Agendabundel
Tekst van het document
Zij stelt voor dat gesprek dan tenminste aan te gaan. Zij vervolgt haar inbreng met in te gaan op de volledige decriminalisering. Dat maakt het sekswerk veiliger en gezonder. Onder andere de anti Europese mensenhandel organisatie, La Strada, Human Rights Watch, Amnesty International, de Wereldgezondheidsorganisatie en de Verenigde Naties zijn die mening toegedaan. De VNG vindt dit inmiddels ook. Zij refereert aan de desbetreffende inbreng van mevrouw Sturkenboom. Zij noemt ook het Nieuw-Zeelandse model. Dat zou volledige decriminalisatie betekenen. Daarover is zij verheugd. Zij vraagt of Utrecht een van de gemeente is niet wet heeft ondersteund binnen de VNG.. Zo ja, vraagt zij naar de inzet van de burgemeester, bijvoorbeeld richting de formatie als pleitbezorger van het Nieuw-Zeelandse model. Zo ja, wat betekent dat voor de Utrechtse eigen omgang met thuiswerkers. Zij vraagt hoe de huidige houding van de gemeente rijmt met volledige decriminalisatie. D66 is erg positief over de geluiden over het nieuwe Zandpad. Ook daar was haar fractie steeds pleitbezorger van ruimte voor innovatie in de seksbranche en het ook mogelijk maken van werkplekken voor het afspreken via internet. Zij vindt het geweldig nieuws dat een bank als ABN AMRO dat wil financieren. Zonder een voorschot te nemen op de uitkomsten, benadrukt zij dit bijzonder positieve signaal.
Zij vindt dit een weg vooruit naar een gezonde, veilige en transparante sector en naar destigmatiseren van sekswerk. Er is nog geen zekerheid op een goede uitkomst. Zij vraagt of de burgemeester kan beloven dat zij alles op alles zet om het nieuwe Zandpad te laten slagen.
820
De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat sekswerkers in de stad veilig hun beroep moeten kunnen uitoefenen. Daarvoor moet er ruimte zijn. Het college heeft de mond vol over de groei van de stad, maar niet voor iedereen is er ruimte om daarin mee te kunnen groeien. Dat geldt in dit geval voor sekswerkers in Utrecht. Ondanks de groei van de stad blijft het aantal vergunde plekken voor sekswerkers dalen. Hij schetst de jongste ontwikkelingen op dit gebied. Het baart zijn fractie zorgen dat het aantal vergunde plekken afneemt. Vaker zal te zien zijn dat sekswerkers gaan werken op plekken waar geen bescherming is, waar sekswerkers Pagina 17 van 24
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 2 september 2021
830
840
850
860
870
niet gemakkelijk kunnen aankloppen bij hulp en dienstverlening en bij zorgprofessionals en er ontbreekt sociale controle en een sociaal vangnet met als gevolg meer risico. Ook voor de politie geldt dat hoe minder zicht is op de branche, hoe minder zicht op uitbuitingspraktijken en mensenhandel. De vraag is ook hoe het college dat ziet en of het college dat risico ziet. Zijn fractie vraagt zich wel af waarom het pand aan de Jaffastraat zo lang leeg stond. Waarom is het niet gelukt die plek te vullen? Heeft het college daarin een actieve houding aangenomen, geprobeerd om daar iets voor elkaar te krijgen? Kijkend naar de ontwikkeling van de stad, kan hij zich voorstellen dat dat niet de meest geschikte plek is, maar dan deelt hij de analyse van mevrouw Bijsterbosch. Hij bepleit een actieve houding hierin van het stadsbestuur. Hij is benieuwd wat de burgemeester hierin gaat doen. De belangrijkste vraag voor zijn fractie is waar het college nog ruimte ziet voor vergunde sekswerkplekken. Hij vraagt of het college kan kijken naar de uitbreiding van het aantal vergunningen in de komende jaren. De bewering als voldoet Utrecht aan de behoeften met het Zandpad, doet zijns inziens tekort aan de realiteit. Hij verneemt graag van het college hoe en waar het de plekken gaat uitbreiden en hoe het aantal ervan meegroeit met de groei van de stad.
De heer Vonk (GroenLinks) wil het besluit over het opheffen van de bestemming prostitutie op dit pand niet terugdraaien ondanks dat het de keuze niet zou zijn geweest van zijn fractie. Wel wil zijn fractie dat het college elders in de stad mogelijkheden creëert om de bestemming prostitutie toe te voegen. Hij vraagt zich af of in het recente verleden daarvoor onderzoeken zijn gedaan en of het college panden op het oog heeft of plannen daartoe heeft. Het argument dat het aantal locaties voor legale prostitutie wel kon worden verminderd omdat het nieuwe Zandpad wordt ontwikkeld, vindt zijn fractie niet valide. Dit pand aan de Jaffastraat was als bordeel in bedrijf toen het oude Zandpad nog open was. Mevrouw Bijsterbosch (D66) vraagt of de heer Vonk het de taak vindt van het college om locaties met de seksbestemming aan te wijzen of ergens actief een seksbestemming aan te geven. Van waaruit zou dit moeten komen? De heer Vonk (GroenLinks) antwoordt dat dat vanuit de sekswerkers zou moeten komen. Hij denkt dat het college daarin wel een actieve rol zou moeten nemen om dit mogelijk te maken. Hij refereert aan de desbetreffende inbreng van mevrouw Bijsterbosch. Hij vervolgt zijn inbreng. Raamprostitutie is een ander segment in het sekswerk dan sekswerk in clubs. Een EcoPlaza wordt ook niet geweerd omdat er al een aan de overkant van de straat een AH zit.
Een en ander is niet tegen elkaar weg te strepen. Bovendien is het nieuwe Zandpad voorlopig nog niet in gebruik, is de stad sinds 2013 behoorlijk gegroeid en is het aantal plekken waar legaal sekswerk mogelijk is in de stad in welke vorm dan ook met het nieuwe Zandpad juist gedaald. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of GroenLinks en D66 het met het CDA eens is dat ook op die plekken waar het gaat om camera's recht gedaan moet worden aan de groei van de stad met bijvoorbeeld de uitbreiding van camera's. De heer Vonk (GroenLinks) vindt dat een andere discussie. Hij merkt op dat het aantal mensen in sekswerk ook groeit op een illegale manier. Hij refereert aan de desbetreffende inbreng van mevrouw Bijsterbosch. Hij schaart zich achter de opvatting van mevrouw Bijsterbosch in dezen. Pagina 18 van 24
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 2 september 2021
880
890
De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat zijn fractie daarin anders zit. Hij benadrukt dat op het gebied van veiligheid, de overlast toeneemt, jeugdproblematiek, et cetera. Hij herhaalt zijn argumentatie en pleit voor meer investering in veiligheidsbeleid. De heer Vonk (GroenLinks) zet uiteen dat het stadsbestuur kaders heeft vastgesteld voor de camera's. De burgemeester ging daar overheen. Om die reden werd een spoeddebat aangevraagd. Voor wat betreft de sekswerkplekken en hij benadrukt het legale van het beroep. Mevrouw Bijsterbosch (D66) bevestigt dat over camera's andere afspraken gemaakt zouden kunnen worden in verband met de groei van de stad. De extra camera's vielen buiten de afspraken. Dat was de kern van het vraagstuk. De heer Van Steeg (CDA) herhaalt zijn argumentatie met betrekking tot de groei van de stad en de camera's. Hij constateert dat D66 en GroenLinks andere prioriteiten stellen. De heer Vonk (GroenLinks) verzoekt het college elders op zoek te gaan naar te vergunnen sekswerkplekken in welke vorm dan ook. Daarbij is onder meer te denken aan locaties waar ook nachthoreca is toegestaan of mogelijk zou zijn. Hij adviseert het college daarvoor het gesprek aan te gaan met de sekswerkers. Daarnaast sluit hij zich aan bij de vragen over het advies van de VNG met betrekking tot de begroting van J&V.
