Agendabundel
Tekst van het document
25 040
Machines, apparaten en installaties gebonden aan gebouwen: Dit betreft onder andere: beveiligings-, verwarmings- en brandblusinstallaties
25 050
Gebouwgebonden installaties: o.a. liften en klimaatinstallatie
25 090
Lopende investeringen machines, apparaten, installaties met economisch nut
25 510
Verkeersregelinstallaties (VRI’s)
M
Lineair
10
25 520
Openbare verlichting
M
Lineair
25
Beleidsnota ‘Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)’
34
25 590
Lopende investeringen machines, apparaten,
M
Geen afschrijving
installaties met maatschappelijk nut
Informatie- en communicatietechnologie (ICT) vervolg machines, apparaten en installaties 26 010
Hardware, grootschalig
E
Annuïtair
7
26 020
Hardware, kleinschalig
E
Lineair
5
26 030
OS Werkplek
E
Annuïtair
5
26 031
ICT infra inpandig (data- en telecommunicatie)
E
Annuïtair
7
26 040
ICT machines (PC’s. laptops, servers, data-
E
Annuïtair
5
opslag) 26 050
Mobiele ICT apparatuur (telefoons en tablets)
E
Annuïtair
3
26 051
Overige telefonie
E
Annuïtair
7
26 060
Netwerken
E
Annuïtair
7
26 070
Verbindingen ICT infra lang (in en buiten pand
E
Annuïtair
10
tot aan patchkast) 26 081
Firewall aanpassen, uitbreiden
E
Annuïtair
5
26 082
Netwerkauthenticatie
E
Annuïtair
7
26 090
Lopende investeringen ICT
E
Geen afschrijving
Overige materiële vaste activa 26 011
ICT grootschalig, software
E
Annuïtair
7
26 021
ICT kleinschalig, software
E
Lineair
5
29 110
Kunstvoorwerpen met cultuurhistorische
Geen afschrijving, worden niet
waarde
geactiveerd
Overige materiële vaste activa met een
M
Lineair
15
maatschappelijk nut 29 111
Speeltoestellen
M
Lineair
15
29 112
Bomen en overig groen
M
Lineair
30
29 190
Lopende investeringen met een
M
Geen afschrijving
E
Annuïtair
10
E
Lineair
10
maatschappelijk nut 29 921
Inrichting van gebouwen, alsmede voorzieningen in en aan gebouwen en inventaris: bureaus, stoelen, kasten etc.
29 920
Overige materiële vaste activa met een technische levensduur van 10 jaar: Dit betreft onder andere: binnenbak en toegangssysteem ondergrondse containers
Beleidsnota ‘Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)’
35
29 925
Overige materiële vaste activa met een
E
Lineair
15
E
Lineair
20
E
Geen afschrijving
technische levensduur van 15 jaar. Dit betreft onder andere: perscontainers, GTE-containers 29 930
Overige materiële vaste activa met een technische levensduur van 20 jaar. Dit betreft onder andere: betonputten ondergrondse container
29 991
Lopende investeringen met een economisch nut o.a. software
[1] E=Economisch nut; M=Maatschappelijk nut
Beleidsnota ‘Waarderen, activeren en afschrijven van vaste activa (WAAVA)’
36
Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Dossiernummer
4894
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
25 september 2025
Agendapunt
3.2
Titel
Raadsvoorstel Benoeming plaatsvervangend gemeentelijke ombudsman
ID
5122
Behandelend ambtenaar Telefoon E-mail Datum collegebesluit Geocodering Thema Portefeuillehouder
DB van de Raad
Beleidsveld
Ombudszaken/klachtafhandeling
Referendabel
Nee
Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst)
Jelmer Lok/Cie Veiligheid, Bestuur en Financiën
Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Veiligheid, Bestuur en
25 september 2025
Financiën Voorgesteld besluit
Voorstel aan de gemeenteraad
Benoeming plaatsvervangend gemeentelijke ombudsman Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Ombudszaken Raadsorganen Dagelijks bestuur raad 32003829 20 november 2025 Nee (artikel 1:2 lid 2 sub o Verordening raadgevend referendum) Nee
Het dagelijks bestuur van de raad, de Commissie Personeelszorg Raadsfunctionarissen gehoord hebbende, stelt de raad voor te besluiten: 1. Mevrouw C. Hummelen te benoemen als plaatsvervangend gemeentelijke ombudsman.
Het dagelijks bestuur van de raad,
De griffier Miguel Israel
De voorzitter Sharon Dijksma
Samenvatting Sinds 20 februari 2025 is de functie van plaatsvervangend ombudsman vacant. Na het vrijkomen van de functie hebben de ombudsman en de stafleden, in het bijzonder de secretaris, de bijbehorende taken op zich genomen. Voorgesteld wordt geen actief plaatsvervangend ombudsman te benoemen, maar in de plaats daarvan de secretaris van het Ombudsloket te benoemen als plaatsvervangend ombudsman die pas actief in functie treedt als de ombudsman langdurig zou uitvallen.
Context Er is een wettelijke verplichting om bij benoeming van een gemeentelijke ombudsman tevens een plaatsvervanger te benoemen. Omdat de wet niet voorschrijft of deze plaatsvervanger actief is of een plaatsvervanger in de pure zin van het woord, namelijk een slapend ombudsman die pas in functie treedt bij langdurige afwezigheid van de ombudsman, maken gemeenteraden hierin verschillende keuzes. Zo hebben Groningen en Nijmegen een staflid benoemd tot plaatsvervangend ombudsman. De grote drie gemeentes beschikken over actieve plaatsvervangende ombudsmannen. Nu de functie van plaatsvervangend ombudsman in Utrecht vacant is, doet zich de vraag voor op welke wijze de Utrechtse Raad met deze functie wil omgaan. Het voorstel is om te kiezen voor de doelmatige opzet die ook in Groningen en Nijmegen bestaat. Dat wil zeggen een ombudsman die ook de kinderombudsfunctie invult met een plaatsvervangend ombudsman vanuit de staf. Het ligt in de rede de secretaris van het Ombudsloket te benoemen tot plaatsvervangend ombudsman gelet op de al aanwezige kennis en ervaring bij de secretaris. Zij kan direct als plaatsvervanger optreden mocht dat nodig zijn. Juridische context Op grond van artikel 81q lid 2 van de Gemeentewet benoemt de raad een plaatsvervangend gemeentelijke ombudsman. Beslistermijn Voor benoeming van de plaatsvervangend ombudsman is wijziging van de verordening noodzakelijk.
Dit wordt in een separaat raadsvoorstel aan u voorgelegd. De gewijzigde verordening treedt in werking na besluitvorming in de raad en publicatie op overheid.nl. Voorgesteld wordt de verordening met terugwerkende kracht in werking te laten treden per datum benoeming. Beoogd effect Mogelijk maken dat de secretaris wordt benoemd als plaatsvervangend ombudsman. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad 1 december 2022: Raadsbesluit Instellen Utrechts Ombudsloket 22 juni 2023: Raadsbesluit Verordening Utrechts Ombudsloket 22 juni 2023: Raadsbesluit Benoemen voorzitter en plaatsvervangend voorzitter Utrechts Ombudsloket 2 november 2023: Raadsbesluit Verordening Utrechts Ombudsloket (aanvulling rechtspositie) 7 december 2023: Raadsbesluiten Benoemen waarnemend plaatsvervangend voorzitter Utrechts Ombudsloket 27 juni 2024: Raadsbesluit van Ombudsloket naar Ombudsman 12 december 2024: Raadsbesluit benoemen ombudsman en plaatsvervangend ombudsman 12 december 2024: Raadsvoorstel Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
Mevrouw C. Hummelen te benoemen als plaatsvervangend gemeentelijke ombudsman.
