Beeldkwaliteitsplan Overvecht Centrum
Tekst van het document
Masterplan Overvecht Centrum Beeldkwaliteitsplan Juni 2025
Inhoudsopgave Inleiding
1 Masterplan en beeldkwaliteit
2
2
4
6 1.1 Opgave en integraal afwegingskader
6
1.2 Zes punten uit het Masterplan
7
1.3 Processturing en kwaliteitsteam
8
1.4 Masterplan volumeopbouw
11
1.5 Wijkkarakteristiek
16
1.6 Identiteit
18
Richtlijnen
22 2.1 Gebied
23
2.2 Blokken
24
2.3 Bijzondere gebouwen in gebied
38
2.4 Elementenniveau
42
2.5 Overgangszone – tussen privé en openbaar
46
2.6 Openbare ruimte
48
Masterplan Overvecht Centrum
3
Inleiding Het Masterplan Overvecht Centrum toont een ruimtelijk en functioneel eindbeeld en strategie om het gebied te ontwikkelen tot een echt hart van de wijk én als een van de drie centra van de stad Utrecht. Er komen circa 2.500 nieuwe woningen en 55.500 m2 aan ander type programma, in een aantrekkelijke mix. Het gebied is onderscheidend en sluit aan bij de identiteit van de wijk Overvecht. Het verandert van een boodschappencentrum met wonen naar een centrumstedelijke buurt. De maatschappelijke opgave is om een plek te maken waar de bewoners en omwonenden beter van worden. We maken een aantrekkelijke, groene en diverse leefomgeving. Verrijken en versterken het gebied met andere functies. Er komt meer ruimte voor verblijven en ontmoeten. In deze nieuwe gemengde hoogstedelijke buurt kunnen mensen plezierig wonen, prettig winkelen, fijn werken, zich lekker ontspannen en gezellig samenkomen.
4
Doel van het Beeldkwaliteitsplan Als onderdeel van het Masterplan Overvecht Centrum is dit Beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld. Dit BKP gaat nader in op de gewenste ruimtelijke kwaliteit van Overvecht Centrum. Het schetst de beoogde kwaliteit voor stedenbouw, architectuur en openbare ruimte in Overvecht Centrum. Het geeft houvast, is richtinggevend en dient als inspiratiebron voor ondernemers, ontwikkelaars en architecten. Het moet de gewenste integrale beeldkwaliteit borgen en de samenhang binnen het gebied behouden, ook bij gefaseerde realisatie over langere tijd. Het is het toetsingskader. Aan de hand van dit plan worden toekomstige bouwplannen en inrichtingsplannen getoetst
Leeswijzer Het document is opgebouwd uit een inleiding en twee inhoudelijke hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk gaat het om de opgave en het integraal afwegingskader. Verder is er ruimte voor enkele onderdelen uit het Masterplan zoals de identiteit, wijkkarakteristiek en de volumeopbouw. Verder wordt de basis gelegd voor het proces van sturing en toetsing. In hoofdstuk twee worden op verschillende schaalniveaus én voor verschillende aspecten uitspraken gedaan en richtlijnen gegeven, achtereenvolgens: • • • • • •
voor het gebied als geheel op blokniveau voor bijzondere gebouwen op elementniveau voor de overgangszone openbaar en privé en voor de openbare ruimte.
Per onderdeel is getracht eerst de intentie krachtig te formuleren en deze vervolgens te voorzien van richtlijnen. Referentiebeelden geven inspiratie en laten het besproken onderdeel zien, zoals aangegeven in het onderschrift. Ze kunnen soms afwijken van andere richtlijnen, omdat ze alleen een specifiek deelaspect of richtlijn uitleggen.
Masterplan Overvecht Centrum
5
1 Masterplan en beeldkwaliteit 1.1 Opgave en integraal afwegingskader Het Masterplan heeft met de opgave als fundament (hoofdstuk 3) en het doelenkader als afwegingskader (onderdeel A van de Verdieping en achtergrond) in een open planproces een optimaal ruimtelijk functioneel eindbeeld, opgeleverd, waarvoor voldoende vertrouwen is onder deelnemers van het proces. Met de werkwijze werden afwegingen integraal, transparant en herleidbaar voor alle betrokkenen. Het doelenkader Overvecht Centrum omvat alle projectdoelen, geordend en vertaald vanuit bestaand gemeentelijk beleid, aangescherpt met de input van pand- en grondeigenaren en Team Overvecht Centrum. Het doelenkader maakt doelbewust en integraal werken mogelijk. Daardoor kunnen we integrale afwegingen en keuzes maken tijdens het ontwerpproces. Dit zien we ook voor het vervolgproces als de juiste wijze van werken.
6
Een hoogstedelijke buurt met belangrijke centrumfunctie vraagt om een hoogwaardige en gebalanceerde uitwerking van zowel de gebouwen (volume) als de openbare ruimte. Dit betreft de volumeopbouw, als ook de beeldkwaliteit. In het Masterplan (hoofdstuk 6) zijn de ruimtelijke opbouw van de bebouwing (samenstelling bouwblokken, rooilijnen, hoogtes, maximale hoogtes, etc) en maatvoering van de openbare ruimte opgenomen. Ook is met het vaststellen van het microklimaat (bezonning, wind, geluid, etc) een comfortabel leefklimaat van openbare ruimte en binnenhoven geborgd. De beeldkwaliteit van het gebied is in hoofdstuk 6 van het Masterplan op hoofdlijnen besproken en wordt hier apart en gedetailleerd uitgewerkt. De bovenstaande onderdelen uit het Masterplan blijven gedurende de looptijd van de gebiedsontwikkeling houvast en sturing geven aan het proces, als ook aan de beeldkwaliteit.
1.2 Zes punten uit het Masterplan Het BKP waarborgt cruciale en richtinggevende elementen met betrekking tot de uitwerking van de beeldkwaliteit van Overvecht Centrum. Vanuit de opgave en het doelenkader zijn er zes punten cruciaal voor de beeldkwaliteit die voor het gehele gebied, op alle schaalniveaus en de gehele ontwikkelingsperiode te allen tijde overeind blijven: 1. Menselijke maat. De menselijke maat en schaal vormt de basis voor een aangename en comfortabele leefomgeving. Gebouwen, binnentuinen en openbare ruimte richten zich op de beleving van de mens. De stad op ooghoogte is uitnodigend en aantrekkelijk vormgegeven. Er is een aangenaam microklimaat op alle niveaus. 2. Identiteit. De plek weerspiegelt de identiteit van Overvecht Centrum, divers, verbonden én aantrekkelijk. Cruciaal hierbij is inbreng van en betekenis voor bewoners en gebruikers. Zo wordt het centrumgebied nog meer hun hart van de wijk. 3. Passend bij Overvecht. Het centrumgebied heeft aansluiting bij de wijk Overvecht. Het gebied is een moderne vertaling van de wijkkarakteristiek, passend bij de opgave. 4. Eenheid in verscheidenheid. Een aantrekkelijk eindbeeld biedt ruimte voor zowel diversiteit
als samenhang, en voor rust naast levendigheid. Het gaat om een gebalanceerde uitwerking van contrasten. Samenhang op het niveau van het gebied levert geen monotoon beeld op. Diversiteit op blokniveau slaat niet door in chaos. Naast visuele kwaliteit spelen ook het gebruik van gebouwen en de openbare ruimte een rol. Er is niet alleen plaats voor dynamiek en activiteit, maar ook voor rust en luwte. 5. Ontmoeting en interactie. Betekenisvol ruimte maken voor ontmoeting en interactie, gericht op zowel gemeenschappen als individuen. Ruimte voor samenkomen binnen je eigen gemeenschap (casa) en plekken waar verschillende gemeenschappen elkaar ontmoeten (plaza). Denk aan functies in en op gebouwen, openbare ruimten of binnentuinen. Belangrijk is het onderscheid tussen openbaar en privé, met aandacht voor de overgangen. Een balans tussen ontmoeting, interactie, geborgenheid en privacy. 6. Hoogwaardige kwaliteit. Een hoogstedelijk centrumgebied vraagt om een hoogwaardige en zorgvuldige uitwerking van architectuur en openbare ruimte. Toekomstbestendigheid, groen en ecosystemen worden integraal meegenomen. De integrale kwaliteit (doelenkader) geldt als afwegingskader.
Figuur 01.Visual Mercado-plein.
