Agendabundel
Tekst van het document
Artikel 3 Naamgeving openbare ruimte Burgemeester en wethouders verdelen woonplaatsen van de gemeente in buurten en wijken en stellen per woonplaats, na advies van de commissie straatnaamgeving, de namen van straten, wegen, pleinen, bruggen, gemeentelijke gebouwen en bouwwerken en andere door hen aangewezen openbare ruimte vast.
Artikel 4 Straatnaam; aanbrengen en gedogen 1. De namen, eventueel met onderschrift, die door burgemeester en wethouders zijn toegekend aan de openbare ruimte, of een deel daarvan, en aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken worden door of in opdracht van de gemeente op voldoende plaatsen
zichtbaar ter plaatse aangebracht door een straatnaambord te plaatsen. Het onderhoud van de straatnaamborden wordt door of in opdracht van de gemeente uitgevoerd. 2. De rechthebbende van het object waar het straatnaambord op wordt aangebracht wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Deze rechthebbende is verplicht het aanbrengen, het hebben en het onderhouden van het straatnaambord te gedogen. 3. De rechthebbende zorgt ervoor dat het straatnaambord goed zichtbaar blijft vanaf de openbare weg. 4. Het is verboden om zelf een straatnaam te geven aan de openbare ruimte, een pand, verblijfsobject, ligplaats, standplaats of afgebakend terrein.
Artikel 5 Huisnummer; aanbrengen en gedogen 1. Burgemeester en wethouders kunnen huisnummers en andere nummeraanduidingen aanbrengen aan verblijfsobjecten, andere gebouwen en objecten, standplaatsen en ligplaatsen. 2. De rechthebbende van het object is verplicht het aanbrengen te gedogen. 3. De rechthebbende van een object zorgt ervoor dat, na schriftelijke kennisgeving van burgemeester en wethouders, het huisnummer binnen vier weken na de kennisgeving, op aanwijzing van burgemeester en wethouders, wordt aangebracht. 4. Als het object nog niet in gebruik kan worden genomen, dan wordt het huisnummer binnen vier weken na het gereedkomen van het object aangebracht. 5. De rechthebbende zorgt ervoor dat het huisnummer goed zichtbaar is vanaf de openbare weg. 6. Het is verboden om zelf een huisnummer te geven of te plaatsen aan de openbare ruimte, een pand, verblijfsobject, ligplaats, standplaats of afgebakend terrein, tenzij op aanwijzing van burgemeester en wethouders.
Artikel 6 Wijzigen straatnaam of huisnummer 1.
Burgemeester en wethouders kunnen een straatnaam of huisnummer wijzigen waardoor de oude straatnaam of het huisnummer komt te vervallen. Een rechthebbende staat toe
dat het nieuwe straatnaambord of een huisnummer voor ten hoogste een jaar naast het vervallen straatnaambord of het huisnummer komt te hangen 2.
Burgemeester en wethouders nemen de nodige maatregelen om de lasten van de wijziging voor de betrokkenen zoveel mogelijk te beperken.
Artikel 7 Toezicht en strafbepaling 1. Burgemeester en wethouders wijzen toezichthouders aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van deze verordening. 2. Overtreding van artikel 4, lid 2 tot en met lid 4, en artikel 5, lid 2 tot en met lid 6, wordt bestraft met een geldboete van de eerste categorie.
Artikel 8 Overgangsbepaling Straatnamen en huisnummers die voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn toegekend blijven na inwerkingtreding van deze verordening bestaan.
Artikel 9 Intrekking De Verordening op de nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, ligen standplaatsen Utrecht van 26 juli 2006, kenmerk 2006, nr. 23, wordt ingetrokken. Alle eerdere gemeentelijke regels en voorschriften voor het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van objecten aan de openbare ruimte vervallen.
Artikel 10 Inwerkingtreding Deze verordening treedt de dag na bekendmaking in werking.
Artikel 11 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening adressen gemeente Utrecht.
Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]
De burgemeester,
De griffier,
Sharon A.M. Dijksma
Merel van Hall
1 Toelichting Verordening adressen gemeente Utrecht.docx
Toelichting Verordening adressen gemeente Utrecht Algemeen
In de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (hierna: Wet BAG) staan regels over de
methodische registratie van adresgegevens. Op grond van de Wet BAG heeft de gemeente de plicht om in de wet genoemde zaken voor de basisregistratie van een naam, nummer of
begrenzing te voorzien. De beslissingen hierover worden in beginsel door de gemeenteraad genomen, maar de gemeenteraad kan deze bevoegdheid ook delegeren aan het college van
burgemeester en wethouders. In deze verordening zijn de meeste van de bevoegdheden die in artikel 6 van de Wet BAG staan aan burgemeester en wethouders gedelegeerd.
In de Wet BAG staan geen regels over het creatieve proces dat aan de methodische
registratie voorafgaat. Gemeenten zijn vrij om namen te bedenken en deze toe te kennen aan woonplaatsen, delen van de openbare ruimte en de methode van het toekennen van nummers aan objecten. In gemeente Utrecht is er bijvoorbeeld een commissie
straatnaamgeving die adviseert over de toekenning van namen aan de openbare ruimte. Ook kunnen zaken in de verordening worden opgenomen waar de wet BAG niet in voorziet, bijvoorbeeld de afbakening van bouwblokken en de naamgeving van gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.
Belang van naamgeving en nummering (adressen)
Adressen hebben een belangrijke functie in het maatschappelijke verkeer. Dat geldt voor
hulpdiensten als politie, brandweer en ambulance die een adres moeten kunnen vinden bij een noodgeval, maar dat geldt ook voor postbedrijven, het notariaat en het bedrijfsleven.
Iedereen wil vindbaar zijn. Zonder goed sluitende informatie kunnen veel partijen hun werk niet goed doen. Daarnaast hebben burgers ook belang bij goede adressering van een woning, omdat ook zij in de regel vindbaar willen zijn.
In het openbaar bestuur vervullen adressen twee wezenlijke functies. Enerzijds is een groot deel van de registraties bij de overheid geordend/toegankelijk op alfanumerieke volgorde van adressen. Anderzijds zijn adressen nodig om selecties uit deze registraties te kunnen maken en te kunnen koppelen.
Gevolgen van wijziging van straatnamen en huisnummers
Bij de bevoegdheid tot naamgeving en nummering wordt zoveel mogelijk rekening
gehouden met de belangen van bewoners en bedrijven. Soms moet voor de gevolgen wat geregeld worden, dan kan het onder andere gaan om: 1.
Situaties waarin de tijd tussen het besluit tot wijziging en uitvoering van de wijziging
niet zo lang is en bewoners en bedrijven zich onvoldoende kunnen voorbereiden op de wijziging. Hoe langer deze periode is, hoe minder compenserende maatregelen genomen moeten worden.
2.
Als er sprake is van vergoeding van kosten, dan geldt geen algemene norm van de
hoogte of de vorm van de vergoeding. Bij een korte voorbereidingstermijn kan voor bewoners bijvoorbeeld gedacht worden aan adreswijzigingskaarten als
3.
schadeloosstelling.
Als bedrijven in hun belangen zijn geschaad door een te korte voorbereidingsperiode
(veelal een jaar) dan kan een deel van de kosten worden vergoed. Hierbij wordt onder andere rekening gehouden met:
- de bevoegdheid van de gemeente te besluiten tot een wijziging; - het maatschappelijk risico en het ondernemersrisico; - de lengte van de voorbereidingsperiode; - specifieke aspecten van het bedrijf;
- voorraad van (actuele) naar buiten gerichte producten/productieonderdelen; - het gemiddelde gebruik of de omzet per tijdsperiode van de voorraad; en
- de mogelijkheid van bedrijfseconomische en fiscale afschrijving van zaken.
Uitleg per artikel Artikel 1 Definities
In de Wet BAG staan deze verschillende definities ook genoemd, daar wordt in deze
verordening bij aangehaakt. Doordat het hier gaat om een autonome verordening zijn de definities in artikel 1 opgenomen. -
Nummeraanduiding: in de Wet BAG wordt gesproken over een nummeraanduiding. Deze
definitie wordt gebruikt, omdat bij ligplaatsen en standplaatsen niet van een huis – en
dus niet van een huisnummer - kan worden gesproken. Voor de leesbaarheid wordt in de verordening ook gesproken over een huisnummer, zodat men dan beter weet waar het over gaat. Hier dient zo nodig nummeraanduiding ingelezen te worden.
