CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 7 september 2023, gemeente Utrecht36.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bundel - Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen van 7 september 2023 1 2 3

3.1 3.2

3.3

3.4

3.5 3.6 4

5 6

Opening Vaststellen van de agenda van 7 september 2023 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Behandelvoorraad PROCEDUREEL Commissie EDVW 7 september 2023 Ingekomen agenderingen Commissie EDVW PROCEDUREEL 7 september 2023 Raadsvoorstel Startnotitie Klimaatvisie Utrecht Startnotitie klimaatvisie gemeente Utrecht Raadsvoorstel Startnotitie Klimaatvisie Utrecht Raadsvoorstel Toestemming wijziging Gemeenschappelijke Regeling AVU Dossier 3574 voorblad Raadsvoorstel Toestemming wijziging Gemeenschappelijke Regeling AVU Concept-Wijzigingsbesluit GR-AVU Notitie vervolgprocedure wijziging GR AVU Was-wordt gewijzigde artikelen GR AVU 2018 Notitie zienswijzen gemeenteraden wijziging GR AVU Raadsvoorstel Vaststelling Integraal Programma van Eisen gebiedsontwikkeling Ockhuizen en verruiming van de algemene verklaring van geen bedenkingen voor zonne-energieproject OcK-Zon Dossier 3510 voorblad Raadsvoorstel ‘Vaststelling Integraal Programma van Eisen (IPvE) gebiedsontwikkeling Ockhuizen en verruiming algemene verklaring van geen bedenkingen (AVVGB) voor zonne-energieproject OcK-Zon’ IPvE

gebiedsontwikkeling Ockhuizen Bijlagenbundel IPvE gebiedsontwikkeling Ockhuizen.pdf Besluit tot wijziging AVVGB zonneveldproject Ockhuizen (Ock-Zon) - DROP (3) Reactienota Ockhuizen vaststelling IPvE Bijlage Zienswijzen Verslag bijeenkomst direct omwonende 120420022.pdf Beantwoording vragen gebiedsontwikkeling Ockhuizen bewonersbijeenkomst 12 april.docx Verslag meedenksessie gebiedsinrichting Ockhuizen 19 april.pdf Raadsvoorstel Wijziging Verordening leegstand, verhogen boetebedragen bij overtreden van de meldplicht Raadsvoorstel Wijziging Verordening leegstand, verhogen boetebedragen bij overtreden van de meldplicht Wijzigingsbesluit Verordening Leegstand gemeente Utrecht - DROP Verordening leegstand gemeente Utrecht (Wijzigingen bijgehouden) Het kraakbeleid in Utrecht, met als specifieke aanleiding de kraak aan de Croeselaan Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Raadsbrieven cie EDVW 26 mei tm 31 augustus Verslagen Ter vaststelling: Conceptverslag vergadering 1 juni 2023 Conceptverslag geheime vergadering 1 juni 2023 Conceptverslag vergadering 15 juni 2023 2023.06.01 Conceptverslag commissie EDVW 2023.06.15 Conceptverslag commissie EDVW Toezeggingen/Moties Ter vaststelling. Toezeggingenlijst cie EDVW 31 augustus 2023 Ingekomen stukken Geen.

8

9

10

Wethouder: Oosters, beleidsterrein: Milieu en Emissieloos vervoer Indicatieve behandeltijd: 120 minuten Initiatiefnemers zijn Rachel Heijne (GroenLinks) en Anne Sasbrink (PvdD, vanwege verlof vervangen door Louise de Vries) In de huidige Algemene Plaatselijke Verordening is in artikel 5:17 een verbod opgenomen om in de open lucht (‘buiten inrichtingen’) vuur te stoken. Daarbij zijn uitzonderingsbepalingen opgenomen, voor kaarsen, fakkels, sfeervuren en vuur voor koken, bakken en braden. Door in artikel 5:17 de uitzonderingen (lid 2) aan te passen, wordt het daarin genoemde verbod om buitenshuis te stoken uitgebreid. Deze verbreding is noodzakelijk om de luchtkwaliteit te verbeteren en daarmee de gezondheid van inwoners, ondernemers en bezoekers in Utrecht te beschermen tegen de schadelijke uitstoot van de genoemde verbrandingsvormen. Tevens wordt met dit voorstel besloten over de aanpassing van de Algemene Plaatselijke Verordening te communiceren met een communicatiecampagne gericht op bewustwording van de schade van houtstook in de buitenruimte voor gezondheid en milieu.

Wijzigingsbesluit behorende bij initiatiefvoorstel 1 juni DEF.docx.pdf Initiatiefvoorstel Aanpak houtstook de volgende stap naar schone lucht.docx.pdf Raadsbrief Initiatiefvoorstel aanpak houtstook Raadsbrief Uitvoering motie Groene Verantwoordingsdag Wethouder: Oosters, beleidsterrein: Milieu en Emissieloos Vervoer Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Geagendeerd door Jantine Zwinkels (CDA), Charlotte Passier (Volt), Maarten van Heuven (PvdD) Vorig jaar is de motie van CDA Utrecht rondom het instellen van een Groene Verantwoordingsdag, gekoppeld aan de begrotingscyclus, overgenomen door de wethouder. In de eerste helft van 2023 heeft overleg plaatsgevonden tussen enkele raadsleden, de griffie en ambtenaren om na te gaan hoe zo’n dag eruit kan zien en wanneer de eerste editie georganiseerd kan worden. De agenderende fracties (CDA Utrecht, PvdD Utrecht en Volt Utrecht) zijn in afwachting van een initiatief (stap naar voren van) de wethouder, maar de gemeenteraad ontving vlak voor het reces een teleurstellende raadsbrief van het college waarin de bal wederom bij de raad wordt gelegd. De partijen snappen niet goed waar deze houding en reactie van het college vandaan komt.

