Beantwoording Schriftelijke vragen Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2025
Tekst van het document
Vraagnummer: 1 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Voorjaarsnota Bijlage 1 - Hervormingen en bezuinigingen: totaallijst
Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag
Thema 5 in de tabel
Vraag
Wordt er bezuinigd op onderwijsondersteunende voorzieningen in maatschappelijk vastgoed?
48
Antwoord: Nee, er wordt niet bezuinigd op onderwijsondersteunende voorzieningen in maatschappelijk vastgoed.
Vraagnummer: 2 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Voorjaarsnota 3. Inhoudelijke ontwikkelingen die aandacht en bijsturing vragen 3.1 Hervormingen sociaal domein Zorg en ondersteuning jeugdigen 27
Verbijzondering/context
Bij de zorg en ondersteuning voor jeugdigen voorzien we een structureel tekort
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Wat is het actuele verwachte tekort voor jeugdzorg in 2025?
Antwoord: Eind 2024 verwachtten we voor 2025 een tekort van €3,089 miljoen. Dat verwachte tekort is als knelpunt verwerkt in de voorjaarsnota. De actuele prognose op basis van T1 2025 laat een aanvullend tekort zien, o.a. veroorzaakt door een stijging van het aantal jeugdigen in verblijf in de eerste maanden van 2025. In deze prognose zit een aantal grote onzekerheden, waardoor de prognose er rond T2 weer anders uit kan zien. We zijn in gesprek met onze jeugdzorgpartners om waar mogelijk bij te sturen.
Vraagnummer: 3 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Voorjaarsnota 3. Inhoudelijke ontwikkelingen die aandacht en bijsturing vragen 3.1 Hervormingen sociaal domein Zorg en ondersteuning jeugdigen 10
Verbijzondering/context
We gaan ervan uit dat het Rijk zijn financiële en inhoudelijke verplichtingen ook langjarig nakomt, zodat de druk van het tekort op jeugd op onze middelen vermindert
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Worden er scenario's uitgewerkt om te anticiperen op de mogelijkheid dat het rijk de financiële verplichtingen niet nakomt of wijzigt?
Antwoord: De middelen voor gemeenten die in de Voorjaarsnota van het Rijk zijn toegezegd, bieden enige ademruimte voor de korte termijn. Daarbij gaan we er wel vanuit dat er daadwerkelijk compensatie volgt voor de uitgaven aan jeugdzorg in 2023 en 2024. Als dit niet het geval is, ontstaat er een nieuwe situatie. Hier past ook bij dat de VNG de Staat in gebreke zal stellen. En voor de langere termijn is het sowieso nog de vraag hoe de bekostiging voor jeugdzorg eruit zal zien; vanaf 2028 zijn er forse bezuinigingen ingeboekt door het Rijk. Er wordt door Rijk en VNG gewerkt aan een nieuw bekostigingsmodel dat (beter) aansluit bij de financiële en bestuurlijke verhoudingen en meer duidelijkheid en voorspelbaarheid voor beide partijen biedt. Want op dit moment komen er vaak incidenteel en met terugwerkende kracht middelen; dat maakt het voor ons heel moeilijk om te sturen. We gaan ervan uit dat we in de toekomst kunnen rekenen op stabiele, toereikende bekostiging voor onze taken. We blijven nauw betrokken bij de landelijke gesprekken hierover en we blijven alert op de financiële ontwikkelingen, zodat we waar nodig kunnen anticiperen en kunnen bijsturen.
Vraagnummer: 4 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Voorjaarsnota 1. Grote uitdagingen, stevige maatregelen 1.2 Financiële ontwikkelingen
Verbijzondering/context
De aanvullende middelen voor jeugd zijn gebaseerd op de extra middelen die het Rijk aankondigt bij zijn voorjaarsnota. In diezelfde voorjaarsnota worden extra rijksmiddelen beschikbaar gesteld voor de demping van de terugval van het gemeentefonds in 2026 (‘het ravijn').
9
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Kan de grote van het bedrag van de aanvullende middelen voor jeugd beschikbaar gemaakt zijn en hoe/waar die gebruikt worden?
Antwoord: In paragraaf 4.3 van de Voorjaarsnota is een nadere toelichting en specificatie opgenomen op de aanvullende middelen van het Rijk voor Jeugd: - Een bedrag van 7,7 miljoen euro structureel vanaf 2025 ter gedeeltelijke compensatie van het tekort op jeugd. - Verzachting van de door het rijk ingeboekte besparingen in 2026 en 2027 vanuit de Hervormingsagenda Jeugd van 9,2 miljoen euro resp. 8,3 miljoen euro. - Een inschatting van de nog te ontvangen compensatie in 2025 van in totaal 12,8 miljoen euro voor de tekorten over 2023 en 2024. Hierover zijn door het Rijk nadere afspraken in augustus in het vooruitzicht gesteld. Met het beschikbaar stellen van deze middelen komt het Rijk voor de korte termijn tegemoet aan de adviezen van Van Ark met betrekking tot de financiële compensatie van gemeenten voor de medebewindstaken voor jeugdzorg. De middelen maken onderdeel uit van de algemene uitkering uit het gemeentefonds en worden dan ook toegevoegd aan de algemene dekkingsmiddelen in de begroting.
Vraagnummer: 5 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Linda Voortman Rachel Streefland Voorjaarsnota 3. Inhoudelijke ontwikkelingen die aandacht en bijsturing vragen 3.2 Asiel en integratie Inburgering 28
Verbijzondering/context
Hier komt bij dat de middelen voor begeleiding naar werk of participatie voor statushouders via de Participatiewet ook ontoereikend zijn
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Welke maatregelen neemt Utrecht om de begeleiding naar werk voor statushouders te waarborgen?
Antwoord: In de Voorjaarsnota 2025 hebben we voorgesteld om extra budget vrij te maken om de bestaande dienstverlening te kunnen continueren. Daarnaast hebben we voor specifieke doelgroepen gekozen in de beleidsnota werk en re-integratie "Met vertrouwen en focus richting een zeker bestaan”, waaronder statushouders en inburgeraars. In de uitwerking van de basis- en plusdienstverlening maken we keuzes over onze inzet en de verdeling van de beschikbare middelen. Voor statushouders zetten we binnen de dienstverlening in op:1. Vanaf dag één van de inburgering inzetten op meedoen 2. Duale trajecten: het combineren van de taal met werk/participatie (U-Match) 3. Het bevorderen van duurzame participatie. Een concreet overzicht van de maatregelen die we nemen is opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Werk en Inkomen.
Vraagnummer: 6 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Linda Voortman Voorjaarsnota Bijlage 2 - Hervormingen en bezuinigingen: per maatregel toegelicht Thema 2: Scherper prioriteren in beleid en werk 08. Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid 55
Verbijzondering/context
We gaan beleidsambities herprioriteren, passend bij het uitgangspunt van de uitvoering van dit thema: minder beleid, meer focus op uitvoering.
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Welke concrete beleidsambities worden herprioriteerd of geschrapt?
Antwoord: We weten nu nog niet welke beleidsambities moeten worden geschrapt. Vanaf 2026 moeten we het doen met minder beleidscapaciteit. Dit betekent dat we kritischer moeten kijken naar de beleidsinzet en we niet alles tegelijk kunnen doen. In het Uitvoeringsprogramma Werk en Inkomen hebben we al een eerste inzicht gegeven in de fasering van zaken die we eerst oppakken in 2025 en 2026. Ook wordt via een routekaart in het uitvoeringsprogramma aangegeven wat we daarna op gaan pakken.
