CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 20 april 2023, gemeente Utrecht39.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bundel - Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen van 20 april 2023

1 2 3

Opening Vaststellen van de agenda van 20 april 2023 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Agenderingen Commissie EDVW PROCEDUREEL 20 april 2023.docx Behandelvoorraad PROCEDUREEL Commissie EDVW 20 april 2023.docx

3.1

Raadsvoorstel Coördinatiebesluit windmolenpark energielandschap Rijnenburg en Reijerscop Raadsvoorstel Coördinatiebesluit windmolenpark Rijnenburg en Reijerscop.docx Brief aan GS met verzoek medewerking coördinatie.docx

3.2

Raadsvoorstel Verordening Leegstand gemeente Utrecht Raadsvoorstel Verordening leegstand gemeente Utrecht.docx Verordening leegstand gemeente Utrecht.docx Toelichting verordening leegstand gemeente Utrecht.docx Rapport RIGO Leegstandsanalyse Utrecht.pdf

3.3

Raadsvoorstel Zienswijze Programmabegroting 2024 RUD Utrecht Programmabegroting 2024 RUD Utrecht.pdf Begeleidende brief zienswijze deelnemers ontwerp Begroting 2024 RUD Utrecht getekend GS en HJ.pdf

3.4

Raadsbrief Rapportage wonen in Utrecht Raadsbrief Rapportage Wonen in Utrecht.pdf

3.5

Agenderingen ter plaatse (mede op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven) Raadsbrieven EDVW 17 maart tm 13 april 2023.docx

4

Verslag Ter vaststelling: Conceptverslag commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen van 23 maart 2023. 2023.03.23 Conceptverslag commissie EDVW.docx

5

Toezeggingen/Moties Ter vaststelling. Lijst toezeggingen_moties_brieven EDVW 12 april 2023.pdf

6

Ingekomen stukken Geen. Raadsvoorstel Zienswijze ontwerp programma- en productbegroting AVU 2024 Wethouder: Susanne Schilderman, beleidsterrein: Circulaire Economie Indicatieve behandeltijd: 30 minuten De raad heeft de concept programma- en productbegroting 2024 van de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht (AVU) ontvangen. De AVU stelt de raad in de gelegenheid voor 12 mei 2023 hierop te reageren door middel van een zienswijze. Dossier 3265 voorblad

7

Raadsvoorstel zienswijze ontwerp programma- en productbegroting AVU 2024.docx Zienswijzebrief ontwerp programma- en productbegroting AVU 2024.docx Aanbiedingsbrief bij de ontwerp-begroting 2024.pdf Ontwerpbegroting 2024.pdf 7.1

Mogelijke interesse voor gezamenlijke raadsadviescommissie voor GR AVU Op de LIS van de commissie EDVW van 23 maart jl. stond een ingekomen mail waarin het idee wordt geopperd tot het instellen van een raadsadviescommissie voor de gemeenschappelijke regeling (GR) Afval Verwijdering Utrecht (AVU). De mail en het advies vanuit de griffie zijn toegevoegd. De vraag aan u is of deelname gewenst is/noodzakelijk wordt geacht. Mail Mogelijke interesse gezamenlijke raadsadviescommissie GR AVU.pdf

UPDATE 23-3 griffier Montfoort Voorstel tot indstellen raadsadviescommissie.docx 8

Raadsvoorstel Vaststelling Huisvestingsverordening gemeente Utrecht Wethouder: Dennis de Vries, beleidsterrein: Wonen en Volkshuisvesting Indicatieve behandeltijd: 90 minuten De huidige verordening loopt op 1 juli 2023 af en is aan herziening toe. De verordening vormt een belangrijke basis voor ons woonbeleid. De structuur van de huidige verordening is meerdere malen aangepast en uitgebreid met nieuwe regelingen, hierdoor zijn de leesbaarheid en begrijpelijkheid sterk afgenomen. De nieuwe verordening is qua structuur daarom volledig opnieuw opgebouwd, waarbij wel het huidige beleid grotendeels behouden is. Omdat naar verwachting later dit jaar de Huisvestingswet wordt vernieuwd, worden in 2024 grotere beleidswijzigingen doorgevoerd in de verordening. Met deze nieuwe verordening wordt de basis op orde gebracht en ruimte geschapen om in de nabije toekomst nieuwe elementen toe te voegen. Dossier 3234 voorblad Raadsvoorstel Vaststelling huisvestingsverordening Utrecht.docx Huisvestingsverordening gemeente Utrecht - DROP.docx Toelichting bij nieuwe Huisvestingsverordening gemeente Utrecht.docx RIGO Samenvatting Schaarste in de gemeente Utrecht.pdf Was wordt omnummering.docx

8.1

Raadsvoorstel Wijziging Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019 en intrekken verordeningen woon(ruimte)adviescommissies In de huidige huisvestingsverordening wordt door een kennelijke verschrijving abusievelijk de indruk gewekt dat voor meer gevallen een vrijstelling van de vergunningsplicht voor het omzetten, onttrekken, samenvoegen en woningvormen geldt dan bedoeld. De vrijstellingen konden dusdanig geïnterpreteerd worden dat ook situaties die zijn ontstaan op of na 1 juli 2019 vrijgesteld konden worden. Met de voorgestelde aanpassing wordt dit hersteld en het aantal vrij te stellen situaties duidelijk afgebakend. Tevens wordt een tweetal verordeningen ingetrokken die al geruime tijd niet meer van toepassing waren. Dossier 3282 voorblad Besluit tot intrekking Verordening woonadviescommissie en Verordening woonruimteadviescommissieDROP.docx Raadsvoorstel Aanpassen huisvestingsverordening 2019 en intrekken verordeningen woon(ruimte)adviescommissie.docx Besluit tot wijziging Huisvestingsverordening 2019.docx Geconsolideerde Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019 Gemeente Utrecht - met wijzigingen zichtbaar.docx Geconsolideerde Toelichting bij de HVV regio Utrecht 2019 Gemeente Utrecht - met wijzigingen zichtbaar.docx

9

Beantwoording SV 2022 nr. 228 over Eerlijke ruimte voor lokale energie-initiatieven Wethouder: Van Hooijdonk, beleidsterrein: Energie en Klimaat Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Geagendeerd door Gert Dijkstra (EenUtrecht), Charlotte Passier (Volt), Rick van der Zweth (PvdA), Joachim Cornielje (PvdA), Ralph Peters (D66), Rachel Heijne (GroenLinks), Gertjan te Hoonte (VVD), Jantine Zwinkels (CDA), Annemarijn Oudejans (Student & Starter), (Partij voor de Dieren) De agenderende fracties willen graag met elkaar en met de wethouder in debat over ‘Ruimte voor lokale energie-initiatieven'; mede naar aanleiding van de beantwoording op schriftelijke vragen hierover (SV 228/2022), de technische sessie op 21 maart en de RIB op ‘Eerlijke ruimte voor lokale energie-initiatieven’ op 11 april. Het betreft o.a. de volgende vragen: Hoe kunnen we als gemeenteraad beoordelen of er wel of geen (en wanneer dan wel) gelijkwaardig speelveld is voor het integraal goed op baten en lasten vergelijken van lokale energie-initiatieven met het centrale warmtenet c.q.

de stadsverwarming van Eneco? Op welke manier kunnen we in deze baten/lasten vergelijking de voordelen van lokaal eigenaarschap van Utrechters en Utrechtse (bewoners)organisaties hierin waarderen en mee laten wegen in de integrale beoordeling? Anders gezegd, welke extra investering mag dat lokale eigenaarschap (met bijkomende baten) kosten? Wat betekent de reactie van het college op de SV 228/2022 voor alle andere vergelijkbare lokale energieinitiatieven in de stad? Op welke wijze kan de gemeenteraad de duurzaamheid van lokale energie-initiatieven beoordelen en de aansluitingen op stadsverwarming en hoe moet dit afgewogen worden? SV 2022 nr. 228 Eerlijke ruimte voor lokale energie-initiatieven (met antwoord).pdf Duurzame-stadsverwarming-standpunt-nota NEV en KVA-v1.0 (002).pdf

