CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 7 september 2023, gemeente Utrecht36.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Vervolg Planning van de visie: • In de zomer deelonderwerpen van de klimaatvisie op inhoud uitwerken en contouren van de klimaatvisie opstellen. • Direct na het zomerreces en tot aan de herfstvakantie participatietraject uitvoeren. • Tot eind 2023 bevindingen uit participatie traject verwerken en definitief concept klimaatvisie opstellen. • Q1 2024: collegevoorstel klimaatvisie • Klimaatvisie ter inzage • Q2 2024: vaststellen klimaatvisie door gemeenteraad

Participatie De doelstelling van de Klimaatvisie staat vast: “zo veel mogelijk en zo snel mogelijk CO2-uitstoot reduceren”. Participatie is een leidend principe in de totstandkoming van de Klimaatvisie en de vaststelling van de zoekgebieden duurzame energie. Onder participatie verstaan we “het in een vroeg stadium en op interactieve wijze betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de totstandkoming en/of evaluatie van beleid en kaders, met als doel zeggenschap, eigenaarschap en betrokkenheid in Utrecht te vergroten”. We hebben daarbij oog voor de doelen uit het actieprogramma Samen stad maken: participatie. Namelijk: inclusiviteit (meer verschillende Utrechters mee laten doen aan participatietrajecten), betrokkenheid (de betrokkenheid van inwoners bij de stad vergroten) en samen wijzer worden (plannen worden beter door de inbreng van inwoners en andere deelnemers). Daarbij nemen we ook de aanbevelingen van het Rekenkamer-rapport “Horen, zien en samen door: een onderzoek naar de ervaringen met en resultaten van inwonerparticipatie in de gemeente Utrecht”. Het succes van participatie valt niet af te meten aan consensus. Bij de uitdagingen waar de stad voor staat wat betreft CO2-reductie, gaan wensen en belangen botsen.

Het doel van het participatietraject is ook om dit in beeld te brengen, zodat het college en de gemeenteraad deze onderling kunnen wegen en een besluit kunnen nemen. Bij die weging wil het college de raad inzicht geven in de verschillende belangen, wensen en zorgen die in het participatietraject naar voren komen. Samen met een gespecialiseerd bureau wordt een participatieplan uitgewerkt. Een scherpe afbakening van de beïnvloedingsruimte geeft mensen helderheid over de reikwijdte van de participatiemogelijkheden en duidelijkheid over de start van de belangenafweging. Als dat helder is, volgt de keuze voor een aanpak en de participatie-instrumenten. Daarbij nemen we alle beschikbare participatie-instrumenten in overweging, zoals stadsgesprekken, het klimaatpanel, online participatie, klankbordgroepen, burgerberaden, expertsessies en enquêtes. We maken duidelijk hoe het traject eruit komt te zien, waar het inhoudelijk om gaat en welke beïnvloedingsruimte deelnemers hebben. We maken de resultaten van de participatietrajecten zichtbaar, zowel tussentijds als achteraf, door dit vast te leggen in participatieverslagen. We beargumenteren waarom de inbreng wel of niet tot wijzigingen in het eindproduct heeft geleid na besluitvorming in het college en/of raad. Resultaten uit relevante eerdere participatietrajecten nemen we mee.

Communicatie Er is geen aanvullende communicatie voorzien.

(Niet)Referendabel De referendumverordening is van toepassing op dit raadsvoorstel.

7

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Startnotitie klimaatvisie Bijlagen informatief -

8

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Dossiernummer

3574

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

7 september 2023

Agendapunt

3.2

Titel

Raadsvoorstel Toestemming wijziging Gemeenschappelijke Regeling AVU

ID

3775

Behandelend ambtenaar

Anneke Buijze

Telefoon E-mail

anneke.buijze@utrecht.nl

Datum collegebesluit Geocodering

Stad Utrecht

Thema Portefeuillehouder

Wethouder Schilderman

Beleidsveld

Circulaire Economie

Referendabel

Nee

Reden niet referendabel

Sub i: Raadsvoorstel over stukken van een gemeenschappelijke regeling.

Raadsadviseur (lijst)

Mariska de Vos/Cie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen/06 38628458

Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Energie(transitie),

7 september 2023

Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Voorgesteld besluit

Voorstel aan de gemeenteraad

Toestemming wijziging Gemeenschappelijke Regeling AVU Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Circulaire Economie Stadsbedrijven Anneke Buijze 11551536 Volgt Nee (artikel 3 lid 2 onder i Verordening raadgevend referendum) Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Het college toestemming te geven voor het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling Afval Verwijdering Utrecht (GR AVU) conform bijgevoegd concept-wijzigingsbesluit, met als belangrijkste wijzigingen: a. aanpassingen aan de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), waardoor termijnen worden aangepast en de uittredingsregels zijn aangepast; b. verwijdering van de naam ‘Vijfheerenlanden’ uit de GR, n.a.v. uittreding van de gemeente Vijfherenlanden; c.

aanpassingen n.a.v. het ingaan de nieuwe rechtspositie van ambtenaren per 1 januari 2020, waardoor de medewerkers een arbeidsovereenkomst hebben naar burgerlijk recht en de CAO-sgo van toepassing is;

d. aanwijzing van de directeur als contactpersoon in het kader van de Woo, n.a.v. het van kracht worden van de Wet Open Overheid per 1 mei 2022.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting Met de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling AVU (GR AVU) waarvoor nu toestemming wordt gevraagd, wordt voldaan aan de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Daarnaast worden wijzigingen doorgevoerd n.a.v. de uittreding van de gemeente Vijfherenlanden, het ingaan de nieuwe rechtspositie van ambtenaren per 1 januari 2020 en het van kracht worden van de Wet Open Overheid per 1 mei 2022. Op 6 oktober 2022 is het ontwerpwijzigingsbesluit naar de colleges gestuurd, die het voorstel vervolgens voor zienswijzen aan de gemeenteraden hebben voorgelegd. De raad heeft AVU een zienswijzebrief gestuurd. Op 31 mei 2023 heeft AVU een reactie op de ingediende zienswijzen naar de colleges gestuurd en vervolgens het aangepaste concept-wijzigingsbesluit GR AVU op 6 juli toegestuurd. De zienswijzebrief van de Utrechtse gemeenteraad heeft niet tot wijzigingen in het concept wijzigingsvoorstel geleid. Naar aanleiding van de zienswijze van de gemeente Veenendaal worden de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden wel aangepast en uitgebreid in het concept-wijzigingsbesluit. Het college heeft toestemming nodig van de gemeenteraad voor deze wijziging.

