CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 30 maart 2023, gemeente Utrecht42.842 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bundel - Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën van 30 maart 2023

1 2 3

Opening Vaststellen van de agenda van 30 maart 2023 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Agenderingen commissie VBF 30032023PROCEDUREEL.doc Behandelvoorraad 300330 Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2).docx

3.1

Raadsvoorstel Reactie op voorstel Veiligheidsregio Utrecht (VRU) tot oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Raadsvoorstel Oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregios.docx Reactiebrief Oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s.docx Ingekomen brief VRU over Oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's.pdf Bijlage_Ontwerpbesluit oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's.pdf

3.2

Raadsvoorstel Vaststelling Verordening adressen gemeente Utrecht en wijziging APV Raadvoorstel Vaststelling Verordening adressen gemeente Utrecht en besluit tot wijziging APV.docx Besluit tot wijziging van de APV Utrecht 2010 Gemeente Utrecht.doc Verordening adressen gemeente Utrecht Toelichting Verordening adressen gemeente Utrecht.docx

3.3

Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven en Rekenkamerbrief Sturing op bestemmingsreserves 20230316 Rekenkamerbrief_Sturing_op_bestemmingsreserves.pdf Overzicht raadsbrieven 16 februari tot en met 28 maart 2023.docx

4

Verslagen Ter vaststelling: Conceptverslag openbare vergadering commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 23 februari 2023. ConceptverslagCommissieVBF2023-02-23.doc

5

Toezeggingen/Moties Ter vaststelling. Lijst toezeggingen-moties-brieven VBF dd22 maart 2023(inclusief voortgangsinformatie).pdf

6

Ingekomen stukken Openbare lijst van ingekomen stukken voor commissie VBF 30 maart 2023 Nr. 1. Wensen en bedenkingen oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's Nr. 2. Overlast Junkies in en rond Hoog Catharijne door bedelen en drugsjunkies Nr. 3. Feiten en vragen over de handhaving tegen Rue d'Amsterdam Nr. 4. Concept ontwerp programmabegroting 2024-2027 HUA ter zienswijze, kadernota 2023 en jaarstukken 2022 HUA inclusief controleverklaring accountant. Het ingekomen stuk met het afdoeningsvoorstel staat conform de AVG, in iBabs achter een slotje LIS VBF 30032023.docx

7

Raadsvoorstel Beleidskader Cameratoezicht 2022-2026 Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare orde en Veiligheid Indicatieve behandeltijd: 120 minuten De raad wordt gevraagd het beleidskader cameratoezicht 2023 -2026 vast te stellen. Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het beleidskader cameratoezicht 2019-2022 zijn (A) meer flexibel cameratoezicht. Voorgesteld wordt tien camera’s aan het totaal aantal beschikbare openbare orde camera’s toe te voegen. Toegewerkt wordt naar een betere verdeling tussen vast en flexibel cameratoezicht, door het aantal flexibele camera’s uit te breiden van zes naar 16 en vaste camera’s als ze aan vervanging toe zijn, op plekken waar dat mogelijk is, te vervangen voor flexibele camera’s. Het totaal aantal actieve openbare orde camera’s, vast of flexibel, zal maximaal 91 zijn; (B) ruimte om te experimenteren met software die de privacy, efficiency en effectiviteit van het cameratoezicht ten goede komt. Dossier 3052 voorblad Raadsvoorstel Beleidskader cameratoezicht 2023-2026.docx

Beleidskader Cameratoezicht 2023-2026.pdf Raadsbrief Nadere toelichting Beleidskader cameratoezicht 2023-2026.docx 8

Raadsbrief Handhavingsprogramma 2023 Burgemeester, Beleidsterrein: Handhaving Indicatieve behandeltijd: 75 minuten Geagendeerd door: Lisanne Snippe (Partij voor de Dieren), Yvonne Hessel (Utrecht Solidair), David Bosch (PVV), Bert van Steeg (CDA), Mahaar Fattal (GroenLinks), Maarten Koning (D66), Derk van Bergen (CU), Tess Meerding (VVD). De fracties agenderen de Raadsbrief Handhavingsprogramma 2023 en het Handhavingsprogramma 2023 voor een commissiebespreking. Doel van het commissiedebat is om uiteenlopende aandachtspunten aan het college mee te geven voor het programma, waaronder handhaving op illegale kap en boombeschadiging (vanuit de Partij voor de Dieren) en lachgas en straatintimidatie (vanuit CDA). Dossier 3256 voorblad Raadsbrief Handhavingsprogramma 2023.pdf Handhavingsprogramma 2023.pdf

9

Rekenkamerrapport Horen, zien en samen door Wethouder: Oosters, Beleidsterrein: Participatie Indicatieve behandeltijd: 120 minuten De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar het inwonerparticipatiebeleid van de gemeente Utrecht. Een onderzoek naar de ervaringen met en resultaten van het inwonerparticipatiebeleid van de gemeente Utrecht’ Dossier 3257 voorblad 20221220 Aanbiedingsbrief gemeenteraad rekenkamerrapport Horen, zien en samen door.pdf 20221220 Raadsvoorstel Horen, zien en samen door.pdf 20221220 Persbericht Horen zien en samen door.pdf 20221220 Rekenkamerrapport Horen zien en samen door.pdf 20221212 Jaarplan 2023 Rekenkamer Utrecht.pdf

10

Raadsbrief Eerste reactie op Bespreeknotitie Werkwijze bij financiële dekkingsvoorstellen Wethouder: Schilderman, Beleidsterrein: Financiën Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Geagendeerd door: Ruud Maas (Volt), Yvonne Hessels (UtrechtSolidair), Rik van der Graaf (ChristenUnie), VVD, D66 (Joost Vasters), CDA (Bert van Steeg) en EenUtrecht, Rick van der Zweth (PvdA) Op 21 februari ontvingen we de raadsbrief eerste reactie op bespreeknotitie werkwijze bij financiële voorstellen. Wij gaan daar als commissie graag over in debat met de wethouder. Verschillende partijen hebben aangegeven zich hierbij aan te willen sluiten. Uitgangspunt is hierbij de bespreeknotitie van de adviescommissie control en financiën over de werkwijze. Hierin worden een aantal suggesties gedaan over hoe college en raad omgaan met voorstellen in deze raad zonder financiële dekking, meestal bij moties. De notitie is in samenspraak met de accountant tot stand gekomen. In haar beantwoording bespreekt de wethouder een aantal aandachtspunten voor verdere bespreking. Het lijkt ons goed die achtereenvolgens met elkaar te bediscussiëren. Dossier 3289 voorblad Raadsbrief Eerste reactie op Bespreeknotitie Werkwijze bij financiële dekkingsvoorstellen (2).pdf Bespreeknotitie Werkwijze bij financiële dekkingsvoorstellen.pdf

Agenderingen Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (Vast te stellen op 30 maart 2023) Stuuken afkomstig vanuit de het college

Datum: 14 maart 2023 Soort stuk: Raadsvoorstel Reactie op voorstel Veiligheidsregio Utrecht (VRU) tot oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Burgemeester Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid Commissiegriffier: Jochim Schueler Datum: 14 maart 2023 Soort stuk: Raadsvoorstel Vaststelling Verordening adressen gemeente Utrecht en besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 Burgemeester Beleidsterrein: Handhaving Commissiegriffier: Jochim Schueler

