Agendabundel
Tekst van het document
Ook de ligging naast het spoor vanwege geluid en trillingen heeft een negatieve invloed op deze locatie.
19 - Locatieonderzoek VO Overvecht
10. Marokkodreef
Valt af: Om deze locatie mogelijk te maken, moeten de gebouwen van de Chinese kerk en Reijnaerde verworven worden. De Chinese kerk wil echter niet verhuizen. Het is financieel onhaalbaar. Het volume op deze plek is te groot.
20 - Locatieonderzoek VO Overvecht
14. Ramsesdreef
Valt af Deze locatie ligt verscholen in Overvecht en is om die reden niet ideaal voor een VO-school. De locatie is gemeentelijk eigendom. De locatie ligt binnen de 50m van de N230 en er zal gebouwd moeten worden in de groenstructuur. Om verschillende redenen is deze locatie niet haalbaar. Eventueel is deze locatie geschikt voor enkel een sporthal. Maar er is geen locatie voor een school beschikbaar in Overvecht.
21 - Locatieonderzoek VO Overvecht
16. Winterboeidreef
Valt af Op deze locatie staan verschillende gebouwen die gebruikt worden als tijdelijke huisvesting voor scholen. In één van deze gebouwen zit een nieuwe school die hier is opgestart. Dit is een nieuwe school die in het totaal 5 jaar de tijd heeft gekregen om zich te bewijzen. De locatie is te klein voor een VO school. Daarnaast zou er gebouwd moeten worden in de groenstructuur en is deze locatie wat spreiding van VO scholen betreft ongunstig.
22 - Locatieonderzoek VO Overvecht
17. Schooneggendreef
Valt af Er zijn voor deze locatie twee varianten opgesteld. Variant 1 is afgevallen vanwege de beperkte ruimtelijke inpasbaarheid en de luchtkwaliteit vanwege de ligging binnen 50 meter van de N230. Voor een tweede variant is gekeken of er ruimte gemaakt kan worden richting de naastgelegen MBO locatie. Dat blijkt niet mogelijk. Deze locatie valt dus om verschillende redenen af
23 - Locatieonderzoek VO Overvecht
18. Overvecht Centrum: Zamenhofdreef, hoek Einsteindreef Valt af
70
Momenteel wordt er in een open planproces gewerkt aan een masterplan voor Overvecht Centrum. In voorliggend locatieonderzoek zijn twee locaties onderzocht. In beide locaties is uitgegaan van een stedelijke invulling met wonen, sport en onderwijs. De locaties zijn deels eigendom van corporaties (erfpacht) en deels eigendom van de gemeente. Deze locaties zijn niet op korte termijn beschikbaar. In het masterplan in wording is geen rekening gehouden met specifiek een school, wel met maatschappelijke m2. De tijdshorizon van het masterplan is echter veel langer dan voorzien voor de realisatie van een VO-school.
Ook de financiële haalbaarheid moet nog goed onderzocht worden. Om verschillende redenen valt deze locatie af.
24 - Locatieonderzoek VO Overvecht
19. Overvecht Centrum: Zamenhofdreef, hoek Marnedreef
Valt af Momenteel wordt er in een open planproces gewerkt aan een masterplan voor Overvecht Centrum. In voorliggend locatieonderzoek zijn twee locaties onderzocht. In beide locaties is uitgegaan van een stedelijke invulling met wonen, sport en onderwijs. De locaties zijn deels eigendom van corporaties (erfpacht) en deels eigendom van de gemeente. Deze locaties zijn niet op korte termijn beschikbaar. In het masterplan in wording is geen rekening gehouden met specifiek een school, wel met maatschappelijke m2. De tijdshorizon van het masterplan is echter veel langer dan voorzien voor de realisatie van een VO-school.
Ook de financiële haalbaarheid moet nog goed onderzocht worden. Om verschillende redenen valt deze locatie af.
25 - Locatieonderzoek VO Overvecht
20. Pahud de Mortangesdreef
Valt af Deze locatie is voor het belangrijkste deel niet in eigendom van de gemeente. Hier is recent een tijdelijke een locatie voor de opvang van asielzoekers gerealiseerd. Op termijn wenst de eigenaar de locatie te transformeren naar woningbouw. Dit maakt de financiële haalbaarheid onmogelijk. Er is onderzocht of een gemengde programma van school/ sporthal met woningbouw mogelijk is, maar de ligging dicht langs de NRU maakt deze locatie voor zo veel volume ongeschikt.
26 - Locatieonderzoek VO Overvecht
21. Grote Trekdreef
70
Valt af: De locatie Grote Trekdreef/Voortrekkersdreef is in eigendom van de gemeente. Hier staan verouderende schoolgebouwen die tijdelijk verhuurd worden, maar vervangen moeten worden. De locatie ligt tussen woningen in. Een school en sporthal is op deze locatie een te groot volume. Doordat er 50 meter afstand gehouden moeten worden vanaf de Einsteindreef is een goede ruimtelijke inpassing niet mogelijk. Ook de realisatie van enkel een school is op dit binnengebied een te groot volume.
27 - Locatieonderzoek VO Overvecht
22. Grote Trekdreef / Oranjerivierdreef
70
CONCLUSIE : KANSRIJK Kans om VO-school met sporthal op 1 locatie te realiseren. • Kans om méér woningen te bouwen waarbij een gemengd woningprogramma gebouwd kan worden. Hiermee geven we invulling aan de woningbouwopgave in Overvecht. • In aansluiting op de nieuwbouw aan de Ivoordreef (toekomstig) en Pretoriadreef (gerealiseerd) wordt er een groter gebied vernieuwd en ontstaat er een nieuwe wand langs de Einsteindreef. Er ontstaat een nieuw voorzieningencluster. De school krijgt hiermee een plus. En een kans om het groen in de buurt meer betekenis te geven voor de omgeving. • De locatie Oranjerivierdreef / Grote Trekdreef is goed zichtbaar en vindbaar doordat deze goed is aangetakt op de hoofdstructuur van de wijk.
• •
De locatie grenst aan het buurtwinkelcentrum Gagelhof. De bundeling van voorzieningen op deze plek kan de levendigheid en dynamiek van het centrumgebied versterken. Kans om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verbeteren door o.a de parkachtige opzet en kwaliteit te versterken (ook voor de omgeving), de ruimte intensiever te gebruiken, de uitstraling van het gebied naar buiten te versterken, te zorgen voor ogen op straat en dat de voorzieningen beter zichtbaar en bereikbaar worden.
De eerste financiële doorrekening laat zien dat de maximale variant een sluitende business case kan opleveren. Een kleine variant waarbij minder woningen teruggebouwd worden, is financieel niet sluitend. Daarnaast zullen ook de maatschappelijke effecten van een schoolgebouw op deze plek nader worden onderzocht.
28 - Locatieonderzoek VO Overvecht
23. Franciscusdreef, David Lloyd
Valt af De locatie Mississippidreef (De Waal) is geen gemeentelijk eigendom. Verwerving is niet kansrijk en er zijn extra financiële middelen beschikbaar. De werkgelegenheid die hier dan verdwijnt, zal gecompenseerd moeten worden elders. De locatie ligt net buiten de risicocontour van de amoniakkoeling. Voor deze locatie geldt dat er een verantwoording van het groepsrisico nodig is. Daarnaast ligt de locatie binnen de milieuzone van 300 meter van de ijsbaan vanwege geluid (muziek, apparatuur). Onderzocht moet worden hoe dit de haalbaarheid beïnvloedt. 70
En er moet worden aangetoond dat omliggende bedrijven met vergunde hindercontouren niet geschaad worden in hun bedrijfsvoering en voorziene uitbreidingen. Locatie valt om verschillende redenen af.
