CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 6 maart 2025, gemeente Utrecht31.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

In het streven naar energieneutrale gebouwen is het niet altijd voldoende om zonnepanelen enkel op daken te leggen. Bij projecten met hoge dichtheden is er vaak onvoldoende dakoppervlak om het benodigde energieverbruik op te wekken, zeker in combinatie met andere functies. Zonnepanelen kunnen daarom ook in de gevels worden opgenomen, mits zij geïntegreerd worden in de architectuur van het gebouw. Daarnaast speelt de oriëntatie, vorm en de schil van een gebouw een belangrijke rol in de energiehuishouding en hebben ook effect op de vorm en/of beeldkwaliteit van het gebouw. Richtlijnen • Onderzoek of het mogelijk is om bestaande gebouwen te herbestemmen, renoveren of transformeren voordat sloop en nieuwbouw plaatsvindt. Optoppen kan bijdragen aan zowel verdichting als verduurzaming van bestaande gebouwen. • Nieuwe gebouwen moeten in de toekomst een andere functie of doelgroep kunnen huisvesten, zonder dat er grote ingrepen nodig zijn. Het casco moet voldoende flexibel ontworpen worden om te kunnen transformeren voor een andere doelgroep of functie of om individuele woningen te kunnen splitsen of samenvoegen. Een ruime verdiepingshoogte maakt de plintruimte toekomstbestendig.

• Onderzoek welke ruimte er is binnen de stedenbouwkundige context voor een afwijkende oriëntatie, vorm, bouwhoogte en materiaalgebruik, die ervoor kan zorgen dat het gebouw een kleinere impact heeft op het milieu tijdens de realisatie en het gebruik van het gebouw. • Architectonische vormgeving draagt bij aan de energiehuishouding van gebouwen, door te ontwerpen met natuurlijke ventilatie en zonlicht. • Om in de energiebehoefte te voorzien zijn zonnepanelen - naast de benutting van het dakoppervlak - ook in de gevel toegestaan. Zij dienen geïntegreerd te worden in de architectuur van het gebouw. • Waar mogelijk toepassen van biobased bouwmateriaal en hergebruik van bouwmateriaal.

ST EDENBOU W V ISIE

3 ST EDENBOU W KUNDIG E UITG A NGSPUN T EN

47

1. Zonnepanelen zijn geïntegreerd in de gevel en mee ontworpen in de architectuur van het gebouw.

“Sloop niet tenzij je de materialen kan hergebruiken. Beperk het gebruik van nieuw materiaal”

2. Het gebouw Nijenoord was voorheen een schoolgebouw van de Hogeschool Utrecht en is nu getransformeerd naar een woongebouw. 3. Architectonische vormgeving draagt bij in de energiehuishouding van gebouwen. Door te ontwerpen met natuurlijke ventilatie en inval van zonlicht heeft een kleinre impact op het milieu en draagt bij aan het woon- of werkgenot. 4. Houtbouw legt CO2 vast in de bebouwing en is hierom

1

1

2

toekomst gericht. Hoogbouw in een houten constructie wordt al toegepast. HAUT (Amsterdam) telt 21 verdiepingen en is 73 meter hoog. Het gebouw is voornamelijk gebouwd met hout en beschikt over gevels die energie opwekken. 5. HoutWerk is een bedrijfsverzamelgebouw met een volledig houten constructie in het Werkspoorkwartier. Foto genomen tijdens de bouw.