Masterplan Overvecht Centrum
7
1.3 Processturing en kwaliteitsteam In de tijd sturen op de opgave en de bewaking van integrale kwaliteit alsmede de uitvoerbaarheid vraagt om een helder proces met een Kwaliteitsteam. De uitgangspunten in het Masterplan zijn niet allemaal hard. Wel willen we duidelijkheid creëren. Met een lange looptijd zijn sommige aspecten in de beginfase cruciaal en andere aspecten juist later. De 6 punten op de vorige pagina zijn een vaste leidraad voor beeldkwaliteit gedurende de gehele looptijd voor de gebiedsontwikkeling. Het kwaliteitsteam wordt zo samengesteld dat doelbewust werken en integraal afwegen worden voortgezet en zijn geborgd (zie onderdeel A Verdieping en achtergrond: integraal afwegen en het Doelenkader). Voor een goede borging van bredere omgevingskwaliteit in de stad maakt een vertegenwoordiging van de Commissie Omgevingskwaliteit Utrecht deel uit van het Kwaliteitsteam. Commissie Omgevingskwaliteit Utrecht volgt bij een bouwaanvraag in principe het oordeel van het kwaliteitsteam. De personele bezetting van het kwaliteitsteam omvat naast reguliere perspectieven als stedenbouw, landschap en architectuur (doelen leefomgeving en aanvullend BKP) ook bewakers van o.a. functionele kwaliteit (doelen economie, wonen) en maatschappelijke impact (doelen sociaal en identiteit).
8
Het kwaliteitsteam beoordeelt plannen voor gebouwen en openbare ruimte in alle vervolgfases. Het Masterplan probeert vast te leggen wat moet en los te laten wat kan, resulterend in een optimale kwaliteit. Het kwaliteitsteam heeft een belangrijke rol in de dialoog tussen verschillende partijen in de planfase tot en met het definitief ontwerp. Het blijft mogelijk om overtuigend aan te tonen dat een vergelijkbare bijdrage aan de doelen bereikt wordt op een manier die niet expliciet in het Masterplan is beschreven. Het kwaliteitsteam is beschikbaar voor deze dialoog met ontwerpers en hun opdrachtgevers. Ontwerpteams kunnen zo vroegtijdig in gesprek met het kwaliteitsteam. Dit zorgt voor goede afwegingen op gebieds-, ensemble- en blokniveau. Zo kan het kwaliteitsteam continue richting en sturing bieden aan de opzet en invulling van naast elkaar gelegen plots en verschillende fases. Het kwaliteitsteam heeft voldoende mandaat. Het team toetst zowel de gebouwen als de openbare ruimte. Dit gebeurt in alle fasen: schetsontwerp, voorlopig ontwerp en definitief ontwerp. Het Masterplan en het Beeldkwaliteitsplan dienen als toetsingskader. Het integraal afwegingskader vanuit het werken met doelen ondersteunt op elke schaal en in elke fase. De precieze inrichting van het proces en de aansturing worden uitgewerkt na vaststelling van het Masterplan.
Dit geldt ook voor de organisatievorm en invulling en de relatie en verhouding tot het projectteam. We stellen een proces op waarbij het kwaliteitsteam vanaf het begin betrokken is bij de gebiedsontwikkeling. Het team moet operationeel zijn bij de start van de werkzaamheden voor fase 1 en 2.
Figuur 02.Visual O(vervecht)-plein.
Masterplan Overvecht Centrum
9
Menselijke maat In Overvecht Centrum gaan we verdichten. In totaal wordt bovengronds substantieel volume toegevoegd. Door licht, lucht en ruimte slim te organiseren (in pleinen, ruime straten en binnenhoven) én door de samenstelling en de diversiteit van volumes goed te doordenken, wordt een prettig leefklimaat mogelijk. Hiermee hebben de gebouwen zo weinig mogelijk impact op de beleving van de mens.
Bij het ontwerpen en inpassen van de gebouwen ontwerpen we vanuit het perspectief van de voetganger (‘de stad op ooghoogte’). Dat zorgt uiteindelijk voor een goede ruimtelijke balans tussen lopen, ontmoeten en verblijven. Diverse aspecten beïnvloeden de beleving van de mens op straat: de verblijfsruimtes, de overgangszones tussen binnen en buiten, de inrichting en maat van de straat zelf en goede gebouwen. Dat draagt uiteindelijk ook weer bij aan een prettig gebied en aan sociale veiligheid op straat. De ontwerpprincipes voor de gebouwen en de openbare ruimte zorgen ervoor dat het gebied een menselijke maat krijgt.
Bovenbouw (skyline)
Stedelijke laag
Plint (eyeline)
Zone van menselijke maat, comfortabel microklimaat, levendigheid, sociale veiligheid en dynamisch karakter
Figuur 03. Menselijke maat, de stad op ooghoogte
10
1.4 Masterplan volumeopbouw Structuur & hiërarchie
De ruimtelijke structuur wordt in eerste instantie gevormd door de openbare ruimte van straten en pleinen. Bebouwing vult deze structuur aan en verrijkt die. Gebouwen begeleiden de routes en omsluiten pleinen en groene plekken in het gebied. Ze zorgen voor geborgenheid en ‘ogen op straat’. Bijzondere gebouwen en karakteristieke pleinruimten verrijken de structuur en zorgen voor herkenning en oriëntatie.
Samengesteld bouwblok
Gebouwen in het gebied zijn opgebouwd uit een stedelijke laag en een bovenbouw. De plint is een verbijzondering en een belangrijk onderdeel van de stedelijke laag. Ze vormen samen een samengesteld bouwblok. Het gebied is opgebouwd uit enkele bijzondere gebouwen en deze samengestelde bouwblokken.
De stedelijke laag is van belang om stedelijk leven mogelijk te maken. De plint maakt interactie tussen functies in de gebouwen en het straatleven mogelijk. De bovenbouw is zo gepositioneerd dat dit volume zo min mogelijk impact heeft, bijvoorbeeld qua windhinder en schaduw. Kortom: door dit bouwvolume zo samen te stellen, maken we een prettig en comfortabel stedelijk leven op straat mogelijk. Het gaat daarbij om oog voor de menselijke maat, een comfortabel microklimaat (wind en zon), levendigheid aan de ene kant en rust en privacy aan de andere kant, en om sociale veiligheid. Er zijn verschillende typen gebouwen te onderscheiden: het basisblok, de bijzondere bebouwing en de parkeergebouwen. Hierna gaan we eerst in op de opbouw van het basisblok.
LEGENDA bijzondere gebouwen/functies parkeegebouw stedelijke laag begane grond met plint en binnehof boven bovenbouw
Bijzondere bebouwing
Bovenbouw Stedelijke laag Plint
Parkeergebouw
Figuur 04. Volumeopbouw van het masterplan
Masterplan Overvecht Centrum
11
Uitwerking basisblok
Het basisblok is een samengesteld blok. Het bestaat uit twee delen: een stedelijke laag met een plint, en een bovenbouw: de torens bovenop de stedelijke laag. De druk van het programma op maaiveld maakt dat de binnenhoven in alle samengestelde blokken verhoogd gelegen zijn (minimaal +1). De plint omvat de onderste een of twee bouwlagen. De plint zorgt voor interactie met de openbare ruimte en levendigheid, voor ‘ogen op straat’ en biedt ruimte aan aantrekkelijke winkels en goede woningen. De stedelijke laag wordt gevormd door de onderste lagen van een samengesteld bouwblok. Deze lagen vormen de wanden van de straten en pleinen. De stedelijke laag heeft standaard een hoogte van 6 lagen (20 meter). Hij is op meerdere plekken verlaagd tot 4 of 5 lagen om de oriëntatie en bezonning in het gebied te verbeteren. De stedelijke laag begeleidt de straten en pleinen. Het is de scheiding tussen het openbare leven en het privédeel aan de binnenzijde van het blok. Ook laat de stedelijke laag ruimte voor licht en lucht.
De bovenbouw vormt de skyline van het plan. Hij ligt boven de stedelijke laag. De vorm en positie van de torens op deze stedelijke laag moet worden afgestemd op het comfortabele microklimaat in de omringende buitenruimte. In de openbare ruimte is sprake van een comfortabel windklimaat, met een kwaliteitsniveau passend bij het gebruik van de plek (doorlopen, slenteren, langdurig zitten). Voor de schaduwwerking van de bovenbouw kijken we naar ‘sunspots’ (plekken waar je goed in de zon kunt zitten) bij de verblijfsruimten in het gebied: denk aan de pleinen en binnenhoven. Voor een goed windklimaat op straat heeft de bovenbouw altijd een set-back van minimaal 5 meter . Bovendien heeft een set-back van de bovenbouw andere voordelen, zoals een beter gevoel van de menselijke maat op straat: de torens worden vanaf de straat veel minder sterk waargenomen. Het is belangrijk om licht, lucht en ruimte te behouden. De bovenbouw is gebaat bij een interessant samenspel onderling en daarmee een aantrekkelijk silhouet.
