CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 10 oktober 2024, gemeente Utrecht29.599 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Context Aanleiding In het coalitieakkoord is opgenomen dat de gemeente, samen met Utrechters, corporaties en maatschappelijk partners, een maximale bijdrage willen leveren aan het bestrijden van de klimaatcrisis. Gezien deze klimaatcrisis toont de gemeente zichambitieus op het realiseren van energie op de geschikte plekken in onze gemeente. De gemeente wilwil met alle energieproductielocaties uit de RSU die gunstig uit de m.e.r komen aan de slag”. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) van 2021 is de basis gelegd met het benoemen van zoekgebieden voor windenergie en zonnevelden. Nu wordt de volgende stap gezet door kaderstellende besluitvorming over deze zoekgebieden op basis van een m.e.r-procedure. Deze stap is nu nodig omdat de provincie gevraagd heeft om concreet te maken hoe er invulling gegeven gaat worden aan het realiseren van de RES-doelstellingen voor 2030 en daarbij gebruik te maken van het provinciale onderzoek, waarin industrieterrein Lage Weide genoemd is als kansrijke locatie voor windenergie. En ook omdat erhaast is met de realisatie van schone energie in onze gemeente. Juridische context In de voorliggende Beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’ worden kaderstellende beleidsuitspraken voor de opwekgebieden voor schone energie voorgesteld.

De Beleidsnota is onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht en is een uitwerking van de Koers in het thematisch beleid. In de Omgevingsvisie Utrecht staat het gemeentelijk beleid voor de gehele fysieke leefomgeving; schone energie maakt daar deel van uit. De raad is bevoegd om de beleidsnota vast te stellen, omdat het hierbij gaat om kaderstelling wat een bevoegdheid is van de raad. Het college heeft op grond van artikel 160 lid 1 onder b Gemeentewet de terinzagelegging van het ontwerp van deze beleidsnota voorbereid, waaronder het doorlopen van de m.e.r.-procedure. Het vaststellen van de Beleidsnota als thematisch onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht is op grond van artikel 3.1, lid 1 van de Omgevingswet een bevoegdheid van de raad. De beleidsnota is zelfbindend voor de gemeente, dat betekent dat de gemeente hier ook naar handelt. Het geeft duidelijkheid welke richting de gemeente op wil gaan, in dit geval voor opwekgebieden voor schone energie. Alle initiatieven in de stad moeten bijdragen aan de ambities zoals deze zijn opgenomen in de beleidsnota. Daar kan alleen gemotiveerd van worden afgeweken. Het vaststellen van RES Herijking is een bevoegdheid van de raad omdat deze de status heeft van een beleidsnota. Er worden kaderstellende uitspraken gedaan op regionaal niveau. In het Klimaatakkoord (28 juni 2019) is afgesproken dat de uitvoering daarvan in de regio's gebeurt.

Omdat de regio zelf geen mandaat heeft om bestuurlijke (kaderstellende) besluiten vast te stellen, wordt de RES Herijking aan alle gemeenteraden uit U16 ter vaststelling voorgelegd. Om als Utrechtse gemeenteraad vroegtijdig in het proces kaderstellende uitspraken te doen die meegenomen kunnen worden in de RES Herijking, is dit raadsbesluit nodig. Het college heeft op grond van artikel 160 lid 1 onder b Gemeentewet de bevoegdheid om beslissing van de raad uit te voeren en voor te bereiden. Dat betekent dat het college op basis daarvan ter uitvoering van dit raadsbesluit over de RES Herijking het mandaat heeft met de RES-partners te onderhandelen en de voorbereidingen te doen voor de uiteindelijke vaststelling van de RES Herijking door de raad. Beslistermijn Besluitvorming door de raad in 2024 is nodig, zodat de Beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’ leidend wordt voor de inzet voor de RES Herijking. De RES Herijking die in regionaal overleg tot stand komt, wordt in het eerste kwartaal van 2025 ter inzage gelegd en in het tweede kwartaal van 2025 ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd.

3

In de door de raad vastgestelde startnotitie voor de Klimaatvisie is de ambitie opgenomen om de Beleidsnota tegelijkertijd met de Klimaatvisie aan de raad voor te leggen, maar niet als een onderdeel ervan. Omdat de Klimaatvisie vertraagd is, is ervoor gekozen om de Beleidsnota eerder ter besluitvorming voor te leggen en het raadsbesluit over de Beleidsnota over te nemen in de Klimaatvisie. Beoogd effect Met het vaststellen van de Beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’ ontstaat er meer ruimte voor initiatieven voor grootschalige duurzame energie en wordt duidelijk gemaakt onder welke voorwaarden de gemeente meewerkt aan deze initiatieven. Ook voor de provincie en de regio wordt duidelijk welke inzet de gemeente Utrecht pleegt voor de bijdrage aan schone opwek in de regio. De inzet voor de RES Herijking is transparant gemaakt. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad M.b.t. zoekgebieden en projecten • Raadsbrief Potentieelonderzoeken Energie (13 maart 2020) • Op 9 juli 2020 besluit gemeenteraad over Visie en een Uitnodigingskader Rijnenburg en Reijerscop (inclusief zoekgebied Nedereindse Plas) • Raadsbrief Participatie proefboring aardwarmte (16 juli 2020) • Raadsbrief onderbouwing zoeklocaties RSU (22 januari 2021) • SV 2021 nr.

154 Onderzoeksboring naar aardwarmte en de gevolgen daarvan (met antwoord)(14 juni 2021) • Raadsbesluit Vaststelling Ruimtelijke strategie Utrecht (11 juli 2021) • Raadsbrief Niet voortzetten aardwarmte-project LEAN (19 september 2021) • Raadsbesluit Regionale Energiestrategie 1.0 (7 oktober 2021) • Raadsvoorstel omgevingsvisie Utrecht Science Park 2040 (15 september 2022) (inclusief zoekgebied USP) • Op 13 oktober 2022 besluit gemeenteraad over vaststelling bestemmingsplan woningbouw Haarrijn en zonne-eilanden op de Haarrijnseplas • Raadsbrief Zoekgebieden duurzame energie en RESU16 (21 december 2022) • Raadsbrief doorstart geothermie (17 januari 2023) • Op 18 januari 2023 is het raadsvoorstel voor Vaststelling Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop, Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en brief aan Provincie Utrecht over zoekgebieden zon en wind aan de gemeenteraad aangeboden • Raadsbrief Afbakening zoekgebieden duurzame energie (30 januari 2023) • Raadsbrief Brief aan de Provincie Utrecht over zoekgebieden duurzame energie • (15 februari 2023) • Raadsbrief Voortgangsrapportage RESU16 2023 (11 april 2023) • Raadsbrief Participatietraject Klimaatvisie en zoekgebieden (29 september 2023) • Raadsbrief voortgang projecten duurzame energie (19 oktober 2023) • Op 24 oktober 2023 besluit college over het zelf ontwikkelen van het zonnepark

Nedereindse Plas • Raadsvoorstel ‘Vaststelling Integraal Programma van Eisen (IPvE) gebiedsontwikkeling Ockhuizen en verruiming algemene verklaring van geen bedenkingen (AVVGB) voor zonneenergieproject OcK-Zon’ (2 november 2023) • Raadsbrief Uitvoeringsprogramma elektriciteitsinfrastructuur en netcongestie 2023-2026 (18 december 2023) • Raadsbrief RES Herijking (19 december 2023) • Raadsbrief Notitie reikwijdte en detailniveau plan-m.e.r. RES Herijking U16 & regionaal uitvoeringsprogramma RES U16 (17 januari 2024) • Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan windpark Rijnenburg en Reijerscop (18 februari 2024) • Raadsbrief Vrijgave ontwerp beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’ en stand van zaken lopende duurzame opwekprojecten (18 april 2024) • Terinzagelegging ontwerp-beschikking zonneveld Ockhuizen (20-06-2024) M.b.t. zoekgebieden en projecten Regionale Energiestrategie U16

4

• • • • •

Raadsbrief Notitie reikwijdte en detailniveau plan-m.e.r. RES Herijking U16 & Regionaal uitvoeringsprogramma RES U16, 17 januari 2024 Raadsbrief Inzet herijking regionale energiestrategie U16, 19 december 2023 Raadsbrief Voortgangsrapportage RESU16 2023, 11 april 2023 Raadsbrief Besluitvorming RES1.0 in RESU16, 18 januari 2022 Raadsvoorstel Regionale Energiestrategie 1.0, 7 oktober 2021

