CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 20 april 2023, gemeente Utrecht39.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023

Pagina 5 van 18

De bijdrage per opdrachtgever voor 2024 wordt in de volgende tabel gepresenteerd:

Opdrachtgever:

Variabele bijdrage 2024

Amersfoort

Vaste bijdrage 2024:

Totale bijdrage 2024:

Percentage Eigenaarschap:

1.386.000

886.000

2.272.000

12,0%

Baarn

346.000

222.000

568.000

3,0%

Bunschoten

368.000

236.000

604.000

3,2%

Eemnes

154.000

99.000

253.000

1,3%

Houten

269.000

172.000

441.000

2,3%

Leusden

311.000

200.000

511.000

2,7%

Lopik

361.000

231.000

592.000

3,1%

Nieuwegein

338.000

218.000

556.000

2,9%

Provincie

5.706.000

3.634.000

9.340.000

49,0%

Soest

508.000

325.000

833.000

4,4%

Utrecht

1.580.000

1.013.000

2.593.000

13,7%

Woudenberg Totaal

274.000

175.000

449.000

2,4%

11.601.000

7.411.000

19.012.000

100%

Met het invoeren van de Omgevingswet zal het bevoegd gezag van de bodemtaken verschuiven van de provincie naar de gemeenten. Met het uitstel van de Omgevingswet naar 1 januari 2024 is de planning echter ook een jaar doorgeschoven. Voor zowel de provincie als de gemeenten is in de begroting rekening gehouden met de laatst bekende inzichten. Deze inschatting (zie de tabel hier onder) is gebaseerd op de lopende gesprekken tussen de deelnemende gemeenten en de RUD Utrecht. Aangezien de inschatting van de afname van bodemtaken nog niet definitief is voor onze deelnemende gemeenten, moet er rekening mee gehouden worden dat de variabele en vaste bijdragen nog kunnen veranderen. Frictiekosten zullen ontstaan indien de afname van bodemtaken te veel wordt verlaagd. De huidige gesprekken met gemeenten leveren nog geen aanleiding op om hier op dit moment al vanuit te gaan. Daarnaast is de begroting nog gebaseerd op de uitvoeringsplannen onder de oude wetgeving. Naar het einde van 2023 zal er meer bekend zijn met betrekking tot de uitvoeringsplannen onder de Omgevingswet en dit zal nog tot wijzigingen in de begroting leiden.

Opdrachtgever

Uren bodem 2024

Uren bodem 2023

Verschil variabele bijdrage Bodemtaken 2023/2024

Verschil 2023/2024

Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Houten Leusden Lopik Nieuwegein PU Soest Utrecht Woudenberg

4.194 1.004 727 486 972 782 1.199 1.007 17.267 1.273 4.000 968

3.641 980 715 481 950 750 1.047 678 12.351 1.237 4.000 967

553 23,9 12,3 5 22,4 32,2 151,9 329 4916 36,3 0 1,43

38.000 2.000 1.000 2.000 2.000 11.000 24.000 355.000 3.000 -

Totaal

33.880

27.797

6.083

438.000

Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023

Pagina 6 van 18

3. Programma’s De RUD Utrecht levert een bijdrage aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving door de uitvoering van VTH-taken en advisering op het gebied van milieu. Het is onze ambitie om door te groeien naar een Omgevingsdienst die eenvoud, kwaliteit en betrouwbaarheid als uitgangspunten hanteert en die haar opdrachtgevers centraal stelt. Voor ons betekent dit in de eerste plaats dat wij het maximale halen uit de door onze opdrachtgevers beschikbaar gestelde middelen. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de programma’s die de kaders vormen waarin de RUD Utrecht die bijdrage levert.

3.1.

Indicatoren

In deze paragraaf kijken we voor de RUD- indicatoren vooruit naar onze prestaties voor het jaar 2024. We hebben de aantallen en de aard van de indicatoren slechts een beperkte update gegeven ten opzichte van 2023 aangezien de indicatoren onze eigenaren een goed beeld geven over de prestaties van de RUD Utrecht. Voornamelijk de indicator over de tevredenheid van onze opdrachtgevers is verbeterd. De belangrijkste onderdelen van de RUD Utrecht meten we op een structurele wijze via Key Performance Indicators (KPI’s). We hebben in samenwerking met een aantal van onze eigenaren voor verschillende onderdelen van de RUD Utrecht KPI’s vastgesteld. Hieronder zijn de KPI’s voor de RUD Utrecht weergegeven: Interne processen en kwaliteit werk Wat

Indicator

Handhavingsbeschikkingen en vergunningen voldoen aan inhoudelijke en juridische kwaliteit

Sturing op: We streven ernaar om bij handhavingsbeschikkingen geen inhoudelijke en/of juridische gebreken te hebben. Meting van: Dit blijkt uit het feit dat bij bezwaar- en beroepsprocedures in tenminste 80 procent van de gevallen geen inhoudelijke en/of juridische gebreken aan de beschikking worden geconstateerd.

Voldoen aan kwaliteitscriteria 2.2

Sturing op: Het professionaliseren van onze toezichthouders, handhavers en vergunningverleners zorgt naast een kwaliteitsverbetering ook voor een hogere betrouwbaarheid. Meting van: Voor alle activiteiten voldoen we voor 100% aan de kwaliteitscriteria 2.2

Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023

Pagina 7 van 18

Afnemers Wat

Indicator

Beoordeling door opdrachtgevers

Sturing op: We streven naar tevreden opdrachtgevers. Meting van: De individuele opdrachtgever geeft de RUD Utrecht een algemene tevredenheidsscore van een 7 of hoger. De onderbouwing van de cijfermatige KPI blijkt uit een gedegen evaluatief onderzoek naar de tevredenheid bij onze opdrachtgevers. De reguliere VTH dienstverlening, communicatie, rapportage en advisering van de RUD Utrecht zullen onderdeel zijn van dit onderzoek. De bevindingen uit dit onderzoek zullen o.a. dienen als feedback voor onze organisatie en ons extra faciliteren in onze ontwikkelingsopgave in lijn met de kadernota.

Beoordeling door inwoners en ondernemers

Sturing op: We streven naar tevreden ondernemers en inwoners bij de uitvoering van ons werk. Meting van: Minimaal 70% van de inwoners en ondernemers geven bij reactie op het klantentevredenheidsonderzoek (KTO) aan tevreden (een ruim voldoende) te zijn over de dienstverlening van de RUD Utrecht.

Financieel en HRM Wat

Indicator

Uitvoeren jaarprogramma’s 2024 van de partners conform de DVO’s

Sturing op: Het realiseren van de DVO’s

Ziekteverzuim

Meting van: De DVO’s worden binnen de range van 90% 110% gerealiseerd in geld. Sturing op: Een gezonde organisatie met gezonde medewerkers. Meting van: Het ziekte percentage ligt niet hoger dan 5%.

Verdere financiële KPI’s over onder andere liquiditeit en het weerstandsvermogen zijn verwerkt in hoofdstuk 3

Paragrafen.

Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023

Pagina 8 van 18

3.2.

Programma Handhaving

Het programma Handhaving wordt ingezet om adequaat toezicht te houden bij bedrijven, op locaties, op bodem, in de afvalstofketen en in het vrije veld. De Omgevingswet zal 1 januari 2024 in werking treden. In 2024 vindt handhaving daarom plaats op grond van de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening en de gemeentelijke omgevingsplannen. Waar nodig wordt, afhankelijk van het verleende mandaat, een sanctie opgelegd of voorbereid. Met de milieuklachtentelefoon wordt 24-uurs bereikbaarheid voor klachten en calamiteiten gerealiseerd. De werkprocessen worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van de partners en het Dossier Afspraken en Protocollen (DAP). Naast toezicht en handhaving adviseren wij individuele opdrachtgevers, afhankelijk van de gemaakte afspraken, op het gebied van specialistische milieuonderwerpen, informatie gestuurde handhaving, uitvoeringsbeleid, Omgevingswet en nieuwe ontwikkelingen. Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2024 is het budget voor het programma Handhaving als volgt: Baten 1 Handhaving

3.3.

