Beantwoording schriftelijke raadsvragen en erratum Voorjaarsnota 2024 en Eerste bestuursrapportage 2024
Tekst van het document
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 1 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rachel Streefland; ; Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Knelpunten 11. Opvang aanpak koudweerregeling Geen nadere definiëring van toepassing 20
Verbijzondering/context
In deze vraag verwijs ik naar de raadsbrief koudweerregeling en winteropvang van oktober 2023. Hier in staat: 'De kosten van de KWR dekken we uit structurele middelen uit het programma ‘Gezonde en levendige stad’ en incidentele Rijksmiddelen van het landelijk Actieplan dakloosheid' 97
Heeft relatie met vraag Vraag
Bij knelpunt 11 is te lezen dat voor de koudweerregeling (KWR) een bedrag wordt uitgetrokken van 1 miljoen. In eerdere brieven over de KWR werd genoemd dat de uitvoering van de KWR zou kunnen plaatsvinden vanuit bestaande kaders, en rijksmiddelen. Hoe verhoud dat zich tot elkaar?
Antwoord: In de raadsbrief (kenmerk 12112326) van 14 februari 2024 over de Koudweerregeling (KWR) lieten wij u weten dat wij de laatste jaren (ook landelijk) een forse toename zien van beroep op de KWR en een autonome groei van nieuwe doelgroepen. Vergeleken met vorig jaar lag het gemiddelde gastenaantal in de winter 2023/2024 32% hoger dan het jaar daarvoor. Voor de KWR ontvangen gemeenten geen rijksfinanciering. Wij hebben zelf budget gereserveerd maar door de groei volstaat dit oorspronkelijk voor de KWR gereserveerde budget niet meer. Daarbij willen we gezien het (groeiende) beroep op de KWR dit structureler financieren en tegelijkertijd de KWR beter organiseren. Het bedrag dat structureel voor de KWR staat gereserveerd in de programmabegroting is al een aantal jaar niet meer toereikend. Dit bedrag komt vanuit Volksgezondheid, terwijl de uitvoering meer werd gedaan vanuit MO-BW en Asiel gezien de doelgroepen die gebruik maken van de KWR. Tot nu konden we de meerkosten financieren vanuit de onderbesteding op de Wmo. Gezien de bezuinigingsopgave en de toename van de dakloosheid en het gebruik van de KWR lukt dit niet meer.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 2 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Rachel Streefland; ; Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Knelpunten 12. Opvang bijsturen Geen nadere definiëring van toepassing 20
11, 168, 169 Klopt het dat het college hiermee zegt dat iedere opvangplek extra 55.000 kost per jaar? Is hierbij ook nog gekeken naar andere mogelijkheden voor (meer tijdelijke) opvang? En wordt dit bedrag (2.7 miljoen) ook 1 op 1 'overgemaakt' naar de aanbieders, of is een deel van deze extra kosten ook onderdeel van de vierkantsbekostiging/een taakstelling voor de organisaties zelf?
Antwoord: Het gemiddelde bedrag per opvangplek is 53,7 duizend euro. Hierbij is rekening gehouden met de realisatie van meerpersoonskamers. Het exacte bedrag hangt af van de omstandigheden waaronder een extra plek wordt gecreeërd, denk hierbij aan of aanpassingen in de voorzieningen op de locatie of personeelsbezetting nodig zijn. Dit is dus een aanvulling op de huidige budgetten in de vierkanten en wordt 'overgemaakt'. Binnen hun budgetten is de opdracht aan aanbieders om in lijn met de nota Utrecht Onderdak zo effectief en slim mogelijk gebruik te maken van bestaande locaties. Maar ook uitbreiding dan wel andere (tijdelijke) invulling van plekken nemen extra kosten met zich mee door eventuele aanpassingen van de locatie of personeelsbezetting. Aanbieders hebben in lijn met de nota een opdracht om meer plekken te creëren binnen het opvangstelsel en tegemoet te komen aan het grotere beroep op de opvang. Hierbij gaat het om meer plekken te realiseren met dezelfde middelen, met een inzet op versobering, in combinatie met efficiëntie en effectiviteit, om tegemoet te komen aan het grotere beroep op de opvang.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 3 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Rachel Streefland; ; Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Knelpunten 13. Opvang dekking voor knelpunten Geen nadere definiëring van toepassing 20
168, 256, 315 Hoe is deze ruimte van 2.4 miljoen ontstaan? En klopt het dat 2.4 miljoen niet voldoende is om de kosten van punt 11, 12, 14 en 15? Het gaat daarbij opgeteld namelijk om 4.7 mijoen, dan lijkt er nog 2.3 miljoen ongedekt?
Antwoord: In 2023 hebben we door de doordecentralisatie beschermd wonen voor het eerst met een regionale werkbegroting gewerkt. Door een technisch verkeerde rubricering van een kostenpost in dit proces is per abuis 2,4 miljoen euro bij de verkeerde zorgvorm (namelijk opvang in plaats van beschermd wonen) opgenomen. Bij het controleren van de werkbegroting dit jaar is dit gecorrigeerd en blijkt dit bedrag inzetbaar voor opvang. Voorgaande jaren is dit bedrag niet ingezet omdat er binnen de gehele begroting van de Wmo een overschot was (zie hiervoor ook de jaarstukken). Het klopt inderdaad dat het bedrag van 2,4 miljoen euro niet voldoende is voor de volledige dekking van de knelpunten (door geen doorstroom naar wonen, autonome groei van de doelgroepen en geen duurzame financiering van de KWR).
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 4 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries; ; Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Knelpunten 30. Wonen compensatie niveau productie sociale huurwoningen Geen nadere definiëring van toepassing 23
Verbijzondering/context
Op pagina 40 wordt wel verwezen dat de maatregel stop de verkoop zorgt dat de gemeente geen opbrengsten meer krijgt uit de meerwaarde afdrachten. Het gaat dan om ipv 6 miljoen per jaar nog om 1 miljoen per jaar (vanwege verkoop exoten)
Heeft relatie met vraag Vraag
Bij punt 30 staat dat we de compensatie vanuit de wooncooperaties compenseren met beleidsmatige maatregelen waardoor deze budget neutraal kan worden opgenomen in de integrale afweging. Op pagina 40 wordt echter wel genoemd dat door de maatregel de gemeente per jaar 5 miljoen euro minder opbrengsten binnen krijgt. Klopt het dat er dan 'netto' wel kosten aan verbonden zijn? Hoe moeten we dit als raad lezen?
