Agendabundel
Tekst van het document
Uit een enquête die in 2019 is gehouden voor het uitvoeringsprogramma ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht’, blijkt dat er draagvlak is voor een milieuzone voor brom- en snorfietsen (er is toen nog niet gekeken naar een nul-emissiezone). Uit de bewonersavond die we voor deze nieuwe beleidsnota hebben georganiseerd, bleek dat er voor het invoeren van een nul-emissiezone voor brom- en snorfietsen draagvlak is. Brom- en snorfietsen zijn naar verwachting redelijk makkelijk (indien dat financieel lukt) te vervangen door andere vervoermiddelen zoals de (elektrische) fiets, omdat ze vaak gebruikt worden voor kortere afstanden. De wijze waarop we deze zone gaan handhaven werken we uit in het uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit. Dat kan bijvoorbeeld met handhavers op straat. Ook eventuele uitzonderingen en/of subsidiemogelijkheden voor het vervangen van voertuigen worden verder uitgezocht in het uitvoeringsprogramma.
van de grenzen van de nul-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s naar de gemeentegrenzen van Utrecht, vanaf 2030. Het effect van deze maatregel op de luchtkwaliteit is groot tegen relatief lage kosten, omdat het cameranetwerk dan al is uitgebreid en verplaatst vanwege de geografische uitbreiding van de milieuzone. Een deel van de ondernemers is voorbereid omdat ze rekening hebben gehouden met de nul-emissiezone vanaf 2025. Aan de geografische uitbreiding stellen we de voorwaarde dat de netcongestie problematiek in zoverre opgelost moet zijn dat er voldoende laadinfrastructuur gerealiseerd kan worden (of reeds is aangelegd). We onderzoeken nog of de bedrijventerreinen ook vanaf 2030 in de nul-emissiezone worden opgenomen. Nb. zodra de nul-emissiezone stadsbreed wordt ingevoerd, vervalt de milieuzone voor bestel- en vrachtauto’s. Er staan op dit moment 12.842 bestelauto’s geregistreerd in Utrecht, waarvan 1.996 elektrisch aangedreven zijn (15,5%). Er staan 3.603 vrachtauto’s geregistreerd in Utrecht, waarvan 506
Geregistreerde bestel- en vrachtauto’s in Utrecht
12.842 bestelauto’s
1.996
10.846
506
3.097
3.603
vrachtauto’s
6.2.5 Uitbreiding grenzen nul-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s naar heel Utrecht Vanaf 2025 geldt er een nul-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s in het huidige milieuzonegebied. In 2027 willen we de milieuzone uitbreiden naar de stadsgrenzen. Een logische volgende stap om toe te werken naar een uitstootvrije stad, is het uitbreiden
elektrisch (14%). 2.313 vrachtauto’s hebben emissieklasse 6 (64%). Met de nul-emissiezone (en uitbreiding daarvan) worden deze geweerd. Daarnaast weren we hiermee vervuilende bestel- en vrachtauto’s die van buiten Utrecht komen.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 22
6.2.6 Aanscherping milieuzone voor personenauto’s naar emissieklasse 6 voor alle brandstoffen De hierboven beschreven maatregelen zijn gericht op personenauto’s die rijden op diesel, zakelijke bestelauto’s en brom- en snorfietsen. Voor personenauto’s op benzine zijn nu geen maatregelen mogelijk, terwijl deze een groot aandeel van de rondrijdende voertuigen uitmaken. Uit het maatregelenonderzoek van RHDHV blijkt echter dat een milieuzone voor personen- en bestelauto’s met toegangseis emissieklasse 6 voor alle brandstoffen, een zeer effectieve maatregel is. De grenzen van zo’n mogelijke milieuzone worden gelijk aan de overige zones, namelijk de gemeentegrenzen van Utrecht. Deze maatregel kan een grote stap zijn richting uitstootvrij. Dit heeft echter ook grote impact op bezoekers, ondernemers en inwoners van de stad. Allereerst is het wettelijk nog niet mogelijk om in een milieuzone ook voertuigen op andere brandstoffen dan diesel te weren. Zodra het wettelijk kan, willen we deze voertuigen ook weren. Dit sluit aan bij ons leidende principe dat iedereen bijdraagt aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Vanwege de grote impact onderzoeken we dan hoe we dit kunnen invoeren zonder dat (kwetsbare) doelgroepen onevenredig geraakt worden. Op dit moment zijn er 72.781 personenauto’s (diesel, benzine) geregistreerd met emissieklasse lager dan 6.
Dit is 52,5% van alle personenauto’s in de stad.
6.2.7 Mogelijke stimuleringsmaatregelen De dekking voor luchtkwaliteitsmaatregelen is beperkt. In scenario 2 ligt de nadruk op regulerende maatregelen, omdat deze het beste voldoen aan de criteria die we aan maatregelen stellen. We willen echter ook maatregelen nemen waarmee we bewoners, bezoekers en ondernemers stimuleren en faciliteren om mee te helpen de luchtkwaliteit te verbeteren. In het uitvoeringsprogramma werken we deze maatregelen verder uit. Qua maatregelen valt te denken aan: bij de uitbreiding van de milieuzone komt een sloopsubsidie; een sloopsubsidie of inruilregeling voor brom- en snorfietsen; een sloopsubsidie bij aanscherping van de milieuzone voor personenauto’s; (extra) ontheffingen voor bepaalde voertuigen; overgangsregelingen voor bepaalde voertuigen (zoals bij de nul-emissiezone die op 2025 ingaat).
De subsidiebedragen en ontheffing(en) kunnen we - bijvoorbeeld laten variëren afhankelijk van de inkomensklasse van aanvragers en de leeftijd van voertuigen. Het aantal subsidies dat we kunnen verstrekken hangt af van de keuzes die we hierin maken: hoe hoger de subsidiebedragen en hoe meer mensen ervoor in aanmerking komen, hoe minder aanvragen toegekend kunnen worden. We hebben budget gereserveerd voor de sloopregeling bij uitbreiding van de milieuzone, waarvan eventueel een deel kan worden ingezet voor aanvullende stimuleringsregelingen. We gaan actief op zoek naar aanvullende financiering vanuit andere partijen, waarbij we bijvoorbeeld denken aan de Specifieke Uitkering in het kader van het Schone Lucht Akkoord, waaruit we de afgelopen jaren al veel aanvullende financiering hebben gekregen. De regeling is in ieder geval in 2025 nog van kracht. Hiermee kunnen we eigen middelen vrijspelen, die vervolgens weer voor andere maatregelen ingezet kunnen worden. Tenslotte, een stimuleringsmaatregel uit ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht’ is het aanbieden van gratis ‘slimme’ bandenpompen, bij de afvalscheidingsstations. De pompen worden veel gebruikt. We verlengen de lease en onderzoeken of we extra pompen kunnen plaatsen. Een goede bandenspanning zorgt (onder andere) voor minder fijnstof door slijtage: een van de weinige maatregelen die we op dit gebied kunnen nemen.
Daarnaast draagt een goede bandenspanning ook bij aan zuiniger rijden door minder brandstofverbruik. Dit leidt tot minder uitstoot van uitlaatgassen en financieel voordeel voor de automobilist.
6.2.8 Toekomstbeeld De meest effectieve maatregel om de luchtkwaliteit te verbeteren is het invoeren van een nul-emissiezone voor personenauto’s. Deze maatregel levert ook een grote bijdrage aan de klimaatopgave. Dit is wettelijk (nog) niet mogelijk. Daarom kunnen we dit nu niet als maatregel opnemen voor komende jaren. We zien dit vanwege de effectiviteit wel als een interessante toekomstige maatregel om de transitie naar een uitstootvrije stad te versnellen. Daarvoor is verder onderzoek nodig. Deze maatregel heeft een grote impact op het mobiliteitssysteem van de stad en de mate waarin dat systeem voor iedereen gelijkwaardig en toegankelijk is. Inwoners kunnen niet meer met de auto binnen de zone komen, tenzij dit met een emissievrije auto is. Met name vanwege het momenteel nog relatief lage aandeel emissievrije auto’s en de hoge aanschafkosten van elektrische auto’s voor particulieren is dit een probleem. Dit is terug te zien in het draagvlak voor een nul-emissiezone. Inwoners zijn
bezorgd over de betaalbaarheid van elektrische auto’s en sommige inwoners hebben weinig vertrouwen in de techniek (inclusief laadinfrastructuur) en/of voelen niet de urgentie of het belang om elektrisch te gaan rijden. Een nul-emissiezone wordt als oneerlijk ervaren gezien de momenteel hoge prijzen van emissievrije auto’s waardoor een nul-emissiezone vooral mensen die minder te besteden hebben raakt. Een andere maatregel waarmee we kunnen toewerken naar een emissieloze stad, is een autoluwe binnenstad (met een onderscheid naar inwoners en bezoekers, indien mogelijk). Deze maatregel heeft grote impact op het mobiliteitssysteem en hier is verder onderzoek voor nodig. Net als een nul-emissiezone voor personenauto’s zien we het wel als toekomstbeeld.