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’, en de daarbij behorende Nota van zienswijzen vast te stellen met daarin: a. aanwijzen van Lage Weide als focusgebied voor windenergie waarin als eerste ontwikkelingen gestart worden; b. aanwijzen van Noord-Rijnenburg, Geluidswal A12, Nedereindse Plas en Dorpeldijk als focusgebieden voor zonne-energie waarin als eerste ontwikkelingen gestart worden; c. aanwijzen van de volgende zoekgebieden voor windenergie waar cultuurhistorische waarden (w.o. werelderfgoed) een belemmering zijn en waar de gemeente zich inspant om barrières op te heffen zodat de gebieden in beeld blijven voor schone energie: Ockhuizen, Haarzuilens, Noorderpark, Voordorpse Veld en Utrecht Science Park; d. aanwijzen van de volgende zoekgebieden voor zonne-energie waar cultuurhistorische waarden (w.o. werelderfgoed) een belemmering zijn en waar de gemeente zich inspant om barrières op te heffen zodat de gebieden in beeld blijven voor schone energie: Haarzuilens, Polder Overvecht, Voordorpse Veld en Utrecht Science Park; e. aanwijzen van Lage Weide en Utrecht Science Park als focusgebieden voor aardwarmte, waar de gemeente de mogelijkheden voor aardwarmte samen met initiatiefnemers als eerste verder onderzoekt; f.

aanwijzen van de volgende zoekgebieden voor aardwarmte, waar de gemeente pas inzet op pleegt als er meer ervaring opgedaan is in de focusgebieden voor aardwarmte: Voordorpse Veld, Lunetten-Koningsweg, Westraven, Papendorp, Rijnenburg en Haarzuilens; g. toevoegen van Haarzuilens als zoekgebied voor windenergie en zonneenergie in de eerst volgende actualisatie van de Ruimtelijke Strategie Utrecht; h. schrappen van Dorpeldijk als zoekgebied voor windenergie in de eerst volgende actualisatie van de Ruimtelijke Strategie Utrecht; i. minimaal 50% lokaal eigendom als voorwaarde voor het doorlopen van de procedure voor een omgevingsplan voor een windmolenpark of zonneveld.

Argumenten 1.1

Het PlanMER is een goede basis voor besluitvorming. In maart 2022 is de procedure gestart voor een milieueffectrapportage (planm.e.r.) voor de Klimaatvisie (toen nog Energievisie). Deze procedure wordt nu afgerond met de publicatie van het definitieve rapport (planMER, zie bijlage 2). De commissie m.e.r. heeft zich positief uitgelaten over de verbeteringen in het concept planMER. De commissie geeft aan dat op basis van het planMER goede besluitvorming mogelijk is (zie Toetsingsadvies, bijlage 3): “Het MER geeft een volledig beeld van de te verwachten gevolgen voor de omgeving. Het is een uitgebreid document met gedegen onderzoeken. De Commissie is van oordeel dat het MER en de aanvulling daarop de essentiële informatie bevatten om een besluit te kunnen nemen over de beleidsnota schone energie, waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen”.

5

1.2

Onderscheid tussen focusgebieden en zoekgebieden is nodig voor windenergie en zonnevelden. Uit het planMER blijkt dat er in sommige gebieden, ook na optimalisatie en het nemen van mitigerende maatregelen, grote negatieve effecten zijn m.b.t. cultuurhistorische waarden (w.o. werelderfgoed). In deze gebieden kunnen op dit moment geen initiatieven gestart worden. Het is denkbaar dat beleid of beleidsuitvoering in de toekomst dusdanig verandert dat initiatieven wel mogelijk zijn. De gebieden waarvoor dit geldt, worden gekwalificeerd als ‘zoekgebieden’. In ’focusgebieden’ kunnen wel initiatieven gestart worden. In deze gebieden is, na optimalisatie en het nemen van mitigerende maatregelen, op geen enkel onderdeel sprake van grote negatieve effecten. Met deze locaties gaat de gemeente proactief aan de slag om de samenhang met andere beleidsdoeleinden scherp te krijgen en RES-inzet te realiseren. Hiervoor zoeken we de samenwerking met initiatiefnemers of nemen we zelf de rol in van initiatiefnemer.

1.3

Onderscheid tussen focusgebieden en zoekgebieden is nodig voor aardwarmte. De kans voor aardwarme in de gemeente Utrecht zijn onzeker, zowel als het gaat om de geschiktheid van de ondergrond als beschikbare ruimte boven de grond. In het planMER zijn acht zoekgebieden voor aardwarmte onderzocht en in elke zoekgebied lijken er kans voor geothermie te liggen en geen onoverkomelijke knelpunten. Uit een in 2023 uitgevoerde haalbaarheidsstudie voor geothermie (bijlage 6) blijkt dat Lage Weide en Utrecht Science Park het meest geschikt zijn. Voor deze gebieden worden de mogelijkheden voor aardwarmte verder onderzocht door het vast te stellen als focusgebied. Dit doen we samen met initiatiefnemers. Gebieden die minder kansrijk zijn, worden pas nader onderzocht als we meer ervaring hebben opgedaan met aardwarmte in de focusgebieden.

1.4

Windenergie in Lage Weide kwalificeert als focusgebied. Wind op Lage Weide komt gunstig uit het planMER want na optimalisering en mitigerende maatregelen is er op geen enkel thema sprake van grote negatieve effecten. Hier willen de gemeente na vaststelling van de beleidsnota starten om onze RES-inzet te realiseren en de samenhang met andere beleidsdoeleinden scherp te krijgen.

1.5

Zonnevelden Noord-Rijnenburg, Geluidswal A12, Nedereindse Plas en Dorpeldijk kwalificeren als focusgebied. Deze gebieden komen gunstig uit het planMER. Hier willen gaat de gemeente proactief aan de slag met initiatiefnemers en grondeigenaren.

1.6

Zoekgebieden voor zonnevelden en windenergie zijn nodig om invulling te geven aan de ambitie voor duurzame energie in het coalitieakkoord. De zoekgebieden voor zonnevelden en windenergie liggen allemaal in gebieden met cultuurhistorische waarden (w.o. werelderfgoed). Feitelijk betreft dit heel de noord- en oostflank van het gemeentelijk grondgebied buiten de ring. Uit het planMER en de Heritage Impact Assessment (HIA) Windturbines Utrecht/De Bilt (bijlage 4) blijkt dat windmolens en zonnevelden rondom Haarzuilens en in het werelderfgoed Hollandse Waterlinies een groot negatief effect hebben op cultuurhistorische waarden. Ondanks de uitkomsten van deze onderzoeken blijft de gemeente zich inspannen om te kijken of de bescherming van deze waarden gecombineerd kan worden met de opwek van schone energie. Extra onderbouwing hiervoor is de uitkomst van de digitale raadpleging waarin inwoners de nabijheid van bedrijven, landbouwgrond en cultuurhistorische waarden minder belangrijk vinden dan de nabijheid van woningen of natuur. Er worden inspanningen verricht om de barrières in deze gebieden op te heffen zodat in deze gebieden op termijn ook schone energie gerealiseerd kan worden.

1.7

Haarzuilens is wel een geschikt gebied, maar is niet opgenomen in de RSU.

6

Haarzuilens is in alle onderzoeken (van potentieelonderzoek in 2021 tot en met het planMER) als zoekgebied meegenomen. In de RSU staan er twee icoontjes boven en onder Haarzuilens die het gebied niet uitsluiten, maar in de opsomming van zoekgebieden in de tekst is Haarzuilens niet opgenomen. Haarzuilens is in het planMER wel onderzocht en blijkt niet ongeschikt voor windenergie en zonnevelden. Daarom is Haarzuilens opgenomen in de beleidsnota als zoekgebied voor wind en zon en is het voorstel om Haarzuilens toe te voegen als mogelijk onderdeel van het landinrichtingsplan Haarzuilens (punt 7, pagina 164 RSU). De integrale afweging van belangen vindt plaats in dit landinrichtingsplan. 1.8

Uit het planMER blijkt dat Dorpeldijk niet voldoende geschikt is en daarom kan Dorpeldijk in de RSU als zoekgebied geschrapt worden. Uit het planMER blijkt dat het, vanwege de wetgeving voor geluid, niet mogelijk is om windmolens te realiseren in Dorpeldijk, ook niet na het treffen van beheersmaatregelen. Daarom is dit gebied ongeschikt voor realisatie voor windmolens en is het voorstel om Dorpeldijk te schrappen zoekgebied voor windenergie (punt 10, pagina 164 RSU).

