CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 27 november 2025, gemeente Utrecht33.773 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het voorzieningenaanbod is in balans met en in aanvulling op de voorzieningen in omliggende stadsdelen en gemeenten. Het is belangrijk dat de eerste bewoners zich vanaf het begin thuis voelen in Rijnenburg. Eerdere ervaringen leren ons dat de volgorde van opleveren van grote invloed kan zijn op de ontwikkeling van de wijk. Voorzieningen als bijvoorbeeld een bibliotheek, kinderdagverblijf of supermarkt moeten toegankelijk zijn bij oplevering van de eerste woningen. Hiermee verlagen we ook de druk op voorzieningen in omliggende wijken en gemeenten. Dit vraagt om een adequate ontwikkelen faseringsstrategie. Aandachtspunt hierbij is de financiering van deze voorzieningen, zodat deze kunnen functioneren voordat het minimale draagvlak is bereikt.

Figuur 9: La Confluence in Lyon (Frankrijk) biedt hoogwaardige architectuur in een hoogstedelijke woonomgeving.

“Het is voor ons belangrijk dat er voldoende woningen bijkomen. De druk op de woningmarkt, zeker in Utrecht, is enorm. Je ziet dit bij alle woningtypen, maar ook specifiek in de sociale huursector waarin wij werkzaam zijn. Als woningcorporatie dragen wij bij aan goed samenleven door te zorgen voor betaalbare woningen in leefbare buurten. Dit doen we voor de mensen die dat het hardst nodig hebben. Hierbij waken we ervoor dat er een te eenzijdige bewonerssamenstelling ontstaat. In Rijnenburg streven we dan ook naar wijken en buurten waarin alle bewoners, van sociale en middenhuur, maar ook vrije sector huur en koop, met elkaar samenleven.” Ronald Weideman - Acquisiteur, Portaal

11 Leidende principes Rijnenburg

Werkgelegenheid en onderwijs zorgt voor levendigheid en leefbaarheid en voor vervoerswaarde van het OV. De vraag naar ruimte voor werken zowel in de wijk als op bedrijventerreinen is groot en groeit mee met de groei van de stad. Rijnenburg kan daarmee ook bijdragen aan het beter in balans brengen van het (type) werk in de stad, waaronder ruimte voor betaalbaarheid en multifunctioneel gebruik. Dit ook passend bij de regionale ambities en in samenhang met regionale programmering. Bij een innovatieve landschapsstad passen bedrijven die de wijk efficiënt en groen bevoorraden; bedrijven en instellingen die met de modernste en duurzaamste middelen en technieken (preventieve) zorg verlenen of de woningen onderhouden; en bedrijven die producten repareren en refurbishen. Deze bedrijven zijn een voorbeeld van de nieuwe economie, waar maatschappelijke meerwaarde vooropstaat en waar circulair, inclusief en duurzaam gewerkt wordt. Rijnenburg is een modern en innovatief stadsdeel dat innovatie stimuleert bij bedrijven en in de diensten die er gevestigd zijn: een voorbeeld van een efficiënt benutte, groene en duurzame werklocatie, passend bij het profiel van het stadsdeel.

Een bedrijventerrein heeft een auto-aantrekkende werking. Dit vraagt om zorgvuldige ruimtelijke inpassing voor de bereikbaarheid per auto en het optimaliseren van de OV- en fietsbereikbaarheid voor het bedrijventerrein. Ook is er aandacht voor hubs waarmee bouwstromen, goederen- en pakketdiensten kunnen worden gebundeld. Bij dit alles is het belangrijk dat de programmering van wonen, werken en bovenwijkse voorzieningen complementair is aan het bestaand omliggend stedelijk gebied van Nieuwegein, IJsselstein en Leidsche Rijn en toekomstige ontwikkelingen zoals Groot Merwede.

“Bij de grote verdichtingsopgave zie je: wonen verdringt werken. Maar voor een inclusieve, levendige stad moet je wonen en bedrijvigheid juist mengen, uiteraard voor zover de aard van de bedrijfsactiviteiten dat toelaat. Vooral de maakindustrie kan een enorme rol spelen in alle transities waar we voor staan. Dat gaat over duurzaamheidontwikkelingen, maar ook over de wens om vanwege de mondiale onrust weer meer zelf te gaan produceren in Europa. Bedrijvigheid in Rijnenburg moet onderdeel zijn van een ecosysteem, samen met bijvoorbeeld Strijkviertel, Lage Weide en de regio.” Dr. B. Borra, HvA Lecturer en Researcher, Lid van de Coalitie Ruimte voor Werk

12 Leidende principes Rijnenburg

Figuur 10: Werkspoor in Utrecht is een aansprekend voorbeeld van een bedrijventerrein in een groene omgeving, met een mix van functies.

II. Rijnenburg wordt toekomstbestendig ontwikkeld vanuit het principe ‘water en bodem sturend’ Utrecht kiest bij de ontwikkeling van Rijnenburg voor het principe ‘water en bodem sturend’ met een concentratie van de verstedelijking op de hoger gelegen delen van Rijnenburg. De bodem van Rijnenburg is gevormd door de waterstromen die na de ijstijd eeuwenlang door het gebied liepen. Hierbij lieten ze zand en klei achter, waardoor hoger gelegen stroomruggen ontstonden. Op deze hogere en drogere delen met stevigere bodem vestigden zich in de Romeinse tijd de eerste bewoners van Rijnenburg. Het is dan ook vanuit de natuurlijke ondergrond logisch om op deze hoger gelegen stroomruggen de verstedelijking te concentreren en hogere bebouwingsdichtheden toe te passen, zeker met het oog op klimaatverandering. Door water en bodem sturend te laten zijn, kunnen we ook in de toekomst met een ander en grillig klimaat blijven leven, wonen en werken. In een veilige omgeving, met een gezonde bodem, en voldoende en schoon water als basis voor het leven. Water en bodem sturend in Rijnenburg betekent: • Natuurlijke processen van het water- en bodemsysteem zijn in sterke mate bepalend voor de ontwikkeling.

Natuurlijke oplossingen gaan voor technische oplossingen; • Archeologie, ecologie en cultuurhistorie van het begin af onderdeel laten zijn van de ontwikkeling; • De historische gelaagdheid gebruiken en versterken als een identiteitsdrager voor het Rijnenburg van de toekomst; • Grootste deel verstedelijking concentreren op de hoger gelegen stroomrug en het landschapspark vrij houden van bebouwing met uitzondering van benodigde bebouwing voor maatschappelijke functies en sociaal veilige verbindingen;

Figuur 11: De Lange Vliet is een belangrijke hoofdwatergang in Rijnenburg.

“Rijnenburg heeft de potentie om een goed voorbeeld te worden van hoe Nederland omgaat met de uitdagingen van klimaatverandering en bodemdaling bij nieuw te bouwen woningen. Het Akkoord van Rijnenburg laat zien dat de samenwerking tussen de verschillende partijen, en de ambitie om een klimaatbestendige en gezonde leefomgeving te creëren, een inspiratie vormt voor de Nederlandse gebiedsontwikkeling.” Els Otterman - Hoogheemraad bij Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden

13 Leidende principes Rijnenburg

• De bestaande hoofdwatergangen waar mogelijk intact houden; • Inpassen van de oude Jutphase stroomgeul van de (voormalige) rivier en dit als groenblauwe verbinding te ontwikkelen in de nieuwe wijk; • Water is in- en om de wijk zichtbaar en toegankelijk. Koppelkansen benutten met groen, recreatie, wonen, natuurontwikkeling, sport, etc; • Een bodemdalingsbestendige en klimaatadaptieve inrichting, zodat Rijnenburg ook bij extreem weer leefbaar blijft: veel ruimte voor waterberging en infiltratie in de bodem voor de wijk én de omgeving; • De bovengrondse inrichting van Rijnenburg straalt uit dat Rijnenburg onderdeel uitmaakt van het rivierenlandschap van de Hollandse IJssel; • Ontwikkelen unieke typen natuur die samenhangen met de ontstaansgeschiedenis; • In het landschapspark wordt ruimte gereserveerd voor de waterbergings- en watercompensatieopgave van de ontwikkeling van Rijnenburg zelf. Daarnaast is het streven om ruimte voor extra regionale waterberging tot 1 miljoen m³ in te passen om een maalstop op het Amsterdam-Rijnkanaal te voorkomen of uit te stellen. Er wordt gekeken of dit gecombineerd kan worden, mits ruimtelijk en technisch inpasbaar en financieel haalbaar; • Het principe van meerlaagsveiligheid1 wordt toegepast; • We verbeteren de waterkwaliteit en ecologie, onder andere door de aanleg van natuurvriendelijke oevers.

