Beantwoording schriftelijke raadsvragen Voorjaarsnota 2021 en de Eerste Bestuursrapportage 2021.pdf
Tekst van het document
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota / 1e Bestuursrapportage 2021
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 88 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) Verbijzondering
PvdA Van Ooijen
Vraag
Op pagina 33 wordt ingegaan op verschillende nieuwe sportaccommodaties. Het gaat hierbij om Sporthal Voordorp, Sporthal Cartesiusdriehoek, Sporthal Merwedekanaalzone en Zwembad Maximapark. Voor al deze sportaccommodaties zijn voor de komende jaren voorbereidingskredieten opgenomen. Wat is het doel van deze voorbereidingskredieten? Wat betekent dit voor het moment van realisatie van de genoemde sportaccommodaties. Vinden deze dan na 2025 plaats?
2.3. Investeren in een gezonde ontwikkeling van de stad 2.3.1. Maatschappelijke voorzieningen 33
Antwoord: De voorbereiding voor de realisatie van een nieuwe sporthal kent meerdere voorbereidingsjaren. Daarom vragen we vier jaar voor geplande oplevering een voorbereidingskrediet aan. Dit om te starten met de planuitwerking waaronder defintieve locatiekeuze en uitwerking programma van eisen t.b.v. de aanbesteding van technische adviseurs en architect of inbreng in gebiedsontwikkeling. Het exacte moment van realisatie is afhankelijk van de ontwikkeling van de daadwerkelijke groei
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota / 1e Bestuursrapportage 2021
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 89 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) Verbijzondering
PvdA Van Ooijen, Verschuure
Vraag
Op pagina 33 wordt ingegaan op extra capaciteit voor Maarschalkerweerd, terwijl hier nog een variantenstudie moet plaatsvinden. Ook stelt de VJN dat dit kan door capaciteit die vrijvalt. Kan worden aangegeven welke capaciteit vrijvalt en hoe het plan er dan precies uit komt te zien?
2.3. Investeren in een gezonde ontwikkeling van de stad 2.3.1. Maatschappelijke voorzieningen 33
Antwoord: In het gebied Maarschalkerweerd-Noord komt er ruimte beschikbaar door het verdwijnen van een niet-sport functie. Hierdoor ontstaat ruimte voor sport, recreatie en groen. Hoe dit plan eruit komt te zien is uitkomst van de variantenstudie die nu is opgestart en waarover wij u recent hebben geïnformeerd middels een raadsbrief van 28 april 2021.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota / 1e Bestuursrapportage 2021
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 90 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) Verbijzondering
PvdA Van Ooijen, Verschuure
Vraag
Op pagina 33 wordt 19.000 per jaar gereserveerd voor ‘uitbreiding veldsport 6 stedelijke onderzoeken voorbereidingskrediet’ kan dit worden toegelicht?
2.3. Investeren in een gezonde ontwikkeling van de stad 2.3.1. Maatschappelijke voorzieningen 33
Antwoord: In de Ruimtelijke strategie Utrecht op pagina 108 en in hoofdstuk 6 worden een aantal locaties geduid waar uitbreiding van sportvelden onderzocht kan worden. Het eerste onderzoek is recent gestart hierover bent u geïnformeerd middels raadsbrief startdocument Maarschalkerweerd-Noord van 28 april 2021.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota / 1e Bestuursrapportage 2021
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 91 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) Verbijzondering Vraag
PvdA Klein 2.1. Herstel uit de crisis 2.1.1. Maatregelenpakket 'Essentiele voorzieningen overeind houden' 20
Maatregelenpakket essentiële voorzieningen overeind houden: Hoe hebben deze maatregelen structureel in plaats van incidenteel effect? Hoe komt de inzet op kansengelijkheid ook in dit maatregelenpakket terug?
