CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 17 februari 2022, gemeente Utrecht42.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De Rekenkamer benadrukt het belang van evaluatie in haar nawoord nog eens en ze legt uit dat wanneer er meer nadruk geschonken wordt aan monitoring en evaluatie er meer inzicht komt in de doeltreffendheid van de projecten in het Uitvoeringsprogramma. Het volgende citaat is veelzeggend: ‘Dat de voortgang ook beïnvloed wordt door externe factoren ontslaat de gemeente er niet van uit te leggen wat een project oplevert en om projecten bij te stellen’. De PvdD wil hier een reflectie op van de wethouder en hoopt op een toezegging dat de gemeentelijke monitoring en evaluatie een prominentere rol krijgt in de energietransitieprojecten. De Rekenkamer vraagt in haar nawoord aandacht voor duidelijkheid richting burgers omtrent de bewonersinitiatieven gericht op de energietransitie. Volgens het college zit dat in het met het Actieprogramma ondertussen wel goed, maar de PvdD sluit zich aan bij de opmerking van de Rekenkamer dat zij benieuwd is hoe deze visie wordt vertaald naar de context van de energietransitie. De heer Bosse (PvdA) geeft aan dat de PvdD spreekt over effectieve klimaatdoelen, hij vraagt waar de doelen op afgerekend worden. Mevrouw Snippe (PvdD) antwoordt dat de PvdD een motie heeft ingediend en inzicht wil krijgen hoe ver de projecten zijn en wat ‘zo snel mogelijk’ inhoudt.

De heer Van Steeg (CDA) leest in de reactie van het college dat zij afhankelijk is van landelijk beleid, hij vraagt mevrouw Snippe of het zo kan zijn dat er te ver vooruit gelopen wordt.

55

60

Mevrouw Snippe (PvdD) antwoordt dat de plannen concreter en duidelijker moeten. De Rekenkamer meldt dit ook, de gemeente moet bijsturen. De heer Van Steeg (CDA) weet dat het college de ambitie heeft snel te gaan, maar nog net goed kan verantwoorden omdat zij afhankelijk is van landelijk en internationaal beleid. Hij vraagt nogmaals hoe verstandig het is om te ver voor de troepen uit te lopen. Pagina 18 van 45

5

Mevrouw Snippe (PvdD) antwoordt dat dit niet verstandig zou kunnen zijn, maar het is juist goed om op de troepen vooruit te lopen. Natuurlijk is de gemeente afhankelijk van landelijk beleid, maar hier kan niet alles op gegooid worden. Wat de gemeente kan doen, moet gedaan worden. Dit is ook de kritiek van de Rekenkamer. De plannen moeten SMART zijn.

10

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de PvdD niet zelf de blokkade vormt en of de PvdD een concreet doel kan aangeven dat SMART gemaakt kan worden. Ten aanzien van de lobby geeft hij aan dat er een scheiding gemaakt kan worden tussen de lobby en de projecten die nu uitgevoerd kunnen worden.

15

Mevrouw Snippe (PvdD) geeft aan dat de PvdD al in 2020 aan de wethouder heeft gevraagd de doelen SMART te maken. De PvdD is eerder een aanjager dan een blokkade. Klimaatneutraal in 2050 is echt veel te laat. Utrecht kan niet als enige alles, maar heeft wel een inspanningsverplichting. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt wat een SMART-jaar is wat de PvdD betreft.

20

25

Mevrouw Snippe (PvdD) vindt dit een lastige vraag, het is niet duidelijk hoe ver de projecten zijn op dit moment. ‘Zo spoedig mogelijk’ kan op allerlei manieren worden geïnterpreteerd. De heer Bosse (PvdA) vindt dat de heer Te Hoonte een terechte vraag stelt. De PvdD wil de doelen SMART hebben, maar kan zelf niet aangeven hoe. Hij vraagt mevrouw Snippe welke doelstelling zij zelf heeft. Mevrouw Snippe (PvdD) vindt dit een brede vraag die zij niet hoeft te beantwoorden, maar ‘zo snel mogelijk’ zegt niets.

30

De heer Bosse (PvdA) vindt dat er beleid gemaakt moet worden dat op uitgangspunten is gestoeld. Er kunnen verschillende keuzes gemaakt worden. De PvdD wil haast maken, maar hoe dat wordt niet gemeld. Dit is lastig.

35

Mevrouw Snippe (PvdD) meldt dat dit debat hier niet over gaat. Het gaat nu over het Rekenkameronderzoek en hoe de gemeente ervoor kan zorgen dat er meer grip op de energietransitie komt en hoe het geld dat erin gestopt wordt zo effectief mogelijk gebruikt wordt. Het is prima om te experimenteren met projecten, maar het moet wel duidelijk zijn wat dit opgeleverd heeft. De gemeente moet weten waar zij mee bezig is.

40

45

De heer Te Hoonte (VVD) dankt de Rekenkamer voor het grondige onderzoek. De conclusies zijn niet mals, er is onvoldoende inzicht in de resultaten, de doeltreffendheid en doelmatigheid zijn niet vast te stellen, informatie ontbreekt, de participatieleidraad is niet gebruikt, het is voor de raad lastig om projecten te controleren. De adviezen van de Rekenkamer zijn wat de VVD betreft cruciaal en dienen volledig overgenomen te worden. Het gaat om veel geld, ongeveer vijf miljoen euro per jaar. Hier moet meer tijd, energie en controle opgezet worden. Toch wordt dit een beetje tussen neus en lippen door gedaan. De VVD wil dat de middelen effectief ingezet worden op realistische projecten. Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt de heer Te Hoonte hoeveel tijd hij denkt dat er nog is.

50

55

60

De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat hij geen expert is, de lijn moet landelijk uitgezet worden. Hij heeft willen aangeven dat bij grote investeringen er niet lichtzinnig over een afschrijving van vijf miljoen euro per jaar beslist moet worden. Mevrouw Snippe (PvdD) geeft aan dat experts aangeven dat dit het decennium is waarin er iets aan de opwarming van de aarde gedaan moet worden. De heer Te Hoonte (VVD) noemde een voorbeeld toen hij het jaar 2050 noemde. Hij denkt dat het wat betreft de energietransitie tot nu toe te veel experimenteren is geweest. Het is nu tijd om de doelen concreet en SMART te maken. Pagina 19 van 45

Mevrouw Snippe (PvdD) is het daar natuurlijk mee eens. Zij geeft aan dat de heer Te Hoonte niet goed heeft opgelet, zij heeft eerder het jaar 2030 genoemd. 5

10

15

De heer Te Hoonte (VVD) meldt dat bij zich op veel punten bij de PvdD aansluit. Men moet echter realistisch zijn. Alles gereed hebben voor 2030 gaat niet lukken, de VVD vindt dat er een kerncentrale moet komen. De heer Te Hoonte (VVD) vervolgt zijn bijdrage. Er ligt nog geen raadvoorstel dat kan dienen als kader voor de voorjaarsnota. Hij verwacht dat voor de voorjaarsnota de eisen die de Rekenkamer stelt, namelijk dat de projecten concreter zijn uitgewerkt, ingevuld zijn. De gemeente kan niet doorgaan met uitgeven van geld waarvan de Rekenkamer zegt dat het niet doelmatig is. Hij vraagt hoe de gemeente de bewonersinitiatieven kan ondersteunen en hoe de eigenstandige positie van de gemeente in relatie tot de bewonersinitiatieven geborgd kan worden. Hij vindt de reactie van het college defensief en te makkelijk. Participatie gaat niet alleen over mensen die het met het college eens zijn. Wat gebeurt er als partijen het niet eens zijn. Het programma is niet duidelijk, doelen moeten meetbaar zijn en als doelen niet gehaald worden, moet een project stoppen.

20

Mevrouw Snippe (PvdD) kan zich grotendeels in de woorden van de heer Te Hoonte vinden, maar wil weten sinds wanneer de heer Te Hoonte van mening is dat de doelen SMART moeten. De VVD heeft de motie van de PvdD van juli 2020 niet gesteund.