Artikel 2 Delegatie bevoegdheden
De bevoegdheden uit artikel 6 van de Wet BAG worden op één na aan burgemeester en wethouders gedelegeerd; dat is de bevoegdheid tot het indelen van de gemeente in
woonplaatsen en het vaststellen van de namen daarvan. De symbolische waarde van het
indelen van de gemeente in woonplaatsen, met soms ook een politieke lading, is zodanig dat deze bevoegdheid bij de gemeenteraad behoort te blijven. De te delegeren
bevoegdheden blijven binnen de grenzen die artikel 156 Gemeentewet aan de mogelijkheid tot delegatie stelt. Burgemeester en wethouders kunnen de vaststelling, toekenning en afbakening ook wijzigen en intrekken.
Artikel 3 Naamgeving openbare ruimte
De commissie straatnaamgeving wordt geraadpleegd door burgemeester en wethouders
voordat een naam wordt toegekend aan de openbare ruimte. Met dit artikel wordt deze al geruime tijd bestaande raadplegingspraktijk vastgelegd.
Artikel 4 Straatnaam en andere namen; aanbrengen en gedogen Lid 1
Het straatnaambord wordt zichtbaar in de openbare ruimte aangebracht. De kosten voor
het aanbrengen van een straatnaambord zijn voor de gemeente, evenals de kosten voor het onderhoud daarvan. Dit geldt, voor zover van toepassing, ook voor het onderschrift. De
gemeente stelt de rechthebbende van het object schriftelijk in kennis van het aanbrengen van een straatnaambord. Aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken kunnen andere namen worden toegekend. Dit zijn namen voor een vernoeming of aanduiding van een gebouw of bouwwerk, die niet als straatnaam te bestempelen zijn. Lid 2
Een rechthebbende op een zaak is verplicht het aanbrengen van een straatnaambord en
onderschrift toe te laten, en de aanwezigheid van de straatnaamaanduiding te gedogen.
Lid 3
Straatnaamborden moeten goed zichtbaar en in voldoende mate aanwezig zijn gelet op het algemeen maatschappelijk belang dat deze borden dienen. In veel gevallen worden straatnaamborden door, namens of op verzoek van de gemeente bevestigd aan
bouwwerken, gevels van gebouwen, terreinafscheidingen of paaltjes die op privéterrein
staan of daar worden geplaatst. Dit geldt ook voor een onderschrift bij een naambord, een wijkaanduiding of andere informatie. De rechthebbende zorgt ervoor dat het straatnaambord goed zichtbaar blijft vanaf de openbare weg. Lid 4
Het is verboden om zonder een besluit van burgemeester en wethouders straatnamen of
daaraan gelijkende namen aan de openbare ruimte toe te kennen door deze naam zichtbaar
aan te brengen. Hier kan handhavend tegen worden opgetreden, omdat het zelf aanbrengen van een straatnaam of daarop gelijkende naam tot verwarring kan leiden met de door de
gemeente toegekende straatnaam. Het staat iedereen vrij om een naam te geven aan een
onroerende zaak, zolang daardoor maar geen verwarring ontstaat met de door de gemeente toegekende straatnaam.
Artikel 5 Huisnummer; aanbrengen en gedogen Lid1
Het huisnummer wordt zichtbaar in de openbare ruimte aangebracht. De kosten voor het
aanbrengen zijn voor de rechthebbende van de zaak, tenzij de gemeente het huisnummer aanbrengt. Lid 2
De rechthebbende van een zaak is verplicht om het aanbrengen van een huisnummer te gedogen. Overigens is het in veel gevallen de eigenaar of rechthebbende zelf die het huisnummer aanbrengt, zie ook lid 3. Lid 3
Als een rechthebbende zelf een huisnummer aanbrengt dan moet hij ervoor zorgen dat aan de gemeentelijke voorschriften wordt voldaan, tenzij burgemeester en wethouders anders beslissen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij nieuwbouwprojecten waar vanwege
uniformiteit dezelfde nummering wordt gehanteerd. De rechthebbende wordt hiervan
schriftelijk in kennis gesteld. Een huisnummer is binnen vier weken aangebracht nadat het huisnummer is toegekend. Lid 4
Soms is al een huisnummerbesluit genomen, maar is het object, bijvoorbeeld een woning, nog niet gereed voor gebruik. In die gevallen is bepaald dat een huisnummer uiterlijk vier weken nadat het object wel gereed is (de woning is opgeleverd voor bewoning) wordt aangebracht. Lid 5
Het toegekende huisnummer wordt op een zodanige wijze aangebracht dat dit ter plaatse
vindbaar is en vindbaar blijft. Hierbij moet aan gemeentelijke voorschriften worden voldaan. Burgemeester en wethouders kunnen handhavend optreden om ervoor te zorgen dat een huisnummer vindbaar is en vindbaar blijft.
Artikel 6 Wijzigen straatnaam of huisnummer
Burgemeester en wethouders kunnen een straatnaam of huisnummer wijzigen waardoor de oude straatnaam of het huisnummer komt te vervallen en een nieuwe straatnaam of
huisnummer wordt toegekend. In dat geval kan worden bepaald dat de oude straatnaam of
het huisnummer voor ten hoogste een jaar naast de nieuwe straatnaam of het huisnummer blijft hangen, voordat de oude wordt verwijderd. Op die manier wordt zoveel mogelijk
voorkomen dat iemand die niet op de hoogte is van de wijziging zijn bestemming niet kan vinden.
3.3 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven en Rekenkamerbrief Sturing op bestemmingsreserves 1 20230316 Rekenkamerbrief_Sturing_op_bestemmingsreserves.pdf
Aan de gemeenteraad en het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Utrecht
Behandeld door
Vince van Houten
Datum
16 maart 2023
Doorkiesnummer
030 – 286 1391
Ons kenmerk
10880980
vince.van.houten@utrecht.nl
Onderwerp
Sturing op bestemmingsreserves
Bijlagen
Geachte leden van de raad en het college, Het budgetrecht is een van de oudste en belangrijkste rechten van de volksvertegenwoordiging. De gemeenteraad oefent zijn budgetrecht uit door de begroting vast te stellen. Hiermee machtigt de raad het college uitgaven te doen. Binnen de gemeente loopt op dit moment het traject “Begroting van de toekomst”, gericht op verbetering van de cyclus van sturen en verantwoorden. Het gaat er daarbij om het college en de organisatie beter in staat te stellen om te sturen en te verantwoorden, en de kaderstellende en controlerende rol van de raad te versterken. Ook binnen de Adviescommissie Controle & Financiën wordt over dit thema gesproken. In aansluiting hierop vragen wij aandacht voor de bestemmingsreserves, als onderdeel van de begroting. Bestemmingsreserves vormen namelijk een belangrijk onderdeel van de begroting. Eind 2021 bedroegen deze € 661 miljoen. Ter illustratie: de omvang van de totale begroting voor 2023 bedraagt ruim € 1,7 miljard. Het gaat bij bestemmingsreserves om geld dat de raad voor een specifiek beleidsdoel dat in de toekomst moet worden gerealiseerd – de bestemming – heeft gereserveerd. De gemeenteraad besluit hierover. De Rekenkamer Utrecht heeft een verkenning1 uitgevoerd naar de bestemmingsreserves van de gemeente Utrecht en de wijze waarop de gemeente hierop stuurt.
In deze brief presenteren we de belangrijkste uitkomsten van deze verkenning. We constateren dat het lastig is voor de raad om greep te krijgen op bestemmingsreserves. Dat wordt onder meer veroorzaakt doordat (nut en noodzaak van) veranderingen in deze reserves op een
1
Voor de verkenning zijn P&C documenten onderzocht en gesprekken gevoerd met de concerncontroller, de concernmanager Financiën, Juridische Zaken en Inkoop, de raadsadviseur Financiën, Control en Audit en de externe accountant.