Antwoord: Het structurele effect van deze maatregel is dat de huidige sociale infrastructuur van waardevolle voorzieningen op het gebied van cultuur, sport en welzijn in stand blijft. Zonder deze voorzieningen komt er een eind aan voor iedereen beschikbare activiteiten. Op deze manier houden we de drempel voor toegang tot deze voorzieningen laag voor alle groepen. De middelen voor essentiële voorzieningen worden binnen de kaders uit de kaderbrief 2020 ingezet bij instellingen voor Welzijn, Sport, Cultuur, Erfgoed en bij evenementen. We zetten in op instellingen die we al ondersteunen met subsidies en/of verlaagde tarieven voor huisvesting.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota / 1e Bestuursrapportage 2021
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 92 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) Verbijzondering Vraag
PvdA Voortman, van Ooijen, Eerenberg 2.1. Herstel uit de crisis 2.1.2. Maatregelenpakket 'Versterken van bestaanszekerheid' 21
Maatregelenpakket versterken van bestaanszekerheid. Er wordt geschetst hoe de crisis gevolgen heeft voor de bestaanszekerheid en kansengelijkheid. Betekent dit dat alles wat op dit pakket (en andere pakketten) gebeurt daar ingezet wordt waar de bestaanszekerheid het meest onder druk staat en de kansenongelijkheid het grootst is? Wordt altijd de vraag gesteld: hoe bevoordeelt dit mensen die nu geen gelijke kansen hebben? Zo ja, waar blijkt dit uit? Hoe wordt op deze gebieden ongelijk geïnvesteerd of gefocust?
Antwoord: Het maatregelenpakket Versterken bestaanszekerheid bestaat uit een 4-tal maatregelen: 1. Versneld vernieuwen zorg dichtbij en op maat 2. Kansrijke start voor kinderen 3. Voorkomen en versneld oplossen schulden 4. Voorkomen toename overlast en (ondermijnende) criminaliteit Alle maatregelen zijn gericht op het versterken van de bestaanszekerheid en kansengelijkheid bij Utrechters bij wie dit het meest onder druk staat of het grootst is. Per maatregel wordt hier op verschillende manieren aandacht aan besteed: 1. Vanuit de maatregel versneld vernieuwen wordt ingezet op het verbeteren van de situatie van kwetsbare Utrechters die negatieve sociale effecten ondervinden van corona en de coronamaatregelen. Dit betreft Utrechters bij wie de bestaanszekerheid het meest onder druk staat en de kansenongelijkheid het grootst is. Zo zetten we bijvoorbeeld in op de groep jongvolwassenen in een kwetsbare situatie die veel last hebben van de impact van corona en niet vanzelfsprekend de weg naar hulp vinden of extra behoefte hebben aan laagdrempelige ondersteuning. Het gaat bij versneld vernieuwen dus juist om ongelijk investeren op die plekken waar we met onze partners in de stad vaststellen dat extra (preventieve) inzet op zorg en ondersteuning het hardst nodig is.
In de beoordeling van de subsidieaanvragen op de nadere regel versneld vernieuwen wordt expliciet gekeken naar een goede spreiding van de inzet over de stad en een goede spreiding over de inhoudelijke thema’s en doelgroepen. Om de effecten van de interventies vanuit versneld vernieuwen te volgen is het Verwey-Jonker Instituut aangetrokken. Zij organiseren een leer- en ontwikkeltraject om met de betrokken partners in beeld te brengen hoe hun activiteiten bijdragen aan het doel van versneld vernieuwen en de duurzame transformatie van de zorg.
2.
3.
4.
Bij de keuze voor de interventies is bekeken wat echt zou helpen om de negatieve effecten van corona te verminderen voor aanstaande en jonge ouders. Bijvoorbeeld de uitbreiding van kortdurende video-hometraining. Dat is een preventieve methodiek die wordt ingezet bij ouders met kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar, die spanning ervaren in de opvoeding. Door corona zien we een stijging van stress bij ouders, waardoor de druk in een gezin oploopt. Met deze interventie worden ouders laagdrempelig ondersteund. Het ontwerpproces Kansrijke start jonge kind is erop gericht om te investeren in de kansen voor jonge kinderen, zodat we werken aan het versterken van de bestaanszekerheid van de volwassenen van de toekomst. Dit doen we door te vernieuwen in de organisatie van de kinderopvang, voorschool en start basisschool. De interventies (o.a. Coronasanering, Rondkomengesprekken en meer schuldhulpverleners) richten zich exclusief op het versterken van de financiële positie van Utrechters die door (dreigende) geldproblemen worden belemmerd om kansen te krijgen en te benutten. Op bepaalde plekken in de stad zien we terug dat de voedingsbodem voor criminaliteit groter is. Met name bij kwetsbare personen die nog eens extra door de coronacrisis zijn geraakt.