Figuur 12: De afgelopen tijd heeft een uitgebreid archeologisch onderzoek plaatsgevonden in Rijnenburg. Op basis daarvan zijn door Architectuurcentrum Aorta en DS landschapsarchitecten twee ateliers gehouden met experts om bouwstenen te ontwikkelen waarmee archeologie en cultuurhistorie sturend kunnen zijn in de ontwikkeling van Rijnenburg.

“Rijnenburg willen we bouwen vanuit de structuren uit het verleden, de archeologische vindplaatsen en de historische bebouwing. Net als in Leidsche Rijn, waar de historische linten de ankers zijn naar het verleden. Ze breken de enorme massa van het gebied op tot een menselijk formaat. Nu is Rijnenburg natuurlijk wel weer wat anders, met waarschijnlijk een veel hogere dichtheid. Dat wordt dus nog veel spannender, maar kan ook prachtige zichtlijnen en dramatische contrasten opleveren.” Erik Graafstal - Archeoloog, gemeente Utrecht Meerlaagse veiligheid betreft een combinatie van maatregelen op het gebied van preventie, ruimtelijke inrichting en rampenbeheersing om de gevolgen in schade en slachtoffers van een overstroming te beperken.

1

14 Leidende principes Rijnenburg

Reijerscop landsch apsp Rijnenb ark urg

Water en bodem sturend betekent ook een veerkrachtig systeem van water, natuur en groen: het groenblauw raamwerk als ruggengraat van Rijnenburg. Naast het sturen op water en bodem draagt het groenblauw raamwerk ook bij aan (veelal zachte) waarden als identiteit, biodiversiteit, natuur, rust, gezondheid, klimaatbestendigheid, esthetiek, et cetera. Deze waarden zijn niet goed in euro’s of exploitaties uit te drukken, maar zijn cruciaal voor het goed functioneren van een gebied en het welbevinden van de bewoners of bezoekers (mens, plant en dier) en daarmee het gezond stedelijk leven voor iedereen.

Al deze bouwstenen samen zorgen ervoor dat: • het landschap en natuur doorlopen tot aan de voordeur; • Rijnenburg verbonden is met de omgeving, zowel voor mens als dier; • er ruimte is voor groen, water en landschap in en om de wijk; • er een plek is van en voor iedereen: mens, plant en dier; • rust en ruimte hun plek krijgen in en om de wijk; • de bijzondere nu aanwezige en nieuw te vestigen planten en dieren een duurzame toekomst hebben; • stad en regio er nieuw groengebieden en verbindingen bij krijgen voor ontspanning en ontmoeting. Kortom, het groenblauwe raamwerk verbindt plekken, mensen, dieren en netwerken van groen, water en infrastructuur en bouwt voort op wat er al is of ooit is geweest. En zorgen we dat de nog te bepalen doelsoorten

15 Leidende principes Rijnenburg

S tr o ude

O

Het groenblauwe raamwerk bestaat uit zeven bouwstenen die elk op een specifieke manier zorgen voor een gezonde leefomgeving van het Rijnenburg van de toekomst: landschapspark Rijnenburg, het stroomrugpark, lange lijnen, historische linten, Hollandse IJsselgebied, Nedereindse Park en Reijerscop.

omru g

pa

rk

III. Een robuust groenblauw raamwerk met landschapspark voor stad en regio als ruggengraat van Rijnenburg

Lange Lijnen

lint en

Hollandse IJsselgebied Nedereindse park

Figuur 13: Kaart met daarop de bouwstenen van groenblauwe raamwerk uit de Programmatische verkenning Rijnenburg.

“Als ik door het gebied fiets, probeer ik de geest van de plek te voelen. Rijnenburg lijkt een onbeschreven blad, een lege polder waarin je kunt doen wat je wil, maar zo ontwerp je geen goede wijk. Je hebt hier aan de ene kant de nabijheid van de stad, en aan de andere kant het landschap met het groen en de Hollandse IJssel. Daarnaast heeft Rijnenburg een rijke historie die teruggaat tot de Romeinse tijd. Als het nieuwe stadsdeel goed weet te verbinden met de omgeving en historie, dan heeft Rijnenburg straks het beste van twee werelden.” Dion Koens – Landschapsarchitect, gemeente Utrecht

duurzaam onderdeel worden van het landschap. Door het groenblauwe raamwerk structurerend te laten zijn voor het nieuwe Rijnenburg wordt een solide basis gelegd voor de stad van toekomst waar natuur en biodiversiteit tot bloei kunnen komen. Het grootste onderdeel van het groenblauwe raamwerk is het landschapspark Rijnenburg. De structuur van het huidige slagenlandschap vormt de basis voor dit park waartussen een afwisselende mix van functies een plek krijgt: (regionale) waterberging, natuur, recreatie, lokale voedselproductie, energieproductie en -distributie, sport met mogelijk ruimte voor roeiwater en maatschappelijke opvang (De Heem). Hiermee wordt het een belangrijke bestemming voor mensen uit Rijnenburg en voor bezoekers uit de omliggende gebieden en verdere regio.

“Het gaat erom dat we voldoende plekken maken waar mensen met groen in aanraking kunnen komen. En dat hoeft echt niet allemaal ‘natuur’ te zijn. Je kunt samen tuinieren, samen voedsel verbouwen of sporten in het groen, als je elkaar maar kunt ontmoeten. Een mooi voorbeeld is de Vlinderhof in het Máximapark, die tuin is er gekomen op initiatief van bewoners. Zoiets moet ontstaan, dat kunnen we niet nu al bedenken. Maar we kunnen er wel ruimte voor vrijhouden en straks helpen bij het faciliteren ervan.” Tonia Koops - Adviseur Groen en Ruimtelijke Ontwikkeling, gemeente Utrecht

Figuur 14: Søndre Havn in Køge Kyst (Denemarken) een voorbeeld van hoe rust en ruimte hun plek krijgen in een hoogstedelijke omgeving (foto: Mikkel Eye).

16 Leidende principes Rijnenburg

Tussenstand ontwerpend onderzoek landschapspark Rijnenburg In de Uitgangspuntennotitie maken we de ruimtelijke vertaling van de thema’s uit de Programmatische Verkenning. Door middel van (ontwerpend) onderzoek maken wij inzichtelijk hoe de belangrijkste thematische uitgangspunten (groenblauw raamwerk, dichtheid, mobiliteit en type programma (wonen, werken, recreëren)) zich tot elkaar en tot de omgeving (stad, landschap en regio) kunnen verhouden. Zo komen we tot integraal afgewogen uitgangspunten waarmee we in de volgende stap een Masterplan kunnen maken voor het hele gebied. Om de lezer mee te nemen in hoe we de ruimtelijke vertaling maken laten we als voorbeeld hier de tussenstand van het ontwerpend onderzoek naar de inrichting van het landschapspark Rijnenburg zien. De toekomstige bewoners van Rijnenburg hebben ruimte nodig: ruimte om te sporten, te spelen, van de natuur te genieten, elkaar te ontmoeten, de hond uit te laten of tot rust te komen na een drukke dag. Het Landschapspark Rijnenburg biedt deze ruimte, niet alleen voor Rijnenbrug zelf maar ook voor inwoners uit Utrecht, Nieuwegein en De Meern. Als groene scheg dringt het polderlandschap van het Groene Hart hier het stedelijk gebied binnen, over de A2 via de Galecopperzoom helemaal tot aan Westraven. Hierdoor komt het landschap voor veel inwoners (ook in Groot Merwede) dichterbij huis.

Het landschapspark Rijnenburg wordt daarmee een belangrijke groene bestemming voor het hele zuidwestelijk deel van de Metropoolregio Utrecht. Wat nu nog laaggelegen open polderlandschap is met een agrarisch gebruik kan ruimte bieden aan een grote diversiteit aan nieuwe functies: natuur, recreatie, lokale voedselproductie, energieproductie en -distributie, evenementen, sport en (roei)water. Het gebied is 364 hectare groot (ter vergelijking het Máximapark is ca. 250 hectare), maar zowel de ruimteclaims vanuit de ontwikkeling van het nieuwe stadsdeel Rijnenburg als vanuit stad en regio zijn nog groter. Dit vraagt dus om het maken van keuzes. Om deze keuzes goed te kunnen maken, doen we een ontwerpend onderzoek waarin we bekijken hoe deze ruimteclaims zich tot elkaar verhouden en op welke manier ze kunnen worden gecombineerd en ingepast. Daarbij kijken we goed naar het ontstaan van het landschap en de huidige kwaliteiten in het gebied zelf en in de omgeving. Ook doen we een referentiestudie naar landschapsparken met vergelijkbare ligging, oppervlakte en/of programma.