6.3 Mobiele werktuigen en emissieloos bouwen Met mobiele werktuigen bedoelen we o.a. werktuigen die worden ingezet voor bouw- en constructieprojecten bij evenementen en standplaatsen (aggregaten), werkzaamheden aan kabels en leidingen en bij groenonderhoud. Voorbeelden zijn shovels, kranen en graafmachines, pompen, aggregaten en specialistische werktuigen. Als deze werktuigen brandstof gebruiken, dan veroorzaken ze luchtvervuiling. Mobiele werktuigen zijn gebonden aan Europese emissienormen (uitgedrukt in ‘Fasen’). Hoe hoger de fasenorm, hoe minder vervuilende stoffen het werktuig uitstoot. Mobiele werktuigen zijn na wegverkeer de grootste bron van stikstofoxiden binnen Utrecht.
6.3.1 Wat doen we al? Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) en uitvoeringsprogramma SEB In 2023 hebben we het landelijke Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (mede) ondertekend, waarmee we de intentie hebben uitgesproken om in te zetten op, en mee te helpen aan, het realiseren van een schonere bouwsector. Het convenant bevat een gezamenlijke en jaarlijks oplopende inspanningsverplichting om toe te werken naar een grotendeels uitstootvrije bouwsector (op het gebied van materieel) in 2030. Als uitwerking van het convenant en passend bij het nu voorliggende luchtkwaliteitsbeleid stellen we een uitvoeringsprogramma Emissieloos Bouwen op. Het convenant stelt als doel om in 2030 in zo’n 90% van gemeentelijke opdrachten, 95% uitstootvrije werk- en voertuigen toe te passen. Met het op te stellen Utrechtse uitvoeringsprogramma Emissieloos Bouwen sluiten we
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 23
hierop aan. Met de partners in het convenant zijn afspraken gemaakt over het verduurzamen van de inzet van mobiele werktuigen en bouwvoertuigen in de eigen bouw-, onderhouds- en sloopprojecten. Op dit moment sturen we vooral via eisen en gunningscriteria in onze eigen aanbestedingen op de inzet van uitstootvrij bouwmaterieel en het vervangen van het gemeentelijk materieel. Daar hebben we directe invloed op. Tot 2030 kunnen daar mogelijke meerkosten bij optreden. Hiervoor wordt de landelijke SPUK (SPecifieke UitKering) Schoon en Emissieloos Bouwen vanuit het Rijk ingezet, die deze meerkosten (grotendeels) dekt. In paragraaf 6.7 gaan we uitgebreider in op het aanbestedingsbeleid. Daarnaast zijn er projecten waarbij de gemeente niet de opdrachtgever is. De sturings mogelijkheden zijn hier minder direct. We beïnvloeden deze projecten indirect door bijvoorbeeld een richtinggevend kader voor aanvragers van omgevingsvergunningen op te stellen. Faciliteren Als we sturen op meer emissieloos bouwen vraagt dat ook dat we dit goed faciliteren. De overstap naar (veelal) elektrisch aangedreven machines vraagt om goede laadoplossingen voor de bouw.
We werken samen met de G4 binnen de NAL (Nationale Aanpak Laadinfrastructuur) om kennis op te bouwen en expertise te delen en om meer laad-/aansluitpunten in de stad mogelijk te maken voor bouw, transport en andere activiteiten (evenementen en groenonderhoud). Voor bouwlogistiek is een apart uitvoeringsprogramma opgesteld in 2023, dat stuurt op minder transportbewegingen. Dit kan door gebruik van bouwhubs, meer vervoer over water, slimme inzet van vervoer door aannemers en distributeurs, of door meer prefab te bouwen. Verbod op de inzet van Fase IIIb mobiele (bouw)werktuigen In het uitvoeringsprogramma ‘Utrecht kiest voor Gezonde Lucht’ is besloten een verbod op de inzet van mobiele (bouw)werktuigen tot en met Fase IIIb in te stellen. We doen nader onderzoek naar de economische en maatschappelijke effecten voor verschillende sectoren, ter voorbereiding op de uitwerking van het verbod in het omgevingsplan (naar verwachting in 2025 gerealiseerd). Zodra de regels en reikwijdte hiervoor zijn vastgelegd, kunnen BLVC-plannen hieraan getoetst worden.
6.3.2 Aanvullende maatregelen Algemeen geldt dat we als doel stellen in 2030 een grotendeels uitstootvrije bouw te hebben, waarbij we inzetten op zoveel mogelijk emissiereductie vanuit de bouwsector. Maatregelen gericht op mobiele werktuigen en bouwplaatsen hebben vooral effect op de uitstoot van stikstofoxiden, maar lokaal op de werkplaats en voor omwonenden ook op de fijnstofuitstoot. Dit gaat om de fijnstofuitstoot uit de uitlaat, maar vooral ook door verstuiving op de bouwplaats. Uit de onderzochte maatregelen blijkt dat fijnstofuitstoot vooral effectief tegen te gaan is door het verminderen van stofemissies door verstuivingen op de bouwplaats. Dit kan zorgen voor een afname van de PM10-concentratie met circa 6 procent van de concentraties die in de gemeente worden veroorzaakt. We willen hier strenger op gaan
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 24
handhaven. Dit is één van de meest effectieve maatregelen voor het verminderen van fijnstof. Met het nemen van deze maatregel voldoen we daarom aan het leidende principe dat we de meest effectieve maatregelen willen treffen. Voor visueel waarneembare stofverspreiding stelt artikel 7.19 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) eisen aan het beperken ervan door maatregelen te nemen. Goede stofafzuiging bij de bron, afdekking of zorgvuldig sproeien zijn voorbeelden van maatregelen. Een voordeel is dat het geen innovatieve of high-tech oplossingen vraagt vanuit de bouwsector. Over fijnstof stelt het Bbl geen eisen. Waar geen visueel waarneembaar stof is, is momenteel geen wettelijke grondslag op het handhaven ervan. Fijnstofemissies vanwege het gebruik van mobiele werktuigen op fossiele brandstoffen (uitlaatemissies) dalen zodra overgestapt wordt op elektrische werktuigen. Een vervolgstap op de huidige maatregelen is om ook in projecten anders dan gemeentelijke projecten eisen te stellen aan de werktuigen. Daarvoor gaan we extra onderzoek doen naar de volgende maatregelen: De eisen uit het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) opnemen in anterieure overeenkomsten (mits deze strenger zijn dan de nu opgenomen eisen). Dit is een uitbreiding van de eisen die we stellen bij gemeentelijke projecten.
In het moederbestek van de gemeente is reeds de eis om met minimaal Fase IV werktuigen te werken opgenomen. De eisen die voortvloeien uit het convenant opnemen in prestatieafspraken met woningcorporaties. Hieraan verbinden we de voorwaarde dat dit geen vertraging mag opleveren voor de realisatie van sociale huurwoningen. Als dit niet (op korte termijn) mogelijk blijkt, dan proberen we dit in 2026 eerst uit in de vorm van een pilot in Overvecht. Striktere eisen invoeren aan bouwtransport (gericht op ritreductie), via bijvoorbeeld voorgeschreven transportroutes, gebruik van bouwhubs en dergelijke. Deze maatregel heeft als voordeel dat er minder vervoersbewegingen plaats vinden, maar beperkt mogelijk ook ondernemers in hun bouwopgave. Vanuit het komende uitvoeringsprogramma Emissieloos Bouwen willen we ritreductie stimuleren, met als eerste stap en doel 10% minder ritten. Dat zijn 230.000 bewegingen minder per jaar. In 2026 evalueren we of de inspanningen voldoende zijn om dat doel te behalen. Zo niet, dan willen we daarna inzetten op een aanpak via andere wegen (publiek- of privaatrechtelijk). Met het convenant en deze aanvullende maatregelen werken we aan het verschonen van de bouw. We starten met het aanpakken
van onze eigen projecten met het Convenant SEB en onderzoeken of we ook projecten van derden kunnen aanpakken. Hiermee voldoen we aan onze leidende principes dat we stapsgewijs maatregelen willen treffen en dat iedereen een bijdrage moet leveren. Ook ligt de focus met deze maatregelen meer op het reguleren, conform ons tweede leidende principe. De bovengenoemde (aanvullende) maatregelen worden nader uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma Emissieloos Bouwen.