De voorzitter geeft de niet-agenderende fracties de gelegenheid tot een korte bijdrage.
900
910
920
Mevrouw Meerding (VVD) is blij met het besluit van het college de seksbestemming af te halen van het pand aan de Jaffastraat. Haar fractie is niet tegen sekswerk op zich, maar omdat een seksclub in deze woonwijk niet meer passend was. Dan volgt de discussie over hoeveel seksbestemming nodig is in Utrecht en waar die bestemming wel mogelijk is. Mevrouw Bijsterbosch wilde geen specifieke locaties noemen. Zij sluit zich daar graag bij aan. Het lijkt haar wel een goede taak voor het college om daarover te gaan nadenken. Voor de VVD is het van belang dat het veilig gewerkt kan worden. Een toename van het aantal locaties is voor haar geen doel op zich, maar die toename is wat haar betreft wel mogelijk als dat veilig kan. Daarnaast wil haar fractie de discussie niet beperken tot het aantal seksbestemmingen. Zij roept op te gaan kijken naar het aantal werkplekken. Zij vindt dat belangrijker dan het aantal vergunde seksbestemmingen in het bestemmingsplan. De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) is het eens met het uitgangspunt dat er geen seksbestemming moet zijn midden in een woonwijk. In een eerdere bijdrage vroeg zijn fractie de mening van belanghebbenden serieus te nemen. De gemeente heeft regelmatig bewoners niet ontvankelijk verklaard, terwijl de Raad van State de ontvankelijkheid heeft verruimd. Hij vraagt of het college bereid is tot verruiming van de ontvankelijkheid.
Hij stelt dat de zorg die nodig is voor de drie nieuwe sekslocaties gekwantificeerd moet worden. Hij vindt dat noodzakelijk. Hij wenst het college succes. De beantwoording Burgemeester Dijksma onderstreept dat ook in de ogen van het college sekswerk gewoon werk is. Op het moment waarop beoordeeld wordt of een bedrijf ergens mag komen, moet dat gedaan worden volgens de normale lat. Dat kan wel betekenen dat Pagina 19 van 24
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 2 september 2021
930
940
950
960
970
in sommige situaties sekswerk op een bepaalde plek minder gelukkig is dan in het verleden. Dat was het geval bij de Jaffastraat. Om die reden is die bestemming ervan afgehaald. Zij vraagt dit niet te zien als een algemene waardering van het werk op zichzelf. In dat licht is het goed om met de agenderende fracties door te lopen waar het stadsbestuur staat, wat de landelijke trend is en wat te doen is om het sekswerk in Utrecht de plek te geven waarom de raad vraagt en op welke plek dat dan is. De burgemeester stelt allereerst vast dat het niet zozeer een kwestie is van het beleid van deze gemeente waarbij te zien is dat er geen aanvragen gedaan worden voor vergunningen. Dat is een landelijke trend. Die is ook waar te nemen in de andere G4-steden. Dit zegt iets over de veranderingen in de branche en de burgemeester refereert aan de desbetreffende inbreng van mevrouw Bijsterbosch. Te zien is dat veel meer mensen thuiswerken. Dat thuiswerken vindt burgemeester een andere optie om na te gaan wat daarmee te doen als bestuur van de stad. Dat vindt momenteel ook plaats in Nederland. Gemeenten zijn genoemd waar daarmee geëxperimenteerd wordt. De burgemeester waarschuwt in dit verband voor veel voetangels en klemmen bij deze experimenten. Het is mogelijk te vergunnen maar moeilijk om te controleren vanwege de privacywetgeving.
De goede oplossing zou allereerst zijn aan de hand van een wetsvoorstel om te komen tot regulering van sekswerk waarin ook hier een aantal voorstellen zit, die het reguleren van thuiswerk mogelijk maakt. Zij vindt het een goede suggestie van mevrouw Bijsterbosch om met vertegenwoordigers uit de branche in gesprek te gaan om na te gaan wat zij nodig hebben. Mevrouw Bijsterbosch (D66) merkt op dat de Wet Regulering Sekswerk het tegenovergestelde is van decriminalisatie. Zij is benieuwd hoe de burgemeester dat ziet. Zij is daarover niet zo enthousiast. Burgemeester Dijksma beschouwt dat niet als een criminalisering van het werk. Zij beschouwt die wet als voorwaardenscheppend: wanneer de overheid iets gaat reguleren, moet die overheid ook kunnen controleren of datgene wat de overheid beoogt te reguleren ook daadwerkelijk klopt. Dat is niet bedoeld als criminalisering van de branche. Dat is bedoeld om de veilige werkomgeving te kunnen borgen die nodig is. Daar is anders naar te kijken. Mevrouw Bijsterbosch (D66) wil in de analyse helpen. Zij denkt dat heel veel sekswerkers die thuiswerken, thuis werken omdat de legale sector overgereguleerd is. Zij denkt dat de gemeente niet meer regulering nodig heeft, maar juist meer ruimte om de sector te laten innoveren. Burgemeester Dijksma ziet ook dat de sector verandert en dat de overheid moet meebewegen.
Zij deelt ook de gedachte dat in de toekomst nog heel veel mensen in clubs zullen werken en dat mensen vanuit huis werken om allerlei redenen en dat willen blijven doen. Zij vindt het wel belangrijk wanneer iets vanuit de overheid wordt gelegaliseerd, zicht te houden op wat daar gebeurt. Dat moet dan wel gedaan kunnen worden met een titel zo dat de overheid niet mag toezien vanwege privacyschending. Het gaat om de effectuering van waarborgen. Zij wil graag met de betrokkenen zelf in gesprek gaan. Over de vraag of er voldoende bestemmingen zijn, zet de burgemeester uiteen dat het college niet achterover leunt en niets doet. Zij benadrukt de landelijke trend van minder aanvragen. De burgemeester zegt toe dat wanneer zich een aanbieder voordoet, en er gezocht moet worden naar een bestemming, het college bereid moet zijn daaraan op een goede manier mee te werken. Dan moet de overheid geen Pagina 20 van 24
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 2 september 2021
980
990
1000
1010
1020
hindermacht zijn of een andere beoordeling van het bedrijfsleven geven dan bij elk ander normaal bedrijf. Mevrouw Streefland (ChristenUnie) vindt het goed dat de overheid open en transparant naar een dergelijke vraag kijkt vanuit de branche. Tegelijkertijd geeft de burgemeester aan dat er sprake is van een verminderde vraag. Zij vraagt of dat betekent dat die vraag er ook niet geweest is. Burgemeester Dijksma brengt in dat in de afgelopen 10 jaar bij VTH geen aanvragen ingediend zijn voor vergunningen op dit gebied. Zij herhaalt haar informatie over de trend, ook bij andere steden. Wanneer zich een aanvraag voordoet, gaat het college uiteraard op zoek naar een passende plek. Dat moet dan op een goede manier beoordeeld worden vanuit welwillendheid. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) vindt dit mooi klinken: “wanneer een aanbieder zich voordoet…” Tegelijkertijd krijgt zij daarbij wel het gevoel dat het stadsbestuur hetzelfde blijft doen en daarmee niet vooruit komt. Het loket is er al, er komen geen extra aanvragen; wat gaat de gemeente dan anders doen? Zij is benieuwd of de wethouder bereid is actief te gaan zoeken en daarbij na te gaan wat de gemeente anders kan gaan doen in haar gedragingen en rol. Burgemeester Dijksma merkt op dat dat suggereert alsof de gemeente zelf een exploitant moet zoeken. Dat vindt zij niet de taak van de gemeente.
