CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording raadsvragen Jaarstukken 2021 (op vraagnummer).pdf

Gemeenteraad 16 juni 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Beantwoording schriftelijke raadsvragen Jaarstukken 2021 en erratum22.039 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 1 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Klein Resultaatbestemming 2021 Resultaatbestemming 2021

Verbijzondering

De digitalisering van erfgoed wordt uitgesteld ivm gebrek aan personeel

Vraag

Op welk moment verwcht u dat de digitalisering is afgerond? Welke stappen zet de gemeente om gekwalificeerd personeel aan te trekken?

8

Antwoord: De inzet is om in 2022 de achterstand van 2021 in te lopen, zodat de geschetste doelstelling blijft staan. We hebben daarvoor inmiddels een GIS specialist aangetrokken. Voor veel van de personele inzet op de diverse deelopdrachten kunnen collega’s van andere domeinen ingezet worden. Voor zover we nu kunnen inschatten, hebben we geen extra personele inzet nodig uit de markt op de deelopdrachten behalve voor de inrichting van de werkprocessen.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 2 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Verschuure Resultaatbestemming 2021 Resultaatbestemming 2021

Verbijzondering

De werkelijke lasten voor de investeringsimpuls RSU zijn € 5,607 mio lager dan begroot

Vraag

Wat is de verklaring voor het hoge bedrag aan lagere lasten bij de RSU? Welke projecten zijn blijven liggen binnen de RSU? Wat gebeurt er met deze projecten nu het geld aan de bestemmingsreserve wordt toegevoegd?

8

Antwoord: Voor het merendeel van de afwijkingen geldt dat de voorbereiding en/of de uitvoering van de geplande projecten is opgepakt, maar dat daadwerkelijke besteding van de resterende middelen in 2022 of verspreid over de komende jaren plaatsvindt. Dit betreft o.a. projecten in de gebiedsopgave Overvecht à 1,1 miljoen euro (herinrichting Donaudreef, OR Centrum Overvecht en OR Taagdreef) en Merwedekanaalzone à 1,5 miljoen euro (overhaalbare kosten en plankosten en bovenwijkse voorzieningen). Daarnaast zijn de gerealiseerde lasten in 2021 lager doordat de in 2021 gereserveerde middelen voor betaalbaar wonen Zuilense Vecht (1,7 miljoen euro) pas in 2022 financieel technisch in de recent geopende grondexploitatie Zuilense Vecht worden verwerkt. Het voordelig cashflow resultaat 2021 wordt via de bestedings- en dekkingsvoorstellen 2021 gestort in de reserve Investeringsimpuls RSU en blijft gekoppeld aan deze projecten en zal bij de 2e begrotingswijziging grotendeels weer worden onttrokken aan de reserve voor de realisatie in 2022. De projecten RSU zijn onderdeel van de totale programmeringsbijlage van de reserve Investeringsimpuls in het MPR 2022 die door de raad wordt vastgesteld.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 3 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Voortman Resultaatbestemming 2021 Resultaatbestemming 2021

Verbijzondering

Er wordt € 5,013 mio van de TOZO-gelden overgeheveld van 2021 naar 2022

Vraag

Klopt het dat dus ongeveer € 7,5 mio aan TOZO-gelden is doorgeschoven naar 2022? Kunt u specifieker maken welke uitvoeringskosten u nog verwacht en tot welk moment middelen kunnen worden aangewend?

13

Antwoord: In de Tweede Bestuursrapportage 2021 is 2,5 miljoen euro toegevoegd aan de begroting 2022 en in de Resultaatbestemming 2021 wordt voorgesteld om aanvullend 5,013 miljoen euro aan de begroting 2022 toe te voegen. In totaal 7,5 miljoen euro. Op dit moment is er geen specificatie van exacte kosten die nog verwacht worden in 2022 en de jaren hierna. Zoals in de toelichting in de Resultaatbestemming 2021 is vermeld, verwachten we nog uitvoeringskosten voor het afhandelen van signalen, het verstrekken van jaaroverzichten, beantwoorden van vragen, debiteurenbeheer en het uitvoeren van interne controles en verantwoording. Tevens werken de medewerkers van Tozo mee aan de Transitie BBZ, welke ook in 2022 nog doorloopt. Alhoewel we de kosten op dit moment nog niet exact kunnen inschatten, denken we inmiddels wel dat het budget mogelijk aan de ruime kant is. In de Tweede Bestuursrapportage 2022 beoordelen we welk deel van het budget in 2022 en welk deel in de jaren erna nog nodig is. Het eventueel niet benodigde deel kan dan vrijvallen in het resultaat, waarbij een evenredig deel van deze vrijval ten gunste van de regiogemeenten komt.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 4 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Streefland Resultaatbestemming 2021 Resultaatbestemming 2021

Verbijzondering

Overhevelen €0,544 mio van 2021 naar tbv MRP1

Vraag

Om welke essentiële voorzieningen voor de sportsector gaat het hier? Waarom is hier niet meer gebruik van gemaakt?

15

Antwoord: Het gaat hierbij enerzijds om de noodsteun aan sportaanbieders doordat zij in de 1,5 meterfase deels of zelfs niet konden functioneren. Daarnaast worden deze middelen ingezet om sportaanbieders sterker en duurzaam uit de crisis te laten komen. Er is in 2021 minder subsidie verleend dan verwacht. Dit komt doordat de bekendheid van deze regeling bij sportaanbieders moest groeien en doordat met name verenigingen en kleine sportondernemers de regeling in het begin (in verband met complexiteit en capaciteitsgebrek) beperkt wisten te benutten. De toegankelijkheid van het aanvraagproces voor deze regeling is hier vervolgens op aangepast door ondersteuning vanuit SportUtrecht, vereenvoudigde crtiteria en een overzichtelijk invulformat... De nog beschikbare middelen uit het pakket essentiële voorzieningen voor de sportsector zijn in de periode van 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2022 weer beschikbaar

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 5 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Klein Jaarstukken 2021 Bewoners en bestuur

Verbijzondering

Percentage inwoners dat gevoel heeft dat gemeente iets heeft gedaan met inbreng blijft 34%

Vraag

Hoe is te verklaren dat er geen vooruitgang is geboekt op deze doelstelling? Op basis waarvan denkt het college deze doelstelling in 2022 wel te halen?

31

Antwoord: De tevredenheid over participatie wordt gemeten met de tweejaarlijkse Inwonersenquête. Eerst wordt inwoners gevraagd of ze in de afgelopen 12 maanden hebben geprobeerd om het beleid, plannen of activiteiten van de gemeente te beïnvloeden. Aan de groep die hier bevestigend op antwoord, is vervolgens gevraagd of ze het idee hebben dat de gemeente iets heeft gedaan met hun bijdrage. Het percentage participanten dat het idee heeft dat de gemeente iets heeft gedaan met hun bijdrage is in de tijd toegenomen van 27% (in 2013) naar 34% (in 2021). Sinds 2016 is het percentage constant gebleven (gemiddeld 34%). Omdat er meer is geparticipeerd (25% in 2021 tegen 22% in 2020) en het percentage van deze indicator gelijk is gebleven (34%) betekent dit dat er in absolute zin meer Utrechters zijn die het idee hebben dat de gemeente iets heeft gedaan met hun inbreng. De tevredenheid neemt niet toe, en ook niet af. Ongeveer een derde geeft ‘weet niet’ aan op deze vraag. Dat is soms ook moeilijk aan te geven voor participanten, omdat nooit aan alle ideeën en wensen in participatietrajecten tegemoetgekomen kan worden. Daarvoor zijn er vaak te veel verschillende meningen en te grote verschillen in belangen. Individuele belangen worden ook altijd afgewogen ten opzichte van het algemeen maatschappelijk belang. Dat is de taak van het college en de raad.