Vraagnummer: 7 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eelco Eerenberg Voorjaarsnota 3. Inhoudelijke ontwikkelingen die aandacht en bijsturing vragen 3.1 Hervormingen sociaal domein
Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag
Kantelwijkscholen staan onder druk.
Vraag
Is er inzicht in hoeveel gezinnen qua inkomen of welzijn op het randje zitten en, indien dit niet het geval is, hoe kan dit inzicht verkregen worden?
Antwoord: Het is lastig om exact (op gezinsniveau) te duiden hoeveel gezinnen op het randje zitten. In de recente rapportage 'Scheidslijnen in Utrecht' (onderdeel van de Utrecht Monitor) staat wel veel informatie over welke buurten en welke groepen inwoners kwetsbaar zijn. Verder bieden gegevens over de achterstandsscore van scholen ook enig inzicht hierin. Daarbij gaat het wel om geaggregeerde gegevens (alle gezinnen zijn bij elkaar opgeteld). Deze achterstandsscore wordt per leerling bepaald op basis van onder andere de opleiding en herkomst van ouders en of ouders in schuldsanering zitten. Naast de achterstandsscore is er ook een spreidingsgetal per school, dit is een maat waarin wordt uitgedrukt hoe de populatie binnen een school van elkaar verschilt. Hoe hoger het spreidingsgetal, hoe hoger de diversiteit van de leerlingpopulatie op de school. Scholen met een gemiddelde achterstandsscore en een hoog spreidingsgetal, zien we als scholen die extra aandacht behoeven.
Vraagnummer: 8 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Linda Voortman Voorjaarsnota Bijlage 2 - Hervormingen en bezuinigingen: per maatregel toegelicht Thema 2: Scherper prioriteren in beleid en werk
Verbijzondering/context
"Verlagen re-integratiebudget: Gezien recent toegevoegd budget voor beschut werk dat nog niet volledig wordt besteed en incidentele onderbestedingen de afgelopen jaren, is een besparing mogelijk zonder al te veel impact op de doorstroom en uitstroom van bijstandsgerechtigden naar werk. De verlaging vergt in de toekomst een scherpere afweging en prioritering van de inkoop van dienstverlening en inzet van eigen personeel Ja
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
0
Klopt het dat dit een bezuiniging is op het reintegratiebudget? Kan de laaste zin nog verder toegelicht worden en kan de ambtelijke inzet nog efficiënter worden?
Antwoord: We proberen consequenties voor de dienstverlening te voorkomen door in eerste instantie bekijken of we dit bedrag kunnen verminderen op personeel zonder dat het onze dienstverlening raakt. Anders vallen we terug op het reïntegratiebudget. We zullen in de begroting 2026 hier concretere invulling aan geven.
Vraagnummer: 9 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eelco Eerenberg Voorjaarsnota 3. Inhoudelijke ontwikkelingen die aandacht en bijsturing vragen 3.3 Investeringen in de groei van de stad Techniek van het groeikadermechanisme 33
Verbijzondering/context
In de tekst staat: Wel wordt door de rijksoverheid gewerkt aan de zogeheten realisatiestimulans woningbouw: met de realisatiestimulans ontvangen gemeenten straks een vast bedrag per betaalbare woning op het moment dat de woningen gerealiseerd zijn. De bijdragen die de gemeente hieruit ontvangt, reserveren we binnen de reserve Grondexploitaties tot de raad over de bestendige bekostigingssystematiek heeft besloten.
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
1. Wanneer wordt verwacht dat de gemeente deze bedragen gaat ontvangen, is al bekend hoe hoog deze zullen zijn, en wat bedoelt het college met 'tot de raad over de bestendige bekostigingssystematiek heef besloten'? 2. Betekent dit dat het nog aan de raad is om een voorstel te doen hoe deze middelen verdeeld worden? Of komt het college tot een voorstel wat de raad moest vaststellen? 3. Op welke wijze verhouden deze inkomsten zich tot andere reserves (zoals reserve betaalbaar wonen) die bijv. benut kan worden ihkv de Utrechtse aanpak?
Antwoord: 1. In 2026 ontvangen we geld voor woningen die in 2025 starten met bouwen (betaling vindt het jaar na aanvang van de bouwkundige werkzaamheden plaats). Op gelijke wijze vinden betalingen plaats voor start bouw in 2026-2029. De regeling is nog niet gepubliceerd, maar voorlopig is bekend geworden dat woningen die een Woningbouwimpuls, Startbouwimpuls, Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen of Stimuleringsregeling Flex- of Transformatiewoningen hebben ontvangen, niet in aanmerking komen. Een aanzienlijk deel van de woningbouwproductie zou dan niet in aanmerking komen. Doordat op dit moment de regeling nog niet bekend is zijn ook de te ontvangen bedragen per jaar niet bekend . 2. In de loop van het komende jaar wordt het genoemde onder 1. duidelijk. Dan kan het college een uitgewerkt voorstel doen voor de besteding. Naar verwachting kan dit voor het eerst bij de VJN 2026. Vooralsnog stellen wij voor deze middelen te bestemmen voor de nieuwe bekostigingssystematiek voor investeringen in nieuwe woningen, buurten en voorzieningen, in plaats van de bekostiging uit het groeikader. 3. Het Rijk verwacht dat de gemeente deze besteedt aan publieke tekorten op gebiedsontwikkeling om de woningbouw (in)direct te stimuleren, denk bijv aan groei in balans of benodigde infrastructuur om woningbouw te stimuleren.
Dit betekent dat het afwijkt van bijvoorbeeld de reserve betaalbaar wonen, welke bedoeld is voor het tekort op de realisatie van de woning (object) in plaats van het gebied en de bijbehorende publieke kosten. De middelen zijn daarmee niet geschikt voor het afdekken van een privaat tekort op een ontwikkeling.
Vraagnummer: 10 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Eerste Bestuursrapportage 2025 Deel 1 7. Budgettair neutrale bijstellingen 7.6 Overhevelen via algemene dekkingsreserve 80
Verbijzondering/context
in de tekst staat: Herverdeling Wet betaalbare huur Bij de septembercirculaire 2024 heeft de gemeente Utrecht middelen gekregen om uitvoering te geven aan de Wet betaalbare huur. Het Rijk heeft voor de eerste jaren meer middelen toegekend voor de implementatie van de wet. Er zijn echter geen hoge implementatiekosten. Wel wordt er een geleidelijke toename in meldingen verwacht. Daarom worden de incidentele middelen van 2024 tot en met 2026 overgeheveld naar de periode 2027 - 2030. Dit zorgt ervoor dat meerjarig, met een constante bezetting, uitvoering kan worden gegeven aan de Wet betaalbare huur en deze middelen voor dit doel worden ingezet.
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Om hoeveel middelen gaat het? Zijn deze middelen zo gelabeld dat ze puur gericht zijn op het behandelen van meldingen vanuit de gemeente, of kan de gemeente hier ook andere inzet op plegen gericht op woningen in het segment bataalbare huur, bijv. mogelijkheden gericht op de realisatie van betaalbare huur als bedoeld in de wet, of bijv. betere vindplaatsen (een loket) voor inwoners die afhankelijk zijn van betaalbare huur als mede bedoelt in de wet? Onze fractie is benieuwd hoe deze middelen benut mogen worden, en hoe het college zich er voor inzet dat deze ook goed worden benut/ingezet.