6.4 Houtstook: binnen (houtkachel, open haard, pelletkachel) en buiten (sfeervuur, vuurkorven) Houtstook is één van de weinige bronnen waar de afgelopen jaren niet of nauwelijks daling van de uitstoot optreedt. De emissiecijfers van het RIVM laten zien dat het aandeel van houtstook in de emissies van primair fijnstof (PM2,5) 23% is. Het is daarmee een grote bron van luchtverontreiniging. Zonder aanvullend beleid neemt de bijdrage van houtstook van particuliere huishoudens toe. Het gebruik van hout als brandstof is niet duurzaam: de in hout opgeslagen CO2 komt (versneld) weer vrij in de lucht, waarbij de efficiëntie laag is: veel warmte gaat verloren. Ook komen er veel schadelijke stoffen vrij. Houtstook heeft een negatief gezondheids effect voor iedereen op de lange termijn, ook voor gezonde mensen. Utrechters met luchtwegklachten kunnen door houtstook ook direct gezondheidsklachten krijgen en zijn hierdoor beperkt in
hun bewegingsvrijheid op dagen dat er gestookt wordt. Dat is te zien aan de toename aan medicijngebruik op die dagen (bron: Samenwerking houtrookonderzoek RIVM TNO GGD Amsterdam UU).
6.4.1 Wat doen we al? We hebben op dit moment weinig mogelijkheden om te sturen op minder houtstook. We voeren een campagne waarmee we mensen bewust maken van de gevolgen van houtstook en we bieden subsidie voor het verwijderen van schoorstenen, kachels en open haarden. Met deze maatregelen stimuleren we inwoners om minder te stoken en, als ze wél stoken, hen te vertellen hoe dat minder vervuilend kan. De maatregelen zijn vrijblijvend van opzet en alleen gericht op binnenstook. Per 1 januari 2025 is in Utrecht het verbod om buitenhuis te stoken uitgebreid. Stoken in de open lucht is de meest vervuilende vorm van houtstook en veroorzaakt lokaal overlast en gezondheidsklachten. Sfeervuur stoken met hout (zoals vuurkorven) of koken, bakken en braden met vuur gestookt op hout is daarom vanaf 2025 niet meer toegestaan, om overlast en luchtvervuiling te beperken. Het verbod geldt zowel in de openbare ruimte als in tuinen. Het verbod geldt ook tijdens evenementen in, bijvoorbeeld, parken of op festivalterreinen. De maatregel geldt in de gehele gemeente; zo werken we aan gezonde lucht voor iedereen - ook in minder dicht bebouwde omgeving. We onderzoeken of er uitzonderingen nodig zijn voor specifieke situaties, bijvoorbeeld daar waar het maken van een houtvuur een educatieve waarde heeft zoals bij scouting.
Uit het onderzoeksrapport van RHDHV blijkt dat de houtstook buiten een bijdrage heeft van meer dan 1,5 procent aan de totale
Aanvullende maatregelen houtstook Uitbreiden campagne, met focus op niet meer stoken
Geen rookkanalen in nieuwbouw Utrecht houtstookvrij
2025
2030
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 25
PM2,5-concentratie in Utrecht. Dit is een kleiner effect op de Utrechtse luchtkwaliteit dan de binnenstook. Omdat buitenstook veelal op leefniveau plaatsvindt is er vaak sprake van directe blootstelling. De lokale effecten op de gezondheid en de afname van overlast zijn naar verwachting dan ook groter dan de geringe procentuele daling van de PM2,5-concentratie doet vermoeden. Het verbod levert zo een aanzienlijke bijdrage aan gezondheidswinst, groter dan met de huidige houtstookcampagne en subsidieregeling wordt bereikt. Het is een eerste kennismaking met een verbod en een eerste stap richting een houtstookvrije toekomst.
6.4.2 Aanvullende maatregelen We zetten allereerst een stip op de horizon: houtstook in een verdichte stedelijke omgeving als Utrecht past niet meer. We nemen maatregelen die stapsgewijs strenger worden en op termijn voor steeds minder uitstoot zorgen. Dit past bij onze leidende principes
dat we de meest vervuilende bronnen willen aanpakken en dat we dit stapsgewijs willen doen. De vrijblijvende weg van de informatiecampagne breiden we uit en we werken tegelijkertijd geleidelijk toe naar een houtstookvrij Utrecht. In dit licht nemen we de volgende maatregelen. Uitbreiding campagne, met focus op niet meer stoken; Geen rookkanalen in nieuwbouw; Utrecht houtstookvrij.
6.4.3 Uitbreiding campagne Focus op niet meer stoken In lijn met de landelijke campagne die het Rijk ontwikkelt geven we niet langer stooktips, maar verleggen we de focus naar niet meer stoken, bijvoorbeeld met houtstookloze dagen. Daarbij zetten we extra in op het vergroten van de bewustwording. Uit het participatietraject is gebleken dat inwoners bereid zijn hun gedrag aan te passen en minder, of helemaal niet meer, te stoken als ze weten wat de schadelijke gevolgen zijn van houtstook en weten dat hun buren er last van hebben. Niet stoken bij windstil weer We willen de overlast door houtstook tot een minimum beperken. Het Stookalert en de Stookwijzer zijn hierbij hulpmiddelen: Stookalert: het RIVM geeft een Stookalert af als de weersverwachting ongunstig is, of wanneer er een smogwaarschuwing of -alarm is uitgegaan. Op dat moment wordt stoken sterk ontraden. Stookwijzer: geeft met kleurcodes (oranje en rood) aan of het vuur beter uit kan blijven vanwege de weersomstandigheden. Het is mogelijk om een stookverbod te koppelen aan het Stookalert of aan de codes van de Stookwijzer. Handhaving op dit verbod kost veel geld en is complex: de adviezen kunnen per uur en per (nabijgelegen) postcode wisselen. Bovendien kunnen inspecteurs niet onmiddellijk ter plekke zijn om eventuele overtredingen te constateren.
Een voorstel tot herziening van de criteria van de Stookwijzer is op 27 juni 2024 aangeboden aan de voorzitter van de Tweede Kamer. Hoewel deze herziening de bruikbaarheid van de Stookwijzer in de communicatie verbetert, kan dit de praktische bezwaren bij handhaving op basis van dit instrument niet geheel wegnemen. We kiezen daarom liever voor het inzetten op een algeheel houtstookverbod in de toekomst. We blijven in onze communicatie wel benadrukken om zeker niet te stoken bij een Stookalert en de Stookwijzer te bekijken.
6.4.4 Geen rookkanalen in nieuwbouw We willen voorkomen dat er nieuwe kachels en open haarden bij komen. Ook blijkt dat in nieuwbouwwijken bewoners van energiezuinige woningen, met ventilatiesystemen die buitenlucht naar binnen voeren, overlast ervaren als houtrook door de inlaat wordt aangezogen. We willen voorkomen dat er nieuwe overlastsituaties ontstaan én we willen voorkomen dat de uitstoot door houtstook toeneemt. Dat doen we door in nieuwe bouwprojecten in opdracht van de gemeente alleen woningen te realiseren zonder rookkanaal. Bij woningbouwprojecten door externe partijen wordt het realiseren van houtkachels en rookkanalen sterk ontraden. Daarnaast gaan we mensen ontraden om in bestaande woningen nieuwe kachels te plaatsen/aan te schaffen. Dit alles ook met het zicht op een gebruiksbeperking van houtkachels in de toekomst (zie volgende paragraaf).