25

Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) onderschrijft het feit dat de raad geen grip heeft op waar het geld aan besteed wordt. Een van de aanbevelingen is een meerjarenbegroting te maken, dit is een stap in de goede richting, ook zijn er voortgangsrapportages. Zij vraagt wat de VVD anders wil zien dan wat er nu al gebeurt en wat de voornemens zijn.

30

De heer Te Hoonte (VVD) meldt mevrouw Snippe dat de VVD de motie waarschijnlijk niet gesteund heeft omdat daar andere zaken in staan waar de VVD het niet mee eens was. De VVD heeft echter vaker aangegeven dat het onduidelijk is wat er in het programma gebeurt en dat dit duidelijker en SMART moet. In reactie op mevrouw Sturkenboom meldt hij dat er vele documenten zijn, het is een wirwar. Er is een RES vastgesteld, maar blijkbaar moet dit lokaal nog eens overgedaan worden. Van de vijf miljoen euro wordt een groot deel uitgegeven aan papieren tijgers, er wordt weinig concreets gedaan.

35

Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) herkent dit, maar vraagt hoe de heer Te Hoonte dit wil zien en of de status van de projecten misschien visueel gemaakt moet worden, met de kleuren groen, oranje, rood. Zij vraagt de wethouder of dit een mogelijkheid is om beter te monitoren en niet alleen eenmaal per jaar een rapportage te geven.

40

De heer Te Hoonte (VVD) denkt inderdaad aan deze richting. De raad moet meer grip hebben op waar het geld aan uitgegeven wordt. Ook moet er onderscheid gemaakt worden in wat er als afdelingsapparaat aan energie gestopt wordt in de lobby en aan wat er aan investeringen gedaan wordt. Als voorbeeld noemt hij dat de energieboxen en de betaling van de ambtenaren uit dezelfde pot komen. Bij veel ruimtelijke projecten wordt dit onderscheid wel gemaakt.

45

50

55

60

De heer Bosse (PvdA) meldt dat de PvdA is voor een eerlijk, betaalbaar, sociaal en duurzaam energiebeleid. Het college schiet weer tekort in participatie. Hier moet meer aandacht voor komen. Participatie is van levensbelang, want hoe wordt anders duidelijk of de maatregelen aan gaan slaan en gaan werken. Daarbij is het belangrijk dat iedereen bereikt wordt, niet alleen diegenen die een warmtepomp kunnen betalen. Er heeft afgelopen donderdag een RIB plaatsgebonden over het burgerberaad over dit onderwerp. De Rekenkamer concludeert dat het beleidsveld energie en energietransitie zichzelf ook in een transitie bevindt. De PvdA onderschrijft de doelen en ambities maar de methode verandert steeds. Er is sprake van lobby bij het Rijk en in Europa, we zetten ons in voor de U16, er worden energieboxen uitgedeeld. Het zijn ook daar appels en peren. De heer Bosse gaat mee in het betoog van de heer Te Hoonte het apparaat los te zien van de projecten zodat de projecten voor de gemeente meetbaarder worden. De lobby vereist een langere adem. De PvdA wil deze aanbeveling terugzien in het toekomstige programma Energietransitie. Het is goed te lezen dat het college ingaat op de meerjarenbegroting. Ook hier kan een uitsplitsing gemaakt worden in de projecten en de bovengemeentelijke projecten. De vraag wat effectief is, is een wezenlijke.

Moeten er zoveel mogelijk woningen van het gas af, of Pagina 20 van 45

wordt er gestart met de woningen in de binnenstad? Dit zijn essentiële vragen die beantwoord moeten worden. Veel van het beleid zit op bewustwording, het is de vraag hoe dit meetbaar gemaakt kan worden. 5

Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) krijgt het gevoel dat het een of-of discussie is: moet er een prioritaire volgorde zijn: moeten eerst degenen die niet meteen mee kunnen doen als eerste geholpen worden of moet de energietransitie op meerdere fronten ingezet worden.

10

De heer Bosse (PvdA) vindt dat hierover eerst met de inwoners in gesprek getreden moet worden. De PvdA vindt dat de sterkste schouders de meeste lasten moeten dragen, er moet worden gekeken naar waar de meeste winst te behalen is. De gemeente moet hier keuzes in maken en prioriteren.

15

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt hoe de PvdA kijkt naar de proeftuinen in Overvecht. Deze wijk heeft veel opgaven, hier zit een groep die geholpen kan worden. Die keus is gemaakt en hier loopt de gemeente nu klem.

20

25

30

35

40

45

50

55

De heer Bosse (PvdA) geeft aan dat ook hier participatie belangrijk is. Er kan veel geleerd worden van de proeftuin in Overvecht. Hier kan als eerste worden begonnen, maar op een manier waar bewoners wat aan hebben. Mevrouw Snippe (PvdD) vindt ook dat iedereen mee moet kunnen doen en dat mensen niet moeten worden opgezadeld met kosten die zij niet kunnen dragen. Zij vraagt de heer Bosse of hij doelt op energiearmoede. De heer Bosse (PvdA) antwoordt bevestigend. De heer Schipper (SP) vindt dat er over het raadsvoorstel gesproken moet worden. Dit punt gaat later nog inhoudelijk langskomen. Mevrouw Snippe (PvdD) is het daar wel mee eens, maar vindt dat als partijen nu iets inbrengen, daar ruimte voor moet zijn. De heer Schreuder (D66) geeft aan dat de energietransitie een van de meest complexe opgave op dit moment is. Er is aan de opgave begonnen zonder te weten wat de route en de obstakels zijn. D66 heeft kritiek. Er is niet overal rekenschap gegeven van de complexiteit van een volledige systeemverandering. Een concreet voorbeeld staat op pagina 39 waarin in enkele zinnen zowel wordt gesteld dat doelmatigheid niet te beoordelen is, vervolgens wordt de inschatting gemaakt dat het project doelmatig is. Het eerste deel van het onderzoek heeft D66 zelf al geagendeerd. De energietransitie is niet goed te volgen vanuit de raad.

De wijze waarop de informatie wordt geleverd brengt de raad niet goed in positie. De Rekenkamer heeft het raadvoorstel opgesteld, op hoofdlijnen deelt D66 dit. Over de uitwerking zijn er nog vragen. Ten aanzien van de projectplannen is het de vraag wat de juiste schaalgrootte is (punt 1 en 4 van het raadsvoorstel): wat is het juiste aggregatieniveau? De rapportage aan de raad (punt 2 en 3 van het raadsvoorstel). Om als raad de voortgang te kunnen volgen moet er een lijn gevolgd kunnen worden. Hiervoor is een ander soort rapportage nodig, bijvoorbeeld een rapportage over de voortgang en de omvang van energieprojecten vanuit de RES en een rapportage over het aantal huizen en wijken die in een bepaalde stap van het stappenplan worden meegenomen. Dat zijn cijfers die de raad kunnen helpen om de voortgang te volgen. Het is natuurlijk ook belangrijk dat de rapportage informatie bevat over hetgeen de gemeente geen controle op heeft, maar slechts invloed, maar de raad wel inzicht hebben in de afhankelijkheden die er zijn. Ten aanzien van de participatie wordt gezien dat dit op hoofdlijnen wel gebeurt, maar bij kleine projecten niet gebruikelijk is. Dat is jammer, want de eerste echte ervaringen worden opgedaan door veel bewoners. D66 ziet graag een toezegging dat dit voortaan anders wordt opgepakt.