17 Leidende principes Rijnenburg

Op basis van de landschapsanalyse en de referentiestudie zien we een drietal variabelen: • de mate van openheid van het landschap • de mate van clustering van het programma • de locatie van het roeiwater Door deze variabelen te combineren zijn vijf onderscheidende modellen ontstaan: Rijnebos: dit model gaat uit van één groot vochtig broekbos waarin de verschillende functies zijn ingepast: energieopwekking, sportparken, voorzieningen en stadslandbouw. De waterplas ligt hierbij aan de rand van het nieuwe stadsdeel van Rijnenburg. Cope XL: alle noord-zuid structuren vanuit Leidsche Rijn en De Meern worden in dit model zoveel mogelijk onder de A2 doorgetrokken het Landschapspark in. In deze grote kavels met een open karakter ontstaat een grootschalige clustering van functies zoals waterberging, natuurontwikkeling, stadspark, sportvelden en energieopwekking.

Centrale Plas: de Middelwetering is in dit model verbreed tot een plas voor roei- en zwemwater. De oorspronkelijke copeontginning is als basis genomen en verrijkt met een grote diversiteit aan kleinschalige landschapselementen: natuurvriendelijke oevers, houtwallen, grienden en broekbosjes en bomenrijen. Sport, recreatie, natuurontwikkeling, voedselproductie & energieopwekking zijn op een kleinschalige wijze in deze landschappelijke coulissen ingepast. Zonne-eiland: in dit model is het roeirondje ingetekend (gebaseerd op het initiatief van de roeiverenigingen). Zo ontstaat een eiland waarop de zonnevelden worden ingepast. Het zuidelijke deel wordt dan een grote parkzone, waarin natuur, sport, stadslandbouw en recreatie elkaar afwisselen in een kleinschalig coulisselandschap.

18 Leidende principes Rijnenburg

Natuurwetering: in deze variant liggen de zonne- en sportparken verscholen in grote bospercelen. Zo ontstaat in het midden een natuurgebied van vochtige hooilanden en brede sloten waar doorheen de Middelwetering en de recreatieve routes vanuit het stedelijk gebied richting het Groene Hart lopen. We werken deze modellen momenteel verder uit (bovenstaande afbeeldingen geven een laatste stand van zaken). De modellen zijn ervoor om van te leren en een mening te vormen wat het landschapspark kan of moet zijn. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om één van deze modellen te kiezen. Het gaat erom om per model te leren wat de goede elementen zijn en die te combineren tot één integraal ontwerp dat zoveel mogelijk ambities verenigt in een aantrekkelijk en haalbaar landschapspark en goed aansluit op het te verstedelijken deel van Rijnenburg. Daarvoor zijn echter wel duidelijke keuzes nodig: keuzes waarbij het totaal belangrijker is dan de optelsom van alle afzonderlijke wensen en belangen. Deze keuzes maken we bij de Uitgangspuntennotitie.

IV. In Rijnenburg is het gezond samen leven De manier waarop Rijnenburg is ingericht en de vele voorzieningen die daarbij horen stimuleren gezond samenleven in de wijk. Hierbij gaat het om fysieke, mentale en sociale gezondheid. Belangrijk is om voldoende laagdrempelige en toegankelijke ontmoetingsplekken in de buurt te maken zoals een thuis voor specifieke gemeenschappen. Gebouwde voorzieningen zoals buurtcentra en religieuze gebouwen en ongebouwde voorzieningen zoals publieke pleinen, parken, een evenemententerrein, kinderboerderijen, speelplekken, sportverenigingen en gezamenlijke voedsel- en buurttuinen brengen deze verschillende gemeenschappen met elkaar in contact. Waar nodig worden deze plekken ondersteund met sociale activiteiten of sociaal beheer. Daarnaast nodigt de leefomgeving uit tot gezonde leefgewoonten, zoals bewegen, sporten, spelen, deelname aan cultuur en gezond eten en drinken. Hierbij is specifiek veel aandacht voor een gezonde leefomgeving voor de jeugd, waar ruimte om te spelen en bewegen bijdragen aan kansrijk opgroeien. Gemeenschapsvorming in de buurt stimuleren we actief, bijvoorbeeld door collectieve en goed toegankelijke ruimten te realiseren en door het bouwen van woonvormen die het zorgen voor en omkijken naar elkaar versterken, zoals coöperatieve woonvormen, geclusterde woonvormen en gemengd woonprojecten.

Rijnenburg wordt een complete wijk met een divers, toegankelijk en kwalitatief hoogwaardig voorzieningenniveau. Voorzieningen dragen onder andere bij aan ontmoeting, ontplooiing, meedoen, deelname aan cultuur, educatie, sporten en bewegen, zorg en ontspanning. Bovendien bieden maatschappelijke voorzieningen in de wijk werkgelegenheid. Voorzieningen zijn laagdrempelig, toegankelijk, uitnodigend, dichtbij en goed verspreid over Rijnenburg (basis op orde). Naast de dagelijkse voorzieningen komt er in het centrum van Rijnenburg ook ruimte voor functies die iets extra’s bieden, zoals hoger onderwijs, cultuur of ontspanning. Bij het ontwikkelen van nieuwe buurten streven we ernaar dat (eventueel tijdelijke) voorzieningen gelijktijdig met woningen worden opgeleverd. Bij het ontwikkelen van maatschappelijke voorzieningen geldt het principe uit de RSU 2040: ‘meervoudig gebruik gaat voor mono-functionaliteit’. Ook houden we ruimte voor experimenten om in te kunnen spelen op creatieve ideeën en wensen van bewoners of onvoorziene omstandigheden en behouden wij gedurende de bouw ruimte voor flexibiliteit om in te spelen op de maatschappelijke ontwikkelingen. 19 Leidende principes Rijnenburg

“In Rijnenburg hebben we de ruimte om vanaf het begin gezondheid in brede zin goed neer te zetten. Het gaat dan naast gezondheidsbescherming en -bevordering ook om de mentale en sociale gezondheid en kansengelijkheid. We houden op de tekentafel al rekening met meer kwetsbare bewoners. En we hebben aandacht voor een woonomgeving die bijdraagt aan mentaal welbevinden. Bijvoorbeeld door voldoende ruimte voor rust in huis en in de buitenruimte, zodat mensen daar kunnen ontspannen, naast dat ze er elkaar ontmoeten.” Annemarie Ruijsbroek - Adviseur Gezonde Leefomgeving, gemeente Utrecht

V. Duurzame mobiliteit is in Rijnenburg vanzelfsprekend De druk op de woningmarkt in Utrecht is één van de grootste van Nederland. Om deze te verlichten willen we aan de zuidwest kant van Utrecht, in Groot Merwede - Rijnenburg, circa 75.000 nieuwe woningen bouwen. In Rijnenburg kiezen we voor een stedelijk programma met 22.000 – 25.000 woningen woningen en bijbehorende werkgelegenheid en voorzieningen. Daarnaast is de druk op het omliggende wegennet nu al hoog. Toevoegen van het woon-werk programma in Rijnenburg zorgt voor nog meer autoverkeer waar geen ruimte voor is. Niet in Rijnenburg én niet op de omliggende verkeersnetwerken. Daarom is een sturend mobiliteitsconcept noodzakelijk die de wijk zowel leefbaar als bereikbaar houdt. Een autoluw gebied creëert ruimte voor andere vervoerwijzen, groen, natuur, spelen en ontmoeten, wat zorgt voor een prettige leefomgeving. Van eerdere grote gebiedsontwikkelingen hebben we geleerd dat het OV bij de oplevering van de eerste woningen kwalitatief goed op orde moet zijn. Hiermee voorkomen we dat de eerste bewoners van Rijnenburg afhankelijk zijn van de auto. In het verdiepend mobiliteitsonderzoek Rijnenburg zijn twee scenario’s opgesteld om de mobiliteitsgevolgen van twee sturende mobiliteitsconcepten in beeld te brengen. Deze scenario’s bieden inzicht in de bandbreedte van de mobiliteitsgevolgen.

