CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Stad en Ruimte (2008-2021) 3 juni 2021, gemeente Utrecht43.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

6.2 Hoe wordt er geprogrammeerd? Het programma gebruikt een afwegingskader om te programmeren. Hiermee wordt er geprogrammeerd op basis van urgentie, samenhang, het voorkomen van aantasting van erfgoed, continuïteit en efficiëntie, én de programmawaarden (veiligheid, erfgoed en gebruik).

49

Door het karakter van het gebied en een onvoorspelbare toekomst is het onmogelijk om voor 30 jaar te programmeren. Er is een periodieke herwaardering van het afwegingskader nodig om snel in te spelen op mogelijke ontwikkelingen. Zodoende gaat het programma uit van een cyclische aanpak om stap voor stap te kijken waar het programma staat, en wordt er op basis van eventuele nieuwe inzichten de volgende stap vormgegeven.

Wat weten we?* Muren, kelders en bruggen:

walmuur

werfmuur

Dankzij onderzoek weten we veel, maar niet alles. Daardoor blijft onderzoek in algemene zin naast de werkzaamheden een belangrijk onderdeel van het programma. In de voorbereiding van een rak worden vervolgens nog rak-specifieke en meer watermuur gedetailleerde onderzoeken uitgevoerd. Daarbij is de toekomst moeilijk te voorspellen. Denk aan mogelijke ontwikkelingen in de functie en het gebruik van de het gebied. walmuur werfmuur walmuur

werfmuur

walmuur

kluismuur

kluiskelder

werf

werfkelder

nog 1,1 km van de 1,3 km aan kluismuren te doen watermuur werf

kluiskelder

straatkelder

kluismuur

kluiskelder

brug

tot nu toe 923 kelders bekend

straatkelder

brug

werf

werfkelder

Criteria

watermuur

werfmuur

kluismuur

werfkelder

De programmering voor de komende drie jaar komt tot stand door de mix van de criteria. Er moet hierbij ook gekeken worwatermuur kluismuur den naar wat de stad en de organisatie aankunnen.

nog 0,9werfkelder km van de werf 4 km aan walmuren te doen

er zijn 25 toegangsbruggen straatkelder

Urgentie De urgentie ten aanzien van de muren is bepaald met een beoordelingswijze van het CROW voor binnenstedelijke kademuren en een daarop gebaseerde methodiek; de Risicogestuurde Prioritering. Deze is in Amsterdam ontwikkeld. Bij de methodiek scoren objecten op hun technische staat, functie en leeftijd/ constructietype. De objecten krijgen kleurcodes toebedeeld op basis van urgentie. ‘Rode’ onderdelen hebben een hoge urgentie (iets dat nu moet worden aangepakt), ‘groene’ de minste. Deze methodiek is én wordt nog aangepast, zodat deze ook goed gebruikt kan worden t.a.v. kelders en andere objecten. Om de urgentie ten aanzien van de kelders te bepalen, is er onderzoek gedaan naar 200 kelders met een verhoogd risico. Bij kelders op het Hoogt en in de Haverstraat is uit voorzorg voor de veiligheid de constructie ondersteund met stempels. Op de Zadelstraat, Twijnstraat en Haverstraat zijn afspraken gemaakt over monitoring. Bij de overige kelders lijkt het er vooralsnog op dat er geen acute zorgen zijn voor een veiligheidssituatie.

brug

straatkelder

kluiskelder

brug

Maatregelen zwaar verkeer: 24x ANPR camera’s 2,2m

18x breedtebeperkingen

Continu: Onderzoek Onderhoud en beheer Handhaving * Gegevens zoals bekend in april 2021

Figuur 11: Overzicht van constateringen en maatregelen binnen de uitvoering

home-alt

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

6 Uitvoering Programmering en kosten Om de staat van de overige kelders in beeld te krijgen zal er vervolgonderzoek plaatsvinden (met keldereigenaren). Wel is er op sommige plekken ernstige lekkage geconstateerd (bijvoorbeeld in de Choorstraat). Samenhang Vanwege de samenhang tussen onderdelen is goed bekeken wat samen kan worden aangepakt. Dit biedt bovendien voordelen qua efficiëntie. Sommige onderdelen kunnen eventueel afzonderlijk worden aangepakt (zoals sommige walmuren, kelders, werven, inclusief bomen en riolering), maar alleen als deze aangrenzende constructies niet te dicht naderen. Én als daarbij voor en tijdens de uitvoering voor voldoende risicobeheersing en afstemming met de omgeving is gezorgd. Andere onderdelen vragen altijd om een integrale aanpak (zoals wegen, werf- en straatkelders, werf- en kluismuren) en vragen meer voorbereiding, afstemming en samenwerking. Aantasting erfgoed Daarnaast wordt in de prioritering en programmering gekeken naar de maatregelen die nodig zijn om aantasting van erfgoed te voorkomen, zoals in hoofdstuk 4 is opgenomen. De mate waarin deze afspraken de aantasting van het erfgoed kunnen voorkomen, worden als criterium meegenomen in het afwegingskader. Continuïteit en efficiëntie Het meest efficiënt is om het werk te organiseren en te plannen in een overlappende aanpak.

Hierbij zijn telkens onderdelen in uitvoering en worden gelijktijdig nieuwe onderdelen voorbereid die na afloop van het ene deelproject weer uitgevoerd kunnen worden. Uiteraard vragen onvoorziene omstandigheden ook om flexibiliteit in de planning.

50

Urgentie muren

RAK 26

PLOMPETORENGRACHT

Situatie april 2021

RAK 1

RAK 25

OUDEGRACHT

RAK 2

DRIFT

RAK 27

Legenda

RAK 24 RAK 23

RAK 3

Gereed

RAK 4

RAK 5

RAK 6

RAK 22

KROMME NIEUWEGRACHT

Nu geen fysieke maatregelen nodig. Herberekeningen uitvoeren. Monitoring of intensieve inspectie. Verwachting herstel of vervangen binnen 15-30 jaar. Herberekening uitvoeren.

RAK 7 RAK 21

RAK 8

RAK 9 RAK 20

RAK 10

RAK 19

RAK 18

Preventieve maatregelen treffen. Binnen 5 jaar herstellen of vervangen. Herberekeningen uitvoeren.

RAK 11

OUDEGRACHT

RAK 12

RAK 16

Noodmaatregel getroffen. Z.s.m. herstellen of vervangen. Watergevels

RAK 13

NIEUWEGRACHT

RAK 14

grens tussen rakken * De kleurcodes op de kaart geven een globale weergave van de werkelijkheid. De variatie in de werklijkheid is groter dan hier i.v.m. leesbaarheid getoond wordt.

RAK 15

Figuur 12: kaart met kleurcodes die de urgentie van maatregelen aangeven met betrekking tot de muren in het wervengebied

home-alt

RAK 17

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

6 Uitvoering Programmering en kosten

51

Planning kelders en muren 2021 Q1

Q2

2022 Q3

Q4

Q1

Q2

2024 (indicatief)

2023 Q3

Q4

Q1

Q2

Q3

Q4

Q1

Q2

Q3

Q4

Afstemming met gebruikers/eigenaren/belanghebbenden en andere stakeholders Samenwerkingsarrangement

Samenwerkingsarrangement

rak 9 (nz) rak 11 (nz)

Oudegracht

rak 2 oost

rak 2 oost

rak 4 west (restant zz)

rak 4 west rak 3 oost

rak 3 oost

rak 6 west

rak 6 west rak 2 west

rak 2 west Voorbereiden rak 6 oost

rak 6 oost

rak 12 oost (nz)

rak 12 oost (nz) rak 5 west

rak 22 en 24 (inclusief kelders) - Kromme Nieuwegracht

Programmering

1e serie kelders

1e serie kelders 2e serie kelders

Intensieve handhaving maatregelen te weren zwaar verkeer Invoering vrachtwagenverbod en breedtebepering