Ten aanzien van de wijze van rapporteren meldt de heer Schreuder dat dit exemplarisch is. De raad krijgt de informatie wel, maar het is moeilijk te volgen wat er gebeurd is. D66 ziet graag hoe de koppeling tussen de drie hoofdlijnen: de transities warmte, de regionale energiestrategie en het programma besparen en het Uitvoeringsprogramma dat andere hoofdlijnen bevat. Hoe kan de raad zien of een programma stopt, waarom het stopt of waarom het afgeschaald wordt. Dit moet beter geborgd Pagina 21 van 45

zijn in de cyclus van jaarplan en voortgangsrapportage. Het onderwerp moet jaarlijks geagendeerd worden zodat de raad haar positie beter kan innemen. 5

10

15

20

25

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt het een goed onderzoek. De ChristenUnie worstelt met de grote budgetten voor de energietransitie en wat daarvoor gedaan wordt en wat daarvoor wordt teruggekregen. De raad had eerder moeten aangeven dat er meer SMART gewerkt moet worden. Ten aanzien van de ondersteuning van de burgerinitiatieven vraagt de heer Van der Graaf of hier niet beter een bundeling in aangebracht kan worden, dus niet zelf met allerlei regelingen te komen, maar een centraal punt waar iedereen met vragen terecht kan en geholpen kan worden. Dit lijkt de gemeente nu vooral aan de markt over te laten, maar veel mensen hebben behoefte aan een laagdrempelig loket. Ziet het college hier mogelijkheden voor? De heer Zwanenberg (GroenLinks) dankt de Rekenkamer voor het onderzoek. De urgentie is groot en er moeten flinke stappen gezet worden. Er is de afgelopen periode veel voorbereidend werk gedaan, nu begint de fase van uitvoeren en opschalen. In deze fase zijn de aanbevelingen van de Rekenkamer behulpzaam. De samenhangende visie is voor GroenLinks belangrijk. Hoe participatie vorm te geven is in deze fase heel belangrijk, maar dit is niet voor ieder klein deelproject nodig. Aanbeveling 7, de bewonersinitiatieven, is goed geland in de transitievisie. De heer Bosse (PvdA) vraagt hoe bepaald wordt voor welk project er wel en voor welk niet er geparticipeerd moet worden.

De heer Zwanenberg (GroenLinks) antwoordt dat voor bijvoorbeeld zonnepanelen op daken er geen participatie nodig is. Het probleem is dat er twee projecten zijn onderzocht, terwijl het lijkt dat het om alle zestig projecten gaat. De focus moet op deze twee projecten liggen.

30

De heer Zwanenberg (GroenLinks) vervolgt zijn bijdrage. Er worden aanbevelingen gedaan over monitoring, evaluatie, doelstellingen en het bijstellen van projecten. Het is in elk geval belangrijk te monitoren of de projecten goed op dreef zijn, zeker in deze periode van uitvoering en opschaling. Aanbeveling acht gaat over de informatievoorziening aan de raad. De raad krijgt regelmatig veel informatie. Dit betekent wat voor de werkdruk. GroenLinks zit niet te wachten op een lijst van projecten. Het gaat soms om hele kleine projecten, hierop moet de raad niet sturen.

35

De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat de energietransitie van de experimenteerfase nu wordt uitgerold in grotere projecten. De raad moet geïnformeerd worden over de grote projecten. De heer Zwanenberg (GroenLinks) vindt dat er op hoofdlijnen gestuurd moet worden en dat er gerichte informatie moet zijn.

40

45

50

55

De heer Te Hoonte (VVD) vindt de informatievoorziening binnen dit programma rommelig. Er lijkt weinig structuur in te zitten. De heer Zwanenberg (GroenLinks) herkent dit niet. In het duurzaamheidsverslag zit veel informatie over de drie grootste projecten. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de heer Zwanenburg besparen kennelijk als een project ziet, maar dat is het nog niet, hiervoor volgt nog een voorstel. In de energievisie moet nog worden vastgelegd wat de visie op besparen is. Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) vraagt of GroenLinks de huidige informatievoorziening zo wil houden of dat er een andere structuur gewenst is. De heer Zwanenberg (GroenLinks) antwoordt dat het niet om meer informatie gaat, maar om gerichtere informatie. De heer Van Steeg (CDA) geeft aan dat de Rekenkamer concludeert dat er geen overkoepelende visie is.

Pagina 22 van 45

De heer Zwanenberg (GroenLinks) meldt dat het duurzaamheidsverslag heel belangrijk is als er op hoofdlijnen gestuurd moet worden. In het rapport van de Rekenkamer worden veel aanbevelingen gedaan, dit rapport ligt er niet voor niets. Het is zinnig om dat erbij te betrekken. 5

10

15

20

25

30

De heer Zwanenberg (GroenLinks) vervolgt zijn bijdrage. Het valt op dat er moet gestuurd worden op doelstellingen, meten, evalueren en bijstellen van projecten. Het is de vraag welke beïnvloedingsmogelijkheden de raad heeft. Het is de vraag of ‘meten is weten’ past bij een dergelijk groot project. Er is sprake van een complex krachtenveld waar de gemeente niet direct invloed op heeft. Bij verduurzamen van vastgoed kunnen er SMART doelen gesteld worden, maar als het gaat om het leggen van zonnepanelen op daken kan de gemeente vooral stimuleren en faciliteren. Het is lastig om hier SMART doelen voor te formuleren en te meten. Het rapport gaat om twee projecten: stimuleren van zonnepanelen op het dak en particuliere eigenaren, maar de conclusies lijken te gaan over het geheel. Dit wekt verbazing. De heer Van Steeg (CDA) meldt dat de energietransitie een van de belangrijkste veranderingen in de samenleving voor de komende tijd betekent. Dit vraagt veel en gaat niet vanzelf. De betrokkenheid van inwoners is cruciaal, dit is een belangrijk onderdeel van het rapport. Het CDA is blij met de aanbevelingen die zijn gedaan, deze moeten worden overgenomen. De Rekenkamer geeft aan dat er een overkoepelende visie moet komen en dat inwoners overtuigd moeten worden. Die visie is er op dit moment nog niet.

Het is waar dat er een afhankelijkheid is van landelijk en Europese ontwikkelingen, maar dit kan SMART gemaakt worden door aan te geven dat sommige dingen hierdoor langer duren. De heer Bosse (PvdA) heeft voorgesteld de projecten waar de gemeente aan het roer staat los te koppelen van de projecten waar de gemeente afhankelijk is van landelijke of internationale wetgeving. De gemeente kan wel degelijk doelstellingen stellen. De heer Van Steeg (CDA) vindt dit een terecht punt, maar de projecten moeten wel bij elkaar komen. De inwoners hebben behoefte aan een overkoepelende visie over waar de ontwikkelingen over tien jaar staan en hoe dat bereikt wordt. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat het erop lijkt dat landelijk of internationaal beleid als excuus gebruikt wordt.

35

40

45

50

55

60

De heer Van Steeg (CDA) onderschrijft dit. De heer Van Steeg (CDA) vervolgt zijn bijdrage. De samenhang tussen de verschillende projecten is een belangrijk onderdeel van het rapport van de Rekenkamer. Vanuit een visie moet gekeken worden wat passend is en wat er wel of niet bereikt wordt. De capaciteit bij de gemeente is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Er zijn zestig projecten, als deze niet gehaald worden, moet bekeken worden wat de prioritering is. Het college geeft aan een aantal aanbevelingen deels op te volgen. Het CDA wil weten wat er dan niet opgevolgd wordt. Op welke vlakken gaan aanbevelingen te ver en wat betekent dat dan voor het beleid? De projectfinanciering moet inzichtelijk gemaakt worden. Het CDA wil de stip op de horizon zien. Dit vraagt om een visie en een koppeling van de projecten aan een overkoepelende visie. Participatie gaat op sommige vlakken niet goed. Duidelijk moet zijn wat er bereikt moet worden met participatie. Dit moet goed geregeld zijn. Bewonersinitiatieven zijn heel belangrijk. Duidelijk moet zijn hoe bewoners kunnen bijdragen aan het bereiken van de gemeenschappelijke doelstelling. Het verbaast de heer Te Hoonte (VVD) dat in het rapport staat dat de EvU het belang van de bewoners kan vertegenwoordigen. Hij vraagt hoe de heer Van Steeg hier tegenaan kijken.