€

7.316.000

Lasten €

7.262.000

Saldo €

54.000

Programma Vergunningverlening

Het programma Vergunningverlening wordt ingezet om adequate vergunningverlening en afhandeling van meldingen voor activiteiten bij bedrijven en op locaties uit te voeren. Het gaat daarbij met name om vergunning op grond van de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordeningen en de gemeentelijke omgevingsplannen. Hierbij is uitgegaan van inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Bij de vergunningverlening worden de beleidsregels van het bevoegde gezag gevolgd. Afhankelijk van het verleende mandaat stellen wij hiervoor adviezen op of geven we de beschikkingen af (binnen het mandaat). Vergunningaanvragen moeten binnen wettelijke termijnen worden afgehandeld en meldingen moeten beoordeeld worden op juistheid en volledigheid. De werkprocessen worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van de partners en het Dossier Afspraken en Protocollen (DAP), onderdeel van de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) met de deelnemende partijen. Naast vergunningverlening adviseren wij individuele opdrachtgevers, afhankelijk van de gemaakte afspraken, op het gebied van de Omgevingswet, externe veiligheid, milieuzaken in omgevingsplannen, specialistische milieuonderwerpen, bodem, uitvoeringsbeleid en nieuwe ontwikkelingen. Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2024 is het budget voor het programma Vergunningverlening als volgt: Baten 2 Vergunningverlening

3.4.

€

6.482.000

Lasten €

6.529.000

Saldo €

-47.000

Programma Bedrijfsvoering

Binnen de RUD hebben we alle ondersteunende diensten samengevoegd binnen Bedrijfsvoering. Hierbij moet gedacht worden aan zaken als financiën, ICT en Informatievoorziening (IV), HRM, communicatie, secretariaat en accountmanagement. Al deze onderdelen hebben gemeen dat ze niet direct werkzaam zijn voor de vakgebieden, maar daaraan ondersteuning bieden. Voor 2024 zijn er meerdere doelen en doelstellingen die de afdeling bedrijfsvoering wil behalen. Voor de begroting zouden wij er enkele in het bijzonder willen toelichten. 1. ICT en IV Binnen de RUD is begin 2022 een nieuw VTH-zaaksysteem geïmplementeerd dat ook geschikt is om te gebruiken bij de Omgevingswet. De data die in dit systeem worden opgeslagen geven samen met externe (openbare) bronnen meer inzicht voor onze medewerkers. Wij gebruiken sinds 2019 systemen om onze medewerkers te ondersteunen door diverse databronnen te koppelen en hiermee data te transformeren tot informatie. Jaarlijks ontwikkelen we hierin door. Ook voor 2024 verwachten wij hierin verbeteringen door te voeren voor de medewerkers en daarmee het werk effectiever en soms ook efficiënter te maken. In 2024 verwachten we mede door de ontwikkelingen met de OdrU (veel) meer aandacht te gaan besteden om de ICT omgevingen met elkaar in verbinding te brengen, danwel gelijk te schakelen ter voorbereiding op een eventuele volgende stap.

Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023

Pagina 9 van 18

Voor de gemeente Utrecht is het in het kader van overdracht van taken ook noodzakelijk dat op ICT gebied een aantal koppelingen ter ondersteuning van de samenwerking worden geëffectueerd. We verwachten hier in 2024 ook een verdere doorontwikkeling op te gaan realiseren. 2. Accountmanagement en Advisering Samenwerking wordt steeds belangrijker. Onze opdrachtgevers zijn de basis voor ons bestaan. Het is daarom van essentieel belang dat de gedachten en wensen uit het programma ‘Samen op Weg’ ook zijn weerslag gaan vinden in de manier waarop we met elkaar afstemmen, rapporteren en besluiten nemen. Accountmanagement is hierin het smeermiddel. Midden 2022 heeft de RUD Utrecht een extern bureau opdracht gegeven om te onderzoeken hoe de samenwerking verloopt en wat er beter kan. Gedurende 2023 verwachten wij de resultaten hiervan te kunnen delen. We zullen op basis van de uitkomsten in 2023 en 2024 daar waar mogelijk samen met onze deelnemers verbeteringen door gaan voeren. 3. HRM De RUD Utrecht wil een aantrekkelijke werkgever zijn, waar een ieder zijn talenten en kwaliteiten optimaal kan inzetten. Van haar medewerkers verwacht de RUD Utrecht dat zij hoogwaardige resultaten opleveren, samenwerking stimuleren, veranderbereid (flexibel) en ontwikkelingsgericht zijn.

Ze heeft een bedrijfscultuur waar vertrouwen heerst en waarin het management de medewerkers de ruimte geeft om verantwoordelijkheid te nemen. De strategisch managers sturen op resultaat en faciliteren de medewerkers. Als een medewerker knelpunten ervaart in zijn inzetbaarheid hanteert de RUD Utrecht uitgangspunten die gericht zijn op preventie om zoveel mogelijk weg te blijven van het curatieve traject (Wet verbetering poortwachter). In het strategisch HRMplan heeft de RUD Utrecht beschreven hoe ze met HRM de koers van de organisatie kan ondersteunen en kan anticiperen op ontwikkelingen. Dit heeft een duidelijke overlap met de gewenste cultuurverandering die de Omgevingswet vraagt. HRM ondersteunt de ontwikkelrichting van de RUD op diverse thema's.

1. Organisatie en Talent ontwikkeling De RUD ontwikkelt zich voortdurend om zo wendbaar te kunnen blijven op ontwikkelingen. HRM faciliteert het organisatieontwikkelingsproces om te kunnen ontwikkelen naar een technisch adviserende uitvoeringsdienst en te kunnen blijven werken onder de Omgevingswet. Daarnaast heeft HRM een talenten programma opgesteld.

2. Werving en selectie Er zijn grote ontwikkelingen op de arbeidsmarkt; we hebben te maken met een ongekende krapte op de arbeidsmarkt. Des te groter is het belang van duurzame werving en selectie. Dan gaat het niet alleen om het invullen van een vacature, maar ook om het zorgen voor een duurzame plaatsing van een kandidaat. HRM ondersteunt dit door een Wervings- en Selectie strategie en met kennis van de arbeidsmarkt. Voor 2024 verwachten wij hier aanvullend in te investeren aangezien we gedurende de afgelopen periode hebben gezien dat er structureel meer inspanning moet worden geleverd om tot goede resultaten te komen.

3. Duurzame inzetbaarheid We investeren in de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers door talentontwikkeling, opleidingen en ontwikkelmogelijkheden binnen de organisatie. Door een opleidingsprogramma en POB academy investeren we in de ontwikkeling van kennis, competenties alsmede de persoonlijke ontwikkeling. Tevens wil de RUD Utrecht structureel blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.2.

4. Diversiteit en Inclusie Waar diversiteit gericht is op het herkennen van verschillen, gaat het bij inclusie om het creëren van een werkomgeving waarin iedereen welkom is en zichzelf kan zijn. Werknemers moeten zich volwaardig deel van de organisatie voelen en er tot hun recht komen. De RUD Utrecht heeft deze thema's hoog in het vaandel staan. HR ondersteunt dit vanuit een programma. Onder meer via het tweejaarlijkse medewerkerstevredenheidsonderzoek stellen we vast hoe medewerkers de RUD Utrecht als medewerker waarderen. Op basis van de uitkomsten sturen we waar nodig bij. Uitgangspunt hierbij blijft dat de medewerkers verantwoordelijk zijn voor hun eigen loopbaan en daar zelf op sturen. De RUD Utrecht ondersteunt de medewerkers waar nodig hierbij. Wat mag het kosten? Op basis van de ontwerp Programmabegroting 2024 is het budget voor het programma Bedrijfsvoering als volgt: Baten 3 Bedrijfsvoering

€

Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023

4.649.000

Lasten €

4.499.000

Saldo €

150.000

Pagina 10 van 18

De vaste bijdrage is met 13,5% gestegen ten opzichte van de begroting van 2023. Hoewel er enkel een indirect verband is tussen de uren in de uitvoeringsplannen en de vaste bijdrage (ter dekking van de vaste kosten en bedrijfsvoering), is er wel een indirect verband met de te maken kosten. Daarnaast is er een CAO-stijging van 4,2% en zal een groot aantal medewerkers een individuele stijging van 3% in het salaris krijgen. Om doorontwikkeling van de RUD te kunnen realiseren en om de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt het hoofd te kunnen bieden willen we verder voor 2024 het budget voor de Ontwikkelkosten en arbeidsmarkt(communicatie) verhogen met € 225.000, zoals is voorgesteld in de kadernota 2024.