Na instemming van de gemeenteraden en de besturen van de veiligheidsregio’s is in 2022 de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s (het expertisebureau) opgericht voor de advisering op het gebied van risicobeheer bij ongevallen en schade en de gezamenlijke inkoop van verzekeringen. Het onderhavige voorstel gaat over de, destijds al aangekondigde, oprichting van een waarborgfonds voor de dekking van nietverzekerbare aanspraken na dienstongevallen.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie VBF 2. Tijd: 30 minuten

Per brief van 14 februari 2023 heeft het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) het ontwerpbesluit tot oprichting van en deelname aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s aan de gemeenteraad aangeboden. Daarbij is de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 12 mei 2023 wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Met de vaststelling van de Verordening adressen gemeente Utrecht worden de taken uit artikel 6 Wet basisregistratie adressen en gebouwen, behalve het indelen van woonplaatsen, door de raad aan burgemeester en wethouders gedelegeerd. Ook worden de regels die op het indelen van de openbare ruimte en het toekennen van nummeraanduidingen gebundeld in één verordening. De regels zijn meer opgesteld in duidelijke taal. Door de vaststelling van deze verordening moeten artikel 5:18 en artikel 5:19 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 worden aangepast. In deze artikelen is geregeld dat rechthebbenden van gebouwen het aanbrengen van aanduidingen (huisnummers en straatnaamborden) moeten gedogen en dat het verboden is om deze aanduidingen te verwijderen.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie VBF 2. Tijd: 15 minuten Het Raadsvoorstel raakt aan het thema straatnaamgeving waar de raad eerder vragen (SV2020/103) over heeft gesteld en een motie (M2019/127) over heeft ingediend. Voorliggen raadsvoorstel is technisch van aard. Voorstel is dan ook om het Raadsvoorstel te agenderen voor de commissie VBF, 15 minuten.

2

1 Behandelvoorraad 300330 Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2).docx

#RAAD030#

Behandelvoorraad Vergadering Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën ( PROCEDUREEL) Openbare orde en Veiligheid (incl. mensenhandel en drugscriminaliteit), Handhaving en Vergunningen, Representatie, Bestuurlijke zaken, Internationale zaken, Participatie, Burgerzaken incl. verkiezingen, Personeel en Organisatie, Financiën en inkoop, Ombudszaken en Klachtafhandeling

Burgemeester Dijksma Openbare Orde en Veiligheid Raadsvoorstel Reactie op voorstel Veiligheidsregio Utrecht (VRU) tot oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s. Handhaving Raadsvoorstel Vaststelling Verordening adressen gemeente Utrecht en besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010

Cie 30 minuten

Cie 15 minuten

Wethouder Streefland

Wethouder Oosters

Wethouder Schilderman Wethouder Voortman

Te verwachten Raadsvoorstellen/Raadsbrieven Financiën Raadsvoorstel Nota Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa

Verwacht Q4 2022

Financiën Zienswijze meerjarenbegroting BghU

Verwacht Q2 2023

Financiën Raadsvoorstel Sturen en Verantwoorden

Verwacht Q2 2023

Financiën Actualisatie financiële verordening

Verwacht Q3 2023

Handhaving en vergunningen Verordening ingevolge de Wet Basisregistratie adressen en Gebouwen

Verwacht Q3 2022

#RAAD030# Openbare Orde en Veiligheid Integrale gebiedsgerichte aanpakken (1) Amsterdamsestraatweg en (2) Kanaal-Damstraat

Verwacht Q4 2022

Openbare Orde en Veiligheid (Herijking) programmaplan Utrecht Zijn We Samen: aanpak polarisatie en radicalisering.

Verwacht Q2 2023

Openbare Orde en Veiligheid Zienswijze voorlopige jaarstukken 2022 en ontwerpbegroting 2024 VRU

Verwacht Q2 2023

Openbare Orde en Veiligheid Partiele herziening APV 2023

Verwacht Q3 2023

Openbare Orde en Veiligheid Actieplan etnisch profileren

Verwacht Q2 2023

Burgerzaken Raadsbrief Onderzoek mogelijk rechtsherstel Sinti en Romagemeenschappen

Verwacht Q4 2023

Participatie Herijking Programma Samen stad maken (participatie en initiatief)

Verwacht Q1 2023

Participatie Hoe ervaring opdoen met burgerberaden

Verwacht Q1 2023

Personeel en Organisatie Uitvoeringsplan digitale weerbaarheid

Verwacht Q4 2023

Personeel en Organisatie Zienswijze Begroting Het Utrechts Archief 2024

Verwacht Q2 2023

Bestuurlijke zaken Instelling lokale ombudsman

Verwacht Q2 2023

Komende commissievergaderingen commissie VBF 11 mei 2023 8 juni 2023 (alleen middag) 14 september 2023 12 oktober 2023 30 november 2023 Houdt rekening met deze Raadsvoorstellen. Er zijn nog maar 3 dagdelen beschikbaar op 11 mei en 8 juni 2023. Komende RIB-avonden commissie VBF 18 april 2023 30 mei 2023 4 juli 2023 (reserveavond) 5 september 2023 3 oktober 2023

#RAAD030# 21 november 2023 29 december 2023

3.1 Raadsvoorstel Reactie op voorstel Veiligheidsregio Utrecht (VRU) tot oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s 1 Raadsvoorstel Oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregios.docx

Voorstel aan de gemeenteraad

Reactie op voorstel Veiligheidsregio Utrecht (VRU) tot oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Openbare Orde en Veiligheid Openbare Orde en Veiligheid Karen Ramakers 10872853 volgt Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De bijgevoegde brief aan de VRU vast te stellen, waarin een positieve reactie wordt gegeven op het voorstel voor oprichting van en deelname aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s voor de dekking van niet-verzekerbare aanspraken na dienstongevallen.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting Na instemming van de gemeenteraden en de besturen van de veiligheidsregio’s is in 2022 de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s (het expertisebureau) opgericht voor de advisering op het gebied van risicobeheer bij ongevallen en schade en de gezamenlijke inkoop van verzekeringen. Het onderhavige voorstel gaat over de, destijds al aangekondigde, oprichting van een waarborgfonds voor de dekking van niet-verzekerbare aanspraken na dienstongevallen.

Context Aanleiding Per brief van 14 februari 2023 heeft het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) het ontwerpbesluit tot oprichting van en deelname aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s aan de gemeenteraad aangeboden. Daarbij is de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 12 mei 2023 wensen en bedenkingen kenbaar te maken. De rechtspositieregeling CAR-UWO schrijft voor dat de VRU als werkgever verantwoordelijk is voor het afsluiten van een ongevallenverzekeringen voor haar medewerkers. De VRU voldoet aan deze verplichting. Omdat verzekeraars de laatste jaren steeds meer beperkingen doorvoeren in hun verzekeringspakketten hebben de samenwerkende veiligheidsregio’s enkele jaren geleden het initiatief genomen om gezamenlijk aan de slag te gaan met het thema ‘Goed werkgeverschap na dienstongevallen’. De veiligheidsregio’s hebben landelijke afgesproken welke aanspraken zij aan medewerkers bieden. Daarnaast is besloten om deze aanspraken in gezamenlijkheid te financieren in een mix van verzekeren en zelf/samen dragen. Dit wordt geïmplementeerd in de vorm van een tweetrapsraket: de oprichting van een Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s (expertisebureau) en de oprichting van een Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s.

De Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen dient als basis voor de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en de Stichting Waarborgfonds. Het was niet mogelijk om de oprichting van beide stichtingen tegelijkertijd voor te leggen als gevolg van de beperkte tijd die resteert tot aan de einddatum van de huidige ongevallenverzekering op 1 januari 2024. Aangezien het voor de oprichting van de Stichting Risicobeheer (expertisebureau) nodig was om een vergunning aan te vragen bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en om te zorgen voor bemensing van het expertisebureau is ervoor gekozen om eerst deze stichting op te richten. Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s Deze eerste stap is inmiddels gerealiseerd. Het expertisebureau is per 12 oktober jl. opgericht en bereidt een vergunningaanvraag bij de AFM voor. Het besluit tot oprichting van de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s (expertisebureau) vond plaats na een besluitvormingsproces van de algemene besturen van de veiligheidsregio’s in de eerste helft van 2022. Het algemeen bestuur van de VRU heeft hiertoe op 28 maart 2022 besloten. Aan Stichting Risicobeheer nemen alle 25 veiligheidsregio’s in Nederland deel. Voorafgaand aan het besluit zijn de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld om hun wensen en bedenkingen te uiten.

Met deze stichting hebben de veiligheidsregio’s een gezamenlijk expertisebureau waarmee voorzien wordt in het: • beheren van de landelijke set van aanspraken bij dienstongevallen; • collectief inkopen van ongevallenverzekering en de makelaarsdienst; • adviseren en bemiddelen ten aanzien van complexe casussen; • afwikkelen van schades. Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van veiligheidsregio’s. De Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s heeft bovendien tot doel om samenwerkingsverbanden af te sluiten met soortgelijke organisaties, zoals VNG Risicobeheer en Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam om het initiatief waar mogelijk te versterken. Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s

2

Op 16 december jl. heeft het Veiligheidsberaad, het overlegorgaan van de 25 voorzitters veiligheidsregio, mede op advies van de Bestuurlijke Advies Commissie Brandweer, het principebesluit genomen tot het oprichten van een Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s. Op 6 februari jl. heeft het Algemeen Bestuur van de VRU vervolgens een voorgenomen besluit genomen tot oprichting van en deelname aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s conform het ontwerpbesluit oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s. Het is aan het Algemeen Bestuur van de VRU te besluiten of men tot oprichting en deelname wenst over te gaan gehoord hebbende de gemeenteraden. Deelname aan het waarborgfonds is vrijwillig. Oprichting van het waarborgfonds is al bij deelname van een beperkt aantal veiligheidsregio’s opportuun, omdat de niet-verzekerbare aanspraken die gelden op grond van de Landelijke Regeling Aanspraken na dienstongevallen anders door de individuele veiligheidsregio gedragen moeten worden. Beoogd wordt dat de deelnemers jaarlijks een bijdrage storten in het waarborgfonds. Indien er op grond van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen een uitkering dient te worden gedaan aan een medewerker die een dienstongeval is overkomen én deze aanspraak niet gedekt wordt door de ongevallenverzekering, dan volgt een betaling uit het waarborgfonds aan de veiligheidsregio.

De veiligheidsregio gebruikt deze vergoeding vervolgens om de aanspraak van de betreffende medewerker mee te betalen. Het waarborgfonds biedt een oplossing voor: 1. het collectief dragen van niet verzekerbare risico’s zoals terrorisme, predispositie, Corona, PTSS; 2. het collectief dragen van kostbare verzekeringen (hierbij zal een zorgvuldige afweging worden gemaakt ten aanzien van de financiële risico’s); 3. het collectief afsluiten van een ongevallenverzekering. De veiligheidsregio's betalen een jaarlijks bedrag waaruit de premie ongevallenverzekering wordt voldaan. Het restant wordt gestort in het Waarborgfonds. Als een veiligheidsregio niet deelneemt aan het Waarborgfonds dan betaalt de veiligheidsregio uitsluitend de premie ongevallenverzekering. De niet-verzekerde aanspraken draagt de veiligheidsregio dan zelf. Juridische context Keuze voor een stichting als rechtsvorm Het doel van het waarborgfonds is een vorm van verzekeren, namelijk het gezamenlijk dragen van risico’s. Verzekeren is een activiteit die een vergunning vereist van De Nederlandse Bank (DNB). Er kan een beroep worden gedaan op een vrijstelling van deze vergunningsplicht onder verschillende voorwaarden, waaronder het ontbreken van een winstoogmerk. Met het oog op de eis dat geen sprake mag zijn van een winstoogmerk is de keuze voor rechtspersonen beperkt.

Dat maakt namelijk dat gekozen moet worden tussen de rechtsvorm ‘stichting’ en de rechtsvorm ‘onderlinge waarborgmaatschappij’. Dit laatste is een bijzondere verenigingsvorm. Hierbij is de afweging gemaakt dat de stichting de voorkeur geniet boven de onderlinge waarborgmaatschappij met het oog op de lichte structuur. Om de activiteiten van het expertisebureau hierop te laten aansluiten is voor die organisatie destijds eveneens voor de stichtingsvorm gekozen. Hiermee wordt geen zwaardere structuur opgetuigd dan strikt noodzakelijk is. Eisen voorafgaand aan oprichting stichting Het algemeen bestuur van een veiligheidsregio is bevoegd tot het oprichten van een stichting indien de gemeenschappelijke regeling in deze mogelijkheid voorziet, en het bijzonder aangewezen moet worden geacht te zijn voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. De gemeenschappelijke regeling van de VRU voorziet in de mogelijkheid tot het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon. En de VRU en het Veiligheidsberaad geven aan dat de oprichting van deze stichting geacht wordt bijzonder aangewezen te zijn voor het daarmee te dienen openbaar belang, met als onderbouwing: - De dekking van de ongevallenverzekering sluit steeds minder goed aan bij de verwachting van zowel de veiligheidsregio als ook de medewerker.

Veelal spitst zich dit toe op de vraag of aan alle elementen van ongevalsdefinitie is voldaan, terwijl de medewerker evident letsel heeft opgelopen tijdens zijn werk.

3

-

-

Er is sprake van een ‘verharding’ van de verzekeringsmarkt, hetgeen inhoudt dat het aantal aanbieders afneemt, premies stijgen en voorwaarden versoberd worden met als gevolg dat de verzekerbaarheid onder druk komt te staan. Bovenstaande heeft bijgedragen aan de gedachte dat verzekeren ‘slechts’ een van de mogelijke opties is om financiële risico’s als gevolg van schade bij ongevallen op te vangen. In feite is daarmee de stap gezet van ‘verzekeringsdenken naar risicodenken’. Ook is de stap van ‘verzekeringsdenken naar het denken in aanspraken’: niet de verzekering, maar de aanspraak dient leidend te zijn voor de medewerker. Daarnaast is gebleken dat de verzekeringsfunctie binnen de veiligheidsregio’s veelal kwetsbaar is ingevuld door ‘eenpitters’ met beperkte formatie en beperkte kennis en ervaring. Door onderling samen te werken en verbindingen te leggen met externe expertise in bestuurlijke context kan deze kwetsbaarheid worden verminderd.