Om die reden willen zij in debat gaan over de stand van zaken en de plannen van het college om invulling te geven aan de motie, zodat snel meer duidelijkheid komt (over de planning), voorbereidingen gestart gaan worden en we verdere vertraging voorkomen. Zij willen weten welke voorbereidingen tot nu toe ook al getroffen zijn door het college. Tot slot is ook nog bij de laatste Voorjaarsnota een motie ingediend door bovengenoemde fracties om een startbudget vrij te maken en zo nóg een extra aanmoediging én financiële mogelijkheden te geven aan het college. Dossier 3515 voorblad Raadsbrief Uitvoering motie Groene Verantwoordingsdag.pdf Raadsbrief Update businesscase Magazijn De Zon Wethouder: De Vries, beleidsterrein: Vastgoed Indicatieve behandeltijd: 90 minuten Geagendeerd door Gertjan te Hoonte (VVD) Met de voorjaarsnota heeft de raad geld gereserveerd voor Magazijn de Zon. De wethouder heeft toegezegd de raad in staat te stellen het voorstel ook inhoudelijk te bespreken. In de commissie wil de fractie van de VVD in gesprek over de businesscase, de investeringskostenraming, het inhoudelijke plan en de financiële effecten op de begroting van de gemeente Utrecht. Op basis hiervan zullen partijen zich uitspreken of zij zich kunnen vinden in de voorgenomen plannen of (op punten) nog aanpassingen wensen.

Dossier 3588 voorblad Raadsbrief Update businesscase Magazijn De Zon Makkelijker maken om warmtepompen te plaatsen Wethouder: Van Hooijdonk, beleidsterrein: Energie en Klimaat Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Geagendeerd door Ralph Peters (D66), Gertjan te Hoonte (VVD), Kirsten Alblas (ChristenUnie), Veerle Smit (Volt), Gert Dijkstra (EenUtrecht) Steeds meer Utrechters gaan voortvarend aan de slag om hun woningen te verduurzamen met een warmtepomp. De agenderende fracties krijgen het signaal dat inwoners regelmatig tegen allerlei obstakels in regelgeving aanlopen, waar ze op voorhand niet goed van op de hoogte waren. Tijdens dit debat willen de agenderende fracties met elkaar en het college in gesprek om te kijken hoe en of we deze belemmeringen zoveel mogelijk weg kunnen nemen en het voor inwoners zo makkelijk mogelijk kunnen maken om een warmtepomp te plaatsen.

Behandelvoorraad Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid Vastgoed en Wonen PROCEDUREEL te bespreken bij de commissie van 7 september 2023 Energie en Klimaat, Circulaire Economie, Milieu en Emissieloos vervoer, Vastgoed, Wonen en Volkshuisvesting, Wijk- en Buurtaanpak, Samen voor Overvecht Wethouder Streefland Raadsbrief Voortgangsrapportage Samen voor Overvecht (CDA, mede geagendeerd GL, PvdA, VVD, Denk, D66, Utrecht Solidair, Volt, PvdD en CU). Op 26 september wordt er op verzoek van CDA en D66 een RIB van 90 minuten op locatie georganiseerd.

RIB 26 september op locatie en agendering cie 5 oktober met een voorgestelde behandeltijd van 90 min. Aangekondigd in de veegcie van 15 juni.

Wethouder Oosters Herontwikkeling Thomas à Kempisplantsoen (D66)

Aangekondigd door raadslid Vasters in de cie van 1 juni. Raadsbrief ontvangen op 5 juli. Is er (nog) behoefte aan agendering?

Wethouder Schilderman Raadsvoorstel Toestemming wijziging Gemeenschappelijke Regeling AVU

Wethouder Van Hooijdonk Raadsvoorstel Vaststelling Integraal Programma van Eisen (IPvE) gebiedsontwikkeling Ockhuizen en verruiming algemene verklaring van geen bedenkingen (AVVGB) voor zonne-energieproject OcK-Zon

Wethouder Van Hooijdonk Raadsvoorstel startnotitie klimaatvisie Utrecht

Agendering cie 5 oktober met een voorgestelde behandeltijd van 15 min.

Agendering cie 5 oktober met een voorgestelde behandeltijd van 30 min.

Agendering cie 5 oktober met een voorgestelde

behandeltijd van 60 min.

Wethouder De Vries Raadsvoorstel Wijziging Verordening leegstand, verhogen boetebedragen bij overtreden van de meldplicht.