4. Paragrafen Door het BBV wordt een zevental paragrafen voorgeschreven die moeten worden opgenomen in de begroting, tenzij het betreffende onderdeel niet van toepassing is. Bij de RUD Utrecht zijn de volgende onderdelen niet van toepassing: Lokale heffingen; Verbonden partijen; en Grondbeleid. De overige onderdelen zullen in dit hoofdstuk nader worden toegelicht.

4.1.

Weerstandsvermogen en risicomanagement

Het weerstandsvermogen is een maatstaf voor de mate waarin de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Om adequaat en effectief te kunnen reageren op de financiële gevolgen van risico’s die zich voordoen, moet de RUD Utrecht een financiële buffer hebben. Hierdoor is de RUD Utrecht in staat risico’s zelf financieel op te vangen. Er hoeft dan geen afzonderlijk beroep gedaan te worden op de deelnemers. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s die de RUD Utrecht loopt. Het gaat hier over niet kwantificeerbare risico’s. Voor kwantificeerbare risico’s worden voorzieningen gevormd. In artikel 31 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht is bepaald dat de algemene reserve maximaal 5 procent van de jaaromzet bedraagt. Op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2024 bedraagt de algemene reserve € 566.000, dit is onder de norm van 5%. Jaarlijkse exploitatieoverschotten worden toegevoegd aan de algemene reserve en verhogen het weerstandsvermogen. Een exploitatietekort wordt opgevangen binnen het weerstandsvermogen, tenzij het weerstandsvermogen hiervoor onvoldoende is.

In dat geval dragen de deelnemers hun deel naar rato van de uren uit de DVO (van de betreffende deelnemer) ten opzichte van de totale begrote uren van het betreffende jaar. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het totaal van de middelen waarover de RUD Utrecht beschikt om onvoorziene kosten te dekken. Voor de RUD Utrecht is de algemene reserve aan te merken als beschikbare incidentele weerstandscapaciteit. Deze dient als buffer tegen onvoorziene risico’s. Op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2024 bedraagt de algemene reserve € 566.000. Daarnaast bestaat de weerstandscapaciteit uit de post Onvoorzien. In de begroting is rekening gehouden met een structurele post Onvoorzien ter hoogte van € 325.000. De totale weerstandscapaciteit bedraagt naar verwachting € 891.000 (= € 566.000 + € 325.000). Risicomanagement Risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen.

Hierdoor kunnen goed onderbouwde keuzes gemaakt worden met betrekking tot: • Welke risico’s kunnen gedragen worden? • Welke beheersmaatregelen kunnen getroffen worden? • Welke middelen moeten, ter afdekking van risico’s, gereserveerd worden? Door de koppeling van het risicomanagement aan de planning & control-cyclus van de RUD Utrecht zal drie keer per jaar over risico’s worden gerapporteerd. Dat is bij de programmabegroting, de bestuurlijke voortgangsrapportage (alleen significante afwijkingen) en de jaarrekening.

Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023

Pagina 11 van 18

Algemene risico’s Het risicoprofiel van de RUD Utrecht bestaat uit bedrijfsspecifieke risico’s en meer algemene risico’s. Bij deze laatste kan onder meer gedacht worden aan macro-economische ontwikkelingen en loon- en prijsontwikkelingen. Ook zijn er natuurlijk onzekerheden over (toekomstig) rijksbeleid en ontwikkelingen in weten regelgeving. Al deze ontwikkelingen kunnen risico’s en onzekerheden met zich meebrengen, deze zijn echter nagenoeg niet beïnvloedbaar noch kwantificeerbaar. Deze risico’s worden in principe niet opgenomen in de risicoanalyse zolang ze niet leiden tot meer specifieke en kwantificeerbare risico’s voor de RUD Utrecht. Specifieke risico’s De specifieke risico’s zijn de risico’s die op de RUD Utrecht van toepassing zijn. Net als vorig jaar zijn middels sessies met MT en medewerkers de risico’s in kaart gebracht en is een inschatting gemaakt van de kans dat de gebeurtenis daadwerkelijk plaatsvindt en de (financiële) impact daarvan. Dit heeft geresulteerd in onderstaande risicoanalyse: Risico

Omschrijving

Outputfinanciering: de productie (producten) zoals afgesproken in de DVO’s wordt niet gerealiseerd (kwantitatief of kwalitatief) waardoor de inkomsten lager zijn dan begroot. 1% minder productie is rond 1. Outputfinanciering: productie, achterblijvende de €115.000 minder inkomsten. Een deel van de productie is vraag gestuurd. De kosten om deze vraag productie te realiseren is echter wel vast en betreft voornamelijk loonkosten.

I/S Kans %

Impact x € 1000

Restrisico x € 1.000

S

10%

€ 400

€ 40

2. Outputfinanciering: onvoldoende productiviteit

Outputfinanciering: binnen de RUD is ervan uitgegaan dat medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar maken in de primaire teams. Iedere 1% minder declarabiliteit RUD-breed levert € 115.000 minder inkomsten op.

S

25%

€ 400

€ 100

3. Outputfinanciering: kengetallen

Outputfinanciering: de kentallen in de PDC komen niet overeen met de werkelijke uren voor een product waardoor er meer of minder kosten gemaakt worden.

I

15%

€ 300

€ 45

4. Ziekteverzuim

Bij de begroting is ervan uitgegaan dat de productieve medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar realiseren. Die aanname is o.m. gebaseerd op een maximaal verzuim van 5%. Elk procent boven deze norm kost rond de € 115.000.

S

25%

€ 190

€ 48

5. Wet- en regelgeving: Algemeen

Als gevolg van nieuwe wet en regelgeving zullen werkprocessen, systemen en producten aangepast moeten worden en medewerkers bijgeschoold.

S

40%

€ 300

€ 120

6. Wet en regelgeving: Invoering Omgevingswet transitie bodemtaken

Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet zal het bevoegd gezag van de bodemtaken verschuiven van de Provincie naar de verschillende gemeentes. Als deze verschuiving betekent dat er minder bodemtaken bij de RUD Utrecht worden belegd zullen er frictiekosten gaan ontstaan, aangezien de RUD Utrecht in dat geval gedwongen afscheid zal moeten nemen van vast personeel (ongeveer 4 fte).

I

15%

€ 1.200

€ 180

Totaal restrisico:

€ 533

Tegenover de bestaande risico’s staat de weerstandscapaciteit zoals hierboven besproken ter hoogte van € 891.000. De hierbij behorende ratio is: 1,67 (minimaal 1,0 is gewenst). De weerstandscapaciteit ligt daarmee op een voldoende niveau om de specifieke risico’s op te kunnen vangen. Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023

Pagina 12 van 18

Financiële kengetallen Gezien het stijgende belang van toekomstbestendigheid van lokale overheden moet in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een basis set van vijf financiële kengetallen worden opgenomen. Het opnemen van kentallen past in het streven naar meer transparantie en inzicht in de financiële positie. Voor de RUD Utrecht zijn de volgende drie kengetallen van toepassing: a. Netto schuldquote: geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen; b. Solvabiliteitsratio: geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen (eigen vermogen als percentage van het totale financiële positietotaal); en c. Structurele exploitatieruimte: is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te kunnen dragen. Kengetallen A Netto schuldquote B Solvabiliteitsratio C Structurele exploitatieruimte

a. b.

c.

4.2.