De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat sommige organisaties prima voor burgers kunnen spreken, maar dit verschilt per onderwerp. De heer Van Steeg (CDA) vervolgt zijn bijdrage. Er moet één plek zijn waar alle projecten samenkomen. Zo kan er beter gestuurd worden. Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) geeft aan dat er eerder geen grip was op wie betaalt wat en die doet wat. Dit is nog steeds zo. De projecten moeten SMART gemaakt worden en er Pagina 23 van 45

15

moet een stip op de horizon zijn. Het is daarom goed dat de Rekenkamer dit heeft opgepakt. De aanbevelingen moeten worden opgepakt. Het meest opvallende is, is dat de basis niet op orde is en het is kwalijk dat er geen begroting is en geen projectplanning voor een groot project als Zon op Dak. De aanbevelingen bij punt 3 zijn mooie aanbevelingen die het college kan oppakken. Mevrouw Sturkenboom vraagt de wethouder of de zaken nu echt hanteerbaar en controleerbaar worden om te bepalen dat wat er gedaan wordt ook het juiste is. Is er straks bij de gemeente een kader waardoor bepaald kan worden of een project doorgaat of stopt. Die doeltreffendheid spreekt niet uit de reactie van het college. Student&Starter vindt dat er beter gemonitord en vaker gerapporteerd moet kunnen worden. Dit betekent geen extra papieren winkel omdat op deze manier veel vragen voorkomen worden. Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een website. Het is jammer dat de Rekenkamer niet is ingegaan op de invloedcirkels, mevrouw Strukenboom vraagt of het college dit zelf gaat onderzoeken. Ook wordt de integraliteit van de projecten wordt in het onderzoek gemist. Energietransitie gaat over wonen, gebiedsontwikkeling, vastgoed en duurzaamheid. Hoe kijkt de Rekenkamer hier zelf naar. Student&Starter sluit zich aan bij de vragen van het CDA over de bewonersinitiatieven.

20

De heer Schipper (SP) kan met de conclusies van de VVD en de PvdD aardig uit de voeten. Geld moet goed besteed en verantwoord worden. Tegelijkertijd moet er nagedacht worden over wat er wel en wat er niet gerapporteerd wordt. De eindconclusie van de SP is dat het college alle aanbevelingen binnen redelijke condities op moet volgen.

5

10

25

30

35

40

45

50

55

De heer Verhoeven reageert op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen. De gemeente wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn en heeft vijf klimaatdoelen. Er is een aantal concrete projecten en programma’s onderzocht, dit is ongeveer een vijfde deel van het gehele project. Bij die projecten werd gezien dat de visie niet altijd aanwezig is, dit heeft geleid tot de opmerkingen die in het rapport zijn gemaakt. Er is niet onderzocht of er op het hogere niveau wel een visie aanwezig is. De bewonersinitiatieven waarmee de Rekenkamer heeft gesproken waren actief op buurtniveau en waren geen politieke partij of bedrijf, dus kleinschalig en lokaal. Zij hebben verdergaand advies nodig op gebied van promotie en praktische zaken, bijvoorbeeld over bouwbesluiten, bestemmingsplan of ze willen dat de gemeente hun initiatief promoot. De bewonersinitiatieven noemen enkele voorbeelden waar de gemeente hun niet tegemoet komt in de ondersteuning. Dat had als gevolg dat vrijwilligers meer tijd moesten investeren, vastliepen of zelf wilden stoppen. De heer Te Hoonte (VVD) stelde de vraag wat de rol van de raad is ten opzichte van de bewonersinitiatieven bij grotere projecten. De heer Verhoeven antwoordt dat dat niet is onderzocht. Als het gaat om de inkadering denkt hij dat dit gestoeld moet zijn op het meerjarenprogramma van de energietransitie.

Het gaat soms om hele grote en controversiële projecten. De Rekenkamer vindt dat de raad met de huidige informatievoorziening lastig kan controleren en beveelt het college aan met de raad in gesprek te gaan en hier samen afspraken over te maken. Een rapportage moet zinvol zijn en met het doel dienen waarvoor het is: evalueren, leren, doorstarten of stoppen. In de fase waarin de energietransitie zich nu gaat bevinden worden de projecten mogelijk grootschaliger en kostbaarder. Dit stelt andere eisen aan de informatievoorziening. Ten aanzien van de reflectie van de evaluatie op de zestig projecten en het stoppen daarmee meldt de heer Verhoeven dat de projecten heel divers zijn. De Rekenkamer is projecten tegengekomen die niet worden geëvalueerd terwijl dat wel kan. De Rekenkamer beveelt daarom aan meer aandacht te besteden aan monitoring en evaluatie zodat de doeltreffendheid van de projecten beter inzichtelijk kan worden gemaakt en de gemeente het geld zo doelmatig mogelijk kan besteden. Op pagina 39 van het rapport staat dat de doelmatigheid van Zon op Dak niet te beoordelen is, maar dat dit positief wordt ingeschat. D66 merkte op dat dit tegenstrijdig lijkt. De heer Verhoeven geeft aan dat dit misschien minder concreet is, maar niet tegenstrijdig. De Rekenkamer kan de doelmatigheid niet vaststellen omdat de invloed van de gemeente niet los te trekken is van andere factoren.

De heer Schreuder (D66) wijst erop dat de wijze waarop dit is opgeschreven dat niet reflecteert.

Pagina 24 van 45

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

In het rapport staat: ‘Sturen op basis van doelstellingen, monitoring en evaluatie’. GroenLinks geeft aan dat de gemeente niet altijd beïnvloedingsmogelijkheden heeft. Past SMART wel? De Rekenkamer ziet dat in het onderzoek dat nu te weinig bekend is over de effectiviteit van de projecten. Er worden projecten gedaan waarvan niet bekend is wat ze opleveren en die ook niet geëvalueerd worden. Er waren in het onderzoek projecten die niet concreet worden geëvalueerd en daar is de Rekenkamer op aangeslagen. Juist bij een uitvoeringsprogramma in ontwikkeling is het belangrijk om structureel te letten op de doeltreffendheid van de aanpak. Daarmee kan de gemeente optimaliseren en de keuze maken om nieuwe projecten op te starten, aan te passen of te stoppen. De Rekenkamer ziet dat dit bij sommige projecten al gebeurt en er zijn aanwijzingen dat dit de effectiviteit van de projecten vergroot. Opgemerkt werd dat het rapport over twee projecten gaat, maar de conclusie lijkt te gaan over het geheel. Dit wekt verbazing en de vraag is op basis waarvan de Rekenkamer conclusies trekt. De heer Verhoeven geeft aan dat er geen twee, maar tien van de ongeveer zestig projecten en daarbij concrete projecten gekozen met een redelijke financiële omvang. De conclusie is niet dat het bij alle projecten niet goed gaat, maar het advies is wel de projecten na te lopen.

De Rekenkamer heeft met bewonersinitiatieven gesproken die buurtgenoten proberen te overtuigen hun huis te verduurzamen en daarop maatregelen te nemen. De acties die bewonersinitiatieven ondernemen zijn in lijn met de richting die de gemeente op wil gaan, maar in de praktijk lopen deze bewonersinitiatieven vast en vragen meer ondersteuning van de gemeente die zij niet altijd hebben gekregen. Dit leidt er somt toe dat de bewonersinitiatieven stoppen. Zoals gezegd betreffen dit kleinschalige, lokale initiatieven. Student&Starter vroeg hoe de Rekenkamer kijkt tegen de integraliteit van de energietransitie. Het is een algemeen bekend feit dat veel zaken samenhangen. Het gaat om een complexe, veelzijdige en kostbare transitie. Het programma komt nu van de pioniersfase in de uitvoeringsfase. Reactie van de wethouder, mevrouw Van Hooijdonk. Er staan veel terechte punten in het rapport, het college neemt deze ter harte. Een aantal zaken moet echt beter en daar wordt al aan gewerkt. Er wordt gewerkt aan samenhangend beleid en de visie. Zo wordt stap voor stap gewerkt aan het samenhangende kaderstellen waarop de activiteiten gebaseerd kunnen worden. Een tweede punt gaat over alles in de sfeer van projectmatig werken, evalueren en bijstellen: veel systematischer, explicieter en zichtbaarder de projecten op orde hebben en de verbinding maken met de cyclus. Dit moet beter.