Antwoord: De gelden voor de wet betaalbare huur betreft een decentralisatie uitkering. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats. Voor de jaren 2024 tot en met 2029 gaat het in totaal om 1,9 miljoen (septembercirculaire 2024). Op pagina 115 van de 1e bestuursrapportage is aangegeven dat er 438.617 wordt overgeheveld vanuit 2025/2026 naar latere jaren. Het bedrag besteden we aan ontwikkelen van lokaal beleid en uitvoering van de Wet betaalbare huur. Het college monitort de inzet van deze middelen via het uitvoeringsprogramma beschermen bestaande woningvoorraad en de begrotingscyclus.
Vraagnummer: 11 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eelco Eerenberg Dennis de Vries Voorjaarsnota 3. Inhoudelijke ontwikkelingen die aandacht en bijsturing vragen 3.3 Investeringen in de groei van de stad Techniek van het groeikadermechanisme 33
Verbijzondering/context
Deze vraagt raakt niet aan iets wat in de VJN staat, maar iets waar we vanwege vraag 9 wel benieuwd naar zijn). Op pagina 33 wordt gesproken over extra middelen vanuit het rijk gericht de woningbouwimpuls. We hebben als gemeente natuurlijk ook de reserve betaalbaar wonen, en andere reserves gericht op het stimuleren en op peil houden van de woningbouw.
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Onze fractie is, met oog op het MPR waar we zien dat de percentages op middenhuur achterblijven,benieuwd of het college kan aangeven hoe al deze reserves gericht op het stimuleren van woningbouw tot nu toe zijn benut als je kijkt naar de inzet op de percentages van het coalitie akkoord (D.w.z. hoe zijn deze middelen tot nu toe -globaalingezet voor de realisatie van zowel sociale huur, en middensegment (graag uitgesplitst)). En wij zijn vooruitkijkend benieuwd of het college, n.a.v. de stand van zaken in het MPR, aanleiding ziet om deze inzet meer (financieel) te richten op de realisatie van woningen in het middensegment.
Antwoord: Het middensegment was lastig haalbaar de afgelopen jaren. De nieuwe beleidsnota wonen biedt meer ruimte voor het middensegment doordat we nu het landelijk beleid gaan hanteren. In de huidige planvoorraad zit 26% middensegment, maar in de nieuwe projecten vanaf 2022 wordt ingezet op 35% middensegment en neemt dit aandeel toe. In de Utrechtse aanpak zit in de nieuwere projecten meer middensegment. Zoals bijvoorbeeld Briljantlaan. In de Utrechtse aanpak zetten we niet overal financiële instrumenten in, maar met name inhoudelijke instrumenten. Vanuit de reserve is het aandeel sociaal vrijwel gelijk aan midden (beide 35%) en vrije sector 30%. Het middensegment is nog niet overal bepaald. In de projecten waarvoor dit al duidelijk is, bestaat het middensegment voor circa 300 van de 350 woningen uit middenhuur en dus maar cira 50 betaalbare koop. Overvecht Centrum (co-financiering op de woningbouwimpuls) heeft een groot aandeel in het totaal, maar hier is het middensegment nog niet volledig verdeeld en is sprake van maatwerk. N.a.v. motie vanuit de raad richten we ons sinds 2023 specifiek op minimaal 75% betaalbaar met de reserve betaalbaar wonen. Het hangt af van de locatie waar de focus op ligt. Zowel sociaal als middensegment is een focus. We zien nu geen reden om de focus te verleggen naar nog meer middensegment.
Vraagnummer: 12 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eelco Eerenberg Voorjaarsnota Bijlage 2 - Hervormingen en bezuinigingen: per maatregel toegelicht Thema 2: Scherper prioriteren in beleid en werk 02. Ontwikkelen en wonen voor iedereen 0
Verbijzondering/context
Deze bezuinigingsmaatregel gaat over het prioriteren van planvorming gebiedsontwikkelingen.
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
1. Op welke manier gaat het college de planvorming voor gebiedsontwikkelingen prioriteren en welke criteria worden hierbij gehanteerd? Wordt er een afwegingskader opgesteld? 2. Kan het college aangeven welke typen gebiedsontwikkelingen in deze aanpak de hoogste prioriteit krijgen? 3. Zijn er gebiedsontwikkelingen die door deze maatregel vertraging oplopen of niet verder worden voorbereid? 4. Welke gevolgen heeft deze hervorming voor de woningbouwambitie van het college? Verwacht het college dat er door deze maatregelen minder woningen gebouwd worden?
Antwoord: De programmering van ontwikkelstrategieën, gebiedsgerichte (omgevings-)visies en onderzoeken gebeurt aan de hand van criteria. We prioriteren continue, zodat binnen het budget zoveel mogelijk gebiedsontwikkelingen mogelijk zijn ; 1. Allereerst maken we af waar we aan begonnen zijn. Wel op voorwaarde dat gebiedsontwikkelingen binnen een realistische termijn kunnen starten of van strategische waarde zijn voor de stad om de doelstellingen van de RSU te kunnen realiseren (zie ook punt 2). Nieuwe plannen beoordelen we ook op deze criteria. 2. Gebieden waar we een grootschalige wijziging voorzien van het huidige gebruik en waar we een significante bijdrage kunnen leveren aan de realisatie van betaalbare woningen, werklocaties, maatschappelijke voorzieningen, groen, energie, sporten, spelen en bewegen. 3. We zijn kritisch op het starten van nieuwe planontwikkeling Daarnaast bekijken we of het kan voor minder budget of in een minder hoog tempo (en of er cofinanciering of extern budget mogelijk is). We werken niet aan projecten waar geen uitvoerigs budget voor is en we maken geen extra varianten of scenario studies als daar geen middelen voor realisatie zijn (minder onderzoeken). Dit betekent ook dat we verzoeken vanuit de raad voor extra scenario’s en onderzoeken scherper zullen afzetten tegen de beschikbare middelen. 4.
Het doorgaan van de woningbouw hangt van veel factoren af. Denk bijvoorbeeld aan netcongestie, stikstof en investeringsruimte. Deze hervorming heeft invloed op de uitvoeringskracht van de organisatie en kan daarmee ook de woningbouwproductie raken.
Vraagnummer: 13 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Voorjaarsnota Bijlage 2 - Hervormingen en bezuinigingen: per maatregel toegelicht Thema 7: Verdienvermogen benutten Commerciële verhuur 60
Verbijzondering/context
Commerciële verhuur: We werken mogelijkheden uit om een deel van ons vastgoed, bijvoorbeeld wanneer dit geen maatschappelijke invulling heeft, te verhuren aan commerciële partijen. Dit om de opbrengsten van ons vastgoed te verhogen. Hierbij wordt o.a. gekeken naar beschikbaar vastgoed, lopende contracten, gebiedsvisies en pandverkenningen. Hiervoor is een peiling uitgezet onder 280 huurders. Huurders reageren positief op het mogelijk maken en stimuleren van meervoudig ruimtegebruik en commerciële verhuur. Ze zien kansen en hebben ideeën die nog nader uitgewerkt moeten worden of om een andere aanpak vragen. Met de uitkomsten van de peiling gaan we de komende maanden aan de slag. Daarbij maken we gebruik van de ervaringen die we hebben met de combinatie van maatschappelijke en commerciële verhuur, zoals bij Magazijn De Zon.