29 - Locatieonderzoek VO Overvecht
24. Mississippidreef, Schaatsbaan
Valt af Grond is uitgegeven in erfpacht en in gebruik als parkeervoorziening. Vechtsebanen heeft zelf ook plannen voor ontwikkeling. Vanwege de risicocontour van de ammoniak koelinstallatie zijn de locaties dichtbij de Vechtsebanen vanuit juridisch planologisch oogpunt dit moment op niet mogelijk. Een school is alleen mogelijk als de ijsbaan verduurzaamd wordt. Dit zal niet op de gewenste korte termijn gebeuren. En extra budget om dit te versnellen is er niet. 70
30 - Locatieonderzoek VO Overvecht
25. Franciscusdreef, David Lloyd
Valt af: Grond is uitgegeven in erfpacht en bebouwd met een sporthal. Dit is van een andere eigenaar en verwerving ligt niet voor de hand. Vanwege de risicocontour van de ammoniak koelinstallatie zijn de locaties dichtbij de Vechtsebanen vanuit juridisch planologisch oogpunt dit moment op niet mogelijk. Een school is alleen mogelijk als de ijsbaan verduurzaamd wordt. Dit zal niet op de gewenste korte termijn gebeuren. En extra budget om dit te versnellen is er niet
31 - Locatieonderzoek VO Overvecht
Extra locaties 26. Piramidedreef
Valt af: De locatie is te klein voor een school met schoolplein. Voor een sporthal zou het kunnen, maar er is geen andere geschikte locatie voor de school. Bovendien vindt er een haalbaarheidsonderzoek plaats naar wonen op deze locatie met Werkplaats Overvecht.
32 - Locatieonderzoek VO Overvecht
27. Stroyenborchdreef
Valt af: Dit is een gemeentelijk eigendom. De locatie is te klein voor een school. Eventueel zou de locatie geschikt kunnen zijn voor alleen een sporthal, maar op dit moment is de locatie niet beschikbaar.
33 - Locatieonderzoek VO Overvecht
28. Santa Cruzdreef
Valt af: Dit is een gemeentelijke locatie. Voor de Santa Cruzdreef zijn verschillende varianten onderzocht. Een variant van school met sporthal of gymzalen is een te grote massa voor dit kleine gebied en wordt dus vanwege de ruimtelijke kwaliteit afgewezen. Ook alleen een school is een te groot volume op deze plek. De locatie van Auris moet vernieuwd worden. Deze school voor speciaal onderwijs past beter in dit deel van Overvecht dat zich kenmerkt door kleinschaligheid en een rustige woonbuurt. Dit type onderwijs past beter dan een VO-school van 1.000 leerlingen.
34 - Locatieonderzoek VO Overvecht
28. Amazonedreef (gezondheidscentrum)
Valt af: Er zijn twee varianten onderzocht. Variant 1 waarbij de sporthal en het bestaande gezondheidscentrum zijn ingepast. En een variant waarbij de school en de sporthal op de locatie zijn ingepast. Dit zijn echter geen haalbare varianten. Het gezondheidscentrum is recent vernieuwd en een goed lopende voorziening. De gemeente is geen eigenaar van de locatie.
35 - Locatieonderzoek VO Overvecht
29. Orinocodreef
Valt af: te groot volume op deze plek naast Fort aan de Klop. Deze gemeentelijke locatie is niet beschikbaar. Er zit een school voor speciaal onderwijs.
36 - Locatieonderzoek VO Overvecht
30. Falklanddreef – Carnegiedreef
Valt af: hier staat een 10-hoog flat die nog gerenoveerd moet worden. De wonngcorporatie wenste hier niet te slopen. In de verschillende varianten is een school (1), school met woningbouw (2) en school met woningbouw en sporthal (3) onderzocht. Financieel zijn alle varianten niet haalbaar en de locatie is niet beschikbaar.
37 - Locatieonderzoek VO Overvecht
31. Paranadreef – Carnegiedreef
Valt af: Op deze locatie bevindt zich een woonwagenkamp. Verplaatsen in niet haalbaar en wenselijk.
38 - Locatieonderzoek VO Overvecht
32. Rio Negrodreef – Carnegiedreef
Valt af: Voor deze locatie zijn verschillende varianten onderzocht, net als voor de Falklanddreef. Er moet echter een 10-hoogflat voor gesloopt worden. De woningcorporatie wil dit niet en gaat de flat renoveren.
39 - Locatieonderzoek VO Overvecht
32. Scharlakendreef
Valt af: de locatie is gemeentelijk eigendom, maar te klein voor een school. Hier is ander maatschappelijk vastgoed voorzien. De locatie kan alleen geschikt gemaakt worden als de 10 hoog flat gesloopt zou worden. Naast dat een beide programma’s (school + woningbouw) op de locatie niet inpasbaar zijn, wil de woningcorporatie ook niet slopen. De flat wordt gerenoveerd.
Bezoekadres: Stadsplateau 1, 3533 JE Utrecht Postadres: Postbus 8406, 3503 RK Utrecht Telefoon: 030 - 286 00 00
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
Hanneke Zeevalkink
Datum
28 november 2023
Doorkiesnummer
0302866287
Kenmerk
11821736/2311031406-CY
hanneke.zeevalkink@utrecht.nl
Onderwerp
Voortgang voorbereidingen Omgevingswet
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Ruimtelijke Ordening
Geachte leden van de raad, Over anderhalve maand is het zover: de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De tot op heden gekoppelde Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen wordt gefaseerd ingevoerd en deels uitgesteld tot 1 januari 2025. Over de werking en het uitstel van de Wkb sturen we u een afzonderlijke brief. In deze brief informeren u graag over de invoering van de Omgevingswet, zoals wij periodiek doen. De laatste keer in februari 2023. Met deze brief geven wij u achtereenvolgens inzicht in: - Wat betekent overgang naar Omgevingswet voor initiatieven? - Wat zijn de belangrijkste risico's van inwerkingtreding en hoe gaan we daarmee om? - Voortgang Utrechtse voorbereidingen - Planning besluiten die de raad moet nemen voor inwerkingtreding - Landelijke ontwikkelingen Omgevingswet Eén van de belangrijkste doelen van Omgevingswet is het verbeteren van de dienstverlening in het fysieke domein van overheden aan inwoners. De gemeenten en andere overheden moeten veel voorbereidingen treffen om klaar te staan voor de invoering van deze wetten. Het Plan van aanpak Invoering Omgevingswet – dat u in december 2019 heeft vastgesteld – is daarbij in Utrecht het kader.
Wat betekent overgang naar Omgevingswet voor initiatieven? Initiatieven moeten vanaf inwerkingtreding van de wetten worden beoordeeld aan de hand van de nieuwe regels, de nieuwe procedures en de bijbehorende mogelijkheden om kosten (leges en kostenverhaal) in rekening te brengen. Een initiatief kan worden ingediend door een inwoner, een bedrijf of een instelling. Belangrijke wijzigen voor initiatiefnemers zijn: - Vergunningaanvragen van complexe projecten worden in 8 weken beoordeeld in plaats van in 26 weken. Eenvoudige vergunningen worden nu in 8 weken beoordeeld en dat blijft zo. - Initiatiefnemers van projecten krijgen een goede dienstverlening. Bij complexe projecten is er een omgevingsoverleg, waarbij de initiatiefnemer aan tafel zit met alle relevante interne medewerkers en waar wenselijk en mogelijk externe ketenpartners, zoals de provincie of het waterschap. - Op het Digitale Stelsel Omgevingswet kunnen initiatiefnemers zien welke regels gelden, checken of ze een vergunning nodig hebben voor de meest voorkomende projecten (bijvoorbeeld een
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
-
28 november 2023 11821736/2311031406-CY
verbouwing van een woning, het slopen van een bouwwerk, het kappen van een boom) en een vergunning aanvragen of melding doen. Initiatiefnemers betalen de kosten van de aangepaste legestarieven en kostenverhaal.
Een aantal initiatieven zal onder de huidige wetgeving zijn voorbereid en zal worden afgerond terwijl de nieuwe wetgeving in werking is getreden. In die gevallen blijft de nu nog huidige (straks oude) wet van toepassing tot en met de afronding van dat initiatief. Dit betekent dat een aanvraag voor een omgevingsvergunning die de dag voor inwerkingtreding van beide wetten is ingediend, wordt afgehandeld volgens de huidige wet. Een ontwerpbestemmingsplan dat vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wetten ter inzage is gelegd, wordt ook onder de huidige wet verder afgehandeld. Er is dus een overgangsperiode voor zowel omgevingsvergunningen als bestemmingsplannen. Dienstverlening rondom inwerkingtreding Minister De Jonge schrijft in zijn kamerbrief van oktober 2022 dat “…het duidelijk is dat de dienstverlening van bevoegde gezagen aan burgers en bedrijven tijdelijk onder druk komt te staan, bij elk moment van inwerkingtreding.” Bij dit soort grote stelselwijzigingen is dat niet volledig te voorkomen. Alle initiatieven moeten vanaf inwerkingtreding voldoen aan de nieuwe wet- en regelgeving. De dienstverlening van de gemeente zetten we uiteraard door; de initiatiefnemers kunnen erop rekenen dat ze vergunningen kunnen aanvragen en plannen voor bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling kunnen bespreken.