Context Aanleiding Per brief van 30 juni 2023 heeft het dagelijks bestuur van de AVU het conceptwijzigingsbesluit GR AVU (bijlage A) aan het college van B&W aangeboden. Daarbij is het college in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 1 november 2023 een besluit te nemen over de voorgestelde wijziging van de gemeenschappelijke regeling. De aanleiding voor wijziging van de GR AVU is vierledig: -

-

Op 14 december 2021 heeft de Eerste Kamer ingestemd met een wijziging van de Wgr en de Gemeentewet met betrekking tot de gemeenschappelijke regelingen. Deze wijziging is op 1 juli 2022 in werking getreden. Per 1 juli 2024 dient de GR AVU te zijn aangepast. Het moment om de GR n.a.v. de wetswijziging aan te passen, wordt gelijk aangegrepen om ook de volgende wijzigingen door te voeren; Het van kracht worden van de Wet Open Overheid per 1 mei 2022, met als doel om als overheid opener en toegankelijker te worden door meer overheidsinformatie dan voorheen sneller openbaar en gemakkelijker toegankelijk te maken; De nieuwe rechtspositie van ambtenaren en de invoering van het arbeidscontract per 1 januari 2020; De uittreding van de gemeente Vijfheerenlanden per 1 januari 2021, als gevolg van de gemeentelijke herindeling. De gemeente Vijfheerenlanden is per 1 januari 2019 ontstaan uit een fusie van de gemeenten Leerdam, Zederik en Vianen. Vianen maakte deel uit van AVU; de voormalige gemeenten Leerdam en Zederik participeerden voor de afvalverwerking in de GR Gevudo. Het is niet mogelijk om in twee gemeenschappelijke regelingen te participeren. De gemeente Vijfheerenlanden heeft na onderzoek gekozen voor deelname aan GR Gevudo en het uittreden bij GR AVU.

Voorgeschiedenis/proces Op 6 oktober 2022 heeft het dagelijks bestuur van de AVU het ontwerp-wijzigingsbesluit naar de colleges gestuurd, die het besluit vervolgens voor zienswijzen aan de gemeenteraden hebben voorgelegd. In de zienswijzebrief van de Utrechtse gemeenteraad, heeft de raad aangegeven zich te kunnen vinden in de voorstellen voor de wijzigingen die AVU gedaan heeft. De raad heeft in haar zienswijzebrief aangegeven AVU aan te moedigen ook in de toekomst de raden te blijven betrekken bij de aanbestedingen van hoofdstromen. Op 31 mei 2023 heeft AVU een reactie op de ingediende zienswijzen naar de colleges gestuurd en vervolgens het aangepaste concept-wijzigingsbesluit GR AVU op 6 juli toegestuurd. Reactie op zienswijze Utrecht De zienswijzebrief van de Utrechtse gemeenteraad heeft niet tot wijzigingen in het conceptwijzigingsbesluit geleid. De AVU geeft in haar reactie aan dat AVU een collegeregeling is en een beleidsarme organisatie is. In de GR is vastgelegd dat de begroting aan de gemeenteraden wordt voorgelegd voor het indienen van zienswijzen en de concept-jaarstukken slechts ter informatie met de raden worden gedeeld. Wanneer het Algemeen Bestuur van mening is dat andere informatie met de 2

gemeenteraden dient te worden gedeeld of dat de gemeenteraden dienen te worden betrokken in het besluitvormingsproces, zal dit bestuur daartoe besluiten. Afzonderlijke leden van het Algemeen Bestuur kunnen volgens artikel 15 lid 7 om informatie verzoeken. Dit hoeft niet nader in de GR AVU te worden omschreven. Aanbestedingen behoren tot de uitvoerende taken van AVU. Hierin worden keuzes gemaakt over duurzaamheid, circulariteit, logistieke efficiëntie en sociale inzet. Ambtenaren worden in werkgroepen betrokken bij de aanbesteding en de nodige te maken keuzes. Voor de grote aanbestedingen van de verwerkingscontracten van fijn en grof restafval en gft is het gebruikelijk dat de marktoriëntatie en de aanbestedingsstrategie worden behandeld in het Algemeen Bestuur van de AVU. De gemeenteraden worden over deze aanbesteding geïnformeerd via notities. Het Algemeen Bestuur van de AVU kan daarnaast besluiten een informatiebijeenkomst voor de gemeenteraadsleden te laten organiseren door de AVU. Overige zienswijzen Naar aanleiding van de zienswijze van de gemeente Veenendaal worden de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden aangepast en uitgebreid in het concept-wijzigingsbesluit. Het uittreden van een deelnemer uit de AVU brengt kosten voor de achterblijvers met zich mee.

Het is redelijk dat daar een bedrag tegenover staat: een uittreed- of uittredingssom om de schade die de uittreding veroorzaakt, te compenseren. Om aan de Wgr te voldoen wordt niet alleen in de GR verwezen naar de uittredingsregeling, maar wordt ook de wijze van bepaling van de uittredingssom opgenomen. De uittredingssom zal bestaan uit een vergoeding ter compensatie van de frictiekosten en de desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. Wij vinden dit een goede verandering aan het concept-wijzigingsbesluit. Juridische context Conform artikel 41 GR AVU stelt het dagelijks bestuur voor om de GR AVU te wijzigen. Voor wijziging van een gemeenschappelijke regeling heeft het college op grond van artikel 1, vierde en vijfde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) toestemming nodig van de raad. Volgens de Wgr kan de raad deze toestemming weigeren op grond van strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. Beslistermijn AVU heeft de colleges gevraagd voor 1 november a.s. in te stemmen met het conceptwijzigingsbesluit GR AVU. Deze termijn is niet haalbaar. In overleg met AVU vragen wij uw raad toestemming te geven voor op de eerstvolgende raadsvergadering van 2 november 2023, alvorens het college van 7 november het besluit tot wijziging kan nemen. De GR AVU wordt dan per 1 januari 2024 gewijzigd.