1.9

Door het eisen van minimaal 50% lokaal eigendom, borgt de gemeente (mede)zeggenschap van Utrechtse bewoners en bedrijven. In het klimaatakkoord is 50% lokaal eigendom als streven vastgelegd. Voor de zoekgebieden die gunstig uit de planMER zijn gekomen, is het voorstel om minimaal 50% lokaal eigendom als voorwaarde voor planologische medewerking te stellen. Wij zien lokaal eigendom als lokaal maatschappelijk eigendom. Hierbij hoort nadrukkelijk ook zeggenschap (= invloed). Van belang is dat de opbrengst van de windmolens en zonnevelden zo veel mogelijk ten goede komen aan (meerdere) lokale maatschappelijke doelen.

1.10

De reactie op de zienswijzen is verwerkt in de Beleidsnota Op basis van de ingediende zienswijzen is de concept Beleidsnota op de volgende punten aangepast: • Naderingsdetectie verplicht stellen om obstakelverlichting op windmolens uit te schakelen indien er geen vliegtuigen in de buurt zijn. • Vaste afspraken met betrekking tot spreidingsgebied uitnodiging gebiedsproces bij windenergie. • 3D visualisaties worden voor windprojecten en zonprojecten ingezet. • Omwonenden die in de gemeente Utrecht wonen, kunnen participeren bij opwek initiatieven in plaats van alleen direct omwonenden. • De exacte invulling van het lokale eigendom is maatwerk. De initiatiefnemer zoekt tijdens het participatietraject, in afstemming met de gemeente, naar een geschikte vorm. Het lokaal eigendom is in ieder geval voor afgifte van de omgevingsvergunning geregeld. • Omwonenden uit andere gemeenten waaronder de woonkern Harmelen worden betrokken bij het vervolgproces.

Kanttekeningen/Risico’s 1.1

Omwonenden van focus- en zoekgebieden hebben zorgen over de milieueffecten die wind of zon op land veroorzaken, wat kan leiden tot vertraging of het realiseren van minder projecten. Omwonenden hebben zorgen over de milieueffecten van windparken en zonnevelden. Dit kan ertoe leiden dat de planvoorbereiding langer duurt, projecten duurder worden en er uiteindelijk minder projecten worden gerealiseerd. Dit risico wordt beheerst door de eis van lokaal eigendom en goede participatieprocessen (zie paragraaf participatie). Aanvullend hierop zijn in de Beleidsnota kaders opgenomen voor gebiedsfondsen en omwonendenvergoedingen voor windenergieprojecten, waardoor de 'lusten en lasten’ eerlijker verdeeld worden.

7

1.2

Uitvoerbaarheid van de projecten binnen de focusgebieden en zoekgebieden is niet gegarandeerd. Gewijzigde wetgeving (bijvoorbeeld de geluidnormen voor windenergie), wegvallen van subsidies en/of netcongestie kunnen ertoe leiden dat projecten die nu uitvoerbaar lijken vertragen of uiteindelijk helemaal niet gerealiseerd kunnen worden. Op basis van een gevoeligheidsanalyse op het planMER (bijlage 5) lijkt het erop dat de focusgebieden voor windenergie ook nog kansrijk zijn als de door het rijk voorgenomen regels voor geluid van windmolens in werking treedt. De genoemde onzekerheden zijn geen aanleiding om op voorhand focusgebieden en of zoekgebieden te schrappen.

1.3

Wijziging van beleid van provincie is van invloed op de uitvoerbaarheid van de projecten binnen de focusgebieden en zoekgebieden. Het Rijk heeft de provincie opgeroepen de voorkeursvolgorde zon aan te scherpen en vanaf 2025 vast te leggen de provinciale verordening. Zonnevelden op landbouwgrond zijn dan alleen nog mogelijk onder bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld dat er sprake moet zijn van multifunctioneel ruimtegebruik en/of dat het gebied onderdeel moet zijn van een transitielandschap. Dit beleid is van invloed op de zoekgebieden voor zonnevelden in Dorpeldijk en NoordRijnenburg, die vallen onder de zonneladder trede 4 (natuur- en landbouwgronden). We verwachten in beide gebieden voldoende aanknopingspunten te vinden voor multifunctioneel ruimtegebruik. Bovendien is het een uitgangspunt in zowel de RSU als de Beleidsnota dat we zonnevelden op landbouwgrond altijd als integrale gebiedsontwikkeling aanvliegen, zoals ook het geval is in Ockhuizen. Aan de andere kant kunnen gewijzigde regels voor ontwikkelingen binnen gebieden met cultuurhistorische waarden (w.o. werelderfgoed) ertoe leiden dat zoekgebieden kwalificeren als focusgebied.

1.4

Het is nog onbekend hoe de functie ‘werken’ en windenergie op Lage Weide met elkaar combineren. In Lage Weide moeten meerdere opgaven en functies met elkaar worden gecombineerd. Er moet nog onderzocht worden of en hoe die stapeling van functies met elkaar is te combineren. Dit onderzoek is onderdeel van de deelomgevingsvisie Lage Weide (verwachting tweede kwartaal 2025) en het gebiedsproces Lage Weide dat na vaststelling van de deelomgevingsvisie start.

Beslispunt 2

In de nog op te stellen RES Herijking op basis van deze beleidsnota de volgende inzet in te brengen: a. voor 2030 te realiseren projecten zijnde • (binnenkort) gerealiseerde zonnevelden Meijewetering en rioolwaterzuivering Overvecht; • reeds vergunde projecten windpark Rijnenburg, zonneveldeilanden Haarrijnseplas en zonnepark Ockhuizen; • focusgebieden zon op Geluidswal A12 en Nedereindse Plas; b. voor 2035 te realiseren projecten zijnde • focusgebied wind in Lage Weide; • focusgebied zon in Dorpeldijk; • focusgebied zon in Rijnenburg; c. in te zetten op een samenwerking met buurtgemeenten, provincie en het Rijk voor het zoeken naar oplossingen voor de verschillende ontwikkelopgaven, waaronder schone opwek in relatie tot het behouden en versterken van de kwaliteiten van de Hollandse Waterlinies. d. In te zetten op het samen met de partners van de RESU16 een beeld te vormen van de benodigde regionale samenwerking in een energiesysteem waarin bronnen voor warmte en elektriciteit, piekvoorzieningen, flexibiliteit, buffering en seizoensopslag in samenhang worden bekeken; 8

e. het voortzetten van onze inzet op grootschalig zon op dak zoals in de RES 1.0 is geformuleerd (168 GWh). Argumenten 2.1

Ambitieuze inbreng in de RES is nodig om regie te houden over de besluitvorming over duurzame energie in onze gemeente. De provincie maakte 11 januari 2024 de resultaten bekend van het provinciale onderzoek naar de meest kansrijke gebieden windenergie (zie raadsbrief 17 januari 2024). De provincie noemt industrieterrein Lage Weide als kansrijk zoekgebied in haar onderzoek. De provincie heeft ons gevraagd om in juli 2024 concreet te maken hoe we invulling gaan geven aan het realiseren van de RES-doelstellingen voor 2030 en daarbij gebruik te maken van dit provinciale onderzoek. Dat doen we met onderhavig raadsbesluit. We hebben een brief aan de provincie gestuurd waarin we aangeven in het proces te zijn om zoekgebieden wind en zon aan te wijzen. Dit proces ronden we met het voorgestelde besluit af en daarmee houden we zelf regie over planvorming voor windenergie in onze gemeente. We informeren de provincie actief over de besluitvorming over de Beleidsnota, met name aangaande focusgebied Lage Weide.