2
Argumenten 1.1
Conform artikel 81q lid 2 Gemeentewet benoemt de raad een plaatsvervangend gemeentelijke ombudsman. Toelichting argument De wettelijke verplichting waarborgt de continuïteit van het werk van de ombudsman en diens onafhankelijk functioneren, ook in situaties waarin de gemeentelijke ombudsman tijdelijk of langdurig verhinderd is. Benoeming van mevrouw C. Hummelen als plaatsvervangend ombudsman is praktisch en budgetneutraal gelet op de al aanwezige kennis en ervaring bij haar. Zij kan direct als plaatsvervanger optreden mocht dat nodig zijn. Daarnaast zorgt deze benoeming niet voor extra kosten en creëert ruimte voor inzet op operationele werkzaamheden.
Financiën Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen.
Vervolg Zie separaat raadsvoorstel ‘Evaluatie Utrechts Ombudsloket en wijziging Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht’.
Samen stad maken (voorheen: Participatie) N.v.t.
Communicatie Bericht op website Utrechts Ombudsloket.
Bijlagen -
3
Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Dossiernummer
4893
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
25 september 2025
Agendapunt
3.2.1
Titel
Raadsvoorstel Evaluatie Utrechts Ombudsloket en wijziging Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht
ID
5121
Behandelend ambtenaar Telefoon E-mail Datum collegebesluit Geocodering Thema Portefeuillehouder
DB van de Raad
Beleidsveld
Ombudszaken/klachtafhandeling
Referendabel
Nee
Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst)
Jelmer Lok/Cie Veiligheid, Bestuur en Financiën
Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Veiligheid, Bestuur en
25 september 2025
Financiën Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Voorgesteld besluit
6 november 2025
Voorstel aan de gemeenteraad
Evaluatie Utrechts Ombudsloket en wijziging Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Ombudszaken Raadsorganen Dagelijks bestuur raad 32003608 20 november 2025 Nee (artikel 1:2 lid 2 sub o Verordening raadgevend referendum) Nee
Het dagelijks bestuur van de raad, de Commissie Personeelszorg Raadsfunctionarissen gehoord hebbende, stelt de raad voor te besluiten: 1. De gewijzigde verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht vast te stellen.
Het dagelijks bestuur van de raad,
De griffier Miguel Israel
De voorzitter Sharon Dijksma
Samenvatting Bij de instelling van het Utrechts Ombudsloket op 1 december 2022 en nadien bij de herziening van de verordening op 22 juni 2023 is besloten in 2025 een evaluatie uit te voeren. Daarnaast heeft de Raad op 12 december 2024 motie M507 aangenomen die de CPR opdraagt in de evaluatie van het Utrechtse Ombudsloket expliciet aandacht te besteden aan de uitvoering van de kinderombudsfunctie en hoe deze functie in de verordening verankerd kan worden. De conclusie van de evaluatie en uitkomsten van de technische sessie met de raad op 20 mei jl. zijn: • De Utrechtse inwoner weet het Ombudsloket steeds beter te vinden. Dit blijkt uit de toename van het aantal meldingen, klachten en verzoeken. • Het Ombudsloket heeft per 1 januari 2025 de taken van de Nationale Ombudsman voor Utrecht overgenomen, waaronder de afhandeling van tweedelijns klachten. Deze klachten zijn in hun aard complexer dan de reguliere meldingen. • Het is raadzaam de kinderombudsfunctie te formaliseren in de verordening. De toename van het aantal klachten en de complexiteit daarvan draagt bij aan een grotere werklast voor het Ombudsloket. De personele capaciteit van het Ombudsloket is vooralsnog gelijk gebleven, met dien verstande dat sinds 20 februari 2025 de functie van plaatsvervangend ombudsman vacant is.
Na het vrijkomen van de functie hebben de ombudsman en de stafleden de bijbehorende taken op zich genomen. Gelet op bovenstaande is het voorstel om: 1. De kinderombudsfunctie expliciet in de verordening te verankeren door deze taak integraal te beleggen bij de ombudsman. 2. Geen actief plaatsvervangend ombudsman te benoemen, maar in de plaats daarvan de secretaris van het Ombudsloket te benoemen als plaatsvervangend ombudsman die pas actief in functie treedt als de ombudsman langdurig zou uitvallen. Dit voorstel zal met een afzonderlijk raadsvoorstel ter besluitvorming aan uw raad worden voorgelegd.
Context Evaluatie Het Ombudsloket dient in de praktijk verschillende functies, waarvan de belangrijkste drie in deze paragraaf staan beschreven inclusief de wijze waarop die functie is vervuld sinds de start in september 2023. Omgaan met klachten In de eerste plaats is het Ombudsloket er voor inwoners en ondernemers die moeite ondervinden in de communicatie met de gemeente. Het Ombudsloket helpt de communicatie tussen hen te verbeteren, tot oplossingen te komen en zo het vertrouwen in de gemeente te herstellen. In de periode tussen september en december 2023 heeft het Ombudsloket 177 meldingen afgehandeld waarvan een groot deel als gevolg van de problemen met de parkeerapp. In 2024 zijn in totaal 150 meldingen verwerkt die onder andere vergunningaanvragen, aanvragen voor bijstand en bijzondere bijstand en meldingen openbare ruimte en parkeren betroffen. Halverwege 2025 stond de teller van het aantal meldingen op 120. In de praktijk is ook gebleken dat minder digitaal vaardige Utrechters het Ombudsloket weten te vinden door het actief opzoeken en benaderen van inwoners. Ook is per 1 januari 2025 de tweedelijns klachtbehandeling van de Nationale Ombudsman overgenomen, wat tot uiting komt in een toename van het aantal klachten inclusief zes tweedelijns klachten in het eerste half jaar.
Bij deze klachten gaat het om inwoners die ontevreden zijn over de afhandeling van hun klacht door de gemeente. In de aard zijn die over het algemeen complexer en meer tijdrovend in de afhandeling, omdat die meer onderzoek vergen.
2
Verbeteren dienstverlening gemeente In de tweede plaats heeft het Ombudsloket de functie om de dienstverlening van de gemeente te verbeteren. Dat gebeurt door bij meldingen contact te leggen met de betreffende ambtenaar om te zoeken naar een oplossing. In de praktijk komt het geregeld voor dat deze contactmomenten de indiening van een klacht overbodig maken. Voor de tweedelijns klachten geeft het ombudsloket formele aanbevelingen aan het college om herhaling te voorkomen en daarmee de dienstverlening te verbeteren. Daarnaast herkent het ombudsloket patronen in het type klachten en meldingen dat binnenkomt, en signaleert zij die patronen aan de ambtelijke organisatie. Het ombudsloket gaat over die patronen tevens in gesprek met de klachtencoördinatoren met als doel daarvan te leren. Signaalfunctie In de derde plaats voorziet het Ombudsloket in een signalerende functie aan de raad. Het Ombudsloket informeert de raad over klachtenafhandeling of dienstverlening van de gemeente en signaleert tekortkomingen daarin. Zo heeft het ombudsloket in 2025 de aandacht gevestigd op de problematiek rondom thuiszitters, schimmel in huurwoningen en erfpacht. Het Ombudsloket beoogt daarmee als een van de hulptroepen van de raad op te treden, net als de rekenkamer.
De signalerende functie uit zich ook in het actief opzoeken van mensen in wijken, om na te gaan of er wellicht blinde vlekken zijn in problemen waar inwoners tegen aanlopen in relatie tot de gemeente. In gevallen waarin de raad al op de hoogte is van bepaalde problemen, voegt het Ombudsloket vanuit een onafhankelijke rol urgentie toe en een heldere toelichting van waar het precies knelt. Het hoger liggende doel van deze drie functies is het bijdragen aan het herstel van vertrouwen van de Utrechter in de gemeente. Landelijke versterking lokale ombudsfunctie In 2024 is het versterken van de lokale ombudsfunctie opgenomen in het regeerprogramma en vinden er op uitnodiging van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) gesprekken plaats tussen de lokale ombudsfuncties, de Nationale ombudsman en BZK. Geconstateerd is dat de lokale en onafhankelijke ombudsfunctie een belangrijke schakel vormt bij het bevorderen van goed (decentraal) bestuur en het versterken van de democratie. De decentralisaties in het sociale domein na 2015 hebben tot een impliciete verruiming van het takenpakket van de (lokale) ombudsfunctie geleid. Deze ontwikkelingen onderstrepen voor de gemeente Utrecht dan ook de noodzaak voor een brede, krachtige en goede lokale ombudsfunctie.