Verloop van de kengetallen % Jaarrekening Begroting Begroting 2022 2023 2024 -7,19 -10,15 -4,24 15,81 54,49 28,13 -7,84 0,03 0,85

Voldoende <100 >50 >0,6

Norm VNG % Matig Onvoldoende >100 / <130 <50 / >30 <0,6 / >0

>130 <30 0

De netto schuldquote is erg goed. Reden hiervoor is dat de RUD Utrecht nog geen leningen heeft hoeven afsluiten voor het financieren van investeringen. Voor 2024 wordt dit evenmin nodig geacht. De solvabiliteit toont aan dat de RUD Utrecht onvoldoende in staat is om aan haar verplichtingen te voldoen. 2022 is echter een jaar geweest met een negatief resultaat; dit heeft ook zijn weerslag in dit kengetal. (Vanuit jaarrekening 2022 is doorgerekend). Ook is in artikel 31 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht bepaald dat de algemene reserve maximaal 5 procent van de jaaromzet mag bedragen. Als gevolg hiervan is deze ratio slechts in beperkte mate beïnvloedbaar. Daarnaast staan de deelnemers van een gemeenschappelijke regeling garant voor de tekorten. De structurele exploitatieruimte van de RUD Utrecht is matig. De RUD Utrecht kan met de structurele baten haar structurele lasten dekken. De RUD streeft hiernaar, zonder hierbij een (positief) exploitatiesaldo te realiseren.

Financiering

Deze paragraaf gaat over de financiering van de RUD Utrecht op de korte en de lange termijn. Daarin worden

betrokken het schatkistbankieren, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Het doel is om onder gunstige voorwaarden en met beperkte risico’s over voldoende financiële middelen beschikken.

Financiering korte termijn In de bijdrageverordening is het volgende vastgelegd: a. De deelnemers betalen uiterlijk 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober een voorschot in de lasten van het lopende begrotingsjaar van 25 procent van de totale bijdrage (vaste bijdrage + begrote variabele bijdrage); en b. Naar aanleiding van de liquiditeitspositie in de afzonderlijke kwartalen kan het Dagelijks Bestuur bepalen dat van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, een afwijkend voorschot wordt betaald. Hierdoor is verzekerd dat de RUD Utrecht voor de korte termijn voldoende financiële middelen heeft. Doen zich hierbij tijdelijk overschotten voor dan heeft de RUD Utrecht te maken met schatkistbankieren. De overschotten mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist (het Rijk) worden belegd (of uitgeleend aan andere decentrale overheden). De RUD Utrecht mag de eerste € 1.000.000 buiten de schatkist houden. De RUD Utrecht heeft een financieringsovereenkomst (krediet- en depotarrangement) afgesloten met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Er geldt een intra-daglimiet van € 600.000. Doordat automatische afroming van bedragen boven de € 250.000 naar deposito’s bij de schatkist (het Rijk) plaatsvind is het saldo liquide middelen op basis van de begrote financiële positie per 31 december 2024 € 250.000.

Financiering lange termijn Wanneer de RUD Utrecht investeringen doet en deze activeert op de financiële positie kan het nodig zijn om deze te financieren met geldleningen met een looptijd langer dan één jaar. Hierbij moet rekening worden gehouden met de renterisiconorm van het Rijk, die voorziet in spreiding van de looptijden van geldleningen, waardoor renterisico’s beperkt worden.

Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023

Pagina 13 van 18

Langlopende geldleningen in de komende jaren zijn afhankelijk van omvang en tempo van de investeringen (in bijvoorbeeld ICT) en de ontwikkeling van de reservepositie van de RUD Utrecht. Op dit moment is de verwachting dat in ieder geval tot en met 2024 geen leningen zullen hoeven worden afgesloten.

4.3.

Bedrijfsvoering

4.4.

Onderhoud Kapitaalgoederen

De overhead wordt door de RUD Utrecht geregistreerd binnen het programma Bedrijfsvoering. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.4. Programma Bedrijfsvoering.

Artikel 59 tot en met 65 van het BBV zijn van toepassing op het waarderings- , activerings- en afschrijvingsbeleid van de RUD Utrecht. In de financiële verordening van de RUD Utrecht is per soort actief vastgelegd hoe dit beleid wordt toegepast. Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa met economisch nut worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. Activa met een verkrijgingprijs van minder dan of gelijk aan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd (meet)apparatuur. De materiële vaste activa met economisch nut worden afgeschreven in maximaal: 15 jaar : technische installaties en apparatuur in gebouwen 10 jaar : kantoormeubilair, veiligheidsvoorzieningen en verbouwingen 5 jaar : transportmiddelen, aanhangwagens en personenauto's 3 jaar : (automatiserings)apparatuur en telefooninstallaties 1 jaar : (meet)apparatuur waarbij 50% van de jaarafschrijving wordt verantwoord in het jaar van aanschaf en/of technische/economische ingebruikname. Bij het bepalen van de afschrijving wordt geen rekening gehouden met een restwaarde. Bij een eventuele verkoop van materiële vaste activa wordt de opbrengst via de resultaatbestemming toegevoegd aan de algemene reserve van de RUD Utrecht.

De economische levensduur is beëindigd op het moment dat de aan het actief toe te rekenen jaarlasten hoger zijn dan de aan het actief toe te rekenen jaaropbrengsten. De rente wordt berekend over de boekwaarde per 1 januari.

4.5.

Incidentele baten en lasten

Vanwege de afspraken die gemaakt zijn binnen de Gemeenschappelijke regeling, zijn alleen de structurele baten (DVO’s) en bijbehorende structurele lasten, inclusief overhead, verwerkt. Eventueel aanvullende middelen voor tijdelijke projecten, aanvullende opdrachten en programma’s zijn hierin nog niet verwerkt. Wanneer deze middelen middels een begrotingswijziging worden aangevraagd zullen deze ook als zodanig worden verwerkt en weergegeven onder de incidentele baten en lasten. Ook de huidige positie rondom de bodemtaken kent in principe een structureel karakter.

Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023

Pagina 14 van 18

5. Bijlagen 5.1.

Meerjarenperspectief financiële positie

Meerjarenperspectief financiële positie Ter kennisname presenteren wij hierbij het meerjarenperspectief van de financiële positie voor 2023 – 2027. ACTIVA Vaste activa - Investeringen met een economisch nut

Materiële vaste activa

Totaal vaste activa Vlottende activa - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist

Uitzettingen met een rente typische looptijd éé Overlopende activa

€

€ €

497.000

677.000 2.847.000

€

497.000

€

497.000

€

3.524.000

€

277.000

€

250.000

Totaal vlottende activa Totaal generaal

€ €

4.051.000 4.548.000

PASSIVA Vaste passiva - Algemene reserve - Bestemmingsreserves* - Gerealiseerd resultaat

31 december 2023

- Banksaldi

Liquide middelen

Eigen vermogen

€

€ € €

250.000

559.000 712.000 7.000

€

1.278.000

€

1.278.000

€

376.000

Overlopende passiva

€

Totaal vlottende passiva Totaal generaal

€ €

Totaal vaste passiva Vlottende passiva - Overige schulden

Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar

31 december 2024

31 december 2023

€

376.000

€

€ €

€

497.000

677.000 2.849.000

250.000

€

497.000

€

497.000

€

3.526.000

€

277.000

€

250.000

€ €

4.053.000 4.550.000

€

€ €

€

31 december 2024 € € €

566.000 712.000 2.000

€

1.280.000

€

1.280.000

€

376.000

2.894.000

€

3.270.000 4.548.000

€ €

€

376.000

31 december 2026

31 december 2025 497.000

677.000 2.851.000

250.000

€

497.000

€

497.000

€

3.528.000

€

277.000

€

250.000

€ €

4.055.000 4.552.000

€

€ €

€

31 december 2025 € € €

568.000 712.000 2.000

€

1.282.000

€

1.282.000

€

376.000

2.894.000

€

3.270.000 4.550.000

€ €

€

376.000

497.000

677.000 2.852.000

250.000

€

497.000

€

497.000

€

3.529.000

€

277.000

€

250.000

€ €

4.056.000 4.553.000

31 december 2027 €

€ €

€

31 december 2026 € € €

570.000 712.000 1.000

€

1.283.000

€

1.283.000

€

376.000

2.894.000

€

3.270.000 4.552.000

€ €

€

376.000

497.000

677.000 2.854.000

250.000

€

497.000

€

497.000

€

3.531.000

€

277.000

€

250.000

€ €

4.058.000 4.555.000

31 december 2027 € € €

571.000 712.000 2.000

€

1.285.000

€

1.285.000

€

376.000

2.894.000

€

2.894.000

3.270.000 4.553.000

€ €

3.270.000 4.555.000

€

376.000

Toelichting op het meerjarenperspectief financiële positie In het meerjarenperspectief van de financiële positie voor 2023 – 2027 zijn geen uitgangspunten verwerkt buiten de reguliere activiteiten van de RUD Utrecht. Onderhanden zaken ontstaan in verband met het afrekenen onder outputfinanciering. Op de financiële positie zijn deze niet weergegeven, omdat er zowel een schuldpositie als voorschotten van éénzelfde omvang bestaan. Algemene reserve: de resultaten zijn jaarlijks toegevoegd aan de algemene reserve. Volgens de 5% norm die wordt gehanteerd zou dit kunnen betekenen dat in de jaren 2023 en verder afroming tot het maximum plaatsvindt door middel van terugbetaling aan opdrachtgevers of door het vormen van bestemmingsreserves. Gezien het feit dat de werkelijke opbrengsten leidend zijn voor de maximum hoogte van de reserve is dit nog niet in bovenstaand overzicht verwerkt. *Bestemmingsreserves zullen worden onttrokken voor de doeleinden waarvoor deze gevormd zijn in het jaar waarbinnen de kosten worden gemaakt. Hierop zal een zienswijze van toepassing zijn.

Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023

Pagina 15 van 18

5.2.

Meerjarenperspectief staat van baten en lasten

Meerjarenperspectief staat van baten en lasten Ter kennisname presenteren wij hierbij het meerjarenperspectief van de staat van baten en lasten voor 2023 – 2027. Begroting 2023 Programma's

Begroting 2024

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

6.656.000

-73.000

7.316.000

7.262.000

54.000

7.404.000

7.349.000

56.000

7.493.000

7.437.000

57.000

7.583.000

7.525.000

59.000

Directe variabele kosten handhaving

5.391.000

5.464.000

-73.000

6.159.000

6.105.000

54.000

6.233.000

6.178.000

56.000

6.308.000

6.252.000

57.000

6.384.000

6.326.000

59.000

Directe vaste kosten handhaving

1.192.000

1.192.000

-

1.157.000

1.157.000

-

1.171.000

1.171.000

-

1.185.000

1.185.000

-

1.199.000

1.199.000

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

2 Vergunningverlening

Saldo

Saldo

Begroting 2027

6.583.000

ISV

Lasten

Begroting 2026

Baten

1 Handhaving

Baten

Begroting 2025

Saldo

Saldo

5.223.000

5.146.000

77.000

6.482.000

6.529.000

-47.000

6.559.000

6.608.000

-49.000

6.638.000

6.689.000

-51.000

6.718.000

6.769.000

-51.000

4.303.000

4.226.000

77.000

5.442.000

5.489.000

-47.000

5.507.000

5.556.000

-49.000

5.573.000

5.624.000

-51.000

5.640.000

5.691.000

-51.000

920.000

920.000

-

1.040.000

1.040.000

-

1.052.000

1.052.000

-

1.065.000

1.065.000

-

1.078.000

1.078.000

-

3 Bedrijfsvoering

4.142.000

4.142.000

-

4.649.000

4.499.000

150.000

4.705.000

4.705.000

-

4.761.000

4.761.000

-

4.818.000

4.818.000

-

Totaal programma's

15.948.000

15.944.000

4.000

18.447.000

18.290.000

157.000

18.668.000

18.662.000

7.000

18.892.000

18.887.000

6.000

19.119.000

19.112.000

8.000 -

Directe variabele kosten vergunningverlening Directe vaste kosten vergunningverlening

Loon- en prijscompensatie

50.000

50.000

-

240.000

240.000

-

243.000

243.000

-

246.000

246.000

-

249.000

249.000

Onvoorzien

225.000

225.000

-

325.000

325.000

-

325.000

325.000

-

325.000

325.000

-

325.000

325.000

-

16.223.000

16.219.000

4.000

19.012.000

18.855.000

157.000

19.236.000

19.230.000

7.000

19.463.000

19.458.000

6.000

19.693.000

19.686.000

8.000

Totaal saldo van de baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves: -Doorontwikkeling RUD Gerealiseerde resultaat

-

-

-

-

150.000

-150.000

-

-

-

-

-

-

-

-

-

16.223.000

16.219.000

4.000

19.012.000

19.005.000

7.000

19.236.000

19.230.000

7.000

19.463.000

19.458.000

6.000

19.693.000

19.686.000

8.000

Toelichting op het meerjarenperspectief staat van baten en lasten In het meerjarenperspectief van de staat van baten en lasten voor 2023 – 2027 is nog geen rekening gehouden met eventuele nog niet voorzienbare gevolgen vanuit de overgang naar de Omgevingswet per 1 januari 2024.

Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023

Pagina 16 van 18

5.3.

Begrotingswijziging

Op basis van de ontwerp Begroting 2024 wordt de volgende wijziging voorgesteld: Programma 1 Handhaving

Baten

Lasten

Saldo

€

823.000

€

742.000 €

81.000

Directe variabele kosten

€

864.000

€

783.000 €

81.000

Directe vaste kosten

€

-41.000 €

-41.000

2 Vergunningverlening

€

1.409.000 €

Directe variabele kosten

€

1.295.000 €

Directe vaste kosten

€

-

1.486.000

€

-77.000

1.371.000

€

-76.000

€

114.000

€

115.000 €

-1.000

3 Bedrijfsvoering

€

561.000

€

411.000 €

150.000

Totaal programma's

€

2.793.000 €

€

154.000

Stelpost loon- en prijscompensatie

€

189.000

€

189.000 €

-

Onvoorzien

€

100.000

€

100.000 €

-

€

3.082.000 €

Totaal saldo van baten en lasten

2.639.000

2.928.000

€

154.000

150.000 €

-150.000

Toevoegingen en onttrekking aan reserves: - Storting Reserve Doorontwikkeling RUD Gerealiseerd resultaat

€ €

-

€

3.082.000 €

3.078.000

€

4.000

Bovenstaande wijziging is opgesteld ten opzichte van de Bestuursrapportage 2022

Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023

Pagina 17 van 18

5.4.

Ontwikkeling variabele bijdrage

De variabele bijdrage van de opdrachtgevers is gebaseerd op de verwachte afname van producten en diensten zoals deze is opgenomen in de dienstverleningsovereenkomsten (DVO) van 2023. Daarnaast bestaat de variabele bijdrage uit gemeenschappelijke regionale taken en extra opdrachten voor de provincie. Hier onder hebben we het verschil inzichtelijk gemaakt tussen de variabele bijdrage zoals die van de begroting 2024 en de variabele bijdrage van de begroting 2023 (eerste begrotingswijziging 2023).

Opdrachtgever:

Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Houten Leusden Lopik Nieuwegein Provincie Soest Utrecht Woudenberg Totaal

Variabele bijdrage 2024:

Verklaard door tariefstijging:

Variabele bijdrage 2023: Verschil:

Verklaard door waarvan stijging uren verhoging uitvoeringsplannen: bodemtaken:

1.386.000 346.000 368.000 154.000 269.000 311.000 361.000 338.000 5.706.000 508.000 1.580.000 274.000

1.162.000 276.000 329.000 144.000 238.000 281.000 319.000 242.000 4.908.000 472.000 1.102.000 223.000

224.000 70.000 39.000 10.000 31.000 30.000 42.000 96.000 798.000 36.000 478.000 51.000

87.000 22.000 24.000 10.000 17.000 20.000 23.000 22.000 377.000 32.000 101.000 17.000

137.000 48.000 15.000 15.000 10.000 20.000 75.000 421.000 3.000 376.000 34.000

38.000 2.000 1.000 2.000 2.000 11.000 24.000 355.000 3.000 -

11.601.000

9.695.000

1.905.000

752.000

1.154.000

438.000

De veranderingen t.o.v. de begroting 2023 bestaan uit de stijging van het uurtarief (+) en de verhoging van de uitvoeringsplannen (+). We hebben de Programmabegroting 2024 aangepast op basis van de uitvoeringsplannen voor 2023. Hierdoor is de variabele bijdrage veranderd. Hierboven staat een overzicht van de indicatieve variabele bijdrage per opdrachtgever voor 2024. De verhoging van de uitvoeringsplannen wordt voor een groot deel verklaard door de verschuiving van bevoegd gezag van de provincie naar de gemeentes m.b.t. de bodemtaken. De huidige inzichten (bekend bij alle deelnemers) laten een stijging van ongeveer 6.100 uur aan bodemtaken zien in 2024 t.o.v. 2023.