Ontwerp en realisatie ANPR camerahandhaving en ontheffingsysteem

ANPR camerahandhaving en ontheffingsysteem

Ontwerp en realisatie overige maatregelen weren zwaar verkeer Ad hoc maatregelen / incidentmanagement / beheer Voorbereiden/afstemmen met stakeholders

Uitvoering

Doorlopende onderdelen van het programma

Figuur 13: de planning zoals vastgesteld voor de komende drie jaar

Voor ieder rak wordt een vaste volgorde gehanteerd: voorbereiding → uitvoering → overdracht. In de voorbereiding kunnen ook maatregelen uitgevoerd worden die nodig zijn om voldoende tijd vrij te maken voor een gedegen voorbereiding. Denk aan bouwkundig onderzoek, het extra stabiliseren van de omgeving of het treffen van andere veiligheidsmaatregelen en samenwerkingsafspraken maken met eigenaren. De uitvoering behelst de werkzaamheden aan het rak zelf. De overdracht vindt daarna plaats tussen het programma en de beheerder van de openbare ruimte en/of de eigenaar.

home-alt

rak 5 west

rak 22 en 24 (inclusief kelders) – ±2jaar

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

2e serie kelders

6 Uitvoering Programmering en kosten 6.3 Uitvoeringsprogramma 2021-2023 Voor de komende drie jaar is er een uitvoeringsprogramma gemaakt. Dit is gedaan op basis van de onderzoeken, inspecties, en het verbeterde afwegingskader ondersteund door een verbeterde beoordelingsmethode.

Herstel van walmuren, kluismuren en kluiskelders

De komende drie jaar ligt het accent op de urgente rakken op de Oudegracht en Kromme Nieuwegracht. Dit is bepaald met de werkwijze van risicogestuurde prioritering (zie 6.2). In 2021 is het programma op de Oudegracht gestart met het herstel van de walmuren op de rakken 9 oost en 11 oost. Deze zijn gevolgd door de voorbereiding van een praktijkproef op rak 4 west zuid (walmuur dicht bij een kelder) en de voorbereiding van rak 2 oost. Op het “rode” rak 6 west is een extra maatregel getroffen om te voorkomen dat de situatie hier verder verslechtert. De voorbereiding van het herstel wordt hier gestart. In de planning voor het resterende herstel van de walmuren aan de Oudegracht kan, dankzij de ervaringen van de afgelopen tijd en het lopende contract met de aannemer, snel en effectief worden gewerkt aan het verdere herstel. Hoewel urgente delen naar voren zijn gehaald in de planning, is een dergelijke voortvarende aanpak van het herstel van de overige walmuren aan de Oudegracht nodig. Hiermee kan worden voorkomen dat er door verdere achteruitgang veiligheidsissues ontstaan en dat er onnodig kosten gemaakt worden als gevolg van stagnatie. Om deze reden zijn in de periode tot en met 2023 de volgende rakken geprogrammeerd: 3 oost, 6 west, 2 west, 6 oost, en 12 oost. Ook de kluismuren zijn onderdeel van de projectscope.

Op de Kromme Nieuwegracht verkeren enkele delen van wal- en kluismuren in zeer slechte staat (“rood”). Medio 2021 wordt daarom gestart met de voorbereiding van het herstel van deze delen (van de rakken 22 en 24).

Foto: Frank Doves

home-alt

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

52

In de planning voor het herstel van kluismuren en bijbehorende kluiskelders is rekening gehouden met de complexiteit van de benodigde aanpak. Dit betekent een langere doorlooptijd in de voorbereiding (opzetten samenwerking, onderzoeken, contractvorm), maar ook in de uitvoering. Afhankelijk van de complexiteit (en de daarbij behorende risico’s en uitvoeringsmethode) duurt de voorbereiding anderhalf tot twee jaar en de uitvoering een tot twee jaar. Onder voorbehoud van de uitkomsten van het vooronderzoek wordt in 2023 gestart met de uitvoering van rak 22 en 24.

Herstel van kelders en de aanpak van ernstige lekkages

In het uitvoeringsprogramma wordt rekening gehouden met het herstel van meerdere losse kelders die niet kunnen wachten vanwege veiligheid, erfgoed en/of gebruik (urgentie). Bijvoorbeeld om schade door ernstige lekkage te voorkomen of te herstellen, of kelders die onvoldoende stabiel zijn. Welke dat zijn, moet nog worden bepaald aan de hand van inspectie en prioritering.

Maatregelen om te zwaar verkeer te weren

Er is gestart met de voorbereiding van de extra maatregelen voor het weren van te zwaar verkeer door slimme handhaving met camera’s. De juridische en technische voorbereiding zal circa twee jaar duren. Op korte termijn zal de handhaving door toezichthouders worden geïntensiveerd. Ook wordt een maximale aslast van 2 ton ingevoerd op de Zadelstraat, Haverstraat en ’t Hoogt.

Inzet van het interventieteam

De permanente inzet van het interventieteam ten behoeve van bescherming van veiligheid en erfgoed wordt gecontinueerd.

Intensivering beheer

Naar aanleiding van de onderzoeken naar het voorkomen van schade aan erfgoed wordt het beheer geïntensiveerd. Bijvoorbeeld voor het ontstoppen van de spuwers (oorzaak lekkage) en voor inspectie en stabilisatie van funderingen van wal- en kluismuren die nog niet zijn hersteld.

6 Uitvoering Programmering en kosten Noodzakelijke onderzoeken naar schade en herstel van kelders

De komende drie jaar vinden er vervolgonderzoeken plaats naar onder meer de fysieke staat van kelders en muren, stabiliteit van kelders, aanwezigheid en eigendom van kelders en de monumentale waarde, oorzaken van lekkage en maatregelen om schade te voorkomen, uitvoeringsmethoden voor herstel kelders en muren. De uitkomsten van deze onderzoeken vormen de basis om in 2022 het uitvoeringsprogramma te actualiseren.

De samenwerking tussen gemeente en keldereigenaren Medio 2021 wordt gestart om op basis van het advies van de commissie van wijzen wervengebied samen met (kelder) eigenaren en beheerders een samenwerkingsarrangement te maken ten aanzien van de samenwerking en financiering van het herstel en behoud van het wervengebied. Dit gebeurt onder leiding van een onafhankelijke derde. Er worden afspraken gemaakt over de uitwerking en invulling van de wervenmeester voor het dagelijks beheer, de organisatie van gezamenlijk opdrachtgeverschap voor het herstel van kelders, de invulling van integraal herstel en behoud, de beheerverantwoordelijkheden en de zorgplicht, en de kostenverdeling voor het herstel van schade en het toekomstig beheer. Deze samenwerkingsafspraken wil de gemeente toepassen bij de uitvoering.

6.4 Kosten en financieringsstrategie Kosten totale opgave (2021-2050)

Met de nieuwe scope worden de totale kosten voor de gemeente en (kelder)eigenaren voor de komende circa 30 jaar ingeschat op 450 tot 550 miljoen euro. De kosten zijn gebaseerd op de huidige inzichten. Het betreft een grove raming die op basis van de vierjarenuitvoeringsplannen steeds verder wordt verfijnd. Het bedrag is inclusief de inschatting van kosten van circa 250 miljoen euro voor het herstel en waterdicht maken van kelders. In de raming is rekening gehouden met het herstel van alle nog uit te voeren wal- en kluismuren, een inschatting van het aantal te herstellen kelders, een inschatting van het aantal kelders dat alleen waterdicht gemaakt moet worden, de kostenvoor de maatregelen om te

home-alt

zwaar verkeer te weren, de kosten om de samenwerking te verbeteren, intensivering van beheer en toezicht, de overige programmakosten en een risicoreservering. De omvang van de maatregelen en de raming van de kosten is bepaald op basis van huidige ervaringsgegevens. Het is een eerste indicatieve inschatting van de kosten gemaakt met de onderdelen wal- en kluismuren (WKM) (circa 110 miljoen), kelders (circa 250 miljoen), overige onderdelen zoals toegangsbruggen (circa 40 miljoen) en extra beheer, onderhoud en handhaving (circa 100 miljoen). De kosten binnen die onderdelen zijn ruwweg bouwkosten, voorbereidings- en begeleidingskosten en een risicoreservering. Werken in middeleeuws erfgoed kent veel onzekerheden. Het herstel en beheer van het wervengebied blijft onvoorspelbaar: de bijna 900 jaar oude werven zullen voor verrassingen blijven zorgen. Ondanks een goede werkwijze voor programmabeheersing zullen tijdens het herstel nieuwe ontdekkingen worden gedaan. Hoewel deze niet voorzien hadden kunnen worden, kunnen ze verstrekkende gevolgen hebben voor de tijd, kwaliteit en kosten. De doorlooptijd van het programma is gebaseerd op een ruwe planning. Deze planning is opgezet op basis van de ervaringen van de reeds uitgevoerde wal- en kluismurenprojecten.