6.4.5 Utrecht houtstookvrij We werken toe naar een volledig houtstookvrij Utrecht vanaf 2030. Het RIVM geeft aan dat verminderen van houtstookemissies door aanvullende maatregelen het meest effectief zijn om de WHO-advieswaarden uit 2021 te behalen (Gevolgen van de voorgestelde Europese luchtkwaliteitsrichtlijn voor Nederland RIVM-briefrapport 2023-0167). Ook blijkt uit het onderzoeksrapport van RHDHV dat een houtstookverbod binnenshuis zeer effectief is en van alle maatregelen die zijn doorgerekend voor houtstook ook het meeste gezondheidseffect heeft. Een volledig verbod op houtstook zorgt in 2030 voor een afname van 7 procent van de bijdrage aan de PM2,5-concentratie van alle bronnen binnen de gemeente en het zorgt voor een gezondheidswinst van meer dan 2.000 jaar, opgeteld voor alle inwoners van Utrecht. Dit vertaalt zich ook naar een afname van de lokale overlast, en daarmee een hogere kwaliteit van leven. Het gezondheidseffect is het grootst bij inwoners met luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten. Houtstook is de grootste bron van fijnstof binnen Utrecht. Daarom kiezen we ervoor om houtstook te verbieden waarbij we ons eerst richten op informeren, daarna op afraden en per 2030 op verbieden. We werken zo via een vrijwillige stookstop toe naar een verbod op middellange termijn. Definitief houtstookvrij wordt vanaf 2030 ingevoerd.
Dit schept duidelijkheid voor onze inwoners en voorkomt dat ze investeren in nieuwe houtkachels. We willen de luchtkwaliteit in Utrecht zo snel mogelijk verbeteren. We verkiezen een algeheel verbod op houtstook boven een deelverbod omdat dit duidelijker is voor inwoners en voor handhaving en het voor de luchtkwaliteit het grootste effect heeft.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 26
In het uitvoeringsprogramma werken we het houtstookverbod en de mogelijkheden tot toezicht en handhaven erop verder uit. We onderzoeken dan ook of er uitzonderingen nodig zijn, bijvoorbeeld als de kachel of open haard als primaire warmtebron gebruikt wordt en er geen goede alternatieven zijn.
6.5 Roken Onder roken verstaan we het verbranden of gebruiken van tabak en andere nicotineproducten waaronder vapes en waterpijp, en het in- en uitademen van de daardoor veroorzaakte dampen (uitstoot). Roken zorgt ook voor de uitstoot van fijnstof naar de lucht. De bron ‘consumenten’, waar roken, vuurwerk en houtstook onder vallen, is de grootste bron van fijnstof in Utrecht. In 2020 werd door roken evenveel fijnstof (PM2,5) uitgestoten als alle uitstoot door banden slijtage van voertuigen in Utrecht (bron: Emissieregistratie).
6.5.1 Wat doen we al? Ons anti-rookbeleid, zoals opgenomen in de beleidsnota Samen gezondheidsverschillen verkleinen richt zich primair op de jeugd en diens directe omgeving (thema gezonde leefgewoonten). De ambitie is om in 2035 een rookvrije generatie te hebben in Utrecht: we willen zorgen dat in 2035 geen enkel kind in onze stad rookt, begint met roken of in aanraking komt met (sigaretten)rook. In een nog te ontwikkelen uitvoeringsprogramma Verslavingspreventie 2025 – 2027 beschrijven we de stappen die we gaan zetten. Dit uitvoeringsprogramma is geen onderdeel van het nu voorliggende luchtkwaliteitsbeleid.
rookverbod in de stad een effectieve maatregel is om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit achten wij niet reëel. Het invoeren van rookvrije terrassen levert een minder grote bijdrage aan de vermindering van luchtverontreiniging, maar levert wel lokaal gezondheidsvoordeel op én heeft draagvlak, blijkt uit de enquête en straatgesprekken tijdens ons participatietraject. Aan het rookvrij maken van terrassen wordt gewerkt door de gemeente, als onderdeel van de Roadmap Rookvrij. We kiezen daarbij voor een positieve en praktische benadering waarbij we de horecaondernemers die ervoor willen gaan, stimuleren en ondersteunen om concrete maatregelen te nemen om roken op hun terrassen te ontmoedigen. De uitkomsten uit ons onderzoek leveren waardevolle input voor dat traject. We nemen geen aanvullende maatregelen voor roken op in deze beleidsnota.
6.6 Vuurwerk Bij het afsteken van vuurwerk komen verschillende stoffen vrij, zoals fijnstof, zwaveldioxide en zware metalen. Het fijnstof dat vrijkomt bij het afsteken van vuurwerk is voornamelijk PM2,5. Hoewel het grootschalig afsteken van vuurwerk door burgers maar één keer per jaar plaatsvindt, is de uitstoot rond de jaarwisseling zo hoog dat deze een significante bijdrage levert aan de jaargemiddelde concentratie. Ook neemt het relatieve aandeel aan fijnstofemissies toe. Dit komt omdat de hoeveelheid afgestoken consumentenvuurwerk sinds 1990 is toegenomen, terwijl de fijnstofemissies van belangrijke bronnen als verkeer en industrie zijn afgenomen.
6.6.1 Wat doen we al?
Bij speelplekken (beheerd en onbeheerd), sportlocaties, musea en bushokjes hebben we rookvrije zones ingesteld, vooral gericht op het beschermen van kinderen. De gemeente kan hier niet op handhaven, maar er gaat wel een (collectief) sturende werking van uit en ze zijn effectief. Utrecht Science Park is ook een rookvrije zone. De aanpak is beschreven in de Roadmap Rookvrij in 2024.
In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zijn voor de jaarwisseling 2022 – 2023 en 2023 – 2024 150 vuurwerkvrije zones aangewezen. Buiten deze zones was er ruimte om vuurwerk af te steken. Daardoor was het positieve effect van de zones op de luchtkwaliteit beperkt.
6.5.2 Aanvullende maatregelen
Het burgerberaad heeft geadviseerd om tijdens de jaarwisseling (vanaf 2024-2025) een vuurwerkverbod in te voeren. Hiermee heeft het burgerberaad aangegeven dat Utrecht voor mag lopen op een landelijk vuurwerkverbod. Er wordt ingezet op andersoortige
Voor de verbetering van de luchtkwaliteit en de gezondheid is een uitbreiding van het huidige anti-rookbeleid effectief. Uit het onderzoek van RHDHV is echter gebleken dat alleen een algeheel
6.6.2 Aanvullende maatregelen
evenementen tijdens de jaarwisseling. De effectiviteit zal groter zijn als er een landelijk verbod komt, waarbij ook de verkoop van vuurwerk stopt. Voor vuurwerk buiten de jaarwisseling om, bijvoorbeeld tijdens evenementen, is de provincie de vergunningverlener (bevoegd gezag). We voeren lobby om, naast het vuurwerkverbod tijdens de jaarwisseling, ook evenementen in de stad vuurwerkvrij te maken.
6.7 Eigen organisatie 6.7.1 Wat doen we al? Voor alle genoemde bronnen in dit hoofdstuk willen we als gemeente het goede voorbeeld geven, zoals we bij eigen aanbestedingen en via ons inkoopbeleid al voor een deel doen. Daarin heeft de gemeente een aanzienlijke inkoopkracht, met alleen al voor projecten in de openbare ruimte en vastgoed omstreeks 205 miljoen euro per jaar aan uitgaven. Bij aanbestedingen voor ons eigen voer- en werktuigenpark en aan onze leveranciers van goederen en diensten (denk aan kantoorartikelen, maar bijvoorbeeld ook aan onderhoud en beheer van groen en bestrating, en afvalinzameling) stellen we al de eis dat voertuigen en machines zo schoon mogelijk zijn en/of efficiënter worden ingezet. In ons Moederbestek staat de eis om minimaal Fase IV bouwwerktuigen in te zetten. Voor vervoermiddelen in eigen bezit geldt (sinds 2011) de voorwaarde ‘elektrisch, tenzij het écht niet anders kan’, waarbij een keuze voor niet-elektrisch grondig onderbouwd moet worden. De eisen verhogen we richting 2030 geleidelijk naar (vrijwel) emissievrij. We doen dat stapsgewijs, omdat op dit moment nog niet alle werk- en voertuigen emissieloos beschikbaar zijn. In 2024 is vanuit een Specifieke Uitkering van het Rijk 0,5 miljoen euro ontvangen als bijdrage voor het verder elektrificeren van ons wagenpark.
