Agendabundel
Tekst van het document
Eva Oosters Wethouder Milieu en Emissieloos Vervoer
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 3
A
Inleiding
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 4
Samenvatting Utrecht wil een stad zijn waar gezondheid en leefbaarheid voorop staan. Dat betekent, onder andere, dat de lucht die we inademen zo gezond mogelijk moet zijn. Mensen kunnen er niet voor kiezen welke lucht ze inademen. Daarom vinden wij het belangrijk om inwoners te beschermen tegen ongezonde lucht. Ongezonde lucht veroorzaakt nadelige gezondheidseffecten. Het gaat vooral om het ontstaan en verergeren van luchtweg- en longaandoeningen, longkanker en aandoeningen aan hart en bloedvaten. De kwaliteit van leven neemt af door blootstelling aan luchtverontreiniging. Er sterven in Nederland jaarlijks ongeveer 12.800 mensen vroegtijdig vanwege milieufactoren (Bron: RIVM 2018). Ruim 75% van deze sterfgevallen wordt veroorzaakt door luchtverontreiniging. Na roken behoort luchtverontreiniging tot een van de belangrijkste risicofactoren voor het ontstaan van gezondheidsproblemen, in dezelfde orde van grootte als overgewicht en weinig lichamelijke activiteit. De afgelopen jaren hebben we maatregelen genomen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Daarbij streefden we naar het behalen van de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 2005. Hoewel de luchtkwaliteit in Utrecht de afgelopen jaren is verbeterd, is er nog veel gezondheidswinst te behalen.
In 2021 zijn de WHO-advieswaarden fors aangescherpt, omdat bewezen is dat lagere concentraties luchtvervuiling al nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid. De WHO roept op de luchtkwaliteit overal verder te verbeteren. Daarom streven we naar deze WHO-advieswaarden. Daarnaast zijn we wettelijk verplicht per 2030 te voldoen aan de EU grenswaarden voor gezonde lucht, die in oktober 2024 zijn aangescherpt. Uit de gemeentelijke Monitoringsrapportage (zie hoofdstuk 1 en 4) en het rapport van Royal HaskoningDHV (RHDHV) (bijlage 1) blijkt dat we nog ver van de WHO-advieswaarden uit 2021 af zitten en ook de aangescherpte EU-grenswaarden niet overal gaan halen in 2030. Een rapport van het RIVM uit 2022 laat zien dat een ingrijpend maatregelenpakket nodig is voor zowel Nederland als Europa. Iedere verbetering van de luchtkwaliteit leidt tot gezondheidswinst. Hoe eerder we maatregelen nemen, hoe eerder dit de gezondheid en leefomgeving ten goede komt. Dat betekent dat we bestaande maatregelen moeten versterken en aanvullende maatregelen moeten nemen. In de tabel op de volgende pagina zijn de jaargemiddelde concentraties luchtverontreinigende stoffen in 2022 in Utrecht weergegeven (stadsgemiddeld). Ook zijn de nieuwe EU-grenswaarden te zien en de WHO-advieswaarden 2021. Er zijn andere stoffen die ook slecht zijn voor de gezondheid maar waar geen wettelijke grenswaarden voor zijn.
Voorbeelden hiervan zijn roet en ultrafijnstof. Door maatregelen te nemen die de uitstoot van NO2 en fijnstof verminderen, verminderen we ook de uitstoot van deze andere stoffen.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 5
Jaargemiddelde concentraties luchtverontreinigende stoffen vergeleken met EU-grenswaarden en WHO-advieswaarden Stof
Luchtvervuiling Utrecht 2022
EU-grenswaarden
WHO-advieswaarden 2021 (ons doel)
NO2
3
22,1 µg/m
3
20 µg/m
10 µg/m
PM2,5
10,3 µg/m3
10 µg/m3
5 µg/m3
PM10
18,3 µg/m3
20 µg/m3
15 µg/m3
3
In ons luchtkwaliteitsbeleid staan twee doelstellingen centraal: 1. De Utrechtse bijdrage aan luchtverontreiniging verminderen met lokale maatregelen Met lokale maatregelen verminderen we stapsgewijs de uitstoot die binnen onze gemeentegrenzen wordt veroorzaakt.
het eigen inkoopbeleid en bij eigen aanbestedingen geven we als gemeente het goede voorbeeld. We blijven dit aanscherpen in de toekomst. Het onderzoek van RHDHV (bijlage 1) naar de meest (kosten) effectieve maatregelen vormt een objectieve basis voor de voorgestelde maatregelen in deze beleidsnota. Verderop in deze nota staan de criteria beschreven waarop we de onderzochte maatregelen beoordeeld hebben: gezondheidswinst, effectiviteit en kosten van maatregelen. Een aanvullend criterium waarop we de maatregelen beoordelen is kansengelijkheid. Vanwege de verwevenheid van het luchtkwaliteitsbeleid met andere beleidsthema’s beoordeelden we ook in hoeverre deze maatregelen bijdragen aan het behalen van de stikstof- en klimaatopgave. Vervolgens hebben we maatregelen geselecteerd die we gaan nemen. In drie uitvoeringsprogramma’s werken we de maatregelen verder uit. Hieronder de maatregelen per bron en het jaartal van invoering:
2. Luchtverontreiniging van buiten Utrecht verminderen via lobby Het grootste deel van de luchtverontreiniging in Utrecht komt van buiten de stad. Daarom zijn regionale, landelijke en internationale maatregelen nodig. Met lobby stimuleren we dat deze maatregelen genomen gaan worden. Hiermee werken we verder aan het verbeteren van de luchtkwaliteit. We kiezen daarbij voor de volgende leidende principes: 1. We werken stapsgewijs toe naar een uitstootvrije stad. 2. Als vrijblijvende maatregelen onvoldoende opleveren, kiezen we voor sturende maatregelen. 3. We richten ons op bronnen waar de meeste winst op het gebied van luchtkwaliteit te behalen is. 4. Iedereen levert een bijdrage.
Maatregelen wegverkeer Maatregel
Jaar van invoering
Uitbreiden grenzen milieuzone naar heel Utrecht voor personenauto’s en bestelauto’s (toegestaan emissieklasse 5 en hoger), vrachtauto’s en autobussen (toegestaan emissieklasse 6 en hoger) op diesel.
2027
Brom- en snorfietsen met Datum eerste Toelating (DET) tot 2018 niet meer toestaan in Utrecht.
2028
Alle brom- en snorfietsen uitstootvrij in Utrecht.
2030
Uitbreiden grenzen van de nul-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s naar heel Utrecht.
2030
Aanscherpen milieuzone voor personenauto’s naar euro emissieklasse 6 en hoger (voor alle brandstoffen), zodra dit wettelijk kan.
Tussen 2030 en 2035
Maatregelen houtstook Deze leidende principes zijn vooral gericht op het verminderen van de luchtverontreiniging vanuit Utrecht (doelstelling 1), maar tegelijkertijd zijn ze belangrijk voor het verminderen van luchtverontreiniging van buiten Utrecht (doelstelling 2). We lopen als gemeente voorop in het nemen van lokale maatregelen en sporen daarmee andere overheden, bedrijven en particulieren aan om ook actief te werken aan schone lucht. We laten zien dat het moet en, belangrijker, dat het kan. Niet alleen in onze eigen stad, maar ook in onze lobby voor regionale, landelijke en Europese maatregelen. Ook in
Maatregel
Jaar van invoering
Uitbreiden informatiecampagne, met focus op niet meer stoken.
2025
Geen rookkanalen in nieuwbouw.
2025
Utrecht houtstookvrij.
2030
Maatregelen mobiele werktuigen en emissieloos bouwen
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 6
Maatregel
Jaar van invoering
Eisen in eigen aanbestedingen en inkoopbeleid. Sturen op meer inzet van uitstootvrij bouwmaterieel en weren van verouderde fossiele werktuigen.
2025
Onderzoek naar aanvullende maatregelen voor mobiele werktuigen in projecten van anderen.
2025
Strikter handhaven op (bouw)stofemissies waar mogelijk.
2026
Maatregelen algemeen Maatregel
Jaar van invoering
Voorlichting luchtverontreiniging en burgerwetenschap inzetten.