Ontwerp Programmabegroting 2024 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 31 maart 2023

Pagina 18 van 18

1 Begeleidende brief zienswijze deelnemers ontwerp Begroting 2024 RUD Utrecht getekend GS en HJ.pdf

Archimedeslaan 6 Postbus 85242 3508 AE Utrecht

Aan de deelnemers van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht T.a.v. de griffie

Datum Zaakkenmerk Briefnummer Uw nummer Onderwerp

6 april 2023 Z/23/1100262 1109724 Ontwerp Programmabegroting 2024 RUD Utrecht

Contactpersoon Telefoonnummer E-mailadres Bijlage(n) Pagina

M. van Bockel 06 52 54 81 54 m.vanbockel@rudutrecht.nl 1 1

Geachte griffiers, Op 31 maart jl. heeft het Algemeen Bestuur van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) de ontwerp Programmabegroting 2024 vastgesteld. Als deelnemer van de RUD Utrecht krijgt u hierbij op grond van artikel 59 van de Wet Gemeenschappelijke regeling deze ontwerp Programmabegroting 2024 aangeboden en kunt u uw zienswijze hierop binnen de wettelijke termijn van twaalf weken aan ons kenbaar maken. U treft de ontwerp Programmabegroting 2024 als bijlage aan. Wij ontvangen uw zienswijze graag uiterlijk vrijdag 30 juni 2023, waarna de ontwerp Programmabegroting 2024, gelezen uw zienswijze, ter vaststelling wordt behandeld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de RUD Utrecht van 15 september 2023.

Aandachtspunt

Wij willen u er op attenderen dat u, conform de reguliere procedures rondom bekendmakingen, de bijgesloten ontwerp Programmabegroting 2024 voor een ieder ter inzage dient te leggen en, eventueel tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar dient te stellen voor zover daarom wordt gevraagd. Dat deze mogelijkheid bestaat dient u kenbaar te maken door middel van een openbare kennisgeving. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zien met belangstelling uw zienswijze tegemoet. Met vriendelijke groet, namens het Dagelijks Bestuur RUD Utrecht

Gerrit Spelt voorzitter

Hugo Jungen secretaris

De Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht verleent vergunningen en handhaaft wetten en regels op het gebied van milieu, natuur, bodem, landschap en water. De RUD werkt voor de provincie Utrecht en de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Nieuwegein, Soest, Utrecht en Woudenberg.

3.4 Raadsbrief Rapportage wonen in Utrecht 1 Raadsbrief Rapportage Wonen in Utrecht.pdf

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

M. Jonker – Verkaart,

Datum

21 maart 2023

Doorkiesnummer

14 030

Kenmerk

10997164

E-mail

m.jonkerverkaart@utrecht.nl

Onderwerp

Rapportage Wonen in Utrecht

Bijlage(n)

-

Beleidsveld

Wonen en Volkshuisvesting

Geachte leden van de raad, Wonen is een grondrecht. Iedereen moet een passende en betaalbare woonruimte kunnen vinden in Utrecht. Om onze woonambities te kunnen realiseren is het van belang dat wij scherp monitoren hoe het wonen zich ontwikkelt in de stad. Dat doen wij al meerdere jaren met het dashboard Monitor Wonen waar de data te raadplegen zijn. Vanaf nu geven we met de rapportage ‘Wonen in Utrecht’ duiding bij interessante cijfers en ontwikkelingen in het wonen. De rapportage kunt u online raadplegen. Hiermee doen wij toezegging 22/T407 af. Met deze brief informeren wij u over de belangrijkste bevindingen uit de rapportage en de manier waarop wij daarop inspelen met ons woonbeleid. Rapportage Wonen in Utrecht De rapportage is gebaseerd op gegevens uit onze Monitor Wonen, aangevuld met specifieke gegevens over Utrecht uit onder andere Woningnet en WoON21 (driejaarlijks enquêteonderzoek uitgevoerd door CBS in opdracht van Ministerie van BZK). Met de rapportage geven we duiding bij de belangrijkste kenmerken en ontwikkelingen ten aanzien van het wonen in Utrecht, zoals de ontwikkeling van de samenstelling van de woningvoorraad, de vraag naar huur- en koopwoningen, de beschikbaarheid, de betaalbaarheid en verhuizingen binnen en naar de stad. Hiermee krijgt u een compleet beeld van het wonen in Utrecht en de uitdagingen waar de stad voor staat.

Constante productie, afname vergunningen Utrecht groeit, zowel de bevolking als de woningvoorraad. Utrecht heeft een vrij constante productie van toegevoegde woningen in de afgelopen jaren. Deze groei van ca. 3.000 woningen per jaar is conform de doelstelling uit de RSU en Woonvisie. Echter, in de monitoring wordt een verschuiving zichtbaar. Wij zien een sterke afname van het aantal afgegeven bouwvergunningen in 2021 (zie hoofdstuk 1 in de rapportage). Doorgaans zit er een periode van drie jaar tussen de afgifte van een vergunning en de oplevering, dus de verwachting is dat de ‘reguliere’ nieuwbouw in 2023/2024 zal afnemen. Dit bevestigt het belang van onze verhoogde inzet op een versnelde productie van meer (al dan niet tijdelijke) woningen op de korte termijn. We hebben de ambitie om in de periode 2022 – 2025 jaarlijks 700 tot 1.050 tijdelijke woonruimtes toe te voegen.

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

21 maart 2023 10997164

Nieuwe woningen worden gemiddeld gezien steeds kleiner in Utrecht. De gemiddelde woninggrootte van alle woningen in 2022 bedraagt 95m2. Woningen die vanaf 2015 zijn gebouwd hebben een gemiddelde grootte van 86m2. De gemiddelde grootte van een appartement krimpt sinds de eeuwwisseling, terwijl een eengezinswoning steeds groter wordt. Eengezinswoningen zijn gemiddeld 120m2 en de nieuwbouw kent sinds 2005 een omvang boven dit gemiddelde. Appartementen zijn gemiddeld 77m2 en de omvang van de nieuwbouw ligt de laatste jaren (met 57 m2) onder dit gemiddelde. Tegelijkertijd zien we dat huurprijzen per vierkante meter sterk oplopen in de particuliere huursector (zie hoofdstuk 3 in de rapportage). Dit laat zien dat het borgen van een goede prijskwaliteitverhouding van essentieel belang is. Wij doen dit bijvoorbeeld met het Actieplan middenhuur. Afname percentage particuliere sociale huur, corporatiebezit stabiel De sociale huursector bestaat voor het grootste deel uit corporatiewoningen en voor een kleiner deel uit particuliere huurwoningen. Wat opvalt is dat het aandeel sociale huur in de voorraad is afgenomen (van 36% in 2021 naar 32% in 2022). Deze daling komt volledig voor rekening van de particuliere huursector; het aandeel sociale huur van woningcorporaties is met 29% al jarenlang stabiel (zie hoofdstuk 1 in de rapportage).

Mede door krapte op de woningmarkt en de stijgende WOZ-waarden verschuiven de woningen in de particuliere sector naar het hogere huursegment. We hebben op voorraadniveau immers geen afspraken met deze partijen. Op het sociale bezit van de corporaties hebben we meer grip, bijvoorbeeld via de cyclus van prestatieafspraken. Daarom zetten wij in de nieuwbouw in op het realiseren van sociale huur door corporaties (zie het coalitieakkoord). Met de Woonvisie streven we naar een Utrechtse woningvoorraad die voor 35% uit sociale huur bestaat in 2040. Bovenstaande ontwikkelingen benadrukken het belang van onze inzet uit het coalitieakkoord om bij nieuwe projecten (met meer dan 100 woningen) 40% sociale huur te realiseren. Middeninkomens hebben het lastig Ondanks de groei van het aandeel middenhuur in het afgelopen jaar (van 11% in 2021 naar 14% in 2022), zien we dat de middencategorie (middenhuur en betaalbare koop) ten opzichte van eerdere jaren erodeert (van 30% in 2019 naar 25% in 2022). Dit betekent dat de middeninkomens die afhankelijk zijn van dit segment het steeds lastiger krijgen in Utrecht. Zonder deze inkomensgroepen ontstaat een gemankeerde stad. Met de Woonvisie streven wij naar 25% middencategorie in de woningvoorraad in 2040.

