Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte van 6 november 2025 1 2 3 3.1
3.2
3.3
3.4
3.5 4 5
6
7
Opening Vaststellen van de agenda van 6 november 2025 Vaststellen van de behandelvoorraad Concept behandelvoorraad commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 6 november 2025 (Beheerde) Speeltuinen en speelplekken Dossier 4899 voorblad Beantwoording SV2025 nr 28 over Met stoer spelen leer je vallen en opstaan Beantwoording SV2025 nr 63 over Inclusieve speeltuinen MV Rijen kinderen bij rommelspeeltuin Fort Luna Eindrapportage_Uitdagende speelplekken voor kinderen Speelruimte Maken We Samen, beleidskader beheerde speeltuinen 2022-03-ontwerpvisie-speelruimte-spelen-in-je-eigen-buurt Raadsbrief Versnellingsaanpak Groene Schaalsprong; Schriftelijke vragen Vergroening van de Amerhof Dossier 4902 voorblad Raadsbrief Versnellingsaanpak Groene Schaalsprong Beantwoording SV2025 nr 140 over Hoe staat het met de vergroening Amerhof Raadsbrief ‘Vernieuwd Convenant Samenwerking Deelauto’s Utrecht 2025–2030’ Dossier 4991 voorblad Convenant Samenwerking Deelauto's in Utrecht Raadsbrief Vernieuwd Convenant Samenwerking Deelauto's Utrecht 2025-2030 Voorhangprocedure beleidsveld Openbare Ruimte – Raadsbrief Start voorhangprocedure overdracht Merwedekanaal Dossier 4992 voorblad Raadsbrief start voorhangprocedure overdracht Merwedekanaal Technische sessie vanuit Programma Wervengebied Transcripties GEHEIM Conceptverslag commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 25 september 2025.
Toezeggingen/moties Ter vaststelling. Motielijst commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 6 november 2025 Toezeggingenlijst commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 6 november 2025 Ingekomen stukken Ingekomen stukken: Nr. 1 Betreft: Betaald parkeren in Oud Hoograven-Zuid Nr. 2 Woonboten aan de grond bij overdracht Merwedekanaal Nr. 3 Grote parkeerproblemen Nr. 4 Reactie AUHV op initiatiefvoorstel PvdD over hengelsport Nr. 5 Manifest van de AUHV OPENBARE LIJST LIS 6 november 2025 Inwonersagendering 'Gevolgen sluiting Loobrug'
8
9
10
Initiatiefnemers: Hans Luijendijk en Marc van Maris Beleidsveld: Openbare Ruimte Portefeuillehouder: Susanne Schilderman Indicatieve behandeltijd: 60 minuten De initiatiefnemers willen het volgende onderwerp met de gemeenteraad bespreken: Door de afsluiting van de Loobrug in de Meern is de verkeerssituatie in Vleuten en De Meern aanzienlijk veranderd, met name op de Zandweg van nummer 199-206. Uit het aantal meldingen dat is gedaan over het kruispunt Zandweg-busbaan Veldhuizen kunt u zien dat meerdere gebruikers van dit kruispunt hebben aangegeven dat er onveilige situaties optreden. Automobilisten zoeken mogelijkheden om de Leidsche Rijn zo snel mogelijk over te steken, en vermijden de drukke route Landschapsbaan-Veldhuizerweg, vooral tijdens spitsuren. Op melding 395452 heeft de gemeente gerespondeerd, ik citeer: “De gemeente gaat de busbaan niet openstellen voor autoverkeer. Dit gaat ten koste van de doorstroming van het openbaar vervoer, brengt risico’s voor de verkeersveiligheid met zich mee en vereist ingrijpende aanpassingen aan de infrastructuur, zoals het aanpassen van verkeersregelinstallaties en herinrichten van kruispunten.” Daarnaast erkent u de onveiligheid op de zandweg, ik citeer: “We zien dat automobilisten gebruik maken van de busbaan Veldhuizen.
Dit is niet toegestaan en zorgt voor onveilige situaties.” De gemeente is zich dus bewust van de onveiligheid op de Zandweg en het zoekgedrag van automobilisten naar een snelle oversteek van de Leidsche Rijn. Daarom willen we graag met de gemeenteraad in gesprek om mogelijke oplossingen te bespreken. Dossier 4954 voorblad Inwonersagendering 'Gevolgen sluiting Loobrug' Raadsbrief Voortgang afsluiting Loobrug Initiatiefvoorstel Maatregelen om het dierenleed door hengelen te verminderen Beleidsveld: Dierenwelzijn Portefeuillehouder: Linda Voortman Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Ingediend door Maarten van Heuven (Partij voor de Dieren) Dit initiatief stelt voor om te stoppen met hengelmethoden die gepaard gaan met extra dierenleed en om voorwaarden te stellen die ten goede komen aan dierenwelzijn, ecologie en waterkwaliteit. De juridische context maakt een totaalverbod van hengelen nu nog lastig. Dit initiatief beoogt daarom om hengelen, zolang het nog toegestaan is, minder dieronvriendelijk te maken, en de rechten van hengelaars en de belangen van dieren, natuur en milieu te waarborgen.
Dossier 4813 voorblad Initiatiefvoorstel Maatregelen om het dierenleed door hengelen te verminderen Bijlage 1 Lijst hengelvrije zones Besluit tot wijziging van Apv artikel voederverbod Raadsbrief collegereactie Initiatiefvoorstel Maatregelen om het dierenleed door hengelen te verminderen Raadsvoorstel Wijziging verordening parkeerbelastingen, planning invoeren betaald parkeren gebieden in blok 2 Beleidsveld: Mobiliteit Portefeuillehouder: Senna Maatoug Indicatieve behandeltijd: 120 minuten Voorgesteld wordt om een half jaar later te starten met de verdere uitbreiding van betaald parkeren in de stad (blok 2) dan aanvankelijk was gepland om daarmee tijd te hebben om de basis op orde te brengen bij de doorontwikkeling van het parkeermanagementsysteem en de parkeerapp. De planning voor het invoeren van betaald parkeren in de gebieden in blok 2 (2026-2030) start daarmee niet op 1 mei 2026 maar op 1 november 2026. De planning binnen het blok 2 is hierop aangepast en gaat ervan uit dat de ‘vertraging’ als gevolg van het uitstel wordt ingelopen in anderhalf jaar tijd. Hiermee geeft het college uitvoering aan Motie M312 Eerst verbeteren, dan uitbreiden (aangenomen op 12 juni 2025).
Dossier 4789 voorblad Raadsvoorstel Planning invoeren betaald parkeren blok 2 Besluit tot Wijziging Verordening Parkeerbelastingen 2026 - DROP Rapportage Quickscan parkeermanagementsysteem PwC Planning invoeren betaald parkeren blok 2 Raadsbrief Vervolg invoeren betaald parkeren en concept Uitvoeringsprogramma CONCEPT Uitvoeringsprogramma IBP 2025-2028 Bijlage bij Uitvoeringsprogramma IBP - Bereikbaarheidsanalyse Raadsbrief Halfjaarlijkse voortgangsbrief Parkeren, september 2025 Raadsbrief Uitvoeringsprogramma 30 km impuls
11
Beleidsveld: Mobiliteit Portefeuillehouder: Senna Maatoug Indicatieve behandeltijd: 90 minuten Dit betreft een voorzittersagendering. De voorzitters verwachten dat er bij meerdere fracties behoefte is aan bespreking van deze raadsbrief. Inbreng in vrije volgorde. Dossier 4901 voorblad Uitvoeringsprogramma Versnelde aanpak 30 km Raadsbrief Uitvoeringsprogramma 30 km impuls Raadsbrief Uitvoeringsprogramma kwaliteitsslag Park Transwijk Beleidsveld: Openbare Ruimte Portefeuillehouder: Susanne Schilderman Indicatieve behandeltijd: 15 minuten Geagendeerd door Anne Sasbrink (Partij voor de Dieren) Park Transwijk is een groene long voor Kanaleneiland en Transwijk maar de druk op het park neemt toe. Er is bijvoorbeeld behoefte aan meer schaduwplekken om te verblijven en aan meer biodiversiteit. De Partij voor de Dieren denkt dat sommige keuzes die in het uitvoeringsprogramma voor de toekomstige inrichting van het park worden gemaakt onverstandig zijn. Mogelijk is het beter hier dingen in te wijzigen of in elk geval bij de uitvoering andere aandachtspunten mee te nemen. Daarom wil ze in debat over de geplande balans tussen biodiversiteit, klimaatadaptatie, ruimte voor recreatie en verblijf voor mensen uit de wijk, en ruimte voor evenementen en sport voor mensen van buiten de wijk.