2.2

Voor de te realiseren projecten tot en met 2030 is het besluitvormingsproces gestart of al afgerond, waardoor realisatie voor 2030 realistisch is. Zonnepark Meijewetering is in 2023 gerealiseerd, Het zonnepark bij rioolwaterzuivering Overvecht is in 2024 vergund en wordt zo snel mogelijk gerealiseerd. Zonnepark Haarijnseplas is in 2023 vergund en wacht op een onherroepelijk bestemmingsplan (daarvoor loopt een bezwaarprocedure). Zonnepark Ockhuizen is recent vergund. Zonnepark Geluidswal A12 is vergund, maar de vergunninghouder heeft zich teruggetrokken, waardoor de vergunning zal worden ingetrokken. Op dit moment wordt door de gemeente onderzocht of het mogelijk is om zelf de ontwikkeling over te nemen. Zonnepark Nedereindse Plas maakt onderdeel uit van de besluitvorming door de raad over het Uitnodigingskader Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop. In de raadsbrief van 26 oktober 2023 is de raad geïnformeerd over het besluit van het college om de zonne-eilanden zelf te ontwikkelen.

2.3

Het binnen vijf jaar doorlopen van planprocedures voor de te realiseren projecten tot en met 2035 is realistisch. Op basis van eerdere ervaringen met het ontwikkelen van zon en wind in de gemeente Utrecht is ingeschat welke termijnen realistisch zijn om zon op land en windenergie te realiseren en waarvoor het integrale gebiedsproces nog moet starten. Voor de focusgebieden Lage Weide (wind), Noord-Rijnenburg (zon) en Dorpeldijk (zon) is een proceduretijd van 5 jaar realistisch. Voor de zoekgebieden in gebieden met cultuurhistorische waarden is dat niet het geval.

2.4

De regels voor werelderfgoed zijn ingegeven door nationale en regionale afspraken, waardoor op dat niveau samengewerkt moet worden. De Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) loopt van Muiden tot aan de Biesbosch en dwars door de regio U16. Meerdere U16 gemeenten hebben aangegeven te willen kijken naar de mogelijkheden in NHW-gebied voor energie-opwek in zon en/of wind. Dit betekent dat in meer gemeenten de Nieuwe Hollandse Waterlinie een belemmering vormt voor het realiseren van wind en zon. Het kan interessant zijn om gezamenlijk op te trekken om te kijken of er beleidsmatig en juridisch ruimte is om met respect voor het Werelderfgoed in de NHW aan de slag te gaan. Als Utrecht zetten we daarvoor niet alleen in op ruimte voor de mogelijkheden bij opwek. We kijken breder naar een aantal opgaven, met name sport en groen, bijvoorbeeld in de gebiedsontwikkeling van LunettenKoningsweg. De regels die gelden voor ontwikkeling in werelderfgoed zijn ook beperkend voor de realisatie van hoogspanningsstations die nodig zijn om de knelpunten op te lossen die leiden tot netcongestie. 9

2.5

Keuzes op het lokale of regionale niveau hebben impact op de inrichting van het (regionale) energiesysteem van de toekomst en vice versa. In het nationaal plan energiesysteem (NPE) en de provinciale energievisie is in kaart gebracht hoe het energiesysteem van de toekomst eruit moet zien en welke stappen nodig zijn om daar te komen. Dit om veel extra investeringen in het elektriciteitssysteem te voorkomen, de betrouwbaarheid van het systeem te vergroten en de totale kosten voor het energiesysteem te verlagen. Een belangrijk onderdeel van deze visies is dat het energiesysteem meer integraal zal moeten worden bekeken zodat het aanbod, infrastructuur, de benodigde ruimte, de verdeling van schaarste (o.a. op bronnen) en efficiënt energieverbruik bij elkaar komen. Hiervoor is het nodig om beter van elkaar te weten welke keuzes lokaal worden gemaakt bij de warmtetransitie en de impact van deze keuzes in beeld te brengen. Deze kennis helpt ook als het rijk de NPE en de provincie de energievisie verder gaan uitwerken. Als regio kandan beter aangegeven worden welke randvoorwaarden nodig zijn om aan bepaalde keuzes op het lokale of regionaal niveau invulling te gaan geven.

Kanttekeningen/ risico's 2.1

Netbeheerders verwachten dat er pas vanaf 2029 weer ruimte is voor nieuwe aansluitingen voor het terugleveren van energie op het stroomnet. In de regio Utrecht is er netcongestie voor zowel levering als de teruglevering van elektriciteit. Dit kan ertoe leiden dat de projecten in de focusgebieden niet vóór 2023 gerealiseerd kunnen worden. Op het niveau van het Rijk, de provincie en de gemeente worden maatregelen genomen om netcongestie terug te dringen. Onder andere door het stroomnet versneld uit te breiden. Daarnaast wordt ingezet om zoveel mogelijk opwek te koppelen aan lokale gebruikers. Lokale netwerken hebben een kleinere impact op het net en kunnen (onder voorwaarden) aangesloten worden. Tot slot houden we in onze planning rekening met netcongestie. Zo ligt de nadruk de komende jaren op planvoorbereiding zodat vanaf 2029 nieuwe schone opwekprojecten kunnen worden gerealiseerd.

2.2

De inzet van te realiseren projecten tot en met 2035 levert circa 85% van de eerder afgesproken inzet van de gemeente Utrecht aan het regiobod. In de RES1.0 is vanuit Utrecht ingezeto op het realiseren van 523 GWh voor de RES, waarvan 355 GWh zon op land of wind en 168 GWh grootschalige zon op dak. Dit is een zelfbindende afspraak; het is niet zo dat andere regiogemeenten kunnen afdwingen dat Utrecht haar inzet realiseert. Bij de RES 1.0 is de afspraak gemaakt dat nieuwe zoekgebieden verkent worden om planuitval op te vangen. Als Utrecht haar inzet niet realiseert dan is de eerste stap om zelf nieuwe zoekgebieden te zoeken. Dit isgedaan en de besluitvorming hierover vindt plaats in de Beleidsnota. De totale elektriciteitsproductie die gerealiseerd kan worden in alle focusgebieden en zoekgebieden is jaarlijks 321- 565 GWh. Hoe concreter de projecten worden, hoe concreter de opwek potentie in beeld is. Met de projecten die de gemeente Utrecht inbrengt in de RES (realisatie tot en met 2035) kan jaarlijks 207-303 GWh geproduceerd worden. Hiermee wordtmaximaal 85% van de inzet in de RES1.0 bereikt. Dit bod is alleen te realiseren alsde mogelijkheden in de Nieuwe Hollandse Waterlinie meegenomen worden.

De regionale inzet om nieuwe zoekgebieden te blijven verkennen blijft nodig, omdat de zoekgebieden in de beleidsnota de maximale technische potentie voor wind en zon in gemeente Utrecht omvat. Meer zoekgebieden heeft Utrecht niet te bieden aan de regio.

2.3

De realisatie van projecten is afhankelijk van initiatiefnemers. In de focusgebieden kan in principe meteen gestart worden met nieuwe planprocedures waarin de integrale afweging van belangen plaats vindt. Deze planprocedures hebben niet automatisch als uitkomst dat er wind- of zonneenergie komt, dat is afhankelijk van de afwegingen tussen de diverse opgaven 10

die in het integrale gebiedsproces een plek krijgen. Voor het starten van planprocedures zijn wij afhankelijk van initiatiefnemer en grondeigenaren. In sommige gevallen is de gemeente (deels) grondeigenaar. Bij gebrek aan initiatiefnemers, kan de gemeente zelf ook de rol van initiatiefnemer op zich nemen, zoals het geval is bij de Nedereindse Plas. 2.3

In de regio blijft de gemeente rekening houden met planuitval en daar concretere afspraken over maken. In de RES1.0 zijn een aantal afspraken vastgelegd over hoe de regio met planuitval omgaat waaronder het zich blijven inspannen om nieuwe zoekgebieden te verkennen om planuitval op te vangen. Met de Beleidsnota ‘opwekgebieden voor schone energie’ isdit voor het grondgebied van Utrecht gedaan. De nota omvat de maximaal technisch beschikbare potentie in Utrecht. Ook hiervoor geldt dat er blijvend rekening rekening gehouden moet worden met planuitval. Pas bij de nadere uitwerking in de gebiedsprocessen waarin de maatschappelijke opgaven waaronder energie tegen elkaar kunnen worden afgewogen is de realistische bijdrage van een gebied aan de opwek van zon of wind te maken. Er wordt gestreeft om concretere afspraken in de RES Herijking te krijgen over de inspanningen die wij en regiogemeenten doen om het regiobod te realiseren. Te denken valt aan het gezamenlijk onderzoeken van mogelijkheden om belemmeringen op te lossen of de inzet van een publiek energie-ontwikkelingsbedrijf om ontwikkeling vlot te trekken.