Antwoord: De ‘kosten’ bestaan uit maatregelen om de productie te stimuleren. Door deze beleidsmatig mee te nemen in de integrale afwegingen in projecten kunnen deze budgetneutraal worden opgenomen. De 5 miljoen euro die wordt genoemd op pagina 40 betreft inkomsten (meerwaardeafdrachten van woningcorporaties) die zijn vervallen als gevolg van de beleidskeuze Stop de Verkoop. Conform de voorschriften van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) worden kosten en opbrengsten afzonderlijk van elkaar opgenomen en niet gesaldeerd.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 5 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman; Linda Voortman; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.1 Financieel-technisch beleid 4.1.1 Risico-inschatting voor de verwachte Rijksinkomsten Actuele onzekerheden en ontwikkelingen gemeentefonds 32
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Is er al globaal bekend op welke wijze de Wmo kosten worden gecompenseerd? (welk bedrag/percentage) of wordt dit pas bekend bij de meicirculaire? Op welke manier wordt de raad op de hoogte gesteld van het effect van deze compensatie ook ihkv de uitvoering van de wmo nota?
Antwoord: De wijze waarop de middelen worden verdeeld is nog niet bekend, ook in de meicirculaire is hier nog geen informatie over gedeeld. Dit onderwerp wordt besproken in het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 6 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rachel Streefland; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma Betrouwbare overheid 39
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Het college stelt voor 25% te bezuinigen op samen voor overvecht. Op welke wijze wordt de raad geinformeerd over de keuzes die hierin worden gemaakt (bijv. welke programma's, maatregelen, etc.)? of zijn hier al keuzes in gemaakt?
Antwoord: Om de keuzes zo verantwoord en scherp mogelijk te maken en de bezuiniging zo min mogelijk nadelig te laten uitpakken voor de bewoners van Overvecht, zal de gemeente de komende tijd hecht samenwerken met de wijkcoalitie. Dit is een grote en sterke coalitie van betrokken bewoners, ondernemers, organisaties, rijk, provincie en gemeente Utrecht die intensief samenwerkt en samen stuurt aan de wijkaanpak Samen voor Overvecht. Door met elkaar per ambitie scherp te kijken naar de focus, doelstellingen en strategie zal een duidelijker beeld ontstaan van waar eventueel bezuinigd kan worden en wat daarvan mogelijk de inhoudelijke consequenties zijn. Ook zal in de wijkcoalitie worden geïnventariseerd welke mogelijkheden partners hebben om de consequenties van de eventuele bezuinigingen binnen ambities te verkleinen of op te vangen. Daarnaast willen we nadrukkelijk kijken of er een efficiëntieslag mogelijk is door hechtere samenwerking tussen de partners en in de wijk met bijvoorbeeld buurtorganisaties. In dit kader onderzoeken we of we als gemeente aan de voorkant meer kunnen sturen op samenwerking tussen de partijen door bijvoorbeeld subsidies van Samen voor Overvecht gezamenlijk door partners aan te laten vragen.
De bezuinigingsopgave die voorligt in deze wijk waar veel kwetsbare mensen wonen, vraagt om een zorgvuldige afweging en hechte samenwerking met de wijkcoalitie; dat vergt tijd. Over de keuzes zal de Raad in de volgende voortgangsrapportage in Q2 van 2025 geïnformeerd worden. Uiteraard blijven de kaders zoals gesteld door de Raad overeind: we houden vast aan de vijf ambities zoals die door de Raad en de Wijkcoalitie zijn gesteld en plegen extra inzet op de ambities Zorg en ondersteuning dichtbij en op maat en Meedoen en ondernemerschap.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 7 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma Ontwikkelen en wonen voor iedereen 40
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Het college benoemt dat zij participatie van huurders belangrijk vindt. In de tekst daarna staat: 'daarom stellen we voor met een deel van de subsidie te stoppen'. Dit lijkt een tegenstelling, maar wellicht interpreteren we dat verkeerd. Kan dit nog kort worden toegelicht?
Antwoord: De tekst kan, achteraf bezien, op twee manier gelezen worden. Met de toelichting wordt bedoeld dat het voorstel is om de subsidie voor de huurdersparticipatie weliswaar te verlagen, maar de regeling zelf wel in stand te houden, gezien het belang van deze participatie.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 8 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Linda Voortman; Rachel Streefland; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma Passende ondersteuning en opvang 44
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Is er ook overwogen om al in 2025 te starten met het invoeren van deze maatregelen ipv 2026? Welke afwegingen zijn hierin gemaakt?
Antwoord: Ja hier is naar gekeken. De maatregelen die in 2026 pas starten zijn herinrichting Sociale Prestatie en Dagondersteuning en de subsidie Opvang en Begeleiding terugkerende gezinnen. Deze twee maatregelen vergen het aanpassen of beëindigen van subsidie of bekostigingsrelaties, dit kan niet per direct. Zoals beschreven in de Ambtelijke inventarisatie Utrechtse Begrotingsalternatieven is hier namelijk sprake van een verplichte redelijke implementatietermijn van 12 maanden in verband met wezenlijke aanpassing van de omvang van de financiering. Dit houdt in dat we het voornemen tot aanpassing of beëindiging 12 maanden van tevoren kenbaar moeten maken aan de betreffende partner. Dat betekent dat het niet meer mogelijk is om dit voor het subsidiejaar van 2025 te realiseren. Voor de maatregel Domeinoverstijgende samenwerking die pas in 2026 ingaat moeten er afspraken gemaakt worden met het zorgkantoor, dit kost tijd. En ook in dit geval, wanneer deze afspraken leiden tot wijzigingen in financiering kunnen we te maken krijgen met de verplichte redelijke implementatietermijn.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 9 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Rachel Streefland Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma Passende ondersteuning en opvang 44
118 Is de raad al eerder geinformered over deze (grotere) taakstelling? Ik kan niet direct informatie vinden over de afwegingen en impact en zou hier graag meer over willen weten.