Gezien de ouderdom en historische waarde van het wervengebied, en de noodzaak altijd onderhoud en herstel uit te voeren, wordt ook na circa 30 jaar een permanente inspanning gevraagd. Net als de Dom zijn ook de werven nooit af.

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

53

6 Uitvoering Programmering en kosten

54

Tabel 1: Kosten van het uitvoeringsprogramma 2021-2023 (x1000) Onderdeel van het programma

2021

2022

2023

Totaal

Walmuren, kluismuren en kelders

€ 7.500

€ 10.500

€ 15.800

€ 33.800

Weren Zwaar Verkeer

€ 500

€ 900

€ 1.100

€ 2.400

Interventie & Onderzoek

€ 1.500

€ 1.600

€ 1.600

€ 4.700

Programma kosten

€ 1.300

€ 1.600

€ 1.600

€ 4.500

Aanvullend Beheer & Onderhoud

€ 400

€ 1.200

€ 1.200

€ 2.900

Totaal x 1000

€ 11.200

€ 15.800

€ 21.300

€ 48.300

Kosten van het uitvoeringsprogramma 2021-2023

Het uitvoeringsprogramma 2021-2023 met onder meer maatregelen voor het herstel van muren, kelders, weren van zwaar verkeer en voorkomen van schade aan erfgoed, wordt geraamd op 48 miljoen euro. Hiervan is voor 38 miljoen reeds dekking beschikbaar voor de komende 2,5 jaar. Kostenverdeling Een aanzienlijk deel van de kosten zal voor rekening van de gemeente komen. Een deel komt voor rekening van keldereigenaren. De totale omvang van de werkzaamheden en bijbehorende kosten zijn zeer groot. Tegelijkertijd zijn nergens op de wereld grachten met werven te vinden zoals in Utrecht. Het is uniek erfgoed, maar ook een financiële opgave die de stad en keldereigenaren niet alleen kunnen dragen. Daarom is een onderzoek gestart naar subsidiemoge­lijkheden bij de Europese Unie, het Rijk en de provincie. Dekking en subsidie Voor de dekking van de kosten voor de uitvoering van het programmaplan wervengebied voor de periode van 2024 tot circa 2050 wordt een financiële strategie uitgewerkt. Deze wordt betrokken bij de Voorjaarsnota in 2022. Onderdeel daarvan is een structurele financiering van de uitvoering van het programma wervengebied. Hierin wordt tevens duidelijk

home-alt

welk deel te activeren is en welk deel ten laste van de exploitatie komt. De financiering van het programma wervengebied betreft een continu, doorlopend proces omdat de opgave van beheer, onderhoud, herstel altijd zal doorgaan. Het programma brengt in kaart welke subsidiemogelijkheden er voor zowel de gemeente als de eigenaren zijn. Een eerste ‘quick scan’ laat zien dat een mogelijke aanpak is om subsidiemogelijkheden te verkennen per te programmeren rak. Een eerste blik laat verschillende mogelijkheden zien, zoals het Fonds Erfgoedparels (Provincie Utrecht) en de Subsidie woonhuismonumenten (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Er zijn verschillende randvoorwaarden waar een aanvraag aan moet voldoen. Zo dient het te gaan om een rijksmonument en moeten de werkzaamheden technisch noodzakelijk zijn, gericht op sober en doelmatig herstel. De uitwerking hiervan vindt het komend jaar plaats. Daarnaast is een deel van de kosten voor beheer, onderhoud en herstel voor rekening van (kelder)eigenaren en beheerders. De uitwerking daarvan is onderdeel van het samenwerkingsarrangement, op basis van de adviezen van de commissie. Vanwege de doorlooptijd van dertig jaar kent deze raming een grote mate van onzekerheid. Daarnaast is een van de grootste

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

risico’s dat de gevolgen van werken in erfgoed bijna niet voorspeld kunnen worden. Achter elke steen kan een verassing vandaan komen. Naast de investering voor herstel is intensivering van beheer nodig, bijvoorbeeld voor het ontstoppen van de spuwers (oorzaak lekkage) en inspectie en stabilisatie van funderingen van wal- en kluismuren die nog niet zijn hersteld.

1 Titel

7

Sturing

Programma beheersing Het wervengebied is een complex gebied dat met samenhang moet worden aangepakt. Mede vanwege het eeuwenoude erfgoed zullen hier altijd verrassingen komen die van invloed zijn op het programma. Met goede programmabeheersing en een goede programmaorganisatie die verbinding legt tussen gemeente, eigenaren en beheerders, wordt controle verkregen waar dat kan én gestuurd op processen waar dat niet kan. Daardoor kunnen tijdig keuzes gemaakt worden en staat transparantie voorop.

Foto: GU Beeldbank (Juri Hiensch)

home-alt

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

55

7 Sturing Programmabeheersing 7.1 Programmabeheersing Het programma wervengebied heeft een omvangrijke en langjarige opgave in een gebied met veel samenhang. De complexiteit zorgt voor veel uitdagingen bij de werkzaamheden; onvoorziene omstandigheden zoals verborgen gebreken of onverwachte gevolgen tijdens het werk, kunnen de planning, het risicoprofiel en kostenplaatje plotseling veranderen. Ook het vinden van ‘nieuwe’ kelders en het (moeten) toepassen van nieuwe technische methodes hebben een groot (financieel) gevolg. Zodoende is het van groot belang dat er een professionele opgezette programmabeheersing is. Beheersing, ofwel in control zijn, is het proces om binnen het programma samen en transparant besluiten te nemen over keuzes (die tijdig worden voorgelegd) die bijdragen aan het halen van de programmadoelen. Om dit mogelijk te maken is het nodig risicogestuurd te werken en te prioriteren, de financiën te bewaken, de scope te managen, de planning op orde te hebben, en een organisatie op te zetten die aansluit bij de opgave. Het belangrijkste van in control zijn is daarmee sturen op het proces om zo de complexe werkelijkheid en onverwachte omstandigheden gedurende de komende jaren te kunnen beheersen. Dergelijke integrale programmabeheersing is absoluut noodzakelijk voor het slagen van het programma.

De beheersing wordt vormgegeven met professionele werkmethodes die aansluiten op het programma, en door de inzet van medewerkers die zijn opgeleid in de verschillende onderdelen van beheersing. De inrichting ervan binnen het programma vloeit voort uit aanbevelingen van Antea Group om controle te krijgen door te sturen op scope, planning en budget. Zo wordt er integraal gewerkt en is er ten aanzien van beheersing een team opgezet bestaande uit experts op het gebied van planning, budget, kwaliteit, scope en risico. Enkele belangrijke onderdelen, waaronder risicomanagement en organisatie, worden in dit hoofdstuk uitgelicht.