3

4

5

ST EDENBOU W V ISIE

4 EN NU V ER DER ?

48

4 En nu verder?

In Utrecht sturen we op zowel kwaliteit en leefbaarheid in de bestaande en groeiende stad als groeien in balans. Deze stedenbouwvisie is een toevoeging aan de RSU2040 en zet uiteen op welke manier we met aandacht voor kwaliteit en leefbaarheid in een verdichtende stad ontwikkelen. Deze visie doet geen aanpassingen aan de programmatische uitspraken uit de RSU2040, de prioritering van de knooppunten en/of de planologische opgaven van de stad. De stedenbouwvisie werkt door in thematisch beleid, in gebiedsbeleid en in projecten. Met de RSU 2040 en deze stedenbouwvisie omarmen we de diversiteit van buurten en wijken in Utrecht en hun verschillende identiteiten. In de bestaande woonwijken is op veel plekken rust en behoud van bestaande kwaliteiten belangrijk. In de (in voorbereiding zijnde) Nota Omgevingskwaliteit wordt per bestaand gebied het karakter beschreven en de bijbehorende aandachtspunten. Bij de herijking van de omgevingsvisie Utrecht hebben we ook aandacht voor de uitwerking van de grotere verstedelijkingsknooppunten. De uitwerking per knooppunt werken we samen met de andere betrokkenen overheden en initiatiefnemers uit. Daarbij gaat het zowel om de uitgangspunten om tot kwalitatief goede ontwikkelingen te komen, als om keuzeopties over identiteit, dichtheid en hoogbouw. Hiermee willen we voorkomen dat alle knooppunten op elkaar gaan lijken.

De ruimtelijke projecten en gebiedsontwikkeling realiseert de gemeente Utrecht samen met haar partners. Vanaf heden dient bij de uitwerking van ruimtelijke ontwikkelingen deze visie als uitgangspunt mee te worden

genomen. Hierbij dient altijd een afweging gemaakt te worden tussen de beschikbare financiën, de beoogde ambities en de doorlooptijd van de gebiedsontwikkeling of het ruimtelijke project. Voor realisatie van de ambities uit de RSU en de stedenbouwvisie zijn we ook afhankelijk van financiële bijdragen onze partners bij het Rijk, provincie en regio. De investeringen zorgen ervoor dat de bestaande stad op orde is, dragen bij aan de kwaliteit van de bestaande stad en zijn randvoorwaardelijk voor de groei van de stad. Net zoals ander ruimtelijk beleid werken de uitgangspunten uit deze visie als een handelingsperspectief voor de uitwerking van ruimtelijke plannen van de gemeente en initiatiefnemers in het fysiek domein. Voor de ruimtelijke onderbouwing van deze plannen biedt deze visie handvatten hoe om te gaan met een maximale bouwhoogte in specifieke delen van Utrecht en hoe kwaliteit en leefbaarheid hierbij leidend zijn voor de ontwikkeling van de stad. Gebiedsontwikkeling is een proces van lange adem met een steeds toenemende complexiteit, door meer maatschappelijke vraagstukken en ambities, druk op de financiële haalbaarheid en aandacht voor samenwerking met Utrechters. Bekend is dat beschikbare ruimte en financiële middelen beperkt zijn. In de ruimtelijke projecten en grotere gebiedsontwikkelingen zullen de effecten van de stedenbouwvisie zichtbaar zijn.

Twee jaar voor het einde van de looptijd van deze stedenbouwvisie evalueren we de werking en effecten van deze visie. Op deze manier blijft Utrecht ook in de toekomst de mooie stad die het nu is om in te wonen, te werken en te recreëren.

ST EDENBOU W V ISIE

BIJL AG EN

49

Bijlage 1: Toekomstgesprekken

Wat Utrechters verstaan onder kwaliteit en leefbaarheid

Inleiding Wat heeft Utrecht nodig om prettig in te kunnen leven? Hoe zorgen we ervoor dat de groei niet ten koste gaat van kwaliteit maar juist daaraan bijdraagt? Hoe zien we de toekomst van Utrecht voor ons? Hoe leven we samen in de stad over 20 of 30 jaar, en wat vraagt dat van de inrichting van de stad? Utrecht is volop in beweging. De stad ontwikkelt niet alleen voor de toekomstige Utrechter, maar ook voor de huidige Utrechtse inwoners en ondernemers. Om te weten te komen wat Utrechters belangrijk vinden voor de ontwikkeling van de stad hebben we voor de zomer van 2023 met behulp van een digitale enquête en straatinterviews opgehaald wat Utrechters belangrijk vinden voor de toekomstige inrichting van de stad. Dit deden we aan de hand van de laagdrempelige onderzoekstool Swipocratie. In het najaar van 2023 zijn we op allerlei manieren en momenten met verschillende (groepen) Utrechters verdiepend in gesprek gegaan over bovenstaande vragen. De gesprekken vonden plaats op verschillende locaties en manieren, met een mix van prikkelende en uitnodigende vormen voor iedereen. Soms organiseerden we deze gesprekken en activiteiten zelf. Soms sloten we aan bij wat anderen al organiseerden. Het vinden van antwoorden op bovenstaande en andere vragen stond centraal in de toekomstgesprekken met de stad.