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
D66 is blij dat het college ook is gaan inzien, in lijn met onze inbreng bij het debat over de beleidsnota Vastgoed, dat we er goed aan doen om meer vastgoed commercieel te verhuren. Wij onderschrijven de start van een pilot. Wel vragen we ons af wanneer het moment rijp is voor een taakstelling hierop. Oftewel, wanneer denkt het college dat het een goed moment is om afspraken te gaan maken over welk target de gemeente jaarlijks heeft bij het commercieel verhuren van vastgoed? En is het college bereid de raad te informeren indien dit moment nabij is?
Antwoord: Na vaststelling van deze maatregel door de Raad maken we in het 3e en 4e kwartaal 2025 inzichtelijk en concreet welk vastgoed (panden) in aanmerking komt voor commerciële verhuur. Hierin nemen we de uitkomsten van de peilingen met de huurders in mee. Op basis van taxaties kunnen we de marktconforme huurprijs laten bepalen, zodat we inzicht kunnen krijgen in de verwachte commerciële huuropbrengst. Het College heeft deze maatregel reeds ingerekend bij de hervormingsbezuinigingen (zie tabel 17 van bijlage 1, pagina 48 van de Voorjaarsnota), dit is het target waarmee het College rekent en bij vaststelling van de Voorjaarsnota wordt uitgevoerd. Als gevolg van het recent aangenomen Amendement 78 bij de Beleidsnota Vastgoed is het op dit moment onduidelijk of er voldoende interessant vastgoed beschikbaar komt voor commerciële verhuur. Op basis van het amendement is de definitie van ‘beleidsondersteunend’ in de Beleidsnota Vastgoed namelijk verruimd, waardoor meer partijen in aanemerking komen voor het huren van gemeentelijk vastgoed tegen een kostprijsdekkende huur.
Aanvullende willen wij u meegegeven dat het vastgoed dat niet meer bijdraagt aan gemeentelijke beleidsdoelstellingen al wordt onderzocht en waar mogelijk ingezet voor de uitvoering van Motie 315 “hand in eigen boezem”.
Vraagnummer: 14 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries Voorjaarsnota Bijlage 2 - Hervormingen en bezuinigingen: per maatregel toegelicht Thema 2: Scherper prioriteren in beleid en werk Basisniveau contractbeheer G,I&E 52
Verbijzondering/context
In bijlage 2 wordt toegelicht dat het contractbeheer op privaatrechtelijke afspraken wordt teruggebracht naar een basisniveau. Daarbij wordt expliciet genoemd dat de Utrechtse regulering van huurprijsniveaus onder dit basisniveau valt, “exclusief specifieke afspraken m.b.t. studentenhuisvesting”
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Het is door de formulering van deze tekst mogelijk onduidelijk of contractbeheer op een basisniveau wel of niet blijft bestaan voor afspraken m.b.t. studentenhuisvesting. Kan het college duidelijkheid verschaffen over op welk niveau contractbeheer m.b.t. afspraken over studentenhuisvesting blijft bestaan? En in het geval van een afbouw van dit beheer wat de gevolgen hiervan zullen zijn op het aantal, het type, de kwaliteit of de spreiding van studentenwoningen zullen zijn?
Antwoord: Het contractbeheer zoals hier bedoeld, gericht op bovenwettelijke beleidsafspraken, is nog niet geimplementeerd voor studentenhuisvesting. Dit onderwerp was onderdeel van mogelijke uitbreiding. Met de bezuiniging wordt de uitbreiding vooralsnog niet gerealiseerd. De uitbreiding blijft in de toekomst mogelijk indien hiervoor middelen beschikbaar komen.
Vraagnummer: 15 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.2 Hervormingen en bezuinigingen 39
Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Het college stelt dat de €25 miljoen aan hervormingsbezuinigingen grotendeels voldoen aan de uitgangspunten (o.a. zo min mogelijk impact op de stad), maar dat de aanvullende €8,8 miljoen aan bezuinigingen "in mindere mate aan de eerdergenoemde uitgangspunten" voldoen en "de stad ook wat van gaat merken en die ook de uitvoering raken". Kan het college per maatregel binnen die €8,8 miljoen de verwachte concrete impact op de dienstverlening en/of beleidsdoelen nader worden toegelicht?
Antwoord: In bijlage 2 is de impact op de stad of de dienstverlening per maatregel beschreven.
Vraagnummer: 16 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Susanne Schilderman Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Inschattingen inkomsten Rijk en overig 43
29 Welke bandbreedte hanteert het college voor deze €19,1 miljoen en welk effect heeft een scenario waarin slechts de minimale, meer zekere, Rijksbijdragen worden ontvangen op het structurele begrotingsevenwicht vanaf 2026?
Antwoord: In onze voorjaarsnota is een bedrag van 19,1 miljoen euro aan inschatting van structurele inkomsten van het Rijk opgenomen. Rekening houdend met het zeer zwaarwegende advies van een nieuwe deskundigencommissie, is onze inschatting dat het Rijk hier niet omheen kan. Daarom ramen we ook voor die jaren nog een structureel bedrag aan te verwachten baten voor jeugd. Dat is ook in lijn met het begrotingsadvies van de VNG. Daarnaast is een bedrag van 1,2 miljoen euro geraamd voor een specifieke uitkering woonplaatsbeginsel jeugd. Deze inschatting is gemaakt op basis van ervaringscijfers uit het verleden en een realistische raming van de te verwachten uitkering. Het bedrag dat is opgenomen voor de LVV (1,3 miljoen euro) is het meest onzeker. Om de minimale opvang te kunnen bieden die de overheid moet leveren op grond van Europese mensenrechtenverdragen en de Europese Terugkeerrichtlijn, is een bedrag van 1,3 miljoen euro nodig. Op grond van de veronderstelling dat de Rijk zich zal houden aan de beginselen van goed bestuur en de financiële verhoudingswet, is dit bedrag opgenomen in deze voorjaarsnota als compensatie van het Rijk.
Vraagnummer: 17 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Senna Maatoug Voorjaarsnota 3. Inhoudelijke ontwikkelingen die aandacht en bijsturing vragen 3.4 Netcongestie
Verbijzondering/context
Er wordt mbt netcongestie een "risico genomen op compensatie door Rijk en/of projectontwikkelaars" voor €2,3 miljoen
36
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Kan het college specificeren hoe reëel de kans op deze compensatie is en welke concrete stappen reeds zijn gezet om deze externe dekking te verzekeren? Wat is het financiële gevolg als deze compensatie uitblijft, met name voor de structurele (kapitaal)lasten van fysieke maatregelen die na 2026 toenemen tot €1,6 miljoen in 2028?
Antwoord: De verwachting is dat met congestieverzachtende maatregelen, door inzet van batterijen en generatoren in de piek van het stroomgebruik, ontwikkelingen ondanks netcongestie mogelijk worden. Mogelijk kunnen die kosten (gedeeltelijk) door projectontwikkelaars worden betaald. We treden met het rijk in overleg over compensatie van een deel van de kosten. Wanneer deze compensatie uitblijft komen er extra kosten bij voor projectontwikkelaars, valt de woningbouw stil of het wordt een knelpunt voor de gemeente zelf. Zonder bijdrage van het rijk valt de woningbouw stil, en dat is een risico dat wij niet zelf kunnen afdekken. Daar kampen alle regio's mee, niet alleen Utrecht. Met de minsteries VRO/wonen en Klimaat en groene groei hebben we hier contact over. Er zijn in het voorjaar door het rijk middelen aangekondigd voor maatregelen netcongestie. Met de val van het kabinet is onduidelijk of de behandeling van dit pakket maatregelen door huidige of volgende kabinet wordt opgepakt. Voor de eigen te ontwikkelen gemeentelijke gebouwen (scholen en andere maatschappelijke voorzieningen) geldt dat in de lopende projecten geen rekening is gehouden met extra kosten voor congestieverzachtende maatregelen. Als de compensatie hiervoor uitblijft betekent dat dit ook een knelpunt voor de gemeente zelf wordt.