2.4

De huidige ambitie voor grootschalige zon op dak is ambitieus gezien de huidige netcongestie voor teruglevering. De huidige inzet voor zon op dak is ambitieus, zeker gezien de huidige netcongestie voor teruglevering voor grootschalige zonnesystemen op bedrijfsdaken. De ambitie voor grootschalige zon op dak blijft behouden in de verwachting dat de komende jaren meer slimme oplossingen kunnen worden toegepast. Dit kunnen oplossingen achter de meter zijn of oplossingen waardoor het bestaande elektriciteitsnet efficiënter kan worden benut. Ook wordt eraan gewerkt om in 2029 meer capaciteit op het net te hebben, zodat nieuwe initiatieven voor zon op dak mogelijk zijn. Vanwege de huidige netcongestie wordt de ambitie voor grootschalig zon op dak niet vehoogd. In 2023 was er circa 70 GWh grootschalig zon op dak gerealiseerd in Utrecht.

Beslispunt 3

De Beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie op te nemen in de Omgevingsvisie Utrecht door toevoeging aan het overzicht ‘Lijst beleidsdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/.

Argumenten 3.1

Op deze manier krijgt de Beleidsnota een juridische status in de Omgevingswet als onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. In de Omgevingsvisie Utrecht (en de beleidsnota's en visies die daar deel van uitmaken) staat het gemeentelijke beleid over de fysieke leefomgeving. Energie is daar een belangrijk onderdeel van. Dit beleid geldt voor de gehele gemeente.

Financiën De uitvoering van de Beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’ is gedekt binnen de meerjarenbegroting van het programma klimaatvriendelijke stad, onderdeel Energietransitie. In hoofdstuk 3 is van de Beleidsnota is opgenomen over welke bedragen in welke jaren het gaat. De kosten voor planontwikkeling, realisatie en exploitatie van windparken, zonnevelden en geothermiebronnen – die kunnen voortvloeien uit deze Beleidsnota - zijn voor rekening en risico van de initiatiefnemers. De gemeente spreekt met de initiatiefnemer af hoe de plankosten die de 11

gemeente maakt, worden doorberekend. Deze afspraken worden vastgelegd in anterieure overeenkomsten.

Vervolg De Beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht wordt gepubliceerd op de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/ en op de internetpagina: Gebieden schone energie | gemeente Utrecht. Tegen de beleidsnota zelf staat geen beroep open. Op basis van de Beleidsnota kunnen initiatiefnemers projecten starten die vervolgens het Utrechts Plan Proces (UPP) doorlopen. Tijdens dit planproces vindt de afweging van opgaven en belangen per gebied plaats. Startpunt van een UPP is het vastleggen van afspraken tussen initiatiefnemer en gemeente in een Startdocument. Het college beoordeelt of er wel of niet gestart kan worden met een UPP in de focusgebieden. Als initiatiefnemers zich aandienen voor projecten in een zoekgebied, dan wordt het besluit over een Startdocument of Intentiedocument voorgelegd aan de raad. In de focusgebieden kan de gemeente een rol nemen als (mede)initiatiefnemer. Per project wordt hierover een afweging gemaakt. De raad wordt geïnformeerd over ontwikkelende activiteiten die et college onderneemt binnen de ruimte die e door de raad vastgestelde begroting biedt. De raad is bevoegd voor het nemen van besluiten over deelnemingen en investeringen in de realisatie van projecten die niet passen binnen de begroting.

Het is voor eenieder mogelijk om zienswijzen in te dienen op omgevingsplannen die uit een UPP voortkomen en eventueel in beroep te gaan bij de Raad van State. Bekendmakingen van het voornemen van een wijziging omgevingsplan staan op de gemeentelijke website via Verandering van omgevingsplan of bestemmingsplan (bekendmakingen) | gemeente Utrecht en worden ontvangen via de berichtenbox van mijnoverheid.nl. In de RES Herijking wordt ingezet op het inbrengen van de inzet voor de RES Herijking. De - in regionaal verband op te stellen - RES Herijking wordt in Q1 2025 ter inzage gelegd en in Q2 2025 voor besluitvorming aan de raad voorgelegd.

Participatie Voor deze Beleidsnota is op basis van het participatiebeleid ‘Samen stad maken’ gekozen voor het participatieniveau van raadplegen. De volgende participatie heeft plaatsgevonden: - Stadsgesprekken Nieuwe Energie (2020/2021). - Inwonersonderzoek (november 2023). - Ter inzagelegging ontwerp Beleidsnota en inloopbijeenkomsten (april/mei 2024), inclusief 4 bijeenkomsten voor omwonenden. Tijdens de stadsgesprekken Nieuwe Energie (2020/2021) is er gesproken inwoners en ondernemers over de overstap naar schone energie. De reacties zijn omgezet in 12 spelregels. In oktober en november 2023 is een inwonersonderzoek naar schone energieopwekking in Utrecht gedaan over de zoekgebieden voor schone energie (bijlage 7). Hiervoor is gebruik gemaakt van de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) methode. Hierin is niet de keuze voorgelegd of een locatie wel of geen zoekgebied mag worden voor duurzame energie. Wel is aan de inwoners gevraagd welke thema's zij belangrijk vinden om rekening mee te houden. In totaal hebben 1439 Utrechters via de digitale raadpleging hun mening gegeven. Daarnaast hebben aan een vereenvoudigde versie (Swipocratie) van het onderzoek nog eens 412 (jongere) inwoners meegedaan. Tussen 19 april en 31 mei heeft de ontwerp-beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’ en bijlagen ter inzage gelegen.

De ontwerp-beleidsnota is op het gemeenteblad, onze website en socialmediakanalen gepubliceerd. Tijdens deze periode hebben de omwonenden rondom de focusgebieden voor wind en zon een wijkbericht ontvangen en hebben er 3 inloopbijeenkomst plaatsgevonden in de wijken rondom focusgebied voor windenergie Lage Weide. Tot slot is er een webinar georganiseerd. Circa 200 deelnemers zijn op de inloopbijeenkomsten afgekomen. Een klein aantal indieners (15) heeft een pro forma zienswijze ingediend en verzocht om meer tijd om een zienswijze in te kunnen dienen. Deze indieners hebben tot 14 juni de mogelijkheid gehad om aanvullingen toe te sturen. We hebben in totaal 403 zienswijzen ontvangen. Deze zijn verwerkt in de Nota van zienswijzen op de 12

ontwerp Beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’ en het PlanMER (bijlage 8). Het merendeel van de zienswijzen hebben betrekking op windmolens in Lage Weide. Hier zitten ook een aantal positieve zienswijzen bij. De meest voorkomende vragen zijn: - Waarom staat Lage Weide na het niet steunen van de plannen door de gemeenteraad in 2014, weer op de kaart? - Hoe gaat de gemeente overlast door geluid borgen? In Rijnenburg wordt er rekening gehouden met 800 m afstand tussen de windmolens en woningen, waarom wordt er in Lage Weide met een afstandsnorm van 400 m gerekend en op sommige plekken lijkt dit zelfs minder? - Er gebeurt op deze locatie al zo veel, waarom ook nog overlast door windmolens? - De indieners maken zich vooral grote zorgen over de mogelijke hinder door geluid en ook over slagschaduw en daling woningwaarde. Onze reacties op deze vragen en overige zienswijzen zijn opgenomen in de Nota van zienswijzen.

Communicatie De Beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’ wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd op officielebekendmakingen.nl. Ook wordt de beleidsnota toegevoegd aan het thematisch beleid Energie als onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht, ook te vinden via de gemeentelijke website www.utrecht.omgevingsvisie.nl.