2025
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 7
Toekomstbeeld: Uitstootvrije stad
Ons doel Gezonde lucht die voldoet aan de WHO-advieswaarden uit 2021
Stof
Luchtvervuiling Utrecht 2022
EU-grenswaarden
WHO-advieswaarden 2021 (ons doel)
NO2
22,1 µg/m3
20 µg/m3
10 µg/m3
PM2,5
10,3 µg/m3
10 µg/m3
5 µg/m3
PM10
18,3 µg/m3
20 µg/m3
15 µg/m3
Uitbreiding grenzen nul-emissiezone bestel- en vrachtauto’s naar heel Utrecht
Geen rookkanalen in nieuwbouw
Uitbreiden campagne, met focus op niet meer stoken
Extra handhaving bouwstof
Uitbreiden grenzen milieuzone naar heel Utrecht voor personen-, bestel-, vrachtauto’s en autobussen op diesel
2025
2026
2027
Brom- en snorfietsen met datum eerste toelating (DET) tot 2018 niet meer toegestaan in Utrecht
2028
Alle brom- en snorfietsen uitstootvrij in Utrecht
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
Utrecht houtstookvrij
Aanscherpen milieuzone voor personenauto’s naar euro 6 (voor alle brandstoffen), zodra dit wettelijk kan.
Wegverkeer Mobiele (bouw)werktuigen Houtstook
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie juli 2024 | 8
1 Inleiding 1.1 Aanleiding: luchtvervuiling
Utrecht is een stad waar gezondheid en leefbaarheid voorop staan. Onze ambitie is het zorgen voor Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen. Dat betekent, onder andere, dat de lucht die we inademen zo gezond mogelijk is. Mensen kunnen er niet voor kiezen welke lucht ze inademen. Daarom is het onze taak als overheid om inwoners te beschermen tegen ongezonde lucht. Ongezonde lucht veroorzaakt nadelige gezondheidseffecten. Het gaat vooral om het ontstaan en verergeren van luchtweg- en longaandoeningen, longkanker en aandoeningen aan hart en bloedvaten. De kwaliteit van leven neemt af door blootstelling aan luchtverontreiniging. Er sterven in Nederland jaarlijks ongeveer 12.800 mensen vroegtijdig vanwege milieufactoren (Bron: RIVM 2018). Ruim 75% van deze sterfgevallen wordt veroorzaakt door luchtverontreiniging. Na roken behoort luchtverontreiniging tot een van de belangrijkste risicofactoren voor het ontstaan van gezondheidsproblemen, in dezelfde orde van grootte als overgewicht en weinig lichamelijke activiteit. Bij langdurige blootstelling aan luchtverontreiniging loopt iedereen een risico, maar bepaalde groepen zijn extra kwetsbaar, zoals kinderen, ouderen en mensen met long-, hart- en vaataandoeningen. Kinderen hebben bijvoorbeeld een grotere kans op de ontwikkeling van astma wanneer zij vervuilde lucht inademen.
Jaarlijks krijgen in Nederland circa 2.154 kinderen astma door luchtvervuiling. In Utrecht zijn dit ongeveer 59 kinderen. Door de grotere hoeveelheid luchtverontreiniging in de stad ligt dat aantal 28% hoger dan op basis van het landelijke gemiddelde wordt verwacht (Bron: GGD). Veel mensen ervaren ook directe overlast van luchtverontreiniging (Bron: Utrecht Monitor). Het kan dan gaan om directe gezondheidsklachten zoals luchtwegproblemen en bijvoorbeeld geuroverlast door vuurwerk, houtstook of verkeer. Het ervaren van hinder – niet alleen door luchtverontreiniging, maar bijvoorbeeld ook door lawaai - kan leiden tot stress en minder woongenot. Stress kan vervolgens leiden tot gezondheidsklachten zoals hart- en vaatziekten. Deze beleidsnota is gericht op luchtkwaliteit in de buitenomgeving. Fijnstof en stikstofdioxide zijn hierin belangrijke verontreinigingen die moeten worden teruggedrongen. De gezondheidswinst die we met het verbeteren van de luchtkwaliteit behalen is de belangrijkste drijfveer voor ons beleid.
1.2 Nieuwe luchtkwaliteitsmaatregelen nodig
1.3 Raakvlakken met andere opgaven
1. De Europese Unie (EU) heeft voor stikstofdioxide en fijnstof grenswaarden bepaald waaraan de luchtkwaliteit in haar lidstaten minimaal moet voldoen. We zijn wettelijk verplicht om te voldoen aan deze EU-grenswaarden. 2. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat ook bij concentraties onder de EU-grenswaarden negatieve gezondheidseffecten optreden door luchtverontreiniging. Daarom stelde de WHO-advieswaarden op die strenger zijn dan de grenswaarden van de EU. We zijn niet wettelijk verplicht om aan de advieswaarden van de WHO te voldoen.
Utrecht heeft de ambitie om een gezonde stad voor iedereen te zijn. Dat is vastgelegd in koersdocumenten van de stad, waarbij de volgende documenten relevant zijn voor deze nota: Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040: dit is de ruimtelijke en programmatische koers, waarin voor luchtkwaliteit is opgenomen dat de gemeente in 2030 voldoet aan de WHO-normen. Destijds, bij het opstellen van dit document, golden nog de WHO-advieswaarden uit 2005. Inmiddels zijn de WHO-advieswaarden aangescherpt. Door de groei van de stad en de toenemende druk op de bestaande infrastructuur in brede zin (wegen, spoorwegen, fietspaden) is ook een verschuiving tussen de verschillende vervoersmodaliteiten nodig. De gemeente moet daarom sterker inzetten op duurzame en ruimte-efficiënte vormen van mobiliteit. Deze beleidsnota Luchtkwaliteit draagt daar aan bij.
Vanuit het Uitvoeringsprogramma ‘Utrecht kiest voor Gezonde Lucht’ (2020 – 2025) hebben we gewerkt aan het versneld behalen van de WHO-advieswaarden die de WHO in 2005 heeft opgesteld. De maatregelen in dit uitvoeringsprogramma zijn erop gericht de belangrijkste lokale vervuilingsbronnen (mobiliteit, mobiele (bouw) werktuigen en houtstook) te verschonen. Op pagina 38 en 39 van deze beleidsnota staat een overzicht van deze maatregelen. Daarnaast hebben we in 2020 het Schone Lucht Akkoord (SLA) ondertekend, om de luchtverontreiniging samen met het Rijk, de provincies en een groot aantal gemeenten aan te pakken. Binnen het SLA nemen we deel aan verschillende werkgroepen en pilots.
Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024 – 2027: dit is het volksgezondheidsbeleid en onderdeel van de omgevingsvisie. Eén van de beleidsthema’s waarop ingezet wordt is een gezonde leefomgeving. Hier valt ook luchtkwaliteit onder. Hierin is aandacht voor de luchtkwaliteit binnen woningen en gebouwen en zijn afstandsnormen opgenomen voor het realiseren van woningen en gevoelige bestemmingen zoals kinderdagverblijven en verzorgingstehuizen. Op deze manier voorkomen we dat de mensen die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging langdurig dichtbij een drukke weg verblijven. Ook staat hier de ambitie van een rookvrije generatie in 2035 en het doel om deze te bereiken.
In 2021 zijn de WHO-advieswaarden fors aangescherpt, omdat bewezen is dat lagere concentraties luchtvervuiling al nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid. De WHO roept op de luchtkwaliteit overal verder te verbeteren. Daarom streven we naar het bereiken van de WHO-advieswaarden-2021. In oktober 2024 zijn de EU-grenswaarden voor gezonde lucht aangescherpt. We zijn wettelijk verplicht hier vanaf 2030 aan te voldoen. Deze zijn echter nog steeds minder streng dan de WHO-advieswaarden van 2021. De aanscherpingen van de WHO-advieswaarden en de EU-grenswaarden zijn voor ons de aanleiding om opnieuw te kijken naar de maatregelen die we nemen om de luchtkwaliteit (en daarmee de gezondheid) te verbeteren.
Landelijk beleid en/of regelgeving dragen ook bij aan de verbetering van de luchtkwaliteit: Stikstofdepositie en Natura2000: Maatregelen op het gebied van luchtkwaliteit dragen bij aan de opgave om stikstofdepositie te verminderen (reduceren). Landelijke maatregelen om stikstofdepositie te verminderen dragen op hun beurt bij aan verbetering van de luchtkwaliteit. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden, en is het Bouwbesluit overgegaan naar het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Bbl bevat een emissiereductieplicht bij bouw- en sloopwerkzaamheden. Initiatiefnemers van bouw- en sloopprojecten zijn verplicht om maatregelen te nemen die de uitstoot van stikstofverbindingen naar de lucht beperken.