Vraagnummer: 18 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Senna Maatoug Voorjaarsnota Bijlage 2 - Hervormingen en bezuinigingen: per maatregel toegelicht Thema 2: Scherper prioriteren in beleid en werk
Verbijzondering/context
Er wordt voorgesteld te bezuinigen op "Beleid Energietransitie" (structureel €0,562 miljoen), onder andere door te stoppen met het klimaatpanel in zijn huidige vorm, de trekker arbeidsmarkt en energie, stimulerend toezicht bij bedrijven, en het terugschroeven van ambities op o.a. Solar carports en bovenlokale ambities Klimaatakkoord
52
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Welke klimaatdoelstellingen komen hierdoor mogelijk onder druk te staan?
Antwoord: Onze verwachting is dat de impact op het realiseren van de klimaatdoelstellingen vooralsnog beperkt blijft door deze bezuinigingen zoals in de jaarplanbrief op hoofdlijnen (27 mei 2025) is aangegeven.. We verwachten op andere manieren bewoners en bedrijven te bereiken, bijvoorbeeld door in met Energieke netwerken in de buurten aan de slag te zijn en via de bestaande netwerken voor bedrijven ons aanbod onder de aandacht te brengen. We houden in de gaten of deze aanpassing effect heeft op het bereiken van de bewoners en bedrijven. . We vullen de bezuiniging in door vooral slimmer en efficiënter te werken. En we bezuinigen op projecten die relatief gezien een kleine bijdrage levere, zoals de Solar carpots. n. Het Klimaatpanel behandelt verschillende klimaatvraagstukken. Het betreft thema's op het gebied van energie, mobiliteit, groen of de klimaatvisie. Twee van de vier klimaatpanels zijn energie gerelateerd. We handhaven deze twee bijeenkomsten, maar dragen financieel niet meer bij aan de andere thema's om zo scherper te prioriteren activiteiten die we doen vanuit het programma. ma's (zie ook beantwoording vraag 39). Waarom deze en waarom niet de andere twee? Wat is daar het gevolg van? Het Stimulerend toezicht stopt en zal op de lange duur mogelijk effect hebben op de verduurzaming van bedrijven.
We verwachten dit op te vangen door meer gebruik te maken van de bestaande netwerken van ondernemers in de stad. De afgelopen periode is onderzoek gedaan naar Solar Carports. Een haalbare business case is moeilijk te realiseren en de opbrengst duurzame energie is gering. Dit jaar zijn we aan de slag met arbeidsmarkt en energie. We verwachten een samenwerking met marktpartijen te organiseren die na onze eerste opstart een jaar eerder zelfstandig een vervolg moeten geven aan de opgestarte projecten.
Vraagnummer: 19 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Niet ingepaste onderwerpen
Verbijzondering/context
De Voorjaarsnota stelt onder "Niet-ingepaste onderwerpen" dat voor de ongedekte kosten van activiteiten uit de Beleidsnota Utrecht circulair 2030 (structureel €1,4 miljoen vanaf 2025) de komende jaren nog dekking gevonden moet worden en dat pas bij dekking activiteiten kunnen starten of opschalen. Tegelijkertijd wordt er bij de hervormingsbezuinigingen voorgesteld om €0,047 miljoen structureel te bezuinigen op "Afschalen circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap".
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
19, 93,94, 151, 156, 287 Hoe wordt voorkomen dat de voorgestelde bezuiniging de (zoektocht naar) financiering en realisatie van de circulaire economie verder bemoeilijkt?
Antwoord: Het is niet te voorkomen dat de voorgestelde bezuiniging de (zoektocht naar) financiering en realisatie van de circulaire economie verder bemoeilijkt. Effecten van deze bezuiniging: We dragen sinds 2024 bij aan verschillende circulaire netwerken zoals DigiC en Cirkelstad. Als gevolg van de voorgestelde bezuiniging, korten we op de financiële bijdrage aan deze netwerken. DigiC zal hierdoor minder capaciteit beschikbaar hebben voor het opzetten en de samenwerking in projecten in Utrecht. Onderdeel van prioriteit 1 Circulaire bedrijvigheid en ondernemerschap is circulaire arbeidsmarkt. De betrokkenheid bij de genoemde netwerken is voor ons een belangrijke manier om in contact te zijn met werkgevers en zicht te houden op hun vragen en behoeften op het gebied van arbeid en vaardigheden.
Vraagnummer: 20 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eva Oosters Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.3 Knelpunten en bijsturing 30 binnensportcapaciteit 0
Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag
Capaciteit (sporthallen) voor binnensport blijft achterlopen.
Vraag
Heeft het college ideeën om dit op creatieve wijze toch te temperen qua oplopende achterstand , zodat zoveel mogelijk Utrechters toch kunnen blijven sporten?
20, 133, 134, 135, 136, 214, 279, 350, 351, 365, 402
Antwoord: Uitgangspunt blijft dat we zoveel mogelijk Utrechters die willen sporten ook de mogelijkheid bieden om dat te doen. Ondanks dat de binnensportcapaciteit knelt, zorgen we voor oplossingen die op korte termijn benodigd zijn, zoals bijvoorbeeld door het inzetten van blaashallen voor onder andere hockey of het gebruikmaken van sportzalen en gymzalen van het onderwijs. Tevens is op de Loevenhoutsedijk een tijdelijke sporthal Tempo gebouwd waardoor de capaciteit uitgebreid is. Daarnaast kijken we natuurlijk ook naar de lange termijn en werken we momenteel met de sportverenigingen, de zaalverdelingscommissie en SportUtrecht aan een routekaart binnensport waarin staat hoe we omgaan met de capaciteit terwijl we werken aan nieuwe sporthallen zodat er een gezamenlijke visie/beeld ontstaat richting de toekomst.
Vraagnummer: 21 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman Bijlage 2 - Hervormingen en bezuinigingen: per maatregel toegelicht Thema 7: Verdienvermogen benutten 60
Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
In hoeverre acht het college het aannemelijk dat de geplande, structurele verhoging van de toeristenbelasting effect heeft op het aantal toeristen dat Utrecht bezoekt?
Antwoord: Op basis van trendanalyse en marktonderzoek gaan we voor de toeristenbelasting uit van 6% groei. De uitgevoerde analyse houdt rekening met geplande belastingverhogingen, de uitbreiding van het hotelkameraanbod en andere factoren.
Vraagnummer: 22 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman Voorjaarsnota & Bestuursrapportage 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Niet ingepaste onderwerpen
Verbijzondering/context
niet aangepaste onderwerpen in VJN: ongedekte kosten voor uitvoering en mijlpalen in BERAP: Beleidsnota stadswater
0
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Is er door het college onderzocht of de provincie Utrecht en/of het waterschap (zoals Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden) direct (ook financieel) te betrekken bij de uitvoering van het stadswaterbeleid?
Antwoord: Ja, we hebben met name over de uitkomsten van het zwemwateronderzoek contact gehad met de provincie en het waterschap. Helaas zien beide partijen op dit moment (nog) geen mogelijkheden om financieel bij te dragen in de ontwikkeling van de kansrijke locaties Werkspoorhaven en NoorderparkRuigenhoek tot officiële zwemwaterlocaties. Daarnaast bespreken we de bijdrage aan de uitvoering van de ambities ‘meer transport en bevoorrading over water’ en ‘het stimuleren van schoon en stil vervoer over water’ met verschillende betrokken overheden.