(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing. Volgens de verordening is deze beleidsnota referendabel. Dat betekent dat de beleidsnota 5 weken na publicatie in werking treedt, mits er in de tussenliggende periode geen verzoek tot het houden van een raadgevend referendum is ingediend.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming • Beleidsnota ‘Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’ • Nota van zienswijzen Ontwerp Beleidsnota en PlanMER Bijlagen informatief • PlanMER, inclusief bijlagen • Toetsingsadvies commissie m.e.r. • Heritage Impact Assessment (HIA) Windturbines Utrecht de Bilt • Memo gevoeligheidsanalyse windturbinebepalingen • Onderbouwing selectie focusgebieden aardwarmte • PWE: Inwonersonderzoek naar schone energieopwek in Utrecht • Bevat persoonsgegevens – oorspronkelijke zienswijzen

13

Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 – 677 6466

Auteurs Stephan Woninck Laurens Kik Steven Velthuijsen Rutger Neutel Marlin ter Huurne

Opdrachtgever Gemeente Utrecht Stadsplateau 1 3521 AZ Utrecht

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht

Datum

28 maart 2024

Versie

6.1

Versiebeheer

1.0: Concept planMER t.b.v. Energievisie Utrecht (EVU) – aug 2022 2.0: Concept planMER t.b.v. Klimaat- en Energievisie – okt 2022 3.0: Concept planMER t.b.v. Klimaatvisie – nov 2022 4.0: Concept planMER t.b.v. Klimaatvisie, kwaliteitsslag – dec 2022 5.0: Toevoegingen na tussenadvies commissie m.e.r. – jan 2024 6.0: Definitieve planMER t.b.v. Nota Opwek Energie – feb 2024 6.1: Definitieve planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie – mrt 2024

Auteurs

Stephan Woninck Laurens Kik Rutger Neutel Marlin ter Huurne

Tweede lezer

Steven Velthuijsen

ii Samenvatting ii

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht

Samenvatting Achtergrond In 2015 zijn in Parijs internationale afspraken gemaakt om de CO2-uitstoot terug te dringen. Nederland heeft haar inspanning opgenomen in een nationaal Klimaatakkoord dat in juni 2019 is gepresenteerd. Hierin hebben meer dan 100 partijen afspraken vastgelegd over het verlagen van de CO2-uitstoot. Het doel is dat in 2050 de uitstoot in Nederland met 95% is verminderd ten opzichte van 1990. De gemeente Utrecht wil hier een bijdrage aan leveren door in 2050 klimaatneutraal te zijn. Utrecht is onderdeel van de regio RES U16. Samen met de buurgemeenten wil de gemeente in 2030 circa 1,8 TWh duurzame elektriciteit opwekken. Utrecht streeft naar een bijdrage van 523 GWh/jaar. Daartoe wil de gemeente in beeld brengen welke locaties geschikt zijn voor duurzame energieopwekking en wat de gevolgen voor de fysieke leefomgeving kunnen zijn. Om hier inzicht in te verkrijgen is besloten om voorliggend planMER op te stellen over verschillende manieren van energie-opwek, namelijk windenergie, zonneenergie en geothermie. De onderzochte zoekgebieden komen direct uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU), de aanleiding voor dit planMER. De resultaten van het planMER zullen als basis fungeren voor het op te stellen beleid en voor (markt)partijen die in de toekomst concrete initiatieven willen uitwerken in de gemeente Utrecht.

Het planMER levert dus milieukundige informatie waarmee de gemeente keuzes kan maken over welke zoekgebieden open worden gesteld voor ontwikkeling. Deze keuzes worden gemaakt en toegelicht in de “Beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht”, oftewel kortweg Beleidsnota Schone Energie. Doorgevoerde wijzigingen en aanvullingen n.a.v. voorlopig toetsingsadvies Commissie mer + gemeentelijke toevoegingen De Commissie mer heeft in haar toetsingsadvies (25 april 2023) aangegeven dat het planMER (4.0) een vrij volledig beeld geeft van de te verwachten gevolgen voor de omgeving. Het is een uitgebreid document met gedegen onderzoeken. Desondanks signaleerde de Commissie bij de toetsing van het MER dat op twee punten nog belangrijke informatie ontbrak. Effecten voor vogels en vleermuizen nog onvoldoende beschreven. Gebruik de provinciale windturbine-risicokaarten om de (mogelijke) effecten op vogels en vleermuizen vollediger te beschrijven. Aanpassing MER: Toevoeging van veertien beoordelingscriteria gebaseerd op de provinciale windturbine-risicokaarten. Effecten windturbines en zonnevelden op landschap nog onvoldoende beschreven. Maak realistische visualisaties van windturbines en zonnevelden om de landschappelijke impact inzichtelijker te maken.

iii Samenvatting iii

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Aanpassingen MER: Visualisaties toegevoegd aan de desbetreffende onderdelen ter verduidelijking van de gevonden scores. Naast de gewenste aanpassingen van de Commissie mer zijn er een drietal toevoegingen gedaan op verzoek van de gemeente Utrecht. Effecten van windturbines op nieuwbouwwoningen. Naast de beoordeling van de milieueffecten op bestaande gevoelige objecten (woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen) wenst de gemeente Utrecht ook een beoordeling op de leefomgeving voor nieuwbouwwoningen. De afgebakende set, aangeleverd door de gemeente, is met dezelfde methode beoordeeld als de al bestaande set gevoelige objecten. Heritage Impact Assessment (HIA) van UNESCO-werelderfgoed Hollandse Waterlinies Tegelijkertijd met het planMER is in opdracht van de gemeente Utrecht en De Bilt een zogenaamde HIA uitgevoerd naar de mogelijke effecten van windturbines binnen en rond UNESCO-werelderfgoed Hollandse Waterlinies. De resultaten uit dit onderzoek zijn gebruikt om de beoordeling op het onderdeel ‘Ligging t.o.v. Unesco-erfgoed’ aan te scherpen. Concept windturbinebepalingen In het najaar van 2023 zijn de nieuwe landelijke milieunormen voor geluid, slagschaduw, externe veiligheid en lichtschittering in concept gepubliceerd. Deze zijn nog niet van kracht, maar in toekomst bij vaststelling relevant.

Een doorkijk van deze normen is opgenomen in 7.6.3.1. In voorliggende versie (v6.1) van het planMER zijn bovenstaande zaken aangevuld.

Doel van het planMER Het planMER heeft drie doelen: ➢ Milieueffecten in beeld brengen van de activiteiten die in de Beleidsnota Schone Energie op zijn genomen; ➢ Het voorbereiden van de selectie en openstelling van zoekgebieden. ➢ Aanbevelingen geven voor nadere planuitwerking van concrete projecten in Omgevingsplannen en Omgevingsvergunningen en eventueel daarbij behorende projectMER-en. Dit MER bevat objectieve informatie over de effecten van zonne- en windparken en geothermie, maar maakt geen keuzes en geeft geen voorkeuren aan; de beoordeling moet voor zich spreken en de gemeente ondersteunen bij het maken van locatiekeuzes. Omdat het MER veel verschillende thema’s onderzoekt, is het niet mogelijk om ‘de meest geschikte’ locaties aan te wijzen. Een locatie kan op het ene thema goed scoren, maar op een ander thema juist minder. Daadwerkelijke keuzes voor welke (delen van) zoekgebieden worden ingezet voor grootschalige opwek zullen een belangenafweging zijn waarbij zowel milieutechni-

iv Samenvatting iv

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht sche, maar ook maatschappelijke, economische en politieke belangen een rol spelen. Doel van het MER is om te zorgen dat het milieubelang in deze afweging een volwaardige plaats heeft.

Juridische basis Het planMER betreft een strategische milieubeoordeling in de zin van de Europese SMB-richtlijn (Richtlijn 2001/42/EG), in Nederland omgezet in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. Het doel van een planMER is om vroegtijdig het milieubelang mee te kunnen wegen bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen of besluiten. In dit geval betreft dat de wijziging van de gemeentelijke Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is kaderstellend voor m.e.r.-beoordelingsplichtige besluiten, te weten omgevingsvergunningen voor een milieubelastende activiteit voor 3 of meer windturbines en geothermische boringen (zie bijlage V van het Omgevingsbesluit). Zonneparken zijn vrijwillig onderzocht in dit planMER.

Afbakening planMER Zoekgebieden Bij het onderzoeken van de milieueffecten van grootschalige zonne- en windparken in de gemeente Utrecht dienen de zoekgebieden uit de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (hierna RSU) als uitgangspunt. In de raadsbrief van 22 januari 2021 is de totstandkoming van deze zoekgebieden onderbouwd. Voor geothermie zijn in de RSU geen locaties of zoekgebieden opgenomen. In de onderzoeken behorende bij de raadsbrief van 9 december 2021 is aangegeven welke gebieden binnen de gemeente Utrecht, gezien de ondergrondse eigenschappen, mogelijk geschikt zijn voor geothermie. Op basis van de conclusies uit deze onderzoeken zijn zoekgebieden gedefinieerd die in deze m.e.r. gebruikt zijn. Elke combinatie van zoekgebied en energiebron is een “alternatief” in m.e.r.-termen. Milieueffecten Het planMER beschouwt de milieueffecten van zonne-energie, windenergie en geothermie op hoofdlijnen aan de hand van een aantal thema’s.