Bij deze grote transitie zullen meer fouten dan gebruikelijk worden gemaakt in bijvoorbeeld de procedures of een haperend digitaal systeem (zie ook paragraaf over risico’s hierna). Maar we willen niet dat de initiatiefnemer grote hinder ondervindt. We doen onze uiterste best om de stelselwijziging voor de initiatiefnemer zo soepel mogelijk te laten verlopen. Het Rijk zal een landelijke communicatiecampagne uitvoeren, die is gericht op ‘bewustwording’ van de inwerkingtreding van de Omgevingswet'. Op landelijk en regionaal niveau worden serviceorganisaties ingericht die vragen kunnen beantwoorden en problemen kunnen oplossen.
In Utrecht treffen we de volgende maatregelen: - We leiden alle medewerkers betrokken bij de dienstverlening in het fysieke domein goed op in de nieuwe werkwijze, zodat zij initiatiefnemers, omwonenden en belanghebbenden goed kunnen bijstaan; - We zorgen voor actuele en begrijpelijke informatie op onze website en andere kanalen als het klantencontactcentrum en de wijkbureaus; - Voor initiatiefnemers die vaker te maken hebben met planvorming en vergunningverlening zoals projectontwikkelaars en woningbouwverenigingen geven we gerichte informatie en organiseren we onder andere informatiebijeenkomsten; - We zetten extra medewerkers in bij publiekszaken en de helpdesk van vergunningverlening om inwoners met vragen en initiatiefnemers die hinder ondervinden van de stelselwijziging goed te kunnen helpen; Als al deze inzet niet voorkomt dat een initiatiefnemer grote hinder ondervindt door de stelselwijziging, dan zullen we nagaan hoe we, binnen kaders van wet- en regelgeving, redelijk en billijk kunnen omgaan met deze gevallen. Wat zijn de belangrijkste risico's van inwerkingtreding en hoe gaan we daarmee om? Bij een stelselwijziging met zo'n grote impact zijn fouten niet te voorkomen. We monitoren de risico's rondom inwerkingtreding al enkele jaren en hebben beheersmaatregelen getroffen. Hieronder informeren we u over de belangrijkste risico's en de wijze waarop we daarmee omgaan.
Eén belangrijk risico met maatregelen gericht op de initiatiefnemers hebben we hierboven al beschreven.
2/7
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 november 2023 11821736/2311031406-CY
Een ander belangrijk risico is dat medewerkers niet werken volgens de nieuwe wet en werkwijze: de stelselwijziging heeft grote impact en veel vergt van de medewerkers, zeker in de huidige krappe arbeidsmarkt en reeds bestaande hoge werkdruk. Bovendien moeten medewerkers de nieuwe en oude werkwijze combineren in de overgangsperiode en verwachten we voor inwerkingtreding een piek in vergunningaanvragen. We pakken dit risico aan doordat we al in 2022 in de praktijk zijn gaan werken volgens de nieuwe werkwijze en begin 2023 de staande organisatie alle taken en verantwoordelijkheden van het programma hebben laten overnemen zodat iedereen tijdig gewend is aan de nieuwe werkwijze en verantwoordelijkheden en dit aansluit op de werkpraktijk. Daarnaast voeren we doorlopend gemeentelijke, regionale en landelijke testen uit om te monitoren of werkwijzen en systemen aansluiten en werkbaar zijn. Ook zetten we bij het klantencontactcentrum en vergunningen rondom inwerkingtreding extra capaciteit in op het reguliere werk en het extra werk gericht op inwerkingtreding van de wetten. Een ander risico is dat het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) niet goed functioneert. We weten nu al dat het landelijke deel van het DSO en de software voor het omgevingsplan niet op alle punten functioneert per 1 januari 2024 zoals dat de bedoeling was bij de landelijke afspraken over het basisniveau.
En dat de gebruiksvriendelijkheid van het DSO vanaf de start niet goed is. Het Rijk heeft daarom ‘Tijdelijke alternatieve maatregelen’ - workarounds - getroffen, waar ook Utrecht mee zal werken. We testen deze workarounds en leiden medewerkers op om hiermee te werken. Het kan ook voorkomen dat het omgevingsloket tijdelijk niet beschikbaar is. Het landelijke DSO-team doet er alles aan dit te voorkomen. VNG en het DSO-team maken afspraken over wie wat doet om problemen te verhelpen en goede communicatie te organiseren voor het onverhoopte geval dat er toch een probleem ontstaat. Zodat wij onze eigen communicatie via website, het klantencontactcentrum en andere middelen klaar kunnen zetten. En de medewerkers kunnen trainen om tijdelijk op een andere manier te werken, zodat vergunningverlening en planvorming kan doorgaan. In de organisatieonderdelen die veel met het DSO werken, worden de bedrijfscontinuïteitsplannen aangevuld op het nieuwe DSO. Voortgang Utrechtse voorbereidingen De voorbereidingen op de invoering van beide wetten zijn in Utrecht in de afrondende fase. We zijn al enige tijd bezig om stapsgewijs in de praktijk op de nieuwe manier te gaan werken, omdat die goed aansluit bij onze ambities van klantgericht, transparant en integraal werken.
Ten opzichte van de vorige voortgangsbrief in februari 2023 hebben we afgerond: - Overdracht van werk, taken, informatie en financiën van programma naar staande organisatie. - Medewerkers leren werken met de nieuwe werkwijze, instrumenten en systemen. Dit is een continu leertraject vanaf heden tot na inwerkingtreding en voor alle nieuwe medewerkers vanaf dan. - Raadsvoorstel nadeelcompensatie (vastgesteld 22 juni 2023). - Raadsvoorstel bevoegdheidsverdeling raad-college (vastgesteld 2 november 2023). Direct aan de inwerkingtreding van de wetten zijn nog enkele voorbereidingen gekoppeld, die nu in volle gang zijn: - Opfristrainingen voor medewerkers; - Communicatie: middelen aanpassen aan nieuwe wetten en interne/externe communicatie; - Ketentesten met regio en binnen gemeenten van DSO, software en werkprocessen; - Raadsvoorstel legesverordening aangepast aan beiden wetten (onlangs verzonden);
3/7
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
-
28 november 2023 11821736/2311031406-CY
Raadsvoorstel Wijziging omgevingsplan met algemene regels (na inwerkingtreding).
Planning besluiten die de raad moet nemen voor inwerkingtreding In de raadsbrief februari 2023 hebben we u een planning gestuurd van de raadsvoorstellen die we u zullen voorleggen ten behoeve van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wkb. Hieronder treft u de actuele planning aan die nauwkeuriger aangeeft wanneer u de voorstellen kunt verwachten. Raadsvoorstel 1. Omgevingsvisie 2. Transitiestrategie omgevingsplan 3. Commissie omgevingskwaliteit 4. Bestemmingsplan Algemene Regels Utrecht 5. Nadeelcompensatie verordening 6. Bevoegdheidsverdeling college-raad 7. Legesverordening omgevingsvergunning 2024 8. Wijziging omgevingsplan Algemene Regels Utrecht
Beoogde toezending of status voorstel Vastgesteld Vastgesteld
Bijzonderheden
Vastgesteld Vastgesteld Vastgesteld Vastgesteld Vastgesteld
Q2 2024
Vanwege het vorige uitstel is in november 2022 legesverordening STVV vastgesteld; raadsbrief financiële effecten ter informatie meegezonden. Ter inzagelegging ontwerp kan na inwerkingtreding van de wet.