Governance benchmark en voorstel voor het Utrechts Ombudsloket Als onderdeel van de brede evaluatie is het Ombudsloket gevraagd te komen met een vergelijking van de structuur met andere gemeentelijke ombudsmannen. In die vergelijking gaat het met name om de wijze waarop de kinderombudsfunctie is belegd, het werken met een fulltime of parttime ombudsman en een actieve of slapende plaatsvervangend ombudsman. Deze benchmark betreft gemeenten die net als Utrecht hebben gekozen voor een ombudsman met een proactieve inzet naar inwoners. Het Utrechts Ombudsloket beschikt in tegenstelling tot Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Nijmegen en Groningen over een parttime ombudsman. Bij de instelling van het Utrechtse Ombudsloket is deze bewuste keuze gemaakt naar analogie van de lokale rekenkamer, waarbij ook sprake is van een parttime voorzitter en twee parttime bestuursleden. Deze personen krijgen geen salaris maar een vergoeding voor hun werkzaamheden. De situatie bij het Utrechts Ombudsloket geeft geen aanleiding deze structuur (parttime ombudsman) op dit moment te wijzigen. Bij de governance benchmark is ook de motie betrokken die oproept tot het verankeren van de kinderombudsfunctie in de verordening. De benchmarkgemeentes beschikken ieder over een vorm van juridische verankering van de kinderombudsfunctie.
Rotterdam en Nijmegen hebben deze functie in de verordening verankerd door te bepalen dat de ombudsman tevens optreedt als kinderombudsman. In Amsterdam is de functie opgenomen in de toelichting op de verordening en in Den Haag is de functie vastgelegd in de rechtspositieregeling. Wat in de vergelijking opvalt is dat alleen Amsterdam, Rotterdam en Den Haag beschikken over plaatsvervangers die zich profileren als kinderombudsman. In Groningen en Nijmegen is deze taak integraal belegd bij de ombudsman en diens staf. In het voorliggende voorstel wordt op die praktijk aangesloten. In feite is dit de situatie die 3
vanaf 1 februari 2025 van toepassing is. Dit behoeft nog formele vaststelling, hetgeen met dit voorstel wordt voorgesteld. Met de juridische verankering van de kinderombudsfunctie geeft het Ombudsloket op passende wijze uitvoering aan de aangenomen motie (M507). Juridische context De wettelijke grondslag en verdere regelgeving omtrent de gemeentelijke ombudsman is beschreven in de artikelen 81q tot en met 81v van de Gemeentewet en in de Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht. Beslistermijn De gewijzigde verordening treedt in werking na besluitvorming in de raad en publicatie op overheid.nl. Voor benoeming van de plaatsvervangend ombudsman is wijziging van de verordening noodzakelijk. Om deze reden wordt voorgesteld om de verordening met terugwerkende kracht in werking te laten treden per datum benoeming. Beoogd effect Juridische verankering van de kinderombudsfunctie in de verordening en het mogelijk maken dat de secretaris wordt benoemd als plaatsvervangend ombudsman.
Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad 1 december 2022: Raadsbesluit Instellen Utrechts Ombudsloket 22 juni 2023: Raadsbesluit Verordening Utrechts Ombudsloket 22 juni 2023: Raadsbesluit Benoemen voorzitter en plaatsvervangend voorzitter Utrechts Ombudsloket 2 november 2023: Raadsbesluit Verordening Utrechts Ombudsloket (aanvulling rechtspositie) 7 december 2023: Raadsbesluiten Benoemen waarnemend plaatsvervangend voorzitter Utrechts Ombudsloket 27 juni 2024: Raadsbesluit van Ombudsloket naar Ombudsman 12 december 2024: Raadsbesluit benoemen ombudsman en plaatsvervangend ombudsman 12 december 2024: Raadsvoorstel Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De gewijzigde Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht vast te stellen
Argumenten 1.1
1.2
Het is wenselijk om de kinderombudsfunctie van het Utrechts ombudsloket te formaliseren in de Verordening. Toelichting argument In de huidige Verordening is de kinderombudsfunctie die het Utrechts ombudsloket vervult, niet expliciet opgenomen. Om de staande praktijk te formaliseren en ervoor te zorgen dat in de toekomst de kinderombudsfunctie ook gewaarborgd blijft, wordt in de Verordening opgenomen dat de ombudsman tevens optreedt als gemeentelijke kinderombudsman. Voor benoeming van de secretaris van het ombudsloket als plaatsvervangend ombudsman dient de Verordening op een paar punten gewijzigd te worden. Toelichting argument Het betreft een paar technische wijzigingen. Zo wordt art. 2 lid 3 sub d geschrapt omdat de te benoemen plaatsvervanger (secretaris ombudsloket) formeel in dienst is van het College en op grond van dit lid niet zou kunnen worden benoemd. Daarnaast gelden niet alle bepalingen in de Verordening voor de plaatsvervanger. 4
Financiën Vanuit het Rijk zijn tot en met 2027 de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslagmiddelen (hierna POK-middelen) à circa 0,6 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld voor het versterken van de positie van (kwetsbare) inwoners. De POK-middelen zijn ingezet voor het Ombudsloket en de Stadskamer. Het uitgangspunt is dat de algehele ervaring van de klachtenprocedure voor inwoners verbetert. Hierbij is oog voor zowel het versterken van de eerste- als tweedelijnsklachtbehandeling. Financieel geldt dat: 1. 50% van de POK-gelden naar het Utrechts Ombudsloket is gegaan. Het bureau wordt gevormd door een ombudsfunctionaris (deeltijd), plaatsvervangend ombudsfunctionaris (deeltijd) en een kleine staf, gehuisvest in het Stadhuis. Dit is wat past binnen het budget van 0,3 miljoen euro per jaar. 2. De jaarlijkse bijdrage die tot en met 2024 begroot was voor de Nationale Ombudsman, vanaf 2025 is overgeheveld naar het Utrechts Ombudsloket. Het jaarlijkse budget van het Utrechts Ombudsloket tot en met 2027 komt daarmee op € 314.000 (incidenteel) plus €100.000 (structureel begroot bedrag t.b.v. de Nationale Ombudsman) totaal € 414.000. Binnen het huidige budget en bezetting voert het Ombudsloket haar taken met succes uit. Door zichtbaarheid van en de geformuleerde opdracht aan het Ombudsloket zien we nu al dat de omvang van het werkpakket toeneemt.
Aangezien de POK-middelen van het rijk per 1 januari 2028 vervallen, dient met ingang van dat jaar de structurele financiering van het Ombudsloket binnen de gemeentebegroting gezocht te worden. Daar volgt in 2027 een financieel voorstel voor. Om de kwaliteit van de dienstverlening te kunnen blijven garanderen, zal dit voorstel een hoger bedrag behelzen dan het huidige budget. Structurele financiering is essentieel voor: •
Een laagdrempelige en toegankelijke ombudsfunctie voor de Utrechters
•
Het verbeteren van de dienstverlening door de gemeente
•
Het voorkomen van (juridische) procedures
•
Herstel van vertrouwen in de gemeente
•
Regelmatige informatievoorziening en signalering aan de raad over lokale problematiek van inwoners en ondernemers
Aan bovenstaande doelen wil het Utrechts Ombudsloket ook in de toekomst blijven bijdragen.
Vervolg Na vaststelling door de raad wordt de gewijzigde verordening gepubliceerd op overheid.nl.
Samen stad maken (voorheen: Participatie) N.v.t.