Nu er naast de online participatie, weer fysieke participatie mogelijk is en er, sinds het aannemen van het actieprogramma ‘Samen stad maken op de Utrechtse manier’ de nodige participatie instrumenten beschikbaar zijn om de participatie beter te doen (zoals participatieleidraad, participatieplan, participatieverslag, participatieadvies, casusbesprekingen en trainingen) streven we naar een percentage van 40% dat het idee heeft dat er iets met hun bijdrage is gedaan.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 6 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Klein Jaarstukken 2021 Bewoners en bestuur

Verbijzondering

86% van het Initiatievenfonds is besteed

Vraag

Is deze 86% inclusief het uit 2020 doorgeschoven geld?

Antwoord: Ja. Zie ook vraag 38

33

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 7 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Eerenberg Jaarstukken 2021 Ondersteuning op maat

Verbijzondering

Data bereik jeugdhulp

Vraag

Er wordt gesproken over kwalitatieve data die de grafieken aanvullen om het bereik van de jeugdhulp in kaart te brengen. Welke kwalitatieve data zijn dat en wat zeggen deze over in hoeverre de hulp op juiste plekken komt?

238

Antwoord: Om het verhaal achter de cijfers te horen, organiseren we meerdere malen per jaar een ‘samen naar de cijfers kijken-sessie’ met onze jeugdpartners. Met een afvaardiging van deze partijen duiden we samen de beschikbare data over het bereik, de toegankelijkheid en de kwaliteit van de jeugdhulp. Daarnaast worden er naast de reguliere afstemming met het management ook regelmatig gesprekken gevoerd met professionals van Lokalis, KOOS en Spoor030 om ook meer kwalitatieve informatie op te halen. Deze kwalitatieve data verrijken de kwantitatieve data: de data laten bijvoorbeeld zien dat er meer kinderen en gezinnen in zorg zijn bij Lokalis, KOOS Utrecht en Spoor030, wat we duiden met kwalitatieve data over de hogere urgentie, intensiteit en complexiteit van vragen Deze kwalitatieve data geven niet direct een antwoord op de vraag in hoeverre de hulp op de juiste plekken komt. KOOS, Spoor030 en Lokalis zetten zich vanuit hun opdracht maximaal in om hulp dichtbij in de buurt te organiseren vanuit de gedachte dat kinderen en gezinnen laagdrempelig met hun vragen bij hen terecht kunnen. De Raad informeren we via rapportages en brieven regelmatig over het bereik van de jeugdhulp. Aanvullend hierop worden er ook regelmatig werkbezoeken georganiseerd en interactieve sessies gepland waarin ook het verhaal achter de cijfers wordt gedeeld.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 8 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Dijksma Jaarstukken 2021 Veiligheid

Verbijzondering

Aanpak plofkraken

Vraag

Wat zijn de concrete resultaten van de aanpak plofkraken? Wat kwam er uit de verkenningen voor een nieuwe aanpak?

279

Antwoord: Concreet hebben we in een aantal cases effectiever kunnen optreden met een persoonsgerichte aanpak onder meer vanuit de Top X (8 cases binnen het Zorg en Veiligheidshuis Regio Utrecht). Niet alleen voor de (vaak jonge) verdachten/ daders, maar ook met aandacht voor broertjes/zusjes en het gezin. Naast het stevig stellen van grenzen gaat het hier om motiveren met een beter perspectief met als doel recidive/ doorgroeien in criminaliteit te voorkomen. Ook zijn we aan het verkennen hoe we de weerbaarheid kunnen vergroten, zoals bij garageboxeigenaren. We zijn in gesprek met enkele brancheverenigingen waarvan de leden een verhoogd risico lopen op plofkraken zoals juweliers en opticiens, over het aanbieden van specifieke branchegerichte trainingen gericht op het voorkomen van overvallen en inbraken. Plof- en ramkraken maken hier onderdeel van uit. Daarnaast wordt er met het Rijk en de landelijke taskforce Overvallen gekeken welke maatregelen er mogelijk zijn om te voorkomen dat er plofkraken plaatsvinden bij geldautomaten waarbij zich in de directe omgeving woningen bevinden.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 9 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Klein Jaarstukken 2021 Cultuur

Verbijzondering

Doelstelling om waardering voor cultuur in de wijk tot 60% te laten toenemen

Vraag

Hoe gaat u de waardering voor de cultuur in de wijk met 12% laten toenemen, terwijl deze in 2021 met 2% is gedaald?

285

Antwoord: De indicator is zoals toegelicht verhoogd op verzoek van de raad; of dit een realistische verhoging is zo vlak na de coronacrisis die mogelijk nog niet voorbij is, is de vraag. De daling is dan ook te verklaren doordat in 2021 ook een flink deel van de cultuurvoorzieningen in de wijken beperkt of geheel gesloten waren. We horen wel dat juist de wijk- en jongerencultuurhuizen sinds de versoepeling van de maatregelen een enorme toestroom hebben; inwoners en met name ook jongeren willen weer aan de slag. Ook wordt er via de herstelmiddelen geinvesteerd in extra programmamogelijkheden op nieuwe plekken, die zich deels in de wijken plaatsvinden. In het kader van Utrecht900 en via de Stadsprogrammering van Utrecht Marketing wordt eveneens ingezet op cultuuractiviteiten in de wijken.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 10 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Klein Jaarstukken 2021 Cultuur

Verbijzondering

Huisvesting culturele en creatieve sector

Vraag

De creatieve sector ervaart grote problemen bij het vinden van nieuwe werkruimtes. Hoeveel nieuwe werkruimte is toegevoegd in 2021? En is dit voldoende om de gestelde 80.000 m2 te behalen?

286

Antwoord: Wij herkennen de geschetste problemen die de creatieve sector ervaart. Met het vaststellen van de Uitvoeringsnota Huisvesting culturele en creatieve sector eind 2021, hebben we ingezet op de ontwikkeling van meer en effectievere instrumenten en samenwerkingen. Die zijn hard nodig om het doel van netto 80.000 m2 extra werkruimte in 2040 te behalen. Dat is een complexe opgave door de druk op de ruimte, beperkt eigen vastgoed en beperkte juridische mogelijkheden om te sturen op invulling van ruimte door private partijen. Daarboven op komen de stijgende kosten om te bouwen en beperkte budgetten bij makers, broedplaatsexploitanten en de gemeente. Bovendien hebben vastgoedprojecten vaak een jarenlange doorlooptijd van initiatief tot realisatie. In 2021 is desondanks ruimte voor de creatieve sector toegevoegd met Vechtclub Keiland, de Stadstuin Wolvenplein, de Muziekstudio’s van Splinter (Colin Benders ea) in de Werkspoorfabriek en de Werfkelder en de Schottenkeet bij en op Berlijnplein. Voor zover wij weten zijn er in 2021 geen bestaande broedplaatsen verdwenen, maar dat gebeurt wel en het is de verwachting dat dit komende jaren op meer plekken gaat gebeuren.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 11 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Klein Jaarstukken 2021 Cultuur

Verbijzondering

Breed en divers publiek bij cultureel aanbod

Vraag

Heeft u een beeld van de diversiteit van het publiek dat culturele voorzieningen bezoekt? Wordt dit gemeten en op welke manier wordt deze breedte bevorderd?

