en interactie. Er zijn meer ogen op straat of aan het hof, middels de ruimte voor een drempelzone, zoals een bankje of planten bij de voordeur. - Balkonbeglazing moet bij het ontwerp worden meegenomen, zodat toekomstige plaatsing eenvoudig mogelijk is zonder technische of esthetische problemen.
•
Hekwerken aan het gebouw, gevel of in het hof worden als integraal hoogwaardig onderdeel van het gevelbeeld ontworpen en zijn volwaardig onderdeel van de beeldtaal en gevelcompositie.
•
Natuurinclusief en klimaatadaptief. Al het groen en de voorzieningen voor planten en dieren worden als één robuust levend systeem ontworpen, gericht op de beoogde doelsoorten. Groen op straat, in het binnenhof en in overgangszone sluit aan bij groen op gevels en daken. Dit kan in de vorm van een sedumdak, grasdak, natuurdak of daktuin, maar ook door reliëf aan te brengen om groei van planten te vergemakkelijken en leefgebieden te creëren en door het inbouwen van specifieke voorzieningen voor specifieke (plant- en dier) soorten (bv. nestkasten voor
Materiaal- en kleurgebruik. In Overvecht Centrum kiezen we niet voor een vast palet aan gevelmaterialen en kleuren. We geven per blok vrijheid voor architectonische expressie, door unieke combinaties van kleur, materiaal en afwerking te benutten. De blokken behouden eenheid binnen de verscheidenheid van kleur en materiaal middels onderlinge afstemming. -
•
•
Kies voor materialen die op een mooie manier verouderen en niet snel vervuilen. Materialen worden zoveel mogelijk in hun natuurlijke staat gepresenteerd, zonder het gebruik van te contrastrijke of te felle kleuren. Kies voor materialen met een duurzame herkomst door hergebruik, upcycling of door het gebruik van natuurlijke materialen. Gezien de snelheid van innovatie is het zaak te kijken naar de mate van duurzaamheid op dat moment.
Gebouwen hebben een herkenbare plastiek met reliëf, tactiliteit en zorgvuldige detaillering. Met aanvullende structuurelementen (voortkomend uit de identiteit) zorgt een spel van reliëf, diepte, licht en schaduwwerking, glans en tactilileit voor aantrekkelijke gebouwen.
•
Gevelopeningen vormen een verrijking van de ruimtelijke geleding van de bouwmassa. Glas is onderschikt aan het gevelmateriaal en de leesbaarheid van de gevel staat voorop.
•
Gevels voorzien van negges met verschillende dieptes dragen bij aan een leesbare en levendige gevelopbouw.
Figuur 59. Ruimte voor architectonische expressie op alle niveaus. Amsterdam, Spaarndammerhart
Figuur 60.Ruimte voor architectonische expressie met kleur of natuurlijke architectuur.
Figuur 61. Rijke detaillering, diepte en zorgvuldige details.
Figuur 62. Verbrede galerij met vergroening. Meppel, Steenwijk West
Figuur 63. Buitenruimte integraal onderdeel van het gevelontwerp.
Figuur 64. Levendige gevels met buitenruimtes afwisselend aan de straat en aan het binnenhof. Amsterdam, Groenmarkt
Masterplan Overvecht Centrum
43
vogels, insectenhotels en nestvoorzieningen voor andere dieren in de gevels en erfafscheidingen). •
44
Het dak landschap in het gebied is aantrekkelijk geprogrammeerd en hoogwaardig gedetailleerd. We hanteren het principe “geen dak onbenut’. - Een dak heeft altijd ten minste twee functies. Functies die te combineren zijn, zijn ontmoeting, energie, waterberging en groen. Installaties tellen niet mee in de functiemix, maar dienen wel zorgvuldig ingepast te worden. - Hoe lager het dakvlak, hoe meer aandacht hiervoor. - Lagere dakvlakken zijn vanwege klimaatbestendigheid (biodiversiteit en voorkomen van hittestress) zo groen mogelijk. Ze vormen een belangrijk uitzicht zijn voor bewoners en zijn kansrijk als goede leefruimte voor plant, dier en mens. - Ondergeschikte bouwdelen (zoals dakinstallaties) en liftmachinekamers worden in aantal en omvang zo veel mogelijk beperkt. Zijn integraal onderdeel van het gebouwontwerp, uit het zicht geplaatst, en architectonisch of groen ingepast. - Gebouwdelen hebben te allen tijden een aantrekkelijke architectonische beëindiging (kroon). Dakranden tot borstweringshoogte worden niet meegerekend in de bouwhoogte.