X X X

X X

X

Energie

X

X X X

Ontwikkelingen uit de RSU

X

X X X

Grondwater bescherming

X

Archeologie

X

Landschap en cultuurhistorie

X

Ecologie

Stiltegebieden

X

Recreatie

Slagschaduw

Windenergie Zonne-energie Geothermie

Geluid

Onderzochte onderwerpen per activiteit Externe veiligheid

Tabel 1

X X X

X X X

De milieueffecten voor windenergie zijn bepaald door in de zoekgebieden opstellingen te plaatsen die zoveel mogelijk potentie van het alternatief benutten. Aan

v

Samenvatting v

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht de hand van deze opstellingen zijn de milieueffecten bepaald. Om een beeld te krijgen van de maximaal te verwachten effecten van windturbines beschouwt het MER windturbines van de grootste momenteel commercieel verkrijgbare afmetingen: circa 270 meter tiphoogte. De milieueffecten voor zonnevelden zijn bepaald door uit te gaan van een benuttingsgraad van 50% van het oppervlak van het alternatief. Deze 50% is aangenomen als een maximaal haalbare benuttingsgraad. In de praktijk kan dit lager zijn. Milieueffecten bij geothermie zijn beoordeeld binnen de zoekgebieden zoals opgenomen in Figuur 3. Per zoekgebied is beoordeeld wat de effecten zijn als in dat zoekgebied één geothermielocatie komt met bijbehorend oppervlaktebeslag van 1 ha1. Onderstaande figuren tonen per onderwerp de zoekgebieden: Figuur 1

Zoekgebieden windenergie

1 Document Utrecht - Conceptrapportage verdieping bronnenpotentie gemeente Utrecht 2.0.pdf -

vi

iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl)

Samenvatting vi

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Figuur 2

Zoekgebieden zonne-energie

Figuur 3

Zoekgebieden geothermie.

vi Samenvatting vii

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht

Energieproductie en doelbereik De maximale energieproductie is per zoekgebied weergegeven voor wind (Tabel 2). zon (Tabel 3) en geothermie (Tabel 4). Tevens is hierbij de energieopbrengst afgezet tegen het huidige elektriciteitsverbruik binnen de gemeente Utrecht. In 2020 was dit een totaal van 4.821 TJ (1.339 GWh) per jaar2. Voor de productie van duurzame warmte bestaat geen doelstelling. Voor de berekening van het doelbereik is het verwachte warmtegebruik in 2040 gehanteerd, conform de raadsbrief van 9 december 2021 7600 TJ per jaar. Met zonnevelden kan zowel elektriciteit als warmte gemaakt worden. Daarom is de energieproductie uitgedrukt in zowel GWh (elektriciteit) als TJ (warmte). Voor geothermie is een energieopbrengst 600 TJ aangenomen per zoekgebied. Per zoekgebied is, vanwege de minimaal aan te houden onderlinge afstand tussen bronnen, ruimte voor één locatie met twee bronnen (doubletten). Per bron is de te verwachten opbrengst circa 300 TJ3.

Lage Weide

USP

Voordorpse Veld

Noorderpark

Ockhuizen

Haarzuilens

Dorpeldijk

Energieopbrengst windenergie

Rijnenburg & Reijerscop

Tabel 2

9 207 837 15.4%

5 129 465 9,6%

3 78 279 5,8%

1 26 93 1,9%

2 52 186 3,9%

3 78 279 5,8%

5 129 465 9,6%

3 78 279 5,8%

Aantal windturbines Energieopbrengst (GWh) Energieopbrengst (TJ) Doelbereik

USP

Voordorpse Veld

Poldergebied Overvecht

Ockhuizen

Haarzuilens

Dorpeldijk

Haarrijnseplas

Meijewetering

Geluidswal A12

Onbelemmerd opp. (ha.) Energieopbrengst (GWh) Energieopbrengst (TJ) Doelbereik

Nedereindse Plas

Energieopbrengst zonne-energie

Rijnenburg

Tabel 3

318

45

43

20

9

90

61

82

37

1

4

159

23

22

10

4

45

30

41

19

1

2

572

81

78

36

15

162

110

148

67

2

7

11,8%

1,7%

1,6%

0,7%

0,2%

3,3%

2,2%

3,0%

1,4%

0%

0%

2

https://www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/publicaties/onderzoek-en-cijfers/onderzoek-overutrecht/voortgangsrapportage-energie/ 3 Document Utrecht - Conceptrapportage verdieping bronnenpotentie gemeente Utrecht 2.0.pdf - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl)

vi

Samenvatting viii

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht

Haarzuilens

Rijnenburg

Lage Weide

Papendorp

Westraven

USP

LunettenKoningsweg

Energieopbrengst Geothermie

Voordorpse Veld

Tabel 4

Energieopbrengst (TJ)

600

600

600

600

600

600

600

600

Doelbereik

12,7%

12,7%

12,7%

12,7%

12,7%

12,7%

12,7%

12,7%

Milieueffecten maximale invulling zoekgebieden In dit planMER zijn maximale invullingen van de zoekgebieden beoordeeld. Dit betekent dat er zo veel mogelijk windturbines in de windzoekgebieden zijn geprojecteerd en de effecten op de verschillende aspecten zijn beoordeeld. Voor zonneparken en geothermie zijn de gehele zoekgebieden beoordeeld. Na deze ‘maximale’ beoordeling is door de verschillende experts beschouwd in hoeverre deze maximale beoordelingen leiden tot grote milieueffecten waardoor ontwikkeling belemmerd zou zijn. Als deze grote milieueffecten aanwezig zijn is door de experts beoordeeld in hoeverre deze te vermijden zijn door optimalisaties te vinden voor de windparken of de zon- en geothermiezoekgebieden. De milieueffecten bij een maximale invulling volgen hieronder, de effecten bij de geoptimaliseerde scenario’s in het volgende onderdeel. De milieueffecten van windturbines, zonnevelden en geothermie zijn gescoord op basis van de volgende stoplichtwaarden: -0 + ++

Significant negatief effect Beperkt negatief effect Neutraal effect Beperkt positief effect Significant positief effect

In eerste instantie is dit gedaan zonder rekening te houden met de mogelijkheden om effecten te mitigeren of te compenseren. Per aspect zijn in de hoofdstukken met effectbeoordeling (hoofdstukken 3, 4 en 5) aanbevelingen gedaan voor compenserende en mitigerende maatregelen en is de effectbepaling opnieuw gedaan voor het geval deze aanbevelingen worden overgenomen4.

4

De energieopbrengst is niet aangepast aan de mitigerende maatregelen. Het is een grove berekening over wat een zoekgebied kan opleveren. Mitigerende maatregelen kunnen de opbrengst van de zonneparken in de zoekgebieden verminderen. Deze afname is per mitigatiemogelijkheid verschillend.

ix

Samenvatting ix

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht Tabel 5

Samenvatting van beoordelingskader voor windenergie Aspect Externe veiligheid

Geluid & Gezondheid

Beoordelingscriterium

Werkwijze

Aantal objecten met een extern veiligheidsrisico binnen de maximale werpafstand (conform Handreiking Risicozonering Windturbines) Aantal nabijgelegen gevoelige objecten

Het aantal relevante objecten in kaart brengen. Relevant voor extern veiligheidsrisico zijn: (beperkt) kwetsbare objecten, hoogspanning- en buisleidinginfrastructuur, risicovolle installaties en autowegen en spoorwegen voor gevaarlijk transport. Aantal bestaande en nieuwbouwwoningen binnen: 50, 44 en 37 dB Lden-contouren (kwantitatief) Aantal bestaande en nieuwbouwwoningen binnen: 50, 44 en 37 dB Lden, gedeeld door de verwachte elektriciteitsproductie (kwantitatief) Toename aan ernstig gehinderden door cumulatief geluid bij bestaande en nieuwbouwwoningen Score afhankelijk van aantal woningen in de nabije omgeving en daarom gelijkgesteld aan de score voor woningen met een geluidbelasting van 44 dB Lden of meer. Op basis van de kaart ‘Stiltegebieden provincie Utrecht’. (kwantitatief)

Aantal nabijgelegen gevoelige objecten t.o.v. energieproductie Ernstig gehinderden (cumulatief)