Beoogd effect Met het wijzigen van de GR voldoet de GR AVU aan alle wettelijke eisen volgens de Wgr en de WOO en is het uittreden van gemeente Vijfheerenlanden volledig afgerond. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - De GR AVU is voor het laatst aangepast in 2018 aan de Wgr die in 2015 in werking is getreden. Met deze aanpassing is AVU een collegeregeling geworden en zijn tevens de doelstellingen van AVU aangescherpt waardoor deze beter aansluiten bij de ambities rondom hergebruik van grondstoffen. Op 1 juni 2022 is de gewijzigde Wgr in werking getreden waarna er een overgangstermijn geldt tot 1 juli 2024. - Op 2 februari 2023 heeft de raad een instemmende zienswijze gegeven op het ontwerpwijzigingsbesluit omdat geconstateerd is dat de werkwijze van de AVU en het voorgestelde ontwerp voor wijziging van de gemeenschappelijke regeling in overeenstemming zijn met de eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Het college toestemming te verlenen voor het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling Afval Verwijdering AVU (GR AVU) conform bijgevoegd concept3

wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling AVU, met als belangrijkste wijzigingen: a. aanpassingen aan de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), waardoor termijnen worden aangepast en de uittredingsregels zijn aangepast; b. verwijdering van de naam ‘Vijfheerenlanden’ uit de GR, n.a.v. uittreding van de gemeente Vijfherenlanden; c.

aanpassingen n.a.v. het ingaan de nieuwe rechtspositie van ambtenaren per 1 januari 2020, waardoor de medewerkers een arbeidsovereenkomst hebben naar burgerlijk recht en de CAO-sgo van toepassing is;

d. aanwijzing van de directeur als contactpersoon in het kader van de Woo, n.a.v. het van kracht worden van de Wet Open Overheid per 1 mei 2022. Argumenten 1.1

Er is geen strijd met het recht of met het algemeen belang. Voor wijziging van een gemeenschappelijke regeling heeft het college op grond van artikel 1, vierde en vijfde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) toestemming nodig van de raad. Volgens de Wgr kan de raad deze toestemming alleen weigeren wegens strijd met het recht of het algemeen belang. De raad heeft op 2 februari 2023 een instemmende zienswijze gegeven op het Ontwerp Wijzigingsbesluit GR AVU, omdat geconstateerd is dat de werkwijze van de AVU en het ontwerp-wijzigingsbesluit in overeenstemming zijn met de eisen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Met de aanpassingen die na de zienswijzeperiode op het ontwerp-wijzigingsbesluit zijn genomen in het voorliggende concept wijzigingsbesluit wordt tegemoetgekomen aan de ingediende zienswijze van 1 gemeente met betrekking tot uitbreiding van de regels bij uittreding. Met het in lijn brengen van de GR AVU met de Wgr en de WOO, het verwerken van de nieuwe rechtspositie van ambtenaren en het uittreden van de gemeente Vijfherenlanden wordt bijgedragen aan het algemeen belang.

Financiën De uitvoering van dit voorstel heeft geen financiële gevolgen.

Vervolg Na toestemming van de raad kan het college definitief besluit nemen om in te stemmen met de wijziging van de GR AVU. De wijziging van de GR AVU komt tot stand indien 2/3 van de colleges van de deelnemende gemeenten in de GR AVU instemmen met het concept wijzigingsbesluit. Zodra alle colleges definitief hebben besloten, zal het dagelijks bestuur van de AVU bepalen of de wijziging tot stand is gekomen en voor bekendmaking (door de gemeente Utrecht) zorgdragen.

Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel.

Communicatie Nadat alle colleges hebben besloten en geconstateerd is of de wijziging tot stand gekomen is, zal de gemeente Utrecht op grond van artikel 26 Wet gemeenschappelijke regelingen de wijziging bekendmaken in het Gemeenteblad van Utrecht.

4

(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is niet van toepassing omdat dit een raadsvoorstel betreft over stukken van een gemeenschappelijke regeling (artikel 3 lid 2 onder 1 Verordening raadgevend referendum Gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Concept-wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling AVU (bijlage A) Bijlagen informatief - Notitie vervolgprocedure wijziging GR AVU - Was-wordt gewijzigde artikelen GR AVU 2018 - Notitie zienswijzen gemeenteraden op het ontwerp-wijzigingsvoorstel GR AVU

5

Concept-Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling AVU De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten: Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, IJsselstein, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Woerden, Wijk bij Duurstede, Woudenberg en Zeist; ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd; overwegende: -

-

dat de Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht laatstelijk per 1 januari 2019 is aangepast in verband met het in werking treden van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 januari 2015 ; dat een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen op 1 juli 2022 in werking is getreden, welke het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling AVU noodzakelijk maakt; dat de Wet Open Overheid die op 1 mei 2022 van kracht is geworden het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling AVU noodzakelijk maakt; dat de gemeente Vijfheerenlanden per 1 januari 2021 de gemeenschappelijke regeling heeft verlaten;

gelet op: -

de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet; de toestemming van de gemeenteraden van Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, IJsselstein, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Woerden, Wijk bij Duurstede, Woudenberg en Zeist, overeenkomstig artikel 1, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

besluiten: de Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht als volgt te wijzigen:

Artikel I De Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht wordt als volgt gewijzigd: Actieve informatieplicht en zienswijzen Artikel 15 lid 7 wordt gewijzigd in: 7 Het algemeen bestuur verstrekt aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen, die door een of meer leden van de colleges worden verlangd en wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van het algemeen bestuur. Na artikel 15 lid 7 worden twee leden ingevoegd die luiden: 8 Het Algemeen Bestuur verstrekt de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. 9 Er zijn geen besluiten van het Algemeen Bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen. Na artikel 23 lid 3 worden twee leden ingevoegd die luiden: 4 Het Dagelijks Bestuur verstrekt de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. 5 Er zijn geen besluiten van het Dagelijks Bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen.

Burgerparticipatie en Evaluatie Na artikel 15 worden ingevoegd (waaruit volgt vernummering van de artikelen 16 e.v.) een artikel dat luidt: Artikel 16 Burgerparticipatie Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van besluiten op grond van deze regeling slechts betrokken, voor zover dat bij of krachtens wet is vereist, of voor zover door het Algemeen Bestuur bepaald. En een artikel dat luidt: Artikel 17 Evaluatie Het initiatief tot evaluatie van de gemeenschappelijke regeling is voorbehouden aan het Algemeen Bestuur. Termijnen Artikel 33, vernummerd 35, wordt als volgt gewijzigd: In het derde lid wordt ‘acht’ vervangen door: ‘twaalf’. Na het derde lid wordt, onder vernummering van het vierde tot vijfde lid en het vijfde tot zesde lid, een lid ingevoegd dat luidt: 4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Artikel 34, vernummerd 36, wordt als volgt gewijzigd: In het tweede lid wordt ‘1 augustus’ vervangen door: 15 september. Artikel 35, vernummerd 37, wordt als volgt gewijzigd: In het tweede lid wordt ’33 lid 3 en 34 lid 3’ vervangen door ’36 lid 3 en 37 lid 3’.