Voorts wordt het besluit tot oprichting van een stichting niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Dit is op basis van artikel 31a, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De verwachting is dat de landelijke samenwerking van de veiligheidsregio’s in de stichting geen effect heeft op de rol van de raad. De kaderstellende en controlerende rol van de raad op basis van de Wgr is namelijk vooral van belang bij taken met een belangrijke politieke component, aangezien een gemeenschappelijke regeling geen democratisch gelegitimeerd orgaan heeft. Het besluit tot oprichting van en deelname aan het waarborgfonds is te beschouwen als bedrijfsvoeringsbeslissing, gewenst in verband met goed werkgeverschap en passend binnen de begroting. In de reactiebrief is het verzoek opgenomen om bij de voorziene evaluatie de positie van de raad te betrekken. Beslistermijn Behandeling in de raadscommissie VBF is voorzien op 30 maart en in de raad op 6 april 2023. Beoogd effect Het waarborgfonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van risico’s, in ieder geval de (nietverzekerde) aanspraken na een dienstongeval. Beoogd wordt dat de deelnemers jaarlijks een bijdrage storten in het waarborgfonds.

Indien er op grond van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen een uitkering dient te worden gedaan aan een medewerker die een dienstongeval is overkomen én deze aanspraak niet gedekt wordt door de ongevallenverzekering, dan volgt een betaling uit het waarborgfonds aan de veiligheidsregio. De veiligheidsregio gebruikt deze vergoeding vervolgens om de aanspraak van de betreffende medewerker mee te betalen. Door deelname aan het waarborgfonds neemt het risico dat een beroep moet worden gedaan op de algemene reserve af. Alleen in geval de veiligheidsregio een uitkering wil doen bovenop de aanspraken die gelden op basis van de Landelijke Regeling Aanspraken Dienstongevallen, zal die ten laste komen van de algemene reserve. De essentie van de oprichting van het Expertisebureau en het Waarborgfonds is goed werkgeverschap na dienstongevallen. Naast de verwachte kwaliteitsslag en beperking van de kwetsbaarheid van de verzekeringsfunctie, wordt op termijn ook een besparing verwacht door de gezamenlijke inkoop van de ongevallenverzekering, het collectief afhandelen en registreren van schades en eventueel collectief dragen van risico’s in plaats van deze te verzekeren (de verhouding schade-premie ongevallenverzekering is ongeveer 1:2).

Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad De raad heeft op 3 februari 2022 een positieve reactie afgegeven ten aanzien van de oprichting van een landelijke stichting die veiligheidsregio’s adviseert op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en voor de veiligheidsregio’s verzekeringen inkoopt. De raad heeft bij behandeling van het voorstel Stichting Risicobeheer de toezegging gekregen dat er bij het voorstel Waarborgfonds aandacht zou zijn voor evaluatie van het fonds en de positie van de raad in de werkwijze van de stichting (22/T41).

4

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De bijgevoegde brief aan de VRU vast te stellen, waarin een positieve reactie wordt gegeven op het voorstel voor oprichting van en deelname aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s voor de dekking van niet-verzekerbare aanspraken na dienstongevallen.

Argumenten 1.1

Deelname aan het waarborgfonds draagt bij aan goed werkgeverschap. De insteek van goed werkgeverschap is primair om een kwaliteitsslag te maken. Door landelijk op te trekken en gezamenlijk deel te nemen aan het expertisebureau en het waarborgfonds kunnen de veiligheidsregio’s zich meer richten op aanspraken in plaats van verzekerbaarheid. En met deze regeling is er meer aandacht voor preventie van dienstongevallen, omdat er meer inzicht is in de schades en de afhandeling daarvan. Voorkomen wordt dat iedere regio een andere vergoeding toekent voor hetzelfde risico.

1.2

Met dit waarborgfonds kunnen veiligheidsregio’s gezamenlijk de kosten voor Landelijke Aanspraken na Dienstongevallen dragen, voor zover deze niet te verzekeren zijn. Het risico om de niet verzekerbare kosten te dekken wordt collectief gedragen in plaats van door iedere veiligheidsregio afzonderlijk. Het huidige risico dat een beroep moet worden gedaan op de algemene reserve voor kosten die niet zijn verzekerd neemt daarmee af. Daarnaast levert het waarborgfonds schaalvoordelen op, omdat er collectief ingekocht wordt en veiligheidsregio’s geen eigen makelaarsdienst meer in hoeven te schakelen. En naar verwachting levert de samenwerking op termijn een besparing op doordat de afgedragen premies voor de ongevallenverzekering hoger liggen dan de uitgekeerde schadevergoedingen.

1.3

De verwachte bijdrage past binnen de structurele begroting van de VRU. Op basis van de verdeelsleutel inwoneraantal wordt de bijdrage van de VRU per 2024 €322k per jaar. Dit is €55k meer dan de huidige premie ongevallenverzekering. De VRU betaalde in 2022 € 267k aan premie ongevallenverzekering. Dit is een aanzienlijk lagere premie dan de VRU in 2021 en eerdere jaren betaalde (€433k). Dit toont aan dat de premie kan fluctueren. De verwachting is dat alle veiligheidsregio’s hun deelname aan het waarborgfonds kunnen dekken binnen hun huidige begroting.

Financiën Kostenneutrale wijziging De dekking van het waarborgfonds bestaat uit een jaarlijkse bijdrage van de veiligheidsregio’s. Het uitgangspunt bij de ontwikkeling van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen is om de invoering van het waarborgfonds kostenneutraal te laten plaatsvinden. De insteek kostenneutraliteit is bezien vanuit landelijk perspectief, omdat het vertrekpunt van elke veiligheidsregio ten aanzien van de dekking en de verzekering van schades na ongevallen verschillend is. De kostenneutraliteit heeft betrekking op drie kostencomponenten: 1. de premie ongevallenverzekering (inclusief onafhankelijke medische dienst); 2. de fee voor de dienstverlening van de makelaar; 3. de algemene reserve voor de niet-verzekerbare risico’s. Nadat de premie ongevallenverzekering bekend is geworden, wordt duidelijk welk bedrag overblijft om in het Waarborgfonds te stoppen. Uit het Waarborgfonds worden dan de niet-verzekerbare aanspraken gedekt. Het is de verwachting dat dit budget ruimschoots toereikend is. Overigens zijn de veiligheidsregio's ook nu al eigen risicodrager voor niet-verzekerbare aanspraken. Deze worden veelal betaald uit de algemene reserve. Dit budget is overigens niet meegenomen in het landelijke budget.

5

Kostenverdeelsleutel op basis van inwoneraantal Na een uitgebreide analyse van verschillende verdeelmodellen en toetsing op basis van criteria is landelijk afgesproken om de bijdrage aan het waarborgfonds te verdelen op basis van het aantal inwoners per regio. Voor de stichting Risicobeheer is vooralsnog een pondspondsgewijze verdeelsleutel afgesproken (vast bedrag per regio à €22,5k per jaar, dekking VRU binnen bestaande begroting). De combinatie van de verdeelsleutels doet recht aan de aard van de kosten: - De verdeling van de ‘apparaatskosten’ van de stichting Risicobeheer pondspondsgewijs: vaste kosten, niet afhankelijk van omvang en risico. - De verdeling van de inleg ter dekking van de schadeclaims op basis van inwonertal: variabele kosten, afhankelijk van omvang en risico. Omdat het besluit van de verdeelsleutel ten aanzien van de stichting Risicobeheer van tijdelijke aard is, zal de VRU aan de voorzitter van het Veiligheidsberaad haar voorkeur tot voortzetting van deze verdeelsleutel kenbaar maken. De verdeelsleutel wordt na de eerste periode van 5 jaar geëvalueerd. Verwachte bijdrage VRU past binnen begroting VRU Op basis van de verdeelsleutel inwoneraantal wordt de bijdrage van de VRU per 2024 €322k per jaar. Dit is €55k meer dan de huidige premie ongevallenverzekering. De VRU betaalde in 2022 €267k aan premie ongevallenverzekering.