De Rekenkamer laat zien dat dit nu te wisselend is. Er ligt een opdracht om binnen zes weken met een verbeterplan te komen en te laten zien hoe het college met de aanbevelingen omgaat. Het college denkt dat de cyclus explicieter moet. Normaal stuurt het college het jaarplan met een overzicht van de keuzes voor het jaar erop. In de voortgangsrapportage het jaar erna wordt daarop teruggekeken en worden conclusies getrokken. Dit is echter onvoldoende navolgbaar. De voortgangsrapportage is echter omvangrijk en het is voorstelbaar dat deze niet helemaal gelezen wordt. Ook wordt de rapportage niet geagendeerd en besproken. Er staan veel grafieken en cijfers in, maar ook veel tekst. Dit moet beter. Dat begint met het explicieter maken van de cyclus en hoe het een verband houdt met het ander. De voortgangsrapportage moet op een andere leest geschoeid worden. De heer Bosse (PvdA) geeft aan dat dit op een p&c-cyclus lijkt. Hij vraagt of deze cyclus geïntegreerd kan worden met de bestaande p&c-cyclus. De wethouder antwoordt dat de begroting en de voorjaarsnota niet het detailniveau of de ruimte geven die gezocht wordt. Zoals gezegd gaat de voortgangsrapportage op een ander leest geschoeid worden. Het college komt met een voorstel voor hoe zij dit wil doen.

Een tweede verbetering heeft te maken met de verbinding tussen de kaderstelling en de formulering van de gave en hoe dit wordt vertaald in activiteiten en projecten. Het college is hier steeds beter toe in staat. Denk bijvoorbeeld aan de Transitievisie warmte, hier zijn buurten aangewezen, nu wordt nagedacht over wat er gedaan moet worden om in die buurten aan de slag te gaan. Vervolgens kan worden aangegeven hoe de buurten ervoor staan. De derde verbetering heeft te maken met hoe dit in beeld gebracht wordt. Hierbij wordt gedacht aan een dashboard. Dit is best ingewikkeld. Er ligt tegelijkertijd wel een opgave. Een vierde verbetering is in het geheel ruimte te vinden in wat de rol van de gemeente is, aan welke knoppen kan de gemeente draaien?

Pagina 25 van 45

De transitie is niet maakbaar en niet op bestelling te krijgen. Het is een zoektocht om iets dat zo ingewikkeld is inzichtelijk te maken en dat is soms wat rommelig en het ligt niet alleen in de handen van de gemeente. Het blijft ook een kwestie van het voeren van het kwalitatieve gesprek. 5

De heer Bosse (PvdA) wil de wethouder daar ruimte in geven. Hij vraagt of het mogelijk is om een onderscheid te maken tussen de meer en minder concrete projecten. De wethouder komt hier straks op terug.

10

15

20

25

30

35

40

45

Ten aanzien van de participatie geeft de wethouder aan dat er echt veel gedaan is aan participatie. De bewoners worden echter niet lastig gevallen met de interne organisatie. Een project wordt opgezet om het intern hanteerbaarder te maken, dit is voor de bewoners niet interessant. De bewoners zijn geïnteresseerd in wat de gemeente doet op gebied van energie. Het afgelopen jaar is er met tweeduizend mensen in Overvecht interactie geweest. Er worden veel mensen bereikt, maar niet altijd per project. In november is er een brief gestuurd naar de bewonersinitiatieven over het aanbod van de gemeente. Hierop zijn positieve reacties gekomen. Het college start met die zaken die echt beter moeten en komt met een reactie op het rapport hoe dit gerealiseerd gaat worden. De voortgangsrapportage gaat daar een belangrijke rol in spelen. Hierin wordt expliciet gemaakt wat er is gedaan, wat er niet is gedaan en wat er is geleerd en wat dit betekent voor het vervolg. Er wordt daarbij goed gekeken op welke punten hier nog niet voldoende is in voorzien. Ten aanzien van het aggregatieniveau meldt de wethouder dat de informatie proportioneel moet zijn, maar het moet op orde zijn. Hierin wordt een slag gemaakt. Een aantal aanbevelingen wordt deels opgevolgd, bijvoorbeeld de aanbeveling dat de participatie op hoog niveau moet zijn.

Dat klopt, maar het is de vraag of dit voor alle zestig projecten geldt. De eerste twee zaken die verbeterd worden hebben met de cyclus te maken van jaarplan, uitvoering, evaluatie en voortgangsrapportage en de cyclus van kaderstelling, opgave, de uitvoering en de evaluatie. De wethouder is het ermee eens dat dit minstens eenmaal per jaar gedaan moet worden. Zij staat open voor suggesties van de raad. De afweging van of een project doorgaat of niet kan expliciet gemaakt worden, maar dit is geen wiskunde. Het is niet altijd goed te bepalen wanneer een project geslaagd is of niet. Ten aanzien van de wijze van rapportage wordt nagedacht over de wijze waarop de voortgang gevolgd kan worden en de link gezien wordt met de kaders die de raad heeft gesteld en de ambities die er zijn. Op deelniveau van het programma is helder waar het geld aan uitgegeven wordt. De Rekenkamer geeft terecht aan dat dit op abstract niveau helderder en explicieter gemaakt kan worden. Ten aanzien van het dashboard en de rapportage geeft de wethouder aan dat zij eerst een goede vorm wil vinden voor de jaarlijkse rapportage en daar het debat over voeren voordat er gekozen wordt voor een kwartaalrapportage. De heer Schreuder (D66) vraagt hoe het dashboard gezien moet worden en of dit een onderdeel is van de voortgangsrapportage.

De wethouder antwoordt dat de voorgangsrapportage nu een document is van 48 pagina’s met veel plaatjes en veel tekst. Zij zoekt naar een vorm met minder proza en meer verbinding met wat er gedaan is, wat er geleerd is en hoe het vervolg eruit ziet. Een dashboard kan daar een onderdeel van zijn. De totale opgave wordt weergegeven, waaraan gewerkt wordt en in welk stadium de projecten zich bevinden.

50

Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) vindt dat het proces onvoldoende gevolgd kan worden met een jaarlijkse voorgangsrapportage, zij wenst kwartaalrapportages (of eventueel een halfjaarrapportage) net zoals dat bij Werk en Inkomen gedaan wordt.

55

De wethouder geeft aan dat de cijfers in de kwartaalrapportages van Werk en Inkomen uit een bronbestand gehaald worden, dit kan bij dit programma niet. Zij geeft er de voorkeur aan eerst een andere vorm van rapporteren te vinden en vervolgens te bekijken of er vaker gerapporteerd moet worden.

60

Het blijft een beetje een zoektocht. Zon op Dak gaat goed, maar is dat de verdienste van de gemeente? De Rekenkamer is hier vrij positief over, maar tegelijkertijd is dit een mooi voorbeeld. Het feit dat Zon op Dak zo is toegenomen heeft heel veel met het landelijk speelveld te maken. Het is wel een feit dat Utrecht landelijk in de top zit van de zonne-energieontwikkeling. Het is Pagina 26 van 45

5

10

echter nooit helemaal vast te pakken. Het kan net zo goed aan de demografie van de stad liggen. Ten aanzien van het meetbaar maken van communicatie geeft de wethouder aan dat er voor een deel uitput gemeten wordt en niet outcome. Wat er is geproduceerd kan vastgesteld worden, maar of dat het laatste zetje is geweest dat iemand iets aan zijn huis is gaan doen is moeilijk vast te stellen. De heer Van Steeg pleit voor realisme. De wethouder probeert dit uit te stralen, maar ook dit is soms moeilijk vast te pakken. De heer Van Steeg (CDA) vraagt de wethouder te erkennen dat er een afhankelijkheid is van nationale en internationale wetgeving. De wethouder antwoordt dat zij dit doet. Zo is de Transitievisie warmte vastgesteld waarin staat dat dit wordt uitgevoerd op het moment dat dit betaalbaar is voor mensen en de wetgeving op orde is. Hierover is het college transparant. Tegelijkertijd heeft zij haar eigen huiswerk gedaan.

15

De heer Van Steeg (CDA) vindt dat als er ver voor de troepen wordt uitgelopen, er minder efficiënt met geld wordt omgegaan.

20

De wethouder ziet dit anders. Het kabinet heeft voorzien in de betaalbaarheid voor inwoners en andere zaken worden nog geregeld. De gemeente is klaar om ermee aan de slag te gaan. Er wordt in Den Haag ook veel teruggezien van wat er in Utrecht gebeurt. Haar positie bij de VNG is hierbij helpend.