290

Antwoord: Via de Utrecht Monitor krijgen en geven wij inzicht in de cultuurdeelname in Utrecht. Hierin is het mogelijk te kijken naar de cultuurdeelname van verschillende groepen naar leeftijd, geslacht, opleiding, inkomen, beperking, migratieachtergrond en (sub)wijk. Deze metingen geven ons indicaties over de diversiteit onder de cultuurdeelnemers in Utrecht. Bovendien zijn wij dit jaar gestart met een pilot van het Cultureel Doelgroepen Model, een beproefde publieksonderzoeksmethode uitgevoerd door Utrecht Marketing. In een aankomende raadsbrief naar aanleiding van motie M428 kunnen wij u hierover nader informeren. De cultuursector zelf heeft de Code Diversiteit & Inclusie ontwikkeld om diversiteit, ook als het gaat om publieksbereik, te bevorderen. Deze code is voorwaarde binnen onze subsidieregelingen. Daarnaast werken de culturele organisaties in Utrecht op verschillende manieren (samen) aan diversiteit en inclusie, waaronder in het netwerk PACT Utrecht, met steun van de gemeente.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 12 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Streefland Jaarstukken 2021 Samenleven en sport

Verbijzondering

Uitvoeren Utrechtse Sportagenda

Vraag

Welke concrete resultaten zijn bereikt bij de uitvoering van de Utrechtse Sportagenda?

295

Antwoord: De Utrechtse sportagenda geeft richting aan onze inzet op het gebied van sport en bewegen in Utrecht door een vijftal thema’s met bijbehorende ambitie centraal te stellen. Daarnaast helpt de agenda bij het werken volgens het Utrechtse model van betekenisvol sturen en verantwoorden, onder andere door het gebruik van vijf spelprincipes, die helpen bij de vraag hoe we onze inzet plegen. Er is een koppeling tussen de sportagenda en de verantwoording in de P&C-cyclus. De sportagenda beschrijft de grote lijn, de focus die we de komende jaren willen aanbrengen. In de programmabegroting werken we specifiek uit wat we het komende jaar gaan doen. Bij de jaarlijkse verantwoording laten we vervolgens zien of onze inzet is geslaagd en of het nodig is om bij te sturen. De resultaten op het gebied van sport die in de jaarstukken zijn beschreven, zijn ook de resultaten van de Utrechtse sportagenda. Om te bepalen hoe we ervoor staan, voeren we regelmatig spiegelgesprekken met bijvoorbeeld SportUtrecht en partijen in de stad. Daarnaast maken we gebruik van actuele onderzoeksdata. Bij de vaststelling van de sportagenda hebben we afgesproken dat we eens per jaar met de raad een gesprek organiseren om te bepalen of we op koers liggen. Dit koersgesprek vindt binnenkort plaats, op dinsdag 14 juni. Dan gaan we graag met u in gesprek over het werken met de sportagenda.

Ter voorbereiding daarop sturen we een overzicht van de stand van zaken per thema en van de voortgang op de moties en toezeggingen die samenhangen met de sportagenda.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 13 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Streefland Jaarstukken 2021 Samenleven en sport

Verbijzondering

Daling van aantal kinderen dat lid is van sportvereniging

Vraag

Waarom noemt u de daling van het aantal kinderen van 3% dat aangeeft lid te zijn van een sportvereniging niet significant? Wat bedoelt u hiermee?

311

Antwoord: De genoemde daling is niet statistisch significant. Dit is een onderzoeksmatige constatering en betekent dat niet met 95% zekerheid gezegd kan worden dat het percentage kinderen dat lid is van een sportvereniging ook echt gedaald is tussen 2019 en 2021.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 14 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Streefland Jaarstukken 2021 Samenleven en sport

Verbijzondering

Wachtlijsten zwemlessen

Vraag

Welke ontwikkeling hebben de wachtlijsten op gebied van zwemlessen Welke ontwikkeling hebben de wachtlijsten op gebied van zwemlessen doorgemaakt in 2021? Wat heeft de gemeente gedaan om deze wachtlijsten zo snel mogelijk terug te dringen? Hoe hoog zijn de wachtlijsten nu en hoe lang moet worden gewacht om zwemles in Utrecht te kunnen krijgen?

314

Antwoord: Voor corona (in 2019) stonden in totaal ongeveer 1500 kinderen op de wachtlijst. Dit is de afgelopen twee jaar sluiting door de coronamaatregelen (lockdown, 1,5 meter beperking en geen zwemles na 17:00 uur) exceptioneel gegroeid naar ongeveer 3300. Door te focussen op het afzwemmen voor diploma A en in de schoolvakanties extra zwemlessen aan te bieden, hebben we al voor een ommekeer kunnen zorgen en is de wachtlijst nu gedaald naar om en nabij 2500 kinderen. Daarnaast gaan we na de zomervakantie inzetten op 45 minuten lessen in De Kwakel en Den Hommel. Dit geeft de mogelijkheid om nog meer lesgroepen in de weekschema’s te zetten en daarmee dus weer meer kinderen op zwemles te krijgen en de wachtlijst naar beneden te krijgen. Wij zien ook in de regio een stijging van de wachtlijsten. Iedere 3 maanden starten er gemiddeld 800 kinderen aan hun eerste zwemles. De wachttijd na inschrijving voor kinderen vanaf 5 jaar is 10 à 12 maanden. We zetten vol in op het werven van extra zwemonderwijzers – een tekort aan zwemonderwijzers is een landelijk probleem. Voor het werven van extra zwemonderwijzers adverteren we via social media, zijn de vacatures zichtbaar op alle relevante websites en werken we samen met ROC’s en andere opleidingen.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 15 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Klein Jaarstukken 2021 Paragraaf Weerbaarheid en wendbaarheid

Verbijzondering

Programmareserves gestegen tot € 386 mio

Vraag

Hoe kan de dermate grote stijging van de programmareserves worden verklaard? Hoe wordt voorkomen dat dit geld onnodig lang op de plank blijft liggen, in plaats van geïnvesteerd te worden in de stad?

344

Antwoord: De totale stijging van 182,5 miljoen wordt voornamelijk verklaard door de stiijging van de reserve Grondexploitatie ( 167,2 miljoen) Deze toevoeging is verwerkt op aangeven van de accountant . Het betreft de storting van de robuuste ramingen behorende bij de grondexploitatie Leidsche Rijn in de reserve Grondexploitatie Zie blz 531 ev Jaarstukken 2020 gemeente Utrecht. Hoofdlijn blijft dat we terughoudend zijn ten aanzien van reservevorming. Reserves zijn weliswaar een buffer voor bijvoorbeeld het afdekken van risico’s. Tegelijkertijd leggen stortingen in reserves beslag op een deel van de gemeentelijke middelen, die daardoor niet meer beschikbaar zijn voor een ander doel. Ook zijn reserves niet de beste keuze als het gaat om de dekking van structurele lasten.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 16 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Klein Jaarstukken 2021 Bewoners en bestuur 2.2 bewoners zijn betrokkken bij hun buurt 31

Verbijzondering

Indicator van participatie

Vraag

Bij E.2.2.1 staat nu "het percentage inwoners dat op een of meerdere manieren heeft geparticipeerd" en de analyse richt zich op "bereiken dat meer inwoners het idee hebben dat de gemeente iets heeft gedaan met hun bijdrage om het beleid te beïnvloeden." Zou het mogelijk zijn om ook een indicator op te nemen waaruit blijkt in hoeverre de gemeente ook heeft geluisterd naar buurtbewoners en hun initiatief heeft overgenomen, advies heeft opgevolgd of idee heeft gerealiseerd? Een alternatief is de indicator of buurtbewoners hun buurman of buurvrouw ook aanraden om op basis van hun ervaring ook te gaan participeren, of de gemeente op te zoeken om een eigen initiatief voor elkaar te krijgen (mond-op-mondreclame). Op die manier zou er meer sprake kunnen zijn van "realisatie". Hoe staat het college daar tegenover?