Antwoord: Over deze taakstelling is de raad niet eerder geïnformeerd. Dit is een nieuwe taakstelling. In de Ambtelijke inventarisatie staan ook mogelijke maatschappelijke effecten beschreven. Over de nadere invulling van de taakstelling gaan we in gesprek met de aanbieders en de regio waarmee we negatieve maatschappelijke effecten zoveel mogelijk proberen te voorkomen. Een van de mogelijke maatregelen is een transformatieopgave van Beschermd Verblijf naar Beschermd Thuis. Daarin zal moeten worden gekeken naar de woningvoorraad binnen de gehele U16. De taakstelling kan ook deels worden behaald door het beperken van de instroom door te voorkomen dat iemand vanuit de eigen woning naar Beschermd Wonen gaat. Ook wordt bekeken of de Wlz niet een passendere voorziening is voor de mensen die nu gebruik maken van Beschermd Wonen Bovenregionaal, de kwetsbaarste groep binnen Beschermd Wonen. Tenslotte onderzoeken we of het patroon van de rijksbijdrage en de verwerking daarvan in de Utrechtse begroting en werkbegroting voor de U16 ruimte biedt voor het invullen van de taakstelling.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 10 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context
Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Eelco Eerenberg Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Knelpunten 7. JGZ-zorg aan Nieuwkomers, niet zijnde Oekraïners of COA kinderen 19 7. Jeugdgezondheidszorg (JGZ) aan Nieuwkomers, niet zijnde Oekraïners of COA-kinderen "Daarnaast geldt er een soort regiofunctie voor deze groep kinderen: de JGZ is verplicht ook de kinderen op deze scholen die niet in Utrecht wonen te zien. 57% van de kinderen op de Ithaka-school woont niet in Utrecht. Vanaf 2025 willen wij de kosten voor deze kinderen in rekening brengen bij de gemeente waar zij woonachtig zijn." 99, 100 Hoe groot is het risico dat de gemeente waar het kind woonachtig is de kosten niet kan of wil betalen en wat kan er dan gedaan worden om de zorg toch te continueren? Hoe worden ouders geinformeerd over deze wijziging per 2025 en kunnen zij bij de gemeente Utrecht terecht als zij tegen drempels aanlopen? Bovendien wordt aangegeven dat de gemeente een soort 'regiofunctie' vervuld voor deze kinderen. Krijgt de gemeente hier ook aanvullende middelen voor vanuit de regio of provincie?
Antwoord: Onze insteek is dat we conform de richtlijn van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid de zorg blijven leveren, ook aan kinderen op de Ithaka school in Utrecht uit de andere gemeenten. We zien dat het bedrag dat gemeenten jaarlijks krijgen voor de Jeugdgezondheidszorg aan de doelgroep nieuwkomers, onvoldoende toereikend is. Dit geldt voor alle gemeenten, waarbij de Jeugdgezondheidszorg van Utrecht zwaarder wordt belast als gevolg van de regionale functie van de Ithaka school. Nee, de gemeente krijgt geen aanvullende middelen voor deze regiofunctie vanuit de regio of provincie. Dit jaar is het een incidenteel knelpunt. We zoeken naar een oplossing vanaf 2025, zoals via landelijke en regionale lobby. Eén van de mogelijkheden is dat het bij de nieuwe voorjaarsnota wordt ingediend als structureel knelpunt. Ouders merken niet wie de zorg betaalt. Ouders kunnen terecht bij de Jeugdgezondheidzorg van gemeente Utrecht als zij tegen drempels aanlopen.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 11 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rachel Streefland; ; Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Knelpunten 12. Opvang bijsturen
Verbijzondering/context
"Dit knelpunt correspondeert met een aantal van 50 extra plekken, het minimale aantal dat nodig is om de mensen die nu een plek nodig hebben te kunnen opvangen. Er is bij dit bedrag dus nog geen rekening gehouden met een eventuele groei van de opvangbehoefte." 2, 168, 169
Heeft relatie met vraag Vraag
20
Hoe hoog wordt het risico ingeschat dat de opvangbehoefte groeit? Is er een min-max indicatie te geven met inzicht in de bedragen die daarmee gemoeid zijn?
Antwoord: Op basis van de groei van de opvangvraag van de afgelopen periode verwachten we dat we naast onze inzet binnen de opvang, op wonen en op preventie en bestaanszekerheid, nog steeds tussen de 50 en 80 plekken nodig hebben. Risico bij uitgaan van de ondergrens is dat we volgend jaar wederom een knelpunt opvang moeten opvoeren. We voeren in de voorjaarsnota toch het benodigde budget op voor de ondergrens van 50, omdat we eerst willen inzetten op het nog effectiever inrichten van de opvang en zien wat het effect daarvan is. We hebben hierbij gerekend met 1) de aantallen als gevolg van niet doorstromen naar woningen en 2) de autonome groei van de doelgroepen. Hierbij hebben we gewerkt aan prognoses, baseren we ons op monitoringsinformatie en kijken we goed naar landelijke ontwikkelingen en onderzoek. Tegelijkertijd zijn we als gemeente dermate afhankelijk van internationale, Europese en landelijke ontwikkelingen waar het gaat om de opvang behoeften, dat er geen exacte indicaties en bandbreedtes te geven zijn. Per plek kost de opvang gemiddeld € 53.700 afhankelijk van de omstandigheden waaronder een extra plek wordt gecreeërd, denk hierbij aan of aanpassingen in de voorzieningen op de locatie of personeelsbezetting nodig zijn.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 12 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context
D66 Rachel Streefland; ; Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Knelpunten 14. Opvang groei dakloze EU arbeidsmigranten en ongedocumenteerden 0 "Om de dakloosheidsproblemen van deze groepen zoveel mogelijk te beperken zetten we stevig in op een helder en strak toegangsproces, aanscherpen van de triage en werken aan perspectief voor de mensen in de opvang."
Heeft relatie met vraag Vraag
Wat houdt "aanscherpen van de triage" concreet in en welke criteria worden er gehanteerd? Hoe schat de gemeemte de slagingskans van deze aanscherping in? Welke perspectieven worden er geboden?
Antwoord: Triage EU Arbeidsmigranten Voor de groep dakloze EU-arbeidsmigranten werd voorheen bij de triage voor de nachtopvang Stadsbrug alleen gekeken naar kwetsbaarheid en perspectief; deze criteria blijven staan. Maar we kijken ook scherper naar binding met (regio) Utrecht omdat we een autonome groei zien van het aantal dakloze EU-arbeidsmigranten (landelijk) en zien dat mensen uit diverse delen van Nederland naar Utrecht komen voor opvang. Momenteel hebben we te weinig opvangplekken voor alle dakloze EU-arbeidsmigranten; dagelijks slapen enkele tientallen mensen noodgedwongen op straat. Dat dwingt ons helaas om de triage scherper uit te voeren zodat mensen uit een andere regio daar naar de opvang geleid kunnen worden en we daardoor ruimte krijgen voor EU-arbeidsmigranten die in onze regio dakloos zijn geraakt. Daarnaast zal de verwachte invoering van de Checklist Gelijke Behandeling EU-burgers ook leiden tot een scherpere triage, op een andere manier. Uit de Checklist/triage kan namelijk blijken dat iemand recht heeft op een Wmo-beoordeling en uit die Wmotoets kan blijken dat hij/zij recht heeft op reguliere maatschappelijke opvang. Het perspectief verschilt per persoon/groep: geen opvang wel outreachende ondersteuning door St.