Artikel 36, vernummerd 38, wordt als volgt gewijzigd: In het vijfde lid wordt ‘15’ vervangen door ‘30’; Toe- en uittreding, wijziging en opheffing Artikel 39, vernummerd 41, wordt als volgt gewijzigd: Na het eerste lid wordt, onder vernummering van het tweede tot derde lid en het derde tot vierde lid, een lid ingevoegd dat luidt: 2 Een ontwerptoetredingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerptoetredingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. Artikel 40, vernummerd 42, wordt als volgt gewijzigd: Na het tweede lid wordt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, een lid ingevoegd dat luidt: 3 Een ontwerpuittredingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerpuittredingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. Na het vernummerde vijfde lid worden, onder vernummering van het zesde en zevende lid tot elfde en twaalfde lid, vijf leden ingevoerd die luiden: 6.

Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom.

7. De voorlopige respectievelijk definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. De frictiekosten en desintegratiekosten worden berekend op basis van de principes van goed koopmanschap en de principes van accounting. 8. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer. 9. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 10. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op kosten te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan binnen een periode van 5 jaar vanaf het moment van uittreding als direct gevolg van de uittreding. Een lid wordt toegevoegd, dat luidt: 13. De Uittredingsregeling AVU 2020, dan wel hierop volgende uittredingsregelingen zijn van toepassing.

Artikel 41, vernummerd 43, wordt als volgt gewijzigd: Na het eerste lid wordt, onder vernummering van het tweede tot derde lid, een lid ingevoegd dat luidt: 2 Een ontwerpwijzigingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerpwijzigingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. Overige wijzigingen Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: In het tweede lid sub. d wordt ‘30’ vervangen door ‘32’; In het tweede lid sub. e wordt ‘39’ vervangen door ‘41’ en ‘42’ vervangen door ‘44’; Artikel 25, vernummerd 27, wordt als volgt gewijzigd: Twee leden worden toegevoegd: 8 De directeur is contactpersoon conform het bepaalde in art. 4.7 Woo. 9 De directeur kan in zijn plaats een medewerker benoemen als contactpersoon conform het bepaalde in art. 4.7 Woo. Artikel 26, vernummerd 28, leden 1 en 2 worden gewijzigd in: 1 De medewerkers hebben een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. 2 De CAO-sgo is van toepassing op de arbeidsovereenkomst. Een lid wordt toegevoegd: 3 Organisatie-specifieke regelingen worden vastgelegd in een personeelshandboek.

Artikel II Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking daarvan, onverminderd het bepaalde in artikel 26, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Aldus vastgesteld te Leusden d.d. 28 juni 2023.

Notitie vervolgprocedure wijziging GR AVU en verzoek Aan de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de AVU-gemeenten

Bijlagen: Concept-wijzigingsbesluit GR AVU “Was-wordt” gewijzigde artikelen GR AVU 2018 Soest, 30 juni 2023 Geacht College, Na het per 1 juli 2022 in werking treden van de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), moet de Gemeenschappelijke Regeling AVU hieraan worden aangepast. Hiertoe is in 2022 de procedure opgestart en zijn we thans in de laatste fase hiervan aangekomen: de goedkeuring en de vaststelling.

De procedure tot nu toe Op 6 oktober 2022 heeft het Dagelijks Bestuur het ontwerp-wijzigingsbesluit GR AVU aan de colleges van de deelnemende gemeenten toegezonden met de vraag hiermee in te stemmen en het ontwerpwijzigingsbesluit vervolgens voor te leggen aan de gemeenteraden voor het indienen van zienswijzen. Van deze mogelijkheid hebben de raden van de gemeenten Houten, Utrecht en Veenendaal gebruik gemaakt. De reactie van het Dagelijks Bestuur op de zienswijzen van deze gemeenten is middels de “Notitie zienswijzen gemeenteraden wijziging GR AVU” op 14 juni 2023 aan de colleges verzonden met het verzoek deze ter kennisname aan de raden aan te bieden. Aanpassingen welke zijn voortgekomen uit de zienswijzen zijn in het concept-wijzigingsbesluit GR AVU verwerkt dat vervolgens door het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur is aangeboden en op 28 juni 2023 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld.

Wijziging van het ontwerp-wijzigingsbesluit GR AVU In essentie betroffen de ingediende zienswijzen 2 aspecten van de gemeenschappelijke regeling, namelijk 1) het informeren van gemeenteraden en de betrokkenheid van de gemeenteraden bij belangrijke besluitvorming zoals de aanbesteding van de “hoofd”-afvalstromen (huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft-afval) en 2) afspraken omtrent uittreding uit de regeling. Voor wat betreft het informeren van gemeenteraden en de betrokkenheid bij besluitvorming zijn deze zaken naar de mening van het Dagelijks Bestuur voldoende geborgd in de huidige gemeenschappelijke regeling en in het ontwerp-wijzigingsbesluit en zijn naar aanleiding van de ingediende zienswijzen geen aanpassingen gedaan in het ontwerp-wijzigingsbesluit. Ten aanzien van de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden, is het betreffende artikel in het ontwerp-wijzigingsbesluit aangepast en uitgebreid. De wijzigingen zijn uitgebreid uiteengezet en toegelicht in de “Notitie zienswijzen gemeenteraden wijziging GR AVU”. Het gewijzigde ontwerp-wijzigingsbesluit is aldus op 28 juni 2023 als concept-wijzigingsbesluit GR AVU door het Algemeen Bestuur vastgesteld. In de bijlage ‘“Waswordt” gewijzigde artikelen GR AVU 2018’ zijn de wijzigingen per artikel weergegeven.

Het vervolg van de procedure Thans ligt voor aan de colleges het concept-wijzigingsbesluit GR AVU, waarvoor aan de colleges instemming wordt gevraagd en waarbij tevens aan de colleges wordt verzocht toestemming te vragen van de gemeenteraden om de gemeenschappelijke regeling AVU te wijzigingen op basis van dit

1

Lange Brinkwerk 81 3764 AB Soest tel. 035-6032303

concept-wijzigingsbesluit. Vervolgens zal het Dagelijks Bestuur de reacties van de colleges en de gemeenteraden betrekken in het wijzigingsvoorstel van de gemeenschappelijke regeling AVU dat op 13 december 2023 door het Algemeen Bestuur wordt behandeld. Wanneer het Algemeen Bestuur het wijzigingsbesluit vaststelt, is de wijziging van de gemeenschappelijke regeling een feit. De gemeenteraden kunnen in deze fase geen zienswijzen indienen. Wel kan tegen het besluit dat het Algemeen Bestuur op 13 december 2023 neemt, bezwaar worden ingediend bij Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht. Na de bezwaartermijn zal, indien er geen bezwaar is ingediend, de administratieve fase starten: het ondertekenen, publiceren en archiveren van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling AVU. Wanneer er wel bezwaar wordt ingediend zal dit eerst worden afgehandeld.