Het is dan ook niet de bedoeling om uit deze scenario’s te kiezen. Het scenario ‘Duurzaam stedelijk’ is gebaseerd op het toepassen van bewezen mobiliteitsconcepten op Rijnenburg, maar zorgt (vanwege de relatief verre ligging) nog steeds voor een toename van verkeersknelpunten die waarschijnlijk niet met lokale maatregelen zijn op te lossen. Het scenario ‘Ambitieus en experimenteel’ gaat uit van een vergaande sturing, waarbij voorbeelden van over de hele wereld zijn samengevoegd tot een meest ambitieus mobiliteitsconcept. Daarmee is de verkeerstoename in dit scenario beperkt en lijken de knelpunten lokaal oplosbaar. Dit scenario vergt vergaande gedragsverandering ten aanzien van mobiliteitskeuzes. Elementen uit dit scenario zijn nog nooit gezamenlijk op deze schaal en op dit type locatie in Nederland toegepast. Figuur 15: In een wijk zonder auto’s is tussen de gebouwen meer ruimte voor de voetganger.

20 Leidende principes Rijnenburg

Het uiteindelijk te realiseren mobiliteitsconcept zal waarschijnlijk een tussenvorm worden tussen deze twee scenario’s. Bepalende elementen die in ieder geval onderdeel zullen vormen van het mobiliteitsconcept in Rijnenburg zijn: • Hoogwaardig en robuust OV. Een snelle en hoogfrequente aftakking van de Merwedelijn met als ambitie een reistijd van circa 15 minuten naar Utrecht CS. • Hoge stedelijke nabijheid. Rijnenburg ontwikkelen als onderdeel van Utrecht Zuidwest (bijvoorbeeld door een A2-overkluizing en verbinding met Groot Merwede) en een hoog voorzieningenniveau in Rijnenburg zelf. Rijnenburg wordt daarmee onderdeel van de 10-minutenstad. • Aantrekkelijke, snelle en geprogrammeerde fietsroutes in alle windrichtingen. Met bij voorkeur een zo rechtstreeks mogelijke route naar Utrecht centrum; • Elke woning blijft bereikbaar voor noodzakelijk verkeer. De auto wordt op afstand geparkeerd in goed bereikbare en aantrekkelijke hubs. Er zijn deelauto’s en er is relatief weinig eigen autobezit. Auto-infrastructuur voor Rijnenburg passen we zorgvuldig in met aandacht voor de impact op de leefomgeving en het voorkomen van gebiedsvreemd verkeer. • Rijnenburg wordt goed verbonden met de omgeving.

Er zijn nieuwe, sociaal veilige openbaar vervoer- en langzaam-verkeersverbindingen nodig met omliggende gebieden, zoals Leidsche Rijn, Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort, Woerden en de Hollandse IJssel. Dit bevordert de uitwisseling van voorzieningen, werkgelegenheid en recreatiemogelijkheden en zorgt ervoor dat Rijnenburg geen eiland op zichzelf wordt. • Mobiliteit en OV moet kwalitatief goed op orde zijn bij de oplevering van de eerste woningen, zoals we geleerd hebben van eerdere grote gebiedsontwikkelingen.

“Ik denk dat hubs een heel goede manier zijn om het parkeren te regelen. Alleen worden ze vaak ontwikkeld door verkeersdeskundigen die vooral nadenken over het autoverkeer, terwijl het juist gaat om de integrale aanpak. Dus zorg ook voor aantrekkelijke looproutes en ruimte voor fietsers. Voorzieningen in de buurt, of zelfs een conciërge in het gebouw kunnen helpen de sociale veiligheid te borgen. Of misschien kan de hub ook ruimte bieden aan een co-workingplek, zodat mensen er kunnen werken. Het draait om het zoeken naar de juiste combinaties van functies voor al die verschillende gebruikers.” Ton Venhoeven – Expert afstemming ruimte en mobiliteit, VenhoevenCS

Figuur 16: Onderdeel van het sturend mobiliteitsconcept is dat er goede alternatieven zijn voor de auto.

21 Leidende principes Rijnenburg

Figuur 17: Deze hub in Nordhavn, Kopenhagen is een mooi voorbeeld van een hub dat meer is dan een parkeergarage: een recyclecentrum, een supermarkt, speeltuin en groene gevel.

VI. Rijnenburg geeft ruimte voor innovatie en adaptief omgaan met verandering van samenleving, mobiliteit, klimaat en technologie De ontwikkeling van Rijnenburg beslaat meerdere decennia, waarin de samenleving, mobiliteit, technologie en het klimaat blijven veranderen. Dit vraagt om een flexibel plan wat zich kan aanpassen aan nieuwe inzichten (adaptief) en innovatieve oplossingen. We zoeken actief de samenwerking met experts uit de wetenschap, kennisinstellingen en het bedrijfsleven om samen slimme oplossingen te vinden voor de grote maatschappelijke uitdagingen. Zo blijft Rijnenburg ook in de toekomst een vernieuwende, onderscheidende leefomgeving die waarde toevoegt aan de Metropoolregio Utrecht. Voor een toekomstbestendig Rijnenburg zijn onder andere de volgende elementen van belang: • De basis voor de inrichting van het gebied is een robuust raamwerk waarbinnen het natuurlijke systeem centraal staat: bodem, water en archeologie. En waarin boven- en ondergrondse infrastructuur een plek is gegeven: watersysteem, kabels- en leidingen, natuur, fietsen en wandelen. De flexibiliteit wordt ingevuld door onder andere bewust onbestemde ruimtes in te bouwen. • Vanuit de publieke waarden duurzaamheid, betaalbaarheid en consumentenbescherming maken we in Rijnenburg het energiesysteem van de toekomst. Netbewust bouwen is voor de gebouwde omgeving de norm.

Warmte, koude, elektriciteit en mobiliteit worden in een samenhangend systeem bezien, waardoor meer mogelijkheden ontstaan om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Energie wordt zoveel mogelijk lokaal opgewekt, opgeslagen en gebruikt. Hiermee gaan we netcongestie tegen. We sluiten aan op de vastgestelde Visie en Uitnodigingskader Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop (2020) en Beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht (2024) waarmee we bijdragen aan de regionale opgave voor opwek van duurzame energie.

“In gebiedsontwikkeling hebben we vaak meer aandacht voor ruimte dan voor tijd. We denken veel na over wat waar komt, en hoe mooi het allemaal wordt als het straks klaar is. Maar het gaat niet alleen om het wat, maar ook om het wanneer. Denken in decennia dus. In het huidige debat gaat het veel over snel veel huizen bouwen, maar een mogelijke nieuwe wijk blijft er zomaar 150 jaar staan, en de wereld verandert, denk aan het klimaat. Hoe kunnen we Rijnenburg laten meebewegen als de omstandigheden veranderen? Dus wat moet waar komen -of juist niet- én op welk moment, daar moet je zorgvuldig naar blijven kijken.” Peter Pelzer - Hoogleraar Ruimtelijke Planning en Strategie, TU Delft

“In Rijnenburg werken we aan het energiesysteem van de toekomst, en we gaan samen ontdekken wat dat dan precies is. De opwek en de opslag van energie gaan een groter beslag leggen op de openbare ruimte dan we gewend zijn. Kwantitatief, maar ook kwalitatief. Daarom is mijn oproep: omarm het. Verdiep je erin en maak verstandige keuzes. Dan ontwikkel je liefde voor zo’n energiesysteem en creëren we schoonheid, want die schoonheid gun ik Rijnenburg.” Hans Kraaij - Teamleider Ontwikkeling energiesystemen, gemeente Utrecht

22 Leidende principes Rijnenburg

• De schaal van kringlopen is zo klein als kan en zo groot als moet. Wat de ‘juiste’ schaal is voor het sluiten van grondstoffenstromen, wordt uiteindelijk bepaald door verschillende factoren zoals het gewicht van de materialen, de aard en beschikbaarheid van de stroom en de lokale omstandigheden. In de zoektocht naar de beste schaal gaat de voorkeur ernaar uit om zoveel mogelijk kringlopen binnen Rijnenburg zelf te sluiten. • Gebouwen en infrastructuur zijn zoveel mogelijk flexibel, aanpasbaar en modulair. Inzet is om de waarde van (bouw)materialen te behouden. • Een klimaatadaptieve inrichting van Rijnenburg zorgt ervoor dat bij extreem weer de wijk leefbaar blijft: veel ruimte voor verkoelend groen, (regionale) waterberging en infiltratie in de bodem voor de wijk én de omgeving. • Economische activiteiten in Rijnenburg hebben een positieve impact op mens en milieu. Voor bedrijvigheid ligt de focus op functies die bijdragen aan de nieuwe gezondheidseconomie. • Lopen, fietsen en OV zijn de belangrijkste manier voor verplaatsingen in Rijnenburg. Daarnaast worden innovatieve en effectieve mobiliteitsvormen onderzocht zoals ‘Light Electric Vehicles’ (LEV): licht en elektrisch aangedreven voertuigen voor relatief korte afstanden, ‘Mobility as a Service’ (MaaS): multimodaal reisadvies op maat en ‘Smart Mobility’: digitalisering en automatisering van de mobiliteit.