Wanneer de aanvraag er is, moet wat haar betreft de gemeente alles op alles zetten om dat in goede banen te leiden. De heer Vonk (GroenLinks) bevestigt dat de gemeente niet een exploitant hoeft te zoeken. Wat hem betreft kan de gemeente wel in gesprek gaan met exploitanten en met betrokkenen in het sekswerk om de route naar het loket zo gemakkelijk mogelijk te maken. Hij vraagt of te zien is dat geïnformeerd is naar de regels in Utrecht door een potentiële aanvrager. En dat daar nooit een aanvraag uit is gekomen omdat het aan de voorkant te moeilijk was. De voorzitter merkt op dat de burgemeester al toegezegd heeft in gesprek te gaan met de branche. Burgemeester Dijksma antwoordt de informatie die de heer Vonk vroeg over potentiële aanvragers niet te hebben. De heer Vonk (GroenLinks) vraagt of er een mogelijkheid is achter deze informatie te komen op de een of andere manier. Burgemeester Dijksma zal dat navragen. De heer Van der Zweth (PvdA) neemt aan dat het teruglopen van het aantal vergunningen in het sekswerk tot problemen leidt in een groeiende stad. Hij verneemt dat het college niets anders gaat doen. Hij nam kennis van de analyse dat het gaat om een landelijke trend. Hij voorziet dan een probleem. Hij vraagt naar het antwoord van het college om ervoor te zorgen dat die plekken er komen.
Burgemeester Dijksma merkt op dat het college de raamprostitutie nieuw leven inblaast. Ten tweede merkt zij op dat het college wel degelijk met een aantal gemeenten de ontwikkelingen in het huidige onvergunde werk op de voet volgt en hoe thuiswerk daarin meer een plek te kunnen geven op een veilige en verantwoorde manier. Dat betekent dat het college zelf denkt dat het belangrijk is dat de wet Regulering Sekswerk daarvoor een goede basis biedt. Daarnaast vindt onderzoek plaats. Momenteel wordt het Nieuw-Zeelandse model onderzocht. De VNG heeft zich daar nog niet achter geschaard. Gekeken wordt naar de betekenis van dat model Pagina 21 van 24
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 2 september 2021
1030
1040
1050
voor de situatie in Nederland. Dan zijn in potentie de mogelijkheden te zien. Zij herhaalt het gesprek graag aan te willen gaan om na te gaan in hoeverre het stadsbestuur op een verantwoorde manier stappen vooruit kan zetten. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het goed te horen dat die stappen gezet gaan worden. Hij interpreteert dat als legt het college zich niet neer bij het gegeven dat er geen aanmeldingen komen of exploitanten zich niet melden. Zoals de burgemeester beschreef, gaat de gemeente haar best doen voor de groei in het aantal plekken. Hij vraagt of de burgemeester bij de raad terug te komen hoe het stadsbestuur dit voor zich ziet: welke potenties het college ziet, en hoe hard het aantal vergunde plekken groeit in relatie tot de groei van de stad zoals die bestaat op heel veel terreinen. Mevrouw Bijsterbosch (D66) leest op de website van de VNG waar zij leest: “Er is betere wetgeving nodig gebaseerd op het Nieuw-Zeelandse model die binnen afzienbare tijd moet worden vastgesteld.” Dat lijkt haar een niet ondubbelzinnig standpunt. Burgemeester Dijksma heeft begrepen dat dit niet het ultieme standpunt van de VNG is, mede op basis van kritiek van een aantal gemeenten, waaronder ook de G4gemeenten. Haar meest recente informatie is dat dit eerst onderzocht moet worden en dat daarin meer nuance aan te brengen is. Uiteraard kijkt het college naar dit model.
Het lijkt haar goed te doen wat de heer Van der Zweth vraagt. De discussie gaat wat haar betreft over het kunnen waarmaken van de verantwoordelijkheid van de gemeente in haar betrokkenheid. Daar loopt de burgemeester nog wel eens tegenaan; zij kan dat niet in alle gevallen. Hiermee rondt zij haar beantwoording af met te benadrukken dat het college niet achterover gaat leunen. Gemiste vragen? De heer Walenkamp (Stadsbelang Utrecht) stelde vragen over de belanghebbenden kwestie en over de kwantificering van de kosten in de zorg in de door hem genoemde vijf onderdelen. Hij krijgt hierop graag een antwoord en bij voorkeur een toezegging. Mevrouw Bijsterbosch (D66) vraagt of de burgemeester kan beloven dat zij alles op alles zal zetten om het nieuwe Zandpad te laten slagen.
1060
1070
Burgemeester Dijksma beantwoordt de laatst gestelde vraag met te benadrukken dat haar dit evident lijkt. Zij neemt aan dat mevrouw Bijsterbosch dat heeft kunnen zien aan de voorstellen die voorliggen. Zij bevestigt dat dit haar intentie is. De uitkomst is het resultaat van een proces, waarbij meerdere betrokkenen zijn en waarop de burgemeester niet altijd invloed heeft. Voor wat betreft de vraag van de heer Walenkamp bevestigt de burgemeester dat de bewoners in de Jaffastraat nadrukkelijk een plek hebben gekregen in het eindoordeel. Zij vindt het onverstandig arresten van de Raad van State in deze discussie te betrekken. In algemene zin kijkt het college altijd bij vestigingen van bedrijven naar wat de vestiging voor de buurt betekent, wat het betekent voor overlast. Zij benadrukt dat het niet zo is dat seksbedrijven anders beoordeeld zouden moeten worden dan andere bedrijven. De voorzitter recapituleert de gedane toezeggingen. Toezeggingen De burgemeester zal Pagina 22 van 24
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 2 september 2021
1080
In gesprek gaan met de branche over het uitblijven van aanvragen en nagaan of er in de voorfase potentiële aanvragers afgevallen zijn en de raad hierop een terugkoppeling geven tussen de herfst en de Kerst van 2021, dus in Q4. Over een jaar terugkomen bij de raad over de mogelijkheden om het aantal seksplekken uit te breiden in Utrecht en welke modellen daarbij passen, afhankelijk van wet en regelgeving, van ervaringen in andere gemeenten en van de mogelijkheden die het college zelf ziet naar aanleiding van de gesprekken die zij voert met de branche. De heer Van der Zweth (PvdA) is het eens met de inbreng van de burgemeester. Hij voegt hieraan toe dat het daarin ook gaat om de relatie tot de groei van de stad. Burgemeester Dijksma antwoordt bevestigend. De voorzitter sluit de vergadering om 12.10 uur.
Pagina 23 van 24
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 2 september 2021
LIJST VAN TOEZEGGINGEN 1090
1100
Burgemeester Beleidsterrein: Prostitutie De burgemeester zal in het kader van het Raadsvoorstel Nota van uitgangspunten prostitutiehulp- en dienstverlening Het Nieuwe Zandpad In Q1 2022 de raad een nadere regel leveren over de hulpverlening ( Prostitutie) Burgemeester Beleidsterrein: Prostitutie De burgemeester zal in het kader van Nieuwe locaties seksbedrijven in Utrecht / Raadsbrief Wijziging bestemming pand Jaffastraat In gesprek gaan met de branche over het uitblijven van aanvragen voor nieuwe locaties seksbedrijven en gaat ook na of er in de voorfase potentiele aanvragen afgevallen zijn en komt hier in Q4 2021 op terug bij de raad. De raad uiterlijk in september 2022 informeren over het (in algemene zin) uitbreiden van het aantal plekken voor sekswerkers en welke modellen daar dan bij passen in relatie tot de groei van de stad rekening houdend met de ontwikkelingen van wet- en regelgeving, ervaringen in andere gemeenten en de mogelijkheden die het college zelf ziet naar aanleiding van de gesprekken met de branche hierover.