Wethouder De Vries en burgemeester Dijksma Het kraakbeleid in Utrecht, met als specifieke aanleiding de kraak aan de Croeselaan. Geagendeerd door Tess Meerding (VVD), David Bosch (PVV), Miraç Usta (DENK), Xenia Minnaert (PvdD), Cees Bos (SBU), Jantine Zwinkels (CDA), Maarten Koning (D66), Yvonne Hessel (US), Pepijn Zwanenberg (GL), Rik van der Graaf (CU), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Annemarijn Oudejans (S&S) en Myrthe Minnaert (BIJ1).

Agendering cie 5 oktober met een voorgestelde behandeltijd van 15 min.

Agendering cie 5 oktober met een voorgestelde behandeltijd van 120 min.

Commissie EDVW 2023 • 5 oktober • 23 november • 21 december RIB EDVW 2023 • 26 september: 1 RIB op locatie ingepland. • 14 november • 12 december

Dagdelen commissie

Ochtend 10.00 - 13.00 uur (180 min - 30 min opening = 150 min beschikbaar) Middag 14.00 uur - 16.45 uur (165 min beschikbaar) Avond 20.00 – 23.00 uur (180 min beschikbaar)

Agenderingen Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Vast te stellen op 7 september 2023

Stukken afkomstig van het college Datum: 7-7-2023 Met het vaststellen van de startnotitie klimaatvisie geeft de raad de opdracht aan het college voor het Soort stuk: Raadsvoorstel uitwerken van een klimaatvisie binnen de kaders die in de startnotitie klimaatvisie startnotie klimaatvisie zijn opgenomen. Utrecht

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 5 oktober 2023 2. Tijd: 60 minuten

Wethouder: Lot van Hooijdonk Beleidsterrein: Energie en Klimaat Commissiegriffier: Mariska de Vos Datum: 29-8-2023 Soort stuk: Raadsvoorstel Toestemming wijziging Gemeenschappelijke Regeling AVU Wethouder: Susanne Schilderman Beleidsterrein: Circulaire economie Commissiegriffier: Mariska de Vos

Met de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling AVU (GR AVU) wordt voldaan aan de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Daarnaast worden wijzigingen doorgevoerd n.a.v. de uittreding van de gemeente Vijfherenlanden, het ingaan de nieuwe rechtspositie van ambtenaren per 1 januari 2020 en het van kracht worden van de Wet Open Overheid per 1 mei 2022.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 5 oktober 2023 2. Tijd: 15 minuten NB. Gelet op de beperkte reikwijdte van het voorstel wordt de commissie in overweging meegegeven het raadsvoorstel rechtstreeks als A-punt door te geleiden naar de raadsvergadering.

Datum: 30-8-2023 Soort stuk: Raadsvoorstel Vaststelling Integraal Programma van Eisen gebiedsontwikkeling Ockhuizen en verruiming van de algemene verklaring van geen bedenkingen voor zonne-energieproject OcK-Zon

Voorgesteld wordt om het zonne-energieproject OcK-Zon in Ockhuizen op te nemen in de Algemene verklaring van geen bedenkingen. Voor dit zonneveldproject kan daardoor besluitvorming plaatsvinden via de procedure voor een omgevingsvergunning met afwijking van het bestemmingsplan (ook bekend als afwijkingsbesluit). Hierdoor is de omgevingsvergunningenprocedure voor het project -dat binnen het voorgestelde IPvE past- sneller te behandelen en draagt bij aan de realisatie van de energieambities van de gemeente Utrecht.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 5 oktober 2023 2. Tijd: 30 minuten

Met het raadsvoorstel wordt voorgesteld om in de leegstandverordening de boetebedragen voor het overtreden van de meldplicht te verhogen conform de overgenomen motie M2023/206. De intentie is dat de boetebedragen worden gewijzigd voordat de eerste controles plaatsvinden en de handhaving start in april 2024.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 5 oktober 2023 2. Tijd: 15 minuten

Wethouder: Lot van Hooijdonk Beleidsterrein: Energie Commissiegriffier: Mariska de Vos Datum: 5-9-2023 Soort stuk: Raadsvoorstel Wijziging Verordening leegstand, verhogen boetebedragen bij overtreden van de meldplicht Wethouder: Dennis de Vries Beleidsterrein: Wonen en Volkshuisvesting

NB. Gelet op de beperkte reikwijdte van het voorstel wordt de commissie in overweging meegegeven het raadsvoorstel rechtstreeks als A-punt door te geleiden naar de raadsvergadering.

Commissiegriffier: Mariska de Vos

2

Stukken afkomstig van commissieleden Datum: 1-9-2023 Geagendeerd door Tess Meerding (VVD), David Bosch (PVV), Mirac Usta (DENK), Xenia Minnaert (PvdD), Cees Bos (SBU), Soort stuk: Bespreken Jantine Zwinkels (CDA), Maarten Koning (D66), Yvonne Hessel kraakbeleid in Utrecht (US), Pepijn Zwanenberg (GroenLinks), Rik van der Graaf (ChristenUnie), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Annemarijn Wethouder: Dennis de Vries Oudejans (Student & Starter) en Myrthe Minnaert (BIJ1) Beleidsterrein: Wonen en Volkshuisvesting Commissiegriffier: Mariska de Vos

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 5 oktober 2023 2. Tijd: 120 minuten