Communicatie Publicatie verordening en bericht op website Utrechts Ombudsloket.
Bijlagen Ter besluitvorming - Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht
5
Ter informatie - Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht (met wijzigingen zichtbaar) - Toelichting op evaluatie en procesbeschrijving
6
Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht De raad van de gemeente Utrecht; Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 7 november 2024 en 4 september 2025; Gelet op: Artikel 108, eerste lid, artikel 149 en hoofdstuk IVc Gemeentewet en titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht Overwegende dat de raad een gemeentelijke ombudsman wenst in te stellen als laagdrempelige toegang voor Utrechters tot de tweedelijns ombudsfunctie inclusief communicatie, voorlichting en informatie die zowel onafhankelijk als Utrechts is; Overwegende dat de raad de wens heeft uitgesproken de kinderombudsfunctie te verankeren in de Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht. Dat wijziging van de verordening bovendien noodzakelijk is om de benoeming van de secretaris als plaatsvervangend ombudsman mogelijk te maken; besluit vast te stellen de Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht:
Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a.
CPR: een door de raad op grond van artikel 83 van de Gemeentewet ingestelde commissie, onder de naam Commissie Personeelszorg Raadsfunctionarissen;
b.
Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de raad als bedoeld in het Reglement van Orde gemeenteraad Utrecht;
c.
Ombudsman: degene die op grond van het gestelde in artikel 81q lid 1 81p van de Gemeentewet is benoemd in de functie;
d.
Plaatsvervangend ombudsman: degene die op voorstel van het dagelijks bestuur door de raad benoemd is als plaatsvervanger op grond van het gestelde in artikel 81q lid 2 van de Gemeentewet;degene die op grond van het gestelde in artikel 81q lid 2 van de Gemeentewet is benoemd in de functie;
e.
Raad: de gemeenteraad van Utrecht;
f.
College: het college van burgemeester en wethouders van Utrecht;
g.
Raadscommissie: commissie zoals bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet.;
h.
Gemeentelijke ombudsman: de ombudsman en de plaatsvervangend ombudsman;
Artikel 2 Gemeentelijke ombudsman 1.
Er is een ombudsman zoals bedoeld in artikel 81p van de Gemeentewet.
1.2. De ombudsman treedt tevens op als kinderombudsman. 2.3. Er is een plaatsvervangend ombudsman zoals bedoeld in artikel 81q lid 2 van de Gemeentewet. 3.4. Geen (plaatsvervangend) ombudsman kunnen worden personen: a.
met een Utrechtse politieke profilering of een actieve binding met een Utrechts bedrijf;
b.
die tot vijf jaar voorafgaand aan hun benoeming lid zijn geweest van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
c.
die tot vijf jaar voorafgaand aan hun benoeming een politieke functie hebben uitgeoefend in de gemeente Utrecht.;
d.
die tot vijf jaar voorafgaand aan hun benoeming ambtenaar zijn geweest in dienst van de gemeente Utrecht.
4.5. De (plaatsvervangend) ombudsman vervult geen betrekkingen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn functie of op de handhaving van zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. 5.6. De (plaatsvervangend) ombudsman maakt via de website van de gemeentelijke ombudsman (www.utrechtsombudsloket.nl) openbaar welke andere hoofd- en nevenfuncties hij vervult.
Artikel 3 Benoeming 1.
De raad benoemt de (plaatsvervangend) ombudsman op voorstel van het dagelijks bestuur. De selectiecommissie doet een voorstel aan het dagelijks bestuur.
2.
De selectiecommissie bestaat tenminste uit de leden van de CPR, bijgestaan door de secretaris van de gemeentelijke ombudsman en de griffier van de raad.
3.
Benoeming vindt plaats voor een periode van zes jaar, waarna de mogelijkheid bestaat van een eenmalige herbenoeming voor eenzelfde periode.
4.
Het dagelijks bestuur doet bij het voorstel een verklaring van elke kandidaat met: a.
de mededeling dat hij de benoeming als (plaatsvervangend) ombudsman zal aanvaarden;
b.
een overzicht van de (openbare) hoofd- en nevenfuncties die hij bekleedt;
c.
een verklaring omtrent het gedrag zoals bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
d. 5.
een positief bevonden achtergrondonderzoek.
Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen, legt de (plaatsvervangend) ombudsman in de vergadering van de raad de eed of de belofte af.
6.
De leden 3 en 5 van dit artikel zijn tevens van toepassing op de plaatsvervangend ombudsman.
Artikel 4 Taken en bevoegdheden 1.
De gemeentelijke ombudsman behandelt op verzoek klachten over de gemeente Utrecht op grond van titel 9.2 Algemene wet bestuursrecht.
2.
De gemeentelijke ombudsman is bevoegd om een onderzoek uit eigen beweging te verrichten dat passend is binnen zijn werkveld.
3.
De gemeentelijke ombudsman kan het college ongevraagd advies geven over zaken die hem opvallen binnen zijn werkveld.
4.
De gemeentelijke ombudsman kan als bemiddelaar optreden tussen de verzoeker en het bestuursorgaan met als doel te komen tot een onderlinge oplossing.
5. De gemeentelijke ombudsman kan voorlichting en informatie geven.
Artikel 5 Rechtspositieregeling 1. De (plaatsvervangend) ombudsman ontvangt maandelijks een vergoeding voor zijn werkzaamheden en een onkostenvergoeding. Deze vergoeding en onkostenvergoeding bedragen 80% van de vergoeding en onkostenvergoeding die leden van de raad ontvangen ingevolge artikel 3.1.1 respectievelijk artikel 3.1.6 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. De artikelen 3.1.7 (reiskostenvergoeding), 3.1.10 (ziektekostenverzekering), 3.1.11 (samenloop met arbeidsongeschiktheidsuitkering), 3.1.13 (vergoeding bij verlof), 3.3.1 (bewaken en beveiligen), 3.3.2 (informatie- en communicatievoorzieningen), 3.3.3 (scholing), 3.3.5 (bedrijfsgeneeskundige zorg), 3.3.6 (voorzieningen in verband met beroepsziekte of dienstongeval), 3.3.7 (voorzieningen in verband met een structureel functionele beperking) en 3.3.8 (eindheffingsbestanddelen) van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers zijn van overeenkomstige toepassing op de (plaatsvervangend) ombudsman, alsmede de met deze bepalingen samenhangende bepalingen uit de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. 3.
De artikelen 5 (verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden), 6 (informatie- en communicatievoorzieningen), 7 (werkkostenregeling) en 8 (betaling en declaratie) van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Utrecht zijn van overeenkomstige toepassing op de (plaatsvervangend) ombudsman.
Artikel 6 Verlof 1. De voorzitter van de raad verleent aan de (plaatsvervangend) ombudsman op diens verzoek tijdelijk verlof wegens zwangerschap en bevalling op de in het verzoek vermelde dag die ligt tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling die blijkt uit een overlegde verklaring van een arts of een verloskundige. 2. De voorzitter van de raad verleent aan de (plaatsvervangend) ombudsman op diens verzoek tijdelijk verlof, indien hij wegens ziekte niet in staat is zijn werk uit te oefenen en blijkens een verklaring van een arts aannemelijk is dat hij de uitoefening niet binnen acht weken zal kunnen hervatten. Het verlof gaat in op de dag na de bekendmaking van de beslissing op het verzoek. 3. De periode voor tijdelijk verlof bedraagt zestien weken. Het verlof eindigt met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstrekken sinds de dag van ingang van het tijdelijk verlof. 4. Aan de (plaatsvervangend) ombudsman wordt ten hoogste driemaal per benoemingsperiode tijdelijk verlof als bedoeld in het eerste of tweede lid verleend. 5. De voorzitter van de raad beslist op een verzoek tot tijdelijk verlof als bedoeld in eerste of tweede lid, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de veertiende dag na indiening van het verzoek. 6.