25

30

35

40

45

De heer Bosse (PvdA) zou meer informatie willen hebben over de positie van de wethouder bij de VNG en de lobby die daar plaatsvindt. De wethouder antwoordt dat dit soort informatie ook in de voortgangsrapportage staat. Hierdoor wordt de rapportage omvangrijk. Het is daarbij zoeken naar de balans. De informatie moet voor de raad hanteerbaar blijven. Zij staat open voor tips voor verbetering van de voortgangsrapportage. Over de bewonersinitiatieven is al het nodige gezegd. De wethouder heeft een brief gestuurd naar de bewonersinitiatieven. De gemeente biedt een aardig pakket aan ondersteuning aan. Ten aanzien van de vraag over het bundelen van initiatieven geeft de wethouder aan dat er een balans is tussen wat des bewonersinitiatieven is en wat des gemeente is. Als de gemeente initiatieven overneemt, zijn het geen bewonersinitiatieven meer. De gemeente ondersteunt en de bewonersinitiatieven voeren uit. Dit geldt ook voor bundeling of niet, er moet kruisbestuiving plaatsvinden, maar het is aan de bewonersinitiatieven zelf. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) geeft aan dat het wel de taak van de gemeente is initiatieven slim aan elkaar te koppelen. De wethouder meldt dat dat ook gedaan wordt. Een aantal dingen moet systematischer en explicieter gedaan worden.

De opmerking van de heer Bosse onderschrijft de wethouder zeer: wie wordt er bereikt? In Overvecht is alles uit de kast gehaald om iedereen te bereiken. De heer Bosse (PvdA) geeft aan dat de Rekenkamer ook ingaat op het feit dat er geen gebruik gemaakt wordt van participatie en vraagt hoe de wethouder daar tegenaan kijkt.

50

De wethouder antwoordt dat dit explicieter afgewogen kan worden, maar er moet worden uitgekeken voor te veel bureaucratie. Er wordt bovendien veel gedaan aan participatie.

55

De heer Bosse (PvdA) vraagt om meer duidelijkheid over de projecten waar dit wel gedaan wordt. Ook het projectmanagementformat zou gebruikt moeten worden. Dit bevordert de uniformiteit binnen de gemeentelijke organisatie en maakt het voor de raad helder wat er gedaan wordt.

60

De wethouder antwoordt dat hier een slag in gemaakt worden, maar zij denkt dat de raad geen zestig projectplannen wil. Pagina 27 van 45

De heer Bosse (PvdA) onderschrijft dat, maar er zijn projecten die expliciet bij de raad langskomen. Het helpt als er in de communicatie aangegeven wordt waar de bewoners bij betrokken worden en als er gebruik wordt gemaakt van een projectformat. 5

Mevrouw Snippe (PvdD) sluit zich daarbij aan. Verder geeft zij aan dat de Rekenkamer stelt dat er nauwelijks sprake is van participatie terwijl de wethouder zegt dat er veel participatie gedaan wordt.

10

De wethouder meldt dat dit te maken heeft met het feit dat een deel van het programma is onderzocht, maar het grootste deel niet. De raad is een aantal keer expliciet over participatie geïnformeerd. Zij probeert in de voortgangsrapportage een manier te vinden om de raad meer gestructureerd te informeren, op een zinvolle manier.

15

De VVD vroeg wat er gebeurt als de gemeente het oneens is met wat de bewoners willen. Zij benadrukt met klem dat er steeds op zoek gegaan wordt naar hoe alle bewoners bereikt kunnen worden. Er zijn hiervoor diverse vormen en methodes. Er wordt niet alleen gesproken met mensen die het eens zijn met de gemeente.

20

De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat in de beantwoording staat dat er een organisatie wordt ingevlogen die de burgen kan vertegenwoordigen. Dit is bijzonder. De wethouder antwoordt dat deze organisatie niet wordt ingezet om inwoners te vertegenwoordigen. Bewonersparticipatie wordt op een andere manier vormgegeven.

25

30

De heer Van der Graaf gaf aan dat het informeren van bewoners wordt overgelaten aan de markt. De wethouder meldt dat dit niet helemaal juist is. Zij wijst bijvoorbeeld op de website jouwhuisslimmer.nl. Dit wordt uitbesteed, maar de gemeente is opdrachtgever. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt de informatievoorziening voor de bewoners soms wat versnipperd. Men heeft soms behoefte aan een loket waar men op weg geholpen kan worden. De heer Te Hoonte (VVD) wijst op punt 5 van de bestuurlijke reactie. Hier zegt de wethouder dat Energie U de belangen van de inwoners van de stad vertegenwoordigt.

35

40

De wethouder antwoordt dit geen participatie is. Participatie is interacteren met bewoners. Energie U is wel een gesprekspartner, maar niet vanuit het idee dat zij vanuit alle bewoners spreken. De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat dit onder het kopje ‘participatie’ staat en vraagt de wethouder om toelichting. De wethouder herhaalt dat Energie U een gesprekspartner is. Dit komt niet in plaats van participatie.

45

50

55

De heer Bosse vroeg of er zaken apart in beeld gebracht kunnen worden. De wethouder geeft aan dat dit wat ingewikkeld is, er kan niet altijd een goed onderscheid gemaakt worden. Het is een bewuste keuze geweest dat het geld niet verbrand gaat worden in investeringen. Er wordt ingezet op procesinterventies. De energieboxen zijn een uitzondering op de regel. Het zit vooral in mensuren. Er is een onderscheid gemaakt tussen zaken als lobby, het ondersteunen van het programma en communicatie. De overige blokken zijn of project of beleid. Het is soms lastig vast te stellen of er een doel aan een activiteit gekoppeld kan worden. Het is logischer om de inhoud als ordeningsprincipe te nemen. De heer Bosse (PvdA) vindt dat de wethouder doet alsof er een gesprek gevoerd wordt, maar als de raad voorstellen doet, neemt zij dat niet ter harte. De heer Schreuder (D66) biedt aan mee te werken aan een informatiesessie.

60

De griffier inventariseert welke commissieleden hier in geïnteresseerd zijn. Pagina 28 van 45

De heer Bosse (PvdA) heeft eerder vragen gesteld over het burgerberaad.

5

De wethouder geeft aan dat hierover eerder een discussie is gevoerd. In 2015 en 2016 was er een burgerberaad en is er beleid gemaakt. In 2021 is hier een visie op gemaakt. Er kan ook gedacht worden aan een klankbordgroep. Er wordt geprobeerd niet met één groep mensen te praten maar te spreken met mensen in verschillende projecten. De goede mensen moeten bij het juiste project zijn aangehaakt.

10

Tweede termijn De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of er fracties zijn die voornemens zijn het voorstel te amenderen of tegen te stemmen.

15

20

Mevrouw Sturkenboom (Student&Starter) meldt dat Student&Starter instemt. Het vormende gesprek is zeker nuttig, maar het helpt als ambtenaren willen nadenken over vaker rapporteren. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat GroenLinks en D66 kritisch op het voorstel zijn. Hij vraagt hoe deze van plan zijn om te gaan met het voorstel in de raad. De heer Schreuder (D66) deelt de conclusies op hoofdlijnen. Een verdere uitwerking in een andere setting is een goede stap. Hij twijfelt over het indienen van een motie op gebied van participatie. De heer Te Hoonte (VVD) stelt voor deze motie bij de energievisie in te dienen.

25

De heer Schreuder (D66) antwoordt dat dat mogelijk is. De heer Zwanenberg (GroenLinks) kan instemmen met het voorstel.

30

35

40

45

50

De voorzitter concludeert dat het voorstel als a-punt naar de raad kan. De voorzitter schorst de vergadering voor vijf minuten.