Daarbij wil ze ook ingaan op hoe in het participatieproces de belangen zijn gewogen tussen professionele vertegenwoordigers uit bijvoorbeeld de evenementen en sportsector en direct omwonenden uit de wijk. Dossier 4900 voorblad Samenwerkingsplan Park Transwijk (co-creatie) Uitvoeringsprogramma kwaliteitsslag Park Transwijk Raadsbrief Uitvoeringsprogramma kwaliteitsslag Park Transwijk
Concept-behandelvoorraad commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 25 september 2025
3.1
Titel
Soort
Ontvangen
Beleidsterrein
Beschrijving
In commissie
Behandelduur
(Beheerde) Speeltuinen en speelplekken
Agendering
26-6-2025
Openbare Ruimte
Geagendeerd door Maartje Vermeulen (GroenLinks), Kirsten Alblas (ChristenUnie), Marijn de Pagter (VVD), Nadia Stylianou (D66) en Jantine Zwinkels (CDA)
11-12-2025
60 minuten
11-12-2025
120 minuten
Elk kind heeft het recht om te spelen.1 Daarnaast is spelen goed voor de ontwikkeling van kinderen en kunnen speelplekken zorgen voor ontmoeting en groen in de wijk. Gelukkig zijn er in Utrecht mooie voorbeelden van prachtige beheerde en niet beheerde speeltuinen en speelplekjes. We worden zelfs genoemd als stad met de meeste speelplekjes per m2.2 Dat is mooi! Toch horen we over de kwaliteit van speelplekken nog wisselende signalen en denken we dat er verbetering mogelijk is. Het gaat dan o.a. om inclusief spelen, toegankelijkheid, stoerspelen, meer ruimte zelfbeheer en mogelijkheden verzelfstandigen, regeldruk beheerde speeltuinen ervaren en mogelijkheden om op schoolpleinen te spelen. 3.2
Raadsbrief Versnellingsaanpak Groene Schaalsprong; Schriftelijke vragen Vergroening van de Amerhof
1 art.31 kinderrechtenverdrag.
Agendering
11-9-2025 /
Groen
30-10-2026
2 Utrechtse kinderen hebben verreweg meeste keuze uit speeltuinen - RTV Utrecht
Dit betreft een voorzittersagendering. Voorzitters verwachten dat er bij meerdere fracties behoefte is aan bespreking van deze raadsbrief. Inbreng in vrije volgorde. Op verzoek van Charlotte Passier (Volt), Julia Kleinrensink (GroenLinks), Anne Sasbrink (Partij voor de Dieren) en Ben van Impelen (LINK) wordt de beantwoording van SV 2025 nr. 140 ‘Hoe staat het met
Concept-behandelvoorraad commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 25 september 2025 de vergroening van de Amerhof?’ betrokken bij de bespreking van deze raadsbrief.
3.3
Raadsbrief ‘Vernieuwd Convenant Samenwerking Deelauto’s Utrecht 2025–2030’
Agendering
Mobiliteit
16-10-2025
Geagendeerd door David Bosch (UtrechtNu!), Marijn de Pagter (VVD), Miraç Usta (DENK), Lars van Rooij (Student & Starter), Joost Vasters (D66) en Titus Stam (PvdA)
11-12-2025
90 minuten
11-12-2025
60 minuten
De fracties van UtrechtNu!, DENK, D66, Student & Starter en PvdA willen graag de raadsbrief ‘Vernieuwd Convenant Samenwerking Deelauto’s Utrecht 2025– 2030’ agenderen om te spreken over de voortzetting van de samenwerking tussen gemeente en deelautoaanbieders. We willen als fracties met elkaar van gedachten wisselen over de ambities, effecten en uitvoering van het convenant, waaronder elektrificatie, uitbreiding en gebruik van deelauto’s in de stad.
3.4
Voorhangprocedure beleidsveld Openbare Ruimte – Raadsbrief Start voorhangprocedure overdracht Merwedekanaal
Agendering
Openbare Ruimte
10-10-2025
Het college is voornemens om te starten met de uitwerking van de overdracht van het Merwedekanaal in een bestuursovereenkomst en een koopovereenkomst. Vooruitlopend hierop wordt de raad in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 3 november wensen en bedenkingen mee te geven. Op basis van de door het DB van de raad vastgestelde richtlijnen voor het indienen van wensen en bedenkingen het onderwerp agenderen voor de commissie MGOR van 11 december 2025. Dit onder de voorwaarde dat er daadwerkelijk wensen en/of bedenkingen worden ingediend.
Concept-behandelvoorraad commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 25 september 2025
3.5
Technische sessie vanuit Programma Wervengebied
Technische Sessie
Werven
28-10-2025
We organiseren graag binnenkort vanuit het Programma Wervengebied een technische sessie om raadsleden verder te informeren en in gesprek te gaan over:
•
de aanpak kelderherstel in de overgang van de tijdelijke naar definitieve regeling
•
de implementatie van de definitieve regeling
•
de uitdagingen die we hierin tegenkomen
We nodigen ook graag enkele keldereigenaren en/of het bestuur van Vereniging De Utrechtse Werfkelders (DUW) uit voor de sessie om hun ervaringen te delen.
Digitale sessie van 19.30-20.30 uur op de RIBavond van 4-11-2025
60 minuten
Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte Dossiernummer
4899
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
6 november 2025
Agendapunt
3.1
Titel
(Beheerde) Speeltuinen en speelplekken
ID
5127
Behandelend ambtenaar Telefoon E-mail Datum collegebesluit Geocodering Thema Portefeuillehouder
Wethouder Schilderman
Beleidsveld
Openbare ruimte
Referendabel Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst) Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Mobiliteit, Groen en
25 september 2025
Openbare Ruimte Commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte Voorgesteld besluit
6 november 2025
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2025, NUMMER 28
Datum Van Behandeld door E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
28 maart 2025 College B&W Ina Massop en Bonnie de Beer m.bos@utrecht.nl 30212719 Openbare ruimte
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2025 nummer 28 van Nadia Stylianou van D66 mede namens Hester van Assen van PvdA van 21 februari 2025 over Stoer spelen en Bewegen. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Is het college bekend met het concept stoer spelen? Ziet zij hierin ook de meerwaarde voor de ontwikkeling van kinderen? Antwoord 1 Ja, wij zijn bekend met het concept ‘stoer spelen’, onder de noemer ‘risicovol spelen’. Bij risicovol spelen gaan kinderen aan de slag met spannende, uitdagende en avontuurlijke activiteiten, waarbij een risico bestaat op een (kleine) verwonding. De meerwaarde van risicovol spelen zit in het ontdekken, het opzoeken van grenzen en de opwinding, spanning en trots die dit met zich meebrengt. Door het ervaren van risicovolle situaties tijdens risicovol spelen, ontwikkelen kinderen cognitieve vaardigheden om de juiste afwegingen te maken wanneer een risicovolle situatie zich opnieuw voordoet. Dit vergroot hun onafhankelijkheid en zelfvertrouwen. Vanaf juli 2023 zijn 9 Utrechtse beheerde speeltuinen actief bezig met ‘avontuurlijk spelen’ onder begeleiding van Martin van Rooijen, pedagoog en specialist risicovol spelen.
Hij doet onderzoek naar de meerwaarde van risicovol spelen voor kinderen en de dilemma's die professionals en andere opvoeders ervaren bij het faciliteren hiervan. Vraag 2 In hoeverre wordt er bij de inrichting van speelplekken in Utrecht rekening gehouden met het belang van uitdagend en avontuurlijk spelen?