Antwoord: Of er is geluisterd naar bewoners en hun ideeën zijn overgenomen, is moeilijk te kwantificeren Wij willen stimuleren om vaker het goede gesprek te voeren over hoe de participatie verloopt. Dit kan tijdens projecten en/of achteraf. Bovenal willen wij meer inzetten op de kwaliteit van de uitvoering. . Een initiatief overnemen of realiseren of een advies opvolgen kan ook niet altijd omdat nooit aan alle ideeën en wensen in participatietrajecten tegemoetgekomen kan worden. Daarvoor zijn er vaak te veel verschillende meningen en te grote verschillen in belangen. Individuele belangen worden ook altijd afgewogen ten opzichte van het algemeen maatschappelijk belang. Dat is de taak van het college en de raad.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 17 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Diepeveen Jaarstukken 2021 Ruimtelijke ontwikkeling, wonen en erfgoed

Verbijzondering

Start bouw woningen in de middencategorie: koop en middenhuur

Vraag

Er zijn in 2020 870 woningen gerealiseerd, in 2021 719 en de doelstelling voor 2022 is 626. Waarom zit hier een dalende lijn in, terwijl we juist steeds betere kaders hebben? En zou de doelstelling sowieso niet omhoog moeten? Wat is een realistische bandbreedte hiervoor, en op basis waarvan, naast het percentage van 25%?

71

Antwoord: We hebben en krijgen inderdaad steeds betere kaders maar er zit enige tijd tussen het vaststellen van de kaders en de doorwerking van deze kaders in de praktijk. De voorbereiding van een woningbouw project duurt immers gemiddeld 5 tot 7 jaar. Na die periode zien we de effecten ook van de nieuw gestelde kaders. De aantallen in de jaarstukken baseren we op de werkelijke prognoses start bouw zoals deze in het MPR en de Peilstok worden gepresenteerd waarbij de productie jaarlijks kan fluctueren. Onze doelstelling ten aanzien van het aandeel woningen in de middencategorie is gericht op de beoogde verdeling van de woningvoorraad in 2040 waarbij 25% bestaat uit woningen in het middensegment (koop en huur). In het MPR en de Peilstok laten we twee keer per jaar zien hoe de verdeling van de harde plancapaciteit woningbouw eruit ziet en in hoeverre dit aansluit bij onze ambities en doen we bij het MPR eventuele voorstellen voor bijsturing.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 18 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA van Hooijdonk Jaarstukken 2021 Duurzaamheid Wat heeft het gekost? 90/67

Verbijzondering

Verduurzamen VVE's

Vraag

De gemeente heeft 200.000 euro subsidie minder ontvangen omdat er minder collectief gestookte gasinstallaties waren in Utrecht dan verwacht. Heeft de gemeente suggesties gedaan om het geld toch te mogen besteden aan het helpen van VVE's met andere verduurzamings/energiemaatregelen? Wat waren de lasten voor het verduurzamen van VVE's, zowel begroot als gerealiseerd in 2021? En wat was de uitkomst van het onderzoek bij de VVE aan de Vasco da Gamalaan?

Antwoord: Er is in 2021 minder dan begroot uitgegeven aan waterzijdig inregelen (van het verwarmingssysteem bij VvE’s), warmtefoto’s en cadeaukaarten. Het Rijk heeft ons ruimte geboden om de middelen ook in 2022 in te zetten, inmiddels zijn de middelen ingezet. De reguliere aanpak voor de VvE’s bestond uit de onderdelen: het energieloket en Jouwhuisslimmer-avond. Dat betrof uit de begroting slechts een geringe bijdrage. Daarnaast dragen we, zoals begroot, bij aan het VvE loket met €12.500. De kosten voor energieadvies voor VvE's door het Rijk worden betaald via de landelijke subsidieregeling via RVO. Wat betreft de Vasco da Gamalaan: Er is een eerste studie gedaan naar mogelijke scenario’s om te verduurzamen, maar dat is door het bestuur van de VvE aangehouden, omdat zij eerst een aantal andere zaken binnen de VvE moesten oplossen.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 19 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA van Hooijdonk Jaarstukken 2021 Duurzaamheid

Verbijzondering

Zon op dak doelstelling

Vraag

Bij de VJN 2021 werd onze motie overgenomen om te komen tot een nieuwe doelstelling voor zon op dak, in de tweede helft van 2021, met ook aandacht voor het oppervlak ipv het aantal daken. Nu lezen wij dat er een onderscheid is gemaakt in grootschalig (168 GWh) en kleinschalig (120 KWh in 2030), als onderdeel van de RES. Kan aanvullend op de raadsbrief (24 november 2021) een actuele stand van zaken gedeeld worden, en daarbij ook zon op gemeentelijke daken worden meegenomen? Wij zijn ook benieuwd naar de financiële strategie van het college om deze doelstelling te gaan halen.

84/88

Antwoord: In lijn met de overgenomen motie 169, wordt het nieuwe programma zon op dak naar de gemeenteraad toegezonden in Q2. Hierin wordt de stand van zaken en de nieuwe aanpak van zon op grote en kleine daken beschreven. In Q4 wordt weer de jaarlijkse zonnemonitor opgesteld en met uw raad gedeeld. In deze monitor wordt de voortgang van doelgroepen in percentage zon op dak inzichtelijk gemaakt. De stand van zaken van het gemeentelijk vastgoed is met uw raad gedeeld via MPUV 2022 en via het (Bestuurlijke wederhoor van) Rekenkamerrapport Onbegonnen werk. Hierin werd genoemd dat 31% van het gemeentelijke vastgoed is benut met zon op dak en dat in totaal een vermogen heeft van 3.7 megawatt. De financiële strategie voor het behalen van het gemeentelijke energietransitie-beleid (waaronder de zon op dak-doelstellingen), komt terug in de begroting van de opgave energietransitie, dat onderdeel is Programma duurzaamheid. In het nieuwe zon op dak programma zal de reservering vanuit begroting energietransitie, voor de uitvoering van het programma zelf, worden benoemd.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 20 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Diepeveen Jaarstukken 2021 Bereikbaarheid Wat heeft dat gekost? 116/117

Verbijzondering

Toelichting op hogere lasten Corona

Vraag

Hoe heeft het college geprobeerd om deze kosten laag te houden? Is gemonitord in hoeverre die publieksbegeleiders in de praktijk echt nodig bleken? Had, gezien de opmerking over een te hoge inschatting van declarabele kosten, er meer nadruk moeten liggen op handhaving, en samenwerking met bijv. winkelcentra? En hoe verhield het coördinatieteam en het crisisteam zich tot elkaar?

Antwoord: Onze Inzet is steeds geweest te doen wat nodig is op grond van een goede invulling op lokaal niveau van de dan geldende maatregelen. Hierbij zijn alle maatregelen genomen langs de lijn van het door de raad vastgestelde afwegingskader, waarbij gezondheid (beperken van besmettingen) de hoogste prioriteit heeft. Daarnaast is getoetst aan de escalatieladder, als operationalisatie van het afwegingskader, waarbij het de inzet was om de ruimte zo efficiënt mogelijk in te richten waardoor de inzet van publieksbegeleiders alleen nodig was op excessen – en piekmomenten (vrijdag, zaterdag, feestdagen). Door het Coördinatieteam is haast van week tot week een inschatting gemaakt voor de benodigde inzet van publieksbegeleiders. Daarbij is ook steeds gekeken naar de ervaringen van de afgelopen week, de weersverwachtingen, bijzonderheden in de stad, ontwikkelingen in de regelgeving van de kant van het rijk. Dat heeft de inzet van week tot week bepaald. De inzet van publieksbegeleiders is langzaam afgebouwd: aan het einde van de crisis werd er minder vaak en met ongeveer 50% van de inzet gewerkt. We hebben gedurende de Coronacrisis nauw contact gehad met management van diverse winkelcentra naast individuele winkels voor hulp bij het efficiënter inrichten van de ruimte en ook om hen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een goede begeleiding van bezoekers naar hun winkel.