De beslissing op het verzoek tot tijdelijk verlof geschiedt in overeenstemming met de verklaring van de arts of verloskundige, bedoeld in het eerste of tweede lid. 7. Een beslissing tot tijdelijk verlof bevat de dag van ingang van het verlof. 8. In geval het verzoek ziet op een tweede of derde aansluitende periode, kan de voorzitter van de raad op verzoek besluiten de aansluitende periode korter te laten zijn dan zestien weken.
9. De raad kan op voorstel van het dagelijks bestuur besluiten over vervanging van de (plaatsvervangend) ombudsman gedurende de periode van tijdelijk verlof. De CPR adviseert het dagelijks bestuur over de tijdelijke vervanging, de andere ombudsman gehoord hebbende.
Artikel 7 Ontslag en non-activiteit 1.
De (plaatsvervangend) ombudsman kan door de raad worden ontslagen in de gevallen die genoemd zijn in artikel 81q derde lid van de Gemeentewet.
2.
De raad stelt de (plaatsvervangend) ombudsman op non-actief als de bij de wet bepaalde gevallen in artikel 81q vierde lid van de Gemeentewet zich voordoen.
Artikel 8 Budget 1.
De ombudsman is bevoegd binnen het aan hem bij de begroting beschikbaar gestelde budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van zijn taken.
2.
De ombudsman verantwoordt de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel 11 van deze verordening.
3.
De ombudsman kan jaarlijks voor 1 maart – met het oog op het jaar erna – een voorstel aan de raad doen voor de benodigde middelen voor een goede uitoefening van zijn taken.
Artikel 9 Stafbureau gemeentelijke ombudsman 1.
Er is een stafbureau ter ondersteuning van de gemeentelijke ombudsman.
2.
De ambtelijke rechtspositie, de HUP-030 alsmede toekomstige door de gemeentesecretaris vastgestelde wijzigingen ervan, zijn op de bij het stafbureau werkzame ambtenaren van toepassing voor zover deze geen ondergeschiktheid impliceert aan de raad of het college van burgemeester en wethouders. De ombudsman is namens het college bevoegd te besluiten tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met ambtenaren van het stafbureau en voert daarmee tevens het werkgeverschap uit ten aanzien van binnen het stafbureau werkzame ambtenaren.
2.3. De laatste zin van lid 2 is niet van toepassing ten aanzien van de secretaris van de ombudsman wanneer deze als plaatsvervangend ombudsman bij (langdurige) afwezigheid van de ombudsman zijn taken waarneemt. In dat geval is, gedurende de periode van afwezigheid van de ombudsman, de directeur Raadsorganen ten aanzien van de secretaris bevoegd.
Artikel 10 Commissie en raad 1.
De commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën fungeert als commissie voor de gemeentelijke ombudsman.
2.
De CPR onderhoudt namens de raad het contact met de gemeentelijke ombudsman en voert ten minste jaarlijks een gesprek met de ombudsman over het functioneren van de ombudsman en het stafbureau.en voert ten minste jaarlijks een gesprek met de ombudsman en met de ombudsman en plaatsvervangend ombudsman samen over het functioneren van de gemeentelijke ombudsman en het stafbureau gemeentelijke ombudsman.
3.
De ombudsman kan het dagelijks bestuur verzoeken onderwerpen op de agenda te plaatsen van de raad of een raadscommissie.
Artikel 11 Rapportage en terugkoppeling 1.
De gemeentelijke ombudsman stelt elk jaar vóór 1 april een verslag op van zijn werkzaamheden over het voorgaande jaar, inclusief de financiële verantwoording als bedoeld in artikel 8.
2.
Het jaarverslag van de gemeentelijke ombudsman wordt in principe binnen drie maanden na ontvangst door de raad in zijn vergadering behandeld, eventueel voorafgegaan door behandeling in de commissie.
3.
De ombudsman kan door de commissie worden uitgenodigd de behandeling van het jaarverslag of een onderzoeksverslag in een of meerdere raadscommissies bij te wonen, om daar het verslag toe te lichten en eventuele vragen te beantwoorden.
Artikel 12 Uitleg verordening In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van de verordening beslist het dagelijks bestuur op voorstel van de ombudsman.
Artikel 13 Intrekking De Verordening Utrechts Ombudsloket (Gemeenteblad 2024, 529764) wordt ingetrokken. De Verordening Utrechts Ombudsloket (Gemeenteblad 2023, 282034) wordt ingetrokken.
Artikel 15 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking in het gemeenteblad en werkt terug tot en met 20 november 2025. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.
Artikel 16 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Utrecht d.d. 20 november 2025 12 december 2024.
De griffier, Miguel Israel
De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma
Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht De raad van de gemeente Utrecht; Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 7 november 2024 en 4 september 2025; Gelet op: Artikel 108, eerste lid, artikel 149 en hoofdstuk IVc Gemeentewet en titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht Overwegende dat de raad een gemeentelijke ombudsman wenst in te stellen als laagdrempelige toegang voor Utrechters tot de tweedelijns ombudsfunctie inclusief communicatie, voorlichting en informatie die zowel onafhankelijk als Utrechts is; Overwegende dat de raad de wens heeft uitgesproken de kinderombudsfunctie te verankeren in de Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht. Dat wijziging van de verordening bovendien noodzakelijk is om de benoeming van de secretaris als plaatsvervangend ombudsman mogelijk te maken; besluit vast te stellen de Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht:
Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a.
CPR: een door de raad op grond van artikel 83 van de Gemeentewet ingestelde commissie, onder de naam Commissie Personeelszorg Raadsfunctionarissen;
b.
Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de raad als bedoeld in het Reglement van Orde gemeenteraad Utrecht;
c.
Ombudsman: degene die op grond van het gestelde in artikel 81q lid 1 van de Gemeentewet is benoemd in de functie;
d.
Plaatsvervangend ombudsman: degene die op voorstel van het dagelijks bestuur door de raad benoemd is als plaatsvervanger op grond van het gestelde in artikel 81q lid 2 van de Gemeentewet;
e.
Raad: de gemeenteraad van Utrecht;
f.
College: het college van burgemeester en wethouders van Utrecht;
g.
Raadscommissie: commissie zoals bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet.
Artikel 2 ombudsman 1.
Er is een ombudsman zoals bedoeld in artikel 81p van de Gemeentewet.
2.
De ombudsman treedt tevens op als kinderombudsman.
3.
Er is een plaatsvervangend ombudsman zoals bedoeld in artikel 81q lid 2 van de Gemeentewet.
4.
Geen (plaatsvervangend) ombudsman kunnen worden personen: a.
met een Utrechtse politieke profilering of een actieve binding met een Utrechts bedrijf;
b.
die tot vijf jaar voorafgaand aan hun benoeming lid zijn geweest van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht;
c.
die tot vijf jaar voorafgaand aan hun benoeming een politieke functie hebben uitgeoefend in de gemeente Utrecht.
5.
De (plaatsvervangend) ombudsman vervult geen betrekkingen waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn functie of op de handhaving van zijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin.
6.
De (plaatsvervangend) ombudsman maakt via de website van de gemeentelijke ombudsman (www.utrechtsombudsloket.nl) openbaar welke andere hoofd- en nevenfuncties hij vervult.
Artikel 3 Benoeming 1.
De raad benoemt de ombudsman op voorstel van het dagelijks bestuur. De selectiecommissie doet een voorstel aan het dagelijks bestuur.
2.
De selectiecommissie bestaat tenminste uit de leden van de CPR, bijgestaan door de secretaris van de ombudsman en de griffier van de raad.
3.
Benoeming vindt plaats voor een periode van zes jaar, waarna de mogelijkheid bestaat van een eenmalige herbenoeming voor eenzelfde periode.
4.
Het dagelijks bestuur doet bij het voorstel een verklaring van elke kandidaat met: a.
de mededeling dat hij de benoeming als (plaatsvervangend) ombudsman zal aanvaarden;
b.
een overzicht van de (openbare) hoofd- en nevenfuncties die hij bekleedt;
c.
een verklaring omtrent het gedrag zoals bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;
d. 5.
een positief bevonden achtergrondonderzoek.
Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen, legt de (plaatsvervangend) ombudsman in de vergadering van de raad de eed of de belofte af.
6.
De leden 3 en 5 van dit artikel zijn tevens van toepassing op de plaatsvervangend ombudsman.
Artikel 4 Taken en bevoegdheden 1.
De ombudsman behandelt op verzoek klachten over de gemeente Utrecht op grond van titel 9.2 Algemene wet bestuursrecht.
2.
De ombudsman is bevoegd om een onderzoek uit eigen beweging te verrichten dat passend is binnen zijn werkveld.
3.
De ombudsman kan het college ongevraagd advies geven over zaken die hem opvallen binnen zijn werkveld.
4.
De ombudsman kan als bemiddelaar optreden tussen de verzoeker en het bestuursorgaan met als doel te komen tot een onderlinge oplossing.
5. De ombudsman kan voorlichting en informatie geven.
Artikel 5 Rechtspositieregeling 1. De ombudsman ontvangt maandelijks een vergoeding voor zijn werkzaamheden en een onkostenvergoeding. Deze vergoeding en onkostenvergoeding bedragen 80% van de vergoeding en onkostenvergoeding die leden van de raad ontvangen ingevolge artikel 3.1.1 respectievelijk artikel 3.1.6 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2. De artikelen 3.1.7 (reiskostenvergoeding), 3.1.10 (ziektekostenverzekering), 3.1.11 (samenloop met arbeidsongeschiktheidsuitkering), 3.1.13 (vergoeding bij verlof), 3.3.1 (bewaken en beveiligen), 3.3.2 (informatie- en communicatievoorzieningen), 3.3.3 (scholing), 3.3.5 (bedrijfsgeneeskundige zorg), 3.3.6 (voorzieningen in verband met beroepsziekte of dienstongeval), 3.3.7 (voorzieningen in verband met een structureel functionele beperking) en 3.3.8 (eindheffingsbestanddelen) van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers zijn van overeenkomstige toepassing op de ombudsman, alsmede de met deze bepalingen samenhangende bepalingen uit de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. 3.
De artikelen 5 (verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden), 6 (informatie- en communicatievoorzieningen), 7 (werkkostenregeling) en 8 (betaling en declaratie) van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Utrecht zijn van overeenkomstige toepassing op de ombudsman.
Artikel 6 Verlof 1. De voorzitter van de raad verleent aan de ombudsman op diens verzoek tijdelijk verlof wegens zwangerschap en bevalling op de in het verzoek vermelde dag die ligt tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling die blijkt uit een overlegde verklaring van een arts of een verloskundige. 2. De voorzitter van de raad verleent aan de ombudsman op diens verzoek tijdelijk verlof, indien hij wegens ziekte niet in staat is zijn werk uit te oefenen en blijkens een verklaring van een arts aannemelijk is dat hij de uitoefening niet binnen acht weken zal kunnen hervatten. Het verlof gaat in op de dag na de bekendmaking van de beslissing op het verzoek. 3. De periode voor tijdelijk verlof bedraagt zestien weken. Het verlof eindigt met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstrekken sinds de dag van ingang van het tijdelijk verlof. 4. Aan de ombudsman wordt ten hoogste driemaal per benoemingsperiode tijdelijk verlof als bedoeld in het eerste of tweede lid verleend. 5. De voorzitter van de raad beslist op een verzoek tot tijdelijk verlof als bedoeld in eerste of tweede lid, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de veertiende dag na indiening van het verzoek. 6.
De beslissing op het verzoek tot tijdelijk verlof geschiedt in overeenstemming met de verklaring van de arts of verloskundige, bedoeld in het eerste of tweede lid. 7. Een beslissing tot tijdelijk verlof bevat de dag van ingang van het verlof. 8. In geval het verzoek ziet op een tweede of derde aansluitende periode, kan de voorzitter van de raad op verzoek besluiten de aansluitende periode korter te laten zijn dan zestien weken. 9. De raad kan op voorstel van het dagelijks bestuur besluiten over vervanging van de ombudsman gedurende de periode van tijdelijk verlof. De CPR adviseert het dagelijks bestuur over de tijdelijke vervanging, de andere ombudsman gehoord hebbende.
Artikel 7 Ontslag en non-activiteit 1.
De (plaatsvervangend) ombudsman kan door de raad worden ontslagen in de gevallen die genoemd zijn in artikel 81q derde lid van de Gemeentewet.
2.
De raad stelt de (plaatsvervangend) ombudsman op non-actief als de bij de wet bepaalde gevallen in artikel 81q vierde lid van de Gemeentewet zich voordoen.
Artikel 8 Budget 1.
De ombudsman is bevoegd binnen het aan hem bij de begroting beschikbaar gestelde budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van zijn taken.
2.
De ombudsman verantwoordt de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad, als bedoeld in artikel 11 van deze verordening.
3.
De ombudsman kan jaarlijks voor 1 maart – met het oog op het jaar erna – een voorstel aan de raad doen voor de benodigde middelen voor een goede uitoefening van zijn taken.
Artikel 9 Stafbureau ombudsman 1.
Er is een stafbureau ter ondersteuning van de ombudsman.
2.
De ambtelijke rechtspositie, de HUP-030 alsmede toekomstige door de gemeentesecretaris vastgestelde wijzigingen ervan, zijn op de bij het stafbureau werkzame ambtenaren van toepassing voor zover deze geen ondergeschiktheid impliceert aan de raad of het college van burgemeester en wethouders. De ombudsman is namens het college bevoegd te besluiten tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van arbeidsovereenkomsten met ambtenaren van het stafbureau en voert daarmee tevens het werkgeverschap uit ten aanzien van binnen het stafbureau werkzame ambtenaren.
3.
De laatste zin van lid 2 is niet van toepassing ten aanzien van de secretaris van de ombudsman wanneer deze als plaatsvervangend ombudsman bij (langdurige) afwezigheid van de ombudsman zijn taken waarneemt. In dat geval is, gedurende de periode van afwezigheid van de ombudsman, de directeur Raadsorganen ten aanzien van de secretaris bevoegd.
Artikel 10 Commissie en raad 1.
De commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën fungeert als commissie voor de ombudsman.
2.
De CPR onderhoudt namens de raad het contact met de ombudsman en voert ten minste jaarlijks een gesprek met de ombudsman over het functioneren van de ombudsman en het stafbureau.
3.
De ombudsman kan het dagelijks bestuur verzoeken onderwerpen op de agenda te plaatsen van de raad of een raadscommissie.
Artikel 11 Rapportage en terugkoppeling 1.
De ombudsman stelt elk jaar vóór 1 april een verslag op van zijn werkzaamheden over het voorgaande jaar, inclusief de financiële verantwoording als bedoeld in artikel 8.
2.
Het jaarverslag van de ombudsman wordt in principe binnen drie maanden na ontvangst door de raad in zijn vergadering behandeld, eventueel voorafgegaan door behandeling in de commissie.
3.
De ombudsman kan door de commissie worden uitgenodigd de behandeling van het jaarverslag of een onderzoeksverslag in een of meerdere raadscommissies bij te wonen, om daar het verslag toe te lichten en eventuele vragen te beantwoorden.
Artikel 12 Uitleg verordening In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van de verordening beslist het dagelijks bestuur op voorstel van de ombudsman.
Artikel 13 Intrekking De Verordening Utrechts Ombudsloket (Gemeenteblad 2024, 529764) wordt ingetrokken.
Artikel 15 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking in het gemeenteblad en werkt terug tot en met 20 november 2025.
Artikel 16 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Utrecht d.d. 20 november 2025 .
De griffier, Miguel Israel
De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma
Het Utrechts Ombudsloket: In 2025 blikken we terug en vooruit!