De inbreng uit de peilingen en gesprekken hebben we gebruikt om de uitgangspunten vorm te geven. Niet alle opbrengsten konden een plek krijgen in de richtlijnen voor kwaliteit en leefbaarheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wat daarin geen plek kon krijgen is meegegeven aan de collega’s van ander (thematisch) beleid van de gemeente Utrecht.

Eerste en tweede ronde toekomstgesprekken In de eerste ronde hebben ruim 4.600 mensen met behulp van een digitale enquête (aan de hand van de onderzoekstool Swipocratie) en 553 straatinterviews aangegeven wat zij belangrijk vinden voor de toekomstige inrichting van de stad. In de Raadsbrief Uitkomsten enquête toekomstgesprekken stedenbouwvisie voor Utrecht staat een uitgebreide terugkoppeling van de resultaten uit de eerste ronde. De opbrengsten uit de digitale enquête zijn samengebracht in drie uiteenlopende thema’s. We herkennen hierin de dilemma’s die geuit worden als we spreken over de verdichtende stad, waarbij ook het behoud van de kwaliteit van de huidige leefomgeving voor veel deelnemers als belangrijk wordt ervaren. •

We hebben te maken met klimaatverandering, maar ook met woningnood. Hoe kunnen we toch zoveel mogelijk verdichten en daarbij ook rekening houden met vergroening? Welke keuzes moeten we maken?

ST EDENBOU W V ISIE

• •

50

BIJL AG EN

Hoe kunnen we in een drukker wordende stad zorgen voor voldoende rust? En hoe houden we de wijken tegelijkertijd voldoende levendig? Hoe zorgen we dat in de stad iedereen zich fijn kan (blijven) voelen en prettig kan (blijven) samenleven? Hoe maken we hoogbouw met een groene buitenruimte van hoge kwaliteit? En wat verstaan we dan onder kwaliteit?

In het najaar van 2023 zijn we in de tweede ronde van de toekomstgesprekken op allerlei manieren en momenten met verschillende (groepen) Utrechters verdiepend in gesprek gegaan. In deze verdiepende gesprekken over deze thema’s hebben we vooral de relatie gezocht tussen één van de thema’s en de relatie met leefbaarheid en de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Hieruit zijn vier waarden naar voren gekomen die Utrechters belangrijk vinden bij het ontwikkelen en inrichten van een leefbare de stad. Deze waarden zijn de basis voor de verdere uitwerking later in dit document:

Beeldverslag tweede ronde (Lees de gespreksverslagen op utrecht.nl/stedenbouwvisie)

•

• • •

Tijdens de straatinterviews zijn 553 Utrechters gesproken over wat zij belangrijk vinden voor de toekomstige inrichting van de stad. In totaal hebben 4600 mensen de digitale enquete ingevuld. (Lees de enqueteresultaten op utrecht.nl/stedenbouwvisie)

De mens voorop: Zet de mens voorop bij het ontwerpen van gebouwen en omgeving. Maak voorzieningen op loopafstand en toegankelijk voor iedereen. Ruimtes moeten open en uitnodigend zijn. Laat Utrechters meedoen met het ontwerpen en inrichten van hun omgeving. Diversiteit en menging: Behoud het eigen karakter van dorpen, wijken en buurten. Creëer diversiteit in soorten woningen en voorzieningen. Zorg voor rustig wonen en levendigheid dichtbij. Ruimte voor ontmoeting: Zorg dat de ruimte in en om gebouwen fijn en veilig is, met plekken waar mensen kunnen samenkomen. Dat zorgt voor onderlinge verbondenheid en sociaal contact. Aangename en groene leefomgeving: Richt de beschikbare ruimte zo groen en zo gevarieerd mogelijk in. Heb aandacht voor klimaatverandering, zon en wind. Groen zorgt voor een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving

ST EDENBOU W V ISIE

BIJL AG EN

Vier Utrechtse waarden voor kwaliteit en leefbaarheid De mens voorop In alle gesprekken komt de “identiteit van Utrecht” terug. Wat is dat precies? Duidelijk is dat deze overal in Utrecht anders is en dat dit het uitgangspunt voor al je ontwikkelingen moet zijn. De diversiteit van Utrecht is een kracht. Haarzuilens is echt anders dan Zuilen. Het eigen karakter van een buurt moet ook bij veranderingen zoveel mogelijk behouden blijven. Verken met elkaar wat een plek fijn maakt en zorg dat de nieuwe ontwikkeling past bij het bestaande. De sociale onderdelen en de stenen gebouwen zijn samen een ding: dat is niet los te zien. Zorg voor genoeg aandacht voor de bestaande structuren. Hoe zorg je dat ingrepen in de ruimte bijdragen aan de bestaande buurt? Gebruik historische landschappelijke elementen (dijken/linten/bomenrijen/waterlopen) om een plek meer identiteit te geven. Gebruik de geschiedenis van een plek om de openbare ruimte vorm te geven.

51

Dichterswijk ingaat, vindt rust en een onverwachts groen ommetje in de vorm van het Ringpark. Het is allemaal op loopafstand: zowel rust als reuring. En: niet alles hoeft overal. Een afwisselend ritme wordt als fijn ervaren. Probeer ook de rustige straten rustig te houden. Concentreer een zo divers mogelijk aanbod van functies en voorzieningen en faciliteer ontmoeten op herkenbare plekken: bijvoorbeeld door horeca met een overgang van privaat naar publiek (dus aan een plein of het groen). Ook dragen levendige plinten bij aan reuring en een veilig gevoel op straat. Gebruik kruispunten om duidelijke, herkenbare en samenhangende plekken vol reuring te creëren. Materiaal en inrichting kunnen helpen bij het sturen naar het gewenste gebruik. Probeer verschillende verkeerstromen te scheiden waar nodig en te mengen waar mogelijk. Dit vergroot de toegankelijkheid en inclusiviteit. Al met al is de conclusie dat we contrasten moeten houden en moeten creëren: zorg voor rust en stilte, voor levendigheid en drukte.

Participatie is een ander onderwerp wat steevast terugkomt in alle gesprekken. Het komt erop neer dat je per gebied en per ontwikkeling moet kijken hoe te participeren. Identiteit van de buurt is immers belangrijk en afhankelijk daarvan wordt besloten hoe de participatie in te steken. Elke ontwikkeling in Utrecht verdient een eigen aanpak; probeer niet alles in regels te vatten. Bij verdichting draait het om de nieuwe en om de oude bewoners: heb oog voor allebei. Steeds over een klein hoekje praten werkt ook niet goed, je moet plannen ergens aan kunnen relateren, aan een groter geheel. Aan de leefomgeving van de bewoners. Zorg voor maatwerk en laat ruimte voor initiatieven. En faciliteer nazorg: na een tijdje kijken of het werkt en of je nog moet bijstellen. Maar spreek aan de voorkant wel duidelijke kaders af. Diversiteit en menging De balans tussen rust en drukte is een veel gehoord thema. In een stad als Utrecht ontkom je bijna niet aan de reuring. Deze is altijd dichtbij. En dat is ook juist wat veel mensen wensen. Rust en reuring om de hoek. Wonen in rust maar reuring dichtbij is veel gehoord. Als voorbeeld wordt de Croeselaan genoemd: dit is een drukke doorgaande route waar verschillende voorzieningen te vinden zijn. Maar wie afslaat en de Kinderen bouwen hun stad van de toekomst