Doordat we zien dat de samenstelling van de voorraad van woningen in het middensegment de afgelopen jaren fluctueert, is het cruciaal dat we ons blijven inzetten op het realiseren van woningen in deze categorie. In het coalitieakkoord benadrukken wij dit door in de nieuwbouw in te zetten op 35% middencategorie op projectniveau. Koopmarkt koelt af, krapte in sociale huursector Mede als gevolg van een stijgende hypotheekrente dalen de verkoopprijzen van Utrechtse woningen. Tegelijkertijd is de wens naar koopwoningen in alle prijscategorieën groter dan het aantal gerealiseerde verhuizingen binnen de huidige voorraad (zie hoofdstuk 4 in de rapportage). Vanaf 2021 is het aandeel van starters dat een bestaande woning koopt iets toegenomen. Binnen de sociale huurvoorraad zien we toegenomen krapte. Het aantal actief woningzoekenden blijft toenemen. Het gemiddeld aantal reacties op een aangeboden woning stijgt. Het aantal toewijzingen van sociale huurwoningen schommelt de afgelopen 3 jaar rond 2.400 woningen en de gemiddelde wachttijd ligt nog steeds hoog, tussen de 11 en 12 jaar. Met name de leeftijdscategorie 65 jaar en ouder heeft een hoge slaagkans. Hoe jonger de woningzoekende, hoe lager de slaagkans: zij hebben doorgaans een lagere inschrijftijd (zie hoofdstuk 2 in de rapportage). Met de huisvestigingsverordening proberen we deze krapte te reguleren.

2/3

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

21 maart 2023 10997164

Betaalbaarheid particuliere huurders en jonge huishoudens onder druk De enquêtedata van WoOn21 laten zien dat Utrechters in particuliere huurwoningen gemiddeld de hoogste maandlasten hebben (ruim 1.000 euro) en dat zij het meest betalen per vierkante meter (ca. €16,- p/m2). Deze woonlasten zijn sterk toegenomen. Mensen met een leeftijd tot 35 jaar zijn in alle eigendomsvormen een groter deel van hun inkomen kwijt aan woonlasten dan mensen boven de 35 jaar. Sinds 2018 is de transactieprijs van koopwoningen met 57% toegenomen. Toch zijn de gemiddelde woonlasten per vierkante meter voor kopers in de afgelopen jaren iets afgenomen (naar ca. €9,- p/m2). De gemiddelde woonlasten per vierkante meter zijn het laagst in de sociale huur (minder dan €9,- p/m2) (zie hoofdstuk 3 in de rapportage). Sinds 2017 is er in het Actieplan Middenhuur voor nieuwbouw een koppeling tussen het aantal vierkante meters en de maximale huurprijs. Als gevolg hiervan wordt de betaalbaarheid in dit segment verbeterd. Ook het Rijk wil hier op inspelen met de recent aangekondigde landelijke regulering van middenhuurwoningen. Verhuisbeweging is inkomensafhankelijk en sterkst onder jongeren De effecten van de prijsstijgingen in de Utrechtse koopsector worden zichtbaar: hoe lager het inkomen, hoe minder men verhuist.

In de huursector vinden juist relatief de meeste verhuizingen plaats door mensen met een inkomen beneden modaal. Opvallend is dat dat aandeel gestaag daalt sinds 2012. Binnen de totale verhuisdynamiek nemen de verhuizingen naar huurwoningen toe, zowel door starters als doorstromers. Verhuisgeneigde huishoudens zijn vaak aangewezen op vrijkomende dure huurwoningen, veelal appartementen met een maandhuur boven de 1.000 euro. Ook als ze een voorkeur hebben voor een goedkope of betaalbare (eengezins)koopwoning. Degenen die het meest verhuizen zijn jongeren tot 35 jaar. Dit is zowel in de koop- als huursector te zien. Onder oudere kopers en huurders (van 65 jaar en ouder) is in Utrecht juist al jarenlang een trend zichtbaar van relatief weinig verhuizingen (zie hoofdstuk 4 in de rapportage). Om de stad betaalbaar te houden voor iedereen zetten wij ons in om meer sociale huurwoningen en woningen in de middencategorie toe te voegen. Deze ambitie staat geformuleerd in onze Woonvisie. Met het Actieplan (T)huis voor ouderen willen we onder andere de doorstroming van oudere kopers en huurders verhogen. Koers vasthouden en versterken De druk blijft hoog. Volkshuisvesting is en blijft prioriteit. We kiezen voor gelijke kansen en betaalbaar wonen voor iedereen. Daarom zetten wij ons onverminderd in om de schaarste te verminderen en om wonen in de stad betaalbaar te houden.

We zitten op de goede koers en het is nu van essentieel belang dat we hier vol op blijven inzetten. Dit doen we met onze huidige beleid én nieuwe maatregelen (klik hier voor een planning van maatregelen op wonen). Hiermee maken we een beweging van woningmarkt naar volkshuisvesting. Wij hopen u met deze brief voldoende geïnformeerd te hebben.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

3/3

3.5 Agenderingen ter plaatse (mede op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven) 1 Raadsbrieven EDVW 17 maart tm 13 april 2023.docx

OVERZICHT RAADSBRIEVEN 17 maart tot 13 april 2023 COMMISSIE EDVW 20 april 2023

Ontvangstdatum

Beleidsveld

Portefeuillehouder

Onderwerp

13-04-2023

Vastgoed

Wethouder De Vries

Raadsbrief Evaluatie Utrecht Standaard Toegankelijk en uitvoering project Toegankelijkheid

11-04-2023

Energie en Klimaat

Wethouder Van Hooijdonk

Raadsbrief Voortgangsrapportage RESU16 2023

11-04-2023

Energie en Klimaat

Wethouder Van Hooijdonk

Raadsbrief Handhaving energielabel C voor kantoren

07-04-2023

Milieu en Emissieloos

Wethouder Oosters

Vervoer

Raadsbrief Calamiteit olie in het oppervlaktewater

05-04-2023

Vastgoed

Wethouder De Vries

Raadsbrief Opening Pauwstraat 13a

04-04-2023

Wonen en

Wethouder De Vries

Raadsbrief Servicekosten Change=

Wethouder Streefland

Raadsbrief Ervaringen en lessen uit

Volkshuisvesting 04-04-2023

Samen voor Overvecht

de buurtaanpakken in Overvecht 04-04-2023

Milieu en Emissieloos

Wethouder Oosters

Vervoer 28-03-2023

Vastgoed

Raadsbrief Voortgang Bestparc Griftpark.docx

Wethouder De Vries

Raadsbrief Update Uitgifte Oudegracht 245 (Voormalig Tivoli)

22-03-2023

Energie en Klimaat

Wethouder Van Hooijdonk

Raadsbrief Ontwerp Notitie Reikwijdte en Detailniveau planMER windenergie provincie Utrecht

Behandeladvies

OVERZICHT RAADSBRIEVEN 17 maart tot 13 april 2023 COMMISSIE EDVW 20 april 2023

21-03-2023

Vastgoed

Wethouder De Vries

Raadsbrief Huurvraag Marokkaans Cultureel Centrum Overvecht (MCCO)

21-03-2023

Samen voor Overvecht

Wethouder Streefland

Raadsbrief Prioritering Samen voor Overvecht

21-03-2023

Milieu en Emissieloos

Wethouder Oosters

Vervoer 21-03-2023

Wonen en

Jacobs Douwe Egberts Wethouder De Vries

Volkshuisvesting 17-03-2023

Vastgoed

Raadsbrief Update geuronderzoek Raadsbrief Rapportage Wonen in Utrecht

Wethouder De Vries

Raadsbrief Intentieovereenkomst met Literatuurmuseum Kinderboekenmuseum in Magazijn De Zon

4 Verslag 1 2023.03.23 Conceptverslag commissie EDVW.docx

Verslag openbare ochtendvergadering Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen 5