Slagschaduw

Beoordelingscriterium slagschaduw

Stiltegebied

Ligging t.o.v. Stiltegebied

Recreatie

Ligging t.o.v. recreatiezones en terreinen

Op basis van Omgevingsvisie Provincie Utrecht

Ligging t.o.v. de stedelijke Groenstructuur Ligging t.o.v. archeologisch Erfgoed

Op basis van effectafstanden, de kans op verstoring en barrièrewerking in N2000, NNN en Groene Contour gebieden (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. gebieden op de gemeentelijke natuurwaarden kaart met zwaar en licht beschermde soorten (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. foerageer en migratiebewegingen van kritische vogel- en vleermuissoorten Beoordeling zoekgebieden op basis van dichtheid en gebruiksfunctie omringend landschap. (kwalitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. beschermd werelderfgoed van Unesco (bv. Hollandse Waterlinies) (kwantitatief) Ligging zoekgebieden t.o.v. bestaande cultuurhistorische erfgoed o.b.v. cultuurhistorische atlas (kwantitatief) Beschrijving van het effect van de voorgenomen activiteit op de kernkwaliteiten van het landschappelijk o.b.v. de kwaliteitsgidsen (kwalitatief) Op basis van de kaart ‘stedelijke groenstructuur’ (kwantitatief) Op basis van de kaart ‘Provinciaal erfgoedbeleid’. (kwalitatief)

Beoordeling toekomstige ontwikkelingen

Ligging t.o.v. toekomstige Ontwikkelingen

Op basis van ontwikkelingen op woningbouw, groen, werklocaties en sport zoals opgenomen in de RSU.

Energieopbrengst

MWh aan de hand van het aantal windturbines

Berekenen van de bijdrage van het zoekgebied uitgedrukt in MWh op basis van (1) ingetekende fictieve opstelling van # windturbines en (2) aanname voor energieproductie per windturbine (kwantitatief)

Ligging t.o.v. beschermde natuurgebieden Ecologie Effect op beschermde soorten

Zichtbaarheid Ligging t.o.v. Unesco erfgoed Landschap & Cultuurhistorie

Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch Erfgoed Effect op de landschappelijke waarden

Archeologie

x Samenvatting x

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht

Milieueffecten windenergie De beoordeling van de maximale milieueffecten van windenergie in de zoekgebieden is gedaan aan de hand van de onderstaande thema’s en beoordelingscriteria. In deze maximale beoordeling zijn geen mitigerende of optimaliserende maatregelen genomen. Zie voor deze geoptimaliseerde beoordeling het volgende onderdeel.

USP

Voordorpse veld

Noorderpark

Ockhuizen

Haarzuilens

Dorpeldijk

Externe Veiligheid Externe Veiligheid Geluid Gevoelige objecten met =>50 dB Lden Gevoelige objecten met =>44 dB Lden Gevoelige objecten met =>37 dB Lden Gevoelige objecten met =>50 dB Lden per GWh Gevoelige objecten met =>44 dB Lden per GWh Gevoelige objecten met =>37 dB Lden per GWh Toename van ernstig gehinderden: absoluut Toename van ernstig gehinderden: relatief Nieuwbouw: gevoelige objecten met =>50 dB Lden Nieuwbouw: gevoelige objecten met =>44 dB Lden Nieuwbouw: gevoelige objecten met =>37 dB Lden Nieuwbouw: gevoelige objecten met =>50 dB Lden per GWh Nieuwbouw: gevoelige objecten met =>44 dB Lden per GWh Nieuwbouw: gevoelige objecten met =>37 dB Lden per GWh Nieuwbouw: toename van ernstig gehinderden: absoluut Nieuwbouw: toename van ernstig gehinderden: relatief Slagschaduw Beoordelingscriterium slagschaduw Nieuwbouw: beoordelingscriterium slagschaduw Stiltegebieden Ligging t.o.v. Stiltegebieden Recreatiezones en terreinen Ligging t.o.v.

recreatiezones en terreinen Ecologie Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland en Groene Contour Weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden Beschermde soorten: steen en gebouwen Beschermde soorten: oever en water Beschermde soorten: bomen, bos en struiken Beschermde soorten: gras en kruiden Beschermde soorten: biotoop overstijgende soort Effecten op vogels: vogeltrek Effecten op niet-broedvogels Effecten op broedvogels Gewone dwergvleermuis: foerageren kraamtijd Gewone dwergvleermuis: migratie (korte afstand) Ruige dwergvleermuis: foerageren kraamtijd Ruige dwergvleermuis: migratie (lange afstand) Rosse vleermuis: transitvlucht kraamtijd Rosse vleermuis: migratie (lange afstand) Tweekleurige vleermuis: transitvlucht kraamtijd Tweekleurige vleermuis: migratie (lange afstand)

Lage Weide

Overzichtstabel beoordeling windenergie Rijnenburg & Reijerscop

Tabel 6

-

-

--

-

-

--

-

--

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

-------0 0 --0 --0

0 0 0 0 -0 -0 0 ----

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -

0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 -0 0 0 0 --

-0 -0 0 -0 0 0 0 0 0 0 --

0 0

---

-

0

0 0

0

-

-0

0

0

0

0

0

0

0

0

-

0

-

-

--

-

--

0

0 0 0 0 -------0 -

0 0 0 0 0 0 ---------

0 0 0 ------0 --

0 0 0 0 0 -----0 -

0 0 0 ------0 --

0 0 0 -------

0 ---------

0 0 -----0 -

xi

Samenvatting xi

Dorpeldijk

Haarzuilens

Ockhuizen

Noorderpark

Voordorpse veld

USP

Lage Weide

Rijnenburg & Reijerscop

planMER t.b.v. Beleidsnota Schone Energie Gemeente Utrecht

Bosvleermuis: transitvlucht kraamtijd --------Bosvleermuis: migratie (lange afstand) --------Laatvlieger: foerageren kraamtijd --------Landschap & Cultuurhistorie Zichtbaarheid -0 --Ligging t.o.v. Unesco erfgoed 0 ---0 0 0 Ligging t.o.v. Cultuurhistorisch erfgoed 0 0 --Effect op de landschappelijke waarden 0 --Ligging t.o.v. de stedelijke groenstructuur -----Archeologie Ligging t.o.v. archeologisch erfgoed 0 0 0 0 0 0 0 -Beoordeling toekomstige ontwikkelingen Ligging t.o.v. toekomstige ontwikkelingen ----Energieopbrengst en mitigatie uitstoot Netto energieopbrengst (GWh) ++ ++ ++ + + ++ ++ ++ * de energieopbrengst is niet aangepast aan de mogelijke mitigerende maatregelen. Het is een grove berekening over wat een zoekgebied kan opleveren. Mitigerende maatregelen kunnen de opbrengst van de windparken in de zoekgebieden verminderen. Deze afname is per mitigatiemogelijkheid verschillend. Zo resulteert bijvoorbeeld stilstand voor slagschaduw in een opbrengstverlies van circa 1%. Het schrappen van windturbines heeft juist een grote impact.

Dit zijn de scores als in de zoekgebieden zoveel mogelijk windturbines geplaatst worden. De meeste effecten kunnen teruggebracht worden naar “beperkt negatief” door minder windturbines in de zoekgebieden te plaatsen, gunstigere locaties te kiezen en/of verschillende mitigatiemogelijkheden. Voor de volgende zoekgebieden zijn grote effecten niet uit te sluiten: ➢ De grote effecten op het Werelderfgoed Hollandse Waterlinies zijn mogelijk niet goed te mitigeren of te compenseren in USP, Voordorpse Veld, Noorderpark. ➢ De ecologische waarden (beschermde soorten bomen, bos en struiken) in Haarzuilens kunnen mogelijk niet voldoende gemitigeerd of gecompenseerd worden om aan de wettelijke kaders te voldoen. ➢ De geluidbelasting in Dorpeldijk kan niet teruggebracht worden tot een verantwoord niveau. Windturbines hebben in alle zoekgebieden een beperkt negatief effect op de andere ontwikkelopgaven uit de RSU. Het gaat dan vooral om het directe ruimtebeslag van windturbines. De contouren voor geluid en externe veiligheid rond de windturbines zijn niet of nauwelijks beperkend voor andere beoogde ontwikkelopgaven in de zoekgebieden voor windenergie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=586bdabb-e369-4685-bda7-206a186708c0