Antwoord 2 Vanuit het huidige beleid Spelen in je eigen buurt (maart 2022)’ hechten we belang aan onder andere ‘spelen in het groen’, ‘informeel spelen1’ en ‘veilig spelen’. We willen als gemeente spelen in het groen stimuleren, omdat dit uitdagend is, en de mogelijkheid biedt om risico’s op te zoeken en avontuurlijke speelvormen aan te bieden. De beheerde speeltuinen die meedoen aan het project ‘avontuurlijk spelen’ hebben ieder een eigen uitwerking hiervan. Zo staat er bij de ene speeltuin een container vol met materialen waar kinderen op vaste tijden onder begeleiding lekker kunnen aanrommelen, en heeft de andere speeltuin een afgeschermd gebied waar verschillende materialen liggen en waar ze bijpassend gereedschap kunnen lenen om onder toeziend oog hutten te bouwen of andere zelf bedachte knutselwerken te maken. Vraag 3 Zijn er specifieke locaties of projecten in Utrecht waar al invulling wordt gegeven aan de principes van stoer spelen in de openbare ruimte? Zo ja, waar? Antwoord 3 Ja. Vanaf april 2023 worden in verschillende speeltuinen trajecten uitgerold met ‘loose parts’, losse spullen zoals autobanden, kratjes en planken, waarmee kinderen kunnen spelen en hun fantasie de vrije loop kunnen laten. Deze trajecten worden uitgevoerd door de bestuurders/vrijwilligers van de beheerde speeltuinen samen met DOCK en Martin van Rooijen, met ondersteuning van gemeente Utrecht.
Tot nu toe doen de volgende speeltuinen mee: Bankaplein, Fort Luna, de Kameleon, de Boog, Voorn, de Watergeus, de Speelboom, Noordse Park en de Bloesem. Vraag 4 In Utrecht zetten we met ons speelbeleid in op groene en natuurspeelplekken, hoe verhoudt dit zich tot het stoer spelen uit het initiatiefvoorstel? Hoe staat het met de uitvoering van die groene en natuurspeelplekken? Antwoord 4 Ons speelbeleid op groene en natuurspeelplekken kunnen uitnodigen tot risicovol spelen. Op dit moment staat er geen groene of natuurspeelplek op het uitvoeringsprogramma voor dit jaar. Momenteel wordt Park Leeuwesteyn gerealiseerd, waar het spelen in het groen is ingepast. Een paar jaar terug is het Maasplein heringericht tot een natuurlijke, groene speelomgeving. Vraag 5 Wat zijn de huidige eisen en restricties (bijv. speelcatalogus, risico's op formele toestellen, noodzaak voor ondervloeren) omtrent het nieuw aanleggen van speeltuinen? Antwoord 5 Voor het plaatsen van (speel)toestellen geldt altijd het Warenwetbesluit Attracties en Speeltoestellen (WAS), en -ook- stoere speelplekken moeten altijd voldoen aan de veiligheidseisen. Toestellen/speelaanleidingen dienen te voldoen aan het WAS óf te zijn gecertificeerd conform NEN 1176. Het is ook mogelijk om een gehele (natuurlijke) speelplek (al op basis van ontwerp) conform de NEN 1176 te certificeren.
Dit is een gebruikelijk instrument om natuurlijke speelaanleidingen (& toestellen) te keuren & certificeren op aanvaardbaar risico. Ook is hiermee duidelijk wat de gestelde eisen zijn aan beheer en onderhoud. Het WAS geldt overigens niet per se op alle (sport-/speel) plekken; er zijn ook speelbossen/groenplekken/urban uitdagingen. Daarnaast is binnen de hekken van
1 Formele speelruimte is openbare ruimte die als speelruimte bestempeld en aangelegd is en ook als zodanig onderhouden
wordt. Informele speelruimte is openbare ruimte die als speelruimte gebruikt wordt maar hier niet specifiek voor is ingericht, zoals trottoirs, plantsoenen, slootkanten of de straat in woonerven.
2
een speeltuin(vereniging) vaak meer mogelijk, zoals in bouwspeeltuinen waar stoer spelen en spelen met losse materialen gestimuleerd en gefaciliteerd wordt. Vraag 6 Is het mogelijk om bij aanbestedingen van speeltoestellen en valondergronden stoer spelen als criteriumpunt op te nemen? Of zitten hier restricties op? Antwoord 6 Een natuurlijke of stoere speelomgeving komt vaker niet dan wel uit een (speeltoestellen)catalogus. In de aanbestedingen voor speeltoestellen en valondergronden moeten we het WAS hanteren. Wij selecteren onze leveranciers -verder- op basis van kwaliteit op verschillende vlakken. Zoals stedelijk gebruik, levertijden, verkrijgbaarheid onderdelen voor onderhoud. Vraag 7 Welke rol speelt aansprakelijkheid van de gemeente bij het plaatsen van speeltuinen? Antwoord 7 We willen als gemeente een goede gastvrouw zijn en hebben ons aan de landelijke wetgeving te houden, om veilige speelplekken te maken. Voor formele speelplekken is het WAS van toepassing met behoorlijk strikte normen en eisen. Dit is ook de reden waarom particuliere speeltoestellen in de openbare ruimte, die niet gecertificeerd zijn of aan het WAS voldoen, niet toegestaan zijn, omdat de gemeente verantwoordelijk is voor alle objecten in de openbare ruimte. Het is onze verantwoordelijkheid om te zorgen voor vellige speelplekken, omdat de aansprakelijkheid bij ons als gemeente ligt.
Dit is dan ook een belangrijk thema bij de uitwerking van risicovol spelen. Vraag 8 Hoe kijkt het college aan tegen het accepteren van een ‘aanvaardbaar risico’ bij speelplekken, zoals in Amsterdam is voorgesteld? Is het college bereid om risico acceptatie bij spelen onder de loep te nemen? Antwoord 8 ‘Buiten spelen’ is niet voorbehouden aan een speelplek. Spelen in je eigen buurt gaat ook over lekker op straat ravotten, als kind je eigen plan (mogen) trekken, stoep op, stoep af, je fantasie te gebruiken en eigen pad te kiezen. Lekker in bomen klimmen, over een sloot springen, in struiken spelen. De informele speelruimte in de buurt moet hiertoe uitnodigen. Voor formele speelplekken geldt het WAS. Voor het groen en openbare ruimte geldt het Handboek Openbare Ruimte. Natuurlijke speelplekken in het groen en openbare ruimte vallen niet onder het WAS. In het handboek Openbare Ruimte zijn geen specifieke normen opgenomen voor natuurlijke speelplekken, behalve dat goed nagedacht moet worden over veiligheid en onderhoud. Het college is bereid om risico acceptatie bij spelen mee te nemen in de afwegingen, zie ook het antwoord op vraag 11.
Vraag 9 Is er in Utrecht ook een tweede plaatsingscheck naast een AKI goedkeuring? Zo ja, worden goedgekeurde speeltoestellen daardoor bij een tweede check nog aangepast terwijl ze wel al AKI goed gekeurd zijn? Zo ja, waar zien die aanpassingen meestal op? Antwoord 9 Het merendeel van de speeltoestellen dat geplaatst wordt, is gecertificeerd door de leverancier. Wanneer een speeltoestel geplaatst wordt zonder certificering (dit is vaak maatwerk) vindt er altijd een keuring plaats op locatie om de keuring te doen. Na realisatie van de speelplek vindt er altijd een opleverinspectie plaats van de gehele speellocatie, waarbij de speelplek pas wordt vrijgegeven als de hele locatie voldoet aan de huidige wet- en regelgeving conform het WAS.
3
Vraag 10 Wordt er op dit moment samengewerkt met scholen, kinderopvangen en welzijnsorganisaties om het belang van (uitdagend) buitenspelen onder de aandacht te brengen? Zo ja, hoe vindt deze samenwerking plaats? Antwoord 10 Ja. Veel samenwerking vindt plaats in specifieke projecten zoals ‘Mee doen op straat’ en de ‘Nationale Buitenspeeldag’. Bij Mee doen op straat worden met een ‘speelmeebus’ wekelijks op verschillende pleinen en straten sport- en spelactiviteiten georganiseerd. De doelstelling van deze activiteiten is dat kinderen en jongvolwassenen veilig en vreedzaam op pleinen en op straat in hun omgeving kunnen spelen en sporten. Komende zomer (2025) heeft de speelmeebus in Kanaleneiland en Overvecht loose parts voor stoer spelen bij zich. Vanaf januari heeft de avonturenclub van de brede school in Overvecht samen met een groep kinderen een aantal weken op rij avonturen beleefd rond de Stadsboerderij Gagelsteede. Tijdens de Nationale Buitenspeeldag (dit jaar op 11 juni) worden kinderen aangemoedigd om buiten te spelen, te bewegen en de natuur te ontdekken. Op sommige plaatsen worden straten afgesloten voor verkeer zodat kinderen veilig kunnen rennen, fietsen, hinkelen en nog veel meer.