De ambitie is om voor het eigen voer-, vaar- en werktuigenpark in 2030 zo’n 95% emissieloos te kunnen werken. Hierover verstuurden we in december 2023 een raadsbrief. Daarnaast dagen we opdrachtnemers bij inkopen uit om met minder kilometers het transport uit te voeren.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 27
Sturen op inzet van uitstootvrij bouwmaterieel gaat via een mix van inkoopeisen en gunningscriterium. Voor licht materieel geldt vanaf medio 2024 de inkoopeis dat al het materieel <19 kW (motorvermogen) uitstootvrij moet zijn. Voor alle zwaardere apparaten kan een aannemer punten krijgen voor de schoonst mogelijke mix van fossiel en emissieloos. Hiermee zorgen we dat alle bedrijven nog opdrachten gegund kunnen krijgen, maar ook worden uitgedaagd om zo schoon mogelijk te werken.
6.7.2 Aanvullende maatregelen Er wordt een meerjarige Routekaart Inkoop 2024 – 2030 opgesteld, die in het aankomende uitvoeringsprogramma Emissieloos Bouwen wordt opgenomen en vastgesteld. Hierdoor krijgen bouw- en infrabedrijven en transporteurs voor de lange termijn duidelijkheid over wanneer welk type of categorie van werk- en voertuigen aan de beurt is voor vervanging binnen de opdrachtenportefeuille van de gemeente Utrecht. In het aanbestedingsproces voor gemeentelijke bouwprojecten
(zowel vastgoed als openbare ruimte) nemen we criteria op om emissies van bouwtransport en het aantal bewegingen van bouwverkeer te verminderen. Projecten worden eerder gegund aan een partij die emissievrije voertuigen gebruikt of met veel minder voertuigbewegingen bouwt. Dit is opgenomen in het uitvoeringsplan Bouwlogistiek en wordt geborgd in het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven & Inkoop (MVOI).
6.8 Overige thema’s Binnenvaart In de Beleidsnota Stadswater (Voor iedereen een plek op het water, 2022) zijn eisen en maatregelen opgenomen om de binnenvaart en recreatievaart binnen Utrecht te verschonen. Het doel is ook hier op termijn emissieloos te worden. We hebben op verschillende locaties ca. 50 walstroompunten aangelegd. Daarnaast is, mede met behulp van een Specifieke Uitkering van het Rijk, gestart met het verder elektrificeren van onze eigen vloot. Aanvullende inzet voor het verschonen van binnenvaart doen we via lobby. Vanuit de lobbyopgave zijn we aangesloten bij het
landelijke Walstroom Collectief, dat zich inzet voor een versnelde en uniforme invoer van walstroom. De meeste walstroomlocaties voor (grotere) binnenvaart vallen onder jurisdictie van Rijkswaterstaat en hebben we als gemeente geen directe invloed op. Tenslotte wordt binnen de SLA themagroep binnenvaart gewerkt aan een convenant Binnenvaart, waarin wordt gestuurd op het invoeren van een emissielabel voor binnenvaartschepen. Via dit emissielabel kan korting gegeven worden op havengelden, om zo verschoning te stimuleren.
Industrie Utrecht kent relatief weinig industrie, maar er zijn wel grotere bedrijven, die invloed op de luchtkwaliteit hebben. Daarnaast heeft ook de (grote) industrie op landelijk niveau significante invloed op de luchtkwaliteit in Utrecht. Landelijke regels staan in het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving) en zijn onderdeel van de Omgevingswet. In de provinciale omgevingsvisie en- verordening staan nadere ambities en regels, zoals voorwaarden voor het plaatsen van biomassacentrales. Daar kunnen we via lobby invloed op uitoefenen. De uitvoering van gemeentelijke milieutaken is grotendeels ondergebracht bij de RUD Utrecht (Regionale Uitvoeringsdienst). Als kader voor de werkzaamheden van de RUD geldt de regionale UHS (Uitvoerings- en Handhavings Strategie), waar
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 28
wij zelf ook zeggenschap over hebben en meewerken aan een geactualiseerde versie. Voor de industrie die onder het bevoegd gezag van de gemeente valt, volgen we in het opdrachtgeverschap naar de RUD verder de maatregelen die zijn opgenomen in het Schone Lucht Akkoord: we zetten in op het stellen van strenge eisen (scherp vergunnen) en schrijven de Best Beschikbare Technieken (BBT) voor. Mogelijkheden tot het nemen van directe lokale maatregelen zijn beperkt, en dragen nauwelijks bij aan onze doelen.
Landbouw Binnen de gemeente Utrecht is een beperkt aantal landbouwbedrijven actief. De belangrijkste bijdrage aan de luchtvervuiling door landbouw is voornamelijk afkomstig van bedrijven rondom Utrecht. De reductie van de stikstofemissies is onderdeel van de landelijke opgave, vanuit de bescherming van Natura 2000-gebieden. Het kabinet zal (stikstof-)maatregelen treffen om de natuur, de bodem en de waterkwaliteit te verbeteren en de klimaatopgave te halen. Welke maatregelen dat zijn is nog niet bekend. Deze maatregelen hebben vaak ook invloed op de luchtkwaliteit. Ook de Nationale Omgevingsvisie is een landelijk aanpak, dat op nationaal niveau de regie neemt op de ruimtelijke ordening en zo een goede verdeling van de ruimte, maar ook op de kwaliteit van de leefomgeving wil waarborgen. Met lobby richting het Rijk en provincie zetten we in op emissiereductie vanuit de agrarische sector.
7. Lobby (doelstelling 2) Naast onze lokale maatregelen, waarmee we de luchtkwaliteit direct verbeteren, zetten we in op lobby: het beïnvloeden van overheden, stakeholders en andere partijen om landelijke en Europese regelgeving aan te passen en maatregelen te nemen die gunstig zijn voor de luchtkwaliteit in Utrecht.
7.1 Wat doen we al? Onze lobby naar het Rijk richtte zich tot nu vooral op het zo schoon mogelijk maken van mobiliteit. We willen deze lobby verbreden, omdat – naarmate het verkeer schoner wordt - andere vervuilingsbronnen in de toekomst relatief steeds belangrijker worden. Onze belangrijkste ingang loopt via het Schone Lucht Akkoord (SLA): een uitgelezen kans om luchtverontreiniging gezamenlijk aan te pakken. Het SLA is een akkoord tussen Rijk, provincies en een groot aantal gemeenten, die samen streven naar een gezondheidswinst van minimaal 50% in 2030 ten opzichte van 2016. Sinds onze ondertekening van het akkoord in 2020 nemen we deel aan verschillende pilots en thematische werkgroepen op het gebied van houtstook, mobiele werktuigen, hoog blootgestelde gebieden en binnenvaart. Op bestuurlijk niveau vertegenwoordigen we de G4 in de stuurgroep van het SLA en zitten we aan tafel met de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Daarnaast voeren we in SLA-verband op Europees niveau lobbyactiviteiten uit. Zo is in 2021 vanuit de VNG en de werkgroep Internationaal van het SLA een brief richting Europese Commissie gestuurd waarin het belang van scherp Europees beleid op het gebied van luchtkwaliteit wordt benadrukt. Dezelfde boodschap is in een position paper vastgelegd naar aanleiding van de consultatie vanuit de EC.
Naast het SLA voeren we lobby voor een landelijk vuurwerkverbod. De vrijheid om vuurwerk af te steken weegt niet langer op tegen de schade aan mens, dier en milieu. Wij roepen het Rijk op om deze boodschap, zoals meegeven door het burgerberaad, te ondersteunen. Samen met de G4 zetten wij ons in om een brede alliantie te vormen ter ondersteuning van onze lobbydoelstelling: een landelijk ondersteund vuurwerkverbod.
7.2 Wat kunnen we nog meer doen? Ambitieuzere maatregelen en acties zijn nodig op middellange (<5 jaar) en lange termijn (5 – 10 jaar). We willen via het SLA partijen buiten Utrecht bewegen maatregelen te nemen op vervuilingsbronnen waar wij geen directe invloed op hebben (zoals landbouw, binnenvaart en snelwegverkeer). Ook willen we samen met de andere stakeholders de juiste wettelijke kaders creëren, waarmee maatregelen zoals nul-emissiezones voor personenauto’s mogelijk worden gemaakt. Daartoe stellen we bijvoorbeeld een lobbydocument op, met maatregelen en acties, in nauwe samenwerking met de G4. Daarbij kan ook de impact van deze maatregelen op CO2-reductie worden berekend. Naast onze landelijke inspanningen gaan we, met de G4, ook richting de Europese Unie lobbyen voor scherpere eisen aan, en normen voor, de uitstoot van verontreinigende stoffen door bijvoorbeeld houtstook of mobiliteit. Hieronder vallen alle vormen van mobiliteit: van personenauto’s tot luchtvaart en scheepvaart. Doel is om zo de luchtkwaliteit van buiten Utrecht (nationaal en internationaal) te verbeteren.