We nemen al decennialang maatregelen om de lucht in de stad gezonder te maken. Daarbij richten we ons op de EU-grenswaarden en WHO-advieswaarden:
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 9
De voorliggende beleidsnota luchtkwaliteit draagt bij aan de doelen die in bovenstaande beleidsdocumenten zijn opgenomen. Ook met andere beleidsnota’s en uitvoeringsprogramma’s geeft de gemeente uitwerking aan deze koers. Relevant voor luchtkwaliteit zijn: Mobiliteitsplan In het Mobiliteitsplan 2040 wordt het toekomstbeeld van mobiliteit geschetst. De doelen die hierin zijn opgenomen, zoals een afname van het autoverkeer, dragen bij aan het verminderen van luchtverontreiniging. Klimaatvisie De klimaatdoelstellingen, die vastgelegd worden in de Klimaatvisie, hebben raakvlakken met luchtkwaliteit. Maatregelen op gebied van wegverkeer, die tot minder CO2 en stikstofdepositie leiden, verminderen vaak ook de uitstoot van NO2 (en fijnstof). Andersom dragen inspanningen vanuit luchtkwaliteit ook bij aan deze opgave. Diverse actieplannen Uitvoeringsprogramma Goederenvervoer 2023 – 2026; Is gericht op goederenvervoer en het streven naar hogere efficiëntie in de logistiek en naar hoogwaardig ingepast, slim en schoon goederenvervoer in Utrecht, als bouwstenen van een aantrekkelijke en bereikbare stad. Het minder/slimmer rijden en verschonen van goederenvervoer draagt bij aan het verbeteren van de luchtkwaliteit.
Deze documenten zijn echter niet specifiek bedoeld om de doelstellingen voor luchtkwaliteit te behalen en beperken zich tot één bron van luchtverontreiniging (wegverkeer); andere bronnen zoals houtstook en mobiele werktuigen komen hierin niet aan bod.
1.4 Vervolg Deze beleidsnota is een thematisch onderdeel van de omgevingsvisie in de zin van artikel 3.1 van de Omgevingswet en wordt vastgesteld door de raad. De voorliggende beleidsnota geeft een aanscherping van de luchtkwaliteitsdoelstellingen en de kaders voor aanvullende maatregelen. Ook hebben we in deze beleidsnota een onderbouwing van aanvullende luchtkwaliteitsmaatregelen opgenomen. Welke concrete stappen nodig zijn voor de uitvoering van dit beleid, werken we uit in drie onderliggende uitvoerings programma’s: Emissieloos vervoer We werken met het uitvoeringsprogramma emissieloos vervoer aan de transitie naar emissieloze mobiliteit. Hiervoor is het luchtkwaliteitsbeleid van 2020 (Utrecht kiest voor Gezonde Lucht) de beleidsbasis, en met de nu voorliggende beleidsnota wordt
deze gecontinueerd. Onder dit uitvoeringsprogramma vallen maatregelen die gericht zijn op het emissieloos maken van voertuigen in de stad. Dit gebeurt door het faciliteren met openbare laadinfrastructuur, ruimte bieden voor verkoop van emissieloze brandstoffen op tankstations, het verschonen van het eigen wagenpark en inkoop en aanbesteding van emissieloze voertuigen. Emissieloos bouwen We werken aan het verminderen van uitstoot door mobiele werktuigen en bouwtransport van en naar bouwplaatsen, in gemeentelijke projecten en die van anderen. Landelijk is er een convenant Schoon en Emissieloos Bouwen waarin Utrecht partner is. Luchtkwaliteit In dit uitvoeringsprogramma worden de lokale maatregelen uit deze beleidsnota verder uitgewerkt voor de bronnen wegverkeer en houtstook. De maatregelen uit het huidige Uitvoeringsprogramma ‘Utrecht kiest voor gezonde lucht’ die al in voorbereiding en uitvoering zijn, vallen ook onder deze beleidsnota, omdat zij bijdragen aan de nieuwe ambities en doelstellingen.
Kopje boven schema
Beleidsnota Luchtkwaliteit
Plan Laadinfrastructuur 2030; Hierin staat beschreven welke laadinfrastructuur in de toekomst nodig is en welke ruimtelijke gevolgen dit heeft. De overstap naar meer elektrisch vervoer leidt tot een betere luchtkwaliteit. Uitvoeringsprogramma Emissieloos Vervoer
Uitvoeringsprogramma Emissieloos Bouwen
Nieuw Uitvoeringsprogramma Luchtkwaliteit 2025 – 2030
Bestaand Uitvoeringsprogramma Luchtkwaliteit 2020 – 2025
Relatie met de klimaatopgave De mobiliteitsmaatregelen die in deze nota zijn opgenomen zijn het meest effectief voor schone lucht én voor CO2 reductie. Ook vanuit het perspectief, maakbaar, betaalbaarheid, maatschappelijk draagvlak en juridische context is dit het hoogst haalbare voor de periode tot 2030. De maatregelen zijn bezien vanuit de klimaatopgave zowel effectief als urgent. In de klimaatvisie die het college naar verwachting in 2025 aanbiedt aan de Raad, brengen we in beeld wat de restopgave is en benoemen we wat er naast deze maatregelen op gebied van mobiliteit nog meer nodig is voor de klimaatopgave.
Vanwege de verwevenheid met de stikstofdepositie- en klimaatopgaven is ook beoordeeld in hoeverre de luchtkwaliteitsmaatregelen bijdragen aan het behalen van doelstellingen voor deze opgaven. Wanneer een maatregel ook bijdraagt aan de vermindering van de CO2-uitstoot en de stikstofuitstoot, biedt deze maatregel een meerwaarde. De beoordeling is kwalitatief uitgevoerd op basis van een expert inschatting door een extern bureau. Bij bronnen met verbrandingsprocessen komen niet alleen emissies van NOx , PM10 en PM2,5 vrij, maar ook CO2. Als door een maatregel wordt gezorgd voor minder brandstofverbruik, draagt dat doorgaans bij aan het verminderen van CO2-emissies.
Een maatregel heeft vooral een gunstige impact op de CO2-uitstoot wanneer de maatregel leidt tot minder fossiel brandstofverbruik. Bij maatregelen voor gemotoriseerd wegverkeer is daar sprake van wanneer minder kilometers worden gemaakt, wanneer wordt overgestapt naar fiets of openbaar vervoer, of bij verduurzaming (elektrische voertuigen). Het effect is door RHDHV als neutraal beoordeeld wanneer een eventueel positief effect op een te kleine schaal plaatsvindt, stadsbreed gezien. Positieve meekoppelkansen voor klimaat vinden met name plaats bij de nul-emissiezones wegverkeer en de SEB-eisen (Schoon en Emissieloos Bouwen) bij mobiele werktuigen.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 10
De doelstellingen in deze nota hebben geen directe gevolgen voor lopende projecten en ontwikkelingen. Het verbeteren van de luchtkwaliteit is zelfs nodig om de woningbouwopgave niet te belemmeren. Woningbouw is namelijk alleen toegestaan op locaties waar wordt voldaan aan de Europese grenswaarden.
1.5 Milieubeginselen Deze beleidsnota is een thematisch onderdeel van de omgevingsvisie. Bij het maken van een omgevingsvisie moet op grond van artikel 3.3 van de Omgevingswet rekening worden gehouden met de (Europese) milieubeginselen. Deze beginselen komen uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU). Voorzorgsbeginsel: dit betekent dat we milieuvervuiling moeten voorkomen wanneer er potentieel risico is op schade aan het milieu, ook al is er nog geen wetenschappelijke zekerheid dat er schade zal optreden. We vullen dit in deze nota in door maatregelen te nemen die de gezondheid beschermen ook als de gezondheidseffecten niet helemaal duidelijk zijn. Preventiebeginsel: dit betekent dat we milieuschade moeten voorkomen wanneer het al zeker is dat er schade zal optreden. We vullen dit in vanuit een van de leidende principes ‘we werken toe naar een uitstootvrije stad’. Voorrang aan de bron: dit betekent dat milieuaantastingen in de eerste plaats bij de oorzaak (bron) moeten worden bestreden. We vullen dit in door met regulerende en stimulerende maatregelen de uitstoot van bronnen te verminderen. De vervuiler betaalt: dit betekent dat de kosten van de aanpak voor rekening komen van degene die de luchtvervuiling veroorzaakt.