Vraag 11 Is het college bereid te onderzoeken of er bij de uitvoering van het speelbeleid voorkeur kan worden gegeven aan het bouwen van stoere speelplekken? Antwoord 11 Wij zijn bereid te onderzoeken of er bij de uitvoering van het speelbeleid voorkeur kan worden gegeven aan het bouwen van stoere speelplekken. Niet elke locatie leent zich echter voor een (voornamelijk) stoere inrichting en niet alle ouders vinden het fijn om hun kind te laten spelen op een risicovolle speelplek. Bij elke nieuwe speelplek of herinrichting van een bestaande speelplek hebben we als doel een plek te creëren met een zo hoog mogelijke speelwaarde. ‘Stoer spelen’ wordt daarbij nu ook al- in de afwegingen meegenomen.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
4
Schriftelijke vragen Met stoer spelen leer je vallen en opstaan 20 februari 2025 Door digitalisering en verstedelijking neemt het buitenspelen onder kinderen af. Een onwenselijke ontwikkeling, ook vanwege de toename van overgewicht, diabetes en slechtziendheid onder kinderen. Om buitenspelen meer aan te moedigen, is in Amsterdam het initiatiefvoorstel ‘Stoer spelen; het recht voor ieder kind om zich een buil te vallen’ ingediend.2 Stoer spelen houdt in dat kinderen buitenspelen op een spannende, uitdagende en avontuurlijke manier, met een klein risico op een bult of wondje. Bijvoorbeeld spelen op hoogte, op snelheid of met water. Dit type spelen draagt bij aan de motorische ontwikkeling, sociale vaardigheden, het overwinnen van angsten en het ontwikkelen van doorzettingsvermogen bij kinderen.
Vragen: 1. Is het college bekend met het concept stoer spelen? Ziet zij hierin ook de meerwaarde voor de ontwikkeling van kinderen? 2. In hoeverre wordt er bij de inrichting van speelplekken in Utrecht rekening gehouden met het belang van uitdagend en avontuurlijk spelen? 3. Zijn er specifieke locaties of projecten in Utrecht waar al invulling wordt gegeven aan de principes van stoer spelen in de openbare ruimte? Zo ja, waar? 4. In Utrecht zetten we met ons speelbeleid in op groene en natuurspeelplekken, hoe verhoudt dit zich tot het stoer spelen uit het initiatiefvoorstel? Hoe staat het met de uitvoering van die groene en natuurspeelplekken? 5. Wat zijn de huidige eisen en restricties (bijv. speelcatalogus, risico's op formele toestellen, noodzaak voor ondervloeren) omtrent het nieuw aanleggen van speeltuinen? 6. Is het mogelijk om bij aanbestedingen van speeltoestellen en valondergronden stoer spelen als criteriumpunt op te nemen? Of zitten hier restricties op? 7. Welke rol speelt aansprakelijkheid van de gemeente bij het plaatsen van speeltuinen? 8. Hoe kijkt het college aan tegen het accepteren van een ‘aanvaardbaar risico’ bij speelplekken, zoals in Amsterdam is voorgesteld? Is het college bereid om risico acceptatie bij spelen onder de loep te nemen? 9.
Is er in Utrecht ook een tweede plaatsingscheck naast een AKI goedkeuring? Zo ja, worden goedgekeurde speeltoestellen daardoor bij een tweede check nog aangepast terwijl ze wel al AKI goed gekeurd zijn? Zo ja, waar zien die aanpassingen meestal op? 10. Wordt er op dit moment samengewerkt met scholen, kinderopvangen en welzijnsorganisaties om het belang van (uitdagend) buitenspelen onder de aandacht te brengen? Zo ja, hoe vindt deze samenwerking plaats? 11. Is het college bereid te onderzoeken of er bij de uitvoering van het speelbeleid voorkeur kan worden gegeven aan het bouwen van stoere speelplekken?
2 D66 Amsterdam — Maak buitenspeelplekken aantrekkelijk: ‘stoer spelen en ravotten is goed en leuk’
5
Gesteld door: • •
Nadia Stylianou, D66 Hester Assen, PvdA
6
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2025, NUMMER 63
Datum Van Behandeld door E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
20 mei 2025 College B&W Ina Massop i.massop@utrecht.nl 30280115 Openbare Ruimte, Vastgoed, Jeugd en Jeugdzorg
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2025 nummer 63 van Vermeulen, M.W.C. (Maartje) (GroenLinks) van 10 april 2025 over Inclusieve Speeltuinen. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Op welke wijze is het college bezig met het inclusiever maken van speeltuinen? Antwoord 1 De gemeente Utrecht wil dat alle kinderen in hun eigen buurt elkaar kunnen ontmoeten en samen buiten kunnen spelen. De gemeente onderschrijft volmondig het SamenSpeelAkkoord waarin staat dat samen opgroeien in de zandbak de basis is voor de inclusieve samenleving. Utrecht beschikt over 21 beheerde speeltuinen en ruim 900 openbare speellocaties. Al deze beheerde speeltuinen zijn toegankelijk voor alle kinderen, ook voor kinderen met beperking. Speeltuin de Hoef in Leidsche Rijn is in 2017 als samenspeeltuin ingericht en voldoet aan toegankelijkheidseisen van de Gemeente Utrecht. Sinds 2020 zijn, naar aanleiding van het landelijk Samenspeelakkoord, nog vijf speeltuinen omgevormd tot samenspeeltuinen met een verhoogde speelwaarde voor zowel kinderen met als zonder beperking. Deze speeltuinen zijn in samenspraak met de doelgroep aangepast. Wij hebben hiervoor een deskundige van stichting Zet gevraagd om ons hierbij te helpen, zij heeft de nodige ervaring opgedaan bij de Speeltuinbende van Stichting Het Gehandicapte Kind.
Deze 6 speeltuinen zijn Samenspeeltuinen met een divers en uitdagend aanbod met toestellen, voorzieningen, activiteiten en andere aanpassingen waardoor álle kinderen met plezier kunnen spelen in de speeltuin. Naast de samenspeeltuinen wordt bij elke aanpassing en renovatie van een bestaande openbare speelplekken actief geparticipeerd. Hierin wordt ook aandacht geschonken aan inclusiviteit van zowel de speelplek zelf als van de toestellen en waar nodig maatwerk geleverd (wanneer uit de participatie blijkt dat op een plek een specifieke behoefte is). De uiteindelijke inrichting is afhankelijk van de wensen van omwonenden en gebruikers en beschikbaar budget.
Vraag 2 Herkent het college dat de meeste Utrechtse speeltuinen niet toegankelijk zijn voor kinderen die motorisch achterlopen of kinderen in een rolstoel? Binnen gezinnen kunnen kinderen nu vaak niet samen spelen in de speeltuin. Denk ook aan kinderen met een verstandelijke beperking waarbij rustplekken om te ontprikkelen belangrijk zijn. Wordt er ook aan kinderen gedacht die slechtzien of slecht horen met bepaalde speeltoestellen? Antwoord 2 Het klopt inderdaad dat niet alle speeltuinen toegankelijk zijn, maar we hebben nu zes samenspeeltuinen waar kinderen met en zonder beperking samen kunnen spelen. Hiermee loopt de stad voorop op landelijk niveau. Deze samenspeeltuinen zijn verspreid over de stad en goed bereikbaar voor kinderen en gezinnen in Utrecht. Bij de ontwikkeling van deze samenspeeltuinen is een deskundige adviseur op het gebied van samenspelen betrokken geweest. Zij heeft een “samenspeelscan” uitgevoerd, waarin rekening werd gehouden met alle vormen van beperkingen. Haar adviezen zijn meegenomen bij de inrichting en omvorming van de speeltuinen tot inclusieve speelplekken. Het college is zich ervan bewust dat het realiseren van volledige inclusiviteit in alle speeltuinen een langdurig proces is dat tijd en betrokkenheid vergt, mede vanwege beperkte budgetten en het aantal medewerkers dat actief betrokken is bij de ontwikkeling en het beheer van speeltuinen.