Bovenbouw
Stedelijke laag Plint
Figuur 05. Opzet van basisblok
12
Samenspel van blokken
Door de compositie van straten, pleinen en gebouwen ontstaan relaties tussen de blokken onderling en vormen zich natuurlijke clusters van gebouwen. Deze vormen de basis voor het toevoegen van variatie en verfijning in de volumes. Daarnaast ontstaat er een levendig samenspel tussen blokken door variatie in de hoogte van de stedelijke laag, verspringende rooilijnen van de blokken en uitsnedes in de stedelijke laag. Afwisseling in de hoogte van de stedelijke laag helpt om de routing naar de pleinen en belangrijke gebouwen te begeleiden door middel van heldere zichtlijnen. Het draagt ook bij aan een goed microklimaat. Ten minste één deel van de straat krijgt genoeg zonlicht voor bomen en bloemen. Ook dit zorgt voor een goede leefkwaliteit voor bewoners en bezoekers. De rooilijnen van het blok verspringen ter begeleiding van de hoofdroutes, accentuering van de entrees en versterking van de zichtlijnen op
belangrijke gebouwen. Verspringingen in de rooilijn dienen ook om compacte, geborgen hofjes in woonstraten te creëren. We maken uitsnedes in de stedelijke laag om lichtinval in de binnenhoven te brengen en een gevoel van ruimtelijkheid te scheppen en om visuele relaties aan te brengen tussen het binnenhof en het straatniveau. De binnenhoven zijn verhoogd gelegen bovenop het programma op maaiveld. De snedes liggen daarom in principe boven de plint. Ze kunnen een onderbreking van het volume vormen, of een poort of ‘gat’ als een structuurelement in de gevel. De posities van de snedes liggen niet vast, maar zijn ontworpen in samenhang met het microklimaat (wind, licht en schaduw). Soms kan een snede worden gecombineerd met de toegang tot de binnentuin vanaf het straatniveau (met een trap). Afsluitbaarheid – voor privacy, veiligheid en beheer – is daarbij een aandachtspunt. 70m (maximale bouwhoogte)
50m
Setback 20m
50m
20m
Figuur 06. Samenspel van blokken
NPD
Fizz
Masterplan Overvecht Centrum
13
Licht, lucht, ruimte door snedes
Binnenhoven zijn verhoogd, maar wel groen
Samenstelling van volumes en wisselende rooilijnen maken interessante zichtlijnen en oriëntatie
14
Hoogte bebouwing afgestemd op bezonning en windklimaat in straten en binnenhoven
Ensembles van blokken
Overige spelregels van volume en bouwvelden Naast het bovenstaande worden in het Masterplan (H5) de bouwvelden en de opbouw en verdeling van volume verder uitgewerkt ten behoeve van een prettig, comfortabel leefklimaat in het gebied. Denk aan rooilijnen van de bouwvelden en de maatvoering en verdeling van de bovenbouw. Hieruit voorvloeiend is het microklimaat behorende bij het ruimtelijke eindbeeld in beeld gebracht. Het gaat dan om het windklimaat en de bezonning in openbare ruimte als ook de binnenhoven. Alsmede de daglichttoetreding van de nieuwe woningen. We blijven sturen en afwegen vanuit integrale kwaliteit. Deze kwaliteiten dienen ook meegenomen te worden bij beoordeling van bouwplannen. Masterplan Overvecht Centrum
15
1.5 Wijkkarakteristiek Passend bij Overvecht
Licht lucht en ruimte
Overvecht de wijk waarbinnen het centrumgebied gelegen is, is gebouwd in de jaren zestig. Ze weerspiegelt de ‘ideale stad’ van die periode. De buurten worden gekenmerkt door een stempelopzet: een herhaling van een bepaalde opzet van gebouwen, vergezeld van veel groen, in orthogonale (rechthoekige) structuren, met horizontaliteit en een lichte architectuur.
De essentie van de ontstaansgeschiedenis van de wijk wordt nu anders vertaald. De basis van dit plan is net als toen gestoeld op voldoende licht, lucht en ruimte. Dit wordt nu bereikt door voldoende openbare ruimte voor de mate van verdichting, met prettige brede straten en meerdere pleinen met een fijne maat en schaal. Het wordt ook bereikt door de opbouw van de bebouwing, en met name door hoogte van straatwanden en de snedes (openingen) in de bouwblokken. We maken geen volledige gesloten bouwblokken. In de blokken is voldoende licht en lucht en een prettig windklimaat, zonder dat de gewenste omslotenheid en geborgenheid van deze binnenruimtes verloren gaat.
Het centrumgebied was in het verleden altijd al anders qua beeld en opzet dan de woonbuurten. Met de huidige transformatie naar een gemengd hoogstedelijke buurt en met de verdere verdichting in de wijk zelf is dit verschil minder voor de hand liggend. Niet alle stijlkenmerken van Overvecht worden als positief ervaren. Ze dragen ook niet allemaal bij aan belangrijke waarden voor de toekomstige plek, denk aan menselijke maat, geborgenheid en diversiteit. Mede daarom kijken we kritisch naar de Overvechtse beeldtaal. Ondanks dat, gaat Overvecht Centrum straks een goede relatie aan met de omliggende bebouwing, zowel morfologisch als architectonisch. Hier beoordelen we welke karakteristieke elementen uit Overvecht een moderne vertaling krijgen. Welke elementen bijdragen aan de gewenste leefomgeving van het nieuwe centrum? De geschiedenis kan hiervoor een goede inspiratiebron zijn. Maar het is niet nodig om een kopie te maken.
16
Orthogonaliteit Alle lagen van het oorspronkelijke plan voor Overvecht werden gekenmerkt door rationaliteit en orthogonaliteit (rechthoekig) zowel in de stedenbouw (stempels), als in de bouwblokken en de architectuur. In het Masterplan zie je dat terug in de stedenbouw – het stratenpatroon en de eenvoudige kloeke blokvormen – maar dan wel met de nodige verspringingen in rooilijnen om de routes te begeleiden, monotonie te voorkomen en geborgenheid op de pleinen te scheppen. Om de orthogonaliteit te doorbreken voegen we op gebiedsniveau enkele bijzondere, qua vorm en rooilijn afwijkende gebouwen toe, ten behoeve van oriëntatie, eigenheid en variatie. In de architectuur voert de rationaliteit en orthogonaliteit niet de boventoon.
Horizontaliteit en repetitie
Wat is Overvechts in het centrumgebied?
Orthogonaliteit in de architectuur zie je met name terug in de kenmerkende horizontaliteit. Hierin willen we wel losser zijn om niet door te slaan in massaliteit en een monotoon beeld. We sluiten verticaliteit in de geleding van gebouwen echter uit. Dat wil zeggen: geen grachtenpandjes, maar juist kloeke blokken, robuuste complexen met een horizontale geleding.
Het gebied wordt herkenbaar en Overvechts doordat we kenmerkende stijlelementen uit de wijk gebruiken, maar passen deze wel zo toe dat ze aansluiten bij de huidige wensen van menselijke maat en geborgenheid. In een rustig raamwerk staan krachtige kloeke blokken met een horizontale geleding waarbij overtuigend vormgegeven is aan verscheidenheid, levendigheid, speelsheid en rijkheid. In een eigen beeldtaal die uitdrukking geeft aan de identiteit van deze plek.
We voorkomen onnodige herhaling en eentonigheid door aantrekkelijk gelede blokken en tussenschaal in de architectuur toe te passen. De gebouwde omgeving blijft speels en interessant, met aandacht voor de menselijke maat.
Lichte architectuur De architectuur in de wijk Overvecht heeft een sobere en functionele materiaal- en kleurkeuze, waarbij beton en baksteen centraal staan. De ingetogenheid, dominantie van grijstinten en de minimalistische uitstraling hiervan sluit niet aan bij de knusse sfeer en levendige beeldtaal die het masterplan en bewoners voor ogen hebben bij het nieuwe wijkhart. We kiezen in het plan vanuit de identiteit voor meer speelsheid en rijkheid in materiaal- en kleurgebruik. Er is eenheid in verscheidenheid op gebiedsniveau, zonder door te slaan in kakofonie.