Op 13 augustus jl. zijn 4 panden aan de Croeselaan gekraakt. De panden zijn in eigendom van de gemeente en zijn bestemd om statushouders te huisvesten. De kraakactie is veelvuldig in de media geweest, ook is er op 18 augustus en 23 augustus een raadsbrief naar de gemeenteraad gestuurd en hebben verschillende politieke partijen vragen gesteld. Het college heeft in de eerste instantie op deze kraakactie gereageerd door met de krakers in gesprek te gaan, uiteindelijk is er aangifte gedaan en is een rechtszaak opgestart. De krakers hebben inmiddels aangegeven de panden vrijwillig te zullen verlaten. De fracties willen in debat over deze kraakactie in het bijzonder en het kraakbeleid van de gemeente Utrecht naar de toekomst toe. Daarbij willen zij onder andere ingaan op het verloop van deze kraakactie, de rol van de gemeente Utrecht hierin en de informatievoorziening vanuit het college. Vanwege de overlap in portefeuilles wordt gevraagd om zowel de aanwezigheid van wethouder De Vries als van burgemeester Dijksma.

3

Startnotitie klimaatvisie 26 juni 2023

Inhoudsopgave 1.

Inleiding............................................................................................................................2

2.

De opgave.........................................................................................................................2

3.

Uitgangspunten en leidende principes...............................................................................4

4.

Scope van de klimaatvisie..................................................................................................4

5.

Scoring van maatregelen, monitoring en sturing ...............................................................5

6.

Opbouw klimaatvisie .........................................................................................................8

7.

Zoekgebieden duurzame energie opwek ...........................................................................8

8.

Participatie ........................................................................................................................9

Pagina 1

1.

Inleiding

Achtergrond en context In het coalitieakkoord 2022-2026 staat dat de gemeente Utrecht een klimaatvisie gaat opstellen waarin zij ambities en doelstellingen formuleert en kaders stelt en richting geeft hoe daartoe te komen. De klimaatvisie laat zien op welke wijze de gemeente, bewoners en bedrijven samenwerken om zo snel en zoveel mogelijk CO2-uitstoot te reduceren. Klimaatneutraliteit kunnen we daarbij binnen de stadsgrenzen niet bereiken, we zullen de regio nodig hebben om bijvoorbeeld voldoende opwek van duurzame energie (met name elektriciteit) te realiseren. Deze startnotitie beschrijft de uitgangspunten om te komen tot de klimaatvisie. Met het vaststellen ervan geeft de Raad de bestuurlijke opdracht om te komen tot de klimaatvisie binnen de kaders zoals in deze startnotitie beschreven. Doelstelling klimaatvisie Werken aan klimaatdoelstellingen omvat een breed palet aan beleidsonderwerpen – van energie, tot voedsel en van mobiliteit tot materiaalgebruik – en raakt daarmee vele partijen in de stad en de meeste geledingen van de gemeentelijke organisatie; het fysieke, economische en sociale domein, de inkoop, het gemeentelijk vastgoed en de eigen bedrijfsvoering. Daarnaast heeft de gemeente via haar beleidsinstrumentarium invloed op de werkwijzen van partijen in de stad en daarmee op het realiseren van klimaatdoelstellingen.

Met de klimaatvisie willen we de ambitie vaststellen en via transitiepaden de klimaatroute uitstippelen en daarmee richting geven aan de gezamenlijke klimaatinspanning die de gemeente kan, wil en moet leveren binnen deze onderwerpen en domeinen. De klimaatvisie heeft een verbindende werking voor de verschillende beleidsonderwerpen, partijen in de stad en gemeentelijke organisatieonderdelen en geeft kaders en leidende principes waarbinnen- en waarlangs activiteiten verder worden vormgegeven en uitgevoerd. visie of beleidsnota De uitwerking van startnotitie naar een klimaatvisie wordt gebaseerd op de Handleiding Beleidsnota standaard voor de beleidscyclus (sturen en verantwoorden). Op grond daarvan wordt bepaald of de uitwerking van de leidende principes en uitgangspunten volledig valt onder een visie of dat delen daarvan landen in een beleidsnota.

2.

De opgave

Ambitie De gemeente werkt aan reductie van broeikasgassen via een eerlijke en inclusieve klimaattransitie die rekening houdt met de mogelijkheden en beperkingen van alle betrokkenen. Daarbij is de focus gericht op het zoveel en zo snel mogelijk reduceren van CO2 en CO2 equivalenten omdat dat de belangrijkste veroorzaker van klimaatverandering is. Er zijn beperkingen omdat de invloed van de gemeente niet overal even groot is en omdat de fysieke ruimte en mogelijkheden voor duurzame energiebronnen binnen de gemeentegrenzen beperkt zijn. We werken daarom samen met bewoners, bedrijven, ondernemers, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen (door te participeren in onderzoeksprogramma’s) en de regio. We zoeken in de klimaatvisie de grens op van welke maatregelen maatschappelijk aanvaardbaar zijn, en we streven naar een zo groot en snel mogelijke reductie van de CO2-uitstoot. Dit kan in directe zin, bijvoorbeeld door de vermindering van gebruik van fossiele brandstoffen, of in indirecte zin door het verminderen van gebruik van producten of grondstoffen waarbij bij de productie ervan (veel) CO2 vrijkomt. De focus op CO2 en CO2 equivalenten stelt ons in staat om op een eenduidige wijze monitoring en sturing op de ambitie in te richten. CO2-uitstoot in de stad In 2022 was de CO2-uitstoot in scope 1 en 2 (zie kader) in de stad 1,1 mln. ton (duurzaamheidsverslag).