2. Doelstellingen We streven naar het bereiken van de WHO-advieswaarden uit 2021. Dat is een grote opgave. Uit de Monitoringsrapportage Luchtkwaliteit 2023 (meetjaar 2022) (zie hoofdstuk 3 en uit het rapport van RHDHV in bijlage 1) blijkt dat we hier nog ver vanaf zitten en ook de EU-grenswaarden niet overal gaan halen in 2030. Dat betekent dat we bestaande maatregelen moeten versterken en aanvullende maatregelen moeten nemen. Uit dit rapport van het RIVM uit 2022 blijkt dat een ingrijpend maatregelenpakket nodig is voor zowel Nederland als Europa. Iedere verbetering van de luchtkwaliteit leidt tot gezondheidswinst. Hoe eerder we maatregelen nemen, hoe meer gezondheidswinst dit oplevert voor inwoners van Utrecht. We hebben hierbij 2 doelstellingen:
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 11
1. De Utrechtse bijdrage aan luchtverontreiniging verminderen met lokale maatregelen Met lokale maatregelen kunnen we de uitstoot die binnen onze gemeentegrenzen wordt veroorzaakt stapsgewijs verminderen. Hiermee dragen we ook bij aan de stikstofdepositie- en klimaatopgaven: uitstoot verminderen is niet alleen belangrijk voor de luchtkwaliteit, maar ook voor het klimaat. Emissies die we als stad veroorzaken hebben ook negatieve effecten op de luchtkwaliteit elders. We nemen onze verantwoordelijkheid hiervoor. We willen het goede voorbeeld geven en daarmee andere partijen aansporen om ook sneller te werken aan een schonere lucht. Dit werken we nader uit in drie uitvoeringsprogramma’s: luchtkwaliteit (luchtmaatregelenpakket), emissieloos vervoer en emissieloos bouwen. 2. De luchtverontreiniging van buiten Utrecht verminderen via lobby en samenwerking Regionale, landelijke en internationale maatregelen zijn nodig om de WHO-advieswaarden uit 2021 te behalen. Daarom streven we ernaar de uitstoot in de regio, Nederland en daarbuiten te verminderen door middel van lobby en samenwerking. Hoewel op deze pijler alleen indirect effect kan worden behaald, en het vaak een kwestie van een lange adem is voordat een effect optreedt, is deze doelstelling essentieel om de WHO-advieswaarden te halen.
3. Huidige situatie: luchtkwaliteit in Utrecht 3.1 Wat is luchtverontreiniging? Luchtverontreiniging is de aanwezigheid van stoffen in de lucht die op zichzelf, of samen met andere stoffen, schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen, dieren en planten. De belangrijkste luchtverontreinigende stoffen zijn: fijnstof (PM2,5 en PM10) stikstofverbindingen (zoals NO en NO2)
ozon (O3), koolmonoxide (CO) en zwaveldioxide (SO2) vluchtige verbindingen zoals benzeen. Een verontreinigende stof komt in de lucht vanuit een bron die deze stof uitstoot, bijvoorbeeld een auto, open haard of fabriek. Bronnen stoten vaak meer dan één stof uit. De uitstoot van verschillende bronnen vermengt zich in de lucht. De concentratie geeft aan in welke hoeveelheid een stof voorkomt. De lucht bevat een mengsel van de schadelijke stoffen, allemaal in een andere concentratie. Sommige stoffen zijn schadelijker dan andere, maar hoe hoger de concentratie van een stof, hoe groter het effect op de gezondheid. De concentratie van ozon is voornamelijk afhankelijk van het weer. Hier hebben wij relatief weinig invloed op. De concentraties koolmonoxide, vluchtige verbindingen en zwaveldioxide zijn over het algemeen in de buitenlucht zo laag dat deze geen gevaar vormen voor de gezondheid. De stoffen waar wij ons op richten zijn fijnstof en stikstofdioxide. Dit doen we omdat er voor deze stoffen wettelijke grenswaarden zijn én omdat voor deze stoffen wetenschappelijk is aangetoond dat ze schadelijk zijn voor de gezondheid. Deze stoffen kunnen de longen binnendringen en verhogen de kans op verschillende ziektes zoals hart- en vaatziektes en longaandoeningen. Er zijn andere stoffen die ook slecht zijn voor de gezondheid maar waar geen wettelijke grenswaarden voor zijn.
Voorbeelden hiervan zijn roet en ultrafijnstof. Dit zijn beide een soort fijnstof. Roet is fijnstof dat voornamelijk bestaat uit koolstof waar andere stoffen aan vast kunnen zitten, zoals zware metalen. Dergelijke stoffen zijn ongezond en kunnen leiden tot, bijvoorbeeld, ontstekingen en kanker. Ultrafijnstof is fijnstof met een kleine diameter die diep in de longen en zelfs in de bloedbaan kan doordringen. Door maatregelen te nemen die de uitstoot van NO2 en fijnstof verminderen, verminderen we ook de uitstoot van andere stoffen zoals roet en ultrafijnstof.
3.2 Vergelijking met de EUgrenswaarden en WHO-advieswaarden We monitoren voortdurend de luchtkwaliteit langs de belangrijkste wegen. Met deze informatie controleren we of we voldoen aan de wettelijke eisen en de WHO-advieswaarden en signaleren we trends in de concentraties. Daarnaast heeft het RIVM een prognose gemaakt van de concentraties in 2030. Prognoses over de
concentraties na 2030 heeft het RIVM nog niet beschikbaar. De concentratie van vervuilende stoffen in de lucht is afgelopen jaren, mede door onze maatregelen, sterk verminderd. Daardoor voldoen we sinds 2017 in de hele stad aan de oude EU-grenswaarden (die sinds 2005 gelden). Ook landelijk wordt de luchtkwaliteit beter. De eerder genomen maatregelen zijn echter volgens de huidige prognoses voor 2030 niet genoeg om in de gehele gemeente aan de nieuwe EU-grenswaarden te voldoen. Op een aantal locaties rondom drukke wegen is de prognose dat de NO2-jaargemiddelde concentratie hoger zal zijn dan de EU-grenswaarde. Dat betekent dat er dan sprake zal zijn van een (dreigende) overschrijding. Om alle voorgestelde EU-grenswaarden te behalen, moeten op de hoogst belaste locaties (rond de Rijkswegen en de drukste stadswegen) extra maatregelen worden genomen om de NO2-concentratie verder omlaag te brengen. Daarnaast voldoen we nu niet aan de WHO-advieswaarden en naar verwachting ook in 2030 niet. Jaargemiddelde concentraties luchtverontreinigende stoffen vergeleken met EU-grenswaarden en WHO-advieswaarden Stof
Luchtvervuiling Utrecht 2022 (gemiddeld)
EU-grenswaarden
WHO-advieswaarden 2021 (ons doel)
NO2
22,1 µg/m3
20 µg/m3
10 µg/m3
PM2,5
10,3 µg/m3
10 µg/m3
5 µg/m3
PM10
18,3 µg/m3
20 µg/m3
15 µg/m3
Vergeleken met andere Europese landen is de concentratie fijnstof van Nederland (en Utrecht) gemiddeld. In het noorden van Europa (Scandinavië) is de concentratie fijnstof lager dan in Nederland. In het oosten en delen van Zuid-Europa is de concentratie fijnstof juist hoger. Dit komt bijvoorbeeld doordat in het oosten van Europa nog veel kolen worden gestookt. Voor stikstofdioxide (NO2) is vooral veel verschil zichtbaar tussen stedelijk gebied en niet stedelijk gebied. De reden hiervoor is dat één van de grootste bronnen van NO2 het verkeer is. In gebieden met veel verkeer is de concentratie NO2 daarom hoger dan in gebieden met weinig verkeer.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 12
Vervuilingsbronnen Circa 10% van de concentratie fijnstof in Utrecht (PM10 en PM2,5) en 40% van de concentratie stikstofdioxide (NO2) wordt veroorzaakt door lokale bronnen. Hier hebben we als stad invloed op en deze concentraties kunnen wij met lokaal (bron)beleid aanpakken. De overige 90% fijnstof en 60% stikstofdioxide komt van buiten de gemeente. Tegelijkertijd ‘exporteert’ Utrecht ook luchtverontreiniging naar buiten. Het schoner en gezonder maken van de lucht is daarom een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Naast onze eigen maatregelen zijn regionale, nationale en internationale maatregelen nodig.