1
manier worden toegelicht die voor de raad vaak niet duidelijk is. Onduidelijk is ook of afspraken over bestemmingsreserves door de ambtelijke organisatie altijd worden nagekomen. Omdat met bestemmingsreserves grote financiële bedragen zijn gemoeid, is het van belang dat de gemeenteraad goed in positie wordt gebracht om hierop te kunnen sturen. Tegelijkertijd kan de gemeenteraad ook zélf actief sturen op bestemmingsreserves. In deze brief geven we daartoe een aantal handvatten. Hieronder gaan we eerst in op het beleid ten aanzien van en de verschillende typen bestemmingsreserves die zijn te onderscheiden. Vervolgens geven we een beeld van de ontwikkeling van deze reserves. Daarna gaan wij in op de bevoegdheden die de raad heeft ten aanzien van bestemmingsreserves. We sluiten onze brief af met aandachtspunten en handvatten voor de raad om meer greep te krijgen op sturing en beheer van de bestemmingsreserves.
RESERVES: TYPEN, BELEID EN ONTWIKKELING Een reserve is een uitgestelde begrotingspost. Dat wil zeggen dat een deel van de beschikbare begrotingsruimte wordt gereserveerd om te dienen als financiële dekking voor toekomstige lasten. Stortingen in reserves zorgen ervoor dat middelen in de toekomst ook daadwerkelijk beschikbaar zijn. De keerzijde daarvan is dat die middelen niet meer beschikbaar zijn voor ander beleid. De begrotingsruimte neemt daardoor dus af. De financiële middelen in een reserve behoren tot het eigen vermogen van de gemeente. Op reserves is het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) – de landelijke regelgeving voor gemeentefinanciën – van toepassing. Het Utrechtse beleid voor reserves is verder uitgewerkt en vastgelegd in de Nota reserves (oktober 2019). De gemeenteraad stelt deze nota vast2. In het BBV worden twee hoofdcategorieën reserves onderscheiden: de algemene reserve en de bestemmingsreserves. De algemene reserve bestaat in Utrecht uit de algemene dekkingsreserve en de algemene risicoreserve. In de algemene dekkingsreserve worden incidentele middelen gereserveerd waarvan de toekomstige bestemming(en) nog niet door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Daarnaast wordt de algemene dekkingsreserve gebruikt voor egalisatie3 tussen de jaren van de meerjarenraming.
In de algemene risicoreserve worden middelen apart gezet om de financiële gevolgen van risico’s op te kunnen vangen. Alle andere reserves zijn bestemmingsreserves, hoewel ze niet altijd zo heten: Utrecht kent onder meer projectenreserves, kapitaallastenreserves en egalisatiereserves (zie bijlage 1 voor een toelichting). Gemeenschappelijk kenmerk van deze reserves is dat ze een specifiek, door de raad vastgesteld (beleids-)doel dienen. Financiële middelen mogen alleen aan de reserve worden onttrokken wanneer deze aan de realisatie van het (beleids-)doel worden besteed. Voor reserves gelden geen wettelijke restricties. De reserves mogen alleen niet negatief zijn. De gemeenteraad heeft daardoor (veel) vrijheid om over de reserves te beschikken en te 2
Gemeente Utrecht (2017). Financiële verordening gemeente Utrecht, art. 11. Jaarlijks wordt het rekeningresultaat in de algemene dekkingsreserve gestort, waarna het als ‘nog te besteden resultaat’ opnieuw beschikbaar komt bij de eerstvolgende Voorjaarsnota. 3
2
besluiten. Daarom richten we ons in deze verkenning op bestemmingsreserves. Naast reserves kent de begroting ook nog voorzieningen. Hieraan zijn allerlei wettelijke bepalingen en restricties verbonden4. Een voorziening is alleen toegestaan voor specifieke uitgaven in de toekomst die onvermijdelijk zijn. Ze hebben een verplicht karakter: de gemeente kan niet meer vrij over de middelen in de voorzieningen beschikken. De voorzieningen zijn daarom buiten deze verkenning gelaten. Bestemmingsreserves nemen gemiddeld in omvang toe Figuur 1 laat sinds 2015 1) de ontwikkeling van de totale omvang van de Utrechtse bestemmingsreserves, en 2) de ontwikkeling in het aantal Utrechtse bestemmingsreserves zien. Het totaal van de bestemmingsreserves is in omvang door de jaren heen stabiel gebleven, maar kent een uitschieter in 2021. Dit komt doordat in dat jaar een correctie heeft plaatsgevonden op de grondexploitatie Leidsche Rijn van € 143 miljoen5. Eind 2021 bedroeg het totaal van bestemmingsreserves € 661 miljoen. Het aantal bestemmingsreserves is afgenomen van 84 in 2015 naar 61 in 2021. Dat betekent dat de gemiddelde omvang van de bestemmingsreserves in die periode is toegenomen van € 6,3 miljoen in 2015 naar € 10,8 miljoen in 2021. Figuur 1
Ontwikkeling omvang en aantal bestemmingsreserves.6 100
600
80
500 400
60
300
40
AANTAL
OMVANG (IN MILJOENEN €)
700
200 20
100 0
0 2015
2016
2017
2018 Omvang
2019 Aantal
2020
2021
Gemeenteraad als enige bevoegd om over bestemmingsreserves te besluiten Omdat iedere bestemmingsreserve deel uitmaakt van de begroting is de gemeenteraad als enige bevoegd om daarover te besluiten. Dat moet altijd met een raadsbesluit worden bekrachtigd. De raad kan een reserve instellen, opheffen, verlengen en de bestemming ervan wijzigen. De kaders hierbij zijn vastgelegd in de Nota reserves. Het moment waarop de gemeenteraad besluit om een bestemmingsreserve in te stellen valt in de regel samen met de besluitvorming over de voorjaarsnota, de programmabegroting, één van de
4
Zie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Gemeente Utrecht (2022). Raadsbrief Meerjarige analyse gemeentelijke begroting en realisatie. 6 Rekenkamer Utrecht (2023) op basis van de Jaarstukken 2015 t/m 2021. 5
3
bestuursrapportages of de resultaatbestemming bij de jaarrekening. Ook kan via een zelfstandig raadsbesluit een reserve worden ingesteld. De gemeenteraad is als enige bevoegd om te besluiten over stortingen in en onttrekkingen aan reserves (mutaties). Mutaties worden per bestemmingsreserve begroot en toegelicht in de programmabegroting. Begrote mutaties in reserves kunnen gedurende het lopende jaar nog worden aangepast. Deze wijzigingen leiden tot een (tussentijdse) begrotingswijziging. Het moment waarop de gemeenteraad over mutaties besluit valt doorgaans samen met de eerdergenoemde momenten uit de P&C-cyclus. De gemeenteraad neemt in ieder geval besluiten over mutaties in de bestemmingsreserves 1) bij de programmabegroting over de begrote mutaties, en 2) bij de jaarstukken. Ieder programma heeft aan het eind van het jaar een financieel resultaat. Gelijktijdig met de jaarstukken volgt per resultaat een voorstel over dekking (bij een nadelig resultaat) of besteding (bij een voordelig resultaat). Dit houdt meestal in: onttrekkingen aan of stortingen in een bestemmingsreserve. De raad besluit over deze voorstellen. Een bestemmingsreserve dient in de regel7 een einddatum te kennen (de opheffingsdatum). Het moment waarop de raad besluit over de opheffing dan wel verlenging van een reserve valt samen met het besluit over de bestemming van het jaarresultaat.
De middelen in een bestemmingsreserve die gedurende vier opeenvolgende jaren niet is gebruikt (dus waarbij geen stortingen in of onttrekkingen aan de reserve hebben plaatsgevonden) moeten volgens de Nota reserves automatisch vrijvallen. De reserves moeten mede daarom ieder jaar kritisch worden beoordeeld op toereikendheid, nut en noodzaak. Dat zou bij de jaarafsluiting moeten gebeuren8. Een totaaloverzicht van alle reserves en de begrote en daadwerkelijke mutaties daarop wordt twee keer per jaar opgenomen in de programmabegroting en bij de jaarstukken. In het onderdeel ‘Toelichting reserves’ wordt per programma elke individuele reserve toegelicht. Het gaat dan om de aard, het doel, de begin- en eindstand en een specificatie van het verloop van de reserve.