Barka, nachtopvang op de Stadsbrug met bijbehorende activering en hersteltraject, mogelijke doorstroming vanuit SB naar de doorstroomwoning 24-uursopvang met woonbegeleiding opvang in de MO. Alle verschillende trajecten zijn gericht op herstel en terugkeer naar werk of naar land van herkomst. Triage Ongedocumenteerde mensen Een groot deel van de ongedocumenteerde mensen kan een beroep doen op de LVV. De groep die geen beroep kan doen op de LVV vangen we in principe niet op. Een deel van deze mensen komt in zicht bij het eropaf-team waarin verschillende zorgverlenende instanties deelnemen om gezamenlijk te bezien welke hulp en ondersteuning geboden kan worden. En een deel van deze mensen valt binnen de zogeheten aanpak Ongewenste (Criminele) Vreemdelingenoverlast (OCV-aanpak). Bij deze aanpak gaan grenzen stellen en perspectief bieden hand in hand; we bieden begeleiding aan wie dat nodig en daar recht op heeft en treffen maatregelen om grenzen te stellen aan overlast gevend en crimineel gedrag. Een belangrijk onderdeel van beide aanpakken is ook (uitbreiding van) de inzet en begeleiding door het Meldpunt voor Perspectief. In deze gevallen betekent scherpere triage dat het Meldpunt scherper in kaart brengt om wie het gaat en wat de mogelijke perspectieven zijn voor betreffende persoon, variërend van terugkeer naar een ander Europees land (waar zij eerder
verbleven) of terugkeer naar land van herkomst. Indien noodzakelijk gaat het om begeleide terugkeer of alsnog COA opvang.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 13 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Rachel Streefland; ; Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Knelpunten 15. Opvang tussenvormen statushouders 21
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Waar is het bedrag op gebaseerd? Klopt het dat het vervallen van de Spreidingswet dit bedrag door grotere instroom kan verhogen? Met welk bedrag of bedragen moet dan rekening gehouden worden?
Antwoord: Voor de berekening van dit bedrag is gekeken naar de benodigde personele inzet voor de realisatie van vergelijkbare voorzieningen voor de opvang van Oekraïners in de stad. De spreidingswet is voorlopig nog van kracht en we blijven in Utrecht inzetten op evenredig opvangen van asielzoekers. De spreidingswet ziet alleen op het opvangen van asielzoekers. De aanname dat het eventuele vervallen van de spreidingswet invloed heeft op de benodigde plekken voor statushouders klopt daarom niet.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 14 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eelco Eerenberg; Lot van Hooijdonk; Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Knelpunten 19. Netcongestie onderwijshuisvesting 0
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Hoe verhouden netcongestie, beperkte binnenstedelijke ruimte, stedenbouwkundige eisen en stijgende bouwkosten zich tot de zorgplicht en hoe wordt er met deze uitdagingen concreet omgegegaan en op voorbereid?
Antwoord: De gemeente heeft een wettelijke taak om te voorzien in voldoende en adequate onderwijshuisvesting (zorgplicht). De genoemde onderwerpen hebben een rechtstreeks verband met de zorgplicht. We kunnen alleen adequate gebouwen beschikbaar stellen als de projecten uitvoerbaar zijn. De projecten zijn alleen uitvoerbaar als het normbedrag overeenkomt met de benodigde investeringen en daarbij rekening wordt gehouden met de kosten van netcongestie, de gestegen bouwkosten, beperkte ruimte en stedenbouwkundige eisen. Alleen bij stedenbouwkundige eisen kan er zowel sprake zijn van bepaalde onontkomelijkheden als gevolg van bouwen in een stad, als om bepaalde Utrechtse eisen om gebouwen in te passen in de rest van de wijk en het vastgestelde stedenbouwkundig plan voor deze wijk. Deze laatste factor houdt daarmee slechts deels verband met de zorgplicht. Aan deze uitdagingen wordt concreet invulling gegeven door met een herijkt normbedrag te gaan werken, waarin rekening is gehouden met de gestegen bouwkosten en de kosten die gepaard gaan met binnenstedelijk bouwen en stedenbouwkundige eisen. Daarnaast is in de Voorjaarsnota een knelpunt netcongestie verwerkt. Hiermee worden de kosten gedekt die gepaard gaan met de tijdelijke maatregelen die genomen moeten worden om scholen, ondanks gebrek aan grote aansluitingen op het elektriciteitsnet, te vernieuwen.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 15 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Linda Voortman; Susanne Schilderman; Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Knelpunten 23. Tekort UW
Verbijzondering/context
UW verwacht in 2024 een tekort te realiseren. Vanuit de verantwoordelijkheid van de gemeente voor de uitvoering van de wet sociale werkvoorziening is een aanvullende subsidie nodig. Binnen het beschikbare budget is hiervoor onvoldoende ruimte. Het voorstel is om de reserve Werk en Inkomen in te zetten voor de nog benodigde ruimte.
22
Heeft relatie met vraag Vraag
Wat is de hoogte van het verwachte benodigde bedrag en om welk percentage uit de reserve W&I zou dat gaan?
Antwoord: De hoogte van het benodigde bedrag is op dit moment nog niet exact aan te geven. Wij zijn met UW in overleg om de maatregelen te nemen om het bedrag zo laag mogelijk uit te laten komen en daarbij ook de actualiteit, zoals een meevaller in de Wsw-subsidie uit de Meicriculaire mee te nemen. Zoals ook aangegeven in onze brief van 3 juni 2024 over het herstelplan UW zal het tekort niettemin flink zijn. De reserve Werk en Inkomen bedraagt 796 duizend euro en wordt volledig hiervoor ingezet.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 16 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman; ; Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Knelpunten
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag
Niet ingepaste onderwerpen
Vraag
Wat is per besluit het bedrag dat ermee gemoeid is?
24
Antwoord: Er is geen besluit genomen: er zijn moties ingediend. Een indicatie van de kosten van uitvoering van de moties: M 248: zoals u in de Raadsbrief Motie Ook ongelijk investeren bij vergroening schoolpleinen van 4 juni jl is toegelicht geven we invullling aan de motie 248 binnen bestaande middelen. Per jaar hebben wij 360 duizend euro in de begroting om per jaar 10 + 2 schoolpleinen te vergroenen. In plaats van 30 duizend euro voor elke school gaan scholen in lage SES wijken een hoger bedrag krijgen (bijv. €50.000) en overige scholen een lager bedrag. De exacte verdeling moet nog uitgewerkt worden maar we gaan uit van het huidige budget. M35 Verkiezingsborden, kosten rondom 100 duizend euro per verkiezing. Sanitaire voorzieningen: op basis van van onderzoek naar nieuwe sanitaire voorzieningen bij Amelisweerd, de Weerdsluis en Strand Oog in Al worden de aanlegkosten geschat op ca. 250 duizend euro voor deze drie voorzieningen. De structurele kosten als gevolg van het plaatsen van deze voorzieningen bedragen zo’n 80 duizend euro per jaar. Ten aanzien van het Maximapark zijn de kosten afhankelijk van nog te maken afspraken.