ST EDENBOU W V ISIE

BIJL AG EN

52

Ruimte voor ontmoeting Neem de menselijke maat als startpunt: de voetganger centraal. Stedenbouw en architectuur zijn belangrijk voor de beleving en ook om een gebied of gebouw een kenmerk te geven. Begin bij gebiedsontwikkeling met het ontwerpen en inrichten van de relatie met de openbare ruimte. Dit is cruciaal voor sociale samenhang. Zorg dat iedereen zich thuis kan voelen: creëer diversiteit binnen een bouwblok (dit stimuleert ook doorstroming). Alleen gebouwen of bouwblokken met alleen woonprogramma’s zijn niet meer van deze tijd. Net als alleen andere programma’s zoals werken. Organiseer overgangszones tussen publiek en privaat: ook bij hoogbouw. Dit vergroot de kans op ontmoetingen. Stedelijke ontwikkeling kan zo meer hand in hand gaan met kwaliteit van leven. Omarm de dorpse sfeer: ontwerp meer woonstraten en woonerven, met brede stoepen, en ruimte om voor je huis te zitten. Je moet je welkom en veilig voelen. Er zijn voorbeelden van nieuwe gebieden die wat anoniem voelen, zoals Leidsche Rijn Centrum. Tegelijkertijd wordt er gesteld dat een markant gebouw, zoals de bibliotheek op het Brusselplein, een plek als Leidsche Rijn Centrum wel een eigen smoel geeft. Uiteindelijk geldt wel: iedere buurt is anders dus het vormgeven van de openbare ruimte, het toevoegen van voorzieningen en het verdichten blijft maatwerk.

Verdicht vooral op nieuwe plekken, waar je alle ruimte hebt om het goed te doen. En doe het op plekken die hun functie verliezen of die wellicht niet meer aan de eisen van deze tijd voldoen maar wel geschikt zijn. Verdicht met kwaliteit, met levendige plinten, toekomstbestendige en “monumentale” ontwerpen, brede straatprofielen, voldoende voorzieningen, fijne en bruikbare openbare ruimtes, gebruiksgroen en met aandacht voor cultuurhistorische waarden. In de omliggende openbare ruimte moet veel ruimte komen voor water en vergroening, terwijl tegelijkertijd de druk op openbare ruimte groter wordt. Hou Utrecht toegankelijk voor alle mensen: alle leeftijden, alle inkomens, wel of geen beperking, etc. En heel belangrijk: ontwerp ook voor kinderen. Utrecht is een kleine grote stad, we kunnen best wat hoger bouwen. Maar cluster de hoogbouw wel zoveel mogelijk. Maak torens bovenop stedelijke blokken in plaats van losstaande torens. Zorg voor de verbinding tussen hoogbouw en de omgeving. Creëer in de plint functies voor iedereen. Dit

Gesprekken tijdens de buurtborrel bij Zijdebalen

zijn ontmoetingsplekken en de openbare ruimte loopt van buiten door naar binnen. Vermijd schaduw en wind en zorg juist voor openheid en licht met genoeg ruimte voor (verticaal) groen. Let bij hoogbouw ook op de beëindiging van het gebouw. Maak niet alleen maar gebouwen met een platte bovenkant, maar ontwerp ook kronen. Ontwerp ook voor gezinnen op hoogte en niet alleen voor een- of tweepersoonshuishoudens. Aangename en groene leefomgeving Mensen hechten waarde aan kwalitatief en divers groen. Niet alleen voor mensen, maar ook zeker voor dieren. Groen voor veel mensen is veel meer dan bomen alleen. Maak groen (bio)divers en ecologisch waardevol. Voeg ook op andere manieren groen toe aan het straatbeeld. Zorg voor variatie in kleur en hoogte. Zorg dat er meer aandacht is voor verticaal groen, zoals geveltuinen, plantenwanden en moswanden. Focus op bomen die veel blad hebben. Vergroen speelplekken en schoolpleinen. Een ander belangrijk punt is het toevoegen van groene ommetjes: groene verbindingen tussen stukjes groen in de buurt. Zo ontstaat er een groen netwerk van fijne plekken. Dit hoeft niet altijd de kortste route te zijn: comfort gaat boven snelheid. Ook op pleinen en kruispunten kan meer groen worden toegevoegd. Kijk naar gemeentelijke percelen, de zogenaamde “overhoeken”, “reststroken”, en “snippergroen”, en geef deze daar waar