10

Besluitvorming Windmolens in Rijnenburg en Reijerscop

Wethouder: Van Hooijdonk, beleidsterrein: Energie en Klimaat Indicatieve behandeltijd: 90 minuten Geagendeerd door Gert Dijkstra (EenUtrecht), David Bosch (PVV), Gertjan te Hoonte (VVD), Nando Temming (Stadsbelang Utrecht) De agenderende fracties willen in de commissie EDVW van 20 april in debat met de wethouder en de commissie over specifiek de besluitvorming voor het plaatsen van windmolens in Rijnenburg en Reijerscop; dit naar aanleiding van de beantwoording van onze schriftelijke vragen hierover (SV 230/2022). Het betreft de volgende punten/vragen: Welke (integrale) besluitvorming is nog nodig? Is alsnog een extra participatieronde nodig? Mogelijk omdat omwonenden en/of belanghebbenden zich nog niet hebben kunnen uitspreken over de combinatie van energiepark en nieuwbouw. Hoe voorkomen we een kostbare juridische strijd als daarvoor al duidelijk is dat windmolens er niet mogen komen. Dit omdat niet alle risico's voldoende lijken te zijn uitgewerkt of meegenomen. Wat is de invloed van de uitspraak van de rechter in Roermond waar het besluit van de gemeente om het plaatsen van drie windmolens goed te keuren is vernietigd? Dit o.a. omdat er geen deugdelijke lokale normen waren uitgewerkt. SV 2022 nr. 230 Onderbouwing en participatie Windmolens Rijnenburg & Reijerscop (met antwoord).pdf Uitspraak rechtbank Limburg (Roermond) d.d. 23 januari 2023.pdf 11

Verduurzaming particuliere woningen én Verduurzaming van sociale woningen in niet-corporatiebezit Wethouders: Lot van Hooijdonk en Dennis de Vries, beleidsterrein: Energie en Klimaat, Wonen en Volkshuisvesting, Vastgoed Indicatieve behandeltijd: 75 minuten Geagendeerd door Jantine Zwinkels (CDA), Ralph Peters (D66), Gertjan te Hoonte (VVD), Rachel Heijne (GroenLinks), Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) De agenderende fracties willen in gesprek over de verduurzaming van particuliere woningen, met name in VVE-verband. Aansluitend op het debat van 23 maart over gespikkeld bezit en corporatiewoningen, betrekken we graag ook sociale woningen in niet-corporatiebezit. De fracties ontvangen nog steeds veel signalen dat inwoners niet weten waar ze terecht kunnen of vastlopen, ook als het gaat om het gemeentelijk loket en de plannen die er bijvoorbeeld zijn rondom “Energie Besparen” en “Aardgasvrij” (wanneer is welke wijk aan de beurt, wat betekent dit voor mijn woning, welke regelingen zijn voor mij van toepassing, wie kan mij vanuit de gemeente helpen, welke installateur moet ik hebben). Verder willen de fracties in het debat nagaan wat er betekend kan worden voor mensen met weinig geld en mensen in sociale huur, niet corporatiebezit.

Tot slot willen we ook aandacht voor Utrechters die in een monumentaal pand of beschermd stadsgezicht wonen en weer andere, extra uitdagingen tegenkomen, zonder daarbij het eerdere debat bij Erfgoed over te doen. Dossier 3348 voorblad Raadsbrief Verduurzaming particuliere woningen gespikkeld bezit.pdf

12

Raadsbrief Tijdelijk wonen Wethouder: Dennis de Vries, beleidsterrein: Wonen en Volkshuisvesting Indicatieve behandeltijd: 150 minuten Geagendeerd door Rick van der Zweth (PvdA), Rik van der Graaf (ChristenUnie), Meike Hellevoort (GroenLinks), Has Bakker (D66), Myrthe Minnaert (BIJ1), Charlotte Passier (Volt), Lisanne Snippe (Partij voor de Dieren), Jantine Zwinkels (CDA), Nando Temming (Stadsbelang Utrecht) en Tess Meerding (VVD) De agenderende fracties willen de brief over het vervolg van het realiseren van tijdelijke woningen en het aanbod van de corporaties om nog eens 1.000 tijdelijke woningen in 2023 te kunnen neerzetten bespreken om vaart in het proces te houden. Onderdeel van het debat worden de mogelijke locaties, de te behalen aantallen, de kwaliteit van de woningen en leefomgeving, de participatie en de te behalen tijdslijnen. Dossier 3347 voorblad 2-20230321 Brief aan raadscommissie GU energie duurzaamheid en wonen anoniem.pdf Raadsbrief Aanbod 1000 woningen WoonIn.pdf 20230418 Brief aan Gemeenteraadsleden GU (anoniem).pdf

12.1

Plan van aanpak huisvesten kwetsbare Utrechters, n.a.v. Raadsbrief aanpak realisatie huisvestingsmogelijkheden in sociaal segment Gevoegd behandelen met agendapunt 12. De fracties willen het vervolg agenderen op het debat Huisvesten kwetsbare Utrechters van 16 februari jl. Het college heeft een plan van aanpak voor het huisvesten van kwetsbare Utrechters naar de commissie gestuurd. De fracties willen dit plan agenderen voor de commissie om te bespreken of de inbreng uit het debat van 16 februari hier goed in terugkomt en welke aanvullende maatregelen mogelijk nog nodig zijn. Raadsbrief aanpak realisatie huisvestingsmogelijkheden in sociaal segment.pdf

Agenderingen Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Vast te stellen op 20 april 2023

Stukken afkomstig vanuit het college Datum: 6-4-2023 Soort stuk: Raadsvoorstel Verordening Leegstand gemeente Utrecht Wethouder: De Vries

In het coalitieakkoord is afgesproken een leegstandaanpak in te voeren via een leegstandverordening. Met het raadsvoorstel wordt voorgesteld om een leegstandverordening in te voeren voor alle woonruimten in de gemeente Utrecht. Utrecht gaat hiermee een meldplicht, een leegstandoverleg en een leegstandbeschikking instellen om de langdurige leegstand van woonruimten te bestrijden.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 1 juni 2023 2. Tijd: 60 minuten

De raad heeft de ontwerp Programmabegroting 2024 van de gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) ontvangen. De RUD stelt de raad in de gelegenheid voor 30 juni 2023 hierop te reageren door middel van een zienswijze.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 1 juni 2023 2. Tijd: 15 minuten

Beleidsterrein: Wonen en Volkshuisvesting Commissiegriffier: Mariska de Vos

Datum: Soort stuk: Raadsvoorstel Zienswijze Programmabegroting 2024 RUD Utrecht Wethouder: Oosters Beleidsterrein: Milieu

Het raadsvoorstel zit 9 of uiterlijk 16 mei in het college. Dit is aangegeven door de bestuursadviseur.