STURING DOOR DE GEMEENTERAAD Op basis van onze verkenning stellen we in de eerste plaats vast dat toelichtingen op mutaties in bestemmingsreserves vaak sterk financieel-technisch zijn geformuleerd. Nut en noodzaak van deze mutaties zijn daarmee voor de gemeenteraad vaak niet helder en niet goed navolgbaar. Daarnaast stellen we vast dat onduidelijk is of bestaande voorschriften en 7
De looptijd van een reservering in kapitaallastenreserve is gekoppeld aan de afschrijvingstermijn van de desbetreffende investering. Wanneer de investering aan het eind van haar levensduur volledig is afgeschreven, dan is ook de kapitaallastenreserve opgebruikt en deze houdt dan op te bestaan. 8 Vóór het opstellen van de jaarstukken worden de financiële resultaten bepaald en de afwijkingen ten opzichte van de begroting geanalyseerd en verklaard. Op dat moment moeten de reserves worden beoordeeld aan de hand van de kaders en criteria uit de Nota reserves (2019) en de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen (2019).
4
afspraken over (de omgang met) bestemmingsreserves altijd worden nageleefd. Daardoor wordt de gemeenteraad niet optimaal in positie gebracht om over bestemmingsreserves te kunnen besluiten. Deze twee constateringen lichten we hieronder toe. Constatering 1: Toelichtingen op mutaties moeilijk navolgbaar We gaven hiervoor aan dat bij een mutatie op een reserve moet worden toegelicht hoe en waarom een (begrote) onttrekking aan of storting in die reserve noodzakelijk is. Deze toelichtingen zijn erg financieel-technisch geformuleerd. Ze zijn voor de gemeenteraad daardoor vaak niet goed navolgbaar. Een voorbeeld daarvan is een deel van de toelichting op het begrote verloop in 2022 van de reserve ‘Stadskantoor’ van programma Utrechts Vastgoed. In de programmabegroting 2022 valt het volgende te lezen: “De jaarlijkse dotatie bestaat uit prijscompensatie van 1,5% over de kapitaallasten van zowel gebouw, grond als gebruiksinvesteringen van het Stadskantoor. (…) In totaal wordt in 2022 1,284 miljoen euro toegevoegd aan de reserve. De werkelijke onderhoudskosten voor het Stadskantoor [worden, RKU] in de loop van het jaar bepaald op basis van het MJOP en onttrokken aan de reserve.”9 Daarnaast is in geval van overbesteding (daadwerkelijke uitgaven overstijgen de begrote uitgaven) de toelichting vooral gericht op het ‘wat’ (er is een overschrijding) maar niet op het ‘waarom’ (hoe komt dat?).
Een voorbeeld daarvan is te vinden in de toelichting op het verloop van diezelfde reserve, ‘Stadskantoor’: “(…) De werkelijke onderhoudskosten voor het Stadskantoor worden bepaald op basis van het MJOP en onttrokken aan de reserve. In 2021 is hiervoor 0,179 miljoen euro begroot en onttrokken. Echter de werkelijke onderhoudskosten waren in 2021 0,652 miljoen euro. Dit is 0,455 miljoen euro meer dan begroot. De extra gemaakte kosten zullen door middel van een bestedings- en dekkingsvoorstel nog aan de reserve onttrokken worden”.10 De feitelijke overschrijding wordt weliswaar benoemd, maar in de toelichting wordt voor raadsleden niet inzichtelijk gemaakt waarom deze heeft plaatsgevonden. Dat terwijl de gemeenteraad vervolgens wel wordt gevraagd om het tekort te dekken door middelen aan de reserve te onttrekken. Een vergelijkbaar voorbeeld biedt de bestemmingsreserve Energieneutraal Kernvastgoed. Deze is in 2018 ingesteld om de extra kosten die gemoeid gaan met het energieneutraal maken van gemeentelijke gebouwen te kunnen afdekken11. We hebben eerder vastgesteld dat tot 2022 twee gebouwen daadwerkelijk zijn verduurzaamd12. De additionele kosten hiervan zouden zichtbaar moeten zijn in onttrekkingen aan de bestemmingsreserve. De enige onttrekking die we hebben kunnen vaststellen wordt benoemd in de Jaarstukken 2020.
Daar wordt aangegeven dat er sprake is van “(…) 0,219 miljoen euro hogere lasten dan begroot door kosten in het kader van de versnellingsopgave energieneutraal kernvastgoed. Bij de bestedings- en dekkingsvoorstellen stellen wij voor dit te bedrag uit de reserve Energieneutraal 9
Gemeente Utrecht (2021). Programmabegroting 2022, p. 479. Gemeente Utrecht (2022). Jaarstukken 2021, p. 591. 11 Gemeente Utrecht (2018). Coalitieakkoord Ruimte voor Iedereen, p. 48. 12 Rekenkamer Utrecht (2022). Onbegonnen werk. Onderzoek naar de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed in Utrecht. 10
5
Kernvastgoed te onttrekken”.13 Waardoor deze kosten worden veroorzaakt, wordt nergens toegelicht. Bovenstaande voorbeelden illustreren dat het de raad ontbreekt aan goed navolgbare en volledige informatie om een onderbouwde afweging te maken over voorgestelde (begrote) mutaties. Vertegenwoordigers van de ambtelijke organisatie herkennen het punt dat toelichtingen op mutaties vaak erg financieel-technisch worden geformuleerd. Er worden dan ook sessies gehouden met de mensen (met name de beleidsinhoudelijke werknemers) die binnen de programma’s verantwoordelijk zijn voor de toelichtingen met het doel om dit in de toekomst te verbeteren. Wij vinden het belangrijk dat ook de gemeenteraad hier aandacht voor heeft, om ervoor te zorgen dat deze inspanningen daadwerkelijk leiden tot zichtbare verbetering. Constatering 2: Onzeker of voorschriften en afspraken altijd worden nageleefd Alle reserves moeten volgens de Nota reserves jaarlijks worden beoordeeld op toereikendheid, nut en noodzaak. Bij het instellen van reserves worden ook andere, specifieke afspraken gemaakt. Op basis van gevoerde gesprekken concluderen we dat het onduidelijk is of deze afspraken altijd worden nageleefd. Binnen de ambtelijke organisatie geeft men bijvoorbeeld aan dat reserves vrijwel nooit vrijvallen omdat ze vier jaar lang ‘stilstaan’ – wat wel de afspraak is.
Men is er niet zeker van of dat komt doordat reserves inderdaad zelden vier jaar stilstaan óf omdat er vanuit de organisatie onvoldoende op de afspraken wordt getoetst. Uit onze verkenning blijkt dat de bestemmingsreserve ‘Toeristische stadspromotie’ (saldo € 286.000) van 2018 tot en met 2021 niet is gemuteerd14. De middelen in deze reserve zijn echter niet vrijgevallen. Er zijn dus bestemmingsreserves waarvan de financiële middelen volgens de geldende regels zouden moeten vrijvallen. De gemeenteraad kan deze middelen aanwenden voor de realisatie van andere beleidsdoelen. Daarvoor moet de raad allereerst beschikken over informatie of de afspraken over bestemmingsreserves worden nagekomen. Handvatten voor de gemeenteraad De gemeenteraad kan zélf ook actief op bestemmingsreserves sturen. Daartoe geven wij een aantal handvatten mee: ▪ Let vooral op de (begrote) ontwikkeling van een bestemmingsreserve. Reserves die alsmaar ongewijzigd blijven of juist steeds blijven toenemen (met uitzondering van egalisatie- en risicoreserves) kunnen financiële middelen bevatten die (uiteindelijk) niet worden gebruikt. Deze middelen kunnen ook voor een ander beleidsdoel of uitvoeringsproject worden ingezet; 13 14
Gemeente Utrecht (2021). Jaarstukken 2020, p. 327. Op basis van de Jaarstukken 2018 t/m 2021 van de gemeente Utrecht.