Dit is een aanzienlijk lagere premie dan de VRU in 2021 en eerdere jaren betaalde (€433k). Dit toont aan dat de premie kan fluctueren. Bij iedere aanbesteding kan het anders uitpakken. De verwachte bijdrage past binnen de structurele begroting van de VRU. Entree-inleg bij wijze van lening/borg Om niet in het eerste jaar bij een calamiteit geconfronteerd te worden met een tekort, wordt een entree-inleg van de veiligheidsregio's gevraagd die gelijk is aan het bedrag dat de veiligheidsregio jaarlijks inlegt à €322k. Deze inleg wordt beschouwd als lening/borg en als zodanig op de balans verwerkt. Dit bedrag gaat terug naar de veiligheidsregio zodra de liquiditeit van het Waarborgfonds dit toelaat. Ook na beëindiging van de deelname geldt dat restitutie plaatsvindt indien en zodra de liquiditeit van het waarborgfonds dit toelaat. In de gesprekken met de landelijke vakbonden is besproken dat de aanspraken op onderdelen kunnen worden aangepast indien de budgetneutraliteit in het gedrang komt.

Vervolg Op 19 juni 2023 brengt het dagelijks bestuur van de VRU een advies uit ten aanzien van het oprichten van de Stichting Waarborgfonds, met inachtneming van eventuele wensen en bedenkingen van de gemeenteraden. Afhankelijk van de uitkomst kan in het algemeen bestuur van 3 juli 2023 een definitief besluit genomen worden. De formele oprichting van het waarborgfonds volgt zo spoedig mogelijk na de definitieve besluitvorming in het Veiligheidsberaad. Beoogd wordt om het waarborgfonds per 1 januari 2024 operationeel te hebben met het oog op de invoering van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen en de ingangsdatum van de gezamenlijke ongevallenverzekering per die datum. Na 1,5 tot 2 jaar dat het Waarborgfonds operationeel is zal een evaluatie plaatsvinden.

Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel.

Communicatie Er is geen aanvullende communicatie voorzien.

Niet-Referendabel Op dit raadsbesluit is de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht niet van toepassing omdat het een raadsbesluit betreft over stukken van een gemeenschappelijke regeling (artikel 3 lid 2 onder i Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Reactiebrief Oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s 6

Bijlagen informatief - Aanbiedingsbrief VRU - Modelontwerpbesluit Oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s

7

1 Reactiebrief Oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s.docx

Gemeenteraad Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/gemeenteraad

VERSIE VOOR BESLUITVORMING Algemeen Bestuur Veiligheidsregio Utrecht T.a.v. J.R. Donker Postbus 3154 3502 GD UTRECHT

Behandeld door

K.M.C. Ramakers

Datum

volgt

Doorkiesnummer

63412

Ons kenmerk

10872853

E-mail

k.ramakers@utrecht.nl

Onderwerp

Bijlage(n)

-

Oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s

Uw kenmerk

23.0000495

Verzonden

Uw brief van

14 februari 2023

Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden

Geachte leden van het Algemeen Bestuur, Per brief van 14 februari 2023 heeft uw secretaris het ontwerpbesluit tot oprichting van en deelname aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s aan ons aangeboden. Daarbij zijn wij in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 12 mei 2023 wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Gezien de doorlooptijden van het besluitvormingstraject was het helaas niet mogelijk om binnen de gevraagde termijn een raadsbesluit af te geven. U bent daarom op 11 mei geïnformeerd over de conceptreactie en de uitkomsten van de behandeling in de raadscommissie. U heeft ons laten weten dat u zich kunt vinden in dit proces. In deze brief is onze reactie verwoord. Wij staan positief tegenover oprichting van en deelname aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s voor de dekking van niet-verzekerbare aanspraken na dienstongevallen, vanwege de bijdrage aan goed werkgeverschap en de kwaliteitsslag die daarop gemaakt kan worden door de landelijke samenwerking. Daarnaast past de verwachte bijdrage binnen de structurele begroting van de VRU. Wij hebben vernomen dat 1,5 à 2 jaar nadat de Stichting Risicobeheer en de Stichting Waarborgfonds operationeel zijn een evaluatie zal plaatsvinden. Wij verzoeken u om in de evaluatie aandacht te besteden aan de betekenis voor de rol van de raad.

Over de uitkomsten van de evaluatie naar het functioneren van de stichtingen worden wij graag geïnformeerd. Hoogachtend, Gemeenteraad van Utrecht,

de griffier, Merel van Hall

de voorzitter, Sharon A.M. Dijksma

1 Ingekomen brief VRU over Oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's.pdf

Retour: Postbus 3154, 3502 GD Utrecht

Aan de gemeenteraden van de deelnemende VRU-gemeenten Ter attentie van de voorzitter, en Aan de colleges van burgemeesters en wethouders

Datum 14 februari 2023 Contactpersoon B.Kaouass 088 - 878 38 24 accountmanagement@vru.nl

Ons kenmerk 23.0000495

Onderwerp

Wensen en bedenkingen oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s

Uw kenmerk Bijlagen 1

Geachte raad, Voor de oprichting en deelname aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s treft u bijgaand aan het ontwerp besluit tot oprichting en deelname. Wij stellen u graag in de gelegenheid1 om uw wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht. De verwachting is dat de veiligheidsregio’s hun deelname aan het waarborgfonds kunnen financieren uit hun huidige begroting. Aanleiding Bij veiligheidsregio’s is steeds meer bewustzijn ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van medewerkers als gevolg van ongevallen tijdens het werk. Het blijkt dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansluit bij de verwachting die zowel de veiligheidsregio als de medewerker hebben. Dit bewustzijn heeft in 2022, na instemming van de gemeenteraden en de besturen van de veiligheidsregio’s, geleid tot de oprichting van de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s. Aan Stichting Risicobeheer nemen alle 25 veiligheidsregio’s in Nederland deel. Hierdoor kunnen (per 1 januari 2024) onder andere collectief ongevallenverzekering ingekocht worden en schades afgewikkeld worden. Deze brief gaat over de destijds aangekondigde vervolgstap om te komen tot de oprichting en deelname aan een gezamenlijk waarborgfonds.

Doel van het waarborgfonds Met de oprichting van een waarborgfonds kunnen veiligheidsregio’s gezamenlijk de kosten voor Landelijke Aanspraken na Dienstongevallen dragen, voor zover deze niet

Veiligheidsregio Utrecht Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht Postbus 3154 3502 GD Utrecht 088 878 1000 info@vru.nl www.vru.nl veiligheidsregioutrecht @vrutrecht @Veiligheidsregio_Utrecht IBAN NL18 BNGH 0285 1331 79 KvK 51817330

1 mede gelet op artikel 31a, tweede lid, Wet gemeenschappelijke regelingen

Pagina

1

te verzekeren zijn. Zaken die verzekeraars meestal niet vergoeden zijn bijvoorbeeld terrorisme, corona en PTSS. Met deelname aan het waarborgfonds kunnen veiligheidsregio’s overwegen om deze risico’s wél te dekken en medewerkers uitkeren na een dienstongeval.