Plaatsing nieuwe walmuren aan de Oudegracht (foto: Frank Doves)

home-alt

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

56 Uitdagingen en risico’s

Een belangrijk onderdeel van programmabeheersing, zeker in het eeuwenoude en daardoor soms onvoorspelbare wervengebied, is risicomanagement. Het is vrijwel zeker dat het wervengebied voor verrassingen zal zorgen, met in het bijzonder onvoorziene omstandigheden tijdens de werkzaamheden. In het programma wordt risicogestuurd gewerkt. Dit betekent dat teamleden van het programma met elkaar de risico’s in beeld brengen en als gevolg daarvan waar nodig werkzaamheden aanpassen. Hoewel niet kan worden voorkomen dat veranderingen optreden, zijn risico’s met een professionele programmabeheersing te herkennen, zodat er op tijd naar kan worden gehandeld. Daarnaast zal de organisatie in staat zijn snel en adequaat te reageren als er een risico optreedt. Zie het kader op pagina 61 voor een aantal bekende risico’s in het wervengebied.

7.2 Programmaorganisatie Een ander belangrijk onderdeel van de programmabeheersing is de programmaorganisatie. Er moet een organisatie staan die de complexe opgave aankan. Een organisatie die in staat is de rol van hoofdstuk 5 in te vullen, samen te werken met de eigenaren en beheerders in het wervengebied, en de benodigde slagkracht, kennis en expertise in huis heeft. Een organisatie die daarbij om kan gaan met de onzekerheden tijdens de uitvoering en risico’s zoveel mogelijk beheerst. De organisatie moet de komende decennia de integraliteit van de aanpak in het wervengebied in- en extern bevorderen, bewaken, en waar nodig uitvoeren. Ze moet in staat zijn om de regie te voeren, vanuit goed naoberschap betrouwbaar samen te werken en goed herstel en beheer te organiseren en uit te (laten) voeren. Van daaruit levert ze een bijdrage aan de samenwerkingsvorm met andere belanghebbenden, welke vorm ook gekozen wordt.

7 Sturing Programmabeheersing

57

De programmaorganisatie is gegrondvest op enkele waarden. De organisatie: Werkt integraal en samenwerkingsgericht; Is open, transparant en toegankelijk; Neemt eigenaarschap en verantwoordelijkheid; Ontwikkelt voortdurend en vormt een kennis- en expertisecentrum om kennis te kunnen delen; Kenmerkt zich door slagkracht (in onderzoek, ontwikkeling en uitvoering); Reflecteert en leert.

• • • • • •

Uitgangspunten van de inrichting

De programmaorganisatie wordt een integrale gemeentelijke opdrachtgeversorganisatie die voor alle belanghebbenden in de stad een betrouwbare partner is voor het behoud van het wervengebied. Deze kan deelprojecten oppakken, realiseren en beheersen. De taken die onder leiding van de programmamanager worden uitgevoerd, zijn als volgt:

• Opdrachtgeverschap voor herstel van wervengebied en • • • • • • • • •

home-alt

coördinatie van beheer Opdrachtgeverschap voor de uitvoeringsorganisatie, ofwel de projectteams herstel van muren/kelders en weren te zwaar verkeer, de wervenmeester, en het interventieteam Voor verbinding zorgen met eigenaren en beheerders en gebruikers Voor verbinding zorgen met een in de toekomst uit te werken vorm van extern en/of gezamenlijk opdrachtgeverschap voor het herstel van de kelders Portefeuille- en dienstoverstijgend werken, maar niet losgezongen van de lijnonderdelen Motor voor de ontwikkeling van vakgebied overstijgende samenwerking en probleemoplossing Verantwoordelijkheid nemen waar het moet, loslaten waar het kan Het gebruik van specifieke kennis en expertise (bijvoorbeeld juridisch, bij innovatief aanbesteden, subsidies, administratief, databeheer, procesinrichting) Omgevingsmanagement en communicatie Afleggen verantwoording aan ambtelijk opdrachtgever, college en de Raad

Foto: Frank Doves

Programmateam en Uitvoeringsorganisatie

Het programmateam wordt in het wervengebied ondersteund door de (programma)uitvoeringsorganisatie. Deze uitvoeringsorganisatie bestaat uit meerdere teams. Zowel de opdrachtgevende organisatie (het programmateam) als de uitvoeringsorganisatie bestaan uit competente medewerkers in een optimale mix tussen in- en externen, die zeker in de komende jaren kunnen ontwikkelen én borgen. Het programmateam bestaat, naast de programmamanager, uit een team voor omgevingsmanagement en communicatie én een team voor de beheersing en ondersteuning. Het omgevingsmanagementteam voert professioneel omgevingsmanagement en communicatie uit. Het doel is om begrip, samenwerking en vertrouwen te vergroten tussen keldereigenaren, bewoners, ondernemers, andere professionele stakeholders en de gemeente, en om samen een duurzame relatie aan te gaan. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een mix van verschillende communicatiemiddelen. Voorbeelden hiervan zijn wijkberichten, de gemeentelijke website en de wervenapp, maar ook persoonlijk contact.

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

7 Sturing Programmabeheersing

58

Programmaorganisatie Het team beheersing en ondersteuning voert de taken uit zoals deze in paragraaf 7.1 zijn beschreven. Daarnaast stuurt het team op het halen van de programmadoelen, draagt het zorg voor de programmering, organiseert het waar nodig vervolgonderzoeken, richt het tegenspraak in en zorgt het voor een systeem waarin de belangrijkste data over het wervengebied toegankelijk worden gemaakt (kernregistratie). Het team zorgt dat er gewerkt wordt binnen de scope van het programma en dat er hier transparant over wordt gerapporteerd. Bovendien zorgt het team dat de afspraken die gemaakt worden met externe partijen, zoals nutsbedrijven en het heemraadschap, bijdragen aan het halen van de doelen van het programma. Ook de aansturing (opdrachtgeverschap) van de uitvoeringsteams valt binnen dit team.

Programmateam Programmamanager

Beheersing en ondersteuning

Omgevingsmanagement en Communicatie

Kernregistratie

In de uitvoeringsorganisatie is er ten eerste een interventieteam voor interventies die acuut noodzakelijk zijn voor de veiligheid en het behoud van erfgoed. Dit team zorgt ook voor het opsporen van ‘nieuwe’ kelders. Daarnaast is er de wervenmeester. Deze is verantwoordelijk voor de coördinatie van het dagelijks beheer en onderhoud. De wervenmeester is de spin in het web voor meldingen van lekkage, scheuren, en schade. De projectteams voor de programmeerbare herstelwerkzaamheden aan muren en kelders zijn ingericht en werken volgens het IPM-model van Rijkswaterstaat (5 rollen: Projectmanagement, Projectbeheersing, Omgevingsmanagement, Technisch management, Contractmanagement) en vastgestelde regels rondom risicomanagement en projectbeheersing. Ook zal dit team een belangrijke rol krijgen in het onderzoeken en oplossen van de vocht- en hemelwaterproblematiek bij kelders. Tot slot is er het projectteam weren te zwaar verkeer. Dit team overziet de maatregelen om te zwaar verkeer te weren. Zie hoofdstuk 4 voor de aanpak rondom dit onderwerp.

home-alt

Uitvoering: Muren en Kelders

Interventie en onderzoek

• Interventie • Inspectie en

onderzoeken Kelders

Uitvoering: Zwaar verkeer

• WKM • Kelders (constructie en •

vocht/hemelwater) (vervolg) onderzoek muren en kelders

Uitvoeringsorganisatie

Figuur 14: organogram van de programmaorganisatie

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

Wervenmeester

• Afhandeling schades • Beheer en onderhoud

7 Sturing Programmabeheersing

59

Besturing van programmaorganisatie

Besturing Programmaorganisatie

Ten aanzien van de besturing van de programmaorganisatie zijn er 3 lijnen (zie afbeelding): de uitvoering en besluitvormingslijn, de (onafhankelijke) controllijn, en de advieslijn. Uitvoering en besluitvormingslijn Bestuurlijk opdrachtgeverschap van het programma vindt plaats met een coördinerend wethouder en portefeuille overstijgende afstemming met de andere wethouders. Het ambtelijk opdrachtgeverschap gebeurt op directieniveau met een stuurgroep op directeurenniveau met betrokken diensten en disciplines. De programmaorganisatie zelf heeft een programmamanager. Daaronder valt de uitvoeringsorganisatie. De programmaorganisatie heeft hiermee slagkracht en mandaat om direct (bijvoorbeeld in geval van een veiligheidssituatie) te handelen en de besluitenlijn te gebruiken voor de escalatie en verantwoording. Het programma zal elk kwartaal een voortgangsrapportage voorleggen aan de stuurgroep en de ambtelijk opdrachtgever. Elk half jaar zal de raad geïnformeerd worden. Controllijn De controlfunctie is op drie niveaus belegd: op het niveau van concern, programma en project. De controllers hebben toegang tot alle informatie op alle niveaus en kunnen gevraagd en ongevraagd adviseren, en indien nodig escaleren tot aan het college. De scope van Control omvat de bedrijfsvoering, financiën, juridische zaken, en risico’s.