9. Raadsbrief Evaluatie Kluswoningen en stand van zaken Stichting Energietransitie Utrecht (SETU)

De fracties van de VVD, SP, CDA, Stadsbelang Utrecht en de PVV hebben deze raadsbrief geagendeerd. Dit gaat over het onderzoeksrapport Evaluatie Kluswoningen en de daarbij in de raadsbrief gegeven reflectie. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat het rapport volledig in het verlengde van het Rekenkamerrapport ligt. De VVD is behoorlijk geschrokken. Er is begonnen met goedkope woningen, de woningen zouden tachtig tot vijfentachtigduizend euro kosten en de woningen zouden voor vijfenveertigduizend euro bewoonbaar gemaakt worden. De kosten per woning zijn ondertussen gestegen naar honderdvijftigduizend euro. Het is eerlijk gezegd niet goed te volgen wat een woning nu heeft gekost en wat de gemeente daaraan heeft meebetaald. De aannemer is failliet gegaan die twee overbruggingskredieten heeft ontvangen. Dit geld is verdwenen. De heer Te Hoonte vraag de wethouder of dit klopt. De bewoners hebben nu een leefbare woning. De raad is geïnformeerd over de extra uitgaven, maar er zijn steeds signalen geweest dat de gemeente dit niet moet doen. De raad heeft niet op de rem gestaan. Dit is een reflectie naar de raad: hoe komt dit? En ook het college gaat gewoon door. Het is de vraag waarom. De heer Te Hoonte vraagt dit aan de wethouder. Had de wethouder, terugkijkend, niet een keer moeten stoppen.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt de heer Te Hoonte op welk moment er gestopt had moeten worden.

55

De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat dit had moeten gebeuren op het moment dat er geen aannemer gevonden kon worden die het werk voor het bedrag dat er voor was kon uitvoeren. In het faillissementsverslag staat dat het bedrijf failliet is gegaan toen zij in de rol van aannemer kwam, maar het bedrijf was als aannemer aangenomen. De heer Te Hoonte vraat wat de rol van Pagina 29 van 45

deze partij was. Verder vraagt hij of de website van de onderneming offline gezet kan worden. Hij wil een brede reflectie van de wethouder over hoe een dergelijke situatie in de toekomst voorkomen kan worden. 5

10

15

20

25

30

35

40

De heer Zwanenberg (GroenLinks) geeft aan dat in de evaluatie staat dat de gemeente de woningen terug wilde kopen, maar de bewoners wilden door met het project. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat dat voor rekening van de bewoners moet zijn. De gemeente heeft nu subsidie verstrekt en de aannemer tweemaal krediet verleend. Dat is schokkend. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt de heer Te Hoonte of hij niet van mening is dat wanneer een dergelijk project samen wordt opgestart, dit ook samen moet worden afgemaakt. De heer Te Hoonte (VVD) vindt het goed dat er voor de bewoners nu een leefbare woning is die voldoet aan de gestelde eisen. Er is echter een onevenredig groot bedrag naar de woningen gegaan, hij vraagt of dit op een of andere manier nog deels terug te halen is. De heer Schipper (SP) volgt dit proces al jaren. Heel Kanaleneiland zou gesloopt worden. De bewoners moesten er uit en dat heeft tot gevolg gehad dat er niet meer in de woningen is geïnvesteerd. Vervolgens is dit project opgestart en was het de vraag of het mogelijk was woningen in deze staat nog bewoonbaar te maken en voor welke prijs. Er is met moeite een aannemer gevonden die dit voor deze prijs uit kon voeren. De SP heeft in 2019 naar aanleiding van de raadsbrief technische vragen gesteld. Het project is uit de hand gelopen en er moest veel geld bij.

Het is een drama geworden en het is een terechte conclusie dat dit niet weer mag gebeuren. De heer Schipper sluit zich aan bij de vragen van de VVD. De heer Stellinga (CDA) merkt op dat de problemen die in het rapport worden geschetst grotendeels voorzien waren. Het project was al complex toen het begon. Het CDA vindt het financiële aspect in de raadsbrief onderbelicht. Er is een onevenredig groot bedrag uitgegeven voor het opknappen van deze kluswoningen. De gemeente heeft hier ongeveer een half miljoen euro aan meebetaald. Het CDA constateert dat de betrokkenheid van de gemeente verder is gegaan dan de kaderstellende subsidieverlening. Dit heeft bij de eigenaren van de woningen de verwachting gewekt dat zij niet het risico zouden dragen voor de kostenoverschrijdingen, maar dat dat de deelnemende overheden zijn. De overheid die subsidie verstrekt moet heel duidelijk haar rollen scheiden en geen oneigenlijke taak op zich neemt, zoals in dit proces is gebeurd. De heer Stellinga vraagt de wethouder wat het college met dit leerpunt gaat doen. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt dat er lessen te leren zijn, er zijn veel dingen misgegaan. Hij vraagt hoe deze lessen geborgd kunnen worden. Er zijn verschillende afdelingen van de gemeente betrokken geweest en er waren verschillende projectleiders.

45

De heer Zwanenberg (GroenLinks) vindt dat het project te utopisch is bedacht van tevoren. Er is sprake van een opeenstapeling van problemen en het is een wonder dat de woningen er nu nog zo staan. Het is belangrijk te blijven zoeken naar integrale en collectieve oplossingen. Er moet worden opgeschaald en kosten moeten worden gereduceerd. Hij vraagt de wethouder of zij hier mogelijkheden toe ziet. Er waren weinig aanbieders die dit werk goed konden uitvoeren. Het is wel belangrijk om deze aanbieders in de toekomst te hebben. Heeft het college hier zicht op?

50

Mevrouw Kendir (Student&Starter) vindt het jammer dat dit project op veel fronten niet is gelukt, zij roept het college op hiervan te leren en een dergelijk project in de toekomst vorm te geven. Zij vraagt de wethouder hoe zij dit wil bewerkstelligen.

55

60

De heer Bosse (PvdA) sluit zich aan bij de fracties die gesproken hebben. Het is jammer dat het zo is gelopen. Ook de PvdA wil weten hoe het college dit in de toekomst gaat aanpakken. Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat de hamvraag is: hoe zijn we hierin terecht gekomen? Er was echt sprake van een dilemma, de gemeente heeft aanvankelijk een kans gezien. Het gaat om tien woningen, dit was overzichtelijk. De gedachte was dat de wijken in de jaren zestig/zeventig seriematig waren neergezet en dat het makkelijk was hiermee aan de slag te gaan. Toen het programma Energiesprong er kwam is gezocht naar hoe er een doorbraak kon worden gemaakt in Pagina 30 van 45

5

10

15

20

25

30

de gebouwde omgeving. Er is een aantal jaren aan gewerkt om dit uit te proberen. Er was sprake van tien woningen, zonder bewoners. Dit maakte het makkelijker in een gebied waar veel geklust werd, de gemeente durfde het aan om dit hier uit te proberen, maar er waren wel twijfels. Het is nu ook gebleken dat dit niet de beste formule was. De gemeente is als eerste gaan aarzelen. Toen zijn de provincie, de EBU en het Energietransitiefonds erin gesprongen. Toen dat eenmaal gebeurd was, en de bewoners ook door wilden, is de lijdensweg voortgezet. Tien huishoudens zaten in een hele schrijnende situatie, de gemeente was aanvankelijk initiatiefnemer en vond dat zij een morele zorgplicht had om bij te springen. Dit was een hele lastige keuze. Het was lastig een aannemer te vinden, dat was het moment dat de gemeente begon te aarzelen. Er is uiteindelijk een aannemer gevonden waarvan de gemeente dacht dat deze het project uit kon voeren. Ten aanzien van de gemaakte kosten geeft de wethouder aan dat de helft van het bedrag in termijnen terugbetaald wordt. De Stichting Energietransitie krijgt de opdracht het proces te evalueren want het is niet goed gegaan. Ten aanzien van het weghalen van de website van de aannemer geeft zij aan dat het een commercieel bedrijf is en het moederbedrijf bestaat nog. Dit wordt dus lastig.

De heer Te Hoonte (VVD) meldt dat het bedrijf uitgeschreven is bij de KvK en het faillissement is afgewikkeld. Hij vraagt of de bedrijfsnaam terug is gegaan naar de moederorganisatie en wie rechthebbende op de merknaam is. De wethouder moet het antwoord schuldig blijven. Het mag helder zijn dat deze aanpak nooit meer zo gedaan wordt. Er wordt nog erg gezocht naar hoe er omgegaan wordt met de opschaling en er moet worden geoefend met welke rol de overheid neemt. Is dat altijd op de zijlijn of moet de gemeente naar voren stappen? Dit is een politieke vraag. De gemeente is nu niet geneigd om in allerlei bouwprojecten te stappen. Er komt veel bij elkaar, het is een complex geheel geweest. De gemeente zet de stap naar voren nu niet, maar als dat wel gebeurt, moet goed bekeken worden hoe. De vraag over de opschaling wordt beantwoord in het programma Besparen, dit is een zoektocht. Wat nu geprobeerd wordt is meer in componenten te denken. Ten aanzien van de aannemers meldt de wethouder dat er geen gebrek aan bedrijven is. De vraag is of er voldoende kwalitatief goede bedrijven zijn voor hele ingewikkelde projecten. De voorzitter schorst de vergadering om 16.50 uur.