Daarnaast willen wij benadrukken dat het niet wenselijk of haalbaar is om elke speeltuin in de stad volledig toegankelijk te maken. Het uitgangspunt is dat speeltuinen plekken blijven waar iedereen zich welkom voelt. Dit betekent dat de speelomgevingen zodanig worden ingericht dat ze inclusief zijn, zonder dat ze zodanig worden aangepast dat kinderen zonder beperkingen het gevoel krijgen dat de speeltuin niet voor hen bedoeld is. Vraag 3 Er zijn momenteel 5 speeltuinen aangesloten bij het samenspelnetwerk. Wij ontvangen signalen dat dit aantal stagneert. Herkent het college dit? Antwoord 3 De gemeente Utrecht ondertekende in 2020 het SamenSpeelAkkoord en heeft zich verbonden aan de ambitie om vijf speeltuinen te transformeren tot samenspeeltuinen. Daarnaast was de Natuurspeeltuin De Hoef in 2017 al aangelegd als samenspeeltuin. Daarmee telt Utrecht momenteel in totaal zes (niet 5) samenspeeltuinen. Er is geen sprake van een afname. De gemeente heeft destijds een eenmalig budget van meer dan €300.000 beschikbaar gesteld om het samen spelen in de beheerde speeltuinen te faciliteren. De fysieke en sociale aanpassingen die nodig zijn om een speeltuin toegankelijk te maken, vergen aanzienlijke investeringen. Gezien het huidige budget voor de beheerde speeltuinen is het op dit moment niet mogelijk om meer speeltuinen te omvormen tot samenspeeltuinen.
Wel wordt bij vervangingen van speeltoestellen expliciet rekening gehouden met inclusiviteit; dit wordt meegenomen als norm bij de aanschaf van nieuwe toestellen. Vraag 4 Ook speeltuinen die genoemd worden binnen het samenspeelnetwerk zijn niet volledig inclusief, denk aan speeltoestellen, rustruimtes om te ontprikkelen, gehandicaptentoilet met liggend verschoonplekken. Is het college hiervan op de hoogte en volgen hier acties uit? Antwoord 4 Zoals ook vermeld in de beantwoording op vraag 2, is het niet wenselijk of haalbaar om elke speeltuin in de stad volledig toegankelijk voor alle beperkingen te maken. Speeltuinen dienen een plek te zijn
2
voor diverse doelgroepen en moeten uitnodigend zijn voor alle kinderen, zodat zij zich welkom voelen en volop kunnen genieten van hun speelplezier. Om de toegankelijkheid van de speeltuinen verder te verbeteren, worden speeltuinen via de gemeente en samenwerkingspartners zoals stichting DOCK en Vereniging Dwarsverband aangemoedigd gebruik te maken van beschikbare subsidiemogelijkheden voor toegankelijkheid. Vraag 5 Wordt er bij speeltoestellen rekening gehouden met wat bredere glijbanen en grotere schommels zodat meer kinderen ze kunnen gebruiken en ouders of begeleiders samen met het kind ergens in kunnen als het kind het vanwege beperking spannend vindt of de nabijheid zoekt? Antwoord 5 In de Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht: Spelen in je eigen buurt is aangegeven dat Utrecht zich inzet voor divers ingerichte speelomgevingen en dat er prioriteit wordt gegeven aan inclusief spelen. De ambitie is om steeds meer speeltoestellen en speelplekken toegankelijk te maken voor kinderen en ouders met een beperking. Dit omvat onder andere het aanleggen van verharde paden op losse ondergrond, verlaagde stoepen, bankjes en aangepaste speeltoestellen. Bij vervangingen van speeltoestellen in de beheerde speeltuinen wordt expliciet rekening gehouden met toegankelijkheid, zodat de nieuwe toestellen ook geschikt zijn voor kinderen met een beperking.
Vraag 6 Kan het college toezeggen Jantje Beton, Stichting het Gehandicapte Kind of ervaringsdeskundigen die zich bezighouden met inclusief spelen te betrekken bij de nieuwe speeltuinvisie? Antwoord 6 We werken niet aan een nieuwe speeltuinvisie. Ontwerpvisie Speelruimte Utrecht: Spelen in je eigen buurt is in maart 2022 vastgesteld. In deze ontwerpvisie is o.a. aandacht besteed aan de beheerde speeltuinen en inclusiviteit en toegankelijkheid. We werken wel aan een herziening van de beleidsregel voor de subsidies voor de beheerde speeltuinen. Deze herziening betreft vooral een aanpassing van de regeling om deze beter af te stemmen op de huidige regelgeving en om verschillende beleidsregels op een slimme manier te combineren. Wij onderschrijven het belang van goede samenwerking met deskundigen om inclusieve speelomgevingen te stimuleren. In de praktijk verloopt deze samenwerking al goed, mede dankzij onze partners zoals stichting DOCK, vereniging Dwarsverband en de verzelfstandigde speeltuinen. Zij weten de weg naar organisaties als Jantje Beton, Stichting Het Gehandicapte Kind, WheelchairSkillsTeam en In Contact Bijzonder en andere organisaties goed te vinden. Wij zetten ons in om samen spelen voor álle kinderen mogelijk te maken. Daarbij maken wij gebruik van de kennis en ervaring van organisaties en ervaringsdeskundigen die zich bezighouden met inclusiviteit in speeltuinen.
Bijvoorbeeld, bij de inrichting van vijf samenspeeltuinen is samengewerkt met adviseur inclusie en samenspelen van Stichting Zet. Voor de organisatie van Samenspeeluitjes en de Samenspeelkaravaan is samengewerkt met het WheelchairSkillsTeam, In Contact Bijzonder en Stichting Het Gehandicapte Kind.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3
Schriftelijke vragen Inclusieve speeltuinen 10 April 2025 Elk kind wil kunnen spelen. Het is zelfs een kinderrecht, verankerd in artikel 31 van het VN-Verdrag Kinderrechten. Het is daarom belangrijk dat er voldoende plekken zijn om te kunnen spelen, ook in een verdichtende stad. Gelukkig zijn er in Utrecht beheerde speeltuinen, speelplekjes en groene schoolpleinen. Daar zijn wij blij mee. Ook zijn er enkele speeltuinen die onderdeel zijn van het samenspeelnetwerk1, onder andere speeltuin de Hoef. Toch hebben we eigenlijk te weinig buitenruimte en zijn de meeste speeltuinen niet voor ieder kind toegankelijk.2
Vragen: 1. Op welke wijze is het college bezig met het inclusiever maken van speeltuinen? 2. Herkent het college dat de meeste Utrechtse speeltuinen niet toegankelijk zijn voor kinderen die motorisch achterlopen of kinderen in een rolstoel? Binnen gezinnen kunnen kinderen nu vaak niet samen spelen in de speeltuin. Denk ook aan kinderen met een verstandelijke beperking waarbij rustplekken om te ontprikkelen belangrijk zijn. Wordt er ook aan kinderen gedacht die slechtzien of slecht horen met bepaalde speeltoestellen? 3. Er zijn momenteel 5 speeltuinen aangesloten bij het samenspelnetwerk. Wij ontvangen signalen dat dit aantal stagneert. Herkent het college dit? 4. Ook speeltuinen die genoemd worden binnen het samenspeelnetwerk zijn niet volledig inclusief, denk aan speeltoestellen, rustruimtes om te ontprikkelen, gehandicaptentoilet met liggend verschoonplekken. Is het college hiervan op de hoogte en volgen hier acties uit? 5. Wordt er bij speeltoestellen rekening gehouden met wat bredere glijbanen en grotere schommels zodat meer kinderen ze kunnen gebruiken en ouders of begeleiders samen met het kind ergens in kunnen als het kind het vanwege beperking spannend vindt of de nabijheid zoekt? 6. Kan het college toezeggen Jantje Beton, Stichting het Gehandicapte Kind of ervaringsdeskundigen die zich bezighouden met inclusief spelen te betrekken bij de nieuwe speeltuinvisie?
1 SamenSpeelNetwerk | Onbeperkt spelen. 2 SV 2024 nr. 82 Ruimte voor groen bij scholen (met antwoord) - U-reka Gemeente Utrecht;
Gemeenten nemen nieuwe norm schoolpleingrootte niet mee in beleid | KRO-NCRV 4
Gesteld door: • • • • • •
Maartje Vermeulen, GroenLinks Jeroen Bart, GroenLinks Hester Assen, PvdA Hans Geleijns, D66 Charlotte Passier, Volt Rien van den Broek, UtrechtNU
5
Mondelinge vragen ‘Rijen kinderen bij rommelspeeltuin Fort Luna’ 10 april 2025
Vragen: Vorige week is de Avonturenspeeltuin weer van start gegaan.1 Dit is een project waarbij een deel van de speeltuin extra avontuurlijk is ingericht en kinderen ook even zonder ouderlijk toezicht kunnen spelen. Er stonden rijen met kinderen. In de gemeente Utrecht doen we al veel met avontuurlijk spelen, zoals ook terugkomt in de beantwoording van de schriftelijke vragen over ‘stoer spelen’2. Alleen is het onze fracties nog niet duidelijk of het stoer spelen en rommelspeeltuinen zoals bij Fort Luna worden meegenomen in de speelvisie 2025. Juist omdat dit soort initiatieven nu tijdelijk zijn, maar we dit graag structureel zouden zien, hebben we de volgende vragen. 1. Ziet het college het belang van dergelijke speeltuinen? 2. Op welke wijze ondersteunt en stimuleert het college initiatieven zoals de rommelspeeltuin bij Fort Luna? 3. Neemt het college deze vorm van spelen mee in de speeltuinvisie 2025, waar momenteel aan gewerkt wordt. 4. Staat het college open om te verkennen hoe we alle verschillende soorten speeltuinen, waaronder rommelspeeltuinen en natuurspeeltuinen, die onze gemeente rijk is nog beter in beeld brengen, naast de algemene informatie op de website? 5. We hebben gelezen dat Utrecht in de top 3 staat van meest speelvriendelijke gemeenten van Nederland. Wat ons betreft iets om trots op te zijn en een stimulans hier verder op door te ontwikkelen.