Control is volledig onafhankelijk en maakt geen deel uit van de programmaorganisatie. Dat stelt hen in staat onafhankelijk te toetsen en te adviseren. Advieslijn Naast het programma zijn er meerdere adviesorganen. Buiten de overleggen waarin de verschillende portefeuillehouders met elkaar afstemmen, is er een stuurgroep die bestaat uit de directeuren van de verschillende ambtelijke diensten. De afstemming met de lijnorganisatie op IRM-niveau bewaakt en zorgt voor een integrale aanpak van het programma. Op uitvoeringsniveau wordt overleg gevoerd en advies verkregen over de realisatie.

home-alt

Control &Advies

Besluitvorming

Advies

Raad

College

Combistaf Coördinerend wethouder

Concerncontrol Ambt. OG

Stuurgroep

Prog. control

Programmamanager

Projectcontrol

Uitvoering/ON organisatie

Figuur 15: organogram van de besturing van de programmaorganisatie

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

Staf Werven

IRM + lijn organisatie

Programmabeheersing Ondersteuning kernregistratie Omgevingsmanagement & Communicatie

7 Sturing Programmabeheersing Samenwerken, leren en groeien Centraal in het programma staat dat we de opgave samen zullen doen. Ook zullen we de komende jaren nog veel leren. Hierdoor zijn het programma en alle betrokkenen steeds beter in staat om taken, verantwoordelijkheden en wensen op elkaar af te stemmen. De uitvoering en programmering zullen regelmatig worden aangepast op basis van geleerde lessen.

Duur programmaorganisatie

Omdat de organisatie een betrouwbare partner wil zijn, zal deze opereren zolang dit nodig is. Elke programmaorganisatie is tijdelijk, maar sommige onderdelen zullen blijvend zijn. Voorbeelden hiervan zijn de wervenmeester en de ondersteunende slagvaardige organisatie. Dit betekent dat na de realisatie van de programmaopgave verder wordt gewerkt aan het behoud van het erfgoed.

Wanneer het kantelpunt komt om de programma organisatie fors af te schalen, valt nu nog moeilijk te zeggen. Dit zal zeker niet binnen de eerste tien jaar gebeuren Naarmate lijnonderdelen onder regie van het programma steeds beter in staat zijn om zelfstandig en integraal samen te werken met de omgeving in het behoud en beheer, zal het minder nodig zijn om een grote programmaorganisatie en uitvoeringsorganisatie te hebben. Toch zal er altijd een vorm van afstemming en regie nodig blijven. Wanneer het kantelpunt komt om de programma organisatie fors af te schalen, valt nu nog moeilijk te zeggen. Dit zal zeker niet binnen de eerste tien jaar gebeuren. De maatregelen ten aanzien van het weren van te zwaar verkeer zullen na circa drie jaar grotendeels uitgevoerd zijn. De handhavingstaken zouden dan door de reguliere organisatie opgepakt kunnen worden.

home-alt

7.3 Risicobeheersing Ten aanzien van de risicobeheersing worden periodiek risicoinventarisaties gehouden. Deze worden gehouden op basis van gesprekken met diverse partijen en zijn gebaseerd op de risicodossiers en geleerde lessen van de uitvoering. Het houden van periodieke risico-inventarisaties is, hoe belangrijk ook, slechts een onderdeel van de risicobeheersing door het programma. De belangrijkste algemene beheersmaatregelen die getroffen zijn worden hieronder toegelicht. Daarna wordt een overzicht gegeven van de nu bekende belangrijkste risico’s. Binnen de gemeente valt het programma wervengebied onder ‘risicovolle projecten’. In het kader van de regeling Risicovolle Projecten wordt de raad dan ook elke zes maanden geïnformeerd over de stand van zaken met voortgangsrapportages. Daarnaast is er binnen het programma tegenspraak georganiseerd zodat er extra klankborden zijn. Vanwege het belang van tegenspraak is er al vanaf het begin ingezet op verschillende vormen van tegenspraak, bijvoorbeeld met de commissie van wijzen wervengebied. Tegenspraak zal zich binnen het programma manifesteren als reviews (onafhankelijke toetsingen), het inschakelen van experts uit de markt voor onderzoeken, evaluaties/eindrapportages van de uitgevoerde deelprojecten wal- en kluismuren, en interne audits.

Verder zijn er beheersmaatregelen genomen op het gebied van onderzoek en andere werk- en uitvoeringsmethodes die uitgaan van de samenhang van de onderdelen in het wervengebied. Een voorbeeld van zo’n maatregel is het in de uitvoering toepassen van het IPM-model (een beproefde vorm van projectmanagement bij Rijkswaterstaat en andere overheden voor complexe projecten). In het programma worden de vijf verschillende rollen die binnen dit integraal projectmanagement model gebruikt worden (projectmanagement, projectbeheersing, omgevingsmanagement, technisch management, contractmanagement) door verschillende mensen uitgevoerd, met waar nodig een eigen team van specialisten.

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

60

7 Sturing Programmabeheersing Risico's Risicomanagement betekent dat er continu gewerkt wordt aan het in beeld brengen en beheersen van risico’s. Een risico kan zich echter altijd voordoen. Bovendien kunnen er altijd nieuwe risico’s ontdekt worden. De hier benoemde risico’s zijn de belangrijkste die middels risicomanagement benoemd zijn (zie 7.1) en hebben een effect op veiligheid, erfgoed en/of gebruik en kunnen spelen tijdens de looptijd van het programma:

• Er zijn onvoorziene zaken bij de werkzaamheden.

Achter elke steen kan een verrassing zitten. Het wervengebied is eeuwen oud. Onderzoek waarbij schade aangericht moet worden om ‘achter of in’ een muur of fundering te kijken, is soms de enige manier om echt te weten wat de staat van de kelder of muur is en wat er gedaan moet worden. Dit is uiteraard geen wenselijke optie voor een programma dat juist gericht is op het beschermen van het erfgoed. Onvoorziene zaken zullen daarom altijd invloed hebben op de planning en kosten. Hiervoor bestaat de beheersmaatregel uit voldoende onderzoek, het in de programmering actief meenemen van geleerde lessen van de uitvoering, en acceptatie dat er zich soms verrassingen voordoen.

• De samenwerking en het draagvlak met stakeholders

loopt niet goed. Goede samenwerking is cruciaal maar niet vanzelfsprekend. Bij een gebrek aan draagvlak kan een meningsverschil ontstaan over het beleid, de rolverdeling en de ‘beste’ oplossing. Ook kan het voorkomen dat eigenaren de gemeente geen toestemming geven voor beheersmaatregelen bij een kelder die in slechte staat verkeert. Het programma zet daarom sterk in op het verbeteren van de samenwerking en het vertrouwen.

home-alt

• Beschadiging van panden, muren en kelders tijdens

het werk. Door werkzaamheden is het mogelijk dat er beschadigingen optreden op of naast de locatie waar gewerkt wordt. Voor aanvang van de uitvoer wordt daarom grondig onderzoek gedaan en worden beheersmaatregelen genomen. Het voorkomen van schade is echter nooit te garanderen. Daarbij kunnen aangrenzende constructies in slechtere staat blijken dan gedacht, waardoor ze extra kwetsbaar zijn.