•
Groene gevels worden als integraal onderdeel van het gevelbeeld ontworpen en zijn volwaardig onderdeel van de beeldtaal en gevelcompositie.
•
Zonnepanelen mee ontwerpen op het dakvlak ofwel in de gevel. Ze zijn onderdeel van de materialisatie van het dak ofwel de gevel, ze zijn niet op het dak/gevel geplaatst maar ze zijn geïntegreerd.
Beplanting integreren in gevels en balkons is mits juist uitgevoerd is een kans om de ambities voor vergroening te realiseren. Het is kansrijk en wenselijk om voor circulaire doelen materiaal van bestaande gebouwen te hergebruiken in de nieuwbouw
Figuur 65. Nestgelegenheid integraal onderdeel gebouwontwerp.
Figuur 66. Groen aan gevels integraal onderdeel van gebouwontwerp. Ede, World Food Center
Figuur 67. Daklandschap met meerdere functies. Kortrijk (BE), Budalys
Figuur 68. Functie dak voor energie en biodiversiteit. Amsterdam
Figuur 69.Zonnepanelen als integraal onderdeel van het gevelontwerp. Amsterdam, Korte Ouderkerkerdijk
Figuur 70. Loggia’s met oplossing voor geluid en ventilatie als integraal onderdeel van het gevelontwerp. Amsterdam.
Masterplan Overvecht Centrum
45
2.5 Overgangszone – tussen privé en openbaar De overgangszone of intermediaire zone speelt een cruciale rol in het versterken van de interactie tussen de plinten en de openbare ruimte. Deze overgangsruimte vormt de schakel tussen binnen en buiten, en tussen openbaar, collectief en privaat, en is essentieel voor de levendigheid op straat. Hier komen functies samen die niet alleen activiteit en ontmoeting stimuleren, maar ook zorgen voor sociale controle en de beleving van de mens. In de overgangszone ontstaat interactie tussen de gebruikers van de plint en het openbaar gebied. Een strook vanaf de gevel tussen plint en de straat geldt als overgangszone. Door de ruimte zorgvuldig te ontwerpen en detailleren, in samenhang met de plint, looproutes en de inrichting van de openbare ruimte, ontstaat een prettige, veilige en aantrekkelijke omgeving waarin mensen zich thuis voelen.
46
•
Rondom elk bouwblok is er een ‘intermediaire zone’ (die niet privé is). De breedte van deze zone varieert per type straat en functie in de plint, maar is altijd minimaal 1,0 meter breed. Het ontwerp, de inrichting en de detaillering verzacht de relatie tussen gebouw en openbare ruimte.
•
Variabele inrichting. De programmering van de plint bepaalt samen met de plek in de openbare ruimte en de mogelijkheden voor groen, de inrichting van een overgangszone. In het winkelhart kan deze stoep ruimte bieden voor uitstallingen. Op een plein ruimte voor terrassen, maar ook ruimte laten voor een woonentree, terwijl in woonstraten deze zone buitenruimten van woningen omvat en zo groen mogelijk is. Specifieke richtlijnen voor deze invullingen zijn opgenomen in het Puienreglement.
•
Private buitenruimtes van woningen aan het binnenhof zijn ondergeschikt aan de collectieve binnentuin en zijn beperkt in diepte (tot circa 3 meter). Erfscheidingen ten behoeve van privacy zijn bij voorkeur groen en niet hoger dan 1 meter. (zie ook binnenhof)
•
Gelijkvloerse entree. De publieke functies en woningen moeten voor iedereen toegankelijk zijn: ook voor kleine kinderen, ouderen en rolstoelgebruikers. Daarom is het essentieel dat alle gebouwen een gelijkvloerse entree hebben. De vloer aan de binnenzijde moet aansluiten bij het maaiveld. Minimale aanpassingen ter hoogte van de ingang kunnen opgelost worden in de openbare ruimte. Hoogteverschillen en drempels mogen maximaal twee centimeter hoog zijn.