Pagina 24 van 24
4 Raadsvoorstel Technische actualisering Verordening horeca 1 Dossier 2042 voorblad.pdf
Commissie Mens en Samenleving Dossiernummer
2042
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
23 september 2021
Agendapunt
4
Omschrijving
Raadsvoorstel Technische actualisering Verordening horeca
ID
2202
Behandelend ambtenaar
Timon Ruis
Telefoon
030-2860329
t.ruis@utrecht.nl
Datum collegebesluit Geocodering
Stad Utrecht
Thema
Veiligheid
Portefeuillehouder
Burgemeester Dijksma
Beleidsveld
Openbare Orde en Veiligheid
Referendabel
Ja
Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst) Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Mens en Samenleving
23 september 2021
Voorgesteld besluit
1 Raadsvoorstel Technische actualisering Verordening horeca.docx
Voorstel aan de gemeenteraad
Technische actualisering Verordening horeca gemeente Utrecht Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum raad Geheim
Economische Zaken en Openbare Orde en Veiligheid Vergunningen, Toezicht en Handhaving Timon Ruis 8871265 volgt Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Verordening horeca gemeente Utrecht vast te stellen, met als belangrijkste aanpassingen ten opzichte van de Horecaverordening 2018: - wijziging van de regels over de aanwezigheid van een leidinggevende in een logiesbedrijf, met inachtneming van het Beleid tijdelijk verblijf; - wijziging van de regels aan de kwaliteit van regelgeving; - actualisering van de regels naar werkwijzen in de praktijk; en - wijziging van de schrijfwijze van regels vanwege de ambitie van duidelijke taal. Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Voorgesteld wordt om de regels over de aanwezigheid van een leidinggevende in een horecabedrijf voor logies aan te passen in de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018 (hierna: Horecaverordening 2018), vanwege de vaststelling van het Beleid tijdelijk verblijf (short stay) en bijstelling hotels en daarmee de nieuwe Verordening horeca gemeente Utrecht vast te stellen. Met de aanpassing van de Horecaverordening 2018 aan het reeds vastgestelde beleid zijn gelijk de horecaregels geactualiseerd: de regels zijn meer opgesteld in duidelijke taal, aangepast vanwege de kwaliteit van regelgeving, geactualiseerd naar werkwijzen in de praktijk en waar mogelijk zijn regels geschrapt (deregulering). Naast dit voorstel tot vaststelling van de Verordening horeca heeft de burgemeester het Terrassenreglement gemeente Utrecht 2018 (hierna: het Terrassenreglement) omgevormd tot een beleidsregel, wat het juridisch juiste instrument is. De burgemeester heeft ook de bestaande beleidsregel 25 graden plus in de Beleidsregel terrassen opgenomen en de motie, M 423 25 graden plus regeling daarin verwerkt.
Context Aanleiding De raad heeft op 19 december 2019 het Beleid tijdelijk verblijf (short stay) en bijstelling hotels (hierna: Beleid tijdelijk verblijf) vastgesteld. In dit beleid is bepaald dat het onder voorwaarden niet meer nodig is dat een leidinggevende aanwezig is in horecabedrijven voor logies, zoals hotels en short stay bedrijven. Om dit raadsbesluit uit te kunnen voeren moeten de regels over de aanwezigheid van een leidinggevende in een horecabedrijf, zoals bepaald in de Horecaverordening 2018 worden aangepast. Met deze aanpassing hebben we gelijk de (nieuwe) Verordening horeca gemeente Utrecht (hierna: de Verordening horeca) geactualiseerd. In de voorgestelde aanpassing heeft het college de ambitie van de duidelijke taal in regelgeving doorgevoerd, worden regels aangepast vanwege de kwaliteit van regelgeving (technische wijziging) en zijn regels geschrapt (deregulering). Ook heeft het college regels en de toelichting daarop verduidelijkt aan zaken waar in de praktijk tegenaan gelopen wordt en zijn regels aangepast aan de gewijzigde praktijk van digitalisering en professionalisering. In de informatieve bijlage staat een overzicht van de wijzigingen.
Vanwege de kwaliteit van regelgeving heeft de burgemeester het Terrassenreglement gemeente Utrecht 2018 (hierna: Terrassenreglement) omgevormd tot een Beleidsregel terrassen gemeente Utrecht (hierna: Beleidsregel terrassen) en daarin gelijk de bestaande beleidsregel 25 graden plus verwerkt, mede vanwege de motie M 423 25 graden plus regeling voor terrassen buiten de binnenstad. In eerste instantie zou de Verordening horeca kort na de vaststelling van het Beleid tijdelijk verblijf geactualiseerd worden. Vanwege Covid-19 en het feit dat veel horecabedrijven de deuren moesten sluiten vanwege de maatregelen is hiermee gewacht. Aangezien de situatie rondom Covid-19 al enige tijd aanhoudt en de feitelijke situatie vraagt om actualisering van de regels worden nu de Verordening horeca en de Beleidsregel terrassen aangepast. In de Verordening horeca en de Beleidsregel terrassen wordt bewust niet verwezen naar Covid-19, tijdelijke aanpassingen of verruiming, omdat voorliggende regels gaan over de ‘normale/reguliere’ situatie. Alle afwijkingen van de regels vanwege Covid-19 worden op een andere wijze geregeld, zoals een vergunning voor tijdelijke uitbreiding van terrassen. Juridische context De raad is op grond van artikel 149 Gemeentewet, artikel 108, tweede lid, Gemeentewet en artikel 4 van de Alcoholwet (treedt in juli 2021 in werking) bevoegd om de Verordening horeca vast te stellen.
De burgemeester is het bevoegde bestuursorgaan om de Beleidsregel terrassen vast te stellen op grond van de Algemene wet bestuursrecht – artikel 4:81 e.v.- en de artikelen 4, 5 en 13 van de Verordening horeca. Vanwege de huidige samenhang tussen de Horecaverordening en het Terrassenreglement als bijlage bij de Horecaverordening wordt de nieuwe Beleidsregel terrassen in dit voorstel genoemd, u neemt alleen een besluit over de aanpassing naar de Verordening horeca.
2
Beoogd effect Met de actualisering van de horecaregels worden de regels aangepast naar de huidige praktijk. We maken de regels overzichtelijker (duidelijke taal) en duidelijker (meer toelichting) voor zowel horecaondernemers als omwonenden. Zo weten deze partijen beter waar een horecaondernemer aan moet voldoen, wat wel en niet mag rondom horecabedrijven en waar de gemeente toezicht op houdt en zo nodig handhavend tegen optreedt. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad De raad heeft op 19 december 2019 het Beleid tijdelijk verblijf vastgesteld. De aanpassing in de Verordening horeca is hier de uitkomst van, waarbij de horecaregels gelijk geactualiseerd zijn. In de Beleidsregel terrassen wordt de motie M 423 25 graden plus regeling voor terrassen buiten de binnenstad meegenomen. Het college heeft in februari 2021 de (concept) Omgevingsvisie Binnenstad 2040 (hierna: Omgevingsvisie) vastgesteld. De Omgevingsvisie raakt aan de Verordening horeca en de Beleidsregel terrassen, maar is daar niet direct op van invloed omdat de visie gaat over ambitie op de langere termijn en de horecaregels betrekking hebben op de korte termijn; de horecaregels zien op de uitvoering.
De Omgevingsvisie is een tussenstap voor een besluit over horecaontwikkelingen in de binnenstad die bij de vaststelling van het Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018 (hierna: Ontwikkelingskader) uit de besluitvorming zijn gehouden. Horecaontwikkeling in de binnenstad is gekoppeld aan het aan de raad aangeboden plan van aanpak overlast voor de hele binnenstad, 'Levendigheid en Rust in de Binnenstad - aanpak voor een centrum in balans’. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan motie 38, 2018: aanpak overlast binnenstad. In die motie is gevraagd om overlast in de binnenstad in kaart te brengen en een plan van aanpak te ontwikkelen, als voorwaarde voor aanwijzen van nieuwe horeca ontwikkellocaties. De visie en de aanpak overlast zijn een opmaat voor aanpassing van het Ontwikkelingskader Horeca Utrecht. De nu voorliggende aanpassing van de Verordening horeca raakt wel aan de Omgevingsvisie vanwege overlap met horecabedrijven en het gebruik van de openbare ruimte, en in het bijzonder terrassen bij horecabedrijven, maar daar kan nog geen rekening mee gehouden worden; eerst moet beleid opgesteld worden. Met de projectleider van de Omgevingsvisie is afgestemd dat dit twee separate processen zijn.