Vraagnummer: 23 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries; Eelco Eerenberg Meerjarenprogramma Ruimte Geen nadere definiëring van toepassing
Verbijzondering/context
Een optelsom van projecten op de lijst sociale huur projecten 2025 komt uit op 1413 studentenwoningen, waarvan 641 zelfstandig zijn, ongeveer 45%
1
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
1. Hoe verhoudt zich dit tot de doelstelling van het college om het tekort van ongeveer 5300 studentenwoningen op te lossen? 2. Hoe verhoudt het aandeel van 45% zelfstandige studentenwoningen zich tot het voornemen in de nota wonen om in te zetten op 30% zelfstandige en 70% onzelfstandige studentenwoningen?
Antwoord: Het doel in het actieplan studentenhuisvesting is om 5.300 studentenwoningen te realiseren in de periode 2023 tot en met 2030. Sinds 2023 hebben we circa 200 studentenwoningen gerealiseerd. Op dit moment staan er 4.000 eenheden in de planvoorraad, waarvan 1.700 onzelfstandige eenheden. Hiervan worden in 2026 1.500 eenheden opgeleverd, denk aan de High Five. We zijn daarmee goed op weg om deze doelstelling te halen. Wat betreft onzelfstandig; we zien dat met het nieuwe puntensysteem voor kamers (WWSO) het minder moeilijk is om kamers te realiseren. Dit blijkt ook uit de laatste aanpassingen in projecten. Zo is de Kwekerij fase 4 nu 100% onzelfstandig. De komende jaren blijven we extra inzetten op onzelfstandig zodat het percentage 45% verder groeit.
Vraagnummer: 24 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rachel Streefland Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.2 Hervormingen en bezuinigingen Thema 1: Efficiënter, zakelijker en klantgerichter werken 0
Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Uitsplitsing bezuinigingen: waar vallen de klappen? In de Voorjaarsnota 2025 wordt structureel €11,3 miljoen bezuinigd op interne dienstverlening en overhead. Tegelijkertijd groeit de stad en het gemeentelijk takenpakket. Kunt u per organisatielaag (beleid, uitvoering, bedrijfsvoering, management) uitsplitsen hoeveel van deze bezuiniging daar terechtkomt, en welke functies of afdelingen het meest geraakt worden?
Antwoord: Voor een groeiende stad en toenemend gemeentelijk takenpakket is een passende overhead (bedrijfsvoering en management) nodig. Er is hiervoor gekeken waar efficiëntievoordelen en het verminderen van de interne dienstverlening leiden tot uitvoerbare besparingen. Die bedragen opgeteld ruim 11 mln. Hierbij blijft de ondergrens van een vitale organisatie gewaarborgd. Van de ruim 11 mln bestaat ca. 6 mln uit overhead inclusief management. Afdelingen die daarbinnen het meest geraakt worden zijn o.a. Informatie&ProcesManagement en Mens & Organisatie. Denk daarbij aan het optimaliseren van processen, het vervangen van inhuur door vast personeel en het verminderen van management waar de span of control niet te groot is. Bij beleid wordt ca. 2 mln bespaard door o.a. een grotere zelfredzaamheid van managers, procesoptimalisatie, standaardiseren van brieven en verminderen van afdelingskosten. Beleidsafdelingen die het meest geraakt worden zijn Ruimte en Maatschappelijke ontwikkeling. Daarnaast wordt 3 mln aan efficiëntiemaatregelen in de (relatief grote) uitvoeringsafdelingen doorgevoerd, waarvan de afdeling Werk & Inkomen het meest wordt geraakt.
Vraagnummer: 25 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rachel Streefland Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.2 Hervormingen en bezuinigingen Thema 2: Scherper prioriteren in beleid en werk 0
Verbijzondering/context
De voorjaarsnota spreekt over een herverdeling van capaciteit binnen de organisatie, maar licht niet toe welke keuzes daarin zijn gemaakt.
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Hoe borgt het college dat uitvoerende taken – zoals publieksdienstverlening, vergunningverlening, wijkteams en het sociaal domein – niet zwaarder geraakt worden dan beleidsfuncties of centrale stafeenheden? En welke afwegingen zijn daarbij gemaakt?
Antwoord: Aan de voorkant is bij het maken en kiezen van voorstellen gestuurd op meer beleid dan uitvoering om de stad zo veel mogelijk te ontzien. Daarbij is aangesloten bij de leidende principes uit de Voorjaarsnota 2024 die de raad heeft vastgesteld, waarin wordt aangegeven dat we minder beleid gaan ontwikkelen, zodat wij in onze uitvoering de basis op orde kunnen brengen en houden. We hebben voor het prioriteren van beleid en werk meer gekeken naar beleids- en staf dan naar uitvoeringsafdelingen. Door de forse financiële opgave zijn er enkele bezuinigingen op het werk van uitvoerende taken, waarbij we goed hebben gekeken naar het beperken van de impact voor de inwoners door bijvoorbeeld de dienstverlening te verminderen op momenten dat inwoners minder contact opnemen met de gemeente.
Vraagnummer: 26 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
Partij voor de Dieren Susanne Schilderman Programma Water en Riolering
Verbijzondering/context
Programma Water en Riolering: de vervangingsinspanning van de riolering wordt verlaagd van 18 naar 8 kilometer per jaar (en eigenlijk 4,8 km per jaar). Prima (vanuit duurzaamheidsoogpunt) dat er nu vanuit gegaan wordt dat de riolering 100 jaar mee kan gaan in plaats van 70 jaar, maar nu wordt al te snel te conclusie getrokken dat de inspanning DUS van 18 naar 8 km per jaar kan gaan, terwijl maar 4,8 km gehaald is/wordt en er DUS vanuit gegaan wordt dat er maar 60% van de vervanging gaat plaatsvinden de komende jaren. Ja, er zijn moeilijkheden bij de uitvoering, maar door ervan uit te gaan dat de inspanningen dan maar flink teruggeschroefd kunnen worden, terwijl er een achterstand is, de stad klimaatbestendiger gemaakt moet worden, de klimaat- en biodiversiteitscrisis door blijven denderen en er pas bij de Voorjaarsnota 2026 een geactualiseerde versie van het Uitvoeringsprogramma Water en Riolering komt (over een jaar!) en in 2027 de nieuwe Beleidsnota Water en Riolering (ervan uitgaande dat een nieuw college dit inderdaad kan leveren), dat kan niet. En er wordt gekeken naar het klimaatbestendiger maken van de openbare ruimte totdat het riool vervangen moet worden, maar dan moet de grond misschien daarna alsnog open, terwijl er dan een biodiverse beplanting is die weer kapotgemaakt wordt.
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
0
PvdD 2 en Volt 43 Op pagina 7 staat: "zeker nu de rioolvervangingsinvesteringen steeds bepalender worden voor de mogelijkheden om de openbare ruimte te vernieuwen en te verduurzamen." Waarom gaat het college van het uitgangspunt uit dat er maar 60% van 8 km per jaar (in plaats van 100% van 18 km per jaar) de komende jaren aan riolering wordt vervangen? Vindt het college dit niet ook weinig ambitieus, zeker gezien de biodiversiteits- en klimaatcrisis en ook het te grote aantal riooloverstorten die invloed hebben op de Utrechtse wateren?