Hoe kijkt het college hiernaar?
Gesteld door: • • •
Maartje Vermeulen, GroenLinks Anne Sasbrink, Partij voor de Dieren Hans Geleijns, D66
1 Avonturen Speeltuin Utrecht 2 Schriftelijke vragen ‘Met stoer spelen leer je vallen en opstaan’ 20 februari 2025, Document Viewer - U-reka
Gemeente Utrecht
Lisa Wilderink | Tessa ten Tije | Amika Singh
Mulier Instituut | 2025
Met steun van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Mulier Instituut Lisa Wilderink Tessa ten Tije Amika Singh
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Mulier Instituut. © Mulier Instituut Utrecht, 18 februari 2025 www.mulierinstituut.nl info@mulierinstituut.nl Disclaimer U mag delen uit deze publicatie overnemen op voorwaarde van bronvermelding: auteur(s), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. Er gelden gebruiksvoorwaarden voor de foto's in deze publicatie. Neem foto's daarom niet over zonder toestemming van het Mulier Instituut.
Het Mulier Instituut doet sportonderzoek voor
Ons doel is bijdragen aan goed onderbouwd beleid,
beleid en samenleving. Voor overheden,
gericht op de bevordering van sport, sportief
maatschappelijke organisaties,
bewegen en versterking van de sportsector. Dit doen
onderwijsinstellingen, sportorganisaties en
we op verschillende manieren:
bedrijven onderzoeken we allerlei thema’s op het gebied van sport en sportief bewegen: van de
We verzamelen data en monitoren de Nederlandse
sportdeelname van (groepen) Nederlanders tot de
sportsector en beleidsprogramma’s.
motorische vaardigheden van kinderen, en van diversiteit en inclusie in de sport tot de economische impact van sportevenementen.
We ontwikkelen kennis en onderzoeksmethoden via verkennende en verdiepende studies. We duiden onderzoeksuitkomsten en vertalen deze
Het Mulier Instituut is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk.
naar de beleidspraktijk. We onderbouwen beleidsbeslissingen met expertise en advies. We bieden gevraagd en ongevraagd duiding en reflectie in de rol van ‘kritische vriend’ van de sportsector. We zetten ons in voor de bevordering van de sportwetenschap.
Samenvatting
Buitenspelen draagt in belangrijke mate bij aan een gezonde ontwikkeling van kinderen. Regelmatig buitenspelen zorgt er niet alleen voor dat kinderen bewegen, maar draagt ook bij aan de ontwikkeling van bijvoorbeeld hun motorische vaardigheden, mentale gezondheid en sociaal-emotionele ontwikkeling. Omdat buitenspelen onder druk staat, is het belangrijk om inzicht te krijgen welke factoren buitenspelen bij kinderen kunnen stimuleren.
Er zijn verschillende factoren die buitenspelen beïnvloeden. Onder andere de inrichting van speelplekken kan ervoor zorgen dat kinderen (meer) buitenspelen. Maar het is onduidelijk welke elementen van speelplekken kinderen uitdagen om (meer) te gaan buitenspelen. In dit onderzoek staat daarom de volgende onderzoeksvraag centraal: Welke factoren bij de inrichting van speelplekken in Nederland dragen bij aan het stimuleren van buitenspelen van kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar?
Om de onderzoeksvraag te beantwoorden hebben we vier methodes gebruikt: een literatuuronderzoek van reviewstudies over buitenspelen; twee korte vragenlijsten onder professionals met expertise over buitenspelen; focusgroepen met professionals met expertise over buitenspelen; gesprekken met kinderen.
Over de inrichting van speelplekken concluderen we het volgende: Kinderen willen graag speelplekken die uitdagend zijn: hoge/grote speeltoestellen en losse materialen (zoals takken of stepjes) kunnen hieraan bijdragen. Maar professionals geven aan dat (ideeën over) veiligheidsnormen een belemmering vormen voor het ontwerpen van uitdagende en avontuurlijke speelplekken. Hiernaast is het belangrijk dat op speelplekken open ruimtes voor bijvoorbeeld fantasiespel, balsporten, fietsen of skaten aanwezig zijn. Variatie wat betreft speelmogelijkheden voor verschillende kinderen met verschillende behoeften is belangrijk: zowel op speelplekken als tussen verschillende speelplekken in de wijk/buurt.
Grote speelplekken centraal in de wijk/buurt met veel verschillende speelmogelijkheden zijn aantrekkelijk voor kinderen. Maar kleine speelplekken zijn vaak dichter bij huis en daardoor beter bereikbaar. Buitenspelen gebeurt niet alleen op formele speelplekken, maar overal in de openbare ruimte: op straten, op pleinen en in parken. Professionals spreken de wens uit om beleid niet uitsluitend te richten op de inrichting van speelplekken, maar op het creëren van een speelvriendelijke (wijk/buurt)omgeving. Speelplekken zijn sociale ontmoetingsplekken. Speelplekken zijn aantrekkelijker als er ook andere kinderen zijn om mee te spelen. Kinderen waarderen zitplekken op speelplekken, zoals (nest)schommels of bankjes, waarop ze kunnen ‘chillen’. Ook voor ouders zijn voldoende zitplekken belangrijk. De ideale speelplek bestaat niet. Wat het ene kind leuk vindt, kan het andere kind juist niet of minder leuk vinden. Daarom is variatie op én tussen speelplekken erg belangrijk. Kinderen weten zelf het beste wat zij leuk en belangrijk vinden. Participatie in het ontwerpproces zorgt ervoor dat speelplekken beter aansluiten bij hun behoeften. Wij hebben 199 factoren geïdentificeerd die van invloed zijn op buitenspelen. Slechts achttien hiervan hebben betrekking op de inrichting van speelplekken.
Ook in de gesprekken met professionals en kinderen kwamen veel andere factoren ter sprake die buitenspelen beïnvloeden. Zo spelen ook sociale factoren een rol, zoals de aanwezigheid van andere kinderen om mee buiten te spelen en (stimulerende of beperkende) maatregelen van ouders.
Ontwikkel uitdagende en gevarieerde speelplekken, maar erken tegelijkertijd dat bij het stimuleren van buitenspelen nog veel meer factoren een rol spelen dan alleen de fysieke inrichting van formele speelplekken. Bied meer mogelijkheden voor het realiseren van uitdagende en avontuurlijke speelplekken. Houdt als ontwerper of ontwikkelaar rekening met variatie op en tussen speelplekken. Stuur als opdrachtgever hierop aan. Laat kinderen (echt) participeren bij het ontwerpen van speelplekken.
Hoofdstuk 1
Dit onderzoek richt zich op welke factoren bij de inrichting van speelplekken in Nederland bijdragen aan het stimuleren van buitenspelen van kinderen (leeftijd: 4 t/m 12 jaar). In dit eerste hoofdstuk beschrijven we de achtergrond en de doel- en vraagstelling van ons onderzoek.
Belang van buitenspelen Buitenspelen is een belangrijk onderdeel van een gezonde ontwikkeling van kinderen. Zo heeft buitenspelen een positief effect op de lichamelijke gezondheid, omdat kinderen tijdens het buitenspelen vaak bewegen (Bento & Dias, 2017). Kinderen die veel bewegen, zijn fitter en hebben meer energie (Aggio et al., 2017; Lee et al., 2021; Tremblay et al., 2015). Ook heeft buitenspelen een positief effect op de motorische ontwikkeling van kinderen: veel en gevarieerd spelen bevordert de ontwikkeling van motorische vaardigheden (Palowski et al., 2023). Naast deze fysieke voordelen heeft buitenspelen ook mentale gezondheidsvoordelen (Beyer et al., 2015; Cheng et al., 2022; Lambert et al., 2019; Spencer et al., 2021). Het is bekend dat buitenspelen stress en angst kan verminderen bij kinderen, wat zorgt voor ontspanning en bijdraagt aan hun welzijn. De literatuur laat bovendien zien dat buitenspelen een positieve bijdrage levert aan de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Het helpt hen bijvoorbeeld risico's in te schatten, hun grenzen te verkennen en veerkracht te ontwikkelen wanneer iets niet lukt (Boxberger & Reimers, 2019; Cheng et al., 2022). Daarnaast bevordert het creativiteit en probleemoplossend vermogen door bijvoorbeeld nieuwe spelvormen te bedenken (Beyer et al., 2015).