Grootste bronnen van luchtvervuiling in Utrecht in 2030
0
1
2
3
4
5
6
Wegverkeer
7
8 µg/m3 1,83 6,07
Consumenten*
Wegverkeer, consumenten (houtstook, roken en vuurwerk), industrie en mobiele werktuigen zijn de belangrijkste lokale bronnen van luchtvervuiling. Buiten Utrecht zijn dat wegverkeer (Rijkswegen), landbouw en binnenvaart. Van alle bronnen die een bijdrage leveren aan de luchtkwaliteit in Utrecht heeft het wegverkeer de grootste bijdrage aan de NO2-concentratie in 2030 (6,07 µg/m3). De op één na grootste bron voor NO2 betreft de mobiele werktuigen (1,68 µg/ m3), Daarna volgende de bronnen binnenvaart (1,44 µg/m3), landbouw (1,23 µg/m3), zeescheepvaart (1,07 µg/m3), consumenten (0,55 µg/m3) en industrie (0,54 µg/m3). De grootste bron voor fijnstof is consumenten (roken, vuurwerk en houtstook) met een bijdrage van 2,34 µg/m3 fijnstof. Andere belangrijke bronnen van fijnstof zijn wegverkeer (1,83 µg/m3), industrie (1,81 µg/m3), landbouw (1,1 µg/ m3), zeescheepvaart (0,58 µg/m3). Binnenvaart (0,39 µg/m3) en mobiele werktuigen (0,38 µg/m3). Meer informatie over de luchtkwaliteit in Utrecht en welke bronnen daaraan bijdragen is te vinden in het rapport van Royal HaskoningDHV (RHDHV) in bijlage 1.
2,34 0,55
Industrie
1,81 0,54
Landbouw
1,1 1,23
Mobiele werktuigen
0,38 1,68
Binnenvaart
0,39 1,44
Zeescheepvaart
0,58 1,07
PM 10 en PM 2,5
NO 2
*Roken, vuurwerk, houtstook
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 13
B
Opgave
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 14
4. Leidende principes We stellen de volgende leidende principes vast voor een betere luchtkwaliteit. Dit zijn vuistregels die richting geven aan ons handelen. 1. We werken stapsgewijs toe naar een uitstootvrije stad. We streven ernaar om de uitstoot van schadelijke stoffen terug te brengen naar nul. In stappen werken we hier naartoe, zodat inwoners, bezoekers en ondernemers aan de maatregelen kunnen wennen en zich hierop kunnen voorbereiden. We stellen maatregelen zonodig tussentijds bij. 2. Waar vrijblijvende maatregelen onvoldoende opleveren, kiezen we voor sturende maatregelen. Strengere grenswaarden vragen om strikter beleid. De huidige luchtkwaliteitsmaatregelen zijn deels faciliterend en stimulerend van aard, waarmee we doelgroepen aansporen om zich aan te passen. Maar de gewenste aanpassing is vrijblijvend. We zetten sterk in op het vergroten van kennis en bewustwording van iedereen in de stad, omdat dit een belangrijke voorwaarde is voor het behalen van onze doelen. We zien in dat het behalen van de WHO-advieswaarden 2021 een enorme opgave is. Het effect van regulerende maatregelen op de luchtkwaliteit is groter dan het effect van faciliterende en stimulerende maatregelen en mogelijk noodzakelijk om de doelen te behalen. Daar waar vrijblijvende maatregelen onvoldoende opleveren, kiezen we daarom voor een regulerende rol. 3.
We richten ons op bronnen waar de meeste winst op het gebied van luchtkwaliteit te behalen is. Om de luchtkwaliteit zo (kosten)effectief mogelijk te verbeteren, is het van belang te kijken naar maatregelen die het grootste effect hebben. Dat start met een aanpak van de bron (dit sluit aan bij het milieubeginsel ‘voorrang aan de bron’). Wat niet ontstaat, hoeft ook niet schoner te worden. Daarnaast is gekeken naar de beïnvloedingsruimte van de gemeente. We pakken de bronnen aan waar de meeste impact wordt bereikt en waar onze invloed het grootst is: lokale bronnen. De belangrijkste bronnen van luchtverontreiniging waar wij als stad zelf invloed op hebben zijn mobiliteit, houtstook en mobiele werktuigen. Deze veroorzaken ook een aanzienlijk deel van de uitstoot binnen Utrecht. Daarom nemen we maatregelen die gericht zijn op deze bronnen.
4. Iedereen levert een bijdrage. Luchtverontreiniging wordt door verschillende bronnen veroorzaakt en heeft invloed op de gezondheid van alle inwoners, bezoekers en ondernemers. Iedereen is – in meer of mindere mate – medeverantwoordelijk voor het ontstaan van de luchtverontreiniging en daarbij horende gezondheidsproblemen. Om de lasten en de baten zo goed mogelijk te verdelen over de stad, kiezen wij ervoor om alle maatregelen gemeentebreed te nemen. Het is volgens het milieu beginsel ‘de vervuiler betaalt’ nodig en eerlijk dat iedereen een steentje bijdraagt. Daarom verdelen we de maatregelen over verschillende bronnen en groepen. In het kader van kansengelijkheid willen we juist ook de luchtkwaliteit verbeteren in wijken met meer kwetsbare doelgroepen. Door maatregelen te nemen op verschillende terreinen (mobiliteit, houtstook, mobiele werktuigen) zorgen we ervoor dat verschillende doelgroepen evenredig worden geraakt door de maatregelen en ook evenredig profiteren van de gezondere lucht.
2. Toezicht en handhaving Toezicht en handhaving is op een aantal maatregelen een uitdaging en er moet eerst juridisch uitgezocht worden wat de mogelijkheden zijn. Zo is het, bijvoorbeeld, niet zomaar mogelijk om dwingend ‘achter de voordeur’ toe te zien of te handhaven bij houtstook. Ook is er onvoldoende financiële dekking om op alle maatregelen maximaal toezicht en handhaving te organiseren. Om de meeste winst te halen kijken we daarom naar de meest kosteneffectieve inzet van toezicht en handhaving. Maatregelen moeten technisch kunnen en sociaaleconomisch gedragen kunnen worden. Als een maatregel niet gehandhaafd kan worden of de maatschappelijke impact te groot blijkt, moeten we een maatregel heroverwegen.
Deze leidende principes zijn vooral gericht op het verminderen van de luchtverontreiniging afkomstig uit Utrecht (doelstelling 1), maar ze zijn ook cruciaal voor het verminderen van de luchtverontreiniging van buiten Utrecht (doelstelling 2). Door als gemeente voorop te lopen in het nemen van lokale maatregelen, kunnen we andere overheden beter aansporen om ook sneller maatregelen voor een schone lucht te nemen. We laten zien dat het moet en, belangrijker, dat het kan. Dit versterkt onze positie in de lobby voor regionale, landelijke en Europese maatregelen.
4.1 Randvoorwaarden De maatregelen die in deze beleidsnota zijn opgenomen werken we verder uit in uitvoeringsprogramma’s. We houden daarbij rekening met twee randvoorwaarden: 1. Impact Extra maatregelen zijn nodig om de luchtkwaliteit te verbeteren. Dit vraagt niet alleen iets van de overheid maar ook van inwoners, bezoekers en ondernemers. We vinden het belangrijk dat de impact op inwoners, bezoekers en ondernemers niet te groot is in relatie tot het effect van de maatregel op de luchtkwaliteit. Daarom willen we dat bij het invoeren van maatregelen de impact beperkt wordt voor bijvoorbeeld individuele inwoners, door uitzonderingen te maken voor bepaalde categorieën of een financiële compensatie te bieden.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 15
5. Maatregelenonderzoek (effectberekening en participatie) Om een goede afweging te maken van maatregelen, hebben we een maatregelenonderzoek laten uitvoeren, waarbij onderstaande beoordelingscriteria zijn gebruikt. Ook hebben we de mening van inwoners, bezoekers en ondernemers gepeild.
5.1 Beoordelingscriteria 5.1.1 Primaire afweging: effectiviteit, kosteneffectiviteit en gezondheidswinst De effectiviteit en kosteneffectiviteit van de maatregelen is leidend. De effectiviteit brengt het effect op de luchtverontreiniging (en daarvan afgeleid: de gezondheid) in beeld. Dit kan voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen anders zijn. Sommige vervuilingsbronnen stoten vooral fijnstof uit en andere juist stikstofdioxide, of een combinatie daarvan. Het beoordelen van de kosteneffectiviteit is noodzakelijk omdat budgetten niet oneindig zijn en we onze middelen effectief willen besteden. Het primaire doel van ons luchtkwaliteitsbeleid is gezondheidswinst. Een maatregel kan extra positief uitpakken doordat uitstoot en concentraties van meerdere stoffen wordt verminderd of doordat meer blootstelling wordt weggenomen (bijvoorbeeld vanwege een groter effectgebied).