M143 Plekken voor jongeren: De kosten voor jongerenplekken lopen uiteen afhankelijk van de invulling: van 10 duizend euro, voor bijvoorbeeld bij kleine aanpassingen aan bestaande binnen- en buitenplekken, tot 350 duizend euro, bijvoorbeeld bij nieuw te realiseren sportplekken of andere grote ruimtes
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 17 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Linda Voortman; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma
Verbijzondering/context
Versoberen bijzondere bijstand We stellen voor de bijzondere bijstand te versoberen. Dit kan bijvoorbeeld (maar niet uitsluitend) door de kosten van woninginrichting om te zetten van gift naar lening.
46
Heeft relatie met vraag Vraag
Kan er er lijst worden gegeven met alle mogelijke versoberingsmaatregelen?
Antwoord: Het verlenen van bijzondere bijstand is een gebonden bevoegdheid. Dat betekent dat indien is voldaan wordt aan de wettelijke voorwaarden voor bijzondere bijstand (noodzakelijke kosten die voortkomen uit bijzondere omstandigheden) er bijstand verstrekt moet worden. We kunnen dus niet de bijzondere bijstand voor bepaalde kosten zomaar afschaffen. Een lijst met kostensoorten kan dus niet gegeven worden. Alternatieve bezuinigingen moeten vooral gezocht worden in het strenger maken van draagkrachtregels. Inwoners met een inkomen boven bijstandsniveau zullen hierdoor minder snel in aanmerking komen voor bijzondere bijstand of een deel van de noodzakelijke kosten zelf betalen. Met name op de kosten voor bewindvoering liggen hier mogelijkheden om een (deel van de) bezuiniging te realiseren.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 18 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eelco Eerenberg; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag
Onderwijs impuls regeling stoppen
Vraag
Zijn er alternatieve plannen of fondsen beschikbaar om de doelen van de Onderwijsimpulsregeling te blijven ondersteunen?
47
Antwoord: Nee er zijn geen alternatieve fondsen om dit voort ter zetten. Gezien het hoofdlijnenakkoord ligt het niet in de lijn der verwachting dat nog nieuwe tijdelijke regelingen vanuit de rijksoverheid zullen komen.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 19 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Dennis de Vries; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag
Stoppen met specifieke jeugdprojecten 68, 69, 124, 125, 129, 148, 149, 204, 211, 221, 278
Vraag
Hoe zal de gemeente de thema's zoals seksuele grenzen, misbruik en traumaverwerking blijven adresseren na het stoppen van deze projecten? Zijn er in dat kader alternatieve plannen of programma's om de ondersteuning van jonge gezinnen met opvoedvragen voort te zetten?
47
Antwoord: De rol van de gemeente zal hier beperkter worden. De komende twee jaar verkennen we met onze partners welke verantwoordelijkheid de gemeente en zij hebben (scherper afbakenen van wettelijke taken), welke organisaties (zoals onderwijs, sociale basis, jeugdhulp, Wmo-ondersteuning, medische zorg) hier een grotere rol in kunnen spelen en hoe de specifieke expertise en aanpak kan worden geborgd vanaf 2027.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen:
Vraagnummer: 20 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Linda Voortman; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving & erfgoed 42
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Om hoeveel bomen gaat dit jaarlijks? Hoe verhoudt dit zich tot het totaal aantal geplante bomen per jaar?
Antwoord: We stoppen met het weggeven van fruitbomen aan particulieren in samenwerking met MeerBomenNu. Het gaat om 1500 fruitbomen per jaar. We hebben daarnaast minder geld om bomen te planten in integrale projecten zoals mobiliteits- en rioleringsprojecten. Het gaat om ca. 35 bomen minder per jaar, waar we anders ca. 100 bomen plantten vanuit het investeringsprogramma Groen, onderdeel van het MPR. Dus ongeveer 1/3e minder. De samenwerking met stichting MeerBomenNu wordt wel voortgezet. Via deze samenwerking verwachten we deze coalitieperiode nog zeker 13.000 zaailingen van bomen en struiken uit te kunnen delen aan bewoners.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 21 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eva Oosters; Susanne Schilderman; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving & erfgoed 42
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Wat is hier de impact van en hoe verhoudt dit zich tot de visie Ondergrond?
Antwoord: Het betreft hier minder structurele middelen beschikbaar houden voor bodem. Uitkeringen in het kader van bodemsanering kwamen via het Rijk via convenant en sinds 2023 voor individuele projecten. De visie ondergrond is in ontwikkeling, echter hieruit voortkomende beleidskeuzes en het uitvoeringsprogramma worden gedaan binnen de beschikbare structurele financiële middelen waarbij geprioriteerd wordt op basis van urgentie en maatschappelijke stagnatie. Waar mogelijk zullen beleidskeuzes binnen ontwikkelingsprojecten worden uitgewerkt.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 22 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eva Oosters; Eelco Eerenberg; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving & erfgoed 42
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Wat is hier de impact van en hoe verhoudt lood in de bodem zich tot de waterkwaliteit en de volksgezondheid?
Antwoord: De afgelopen tijd is er gewerkt aan het uitvoeringsprogramma lood, dit wordt naar verwachting dit jaar vastgesteld. In de toekomst zal actualisatie of efficiënter maken van dit uitvoeringsprogramma niet meer mogelijk zijn. We wenden bestaand rijksgeld aan (SPUK) voor uitvoering van de projecten in het uitvoeringsprogramma en vragen nieuw budget aan voor nieuwe projecten (SPUK). Lood heeft vrijwel geen relatie tot waterkwaliteit. Landelijke normen voor lood beschermen de volksgezondheid in algemene zin, maar voor speelplekken voor jonge kinderen voldoet dit volgens de GGD niet. Daarom gaan we hiervoor strengere normen opstellen die passen bij de adviezen van de GGD onder voorbehoud van vaststelling uitvoeringsprogramma lood.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 23 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Eva Oosters; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma Levendige en gezonde stad 48
24 Waarom is er voor deze drie organisaties gekozen? Zijn er andere exploitatiesubsidies die wel doorgaan?
Antwoord: Naast deze drie organisaties (Diedom, Ladyfit, Skatebaan) krijgt ook de Vechtsebanen exploitatiesubsidie vanuit het programma sport. Dit zijn de enige exploitatiesubsidies vanuit sport. Het stoppen van de exploitatiesubsidie van de Vechtsebanen is niet voorgesteld bij de voorjaarsnota aangezien onder deze subsidie langjarige verplichtingen liggen t/m 2032.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 24 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Eva Oosters; Dennis de Vries; Eelco Eerenberg Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma Levendige en gezonde stad 48
23 De Raad heeft via een motie uitgesproken dat SPU terug moet komen in het ontwerp van de Merwedekanaalzone. Hiervoor is wel een gezonde vereniging nodig. Hoe verhoudt het stoppen van de subsidie, verhogen van de servicekosten en het verhogen van de huur zich hiertoe? Waarom is er gekozen voor het stopzetten van de subsidie en niet deels? De subsidie voor SPU wordt grotendeels gebruikt om de huur aan de afdeling vastgoed te betalen (die ook nog eens fors verhoogd wordt). Wat zijn de effecten van deze combinatie aan maatregelen voor SPU en skaters in Utrecht?