De voorliggende actualisering van de horecaregels is een technische aanpassing die noodzakelijk is op grond van eerdere besluiten, de Omgevingsvisie zal eerst nog vertaald moeten worden naar beleid, waarna dit beleid zo nodig kan leiden tot (aanpassing van) uitvoeringsregels.
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Verordening horeca gemeente Utrecht vast te stellen, met als belangrijkste aanpassingen ten opzichte van de Horecaverordening 2018: - wijziging van de regels over de aanwezigheid van een leidinggevende in een logiesbedrijf, met inachtneming van het Beleid tijdelijk verblijf; - wijziging van de regels aan de kwaliteit van regelgeving; - actualisering van de regels naar werkwijzen in de praktijk; en - wijziging van de schrijfwijze van regels vanwege de ambitie van duidelijke taal.
Argumenten 1.1
De Horecaverordening 2018 wordt hiermee geactualiseerd naar aanleiding van de vaststelling van het Beleid tijdelijk verblijf. De vaststelling van het Beleid tijdelijk verblijf maakt dat in horecabedrijven voor logies met niet meer dan 10 kamers geen leidinggevende meer aanwezig hoeft te zijn. Nu geldt die plicht nog als dat bedrijf geopend is voor bezoekers. Hierdoor zijn
3
horecaondernemers in overtreding van de Horecaverordening 2018, wat vraagt om aanpassing van de regels. Dit is aangepast in de Verordening horeca. 1.2
De Verordening horeca voldoet meer aan de ambitie van duidelijke taal dan de Horecaverordening 2018 De gemeente heeft een ambitie van duidelijke taal. De Horecaverordening 2018 en het Terrassenreglement zijn daar niet mee in lijn. In de Verordening horeca en de Beleidsregel terrassen komt deze ambitie een stuk meer naar voren, waarbij een balans is gezocht tussen duidelijke taal en juridisch juiste regelgeving.
1.3
De aanpassingen van de Horecaverordening 2018 en het Terrassenreglement voldoen hiermee aan de actuele eisen van (juridische) kwaliteit van regelgeving De basis van de Horecaverordening 2018 is al vele jaren geleden opgesteld, evenals het Terrassenreglement. In de loop der tijd is deze opzet achterhaald geraakt, gelet op de kwaliteit van regelgeving en de afspraken binnen Utrecht om volgens een model van regelgeving te werken. De Verordening horeca en de Beleidsregel terrassen voldoen aan het huidige model, wat de eenduidigheid van regels ten goede komt. Ook zijn de regels verduidelijkt en is de toelichting aangepast zodat horecaondernemers en omwonenden beter weten waar een horecaondernemer aan moet voldoen, wat wel en niet mag rondom horecabedrijven en waar toezicht op wordt gehouden en zo nodig handhavend tegen wordt optreden.
Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties voor de gemeente.
Vervolg Na vaststelling door de raad wordt de Verordening horeca bekend gemaakt. De Verordening horeca treedt vijf weken daarna in werking, gelet op de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht 2017. De vaststelling en bekendmaking van de Beleidsregel terrassen volgt gelijk nadat de termijn van vijf weken is verstreken, vanwege de samenhang van deze regelingen met de Verordening horeca.
Participatie Vanwege het technische karakter heeft geen participatie of inspraak plaatsgevonden over dit voorstel.
Communicatie De vaststelling van de Verordening horeca wordt bekend gemaakt door publicatie in het gemeenteblad. Tegen de verordening en de beleidsregel staan geen rechtsmiddelen open. De vaststelling van de Beleidsregel terrassen wordt bekend gemaakt door publicatie in het gemeenteblad. Tegen de beleidsregel staan geen rechtsmiddelen open.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming raad: - Verordening horeca gemeente Utrecht Bijlagen informatief: - Overzicht op hoofdlijnen van de wijziging in de Verordening horeca en de Beleidsregel terrassen. - Beleidsregel terrassen (besluitvorming door burgemeester).
4
1 Verordening horeca gemeente Utrecht.docx
Verordening horeca gemeente Utrecht De raad van de gemeente Utrecht; -
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van <datum>;
gelet op artikel 149 Gemeentewet; artikel 108, tweede lid, Gemeentewet en artikel 4 van de Alcoholwet.
gezien het advies van de commissie Stad en Ruimte van <datum>
Overwegende dat de huidige Horecaverordening gemeente Utrecht 2018 aangepast moet worden vanwege veranderingen van beleid, er daarnaast behoefte bestaat om deze verordening aan te passen aan de huidige kwaliteitseisen voor regelgeving en duidelijke taal; en door het aantal
tekstuele wijzigingen het vaststellen van een gehele nieuwe tekst de voorkeur heeft boven het wijzigen van de bestaande tekst.
Besluit vast te stellen de Verordening horeca gemeente Utrecht
Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen Artikel 1 Definities
In deze verordening staan verschillende definities. Hieronder worden deze definities uitgelegd: -
Bezoeker: elke persoon in het horecabedrijf, met uitzondering van personeel, leidinggevenden, de vergunninghouder of andere personen die voor het bedrijf aanwezig horen te zijn.
-
Bijeenkomst van persoonlijke aard: een bijeenkomst waar (zwak) alcoholhoudende drank wordt geschonken, die geen direct verband heeft met de activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon, zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubilea, verjaardagen en koffietafels.
-
Horecabedrijf: de activiteit waarbij een bedrijf bedrijfsmatig, anders dan om niet of op een vergelijkbare wijze: logies verstrekt, dranken schenkt en/of voedsel bereidt voor (directe) consumptie of rookwaar verstrekt. Zoals hotels, short stay bedrijven, pensions, restaurants, cafés, cafetaria’s, snackbars, discotheken, buurthuizen, afhaalzaken en clubhuizen. Het horecabedrijf wordt uitgeoefend in een pand en eventueel op een terras.
-
Horecalokaliteit: een lokaliteit als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet.
-
Leidinggevende: de persoon in het bedrijf die de leiding heeft. Dat kan ook de vergunninghouder zijn.
-
Paracommerciële instelling: een stichting, vereniging of kerkgenootschap die in eigen beheer horeca-activiteiten uitvoert in een eigen gebouw.
-
Paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon die geen naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid is en zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op exploitatie van het horecabedrijf in eigen beheer.
-
Terras: het gedeelte buiten het horecabedrijf waar bezoekers kunnen zitten en waar tegen betaling drank en voedsel wordt verstrekt voor directe consumptie. Een gevelbankje bij een (horeca)bedrijf/winkel is geen terras in de zin van deze verordening.
-
Vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de exploitatievergunning is verleend en die voor eigen rekening en risico het horecabedrijf exploiteert.
Artikel 2 Doel
Met deze verordening wordt het aanvragen van een exploitatievergunning gereguleerd en worden eisen gesteld aan de vergunninghouder en leidinggevende om ervoor te zorgen dat het
horecabedrijf geen ontoelaatbare overlast in de omgeving van het horecabedrijf veroorzaakt.
Artikel 3 Afbakening
Deze verordening geldt voor alle horecabedrijven in gemeente Utrecht, voor alle dagen van het jaar en op alle tijden van de dag.
Hoofdstuk 2 Bepalingen voor horecabedrijven Artikel 4 Vergunningplicht 1. 2. 3.
4.
Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder een exploitatievergunning van de
burgemeester.
Het is verboden zonder exploitatievergunning de aard van het bestaande horecabedrijf te
wijzigen.
De burgemeester kan bepalen dat soorten horecabedrijven, in de gehele gemeente of in
bepaalde delen daarvan, geen exploitatievergunning nodig hebben. Hier kan de burgemeester voorschriften aan verbinden.