ST EDENBOU W V ISIE

BIJL AG EN

53

Tenslotte We constateren dat waarden van volwassenen, studenten, kinderen en ‘ruimtelijke professionals’ voor een groot gedeelte overlappen. Iedereen redeneert vanuit hetzelfde uitgangspunt: de gedeelde liefde voor Utrecht en een fijne leefomgeving. Utrecht is een prachtige, historische stad met veel kwaliteiten. Een stad met een rijke geschiedenis. Utrecht heeft de sfeer van een dorp met alle mogelijkheden en voorzieningen van een grote stad. Die combinatie van rust en reuring is de kracht van Utrecht en die willen we behouden bij het ontwikkelen van de stad. Utrecht, dat zijn tien diverse wijken, maar overal zie je de Dom. Utrecht zal zich altijd blijven ontwikkelen, maar wel op zijn Utrechts: met oog voor het historisch karakter van de stad en door ontwikkelingen altijd in te zetten om de stad beter te maken. Gesprek over de kwaliteit van de stand aan de hand van bestaande straten in Utrecht.

mogelijk aan de bewoners. Samen tuinieren leidt tot eigenaarschap en dit bevordert de sociale cohesie. Dit zijn dus bij uitstek plekken om te vergroenen en te ontmoeten. Vergroenen voor klimaatadapatie is belangrijk. Realiseer wadi’s, groene daken, waterdoorlatende bestrating en groen om hittestress tegen te gaan. Straten vergroenen in het kader van klimaatadaptatie moet ook bijdragen aan de ‘beleefbaarheid’ van groen: denk ook aan het bevorderen van ontmoetingen en sociale cohesie, gebruik voor sporten en biodiversiteit. Focus op groen dat voor meerdere doeleinden bruikbaar is, Ook belangrijk: groen moet zorgen voor rust.

Met de opbrengsten van de toekomstgesprekken in de hand zijn stadsbrede uitgangspunten uitgewerkt over hoe we bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening meer kunnen sturen op het belang van de kwaliteit van de leefomgeving. Uit de rode draad van de gesprekspartners halen we ook zorgen/aandacht voor de rol van de openbare ruimte. Want het leven van een stad speelt zich niet alleen af in de gebouwen en wordt ook niet alleen door de architectuur en schoonheid van de gebouwen bepaald. Uiteindelijk is niet alleen de inrichting, gebruik en beheer van de openbare ruimte hier van grote invloed op, maar ook de wijze waarop we omgaan met de ondergrond, de cultuurhistorische waarde van gebouwd, ruimelijk en archeologisch erfgoed en/of de wijze waarop de energietransitie op de maatschappij afkomt. Dergelijke thema’s werken we uit in separaat thematisch of gebiedsbeleid. In dit document spreken we hier al wel stadsbrede uitgangspunten voor af. Waar mogelijk verwijzen we naar vastgesteld thematische beleid, beleid in ontwikkeling of proberen we aan te geven waar we nog beleid missen.

ST EDENBOU W V ISIE

54

BIJL AG EN

Bijlage 2: De Utrechtse praktijk

Uitgangspunten vertaald naar verscillende plekken in de gemeente

Het karakter, de geschiedenis en beleving van elk gebied en plek zorgt voor een andere uitwerking van de stedenbouwkundige uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Zo ontstaat lokaal maatwerk, maatwerk dat voortkomt uit de stadsbrede uitgangspunten. Niet alle 11 uitgangspunten hebben overal in Utrecht dezelfde uitwerking. Een aantrekkelijke plint ziet er in een woonbuurt anders uit dan in een hoog stedelijk knooppunt. Hoe een stedenbouwkundig uitgangspunt vertaald wordt naar een ruimtelijke ingreep is afhankelijk van de identiteit van de plek, de dichtheid van het stuk stad en de stedelijke dynamiek: rust, reuring of ruis. Deze context geeft een bepaalde invalshoek van waaruit destadsbrede uitgangspunten vertaald worden naar gebiedseigen oplossingen. Dit zorgt voor de kenmerkende diversiteit in Utrecht, zowel in de bestaande als nieuwe stad, die Utrechters zo waarderen. Dit hoofdstuk illustreert aan de hand van enkele ‘droombeelden’ hoe dezelfde stadsbrede uitgangspunten tot verschillende uitkomsten kunnen leiden op verschillende plekken in de stad. Ook verbeelden ze verschillende manieren waarop de verdichting in Utrecht zonder verlies van de Utrechtse waarden kan plaatsvinden. Deze droombeelden zijn één van de mogelijke uitwerkingen van de uitgangspunten.