Daarbij was de druk op handhaving heel groot in deze periode dus meer inzet hierop was nagenoeg niet mogelijk. Er was op intensieve en reguliere basis afstemming tussen het coördinatieteam en het crisisteam

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 21 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA van Hooijdonk Jaarstukken 2021 Bereikbaarheid Verbonden partijen 127

Verbijzondering

Meten van de verkeersveiligheid

Vraag

Er wordt uitgelegd dat de tevredenheid op een andere manier wordt gemeten dan voorgaande jaren, waardoor een vergelijking niet mogelijk is. Waarom is hiervoor gekozen, en hoe kan dat dan wel met zekerheid gezegd worden dat die tevredenheid ten opzichte van 2019 is toegenomen? Tot slot wordt corona als verklaring gegeven voor die verbetering. Was het niet mogelijk om dit te 'corrigeren' en zo alsnog iets te kunnen zeggen over of de verkeersveiligheid nu is verbeterd?

Antwoord: Waarom is gekozen voor een andere manier van meten? Om beter te weten waarom Utrechters tevreden, dan wel ontevreden zijn over de verkeersveiligheid, hebben we in 2021 gekozen voor een andere benadering van de vraag. De vraag is verplaatst naar het themadeel ‘Verkeer’ en is nu tweeledig: een gesloten vraag naar de tevredenheid, en een open vraag naar een toelichting van die (on)tevredenheid, zodat we de resultaten beter kunnen duiden. Hoe kan met zekerheid gezegd worden dat die tevredenheid ten opzichte van 2019 is toegenomen? Naast de andere manier van meten, bleek bij het uitlezen van de resultaten dat in de online enquête van 2021 de antwoordcategorie neutraal ontbrak. Daardoor hadden in 2021 de online respondenten niet de mogelijkheid om ‘neutraal’ aan te kruisen, terwijl zij die mogelijkheid in 2019 wel hadden. Het aandeel dat in 2021 tevreden heeft aangekruist is hoger dan in 2019. Zelfs als we aannemen dat de respondenten die in 2019 ‘neutraal’ hebben aangekruist de categorie ‘tevreden’ had gekozen boven ‘ontevreden’. Was het niet mogelijk om te 'corrigeren' voor corona en zo alsnog iets te kunnen zeggen over of de verkeersveiligheid nu is verbeterd? Nee, we kunnen niet corrigeren voor corona omdat we (de grootte van) dit effect op tevredenheid over verkeersveiligheid niet gemeten hebben.

In de Inwonersenquête is niet gevraagd naar gevolgen van corona op de ervaren verkeersveiligheid

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 22 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Verschuure, Diepeveen Jaarstukken 2021 Openbare ruimte en groen

Verbijzondering

Afval in Overvecht en Kanaleneiland en doelstelling van restafval bij nascheiding

Vraag

Hoe verklaart het college de waardering in Overvecht en Kanaleneiland, heeft dat te maken met de vele bijplaatsingen daar? Wil zij hier vervolgens een prioriteit van maken om dit alsnog te verbeteren? Verder zien we de toelichting "dit is restafval dat overblijft na bronscheiding". Moet dit niet zijn na nascheiding, zodat we de hoeveelheid restafval gaan meten nadat het PMD eruit is gehaald?

157

Antwoord: In de enquête wordt inwoners gevraagd een algehele waardering voor de inzameling te geven. Er wordt niet gevraagd naar de reden waarom inwoners dit cijfer geven. Het cijfer omvat dus de algehele beoordeling over de inzameling en kan beïnvloed worden door verschillende aspecten die te maken hebben met de inzameling. Voor Overvecht en Kanaleneiland lijkt het wel aannemelijk dat bijplaatsingen bijdragen aan de lagere waardering voor het inzamelsysteem. Dat blijkt ook wel uit onze meldingen. Met de aanpak Bijplaatsingen (Document Utrecht - Deelaanpak Hotspots Bijplaatsingen.docx - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl)) zetten we extra in op Kanaleneiland en Overvecht. We streven naar een gemiddelde waardering van een 7,0 voor het algehele inzamelsysteem. Door de containers te legen op basis van vulgraadsensoren (dynamisch inzamelen) zorgen we ervoor dat de containers tijdig geleegd worden. Ondanks dat komen bijplaatsingen nog steeds voor. In de raadsbrief van 29 maart 2022 jl. is een update gegeven over de aanpak van bijplaatsingen (Raadsbrief Voortgang Aanpak Hotspots - Bijplaatsingen Utrecht - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl)). Het streven naar een goede waardering van de inzameling is dus iets wat we dagelijks nastreven en onze aandacht heeft. Voor 2021 is de hoeveelheid restafval gerapporteerd na bronscheiding.

Het effect van nascheiding is hierin nog niet meegenomen. Nascheiden is vanaf september 2021 gefaseerd ingevoerd. In december waren de wijken ten oosten van de A2 hierop overgegaan. De periode in 2021 dat zij volledig over waren op nascheiden is dermate kort, dat dit effect zeer beperkt is (ongeveer 1 kg/inw). Het effect van nascheiden zal dus met name in 2022 landen. Vanaf dan zal dit ook in de rapportages meegenomen worden.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 23 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA van Hooijdonk Jaarstukken 2021 Openbare ruimte en groen

Verbijzondering

Afstand doen van huisdieren

Vraag

We zien bij P2.2.3 dat er in 2020 van 291 huisdieren afstand is gedaan. Nu zien we bij 2021 het getal 0,14. Dit lijkt ons niet te kloppen. Is dit een foutje? Wat had hier moeten staan?

151

Antwoord: De indicator betreft de verhouding tussen het aantal dieren waar eigenaren afstand van doen bij een asiel of opvang en het aantal zwerfdieren in de stad dat door de asielen en dierenambulance wordt geregistreerd (‘aantal afstanddieren/aantal geregistreerde zwerfdieren’). In plaats van 2 had hier 0,2 (of 20%) moeten staan, deze doelstelling is met 0,14 (14%) niet gehaald. Dit komt waarschijnlijk doordat door de coronapandemie mensen minder vaak afstand doen van hun huisdier, wat natuurlijk een gunstige ontwikkeling is.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 24 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA van Hooijdonk Jaarstukken 2021 Openbare ruimte en groen Wat heeft dat gekost? 155/

Verbijzondering

Johan Wagenaarkade

Vraag

We lezen dat de provincie een subsidie van 51.000 euro heeft toegekend voor de Parkzone aan de Johan Wagenaarkade. Aangezien het bouwplan uitvoerig is besproken in de raad, waren wij hierover verbaasd. Wanneer is de raad hierover geïnformeerd? Welke subsidie was het, wat waren de criteria en waarom heeft het college dit project naar voren gebracht? Ook lezen we dat door materiaalschaarste het project vertraging heeft opgelopen. Bij het CDA-amendement werd gezegd dat het tot vertraging zouden leiden in het project, waar wij uit opmaakten dat het project juist erg vlot verliep. Hoe verhoudt dit zich tot elkaar?