Samen spelen met andere kinderen versterkt bovendien sociale vaardigheden zoals samenwerken, empathie tonen en conflicten oplossen – factoren die belangrijk zijn voor het functioneren in de maatschappij (Parent et al., 2020). Verder kan buitenspelen de autonomie van kinderen versterken, doordat ze zelf beslissingen mogen nemen (Remmers et al., 2014). Buitenspelen staat onder druk Drie belangrijke ontwikkelingen dragen eraan bij dat kinderen steeds minder buitenspelen (Singh, Veldman & De Jonge, 2023). Ten eerste verandert de vrijetijdsbesteding van kinderen door de beweging naar een prestatiemaatschappij (Singh, Veldman & De Jonge, 2023). De nadruk op schoolprestaties leidt tot prioritering van bijvoorbeeld huiswerk. In combinatie met
nadruk op prestatiegerichte sportbeoefening blijft er minder vrije tijd over waarin kinderen kunnen buitenspelen. Ten tweede leidt de digitalisering van onze samenleving tot meer schermtijd bij kinderen en daarmee ook tot meer zitten en minder bewegen (Singh, Veldman & De Jonge, 2023). Daardoor houden kinderen minder vrije tijd over om buiten te spelen. Ten derde ervaren kinderen (en hun ouders), in een steeds dichter bebouwd Nederland, minder ruimte om buiten te spelen (Singh, Veldman & De Jonge, 2023). De verstedelijking en toename van de bevolkingsdichtheid hebben een negatieve invloed op de mogelijkheden van kinderen om in hun leefomgeving te bewegen. Door deze veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte worden kinderen steeds minder uitgenodigd en gestimuleerd om te gaan buitenspelen (Bento & Dias, 2019). De invloed van de inrichting van de openbare ruimte De inrichting van de openbare ruimte is dus van invloed op het buitenspeelgedrag van kinderen. Tweede Kamerleden Inge Van Dijk en Mohammed Mohandis stellen dat ze, op de beperkte speelplekken die er zijn, vooral in dichtbebouwde wijken/buurten, vaak geen kinderen zien. Zij vragen zich daarom af of de inrichting van speelplekken in de openbare ruimte wel uitdagend genoeg is voor kinderen.
Uit de literatuur blijkt dat kinderen uitdaging als een belangrijk aspect beschouwen bij het buitenspelen (Morgenthaler et al., 2023; Wenger et al., 2023). Uitdagend spelen gaat over avontuurlijk spelen. Avontuurlijk spelen (risky play in het Engels) is ‘een vorm van spelen die spannend en opwindend is en waarbij onzekerheid, onvoorspelbaarheid en verschillende mate van risico nemen een rol spelen’ (Ten Tije et al., 2024). Of kinderen een speelplek als avontuurlijk ervaren, hangt in grote mate af van de inrichting daarvan (Farmer et al, 2017). Ook speelt de autonomie die ze krijgen en hoeveel risico ze mogen nemen van ouders, verzorgers en/of professionals een belangrijke rol. De inrichting van speelplekken is ook relevant als het gaat over de speelwaarde (play value in het Engels) van speelplekken voor kinderen (Woolley & Lowe, 2013). Deze speelwaarde gaat over ‘hoeveel spel eruit gehaald kan worden’ en in hoeverre daarmee de emotionele, sociale, fysieke en intellectuele capaciteiten van kinderen worden benut en vergroot. Bekend is bijvoorbeeld dat de speelwaarde van speelplekken groot is als er veel zintuigelijk waar te nemen is, zoals verschillende materialen, kleuren en geuren. Ook is de speelwaarde hoog als het spelen verschillende motorische vaardigheden vergt: bijvoorbeeld balanceren, springen, klimmen en rennen.
De inrichting van speelplekken hangt via deze speelwaarde ook samen met hoelang kinderen blijven spelen op speelplekken, hoeveel plezier zij ervaren en in hoeverre hun motorische ontwikkeling wordt gestimuleerd. Maar niet alleen de inrichting van speelplekken beïnvloedt of kinderen buitenspelen, hoeveel zij buitenspelen en wat dit ze oplevert. Dit hangt namelijk af van het samenspel tussen veel verschillende factoren. Schermtijd (digitalisering) en de focus op huiswerk (prestatiemaatschappij) hebben we al benoemd. Maar we weten ook dat individuele kenmerken (zoals leeftijd), buurtkenmerken (zoals stedelijkheid), de sociale omgeving (zoals de aanwezigheid van andere kinderen) en de perceptie van ouders over bijvoorbeeld veiligheid ook van invloed zijn (Willeboordse et al., 2022). Deze factoren beïnvloeden niet alleen buitenspelen, maar ook elkaar. Willeboordse et al. (2022) geven hier het volgende voorbeeld voor: ‘als er meer kinderen buiten spelen, zullen ouders frequent buitenspelen ervaren als een sociale norm in de wijk waar zij zich graag aan willen conformeren. Zij zullen hun kind dan meer stimuleren om buiten te spelen. Dit heeft tot gevolg dat er nog meer kinderen in de wijk buitenspelen’. Hoeveel en met welke opbrengsten kinderen buitenspelen is dus het gevolg van het samenspel van factoren in een complex systeem.
We focussen ons in dit onderzoek op de inrichting van speelplekken, maar willen daarbij benadrukken dat factoren bij de inrichting van speelplekken onderdeel zijn van dat complexe systeem waarin veel meer factoren meespelen die invloed hebben op buitenspelen.1
Doel Tweede Kamerleden Inge Van Dijk en Mohammed Mohandis verzochten de regering in een motie om onderzoek te laten doen naar welke elementen speelplekken moeten bevatten om kinderen maximaal uit te dagen om buiten te gaan spelen. Het Mulier Instituut is gevraagd om dit onderzoek uit te voeren. In dit onderzoek brengen we in kaart welke factoren bij de inrichting van speelplekken van invloed zijn op buitenspelen van basisschoolkinderen (leeftijd 4 tot en met 12 jaar) in Nederland. Ook beschrijven we waarom deze factoren van invloed zijn en of deze factoren invloed hebben op de volgende vier aspecten: hoeveel tijd kinderen op speelplekken doorbrengen; de motorische ontwikkeling van kinderen op speelplekken; het plezier dat kinderen op speelplekken ervaren; de uitdaging die kinderen op speelplekken ervaren. Hoofdvraag en deelvragen We beantwoorden de volgende onderzoeksvraag:
1
Een ander lopend onderzoek van het Mulier Instituut focust zich op het in kaart brengen van alle factoren die van invloed zijn op buitenspelen, en hun onderlinge samenhang. Hierover publiceren we later een wetenschappelijk artikel.
Welke factoren bij de inrichting van speelplekken in Nederland dragen bij aan het stimuleren van buitenspelen van kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar?
Dit doen we aan de hand van vijf deelvragen: 1.
Welke factoren bij de inrichting van speelplekken zijn volgens de bestaande literatuur van invloed op buitenspelen van kinderen (4 t/m 12 jaar)?
2.
Welke (aanvullende) factoren bij de inrichting van speelplekken zijn volgens professionals van invloed op buitenspelen van kinderen (4 t/m 12 jaar) in Nederland?
3.
Welke factoren bij de inrichting van speelplekken dragen bij aan hoeveel tijd kinderen doorbrengen op speelplekken, de motorische ontwikkeling van kinderen, het plezier dat kinderen op speelplekken beleven en de uitdaging die kinderen op speelplekken ervaren?
4.
Hoe en waarom zijn de factoren bij de inrichting van speelplekken van invloed op buitenspelen?
5.
Wat is het perspectief van kinderen op de inrichting van speelplekken in Nederland?