Voorgesteld wordt het raadsvoorstel met een behandeltijd van 60 minuten op de agenda van 1 juni te plaatsen i.v.m. fatale termijn, besluitvorming uiterlijk medio augustus noodzakelijk (veegraad van 22 juni, laatste reguliere raad voor het zomerreces)

Voorgesteld wordt het raadsvoorstel met een behandeltijd van 15 minuten op de agenda van 1 juni te plaatsen i.v.m. fatale termijn (veegraad van 22 juni, laatste reguliere raad voor het zomerreces)

Commissiegriffier: Mariska de Vos Datum: 11-4-2023 Soort stuk: Raadsvoorstel Reparatie Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop Wethouder: Lot van Hooijdonk Beleidsterrein: Energie en Klimaat

Wanneer de raad besluit tot het van toepassing verklaren van de gemeentelijke coördinatieregeling van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening, dan wordt het bestemmingsplan voor Windpark Rijnenburg en Reijerscop samen met de genoemde uitvoeringsbesluiten voorbereid en bekendgemaakt. Bij de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking wordt de procedure van het bestemmingsplan toegepast. Hierdoor vindt er een samenhangende, overzichtelijke en snellere procedure plaats, waaronder één mogelijkheid tot beroep voor alle gecoördineerde besluiten bij één rechterlijke instantie.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 1 juni 2023 2. Tijd: 30 minuten

Commissiegriffier: Mariska de Vos

Stukken afkomstig van commissieleden Datum: 21-3-2023 Geagendeerd door Tess Meerding (VVD), Has Bakker (D66), Annemarijn Oudejans (Student & Starter), Charlotte Passier Soort stuk: Raadsbrief (Volt), Rik van der Graaf (ChristenUnie), Meike Hellevoort (GroenLinks) Rapportage wonen in Utrecht Wethouder: Dennis de Vries Beleidsterrein: Wonen en Volkshuisvesting Commissiegriffier: Mariska de Vos

De fracties willen met elkaar en met het college in debat over de Rapportage Wonen in Utrecht van 2023. De rapportage maakt inzichtelijk hoe de Utrechtse woningmarkt en woningvoorraad zich ontwikkelen. De fracties willen in debat over hoe de bevindingen uit de rapportage geduid moeten worden en wat dit betekent voor (eventuele) bijsturingen van het beleid. Daarbij willen zij het in ieder geval hebben over de afname van het aantal uitgegeven bouwvergunningen, de afname van het percentage sociale huur en de verslechterde positie van het middensegment.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 1 juni 2023 Aangekondigd in de cie EDVW van 23 maart 2023

2

3

1 Behandelvoorraad PROCEDUREEL Commissie EDVW 20 april 2023.docx

Behandelvoorraad Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid Vastgoed en Wonen PROCEDUREEL te bespreken bij de commissie van 20 april 2023 Energie en Klimaat, Circulaire Economie, Milieu en Emissieloos vervoer, Vastgoed, Wonen en Volkshuisvesting, Wijk- en Buurtaanpak, Samen voor Overvecht Wethouder Van Hooijdonk 3.1 Raadsvoorstel Reparatie Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop

Wethouder De Vries 3.2 Raadsvoorstel Verordening Leegstand gemeente Utrecht

Te agenderen voor de cie van 1 juni met een voorgestelde tijd van 30 minuten

Te agenderen voor de cie van 1 juni met een voorgestelde tijd van 60 minuten. i.v.m. fatale termijn, besluitvorming is uiterlijk medio augustus noodzakelijk (veegraad van 22 juni, laatste reguliere raad voor het zomerreces)

3.4

Agendering VVD raadsbrief Rapportage wonen

Aangekondigd in de cie van 23 maart. Te agenderen voor de cie van 1 juni. Welke fracties agenderen mee en hoeveel tijd?

Wethouder Oosters 3.3 Raadsvoorstel Zienswijze Programmabegroting 2024 RUD Utrecht

Voorgesteld wordt het raadsvoorstel met een behandeltijd van 15 minuten op de agenda van 1 juni te plaatsen i.v.m. fatale termijn (veegraad van 22 juni, laatste reguliere raad voor het zomerreces)

Commissie EDVW 2023 • 1 juni • 15 juni ‘veegdag’ • 7 september • 5 oktober • 23 november • 14 december ‘veegdag’ RIB EDVW 2023 • 23 mei • 4 juli (reserveavond) • 29 augustus • 26 september • 14 november • 12 december

3.1 Raadsvoorstel Coördinatiebesluit windmolenpark energielandschap Rijnenburg en Reijerscop 1 Raadsvoorstel Coördinatiebesluit windmolenpark Rijnenburg en Reijerscop.docx

Voorstel aan de gemeenteraad

Reparatie Coördinatiebesluit energielandschap Rijnenburg en Reijerscop Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Energie en Klimaat Ontwikkelorganisatie Ruimte Jantien van den Heuvel 10502042 Volgt Ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De coördinatieregeling op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing te verklaren op het maken van een bestemmingsplan voor de realisering van een energielandschap in de polder Rijnenburg en/of Reijerscop, waardoor de volgende uitvoeringsbesluiten samen worden voorbereid en bekendgemaakt: i • omgevingsvergunning voor de activiteit bouw (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • omgevingsvergunning voor de activiteit milieu (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan is bepaald (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • ontheffingen (op grond van de artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbescherming); en Beslispunt 5 van het raadsbesluit van 6 juli 2017, zijnde het eerder genomen coördinatiebesluit, in te trekken zodra dit nieuwe coördinatiebesluit in werking treedt.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Merel van Hall

Sharon A.M. Dijksma

Samenvatting Wanneer de raad besluit tot het van toepassing verklaren van de gemeentelijke coördinatieregeling van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), dan wordt het bestemmingsplan voor Windpark Rijnenburg en Reijerscop samen met de genoemde uitvoeringsbesluiten voorbereid en bekendgemaakt. Bij de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking wordt de procedure van het bestemmingsplan toegepast (artikel 3.30 lid 2 van de Wro). Hierdoor vindt er een samenhangende, overzichtelijke en snellere procedure plaats, waaronder één mogelijkheid tot beroep voor alle gecoördineerde besluiten bij één rechterlijke instantie (de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State).

Context Aanleiding Rijne Energie c.s. is in 2021 door het college aangewezen als initiatiefnemer voor windturbines in Rijnenburg en Reijerscop op grond van het door de raad vastgestelde uitnodigingskader energielandschap Rijnenburg en Reijerscop. Rijne Energie c.s. bestaat uit vier samenwerkende initiatiefnemers: Rijne Energie Coöperatief U.A., Coöperatieve Vereniging tot Collectief Bezit van Windmolens De Windvogel B.A., BHM Solar B.V. en Eneco Wind B.V. Op 29 juli 2022 heeft Rijne Energie Coöperatief U.A. een aanvraag om omgevingsvergunning voor de realisatie van vier windturbines in Rijnenburg en Reijerscop ingediend. In deze aanvraag is verzocht om de gemeentelijke coördinatieregeling van toepassing te verklaren. Op 29 augustus 2022 heeft Rijne Energie Coöperatief U.A., namens het consortium Rijne Energie c.s., een aanvraag ingediend om een nieuw bestemmingsplan te maken voor de realisatie van vier windturbines in Rijnenburg en Reijerscop. Op 6 juli 2017 heeft de gemeenteraad op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een coördinatiebesluit genomen met betrekking tot de realisatie van een energielandschap in de polder Rijnenburg en/of Reijerscop. Uit jurisprudentie van na die tijd blijkt dat in een coördinatiebesluit de uitvoeringsbesluiten specifiek moeten zijn opgenomen.

In beslispunt 5 van het raadsbesluit van 6 juli 2017 en bijbehorende argumenten is niet expliciet opgenomen welke uitvoeringsbesluiten gecoördineerd kunnen worden op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening. Om te voorkomen dat het coördinatiebesluit van 6 juli 2017 onverbindend wordt verklaard, omdat het coördinatiebesluit in strijd met artikel 3.30 van de Wro is vastgesteld, kiezen we voor een nieuw coördinatiebesluit waarin de uitvoeringsbesluiten specifiek zijn omschreven. De coördinatie betreft het bestemmingsplan, de omgevingsvergunning (beide bevoegd gezag gemeente) en de ontheffingen voor de Wet natuurbescherming die bij de provincie Utrecht zijn aangevraagd.