7.3 (Inter)Nationale lobby en boodschap Een belangrijk instrument om effectief lobby in te kunnen zetten is het deelnemen aan netwerken en daar gebruik van maken. De gemeente Utrecht is op landelijk en Europees niveau aangehaakt bij verschillende netwerken die een relatie hebben met luchtkwaliteit (bijvoorbeeld Eurocities). Netwerken zijn met name bedoeld voor kennisdeling, invloed uitoefenen en financieringsmogelijkheden voor maatregelen en projecten. De algemene lobbyboodschap is het belang van schone lucht en het belang van het halen van de EU-grenswaarden en de WHO-advieswaarden. In de basis zetten we lobby in om het belang van gezonde lucht te benadrukken. Ten eerste richten we ons op gedragsverandering bij inwoners, ondernemers en bezoekers, waarbij we zelf het goede voorbeeld geven. Verder kijken we ook naar externe bronnen zoals industrie, landbouw, scheepvaart en wegverkeer. Daartoe richten wij ons tot gemeentelijke, provinciale, nationale en internationale overheden. We benadrukken bij deze bronnen en sectoren dat ook zij bijdragen aan de luchtkwaliteit in onze gemeente. In onderstaande tabel geven we een overzicht van de bronnen waarvoor we potentie zien om lobby te voeren.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 29
Overzicht met bronnen voor lobby Bron
Algehele boodschap
Doel
Stakeholders
Algemeen
Belang van gezonde lucht. Belang van halen EU- grenswaarden (2030) en streven naar WHO-advieswaarden (2021).
Inzetten op NSL 2.0 als wettelijke basis voor gezamenlijke actie.
G4, VNG, Rijk, EU, Eurocities
Wegverkeer
Inzet op landelijke regelingen om verschoning wegverkeer te versnellen; Stapsgewijze transitie naar volledig emissieloos vervoer.
Inzet op landelijke regelingen om verschoning wegverkeer te versnellen; Minder transportbewegingen door bijv. deelvervoer of beter OV; Verlaging snelheid op rijkswegen rond steden.
EU, Eurocities, Rijk, regio, Provincies en stakeholders (branche)
Mobiele werktuigen
Transitie naar een emissieloze bouwsector (beginnende bij materieel).
Inzet op landelijke regelingen om verschoning (verduurzaming) te versnellen; Tarieven SEB-subsidie ophogen voor 2025-2030 t.b.v. dekking meerkosten inzet emissieloos materieel; Dekking uitbreiden voor inzet SEB-subsidie op vastgoedprojecten, en inzet werktuigen buiten bouwprojecten (o.a. groenonderhoud); Subsidie voor SEB verlengen na 2030.
Rijk (Ministerie IenW), branche en SLA-partners
Houtstook
Houtstook is slecht voor de gezondheid en past niet meer binnen de stedelijke omgeving. Inzet op landelijke regulering en/of verbod.
Inzet op landelijke regulering en/of verbod. Houtstookvrij: niet alleen bij code rood, maar algeheel verbod mogelijk maken (inclusief aandacht handhavingsproblematiek).
Rijk en SLA-partners
Vuurwerk
Vuurwerk is slecht voor de luchtkwaliteit. Lokaal afsteekverbod is een begin met grote signaalfunctie.
Utrecht handelt nu zelfstandig met afwijkend beleid, zonder landelijke steun. - Inzetten op landelijk verkoop/afsteekverbod tijdens jaarwisseling; - Evenementen vuurwerkvrij.
Rijk, Provincie, VNG en Veiligheidsregio’s
Roken
Rookvrije generatie in 2035 (leidt tot rookvrije gemeente).
Sluiten convenant horeca, rookvrije terrassen; Verkennen op welke manieren we nog meer inwoners kunnen ondersteunen om te stoppen met roken.
Rijk, Longfonds en GGD, Horeca-Nederland (KHN) / branche / Horeca Utrecht
Industrie
Gemeente Utrecht verwacht een bijdrage vanuit de industrie in de verschoning van de lucht.
Inzet op versnelde verschoning en verduurzaming industrie.
Rijk, Provincies, SLA partners en lokale bedrijven
Binnenvaart
Vermindering emissies vanuit de binnenvaart; Stapsgewijze transitie naar volledig emissieloze binnenvaart op de lange termijn.
Inzet op verduurzaming van beroeps-/binnenvaart. Versnelde en uniforme uitrol van walstroom RWS/landelijk; Inzetten op emissielabel binnenvaart met mogelijke uitbreiding naar Europese uitrol.
Rijk, RWS, SLA partners en branche, EU
Landbouw
Versnelde emissievermindering agrarische bedrijven.
Landelijke aanpak landbouw emissies: reductie stikstof(depositie) / (primair/secundair) fijnstof (stof en ammoniak).
Rijk, provincie (gebiedsprocessen, gebiedsgerichte aanpak)
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 30
Voor al deze bronnen zijn maatregelen noodzakelijk om de luchtkwaliteit te verbeteren en op termijn te voldoen aan de WHO-advieswaarden van 2021. Mogelijk zijn ze ook nodig voor het behalen van de Europese grenswaarden. Er bestaat een risico dat we in 2030 niet overal voldoen aan deze grenswaarden als – bijvoorbeeld - landelijk beleid stagneert. Samen met de VNG en de G4 pleiten we voor een verplicht samenwerkingsprogramma waarin landelijke en lokale maatregelen worden opgenomen die de luchtkwaliteit verbeteren zodat we kunnen voldoen aan de EU-grenswaarden. Dit is vergelijkbaar met het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), dat was opgestart toen de EU-grenswaarden uit 2005 verplicht werden gesteld. De maatregelen uit het NSL hebben ertoe geleid dat we als stad nu aan die grenswaarden voldoen én ze voorkwamen dat de bouw op slot kwam te zitten. De maatregelen uit het NSL waren destijds voldoende om de toename van luchtverontreinigende stoffen die werd veroorzaakt door de grote projecten (zoals woningbouw) te compenseren. Het huidige Schone Lucht Akkoord biedt geen juridische basis om gemeenten te verplichten mee te doen. Een opvolger van het per 1 januari 2024 beëindigde NSL (een NSL 2.0), kan gemeenten en andere overheden wel verplichten mee te doen en daarmee bij te dragen aan de verschoning van de lucht.
Dit draagt ook bij aan ons doel om op termijn te voldoen aan de WHO-advieswaarden. Daarom zetten we in onze lobby in op een opvolger van het NSL.
7.4 Lucht in de Utrechtse Lobbyagenda en internationale strategie Om effectief te zijn in de Europese arena is het noodzakelijk om ‘massa’ te maken. Daarom voeren we onze lobby niet solo uit maar in G4 verband, met Eurocities, Polis, WHO Healthy Cities Network, ICLEI, via de VNG of met de Rijksoverheid. De Internationale strategie van de gemeente Utrecht is gebaseerd op drie pijlers: Gezonde verstedelijking; Kansengelijkheid; Toekomstbestendige werkgelegenheid. De lobby op gebied van luchtkwaliteit vanuit de gemeente Utrecht heeft het meeste raakvlak met de eerste pijler: gezonde verstedelijking. Maar bij het nemen van maatregelen op het gebied van luchtkwaliteit en het beleid moeten ook de andere pijlers, kansengelijkheid en toekomstbestendige werkgelegenheid, in het vizier gehouden worden.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 31
C
Monitoren, sturen, verantwoorden
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 32
8. Indicatoren Met de EU-grenswaarden en WHO-advieswaarden die zijn gespecificeerd voor de concentraties van NO2, PM2,5 en PM10 hebben we heldere effectindicatoren waarop we monitoren hoe ver we op weg zijn naar het behalen van onze doelstellingen: de EU-grenswaarden en de WHO-advieswaarden voor 2030. De jaargemiddelde concentraties voor deze stoffen zijn opgenomen als indicatoren in de Programmabegroting. Ook vormen ze al geruime tijd een centraal onderdeel van de jaarlijkse Monitoringsrapportage Luchtkwaliteit. Deze rapporteert over het Utrechtse meetnet voor NO2-concentraties en de berekende concentraties voor NO2 en fijnstof volgens de landelijk vastgestelde methodiek van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Omdat metingen en berekeningen al geruime tijd worden uitgevoerd, zijn jaargemiddelde concentratie indicatoren uitermate geschikt om de trends in (verbetering van de) Utrechtse luchtkwaliteit te blijven volgen. Met 64 Utrechtse meetlocaties voor NO2 en 3 meetlocaties van het RIVM binnen de stad hebben we adequate instrumenten om de luchtkwaliteit over de hele stad in kaart te brengen. De onderstaande tabel geeft de waarden zoals vastgesteld in de meest recente Monitoringsrapportage, de wettelijke EU-grenswaarden voor 2030 en de WHO-advieswaarden uit 2021. De WHO-2021 waarden zijn onze streefwaarden.