Masterplan Overvecht Centrum
17
1.6 Identiteit Het Beeldkwaliteitsplan (BKP) van Overvecht Centrum waarborgt essentiële aspecten van de beeldkwaliteit, met nadruk op het weerspiegelen van een identiteit die aansluit bij de wijk en haar bewoners. Het wordt divers, verbonden en aantrekkelijk. Overvecht kent een grote verscheidenheid aan inwoners. De diversiteit in achtergrond en cultuur is groot en rijk. Dit wordt zichtbaar in de openbare ruimte en in de architectuur. Deze eigenheid zorgt voor karakter en geborgenheid. De opgave is een samenhangend, herkenbaar, uitnodigend en comfortabel centrumgebied te creëren met een vertrouwde en eigen sfeer. Dankzij die sfeer kunnen bewoners zich hier thuis gaan voelen. Ze kunnen trots zijn op hun wijk en hun centrum. Deels doen we dat in de beeldkwaliteit, deels met een proces met inbreng van bewoners en ondernemers en deels door het vragen van een concept per blok.
Bijzonder gebouw
Figuur 07. Identiteit in beeldkwaliteit
18
Beeldkwaliteit
We blijven aansluiten bij de bestaande wijk door het behoud van kenmerkende stijlelementen, echter we staan ook een andere vormentaal toe: niet alleen orthogonaal. We verwelkomen een eigen beeldtaal of bijzondere structuurelementen die de architectuur of een pleinruimte eigen maken en verbijzonderen. Ook mag het materiaal- en kleurgebruik uitgesprokener. De verschillende culturen en gemeenschappen tonen zich, bijvoorbeeld door specifieke elementen zoals verrassend vormgegeven entrees, ramen, balkonvormen of in bijzondere patronen zoals boog- of stervormen, dan wel in materiaal- en of kleurgebruik.
Eenheid in verscheidenheid is het devies, dus niet doorslaan in diversiteit, maar ook geen saaie eenheidsworst. Gebruik de schaalniveaus om een aantrekkelijke balans in diversiteit en samenhang te vinden. Reguliere bouwblokken verschillen van elkaar en zijn Overvechts en eigen, maar blijven onderdeel van het geheel. Bijzondere gebouwen in het gebied fungeren als uitgesproken smaakmakers.
Rijk en tactiel in detaillering. Gebouwen worden ontworpen vanuit het perspectief van de voetganger, waarbij de architectuur en geleding zorgvuldig uitgewerkt zijn ten behoeve van een aangename en comfortabele leefomgeving. De beleving van de mens krijgt echt aandacht, waarbij ontmoeting en interactie een plek heeft op diverse schaalniveaus.
Bovenbouw
Binnenwereld Stedelijke laag Plint
Masterplan Overvecht Centrum
19
Betrokkenheid bewoners
De identiteit en eigenheid van Overvecht Centrum is belangrijk. Het moodboard verbeeldt de toekomstige identiteit, volgens wijkbewoners, ondernemers, eigenaren en de gemeente. Het beeldt de woorden ‘divers’, ‘verbonden’ en ‘aantrekkelijk’ uit. Dit moodboard geeft een sfeerimpressie, zonder vast teleggen hoe het precies moet zijn. Het is gemaakt op basis van gesprekken over de identiteit en een breed uitgezette enquête over de toekomstige identiteit van het gebied. De culturele en historische verscheidenheid van de wijk Overvecht benadrukken in beeldtaal vraagt erom om ook in de toekomst (wijk)bewoners en ondernemers te blijven betrekken bij planvorming. Zo is een betekenisvolle invulling te creëren die echt een gevoel van thuis uitstraalt.
20
Verhaal per blok
Elke bouw- of inrichtingsplan moet een duidelijk verhaal vertellen dat de identiteit van het bouwblok of ensemble tot uitdrukking brengt. In de vroege ontwerpfase presenteert het ontwerpteam aan het Kwaliteitsteam een thema dat als leidraad dient voor het blok. Dit thema bepaalt hoe het ontwerp bijdraagt aan de identiteit van het bouwblok en het gebied en hoe het aansluit op het karakter van Overvecht. Ook is duidelijk hoe bewoners en gemeenschappen erbij betrokken worden. Zo ontstaat een ontwerp met een sterke, verhalende architectuur.
Masterplan Overvecht Centrum Figuur 08. Moodboard sfeerimpressie van toekomstige identiteit
21
2 Richtlijnen Naast algemene principes voor de beeldkwaliteit geven we per ruimtelijk onderdeel hierna richtlijnen die bijdragen aan borging van de integrale kwaliteit. Achtereenvolgens worden na de algemene principes de volgende onderdelen behandeld: gebied, blokken (stedelijke laag met plint, bovenbouw en binnenhof en parkeergebouwen), bijzondere gebouwen, elementniveau, overgangszone en de openbare ruimte (algemeen en pleinen).
Figuur 09. Visual Apotheekplein
22
2.1 Gebied Algemeen gebiedsniveau •
De grote diversiteit in achtergrond en cultuur van de bewoners wordt zichtbaar in de architectuur en de pleinruimtes in het gebied. • Enkele bijzondere gebouwen vormen samen met belangrijke unieke pleinruimtes de smaakmakers en ankers voor oriëntatie en herkenbaarheid in het gebied. • Een zorgvuldig ontworpen en groene openbare ruimte zorgt voor samenhang. • Hoogwaardig uitgewerkte blokken vormen eigenstandige, krachtige ensembles. • Elk ensemble zoekt een goede relatie met omliggende ensembles: - het gaat om kleurstelling (voorkomen te contrastrijke buren met felle/uitgesproken kleuren) - maar ook karakter en eigenheid van de bovenbouw (gelijkvormige uniforme geleding van de bovenbouw in het gebied moet voorkomen worden). • Er is een aantrekkelijke balans in diversiteit en samenhang. Het slaat niet door in onrust of kakofonie. • Al het groen en de voorzieningen voor planten en dieren worden als één robuust levend systeem ontworpen.
Op gebiedsniveau weerspiegelen de architectuur en pleinruimtes de diversiteit van de bewoners. De blokken vormen samen een rustig geheel, eenheid in verscheidenheid. Elk blok an sich vormt een krachtig en hoogwaardig ensemble, zonder dat dit leidt tot een onrustig straatbeeld. Enkele bijzondere gebouwen en pleinruimtes zorgen voor herkenningspunten en oriëntatie. De bijzondere gebouwen en unieke pleinruimtes versterken met hun variatie in richting, kleur, ritme en materiaal de identiteit van de plek en zorgen voor diversiteit en contrast op gebiedsniveau. Een zorgvuldig ontworpen groene openbare ruimte verbindt alle onderdelen met elkaar. Het sluit aan op de reeds gerealiseerde basis met gebakken klinkers in het gebied. Brede straten zijn rustig, groen en aantrekkelijk ingericht.
Masterplan Overvecht Centrum
23
2.2 Blokken Algemeen op blokniveau •
•
•
•
•
Elk blok is een eigenstandig en krachtig ensemble, gevormd door de stedelijke laag (inclusief plint) en de bovenbouw. Een ensemble is een architectonisch en stedenbouwkundig geordend en harmonieus geheel van meerdere onderdelen. De buitenzijde van de stedelijke laag vormt een aantrekkelijke hoogwaardige, maar rustige basis. De plinten zijn een verbijzondering van de stedelijke laag en verrijken het straatbeeld en verschillen per blok qua ritme, diepte, materiaal. De binnenwereld is uitgesprokener dan de buitenzijde. Er is meer speelsheid in ontwerp, kleur en materialen. Gericht op bewoners. Deze kenmerken maken de binnenhoven verrassend en uitnodigend. De bovenbouw en het binnenhof in het ensemble van het bouwblok hebben een gezamenlijke beeldtaal. Ze zijn niet hetzelfde, maar borduren wel voort op eenzelfde set van kleur, vorm, beeld/patroon of materiaal. Het binnenhof en de toren(s) geven er beide een eigen invulling aan.
Een kloek gebouw, breder dan hoog, met een eigen verhaal. Dat bestaat uit stedelijke laag inclusief plint met bovenbouw. Unieke architectonische elementen zorgen voor eigenheid, herkenbaarheid en een menselijke schaal binnen het ensemble. De plinten verrijken het straatbeeld, variëren in ritme, diepte en materiaal en geeft de buitenzijde van een blok karakter. De binnenhoven zijn uitnodigend, gericht op de gebruikers en hebben samen met de bovenbouw een speelsere beeldtaal. Op blokniveau vormt elk blok een eigenstandig, harmonieus geheel afgestemd op zijn omgeving.