5.1.2 Aanvullende criteria: klimaat, stikstofdepositie en kansengelijkheid We hebben aanvullende criteria opgesteld om de afweging van maatregelen te maken: Klimaat en stikstof: vanwege de verwevenheid met de stikstofdepositie- en klimaatopgaven beoordelen we in hoeverre onze luchtkwaliteitsmaatregelen bijdragen aan het behalen van doelstellingen voor deze opgaven. Wanneer een maatregel ook aan deze opgaven bijdraagt, vinden we een maatregel kansrijker. Kansengelijkheid: 1 op de 5 Utrechters voelt zich ongezond, heeft gezondheidsproblemen en een overwegend ongezonde leefstijl. Daarnaast nemen de gezondheidsverschillen tussen Utrechters toe. Onze leefomgeving draagt daaraan bij, naast persoonlijke factoren, sociaaleconomische positie en politieke context. In Utrecht werken we aan gelijke kansen. We kijken daarom of onze luchtkwaliteitsmaatregelen onevenredig nadelige gevolgen hebben voor bepaalde groepen. Als dat het geval is, is er soms iets extra’s nodig om de middelen toegankelijk te maken voor iedereen, denk aan hulp voor bepaalde groepen bij het aanvragen van een subsidie. We onderzoeken hoe we dit kunnen doen.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 16
5.2 Maatregelenonderzoek Royal HaskoningDHV heeft in opdracht van de gemeente Utrecht een maatregelenonderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in welke maatregelen effectief kunnen zijn in het verbeteren van de luchtkwaliteit. De maatregelen zijn op de eerder genoemde genoemde criteria beoordeeld. Met de resultaten van het onderzoek is een inhoudelijke en objectieve basis gegeven voor de afweging van maatregelen. De belangrijkste conclusies in het rapport zijn: Maatregelen op gebied van wegverkeer en mobiele werktuigen zijn het meest effectief om de NO2-concentraties te verminderen. Deze zijn vooral belangrijk om de aangescherpte EU-grenswaarden, waar we wettelijk toe verplicht zijn, te behalen. Van de onderzochte maatregelen voor NO2 zijn de nul-emissiezones het meest kosteneffectief, gevolgd door een milieuzone voor personenauto’s (op alle brandstoffen). De meest effectieve maatregelen om de fijnstof concentraties (PM10 en PM2,5) te verminderen zijn een verbod op houtstook binnen, rookvrije buitenruimtes, een vuurwerkverbod (mits dit ook landelijk wordt ingevoerd) en een betere naleving op bouwplaatsen wat betreft stofemissies. Qua kosteneffectiviteit binnen de bron mobiele werktuigen, springen vooral het doorvoeren van de eisen uit het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) bij niet gemeentelijke projecten eruit, vanwege de relatief lage kosten.
Het rapport is als bijlage 1 aan deze beleidsnota toegevoegd.
5.3 Participatie en inspraak De ontwerp-beleidsnota is in de zomer van 2023 ter inzage gelegd. Dit betekent dat iedereen (inwoners, ondernemers, belangenorganisaties) kon reageren. Uit de reacties bleek dat inwoners behoefte hadden aan meer duidelijkheid over welke maatregelen er komen (zie bijlage 7 Vaststellingsnota zienswijzen). Daarom hebben we in deze definitieve versie van de beleidsnota ook een keuze voor maatregelen opgenomen. De maatregelen die voortkomen uit deze
beleidsnota hebben invloed op Utrecht en haar inwoners en ondernemers. Daarom hebben we een participatietraject doorlopen en gepeild wat het draagvlak is voor de maatregelen. Een van de redenen om dit participatietraject te starten waren de zienswijzen. De participatie was ingestoken per thema en doelgroep. Het traject bestond uit (zie bijlage 4) een vragenlijst op ons online participatieplatform DenkMee, gesprekken op straat in alle wijken (zie bijlage 5 Stipo), gesprekken met jongeren (zie bijlage 5 Stipo) en meedenksessies (zie bijlage 6). Het Klimaatpanel is gevraagd om mee te denken over mobiliteit. En er is een Burgerberaad over vuurwerk geweest waarin bewoners adviseerden over de invulling van de jaarwisseling. In het participatieverslag (bijlage 3) zijn de uitkomsten van de participatiemomenten samengevat. De resultaten hebben we meegenomen in de afweging van maatregelen.
5.3.1 Uitkomsten participatie Uit onze online vragenlijst bleek dat van de 1.033 ondervraagde Utrechters 70% zich vaak of soms zorgen maakt of de lucht in Utrecht gezond is. En 77% is het (zeer) eens met dat het belangrijk is dat de gemeente maatregelen neemt om de luchtkwaliteit te verbeteren. Uit onze peiling online en op straat zien we dat mensen bereid zijn om rekening te houden met het weer wanneer zij hout stoken. En dat zij bereid zijn om niet te stoken als het Stookalert geldt of de Stookwijzer aangeeft dat het vuur beter uit kan blijven. We zien ook dat mensen zich vaak niet bewust zijn van de impact van houtstook. Daarnaast horen we in de gesprekken ook draagvlak voor beperkte toegang van verkeer voor de stad, met name voor brom- en snorfietsen. En wordt uitstootvrij wegverkeer als toekomstbeeld gezien. Wel zijn er zorgen over de economische gevolgen van maatregelen voor inwoners en ondernemers. Bij de nadere uitwerking van de maatregelen in het uitvoeringsprogramma vormen de uitkomsten van de participatie een leidraad en houden we rekening met de zorgen van onze inwoners en ondernemers.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 17
5.4 Scenario’s Met de uitkomsten van bovenstaand onderzoek en participatie, hebben we drie scenario’s uitgewerkt:
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Doel: Behalen EU-grenswaarden
Doel: Behalen EU-grenswaarden en stapgewijs richting WHO-advieswaarden 2021
Maximale inzet op vermindering uitstoot
Benodigde maatregelen om EU-grenswaarden te halen: alleen gericht op verminderen stikstofdioxide
Maatregelen Wegverkeer Uitbreiding grenzen milieu- en Nul-emissiezone in 2027 Nul-emissiezone brom- en snorfietsen vanaf 2028 (met overgangstermijn) Aanscherpen milieuzone personenauto’s naar emissieklasse 6 voor alle brandstoffen (wanneer mogelijk) Voor bronnen houtstook en mobiele werktuigen geen extra maatregelen.
Overwegingen + Minste kosten -A lleen gericht op stikstofdioxide dus geen vermindering van concentratie fijnstof -G ericht op 1 doelgroep (autobezitters), niet verdeeld over verschillende bronnen -V oldoet niet aan de ambitie om te streven naar het behalen van de WHO-advieswaarden -M inst effectieve pakket voor verbeteren van de luchtkwaliteit en dus de gezondheid
Benodigde maatregelen om EU-grenswaarden te halen én aantal aanvullende maatregelen
Maatregelen Wegverkeer Uitbreiding grenzen milieuzone in 2027 voor dieselvoertuigen, vrachtauto’s en autobussen Aanbieden van sloopsubsidie bij uitbreiding van de grenzen van de milieuzone Nul-emissiezone brom- en snorfietsen vanaf 2028 (met overgangstermijn) Aanscherpen milieuzone personenauto’s naar emissieklasse 6 voor alle brandstoffen (wanneer mogelijk) Uitbreiding grenzen nul-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s naar heel Utrecht 2030 Houtstook Binnen stookverbod vanaf 2030 Uitbreiding campagne Geen rookkanalen in nieuwbouw Mobiele werktuigen Handhaven op stofemissies (beperkte handhaving) Eisen eigen aanbesteding- en inkoopbeleid. Sturen op inzet van uitstootvrije bouwmaterialen Extra onderzoek doen naar eisen voor mobiele werktuigen in projecten anders dan gemeentelijke projecten
Doel: Streven naar WHO-advieswaarden 2021 Maatregelen Wegverkeer Uitbreiding grenzen milieu- en Nul-emissiezone in 2027 Nul-emissiezone brom- en snorfietsen 2027 Nul-emissiezone personenauto’s vanaf 2030 Autoluwe binnenstad Houtstook Binnen stookverbod vanaf 2026 Mobiele werktuigen Handhaven op stofemissies (veel handhaving) SEB eisen in o.a. anterieure overeenkomsten
Overwegingen + Meest effectieve pakket voor de verbetering van de luchtkwaliteit en dus de gezondheid - Grote impact op de stad - Beperkt draagvlak - Hoge kosten, past niet binnen huidig budget - Handhaving is een uitdaging - Nog niet alle maatregelen zijn (wettelijk) mogelijk
Overwegingen + Maatregelen gericht op zowel stikstofdioxide als fijnstof + Door stapsgewijze invoering meer tijd voor inwoners en ondernemers om aan de maatregelen te wennen - Handhaving is een uitdaging
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 18
Scenario 1 draagt beperkt bij aan verbetering van de luchtkwaliteit en is het minst effectieve pakket aan maatregelen. Met dit scenario richten we ons op het behalen van de EU-grenswaarden, maar wordt de concentratie fijnstof niet verminderd. We nemen namelijk geen maatregelen op de grootste emissiebronnen van fijnstof, zoals houtstook. We voldoen hiermee niet aan de ambitie uit het coalitieakkoord om te streven naar de WHO-advieswaarden en verbeteren de gezondheid van inwoners nauwelijks. Ook beperkt dit scenario zich tot de aanpak van één van de meest vervuilende bronnen (wegverkeer). Daarmee draagt niet iedereen bij aan de luchtkwaliteit (principe 4). De kosten voor uitvoering van de maatregelen zijn relatief laag. Scenario 3 is het meest effectief om de luchtkwaliteit te verbeteren. Echter, de impact op de stad is erg groot, er is beperkt draagvlak voor de maatregelen, nog niet alle maatregelen zijn op dit moment wettelijk mogelijk en we hebben onvoldoende budget om alle maatregelen uit te voeren en te handhaven. Omdat scenario 3 een grote impact heeft op de stad en nog niet volledig uitvoerbaar is, en scenario 1 te weinig resultaat oplevert, kiezen we voor een middenweg: scenario 2. Hiermee werken we aan het behalen van de EU-grenswaarden en zetten we een stap richting de WHO-advieswaarden.