• Er vindt een calamiteit plaats los van de geprogram-

meerde werkzaamheden. Ondanks de inspecties, onderzoeken, programmering en het actief zoeken naar mogelijke knelpunten, is nooit voor de volle 100% uit te sluiten dat alsnog een deel van een kade, kelder, of brug verzakt of zelfs instort.

• Verwachtingen van stakeholders zijn hoger dan

de doelstelling die bij het programma hoort. Het programma vraagt bestuurlijk gezien een lange adem (van decennia). Daarnaast verlangen stakeholders antwoorden die nu nog niet gegeven kunnen worden of verlangen zij maatregelen die niet tot de scope van het programma behoren. Als de verwachtingen te hoog zijn in vergelijking met de doelstelling, kan dit zorgen voor een gebrek aan vertrouwen.

• Problemen rondom uitvoering en handhaving weren

te zwaar verkeer. Er kan bijvoorbeeld bezwaar worden gemaakt tegen verkeersmaatregelen die in de toekomst worden genomen, zoals extra verboden of een andere route indeling. Voor de camera gestuurde handhaving op basis van een kenteken en met automatische boetes is juiste toestemming en techniek nodig.

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

61

Verklarende woordenlijst

62

Brugkelder Een brugkelder is een boogkelder die evenwijdig loopt aan de gracht, en haaks ligt op een werfkelder. Een brugkelder ligt in het verlengde van een boogbrug en moet dan ook gezien worden als een constructieve eenheid met de boogbrug. Een bijzondere vorm van een brugkelder is een kelder die haaks op de brug staat en een mengvorm is van een brugkelder en een straatkelder. Om dit onderscheid te duiden worden deze pleinkelders genoemd. Drift

Een deel van de Nieuwe Gracht lopende van de Jansdambrug tot aan de Driftbrug.

Gewelf Een gewelf is een gebogen schaalvormige bouwconstructie voor het vrij overspannen van een ruimte. HDSR Afkorting voor Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. Hemelwaterafvoer

De afvoer van het hemelwater (schoon water) is vaak gescheiden van het vuile water.

Kluiskelder Een kelder die haaks op de gracht ligt en toegang geeft tot de kelder van de achter gelegen woning. Deze kelders danken hun naam aan de kluismuur die de afsluiting van de kelder vormt en direct grenst aan de grachtzijde. Kluismuur De muur die een werfkelder afsluit die direct aan de gracht grenst. Om verder verval tegen te gaan heeft de gemeente vanaf de jaren ’50 een deel van de kluismuren vervangen. Kromme Nieuwegracht

Rak Een rak is een het gedeelte van de gracht die wordt begrenst tussen twee openbare bruggen. Spookkelder Kelder onder de openbare weg die niet toegankelijk is. Er zijn bouwsporen van deze kelder aanwezig, maar het is onduidelijk of de kelder gesloopt is. Spuwer Een natuurstenen waterafvoer die ervoor zorgt dat het water dat zich aan de straatzijde verzamelt door de muur wordt afgevoerd richting de gracht. Vanuit het gebruik wordt onderscheid gemaakt tussen een straatspuwer en een gewelfspuwer. Straatkelder Een straatkelder is een bijzondere vorm van een werfkelder, en staat haaks op de bestrating (en de gracht). De straatkelders zijn voor zover bekend hetzelfde opgebouwd als werf- en kluiskelders maar zijn door hun ligging tussen twee woningen niet zichtbaar. Walmuur De keerconstructie (lage kademuur) die grenst aan de gracht en het zand en de bestrating van de achterliggende werf keert en de grond stabiel houdt voor de bomen en fundering van de kerlders. Deze keerconstructie is historisch uitgevoerd als een houten beschoeiing, later uitgevoerd in steen en is in tegenstelling tot de werfmuren steeds gefundeerd op palen. Vanaf de jaren ’50 zijn deze grootschalig vervangen door metselwerk op betonnenvloer op houten palen of betonnen damwanden met beton en metselwerk afgewerkt. Weeskelder

Een kelder onder de openbare weg die geen verbinding (meer) heeft met het achterliggende pand. Een weeskelder heeft geen eigen adres en onderzoek naar de eigenaar heeft geen duidelijkheid opgeleverd.

Het gedeelte van de Nieuwe Gracht lopende van de Nieuwegracht tot de Drift.

L-wand Een betonconstructie in de vorm van een L waarbij de lange zijde op de grond ligt en de korte zijde opstaat. Nieuwegracht Bij de aanleg van een tweede gracht in de stad Utrecht tussen 1390 en 1393 kreeg deze de naam Nieuwe Gracht (tegenwoordig Nieuwegracht) en kreeg de bestaande gracht de naam Oude Gracht (tegenwoordig Oudegracht). De Nieuwe Gracht bestaat uit de huidige Nieuwegracht, Kromme Nieuwegracht, Drift en Plompetorengracht.

Werf De werf is de openbare ruimte tussen de werfmuur en de overgang van de walmuur en de gracht. Onder een werf wordt de ruimte aangeduid waarop vroeger de havengoederen konden worden op- en overgeslagen. Werfkelder Een kelder die haaks op de gracht ligt en toegang geeft tot de huiskelder van de achter gelegen woning. Deze kelders danken hun naam aan de werfmuur die de afsluiting van de kelder vormt aan de werfzijde.

Oudegracht Bij de aanleg van een Nieuwe Gracht evenwijdig aan de reeds bestaande gracht kreeg de bestaande gracht de naam Oude Gracht (tegenwoordig Oudegracht).  Plompetoren- Een gedeelte van de Nieuwe Gracht lopende van de Driftbrug tot de Plompetorenbrug gracht

home-alt

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

1Colofon Titel

63

Dit is een uitgave van Gemeente Utrecht. Kijk op Utrecht.nl/werven voor meer informatie over de aanpak van het Utrechtse wervengebied. Aan de in dit document vermelde informatie kunnen geen rechten worden ontleend. Adres Stadskantoor Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht Telefoon 14 030 E-mail werven@utrecht.nl Concept en realisatie Kris Kras Context, Content and Design April 2021

Bronvermelding rechterpagina 1. Oudegracht ingang Studenten vereniging Biton, datering 1981 (cat.no.118630) ©Utrechts Archief • 2. Champignon kwekerij in kelder Kromme Nieuwegracht 20, datering ±1913 (SFA022805457) ©National Archief/ Spaarnestad • 3. Console Sint Quintijn, Nieuwegracht 73 (cat.no. 810149) ©Utrechts Archief • 4. Console de Roode Hont, Oudegracht 350, datering 1977 (cat.no. 67836) ©Utrechts Archief • 5. Oudegracht, 1975 ( DFEC00156) ©Spaarnestad photo • 6. Gezicht op de werf en de werfkelder aan de oostzijde Oudegracht nr 294, datering 1947 (cat.no. 28449) ©Utrechts Archief

home-alt

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

1 Titel

64

IN UTRECHTS WERVEN ligt het verleden opgeslagen, opeengestapeld tot voorbije dagen. Deze werven hebben het van weemoed zwaar te verduren, alsof het bovenlangs rijdend vrachtverkeer de balans van zand en steen doet schuren. Al is zo'n snel gevonden metafoor meer iets dat in een rapportage hoort waarin het de kades tot kaders maakt, gestut door een woud aan procedures los van die gewelfde ruimtes zelf. Werven klagen niet, zij bogen op wat er aan goederen naar binnen werd gesjouwd, de verhalen waarmee hun bestaan werd volgestouwd en hoe het hun later is vergaan. Zie de werven aan het water staan, zie dat complex van eigendomsverhoudingen, zie de mensen die de werven nu betreden zie ze opnieuw verdwijnen in een verleden dat ook vroeger al werd behouden, met alles wat er aan de werven werd toevertrouwd. Ruben van Gogh Gildemeester Utrechts Stadsdichtersgilde Foto: GU Beeldbank (Robert Oosterbroek)

home-alt

Programmaplan wervengebied | Gemeente Utrecht

1 Advies commissie van wijzen De vergeten Burenplicht.pdf

DE VERGETEN BURENPLICHT

ADVIES VAN 12 APRIL 2021, UITGEBRACHT AAN DE RAAD EN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE UTRECHT EN DE EIGENAREN