24
Stedelijke laag van het blok
Een uitnodigend straatbeeld ontstaat door doordachte, kwalitatief goede gebouwen te realiseren, vooral in de stedelijke laag (niveau 0 tot 4 tot 6). Deze laag speelt een cruciale rol in de beleving van mensen, beïnvloedt sterk het gevoel van (sociale) veiligheid voor passanten en draagt bij aan een aantrekkelijk binnenhof. De stedelijke laag kent een eenvoudige geometrie, waarbij gevarieerde en zorgvuldig vormgegeven gevels massaliteit en repetitie vermijden. Zichtrelaties, ritme, verbijzonderingen en diepte in de gevels zorgen voor een levendige, mensgerichte architectuur die bijdraagt aan een levendig straatbeeld en veilige openbare ruimte. •
De stedelijke laag heeft een heldere geometrie. De blokken liggen in een orthogonale hoofdstructuur. Deze opzet was er altijd al in Overvecht. Dit zorgt voor herkenbaarheid en eenvoud.
•
Horizontaliteit is afleesbaar in de vormgeving, zonder dominant te worden. Geleding van gevels, verbijzonderingen en verticale elementen zorgen voor verfijning en ritme.
•
De menselijke maat is leidend voor de gevellengtes. We voorkomen lange, ononderbroken gevels, met een monotoon en massaal straatbeeld. Bij grote bouwblokken zijn gevels na maximaal 40 meter lengte onderbroken, door geleding, tussenschaal of met snedes.
•
Snedes in de stedelijke laag zorgen voor het breken van de lange blokken en voor meer visuele interactie tussen straten en binnenhoven. Er zijn diverse opties: volledige openingen tot aan de plint, ‘gaten’ in de gevel, of een poort. Allen met of zonder een trap naar het binnenhof.
•
Elk appartement heeft een comfortabele buitenruimte met voldoende privacy. Balkons mogen maximaal voor de helft van hun diepte uitsteken.
Figuur 10. Blok als een ensemble. Almer, Highnote
Figuur 11. Blok als een ensemble, verbijzondering plint. Asker (SE), Wesselkvartalet
Figuur 12. Snedes in de plint ontworpen als onderdeel van het ensemble. Tyresö (SE), Norra Centrum
Figuur 13. Horizontale beeldtaal. Pau (FR), Laherrère Center
Figuur 14. Blok als krachtig eigenstandig ensemble. London (GB), King’s Cross
Figuur 15. Speelsheid en rijkheid in materiaal en kleurgebruik. Delft (links), Munich (DE), My.O Munich (rechts)
Masterplan Overvecht Centrum
25
•
-
De tussenschaal verzacht de orthogonaliteit en brengt details en verbijzonderingen aan in het gebouw.
-
Voldoende diepte in de gevel zorgt voor een spel van licht en schaduw, wat zorgt voor gevels met meer menselijke schaal en een levendige uitstraling.
•
De architectuur van het gehele gebouw is hoogwaardig, consistent en samenhangend, maar ook divers en aantrekkelijk.
•
De binnenwereld is uitgesprokener dan de buitenzijde. Er is meer speelsheid in ontwerp, kleur en materialen. Gericht op bewoners. Deze kenmerken maken de binnenhoven verrassend en uitnodigend.
•
De plint is een aantrekkelijke, speelse verbijzondering van de stedelijke laag. Plint is onderdeel van de stedelijke laag en het ensemble en mag geen losstaand element vormen.
•
•
26
Massaliteit en gladde gevels voorkomen we door tussenschaal en diepte te introduceren tussen de schaal van het gebouw en het raam.
Zichtrelaties tussen de stedelijke laag en de straat zijn belangrijk voor een levendige en interactieve openbare ruimte en ogen op straat. Elk appartement heeft een comfortabele privé-buitenruimte. Balkons mogen maximaal voor de helft van hun diepte uitsteken. De vormgeving van buitenruimtes moet privacy bieden en esthetisch passen bij het gebouw. Variatie in typologie (balkons, loggia’s, terrassen) is mogelijk, mits onderling afgestemd en bijdraagt aan de verticale en horizontale ritmes van de gevels. Ze dragen bij aan het ensemble zonder een te rigide herhaling of chaotische uitstraling.
De plint per blok
De plint is onderdeel van de stedelijke laag en beslaat de eerste bouwlaag (incidenteel de eerste twee bouwlagen). Hij draagt via allerlei interacties bij aan de kwaliteit van de openbare ruimte en het goede functioneren van het programma in het blok. De plint verbijzondert de stedelijke laag en zorgt voor een gevarieerd straatbeeld. De basis van de plint spreekt dezelfde beeldtaal als de stedelijke laag, maar deze wordt verrijkt met een variatie qua materiaal, kleur, geveldiepte en ritmiek, om de functies van de plint te accentueren. Het succes van de toekomstige levendigheid op straat is sterk afhankelijk van de detaillering en zorg waarmee de stad op ooghoogte wordt ontworpen. Dit heeft betrekking op de plinten, de overgangszones tussen binnen en buiten, tussen openbaar, collectief en privaat. Aan de straatzijde is aandacht voor een kwalitatief hoogwaardige invulling van de plinten die zoveel mogelijk zijn geactiveerd met publieke en commerciële functies, met gebouwentrees en levendige woon(-werk) ruimten en dus niet alleen met slaapkamers. Functies en gebruik op straatniveau vergroten niet alleen de levendigheid, maar ook de sociale controle en interactie. •
Continuïteit van de plint. De plint is 4-6 meter hoog (dus minimaal één hoge bouwlaag) en is uniform per blok; deze hoogte biedt ruimte voor flexibiliteit in functies. .
•
Een tactiel en hoogwaardig gevelontwerp van de plint zorgt voor een aantrekkelijke beleving op ooghoogte. -
Er wordt gebruik gemaakt van materialen die mooi verouderen en uitnodigen om ze aan te raken (tactiele uitstraling).
-
Een rijke en zorgvuldige detaillering met aandacht voor ritmiek (penanten) en dieptewerking (neggen) vult het geheel aan.
Figuur 16. Plint als onderdeel van de stedelijke laag. Metzingen (DE), Kitz Boutique Hotel
Figuur 17. Fijnmazige invulling. Rijkheid en speelsheid in plint en architectuur. Londen (GB), Palmer straat
Figuur 18. Mate van transparantie in de plint zorgt voor aanhechting met het maaiveld. Londen (GB), Turnmill office
Figuur 19. Heldere geometrie, erkers zijn verbijzonderingen en zorgen voor een tussenschaal. Utrecht, Cara Parana
Figuur 20. Plint als verbijzondering van de stedelijke laag. Asker (SE), Wesselkvartalet
Figuur 21. Rijkheid in expressie. Entrees mogen opvallen. Amsterdam, Spaarndammerhart
Masterplan Overvecht Centrum
27
28
•
In de overgangszone tussen de plint en de straat bevorderen we de interactie tussen de gebruikers van de plint en het openbaar gebied. (zie ook 2.5 Overgangszone)
-
De entrees zijn duidelijk vormgegeven. Ze vormen een verbijzondering in de plint en zijn integraal ontworpen met het gevelbeeld.
•
Fijnmazige invulling van de plint zorgt voor het gebruik van de openbare ruimte en draagt bij aan de sociale veiligheid. Meerdere units en bruikbare entrees per zijde (zoals ingangen van winkels, voorzieningen of lobby’s van woningen) zorgen voor levendige interactie tussen binnen en buiten. Hiervoor is vroegtijdig inzicht nodig in de ruimtelijk functionele organisatie van het gebouw.
-
De entrees van onder andere fietsenstalling, parkeergarage, installaties en de utilitaire voorzieningen (zoals het nutsvoorzieningen of een expeditiehof) zijn nadrukkelijk onderdeel van het gevelontwerp. Ze worden binnen de rooilijnen attractief ingepast. Toegangen zijn zichtbaar, maar domineren de gevel niet.