We verdelen de maatregelen over de meest vervuilende bronnen en zetten in op vermindering van zowel fijnstof als stikstofdioxide. Met dit scenario draagt iedereen bij aan het behalen van de doelen en realiseren we schonere lucht en daarmee gezondheidsverbetering. Scenario 2 is een haalbare uitwerking van onze leidende principes en randvoorwaarden. In het volgende hoofdstuk worden de maatregelen verder toegelicht.
6. Lokale maatregelen (doelstelling 1) Op basis van de resultaten uit het maatregelenonderzoek en de participatie, en rekening houdend met de leidende principes en randvoorwaarden (hoofdstuk 4) hebben we een afweging gemaakt van maatregelen.
Hieronder lichten we per bron toe welke maatregelen we nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren. De maatregelen worden op hoofdlijnen beschreven. In het uitvoeringsprogramma worden de maatregelen in meer detail uitgewerkt. We onderzoeken bijvoorbeeld hoe de maatregelen juridisch kunnen worden gewaarborgd, hoe de eventuele handhaving kan worden ingericht en hoe we rekening kunnen houden met de belangen van onze inwoners. Als tijdens de uitwerking blijkt dat een maatregel onvoldoende uitvoerbaar of handhaafbaar is, moeten we deze heroverwegen.
gedragsverandering: op welke manier kunnen we bewoners, ondernemers en bezoekers stimuleren om ‘schoner’ gedrag te laten zien? Daarbij maken we gebruik van burgerparticipatie zoals het laten meten van de luchtkwaliteit door inwoners. Hoe we dit gaan doen, werken we uit in het uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit.
6.1 Algemeen Om gezond gedrag te stimuleren is het belangrijk dat inwoners meer kennis hebben over hun directe leefomgeving. We merken dat inwoners nog onvoldoende weten over de luchtkwaliteit in Utrecht. Het zou een groot verschil maken als bewoners goed geïnformeerd zijn over het effect van luchtverontreiniging op hun gezondheid, welke bronnen voor de meeste uitstoot zorgen, en wat ze zelf kunnen doen om hun eigen uitstoot te verminderen. Er zijn veel betrokken inwoners die zelf een bijdrage willen leveren aan verbetering van de luchtkwaliteit.
6.1.1 Wat doen we al: Een voorbeeld van deze betrokkenheid van inwoners is de bijdrage van vele tientallen Utrechtse fietsers die vanaf 2019 deelnemen aan het Snuffelfietsproject (een project in samenwerking met de provincie Utrecht): zij verzamelen op hun fietstochten in en rond de gemeente Utrecht (open) data over routes en luchtkwaliteit. De verzamelde gegevens kunnen helpen bij het verbeteren van de infrastructuur voor fietsers en bij het ontwikkelen van schone fietsroutes. Ook veel enthousiaste vrijwilligers die nu al een metertje bij huis hebben dragen bij aan het beter in kaart brengen van de Utrechtse luchtkwaliteit. Dergelijke burgerwetenschapsprojecten steunen we en willen we voortzetten.
6.1.2 Aanvullende maatregel Voorlichting luchtverontreiniging Wanneer mensen meer weten over de nadelige effecten van hun activiteiten, zijn ze waarschijnlijk eerder bereid om hun gedrag aan te passen. Naast invoering van aanvullende maatregelen willen we daarom breder inzetten op voorlichting over luchtverontreiniging. Hierin willen we speciaal aandacht schenken aan het aspect
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 19
6.2 Wegverkeer Het gemotoriseerde wegverkeer (zoals auto’s en vrachtauto’s die rijden op een fossiele brandstof) is één van de meest vervuilende bronnen in Utrecht. Voor de uitstoot van NO2 is wegverkeer zelfs de grootste bron. Een deel van de uitstoot komt van buiten Utrecht, zoals de snelwegen. Een groot deel komt van voertuigen die binnen de stad rijden. Op dit deel hebben we invloed. Maatregelen die de uitstoot van wegverkeer verminderen zijn heel effectief voor het verbeteren van de luchtkwaliteit.
Milieuzone en nul-emissiezone in Utrecht Uitbreiden grenzen milieuzone naar heel Utrecht voor personen-, bestel-, vrachtauto’s en autobussen op diesel
6.2.1 Wat doen we al? We werken via drie sporen aan het verminderen van uitstoot door wegverkeer. Daarbij dragen we zowel bij aan verbetering van de luchtkwaliteit als van het klimaat: 1. Inzet op het verminderen van vervoerskilometers: Ons mobiliteitsbeleid is erop gericht om het gemotoriseerd wegverkeer zo min mogelijk te laten meegroeien met de groei van het aantal inwoners, en waar mogelijk te laten afnemen. Het verminderen van gemotoriseerd verkeer draagt bij aan ons emissieloze einddoel en heeft tal van andere voordelen, zoals vrijkomende ruimte, klimaatadaptatie en minder geluidsoverlast.
Utrecht
2027
2030
Bestaande milieuzone en nul-emissiezone
Uitbreiding grenzen nul-emissiezone bestel- en vrachtauto’s naar heel Utrecht
Alle brom- en snorfietsen uitstootvrij in Utrecht
2. Het veranderen van de wijze van vervoer: van eigen auto naar fiets, openbaar vervoer en het gebruik van deelauto’s. Dit streven we na met de vijf stappen uit ons Mobiliteitsplan, waaronder het inzetten op nabijheid van voorzieningen, het stimuleren van alternatieven (lopen, fietsen, OV en deelvervoer), het verbeteren van de netwerken voor deze alternatieven, het parkeerbeleid en het slim (her)inrichten van wegen. In het Uitvoeringsprogramma Goederenvervoer 2023 – 2026 zijn maatregelen opgenomen om het aantal bewegingen en de afgelegde afstand van goederenvervoer in de stad te verminderen, onder andere door het reguleren van de toegang tot winkelgebieden en door goederenvervoer op andere manieren te laten plaatsvinden dan per vracht- of bestelauto. 3. Schonere mobiliteit: het stimuleren en faciliteren van de keuze voor emissieloze vervoermiddelen. Dat doen we onder meer door verplichtingen op te nemen in concessies voor doelgroepenvervoer (openbaar vervoer, taxi’s, etc.) waar we samen optrekken met de provincie en regio. En met het aanscherpen van de milieuzone voor personenauto’s, de milieuzone voor autobussen en daarnaast het instellen van een nul-emissiezone voor bestelauto’s en vrachtwagens vanaf 1 januari 2025.
6.2.2 Aanvullende maatregelen We werken toe naar emissieloze mobiliteit. Door autonome ontwikkelingen gebeurt dit nu al, maar we willen dit proces in Utrecht versnellen. Dit doen we met tussenstappen, zoals ook aangegeven in onze leidende principes. Samen met de hierboven genoemde aanpak om het verkeer te verminderen en de wijze van vervoer te veranderen, werken we zo toe naar een uitstootvrije stad. Hierdoor verdwijnt uiteindelijk de uitstoot van NO2 door wegverkeer. De uitstoot van fijnstof verdwijnt echter nog niet geheel, vanwege de slijtage van wegdek, banden en remmen, en andere bronnen.