COMMISSIE VAN WIJZEN WERVENGEBIED UTRECHT

A

Inhoudsopgave

1

Samenvatting met conclusies en aanbevelingen ........................................................................5

2

De opdracht ..............................................................................................................................13 Inleiding .............................................................................................................................. 13 Nadere omgrenzing van de opdracht ................................................................................... 14 Opbouw van het advies ....................................................................................................... 15

3

De door ons gevolgde werkwijze ..............................................................................................16

4

Beknopte weergave van de voorgeschiedenis en de meest relevante aspecten ......................19 De voorgeschiedenis............................................................................................................ 19 De eigendomssituatie en de ruimtelijke situatie .................................................................. 21 Staat, status en functie van de werfkelders .......................................................................... 23 Enkele andere aspecten ....................................................................................................... 23

5

De resultaten van onze inventarisatie ......................................................................................25 Enkele algemene aspecten, waaronder een gebrek aan vertrouwen .................................... 25 Juridische verhoudingen ...................................................................................................... 27 Bouwkundige aspecten, waaronder invloeden op de staat van de werfkelders .................... 28

6

Ons oordeel over de eigendomsverhoudingen .........................................................................33 Algemeen ............................................................................................................................ 33 De eigendom van de wegen................................................................................................. 33 De eigendom van de werfkelders......................................................................................... 35 De eigendom van werven, wal-, kluis- en werfmuren, bruggen en groen ............................. 37 De eigendom van trekankers ............................................................................................... 37 De eigendom van stoepen en opgangen naar de voordeuren .............................................. 38

7

Rechten en plichten ..................................................................................................................39 Algemeen ............................................................................................................................ 39 Plichten voor het voorkomen en herstel van schade ............................................................ 41 Een bewijsregel en daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden ..................................... 47 Voorzorgsmaatregelen ........................................................................................................ 52

8

Over samenwerking en samenwerkingsvormen .......................................................................54 Gemeenten en samenwerking ............................................................................................. 54 Beheer en onderhoud: een complexe opgave met parallelle belangen................................. 55 Ontwerp integraal (gebiedsprofiel) ...................................................................................... 56 Uitvoering van de opgaven .................................................................................................. 57

9

Samenwerking in het herstel via een stichting .........................................................................61

2

Algemeen ............................................................................................................................ 61 De stichtingsvorm ................................................................................................................ 61 Het overlegorgaan ............................................................................................................... 66 Bouw- of herstelbegeleiding ................................................................................................ 67 Mediation............................................................................................................................ 67 Geschilregeling .................................................................................................................... 67 Samenwerkingsovereenkomsten ......................................................................................... 68 Financiële aspecten ............................................................................................................. 68

B

Lijst van bijlagen 1 2 3 4 5 6 7

C

De opdracht aan de CvWW en de daaraan gekoppelde vragen Kaart van het wervengebied Enkele tekeningen van de werfkelders en hun directe omgeving De eerste door de CvWW aan de bekende eigenaren verzonden brief Rubricering van de ontvangen reacties van eigenaren Spreiding van de reacties Lijst van de belangrijkste geraadpleegde documenten

Verklarende woordenlijst (met enkele gebruikte afkortingen) asdruk aslastbeperking B&W BW CvWW HDSR huiskelder kademuur keldergewelf kluiskelder kluismuur mandeligheid onderloopheidscherm

opstalrecht raad rak

het deel van het gewicht van een voertuig dat via de wielen van één as wordt overgebracht op de ondergrond maatregel waarbij de maximaal toegestane asdruk van voertuigen wordt beperkt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht Burgerlijk Wetboek Commissie van Wijzen Wervengebied Utrecht Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden de kelder onder het (grachten)pand, veelal verbonden met de werfkelder grondkerende constructie tussen de gracht en straat gebogen bouwconstructie voor het overspannen van een kelder een werfkelder die direct aan de gracht grenst (zonder tussenliggende werf) muur van een werfkelder die direct aan de gracht grenst gemeenschappelijke eigendom van een onroerende zaak die nuttig is voor twee of meer erven een aaneengesloten scherm tussen de palen van de fundering, dat ervoor zorgt dat er geen zand of grond tussen de palen door naar het water kan stromen waardoor er geen gaten in de fundering vallen het recht om in, op of boven de grond van een ander een gebouw of werk (bijvoorbeeld een kelder) in eigendom te hebben de gemeenteraad van Utrecht deel van een gracht tussen twee bruggen (er zijn 26 rakken)

3

RCE spookkelder straatkelder spuwer trekanker

VvE walmuur watergevel weeskelder werf werfkelder

werfmuur WKM

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (vroeger: Rijksdienst voor de Monumentenzorg) los gelegen kelder onder de openbare weg waarvan het bestaan en dus ook de ligging onbekend zijn of hooguit kunnen worden vermoed werfkelder onder de straat zonder naastgelegen water natuurstenen waterafvoer (van de straat door de muur naar de gracht of de werf) een anker aan de buitenzijde van de werfmuur die de werfmuur vastmaakt aan de werfkelder door een verbinding met de keldermuur vereniging van eigenaren (van een in appartementsrechten gesplitst gebouw) kademuur die grenst aan de gracht en de werf direct aan de gracht grenzende achtergevel van een grachtenpand los gelegen kelder zonder (bekende) eigenaar openbare ruimte tussen werfmuur en de overgang van walmuur naar gracht kelder meestal haaks op de gracht, met een toegang op de werf en vaak ook een verbinding met een huiskelder (NB: in dit advies wordt het begrip “werfkelder” ook wel gebruikt als overkoepelend begrip voor alle soorten kelders onder een weg, zoals een werfkelder in de hier beschreven betekenis, een kluiskelder en een straatkelder) muur die de werfkelder afsluit aan de werfzijde project herstel wal- en kluismuren (vanaf 2008)

4

1 Samenvatting met conclusies en aanbevelingen Vooraf: van conceptadvies naar eindadvies Op 30 oktober 2020 hebben B&W van de gemeente Utrecht, samen met eigenaren van werfkelders en in opdracht van de raad van de gemeente, de Commissie van Wijzen voor het wervengebied Utrecht (“CvWW”) ingesteld. De CvWW bestond uit drie leden: de heren mr. H.F.M. (Hans) Hofhuis (voorzitter), prof. dr. ir. J.G. (Jan) Rots en drs. A.H.L.M. (Ton) van Snellenberg, en is bijgestaan door mevrouw drs. A.E.H. (Anneke) van der Kluit als secretaris. De CvWW heeft op 1 maart 2021 een conceptadvies uitgebracht aan de raad en B&W van de gemeente Utrecht en de eigenaren van werfkelders. In een periode van ruim drie weken daarna heeft een ieder kunnen reageren op het concept. Voor u ligt nu het eindadvies, waarin rekening is gehouden met de ingekomen reacties, waaronder een uitgebreid commentaar van 24 maart 2021 van B&W. Al deze reacties hebben de CvWW reden gegeven tot nader grondig beraad over haar bevindingen en aanbevelingen. Dit heeft geleid tot enkele wijzigingen, die in het advies worden besproken en toegelicht, en tot een ruim aantal verduidelijkingen. De CvWW handhaaft de kern van haar oordeel en advies, die zijn gebaseerd op de waarneming dat in de loop van de jaren een ernstig gebrek aan vertrouwen van de eigenaren in de gemeente is ontstaan.