Horecabedrijven die vanwege het besluit van de burgemeester geen exploitatievergunning
nodig hebben houden zich aan de regels bij of krachtens deze verordening, voor zover deze regels van toepassing zijn op het horecabedrijf.
Artikel 5 Voorschriften 1.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de veiligheid van personen of
goederen, de zedelijkheid, de gezondheid, de bescherming van het milieu of de woon- en
leefsituatie van omwonenden voorschriften verbinden aan de exploitatievergunning van een horecabedrijf.
Pagina 2 van 9
2. 3.
De burgemeester kan de voorschriften die in de exploitatievergunning staan wijzigen en de
vergunning aanvullen met nieuwe voorschriften.
De burgemeester kan naast de voorschriften in het eerste lid ook voorschriften verbinden aan
de exploitatievergunning van een horecabedrijf dat een terras heeft op een openbare plaats. Deze voorschriften zien op het gebruik, onderhoud, uiterlijk aanzien en de veiligheid van de
4.
openbare ruimte.
Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder de voorschriften na te leven die in de
exploitatievergunning staan.
Artikel 6 Eisen aan een vergunning 1. 2. 3.
De exploitatievergunning is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. De vergunning wordt
verleend aan de persoon die de vergunning heeft aangevraagd en staat op zijn naam. In de exploitatievergunning staan het adres, de aard, de locatie en omvang van het
horecabedrijf vermeld.
In het aanhangsel bij de exploitatievergunning staan de persoonsgegevens vermeld van de
leidinggevenden van het horecabedrijf.
Artikel 7 Exploitatievergunning vervalt De exploitatievergunning vervalt als: 1.
de exploitatie van het horecabedrijf feitelijk is gestopt;
3.
binnen zes maanden na het definitief worden van de exploitatievergunning geen gebruik is
2.
4.
de exploitatie van het horecabedrijf geheel of gedeeltelijk is overgedragen; gemaakt van de exploitatievergunning; of
gedurende één jaar geen gebruik is gemaakt van de exploitatievergunning, tenzij er sprake is
van overmacht.
Artikel 8 Eisen aan de aanvraag 1. 2.
Voor het aanvragen van een exploitatievergunning wordt het formulier gebruikt dat is
vastgesteld door de burgemeester.
Bij de aanvraag worden de volgende gegevens aangeleverd:
a.
de aard, de locatie en de situering van het horecabedrijf, en als dat van toepassing is het
b.
een duidelijke beschrijving van het horecabedrijf; en
c. 3. 4.
terras;
een plattegrond met maatvoering van indeling, omvang en ligging van het horecabedrijf, en als dat van toepassing is het terras.
De burgemeester kan om aanvullende gegevens vragen als dat voor de beoordeling van de
aanvraag nodig is.
De burgemeester neemt de aanvraag alleen in behandeling als de aanvrager de leges heeft
betaald die gelden op grond van de legesverordening.
Artikel 9 Eisen aan de aanvrager 1.
Voor het krijgen van een exploitatievergunning wordt aan de volgende eisen voldaan: Pagina 3 van 9
a. een leidinggevende staat niet onder curatele en is niet uit de ouderlijke macht of voogdij ontzet;
b. een leidinggevende is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
c. een leidinggevende is minimaal achttien jaar oud; als alcoholhoudende drank wordt geschonken is een leidinggevende minimaal 21 jaar oud;
d. als alcoholhoudende drank wordt geschonken, dan is een leidinggevende ingeschreven in het Register Sociale Hygiëne van de Stichting Vakbekwaamheid Horeca; en
e. de aanvrager of leidinggevende is de afgelopen vijf jaar geen vergunninghouder of
leidinggevende geweest bij een ander horecabedrijf dat voor ten minste een maand op last van de burgemeester is gesloten of waarvan de exploitatievergunning is ingetrokken.
2. De eis van het eerste lid, sub e, geldt niet als de vergunninghouder of leidinggevende
aantoonbaar geen schuld heeft aan de sluiting of het intrekken van de exploitatievergunning van het andere horecabedrijf.
Artikel 10 Beslistermijn 1. 2.
De burgemeester beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag van de
exploitatievergunning.
De burgemeester kan zijn beslissing een keer met acht weken uitstellen.
Artikel 11 Weigeringsgronden
De burgemeester weigert de exploitatievergunning als: 1.
2. 3. 4.
de exploitatie of de vestiging van een horecabedrijf in strijd is met het geldende
bestemmingsplan, een ter inzage gelegd bestemmingsplan, een voorbereidingsbesluit, een beheersverordening, een exploitatieplan of een vergelijkbare regeling; de aanvrager niet voldoet aan de eisen van artikel 9;
voor het horecabedrijf ook een vergunning nodig is op grond van de Alcoholwet en deze vergunning is geweigerd;
de burgemeester van oordeel is dat de aanwezigheid van het horecabedrijf een ontoelaatbare nadelige invloed heeft op de openbare orde, de veiligheid van personen of goederen, de
zedelijkheid, de gezondheid, de bescherming van het milieu of de woon- en leefsituatie van 5. 6.
omwonenden in de omgeving van het horecabedrijf;
de burgemeester in redelijkheid kan aannemen dat de feitelijke situatie van het horecabedrijf niet overeenkomt met wat in de aanvraag staat; of
een bij het horecabedrijf behorend terras niet voldoet aan de Beleidsregel terrassen gemeente Utrecht.
Artikel 12 Intrekking exploitatievergunning 1.
De burgemeester trekt de exploitatievergunning in als:
a. bij de aanvraag van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt, en
verstrekking van de juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
b. de vergunninghouder niet langer voldoet aan de eisen in artikel 9;
Pagina 4 van 9
c. voor het horecabedrijf een vergunning nodig is op grond van de Alcoholwet en deze vergunning is ingetrokken;
d. de exploitatie van het horecabedrijf een gevaar oplevert voor de openbare orde, de
veiligheid van personen of goederen, de zedelijkheid, de gezondheid, de bescherming van het milieu of de woon- en leefsituatie van omwonenden;
e. zich in of bij het horecabedrijf feiten hebben voorgedaan die aantonen dat het horecabedrijf de omgeving op ontoelaatbare wijze verstoort; of
f. de aard van het horecabedrijf is gewijzigd zonder dat daarvoor een vergunning is verleend. 2.
De burgemeester kan een exploitatievergunning geheel of gedeeltelijk intrekken als:
a. in strijd wordt gehandeld met de regels bij of krachtens deze verordening;
b. in strijd wordt gehandeld met de voorschriften op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
c. omstandigheden zijn veranderd of nieuwe inzichten zijn verkregen na verlening van de exploitatievergunning, waardoor de vergunning moet worden ingetrokken;
d. de vergunninghouder in een periode van twee jaar minstens drie keer een verzoek heeft
gedaan om een leidinggevende bij te schrijven die naar het oordeel van de burgemeester van slecht levensgedrag is;
e. de vergunninghouder een nieuwe leidinggevende niet op tijd heeft gemeld bij de burgemeester; of
f. de vergunninghouder daarom verzoekt. 3.
De burgemeester kan besluiten dat bij intrekking van de exploitatievergunning op grond van
artikel 12, eerste lid, sub d, en sub e, een nieuwe aanvraag door de houder van de ingetrokken exploitatievergunning voor maximaal vijf jaar wordt geweigerd.
Hoofdstuk 3 Overige bepalingen voor horecabedrijven Artikel 13 Openings- en sluitingstijden 1. 2. 3.
4. 5.
Een horecabedrijf mag 24 uur per dag geopend zijn voor bezoekers.
Een terras dat bij het horecabedrijf hoort, mag dagelijks voor bezoekers geopend zijn van
09.00 uur tot 01.00 uur de volgende dag.
De burgemeester kan terrassen in de stad of een gedeelte daarvan aanwijzen waarvoor
ruimere openingstijden gelden. Daarbij kan de burgemeester bepalen dat de ruimere openingstijden voor een bepaalde periode gelden.