•
Voldoende transparantie draagt bij aan de interactie tussen activiteiten binnen en buiten. Transparante puien tussen openbare, semiopenbare en binnenruimten bevorderen een open, uitnodigende sfeer. De functies in de plint worden zo gerepresenteerd in de puien. Anderzijds kan glas hard en spiegelend zijn. Hier moeten we dus zoeken naar een goede balans, zodat het afplakken en dichtzetten van transparante gevels (met plakfolie, wanden, gordijnen etc.) voorkomen wordt. Verlichting van het interieur van de plint draagt in de avonduren bij aan de sfeer en de veiligheidsbeleving op straat.
•
Grotere functies in de plint, zoals een supermarkt, zijn zodanig vormgegeven dat ze een ingang hebben ter grootte van een plintunit, terwijl de rest van de gevel is terug gelegen in het blok, zodat er daarnaast andere kleinere units in de gevel te zien zijn. Zo ontstaan er geen grote oppervlaktes die in de praktijk worden afgeplakt of afgeschermd.
•
Lange functionele gevels met een ‘dood’ programma worden voorkomen. Gebouwen hebben geen achterzijden. Dat is essentieel voor een levendig, aantrekkelijk en prettig gebied.
•
Reclame is een geïntegreerd onderdeel van de architectuur van het gebouw en wordt samen met de plint en intermediaire zone (zie ook 2.5 Overgangszone) ontworpen om een kwalitatief hoogwaardig gevelbeeld te creëren. Het draagt bij aan de menselijke maat en bevordert diversiteit in het straatbeeld.
Plintenboek en puiregelement
Ook op termijn moet de gebiedskwaliteit en een hoogwaardige uitstraling van plinten en voorzieningen worden gegarandeerd. In een op te stellen Plintenboek en puireglement worden daarom voor iedere (ver)huurder randvoorwaarden geformuleerd over onder meer reclame-uitingen aan puien en gevels, zonweringen, rolluiken, nachtverlichting, uitstallingen en (afscherming en overkapping van) terrassen, aansluitend op de gemeentelijke reclame- en horecaverordeningen en de Welstandsnota. Dit zijn aanvullende regels over de plint, de pui als ook de overgangszone tussen privaat en publiek in de geest van de richtlijnen uit dit Beeldkwaliteitplan. Dit document dient na vaststelling van het Masterplan en voor de eerste fase te worden opgesteld.
Figuur 22. Een tactiel en hoogwaardig gevelontwerp. Londen (GB), King’s Cross
Figuur 23. Dichte delen in de plint blijven ondergeschikt en worden hoogwaardig gedetailleerd. Kiel (DE), Sleeswijk-Holstein gebouw
Figuur 24. Wonen in de plint. Amsterdam, Funenpark
Figuur 25.Kleur in de plint. Amsterdam, Eenhoornblokken
Figuur 26. Continuïteit van de plint. Apeldoorn, Anklaar
Figuur 27. Verbijzonderingen, licht en diepte in de gevel. Londen (GB), Academy house
Masterplan Overvecht Centrum
29
Bovenbouw per blok
In de bovenbouw is het zoeken naar lichtheid en rankheid. Massaliteit en wandvorming in de bovenbouw (door het gebruik van schijven) moet worden vermeden. Afhankelijk van de hoogte van de toren is dit niet altijd mogelijk in de volumeopbouw, maar wel in de details en de architectuur. Gezien het programma ligt een uniforme uitstraling van de bovenbouw voor de hand. Met meer speelsheid en vrijheid in de bovenbouw ontstaat er een aantrekkelijke diversiteit in het silhouette.
•
De toren krijgt altijd een goede en aparte beëindiging. Deze top (kroon) is zichtbaar vanaf ooghoogte en zorgt voor een aantrekkelijke skyline. Het is mogelijk om variatie in dakvormen aan te brengen, zodat de skyline dynamisch wordt.
•
Installaties worden ingepast in het volume. Ze zijn niet zichtbaar van buitenaf en integraal onderdeel van gebouwontwerp (zie ook daklandschap 2.4).
De bovenbouw is onderdeel van het ensemble van het blok. Wel is er vergeleken met de buitenzijde van de stedelijke laag meer ruimte voor eigenheid bij de bovenbouw. De binnenzijde van de stedelijke laag en de bovenbouw zijn familie van elkaar qua uitstraling.
•
Elk appartement heeft een comfortabele buitenruimte met voldoende privacy. Balkons mogen maximaal voor de helft van hun diepte uitsteken. In de bovenbouw is er meer ontwerpvrijheid in vorm, materiaalgebruik en plaatsing voor balkons, loggia’s en terrassen. Naast eigenheid wordt ook een bewuste balans in variatie en samenhang gevraagd. Dit voorkomt een te chaotische of uniforme gevel en zorgt voor architectonische coherentie. Balkons mogen niet willekeurig geplaatst zijn, maar ook niet zo identiek dat ze de gevel monotoon maken.
•
Alzijdig ontworpen, orthogonale, sculpturale hoofdvorm. Geen versnippering van volumes in verschillende subvolumes.
•
Slank vóórkomen. De maximum diagonaal van de footprint is 45 meter. De maximum footprint is 900 m².
•
Divers en aantrekkelijk. Per toren is er variatie in kleur, materiaal, patroon en gevelritme. De bovenbouw blijft onderdeel van het ensemble van het blok. -
-
30
De bovenbouw en het binnenhof hebben een relatie in beeldtaal. Ze zijn niet identiek, maar borduren wel voort op eenzelfde set van kleur, vorm of beeld/ patroon of materiaal anders dan de buitenzijde van de stedelijke laag. Scherpe contrasten tussen de buitenzijde van de stedelijke laag en de overige elementen zijn niet wenselijk. De architectuur van het gehele blok is consistent en samenhangend, maar ook divers en aantrekkelijk.
Publieke ruimtes toevoegen aan de bovenbouw is een kans: op verschillende niveaus gezamenlijke ruimtes maken, zoals dakterrassen of skydecks, toegankelijk voor bewoners en hun bezoekers. Denk hierbij aan de set-back op de stedelijke laag, het dak en/of lastige ruimtes voor woningen, in verband met hoeken met stedelijke laag. Groene elementen: Het integreren van verticale tuinen of groene gevels (die goede groeivoorzieningen hebben) op de torens is een kans, om natuurlijke elementen toe te voegen aan de stedelijke omgeving en de positieve effecten van groen in de stad te bevorderen. Denk hierbij aan de set-back op de stedelijke laag, het dak en/ of lastige ruimtes voor woningen, in verband met hoeken met stedelijke laag.
Figuur 28.Kleurrijk, sculpturaal en aantrekkelijk. Londen (GB), Luma apartementen
Figuur 29. Details in volumeopbouw Amsterdam, Ridderspoorweg
Figuur 30. Alzijdig, de hoek om ontworpen en met kroon. Amsterdam, winkelpand aan de Kalverstraat
Figuur 31. Getrapt daklandschap Parijs (FR), Masséna- Bruneseau
Figuur 32.Slanke toren, orthogonaal maar speels. Londen (GB), King’s Cross
Figuur 33. Bovenbouw onderdeel van het ensemble. Almere, Highnote
Masterplan Overvecht Centrum
31
Binnenhoven
Elk blok heeft een aantrekkelijk en mensvriendelijk binnenhof. Een groen en levend hart dat een prettige, luwe omgeving is voor de gebruikers. Op deze plek kunnen bewoners elkaar gemakkelijk ontmoeten. Er is ruimte voor verschillende activiteiten. Het voelt als een collectieve plek waar je je thuis voelt. De gevels van het binnenhof maken deel uit van de stedelijke laag en bovenbouw. Aan de binnenzijde van het blok dragen deze gevels bij aan een uitnodigende verblijfsruimte voor bewoners met een levendige en speelse vormgeving. •
Een uitnodigende en informele sfeer. In het hof kunnen bewoners elkaar ontmoeten en het hof is om samen te gebruiken. Een ruimte om gezamenlijk naar eigen smaak, gebruik en identiteit in te vullen.
•
De binnenzijde is de rustige, veilige (geluids) luwe plek voor bewoners. Er is een comfortabel microklimaat (wind, bezonning en geluid), opdat je er langdurig kan verblijven.
•
•
32
Verblijfsplekken. Het binnenhof heeft verschillende zones met verschillende sferen en gebruik. Daardoor kunnen diverse doelgroepen hun eigen plek vinden. Zo kunnen er speelplekken zijn voor kleine kinderen, rustige zitplekken, een moestuin en/of een gemeenschappelijke tuin. Openheid versus geborgenheid. Private buitenruimtes van woningen aan het binnenhof zijn ondergeschikt aan de collectieve binnentuin en zijn beperkt in diepte (tot circa 3 meter) en nooit afgesloten. Met zorgvuldig ontwerp met zonering, variatie en groene erfafscheidingen is privacy en gebruik van de ruimte geborgd. Schuurtjes, schuttingen en hoge hekken zijn niet toegestaan in het binnenhof.