Collectieve oplossingen hebben daarbij de voorkeur boven individuele. Deze ontwikkelingen veranderen het gebruik van mobiliteit.

Figuur 18: Voorbeeld van drijvend bouwen op de Green Island in Kopenhagen.

23 Leidende principes Rijnenburg

4. Proces en vervolg Met deze ambitie en leidende principes zetten we een volgende stap in de gebiedsontwikkeling van Rijnenburg. Daarbij zijn de ambitie en leidende principes niet in beton gegoten: gezien de langjarige en complexe ontwikkeling vraagt dit om flexibiliteit in het op te stellen plan en adaptief vermogen van betrokken partijen om in te spelen op maatschappelijke veranderingen. De ambitie en leidende principes kunnen daarom waar nodig bijgesteld of aangescherpt worden als de situatie daarom vraagt. Zo dient continu een integrale weging van alle ambities te worden gemaakt, onderling en in relatie tot de financiële haalbaarheid.

Ontwikkelstrategie Op 11 december 2024 werd het Akkoord van Rijnenburg gesloten waarin het Rijk, regio en consortium van grondeigenaren zich hebben gecommitteerd om tot realisatie van Groot Merwede en Rijnenburg te komen, met een beoogd aantal van 63.000 tot 75.000 woningen, inclusief alle benodigde condities. Er is nog een groot aantal programmatische, randvoorwaardelijke en financiële knelpunten. De uitdaging ligt in het ontwikkelen van een samenhangende en effectieve ontwikkelstrategie voor het gehele gebied, waarbij de samenwerking tussen betrokken gemeenten, Provincie, het Rijk, private partners en andere stakeholders wordt versterkt zodat snelheid in het planproces wordt ingebouwd en maximaal wordt ingezet op effectieve (en soms innovatieve) interventies. Daarom is afgesproken om de binnen de gebiedsalliantie Groot Merwede Rijnenburg met betrokken partijen een gezamenlijke ontwikkelstrategie op te stellen. De ontwikkelstrategie geeft daarbij ook een antwoord op de vraag welke vorm van regie de gemeente wil en kan voeren in de ontwikkeling van beide gebieden. Onderdelen van de ontwikkelstrategie zijn onder andere: • Samenwerkingsvorm met (het consortium van) grondeigenaren in Rijnenburg • Samenwerkingsvorm met publieke partners • Businesscase en financieringsvormen • Fasering

24 Leidende principes Rijnenburg

Figuur 19: Gezamenlijk moment bij ondertekening van Akkoord van Rijnenburg door de minister van VRO, regionale overheden, waterschap en consortium van grondeigenaren Rijnenburg

Vervolg proces gebiedsontwikkeling Gemeente en het consortium van grondeigenaren werken samen aan de volgende stap in het proces: de Uitgangspuntennotitie als basis voor het Masterplan. Met de Uitgangspuntennotitie beschrijven wij de integraal afgewogen en haalbare uitgangspunten om daarmee een antwoord te geven op de uitdagingen om het gebied succesvol tot ontwikkeling te brengen. Door middel van (ontwerpend) onderzoek maken wij inzichtelijk hoe de belangrijkste thematische uitgangspunten (groenblauw raamwerk, dichtheid, mobiliteit en type programma (wonen, werken, recreëren)) zich tot elkaar en tot de omgeving (stad, landschap en regio) kunnen verhouden.

Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 + Oplegger ik op de tot rust kom trein/tram in het groen stap ik de natuur beleef

ik mijn apparten laat repareren

0 minute at 1 n sta

aar... nw va

Mijn hu is

ik sport

ik speel

ik werk

ik mijn boodschappen doe

Programmatische Verkenning

Verkenningen mobiliteit, programma en gezonde leefomgeving

Ik verkoeling zoek

ik naar een voorstelling ga

ik mensen ik naar ontmoet school ga

• • • • •

mijn energie vandaan komt

Bodem en water sturend 22.000-25.000 woningen (groen)- voorzieningen en ruimte voor werkgelegenheid wijk wordt circulair, klimaatneutraal, en natuurinclusief permanent energielandschap in het noorden

De Uitgangspuntennotitie wordt in de tweede helft van 2026 aan de raad ter besluitvorming voorgelegd waarna gestart kan worden met het opstellen van een omgevingsvisie voor het deelgebied Rijnenburg en Reijerscop (ook wel: het Masterplan).

Leidende principes

Ambitie: Rijnenburg Landschapsstad

Masterplanfase

Deelonderzoeken

een compleet en levendig stadsdeel voor iedereen

15 min

Ontwerpend onderzoek

robuust groenblauw raamwerk

Afwegingen en waardering water en bodem sturen de nieuwe ontwikkeling

Bouwstenen groenblauwe raamwerk

Uitgangspuntennotitie iteratief proces

Gezond samen leven in Rijnenburg

sturend mobiliteitsconcept

ik zwem ik naar de dokter ga

Daarbij weten wij ook dat niet alle beschreven ruimteclaims ingepast kunnen worden. We doen onderzoek naar duurzaam ruimtegebruik en zoeken daarbij naar oplossingen zoals dubbelgebruik van functies en het uitwisselen van functies met omliggend bestaand en toekomstig gebied.

Uitgangspuntennotitie

Masterplan Rijnenburg

-1,0 NAP

+1,0 NAP

Schetsontwerp Landschapspark Rijnenburg ruimte geven voor innovatie en adaptief omgaan met veranderingen

analyse

referentiestudie

modellenstudie

Afstemming met grondeigenaren, rijk, regio, provincie en waterschap en overige belanghebbenden over planproducten en de ontwikkelstrategie

2023

25 Leidende principes Rijnenburg

2024

2025

2026

2027>

Samen Stad Maken Bij het opstellen van de Uitgangspuntennotitie Rijnenburg passen wij het beleid van Samen stad maken toe. Een belangrijke doelstelling van Samen stad maken is om college en raad een brede belangenafweging te laten maken door extra in te zetten om het ongehoorde geluid van degene voor wie we het doen (de gebruiker) te horen. In het geval van de ontwikkeling van Rijnenburg gaat het dan om de toekomstige bewoners en gebruikers van het gebied. Daarom gaan wij in het samenwerkingsplan voor de Uitgangspuntennotitie Rijnenburg uitwerken hoe we actief wensen, kansen en zorgen kunnen uitvragen bij huidige bewoners, toekomstige bewoners, ondernemers, gebruikers uit in en om het gebied, de stad en omliggende gemeenten (zoals Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort en Woerden). Dit doen we in ieder geval door een combinatie van online (DenkMee) en offline vormen van peilen. Daarbij maken we ook gebruik van de nog op te richten Woontafel op basis van het aangenomen initiatiefvoorstel ‘Geef woningzoekenden een stem’. Deze wensen, kansen en zorgen zijn belangrijke input voor de op te stellen Uitgangspuntennotitie.

In lijn met het Akkoord van Rijnenburg (2024) vraagt het ontwikkelen van Rijnenburg om een langdurige samenwerking met het consortium van grondeigenaren in het gebied en intensieve afstemming met medeoverheden zoals het Rijk, provincie, waterschap HDSR, U10 en buurgemeenten Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort en Woerden. Dit doen we nu, bij het bepalen van de uitgangspunten, straks bij het maken van de plannen, en later als de realisatie van Rijnenburg van de grond komt. Want alleen samen kunnen we de hoge ambities voor Rijnenburg waarmaken.

Figuur 20: In gesprek met bewoners van het gebied en uit omliggende gemeenten.

26 Leidende principes Rijnenburg

Colofon Gemeente Utrecht www.utrecht.nl/rijnenburg Leidende principes Rijnenburg, september 2025 Concept en vormgeving O2 communicatie Status Ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad van Utrecht

Niets uit deze rapportage mag worden overgenomen zonder bronvermelding. Eventuele rechthebbenden op gebruikt beeldmateriaal kunnen contact opnemen met de gemeente Utrecht.