35

40

45

50

55

Pagina 31 van 45

Verslag openbare avondvergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen - avonddeel 5

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

20 januari 2022 Raadszaal, stadhuis mw. E. Wijsman (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen 10

15

De voorzitter, mw. E. Bijsterbosch, de wethouders, mw. Van Hooijdonk, de leden, mw. H. de Boer (GL), dhr. L. Bosse (PvdA), dhr. M. van Heuven (PvdD), dhr. G. te Hoonte (VVD), mw. E. Kendir (Student&Starter), mw. F. de Koning (GL), dhr. M. Koning (D66), mw. A. Petersen (SP), dhr. T. Schipper (SP), dhr. W. Schreuder, mw. J. Zwinkels (CDA)

Afwezigen

-

10. Raadsbrief Energievisie De voorzitter heropent de vergadering en heet de aanwezigen en de kijkers thuis welkom. Ze geeft een toelichting op het agendapunt dat in een termijn zal worden behandeld. 20

25

30

35

De heer Schreuder (D66) vindt de raadsbrief een goed startschot om van de verkennende naar de uitvoerende fase te gaan. Hij geeft een aantal punten mee op het gebied van transitie, communicatie, de rol van de gemeente, financiering en participatie. Met betrekking tot de transitie zou hij graag zien dat de uitvoering wordt opgestart, maar dan wel liefst kleinschalig, zodat bij een mislukking de eventuele schade nog te overzien. Daarnaast kunnen er dan ook meerdere projecten worden uitgeprobeerd. Met betrekking tot communicatie is er veel inzet nodig en hij zou graag zien dat dat in de visie wordt uitgewerkt. Hij pleit ervoor om op adresbasis bewoners te benaderen en dan met slechts een boodschap en niet met tien verschillende boodschappen. Hij verwijst ook naar de Transitievisie Warmte 2 waar al eerder over gesproken is. Met betrekking tot de genoemde rollen zegt hij dat er een bepaalde hiërarchie tussen is. Hij zou graag zien dat de gemeente de rol van bemiddelaar goed bewaakt en in de visie uitwerkt hoe de gemeente de betrouwbaarheid kan waarborgen. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) wat hij precies bedoelt, zegt hij dat de gemeente in de raadsbrief rollen toegewezen krijgt en als bewoner wil hij erop kunnen vertrouwen dat de gemeente er voor hem is en daarom is de rol als bemiddelaar voor de gemeente heel belangrijk.

De gemeente moet een betrouwbare partner voor de bewoners zijn. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) waarom D66 daaraan twijfelt, zegt hij dat de rol als faciliterende en bemiddelende overheid voor de bewoners belangrijk is. Op een vraag van mevrouw Zwinkels (CDA) waarom D66 die ene rol prioriteert, zegt hij dat de rollen naast elkaar kunnen bestaan, maar dat D66 deze rol dusdanig belangrijk vindt dat die moet worden bewaakt.

40 Mevrouw De Koning (GL) vraagt of D66 het met haar eens is dat de financierende overheid ook heel belangrijk is, omdat, als een gemeente die rol heeft, deze beter de bewoners kan steunen dan een private partij. Pagina 32 van 45

De heer Schreuder (D66) ziet dat ook zo, maar vindt wel dat die rol goed gekaderd moet worden. De heer Te Hoonte (VVD) maakt zich er zorgen om dat de rollen steeds meer door elkaar gaan lopen en vraagt zich af waar bewoners terechtkunnen die zich niet in de lijn kunnen vinden. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

De heer Schreuder (D66) vindt de bemiddelende rol heel erg belangrijk, omdat de gemeente een neutrale overheid moet zijn voor iedereen. Op een vraag van de heer Te Hoonte (VVD) of de gemeente dan scheidsrechter moet zijn, zegt spreker dat dat ligt aan de visie die je als overheid hebt, maar bewoners moeten kunnen vertrouwen op gelijke behandeling en hij hoopt dat in de uitwerking te kunnen terugzien. Hij wil daarom graag een duidelijke scheiding van de rollen. Met betrekking tot de financiering zijn er grote drempels om tot uitvoering te komen. Hij vraagt of er een verkenning komt en of de gemeente dan ook een rol pakt zoals een garantstelling afgeven of een fonds maken om leningen te kunnen afdekken. Hij verzoekt om uitwerking daarvan. Met betrekking tot participatie zegt hij dat in de raadsinformatiebijeenkomst van afgelopen dinsdag gebleken is dat de opzet van het burgerberaad het beste werkt als het ingebed zit in de hele werkwijze. Hij vraagt de wethouder of de visie inderdaad een kans is. De heer Van Heuven (PvdD) is ook benieuwd naar de reactie van de wethouder op het burgerberaad, ook al omdat zij in het verleden daar niet echt positief over was. Hij denkt dat het goed is als er meer mensen bij de transitie betrokken zijn en vraagt spreker wat hij daarvan vindt. De heer Schreuder (D66) is voorstander van een grotere verscheidenheid liefst in een doorlopend beleid.

Met betrekking tot eigendom is de gemeente goed bezig met het uitzoeken en met de dilemma’s. Hij hoopt dat in de visie een duidelijk kader komt van hoe dit vormgegeven wordt. Hij wil graag een open houding voor bewonersinitiatieven en wil deze graag in de visie terugzien. Daarnaast denkt hij dat een kleine omvang ervoor zorgt dat het voor bewoners makkelijker is om te participeren. De heer Bosse (PvdA) zegt dat de energietransitie iedereen raakt, maar dat ook iedereen de vruchten daarvan moet kunnen plukken en daarom is het tijd voor sociaal groen. De visie moet gaan over het feit dat de energietransitie voor iedereen is. Nu loopt het door elkaar, maar het moet gaan over maatschappelijke partners waar alle Utrechters iets aan doen en in deze visie moeten er vragen beantwoord worden. Hij verzoekt de wethouder met de stad in gesprek te gaan om te horen wat mensen nodig hebben. Daarnaast zou hij graag zien dat de participatie anders wordt ingericht, bijvoorbeeld met aselecte groepen bewoners en het betrekken van iedereen daarbij. Op een vraag van de heer Te Hoonte (VVD) of de participatie naar voren wordt getrokken, zegt hij dat het burgerberaad een goed middel is en dat hij daar graag over wil overleggen. De heer Van Heuven (PvdD) heeft in juni ook al over het burgerberaad gesproken en kreeg toen geen bijval. Hij vraagt zich af of de PvdA nu gedraaid is.

De heer Bosse (PvdA) wil, mede naar aanleiding van de raadsinformatiebijeenkomst, graag dat de hele stad kan meedoen. Op een vraag van de heer Te Hoonte (VVD) of aselect wel een goede wijze is, zegt spreker dat het bij buurtspecifieke projecten belangrijk is dat er een burgerberaad wordt ingesteld. Op een vraag van de heer Te Hoonte (VVD) hoe de mensen die overlast hebben van een bepaald iets dan worden meegenomen, zegt hij dat het belangrijk is dat het gesprek met de hele stad wordt gevoerd, maar dat ook bewonersinitiatieven belangrijk zijn, omdat je iets moet doen met mensen die iets willen. Daarom verzoekt hij in gesprek te gaan met scholen, zorgcentra en andere instellingen die iets met duurzaamheid willen, maar die weinig gehoord worden. Hij vindt het belangrijk dat isolatie een centraal punt wordt in de energievisie, zodat er zowel CO2 als energie wordt bespaard en hij denkt dat de gemeente daar veel inzet op kan plegen. Op een vraag van mevrouw De Koning (GL) wat er nieuw is, omdat isolatiebesparing al een van de drie pijlers van het plan is, zegt hij meer via de maatschappelijke pijlers te willen werken en niet topPagina 33 van 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=d9655228-e016-44c9-a831-8306560c04c3