6
▪
▪
Hetzelfde geldt voor reserves waarvan de daadwerkelijke mutaties (jaarstukken) regelmatig hoger zijn dan de begrote mutaties (programmabegroting). Dat kan erop duiden dat het de ambtelijke organisatie niet lukt om alle gestelde doelen binnen de budgettaire kaders te realiseren. Dat kan voor de raad een aanleiding zijn om met het college over deze doelen in gesprek te gaan en deze eventueel bij te stellen; Raadsleden hebben ook de mogelijkheid om de beleidsdoelstelling en noodzaak van een bestemmingsreserve ter discussie te stellen. Wil de gemeente Utrecht verder werken aan het realiseren van een bepaald beleidsdoel, en/of is een bestemmingsreserve daarvoor nog écht nodig? Zo nee, dan kan de raad kiezen de bestemming van de reserve te wijzigen, of om het geld vrij te laten vallen zodat het aan een ander beleidsdoel kan worden besteed.
TOT SLOT Wij hebben u met deze brief een aantal aandachtspunten willen meegeven die u in staat kunnen stellen meer greep te krijgen op de bestemmingsreserves van de gemeente Utrecht. Ook de rekenkamer blijft het beleid rondom bestemmingsreserves en de uitvoering daarvan actief volgen.
Met vriendelijke groet,
drs. P.W.D. Venhoeven Voorzitter Rekenkamer Utrecht
7
BIJLAGE 1: OVERZICHT BESTEMMINGSRESERVES Zoals we in de hoofdtekst uiteen hebben gezet kent de gemeente Utrecht twee hoofdcategorieën reserves: de algemene reserve en de bestemmingsreserves. Tabel 1 hieronder bevat een overzicht van alle typen bestemmingsreserves die de gemeente Utrecht kent. Eén van die typen heeft (verwarrend genoeg) dezelfde naam (bestemmingsreserve) als de hoofdcategorie waartoe deze behoort. Een bestemmingsreserve in Utrecht kan daarmee dus een type ‘bestemmingsreserve’ zijn of één van de andere vijf typen. In tabel 1 lichten we ook de mate van relatieve vrije ruimte toe per type bestemmingsreserve. In de praktijk wordt vaak onderscheid gemaakt tussen 'vrije' bestemmingsreserves en 'gebonden' bestemmingsreserves. Gebonden reserves zijn weliswaar nog steeds vrij besteedbaar, maar het wijzigen van de bestemming heeft wél directe gevolgen voor de exploitatie. De kapitaallastenreserve, maar ook de egalisatiereserves en risicoreserves zijn hier voorbeelden van.
Tabel 1
Overzicht Utrechtse bestemmingsreserves
Type reserve
Definitie
Eindstand 2021 (totaal)
Mate van relatieve vrije ruimte
Bestemmingsreserve
Wordt ter realisatie van een bepaald (beleids-)doel ingesteld. Financiële middelen die in de reserve worden gestort maken de realisatie van het (beleids)doel mogelijk.
€ 331 miljoen
Voor dit type bestemmingsreserves is het lastig om in generieke zin een uitspraak te doen over de vrije ruimte. Er moet per reserve gekeken worden naar de onderliggende taken en afspraken m.b.t. de middelen. Zo bevat de reserve BW/MO rijksmiddelen voor een wettelijke taak. Bij het meerjarenperspectief onderwijshuisvesting gaat het om de afspraken die zijn gemaakt met de schoolbesturen. Het al dan niet vormen van een reserve is niet aan wettelijke restricties verbonden, maar de afspraken die over de middelen zijn gemaakt kunnen wel een ten opzichte van derden verplichtend karakter hebben.
Egalisatiereserve
Middelen in deze reserve € 25 miljoen worden gebruikt om schommelingen in bepaalde baten of lasten tussen jaren te egaliseren. De vraag naar bijvoorbeeld bouwvergunningen kan van jaar tot jaar sterk verschillen. De egalisatiereserve ‘bouwleges’ egaliseert de schommelingen tussen jaren.
Egalisatiereserves dienen ter egalisatie van schommelingen in baten en/of lasten om te voorkomen dat kostendekkende tarieven grillig fluctueren. Opheffen van deze reserves leidt dus tot een fluctuatie van tarieven of extracomptabele administraties om een goede tariefstelling te kunnen bepalen en te kunnen aantonen dat die hooguit kostendekkend is over de jaren heen.
8
Overige risicoreserve
Binnen een beleidsprogramma mag een risicoreserve worden gevormd ter beheersing van risico’s die opgenomen zijn in het risicomodel conform de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen. Als de verwachte omvang van een risico binnen het programma niet kan worden ingeschat, dan mag een risicoreserve worden gevormd.
€ 17 miljoen
Het opheffen van een risicoreserve leidt ertoe dat het risico moet worden meegewogen bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit. Het opheffen van een risicoreserve kan dan leiden tot een mogelijk hogere algemene risicoreserve. In dat geval ontstaat geen extra vrije bestedingsruimte.
Projectenreserve
Een projectenreserve is gekoppeld aan een meerjarig investeringsprogramma. Hierin kunnen financiële middelen worden gereserveerd voor projecten in de toekomst.
€ 5 miljoen
Bestemming hiervan kan over het algemeen worden gewijzigd. Dit heeft uiteraard wel mogelijk gevolgen voor de investeringsprojecten waarvoor de middelen waren gereserveerd.
€ 275 miljoen
De toekomstige kapitaallasten (rente en afschrijving) van reeds gepleegde investeringen zijn onontkoombaar en er is in de door de gemeenteraad vastgestelde systematiek geen sprake van vrije ruimte. In de nota reserves is expliciet bepaald dat het niet mogelijk is om de bestemming van de kapitaallastenreserve te wijzigen of het saldo ervan af te romen zonder de meerjarenbegroting aan te tasten.
Kapitaallastenreserve Dient ter dekking van rente(activareserve) en afschrijvingslasten gedurende de hele levensduur van een gedane investering. Het gaat dan alleen om dekking van dat deel van de kapitaallasten die niet al op een andere manier gedekt zijn (door bijvoorbeeld huuropbrengsten). Een kapitaallastenreserve kan gekoppeld zijn aan slechts één project. De bestemming van de reserve is onveranderlijk: op het moment dat de investering is gedaan zijn de rente- en afschrijvingslasten onontkoombaar.
9
Onderhoudsreserve
Kosten van onderhoud aan gemeentelijke eigendom worden normaal gesproken ten laste van de exploitatie geboekt. De gemeenteraad kan ervoor kiezen om voor specifieke onderhoudskosten een onderhoudsreserve in te stellen. De onderhoudskosten mogen dan ten laste van de reserve worden gebracht.
10
€ 8 miljoen
Het staat de gemeenteraad vrij om een onderhoudsreserve op te heffen of juist verder op te hogen. Opheffen van de onderhoudsreserve betekent wel dat de kosten van dat toekomstig onderhoud waarvoor was gereserveerd ten laste van de exploitatie komen.
1 Overzicht raadsbrieven 16 februari tot en met 28 maart 2023.docx
Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 30 maart 2023 Ingekomen raadsbrieven 16 februari t/m 29 maart 2023 Nr.