Verzoek aan de colleges van de deelnemende gemeenten Het Dagelijks Bestuur van de AVU verzoekt de colleges van de deelnemende gemeenten: 1. Om voor 1 november 2023 aan het Algemeen Bestuur van de AVU schriftelijk kenbaar te maken of de colleges instemmen met het bij deze notitie gevoegd concept-wijzigingsvoorstel GR AVU; 2. Om de gemeenteraden om toestemming te verzoeken voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling AVU op basis van het bij deze notitie gevoegd conceptwijzigingsvoorstel GR AVU; 3. Om voor 1 november 2023 aan het Algemeen Bestuur van de AVU schriftelijk kenbaar maken of de gemeenteraden toestemming hebben verleend voor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling AVU op basis van het bij deze notitie gevoegd concept-wijzigingsvoorstel GR AVU.

Vragen? Indien er vragen zijn over deze notitie inhoudelijk, over het concept-wijzigingsvoorstel of over de procedure, dan kan contact worden opgenomen met de directeur van de AVU. Het Dagelijks Bestuur van de AVU, namens hen, Hoogachtend, Was getekend Frans van Dijk, directeur

2

Lange Brinkwerk 81 3764 AB Soest tel. 035-6032303

Bijlage: “Was-wordt” gewijzigde artikelen GR AVU 2018 GR AVU 2018 Artikel 9 Openbaarheid vergadering 1. Het algemeen bestuur vergadert in het openbaar. Op grond van het bepaalde in artikel 23 van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen de deuren worden gesloten. 2. In een besloten vergadering wordt niet beraadslaagd, noch een besluit genomen over: a. het vaststellen of wijzigen van de begroting; b. het voorlopig vaststellen van de rekening; c. het instellen van commissies als bedoeld in artikel 14 van deze regeling, alsmede hun samenstelling en bevoegdheden; d. het vaststellen of wijzigen van tarieven als bedoeld in artikel 30 van deze regeling; e. het toetreden tot, uittreden uit, wijzigen van of opheffen van de regeling overeenkomstig de artikelen 39 tot en met 42 van deze regeling; f. het reglement van orde van de vergadering van het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 12 van deze regeling. 3. In een besloten vergadering wordt geen besluit genomen over: a. het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere lichamen, alsmede het toetreden en uittreden; b. het oprichten van of het deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve of andere verenigingen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming; c.

het aangaan van geldleningen en van rekeningcourantovereenkomsten; d. het uitlenen van gelden en het waarborgen van geldelijke verplichtingen door andere aan te gaan; e. het vervreemden of bezwaren van goederen van het openbaar lichaam; f. het onderhands verhuren, verpachten of in gebruik geven van goederen van het openbaar lichaam; g. het onderhands aanbesteden van werken of leveranties;

30 juni 2023

Nieuw GR AVU 2022 Artikel 9 Openbaarheid vergadering 1. Het algemeen bestuur vergadert in het openbaar. Op grond van het bepaalde in artikel 23 van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen de deuren worden gesloten. 2. In een besloten vergadering wordt niet beraadslaagd, noch een besluit genomen over: a. het vaststellen of wijzigen van de begroting; b. het voorlopig vaststellen van de rekening; c. het instellen van commissies als bedoeld in artikel 14 van deze regeling, alsmede hun samenstelling en bevoegdheden; d. het vaststellen of wijzigen van tarieven als bedoeld in artikel 32 van deze regeling; e. het toetreden tot, uittreden uit, wijzigen van of opheffen van de regeling overeenkomstig de artikelen 41 tot en met 44 van deze regeling; f. het reglement van orde van de vergadering van het algemeen bestuur als bedoeld in artikel 12 van deze regeling. 3. In een besloten vergadering wordt geen besluit genomen over: a. het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere lichamen, alsmede het toetreden en uittreden; b. het oprichten van of het deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve of andere verenigingen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming; c. het aangaan van geldleningen en van rekeningcourantovereenkomsten; d.

het uitlenen van gelden en het waarborgen van geldelijke verplichtingen door andere aan te gaan; e. het vervreemden of bezwaren van goederen van het openbaar lichaam; f. het onderhands verhuren, verpachten of in gebruik geven van goederen van het openbaar lichaam; g. het onderhands aanbesteden van werken of leveranties;

h. het doen van een uitgaaf, voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgaaf is geraamd, is goedgekeurd; i. de regeling van de rechtspositie van het personeel.

h. het doen van een uitgaaf, voordat de begroting of begrotingswijziging, waarbij deze uitgaaf is geraamd, is goedgekeurd; i. de regeling van de rechtspositie van het personeel.

Artikel 15 Politieke controle algemeen bestuur 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college van burgemeester en wethouders dat hem of haar heeft aangewezen, alle inlichtingen die door dat college of door een of meer leden daarvan worden verlangd en wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van dat college. 2. Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan het college van burgemeester en wethouders, dat geen lid van het algemeen bestuur aanwijst, doch namens welk college hij of zij mede in het bestuur zitting heeft, alle inlichtingen die door dat college of een of meer leden daarvan worden verlangd. Het reglement van orde als bedoeld in artikel 12 van deze regeling houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop de inlichtingen worden verstrekt. 3. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording schuldig aan het college van burgemeester en wethouders dat hem of haar heeft aangewezen, voor het door hem of haar in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van dat college. 4. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college van burgemeester en wethouders dat hem of haar weliswaar niet heeft aangewezen, doch namens welk college hij of haar wel mede in het algemeen bestuur zitting heeft. 5.

Het reglement van orde als bedoeld in artikel 12 van deze regeling houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd en de daaraan in overleg met het college dat verantwoording heeft gevraagd te verbinden gevolgen. 6. Het college van burgemeester en wethouders dat een lid in het algemeen bestuur heeft aangewezen, heeft de bevoegdheid dit lid te ontheffen van deze taak, indien dit lid het vertrouwen van het desbetreffende college niet meer heeft.