Betrokkenheid raad bij voorbereiding Via verschillende technische bijeenkomsten en informatiesessies van het college werken wij graag met u samen aan de voorbereidingen die wij moeten treffen op weg naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wkb. Daarbij besteden wij zowel aandacht aan de inhoud als aan de andere manier van werken die de daarbij hoort. In overleg met uw voorzitter van de commissie Ruimtelijke ontwikkeling en Grondzaken en griffie hebben we u meegenomen in de komst van beide wetten op twee momenten via informatiesessies van het college. De eerste was op 24 januari 2023, waar we een algemene introductie hebben gegeven op beide wetten en de impact van de wetten op de gemeente, voorbereidingen in Utrecht en de rol van de raad onder de Omgevingswet hebben toegelicht. De tweede was op 21 februari 2023. We hebben daar een toelichting gegeven op het raadsvoorstel nadeelcompensatie, het omgevingsplan en het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Diezelfde dag organiseerde u een technische raadsbijeenkomst over het UPP, waar we dieper zijn ingaan op de bevoegdheidsverdeling onder de Omgevingswet. Wij hebben u toegezegd (toezegging 21/T81 4 maart 2021 over Digitaal Stelsel Omgevingswet) om een demonstratie van het Digitaal Stelsel Omgevingswet te verzorgen. We wilden dit doen tijdens de informatiesessie op 21 februari.
Omdat er te weinig tijd resteerde, heeft u aangegeven met behulp van de toegezonden presentatie en de link naar de pre-omgeving van het DSO zelf kennis te nemen van het DSO bij wijze van demonstratie. Daarmee is aan de toezegging voldaan. Landelijke ontwikkelingen Omgevingswet Hieronder treft u de belangrijkste landelijke ontwikkelingen aan voor de Omgevingswet die op dit moment spelen. Inwerkingtredingsdatum Op 14 maart 2023 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het koninklijk besluit met de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet van 1 januari 2024. De Wkb wordt gefaseerd ingevoerd en
4/7
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 november 2023 11821736/2311031406-CY
daarmee deels uitgesteld, heeft minister De Jonge onlangs bekend gemaakt. We verwijzen naar de raadsbrief over Wkb die we u gelijktijdig met deze brief aanbieden. Met name in de Eerste Kamer blijven er zorgen over het DSO. In een debat met de minister op 31 oktober jl. heeft de Kamer daarom met een motie opgeroepen de wet toch niet per 1 januari 2024 in werking te laten gaan. Minister De Jonge heeft aangegeven dat het wetgevingstraject inclusief inwerkingstredingsdatum is afgerond. Dat de invoering niet vlekkeloos zal verlopen, maar wel verantwoord is en dat het juist onverantwoord is om nu weer uit te stellen. Verder uitstel is minder verantwoord dan invoering per januari. De minister heeft, na bestuurlijk overleg met de de medeoverheden, in zijn brief van 9 november jl. aan de Eerste Kamer aangegeven dat hij vast blijft houden aan de inwerkingtreding op 1 januari 2023. De VNG en andere koepels steunen deze lijn. De Jonge heeft daarnaast toegezegd een invoeringstoets na 6 maanden en evt. vaker te doen, naast de reeds toegezegde evaluaties. Overgangstermijn omgevingsvisie en -plan In juni 2023 zijn de overgangstermijnen voor omgevingsvisie en omgevingsplan in overleg tussen Rijk en de koepelorganisaties bepaald. Voor de gemeentelijke omgevingsvisie wordt opgenomen dat deze uiterlijk op 1 januari 2027 moet zijn vastgesteld.
Daarbij is aangesloten bij de termijnen van 3 jaar die in de invoeringswetgeving waren aangekondigd. Voor het gemeentelijk omgevingsplan is in overleg met de koepelorganisaties gekozen voor 1 januari 2032. De gemeenten hebben daarmee 8 jaar om tot een gefaseerde ‘ombouw’ te kunnen komen van bestemmingsplannen, andere ruimtelijke planfiguren en lokale verordeningen, naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. De overgang van o.a. de bestaande bestemmingsplannen en verordeningen naar straks één omgevingsplan wordt uitgevoerd zoals omschreven in de vastgestelde Transitiestrategie omgevingsplan (maart 2021). De afgelopen jaren (eerste fase) is o.a. gewerkt aan het op orde brengen van de ruimtelijke regels én het maken van het Algemene regelplan met gemeentebrede ruimtelijke regels én verbreden met regels uit lokale verordeningen. Na invoering van de wet begint de tweede fase, waarin ingezet wordt op het vaststellen van het eerste omgevingsplan op de nieuwe manier, dat gebiedsontwikkelingen door kunnen gaan en dat nieuwe bestuurlijke ambities worden vertaald naar concrete regels in het omgevingsplan. Tegelijkertijd is ook veel omzetting van bestaande regels nodig. Op deze manier werken we gestaag toe naar het definitieve omgevingsplan. Gaandeweg zijn de regels steeds beter vindbaar, begrijpelijk en digitaal raadpleegbaar.
In het tweede kwartaal van 2024 ontvangt u het eerste voorstel voor aanpassingen van het Omgevingsplan. Rijkscompensatie van transitiekosten 2024-2026 In het regeerakkoord heeft de regering toegezegd dat de decentrale overheden compensatie van het Rijk krijgen voor (het uitstel van) de Omgevingswet en Wkb. De compensatie voor de Wkb 2023-2026 is opgenomen in de rijksbegroting, die voor Omgevingswet alleen voor het jaar 2023. Voor Utrecht ging het in 2023 om ongeveer 2 miljoen euro; in de periode 2024-2026 loopt het bedrag langzaam af. Het betreft middelen die gemeenten nodig hebben voor de nazorg voor (fouten rondom) inwerkingtreding en bijvoorbeeld de werkzaamheden voor de uitbouw van het Digitaal Stelsel Omgevingswet en de transitieperiode voor het omgevingsplan. Begin dit jaar leek de regering deze toezegging niet na te komen en de middelen 2023-2026 niet toe te kennen. In G4-verband hebben we direct contact gehad met elkaar en de VNG. Dit heeft geleid tot een motie De Bilt voor de ALV VNG van juni 2023 met de oproep aan het VNG-bestuur om er bij de minister op aan te dringen zich te houden aan de toegezegde compensatie. Deze motie is bij acclamatie aangenomen.
5/7
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 november 2023 11821736/2311031406-CY
In het bestuurlijk overleg van 13 juli 2023 heeft minister De Jonge toegezegd over te gaan tot uitkering van de financiële compensatie die in het regeerakkoord is toegezegd. Dit wordt verwerkt in de decembercirculaire 2023. Daarnaast hebben de landelijke partijen een principeovereenstemming bereikt over de dekking van de beheerkosten van het Digitaal Stelsel Omgevingswet tot en met 2029. Geactualiseerd rapport Integraal Financieel Beeld Omgevingswet Landelijk is tussen Rijk en koepels in 2016 afgesproken dat er een halfjaar voorafgaand aan de inwerkingtredingsdatum een actueel beeld wordt opgemaakt van de financiële effecten van de stelselherziening. In 2021 is hiertoe het “Integraal Financieel Beeld” opgesteld, maar in verband met meerdere malen uitstel van inwerkingtreding (naar 1 januari 2024) is de noodzaak gezien om dit beeld kort vóór inwerkingtreding nog eens te herzien. Hiertoe is de “actualisatie Integraal Financieel Beeld” (aIFB) opgesteld. Voor gemeenten zijn de belangrijkste conclusies: • De 342 Nederlandse gemeenten zullen, wanneer de stelselwijziging compleet is (in 2029) naar verwachting € 1,8 miljard tot € 2,7 miljard geïnvesteerd hebben in invoeringskosten.
Deze verwachting is in de actualisatie behoorlijk omhoog bijgesteld ten opzichte van het beeld in 2021 (€ 1,0 tot € 1,6 miljard) – vooral door de extra programmakosten bij gemeenten in verband met twee jaar uitstel, maar ook door stijgend prijspeil (vooral in 2022). • De structurele effecten op lange termijn voor gemeenten worden door het onderzoek ingeschat tussen € 2 miljoen negatief en € 165 miljoen positief per jaar. • Voor de individuele gemeente is het van belang of het effect van de invoering van de Omgevingswet, alles bij elkaar genomen, financieel positief of negatief zal uitwerken. Het aIFB kan daar geen eenduidig antwoord op geven. Wel laat het beeld zien dat slechts in één van de scenario’s het effect voldoende ‘voelbaar’ positief kan zijn, namelijk in het scenario dat alle decentrale beleidsruimte wordt ingezet ten behoeve van financiële doelstellingen. • De invoeringskosten en structurele effecten moeten volgens de bestuurlijke afspraken met elkaar in verhouding staan: de structurele effecten van de stelselwijziging zouden zó moeten zijn dat de investeringen op termijn kunnen worden terugverdiend. Het rapport ziet in het meest gunstige geval een terugverdientijd van 14 jaar, in een gemiddeld scenario loopt dit op naar 35 jaar.