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

Tom van Nieuwenhuijze / Ben Norg

Datum

E-mail

t.van.nieuwenhuijze@utrecht.nl / b.norg@utrecht.nl

Kenmerk

23 september 2025 30713226

Soort brief

Aanbiedingsbrief, voortgangsbrief

Onderwerp

Leidende principes Rijnenburg

Bijlage(n)

1

Beleidsveld

Rijnenburg

Geachte leden van de raad, Polder Rijnenburg. Waar tweeduizend jaar geleden al mensen langs de meanderende Hollandse IJssel woonden en sinds de middeleeuwen sprake is van een open, weids landschap wonen vanaf 2035 zo'n 50.000 mensen in een compacte, levendige en stadse wijk. De wijk wordt klimaatbestendig, duurzaam, groen en waterrijk. De leefomgeving inspireert bewoners tot gezond gedrag en het vormen van inclusieve en veerkrachtige gemeenschappen. Ten noorden van de nieuwe wijk ligt straks een van de grootste landschapsparken van Nederland, met een grote waterplas en ruimte voor het opwekken van duurzame energie, natuur, sport en recreatie. Uw raad gaf aan zich uit te willen spreken over de principes die leidend worden voor de verdere ontwikkeling en de basis vormen voor de op te stellen uitgangspuntennotitie Rijnenburg (motie 2025/M24 Kaders voor een raadsvoorstel voor Rijnenburg). En daarom nog in 2025 te willen besluiten hierover. Met het u vandaag toegestuurde raadsvoorstel Leidende principes Rijnenburg geven wij hier invulling aan. Ook handelen we met dit raadsvoorstel toezegging 2024/T861 af. In deze brief geven wij u meer context bij het raadsvoorstel.

Verder informeren wij u over het woningmarktonderzoek dat wij samen met het consortium van grondeigenaren hebben laten uitvoeren en over de stand van zaken van de overige door uw raad aangenomen moties en vanuit ons college gedane toezeggingen. Toelichting bij het raadsvoorstel Leidende principes Rijnenburg In september 2024 hebben wij u de Programmatische Verkenning Rijnenburg aangeboden. De Programmatische Verkenning schetst een eerste beeld van wat Rijnenburg kan worden, gebaseerd op diverse thematische studies. De Programmatische Verkenning is een tussenproduct op weg naar de Uitgangspuntennotitie Rijnenburg die als basis zal dienen voor de op te stellen omgevingsvisie voor het deelgebied Rijnenburg en Reijerscop (ook wel: het Masterplan). In lijn met het dictum van uw motie schetsen wij met de Leidende principes Rijnenburg de hoofdlijnen voor de uitgangspuntennotitie.

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

23 september 2025 30713226

Een nieuw stadsdeel van deze omvang, qua inwonersaantal vergelijkbaar met steden als Houten of Woerden, is niet van vandaag op morgen gebouwd. Met een vergelijkbaar ontwikkeltempo als Leidsche Rijn zal Rijnenburg pas na enkele decennia volledig gerealiseerd zijn. We weten dat tijdens deze periode economische crises en oplevingen zullen plaatsvinden, dat technologische en maatschappelijke ontwikkelingen niet stilstaan en dat ons klimaat zal veranderen met gevolgen voor waterhuishouding en biodiversiteit. Daarbij is Rijnenburg een lastige plek om te ontwikkelen. Deze complexiteit brengt ruimtelijke, sociale en financiële uitdagingen met zich mee waarop een passend antwoord gevonden moet worden, wil Rijnenburg uit kunnen groeien tot een stadsdeel waar het prettig wonen, werken en verblijven is. Bovenstaande maakt Rijnenburg tot een unieke locatie om te ontwikkelen op een manier zoals we die in Nederland nog niet kennen. Als antwoord op de geschetste uitdagingen en complexiteit willen wij een robuust plan met duidelijke kaders en uitgangspunten. Tegelijkertijd moet het plan flexibel genoeg zijn om ruimte te bieden voor innovatie en aanpassingen, als de situatie daarom vraagt. Dit document is de basis voor het op te stellen plan: de ambitie en leidende principes voor de ontwikkeling van Rijnenburg.

De Leidende principes Rijnenburg laat zien welke kwaliteit voor Rijnenburg nodig is om een prettig nieuw stadsdeel te maken en vormt het vertrekpunt voor verdere visievorming voor het gebied. Verdere uitwerking vindt plaats via de Uitgangspuntennotitie Rijnenburg (2026) naar de formele omgevingsvisie voor het deelgebied Rijnenburg en Reijerscop (ook wel: het Masterplan) (2028/2029). In lijn met de Intentieovereenkomst die het college in december 2024 met het consortium van grondeigenaren heeft afgesloten, heeft het consortium van grondeigenaren in het bestuurlijk overleg de voorliggende Leidende principes Rijnenburg bekrachtigd. Hiermee committeren gemeente en consortium van grondeigenaren zich aan een duurzame ontwikkeling van Rijnenburg waarmee we een prettig nieuw stadsdeel maken voor mens, dier en natuur. Samen met Provincie en gemeente Nieuwegein zien wij dat de ontwikkeling van Rijnenburg nauw samenhangt met de ontwikkeling van Groot Merwede, zowel inhoudelijk als in fasering. In de oplegger RSU2040 heeft uw raad daarover vastgesteld dat de ontwikkeling van Rijnenburg de projecten Merwedekanaalzone, Papendorp, A12-zone en Lunetten-Koningsweg niet mag schaden. Woningmarktonderzoek Rijnenburg Parallel aan de Leidende principes Rijnenburg werken wij aan de Uitgangspuntennotitie Rijnenburg.

Hierin wegen wij de verschillende ambities onderling af en in relatie tot de financiële haalbaarheid. Wij doen verschillende thematische onderzoeken om ons input te geven op deze afweging. Eén van die thematische onderzoeken is het woningmarktonderzoek. Om een beeld te vormen bij het woonconcept van Rijnenburg en voor welke doelgroepen Rijnenburg een plek moet bieden, hebben we samen met het consortium van grondeigenaren aan adviesbureau Stec opdracht gegeven voor een woningmarktonderzoek, zie bijlage 1. Het onderzoek heeft als doel te komen tot een visie op het wonen in Rijnenburg. Niet alleen een demografisch- en woonwensenonderzoek maar juist ook grip krijgen op de vraag welk samenspel tussen mens, programma en plek er nodig is om een goed functionerend, aangenaam en gezond woon-, werk- en leefgebied te realiseren in Rijnenburg. Hierbij zijn de uitgangspunten gehanteerd uit de Oplegger RSU2040 (2023) en de Programmatische Verkenning Rijnenburg (2024) zoals het aantal woningen van 22.000 tot 25.000 in een compact stedelijk gebied met een autoluw mobiliteitsconcept. De centrale vraag van het onderzoek luidt: ‘Aan welke voorwaarden moet Rijnenburg voldoen, wil het in de periode 2035-2060 voor zo veel mogelijk toekomstige bewoners een aantrekkelijke stadswijk zijn om te gaan wonen gegeven de bestaande uitgangspunten’.

De conclusies van het onderzoek zijn vertaald naar gouden regels voor de ontwikkeling van Rijnenburg. Deze gouden regels schetsen de voorwaarden waaraan Rijnenburg

2/4

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

23 september 2025 30713226

moet voldoen, wil het in de periode 2035-2060 voor zo veel mogelijk toekomstige bewoners een aantrekkelijke stadswijk zijn om te gaan wonen. De resultaten van het onderzoek worden meegenomen bij de verdere uitwerking van de Uitgangspuntennotitie Rijnenburg. Beantwoording motie 2025/M25 Grip op Grond en Ontwikkeling Rijnenburg In Utrecht maken we ons hard om meer regie te houden op een betaalbaardere woningmarkt. Dit doen we door een afgewogen actief grondbeleid te voeren om daarmee grip, sturing en regie te krijgen en ongewenste grondspeculatie tegen te gaan. De gemeente pakt daarmee een stevigere rol om maatschappelijke doelen waaronder die op de woningmarkt te halen. Met motie 2025/M25 Grip op Grond en Ontwikkeling Rijnenburg roept u ons op om bij het raadsvoorstel over de Leidende principes een ambitiedocument toe te voegen met mogelijke grond- en ontwikkelstrategieën voor Rijnenburg. Op 11 december 2024 hebben wij u geïnformeerd over het Akkoord van Rijnenburg waarin het Rijk, regio en consortium van grondeigenaren zich hebben gecommitteerd om tot realisatie van Groot Merwede en Rijnenburg te komen, met een beoogd aantal van 63.000 tot 75.000 woningen, inclusief alle benodigde condities. Er is nog een groot aantal programmatische, randvoorwaardelijke en financiële knelpunten.