Ons kenmerk 23.0000495 Uw kenmerk -

Overwegingen Met de oprichting van een Stichting Waarborgfonds zorgen we voor een collectief gedragen risico om de niet-verzekerde kosten te dekken in plaats van dit risico als regio afzonderlijk te dragen. Indien een medewerker, op grond van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen, een uitkering krijgt na een dienstongeval én deze aanspraak niet gedekt wordt door de ongevallenverzekering, dan volgt een betaling uit het waarborgfonds aan de betreffende veiligheidsregio. De veiligheidsregio gebruikt deze vergoeding vervolgens om de aanspraak van de betreffende medewerker mee te betalen. Het huidige risico dat een beroep moet worden gedaan op de algemene reserve voor kosten die niet zijn verzekerd neemt daarmee af. Een belangrijk argument voor deelname aan het waarborgfonds is uit het oogpunt van goed werkgeverschap. Door deelname kunnen we ons meer richten op aanspraken in plaats van verzekerbaarheid. Ook is er met deze regeling meer aandacht voor preventie van dienstongevallen, omdat er meer inzicht is in de schades en afhandeling. Tot slot levert het waarborgfonds schaalvoordelen op, omdat er collectief ingekocht wordt en veiligheidsregio’s geen eigen makelaarsdienst meer in hoeven te schakelen. De insteek is dus primair om een kwaliteitsslag te maken. Dit neemt niet weg dat het uitgangspunt is om de financiering kostenneutraal te laten plaatsvinden.

De veiligheidsregio’s storten jaarlijks een bijdrage in het waarborgfonds. Voor de inleg in het waarborgfonds wordt een verdeelsleutel gehanteerd op basis van inwoneraantal. De bijdrage van Veiligheidsregio Utrecht voor 2024 is geraamd op € 322.000. Deze bijdrage wordt bekostigd uit het beschikbare budget voor de premie van de ongevallenverzekering en past dus binnen de begroting van de VRU. Deelname aan het waarborgfonds kan op termijn zelfs een besparing van de kosten opleveren. Eventueel voordeel wordt in eerste aanleg gebruikt om het waarborgfonds mee te vullen. De verdeelsleutel wordt na de eerste periode van 5 jaar geëvalueerd. Oprichting en deelname Op 16 december 2022 hebben de voorzitters van de veiligheidsregio’s gezamenlijk de wens uitgesproken voor de oprichting van de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s om dekking te bieden voor de niet-verzekerbare aanspraken na dienstongevallen. Deelname aan het waarborgfonds is vrijwillig. Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht is voornemens om het waarborgfonds mede op te richten en hieraan deel te nemen. Veiligheidsregio’s streven om het waarborgfonds per 1 januari 2024 operationeel te hebben.

Pagina

2

Verzoek Ik vraag u hierbij, mede gelet op artikel 31a, tweede lid, Wet gemeenschappelijke regelingen, om eventuele wensen en bedenkingen ten aanzien van het ontwerpbesluit tot oprichting en deelname aan deze Stichting kenbaar te maken. Graag ontvang ik uw reactie uiterlijk 12 mei 2023.

Ons kenmerk 23.0000495 Uw kenmerk -

Met vriendelijke groet, namens het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht,

J.R. Donker secretaris

Pagina

3

1 Bijlage_Ontwerpbesluit oprichting Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio's.pdf

Het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Utrecht;

gelet op: 

Artikel 31a, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

overwegende: 

De veiligheidsregio’s veelal problemen ervaren bij het inkopen van onder meer de ongevallenverzekering;

De verzekeringsmarkt ‘verhardt’, hetgeen inhoudt dat het aantal aanbieders afneemt, premies stijgen en voorwaarden versoberd worden met als gevolg dat de verzekerbaarheid onder druk komt te staan;

Het verzekeren van financiële risico’s geen schade voorkomt;

De veiligheidsregio’s in het kader van goedwerkgeverschap een gezamenlijke lijn willen hanteren bij de afhandeling van schades na ongevallen;

Het bovenstaande vraagt om een omslag “van verzekeringsdenken naar risicodenken” en om een omslag “van verzekeringsdenken naar het denken in aanspraken”;

De verzekeringsfunctie bij de veiligheidsregio’s veelal kwetsbaar is georganiseerd;

De veiligheidsregio’s door samenwerking een beter antwoord kunnen bieden op deze interne en externe ontwikkelingen;

Het derhalve van bijzonder aangewezen belang is dat de veiligheidsregio’s afspraken maken hoe hier invulling aan te geven;

Deze samenwerking vorm moet krijgen in een expertisebureau risicobeheer die de veiligheidsregio’s adviseert rondom risicobeheer en bemiddelt en ondersteunt bij inkoop van in ieder geval (ongevallen)verzekeringen;

De samenwerking naar verwachting behalve een kwaliteitsslag tevens een efficiencyslag oplevert;

Er voor de oprichting van het expertisebureau een separate rechtspersoon vereist is omdat dit voortvloeit uit het wettelijk kader dat geldt voor het ‘adviseren en bemiddelen” rondom verzekeringen;

Het Veiligheidsberaad op 1 juli 2022 daarom heeft besloten tot de oprichting van het expertisebureau;

Het expertisebureau per 12 oktober 2022 feitelijk is opgericht en een vergunning aanvraagt bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM); Voor het afdekken van niet-verzekerbare aanspraken een waarborgfonds de mogelijkheid biedt om deze in gezamenlijkheid te financieren;

 

Hiervoor eveneens de oprichting van een separate stichting noodzakelijk is;

In de vergadering van het Veiligheidsberaad van 16 december 2022 het principebesluit is genomen om te komen tot de oprichting van een waarborgfonds wetende dat; - De aangewezen rechtsvorm een stichting is; - Deze stichting op grond van artikel 3.6 lid 2 sub a Wet financieel toezicht (Wft) een vrijstelling heeft van de vergunningsplicht van De Nederlandse Bank (DNB); - Deelname aan de stichting vrijwillig is;

-

-

-

Deelname voor minimaal 5 jaar is; Een entree-inleg verschuldigd is gelijk aan de jaarlijkse bijdrage; De bijdrage wordt omgeslagen aan de hand van het inwoneraantal per veiligheidsregio; Reeds bij deelname van een beperkt aantal veiligheidsregio’s het opportuun is om het waarborgfonds op te richten, omdat de niet-verzekerbare aanspraken die gelden op grond van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen anders door de individuele veiligheidsregio gedragen worden; Beoogd wordt om de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen kostenneutraal te financieren, waarbij de veiligheidsregio’s deze naar verwachting uit hun lopende begroting kunnen financieren; Het risico dat een beroep moet worden gedaan op de algemene reserve afneemt;

de formele oprichting van het waarborgfonds zo spoedig mogelijk volgt na de definitieve besluitvorming in het Veiligheidsberaad met het oog op de invoering van de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen per 1 januari 2024, zijnde tevens de ingangsdatum van de gezamenlijke ongevallenverzekering;

de raden van de inliggende gemeenten in de gelegenheid zijn gesteld om hun wensen en bedenkingen ten aanzien van deelname aan de stichting kenbaar te maken; besluit:

Tot oprichting van en deelname aan de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s, die namens de veiligheidsregio Utrecht in ieder geval dekking biedt voor de niet-verzekerbare aanspraken als bedoeld in de Landelijke Regeling Aanspraken na Dienstongevallen, gehoord hebbende de gemeenteraden.