Beleidsveld
Datum
Onderwerp
1
09-03-2023
Openbare Orde en
Raadsbrief Demonstratierecht in Utrecht
Veiligheid 2
08-03-2023
Openbare Orde en
Raadsbrief Verkenning samenwerking buurgemeenten
Veiligheid
aanpak straatintimidatie
3 4
01-03-2023
Burgerzaken
Raadsbrief Deel stempassen niet bezorgd
5
24-02-2023
Financiën
Raadsbrief Tegemoetkoming energiekosten maatschappelijke organisaties
6
21-02-2023
Financiën
Eerste reactie op bespreeknotitie Werkwijze bij financiële dekkingsvoorstellen
7
21-03-2023
Personeel en
Raadsbrief Benchmarkonderzoek boa-functies
Organisatie 8
21-03-2023
Personeel en
Raadsbrief uitvoeringsfout postverwerking
Organisatie 9
22-03-2023
Participatie
Raadsbrief Focus en koers herijking Samen stad maken
Aandachtspunt
Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 30 maart 2023 Ingekomen raadsbrieven 16 februari t/m 29 maart 2023
4 Verslagen 1 ConceptverslagCommissieVBF2023-02-23.doc
Griffie Gemeenteraad Utrecht Secretariaat raadscommissie Mens & Samenleving Postadres Postbus 16200 3500 CE Utrecht Telefoon 030 - 286 10 69 Fax 030 - 286 15 18 www.utrecht.nl/gemeenteraad
VERSLAG OPENBARE VERGADERING COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIËN D.D. 23 FEBRUARI 2023 [Typ hier]
Datum verslag Locatie Verslag door Vaststelling verslag
10
20
2 maart 2023 Stadhuis, de stadhuishal Geertjan Benus (Notutekst) april 2023
Aanwezigen: Ochtendvergadering De voorzitter, de heer R. Peters, en van het college de burgemeester mevrouw S. Dijksma (burgemeester), en voorts de leden: mevrouw M. Fattal (GroenLinks), de heer M. Koning (D66), de heer D. van Bergen (ChristenUnie), mevrouw I.Raaijmakers (PvdA), de heer H. Dijkstra (CDA), mevrouw J. Zwinkels (CDA), mevrouw T. Meerding (VVD), de heer V. Stevens (Student & Starter), de heer G. Dijkstra (EenUtrecht), mevrouw L. Snippe (Partij voor de Dieren), mevrouw S. Nolten (Bij1), de heer R. Maas (VOLT) de heer M. Sungur (DENK) en van de griffie de commissiegriffier de heer J. Schueler en de commissiesecretaris. Middagvergadering De voorzitter, de heer H. Bakker, en van het college de burgemeester mevrouw Dijksma en de wethouder mevrouw L. Voortman en voorts de leden: mevrouw M. Fattal (GroenLinks), de heer M. Koning (D66), mevrouw V. Dada-Anthonij (D66), de heer D. van Bergen (ChristenUnie), de heer V. Stevens (Student & Starter), mevrouw E. Kendir (Student & Starter), mevrouw J. Zwinkels (CDA), de heer B. van Steeg (CDA), mevrouw T. Meerding (VVD), mevrouw M. Ramaker (VVD), de heer G. Dijkstra (EenUtrecht), mevrouw S. Nolten (Bij1), mevrouw N. Oui Fakir (Bij1), de heer R. Maas (VOLT), mevrouw L. de Vries (Partij voor de Dieren), de heer M. van Heuven (Partij voor de Dieren ), de heer M. Sungur (DENK), de heer C.
Bos (Stadsbelang Utrecht), en van de griffie de commissiegriffier de heer J. Schueler en de commissiesecretaris.
30
40
Avondvergadering De voorzitter, de heer R. Peters, en van het college de burgemeester Dijksma en wethouder mevrouw Schilderman en voorts de leden: mevrouw M. Fattal (GroenLinks), mevrouw M. Hellevoort (GroenLinkjs), de heer M. Koning (D66), de heer J. Vasters (D66), de heer R. van der Zweth (PvdA), de heer D. van Bergen (ChristenUnie), mevrouw E. Kendir (Student & Starter), de heer B. van Steeg (CDA), mevrouw S. Nolten (Bij1), mevrouw T. Meerding (VVD), de heer R. Maas (VOLT), de heer G. Dijkstra (EenUtrecht), de heer M. van Heuven (Partij voor de Dieren ), mevrouw M. Ramaker (VVD), de heer C. Bos (Stadsbelang Utrecht), en van de griffie de commissiegriffier de heer J. Schueler en de commissiesecretaris. Verslag openbare vergadering commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 23 februarii 2023
Aanwezigen: ............................................................................................................- 1 Pagina 1 van 92
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 23 februari 2023
50
1. Opening en mededelingen...................................................................................- 2 1.a Heropening ........................................................................................................- 2 1.a Heropening ........................................................................................................- 2 2. Vaststellen van de agenda van 23 februari 2023 ..............................................- 2 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen.........................................................- 2 4. Vaststellen verslagen ........................................................................................- 4 4. Vaststellen verslagen ........................................................................................- 4 5. Toezeggingen/moties ........................................................................................- 4 6. Ingekomen stukken (afdoeningsvoorstellen) onder het werkterrein van de commissie ................................................................................................................- 4 7. Raadsvoorstel Veiligheidsagenda 2023 - 2026 .................................................- 4 8. Raadsbrief Regionale Veiligheidsstrategie......................................................- 28 9.
Raadsbrief analyse en Integrale aanpak plein onder het bollendak................- 32 10. Raadsbrief Uitspraak Rechtbank inzake online gebiedsverbod ......................- 52 10.1 Raadsbrief beslissing op bezwaar online Gebiedsverbod .............................- 52 11. Raadsbrief Uitgangspunten verbetering Sturen en verantwoorden.................- 78 -
60 Ochtendvergadering 23 februari 2023
1. Opening en mededelingen De voorzitter, de heer Peters, opent de vergadering omstreeks 10.00 uur en heet iedereen welkom. De heer Bosch van de PVV heeft zich afgemeld.
70
Mededelingen vanuit de commissie Mevrouw Raaijmakers vervangt mevrouw Assen. De voorzitter informeert de commissie over een raadstoets die in de komende periode wordt uitgevoerd op onder andere het programma Bewoners en Bestuur. De raadsrapporteurs Ruud Maas, Gert Dijkstra en Fred Dekkers roepen de raadsleden op vóór 14 maart aanstaande onderzoeksonderwerpen voor de Raadstoets aan te leveren via de commissiegriffier. Mededelingen vanuit het college Geen.
80
Middagvergadering 1.a Heropening De voorzitter, de heer Bakker, heropent de vergadering omstreeks 14.00 uur en heet iedereen welkom. Hij stelt voor in het middagdeel de agendapunten 8, 9 en 10 te behandelen en dan 11 te behandelen in het avonddeel. De commissie neemt daarvan kennis. Avondvergadering 1.b Heropening De voorzitter, de heer Peters, heropent de vergadering omstreeks 20.00 uur en heet iedereen welkom.
90
2. Vaststellen van de agenda van 23 februari 2023 Aldus conform vastgesteld. De heer Van Bergen (ChristenUnie) merkt op te hebben meegeagendeerd met het punt over het Bollendak. De voorzitter neemt daarvan nota en voegt zijn naam toe. 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen Pagina 2 van 92
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 23 februari 2023
De voorzitter licht toe dat de punten 3.1, 3.2 en 3.3 hiermee zijn vastgesteld. 3.1 Openbare Orde en veiligheid Raadsvoorstel Beleidskader cameratoezicht 2023-2026 Het voorstel is een commissievergadering van 120 minuten. 100
3.2 Personeel en Organisatie Raadsbrief Digitale stad (D66, GL, PvdA, CDA, CU, VVD, PvdD, VOLT, S&S) Het voorstel is een raadsinformatiebijeenkomst van 60 minuten op 21 maart. 3.3 Participatie Rapport Rekenkamer Utrecht: ‘Horen, zien en samen door’ (PvdA, EenUtrecht, D66, CU, S&S, CDA, GL)
110
120
130
140
3.4 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt voor de Aanpak Etnisch Profileren te agenderen. Er komen ook nog een actieplan en een voortgangsrapportage. Wanneer die voor de zomer zal komen, zou hij die samen willen behandelen. De voorzitter gaat na of die mogelijkheid er is. Burgemeester Dijksma deelt in de loop van de bespreking van dit agendapunt mee dat de gevraagde stukken mogelijk medio juni komen en dat de commissie die dan niet meer kan bespreken voor de zomer. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt voor dan de toezending van de stukken af te wachten en deze agendering te parkeren. De overige commissieleden die mee agendeerden, gaan daarmee akkoord. De voorzitter besluit na overleg de stukken aan de voorraad toe te voegen. De heer Maas (VOLT) zou graag de raadsbrief eerste reactie op de bespreeknotitie Werkwijze Financiële Dekking op een ander moment willen bespreken dan het voorgestelde. Hij heeft nauwelijks kans gekregen om dat stuk te bestuderen. De volgende partijen sluiten zich daarbij aan: de ChristenUnie, de VVD, CDA , Bij1. De voorzitter stelt voor, voor deze raadsbrief 45 minuten te reserveren. Hij verzoekt de agenderende partijen de tekst voor de agendering aan te leveren.