In die uitstoot zitten elektriciteit-, gas- en warmtegebruik en uitstoot door mobiliteit, exclusief snelwegen (zie onderstaande grafiek). We verkennen of er nog sectoren of emissies toegevoegd moeten worden waardoor dit getal moet worden bijgesteld. We analyseren wat de bijdragen vanuit de Pagina 2

verschillende sectoren aan deze uitstoot is en welke effecten maatregelen hebben om tot reductie te komen. CO2-uitstoot gemeentelijke organisatie De eigen organisatie van de gemeente heeft een jaarlijkse CO2-uitstoot (scope 1 en 2) van in totaal rond de 4.000 ton (duurzaamheidsverslag). Hierin zit o.a. het energieverbruik in gemeentelijk vastgoed. De scope 3-emissies zijn lastig te berekenen en zijn geen onderdeel van het duurzaamheidsverslag. Uitgaande van het bedrag aan ingekochte producten en diensten in 2022 van € 750 mln. komen we bij benadering op een uitstoot van 200.000 ton CO2 voor scope 3-emissies (RIVM, milieu impact van inkoop door Nederlandse overheden). Ook voor scope 3-emissies verkennen we of we dit getal kunnen aanscherpen en verbreden naar andere sectoren in de stad.

Definitie van scope 1, 2 en 3 emissies Scope 1-emissies zijn directe emissies die ontstaan door de activiteiten van een organisatie. Een voorbeelden hiervan is de uitstoot van verbranding van fossiele brandstoffen in bedrijfsvoertuigen. Scope 2-emissies zijn indirecte emissies die ontstaan door de opwekking van bijvoorbeeld elektriciteit, warmte en koeling in installaties die níet tot de eigen onderneming behoren, maar die door de organisatie worden ingekocht en gebruikt. Scope 3-emissies zijn de indirecte emissies die ontstaan door activiteiten die buiten de operationele controle van een organisatie vallen. Deze emissies hebben betrekking op de hele waardeketen van de organisatie en omvatten onder andere emissies van toeleveringsketens, afvalverwijdering, en transport en distributie van producten.

Vanuit de uitstoot in de stad en uitstoot door de gemeentelijke organisatie kijken we welke maatregelen (op hoofdlijnen) we als stad willen treffen. In de klimaatvisie werken we uit hoever we kunnen komen binnen de stadsgrenzen en wat er elders moet gebeuren om de doelstellingen te bereiken en hoe we de omgeving hierin gaan betrekken.

Verdeling van CO2-uitstoot in de stad over verschillende toepassingen (bron: duurzaamheidsverslag 2022 gemeente Utrecht)

3.

Uitgangspunten en leidende principes

Bij de totstandkoming van de klimaatvisie gebruiken we de volgende leidende principes en uitgangspunten: Leidende principes 1. 2.

Klimaatdoelen realiseren we met alle geledingen van de gemeente en met inwoners, bedrijven en organisaties in de stad en de regio. De klimaatvisie sluit ten minste aan bij nationale doelstellingen, we maken de ambitie concreet en versnellen waar mogelijk.

Pagina 3

3. 4. 5.

Maximale CO2-reductie vindt plaats tegen acceptabele kosten en acceptabele maatschappelijke impact, we zoeken in de klimaatvisie de grens op van welke maatregelen aanvaardbare kosten hebben en maatschappelijk aanvaardbaar zijn. We geven invulling aan randvoorwaarden die cruciaal zijn om onze doelen te behalen ook al resulteren deze niet direct in CO2-reductie. Denk aan draagvlak en samenwerking, kennisontwikkeling en kennisuitwisseling, capaciteit en financiën. Bij de weging van maatregelen houden we rekening met de impact op kwetsbare inwoners en buurten in de stad en geven we daar waar relevant richting aan hoe we ongelijk kunnen investeren voor gelijke kansen1.

Uitgangspunten 1. 2. 3.

4.

Bij de totstandkoming van de visie horen we de belangen en voorkeuren van partijen in de stad. Om geen dingen dubbel te doen sluiten we aan bij bestaand beleid, waar aanscherpingen nodig zijn doen we daarvoor voorstellen. Het vaststellen van de zoekgebieden opwek duurzame energie laten we parallel lopen met het vaststellen van de klimaatvisie. De resultaten uit het traject van vaststellen zoekgebieden worden verankerd in de klimaatvisie.