Plintenboek en puiregelement: Ook op termijn moet de gebiedskwaliteit en een hoogwaardige uitstraling van plinten en voorzieningen worden gegarandeerd. In een op te stellen Plintenboek en puireglement worden daarom voor iedere (ver)huurder randvoorwaarden geformuleerd over onder meer reclame-uitingen aan puien en gevels, zonweringen, rolluiken, nachtverlichting, uitstallingen en (afscherming en overkapping van) terrassen, aansluitend op de gemeentelijke reclame- en horecaverordeningen en de Welstandsnota. Dit zijn aanvullende regels over de plint, de pui als ook de overgangszone tussen privaat en publiek in de geest van de richtlijnen uit dit Beeldkwaliteitplan. Dit document dient na vaststelling van het Masterplan en voor de eerste fase te worden opgesteld.
Figuur 71. Intermediaire zone is herkenbaar in bestrating, hier met uitstallingen. Alkmaar, de Laat
Figuur 72. Gedetailleerde regels voor uitstallingen in Plintenboek en puiregelement.
Figuur 73.Intermediaire zone kan varieren van maat en schaal, passend bij de plek en buurt. Seattle (VS), Stencil
Figuur 74. Diepte in de gevel versterkt de intermediaire zone en vergroot privacy en gebruik ervan.
Figuur 75. Interactie van binnen naar buiten en van buiten naar binnen.
Figuur 76. Inrichting intermediaire zone kan verschillen: integraal onderdeel van het gebouwontwerp en van de straatinrichting.
Masterplan Overvecht Centrum
47
2.6 Openbare ruimte Algemeen openbare ruimte • De grote diversiteit in achtergrond en cultuur van de bewoners wordt zichtbaar in de pleinruimtes in het gebied. • Een zorgvuldig ontworpen en groene openbare ruimte vormt de basis. • De brede straten zijn rustig, groen en aantrekkelijk ingericht • De pleinruimtes zijn divers en eigen, gericht op het gebruik en programmering van de randen van die ruimte. • Enkele bijzondere en afwijkende gebouwen vormen samen met belangrijke unieke pleinruimtes de smaakmakers en ankers voor oriëntatie en herkenbaarheid in het gebied. • De diversiteit is aantrekkelijk en slaat niet door in onrust of kakofonie. • In de basis sluit de openbare ruimte sluit aan bij materiaalkeuze van de inrichting van de NPD-strook (een donkerrode gebakken klinker). De openbare ruimte vormt een essentieel bindend element dat zorgt voor samenhang in Overvecht Centrum. Pleinen en bijzondere plekken kunnen worden geaccentueerd om deze extra betekenis en herkenbaarheid te geven. De architectuur en inrichting van de pleinruimtes weerspiegelen de grote diversiteit in achtergrond en cultuur van de bewoners, wat bijdraagt aan de unieke uitstraling van het gebied. Deze diversiteit blijft echter gebalanceerd, zonder te vervallen in onrust of visuele chaos. De basis wordt gevormd door een zorgvuldig ontworpen, groene openbare ruimte.
Brede groene straten zorgen voor eenheid en rust. Het Masterplan en BKP sluiten aan op de leidende principes van het Handboek Openbare ruimte. Straten Straten zijn de levensaders van Overvecht Centrum. Ze ontsluiten functies en verenigen bouwblokken in een samenhangend geheel. De brede straten zijn rustig, groen en aantrekkelijk ingericht. Een uniform bestratingspatroon verbindt het volledige gebied. Dat zorgt voor consistentie en duidelijkheid. Diversiteit ontstaat vanuit het gebruik en de aanpalende
48
functies. Profielen verschillen in zonering en maatvoering. De inrichting blijft rustig en uniform. •
Kwaliteit van materialen: gezien de gebruiksdruk van het gebied kiezen we hoogwaardige materialen die mooi verouderen en tactiele (aanraakbare) materialen. De centrumfunctie samen met de verdichting van het gebied genereren een hoog gebruiksniveau en vragen om stevig beheerniveau. Zie pagina 70.