•
Openbaarheid. In het centrumgebied zijn de binnenhoven in principe niet openbaar. De binnenhoven liggen op ‘plus 1’, bovenop de plintlaag in verband met onderliggend programma. Deze ligging op hoogte (circa 5 meter) beperkt de mogelijkheid van doorgaande routes en en de toegankelijkheid. Daarnaast zijn de hoven eerst en vooral de rustige en sociaal veilige plek voor de bewoners. Wanneer dit geborgd is, kan een hof openbaar toegankelijk gemaakt worden.
•
Ontmoeten. Het binnenhof vormt samen met de woningentrees de overgang tussen de straat en de woning. Bewoners hebben ook toegang tot de binnenhoven. Dat zorgt voor meer interactie tussen de bewoners. Wanneer de galerij aan het hof gelegen is draagt deze bij aan meer interactie en zichtrelaties. Woningen die aan de straat grenzen hebben daar hun entree, en kunnen ook verbonden zijn met het binnenhof.
•
Maximale vergroening. Binnenhoven krijgen een maximale en robuuste vergroening en passende groeiruimte voor beplanting. Het centrale ontwerpuitgangspunt voor de openbare en collectieve ruimte is ‘groen, tenzij...’
•
Het hof is een aantrekkelijke groene oase voor de bewoners en gebruikers. Het is zo groen mogelijk ingericht met een robuust groen raamwerk voor jaarrond een aantrekkelijke binnentuin. Verticaal groen en groene gevels worden geïntegreerd, om extra biodiversiteit en esthetiek te bereiken en zijn verbonden met het groen in de straat en op de daken.
•
Een zorgvuldig beplantingsplan stuurt op de juiste mix van planten die goed passen bij het lokale klimaat en de biodiversiteit bevorderen. Het beplantingsplan bevordert de condities voor de doelsoorten genoemd in het Masterplan. Lastige groeiomstandigheden
Figuur 34. Binnenhof is een rustige, groene en luwe plek met ruimte voor verschillend gebruik. Frankfurt (DE), Europaviertel
Figuur 35. Binnenhof met groene uitstraling en opening. Amsterdam, Spaarndammerhart
Figuur 36. Binnenhof als het groene hart van het gebouw Amsterdam, Overhoeks
Figuur 37. Binnenhof is een zachte en prettige omgeving. Architectuur en inrichting vullen elkaar aan. Amsterdam, Eenhoornblokken
Figuur 38.Gedeelde binnentuin. Utrecht, Veemarkt
Figuur 39. Zonering in hof en groene afscheidingen. Frankfurt (DE), Europaviertel
Masterplan Overvecht Centrum
33
en het microklimaat binnen het hof (val- en draaiwinden) meenemen bij de soortkeuze van bomen en struiken. •
34
De pakketlaag van het substraat heeft een minimale dikte om voldoende groeiruimte en een optimale wortelontwikkeling te waarborgen. De dikte varieert tussen de 50cm tot 100cm voor een robuust groene inrichting van lagere beplanting tot grotere struiken en bomen, afhankelijk van de grootte en het wortelstelsel van de beplanting. Minimaal 25% van het hof heeft een dikke substraatlaag (100cm) voor de grotere struiken en bomen. Dit zorgt ervoor dat de planten voldoende groeiruimte hebben, terwijl ook rekening wordt gehouden met de belasting van de constructie van de eerste verdieping. Voor het inpassen van een 1e orde boom zijn aanvullende maatregelen in de pakketlaag en constructie nodig. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de drainagecapaciteit, waterdoorlatendheid en voedingswaarde van het substraat, zodat een gezonde en duurzame groei van de beplanting kan worden gegarandeerd. Zorg voor een goed bewateringssysteem met overstort.
•
Houd hemelwater vast waar het valt en gebruik het bij voorkeur nuttig.
•
Materialisering van elementen in het binnenhof harmoniseren met de natuurlijke elementen, zoals planten en bomen. Vanwege de gerichtheid op de bewoners moeten de gebruikte materialen zowel tactiel aantrekkelijk als visueel interessant zijn.
Collectief programma situeren aan het binnenhof is een kans om het binnenhof te activeren, gezamenlijk gebruik en gemeenschapszin te ontwikkelen. Denk aan een gezamenlijke kruidentuin, een kas of huiskamer voor activiteiten. Groene gevels bij sneden in stedelijke laag of aan binnenhof. Het is een kans om vanaf de straten al een glimp op te vangen van de groene oase, van het binnenhof. De gevels die grenzen aan de binnentuin kunnen met vergroening een zacht en rustig karakter geven aan de binnentuin. Groen op maaiveld kan doorlopen op de gevel bij de sneden in de stedelijke laag.
Figuur 40. Visual van een groene woonstraat in het Masterplan
Masterplan Overvecht Centrum
35
Parkeergebouwen bovengronds
Vooralsnog zijn er twee bovengrondse parkeergarages voor bewoners. Deze worden toekomstbestendig ontworpen. De plots kunnen in de toekomst een andere functie krijgen als de parkeerbehoefte verandert. Deze gebouwen vormen een potentieel risico qua gebruik en qua uitstraling voor de directe omgeving. Daarom moeten ze met grote zorg worden vormgegeven, vooral op ooghoogte. De programmering en beeldkwaliteit, zowel binnen als buiten, overdag als in de avond, spelen een cruciale rol in de beleving van sociale veiligheid en comfort. • Functioneel. Het gebouw moet efficiënt functioneren en voldoende parkeerplekken hebben. De maat is daarom minimaal 48 meter x 60 meter. De plint (4 tot 6 m hoog) biedt ruimte voor complementaire, levendige functies, met daarboven 5 parkeerlagen.
•
•
Hoogwaardig gebouwontwerp en architectuur is essentieel om van de functionele parkeergebouwen aantrekkelijke plekken in de buurt te maken. De klassieke uitstraling van een parkeergebouw voorkomen met een kwalitatieve, vriendelijke en ingetogen uitstraling, passend bij de omliggende nieuwe gebouwen. Zorgvuldige detaillering, diepte en ritme in de gevel.
Er zijn kansen om het dak te gebruiken voor een openbaar programma. Goede voorbeelden zijn er al: zo heeft een parkeergebouw in Haarlem een Dakkas en op een parkeergarage in Kopenhagen bevinden zich sportvoorzieningen. Dit leidt tot meer gebruik en daarmee sociale veiligheid, mits de voorzieningen goed worden beheerd en uitgevoerd.
•
Licht, lucht en eenvoud: Een overzichtelijk en sociaal veilig ontwerp. Extra aandacht voor het ontwerp van de binnenruimtes en de gevel moet de sociale veiligheid garanderen, zowel in de garages als buiten.
•
•
36
Attractief, levendig plintprogramma: Actieve functies in de plint, met extra entrees en interactie aan de straat zorgen voor meer interactie tussen binnen en buiten en daarmee aan meer sociale veiligheid. Het vraagt om functies die actief zijn bemenst en met lange openingstijden. Denk aan deelmobiliteit, pakket servicedienst, een fietsenmaker, ruimte voor taxi’s of adaptieve parkeervoorzieningen voor andere micro-/deelmobiliteit (e-step, bakfiets, cargobikes, invalide-voertuigen). Andere kansrijke functies: kleine horeca, co-working spaces, een workshopruimte, sportvoorzieningen.
Kansen voor vergroening van het dak (door voldoende substraat voor planten) en gevels, met klimplanten.
openbare dak
Met publieke plinten aan de doorgaande routes en een aantrekkelijke rijke detaillering en materialisatie van deze plinten voegen de parkeergebouwen zich in het stedelijk weefsel. Zorgvuldig ontworpen overige gevels. Achterkanten, monotonie en eenvormigheid moeten worden voorkomen door een hoogwaardig ontwerp en ogen op straat (o.a. plinten te activeren, overgangszone, looproutes, verlichting en bemensing toe te voegen).
5 lagen
Br-
e ke
PHaraaUrge
actieve plint
g
ca 60m 48m
Figuur 41. Schematische weergave van een parkeergebouw
Figuur 42. Plint met actief programma. VS, Shaw Create Centre
Figuur 43.Zorgvuldig ontworpen gevels met vegroening. Nijmegen, parkeergarage Waalsprong.