In september 2022 hebben we u een raadsbrief gestuurd waarin we een beeld geven van de verwachte financiële effecten van de inwerkingtreding van Omgevingswet en Wkb in onze gemeente. Dit beeld sluit aan bij de conclusies van het geactualiseerde landelijke onderzoek. Op basis van die verwachte effecten hebben we enkele structurele budgetten toegevoegd aan de programmabegroting via de Voorjaarsnota 2022. Het komende jaar zullen we zicht krijgen op de eerste feitelijke financiële effecten van de wetten op onze bedrijfsvoering. In de periode na inwerkingtreding zullen we ook toegaan naar keuzes in de decentrale beleidsruimte, die vooral bij het omgevingsplan tot uitdrukking komt. Zoals het landelijke rapport laat zien, hebben die keuzes grote invloed op de structurele financiële effecten. We ontwikkelen een monitor om de financiële effecten in beeld te kunnen brengen. Zoals eerder toegezegd, delen we de uitkomsten van die monitor halfjaarlijks met u. Tot slot De komende tijd blijven wij intensief in contact met de G4/G6, VNG en het ministerie van BZK over bovenstaande ontwikkelingen rondom Omgevingswet én Wkb vanuit de inzet op goed uitvoerbare wetten met reële financiële compensatie.
6/7
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
28 november 2023 11821736/2311031406-CY
Wij willen u rondom de inwerkingtreding extra goed aangesloten houden op de voortgang en relevante landelijke ontwikkelingen. Dat zullen we doen door het versturen van een raadsbrief in het eerste kwartaal van volgend jaar. Ook zijn we altijd bereid een technische sessie te organiseren. We vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben over de voortgang. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
7/7
Werkbezoek Groot Merwede 27 februari 2024 16.00 – 19.30 Aanleiding In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU) staat beschreven hoe we de groei van de stad op een duurzame manier en in balans willen faciliteren. Met name door binnenstedelijke te verdichten en door te bouwen op knooppunten. Dit doen we volgens het principe van nabijheid met een mix van wonen en werken, op goed bereikbare plekken. Als stad zijn volop bezig met het vertalen dan deze strategie in plannen. Een van de focusgebieden hierin is Groot Merwede. Dit gebied strekt zich uit van het Beurskwartier, langs de Merwedekanaalzone tot en met de A12 zone. Ook doen we onderzoek naar woningbouw op de langere termijn zoals in Rijnenburg. Binnen Groot Merwede zijn verschillende deelgebieden die zich elk in een andere fase van ontwikkeling bevinden. Ieder gebied heeft daardoor ook zijn eigen uitdagingen en kansen. Zo wordt er al gebouwd in beurskwartier, waarvan het stedenbouwkundig plan onlangs door u is vastgesteld. De nieuwe wijk Merwede staat in de startblokken. Ook wordt er gewerkt aan de nota van uitgangspunten voor deelgebied 6, die u in het voorjaar van ons ontvangt. Voor de gebiedsontwikkeling op de langere termijn ligt nog meer open.
Zo doen we samen met het Rijk onderzoek naar een pakket van ov maatregelen in de MIRT-verkenning ov en wonen, en onderzoeken we in het MIRT-onderzoek A12 zone in samenhang met Rijnenburg welke condities benodigd zijn voor verstedelijking in deze gebieden. De ruimtelijke mogelijkheden in deze gebieden in belangrijke mate afhangen van de te nemen infrastructuurmaatregelen zijn de beelden daarom nog schetsmatiger. De eerste inzichten hiervan komen in de komende tijd beschikbaar. Om u het overzicht te geven van de ontwikkeling van de stad willen we u daarom meenemen in een werkbezoek aan Groot Merwede, waarbij we met u het gebied verkennen en de kansen en uitdagingen zichtbaar maken. Ook zullen we hier stilstaan bij welke stappen worden gezet ten aanzien van de toekomstige gebiedsontwikkelingen. Doel U meenemen door de verschillende deelgebieden in Groot Merwede, welke keuzes er nog te maken zijn, en welke dilemma’s komen daarbij kijken. Daarbij beschouwen we de volgende deelgebieden: Beurskwartier, Merwedekanaalzone Deelgebied 5, & Deelgebied 6, Woonboulevard, Westraven, Rijnenburg
Programma - Fietstocht door Groot Merwede 27 februari 2024 16.00 – 19.30 16.00 - 16.05: Verzamelen - Locatie: Ingang van het Beatrixgebouw, Jaarbeursplein 6A 16.05 - 16.20: Fietstocht - Locatie: langs het Beurskwartier en Merwedekanaalzone deelgebied 4 16.20 - 16.35: Eerste Stop - Locatie: Merwedekanaalzone deelgebied 5 - Ruimtelijke regisseur Thomas van Elteren geeft een toelichting op de plannen en de keuzes voor dit gebied 16.45 - 17.15: Tweede Stop - Locatie: Merwedekanaalzone deelgebied 6 - Gesprek met actieve partijen in het gebied - Inclusief wat te drinken 17.30 - 19.00: Derde Stop - Locatie: Woonboulevard/Dotslash - Interactieve bijeenkomst over de lange termijn gebiedsontwikkelingen. Aandacht voor bespreking van de dilemma’s en keuzes die er te maken zijn. - Inclusief diner
COMMISSIE RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, GRONDZAKEN EN VASTGOED D.D. 16 november 2023 OVERZICHT INGEKOMEN 9 NOVEMBER TOT EN MET 7 DECEMBER 2023
Nummer
Ontvangstdatum
Beleidsveld
Onderwerp
1
01-12-2023
Ruimtelijke Ordening
Raadsbrief Toegezegde informatie bestemmingsplan Zuilense Vecht n.a.v. commissie ROG dd. 16-11-2023
2
29-11-2023
Ruimtelijke projecten: Groot Merwede
Raadsbrief Praktijkonderzoek warmte/koudeopslag tweede watervoerende pakket Beursgebied
3
28-11-2023
Ruimtelijke Ordening
Raadsbrief Opvolging aanbevelingen KPMGonderzoek Rachmaninoffplantsoen
4
28-11-2023
Ruimtelijke Ordening
Raadsbrief Voortgang Voorbereidingen Omgevingswet
5
28-11-2023
Ruimtelijke Ordening
Raadsbrief Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
6
21-11-2023
Ruimtelijke Ordening
Raadsbrief Resultaten en vervolg Expo Real 2023
7
20-11-2023
Ruimtelijke projecten: Overvecht
Raadsbrief Locatie VO-school Overvecht
8
20-11-2023
Ruimtelijke Ordening
Raadsbrief Utrecht Bouwt Door
9
16-11-2023
Ruimtelijke projecten: Groot Merwede
Raadsbrief Voortgangsrapportage projecten Stationsgebied, Lombokplein en Beurskwartier 2023
10
15-11-2023
Ruimtelijke Ordening
Raadsbrief Bomen Willem Dreeslaan 55
11
13-11-2023
Ruimtelijke Ordening
Raadsbrief Definitieve Bouwenvelop Livingstonelaan 609
Aandachtspunten
COMMISSIE RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, GRONDZAKEN EN VASTGOED D.D. 16 november 2023 OVERZICHT INGEKOMEN 9 NOVEMBER TOT EN MET 7 DECEMBER 2023
12
09-11-2023
Ruimtelijke Ordening
Raadsbrief Uitvoeringsprogramma Kanaleneiland en Transwijk
13
05-12-2023
Ruimtelijke projecten: Overvecht
Raadsbrief Update Masterplan Overvecht Centrum
14
05-12-2023
Ruimtelijke Ordening
Raadsbrief Jaarverslag Commissie Welstand en Monumenten 2022
15
05-12-2023
Ruimtelijke Ordening
Raadsbrief Vrijgave concept SPvE Jan van Galenstraat voor consultatie
Verslag openbare middagvergadering commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 5 Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag 10
15
26 oktober 2023 Stadhuishal mw. R.W. Klein Ikkink (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De voorzitter, de heer J. Vaster, de wethouder, mevrouw Schilderman, mevrouw Voortman, mevrouw L. van Hooijdonk, de heer E. Eerenberg, de leden, de heer R. van der Graaf (CU), de heer F. Claasen (GroenLinks), de heer H. Stellinga (CDA), de heer R. Snijder (Student&Starter), de heer F. Dekkers (GroenLinks), de heer G. te Hoonte (VVD), mw. L. Bode (Volt), mevrouw W. Hoenkamp (PvdD), de heer R. van der Zweth (PvdA), de heer M. Koning (D66), de heer M. Usta (Denk)
Afwezigen n.v.t.