Scope van de klimaatvisie

De klimaatvisie is afgebakend op klimaatmitigatie, er is al een Visie Klimaatadaptatie. Dat betekent dat de klimaatvisie is gericht op CO2-reductie, inclusief CO2 equivalenten en op die onderwerpen die een belangrijke bijdrage hebben in de CO2-uitstoot in de stad. We kijken daarbij naar scope 1- en scope 2 emissies en waar mogelijk ook scope 3 emissies. Deze onderwerpen werken we in de klimaatvisie uit in transitiepaden. Het gaat dan in ieder geval om: 1. Energie: het transitiepad Energie baseren we op de energievisie die wordt opgesteld. Onderwerpen die daarin zijn opgenomen zijn duurzame opwek, infrastructuur op orde, aardgasvrije gebouwde omgeving en energiezuinige gebouwen. We bouwen voort op bestaand beleid zoals de Transitievisie Warmte, Aanpak Zon op Dak en Energiebesparing. De bevindingen uit het reeds voltooide participatietraject voor Energie nemen we mee in de klimaatvisie. Parallel aan het opstellen van de klimaatvisie wordt gewerkt aan een visie voor het energiesysteem van de toekomst; hoe ziet dit systeem er fysiek uit en welke partijen spelen daarin welke rol? We verkennen de mogelijkheden om beide visie elkaar te laten versterken.

In het transitiepad Energie verwerken we ook eerdere toezeggingen aan de Raad: 1) zoekgebieden opwek duurzame energie (zie hoofdstuk 7), 2) zon- en wind energie ten minste 50% lokaal eigendom, 3) energieopslag en 4) CO2-uitstoot door grote bedrijven. 2. Mobiliteit: op 15 juli 2021 heeft de Raad het Mobiliteitsplan 2040 vastgesteld. Dit plan voorziet met name in een visie op duurzame bereikbaarheid binnen de groeiende stad. Klimaat is niet expliciet opgenomen in het beleidsplan. In de klimaatvisie bekijken we dit onderwerp vanuit klimaatperspectief en geven we aan welke maatregelen vanuit Mobiliteit aanvullend nodig zijn om zoveel en zo snel mogelijk CO2 emissies te reduceren. 3. (Voedsel)consumptie: we sluiten aan bij de Utrechtse Voedselagenda, een visie in wording, en verkennen de mogelijkheden van CO2-reductie binnen die agenda. Ook kijken we naar consumptie in bredere zin en wat de gemeente kan doen om het consumerend gedrag en de leefstijl van bewoners en partijen te beïnvloeden. We beseffen dat op dit terrein nog veel te doen is, maar we zetten in de klimaatvisie hiervoor de eerste stappen.

Sommige bewoners of buurten zijn kwetsbaarder en ondervinden meer nadelige gevolgen van maatregelen of profiteren minder van de kansen die de klimaattransitie biedt. We zetten ons in voor een zo rechtvaardig mogelijke overgang naar een klimaatneutrale stad waarin alle Utrechters mee kunnen en hebben daarbij oog voor een verdeling van de lasten naar draagkracht. 1

Pagina 4

4. Luchtkwaliteit: de beleidsnota luchtkwaliteit is in ontwikkeling en wordt volgens planning in Q4 2023 door de Raad vastgesteld. We stemmen de klimaatvisie af op de beleidsnota luchtkwaliteit zodat deze elkaar versterken en we voorkomen dat maatregelen elkaar tegenwerken. 5. Circulaire economie: op dit moment wordt de Visie Utrecht Circulair ontwikkeld. We trekken parallel op met deze visie en borgen dat beide visies op elkaar aansluiten. We kijken met name naar de CO2impact van maatregelen (bijvoorbeeld reduceren van gebruik primaire grondstoffen en hergebruik van materialen) in de circulaire economie. 6. Gemeentelijke organisatie: in de klimaatvisie geven we aan op welke wijze de verschillende organisatieonderdelen van de gemeente kunnen bijdragen aan CO2-reductie. We kijken daarbij breed: naar het fysieke, economische, sociale domein maar ook naar ICT, facilitair, eigen vastgoed, maatschappelijke ondersteuning, inkoop etc. Het gaat daarbij om maatregelen die de gemeente zelf kan nemen en om het beïnvloeden van partijen in de stad via haar beleidsinstrumentarium. Daarnaast kan beïnvloeding plaatsvinden van partijen waarmee de gemeente nauw samenwerkt zoals bij Maatschappelijke Ondersteuning. 7. Sectoren: Belangrijke uitstoters van CO2 nemen we mee in de klimaatvisie en we verkennen de omvang van hun bijdrage en de maatregelen die kunnen worden genomen.

We denken op dit moment aan de bouwsector, de industrie en de landbouw. Verschillende maatregelen hebben niet direct of in beperkte mate invloed op het reduceren van CO2 maar hebben er wel een relatie mee zoals klimaatadaptatie of de vergroeningsambities. In de visie verkennen we ook deze maatregelen en leggen verbinding met de maatregelen die wel direct invloed hebben. De doelstellingen uit de klimaatvisie kunnen botsen met doelstellingen uit andere belangrijke thema’s, bijvoorbeeld woningbouw. We brengen deze conflicten in beeld zodat er afwegingen gemaakt kunnen worden. Ook gevolgen voor bijvoorbeeld de ondergrond worden in beeld gebracht. We komen met een voorstel waarin de Raad een keuze kan maken in de afweging tussen doelstellingen uit verschillende thema’s. De doelstellingen uit de klimaatvisie kunnen van invloed zijn (positief of negatief) op doelstellingen uit omgevingsvisies. In de klimaatvisie brengen we deze invloeden in beeld. De ruimtelijk relevante onderwerpen vanuit de klimaatvisie zullen een vertaling moeten krijgen in omgevingsvisies. We brengen in beeld wanneer hier sprake van is.