In Q2 2023 besluit het college over de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, de ontwerpomgevingsvergunning en de ontwerpontheffingen Wet natuurbeheer. Daarbij zal duidelijk worden gemaakt dat we voornemens zijn deze besluiten te coördineren. Juridische context Op grond van artikel 3.30 lid 1 sub b van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kunnen bij besluit van de gemeenteraad gevallen of categorieën van gevallen worden aangewezen waarin de verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid het wenselijk maakt dat de voorbereiding van een bestemmingsplan wordt gecoördineerd met de voorbereiding en bekendmaking van nader aan te duiden op aanvraag of ambtshalve te nemen besluiten. Op grond van de ‘Verordening over het coördineren van besluiten 2009’ is het toegestaan om vergunningen te coördineren waarbij het college van Burgemeester en Wethouders bevoegd gezag is. Deze verordening mag niet worden toegepast omdat: 1) er een milieueffectrapport (MER) nodig is voor het bestemmingsplan voor het windmolenpark en 2) we ook uitvoeringsbesluiten coördineren waarvoor het college van burgemeester en wethouders geen bevoegd gezag is (i.c. de ontheffingen op grond van de Wet natuurbescherming).

Volgens artikel 3.30 lid 2 van de Wro geldt bij de gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking in het geval van een bestemmingsplan, de procedure van artikel 3.8 van de Wro. Artikel 3.30 lid 3 van de Wro bepaalt dat wanneer een omgevingsvergunning wordt meegecoördineerd er bij de toepassing van de artikelen 2.1 lid 1 sub c, artikel 2.10 en artikel 2.11 van de Wet algemene 2

bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in plaats van bestemmingsplan wordt gelezen, het nieuwe (en nog niet in werking getreden) bestemmingsplan. Artikel 3.31 lid 1 van de Wro geeft aan dat burgemeester en wethouders, door de gemeenteraad met toepassing van artikel 3.30 van de Wro aangewezen gevallen, een gecoördineerde voorbereiding van de aangeduide besluiten bevorderen. Burgemeester en wethouders kunnen andere bestuursorganen verzoeken medewerking te verlenen, die voor het welslagen van de coördinatie nodig is. Met het oog hierop zendt een bestuursorgaan dat bevoegd is op een aanvraag voor een dergelijk besluit te beslissen hun onverwijld een afschrift van die aanvraag. Burgemeester en wethouders verzoeken gedeputeerde staten om medewerking te verlenen, maar ongeacht de medewerking kan de gemeenteraad een coördinatiebesluit nemen om dit project aan te wijzen. Gelet op artikel 8:5 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang gelezen met artikel 1 van bijlage 2 bij de Awb, kan geen beroep worden ingesteld tegen een coördinatiebesluit genomen op grond van artikel 3.30 lid 1 van de Wro.

In artikel 8.3 lid 1 van de Wro staat dat voor de mogelijkheid van beroep de besluiten die met toepassing van de coördinatieregeling en artikel 3.32 van de Wro gelijktijdig bekend zijn gemaakt in eerste en enige aanleg beroep openstaat bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op grond van artikel 8.3 lid 2 van de Wro beslist de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State op een beroep binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift. Beslistermijn Essentieel is dat dit coördinatiebesluit is genomen (en in werking is getreden, rekening houdend met de termijn uit de Verordening raadgevend referendum) voordat het bestemmingsplan voor het windmolenpark in Rijnenburg/Reijerscop wordt vastgesteld en de uitvoeringsbesluiten die meecoördineren worden genomen. Wij verwachten dat de raad op zijn vroegst op 2 november 2023 kan besluiten over het bestemmingplan. Beoogd effect Een samenhangende, transparante, overzichtelijke en snellere besluitvorming, inclusief één rechtsgang bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, over het windpark in Rijnenburg/Reijerscop. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - Coördinatiebesluit van 6 juli 2017 (nr. 49)- En zie bijlage besluitenhistorie.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De coördinatieregeling op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing te verklaren op het maken van een bestemmingsplan voor de realisering van een energielandschap in de polder Rijnenburg en/of Reijerscop, waardoor de volgende uitvoeringsbesluiten samen worden voorbereid en bekendgemaakt:: • omgevingsvergunning voor de activiteit bouw (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • omgevingsvergunning voor de activiteit milieu (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub e van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan is bepaald (op grond van artikel 2.1 lid 1 sub b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht); • ontheffingen (op grond van de artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbescherming); en Beslispunt 5 van het raadsbesluit van 6 juli 2017, zijnde het eerder genomen coördinatiebesluit, in te trekken zodra dit nieuwe coördinatiebesluit in werking treedt. 3

Argumenten 1.1

De verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid, namelijk een vergroting van het aandeel duurzame energieopwekking door de inzet van windturbines, maakt het wenselijk dat de voorbereiding en bekendmaking van het bestemmingsplan voor het windpark en de belangrijkste uitvoeringsbesluiten worden gecoördineerd. Artikel 3.30 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (dit artikel gaat over de gemeentelijke coördinatieregeling) geeft aan dat bij besluit van de gemeenteraad gevallen of categorieën van gevallen worden aangewezen waarin de verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid het wenselijk maakt dat de voorbereiding en bekendmaking van een bestemmingsplan wordt gecoördineerd met de uitvoeringsbesluiten. Voor de betrokken partijen (o,a. initiatiefnemers, gemeente en omwonenden) is het van belang dat de samenhang tussen de besluiten over het windpark goed zichtbaar en overzichtelijk is. Doordat o.a. het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning tegelijkertijd in ontwerp ter inzage worden gelegd, wordt de samenhang tussen het bestemmingsplan en de daadwerkelijke bouw van de windturbines beter zichtbaar.

1.2

De gemeentelijke coördinatieregeling op basis van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening zorgt voor snellere besluitvorming. Voor al de besluiten, waarop het coördinatiebesluit ziet, geldt de procedure van het bestemmingsplan. Hierdoor kan iedereen tijdens de ter inzage periode een zienswijze indienen tegen het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpuitvoeringsbesluiten. Dit betekent ook dat er tegen deze besluiten direct beroep openstaat bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zonder coördinatie zou tegen de omgevingsvergunning bijvoorbeeld eerst beroep open staan bij de rechtbank MiddenNederland en daarna hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er kan dus tijdwinst worden geboekt door het volgen van één procedure en één rechtsgang. Indien het raadsbesluit over de coördinatie uitblijft, dan kan overgestapt worden op een niet gecoördineerde procedure, waarbij de vergunningsprocedure (opnieuw) gestart wordt na vaststelling van het bestemmingsplan. Inhoudelijk maakt dit geen verschil voor de besluiten. Wel zal dit leiden tot vertraging. Het collegebesluit over de ter inzagelegging hoeft dus niet te wachten op een raadsbesluit over de coördinatie.

Het is juridisch gezien wel van belang dat een raadsbesluit over het bestemmingsplan voor het windpark genomen wordt na publicatie van het raadsbesluit over de coördinatie, in praktijk dus minimaal één raadsvergadering later.

Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties voor de gemeente Utrecht.

Vervolg Het coördinatiebesluit wordt, na vaststelling door de gemeenteraad, bekendgemaakt in het Gemeenteblad, waardoor het coördinatiebesluit in werking treedt (op grond van artikel 3:40, artikel 3:41, artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht in samenhang met artikel 6 van de Bekendmakingswet). Tegen het coördinatiebesluit staat geen bezwaar en beroep open (artikel 8:5 van de Awb in samenhang met artikel 1 van bijlage 2 van de Awb).

Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel. Wel over de besluitvorming over de planvorming voor het energielandschap. Wanneer het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp vergunningen ter inzage liggen, kan iedereen reageren en voorziet de gemeente de zienswijzen van een reactie. De provincie behandelt de zienswijzen die worden ingediend over de Wet natuurbescherming ontheffingen.

Communicatie Zie hierboven onder het kopje ‘Vervolg’ op welke wijze er wordt gecommuniceerd over het besluit. Over het nog volgende collegebesluit over de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan en de

4

ontwerp uitvoeringsbesluiten zal uitvoeriger worden gecommuniceerd. U wordt daarover geïnformeerd zodra dat besluit genomen is.

Referendabel De Verordening raadgevend referendum is van toepassing.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming Bijlagen informatief -

5

1 Brief aan GS met verzoek medewerking coördinatie.docx

Burgemeester en Wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/

Gedeputeerde Staten van de Provincie Utrecht t.a.v. de heer R. Buis Postbus 80300 3508 TH UTRECHT

Behandeld door

J. van den Heuvel

Datum

11 april 2023

Doorkiesnummer

030 - 28 6 4625

Ons kenmerk

10502042

E-mail

j.van.den.heuvel@utrecht.nl

Onderwerp

Bijlage(n)

geen

Verzoek tot medewerking coördinatie energielandschap Rijnenburg en Reijerscop

Uw kenmerk

Verzonden

Uw brief van

Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden

Geacht College van Gedeputeerde Staten, Op 29 augustus 2022 hebben wij een aanvraag binnen gekregen om een bestemmingsplan te maken voor het kunnen plaatsen van vier windturbines in Rijnenburg en Reijerscop, binnen de gemeente Utrecht. Daarnaast is op 29 augustus 2022 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. In deze aanvraag wordt ons verzocht om de gemeentelijke coördinatieregeling van toepassing te verklaren op dit plan. Daarnaast willen wij de gemeentelijke coördinatieregeling ook kunnen toepassen op eventuele aanvullende plannen binnen de door onze raad vastgestelde zoekgebieden voor energielandschap Rijnenburg en Reijerscop. Op 6 juli 2017 heeft onze gemeenteraad op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een coördinatiebesluit genomen met betrekking tot de realisatie van een energielandschap in de polder Rijnenburg en/of Reijerscop. Omdat uit jurisprudentie van na dit genomen besluit blijkt dat in een coördinatiebesluit de uitvoeringsbesluiten specifiek moeten zijn opgenomen, leggen wij op korte termijn onze gemeenteraad opnieuw een coördinatiebesluit voor, waarin de uitvoeringsbesluiten zijn opgenomen. In het nieuwe coördinatiebesluit worden ook de ontheffingen, op grond van de artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbescherming (Wnb), opgenomen.

Ambtelijk is direct na 29 augustus 2022 de ambitie gedeeld om de ontheffing Wnb te coördineren. Op grond van artikel 3.31 lid 1 van de Wro dienen wij bij deze een formeel verzoek bij u in om medewerking te verlenen aan de gemeentelijke coördinatieregeling. De gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking leidt tot een samenhangende, overzichtelijke en snellere procedure, waaronder één mogelijkheid tot beroep voor alle gecoördineerde besluiten bij één rechterlijke instantie (de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State). Coördinatie door de gemeente betekent dat op de voorbereiding van het bestemmingsplan en de betreffende uitvoeringsbesluiten (waaronder de ontheffingen op grond van de Wnb) afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit heeft onder andere de volgende gevolgen:

Datum Ons kenmerk

-

11 april 2023 10502042

wij zullen van de ontwerpbesluiten en besluiten gezamenlijk een kennisgeving uitdoen in het Gemeenteblad, zoals bedoeld in artikel 3:11 en 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht; wij zullen na ontvangst van het (ontwerp)besluit op grond van de Wnb de aanvrager, voorafgaand aan de terinzagelegging, het (ontwerp)besluit sturen; zienswijzen kunnen gedurende de inzageperiode door iedereen naar voren worden gebracht en niet alleen door belanghebbenden in het kader van de Wnb; over de termijn waarbinnen een besluit op grond van de Wnb wordt genomen, vindt afstemming plaats tussen de gemeente en de provincie en zodra het besluit is genomen wordt dit naar de gemeente Utrecht gestuurd.

Graag ontvangen wij, conform de regel in artikel 3.31 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening, van u de aanvraag met betrekking tot de Wnb (en eventuele toekomstige aanvragen op grond van de Wnb voor een energielandschap in Rijnenburg/Reijerscop). Daarnaast ontvangen wij graag het (ontwerp)besluit op grond van de Wnb, zodra deze gereed is. Deze kan worden gemaild naar j.van.den.heuvel@utrecht.nl. We kijken uit naar het verder voorzetten van onze prettige samenwerking, waarmee we het aandeel duurzame energieopwekking binnen onze gemeente en provincie laten toenemen.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

2/2

3.2 Raadsvoorstel Verordening Leegstand gemeente Utrecht 1 Raadsvoorstel Verordening leegstand gemeente Utrecht.docx

Voorstel aan de gemeenteraad

Verordening leegstand gemeente Utrecht Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Wonen en Volkshuisvesting Ontwikkelorganisatie Ruimte Inge van Zuilekom/Jamal Belkasmi 11067865 Volgt Ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Verordening leegstand gemeente Utrecht vast te stellen, met als belangrijkste uitgangspunten: a. De verordening te laten gelden voor alle woonruimten in de gemeente Utrecht; b. Een meldplicht vast te stellen voor woonruimten die langer dan zes maanden leeg staan; c. Binnen twee maanden na ontvangst van de melding een leegstandoverleg te voeren met de eigenaar over het gebruik van de woonruimte; d. Het resultaat van het leegstandoverleg vast te leggen in een verslag en de mogelijkheid dit te kunnen formaliseren in een leegstandbeschikking; e. Een verplichtende voordracht vast te stellen als de woningleegstand na het opleggen van de leegstandbeschikking niet wordt opgelost door de eigenaar; f. De verordening niet te laten gelden voor corporatiewoningen; g. Voor eigenaren van tweede woningen een meldplicht vast te stellen; h. De verordening in werking te laten treden per 1-10-2023.

Samenvatting In dit raadsvoorstel wordt voorgesteld om een leegstandverordening in te voeren voor alle woonruimten in de gemeente Utrecht. Gemeente Utrecht gaat hiermee een meldplicht, een leegstandoverleg en een leegstandbeschikking instellen om de langdurige leegstand van woonruimten te bestrijden. In uitzonderlijke situaties kan een verplichtende voordracht nodig zijn. De verordening geldt niet voor corporatiewoningen. Voor eigenaren van tweede woningen komt er een meldplicht.

Context Aanleiding In het coalitieakkoord is afgesproken een leegstandaanpak in te voeren via een leegstandverordening. Het wederom in gebruik nemen van leegstaande woonruimte zorgt voor een betere benutting ervan en helpt de druk op de bestaande woningvoorraad te verlichten. De leegstandaanpak draagt voornamelijk bij aan de doelstelling voor beschikbaarheid van woonruimte en in mindere mate aan de betaalbaarheid van woonruimte. De ambitie is dat iedereen een betaalbare woning kan vinden in Utrecht. Gemeente Utrecht wil dit bereiken met het bouwen van extra woningen in de stad, maar ook met het beter beschermen en benutten van hetgeen we al hebben: de bestaande woningvoorraad. Het is niet uitlegbaar dat met de grote schaarste op de woningmarkt, woonruimte lang leeg mag staan. Omdat de leegstandverordening een inbreuk doet op het eigendomsrecht van de eigenaar van de woning, mag dit niet zomaar. Onderbouwd worden waarom dit noodzakelijk, proportioneel en subsidiair is. Uit het onderzoek van onderzoeksbureau Rigoblijkt dat uit de officiële leegstandcijfers voor de gemeente Utrecht in de gehele vierjarige periode leegstand om en nabij de 1,5 procent schommelt; er is geen stijgende/dalende trend te zien. Dit in contrast met Amsterdam en Den Haag, waar duidelijk een daling is te zien in de afgelopen vier jaar.