Antwoord:
SkatePark Utrecht (SPU) ontvangt een subsidie om ruimte te kunnen huren in Merwede. In het kader van de bezuinigingsopgave is het noodzakelijk om te bezuinigen op de direct beïnvloedbare exploitatiesubsidies van sport. De subsidie aan SPU is volledig beïnvloedbaar. Gezien de financiële situatie van de gemeente moeten we hele scherpe keuzes maken, daarom is deze subsidie volledig opgenomen in de VJN en niet deels. Het is de verwachting dat door het beëindigen van de subsidie het voor SPU niet mogelijk zal zijn hun activiteiten in Merwede voort te zetten. In de Raadsbrief Update ontwikkelingen OPG-terrein Merwedekanaalzone bent u geïnformeerd over het onderzoek of de huurovereenkomsten OPG voor een periode van 5 + 5 jaar verlengd kunnen worden zodat o.a. het SPU langer als tijdelijke voorziening in het gebied kan blijven. Per gebouw is door een onafhankelijk extern onderzoeksbureau onderzocht welke onderhoudsmaatregelen en investeringen noodzakelijk zijn voor het langer instandhouden van de gebouwen. Het uitgangspunt van het gemeentelijk beleid is dat huurders niet worden gesubsidieerd met huur noch servicekosten. Dit betekent dat de huur en servicekostenvergoeding de kosten moeten dekken. Huurders die dat niet kunnen betalen, kunnen via een beleidsveld worden gesubsidieerd, wat met een besluit tot beëindiging van de subsidie voor deze partij niet langer het geval zal zijn.
Onderzocht wordt of deze functie op een andere locatie in de stad met een nader te bepalen programma van eisen wel voortgezet kan worden
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 25 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eelco Eerenberg; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma Levendige en gezonde stad 48
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag
Er staat wat de effecten zijn op het aantal PrEP plekken 165, 206,128
Vraag
Wat is de impact op het aantal SOA plekken?
Antwoord: De coalitiemiddelen extra inzet Prep en soa zijn een plus op ontoereikende landelijke middelen. Hierop loopt een lobby bij het Rijk. Stopzetten van de extra middelen vanaf 2027 maakt dat GGDrU vanaf dan 500 soatest-consulten minder per jaar kan doen, de extra testlocatie Kanaleneiland sluit waardoor we nog 1 testlocatie behouden(Stadskantoor) en minder inzet kan doen voor het bereiken van groepen met een lage SES en/of migratieachtergrond. Daarnaast vanaf 2027 500 PrEP-consulten minder per jaar (wat gelijk staat aan PrEP-zorg aan zo’n 200 personen).
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 26 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eva Oosters; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma Levendige en gezonde stad 48
Verbijzondering/context
Hierover hebben wij ook al schriftelijke vragen gesteld (SV 2024 nr. 93 Zet sportparken niet in het donker). Dit is in aanvulling daarop 44, 45, 85, 130, 152, 230, 275, 401
Heeft relatie met vraag Vraag
Wat is de impact van deze maatregel? Zijn er sportverenigingen die deze verhoging niet bij hun leden kan ophalen en hierdoor in financiële problemen komen? Is er bekend wat dit doet met het aantal sportplekken in Utrecht? Hoe zorgt de gemeente dat deze stijging gedragen gaat worden door leden die dit kunnen dragen en niet afschrikkend werkt voor mensen om te gaan sporten? Is deze maatregel bij SportUtrecht getoetst? Wat is hun inschatting van de impact?
Antwoord: Het precieze effect van deze maatregel, die ingaat per 2027, is nog niet bekend. We zetten een reserve van 5 miljoen euro in (zie hoofdstuk 4.1.2) voor een ingroeipad voor de verhoging van de tarieven. We gaan onderzoeken of we bij onze sportaccommodaties een gedifferentieerde verhoging door kunnen voeren, om zo enerzijds de kwetsbare doelgroepen te ontlasten, en anderzijds de bezetting en programmering in de breedte op peil te houden. Uiteraard zullen we daarover met SportUtrecht in overleg treden. Inwoners met een inkomen tot 125% van het sociaal wettelijk minimum kunnen de U-pas inzetten om gebruik te maken van sport. Kinderen in Utrecht die sporten via de U-pas kunnen voor sportspullen ook een aanvraag doen bij het Paul Verweel sportfonds. In de nota financiële bestaanszekerheid wordt vanaf 2025 900 duizend euro vrijgemaakt om het meedoen aan o.a. sport en cultuur voor kinderen te versterken. Deze inzet wordt bepaald in het uitvoeringsprogramma van de nota financiële bestaanszekerheid. We kunnen helaas niet uitsluiten dat de tariefsverhogingen impact gaan hebben op bijvoorbeeld sportdeelname, maar we zetten ons maximaal in om de lastenverzwaring voor kwetsbare Utrechters tot een minimum te beperken door uit te gaan van ongelijk investeren voor gelijke kansen.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 27 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman; Eva Oosters; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.3 Bezuinigingen op investeringen Bezuinigingsbijdrage ruimtelijke investeringen 50
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag
Er worden minder speelplekken toegevoegd.
Vraag
Wat betekent 15% grofweg? Hoeveel speelplekken worden er niet gebouwd? Is dit een afname per wijk? Of zit er nog een prioritering in welke wijken wel extra speelplekken toegevoegd worden?