Utrecht, 06 februari 2023

S.A.M. Dijksma voorzitter

J. Donker secretaris

3.2 Raadsvoorstel Vaststelling Verordening adressen gemeente Utrecht en wijziging APV 1 Raadvoorstel Vaststelling Verordening adressen gemeente Utrecht en besluit tot wijziging APV.docx

Voorstel aan de gemeenteraad

Vaststelling Verordening adressen gemeente Utrecht en besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Openbare Ruimte Vergunningen, Toezicht en Handhaving Timon Ruis 10617932 Volgt Nee (artikel 3 lid 2 onder k Verordening raadgevend referendum) Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Verordening adressen gemeente Utrecht vast te stellen, waarin de taken om het grondgebied van de gemeente in te delen, de openbare ruimte vast te stellen, daar huisnummers aan toe te kennen en ligplaatsen en standplaatsen vast te stellen aan burgemeester en wethouders worden gedelegeerd, behalve het indelen van de gemeente in woonplaatsen. 2. Het besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 vast te stellen waardoor het gedogen van aanduidingen, zoals straatnaamborden en huisnummers komt te vervallen.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting Met de vaststelling van de Verordening adressen gemeente Utrecht worden de taken uit artikel 6 Wet basisregistratie adressen en gebouwen, behalve het indelen van woonplaatsen, door de raad aan burgemeester en wethouders gedelegeerd. Ook worden de regels die op het indelen van de openbare ruimte en het toekennen van nummeraanduidingen gebundeld in één verordening. De regels zijn meer opgesteld in duidelijke taal. Door de vaststelling van deze verordening moeten artikel 5:18 en artikel 5:19 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 worden aangepast. In deze artikelen is geregeld dat rechthebbenden van gebouwen het aanbrengen van aanduidingen (huisnummers en straatnaamborden) moeten gedogen en dat het verboden is om deze aanduidingen te verwijderen.

Context Aanleiding Sinds jaar en dag stellen burgemeester en wethouders in gemeente Utrecht al de openbare ruimte vast. Dat doen zij door straatnamen en huisnummers toe te wijzen. De bevoegdheid tot het toekennen van nummeraanduidingen lag op grond van de Verordening op de nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen Utrecht al bij burgemeester en wethouders. De Wet basisregistratie adressen en gebouwen (hierna: Wet BAG) regelt dat de raad het grondgebied van de gemeente indeelt, de openbare ruimte vaststelt, daar nummeraanduidingen aan toekent, ligplaatsen en standplaatsen vaststelt en zo nodig afbakent, evenals bij panden en verblijfsobjecten. Met het vaststellen van de Verordening adressen gemeente Utrecht (hierna: Verordening adressen) worden alle taken samengevoegd in een verordening, in lijn met de Wet BAG, en op de bevoegdheid van het vaststellen van woonplaatsen na, aan burgemeester en wethouders gedelegeerd. Juridische context Op grond van artikel 6 Wet BAG deelt de raad het grondgebied van de gemeente in, stelt zij de openbare ruimte vast en kent zij nummeraanduidingen toe. Daarnaast worden standplaatsen en ligplaatsen vastgesteld, evenals de afbakening hiervan en van panden en verblijfsobjecten.

In de Verordening adressen worden deze taken uit artikel 6 Wet BAG aan burgemeester en wethouders gedelegeerd, behalve het indelen van de gemeente in woonplaatsen. Daarnaast worden aan deze bevoegdheden regels verbonden die zien op het aanbrengen, in stand houden en gedogen van de straatnaamborden en huisnummers en het wijzigen daarvan. In artikel 5:18 en 5:19 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 (hierna: APV) staan regels over het gedogen van aanduidingen en een verbod om deze aanduidingen te verwijderen. Deze regels in de APV kunnen komen te vervallen, omdat dit in de Verordening adressen wordt opgenomen. De toelichting wordt hierop aangepast. We hebben de Modelverordening van de VNG gevolgd en daar waar mogelijk de Verordening adressen in duidelijke taal geschreven. Dit maakt de Verordening adressen een stuk leesbaarder dan het model. Beoogd effect Eenduidige indeling van de gemeente door de openbare ruimte vast te stellen, daar nummeraanduidingen aan toe te kennen en zo nodig af te bakenen. Dit is nodig voor een goede basisregistratie van adressen en gebouwen. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening Raadsbesluit van 1 juni 2006 om de Verordening op de nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, lig- en standplaatsen Utrecht vast te stellen.

Gelet op de uitvoering van motie M 2019/127 zullen wij een lid aan de commissie straatnaamgeving toevoegen, die binnen de commissie als speciale taak heeft om meer evenwicht te creëren bij vernoemingen van straatnamen vanuit het oogpunt van diversiteit in de breedste zin. Het lid zal kort nadat de Verordening adressen is vastgesteld benoemd worden. Daarvoor moet het Reglement commissie Straatnaamgeving worden aangepast. Dit zal worden gedaan, waarna de geactualiseerde Regeling commissie straatnaamgeving (nieuwe naam) gepubliceerd zal worden.

2

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De Verordening adressen gemeente Utrecht vast te stellen, waarin de taken om het grondgebied van de gemeente in te delen, de openbare ruimte vast te stellen, daar huisnummers aan toe te kennen en ligplaatsen en standplaatsen vast te stellen aan burgemeester en wethouders worden gedelegeerd, behalve het indelen van de gemeente in woonplaatsen

Argumenten 1.1

Dit maakt het mogelijk om het vaststellen van de openbare ruimte, het toekennen van huisnummers, het vaststellen van ligplaatsen en standplaatsen eenvoudiger en sneller uit te laten voeren door burgemeester en wethouders. De taken op grond van artikel 6 Wet BAG liggen bij de raad. Om te zorgen voor eenvoudige(re) besluitvorming en snellere uitvoering van deze taken is het gewenst om de taken aan burgemeester en wethouders te delegeren. Dit geldt voor alle taken, behalve het indelen van de gemeente in woonplaatsen en het vaststellen van de namen daarvan, omdat dit meestal ook een symbolische waarde heeft en daardoor soms een politiek lading. Het is dan aan de politiek om een keuze te maken. Om die reden wordt ervoor gekozen om deze bevoegdheid niet aan burgemeester en wethouders te delegeren.

Beslispunt 2

Het besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 vast te stellen waardoor het gedogen van aanduidingen, zoals straatnaamborden en huisnummers komt te vervallen

Argumenten 2.1

Door het vaststellen van de Verordenig adressen zijn deze bepalingen uit de in de APV dubbelop, wat kan leiden tot verwarring. In de Verordening adressen wordt het aanbrengen en gedogen van straatnaamborden en huisnummers opgenomen. Op deze manier staan alle regels die gaan over straatnaamborden en huisnummers bij elkaar in een regeling. De regels in de APV kunnen daardoor komen te vervallen, anders zijn ze dubbelop en kan er verwarring ontstaan. Om die reden moet een besluit tot wijzing van artikel 5:18 en 5:19 APV worden vastgesteld.

Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties.

Vervolg De verordening wordt bekendgemaakt op www.overheid.nl, waarna deze geldt op het moment van inwerkingtreding.

Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel.

Communicatie De verordening wordt gepubliceerd en bekend gemaakt.

3

(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is niet van toepassing, omdat dit een raadsvoorstel betreft ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft (artikel 3 lid 2 onder k Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Verordening adressen gemeente Utrecht. - Besluit tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Utrecht 2010; aanduidingen in artikel 5:18 en 5:19. Bijlagen informatief - Uitleg Verordening adressen gemeente Utrecht. - Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010. - Uitleg bij besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, aanduidingen in artikel 5:18 en 5:19.

4

1 Besluit tot wijziging van de APV Utrecht 2010 Gemeente Utrecht.doc

Besluit tot wijziging van de

Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, aanduidingen in artikel 5:18 en 5:19 De raad van de gemeente Utrecht Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van <datum >; Gelet op artikel 149 Gemeentewet en de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010; Overwegende dat de vaststelling van de Verordening Adressen gemeente Utrecht vraagt om

aanpassing van artikel 5:18 en artikel 5:19 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, omdat het gedogen van aanduidingen en het in stand houden daarvan in de Verordening adressen gemeente Utrecht wordt geregeld;

Besluit de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, aanduidingen in artikel 5:18 en 5:19 als volgt te wijzigen:

Artikel I

De Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 5:18 komt te luiden: Artikel 5:18 Gedoogplicht aanduidingen 1.

De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college, aanduidingen voor brandkranen en brandputten worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

2.

Het college geeft van tevoren schriftelijk kennis aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid van hun voornemen over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van aanduidingen voor brandkranen en brandputten.

B.

Het derde lid van artikel 5:19 komt te vervallen.

C. De toelichting komt te vervallen.

Artikel II

De index bij de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 wordt als volgt gewijzigd:

A. ‘Afdeling 5.6 Straatnaamborden, huisnummers e.d.’ wordt vervangen door: ‘Afdeling 5.6 Aanduidingen e.d.’

Artikel III

Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum> De burgemeester

De griffier,

Sharon A.M. Dijksma

Merel van Hall

Bijlage Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010.

De wijzigingen zijn cursief aangegeven in de bestaande tekst en onderstreept in de nieuwe tekst.

Bestaande tekst Artikel 5:18 Gedoogplicht aanduidingen 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college, straatnaamborden, daarbij behorende onderschriften daaronder begrepen, huisnummers en wijkaanduidingen, aanduidingen voor brandkranen en brandputten worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

Nieuwe tekst Artikel 5:18 Gedoogplicht aanduidingen 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college, aanduidingen voor brandkranen en brandputten worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

2. Het college geeft tevoren schriftelijk kennis aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid van hun voornemen over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van aanduidingen voor brandkranen en brandputten

2. Het college geeft tevoren schriftelijk kennis aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid van hun voornemen over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van straatnaamborden, daarbij behorende onderschriften daaronder begrepen, huisnummers en wijkaanduidingen, aanduidingen voor brandkranen en brandputten. Artikel 5:19 Verwijdering e.d. aanduidingen

Artikel 5:19 Verwijdering e.d. aanduidingen

1. Het is verboden enige aanduiding als bedoeld in artikel 5:18 eerste lid, te verwijderen, wijzigen, beschadigen, verplaatsen of onleesbaar te maken.

1. Het is verboden enige aanduiding als bedoeld in artikel 5:18 eerste lid, te verwijderen, wijzigen, beschadigen, verplaatsen of onleesbaar te maken.

2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor de rechthebbende op een bouwwerk die met inachtneming van het door het college vastgestelde huisnummer de aanduiding hiervan in afwijkende vorm wenst aan te brengen

1 Verordening adressen gemeente Utrecht

Verordening adressen gemeente Utrecht

De raad van de gemeente Utrecht;

-

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum];

-

gelet op artikel 6 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen en de artikelen 149 en 156 van de Gemeentewet;

-

gezien het advies van de commissie Stad en Ruimte van <datum>

Overwegende dat: -

de raad op grond van artikel 6 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen het grondgebied van de gemeente indeelt in woonplaatsen, de openbare ruimte vaststelt en nummeraanduidingen toekent aan verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen binnen het grondgebied van de gemeente;

-

de raad ligplaatsen en standplaatsen vaststelt, deze afbakent en dat ook doet bij panden en verblijfsobjecten;

-

de raad voorgaande bevoegdheden uit artikel 6 Wet BAG wil overdragen aan burgemeester en wethouders, behalve de bevoegdheid tot het indelen van de gemeente in woonplaatsen;

-

de raad het aanbrengen en gedogen van straatnamen en huisnummers wil regelen;

Besluit de volgende verordening vast te stellen.

Artikel 1 Definities In deze verordening staan verschillende definities. Onder deze definities wordt verstaan:

-

adres: een door burgemeester en wethouders aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats;

- afgebakend terrein: een terrein met een kunstmatige of natuurlijke afbakening dat te betreden en af te sluiten is en waar geen verblijfsobjecten op staan; -

ligplaats: een door burgemeester en wethouders aangewezen plaats in het water, mogelijk aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die bestemd is voor het permanent afmeren van een drijvend object, dat geschikt is voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden;

-

nummeraanduiding (‘huisnummer’): een door burgemeester en wethouders toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats (het “huisnummer”). De aanduiding kan uit een of meer cijfers bestaan, met een toevoeging van een cijfer- of lettercombinatie;

-

openbare ruimte: een door burgemeester en wethouders aangewezen buitenruimte die binnen een woonplaats ligt en voorzien is van een naam;

-

pand: de kleinste bij de totstandkoming, functioneel en bouwkundig-constructief, zelfstandige eenheid, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en te betreden en af te sluiten is;

-

rechthebbende: een persoon die vanwege zijn eigendom, een beperkt zakelijk recht of een persoonlijk recht, de beschikking heeft over een onroerende zaak en bevoegd is om te handelen naar de verplichtingen uit deze verordening. Hieronder wordt ook de beheerder verstaan;

-

standplaats: een door burgemeester en wethouders aangewezen terrein of gedeelte daarvan dat bestemd is voor het permanent plaatsen van een niet direct en niet

duurzaam met de aarde verbonden ruimte die geschikt is voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden;

-

verblijfsobject: de kleinste binnen één of meer panden gelegen eenheid die geschikt is voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden. De eenheid wordt ontsloten via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte en kan onderwerp zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig zijn;

-

woonplaats: het door de raad aangewezen gedeelte van het grondgebied van de gemeente dat van een naam is voorzien.

Artikel 2 Delegatie bevoegdheden De taken die artikel 6 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen toekent aan de gemeenteraad met betrekking tot het vaststellen van de openbare ruimten, het toekennen van nummeraanduidingen aan verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen, de vaststelling van ligplaatsen en standplaatsen en de afbakening van panden, verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen worden overgedragen aan burgemeester en wethouders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=51800d70-0bce-471e-af20-253cb407252d