Effect-indicatoren voor het monitoren van luchtkwaliteit (in jaargemiddelde concentraties) Effect-indicator
0-meting 2022
EU Nieuw 2023
WHO-2021 streefwaarde
Programma begroting
Fijnstof (PM10)
18,3 µg/m3
20,0 µg/m3
10,0 µg/m3
Ja
Fijnstof (PM2,5)
10,3 µg/m3
10,0 µg/m3
5,0 µg/m3
Ja
Stikstofdioxide (NO2)
22,1 µg/m3
20,0 µg/m3
15,0 µg/m3
Ja
Belevingsindicator voor luchtkwaliteit Effect-indicator
2023
2026
2028
Programma begroting
% inwoners dat last ervaart van luchtvervuiling
17%
< 17%
< 17%
Nee
Inwoners ondervinden hinder van slechte luchtkwaliteit. Dit wordt al uitgevraagd in het kader van de Utrecht Monitor. We nemen het percentage inwoners dat last ondervindt van luchtvervuiling mee als belevingsindicator voor de kwaliteit van de lucht in Utrecht. We onderzoeken verder of we dit specifiek kunnen maken voor de verschillende thema’s (bv. houtstook, verkeer). De belevingsindicatoren zijn opgenomen in de Utrecht Monitor en de Volksgezondheid Monitor. De maatregelen in deze beleidsnota zijn gericht op het verminderen en voorkomen van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen in Utrecht. De verandering in aantal, type, klasse en locatie van bronnen als gevolg van ons beleid kan voor een aantal maatregelen goed in kaart worden gebracht. Denk hierbij aan het aandeel emissieloze voertuigen in het wagenpark van de gemeente Utrecht, het aantal verkeers-
bewegingen in bouwprojecten, het aantal toegekende subsidies in een sloopregeling, of de emissieklasse van het materieel in bouwprojecten. Indicatoren voor resultaten behaald op specifieke thema’s en maatregelen werken we verder uit in het Uitvoeringsprogramma Luchtkwaliteit, we informeren de raad daarover via de Monitoringsrapportage en het Duurzaamheidsverslag.
9. Risico’s Overzicht van risico’s en beheersmaatregelen Risico-omschrijving
Toelichting
Maatregelen
Onvoldoende Europese regelgeving op het gebied van milieu.
Dit heeft als gevolg dat we onze doelen onvoldoende kunnen afdwingen en daarmee realiseren.
Lobby (via de Rijksoverheid) naar de EU, innovaties stimuleren, start-ups binnenhalen, vanuit gemeentelijk beleid maatregelen nemen.
Een groot deel van de luchtverontreiniging komt van buiten Utrecht, we hebben hier geen directe invloed op.
Hierdoor bestaat de kans op het stagneren van de verbetering van de luchtkwaliteit, met gevolgen voor de gezondheid van inwoners, ondernemers en bezoekers.
Lobby naar het Rijk (via het Schone Lucht Akkoord) en de EU voor een gezamenlijke aanpak. Lokale luchtmaatregelen intensiveren zodat we het door ons beïnvloedbare deel maximaal aanpakken.
De financiële impact van maatregelen op inwoners is hoog.
Waardoor inwoners in financiële problemen komen door invoering van een maatregel.
Als randvoorwaarde is opgenomen dat de impact van de maatregelen niet te groot mag zijn, een voorbeeld hiervan kan zijn een financiële compensatie te bieden.
Door netcongestie minder laadvermogen beschikbaar.
Hierdoor is er te weinig capaciteit om te laden en loopt de transitie naar schone voertuigen en werktuigen vertraging op.
We nemen verschillende maatregelen: - Inzetten op slim en netbewust laden - Kennis van bedrijven ontwikkelen op gebied van monitoring en laden in daluren. - Lobbyen voor mogelijk maken van delen van opwek + gebruik achter de meter op bedrijventerreinen. - Indien noodzakelijk: bijplaatsen van (schone) aggregaten bij bedrijfs- of bouwlocaties.
Niet iedereen is het eens met de gekozen maatregelen.
Waardoor gedragsverandering meer tijd kost.
- We hebben het draagvlak voor maatregelen gepeild onder inwoners. - We communiceren uitgebreid over de maatregelen en breiden de bewustwordingscampagne voor houtstook uit. - We betrekken inwoners bij het meten van de luchtkwaliteit via burgerwetenschap.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 33
10. Financiën De financiële dekking voor maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren is opgenomen in het Programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed, onder doelstelling 6: ‘Utrecht werkt aan het verbeteren van lucht- en geluidkwaliteit en een gezonde, veilige leefomgeving en ondergrond’. Daarnaast is er nog een aantal andere dekkingsbronnen. In onderstaande tabel een overzicht van de geschatte kosten van de maatregelen, de budgetten daarvoor en de dekkingsbronnen die daarvoor gebruikt worden. Met betrekking tot de middelen uit doelstelling 6 van het Programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed: Bovenstaande ramingen kunnen in de praktijk anders uitvallen: maatregelen kunnen goedkoper of duurder zijn. Zolang het geheel aan maatregelen binnen de beschikbare dekking blijft, kan worden geschoven met middelen tussen maatregelen. Omdat maatregelen gefaseerd worden ingevoerd, en er sprake kan zijn van grotere investeringen (en vervolgens lagere beheerkosten), wordt geschoven met middelen over jaarschijven: restanten van een jaar worden toegevoegd aan de reserve ‘Aanpak Luchtmaatregelen’, zodat in het daaropvolgende jaar voldoende middelen zijn om een grote investering te kunnen doen.
De maatregelen worden concreter uitgewerkt in drie uitvoeringsprogramma’s: Uitvoeringsprogramma Luchtkwaliteit, Uitvoeringsprogramma Emissieloos Vervoer en Uitvoeringsprogramma Emissieloos Bouwen.
Luchtkwaliteitsmaatregelen De uitvoering van een deel van de maatregelen uit het uitvoeringsprogramma ‘Utrecht kiest voor Gezonde Lucht’ van 2020 loopt door, deze maatregelen worden daarom opgenomen in het nieuwe uitvoeringsprogramma. De kosten zijn verwerkt in de tabel hierboven. Er is binnen de middelen voor luchtkwaliteitsmaatregelen tot en met 2031 voldoende ruimte voor de nieuwe maatregelen, mede door de extra middelen die met het coalitieakkoord beschikbaar zijn gekomen. Daarbij plaatsen wij wel de kanttekening dat sober is geraamd, en voor de handhaving van een aantal maatregelen beperkt budget beschikbaar is. Voor Rijksbijdragen zoals SPUK SLA geldt dat als deze niet toegekend worden, maatregelen versoberd worden uitgevoerd met de gemeentelijke middelen die we beschikbaar hebben.
Emissieloos Vervoer Voor emissieloos vervoer zijn in de Programmabegroting voor 2025 en 2026 gemeentelijke middelen beschikbaar. Deze middelen worden aangevuld met concessie-inkomsten en Rijksmiddelen. Vanaf 2027 is de hoogte van het beschikbare budget geheel afhankelijk van inkomsten vanuit de concessies laadinfrastructuur. Daarnaast komt vanaf 2028 een deel van de (hogere) concessie inkomsten ten gunste van de algemene middelen. Bij tegenvallende inkomsten uit de concessie of van het Rijk wordt het programma Emissieloos Vervoer versoberd of pas verder uitgevoerd als er voldoende dekking gevonden is.