20
25
30
Verslag openbare vergadering commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken ............................................................................................................1 Verslag openbare middagvergadering commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken ................1 Aanwezigen .......................................................................................................................................1 Afwezigen ..........................................................................................................................................1 1. Opening en mededelingen ............................................................................................................1 Mededelingen ....................................................................................................................................2 2. Inbreng Leden. ..............................................................................................................................2 3. Antwoorden wethouders .............................................................................................................13 4. Tweede termijn ............................................................................................................................22 5.
Toezeggingen moties ..................................................................................................................23
1. Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 13:45 uur en heet de aanwezigen welkom.
Pagina 1 van 23
Mededelingen De voorzitter controleert of alle wethouders nodig zijn voor dit deel van de vergadering. 5
PVV, Bij1, Solidair en Stadsbelang Utrecht, hebben zicht afgemeld.
2. Inbreng Leden. 10
15
20
25
30
De voorzitter geeft het woord aan de heer Te Hoonte (VVD). Hij begint zijn betoog door aan te geven dat wonen in Utrecht vergt dat er gebouwd moet worden en dat wordt steeds moeilijker. Dat was bij de voorjaarsnota al zo en uit de Peilstok blijkt dat dit nog moeilijker is geworden. Hij spreekt namens de VVD de steun uit om te bekijken wat de fractie zelf kan doen. Hij vervolgt door zijn zorgen uit te spreken of de deadlines van de subsidies wel gehaald gaan worden. Zijn vraag aan de wethouder, worden er niet te veel specifieke subsidies aangevraagd? Kunnen we dit allemaal wel leveren? Wat zijn de risico's in onze begroting als we al die deadlines niet gaan halen? Hij vervolgt zijn betoog met de gebiedsontwikkeling in Overvecht waarbij de VVD tegen heeft gestemd op omgevingsvisie want het zijn weer plannen en er moet wat gebeuren. In de Peilstok staat dat er 1,4 miljoen extra in de planvorming voor het centrum gaat en dat dit allemaal terugkomt bij de anterieure overeenkomsten. De kosten uit de oude plannen stapelen zich wel op, hoe is de gemeenteraad hierin meegenomen? Er zijn diverse scenario’s en het lijkt alsof er al een voorkeursvariant is. Zijn deze plannen echt anders of zijn deze hetzelfde als twee jaar geleden met extra geld. De gemeenteraad heeft dit nog niet kunnen toetsen. Hij vraagt aan de wethouder reflectie hierop. Hij gaat verder met grondzaken.
Er wordt in de programmabegroting verwezen naar het Grondbeleid dat in lijn is met het coalitieakkoord, maar is die in lijn met het vastgestelde Nota uit 201? Deze laatste hoort wat hem betreft in de begroting thuis want het coalitieakkoord is geen beleidsstuk Grondzaken. Hij wil graag van de wethouder weten of er een nieuwe nota komt. Zo niet, dan lijken deze passages niet kloppend, De heer Te Hoonte (VVD) sluit zijn betoog af.
35
De voorzitter geeft het woord aan de heer Claasen (Groen Links). Hij begint met de woningnood die vooral mensen treft die nu geen huis hebben en op straat of bij vrienden op de bank slapen. Dat wil GroenLinks graag iets aan doen in samenwerking met de corporaties door het optoppen en uitbuiken van bestaande gebouwen. Hij vraagt aan de wethouder, welke plannen kunnen we binnenkort op dat gebied verwachten?
40 Interruptie van de heer Koning (D66). Hij geeft aan dat hij GroenLinks aangeeft partner te zijn van de corporaties, maar in het veld wordt dit niet zo gezien. Hoe wordt daar door GroenLinks naar gekeken? 45
Antwoord van de heer Claasen (GroenLinks). Pagina 2 van 23
Corporaties zijn nog steeds de partners van GroenLinks. Doormiddel van goede communicatie met soms stevige discussie kan de samenwerking wat GroenLinks betreft doorgang vinden.
5
10
15
20
Interruptie van de heer Koning (D66). Hij geeft aan dat er vele 100den corporatiewoningen niet kunnen worden gerealiseerd doordat er bijvoorbeeld sloop - nieuwbouw niet toegestaan wordt en er strenge regels zijn voor het minimum aantal vierkante meter per woning. Antwoord van de heer Claasen (GroenLinks). GroenLinks heeft hier een mening over maar ziet niet de toegevoegde waarde om dit nu uit spreken. Interruptie van de heer Koning (D66). Hij vraagt om een scherpere toelichting dat het voor GroenLinks een bewuste keuze is om het voor corporaties niet mogelijk te maken om die extra 100den woningen te bouwen die ze anders wel zouden kunnen bouwen? Antwoord van de heer Claasen (GroenLinks). Hij kan zich niet vinden in de vraag dat door de keuzes die GroenLinks maakt 100den woningen niet gebouwd kunnen worden. GroenLinks doet mee aan de Utrechtse aanpak waarbij we op projectniveau afweging maken. Interruptie van de heer Te Hoonte (VVD). Hij vraagt aan GroenLinks of het optoppen en uitbuiken weer mogelijk gemaakt moet worden?
25 Antwoord van de heer Claasen (GroenLinks). De heer Zwanenberg (GroenLinks) gaat hier vanmiddag bij de andere Commissie, verder op in.
30
35
De heer Claasen (GroenLinks) gaat verder met zijn betoog met het onderwerp netcongestie. Hij roept het college op, geef zo goed mogelijk aan de netbeheerder onze capaciteitsvraag aan en geef waar nodig voorrang aan de woningbouw. Geef omgevingsvergunningen voor bijvoorbeeld transformaties en stations zo snel mogelijk. GroenLinks zal op dat punt niet gaan vragen om bindende adviezen. Het tweede punt is uitvoeringskracht. Hij ziet de graag dat de gemeente zelf actief wordt door bijvoorbeeld panden te kopen voor tijdelijke huisvesting wat nu makkelijker zou moeten zijn nu buitenlandse investeerders zich terugtrekken. Zeker als je integraal de kosten van maatschappelijke opvang betrekt in je afweging. Hij vraagt aan de wethouder, hoe ziet het college dit?
40 GroenLinks wil weten, is het college bereid posities over te nemen van ontwikkelaars die hun businesscase niet rond krijgen. De projecten kunnen door tenders met gemeentelijke voorwaarden opgepakt worden waardoor de gemeente ook invloed kan uitoefenen op de planning. Hij vraagt om een reactie van de wethouder. 45 GroenLinks denkt graag op projectniveau mee over de duurzaamheid en kwaliteit binnen de Utrechtse aanpak. Pagina 3 van 23
GroenLinks vindt het ook belangrijk om te blijven inzetten op projecten die ook op langer termijn voor grote woningaantallen kunnen zorgen. Bijvoorbeeld de A12zone. Het NWPR meldt verschillende studies. Hij vraagt de wethouder om een reflectie wat daar de voortgang van is. 5
10
Interruptie van de heer Te Hoonte (VVD). Hij geeft aan dat vooral voor de korte termijn gebouwd moet gaan worden in bijvoorbeeld Rijnenburg en dat daar nu de focus op moet liggen. Antwoord van de heer Claasen (GroenLinks). GroenLinks heeft in het coalitieakkoord ingestemd heeft met de afspraak om een gedeelte van Rijnenburg gaan realiseren en zal daar niet van afwijken. De heer Claasen (GroenLinks) sluit zijn betoog af.