Dit hangt enerzijds samen met stapeling van problematiek als schuldenproblematiek, gezondheidsproblemen, verslaving en kansenongelijkheid. We zetten dus extra in op deze kwetsbare personen, met name jongeren en jongvolwassenen die een hoog risico vormen om af te glijden naar criminaliteit of het risico lopen op recidive en radicalisering. Dit doen we door persoonsgebonden hulp en motiverende interventies, gericht op het bereiken en contact maken van jongeren/ jongvolwassenen die niet direct zitten te wachten op overheidsbemoeienis. We bieden ook hulp aan ter vergroting van weerbaarheid, aan ouders/opvoeders en onderwijs. Het gaat dus ook bij deze persoonsgebonden aanpakken om ongelijk te investeren op die plekken waar we met onze partners in de stad vaststellen dat extra (preventieve) inzet op hulp en ondersteuning juist het hardst nodig is. Op die plekken is de kansenongelijkheid vaak ook het grootst.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota / 1e Bestuursrapportage 2021
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 93 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) Verbijzondering Vraag
PvdA Eerenberg, Klein, 2.1. Herstel uit de crisis 2.1.1. Maatregelenpakket 'Essentiele voorzieningen overeind houden' 22
De kansrijke start raakt bij uitstek aan kansengelijkheid omdat het juist in de eerste jaren is dat er bij kinderen achterstanden of vertragingen ontstaan die daarna moeilijk in te lopen zijn en tot ongelijke kansen leiden. Welk aanbod is er nu voor kinderen van 0-6 jaar? Hoe duidt het college in de beschreven situatie de huidige ontwikkeling in kinderopvang en voorschoolse educatie in relatie tot de bezuiniging die hierop is doorgevoerd? Hoe wordt er al werk gemaakt van een aanbod vanaf 2 jaar ipv 2,5 jaar? Waar en met welke frequentie vinden er nog moeder-babygroepen plaats?
Antwoord: Wij werken, samen met partners, aan een kansrijke start voor het jonge kind van 0-6 jaar om te voorkomen dat vroege achterstanden leiden tot ongelijke kansen op latere leeftijd. Ons uitgangspunt is dat in de eerste periode van een kinderleven de basis wordt gelegd voor gelukkig, gezond en veilig opgroeien. Inde stad zijn er veel partijen vanuit de sociale basis tot en met de aanvullende jeugdhulp, en hulp die wordt ingezet vanuit de zorgverzekeringswet, actief voor Het Jonge Kind. Samen werken we toe naar een geïntegreerd landschap voor de leeftijd 0-6 jaar, zodat er vanaf de zwangerschap tot en met de aansluiting naar het basisonderwijs een goede doorgaande lijn ontstaat. Hieronder schetsen wij welke programma’s en projecten er nu lopen. De JGZvolgt de ontwikkeling van alle kinderen direct na de geboorte tot de 18de verjaardag. We investeren met kansrijke start extra in de eerste 1000 dagen van zwangeren en gezinnen in een kwetsbare situatie (-9 maanden tot de tweede verjaardag). We werken samen met verschillende partijen in de geboortezorg, de eerstelijnszorg, buurtteams, aanvullende jeugdhulp en informele zorg om te zorgen dat (aanstaande) ouders een goede start hebben. Dat begint al voor de geboorte door kwetsbare groepen de regie over kinderwens te bieden en onbedoelde zwangerschappen te voorkomen.