Als voorbeeld zijn de stedenbouwkundige uitgangspunten op een aantal typisch Utrechtse plekken toegepast namelijk: • • • • • •

Een vooroorlogse woonwijk De na-oorloogse woonwijk Een werkgebied Een stedelijke knoop De stadsstraat Een dorpskern

ST EDENBOU W V ISIE

BIJL AG EN

55

Vooroorlogse woonwijk 1. Meer detaillering en geleding in de gevel zorgt voor een aantrekkelijker straatbeeld. Het toevoegen van buitenruimte op de eerste verdieping zorgt voor meer diepte en draagt tevens bij aan de sociale veiligheid op straat. 2. Bewoners kunnen de ruimte voor de gevel personaliseren met een bankje en groen. Het geeft tevens een aanleiding om meer buren te ontmoeten voor je huis. 3. Er is een betere balans tussen de ruimte voor de auto en ruimte voor verblijf. Het zorgt voor een veiligere leefomgeving met

5

1

ruimte om te spelen en elkaar te ontmoeten. 4. Divers groen in de straat is aantrekkelijk voor zowel mensen als dieren. Water kan tijdens hevige regenbuien beter opgevangen worden en bomen zorgen voor schaduw tijdens hete dagen. 5. In de buurt is er ruimte voor een nieuw buurthuis, waar maatschappelijke voorzieningen worden gecombineerd met nieuwe woningen.

2 3

4

ST EDENBOU W V ISIE

56

BIJL AG EN

Na-oorlogse woonwijk 1) Door garageboxen en bergingen om te bouwen naar nieuwe woningen ontstaat er een aantrekkelijke straatbeeld. Het openen van de gevel zorgt voor meer sociale controle en vergroot het gevoel van veiligheid. De afstand tussen de woning en de stoep zorgt samen met een goede woningindeling voor voldoende privacy, terwijl het contact met de straat blijft.

3

2) Door nieuwe woningen levensloopbestendig te maken kunnen ouderen binnen de buurt verhuizen. Zo kan doorstroom worden gestimuleerd en blijft de buurt divers en blijven bewoners

3

betrokken bij hun buurt. 3) Woningeigenaren hebben de mogelijkheid om de woning te vergroten als bijvoorbeeld hun gezinssituatie verandert. Bij grotere appartementsgebouwen kunnen de opbrengsten van een of twee extra verdiepingen gebruikt worden om de renovatie die noodzakelijk is om het gebouw te verduurzamen te bekostigen.

1 2

ST EDENBOU W V ISIE

BIJL AG EN

57

Werkgebied 1. Het clusteren van autoparkeerplaatsen in combinatie met mobiliteitshubs zorgt voor efficiënter gebruik van de ruimte, die die ingezet kan worden om de openbare ruimte te vergroenen. Mobiliteitshubs maken het aantrekkelijke voor werknemers om met de bus, de fiets, of lopend naar werk te komen. 2. Het verlaagde groen zorgt voor lokale opvang en infiltratie van water. Het groen nodigt werknemers uit om een rondje te wandelen tijdens de lunchpauze.

4

3. Nieuwe initiatieven en startende ondernemers kunnen een plek vinden om zich te vestigen. De sociale duurzaamheid wordt bevorderd door gemeenschappelijke werkruimtes waardoor samenwerking en kennisdeling wordt bevorderd. 4. Meervoudig ruimtegebruik maakt intensivering en verduurzaming van bedrijventerreinen mogelijk. Er ontstaat meer ruimte voor bedrijvigheid en daken kunnen bijvoorbeeld worden benut voor het opwekken van energie, wateropslag en groen.

3

1

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=2ec89541-8e56-46d6-b0cf-1132e1c7d152