5.

Scoring van maatregelen, monitoring en sturing

Scoring van maatregelen De gemeente heeft niet altijd grip op de CO2-emissies in de stad, de invloed van de gemeente op het energieverbruik en verduurzaming door bewoners en partijen in de stad is beperkt. Ook zit er een beperking aan de beschikbare middelen. Het effect op CO2-reductie van de ene maatregel is groter dan de andere en de impact die een maatregel heeft op bewoners en partijen in de stad kan verschillen. Dit maakt het afwegen van maatregelen van belang om tot een maatregelenpakket te komen dat zoveel en zo snel mogelijke CO2 reduceert tegen acceptabele kosten en met acceptabele maatschappelijke impact. Er zal een afweging moeten plaatsvinden over wat wanneer op welke manier gedaan wordt. We scoren daarvoor de maatregelen op de volgende elementen: 1. Het effect van de maatregel op de CO2-reductie, gericht op scope 1- en scope 2 emissies en 2. 3.

waar mogelijk scope 3 emissies; De kosten van de maatregel; De uitvoerbaarheid van de maatregel;

4.

De impact van de maatregel op bewoners en bedrijven en welke sociale indicatoren we daarbij kunnen hanteren;

5.

De beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente op de maatregel. Pagina 5

Naast deze vijf elementen brengen we ook kwalitatief in beeld welke invloed de maatregel heeft op belangrijke ontwikkelingen en beleidskeuzes in de stad zoals woningbouw zodat dit meegewogen kan worden bij de samenstelling van het maatregelenpakket. De scoring van maatregelen gebruiken we om te komen tot een maatregelenpakket in de klimaatvisie: •

We ordenen de scoring van maatregelen in een tabel;

•

We visualiseren de scoring van een maatregel in een spiderweb diagram;

•

Op basis van het maatregelenpakket geven we aan hoeveel CO2 dat pakket reduceert.

Hieronder is daarvan een voorbeeld gegeven. Daarbij wordt opgemerkt dat de scoring van maatregelen een momentopname is. Het kan zijn dat door innovaties of door wijziging in regelgeving de scoring kan veranderen. Zo stijgt naar verwachting de invloed van de gemeente in het warmtedossier door de wijziging in de warmtewet en kunnen maatregelen voor warmtetransitie een andere plek in het web krijgen. Dit vereist dus een regelmatige actualisatie van de scoring van maatregelen. In de visie komen we met een voorstel voor de frequentie waarmee de visie wordt geactualiseerd.

Voorbeeld van scoringstabel en visuele weergave in een spiderweb diagram Vanuit de optelsom van maatregelen in een pakket, brengen we het CO2 reducerende effect van het maatregelenpakket in beeld (zie onderstaande voorbeeldgrafiek). Daarin zijn scenario’s denkbaar waarbij de samenstelling van maatregelen in het pakket en de snelheid van uitvoering van maatregelen de CO2reductie kunnen versnellen of vertragen (steilheid van de grafiek). Vanuit deze grafiek wordt zichtbaar snel hoeveel CO2-uitstoot gereduceerd kan worden binnen de stadsgrenzen en welk effect extra maatregelen kunnen hebben. Ook kan onderweg de klimaatroute worden bijgestuurd om extra te versnellen. Het college doet in de klimaatvisie een ambitieus voorstel voor een maatregelenpakket. We gaan daarin zover als maatschappelijk acceptabel is. In dit voorstel geven we ‘knoppen’ mee waar de Raad aan kan draaien, en daarmee de ‘zaaglijn’ tussen wat maatschappen acceptabel/onacceptabel is hoger of lager kan zetten. De Raad geeft daarmee richting aan de snelheid van CO2-reductie en de manier waarop dat wordt bereikt.

Pagina 6

Voorbeeld van CO2-reductie per maatregelenpakket Monitoring en sturing Met het vaststellen van de klimaatvisie zetten we de stip op de horizon en geven we richting aan hoe daar te komen. Vervolgens is monitoring van de voortgang en een systeem voor bijsturingsmogelijkheden van belang om blijvend te koersen op zoveel en zo snel mogelijke reductie van CO2-uitstoot. Vanuit de klimaatvisie richten we een passend monitoringsinstrument in en werken we een sturingsmodel uit, gebaseerd op het Utrechts Sturingsmodel. We verkennen daarbij op welke wijze we stakeholders in het sturingsmodel kunnen betrekken zodat we in gezamenlijkheid op maximale CO2reductie blijven sturen. In het sturingsmodel staat de opgave centraal. Sturing en beheersing van de opgave krijgt vorm in balans tussen vier kwadranten (zie onderstaande figuur). In de klimaatvisie werken we dit sturingsmodel verder uit en zetten we de kaders voor een monitoringsinstrument neer. CO2 is de grootste veroorzaker van klimaatverandering en we monitoren daarom op CO2 en CO2 equivalenten en we zorgen dat resultaten eenvoudig interpretabel zijn op een overzichtelijk dashboard.