15
De voorzitter geeft het woord aan de heer Stellinga (CDA) die zijn betoog begint met de lichte terugval in de woningbouwprognose ten opzichte het MPO 2020-2023. De risico's voor projecten in 2024 worden groter, de haalbaarheid staat onder druk en wordt steeds onzekerder. CDA realiseert zich dat dit in hoge mate aan externe factoren te wijten is en denkt ook graag mee over mogelijkheden om de productie op gang te krijgen en te houden.
20
25
30
Door gebruik te maken van een aftopping van 40% voor 2024 en 2025, wordt getracht een realistischer beeld te schetsen van de verwachte aantallen start bouw van woningen. CDA wil graag weten waarop dit percentage gebaseerd is? Het totaal van het middensegment ligt 8% onder het streefpercentage van 35% van het coalitieakkoord. Terecht wordt aangegeven dat extra inzet op beide betaalbare segmenten noodzakelijk is. Natuurlijk is het in deze tijden lastig om aan het woonprogramma vast te houden. CDA doet hierbij echter wel de oproep om het programma niet helemaal los te laten om te voorkomen dat het middensegment wederom een ondergeschoven kindje wordt. Daarnaast zijn er een aantal projecten in het 100plus lijstje waar speciale aandacht voor gevraagd wordt. Het al jarenlang braakliggende Smakkelaarspark waar de woningbouw nog niet gestart is. Deze braakliggende bouwplaats midden in de stad heeft een slechte uitwerking op de beleving van het centrum. De geplande start is weer uitgesteld naar 2024. Hij vraagt aan de wethouder, hoe hard is 2024? Vindt de wethouder het acceptabel dat deze situatie nog jaren voortduurt?
35 Interruptie van de heer Te Hoonte (VVD). De VVD sluit zich aan bij de vragen van het CDA. Hij vraagt aan het CDA wat de consequentie is, als dit niet meer kan geaccepteerd kan worden. Wat zouden er dan moeten gebeuren? Hoe ziet het CDA dat? 40 Antwoord van de heer Stellinga (CDA). Voor het CDA staat vast dat deze situatie niet jaren meer mag duren. Dus of de situatie moet worden opgelost of worden stopgezet. Dat is een beslissing die er wel moet komen. Want de situatie zoals die nu is, is niet acceptabel wat het CDA betreft. 45 Interruptie van de heer Van der Zweth (PvdA). Hij geeft aan dat stoppen met het project Smaklaarspark ook geld kost. Pagina 4 van 23
Antwoord van de heer Stellinga (CDA). Hij is het hier mee eens wat de discussie ook groter maakt. De urgentie is te hoog om er niet wat aan te doen. 5 Interruptie van de heer Van der Zweth (PvdA). De keuze om het af te breken is er een die ook zeer kostbaar is. Dus wel eerlijk om dat deel van het verhaal ook te vertellen. 10
Antwoord van de heer Stellinga (CDA). Wij willen graag dat de keuze, zo moeilijk als die is, niet al te lang meer op zich laat wachten. De heer Stellinga (CDA) vervolgt zijn betoog over het project Galaxy Tower dat stil ligt en de verwachte oplevering is nu onbekend. Hij vraagt aan de wethouder of hier al meer over bekend is.
15 Datzelfde geldt voor de hoogbouwkavel in Leidsche Rijn. Kan de wethouder aangeven hoe het hier mee staat?
20
Het CDA is bezig met een tegenbegroting om te laten zien dat het ook anders kan. Hij is nog niet af. Wel wil hij aankondigen dat deze activistisch en sluitend zal zijn en dat het gigantische investeringspakket groei in balans daarbij tegen het licht gehouden wordt. Interruptie van de heer Van der Zweth (PvdA). Hij vraagt zich af wat er bedoeld wordt met activisme?
25 Antwoord van de heer Stellinga (CDA). Keurigheid sluit activisme niet uit. Daarnaast kan er door de komst va nieuwe mensen, meer activisme van het CDA verwacht worden. 30
35
Interruptie van de heer Te Hoonte (VVD). Zitten er in de tegenbegroting meer of minder woningen die opgeleverd worden in de komende jaren? Wat is het uitgangspunt? Antwoord van de heer Stellinga (CDA). Het streven is meer. De realiteit laat zien dat het al lastig wordt om er niet minder op te leveren. Interruptie van de heer Te Hoonte (VVD). Hij vraagt waar het geld van waar naar waar gaat, om meer woningen te realiseren?
40
Antwoord van de heer Stellinga (CDA). Hij verwijst naar de tegenbegroting die eraan komt. De heer Stellinga (CDA) sluit zijn betoog af.
45
De voorzitter geeft het woord aan de heer Van Vliet (D66). Hij start zijn betoog over de woningnood. De belangrijkste oorzaak van het vastlopen van de bouw liggen buiten de invloed van de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan oude gebouw, kosten of opgelopen rente. Pagina 5 van 23
Het grootste tekort is dat van betaalbare een- en tweepersoons huizen, zowel huur als koop. D66 vindt dat daar de focus op moeten liggen. Hij vraagt aan de wethouder, welke mogelijkheden ziet het college om bij nieuwe bouwplannen vooral te kiezen voor de betaalbare een- of tweepersoons woningen? 5
10
Interruptie van de heer Van der Zweth (PvdA). Hij geeft aan dat in de afgelopen jaren het sociale domein is vastgelopen, mensen slapen op straat, de kwetsbare doelgroepen kan nu onvoldoende huisvesting vinden. Hij vraagt of dit voor D66 even zwaar weegt? Waarom benoemt de heer Van Vliet (D66) alleen die woningen.
15
Antwoord van de heer Van Vliet (D66). Hij geeft aan dat hij betaalbare een- en tweepersoons huizen benoemd en daar vallen de sociale huurwoningen ook onder. Daarnaast kan bijvoorbeeld een en starter die naar goedkoop koop gaat, een plek vrij maken in een sociale huurwoning. Interruptie van de heer Van der Zweth (PvdA). Als je meteen richt op die betaalbare sociale huurwoning, dan zorg je zeker voor dat zo'n woning vrijkomt. En de kwetsbare groep zit in de huursector en niet in de koopsector.
20 Antwoord van de heer Van Vliet (D66). Hij geeft aan dat hij zowel betaalbare koop- als huurwoningen benoemd heeft.
25
Interruptie van de heer Van der Zweth (PvdA). Hij vraagt of de heer Van Vliet (D66) het met de PvdA eens dat de grootste focus zit op mensen die anders geen dak boven hun hoofd hebben en op straat moeten slapen? De focus vooral ligt op sociale betaalbare huurwoningen?
30
Antwoord van de heer Van Vliet (D66). Het is een onderdeel ervan en wat D66 betreft zit juist op die volledige breedte van die betaalbare een- en tweepersoons woningen, zowel huur als koop.
35
De heer Van Vliet (D66) gaat verder met zijn betoog over business cases die niet rondkomen. Het kan soms helpen om een of meerdere lagen toe te voegen aan het nieuwbouwproject. Zijn vraag aan de wethouder, kan de wethouder er zorg voor dragen dat bij de bouwprojecten die de business case niet rond krijgen en daardoor driegen vast te lopen, te bekijken of extra lagen dit kunnen oplossen?
40
Interruptie van de heer Te Hoonte (VVD). Hij vraagt of D66 veel sneller een gemeenteraad breed standpunten zou willen overhouden met besluitvorming in plaats van visievorming? Antwoord van de heer Van Vliet (D66). De Hoogbouwvisie komt er ook aan. Of bedoelt de VVD dat er een besluit wordt gemaakt?
45 Interruptie van de heer Te Hoonte (VVD). Pagina 6 van 23
Daar zullen we over moeten besluiten, want deze is nu onderdeel van de Omgevingsvisie waar de gemeenteraad over besluit. Door deze coalitie is er een Stedenbouw visie gemaakt, maar laten we als gemeenteraad snel een besluit nemen, zodat de ontwikkelaar ook hoger mag en kan bouwen. 5 Antwoord van de heer Van Vliet (D66). Dit staat volgens de heer Van Vliet (D66), in de Stedenbouwvisie.