Antwoord: De subsidie waar in de vraag naar wordt verwezen heeft geen betrekking op de bouwplan ontwikkeling maar op fase 2 van de herinrichting van de Johan Wagenaarkade De vertraging waar naar wordt gevraagd heeft ook geen betrekking op de bouwplan ontwikkeling, maar op fase 1 van de herinrichting van de Johan Wagenaarkade. We werken aan verschillende projecten aan de Johan Wagenaarkade. • Johan Wagenaarkade fase 1 (noordelijk deel) is nog in uitvoering. De uitvoering is vertraagd door leveringsproblemen van materialen • Johan Wagenaarkade fase 2 (zuidelijk deel) gaat onder andere om de aanleg van een brug over de Leidsche Rijn. Voor die brug hebben we vanuit de Uitvoeringsverordening subsidies Mobiliteit 2020 = 2023 Provincie Utrecht een subsidie van in totaal € 411.511 gekregen. Van deze subsidie hebben we in 2021 € 36.000 besteed aan voorbereidingskosten. In de tabel van de jaarstukken is een bedrag van €51.000 opgenomen, hierin zitten ook inkomsten van overige groenprojecten. Fase 1 en 2 zijn onderdeel van het Rondje Stadseiland. Met de subsidie kunnen we een knelpunt in de route oplossen door de aanleg van een fiets- en voetgangersbrug. •

Het bouwplan betreft de ontwikkeling door Mitros die aansluit op fase 2 van de herinrichting van de Johan Wagenaarkade die door de gemeente wordt gerealiseerd. Fase 2 en de bouwplan ontwikkeling door Mitros zijn twee separate ontwikkelingen die in samenhang zijn ontworpen en leiden tot meer groen.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 25 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Diepeveen Jaarstukken 2021 Openbare ruimte en groen Wat heeft dat gekost? 138

Verbijzondering

Achterstallig onderhoud

Vraag

Er staat: "Op basis van inspecties in 2021 constateren we dat deze vertraagde uitvoering niet heeft geleid tot een noemenswaardige toename van het achterstallig onderhoud". Hoe verklaart het college dit, en hoe groot wordt het risico geacht dat we het achterstallig onderhoud minder snel inlopen in de komende 10 jaar, of zelfs zien toenemen?

Antwoord: •

•

Dit is te verklaren doordat we in onze programmering prioriteit geven aan het wegwerken van achterstallig onderhoud. Daarmee is het gelukt om voor circa 7 miljoen euro aan achterstallig onderhoud aan wegen, civiele constructies en groen weg te werken, ten opzichte van een ambitie om jaarlijks circa 5 miljoen euro aan achterstallig onderhoud weg te werken. Tegelijkertijd voeren we jaarlijks ook veel onderhoudswerkzaamheden uit waar nog geen sprake is van achterstallig onderhoud. Een deel van deze begrote beheeropgave hebben we niet kunnen realiseren. In theorie kan dit op termijn leiden tot het ontstaan van aanvullend achterstallig onderhoud, maar de inspecties in 2021 lieten zien dat er geen sprake is van een noemenswaardige toename. Ook in de komende jaren blijven we prioriteit geven aan het wegwerken van achterstallig onderhoud. Daarmee gaan we er voorlopig vanuit dat het wegwerken van het achterstallig onderhoud in een periode van 10 jaar haalbaar blijft. Maar landelijke ontwikkelingen als beperkte beschikbaarheid van (markt)capaciteit en materialen kunnen ertoe leiden dat op termijn minder projecten dan beoogd uitgevoerd kunnen worden. Dat kan leiden tot het minder snel inlopen van het achterstallig onderhoud. We zullen u over deze ontwikkelingen blijven informeren bij de jaarlijkse rapportage over de voortgang van de Nota Beheer Openbare Ruimte.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 26 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Diepeveen Jaarstukken 2021 Openbare ruimte en groen Wat heeft dat gekost? 139

Verbijzondering

Essentaksterfte

Vraag

Er staat dat de kosten meevielen en dat de reserve nu al is opgelopen tot 2,1 miljoen euro? In hoeverre acht het college zo'n grote reserve noodzakelijk voor de toekomst, is dit niet te fors? En indien dat laatste, hoe kan dit geld weer opnieuw worden vrijgemaakt ten behoeve van het beheer van de openbare ruimte? Is het technisch mogelijk om dit deels te besteden aan de herintroductie van de graffiti-regeling?

Antwoord: •

•

•

Wij hebben geconstateerd dat de essentaksterfte zich langzamer ontwikkelt dan eerder verwacht, maar dat er ook nog geen behandeling is. Dit betekent dat wij de komende jaren extra kosten zullen moeten blijven maken voor monitoring, snoei van (licht) aangetaste bomen om het ziekteverloop te vertragen, kap van zwaar aangetaste bomen, en herplant, die niet uit het reguliere budget voor het jaarlijkse boomonderhoud kunnen worden gehaald. Het college beschouwt een reserve met deze omvang daarom als noodzakelijk voor de toekomst. Het eventueel verkleinen van de reserve, kan ertoe leiden dat in de toekomst mogelijk geen monitoring meer kan worden uitgevoerd op de essentaksterfte en dat de snoei, kap, en herplant hierdoor niet tijdig kan worden uitgevoerd. Dit kan ten koste gaan van de veiligheid van de openbare ruimte en de doelstellingen op het vlak van een groene, gezonde leefomgeving. In de raadsbrief van 9 februari 2017 zijn drie scenario’s geschetst over de mogelijke ontwikkeling van de essentaksterfte. In alle scenario’s komen we uit op een benodigd bedrag van ongeveer 20 miljoen euro. Gezien de onzekerheid over het verloop van de ziekte en ontwikkelingen die de schade mogelijk kunnen beperken, is in de voorjaarsnota van 2017 een bedrag beschikbaar gesteld van 5 miljoen euro voor, in eerste instantie, de eerste vijf jaar.

Dit is indertijd gestort in de reserve essentaksterfte, eind 2021 bedroeg de reserve 2,1 miljoen euro. Het is technisch mogelijk is om middelen uit de begroting anders in te zetten. Uw raad kan besluiten een reserve op te heffen of het een andere bestemming te geven.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 27 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Verschuure Jaarstukken 2021 Economie en werkgelegenheid Wat hebben we daarvoor gedaan? 166

Verbijzondering

EBU

Vraag

Er staat: "Om de lobby- en netwerkkracht hieromheen te versterken hebben we de Economic Board Utrecht opnieuw ingericht met kopstukken uit het regionale bedrijfsleven." We waren in de veronderstelling dat de EBU juist geherstructureerd zou worden in het kader van de ROM, en niet zomaar de EBU in dezelfde vorm voort te zetten. Dit is besproken in de raad. Hoe verhoudt dit citaat zich daartoe?

Antwoord: De EBU is volledig geherstructureerd. Er is een nieuwe voorzitter (burgemeester Dijksma), een nieuwe samenstelling en nieuwe directeur (vanaf 1 mei jl.) De EBU is in haar nieuwe opzet een lichte netwerk organisatie van mensen die op het hoogste niveau in Den Haag en Brussel de regio kunnen vertegenwoordigen en, waarin bedrijven, kennisinstellingen en lokale overheden denk- en lobbykracht bundelen. Anders dan in de vorige opzet, heeft de EBU een beperkt budget en geen uitvoeringsorganisatie. Er zit dan ook geen overlap in de taken van de ROM, wel is er nauwe afstemming omdat beide organisaties zich inzetten ter versterking van de regionale economie.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 28 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Diepeveen, Verschuure Jaarstukken 2021 Paragraaf Grondbeleid Actuele ontwikkelingen 451

Verbijzondering

Saldo grondexploitaties en reserve

Vraag

Er staat: "Het saldo van de twaalf actieve grondexploitaties (exclusief Stationsgebied en Leidsche Rijn) bedraagt per 1 januari 2022 15,3 miljoen euro positief (ncw prijspeil 2022). Na winstneming van 2,7 miljoen euro uit enkele positieve projecten (ten gunste van de reserve grondexploitaties) resteert een saldo van 12,6 miljoen euro positief (ncw prijspeil 2022)." Waarom is er gekozen voor het bedrag van 2,7 mln., en niet meer of minder? Is dit net als bij Leidsche Rijn verplicht voorgeschreven door het BBV?