•
Duurzaamheid materiaal. Aan de basis van de keuze voor materialen staat de voorwaarde dat het een duurzame herkomst heeft door hergebruik, upcycling of door het gebruik van natuurlijke materialen. Gezien de snelheid van innovatie is het zaak te kijken naar de mate van duurzaamheid op dat moment.
•
Vergroening in straatprofielen is een verbindend element. Ook kan groen zorgen voor een heldere afbakening van de rijbaan en het trottoir. Het centrale ontwerpuitgangspunt voor de openbare en collectieve ruimte is ‘groen, tenzij...’
•
Om samenhang te creëren in de bestrating sluiten we aan bij de basis die al gebruikt is in de NPD-strook, een gebakken roodbruine klinker. Dit geeft ook eenheid in de diversiteit van profielen van straten.
•
Aanvullend is het mogelijk om maximaal twee kleuren bestrating toe te voegen in een rustig palet. De verschillende kleurtinten kunnen subtiel en aanvullend ingezet worden bij de zonering van de straat, maar blijven ondergeschikt aan de basis. - De rijbaan/voetgangerszone moet duidelijk herkenbaar worden gemaakt via kleurverschillen en/of banden. - Met een afwijkende kleur of legverband in de bestrating kunnen subtiele scheidingen tussen de straat en de intermediaire zone worden aangeduid.
Figuur 77. Materiaalkeuze gebakken klinkers in NPD-strook en rondom Apotheek als basis voor gebied.
Figuur 78. Groene pleinen nodigen uit tot verblijven en ontmoeten. Londen (GB), SKY UK Headquarters
Figuur 79. Straten zijn zo groen mogelijk en eenvoudig qua materialisatie. Eindhoven, Westdijk
Figuur 80. Aansluiten en aanvullen op gebakken klinkers.
Figuur 81. Groen is een sfeermaker en wordt toegepast met het ‘groentenzij’ principe. Tilburg, Centrum
Figuur 82. Vergroening, met afwatering zichtbaar in groen. Nijverdal, Centrum
Masterplan Overvecht Centrum
49
-
Een verfijnde detaillering aan de randen van de straten/ langs de plint voegt een esthetisch element toe. Zo versterken we de algehele uitstraling van de openbare ruimte.
•
Op maaiveldniveau wordt de ruimte tot aan de bebouwing altijd ingevuld en gematerialiseerd volgens het principe van één rechte lijn tussen het bouwblok en de openbare ruimte. Dit geldt zowel voor bebouwing direct op de rooilijn (inclusief negges), als voor terug liggende gebouwdelen en voor openingen zoals poorten of entrees naar binnentuinen.
•
Eenheid en consistentie in basis inrichtingselementen (zoals straatverlichting en prullenbakken). Dit draagt bij aan een gevoel van samenhang. Een goede verlichting is belangrijk voor de veiligheid op straatniveau.
•
Verlichting. In het centrum is goede verlichting essentieel voor de veiligheid. Donkere en onveilige hoekjes komen niet voor. Om de ruimteclaim van verlichting op de openbare ruimte te beperken, kan licht op sommige plekken geïntegreerd worden in de bestrating en gebouwen.
•
Waterbergende elementen worden geïntegreerd in de bestrating. Gebruik waterinfiltratie in het groen.
•
Technische installaties worden in gebouwen opgenomen. Alleen indien noodzakelijk worden ze in de openbare ruimte ingepast en wel zo geplaatst dat de ruimte netjes en overzichtelijk blijft. De afdekking van een installatie moet van hetzelfde materiaal zijn als de verharding en niet zichtbaar. Groenstroken dienen vrij te zijn van technische installaties.
Het is kansrijk en wenselijk om voor circulaire doelen materiaal van de bestaande gebakken klinkerbestrating te hergebruiken in de nieuwe straten (bijvoorbeeld rondom de Apotheek).