Onze context als achtergrondinformatie: • In het coalitieakkoord 2022-2026 staat: “We stellen een gemeentelijke ombudsman in die bewoners, die zijn vastgelopen in hun contact met de gemeente, verder kan helpen. Laagdrempelig en toegankelijk. Dit draagt bij aan het herstel van vertrouwen. De positie van inwoners moet verstevigd worden, zeker als zij vastlopen met de gemeente.” • 01-12-2022: Raadsbesluit tot het instellen van Het Utrechts Ombudsloket. Van de POKgelden door het Rijk beschikbaar gesteld wordt 50% (300.000 euro p.j.) aangewend voor het versterken van de positie van (kwetsbare) inwoners. De jaarlijkse bijdrage voor de nationale Ombudsman blijft gelijk. Vanuit de beschikbare middelen is in voorjaar 2023 een kleine staf aangesteld en werden via een raadsbesluit op 22-062023 een voorzitter en plv. voorzitter Utrechts Ombudsloket benoemd. • Motto van het Ombudsloket: “Hulp en advies bij klachten over de gemeente. Voor álle Utrechters, jong en oud. Laagdrempelig, onafhankelijk en dichtbij”! • Op 27-07-2024 besluit de raad na een succesvol eerste jaar om over te gaan van Ombudsloket naar gemeentelijk Ombudsman per 01-01-2025. De gemeentelijke Ombudsman neemt daarmee de 2e lijns klachtenbehandeling voor Utrecht over van de Nationale Ombudsman. • De naam Ombudsloket is inmiddels breed en positief bekend en blijft daarom gehandhaafd.
Het Ombudsloket omvat de gemeentelijke Ombudsman, de plv ombudsman en het team van medewerkers (4 à 5). • Afgesproken wordt in 2025 te evalueren en tevens vooruit te blikken.
Technische sessie met de raad Naast individuele gesprekken met raadsleden en fracties was er op 20 mei 2025 een technische sessie en gesprek over: • Ons jaarverslag 2024; • Evaluatie en feedback Ombudsloket; • Benchmark en governance; • Inrichting Ombudsloket
Utrechts Ombudsloket in 2024:
Ombudsloket in 2024 (jaarverslag staat op www.utrechtsombudsloket.nl) • Honderden gesprekken met stadsgenoten • Ruim 150 meldingen • Ca. 80 wijkbezoeken • Ruim 100 terugbelgesprekken (tevredenheidsmetingen)
Het Ombudsloket in 2024:
Het Ombudsloket in 2025:
Ombudsloket eerste 4,5 maanden 2025: • 113 meldingen, waarvan 4 tweedelijns klachten • Ca. 45 wijkbezoeken • Diverse presentaties van Ombudsloket bij wijk- of stadsactiviteiten • Elke dag telefoontjes en gesprekken • Verdieping samenwerking met Stadskantoor • Reguliere overleggen en samenwerking met andere lokale ombudsmannen • Overleg met ministerie BZK over versterking decentrale ombudsfunctie
Kinderombudsfunctie binnen Ombudsloket
•
• •
•
Opbouw netwerk rondom jongeren o.a. door schoolbezoeken, gesprekken met leerlingraden, bijwonen presentaties MBO, HBO en UU, jeugdeducatiefonds, klachtencommissie Jeugd Midden Nederland; Verkenning thuiszittersproblematiek, contact met alle actoren zoals ouders, leerplichtambtenaar, buurtteams en Lokalis, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, onderwijsinspectie, ombudsmannen Reguliere bijeenkomsten en overleg met armoedecoalitie werkgroep jeugd, beleidsmedewerkers jeugd gemeente, wijksafari PO-scholen, voorlichtingsrondes, intensieve contacten met Kinderombudsman Rotterdam en Den Haag en delen bevindingen; Toekomstige onderwerpen die zeker onze aandacht krijgen: jongerenparticipatie, kinderrechtentoets, samenwerking met kinderrechtencollectief en democratieprogramma
Meerwaarde Utrechts Ombudsloket
Laagdrempelig en dichtbij 1. Behandeling van meldingen • Wij werken oplossingsgericht en verbindend 2.
Lerende organisatie • Wij geven in onze contacten met de gemeente elke dag feedback! • Wij vragen en ontvangen van inwoners en gesprekspartners feedback
3.
Reguliere contactmomenten met gemeente en anderen • Daardoor bekend met lokaal beleid en nabij beleidsmakers en uitvoering • Daardoor kunnen we breed en proactief kennis en ervaringen delen
We geven invulling aan de signaleringsfunctie naar gemeenteraad We dragen bij aan herstel van vertrouwen in gemeente Leerpunten op grond van ontvangen feedback: We kunnen onze ombudsfunctie nog versterken door het extra profileren van de kinderombudsfunctie in deze kinderrechtenstad door onze signaleringsfunctie vaker en zichtbaarder in te zetten en door de positie van ombudsman in Utrecht te vergroten
Wat horen we terug van inwoners?
Enkele citaten uit de praktijk “Door de acties van het Utrechts Ombudsloket is er beweging gekomen. De betrokkenheid en onafhankelijkheid van het Utrechts Ombudsloket is heel fijn; daar kan ik op vertrouwen.”, Utrechtse die problemen heeft met huurwoning “Ik vond het gesprek vanochtend heel zinvol en voor mij een mooie afronding. Ik heb echt gemerkt dat jullie mij proberen te begrijpen.” Inwoner Utrecht. 'We komen het Ombudsloket door heel de stad tegen’. Medewerker Woonin. ‘Fijn dat jullie zo snel reageren op mijn mailtje’. Inwoner Utrecht
Benchmark decentrale ombudsfuncties
(sheet 1 van 4)
Vergelijking We hebben m.b.t. inrichting, governance, verordening en budgetten een vergelijking gemaakt met gemeente Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Groningen en Nijmegen; dit zijn vergelijkbare gemeenten met Utrecht ivm omvang (100.000+) en de aanwezigheid van proactief opererende gemeentelijke ombudsmannen. We hebben deze keuze in de benchmark gemaakt om daarin aan te sluiten bij de uitgangspunten en wens van de raad, nl. een toegankelijke proactieve en oplossingsgerichte ombudsman voor de inwoners van Utrecht. Een ombudsfunctionaris 2e lijnsklachtbehandeling op afroep voldoet daar niet aan. Deze varianten zijn dus ook niet in de benchmark meegenomen.
Gemeente
Aantal FTE +/-
Budget +/-
Ombudsman Plv ombudsman
Kinderombudsfu nctie in verordening
25,00
2,5 miljoen
Fulltime
Fulltime
Nee
20,53
3 miljoen
Fulltime
Fulltime
Ja
6,20
1,1 miljoen > 2,1 miljoen
Fulltime
Fulltime
Ja (in rechtspositieregeli ng)
3,5
400.000
Parttime
Parttime (vacant)
nee
4
518.000
Fulltime
Slapend staflid
ja
Nieuw per 1-1-25 1,9
280.000 Startjaar
Fulltime
Slapend staflid
Ja
Metropool Amsterdam
Ombudsman RotterdamRijnmond
Ombudsman Den Haag
Ombudsman Utrecht
Ombudsman Groningen
Ombudsman Nijmegen
Benchmark ombudsman 100.000+ gemeenten
(sheet 3 van 4)
Wat zien we aan varianten? - De G3 hebben 15 tot 25 FTE; fulltime ombudsman en plaatsvervanger. Plaatsvervangers hebben portefeuille jeugd en noemen zich kinderombudsman. - Groningen en Nijmegen: fulltime ombudsman en ”slapende” plaatsvervanger (staflid). - Ombudscommissies (Den Bosch, Eindhoven, Breda) zijn anders georganiseerd - De ombudsman is fulltime of parttime, de plaatsvervangend ombudsman is actief in functie of op afroep beschikbaar (extern of staflid) En wat zien we in de verordeningen? - In Amsterdam en Utrecht wordt de kinderombudsfunctie niet genoemd in de verordening. In Amsterdam wel in de toelichting. Groningen is bezig met aanpassing van de (niet meer toepasselijke) verordening. - In R’dam en Nijmegen staat in de verordening dat de ombudsman 'tevens optreedt als gemeentelijk kinderombudsman'. - In Den Haag wordt de kinderombudsfunctie niet genoemd in de verordening, wel in de rechtspositieregeling (jeugdombudsman).