Artikel 15 Politieke controle algemeen bestuur 1. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college van burgemeester en wethouders dat hem of haar heeft aangewezen, alle inlichtingen die door dat college of door een of meer leden daarvan worden verlangd en wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van dat college. 2. Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan het college van burgemeester en wethouders, dat geen lid van het algemeen bestuur aanwijst, doch namens welk college hij of zij mede in het bestuur zitting heeft, alle inlichtingen die door dat college of een of meer leden daarvan worden verlangd. Het reglement van orde als bedoeld in artikel 12 van deze regeling houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop de inlichtingen worden verstrekt. 3. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording schuldig aan het college van burgemeester en wethouders dat hem of haar heeft aangewezen, voor het door hem of haar in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van dat college. 4. Een lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college van burgemeester en wethouders dat hem of haar weliswaar niet heeft aangewezen, doch namens welk college hij of haar wel mede in het algemeen bestuur zitting heeft. 5.

Het reglement van orde als bedoeld in artikel 12 van deze regeling houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd en de daaraan in overleg met het college dat verantwoording heeft gevraagd te verbinden gevolgen. 6. Het college van burgemeester en wethouders dat een lid in het algemeen bestuur heeft aangewezen, heeft de bevoegdheid dit lid te ontheffen van deze taak, indien dit lid het vertrouwen van het desbetreffende college niet meer heeft.

1

7. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur 7. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verstrekken aan de colleges van burgemeester en verstrekken aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten alle wethouders van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen, die door een of meer leden van de inlichtingen, die door een of meer leden van de colleges worden verlangd en wel op de wijze, te colleges worden verlangd en wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van het algemeen bestuur. vergaderingen van het algemeen bestuur. 8 Het Algemeen Bestuur verstrekt de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. 9 Er zijn geen besluiten van het Algemeen Bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 16 Burgerparticipatie Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van besluiten op grond van deze regeling slechts betrokken, voor zover dat bij of krachtens wet is vereist, of voor zover door het Algemeen Bestuur bepaald. Artikel 17 Evaluatie Het initiatief tot evaluatie van de gemeenschappelijke regeling is voorbehouden aan het Algemeen Bestuur. Artikel 23

Politieke controle dagelijks bestuur

Artikel 25

Politieke controle dagelijks bestuur

1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. gevoerde bestuur. 2. De leden van het dagelijks bestuur geven, tezamen 2. De leden van het dagelijks bestuur geven, tezamen dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dat bestuur of een of meer leden wanneer dat bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen en wel op de in het reglement van inlichtingen en wel op de in het reglement van orde op de vergaderingen van het algemeen orde op de vergaderingen van het algemeen bestuur te bepalen wijze. bestuur te bepalen wijze. 3. Het dagelijks bestuur verstrekt aan de colleges van 3.

Het dagelijks bestuur verstrekt aan de colleges van burgemeester en wethouders van de burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen, die deelnemende gemeenten alle inlichtingen, die door een of meer leden van de colleges worden door een of meer leden van de colleges worden verlangd en wel op de wijze, te bepalen in het verlangd en wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van het reglement van orde op de vergaderingen van het algemeen bestuur. algemeen bestuur.

2

4 Het Dagelijks Bestuur verstrekt de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. 5 Er zijn geen besluiten van het Dagelijks Bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 25 Benoeming en taken 1. Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur. Benoeming van de directeur geschiedt uit een door het dagelijks bestuur opgemaakte aanbeveling, bevattende de namen van tenminste twee personen. 2. De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij alles wat de hun opgedragen taken betreft, terzijde. 3. De directeur is tevens secretaris en draagt zorg voor het verslag van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 4. Door de secretaris worden alle stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan, mede ondertekend. 5. De directeur heeft de dagelijkse leiding over het openbaar lichaam. 6. De directeur kan in zijn werkzaamheden worden bijgestaan door één of meer functionarissen. 7. Bij of krachtens het directiestatuut kunnen op te dragen taken en bevoegdheden nader worden geregeld.

Artikel 27 Benoeming en taken 1. Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur. Benoeming van de directeur geschiedt uit een door het dagelijks bestuur opgemaakte aanbeveling, bevattende de namen van tenminste twee personen. 2. De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij alles wat de hun opgedragen taken betreft, terzijde. 3. De directeur is tevens secretaris en draagt zorg voor het verslag van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 4. Door de secretaris worden alle stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan, mede ondertekend. 5. De directeur heeft de dagelijkse leiding over het openbaar lichaam. 6. De directeur kan in zijn werkzaamheden worden bijgestaan door één of meer functionarissen. 7. Bij of krachtens het directiestatuut kunnen op te dragen taken en bevoegdheden nader worden geregeld. 8 De directeur is contactpersoon conform het bepaalde in art. 4.7 Woo. 9 De directeur kan in zijn plaats een medewerker benoemen als contactpersoon conform het bepaalde in art. 4.7 Woo.

Artikel 26 Rechtspositie Artikel 28 Rechtspositie De rechtspositieregeling van de gemeente Utrecht is 1 De medewerkers hebben een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. van toepassing op de medewerkers met uitzondering 2 De CAO-sgo is van toepassing op de arbeidsovervan de medewerkers met een arbeidsovereenkomst eenkomst. naar burgerlijk recht. 3 Organisatie-specifieke regelingen worden vastgelegd in een personeelshandboek.

Artikel 33 Ontwerpbegroting Artikel 35 Ontwerpbegroting 1. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks voor 15 april 1. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks voor 15 april voorafgaande aan het begrotingsjaar de voorafgaande aan het begrotingsjaar de ontwerpbegroting vast. ontwerpbegroting vast. 3

2. In de ontwerpbegroting zijn de bedragen, die voor iedere deelnemer afzonderlijk worden geraamd aan de hand van de door de deelnemer op te geven geraamde te leveren hoeveelheden afvalstoffen, voor iedere deelnemer afzonderlijk opgenomen. 3. De ontwerpbegroting wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur de begroting vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op de ontwerpbegroting ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. 4. De bij de ontwerpbegroting behorende toelichting bevat voor elke begrotingspost de gronden waarop de raming van inkomsten en uitgaven berust en wijst, ingeval van aanmerkelijk verschil met de raming van het vorige jaar, de oorzaak daarvan aan. 5. De ontwerpbegroting wordt samengesteld op de grondslag, dat de exploitatiekosten van het openbaar lichaam volledig moeten worden bestreden, op basis van het daarbij jaarlijks vast te stellen, door de deelnemers geschatte, totaal van de te ontvangen hoeveelheden afvalstoffen.