50
Pleinen/plekken Pleinen in het gebied krijgen een bijzonder karakter. Enkele pleinen zijn nauw verbonden met de identiteit van het naastgelegen publieke gebouw. Gebouw en plein gaan daar een bijzondere relatie aan. Het karakter en de inrichting van elke plek of plein reflecteren het specifieke gebruik en functie van die plek. Pleinen weerspiegelen als belangrijke ankers in het plan de identiteit van het gebied en tonen de cultuur en achtergrond van bewoners (zie ook paragraaf 1.6 identiteit). Hierbij is ruimte voor bijzondere elementen die de architectuur of pleinruimte een eigen karakter geven en extra bijzonder maken. Bewoners, ondernemers en bezoekers worden betrokken bij de vormgeving van pleinruimten. •
Er is vrijheid en expressie in de keuze van ontwerp en inrichting van pleinen. Deze onderscheiden zich zo van de algemene inrichting in het gebied en kunnen uniek zijn in vorm, materiaal- en kleurgebruik.
•
Elk plein naast een smaakmaker functioneert als een harmonieus ensemble van de openbare ruimte en het gebouw. De architectonische elementen van de omliggende plinten en bijzondere gebouwen sluiten aan bij het karakter en de inrichting van het plein en vice versa.
•
Pleinmeubilair. Er zijn voorzieningen voor zitten, eten, spelen en sporten om de uiteenlopende activiteiten op het plein te ondersteunen.
•
Het centrale ontwerpuitgangspunt voor de openbare en collectieve ruimte is ‘groen, tenzij...’
Figuur 83.Ensemble met kleur en expressie. Bollnäs (SE), Brotorget plein
Figuur 84. Plein met verblijfsruimte en groen. Tilburg, Stadhuisplein
Figuur 85.Verbijzondering bestrating. Amsterdam, Artisplein
Figuur 86. Herkenbare inrichting. Kopenhagen (DK), Superkilen
Figuur 87. Voorzieningen voor zitten en spelen. Zurich (CH), Hunziker
Figuur 88. Waterelementen met ruimte voor spelen. Nanjng (CN), The circles
Masterplan Overvecht Centrum
51
•
Op pleinen is veel ruimte voor groen. Het groen past zich aan aan het functionele gebruik van de plek en sluit aan op het bijzondere karakter van het specifieke plein of plek. Dat betekent soms groen om in te zitten, sporten of onder te liggen en soms juist groen om naar te kijken en voor plant en dier.
•
Weerbeschermende elementen. In het winkelhart is behoefte aan bescherming tegen regen, wind en zon. Hiertoe kunnen losstaande architectonische elementen ingezet worden. Deze domineren het straatbeeld niet, mogen geen impact hebben op de woonkwaliteit, de vergroening of de sociale veiligheid in het gebied. Deze elementen dragen bij aan de oriëntatie in het gebied, definiëren een plek of begeleiden de bezoeker van plek naar plek. Op welke manier hier vormgegeven aan kan worden is een ontwerpopgave en vergt nadere uitwerking.
Kwaliteitsniveau en Handboek Openbare Ruimte Het Masterplan en BKP sluiten aan op de leidende principes van het Handboek Openbare Ruimte. Het kwaliteitsniveau van de inrichting en beheer van het grootste deel van het gebied is Domstad bijzonder (Kadernota Kwaliteit Openbare Ruimte). Voor de smaakmakers binnen Overvecht Centrum is dat Utrechtse Allure. De verdeling van de verschillende kwaliteitsniveaus is in onderstaande afbeelding aangegeven.
Projectgebied (exploitatiegrens) Kwaliteitsniveaus voor openbare ruimte: Allure Domstad bijzonder
Figuur 89. Kwaliteitsniveau inrichting en beheer openbare ruimte
52
0
50
100
200
Figuur 90. Luifel als architectonisch element met verbijzondering van de entree. Amsterdam, Gelderlandplein
Figuur 91. Losstaande architectonische element in de winkelstraat. Almere Centrum
Figuur 92. Losstaande architectonische element aan het plein. Groningen, Waagplein
Figuur 93. Zonneluifel in de overgangszone. Enschede
Masterplan Overvecht Centrum
53
54