Figuur 44. Routing en verlichting zijn integraal onderdeel van het ontwerp.
Figuur 45.Parkeergarage dag en nacht veilig en prettig. Zutphen, P&R station
Figuur 46. Gevelvergroening en expressie van de gevel. Kopenhagen (DK), Park-n-Play
Figuur 47. Parkeergarage dag en nacht aantrekkelijk. Katwolderplein, Zwolle.
Masterplan Overvecht Centrum
37
2.3 Bijzondere gebouwen in gebied Algemeen bijzondere gebouwen •
• •
Bijzondere gebouwen zijn alzijdige vrijstaande gebouwen met een afwijkende vorm en unieke uitstraling. Ze zorgen voor herkenningspunten en oriëntatie in het gebied. Ze verrijken het straatbeeld en zijn divers in richting en kleur, ritme en materiaal.
Een aantal gebouwen onttrekt zich aan de regels van het samengestelde bouwblok. Deze ‘specials’ en bestaande gebouwen staan op prominente plekken binnen Overvecht Centrum en worden nieuwe, identiteitdragende gebouwen van het centrumgebied. De bijzondere gebouwen staan verspreid over het projectgebied. Ze vormen de trekpleisters (smaakmakers) van het plan. Qua vorm en uitstraling onderscheiden ze zich van de overige bouwblokken. Ze weerspiegelen de diverse identiteit van de wijk en zorgen voor een goede oriëntatie en herkenbaarheid. Hun bijzondere uitstraling weerspiegelt hun bijzondere veelal publieke functie.
38
•
Iconische en opvallende gebouwen. De vormgeving, maten en verdiepingshoogte zijn afwijkend van de standaard in het gebied. Ze vormen een architectonische opgave op zich en weerspiegelen de identiteit van het gebied.
•
Veel vrijheid in kleur en materiaalgebruik. Cultuur en architectuur uit het buitenland kunnen als inspiratiebron dienen.
•
De gebouwen zijn heldere en compacte volumes. Ze zijn niet hoger dan de stedelijke laag (maximaal 20 meter).
•
Bij bestaande gebouwen tonen aanpassingen - een aanbouw of optopping - zich als een nieuwe tijdslaag.
•
Dynamisch en open karakter. De functies in de gebouwen bieden levendigheid. Ze doen dat niet alleen overdag, maar ook ‘s avonds. De plinten hebben een open, rijke en
transparante uitstraling. Door diepte en ritme in de plint ontstaat een bijzondere relatie met de omliggende openbare ruimte. Hiermee en met het gebruik van de plint ontstaat een uniek samenspel met de pleinen in het gebied. •
Smaakmaker in het weefsel. De gebouwen dragen bij aan een heldere ruimtedefinitie, middels positionering, bouwvolume en oriëntatie. De zichtbaarheid vanaf de aanlooproutes/pleinen wordt gegarandeerd door variaties in de rooilijn of interessante volumeverdelingen die zichtlijnen voor de menselijke maat creëren.
•
Alzijdig georiënteerd. De ligging en programmering van deze smaakmakers vraagt om een excellente toegankelijkheid en alzijdigheid/ -
Deze gebouwen hebben minimaal twee goed gepositioneerde hoofdingangen. Daarnaast zijn andere functies in de plint die zorgen voor interactie.
-
Lange functionele, ‘dode’ gevels passen niet bij deze bijzondere gebouwen, in de functionele organisatie van het gebouw en zijn context dient hier al rekening mee te worden gehouden. Wanneer de hoofdfunctie plaatselijk vraagt om een gesloten geveldeel dient dit ten eerste afgezoomd te worden met andere functies. Indien dit niet mogelijk is, wordt dit nadrukkelijk een ontwerpopgave gezamenlijk met omliggende blokken en openbare ruimte ten behoeve van sociale veiligheid en aantrekkelijkheid..
Van deze unieke gebouwen is het gebruik van het (openbare) dak een kans. Programmering van de dakvlakken brengt extra levendigheid en dynamiek in het gebied en versterkt de publieke functie. In het plan zijn vier bijzondere gebouwen: de Mercado, de Culturele Trekker, het C&A gebouw en de apotheek. De superplint is een bijzondere functie in een bestaand gebouw in de NPD-strook.
LEGENDA bijzondere gebouwen/functies parkeergarage
Bestaand monument C&A
Mercadogebouw
Culturele trekker Apotheekgebouw Parkeergebouwen Superplint
Figuur 48. Positie van bijzondere gebouwen en parkeergebouwen in het masterplan
Figuur 49. Historische foto van C&A gebouw uit 1971
Figuur 50. Apotheekgebouw in het Overvecht Centrum.
Masterplan Overvecht Centrum
39
Mercado De Mercado is dé ontmoetingsplek en een uniek beeldbepalend gebouw. Samen eten is het centrale thema. Hier proef je de sfeer van Overvecht als kleurrijke buurt met eten uit diverse culturen. Het gebouw krijgt een open karakter, verbindt diverse looproutes vanuit alle kanten door het gebouw heen en heeft daarom ook meerdere entrees. De Mercado ligt centraal in het centrum. Het gebouw is alzijdig, kleurrijk en uniek. Het is een plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en samenkomen. Het gebouw maakt van Overvecht Centrum een echt hart van de wijk en trekt als uniek gebouw ook mensen van buiten aan. De inrichting van het Mercadoplein en de Mercado zijn goed op elkaar afgestemd. Ze versterken elkaar in het gebruik. Flexibiliteit in het gebruik van de buitenruimte is belangrijk, omdat dit ook de plek is voor evenementen en de weekmarkt. De overgang tussen het gebouw en de openbare ruimte is vloeiend. Daarbij moet rekening worden gehouden met terrassen. Culturele trekker Dit gebouw staat op een scharnierpunt, aan de rand van het winkelhart. Het open karakter van de plint nodigt iedereen uit om naar binnen te gaan. De uitstraling van het gebouw en zijn gevels weerspiegelt de diversiteit van culturen. Het biedt
Figuur 51. Interactie in overgang gebouw en openbare ruimte. Barcelona (ES), Ninot markt
40
een podium voor diverse kunstvormen en kan ook het onderkomen worden voor de bibliotheek. Het heeft een actieve, aantrekkelijke plint met uitnodigende entrees, horeca en een commercieel programma aan de zijde van het winkelhart. C&A gebouw Dit is een gemeentelijk monument, ontworpen in de modernistische architectuurstijl. Door de huidige overkapping en het nieuwe gebouw ernaast is het momenteel moeilijk om de monumentale kwaliteit ervan te ervaren. In het Masterplan brengen we het gebouw terug naar zijn oorspronkelijke, vrije positie, zodat het van alle kanten kan worden gewaardeerd. Het zal een nieuwe functie krijgen. De plint gaat dan meer interactie aan met zijn omgeving, passend bij de verschillende zijdes. Apotheekgebouw Dit gebouw is ook een gemeentelijk monument: het is opgetrokken in de architectuurstijl van het brutalisme. Het is een sculpturaal object in beton met diepe ribbels. Met de positie midden op het groene entreeplein aan de zuidzijde van het centrum en in het groen krijgt het gebouw meer aandacht. Ook een andere functie die past bij deze plek zal het gebouw nog meer verbinden met de groene ruimte eromheen. Dat vraagt om een meer open plint.
Figuur 52.Open karakter van interior. Bristol (GB), Theather
Figuur 53. Zicht naar binnen en transparantie. Assen, Cultureel Kwartier De Nieuwe Kolk
Figuur 54. Bijzondere structuren met transparante gevel. Athene (GR), Placebo pharmacy
Figuur 55. Patronen aansluitend op cultuur en achtergrond. Rotterdam, Zuidplein Theater
Figuur 56. Kleurrelijke gevelbekleding. Milan expo (IT), Ecuador Paviljoen
Figuur 57.leurrijk en expressief. Mercat de Santa Caterina (ES), Barcelona
Figuur 58.Kleurrijke gevelbekleding. Icheon (KR), The Forest House
Masterplan Overvecht Centrum
41
2.4 Elementenniveau Er wordt gestreefd naar gebouwen ‘die met liefde zijn gemaakt’. Naast de basisbeeldtaal orthogonaal en met een relatief eenvoudige volumesamenstelling van stedelijke laag en bovenbouw wordt het verschil gemaakt in materialisering en detailering. •