We spraken daarom af om binnen de gebiedsalliantie Groot Merwede Rijnenburg met betrokken partijen een gezamenlijke ontwikkelstrategie op te stellen. De ontwikkelstrategie geeft daarbij ook een antwoord op de vraag welke vorm van regie de gemeente wil en kan voeren in de ontwikkeling van beide gebieden. Onderdelen van de ontwikkelstrategie zijn onder andere: Samenwerkingsvorm met (het consortium van) grondeigenaren in Rijnenburg Samenwerkingsvorm met publieke partners Businesscase en financieringsvormen Fasering Wij informeren u in de eerste helft van 2026 over de voortgang van de ontwikkelstrategie. Op weg naar Uitgangspuntennotitie Gemeente en marktpartijen werken samen aan de volgende stap in het proces: de Uitgangspuntennotitie Rijnenburg als basis voor de opstellen omgevingsvisie voor het gebied (ook wel: het Masterplan). Met de Uitgangspuntennotitie worden de integraal afgewogen en haalbare uitgangspunten beschreven om daarmee een antwoord te geven op de uitdagingen waar we met elkaar voor staan om het gebied succesvol tot ontwikkeling te brengen. Door middel van (ontwerpend) onderzoek wordt inzichtelijk gemaakt hoe de belangrijkste thematische uitgangspunten (groenblauw raamwerk, dichtheid, mobiliteit en type programma (wonen, werken, recreëren)) zich tot elkaar en tot de omgeving (stad, landschap en regio) kunnen verhouden.

Daarbij is bekend dat niet alle beschreven ruimteclaims ingepast kunnen worden. Er wordt onderzoek gedaan naar duurzaam ruimtegebruik en daarbij gezocht naar oplossingen zoals dubbelgebruik van functies en het uitwisselen van functies met omliggend bestaand en toekomstig gebied. We geven bij de Uitgangspuntennotitie ook een antwoord op de door uw raad aangenomen moties 2025/M21 ‘Rijnenburg, meer dan wonen’, 2025/M23 ‘Mobiliteit Rijnenburg’, 2025/M26 ‘Zorg dat we in Rijnenburg met de stroom meeroeien’ en 2025/M27 ‘Samenwerking bij verkenning roeiwater in Rijnenburg’. Specifiek voor roeiwater hebben wij daarbij in de raadsbrief Stand van zaken roeien in Utrecht van 28 mei jl aangegeven dat wij een definitief besluit over realisatie van roeiwater voorzien na het opstellen van de omgevingsvisie voor Rijnenburg, verwacht in 2028-2029. De Uitgangspuntennotitie wordt naar verwachting in de tweede helft van 2026 aan de raad ter besluitvorming voorgelegd waarna gestart kan worden met het opstellen van een omgevingsvisie voor het deelgebied Rijnenburg en Reijerscop (ook wel: het Masterplan).

3/4

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

23 september 2025 30713226

Bij het opstellen van de Uitgangspuntennotitie Rijnenburg passen wij het beleid van Samen stad maken toe. Een belangrijke doelstelling van Samen stad maken is om college en raad een brede belangenafweging te laten maken door extra in te zetten om het ongehoorde geluid van degene voor wie we het doen (de gebruiker) te horen. In het geval van de ontwikkeling van Rijnenburg gaat het dan om de toekomstige bewoners en gebruikers van het gebied. Daarom gaan wij in het samenwerkingsplan voor de Uitgangspuntennotitie Rijnenburg uitwerken hoe we actief wensen, kansen en zorgen kunnen uitvragen bij huidige bewoners, toekomstige bewoners, ondernemers, gebruikers uit in en om het gebied, de stad en omliggende gemeenten (zoals Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort en Woerden). Dit doen we in ieder geval door een combinatie van online (DenkMee) en offline vormen van peilen. Daarbij maken we ook gebruik van de nog op te richten Woontafel op basis van het aangenomen initiatiefvoorstel ‘Geef woningzoekenden een stem’. Deze wensen, kansen en zorgen zijn belangrijke input voor de op te stellen Uitgangspuntennotitie.

In lijn met het Akkoord van Rijnenburg (2024) vraagt het ontwikkelen van Rijnenburg om een langdurige samenwerking met het consortium van grondeigenaren in het gebied en intensieve afstemming met medeoverheden zoals het Rijk, provincie, waterschap HDSR, U10 en buurgemeenten Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort en Woerden. Dit doen we nu, bij het bepalen van de uitgangspunten, straks bij het maken van de plannen, en later als de realisatie van Rijnenburg van de grond komt. Want alleen samen kunnen we de hoge ambities voor Rijnenburg waarmaken. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

4/4

Naar een passend woningprogramma voor de ontwikkellocatie Rijnenburg Bouwstenen, kernkeuzes en gouden regels voor woningprogramma voor de ontwikkeling van Rijnenburg 23 juli 2025

Naar een passend woningprogramma voor de ontwikkellocatie Rijnenburg

2

Inhoudsopgave Samenvatting Achtergrond van het onderzoek en hoofdvraag die centraal staat Conclusies van het onderzoek De gouden regels voor Rijnenburg Hoe verder na dit onderzoek: agenda voor vervolg

1.

2.

3.

4 5 6 8

Inleiding

10

1.1 1.2 1.3

Rijnenburg: 22.000-25.000 woningen als volwaardig onderdeel van de U10 De aanpak voor het woningmarktonderzoek Rijnenburg Leeswijzer

10 13 15

De bouwstenen van het onderzoek voor Rijnenburg

16

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

16 17 19 21 22 23

Trends, ontwikkelingen en transities die het wonen in 2050 beïnvloeden Demografische ontwikkelingen Huidige woonwensen en gedragingen in beeld Kwalitatieve woonbehoefte 2035-2050 Kwalitatieve woonbehoefte stedelijke doelgroepen Prognosticeren van toekomstige woonwensen en gedragingen

Ontwerpend onderzoek 3.1 3.2

4.

4

Op basis van ruimtelijk verkenning, uitgangspunten en bouwstenen zijn 21.000 tot 24.000 woningen in Rijnenburg mogelijk Ruimtelijk verkenning: circa 70% appartementen

Confrontatie bouwstenen en ruimtelijke verkenning 4.1 4.2

Indicatief woonprogramma dat inspeelt op behoefte heeft 72% betaalbare woningen Indicatief programma Rijnenburg kan diverse stedelijke doelgroep bedienen

25 32 33

35 35 36

5.

Lessen uit de vergelijking

38

6.

Interdisciplinaire SWOT

42

6.1 6.2 6.3 6.4

Sterkte en kans Kans en zwakte Zwakte en bedreiging Bedreiging en sterkte

44 45 46 47

7.

Randvoorwaarden

49

8.

Gouden regels voor Rijnenburg

52

8.1 8.2

52

Rijnenburg als ‘Utregs stadsdeel’ Woonprogramma Rijnenburg als afspiegeling van Utrechtse behoefte, rekening houdend met de ruimtelijke kwaliteiten en begrenzingen

53

Naar een passend woningprogramma voor de ontwikkellocatie Rijnenburg

3

8.3 8.4 8.5 8.6 8.7 8.8 8.9 8.10

Een volwaardig stadsdeel vraagt om een grote(-re) mix van functies en hoogwaardig ov Maat en schaal Rijnenburg dwingt tot creëren van verschillende buurten en woonmilieus Wonen en werken in een gebied met een menselijke maat en schaal Rijnenburg is er ook voor gezinnen, in alle deelgebieden Bouw aan de sociale cohesie, niet enkel aan woningen Hoe groter de druk op de omgeving, hoe hoogwaardiger de inrichting van de openbare ruimte moet zijn Benut unieke identiteit van stadsdeel in het landschap tot aan de voordeur Flexibiliteit koppelen aan het ruimtelijk raamwerk

54 55 55 57 59 60 60 61

Bijlage A: Belangrijke ontwikkellocaties in Utrecht en de regio in beeld

62

Bijlage B: Bijlagen bouwstenen

65

B1: Trends, ontwikkelingen en transities die het wonen in 2050 beïnvloeden B2: Demografische ontwikkelingen B3: Huidige woonwensen en gedragingen in beeld B4: Kwalitatieve woonbehoefte 2035-2050 B5: Kwalitatieve woonbehoefte stedelijke doelgroepen B6: Prognosticeren van toekomstige woonwensen en gedragingen