Hoofdstuk 2
In dit hoofdstuk beschrijven we de methoden die we voor het onderzoek hebben gebruikt. We beantwoorden de onderzoeksvraag via literatuuronderzoek, vragenlijsten onder professionals, focusgroepen met professionals en gesprekken met kinderen.
Scoping review Op basis van literatuuronderzoek hebben we factoren geïdentificeerd die buitenspelen van kinderen kunnen stimuleren. We hebben daarbij ook de factoren gespecificeerd die de inrichting van de speelplekken betreffen. Dit deden we via een scoping review van reviewstudies. Een reviewstudie is een vorm van wetenschappelijk onderzoek waarbij de resultaten van bestaande wetenschappelijke publicaties worden gebundeld. Een scoping review is een type reviewstudie dat wordt gebruikt om een breed overzicht te geven van het beschikbare bewijs over een bepaald onderwerp of onderzoeksgebied (Munn et al., 2018). Reviewstudies over welke factoren specifiek bijdragen aan buitenspelen voor kinderen met een beperking, hebben we niet meegenomen. Data-extractie In de data-extractiefase hebben we alle relevante bewezen gerelateerde factoren uit tien reviewstudies geëxtraheerd en samengevoegd in een overzicht. Dataextractie betekent het ‘filteren’ van de relevante informatie uit de gebruikte reviewstudies. De data-extractie van de eerste drie reviewstudies voerden twee onderzoekers onafhankelijk van elkaar uit (T.t.T. en L.W.). Verschillen in data-extractie hebben ze besproken tot ze overeenstemming bereikten. Vervolgens hebben ze de overige zeven reviewstudies verdeeld, waarbij de ene onderzoeker de data-extractie uitvoerde en de andere die controleerde.
De geïdentificeerde factoren hebben we ingedeeld in vijf (sub)categorieën: individu-gerelateerde factoren; ouder-gerelateerde factoren; sociale factoren anders dan ouders; omgeving-gerelateerde factoren; en speelplek-gerelateerde factoren. In deze rapportage ligt de focus op de factoren die betrekking hebben op de inrichting van speelplekken. We rapporteren daarom alleen de speelplekgerelateerde factoren.
Datasynthese Na de data-extractiefase hebben we de factoren samengevat en gegroepeerd (datasynthese). Hierbij hebben we dubbelingen in de verzamelde gegevens, factoren die (deels) overlappen en factoren die erg specifiek waren tot grotere concepten samengevoegd. Ter illustratie: we hebben factoren als ‘variatie van speelkeuzes’, ‘variatie in ontworpen en niet-ontworpen speelvoorzieningen’ en ‘variatie voor verschillende leeftijden’ samengevoegd tot de factor ‘variatie op speelplekken’. We hebben alle factoren uit de Engelstalige reviewstudies vertaald naar Nederlandse termen, zodat we de uiteindelijke lijst konden presenteren aan de Nederlandstalige respondenten die aan de vragenlijsten hebben deelgenomen.
Deelnemers We hebben twee korte vragenlijsten uitgezet onder onderzoekers en praktijkprofessionals met kennis/expertise over buitenspelen. In deze rapportage duiden we deze groep respondenten (de onderzoekers en praktijkprofessionals) aan als ‘professionals’. Voor de werving van deze respondenten hebben we eerst een lijst samengesteld met contactgegevens. De praktijkorganisaties benaderden we via hun algemene emailadres met het verzoek deel te nemen aan het onderzoek en advies te geven over wie binnen hun organisatie expertise heeft op het gebied van de inrichting van speelplekken en daardoor geschikt zou zijn om de vragenlijst in te vullen. Daarnaast maakten we gebruik van de sneeuwbalmethode: in de eerste vragenlijst vroegen we de respondenten om namen van andere onderzoekers en praktijkprofessionals door te geven die volgens hen ook onderzoek doen naar buitenspelen of over expertise op het gebied van buitenspelen beschikken. Hierdoor hebben we 43 extra personen toegevoegd aan de oorspronkelijke lijst. We hebben 73 mensen uitgenodigd om de vragenlijsten in te vullen: 22 onderzoekers en 51 praktijkprofessionals. Uiteindelijk hebben 58 professionals (80%) de eerste vragenlijst volledig ingevuld en 49 professionals (67%) de tweede vragenlijst. Niet alle professionals die de eerste vragenlijst invulden, vulden ook de tweede in, en vice versa.
In totaal vulden 19 onderzoekers en 44 praktijkprofessionals minimaal één van de twee vragenlijsten in. We hebben de professionals gevraagd hoeveel jaren werkervaring ze hebben op het thema buitenspelen (tabel 3.1).
Tabel 2.1 Aantal jaar werkervaring van de respondenten op het thema buitenspelen Aantal jaar
Onderzoekers
Praktijkprofessionals
werkervaring
(n=19)
(n=44)
Minder dan 2 jaar
3
2
2-5 jaar
7
5
6-10 jaar
4
8
Meer dan 10 jaar
5
29
Bron: Mulier Instituut, vragenlijst onder professionals, 2024.
De onderzoekers hadden allemaal ervaring met onderzoek doen naar buitenspelen, vanuit bijvoorbeeld een hogeschool, universiteit of onafhankelijke onderzoeksinstelling. De praktijkprofessionals die de vragenlijsten invulden, waren veelal werkzaam als ontwerper, stedenbouwkundige, (beleids)adviseur, medewerker van een speeltoestelaanbieder, project- of programmaleider of buurtsportcoach. Ze werkten bijvoorbeeld bij organisaties die overheidspartijen adviseren over buitenspelen, of bij organisaties die zelf buitenspeelmogelijkheden verzorgen of de inrichting van buitenspelen praktisch mogelijk maken. Ook waren er praktijkprofessionals werkzaam bij organisaties die buitenspelen willen stimuleren door projecten of programma’s te initiëren. Vragen In de eerste vragenlijst hebben we de lijst met factoren die van invloed zijn op buitenspelen van kinderen (leeftijd: 4 t/m 12 jaar) gepresenteerd die we hebben opgesteld op basis van ons literatuuronderzoek. We vroegen de respondenten om aan te geven of de lijst compleet was en deze anders aan te vullen. Enkele weken na het invullen van de eerste vragenlijst hebben we de tweede vragenlijst verstuurd. Op basis van de input op de eerste vragenlijst hebben we de lijst met factoren aangepast en een nieuwe clustering van deze factoren toegepast. Deze aangepaste lijst hebben we in de tweede vragenlijst gepresenteerd aan de respondenten.
We vroegen de respondenten om maximaal tien clusters te selecteren die zij als meest invloedrijk beschouwen. Daarnaast hebben we de respondenten gevraagd welke factoren bij de inrichting van speelplekken van invloed zijn op de volgende vier aspecten: de tijd die kinderen op speelplekken doorbrengen; de motorische ontwikkeling van kinderen; het plezier dat kinderen beleven op speelplekken; en de uitdaging die kinderen ervaren op speelplekken.
Analyse We hebben de gegevens uit de vragenlijsten geanalyseerd in SPSS versie 28.0 met beschrijvende statistiek. De antwoorden op de open vragen hebben we in Excel gecodeerd en thematisch geanalyseerd.
Deelnemers Voor dit deel van het onderzoek hebben we de 73 professionals die we hebben uitgenodigd voor deelname aan de vragenlijsten (zie paragraaf 2.2), ook uitgenodigd om deel te nemen aan een focusgroep. De werving vond plaats via e-mail. In eerste instantie namen drie onderzoekers en dertien praktijkprofessionals deel aan één van de drie focusgroepen. Elke focusgroep duurde 1,5 uur, en werd online gehouden via Microsoft Teams. Tijdens de analyse van deze focusgroepen zagen we in dat het perspectief van speeltoestelaanbieders niet genoeg naar voren kwam in deze eerste drie focusgroepen. Daarom hebben we aanvullend nog vijf praktijkprofessionals geïnterviewd die werken bij een bedrijf in speeltoestellen. In totaal hebben dus 21 professionals aan de focusgroepen en interviews deelgenomen. Alle deelnemers hebben vooraf via e-mail toestemming gegeven voor deelname. Een overzicht van de organisaties waar de deelnemers werkzaam zijn is te vinden in Bijlage 2. Vragen Aan de deelnemers hebben we gevraagd welke factoren bij de inrichting van speelplekken zij belangrijk vinden en waarom. Ook vroegen we ze wat volgens hen en volgens ouders/kinderen belangrijk is bij het ontwerpen van een speelplek. Analyse De focusgroepen hebben we opgenomen, getranscribeerd en uitgewerkt in een verslag.