Dit is het programma Nu Niet Zwanger (nog geen structureel aanbod). Tijdens de zwangerschap kan de JGZprenatale huisbezoeken afleggen bij zwangeren en gezinnen in een kwetsbare situatie om tijdige hulp en ondersteuning te bieden. Sinds 1 juni 2020 biedt de JGZ aanstaande ouders al tijdens de zwangerschap een kennismakingsgesprek aan. Tijdens dit gesprek kunnen ouders vragen stellen over ouderschap en bijvoorbeeld informatie krijgen over vaccinaties. Ook bieden we het programma VoorZorg aan: verpleegkundige hulp voor kwetsbare zwangere vrouwen tijdens de zwangerschap tot de tweede verjaardag van hun kind. VoorZorg zorgt voor een betere ontwikkeling van het kind en de ouders. Een andere interventie is Kortdurende Videohometraining (k-VHT), een preventieve methodiek die wordt ingezet bij ouders met jonge kinderen die spanning ervaren in de opvoeding.
Vanuit de informele zorg zijn er verschillende partijen die bijdragen aan een kansrijke start.. Al Amal zet zich specifiek in op de eerste duizend dagen. Ze koppelen een ervaren moeder aan jonge gezinnen en ondersteunen de ouder(s) bij een evenwichtige zwangerschap en opvoeding. Ook Homestart en Stichting Meeleefgezin koppelen vrijwilligers aan een gezin. Homestart focust op alledaagse, lichte opvoedvragen. Stichting Meeleefgezin richt zich op gezinnen waarvan (één van) de ouders kampt met psychische problemen. Een meeleefgezin biedt ondersteuning en vangt het kind regelmatig op. Ook Handje Helpen koppelt vrijwilligers aan gezinnen met een hulpvraag door middel van steungezinnen of studenten die een middag in de week helpen in het gezin. De vier moederbabygroepen in Overvecht (Samen Overvecht) en de inloopgroep vanuit de JGZ, zijn sinds de lockdown niet meer fysiek bij elkaar gekomen. Er is wel contact tussen de begeleider van de JGZ en de moeders via what’s app en telefonisch. Na de zomer komen de groepen weer fysiek bij elkaar.. Vanuit de gemeente zetten we samen met Taal Doet Meer, VE-partners en mét ouders extra in op de taalontwikkeling van kinderen tussen 18 maanden en 2½ jaar. Dit onder de noemer; Taalaanloop. De aanpak bestaat uit ouder-kindgroepen en/of individuele taalthuisbezoeken.
Bij de taalthuisbezoeken komt voor een langere periode een vrijwilliger een keer per week thuis bij een gezin. Een belangrijk uitgangspunt is om ouders te stimuleren in een actieve rol in de (taal)ontwikkeling van hun kinderen. Veel meer informatie: 0-4 jaar: Lezen en praten met je kind - Taal Doet Meer Op dit moment lopen er drie ouder-kind groepen gericht op taalontwikkeling: in Kanaleneiland, Leidsche Rijn en Zuilen. Op 17 juni start er een nieuwe groep in Overvecht (in het kader kansrijke start Themadreven). We breiden de komende periode het aantal groepen verder uit.. Daarnaast vinden ook Taalthuisbezoeken plaats (individuele bezoeken aan huis). Ouders kunnen zelf dus kiezen of ze graag deelnemen aan een groep of liever gebruik maken van de thuisbezoeken. De aanmeldingen lopen goed nu de coronamaatregelen zijn versoepeld. In de komende weken worden er 12 vrijwillige coaches extra getraind. Voor kinderen vanaf 2,5 jaar is voorschoolse educatie beschikbaar. Kinderen met een advies vanuit het consultatiebureau voor de voorschool kunnen 16 uur per week naar de voorschool. Kinderen zonder advies krijgen maximaal voor 5 uur per week een vergoeding van de gemeente. Zij kunnen wel voor eigen rekening meer uren afnemen. Vanaf 4 jaar kunnen kinderen naar het basisonderwijs, waarbij scholen met een grotere achterstandspopulatie veelal een vroegschools programma aanbieden.