Een horecabedrijf bij een sport- of jeugdorganisatie is gesloten voor bezoekers van 01.00 uur
tot 07.00 uur.
De burgemeester kan de openingstijden van één of meer horecabedrijven in een bepaald
gebied beperken als dat in het belang is van de openbare orde, de veiligheid van personen of goederen, de zedelijkheid, de gezondheid, de bescherming van het milieu, de woon- en
leefsituatie van omwonenden of als andere bijzondere omstandigheden daarom vragen. De 6.
burgemeester kan besluiten tot een tijdelijke of langdurige beperking van de openingstijden. Dit artikel geldt niet voor horecabedrijven die afwijkende openingstijden hebben vanwege de
Winkeltijdenwet of regels die niet op deze verordening gebaseerd zijn.
Pagina 5 van 9
Artikel 14 Aanwezigheid leidinggevende horecabedrijf 1.
Een horecabedrijf is alleen voor bezoekers geopend als een leidinggevende aanwezig is die:
a. staat vermeld op het aanhangsel bij de exploitatievergunning;
b. is aangemeld bij de burgemeester voor bijschrijving als leidinggevende, waarbij de 2.
burgemeester de ontvangst van deze melding heeft bevestigd.
De aanwezigheidsplicht van een leidinggevende geldt niet voor een logiesbedrijf tot en met
tien kamers, onder de voorwaarden dat:
a. binnen en buiten het logiesbedrijf een telefoonnummer bekend is waarop de beheerder bereikt kan worden;
b. de beheerder binnen 15 minuten aanwezig kan zijn in het logiesbedrijf; c. in het logiesbedrijf permanent cameratoezicht aanwezig is; en 3.
d. het inchecken en de sleuteloverdracht aan bezoekers in persoon plaatsvindt.
De aanwezigheidsplicht van een leidinggevende geldt niet voor een logiesbedrijf met 40 of
meer kamers als dit bedrijf na 23.00 uur geopend is, de zelfstandige horeca in het
logiesbedrijf gesloten is, en er een nachtportier aanwezig is om toezicht te houden.
Artikel 15 Melden nieuwe leidinggevenden 1.
2. 3. 4.
De vergunninghouder meldt een nieuwe leidinggevenden bij de burgemeester. Hiervoor dient
hij een aanvraag in om een persoon als leidinggevende bij te laten schrijven op het aanhangsel bij de vergunning.
De vergunninghouder vraagt deze wijziging van het aanhangsel aan met een digitaal
aanvraagformulier.
De burgemeester bevestigt direct de ontvangst van de aanvraag.
Een persoon die als nieuwe leidinggevende is aangemeld bij de burgemeester, kan direct
nadat de burgemeester de ontvangst van de melding heeft bevestigd, als leidinggevende gaan werken in het horecabedrijf. Het is mogelijk dat de burgemeester later besluit om de
5. 6. 7.
bijschrijving op het aanhangsel te weigeren.
De burgemeester weigert de bijschrijving op het aanhangsel als de leidinggevende niet
voldoet aan de eisen uit artikel 9.
De burgemeester verwijdert een leidinggevende van het aanhangsel als de vergunninghouder
of een leidinggevende daarom vraagt.
De vergunninghouder ontvangt een wijziging van het aanhangsel bij de vergunning, omdat
altijd een actuele vergunning in het horecabedrijf aanwezig moet zijn.
Artikel 16 Handel 1. 2.
Het is verboden om handelaars of voor hen werkende personen toe te laten als zij iets
verkopen, overdragen of verwerven in het horecabedrijf.
Dit artikel geldt niet voor veilingen en andere openbare verkopingen die in het horecabedrijf
worden georganiseerd.
Pagina 6 van 9
Artikel 17 Zicht in het horecabedrijf
De vergunninghouder zorgt ervoor dat tijdens de openingstijden van het horecabedrijf altijd van buitenaf gezien kan worden wat er gebeurt in het horecabedrijf.
Hoofdstuk 4 Paracommerciële horeca Artikel 18 Paracommerciële rechtspersonen
Paracommerciële rechtspersonen worden naar aard verdeeld in de volgende categorieën: 1.
Instellingen die zich richten op activiteiten van levensbeschouwelijke of godsdienstige aard.
3.
Instellingen die zich richten op activiteiten van sociaal-culturele aard, te verdelen in:
2.
4.
Instellingen die zich richten op activiteiten van sociaal-educatieve aard. a. instellingen die zich richten op een buurt, wijk, of stadsdeel; b. overige instellingen van sociaal-culturele aard.
Instellingen die zich richten op activiteiten van sportieve of recreatieve aard.
Artikel 19 Aanwezigheid leidinggevende of barvrijwilliger 1.
Een paracommerciële instelling verstrekt alleen alcoholhoudende drank in de horecalokaliteit
als een leidinggevende aanwezig is die:
a. staat vermeld op het aanhangsel bij de exploitatievergunning;
b. is aangemeld bij de burgemeester voor bijschrijving als leidinggevende, waarbij de 2.
burgemeester de ontvangst van deze melding heeft bevestigd.
Een paracommerciële instelling kan ook alcoholhoudende drank verstrekken in de
horecalokaliteit als een barvrijwilliger aanwezig is die een voorlichtingsinstructie heeft gekregen op grond artikel 9, tweede lid, Alcoholwet.
Artikel 20 Schenktijden
Paracommerciële instellingen die zich richten op activiteiten van sociaal-culturele aard of sportieve of recreatieve aard verstrekken op alle dagen van de week geen alcoholhoudende drank tussen
01.00 uur en 07.00 uur. Voor de andere paracommerciële instellingen gelden geen schenktijden.
Artikel 21 Verstrekken alcohol tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard
Een paracommerciële instelling verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard.
Artikel 22 Verstrekken alcohol tijdens bijeenkomsten van derden
Een paracommerciële instelling verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten die
gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de instelling betrokken zijn.
Pagina 7 van 9
Artikel 23 Ontheffingsbevoegdheid burgemeester 1.
De burgemeester kan voor bijzondere gelegenheden aan paracommerciële instellingen een
ontheffing verlenen van artikel 20, 21 of 22. De burgemeester doet dat alleen bij bijzondere
gelegenheden van zeer tijdelijke aard en voor maximaal twaalf dagen in een aaneengesloten 2. 3. 4.
periode.
De paracommerciële instelling vraagt een ontheffing uiterlijk zes weken voor de start van de
bijzondere gelegenheid aan.
De burgemeester beslist binnen zes weken op de aanvraag voor een ontheffing, nadat deze is
ontvangen.
De burgemeester kan voorschriften verbinden aan de ontheffing.
Hoofdstuk 5 Toezicht en handhaving Artikel 24 Sluiting
1. De burgemeester kan een horecabedrijf, eventueel voor een bepaalde duur, sluiten als: a. het horecabedrijf geopend is zonder een geldige exploitatievergunning;
b. in strijd wordt gehandeld met voorschriften die in de exploitatievergunning staan; of
c. in of rondom het horecabedrijf in strijd wordt gehandeld met het belang van de openbare orde, de veiligheid van personen of goederen, de zedelijkheid, de gezondheid, de
bescherming van het milieu of de woon- en leefsituatie van omwonenden in de omgeving van het horecabedrijf.
2. De vergunninghouder kan de burgemeester verzoeken de sluiting op te heffen als aan de regels bij of krachtens de verordening wordt voldaan. De burgemeester doet dit alleen als de feiten en omstandigheden van het horecabedrijf hiertoe aanleiding geven en als het voor de
burgemeester voldoende duidelijk is dat herhaling van de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot de sluiting niet aannemelijk zijn.
Artikel 25 Toezicht
De burgemeester wijst ambtenaren aan om toezicht te houden op de naleving van de regels bij of krachtens deze verordening.