Antwoord: Dat is correct. De winstnemingen uit grondexploitaties vindt plaats d.m.v. de POC methode (verplicht o.b.v. het BBV). Dit geldt voor alle grondexploitatieprojecten. In paragraaf 5.4.1. Parameters en uitgangspunten actualisatie van grondexploitaties in het Meerjarenperspectief Ruimte 2022 (MPR 2022) wordt deze methode toegelicht.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 29 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Diepeveen Jaarstukken 2021 Paragraaf Grondbeleid Reserve grondexploitaties 452

Verbijzondering

Verloop reserve grondexploitaties - MWKZ

Vraag

De posten gerelateerd aan de MWKZ blijven consistent gehandhaafd t/m 2026, klopt dat? Zijn hierin ook de gebieds/projectspecifieke risico's (planschade, stijgende kosten, etc.) meegenomen? Tot welk jaar loopt dit zo door en hoe zeker blijven deze cijfers gelijk?

Antwoord: De bedragen m.b.t. de MWKZ hebben betrekking op het onderdeel Reserveringen: voor de post waarbinnen de reservering op basis van de besluitvorming uit de VJN 2016 en 2017 inzichtelijk gemaakt wordt loopt deze op van 5,6 tot 7,8 miljoen en deze reservering blijft, conform besluitvorming door uw raad, beschikbaar voor het risico op de ontwikkeling van fase 1 van de grondexploitatie t.b.v. deelgebied 5 en daarna t.b.v. de bovenwijkse voorzieningen gekoppeld aan fase 2. Het tweede bedrag t.b.v. de MWKZ van 2,3 miljoen heeft betrekking op de inmiddels genomen winsten op de grondexploitatie binnen deelgebied 4. Dit bedrag wordt, eveneens op basis van besluitvorming door uw raad, gereserveerd voor de dekking van de bovenwijkse voorzieningen behordende bij de ontwikkeling van de MWKZ.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 30 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Diepeveen, Verschuure Jaarstukken 2021 Paragraaf Grondbeleid Reserve grondexploitaties 452

Verbijzondering

Verloop reserve grondexploitaties - Robuuste posten

Vraag

De robuuste posten Leidsche Rijn zijn nu voorzien op 143.588.000 euro. Aangezien dit een nieuwe post is sinds de begroting, kan hier nog iets meer toelichting op worden gegeven? En hoe heeft de accountant op de hoogte van deze post gereageerd?

Antwoord: Deze post is in overleg met de accountant opgenomen. Vanwege de lange looptijd van de gebiedsontwikkeling Leidsche Rijn (nu nog tot 2039) zijn er budgetten voor toekomstige opgaven in de grondexploitatie opgenomen welke robuust geraamd zijn. Het feit dat ze robuust geraamd zijn vraagt naar uitleg van de BBV-richtlijnen door de accountant een aparte rubricering in de jaarrekening. Inhoudelijk betreft dit ramingen voor verwerving, bodemsanering, archeologie, kabels en leidingen en bijdragen aan mobiliteit en infrastructuur. De ramingen worden alleen in de jaarrekening apart gepresenteerd en maken volwaardig onderdeel uit van de geactualiseerde grondexploitatie zoals gepresenteerd in het MPR en zijn nodig voor de realisatie van de gebiedsontwikkeling Leidsche Rijn.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 31 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Klein Jaarstukken 2021 Paragraaf Lokale heffingen Belastingen 456

Verbijzondering

Opbrengsten OZB

Vraag

Het college heeft onlangs de OZB verhoogd. Er staat nu vermeld dat in 2021 de opbrengsten 0,898 miljoen euro hoger waren dan begroot. Welke spelregel geldt hiervoor, waar mag dit vervolgens aan worden besteed? Gaat dit naar de algemene middelen of volgt er een bijstelling van de hoogte van de OZB?

Antwoord: Inderdaad de OZB is onderdeel van de algemene middelen. Een meeropbrengst in een bepaald jaar vloeit toe aan deze algemene middelen, kennen daarmee geen specifiek bestedingsdoel, maar worden betrokken bij een volgende integrale afweging door uw raad. Er is dus geen spelregel die stelt dat hogere opbrengsten automatisch ingezet worden om het tarief voor een volgend jaar te verlagen.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 32 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Klein, Verschuure Jaarstukken 2021 Paragraaf Lokale heffingen Belastingen 557

Verbijzondering

Afvalstoffenheffing - kosten taakveld

Vraag

In de toelichting staat dat op verschillende punten de kosten zijn gestegen, en de kapitaallasten en onderzoek- en advieskosten vooral lager zijn door vertragingen in de planning. Welk financieel risico brengt dit met zich mee, o.a. voor de kostendekkendheid, in de komende 2 á 3 jaren?

Antwoord: Het financieel risico wat hierdoor ontstaat is dat aanschafprijzen van kapitaalgoederen stijgen. Hierdoor zullen de kapitaallasten toenemen aangezien de aanschafwaarde hoger zal zijn dan geprognosticeerde investeringen. Dit effect zal wel over een langere periode (lees: economische afschrijvingsduur) worden uitgesmeerd. De toename van de kapitaalasten zal worden meegenomen in de tariefopstelling van de komende jaren om aan de kostendekkendheid van 100% te kunnen voldoen, het effect van de stijgende kapitaallasten op het tarief van de afvalstoffenheffing zal in de komende 2 a 3 jaren naar verwachting nog relatief beperkt zijn.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 33 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Diepeveen, Klein Jaarstukken 2021 Paragraaf Lokale heffingen Belastingen 456

Verbijzondering

Rioolheffing - baten

Vraag

Er staat: "De hogere baten zijn met name te verklaren door voordelen op de opbrengsten uit grootverbruik." Hoe verhoudt dit zich tot de eerdere boodschap van het college bij de begroting dat de financiën van de rioolheffing onder druk zouden staan, maar dat de tarieven niet verhoogd werden? Tweede vraag: op pagina 485 staat een tegenvaller vermeld van 339.000 euro met als titel "Nadeel als gevolg van bezwaar en beroep op aanslagen rioolheffing grootverbruik over de jaren tot en met 2020." Hoe verhoudt dit zich tot de verklaring van de hogere baten? En hoe reëel is het dat we deze tegenvaller ook nog gaan terugzien over het jaar 2021?