Als wordt gekeken naar de ontwikkeling van langdurige leegstand (langer dan één jaar), dan is te zien dat dit over de laatste jaren is toegenomen voor Utrecht. Vooral valt de toename in 2021 t.o.v. voorgaande jaren op. Ook voor Amsterdam en Den Haag is te zien dat langdurige leegstand is toegenomen tussen 2018 en 2021. Voor Utrecht betekent dit dat er rond de 1590 woningen langdurig (langer dan één jaar) leegstaan. Met de huidige woningnood is het onacceptabel dat deze woningen niet worden bewoond. Werkwijze Gemeente Utrecht gaat met de leegstandverordening een meldplicht, een leegstandoverleg en een leegstandbeschikking instellen. In uitzonderlijke situaties zal een verplichtende voordracht nodig zijn.

-

Meldplicht: eigenaren van leegstaande woonruimten zijn verplicht om na zes maanden leegstand hiervan een melding te doen. Eerder mag ook. Leegstandoverleg: na het ontvangen van de melding volgt een leegstandoverleg. In dit overleg bespreekt gemeente met de eigenaar wat de reden is van leegstand en wat er nodig is om de woning zo snel mogelijk weer in gebruik te nemen. Leegstandbeschikking: het resultaat van het leegstandoverleg wordt vastgelegd in een verslag en kan ook geformaliseerd worden in een leegstandbeschikking. In de beschikking wordt ook de maximale marktconforme huur vastgelegd. Verplichtende voordracht: als de woningleegstand na het opleggen van de leegstandbeschikking niet wordt opgelost door de eigenaar, kan de gemeente een gebruiker voordragen. 2

Leegstand bij woningcorporaties In de leegstandverordening zonderen we toegelaten instellingen uit. De urgentie voor het gebruik van woonruimte staat bij deze organisaties niet ter discussie en daarom sturen zij actief op het beperken van leegstaande woonruimte. Voor deze organisaties wordt een andere leegstandsaanpak gevolgd die beter aansluit bij de bestaande prestatieafspraken en het convenant woonfraude. Afspraken over leegstand in relatie tot onderhoud, renovatie of nieuwbouw worden vastgelegd in de prestatieafspraken tussen gemeente en woningcorporaties. Eventuele afspraken over tijdelijke verhuur van woonruimten in geval van groot onderhoud, renovatie en nieuwbouw is ook onderdeel van het Algemeen Sociaal Plan (ASP). Overige leegstaande woningen worden middels een korter proces door corporatie en gemeente opgelost. Deze afspraken over leegstand worden geborgd in de prestatieafspraken. Leegstaande kantoorruimte Leegstaande kantoorgebouwen kunnen via de leegstandverordening niet getransformeerd worden naar woonruimte, omdat de leegstandwet daar geen mogelijkheid voor biedt Utrecht heeft door intensieve monitoring wel voldoende zicht op (langdurig) leegstaande kantoorgebouwen. Dit zal echter op een andere wijze aangepakt moeten worden. De leegstandverordening is dus niet het instrument om (langdurig) leegstaande kantoorruimte te transformeren naar woonruimte.

Toezicht en Handhaving Het toezicht op de Leegstandwet en de leegstandverordening wordt uitgevoerd door toezichthouders van de gemeente Utrecht. Toezicht en handhaving zijn erop gericht om leegstand van woonruimtes te bestrijden en om ervoor te zorgen dat deze weer in gebruik worden genomen. Bestuurlijke boete, last onder dwangsom Op het moment dat de gemeente een overtreding constateert, dan wordt een bestuurlijke boete opgelegd aan de eigenaar van de woning. Hiermee willen we borgen dat leegstand gemeld gaat worden. Naast een boete kan de gemeente ook een last onder dwangsom opleggen. De dwangsom is een herstelsanctie waarmee we de overtreding willen beëindigen en herhaling willen voorkomen. De hoogte van de boetes ligt vast in de leegstandverordening en verschilt per type overtreder. Onder professional wordt verstaan de eigenaar die twee of meer woonruimten in bezit heeft. Deze eigenaar heeft de woonruimte niet voor eigen gebruik daarom zien we dit als een bedrijfsmatige activiteit. Denk bijvoorbeeld aan woonruimten die verhuurt worden. De boetebedragen voor professionals zijn hoger omdat we bij bedrijfsmatige activiteiten mogen verwachten dat de ‘ondernemer’ zich houdt aan regelgeving.

Op basis van de Algemene wet bestuursrecht is het mogelijk dat een overtreder aannemelijk maakt dat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid, een beperkte ernst van een overtreding en een geringe financiële draagkracht. Deze bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om een boete te matigen. Verplichtende voordracht Is een woonruimte geschikt voor gebruik en staat deze langer dan twaalf maanden leeg? Dan kan de gemeente een gebruiker voordragen aan de eigenaar. De voordracht wordt echter pas gedaan als de eigenaar geen medewerking verleent aan het leegstandoverleg of de gemaakte afspraken. Reden voor deze werkwijze is dat de woningzoekenden zich kosteloos moeten kunnen aanmelden voor een woning. Daarnaast kan het huurteam de gemeente adviseren of de betreffende huurder weerbaar genoeg is om voorgedragen te worden. Een verplichtende voordracht ontstaat doordat een eigenaar niet vrijwilliger meewerkt. We willen kwetsbare woningzoekenden hiertegen beschermen.

Juridische context De Leegstandverordening Utrecht is gebaseerd op artikel 149 Gemeentewet, artikel 2 van de Leegstandwet en de ‘21e tranche’ van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Besluitvorming over de invoering van de leegstandverordening is een raadsbevoegdheid. College heeft bevoegdheid om het format meldingsformulier en format leegstandbeschikking vast te stellen.

3

Gemeente Utrecht neemt deel aan het experiment op grond van artikel 3.15 Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet (zeventiende tranche)). De mogelijkheden van het experiment zijn het voeren van het leegstandoverleg na 2 maanden (in plaats van 3 maanden) en het in de leegstandbeschikking opnemen van bepalingen uit artikel 6.2 a tot en met f van de Verordening leegstand gemeente Utrecht In 2025 stelt BZK de evaluatie van het experiment op grond van artikel 3.15 Regeling uitvoering Crisisen herstelwet (zeventiende tranche) beschikbaar. Hierin staat het besluit van BZK om het experiment te verlengen of niet. Dit besluit neemt de gemeente Utrecht mee in haar eigen evaluatie van de leegstandverordening, welke ook in 2025 plaatsvindt. De leegstandverordening doet inbreuk op het eigendomsrecht van de eigenaar. Daarom moet de noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit cijfermatig onderbouwd worden. Dit onderzoek is door RIGO uitgevoerd. Zonder deze onderbouwing kan de leegstandverordening nietig verklaard worden. Beslistermijn Voor inwerkingtreding van de verordening per 1 oktober 2023 is besluitvorming door de gemeenteraad uiterlijk medio augustus noodzakelijk vanwege de 5 weken termijn van de referendumverordening. Als deze datum niet gehaald wordt, heeft dit als gevolg dat de verordening ook later in werking treedt.