65 75 79 84 85 87

Bijlage C: Ontwerpend onderzoek

92

Bijlage D: (inter-) Nationale voorbeelden

98

Bijlage E: Een grote(-re) mix in Rijnenburg

110

Bijlage F: Whize segmenten en Stec doelgroepen

116

Bijlage G: Bronnen

139

Naar een passend woningprogramma voor de ontwikkellocatie Rijnenburg

4

Samenvatting Achtergrond van het onderzoek en hoofdvraag die centraal staat De druk op de woningmarkt is groot in de regio U10 en de stad Utrecht. De komende jaren groeit naar verwachting het aantal huishoudens flink, waardoor de woningbehoefte verder zal toenemen. De ontwikkeling van Rijnenburg als volwaardig stadsdeel van Utrecht biedt kansen om de woningbehoefte in de regio aan te pakken. Dit onderzoek richt zich dan ook op het woonprogramma voor de ontwikkeling van het nieuwe stadsdeel Rijnenburg in Utrecht. De hoofdvraag die centraal staat in dit onderzoek De hoofdvraag die centraal staat is: aan welke voorwaarden moet Rijnenburg voldoen, wil het in de periode 2035-2060 voor zo veel mogelijk toekomstige bewoners een aantrekkelijke stadswijk zijn om te gaan wonen gegeven de bestaande uitgangspunten. Stappen die gezet zijn om de hoofdvraag te beantwoorden Om de hoofdvraag te beantwoorden zijn allereerst analyses uitgevoerd met betrekking tot trends, ontwikkelingen en transities die het wonen in 2050 beïnvloeden en huidige woonbehoeften en gedragingen van doelgroepen. Daarmee zijn de toekomstige woonwensen en gedragingen van huishoudens geprognotiseerd. Vervolgens is met ontwerpend onderzoek gewerkt aan een ruimtelijk verkenning voor Rijnenburg. Op basis daarvan zijn conclusies getrokken voor Rijnenburg.

Samen met de ruimtelijke verkenning, de (inter-) nationale vergelijking en de SWOT analyse zijn op basis van deze conclusies aandachtspunten geformuleerd. Die dienen als randvoorwaarde voor de verdere uitwerking van de plannen voor Rijnenburg. De randvoorwaarden zijn op hun beurt vertaald naar de gouden regels voor Rijnenburg. Dit om antwoord te geven op de hoofdvraag. Het onderzoek is resultaat van een gezamenlijk proces met vertegenwoordigers van de gemeente Utrecht en het consortium van grondeigenaren Rijnenburg, KAS en Stec Groep.

De bestaande uitgangspunten voor Rijnenburg Voor de ontwikkeling van Rijnenburg zijn in eerdere fasen uitgangspunten geformuleerd. Deze reeds bestaande uitgangspunten vormen de leidraad voor het onderzoek. De belangrijkste uitgangspunten voor Rijnenburg op een rij: • 22.000 - 25.000 woningen • Stedelijk gestapeld woonprogramma • 10-minuten stad met goede aansluiting op bestaande stedelijke netwerken • Hoogwaardig openbaar vervoer • Autoluw

Naar een passend woningprogramma voor de ontwikkellocatie Rijnenburg

5

Conclusies van het onderzoek Conclusies toekomstige woonvraag, doelgroepen en ruimtelijke verkenning De belangrijkste conclusies uit het onderzoek zijn samen te vatten tot een zevental punten, te weten: 1. De trend is dat het aantal huishoudens blijft groeien. Zo komen er in de gemeente Utrecht Tussen 2024 en 2050 circa 50.000 nieuwe huishoudens bij. Ook in de regio neemt het aantal huishoudens toe. Hier zullen nieuwe woningen voor gebouwd moeten worden. 2. In 2050 is circa 50 tot 55% van de huishoudens in Utrecht alleenstaand. Dit heeft consequenties voor de woningaantallen, de woonvorm en naar verwachting ook voor de gemiddelde omvang van woningen. De prijs, ligging, voorzieningen en aandacht voor ontmoeten worden daarbij belangrijker voor de woningzoekende. Gezinnen blijven in absolute aantallen een van de grotere huishoudensgroepen in Utrecht: circa 25% van alle huishoudensgroepen. De overige circa 20 tot 25% van de huishoudens in Utrecht betreft stellen zonder kinderen. 3. Woonwensen en gedragingen van huishoudens in Utrecht laten een grote nadruk op betaalbare segmenten zien. Circa 70 tot 75% gaat uit naar een woning in het betaalbare segment. Het gaat om sociale huur, middenhuur en betaalbare koopwoningen. 4. Zo’n 75% tot 80% van de woningvraag in 2035 - 2050 is afkomstig van stedelijk georienteerde huishoudens.

Het stedelijk wonen manifesteert zich in een grotere mix van functies en voorzieningen en een groot aandeel gestapelde woningen. 5. Op basis van de ruimtelijke verkenning zijn circa 21.000 tot 24.000 woningen in Rijnenburg mogelijk. Ongeveer 70% van het programma kan op basis van de ruimtelijke verkenning en de woonwensen en gedragingen van Utrechtse huishoudens bestaan uit appartementen. 6. Mensen zijn bereid tot het maken van concessies wanneer de primair gewenste woning niet voor hen beschikbaar of betaalbaar is. Daadwerkelijke verhuisbewegingen in Utrecht laten dit zien. Zo verhuisde een deel van de Utrechtse huishoudens die primair een gezinswoning zocht (wens) uiteindelijk naar een appartement in de stad (gedrag). 7. Vanuit stedelijke gezinnen is er een sterke behoefte voor stedelijke gezinswoningen. Het binden van gezinnen aan een stedelijk woonmilieu is een belangrijke ontwerpopgave voor Rijnenburg, zowel ten aanzien van de gebouwen (hybride woning) als de inrichting van de woonomgeving (gezinsvriendelijk). Randvoorwaarden voor de succesvolle ontwikkeling van Rijnenburg De conclusies uit het woononderzoek zijn afgezet tegen de meegegeven uitgangspunten voor Rijnenburg (zie kader op voorgaande pagina).

Samen met ruimtelijke verkenning, de (inter-) nationale vergelijking en de SWOT analyse worden de volgende aandachtspunten (A t/m I) meegegeven die als randvoorwaarde dienen voor de verdere uitwerking van de plannen voor Rijnenburg: A. Noodzaak voor voldoende differentiatie en afwisseling in woningtypen, doelgroepen en woonmilieus. De omvang van Rijnenburg maakt dit noodzakelijk. Een divers en complementair woonprogramma zorgt dat verschillende huishoudensgroepen in Rijnenburg een plek kunnen vinden. B. Mogelijkheid om wooncarrière te maken in Rijnenburg als starter, gezin en oudere, ongeacht het inkomen. Dit draagt op de langere termijn bij aan de leefbaarheid, diversiteit en doorstroming in Rijnenburg. C. Flexibiliteit in het (woon-)programma om in te kunnen spelen op sociale, economische en culturele veranderingen. Dit draagt bij aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Rijnenburg op langere termijn. D. Rijnenburg moet tijd hebben om te groeien en te rijpen. De ontwikkeling van Rijnenburg zal vele jaren in beslag nemen. Door organisch te groeien kan Rijnenburg op een adaptieve en robuuste manier volwassen worden. Dit draagt bij aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Rijnenburg op langere termijn.

Naar een passend woningprogramma voor de ontwikkellocatie Rijnenburg

6

Complementariteit met andere gebiedsontwikkelingen waaronder Groot Merwede. Gebieden moeten niet als concurrentie gezien worden, maar complementair zijn en elkaar versterken. Rijnenburg moet écht Utrechts zijn om succesvol te zijn, zowel in uitwerking als marketing. Het gaat om de perfecte mix van stad, groen, cultuur en ontmoeten. Zie hiervoor pagina 12. F. Een goede mix tussen wonen, werken en voorzieningen om stedelijk doelgroep te verleiden. Daarmee kan Rijnenburg zich onderscheiden van bestaande en meer op wonen georiënteerde wijken in en rondom Utrecht. G. Hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) en een breder mobiliteitsconcept om het autoluwe uitganspunt waar te maken. Er moet een goede aansluiting op de bestaande stad zijn (vanaf de start) om van Rijnenburg een aantrekkelijk stedelijk gebied te maken. Belangrijk daarbij is de uitwerking van het bredere mobiliteitsconcept van Rijnenburg. H. De dichtheid en stedelijkheid vraagt om andere ontwerpprincipes waarbij de hoge (ruimtelijke) kwaliteit van zowel het vastgoed als de openbare ruimte in alle fasen van de ontwikkeling aandacht vragen, vooral ook in relatie tot de realisatie van betaalbare woningen. I. De perifere ligging van Rijnenburg vraagt nog eens extra aandacht in de uitwerking van het concept van de 10-minutenstad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ff19e15f-2fd9-41ff-af9c-e52fdd9c8b7a