2. In de ontwerpbegroting zijn de bedragen, die voor iedere deelnemer afzonderlijk worden geraamd aan de hand van de door de deelnemer op te geven geraamde te leveren hoeveelheden afvalstoffen, voor iedere deelnemer afzonderlijk opgenomen. 3. De ontwerpbegroting wordt ten minste twaalf weken voordat het algemeen bestuur de begroting vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op de ontwerpbegroting ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. 4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5. De bij de ontwerpbegroting behorende toelichting bevat voor elke begrotingspost de gronden waarop de raming van inkomsten en uitgaven berust en wijst, ingeval van aanmerkelijk verschil met de raming van het vorige jaar, de oorzaak daarvan aan. 6. De ontwerpbegroting wordt samengesteld op de grondslag, dat de exploitatiekosten van het openbaar lichaam volledig moeten worden bestreden, op basis van het daarbij jaarlijks vast te stellen, door de deelnemers geschatte, totaal van de te ontvangen hoeveelheden afvalstoffen.

Artikel 34 Begroting 1. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 2. Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. 3. Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling aan de gemeenteraden van de deelnemers, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijzen naar voren kunnen brengen. 4. Het begrotingsjaar is het kalenderjaar.

Artikel 36 Begroting 1 Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. 2. Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. 3. Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling aan de gemeenteraden van de deelnemers, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijzen naar voren kunnen brengen. 4. Het begrotingsjaar is het kalenderjaar.

Artikel 35

Artikel 37

Begrotingswijziging

4

Begrotingswijziging

1. Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen 1. Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. begrotingsjaar worden genomen. 2. Op besluiten tot wijziging van de begroting zijn de 2. Op besluiten tot wijziging van de begroting zijn de artikelen 33 lid 3 en 34 lid 3 van overeenkomstige artikelen 35 lid 3 en 36 lid 3 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van die wijzigingen toepassing, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in de waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdrage van de deelnemers. Het algemeen bijdrage van de deelnemers. Het algemeen bestuur is bevoegd die begrotingswijzigingen vast bestuur is bevoegd die begrotingswijzigingen vast te stellen zonder de gemeenteraden in de te stellen zonder de gemeenteraden in de gelegenheid te stellen een zienswijze in te gelegenheid te stellen een zienswijze in te brengen. brengen. Artikel 36 Jaarrekening en jaarverslag 1. Het algemeen bestuur legt over elk begrotingsjaar verantwoording af aan de colleges van de deelnemers over het gevoerde beleid, onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag. 2. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast in het jaar volgende op het jaar waarop ze betrekking hebben.

De jaarrekening betreft alle baten en lasten van het samenwerkingsverband. 3. In de jaarrekening wordt voor elk van de deelnemers het over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde aandeel opgenomen. Dit aandeel wordt bepaald aan de hand van de werkelijke exploitatiekosten van het openbaar lichaam en de aangeleverde hoeveelheden afvalstoffen. 4. Binnen twee maanden na vaststelling van de jaarrekening vindt verrekening plaats van het verschil tussen het, op grond van de begroting betaalde en het op basis van de rekening verschuldigde bedrag. 5. Het dagelijks bestuur zendt voor 15 april van het jaar na afloop van dat waarvoor de jaarrekening dient, de voorlopige jaarrekening ter kennisneming aan de gemeenteraden van de deelnemers. 6. Het algemeen bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. 7. De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte

5

Artikel 38 Jaarrekening en jaarverslag 1. Het algemeen bestuur legt over elk begrotingsjaar verantwoording af aan de colleges van de deelnemers over het gevoerde beleid, onder overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag. 2. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast in het jaar volgende op het jaar waarop ze betrekking hebben. De jaarrekening betreft alle baten en lasten van het samenwerkingsverband. 3. In de jaarrekening wordt voor elk van de deelnemers het over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde aandeel opgenomen. Dit aandeel wordt bepaald aan de hand van de werkelijke exploitatiekosten van het openbaar lichaam en de aangeleverde hoeveelheden afvalstoffen. 4. Binnen twee maanden na vaststelling van de jaarrekening vindt verrekening plaats van het verschil tussen het, op grond van de begroting betaalde en het op basis van de rekening verschuldigde bedrag. 5. Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april van het jaar na afloop van dat waarvoor de jaarrekening dient, de voorlopige jaarrekening ter kennisneming aan de gemeenteraden van de deelnemers. 6. Het algemeen bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. 7.

De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte

gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

Artikel 39 Toetreding 1. Het college van een gemeente dat wenst toe te treden, dient hiertoe een verzoek in bij het algemeen bestuur. Het college voegt hierbij het besluit tot toestemming van de gemeenteraad als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Toetreding kan geschieden nadat de colleges van de deelnemers en het toetredende college hiertoe eensluidend hebben besloten. 3. Het algemeen bestuur kan algemene en specifieke regels stellen omtrent toetreding. Het besluit hiertoe wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde gedeelten van de uitgebrachte stemmen.

Artikel 41 Toetreding 1. Het college van een gemeente dat wenst toe te treden, dient hiertoe een verzoek in bij het algemeen bestuur. Het college voegt hierbij het besluit tot toestemming van de gemeenteraad als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2 Een ontwerptoetredingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerptoetredingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. 3. Toetreding kan geschieden nadat de colleges van de deelnemers en het toetredende college hiertoe eensluidend hebben besloten. 4. Het algemeen bestuur kan algemene en specifieke regels stellen omtrent toetreding. Het besluit hiertoe wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde gedeelten van de uitgebrachte stemmen.

Artikel 40 Uittreding 1. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen. Gedurende drie jaar na de datum van toetreding tot de regeling is uittreding niet mogelijk. 2. Het college dat wil uittreden brengt zijn voornemen daartoe bij aangetekende schrijven ter kennis van het algemeen bestuur. 3. Alle kosten die de uittreding met zich meebrengt zijn voor rekening van het uittredende college. 4. Het algemeen bestuur bepaalt de hoogte van de uittredingssom bij besluit genomen met een meerderheid van ten minste twee derde gedeelten van de uitgebrachte stemmen. 5. Het algemeen bestuur kan zich bij het bepalen van de uittredingssom laten adviseren door een extern deskundige. 6. Het algemeen bestuur regelt de overige gevolgen van de uittreding.