Om de lasten van de maatregelen evenwichtig te verdelen over de stad pakken we verschillende doelgroepen aan, van bedrijfsvervoer en taxi’s tot automobilisten en bromfietsen. Ook willen we dat de maatregelen gaan gelden in de hele stad. Op dit moment liggen de milieuzone en (vanaf 2025) de nul-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s alleen in een gedeelte van de stad. Hoewel dit ook een (uitstralings)effect heeft op de omliggende gebieden, willen we de luchtkwaliteit in andere delen van Utrecht nog verder verbeteren. In het kader van kansengelijkheid willen we juist ook de luchtkwaliteit verbeteren in wijken met meer kwetsbare doelgroepen, en niet alleen in het milieuzonegebied.
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 20
We nemen de volgende maatregelen: 1. U itbreiden grenzen van de milieuzones (voor personenauto’s, bestelauto’s, vrachtauto’s en autobussen op diesel) naar heel Utrecht. 2. Stapsgewijs brom- en snorfietsen uitstootvrij in Utrecht. 3. U itbreiden grenzen van de nul-emissiezone voor bestel- en vrachtauto’s naar heel Utrecht. 4. A anscherpen milieuzone voor personenauto’s naar emissieklasse 6 zodra dit juridisch mogelijk is. Daarnaast onderzoeken we hoe de taxibranche schoner kan. Het doelgroepenvervoer is aanbesteed en leidt tot 87,5% verschoning vanaf 2025. Het leerlingenvervoer is al 100% emissieloos. Hiermee is 70% van het taxivervoer emissieloos vanaf 2025. Het overige deel van het taxivervoer zijn voornamelijk de straattaxi’s. Er lopen gesprekken met de branche voor het elektrificeren van het wagenpark. Ons doel is om alleen nog uitstootvrije taxi’s toe te staan in de stad, uiterlijk 1 januari 2028. Daarvoor willen we afspraken maken met de branche in 2025.
6.2.3 Uitbreiding grenzen milieuzone naar heel Utrecht We breiden de milieuzone vanaf 2027 geografisch uit naar de gemeentegrenzen van Utrecht, voor de volgende voertuigen op diesel: personenauto’s en bestelauto’s tot en met emissieklasse 4, en de milieuzone voor vrachtauto’s en autobussen tot en met emissieklasse 5. Nb. De nul-emissiezone voor vracht- en bestelauto’s (in het huidige milieuzonegebied) blijft gelden, ook na uitbreiding van de milieuzone.
Vergroting van de milieuzone is een logische volgende stap richting een uitstootvrije stad. Uit het maatregelenonderzoek van RHDHV blijkt dat deze maatregel bijdraagt aan het verminderen van fijnstof (PM10 en PM2,5). Vanwege het leidende principe dat iedereen een bijdrage levert aan het verbeteren van de luchtkwaliteit, besluiten we nu de milieuzone voor de hele gemeente in te stellen. Uit het maatregelenonderzoek blijkt ook dat hoe groter de zone is, hoe meer effect deze heeft. Hierbij wijken we af van het (voorwaardelijke) besluit bij de vorige beleidsnota om de milieuzone te vergroten tot de snelwegring (Vleuten-De Meern en Leidsche Rijn worden dan niet meegenomen). De ingangsdatum wordt 1 januari 2027 zodat we zo snel mogelijk effect bereiken. Voertuigen met emissieklasse 4 zijn tegen die tijd meer dan 20 jaar oud. De gemiddelde slooptermijn van een auto is 19 jaar. De ingangsdatum 2027 is daarom in proportie, bovendien geldt het toegangscriterium van emissieklasse 5 en hoger al in het huidige milieuzonegebied. Daarnaast geeft het inwoners en ondernemers voldoende tijd om erop voor te bereiden gezien de relatief hoge leeftijd van auto’s met emissieklasse 4 tegen die tijd. We bieden een sloopregeling aan voor inwoners met een personenauto die niet meer toegestaan is.
Hiermee kunnen inwoners een financiële bijdrage krijgen van de gemeente voor het vervangen van een auto die niet meer is toegestaan in de milieuzone. De regeling wordt uiterlijk 6 maanden voorafgaand aan de geografische uitbreiding opengesteld. In het uitvoeringsprogramma bepalen we welke emissieklassen subsidie kunnen krijgen.
Geregistreerde voertuigen die worden geweerd uit de milieuzone in 2027
2.565
2.062
Dieselpersonenauto's
2%
631
met emissieklasse 0 t/m 4
Dieselbestelauto’s met emissieklasse 0 t/m 4
Aantallen Volgens cijfers van RDW (april 2024) staan in Utrecht 2.565 dieselpersonenauto’s met emissieklasse 0 t/m 4 geregistreerd, die met deze maatregel worden geweerd uit de milieuzone. Dit is 2% van het totaal aantal personenauto’s in Utrecht. Verder worden met deze maatregel 2.062 in Utrecht geregistreerde dieselbestelauto’s met emissieklasse 0 t/m 4 (dit is 16% van alle bestelauto’s in Utrecht), 631 dieselvrachtauto’s met emissieklasse 0 t/m 5 (18%) en 13 dieselautobussen met emissieklasse 0 t/m 5 (17%) geweerd. Van de personenauto’s en bestelauto’s zijn 430 kampeerwagens (campers). De kampeerwagens zijn in de wet vrijgesteld voor de milieuzone als de houder van het kenteken van het betreffende voertuig in de milieuzone woonachtig is. Daarnaast weren we voertuigen van buiten de stad. Het aantal unieke voertuigen dat de huidige milieuzone wekelijks inrijdt is ruim 15.500 bestelauto’s en 1.800 vrachtvoertuigen. Van personenauto’s en autobussen hebben we geen recente cijfers.
16%
13
Dieselvrachtauto's
18%
ZONE Milieu zone
met emissieklasse 0 t/m 5
Dieselautobussen
17%
met emissieklasse 0 t/m 5
Beleidsnota Luchtkwaliteit versie september 2024 | 21
6.2.4 Brom- en snorfietsen uitstootvrij in Utrecht We willen vanaf 2030 alleen uitstootvrije brom- en snorfietsen toelaten in Utrecht. Daar werken we met een tussenstap naar toe: Vanaf 1 januari 2028 mogen brom- en snorfietsen met een DET (Datum Eerste Toelating) tot 1 januari 2018 Utrecht niet meer in. Vanaf 2030 zijn alleen nog uitstootvrije brom- en snorfietsen toegelaten in Utrecht.
Geregistreerde brom- en snorfietsen 1.465
Gemeente Utrecht Gemeente Utrecht
14.439
12.974
Brom- en snorfietsen stoten relatief veel koolwaterstoffen (waaronder benzeen), ultrafijnstof (UFP) en roet uit, dat bij directe blootstelling zeer schadelijk is voor de gezondheid. Dit geeft aanleiding om dit type voertuig zo snel mogelijk uitstootvrij te maken. Brom- en snorfietsen zijn verantwoordelijk voor een relatief klein deel van de stikstofoxide en fijnstof uitstoot. De gezondheidswinst wordt echter behaald door de afname van andere stoffen zoals het genoemde ultrafijnstof. Een nul-emissiezone voor brom- en snorfietsen zorgt voor een vermindering van lokale overlast en afname van de directe blootstelling van fietsers en voetgangers aan de verontreiniging. Ook draagt het een bij aan het signaal aan de inwoners dat we toewerken naar een uitstootvrije
stad. Het aanpakken van brom- en snorfietsen past ook bij ons leidende principe dat iedereen een bijdrage levert aan de verbetering van de luchtkwaliteit. Er staan op dit moment 14.439 brom- en snorfietsen geregistreerd in Utrecht. Hiervan hebben 3.605 een DET tot 1 januari 2018 (dit is 25%). Er zijn 1.465 elektrische brom- en snorfietsen (10%). Tot 2016 bleef de verkoop van e-scooters laag. Aannames zoals ‘te duur’ en ‘slechte kwaliteit’ lagen hier vaak aan ten grondslag. Doordat er steeds meer nieuwe partijen en modellen op de markt komen stijgt het aanbod de laatste jaren. Hierdoor wordt de e-scooter nu al aangeboden in dezelfde prijscategorieën als een bromfiets op fossiele brandstof, waardoor de maatregel relatief weinig financiële impact heeft voor inwoners. De autonome ontwikkeling is echter niet voldoende om zonder maatregelen in 2030 volledig uitstootvrij te zijn. Vanwege het leidend principe dat we maatregelen stapsgewijs willen invoeren, werken we met een tussenstap toe naar een nul-emissiezone voor brom- en snorfietsen. De gemiddelde levensduur van een brom- of snorfiets is 10 jaar. De tussenstap die we nemen sluit hier goed op aan: in 2028 zijn voertuigen met een DET van 2018 tien jaar oud.