De bezuiniging die door het rijk is doorgevoerd in de voorschool is deels gecompenseerd door een structurele verhoging van het gemeentelijke budget en door middel van het gebruik van kinderopvangtoeslag en een hogere (inkomensafhankelijke) ouderbijdrage. Binnen het beschikbare budget kan op dit moment voldoende en kwalitatief goede voorschoolse educatie worden geboden. Wel blijft het bereik van de voorschool nog achter bij de doelstelling, hierop zetten we ook de komende periode extra op in. Samen met partners (Voorschool, JGZ, buurtteam en SWV PO) werken we aan een kernpartneraanpak rond de voorschool. Bij vragen of zorgen om een kind kunnen deze partners worden betrokken om ieder vanuit eigen rol en expertise mee te denken. In de tweede schil zijn hier Spoor030 en KOOS bij betrokken, net als Pento, Auris en Kentalis wanneer er vragen zijn in gedrag of spraak- en taal. Zowel Spoor030 als KOOS hebben in hun wijkgerichte specialistische teams specifiek expertise op Het Jonge Kind. In het kader van de wens tot verdere integratie tussen kinderopvang, voorschool en basisonderwijs werken we in pilots aan vernieuwing en optimalisatie van de toegankelijkheid. Vernieuwing in Rijksbeleid is echter noodzakelijk om hier echt stappen in te kunnen ondernemen.
Zoals aangegeven in de raadsbrief van 26 mei 2020 geeft het college de voorkeur aan extra inzet op ouders én kinderen in de leeftijd voor 2,5 jaar in plaats van het aanbod van voorschoolse educatie te vervroegen naar 2 jaar.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota / 1e Bestuursrapportage 2021
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 94 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) Verbijzondering
PvdA Verschuure, van Ooijen
Vraag
Hoe wordt bepaald welke maatschappelijke voorzieningen in een gebied komen en op welke manier is de financiële ruimte/het budget dan wel de wensen van de ontwikkelaar hierin leidend?
2.3. Investeren in een gezonde ontwikkeling van de stad 2.3.1. Maatschappelijke voorzieningen 32
Antwoord: In de nog vast te stellen RSU2040 introduceren we de barcode die we o.a. in gebiedsontwikkelingen als hulpmiddel gebruiken om te berekenen hoeveel m2 aan voorzieningen er nodig is (naast onze eigen analyses en vragen vanuit de stad). Het is ook de bedoeling om jaarlijks op stedelijk niveau te toetsen of de ontwikkelingen voldoen aan de integrale barcode (waaronder voorzieningen). Voor een gebiedsontwikkeling wordt samen met betrokkenen en de initiatiefnemer een integrale ruimtelijke afweging gemaakt op basis van alle ambities die we als stad hebben de behoeften die er zijn (waaronder voorzieningen). In de concept RSU hebben we over voorzieningen aangegeven dat als er niet volledig aan de voorwaarden wordt voldaan, het plan alleen kan worden voortgezet als er op stedelijk niveau overeenstemming is waar en wanneer voldoende compensatie wordt gerealiseerd. Maatschappelijke of culturele gebouwen en voorzieningen zijn wettelijk uitgesteloten van kostenverhaal, de financiering van deze voorzieningen is daarmee ook geen taak van de ontwikkelaar, maar horen qua realisatie bij de gemeente. Het groeikader is op dit moment de enige dekkingsbron waar de (meerkosten voor) de uitbreiding van maatschappelijke voorzieningen uit gedekt zouden kunnen worden.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota / 1e Bestuursrapportage 2021
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 95 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) Verbijzondering
PvdA Verschuure, van Ooijen
Vraag
Hoe wordt in de toekomst geborgd dat in nieuw te ontwikkelen gebieden de maatschappelijke voorzieningen met prioriteit worden ingetekend ipv als sluitstuk bij gebiedsontwikkeling?
2.3. Investeren in een gezonde ontwikkeling van de stad 2.3.1. Maatschappelijke voorzieningen
Antwoord: Zie beantwoording vraag 94.