10

15

20

25

30

35

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

23 maart 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht Mieke van de Belt (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen De voorzitter, de heer C. Bos, de wethouders de heer D. De Vries, wethouder E. Eerenberg, commissiegriffier mevrouw M. de Vos, de leden de heer H. Bakker (D66), de heer R. van der Graaf (ChristenUnie), mevrouw M. Hellevoort (GroenLinks), mevrouw T. Meerding (VVD), het lid M. Minnaert (BIJ1), mevrouw A. Oudejans (Student & Starter), mevrouw Ch. Passier (Volt), mevrouw L. Snippe (PvdD), de heer T. Stam (PvdA), de heer N. Temming (Stadsbelang Utrecht), de heer Y. Usta (DENK), de heer P. Zwanenberg (GroenLinks), de heer R. van der Zweth (PvdA) en mevrouw J. Zwinkels (CDA)

Verslag ochtendvergadering commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen 1. Opening.........................................................................................................................................2 2. Vaststellen van de agenda van 16 februari 2023 ..........................................................................2 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen ....................................................................................2 3.1 Raadsvoorstel Zienswijze ontwerp programma- en productbegroting ........................................2 3.2 Raadsvoorstel Vernieuwing huisvestingsverordening.................................................................2 3.3 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven ...................................2 4. Conceptverslag commissie Energie(transitie), duurzaamheid en wonen d.d. 16 februari 2023 ...3 5. Toezeggingen/moties ....................................................................................................................3 6. Ingekomen stukken .......................................................................................................................3 7. Raadsvoorstel Rekenkamerrapport Middenhuur Meer grip op groei .........................................................................................................................3 8.

Raadsbrief tijdelijk wonen ...........................................................................................................12 9. Studentenhuisvesting Rubenskwartier IBB-complex 4e fase De Kwekerij .................................12

Pagina 1 van 27

1. Opening 5

De voorzitter opent de vergadering om 10.00 uur. Hij meldt: • dat er vanmorgen een brief met een verklaring is binnengekomen over de Wetering-Zuid betreffende het voornemen om 450 tijdelijke woningen te plaatsen. De brief wordt doorgeleid naar het college. De brief hoort bij agendapunt 8. • De punten 1 tot en met 6 betreffen het procedurele deel van de agenda; daarna volgt het inhoudelijke debat.

10

De heer Van der Graaf (CU) meldt dat hij de vergadering tussen 11.45 en 12.15 uur kort zal verlaten.

15

20

25

30

Wethouder De Vries meldt: • dat er een technische bijeenkomst wordt georganiseerd vóór 20 april. De huisvestingsverordening volgt binnenkort – die is zowel heel technisch als politiek. Burgers kunnen bij een raadsinformatiebijeenkomst uiteraard hun inbreng doen, maar dat is aan de raad. • dat er rond het Rekenkamerrapport Middenhuur vragen zijn voor wethouder Eerenberg. Die is vanochtend verhinderd. Wethouder De Vries zal proberen de vragen te beantwoorden, maar collega Eerenberg zou bij de behandeling van punt 9 alsnog vragen kunnen beantwoorden.

2. Vaststellen van de agenda van 16 februari 2023 De heer Van der Zweth (PvdA) oppert punt 8 te verschuiven naar de volgende vergadering omdat er nog geen raadsbrief ligt. De heer Bakker (D66) onderschrijft het voorstel. Er is iets meer tijd nodig. Wellicht wordt participatie erbij gevoegd. Dan vergt bespreking al gauw 120 minuten. Er zijn nog enkele punten om aan te vullen op de agenderingstekst van vandaag. Mevrouw Zwinkels (CDA) sluit zich bij die opmerking aan en wil graag mee-agenderen. De heer Van der Graaf (CU) steunt dit voorstel. De raad heeft wel voldoende tijd nodig om die genoemde brief te betrekken bij de behandeling.

35

40

Wethouder De Vries begrijpt de vraag. Er is nog een aantal ontwikkelingen gaande alvorens hij de raad goed kan informeren, maar die brief komt zeker vóór de volgende vergadering, in ieder geval een week daarvoor. Dat geldt ook voor de brief over kwetsbare doelgroepen. De voorzitter concludeert dat punt 8 wordt doorgeschoven naar de volgende vergadering. Het CDA, Volt, Stadsbelang Utrecht agenderen mee. De agenda wordt vastgesteld.

3. Vaststellen van ingekomen agenderingen 45

50

Geagendeerd worden de volgende stukken: • raadsvoorstel zienswijze ontwerpbegroting AVU 2024 – 15 minuten behandeltijd • raadsvoorstel huisvestingsverordening – 90 minuten behandeltijd.

3.1 Raadsvoorstel Zienswijze ontwerp programma- en productbegroting 3.2 Raadsvoorstel Vernieuwing huisvestingsverordening 3.3 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven

55

Aangekondigde agenderingen uit de commissievergadering van 16 februari: Pagina 2 van 27

5

10

• verduurzaming particuliere woningen - door CDA, VVD, Stadsbelang Utrecht en D66; • verduurzaming sociale woningen niet-corporatiebezit – nog niet binnen, maar wordt geagendeerd voor 20 april – waarschijnlijk voor 90 minuten; • raadsbrief plan van aanpak kwetsbare doelgroepen – door PvdA geagendeerd voor 20 april – misschien samengevoegd met Tijdelijk wonen - voor 150 minuten; • raadsbrief Rapportage wonen – door de VVD, D66, Student&Starter, Volt, voor de behandelvoorraad op 20 april – voor 30 minuten. Er ligt nog geen tekst. Die wordt gedeeld in de app waarop de agenderende partijen zich kunnen aanmelden.

4. Conceptverslag commissie Energie(transitie), duurzaamheid en wonen d.d. 16 februari 2023 Het verslag van 11 februari 2023 van de commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen wordt ongewijzigd vastgesteld.

5. Toezeggingen/moties 15

De lijst toezeggingen-moties-brieven EDW d.d. 15 maart 2023 wordt vastgesteld. De lijst is zojuist opgeschoond.

6. Ingekomen stukken 20

25

30

35

40

45

50

De voorzitter meldt dat er een stuk van de griffier van Montfoort is binnengekomen. Dat heeft betrekking op het instellen van een raadscommissie met betrekking tot de AVU. De AVU wordt in de volgende commissie kort besproken voor de zienswijze. Daar zou dit stuk bij kunnen worden betrokken. Mevrouw Zwinkels (CDA) zou dit graag bespreken op 20 april in 15 minuten. Die kunnen worden afgesnoept van de behandeling van het punt Verduurzaming VvE’s. Dan kan de discussie wat breder worden gevoerd over de betrokkenheid van de raad en de participatie in deze gemeenschappelijke regeling. De lijst ingekomen stukken is hiermee vastgesteld.

7. Raadsvoorstel Rekenkamerrapport Middenhuur: Meer grip op groei De voorzitter heet de heer Paul Venhoeven, voorzitter van de Rekenkamer, welkom. De Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de mate waarin en de manier waarop doelen van het middenhuurbeleid van de gemeente Utrecht worden bereikt. Resultaten hiervan zijn vastgelegd in het rapport Middenhuur: Meer grip op groei. De Rekenkamer lichtte het rapport vorige week in een technische sessie toe en vandaag wordt dit onderwerp in twee termijnen besproken. De heer Venhoeven wijst erop dat het onderzoeksteam bestaande uit de heer De Vries, de heer Van Houten en mevrouw Meys, ook aanwezig is. De aanbevelingen waren: gemeentelijke doelen op middenhuurniveau formuleren; die ook naar werk- en projectniveau te vertalen; zicht op de realisatie te ontwikkelen en daarover te rapporteren en tot slot te zorgen voor een duidelijke structuur in de sturing op projecten. Mevrouw Zwinkels (CDA) bedankt de Rekenkamer voor dit degelijke onderzoeksrapport. In Utrecht vraagt het CDA al jaren veelvuldig aandacht voor het middensegment, zowel middenhuur als betaalbare koop. Als het om de ambitie gaat, dan lijkt middenhuur er bekaaid af te komen. Er moet een heldere, politieke wil zijn om middenhuur te prioriteren in de aanpak rond betaalbaar wonen. Het percentage is stabiel gebleven op 11%. In de rapportage van het college wordt 14% genoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5af5130d-531c-4289-a151-067cbb5e2e80