Emissieloos Bouwen In 2025 wordt dit onderdeel voor een deel gedekt uit het Programma Aantrekkelijke groene leefomgeving en erfgoed, doelstelling 6. Voor het continueren van het programma Emissieloos Bouwen tot het einde van de verplichtingen uit het Convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (2030) zijn extra middelen nodig voor sturing en coördinatie hierop. De ontbrekende dekking wordt in het kader van het nog te maken uitvoeringsprogramma Emissieloos Bouwen gezocht. Als er geen dekking gevonden wordt, worden deze maatregelen niet uitgevoerd. Het programma Emissieloos Bouwen levert overigens ook financiële baten op, vanuit de Rijksregeling (Specifieke Uitkering, SPUK) ‘Schoon en Emissieloos Bouwen’: Inspanningen vanuit het programma kunnen jaarlijks maximaal € 1 miljoen opleveren aan extra dekking voor projecten, voor de meerkosten van inzet van uitstootvrij materiaal in gemeentelijke projecten.
Reguliere advisering luchtkwaliteit (wettelijke taken) Wettelijke taken en advisering op gebied van luchtkwaliteit (5 fte, circa € 600.000) wordt deels vanuit het Programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed, doelstelling 6 en deels vanuit projecten waarvoor de advisering plaatsvindt (zoals gebieds ontwikkelingen). Deze advisering is geen onderdeel van deze beleidsnota, maar regulier werk en een wettelijke taak. Daarom wordt dit in deze paragraaf buiten beschouwing gelaten.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 34
Lasten, bedragen x € 1.000,Maatregelen
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Doelstelling 1: Mobiliteit: huidige en toekomstige milieu- en nul-emissiezones, brom- en snorfietsen
€ 686
€ 2.276
€ 386
€ 386
€ 386
€ 386
€ 886
€ 1.620
€ 1.741
€ 1.350
€ 1.350
€ 1.350
€ 1.350
€ 1.000
Doelstelling 1: Stimuleren emissieloos bouwen (incl. maatregel 'weren Fase IIIb en ouder')
€ 625
€ 130
€ 130
€ 130
€ 130
€ 100
€ 100
Doelstelling 1: Maatregelen houtstook: campagne, subsidie, verbod
€ 235
€0
€0
€0
€ 100
€ 100
€ 100
Doelstelling 1: Communicatiecampagnes, stimuleren bandenspanning en meetnet
€ 100
€ 159
€ 159
€ 159
€ 159
€ 159
€ 109
Doelstelling 2: Inzet op lobby en overige ambtelijke inzet (beleid en programmateam)
€ 300
€ 300
€ 300
€ 300
€ 300
€ 300
€ 300
Totale inzet op maatregelen
€3.566
€4.606
€2.325
€2.325
€2.425
€2.395
€2.495
2025
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed (doelstelling 6) - luchtmaatregelenpakket
€ 2.047
€ 2.014
€ 1.059
€ 853
€ 853
€ 853
€ 853
Programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving en erfgoed (doelstelling 6) - emissieloos vervoer
€ 500
€ 400
€0
€0
€0
€0
€0
Programma Bereikbaarheid, onderdeel goederenvervoer
€ 100
€ 91
€0
€0
€0
€0
€0
Rijksbijdrage SPUK SLA aan subsidie elektrische scooters
€ 134
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Rijksbijdrage nul-emissiezone
€ 411
€0
€0
€0
€0
€0
€0
Concessie-inkomsten (prognose)
€ 750
€ 900
€ 1.000
€ 1.000
€ 1.000
€ 1.000
€ 1.000
Bijdragen Nationale Agenda Laadinfra
€ 259
€ 109
€0
€0
€0
€0
€0
Rijksbijdrage Klimaatakkoord (CDOKE) (exact bedrag is onzeker vanaf 2026)
€ 355
€ 350
€ 350
€ 350
€ 350
€ 350
€0
€ 4.556
€ 3.864
€ 2.409
€ 2.203
€ 2.203
€ 2.203
€ 1.853
Saldo (wordt verrekend met reserve Aanpak Luchtmaatregelen)
€ 990
€ -742
€ 84
€ -122
€ -222
€ -192
€ -642
Stand reserve Aanpak Luchtmaatregelen begroting 2025
€ 846
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 1.836
€ 1.094
€ 1.178
€ 1.056
€ 834
€ 642
€0
Doelstelling 1: Mobiliteit: stimuleren en faciliteren transitie naar emissieloos vervoer
Baten, bedragen x € 1.000,Dekkingsbronnen
Totale dekking
Stand reserve na verrekening
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 35
11. Voortgang en verantwoording In de Programmabegroting zijn drie indicatoren opgenomen waarop we monitoren (zie hierboven bij ‘Indicatoren’), we geven daarbij aan hoever we op weg zijn naar onze doelen. We publiceren jaarlijks een Monitoringsrapportage Luchtkwaliteit waarin we uitgebreid ingaan op de resultaten van ons beleid, met metingen en berekeningen en we rapporteren in het jaarlijkse Duurzaamheidsverslag. Belevingsindicatoren worden elke twee jaar geactualiseerd en zijn opgenomen in de Utrecht Monitor (eerstvolgende update 2026) en de Volksgezondheid Monitor (eerstvolgende update begin 2025).
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 36
D
Bijlagen
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 37
Overzicht bijlagen Bijlage 1: Rapport Maatregelenonderzoek luchtkwaliteit Royal HaskoningDHV Bijlage 2: Overzichtstabel effectiviteit maatregelen Royal HaskoningDHV Bijlage 3: Participatieverslag Beleidsnota luchtkwaliteit Bijlage 4: Resultaten vragenlijst DenkMee luchtkwaliteit Bijlage 5: Rapport straatgesprekken luchtkwaliteit STIPO Bijlage 6: Verslag inwonersbijeenkomsten luchtkwaliteit Bijlage 7: Vaststellingsnota zienswijzen De bijlagen van deze beleidsnota zijn toegevoegd aan het raadsvoorstel en terug te vinden op utrecht.bestuurlijkeinformatie.nl.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 38
Overzicht maatregelen 2020 – 2025 Maatregelen binnen het luchtmaatregelenpakket 2020 – 2025 (‘Utrecht kiest voor Gezonde Lucht’) Categorie: Mobiliteit Maatregel
Stand van zaken
Vervolgstappen (reeds voorzien)
Groene milieuzone (weren emissieklasse 3 en lager, diesel personen/bestel).
Ingevoerd op 1 april 2021.
Aanscherping naar blauwe zone in 2025 (zie onder).
Sloopsubsidie voor emissieklasse 3 en lager, diesel personen/bestel.
Afgerond, 20% van de middelen is besteed.
Herhaling subsidie is meegenomen in onderzoek naar nieuwe maatregelen; sloopsubsidie bij geografische uitbreiding milieuzone.
Paarse milieuzone (weren vracht en bus emissieklasse 5 en lager).
Ingevoerd op 1 januari 2022.
Zero-emissiezone stadsdistributie (bestel en vracht) in 2025 (zie onder); paarse zone voor bus blijft ongewijzigd.
Blauwe milieuzone (weren emissieklasse 4 en lager, diesel personen/bestel).
In voorbereiding.
Verkeersbesluit in 2024 genomen, invoering in 2025 (raadsbesluit al genomen).
Principebesluit: milieuzone snelwegring.
Aan de voorwaarden wordt niet voldaan: niet noodzakelijk om WHO-advieswaarden 2005 te halen.
Meegenomen in onderzoek naar nieuwe maatregelen.
Principebesluit: zero-emissiezone stadsdistributie.
In voorbereiding.
Verkeersbesluit in 2024, invoering in 2025 (raadsbesluit al genomen).
Snorfiets naar de rijbaan.
Ingevoerd op 30 september 2021.
Monitoring, handhaving via mobiele camera.
Bandenspanning.
Lease bandenpompen is verlengd.
Voortzetten lease.
Maatregel
Stand van zaken
Vervolgstappen (reeds voorzien)
Pilots.
Wordt opgepakt via het Schone Lucht Akkoord.
Aangehaakt blijven.
Weren Fase IIIb en lager.
Juridisch verankeren in van de maatregel; in onze eigen bestekken reeds als verplichting opgenomen.
Juridische verankering afronden. Daarnaast gaan we mee in het landelijke Schone Lucht akkoord, we richten ons op het faciliteren van emissieloos bouwen, met name oplaadpunten.
Aanpak stationair draaien.
Besproken met de bouwsector. De sector heeft geen behoefte aan trainingen en pakt het zelf reeds op.
Modernisering van materieel en bestaande trainingen maken vervolgstappen onnodig.
Maatregel
Stand van zaken