Artikel 26 Strafbepaling
Het overtreden van de regels in deze verordening kan op grond van artikel 154 Gemeentewet
leiden tot een hechtenis van maximaal drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.
Hoofdstuk 6 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 27 Overgangsbepaling 1.
Vergunningen die zijn verleend onder de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018 en die
gelden op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, worden aangemerkt als vergunning op grond van de Verordening horeca gemeente Utrecht.
Pagina 8 van 9
2.
Als de burgemeester nog geen besluit heeft genomen op een aanvraag voor een
exploitatievergunning op het moment dat deze verordening in werking treedt dan wordt deze verordening toegepast. Een aanvraag wordt dan afgehandeld volgens de regels in deze verordening.
Artikel 28 intrekking
De Horecaverordening gemeente Utrecht 2018 wordt ingetrokken.
Artikel 29 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt vijf weken na bekendmaking in werking.
Artikel 30 Citeertitel
Deze verordening heet Verordening horeca gemeente Utrecht.
Vastgesteld in de openbare vergadering van [DATUM 2021 ].
De griffier,
De burgemeester,
Merel van Hall
Sharon .A.M. Dijksma
Pagina 9 van 9
1 Toelichting Verordening horeca gemeente Utrecht.docx
Bijlage bij Verordening horeca gemeente Utrecht Toelichting bij Verordening horeca gemeente Utrecht
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities -
Bezoeker Niet iedereen in een horecabedrijf is een bezoeker van dat bedrijf. De leidinggevende en het personeel zijn er bijvoorbeeld aan het werk. Ook anderen kunnen daar aanwezig zijn als dat vereist is voor bijvoorbeeld schoonmaak of reparatie. Het gaat erom dat buiten sluitingstijden om geen bezoekers in het horecabedrijf aanwezig mogen zijn.
-
Horecabedrijf
Veel verschillende soorten bedrijven vallen onder het begrip horecabedrijf. Bijvoorbeeld als daar logies worden verstrekt (overnachtingen worden aangeboden), drank wordt geschonken, voedsel (spijzen) of rookwaar wordt verstrekt. In de regel is dit tegen betaling (bedrijfsmatig). In de begripsomschrijving zijn verschillende soorten horecabedrijven opgenomen die veel voorkomen. Nieuw zijn short stay bedrijven die vanaf 1 januari 2018 aanwezig zijn, hiervoor is ook een exploitatievergunning nodig. De opsomming is niet volledig, want onder horecabedrijf vallen alle openbare inrichtingen. Of een bedrijf een horecabedrijf is moet daarom per geval worden bekeken. De bepalingen uit deze Verordening horeca gemeente Utrecht (hierna: Verordening horeca) zien op alle ruimten van een horecabedrijf waar horeca-activiteiten plaatsvinden of waar werkzaamheden voor het horecabedrijf uitgevoerd worden. Een woning boven een horecabedrijf valt daar meestal niet onder, maar een terras bij een horecabedrijf wel. In gemeente Utrecht zijn de verschillende soorten horecabedrijven onderverdeeld in categorieën A tot en met D3, waar een hinderprofiel aan gekoppeld is. De onderverdeling is bepaald aan de hand van de zwaarte van het horecabedrijf. In het Ontwikkelingskader Horeca Utrecht (OHU) staan het type horecabedrijf, de bijbehorende categorie en een algemene
beschrijving van de activiteiten opgesomd. Deze Verordening horeca sluit aan bij de indeling zoals die is opgenomen in het OHU. In het OHU wordt expliciet verwezen naar de mogelijkheid in horecabedrijven om waterpijp/shisha te roken en dus rookwaar aan te bieden. Soms voor erbij en in andere gevallen als de enige of belangrijkste activiteit in het horecabedrijf. Deze laatste bedrijven hebben altijd een exploitatievergunning nodig en vallen onder zware horeca (categorie B), vanwege de aanloop van bezoekers. Een afhaalzaak is een horecabedrijf dat een bijzondere vorm van detailhandel is en waar drank en voedsel afgehaald kan worden om op een andere plek te eten. Een terras is niet toegestaan. Wel mogen er zitplaatsen zijn om te wachten op de bestelling, maar die zitplaatsen mogen niet gebruikt worden om ter plaatste drank of voedsel te nuttigen. Een afhaalzaak houdt zich aan de Winkeltijdenwet. -
Leidinggevende Het begrip leidinggevende omvat zowel de ondernemer (de vergunninghouder) als de beheerder of bedrijfsleider van het horecabedrijf. Door dit begrip op te nemen, wordt duidelijk dat deze persoon verantwoordelijk is voor de gang van zaken in en bij het horecabedrijf. In een horecabedrijf kunnen meer leidinggevenden (aanwezig) zijn. Van belang is dat als het horecabedrijf geopend is voor bezoekers dan ook altijd een leidinggevende aanwezig is. De omschrijving in de begripsbepaling sluit aan bij het begrip leidinggevende van de Alcoholwet. De eisen aan de aanvrager in artikel 9 gelden voor alle leidinggevenden van het horecabedrijf. Dit betekent bijvoorbeeld dat bij een besloten vennootschap (BV) alle bestuurders van de BV aan de eisen van artikel 9 moeten voldoen. Als de BV onderdeel is van een holdingstructuur, dan gelden de eisen voor alle bestuurders (natuurlijke personen) van de holding. Bij een Vennootschap onder firma (VOF) – en alle andere personenvennootschappen - gelden de eisen voor alle vennoten (personen) van de vennootschap.
-
Paracommerciële instelling
Een stichting of een vereniging wordt gezien als een paracommerciële instelling als in of bij het gebouw waar de stichting of vereniging haar activiteiten uitoefent ook horeca-activiteiten plaatsvinden. Er is aansluiting gezocht bij de Alcoholwet voor de omschrijving van de begripsbepaling en de verbinding met het schenken van alcoholhoudende dranken. Vaak gaat het om horecaactiviteiten in of bij kantines bij sportverenigingen, buurt- en clubhuizen, sociaal-culturele instellingen, kerkgenootschappen en studentenverenigingen. De opsomming in de Alcoholwet en de Verordening horeca is limitatief. Dit betekent dat verenigingen en stichtingen die niet vallen onder de begripsbepaling niet worden gezien als paracommerciële instelling.
Soms wordt de kantine van de stichting of vereniging door een commerciële partij geëxploiteerd. In dat geval is er geen sprake van een paracommerciële instelling en moet de uitbater een exploitatievergunning hebben. De beperkende regels die gelden voor paracommerciële instellingen zijn dan niet van toepassing. -
Terras Op een terras bij een horecabedrijf kan de gast buiten zitten waar het eten of drinken van het horecabedrijf gegeten of gedronken wordt. In het OHU is de mogelijkheid opgenomen om onder bepaalde voorwaarden bij winkels en (horeca)bedrijven een gevelbankje te plaatsen. Dit bankje kan tijdens openingstijden gebruikt worden door bezoekers om te zitten en te drinken of te eten. Als aan de voorwaarden van het OHU wordt voldaan, dan wordt het gevelbankje niet als een terras gezien en hoeft dus geen exploitatievergunning aangevraagd te worden.
-
Vergunninghouder De exploitatievergunning wordt verleend aan de vergunninghouder. Dat is de persoon die de vergunning heeft aangevraagd. Vaak is dat de ondernemer van het horecabedrijf. Maar het kan ook om meerdere personen gaan, zoals dat geval kan zijn bij een vennootschap onder firma (VOF). De houder van de vergunning is altijd verantwoordelijk voor de gang van zaken in en om het horecabedrijf. Bij overtreding van de regels wordt de houder van de vergunning daarom als eerste aangesproken. De vergunninghouder moet altijd ingeschreven staan in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Dit geldt ook voor stichtingen en verenigingen. Een onbeperkt gevolmachtigde kan ook als vergunninghouder worden aangemerkt. Een beperkt gevolmachtigde wordt niet als vergunninghouder beschouwd.