Benchmark decentrale ombudsfuncties
(sheet 4 van 4)
Voorstel inrichting Utrechts Ombudsloket: - Een parttime ombudsman tevens verantwoordelijk voor de kinderombudsfunctie. De ombudsman is daarmee dus tevens kinderombudsman. Dit maakt gelet op de kleinschalige omvang van het loket de flexibiliteit groter om de kennis, ervaring en tijd doelgroepgericht in te zetten. Daarnaast zijn zowel de vertegenwoordigers als de organisaties rondom jongeren vaak integraal actief en betrokken bij zowel kinderen als volwassenen. - De vacature van kinderombudsman is mede om die reden na 1 februari 2025 niet ingevuld, de vrijgevallen middelen zijn aangewend voor een tijdelijke urenuitbreiding van 2 stafleden en er is ingezet op het versterken van de kinderombudsfunctie o.a. via een actief netwerk met lokale kinderombudsfunctionarissen. - De plaatsvervangende ombudsman is een wettelijke verplichting waarmee ook continuïteit zeker gesteld wordt. Wij stellen voor om deze functie te beleggen binnen de staf, waar de teamleider op dit moment ook al de sparringpartner van de ombudsman is. Dit model zien we o.a. in Groningen en Nijmegen naar tevredenheid gepraktiseerd.
Benodigde middelen
De door het Rijk beschikbaar gestelde POK gelden lopen tot en met 2027. Vanaf dan zijn structurele middelen binnen de gemeentebegroting nodig. In 2023 is gekozen voor een goede startpositie binnen de beperkte middelen. De groei van de stad, de bezuinigingen in m.n. het sociaal domein en de groeiende bekendheid van de gemeentelijke ombudsman onder inwoners en bedrijven maken een voortzetting van het Ombudsloket als pro actieve ombudsfunctie evident noodzakelijk en gewenst; waarbij tevens uitbreiding van de staf aan de orde zal zijn gelet op de groei van het aantal (tweedelijns) klachten, de vereiste kwaliteit en de noodzakelijke continuïteit. De kwetsbaarheid bij uitval wegens ziekte binnen een klein team is een punt van zorg en aandacht. Utrecht en zijn inwoners verdienen een lokale ombudsman!
Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Dossiernummer
4895
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
25 september 2025
Agendapunt
3.3
Titel
Raadsvoorstel Aanpassing Mandaatregeling
ID
5123
Behandelend ambtenaar Telefoon E-mail Datum collegebesluit Geocodering Thema Portefeuillehouder
DB van de Raad
Beleidsveld
Bestuurlijke zaken
Referendabel
Nee
Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst)
Jelmer Lok/Cie Veiligheid, Bestuur en Financiën
Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Veiligheid, Bestuur en
25 september 2025
Financiën Voorgesteld besluit
Voorstel aan de gemeenteraad
Aanpassing Mandaatregeling Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Bestuurlijke Zaken Raadsorganen Dagelijks bestuur 32004005 20 november 2025 Nee (artikel 1:2 lid 2 onder o Verordening raadgevend referendum) Nee
Het dagelijks bestuur van de raad stelt de raad voor te besluiten: 1. De Mandaatregeling gemeenteraad en burgemeester gemeente Utrecht vast te stellen; 2. De burgemeester toestemming te geven om de ondertekening van raadstukken op te dragen aan de griffier;
Het dagelijks bestuur van de raad, De griffier Miguel Israel
De voorzitter Pepijn Zwanenberg
Samenvatting De Mandaatregeling gemeenteraad en burgemeester gemeente Utrecht wordt periodiek geactualiseerd in verband met nieuwe juridische ontwikkelingen of gewijzigde inzichten over de uitvoering van bevoegdheden. De inwerkingtreding van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer per 1 januari 2026 is een belangrijke aanleiding om de Mandaatregeling aan te passen. De Wmebv verleent iedereen het recht om officiële berichten elektronisch in te dienen bij de bestuursorganen. Elk bestuursorgaan moet voor de verschillende soorten berichten de elektronische kanalen specificeren die gebruikt moeten worden voor het verzenden en ontvangen ervan. Dit wordt door middel van een aanwijzingsbesluit vastgelegd. Voorgesteld wordt om de bevoegdheid van de raad om elektronische kanalen aan te wijzen te mandateren aan het college, met de mogelijkheid tot het verlenen van ondermandaat aan de directeur Publiekszaken. Naast de invoering van de Wmebv zijn er enkele nieuwe inzichten over de mandatering van bepaalde bevoegdheden. Deze zijn opgenomen in de nieuwe Mandaatregeling.
Context Aanleiding De Mandaatregeling gemeenteraad en burgemeester gemeente Utrecht geeft een overzicht van alle bevoegdheden die door de raad en de burgemeester zijn gemandateerd. Deze regeling moet periodiek geactualiseerd worden in verband met nieuwe of aangepaste wetgeving en/of gewijzigde inzichten over de uitvoering van bevoegdheden. De volgende ontwikkelingen maken aanpassing van de Mandaatregeling noodzakelijk of wenselijk: a. De inwerkingtreding van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv); b. De ondertekening van raadsbesluiten door de burgemeester en de griffier; c. De bevoegdheden op grond van de Verordening op de financiële bijdrage aan fracties gemeente Utrecht (herziening fractiesubsidie, bijvoorbeeld bij splitsing); d. Opdrachtverlening aan de accountant. Om de ondertekening van raadsbesluiten (punt b) anders te organiseren is aanpassing van de Mandaatregeling noodzakelijk. Daarnaast moet de raad toestemming verlenen aan de burgemeester. Hiervoor is beslispunt 2 opgenomen dat hieronder nader wordt toegelicht. Juridische context ad a Per 1 januari 2026 treedt de Wmebv in werking. Deze wet wijzigt artikel 2:13 Algemene wet bestuursrecht (Awb).Volgens het nieuwe artikel 2:13 Awb, heeft iedereen vanaf 1 januari 2026 het recht om officiële berichten elektronisch aan een bestuursorgaan te sturen. Officiële berichten zijn o.a.
aanvragen (bijvoorbeeld voor een vergunning of uitkering), meldingen, verzoeken, bezwaarschriften en klachten. Naast het recht om berichten elektronisch te versturen blijft de mogelijkheid bestaan om per mail of per brief te communiceren. Op grond van de Wmebv moeten zowel raad, burgemeester als college voor iedere categorie ‘officieel bericht’ een of meer betrouwbare en vertrouwelijke elektronische kanalen aanwijzen die de burger mag gebruiken. Het bestuursorgaan legt dit vast in een aanwijzingsbesluit. De raad heeft de mogelijkheid om de bevoegdheid om een aanwijzingsbesluit te nemen, te mandateren aan het college. Voorgesteld wordt om van deze mogelijkheid gebruik te maken omdat dit een efficiënt proces ten goede komt. Het college krijgt daarbij tevens de mogelijkheid tot het verlenen van ondermandaat aan de directeur Publiekszaken. Een belangrijk voordeel van deze mandatering is dat er één overzichtelijk aanwijzingsbesluit komt voor alle procedures binnen de gemeente Utrecht, voor alle bestuursorganen. Dit zorgt voor een gestroomlijnd en efficiënt proces. Het mandateren van de bevoegdheid om een aanwijzingsbesluit te nemen op grond van de Wmebv moet worden opgenomen in de Mandaatregeling. Hiervoor is aan artikel 6 (publiekrechtelijke mandaten) een nieuwe bevoegdheid toegevoegd (nr. 1 nieuw). b.