Waardoor de handhaving van leegstaande woonruimte ook later start vanwege de wettelijk gestelde termijnen. Beoogd effect Het beoogd effect is dat minder woonruimten langdurig leeg staan in Utrecht. Dit kan bijdragen aan verlichting van de druk op de bestaande woningvoorraad. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening De raad is een aantal keer geïnformeerd over leegstand in Utrecht: - SV 2022 nr 89 over Aanpak leegstandsverordening van 28 juni 2022 - SV 2022 nr. 33 over Stop de leegstand van15 maart 2022 - Raadsbrief Deelname BZK-pilot Leegstand

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De Verordening leegstand gemeente Utrecht vast te stellen, met als belangrijkste uitgangspunten: a. De verordening te laten gelden voor alle woonruimten in de gemeente Utrecht; b. Een meldplicht vast te stellen voor woonruimten die langer dan zes maanden leeg staan; c. Binnen twee maanden na ontvangst van de melding een leegstandoverleg te voeren met de eigenaar over het gebruik van de woonruimte; d. Het resultaat van het leegstandoverleg vast te leggen in een verslag en de mogelijkheid dit te kunnen formaliseren in een leegstandbeschikking; e. Een verplichtende voordracht vast te stellen als de woningleegstand na het opleggen van de leegstandbeschikking niet wordt opgelost door de eigenaar; f. De verordening niet te laten gelden voor corporatiewoningen; g. Voor eigenaren van tweede woningen een meldplicht vast te stellen; h. De verordening in werking te laten treden per 1-10-2023.

Argumenten 1.1

De leegstandverordening geldt voor alle woonruimten in de gemeente Utrecht. Met de huidige woningnood is het onacceptabel dat deze woningen niet worden bewoond. Het weer in gebruik nemen van leegstaande woningen kan bijdragen aan verlichting van de druk op de bestaande woningvoorraad. Leegstand beperkt 4

zich niet tot een gebied of een type woning. Daarom geldt de leegstandverordening voor alle type woonruimten die weer in gebruik genomen kunnen worden. 1.2

Een meldplicht, leegstandoverleg, leegstandbeschikking en verplichtende voordracht dragen gezamenlijk bij aan het bestrijden van langdurige leegstaande woonruimten. Eigenaren van leegstaande woonruimten zijn verplicht om na zes maanden leegstand hiervan een melding te doen. Binnen twee maanden na het ontvangen van de melding volgt een leegstandoverleg. Het resultaat van het leegstandoverleg wordt vastgelegd in een verslag en kan ook geformaliseerd worden in een leegstandbeschikking. Als de woningleegstand na het leegstandoverleg en de beschikking niet wordt opgelost door de eigenaar kan de gemeente volgens de leegstandwet een gebruiker voordragen en in de beschikking een marktconforme huurprijs vastleggen. Deze aanpak is het meest doeltreffend, omdat eigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het melden van hun langdurige leegstaande woningen. Door het overleg wordt inzichtelijk wat de reden voor langdurige leegstand van de woonruimte is. In de beschikking kan worden vastgesteld dat de eigenaar de woonruimte weer in gebruik moet nemen. De verplichtende voordracht kan als laatste middel worden gebruikt als de leegstand langer dan een jaar duurt en nog niet is opgelost. Door deze aanpak zullen woningen minder langdurig leegstaan en worden eigenaren gedwongen om hun langdurige leegstaande woonruimten weer in gebruik te nemen.

1.3

Woningcorporatiewoningen zijn uitgesloten in leegstandverordening. Een andere leegstandsaanpak sluit beter aan bij de bestaande prestatieafspraken en het convenant woonfraude die tussen gemeente en corporaties zijn overeengekomen. Overige leegstaande woningen kunnen middels een korter proces door corporatie en gemeente efficiënt worden opgelost. Daarnaast zorgt een meldplicht voor deze leegstaande woonruimten voor een verhoging van de administratieve werkzaamheden aan kant van de toegelaten instelling en bij de gemeente. De capaciteit kan effectiever ingezet worden op de controle en handhaving van langdurige leegstand van andere woonruimten.

1.4

Tweede woningen alleen meldplicht Het doel van de leegstandverordening is dat woonruimte gebruikt wordt om te wonen. Bij tweede woningen is dit het geval. Door het niet inschrijven in het BRP is er in deze situaties sprake van administratieve leegstand. Volgens de verordening zit hier een meldplicht op die bij het niet naleven beboet kan worden. Daarom geldt hier wel de meldplicht, maar is er geen verdere actie noodzakelijk om de woonruimte weer in gebruik te nemen. Door een meldplicht wordt inzichtelijk hoeveel tweede woningen er in Utrecht zijn. Bevindingen worden meegenomen in de evaluatie.

1.5

Het meldingensysteem is op 1 oktober 2023 beschikbaar. Zodra de leegstandverordening inwerking treedt, moet de gemeente Utrecht een meldingssysteem beschikbaar hebben voor de leegstandmeldingen. Het meldingssysteem is per 1-10-2023 beschikbaar, hetgeen aanleiding is dat de leegstandverordening niet eerder kan ingaan. Ook wordt de periode tot 1-10-2023 gebruikt voor het inrichten van de controle- en handhavingsprocessen en voorbereiden van de communicatie-uitingen.

1.6

De invoering van de verordening zorgt voor een verbetering van de registratie van de feitelijke leegstaande woonruimten. De verwachting is dat een omvangrijk deel van de huidige leegstand, administratieve leegstand betreft. Dat betekent dat de woonruimte wel in gebruik is, 5

maar dat de persoon niet in het BRP is geregistreerd. De leegstandmeldingen zullen hier laagdrempelig en vlot duidelijkheid over geven. Hierdoor wordt ook inzichtelijk wat de reden is voor administratieve leegstand en hoeveel feitelijk leegstaande woningen er daadwerkelijk zijn die weer in gebruik genomen kunnen worden. Kanttekeningen/Risico’s 1.1

Er is geen verplichtende voordracht mogelijk bij woningen die onder de Opkoopbescherming vallen en daardoor niet mogen worden verhuurd. Door de Opkoopbescherming mogen woningen met een WOZ-waarde onder 487.000 (prijspeil 2022) niet zomaar worden verhuurd na aankoop. Als deze woningen na aankoop langdurig leeg blijven staan heeft de gemeente niet de mogelijkheid om de eigenaar te dwingen een huurder in de woning te nemen door het voordragen van een gebruiker. Als het belang van verhuur belangrijker is dan de leegstand is er de mogelijkheid om een vergunning Opkoopbescherming te verlenen waardoor de woning weer in gebruik kan worden genomen.

1.2

De leegstandverordening doet een inbreuk op het eigendomsrecht van een huiseigenaar, wat kan leiden tot juridische geschillen. Een inbreuk op eigendomsrecht moet goed gemotiveerd worden. Daarom is onderbouwd dat invoering van de leegstandverordening noodzakelijk, proportioneel en subsidiair is. Dit blijkt uit het onderzoek van RIGO op basis van de schaarste aan woonruimte en toename van langdurige leegstaande woonruimte in Utrecht. Als wordt gekeken naar de ontwikkeling van langdurige leegstand (langer dan één jaar), dan is te zien dat dit over de laatste jaren is toegenomen voor Utrecht.

Financiën De kosten voor de maatregelen worden gedekt uit programma Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en Erfgoed (onderdeel de bebouwde omgeving is veilig en leefbaar voor toezicht en handhaving). Bij het coalitieakkoord is hiervoor €403.000 per jaar beschikbaar gesteld voor 2023 tot en met 2026.

Vervolg -

Voorstel voor het aanpassen van het aanwijzingsbesluit ten aanzien van de mandaatregeling. 1 oktober 2023 inwerkingtreding Verordening Leegstand gemeente Utrecht (onder voorbehoud besluit gemeenteraad).

Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel.

Communicatie Via de reguliere communicatiekanalen van de gemeente Utrecht worden inwoners geïnformeerd. Daarnaast informeren we via het openbare netwerk van bemiddelaars en verhuurders in Utrecht over de leegstandverordening.

(Niet) Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.

Bijlage(n) Bijlagen besluitvorming - Verordening leegstand gemeente Utrecht Bijlagen informatief - RIGO-onderzoek over de grondslag voor invoering leegstandverordening.

6

1 Verordening leegstand gemeente Utrecht.docx

Verordening leegstand gemeente Utrecht De raad van de gemeente Utrecht; -

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van <datum>; gelet op:

artikel 2 van de Leegstandwet, artikel 6t Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (eenentwintigste

tranche), artikel 3.15 Regeling van de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening tot wijziging en aanvulling van de Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet (zeventiende tranche) en artikel 149 van de Gemeentewet. Overwegende: • •

dat het de ambitie is dat iedereen een (betaalbare) woning kan vinden in Utrecht.

dat het niet uitlegbaar is dat met de grote schaarste op de woningmarkt, woonruimten nu lang leeg mogen staan.

•

dat het wederom in gebruik nemen van leegstaande woonruimten zorgt voor een betere benutting ervan en helpt de druk op de bestaande woningvoorraad te verlichten.

Besluit de volgende verordening vast te stellen:

Verordening leegstand gemeente Utrecht Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. eigenaar: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van woonruimte als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Leegstandwet; b. leegstaan: het niet of niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht in gebruik zijn dan wel een gebruik dat de kennelijke strekking heeft afbreuk te doen aan de werking van de Leegstandwet of deze verordening. Een woonruimte waar niemand zijn woonadres heeft als bedoeld in artikel 1.1, onder o, onder 1°, van de Wet basisregistratie personen; c. tweede woning: één zelfstandige woonruimte, als bedoeld in artikel 1.1 van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, die naast een hoofdverblijf wordt gebruikt als verblijf mits en zolang deze zelfstandige woonruimte uitsluitend door de eigenaar, of personen die op hetzelfde adres als de eigenaar staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen, wordt gebruikt; d. wet: de Leegstandwet; e. woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden.

Artikel 2 Aanwijzing werkingsgebied 1. Deze verordening is van toepassing op alle woonruimten in de gemeente Utrecht met uitzondering van woonruimten in eigendom van toegelaten instellingen conform hoofdstuk 4 van de Woningwet. 2. De artikelen 5, 6 en 8 zijn niet van toepassing op woonruimten als bedoeld in artikel 1.1.c van deze verordening.

Artikel 3 Meldplicht 1. De eigenaar is verplicht de leegstand van een in artikel 2 bedoelde woonruimte bij burgemeester en wethouders te melden zodra de leegstand langer duurt dan zes maanden. 2. De eigenaar maakt voor de in het eerste lid genoemde melding gebruik van door burgemeester en wethouders vast te stellen elektronisch formulier. 3. Bij de leegmelding worden in ieder geval de volgende gegevens en stukken overgelegd: a. naam, contactgegevens en woonadres van de eigenaar; b. adres van de woonruimte; c. ingangsdatum van de leegstand; d. verwachte duur van de leegstand; e. reden voor leegstand; f. datum van de akte van levering van de woonruimte. 4. Burgemeester en wethouders kunnen aanvullende gegevens en stukken verlangen.

Artikel 4 Leegstandlijst 1. Burgemeester en wethouders houden een leegstandlijst bij waarin de volgende woonruimten worden opgenomen: a. woonruimten waarvoor de eigenaar een leegmelding heeft gedaan als bedoeld in artikel 3, eerste lid; b. woonruimten waarvan ambtshalve geconstateerd is dat deze leegstaan en waarvan de leegstand gemeld had moeten worden door de eigenaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid. Op de leegstandlijst zijn de gegevens en stukken opgenomen, genoemd in artikel 3, derde lid, voor zover deze beschikbaar zijn, de datum van inschrijving van de woonruimte op de leegstandlijst, bouwjaar van de woonruimte en de BAG-id (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) van de woonruimte.

Artikel 5 Leegstandoverleg Binnen twee maanden na ontvangst van de leegstandmelding voeren burgemeester en wethouders overleg met de eigenaar over het gebruik van de woonruimte als bedoeld in artikel 4 van de Leegstandwet en artikel 6t lid 4 Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (eenentwintigste tranche).

Artikel 6 Leegstandbeschikking 1. Burgemeester en wethouders kunnen na het overleg bedoeld in artikel 5 een leegstandbeschikking vaststellen. Ook als de eigenaar geen medewerking verleent aan dit overleg kan een leegstandbeschikking worden vastgesteld als bedoeld in artikel 6t Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (eenentwintigste tranche). 2. Burgemeester en wethouders kunnen in de leegstandbeschikking: a. indien de woonruimte niet geschikt is voor gebruik als woonruimte en de woonruimte niet is bestemd voor afbraak of vernieuwbouw, bepalen welke voorzieningen door de eigenaar binnen de in de beschikking bepaalde termijn moeten zijn getroffen om de woonruimte geschikt te maken voor gebruik als woonruimte; b. indien de woonruimte is bestemd voor verhuur, de maximale marktconforme huurprijs bepalen waartegen de woonruimte te huur wordt aangeboden. De marktconforme huurprijs voor geliberaliseerde woonruimten wordt bepaald door een onafhankelijke taxateur;

c.

indien het een woonruimte betreft die is bestemd voor verkoop en als woonruimte kan worden verhuurd op grond van artikel 15, eerste lid, onder b of d, van de Leegstandwet, de eigenaar verplichten de woonruimte te verhuren, met een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet; d. indien het een woonruimte betreft die is bestemd voor afbraak of vernieuwbouw en als woonruimte kan worden verhuurd op grond van artikel 15, eerste lid, onder c, van de Leegstandwet, de eigenaar verplichten de woonruimte te verhuren, met een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van die wet; e. een termijn opnemen van ten minste één maand waarbinnen de woonruimte op het moment dat deze geschikt is voor bewoning in gebruik wordt genomen als woonruimte; f. andere voorwaarden opnemen die noodzakelijk zijn voor het zo spoedig mogelijk in gebruik nemen van de woonruimte. 3. De eigenaar kan gemotiveerd verzoeken om de termijn, bedoeld in het tweede lid, onder e, eenmaal te verlengen met een periode van ten minste één maand. 4. Indien een eigenaar een verzoek doet als bedoeld in het derde lid, kunnen burgemeester en wethouders de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onder b tot en met f, in de oorspronkelijke leegstandbeschikking wijzigen.

Artikel 7 Leegstandbeheer Burgemeester en wethouders kunnen kwalitatieve eisen stellen aan een leegstandbeheerder waar de eigenaar een woonruimte door laat beheren.

Artikel 8 Voordracht gebruiker 1. Burgemeester en wethouders kunnen een gebruiker voordragen aan de eigenaar indien de woonruimte in een leegstandbeschikking is aangewezen als geschikt voor gebruik en als de leegstand langer duurt dan twaalf maanden. 2. De eigenaar is verplicht de gebruiker, bedoeld in het eerste lid binnen drie maanden na de voordracht, een overeenkomst aan te bieden tot ingebruikname van de woonruimte. 3. Het tweede lid is niet van toepassing indien de eigenaar binnen drie maanden na de voordracht een overeenkomst is aangegaan met een andere gebruiker, die de woonruimte binnen een redelijke termijn in gebruik neemt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5af5130d-531c-4289-a151-067cbb5e2e80