10
15
20
25
30
Interruptie van mevrouw Bode (Volt). Hoe kijkt D66 naar het toepassen van de barcode op dit onderwerp? Dus meer lagen betekend ook meer groen. Antwoord van de heer Van Vliet (D66). Uiteraard moeten bijvoorbeeld de groen- en sportvoorzieningen meegroeien. Het betekent ook dat op sommige plekken, bijvoorbeeld bij het kanaal bij de Muntkade, de openbare ruimte niet moet worden afgesloten zodat je daar meer ruimte realiseert en hoger kan bouwen. De heer Van Vliet (D66) gaat verder met zijn betoog over de ambities bij nieuwbouwwoningen waarmee de gemeente zichzelf in de vinger snijdt. Sommige ambities kunnen ervoor zorgen dat het hele bouwproject niet doorgaat. Hij geeft het woord aan de heer Koning (D66) die aangeeft dat er gedacht kan worden aan de eis dat de woningoppervlakte gemiddelde minimaal 65 m² moet zijn. Of de eisen omtrent duurzaamheid of beeldkwaliteit. Dit wordt nu per project bekeken. De opties die worden ook geschetst en beoordeeld in de raadsbrief Bovenwettelijke eisen bij gebieds- en projectontwikkeling die de gemeenteraad recentelijke ontvangen heeft. De makkelijkst aanpassing van deze opties, ligt wat D66 betreft, bij het verkleinen van de minimale gemiddelde woning oppervlakte. Dit heeft een hoge impact bij de nieuwe bouwplannen.
Hij vraagt aan de wethouder, kan het college aangeven of bijvoorbeeld minimaal 55 m² al de kansen van slagen van het project significant kan verhogen? Interruptie van de heer Van der Zweth (PvdA). Hij verbaast zich dat D66 dit voorstelt. Wat is veranderd met het idee om de zorgen dat we in alle segmenten fatsoenlijke formaat woningen willen laten bouwen?
35 Antwoord van de heer Koning (D66). Dit is voortschrijdend inzicht. Sinds een jaar ongeveer zijn de rentes omhooggegaan evenals de bouwkosten en dat de bouwplannen hierdoor stilvallen. De keuze is voor D66 dan eenvoudig als dit betekend dat deze woningen met minimaal 55 m² wel gebouwd worden. 40 Interruptie van de heer Van der Zweth (PvdA). Hij geeft aan dat hij niet echt een antwoord heeft gekregen. Ja, de externe omstandigheden zijn veranderd. Maar er is nog geen project gestart met het de nieuwe eisen. Zodra een marktpartij zegt het rendement zakt terug van 10% naar 8% dan zegt D66 oké we passen de eisen aan. 45 Antwoord van de heer Koning (D66). Hij geeft aan dat de woningbouw stil komt te vallen in een stad met zoveel woningzoekende. Zij kunnen in de komende jaren ook geen woning vinden, wanneer de gemeente hetzelfde blijft doen. Pagina 7 van 23
5
Interruptie van de heer Van der Zweth (PvdA). De gemeente helpt projecten op maat waardoor de bouw kon doorgaan. Hij geeft aan dat het niet inhoudelijk klopt wat de heer Koning (D66) zegt. Hij blijft bij zijn standpunt dat wanneer de marktpartij aangeeft dat zijn rendement terugzakt, D66 de eisen veranderd. Antwoord van de heer Koning (D66). Het gaat niet om het rendement van de ontwikkelaars. D66 adresseert het probleem dat bouwprojecten stil komen te liggen en biedt daar oplossingen voor.
10 De heer Te Holt (VVD) heeft een punt van orde. Hij geeft aan dat dit gaat over de recente raadsbrief van 5 oktober. Hij wil deze eerst in de commissie bespreken voordat er verschillende onderdelen besproken worden. 15
De voorzitter is het hier mee eens en zal hierop toezien en geeft het woord aan de heer Koning (D66). De heer Koning (D66) gaat verder met zijn betoog over de hoogte van de grondprijzen waardoor
20
25
het bouwen van woningen op dit moment duur is. In Amsterdam is besloten de grondprijzen niet te indexeren. D66 willen dat dit ook bij de volgende voorjaarsnota in Utrecht gebeurt en overweegt daarop een motie. Hij vraagt aan de wethouder, hoe kijkt het college hier tegenaan? Hij gaat verder met de lopende bouwprojecten waar D66 over het algemeen ziet dat er voor de grootste bouwlocaties van de komende 15 jaar, nog heel veel moet gebeuren waar niet veel over gesproken wordt. Bijvoorbeeld Rijnenburg aan de A12. Hij vraagt aan de wethouder, wanneer kan het college hier een status update over geven?
30
Hij gaat verder met de studentenhuisvestingwoningen op de Kwekerij en de IBB die steeds uitgesteld worden. Hij vraagt aan de wethouder, blijft het college zich in 2024 ook inzetten voor uitvoering van het actieplan studentenhuisvesting?
35
Als laatste punt geeft hij aan dat D66 graag ziet dat er een visie komt en actie wordt ondernomen over de toekomst van de Meubelboulevard Kanaleneiland. Hier is meer mogelijk dan alleen bedrijvigheid, zoals combinaties van werken winkels en wonen. D66 overweegd daarop een motie in te dienen. Zijn vraag aan de wethouder is, hoe kijkt het college hier tegenaan? Interruptie van de heer Stellinga (CDA). Hij vraagt of D66 een status update vraagt over de Hindebrug.
40
Antwoord van de heer Koning (D66). Hij beaamt dit. D66 wil graag weten hoe het gaat met de gesprekken die gevoerd worden met eigenaren in het gebied. Het duurt nog even voordat project van start gaat. Toch wil D66 weten wat de status is.
45
Interruptie van de heer Stellinga (CDA). Hij geeft aan dat dit project pas over 10 jaar gaat starten, dus wat is de toegevoegde waarde om het hier nu over te hebben? Antwoord van de heer Koning (D66). Pagina 8 van 23
Een jaar geleden is hier en debat over geweest waar de conclusie was dat er nu begonnen moest worden met het mogelijk maken van alles rondom mobiliteit en grondwerk. Om te starten met de plannen zodat het college met de gemeenteraad in de komende jaren naar een masterplan kan toe werken. Hier wil hij graag een status update van en hoopt op bijval van het CDA. 5 Interruptie van de heer Stellinga (CDA). Hij constateer dat D66 akkoord gaat er in 2035 gestart gaat worden met de bouw, maar nu aan de andere kant wel duidelijkheid wil. Wat het CDA betreft wordt er eerder begonnen met de bouw. 10
De voorzitter geeft aan dat de heer Koning (D66) dit al uitgelegd heeft en dat beide standpunten helder zijn. De heer Koning (D66) eindigt zijn betoog.
15
De voorzitter geeft het woord aan mevrouw Hoenkamp (PvdD).
20
Mevrouw Hoenkamp (PvdD) start met het verlenen van vergunning en de mogelijkheid die de gemeenteraad heeft om hier een controlerende taak uit te kunnen voeren. Zij geeft aan eerder op de hoogte te willen zijn als het om vergunningen gaat die gevolgen hebben voor bijvoorbeeld volksgezondheid en dierenwelzijn. Haar vraag aan de wethouder, erkent het college dat bij sommige aanvragen de gemeenteraad in staat moet zijn om invloed uit te oefenen? Welke middelen is het college bereid in te zetten om de gemeenteraad bij dat soort aanvragen in positie te brengen? Dit kan ook door een verbeterd functioneel proces.
25
30
35
Zij heeft als laatste een vraag over de effecten indicatoren en in het bijzonder bij twee losse doelstellingen. De eerste staat in de begroting: ‘diverse en veilige stedelijke omgeving draagt bij aan de randvoorwaarden voor een prettig en gezond leven’. Dit wordt nu met de indicator gemeten, algemene buurt oordeel in de stad. Hetzelfde geldt bij de doelstelling: ‘de bebouwde omgeving is veilig, leefbaar en tast gezondheid niet aan’. Daar is de indicator, percentages slechte voorgevels en de kwaliteitsmonitor. Zij vraagt aan de weghouder of zij het met PvdD eens is dat deze indicatoren te beperkt zijn beperkt zijn en zo goed als geen informatie geven over de bijbehorende doelstelling? Zo ja, wat kan de wethouder toezeggen om deze uit te breiden en of te verbeteren? Mevrouw Hoenkoop (PvdD) sluit haar betoog af. De voorzitter geeft het woord aan van de heer Van der Zweth (PvdA). Hij start door aan te geven dat ze aansluiten bij het punt over grondzaken van GroenLinks.