Antwoord: De kwaliteit van onze riolering blijkt op basis van uitgebreid onderzoek op basis van actuele inspecties naar te accepteren risico’s en schadebeelden beter dan verwacht. Hierdoor kunnen we het riool langer laten liggen dan de 70 jaar waar we in de Visie Water en Riolering nu vanuit gaan. Dit is vanuit duurzaamheid en vanuit financieel oogpunt goed nieuws, omdat we het materiaal langer kunnen gebruiken. Het beeld is gebaseerd op inspecties van ongeveer 30% van het areaal. We gaan verder met de uitvoering van inspecties in het overige deel van het areaal om de exacte levensduur van de riolering te bepalen. Het huidige inzicht geeft ons echter al zoveel vertrouwen dat we vanaf nu onze vervangingsinspanning baseren op een gemiddelde levensduur van de riolering van 100 jaar. Met deze levensduur is het voorlopig niet nodig de rioolvervangingsinspanning verder op te voeren van 8 km in 2026 naar 18 km per jaar in 2035, zoals we voorzagen in de Visie Water en Riolering. Om kapitaalvernietiging te voorkomen voeren we de vervangingsinspanning niet verder op en houden we het op het vervangen van 8 km riolering per jaar.
Daarnaast bleef de realisatie van rioolvervanging de afgelopen jaren achter op de programmering. Hierdoor nam de hoogte van onze investeringsvoorziening, waar we jaarlijks het begrote budget voor onze investeringen in storten, de afgelopen jaren toe. De stand van de voorziening eind 2024 was 32,2 miljoen euro. We vinden het belangrijk om de voorziening niet verder op te laten lopen, wanneer we constateren dat de realisatie van rioolvervanging in het komende jaar waarschijnlijk niet de doelstelling van 8 kilometer haalt. Dit om te voorkomen dat de inwoners teveel betalen. Daarom nemen we vanaf 2026 40% minder budget voor de vervangingsinvesteringen riolering op in de begroting, ofwel voor maar 4,8 km in plaats van 8 km. We blijven er echter naar streven om 8 km rioolvervanging te programmeren en realiseren. Omdat we de rioolvervangingsinspanning voorlopig niet verder laten stijgen maar gelijk houden op 8 km per jaar, gaan we zoals u terecht aangeeft de komende jaren op minder plekken aan de slag dan in de Visie Water en Riolering voorzien. Dit heeft gevolgen voor de ambitie in de Visie Water en Riolering en Visie Klimaatadaptatie om de openbare ruimte te vernieuwen en gelijktijdig klimaatbestendiger, groener en meer circulair en natuurinclusief te maken.
Komend jaar brengen we de consequenties goed in beeld en onderzoeken we met welke aanpak we de stad onverminderd klimaatbestendiger kunnen maken. Hiervoor gebruiken we de resultaten van de nieuwe ronde klimaatstresstesten, waarvan we de resultaten in Q1 2026 via een raadsbrief met u zullen delen. Dit kan ertoe leiden dat we los van de rioolvervanging op andere plekken in de stad aan de slag moeten om onze klimaatadaptatiedoelstellingen te realiseren. Dit vraagt een zorgvuldige afweging tussen ambities en noodzaak enerzijds en beschikbare middelen en uitvoeringscapaciteit anderzijds. Een nadere uitwerking en besluit op dit punt nemen we bij de geplande herziening van de Visie Water en Riolering en de Visie Klimaatadaptatie in 2026/2027.
Vraagnummer: 27 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
Partij voor de Dieren Susanne Schilderman Programma Water en Riolering
Verbijzondering/context
Programma Water en Riolering: de vervangingsinspanning van de riolering wordt verlaagd van 18 naar 8 kilometer per jaar (en eigenlijk 4,8 km per jaar).
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
4
PvdD1, Volt 41 en PvdA54 En waarom wordt nu 'verheugd' meegedeeld dat de rioolheffing (niet alleen vanwege de langere levensduur van het riool, maar ook omdat het onderhoud sterk achterloopt) zal dalen, terwijl de kosten voor inwoners naar verwachting enorm gaan stijgen ten gevolge van klimaatverandering? Wij vinden dit echt een voorbeeld van korte termijndenken, terwijl een lange termijnvisie juist bij dit soort programma's zeer nodig is.
Antwoord: We zijn verheugd omdat ons riool in een betere toestand is dan voorzien en daardoor langer meegaat met als gevolg dat de rioolheffing op dit moment niet verder omhoog moet. Dit is zowel financieel als vanuit duurzaamheid voordelig, omdat we het materiaal langer kunnen gebruiken. We zijn zoals u terecht aangeeft niet verheugd dat de realisatie van rioolvervanging achterblijft op de programmering. Die moet inderdaad omhoog om te voorkomen dat op de lange termijn achterstallig onderhoud ontstaat. In 2026 brengen de consequenties van de langere levensduur van de riolering en de achterblijvende kilometers gerealiseerde rioolvervanging per jaar in beeld en onderzoeken we met welke aanpak we de stad onverminderd klimaatbestendiger kunnen maken. Zo kunnen we voorsorteren op de kosten van de ambitie om Utrecht nu en in de toekomst klimaatbestendig te houden. De financiële voordelen van het gemiddeld langer meegaan van de riolering zijn echter zo groot, dat we niet wilden wachten met dit voordeel al door te voeren in de rioolheffing.
Vraagnummer: 28 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
Partij voor de Dieren Susanne Schilderman Voorjaarsnota 1. Grote uitdagingen, stevige maatregelen
Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag
Sluitendheid voorjaarsnota
Vraag
Waarom heeft het college ervoor gekozen om de voorjaarsnota sluitend te maken? Hoe kijkt het college naar andere gemeenten die dit niet hebben gedaan?
7
Antwoord: Het uitgangspunt voor de voorjaarsnota is een stabiel financieel beleid. In ons laatste jaar als stadsbestuur willen we de stad natuurlijk zo goed en stabiel mogelijk achterlaten voor inwoners en ondernemers. Daarom zorgen we voor een evenwichtig huishoudboekje voor de nieuwe gemeenteraad en het nieuwe college. Hiermee kiest het college er dus voor om problemen niet naar de toekomst door te schuiven. Het college neemt verantwoordelijkheid om deze problemen nu op te lossen om ook naar de toekomst toe te kunnen blijven investeren in de stad. Daar staat tegenover dat het college ook het Rijk aan haar verantwoordelijkheid houdt en vasthoudt aan de eis dat het Rijk voldoende middelen beschikbaar stelt voor de opgedragen taken. In deze Voorjaarsnota zijn dan ook aanvullende rijksmiddelen geraamd voor onder meer Jeugd, LVV, inburgering en netcongestie. Andere gemeenten kunnen hun eigen redenen hebben om geen sluitende voorjaarsnota te maken.
Vraagnummer: 29 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
Partij voor de Dieren Susanne Schilderman Voorjaarsnota 1. Grote uitdagingen, stevige maatregelen
Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag
Val kabinet
Vraag
Wat doet de val van het kabinet met de onzekerheid over structurele inkomsten van het Rijk?
7
16, 97, 110, 111
Antwoord: De onzekerheid over de structurele inkomsten van het rijk zoals toegelicht in de Voorjaarsnota wordt door de val van het kabinet op korte termijn niet anders. Het Rijk heeft voor incidentele verlichting gezorgd met de middelen die dit voorjaar beschikbaar zijn gesteld, maar heeft niet alle problemen structureel opgelost zoals ook toegelicht in de voorjaarsnota. Het financieel beeld van alle gemeenten is de komende jaren niet rooskleurig.