Antwoord: De opbrengsten van de rioolheffing bestaan uit tarief maal de aantallen aansluitingen dan wel m3 grootverbruik (areaal). De opbrengsten 2021 zijn hoger dan begroot vanwege een groter areaal dan begroot. Bij de begroting worden zowel de kostenstijging als de verwachte areaalontwikkeling meegenomen. Voor het belastingjaar 2022 kon de kostenstijging door de areaalontwikkeling opgevangen worden, waardoor een verhoging van het tarief niet noodzakelijk was. De cijfers over de rioolheffing in de paragraaf lokale heffingen (pagina 456) geven de begrote en gerealiseerde tariefstelling over het begrotingsjaar 2021. De gevolgen van bezwaar en beroep uit eerdere jaren zijn in deze tariefstelling niet begroot en niet meegenomen in de realisatiecijfers. Het op pagina 485 vermeld nadeel van 339.000 euro is het gevolg van bezwaar en beroep op aanslagen over de jaren tot en met 2020 en als negatieve inkomsten geboekt binnen de prestatiedoelstelling Gemeentelijke watertaken. Bezwaren (en beroepen) kennen vaak een langere looptijd dan het belastingjaar waarvoor de aanslagen zijn opgelegd. Om die reden kunnen er nog belastinginkomsten worden misgelopen over het belastingjaar 2021.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 34 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Klein, Verschuure Jaarstukken 2021 Paragraaf Lokale heffingen Retributies 461

Verbijzondering

Kostendekkendheid - openbare ruimte

Vraag

Hoe verklaart het college het grote verschil in kostendekkendheid tussen "vergunning openbare ruimte" (105,6%) en "evenementen" (15,8%)? Wat is de verklaring hiervan en is dit te verantwoorden / uitlegbaar, en is er sprake van een grijs gebied en/of overlap tussen deze twee type leges in de categorie "beheer openbare ruimte"?

Antwoord: Bij de leges evenementen gaat het om vergunningen voor buiten- en binnenevenementen. Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn vormt de evenementenvergunning een individueel vergunningstelsel waarvan de leges maximaal kostendekkend mogen zijn en er geen samenhang kan zijn met andere leges. Voor evenementen geldt dat ter stimulering van evenementen in de stad de tarieven op een minder dan kostendekkend niveau zijn vastgesteld. Tegelijkertijd constateren we dat de noodzaak en behoefte aan regulerende activiteiten rond evenementen toenemen en complexer en urgenter worden. Door de coronapandemie zijn er in 2021 weinig evenementenvergunningen aangevraagd en verleend.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 35 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Dijksma Jaarstukken 2021 Paragraaf Lokale heffingen Retributies 462

Verbijzondering

Kostendekkendheid - huwelijk en partnerschap

Vraag

In de toelichting wordt genoemd dat er voornamelijk "balie en flitshuwelijken" zijn? Wat zijn flitshuwelijken? En hoe verhoudt deze conclusie (een lichte toename om deze reden) zich tot het feit dat trouwen op een externe locatie en in het weekend een hogere tarief kent (en dus meer 'baten'), wat veel minder heeft plaatsgevonden? En aangezien veel huwelijken nu na corona weer (uitgebreider) op locatie georganiseerd worden, is er binnen de ambtelijke organisatie gezocht naar verbeteringen om de kosten laag te houden, bijvoorbeeld door de administratieve last te verkleinen?

Antwoord: Flitshuwelijken oftewel baliehuwelijken zijn huwelijken die afgesloten worden aan de balie (geen ceremonie). We hebben, zeker in coronatijd, een stijging gezien in deze vorm van huwelijken. De kosten voor een regulier huwelijk zijn hoger dan het flitshuwelijk. De tarieven voor huwelijken zijn als geheel op dit maar voor zo’n 60% kostendekkend; de totale kosten die de gemeente maakt voor alle huwelijken zijn hoger dan de totale inkomsten. Bij het bepalen van tarieven voor de verschillende huwelijken kijken we naar de ervaringen in andere gemeenten en worden de effecten van uw eerdere besluiten verwerkt. Zo heeft u bij de programmabegroting 2020 besloten om de kosten van de huwelijken met 15% te verhogen vanaf 2021. Vervolgens is in de Voorjaarsnota 2021 door de raad besloten om de kosten van huwelijken met 5% te verhogen vanaf 2022. Door deze besluiten zijn de tarieven voor huwelijken in de afgelopen jaren met meer dan de loon en prijsindex verhoogd. Uiteraard blijven wij altijd kijken naar mogelijkheden om de directe en administratieve kosten zo laag mogelijk te houden, hoewel de ruimte daarvoor beperkt is.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 36 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA van Hooijdonk, Eerenberg Jaarstukken 2021 Jaarrekening: Baten en lasten Duurzaamheid en bereikbaarheid 483 en 484

Verbijzondering

Lagere bijdragen ontvangen dan begroot

Vraag

Voor duurzaamheid staat een tegenvaller van 244.000 en voor bereikbaarheid van 4.991.000 euro. Hoe komt het dat wij minder hebben ontvangen dan begroot? Hebben we als gemeente vaak misgegrepen bij subsidies van het Rijk? Waren we te optimistisch in de begrote cijfers? Hoe stelt het college voor om hiermee om te gaan in het vervolg?

Antwoord: Duurzaamheid: De € 244.000 aan lagere lasten binnen het programma Duurzaamheid hebben betrekking op vier Europese projecten en daarnaast op de rijkssubsidie Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW). Voor al deze subsidieprojecten geldt dat de middelen die in 2021 niet zijn uitgegeven beschikbaar blijven voor de bestedingen in 2022. Deze afwijking op de begroting heeft voor € 200.000 betrekking op de RREW regeling. De gedetailleerde toelichting op de lagere baten en lasten is ook terug te lezen bij de programmaverantwoording van het programma Duurzaamheid (pag. 90). Ook verwijzen wij naar de beantwoording van schriftelijke vraag 18. Bereikbaarheid: Binnen het programma Bereikbaarheid heeft de afwijking betrekking op provinciale subsidies die in 2021 in lager zijn uitgevallen dan begroot doordat; • projecten die bij de jaarrekening 2021 zijn afgesloten, goedkoper zijn uitgevallen. Hierdoor was er ook minder subsidie nodig; • projecten zijn vertraagd, waardoor de baten en lasten doorschuiven naar een volgend jaar. De gedetailleerde toelichting op de lagere baten is ook terug te lezen bij de programmaverantwoording van het programma Bereikbaarheid (pag. 114 en 125).

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 37 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Diepeveen Jaarstukken 2021 Jaarrekening: Baten en lasten Openbare Ruimte en Groen 485

Verbijzondering

Lasten resultaat wervengebied

Vraag

Er staat een 'resultaat' van 2.642.000 euro voor "Voordeel Programmaplan 'Werk aan de Werf': budget 2021 is herbestemd voor de jaren 2021-2023." Hoe kan dit een resultaat zijn?

Antwoord: Met de goedkeuring van het programmaplan 'werk aan de werf' in juli 2021 zijn de verschillende budgetten die in de gemeentelijke begroting waren opgenomen t.b.v. de activiteiten die in het programma gebundeld zijn, herbestemd en onderdeel geworden van het totaalpakket voor het programma voor de periode van 2021-2023. Bij het vaststellen van de Programmabegroting 2022 is de totale programmering tot en met 2023 vastgesteld en de ontbrekende dekking tot en met 2023 toegekend. Het al voor 2021 toegekende budget maakt daarmee onderdeel uit van de totale dekking voor 2021-2023. In de voorgangsrapportage van het wervengebied is opgenomen dat besteding in 2021 lager is uitgevallen dan verwacht. Daarbij is ook aangeven dat het verschil tussen verwachte kosten en daadwerkelijke besteding nodig is om uitgestelde activiteiten in de periode 2022-2023 te kunnen dekken. Het niet uitgegeven geld en het herbestemmen van gelden is onterecht bestempeld als “voordeel”, het betreft namelijk resterend budget voor activiteiten die in 2022 en 2023 plaats vinden.

Raadsvragencyclus Jaarstukken 2021

Schriftelijke vragen: Vraagnummer: 38 Fractie Portefeuillehouder(s) Documentnaam Hoofdstuk Paragraaf Bladzijde (in pdf) URL / Blz op website

CDA Klein Jaarstukken 2021 Jaarrekening: Baten en lasten Incidentele baten en lasten 492

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=8059f7cc-20c2-452c-a1ce-3907b1d634e9