Mevrouw Snippe (Partij voor de Dieren) wil de raadsbrief Handhavingsprogramma 2023 agenderen voor de commissie en zij motiveert haar voorstel als volgt: de prioriteit die een aantal jaren geleden werd gegeven aan handhaving op illegale kap en boombescherming ziet zij als doelstelling niet meer terug in het huidige programma. Ze wil daarnaast ook nog een aantal andere punten meegeven. Enkele andere partijen hebben aangegeven ook input te willen leveren: Utrecht Solidair, EenUtrecht, de PVV, en het CDA. Zij verneemt ter vergadering dat ook D66 hierin interesse heeft en verneemt van de heer Koning dat D66 overweegt mee te agenderen. Wanneer dat besluit in de fractie is gevallen zal hij dat laten weten aan de commissiegriffier. Ook de VVD overweegt mee te agenderen en wacht het resultaat van het intern beraad af. Mevrouw Nolten (Bij1) deelt mee dat dit ook geldt voor haar fractie. De heer Van Bergen (ChristenUnie) deelt mee dat zijn fractie alle veiligheidsprioriteiten gelijktijdig wil bespreken. Wanneer dat tot de mogelijkheden behoort, agendeert hij graag mee.
Pagina 3 van 92
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 23 februari 2023
Mevrouw Snippe (Partij voor de Dieren) vindt het prima. Zij levert vandaag de agendering aan vanuit haar fractie. Zij stelt voor dat partijen voor uiterlijk maandag een aanvulling daarop doen. De voorzitter stelt voor hiervoor 75 minuten uit te trekken en verneemt dat de commissie daarmee akkoord gaat.
150
4. Vaststellen verslagen Conceptverslag vergadering 26 januari 2023 Het verslag wordt gewijzigd vastgesteld. De heer Van Bergen (ChristenUnie) merkt op dat onder agenderingen ter plaatse 3.4.3 “Onderdak” “Bollendak” moet zijn. De voorzitter stelt het verslag met deze wijziging vast. 4.1 Verslag adviescommissie controle en financiën 15 december 2022 De commissie neemt dit verslag ter kennisgeving aan.
160
170
5. Toezeggingen/moties Lijst toezeggingen-moties-brieven VBF d.d. 15 februari 2023. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) deed eerder bij de commissie VOWE navraag naar wanneeer de raad meer hoort over de motie die een jaar geleden is ingediend (Voor 14 euro per uur als minimumloon bij de gemeente). Zij vernam dat dit onderwerp overgeheveld zou worden naar de commissie VBF. Zij ziet dit nu niet terug op deze lijst en hij staat nog steeds op de lijst bij VOWE. Zij vraagt hoe het staat met de update en zij merkt op dat hij toegevoegd moet worden aan de lijst voor VBF. De voorzitter merkt op dat dit valt onder de portefeuille van wethouder Streefland. Burgemeester Dijksma is daarover niet geïnformeerd. De voorzitter deelt mee dat dit punt is genoteerd. Hierop wordt later teruggekomen. 6. Ingekomen stukken Geen. 7. Raadsvoorstel Veiligheidsagenda 2023 - 2026
180
Burgemeester, Openbare Orde en Veiligheid Het college verzoekt de gemeenteraad de ‘Veiligheidsagenda 2023-2026’ vast te stellen. De komende vier jaar is er vanuit de gemeente, (veiligheids)partners, inwoners en ondernemers extra aandacht voor kansengelijkheid, jeugd en jongvolwassenen (12-27 jaar) en weerbaarheid en worden de volgende 4 prioriteiten gesteld: Veiliger Wijken, Tegengaan van maatschappelijke onrust, het voortvarend verder uitvoeren van de eind 2021 door de raad vastgestelde nota Grenzen stellen perspectief bieden (tegengaan van ontwrichtende effecten van drugsgerelateerde criminaliteit), Vergroten digitale veiligheid en online weerbaarheid.
De voorzitter deelt mee dat dit punt ervoor bedoeld is om als commissie in debat te gaan met elkaar voordat daarover besluitvorming plaatsvindt. Dit voorstel wordt in twee termijnen besproken.
190
De commissie De heer Koning (D66) noemt veiligheid voor Utrechters een eerste levensbehoefte. Om die reden vindt hij het goed opnieuw de Veiligheidsagenda vast te stellen. Het gaat daarbij om de groei van zowel het gevoel van veiligheid als de daadwerkelijke veiligheid. Hij gaat in op de doelen in de Veiligheidsagenda. Hoe jongeren de kans te geven om afscheid te nemen van het criminele circuit met minder kans op herhaling. D66 kan Pagina 4 van 92
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 23 februari 2023
200
210
220
230
240
zich daar volledig achter scharen. Wat hem betreft moet iedereen de kans krijgen iets van zijn of haar leven te maken. Op die manier maakt het stadsbestuur de stad samen veiliger. Het stadsbestuur is afhankelijk van capaciteit als het gaat om het creëren van veiligheid en het behouden van veiligheid. Hij noemt het tekort aan veilige plekken en sociale woonruimte om mensen op te vangen. Op welke manier worden de beschikbare middelen ingezet om de gestelde doelen te behalen? Tijdens een bijeenkomst in de raad leerde hij dat bemoeizorg voor sommige doelgroepen beter werkt dan repressie. Vanuit die zorgbenadering werd de aanraking met politie tot 75% teruggedrongen. Hij stelt voor bemoeizorg vaker en nuttiger in te zetten om aldus de druk op de politie te verminderen met het oog op de capaciteitstekorten. Hij krijgt hierop graag de reactie van de burgemeester. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt hoe D66 aankijkt tegen het vorige veiligheidsplan waarin Zorg en Veiligheid een van de prioriteiten was. Zij vraagt of D66 zich kan vinden in het geven van prioriteit aan zorg, gehoord zijn inbreng. De heer Koning (D66) vraagt de burgemeester of bemoeizorg geïntensiveerd kan worden door dit programma uit te voeren. Daarmee schaart hij zich achter de vraag van mevrouw Raaijmakers. Hij ziet mogelijkheden om winst te behalen uit het brengen van zorg naar het veiligheidsdomein.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of D66 van mening is dat dit expliciet als prioriteit benoemd moet worden. De heer Koning (D66) wacht daarvoor de reactie van de burgemeester af. Wanneer gezamenlijk tot die conclusie gekomen wordt, kan hij daarvoor een voorstel doen. Hij vervolgt zijn inbreng in zijn termijn. Hij vraagt naar de wijze waarop het budget verdeeld wordt vanuit de coalitie en vanuit het Rijk. Hij vraagt waar het geld voor de Veiligheidsagenda naar toe gaat; welk doel valt onder welk budget? Is er geld beschikbaar voor de aanpak van jonge aanwas. Hij wil dit graag weten voordat de raad dit plan gaat vaststellen. Hij vindt dat de gevolgen van de maatschappelijke onrust die voortkomt uit de oorlog in Oekraïne en de klimaatcrisis niet moet worden tegengegaan. D66 onderstreept nadrukkelijk dat de organisatie van demonstraties een groot goed is, zoals dat is verwoord in de Veiligheidsagenda, ook al zijn die demonstraties het gevolg van maatschappelijke onrust. D66 ziet wel dat maatschappelijke onrust kan leiden tot radicalisering, intimidatie en criminele activiteiten. Hij noemt het belagen van Sigrid Kaag door demonstranten met fakkels in het afgelopen weekend. Dit mag niet normaal gevonden gaan worden. D66 ziet de beleidsdoelstelling van het tegengaan van maatschappelijke onrust graag aangescherpt, bijvoorbeeld door toe te voegen “..
wanneer dit leidt tot criminele activiteiten of voortkomt uit criminaliteit”. Hij krijgt hierop graag de reactie van de burgemeester. Als het gaat om het tegengaan van criminaliteit is samenwerking met de politie en met de wijkagenten essentieel. Zij houden de stad veilig. Daarom vraagt hij zich af hoe de agenten tegen de Veiligheidsagenda aankijken. Hebben daarover gesprekken plaatsgevonden met de agenten? Zijn daarvan verslagen? Mevrouw Nolten (Bij1) vraagt waar D66 de zorg wil beleggen; ook bij de politie of bij andere functionarissen? De heer Koning (D66) denkt aan organisaties zoals Fit Lister. Die zijn uitstekend in staat tot een stukje aanvulling en zijn vaak daarin meer gespecialiseerd dan agenten.