Vraagnummer: 30 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
Partij voor de Dieren Eva Oosters Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.3 Knelpunten en bijsturingen
Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag
uitvoering taken door RUD
Vraag
Hoeveel van de extra uitgaven vanuit onze gemeente aan de RUD gaat precies naar overhead? Hoe realistisch acht het college het dat vanaf 2027 deze extra kosten zijn verdwenen? En wat is de impact hiervan, zowel nu als in na 2027, op de taakuitvoering vanuit de RUD? Gaat dit niet ten koste van bijv. milieuvergunningcontroles?
0
Antwoord: Van extra middelen die in de VJN zijn opgenomen gaat in 2025 en 2026 0,310 miljoen euro naar overhead. In 2025 is er daarnaast 0,200 miljoen euro bestemd voor het actualiseren van het bodemarchief dat nodig is bij de uitvoering van taken van de RUD. In de dienstverleningsovereenkomst met de RUD en vanaf 2026 de ODU (Omgevingsdienst Utrecht) nemen we producten af. Bij de reguliere voortgangsrapportages vindt er een beoordeling plaats op doelmatigheid van de inzet. Tot heden was dit akkoord. Het lijken structurele kosten te zijn.Dit wordt steeds geëvalueerd. Eventuele bezuiniging op de ODU moeten evt. via het minder afnemen van producten gaan, hetgeen niet altijd mogelijk is, omdat het wettelijke taken betreft. Er is nog geen strategie vastgesteld, omdat ook de ODU nu nog niet in functie is. In algemene zin zal worden ingezet op de volgende denkrichtingen om besparingen te realiseren: focus op kerntaken, verminderen complexiteit en administratieve lasten, verminderen externe inhuur, slimmer en efficiënter werken en versoberen van producten en diensten. We moeten nog met de RUD / ODU in gesprek over eventuele besparingsmogelijkheden. Pas dan weten we of het haalbaar is om de kosten te verminderen en welke consequenties dit heeft op de taakuitvoering en bijv. milieuvergunningcontroles.
Vraagnummer: 31 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
Partij voor de Dieren Rachel Streefland Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.3 Knelpunten en bijsturingen
Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag
"meevaller project staatsloosheid"
Vraag
Waar worden de vrijgevallen middelen vanwege het afronden van dit project aan besteed?
0
Antwoord: Deze vrijgevallen middelen zijn als voordeel in het totaal van de lasten van de knelpunten meegenomen en hebben daarmee geen specifieke besteding.
Vraagnummer: 32 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
Partij voor de Dieren Sharon Dijksma Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.3 Knelpunten en bijsturingen
Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag
faciliteren demonstraties en preparatie op openbare ordeverstoringen Ja
Vraag
Wat is volgens het college "adequaat optreden bij mogelijke verstoringen van de openbare orde en crises"? Wat wordt hier bedoeld met crises? En deze voorgestelde budgetverhoging is alleen voor 2025; wat is de impact daarna op het al dan niet kunnen faciliteren van demonstraties?
0
Antwoord: Deze budgetverhoging ziet niet op optreden bij crises, dit is per abuis opgenomen. De verhoging ziet op extra capaciteit en budget voor materiële kosten in 2025, noodzakelijk om aan de vereisten van de invulling van onze wettelijke taak (beschermen en faciliteren van demonstraties) te kunnen blijven voldoen. Zonder budgetverhoging zullen we demonstraties mogelijk niet meer kunnen beschermen en faciliteren (zowel door tekort aan materieel als personeel), waardoor wij onze wettelijk taak niet goed kunnen uitvoeren (grondrechten worden onvoldoende gefaciliteerd). Dit brengt risico’s met zich mee (onrust in de stad, wanordelijkheden, polarisatie). Of demonstraties kunnen enkel beperkt (bv alleen statisch en niet dynamisch) gefaciliteerd worden. Mogelijk ontstaat er in de toekomst opnieuw een knelpunt om uitvoering te geven aan deze wettelijke taak, aangezien we er rekening mee houden dat de toename van het aantal demonstraties doorzet.
Vraagnummer: 33 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
Partij voor de Dieren Susanne Schilderman Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.3 Knelpunten en bijsturingen
Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag
Essentaksterfte.
Vraag
In het komende jaar wordt incidenteel het beleid om essen te behouden of te vervangen voortgezet. Aan welke oplossingen denkt het college om ook hierna ervoor te kunnen blijven zorgen dat de Utrechtse essen goed gemonitord worden en indien nodig de ziekte aangepakt wordt en/of essen worden vervangen?
19
SB9 en PvdA11
Antwoord: We willen het komende jaar onderzoeken op welke manier we de aanpak willen voortzetten. Er zijn op dit moment nog geen oplossingen om de boomziekte te bestrijden. Specifieke monitoring van essen op essentaksterfte blijft noodzakelijk om de ziekte vroeg op te kunnen sporen en maatregelen te kunnen nemen, omdat essentaksterfte het best te monitoren is in de zomermaanden. Essentaksterfte is bij reguliere boomveiligheidscontroles niet altijd goed te zien, doordat deze controles gedurende het hele jaar worden uitgevoerd (minimaal 1x per drie jaar).
Vraagnummer: 34 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
Partij voor de Dieren Rachel Streefland Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.2 Hervormingen en bezuinigingen Thema 7: Verdienvermogen benutten 42
Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag
140 fte verlaging
Vraag
Welke effecten gaan de 140 fte die verdwijnen hebben op de organisatie? Wat gaat dit doen met de ambities van Utrecht? Hoe schat het college het risico in dat dit tot verdere vertragingen leidt op projecten?
Antwoord: 140 fte reductie is gevolg van inhoudelijke en efficiëntiekeuzes en dus het verminderen van taken. Waar de keuzes de ambities van de stad en de uitvoering van projecten raken, staan die zo veel mogelijk vermeld in de Voorjaarsnota.
Vraagnummer: 35 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
Partij voor de Dieren Rachel Streefland Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.2 Hervormingen en bezuinigingen Thema 7: Verdienvermogen benutten 42
Verbijzondering/context Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag
140 fte verlaging
Vraag
Hoe gaat het college ervoor zorgen dat het verdwijnen van 140 fte niet gaat leiden tot meer mensen met een burn-out doordat er nu meer taken overgenomen moeten worden? Dit zou namelijk ook weer verder ambities afschalen en mogelijk meer dure externe inhuur vereisen.
Antwoord: 140 fte reductie is gevolg van inhoudelijke en efficiëntiekeuzes en dus het verminderen van taken. Dit betekent dat er geprioriteerd is zowel in taken, maar ook in de tijd. Door scherp te prioriteren bepalen we wat we wel doen, wat we niet meer doen danwel wat we later doen. Er hoeft dus geen werk overgenomen te worden waardoor werkdruk verhoogd wordt.
Vraagnummer: 36 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
Partij voor de Dieren Linda Voortman Meerjarenprogramma Ruimte
Verbijzondering/context
Openbare ruimte en Groen. "Een verdere verhoging van het tempo is mogelijk met het extra budget dat in 2026 beschikbaar komt, maar is nog niet voldoende om in balans te kunnen groeien."
48
Erratum ja of n.v.t.? Heeft relatie met vraag Vraag
Hoeveel budget is wél nodig om in balans te kunnen groeien? En andersom: als het budget voor groen gelijk blijft, hoeveel woningen kunnen er minder gebouwd worden als dat aantal niet sneller zou mogen toenemen dan het tempo waarin ook het aantal bomen en ha groen toeneemt?