Antwoord: De bezuinigingen voor Sporten, Spelen en Bewegen betekenen dat we minder nieuwe speelplekken kunnen aanleggen en minder koppelkansen kunnen benutten. De verbetering van de speelruimte gaat daardoor in een langzamer tempo. De kosten per speelplek zijnonder andere afhankelijk van de grootte. De kosten liggen tussen de 70.000 voor omvorming bestaande speelplek tot 140.000 voor een nieuwe sport- of speelplek. Gemiddeld kunnen door de bezuiniging 2-3 plekken per jaar niet aangelegd of aangepast worden. We investeren in buurten zoals Lombok en 2e Daalsebuurt die de grootste achterstanden op het gebied van speelplekken hebben. We zetten ook in op buurten zoals Overvecht en Kanaleneiland waar Ongelijk Investeren voor Gelijke Kansen aan de orde is. Zo hebben we een optimaal effect van de investering. Over de wijze van prioritering hierbinnen hebben we u met de raadsbrief van 1 september 2023 en de bijlage daarvan geïnformeerd.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 28 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eva Oosters; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.3 Bezuinigingen op investeringen Bezuinigingsbijdrage ruimtelijke investeringen
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag
Er werden nog scenario´s uitgewerkt voor Maarschalkerweerd-Noord 402
Vraag
Wordt de verdere scenario planning nu gestopt? Is er ook geen geld voor het goedkoopste scenario?
Antwoord: Wij gaan bij de beantwoording ervan uit dat deze vraag doelt op het uitstellen van het investeren in Maarschalkerweerd-Noord. De variantenstudie wordt niet gestopt, maar afgerond. Er is toegezegd aan uw Raad om in Q3/Q4 met een brief te komen over de varianten. Dit is relevant omdat er ook andere partijen zijn die duidelijkheid nodig hebben over de toekomstige inrichting in verband met aflopende huurovereenkomsten. De uitvoering van de te kiezen variant wordt echter uitgesteld. Er is onvoldoende financiële ruimte om de inpassingskosten te dekken en deze zijn nodig om velden aan te kunnen leggen. Daarmee zijn ook de geplande investeringen voor nieuwe sportvelden uitgesteld. In alle varianten -ook de goedkoopste- zijn naast kosten voor aanleg velden ook middelen nodig voor inpassing en bouwrijp maken om ruimte te maken voor velden. Dat betekent dat er ook geen budget is voor het goedkoopste scenario.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 29 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman; ; Programma Water en Riolering Geen nadere definiëring van toepassing
24
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Klopt het dat er geen bezuiniging plaatsvindt op oppervlaktewater? Hoe kan de gemeente 7 miljoen reserveren terwijl het uitvoeringsprogramma nog niet uitgebracht is? Staat die 7 miljoen gelijk aan het maatregelenpakket? Loopt het maken van het uitvoeringsprogramma nu uit? Wanneer mogen wij dit verwachten?
Antwoord: Het klopt dat er geen bezuiniging plaatsvindt op oppervlaktewater. We hebben op dit onderwerp voor de periode 2025-2029 4,7 miljoen extra begroot ten opzichte van het vorige Programma Water en Riolering 2024-2028. Dit is nodig om naast het beheer en onderhoud van het oppervlaktewater en de oppervlaktewaterassets ook uitvoering te kunnen geven aan het uitvoeringsprogramma Gezond water, waarmee we de waterkwaliteit in de stad Utrecht verbeteren. Het maatregelenpakket waarover we u op 12 juni 2023 per brief hebben geïnformeerd bevat ca 120 maatregelen. Deze maatregelen zijn in totaal ingeschat op € 14,5 miljoen, waarvan € 14 miljoen is begroot in de periode 2025-2028. Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) en de gemeente zijn voornemens de maatregelen samen uit te voeren, waarbij beide partijen ieder de helft van de kosten betalen. Hiervoor hebben we in het programma Water en Riolering 2025-2029 een dekking van € 7 miljoen verdeeld over de periode 2025-2028 opgenomen. Onder voorbehoud van vaststelling van de Voorjaarsnota 2024 is het college voornemens in de zomer van 2024 een samenwerkingsovereenkomst aan te gaan met het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden om het maatregelenpakket van circa 120 maatregelen in gezamenlijkheid uit te voeren.
Het uitvoeringsplan met de aanpak en prioritering van maatregelen wordt op dit moment opgesteld en is eind 2024 gereed. Dit is inderdaad later dan dat wij dachten bij het opstellen van de brief van 12 juni 2023. Wij zullen u hierover dan informeren.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 30 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Sharon Dijksma Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.2 Maatregelen per programma Betrouwbare overheid 38
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Wat is de impact van deze bezuiniging op de stichting? Hoe blijft “Utrecht” gecommitteerd aan de bijdrage in de lokale samenleving aan het realiseren van de SDG’s en blijft dit commitment zichtbaar in de besluitvorming ten aanzien van de noodzakelijke bezuinigingen?
Antwoord: Het is niet aan ons maar aan de stichting om te bepalen hoe zij verder gaat als de gemeente stopt met de financiering. Zij kan ervoor kiezen om activiteiten af te schalen of om alternatieve financiering te gaan zoeken. Utrecht blijft een ‘Global Goals City’ conform het besluit van de Raad in 2016. Door middel van het beleid van de gemeente Utrecht blijven we bijdragen aan het realiseren van de SDG’s. Door middel van de uitvoering van ons coalitieakkoord dragen we bij aan alle 17 SDG’s.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 31 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.2 Haalbaarheid investeringen tegen het licht: reëel ramen 35
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Er wordt gesteld dat afgelopen jaren, jaren van onderbesteding waren, maar afgelopen jaar was dat niet geval. Hoe weten we zeker dat dit zich niet doorzet in 2024?
Antwoord: Het totaal van de Jaarrekening 2023 laat inderdaad een tekort zien, maar er was ook onderbesteding op projecten en kapitaallasten in bijvoorbeeld de programma's Bereikbaarheid, Onderwijs en Utrechts Vastgoed. Deze onderbesteding op de kapitaallasten zou zonder maatregelen doorzetten in de jaren 2024 tot en met 2028 en wordt door middel van reëel ramen voorkomen, zoals toegelicht in paragraaf 4.2 van de Voorjaarsnota 2024.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 32 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman; ; Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.2 Toelichting op het startsaldo Rente en dividend
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag
Over de rekenrente en het financieringsstatuut
Vraag
De rekenrente wordt verhoogd van 1,5% naar 2,0%. Welke regels heeft de gemeente specifiek over wanneer dit wordt aangepast. Ook ben ik benieuwd hoe dit zich verhoudt tot andere gemeenten. Is daar een vaste formule voor? zo nee waarom niet?
15
Antwoord: Daarvoor zijn externe voorschriften vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Op grond van artikel 75 BBV publiceert de Commissie BBV notities met richtlijnen over diverse onderwerpen. Ten aanzien van (omslag)rente is de gemeente gehouden om de regels uit de BBV Notitie Rente te volgen. Daarin is een rekenmethode voorgeschreven op basis waarvan een omslagpercentage wordt bepaald. De omslagrentes van de meeste andere gemeenten bevinden zich in een range tussen 1% en 3%. Dit is uiteraard afhankelijk van de vermogenspositie èn van de omvang en samenstelling van de leningenportefeuille van de betreffende gemeente.