Artikel 42 Uittreding 1. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen. Gedurende drie jaar na de datum van toetreding tot de regeling is uittreding niet mogelijk. 2. Het college dat wil uittreden brengt zijn voornemen daartoe bij aangetekende schrijven ter kennis van het algemeen bestuur. 3 Een ontwerpuittredingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerpuittredingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. 4. Alle kosten die de uittreding met zich meebrengt zijn voor rekening van het uittredende college. 5. Het algemeen bestuur bepaalt de hoogte van de uittredingssom bij besluit genomen met een meerderheid van ten minste twee derde gedeelten van de uitgebrachte stemmen. 6. Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele

6

baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom. 7. De voorlopige respectievelijk definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. De frictiekosten en desintegratiekosten worden berekend op basis van de principes van goed koopmanschap en de principes van accounting. 8. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer. 9. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 10.Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op kosten te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan binnen een periode van 5 jaar vanaf het moment van uittreding als direct gevolg van de uittreding.

11.Het algemeen bestuur kan zich bij het bepalen van de uittredingssom laten adviseren door een extern deskundige. 12.Het algemeen bestuur regelt de overige gevolgen van de uittreding. 13.De Uittredingsregeling AVU 2020, dan wel hierop volgende uittredingsregelingen zijn van toepassing. Artikel 41 Wijziging Artikel 43 Wijziging 1. Het algemeen bestuur kan op eigen initiatief of op 1. Het algemeen bestuur kan op eigen initiatief of op verzoek van één of meer colleges van de verzoek van één of meer colleges van de deelnemers wijziging van deze regeling deelnemers wijziging van deze regeling voorstellen. voorstellen. 2. Het algemeen bestuur zendt het 2 Een ontwerpwijzigingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit wijzigingsvoorstel aan de colleges van de vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers. deelnemers toegezonden. De gemeenteraden 3. Wijziging van de regeling vindt plaats indien worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen daartoe wordt besloten door ten minste twee derde van de colleges van de deelnemers. 7

op het ontwerpwijzigingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. 3. Het algemeen bestuur zendt het wijzigingsvoorstel aan de colleges van de deelnemers. 4. Wijziging van de regeling vindt plaats indien daartoe wordt besloten door ten minste twee derde van de colleges van de deelnemers.

8

Notitie zienswijzen gemeenteraden op het ontwerp-wijzigingsvoorstel GR AVU Aan de Colleges van Burgemeester en wethouders van de AVU-gemeenten Soest, 31 mei 2023 Geacht College, Per 1 juli 2022 is de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. In deze wet is onder andere vastgelegd welke procedure moet worden gevolgd ten aanzien van ingediende zienswijzen op het ontwerp-wijzigingsvoorstel GR AVU. Het Dagelijks Bestuur reageert op de ingebrachte zienswijzen en stuurt deze reacties uit naar alle colleges, met het verzoek deze aan te bieden aan de gemeenteraden. Tevens worden de reacties van het Dagelijks Bestuur gevoegd bij het voorstel aan het Algemeen Bestuur betreffende het vaststellen van het wijzigingsvoorstel GR AVU en wordt in het voorstel aangegeven hoe de zienswijzen zijn verwerkt. Reacties van de gemeenten De gemeenteraden zijn verzocht om zienswijzen op het ontwerp-wijzigingsvoorstel voor 1 februari 2023 in te dienen dan wel te laten weten geen zienswijze te zullen indienen. In een enkel geval is uitstel gevraagd met één maand. Van de 25 deelnemende gemeenten hebben er 16 van deze mogelijkheid gebruik gemaakt, te weten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, De Bilt, Houten, Leusden, Lopik, Oudewater, Soest, Stichtse Vecht, Renswoude, Utrechtse Heuvelrug, Utrecht, Veenendaal, Woerden en Wijk bij Duurstede.

De reacties van de genoemde gemeenten zijn instemmend. De gemeenten Houten, Utrecht en Veenendaal hebben behalve de instemmende reactie ook zienswijzen ingediend. Zienswijzen Houten en Utrecht De raden van de gemeenten Houten en Utrecht onderstrepen met de ingediende zienswijze de door de AVU voorgestelde wijzigingen inhoudelijk en de gevolgde procedure. Wel benadrukken de raden dat de betrokkenheid van de gemeenteraden bij belangrijke besluiten zoals de aanbesteding van de hoofdstromen of besluiten met een groot effect op de transitie naar de circulaire economie, ook in de toekomst moet zijn gewaarborgd. Veenendaal De Raad van de gemeente Veenendaal wenst: a. in de artikelen 15 en 23 een nadere invulling van de afspraken over de wijze waarop informatie wordt aangeleverd; b. in artikel 40, vernummerd 42, een nadere invulling van de afspraken over de gevolgen van uittreding. Voorstel: De Raad van de gemeente Veenendaal stelt voor: a. om de artikelen 15 en 23 aan te vullen met de tekst uit de model-raadsbrief “Informeel organiseert de AVU raadsinformatiebijeenkomsten wanneer er belangrijke besluiten moeten worden genomen

1

Lange Brinkwerk 81 3764 AB Soest tel. 035-6032303

en voorziet de AVU de raden ongevraagd en desgewenst van informatie door middel van notities en presentaties. b. te onderzoeken of het voldoende is om de uittredingsregeling AVU 2020 als bijlage bij de GR AVU te voegen waardoor afspraken vastliggen over de gevolgen van uittreding. Reactie op de zienswijzen Ten aanzien van de zienswijzen van de gemeenteraden van Houten en Utrecht; In essentie is de AVU een collegeregeling en informeert de raden via de colleges van de deelnemende gemeenten. In de GR is tevens vastgelegd dat de begroting voor het indienen van zienswijzen en de concept-jaarstukken ter informatie aan de raden dienen te worden voorgelegd. Wanneer het Algemeen Bestuur van mening is dat andere informatie met de gemeenteraden dient te worden gedeeld c.q. de gemeenteraden dienen te worden betrokken in het besluitvormingsproces, zal dit bestuur daartoe besluiten. ➢ Omdat de afzonderlijke leden van het Algemeen Bestuur zoals is vastgelegd in artikel 15 lid 7 om informatie kunnen verzoeken, hoeft dit niet nader in de GR AVU te worden omschreven. De wijze waarop de informatie wordt verstrekt, kan door de afzonderlijke leden van het Algemeen Bestuur worden voorgesteld, doch wordt bepaald door het Algemeen Bestuur. ➢ Aanbestedingen behoren tot de uitvoerende taken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=48e022e5-2c85-48d7-b03d-da923ce520b4