B&W hebben geschreven dat zij dit beeld herkennen en dat zij het als hun maatschappelijke verantwoordelijkheid zien om het vertrouwen van hun “buren” te herstellen. De CvWW ziet in de reactie van B&W nog voorzichtigheid in het omarmen van de gedachte aan een ruimere invulling van zorgplichten en het nemen van ruimhartige verantwoordelijkheid voor schade aan de werfkelders. Deze voorzichtigheid is te begrijpen; de CvWW ziet de scherpe en deels kritische vragen van B&W als een uiting van het standpunt dat overtuigende antwoorden op deze vragen nodig zijn om deze ruimere verantwoordelijkheden te kunnen nemen. Het gaat immers om de besteding van publieke middelen en de democratische verantwoording daarover. Daarmee biedt deze eerste reactie hoop op een betere invulling van de burenplicht en de maatschappelijke zorgplicht van de gemeente, en daarmee op het noodzakelijke herstel van vertrouwen. De CvWW wenst de raad, B&W en de eigenaren wijsheid en succes in het toekomstige herstel, onderhoud en beheer van het wervengebied, waaronder de werfkelders. Algemene inleiding, aard van deze samenvatting De CvWW is onafhankelijk en heeft een dubbele opdracht: zij moet adviseren over (1) de rechten en plichten van eigenaren en gemeente en de eigendomsverhoudingen, en (2) de mogelijke samenwerkingsvorm van eigenaren en gemeente bij het herstel, beheer en onderhoud van het wervengebied.

Het wervengebied is uniek in de wereld, heeft nationale betekenis als erfgoed en is een van de iconen van de binnenstad van Utrecht. Met dit eindadvies geeft de CvWW uitvoering aan haar opdracht. Deze samenvatting, met conclusies en aanbevelingen, is zelfstandig leesbaar en geeft een beknopt maar volledig beeld van onze bevindingen. De CvWW heeft zich een indruk gevormd van alles wat er speelt in het wervengebied op basis van een ruim aantal ingekomen reacties: ongeveer 100 van eigenaren en ongeveer 25 van hierbij betrokken stakeholders en verschillende gemeentelijke afdelingen. Daarnaast heeft de CvWW vele gesprekken met eigenaren gevoerd. Ook heeft zij kennisgenomen van tientallen documenten: ambtelijke stukken uit het verleden en het heden, technische rapporten, juridische studies en boeken over het wervengebied. Niet alles wat dit onderzoek heeft opgeleverd laat zich eenvoudig in de mal van eigendomsverhoudingen, rechten en plichten en samenwerkingsvormen gieten. Want onder deze meer formele vraagstukken speelt zich

5

de echte werkelijkheid af. Daarom ligt in deze samenvatting het accent op bevindingen die onder de oppervlakte – zeg maar door de keldergewelven – van dit rapport lopen. In de conclusies vat de CvWW haar oordeel over de eigendomsverhoudingen en de rechten en plichten samen. De aanbevelingen bevatten het advies over samenwerkingsvormen en suggesties voor een daarbij passende juridische structuur. Gebrek aan vertrouwen Een eerste bevinding die in het overgrote deel van de gesprekken met eigenaren van werfkelders naar voren kwam, is een gebrek aan vertrouwen in de gemeente. Dit speelt in veel opzichten, maar het zware verkeer over de grachten, het gebrek aan effectieve handhaving daarvan en de afhoudende opstelling van de gemeente na meldingen over scheurvorming en lekkages in de werfkelders vormen hierbij de boventoon. De vraag is vervolgens: hoe heeft deze situatie kunnen groeien? Om tot een antwoord te komen heeft de CvWW eerst de belangen, de onderlinge verhoudingen en vroegere onderzoeksresultaten geïnventariseerd. De belangen in het wervengebied lopen parallel. De opdracht geeft de CvWW mee om “niet uit te gaan van belangentegenstellingen”. Opmerkelijk is dat inhoudelijke belangentegenstellingen nauwelijks aan de orde zijn, in ieder geval niet tussen gemeente en eigenaren.

Beide hebben het belang van het erfgoed hoog in het vaandel staan: de gesprekken met eigenaren wezen vooral op veel liefde voor het erfgoed en de gemeente wilde tot een aantal jaren geleden het wervengebied zelfs op de UNESCO-werelderfgoedlijst krijgen. En zowel eigenaren als gemeente vinden constructieve veiligheid een eerste vereiste. Voor veel eigenaren is dat reden om scherp en kritisch te blijven ten opzichte van handhaving van de aslastbeperking in het gebied. Blijft over de functionaliteit. Ook daar lopen de belangen niet ver uiteen. De gemeente heeft het functionele belang van bereikbaarheid al decennia geleden verbonden met de belangen van erfgoed en veiligheid door de introductie van een aslastbeperking van twee ton langs de grachten in het wervengebied. Het is immers bekend dat een te hoge aslast risico’s geeft voor de stabiliteit van de werfkelders en kans op schade geeft. Een andere functionaliteit – of beter: voorwaarde voor functionaliteit – is de waterdichtheid van de werfkelders. Ook dat is niet een belang dat alleen door eigenaren wordt gehuldigd; de gemeente heeft zelf in het begin van de jaren ’90 van de vorige eeuw in goed overleg met de eigenaren een actie tot gezamenlijk herstel opgezet. Waterdichte werfkelders zouden immers andere functies in de werfkelders mogelijk maken, zoals wonen en bedrijvigheid, waaronder horeca.

Dat zou de aantrekkingskracht van de binnenstad kunnen verhogen. Dit doel is ook bereikt. Kortom: de belangen die in onze opdracht centraal staan, lopen tussen gemeente en eigenaren feitelijk al parallel. Natuurlijk zijn er stakeholders met andere belangen. Daarbij gaat het vooral over de aslastbeperking. Voor de bevoorrading van de binnenstad en voor grotere bouwprojecten zou het behulpzaam zijn als de aslast in ieder geval op strategische plekken of routes hoger zou kunnen zijn. Een vergeten burenplicht Het echte probleem zit hierin dat de parallel lopende belangen niet als een gezamenlijk belang worden gezien. In ieder geval niet door de gemeente. Even is dat wel zo geweest, namelijk in de periode 1993-2002, toen het gezamenlijke herstelproject van de werfkelders is uitgevoerd. Daarbij zijn, zoals gezegd, veel kelders ook waterdicht gemaakt. Ook toen ging er een fase van aandacht voor de juridische verhoudingen met vragen over rechten en plichten aan vooraf, en die heeft uiteindelijk tot een gezamenlijke aanpak en actie geleid. Deze gezamenlijkheid is na afloop van dat project echter uit het zicht verdwenen. De opvatting van de gemeente dat de gezamenlijke belangen scherp te scheiden zijn in een publiek belang, dat zij vertegenwoordigt, en een privaat belang dat van de eigenaren is, lijkt in eerste aanleg

6

logisch. Normaal gesproken kunnen eigenaren van een gewoon woonhuis ook niet bij de gemeente aankloppen bij scheurvorming of lekkage, hoewel het ook een gemeentelijk belang is dat huizen veilig zijn en gezond om in te wonen. Maar in het wervengebied wringt deze opvatting. Hier is vanuit de historie immers de situatie gegroeid dat eigenaren van werfkelders de gemeente in veel gevallen aan drie zijden als zeer directe “buur” hebben: door de weg als bovenbuur, de werfmuur als voorbuur en de fundering of ondergrond als onderbuur. Ook al betekent dit niet dat de gemeente hiermee een buur in de gebruikelijke zin is, het leidt er wel toe dat de gemeente hier in de uitoefening van haar publieke taak een “burenplicht” heeft. Een gebrekkige handhaving van de aslastbeperking heeft langs de grachten de consequentie dat er scheuren in de dragende delen van de werfkelders komen, met schade en veiligheidsrisico’s: gebrekkige hemelwaterafvoer leidt tot lekkage, uitspoeling van zand door een onvolkomen oeverbeveiliging leidt tot aantasting van de fundering, en onvoldoende aansluiting van werfmuren op de werfkelders leidt ook tot lekkages. Je zal maar een buur hebben die bij gevolgen als deze niet altijd thuis geeft, in algemene zin afhoudend is en dan laat weten dat lekkages je eigen probleem zijn en dat je maar moet aantonen dat de scheuren een gevolg zijn van overtredingen van de aslast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=544cc93e-b503-42f7-a7bc-fe326f6e1258