Vraagnummer: 33 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
D66 Susanne Schilderman; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.5 Opbrengstenverhoging Kostendekkendheid leges 56
119 Kan een volledig overzicht gegeven worden van de mate van kostendekkendheid per categorie lege? Kunnen hier specifiek ook de leges voor archeologie en monumenten worden meegenomen?
Antwoord: De kostendekkendheid van de verschillende leges is weergegeven in de Programmabegroting 2024, zie de paragraaf Lokale heffingen en de bijlage Kostendekkendheid Tarieven en Leges. De leges voor archeologie en monumenten vallen onder de leges Omgevingsvergunning (programma Ontwikkelen en wonen voor iedereen). Bij de Programmabegroting 2025 volgt een geactualiseerd overzicht van de kostendekkendheid van de leges. Onderstaande tabel toont het kostendekkendheidspercentage van de leges waarvoor met de Voorjaarsnota 2024 wordt voorgesteld om de kostendekkendheid te verhogen. Dit is op basis van de kostendekkendheid in de Programmabegroting 2024 en exclusief indexatie. De percentages in het jaar 2024 betreffen de actuele kostendekkendheid volgens de Programmabegroting 2024 en de percentages in de jaren 2025 en verder de kostendekkendheid als gevolg van de voorgestelde verhoging met de Voorjaarsnota 2024. Kostendekkendheid leges Voorjaarsnota 2024 (excl. indexatie)
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 34 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.3 Concrete bezuinigingsmaatregelen 4.3.1 Inleiding, proces
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag
over de minimale waarde van een uba-bezuiniging
Vraag
Tijdens de technische sessie werd aangegeven dat er een grenswaarde voor een bezuiniging in de UBA was. Hoe hoog moest de bezuiniging zijn voordat deze op de UBA terecht komt?
37
Antwoord: Voor de ambtelijke inventarisatie is geen harde ondergrens gehanteerd, maar er werd door de concerndirectie wel gestuurd op substantiële maatregelen. In de VJN levert de 'kleinste' maatregel structureel tienduizend euro op.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen:
Vraagnummer: 35 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman; ; Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.3 Groeikader Referentiekader Groei 17
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Welke normbedragen in het referentiekader groei zijn aangepast en met hoeveel tov voorgaande jaren?
Antwoord: De volgende normbedragen per inwoner of inwoner van een specifieke wijk of leeftijdsgroep zijn aangepast op basis van de actuele budgetten voor de producten: • Inspectie Kinderopvang van 25,62 euro naar 50 euro per inwoner 0-12 jaar. • Jeugdgezondheidszorg van 144,44 euro naar 256 euro per inwoner 0-18 jaar. • DBG-KlantContactCentrum van 15,38 euro naar 20,42 euro per inwoner. • Burgerzaken van 9,74 euro naar 10,90 euro per inwoner. • Verkiezingen van 2,49 euro naar 6,37 euro per inwoner. • Bouw- en woningtoezicht van 9,19 euro naar 22,13 euro per inwoner. • Toezicht en handhaving rijkswetten (Horeca, kansspelen e.d.) van 4,10 euro naar 5,10 euro per inwoner. • Klachtenfunctionaris, WOB-coördinatie, bezwaar en beroep van 0,33 euro naar 6,15 euro per inwoner. • Verschillende normbedragen voor budgetten voor beheer van de openbare ruimte voor verschillende gebieden/wijken naar 333 euro per inwoner. • Voor Minimabeleid is de factor van het aandeel inwoners dat Upas-houder is verhoogd van 10,6% naar 11,3%.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen:
Vraagnummer: 36 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eelco Eerenberg; Lot van Hooijdonk; Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Knelpunten 19. Netcongestie onderwijshuisvesting 21
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Er wordt nu alleen gesproken over gas of een warmtepomp, maar wordt er ook gekeken of bepaalde onderwijsinstellingen aangesloten kunnen worden op de stadsverwarming?
Antwoord: Ja, we proberen in de programmering rekening te houden met de mogelijkheid om onderwijsinstellingen aan te sluiten op de stadsverwarming. Zodra een warmteuitvoeringsplan (WUP) is afgerond moet worden onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor schoolgebouwen in die wijk.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen:
Vraagnummer: 37 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Eelco Eerenberg; Rachel Streefland; Voorjaarsnota 2. Financieel vertrekpunt en toelichting 2.4 Knelpunten 21. Zorgplicht voor adequate en voldoende onderwijshuisvesting 21
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
M.t.b. renovatie van schoolgebouwen: in hoeverre hebben bij de renovatie van monumentale schoolgebouwen, regelgeving rondom monumenten en erfgoed een invloed op stijgende kosten?
Antwoord: Het normbudget onderwijshuisvesting houdt op dit moment geen rekening met een monumentaal rijks of gemeentelijk - schoolgebouw. Renovatie van dergelijke panden zijn altijd duurder. We proberen dit te ondervangen met aanvullende subsidies zoals bijvoorbeeld Erfgoedparels. Omdat deze subsidies altijd cofinancieringen kennen en extra administratieve lasten, blijven deze projecten nog steeds duurder. Vandaar dat we in deze VJN willen voorzien in de benodigde middelen voor de renovatie van monumentale schoolgebouwen. Deze middelen maken onderdeel uit van het herijkte normbedrag dat onder het knelpunt basis Integraal Huisvesting Plan (IHP) is ingebracht.
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 38 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.1 Financieel-technisch beleid 4.1.2 Inzet eigen vermogen Activareserve 34
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag
frctie en frictiekosten
Vraag
Kan in simpele bewoording worden uitgelegd wat hier wordt bedoeld met frictie en frictiekosten?
Antwoord: De veranderingen die gepaard gaan met bezuinigingen en hervormingen kunnen leiden tot zogenaamde frictiekosten. Frictiekosten kunnen betrekking hebben op personeel (b.v. sociaal flankerend beleid, opleidingen, etc.) of op bedrijfsmiddelen (zoals kosten die gemaakt worden bij het wijzigen van ICT-contracten).
Raadsvragencyclus Voorjaarsnota en Eerste Bestuursrapportage 2024
Schriftelijke vragen:
Vraagnummer: 39 Fractie Portefeuillehouder(s) Document Hoofdstuk Paragraaf Subparagraaf Programma/onderdeel Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website
D66 Susanne Schilderman; ; Voorjaarsnota 4. Financiële strategie 4.1 Financieel-technisch beleid 4.1.2 Inzet eigen vermogen Bestemmingsreserves 35
Verbijzondering/context Heeft relatie met vraag Vraag
Langs welke meetlat zijn deze reserves doorgelicht? Hoe werd bepaald waar ruimte zat en waar niet?