Pagina 5 van 92
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 23 februari 2023
250
260
270
280
De bemoeizorg kan op die manier de druk op de capaciteit bij de politie verlichten. Ook daar zijn tekorten, ook daar is het moeilijk om personeel te vinden. Mevrouw Nolten (Bij1) hoort de heer Koning zeggen “een stukje van de sleutel”. Dit is wat haar betreft de Sleutel. Zij vraagt of de heer Koning zich daarin kan vinden. De heer Koning (D66) denkt altijd de inzet van politieagenten nodig te hebben. Zijn fractie ziet ook dat agenten heel vaak een waardevolle bijdrage leveren in de sfeer van zorg, in het even omkijken naar mensen. Er zijn wijkagenten die extra aandacht geven aan kwetsbare personen. D66 vindt dat het hand in hand moet gaan. Hij vervolgt zijn inbreng met in te gaan op private camera's, zoals deurbelcamera’s of camera's in auto's. Die camera's mogen volgens de wet niet gericht worden op de openbare ruimte. Hij heeft geen follow-up gezien vanuit het college op de gemaakte afspraken. Hij legt de vraag voor of het nodig is om in deze agenda daaraan nog enkele zinnen te wijden. Mevrouw Meerding (VVD) vraagt of de heer Koning de angst onder de bevolking begrijpt nu de gemeente niet méér camera’s plaatst en dat ze daarom zelf camera’s plaatsen. De heer Koning (D66) ziet dat er vraag naar is. Zijn fractie is er niet mee eens dat dat de oplossing is. Zij was daar steeds kritisch op. De coalitie doet daar wel iets mee zo staat het ook in het akkoord.
D66 is niet blij met de gemaakte afspraken over de uitbreiding van het aantal camera's. Binnenkort zal de raad daarover spreken; daarvoor ligt een concreet beleidskader voor. Mevrouw Meerding (VVD) merkt op dat het resultaat van die afspraken nog niet voldoet aan de wens van de bewoners. Zij is benieuwd hoe de heer Koning daarop reflecteert. Zij vraagt waarom niet gewoon naar de bewoners wordt geluisterd en gemeentelijke camera's worden geplaatst. De heer Koning (D66) licht toe dat zijn fractie ziet dat er ook heel veel Utrechters zijn die aan privacy hechten. Zijn fractie wil niet toe naar de 1984-samenleving (red George Orwell). Zij voorstel gaat over het plaatsen van camera's voor private doeleinden op de openbare ruimte. De heer Dijkstra (CDA) denkt aan situaties de camera's aan te zetten waarbij het mis gaat, bijvoorbeeld bij een voetbalstadion. Hij vraagt de heer Koning of hij met hem ziet dat dat kan helpen voor de veiligheid. De heer Koning (D66) merkt op dat bij stadions al van alles op dat gebied gedaan wordt. Het gaat om de private ruimte van het stadion. Zijn fractie is er zo kritisch op omdat ook mensen die niets te vrezen hebben in de gaten worden gehouden. Hij vervolgt zijn inbreng met in te gaan op het belang van de monitoring van de veiligheidsaanpak. Hij vraagt het college waarom het resultaat van de aanpak zo moeilijk is te kwantificeren.
Hij wil graag de effecten van het beleid kunnen meten. Hij vraagt de reactie van de burgemeester. Hij vraagt of de burgemeester kan zeggen wat het betekent dat “andere prioriteiten worden toegevoegd gedurende de looptijd”. Hij neemt aan dat de raad dan in de positie wordt gebracht daaraan vooraf goedkeuring te verlenen. Mevrouw Meerding (VVD) benadrukt dat zij de Veiligheidsagenda belangrijk vindt. Zij noemt de vier prioriteiten van het college. Gelet op de ontwikkelingen in de samenleving is zij het met die prioriteiten eens. Wel ziet zij dat de verkeersveiligheid als prioriteit is verdwenen uit de agenda. Die blijkt te zijn verschoven naar het beleidsterrein mobiliteit. De VVD vindt het belangrijk dit te noemen. Zij vraagt de
Pagina 6 van 92
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 23 februari 2023
290
300
310
320
330
toezegging van de burgemeester dat dit nog steeds prioriteit heeft bij haar collega's van mobiliteit. Op hoofdlijnen is de VVD positief over de agenda. Er zijn zeker zaken die haars inziens beter kunnen en beter moeten. Zij licht De Veilige Wijken uit de prioriteiten van het college. Hierover maakt haar fractie zich al langere tijd zorgen. Goed dat dit onderwerp genoemd wordt in de Veiligheidsagenda. De VVD vindt het hoofdstuk over veilige wijken nog niet voldoende daadkrachtig, en zij vindt dat daarin zaken ontbreken. Het college noemt het Bollendak als enige voorbeeld. Maar Veilige Wijken gaat niet alleen over het Bollendak. Het gaat over talloze plekken, zoals het Lucas Bolwerk, de Amsterdamsestraatweg, Lombok Oost, delen van Kanaleneiland en van Overvecht. Plekken waar al heel lang ver voor het Bollendak onveiligheid en overlast wordt ervaren. Het zit de VVD dwars dat deze plekken nu niet in de agenda worden genoemd; waarom is dat? Zij vraagt het college daarover alsnog iets op te nemen; die plekken mogen wat haar betreft niet worden vergeten. De heer Dijkstra (CDA) vraagt of de VVD ervoor voelt dit onderwerp terug te brengen in de Veiligheidsagenda. Mevrouw Meerding (VVD) vindt het interessant daarover na te denken. Tegelijkertijd begrijpt zij het heel goed dat het bestuur prioriteiten moet stellen.
Zij kan die beslissing overdracht naar de afdeling mobiliteit in dat licht begrijpen. Zij vraagt de burgemeester wel te blijven handhaven op verkeershufters. Daarin zat haar vraag. In het kader van Veilige Wijken ontbreekt ook iets aan de acties, los van de probleemschets. De acties en de oplossingen richten zich heel erg op nieuwe plekken van overlast. Hoe bestaande en langdurige overlast aangepakt gaat worden, wordt in de agenda niet benoemd. Zij krijgt hierover graag de reflectie van de burgemeester. De agenda spreekt van maatwerk waarbij zorg- en veiligheidsacties hand in hand gaan. Daar staat de VVD volledig achter. Zij vindt het wel nog vaag. Bovendien merkt zij op dat het niet nieuw is; dit is al langer het uitgangspunt van de gemeente. Zij vindt het daarom belangrijk welke acties het in concreto gaan worden; wat gaat het gemeentebestuur anders doen, en vooral extra doen ten opzichte van het huidige beleid. De VVD heeft daarover ideeën, zoals de extra inzet van camera’s, preventief fouilleren, of een verbod op het gebruik van harddrugs in de openbare ruimte. Zo zijn er nog veel meer plannen vanuit de VVD. Verandering en extra inzet vindt zij echt nodig. Zij begrijpt dat deze agenda nog geen gedetailleerd actieplan bevat; meestal wordt na het vaststellen van de prioriteiten nog een actieplan opgesteld.
De raadsbrief zaait haars inziens verwarring of een dergelijk actieplan er ook echt komt. Mevrouw Snippe (Partij voor de Dieren) is benieuwd te vernemen of de VVD een antwoord ziet in de zogenaamde bemoeizorg voor de oplossing van de problemen. Mevrouw Meerding (VVD) denkt dat zorg een belangrijk onderdeel is van de aanpak; dat zorg en veiligheid hand in hand gaan. Zij denkt dat bemoeizorg daarvan een onderdeel kan zijn. Mevrouw Snippe (Partij voor de Dieren) vraagt waarom zij mevrouw Meerding alleen hoort spreken over repressieve maatregelen en over cameratoezicht. Mevrouw Meerding (VVD) sprak zojuist letterlijk uit dat zij zorg en veiligheid belangrijk vindt en dat zij achter datgene staat wat daarover in de agenda is opgenomen.