De vier kwadranten van het Utrechts Sturingsmodel met de opgave centraal gesteld Pagina 7

6.

Opbouw klimaatvisie

Op basis van wat is beschreven in hoofdstuk 1-5 kent de klimaatvisie de volgende opbouw: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Schets van de klimaatopgave in de stad uitgedrukt in de jaarlijkse CO2-uitstoot. We brengen duidelijk in beeld waar nu de CO2 emissie plaatsvindt en hoe verschillende uitstoters zich tot elkaar verhouden. Dit geplaatst in regionaal, landelijk en internationaal perspectief. Visie van de gemeente op de doelstelling en de inzet ten aanzien van de klimaatproblematiek. Beschrijven van de thematische transitiepaden en de impact op het reduceren van CO2. Per transitiepad definiëren we maatregelen op hoofdlijnen waarin we beschrijven in welke richting de gemeente handelen (handelingsperspectief) om tot CO2-reductie te komen. Beschrijven van de scoringstabel en het scoren van de maatregelen. Ontwikkelen van een voorstel voor een afgewogen maatregelenpakket en de rol van de gemeente, de verschillende gemeentelijke organisaties en de partners in en om de stad. Uitwerking van leidende principes zoals participatie, klimaatrechtvaardigheid, financiering en regelgeving. Eerste aanzet voor de manier van monitoring en governance van de klimaatvisie zodat de uitgangspunten voor verdere uitwerking helder zijn. Deze uitwerking vindt plaats na vaststelling van de visie. Duiding van onderwerpen die na vaststelling van de visie verder moeten worden uitgewerkt in beleidsdocumenten en uitvoeringsprogramma’s (zoals verdere concretisering van maatregelen en een investeringsstrategie).

Het college legt met de klimaatvisie een voorstel voor een ambitieus maatregelenpakket voor aan de Raad en laat een aantal ‘knoppen’ zien waaraan gedraaid kan worden. We vragen de Raad hierin een keuze te maken die de richting van de klimaatvisie bepaalt. De Raad neemt daarbij geen beslissing over het uitvoeren van maatregelen. De Klimaatvisie wordt ontwikkeld in de tweede helft van 2023 en is begin 2024 afgerond. De visie komt tot stand door het verzamelen van gegevens, expert judgement en door het voeren van gesprekken met diverse partijen. In de periode augustus-oktober vindt er een participatietraject plaats. De uitkomsten ervan worden verwerkt in de klimaatvisie evenals uitkomsten van eerder participatietrajecten over onderwerpen die de klimaatvisie raken.

7.

Zoekgebieden duurzame energie opwek

Als we als stad onze klimaatambities willen realiseren, dan is het noodzakelijk dat we ook meer duurzame energie opwekken binnen onze eigen grenzen. We weten dus nu al dat duurzame opwek een maatregel zal zijn binnen het transitiepad Energie van de klimaatvisie. Tevens is in het coalitieakkoord ‘Investeren in Utrecht’ en de RSU 2040 vastgesteld dat de gemeente een stevig streven heeft naar het opwekken van duurzame energie binnen de gemeentegrenzen. In de zoekgebieden die gunstig uit het planMER komen, gaan we aan de slag met het opwekken van duurzame energie. Vandaar dat we “zoekgebieden” gelijktijdig bespreken met de klimaatvisie, maar niet als een onderdeel ervan. Daarvoor gelden de volgende uitgangspunten en principes (vastgesteld in coalitieakkoord en RSU 2040): •

• • •

We schuwen geen middelen om het maximaal aantal mogelijke windmolens te verwezenlijken binnen de kaders van het zoekgebied. We zetten als gemeente een stap naar voren en zijn bereid actief deel te nemen in energieprojecten. Bij de inpassing van windmolens beperken we de overlast (geluid en slagschaduw) voor omwonenden. Bij zonnevelden zoeken we naar zoveel mogelijk dubbelgebruik (recreatie, agrarisch, waterberging) en ecologische waarde. We streven naar minimaal 50% eigenaarschap van bewoners, het liefst uit de directe omgeving. Bij onvoldoende inschrijvingen uit de buurt kijken we breder binnen de stadsgrenzen van Utrecht en omstreken.

Pagina 8

•

We willen met alle energieproductielocaties uit de RSU die gunstig uit de MER komen aan de slag. Voor de geschikte locaties doorlopen we een zorgvuldig ruimtelijk proces, waarbij diverse ruimtelijke belangen gewogen worden. Bij dit proces betrekken we bewoners.

Op dit moment zijn verschillende zoekgebieden voor de opwek duurzame energie (hierna zoekgebieden) in beeld, maar deze zijn nog niet vastgesteld. Om verder invulling te kunnen geven aan de ambitie voor het opwekken van duurzame energie is het nodig zoekgebieden vast te stellen. Het vaststellen van de zoekgebieden loopt parallel aan de vaststelling van de klimaatvisie. De vastgestelde zoekgebieden en de daaruit voortvloeiende hoeveelheid duurzame energie opwek levert een belangrijke bijdrage aan CO2reductie. Het proces om te komen tot vaststelling van de zoekgebieden ziet er op hoofdlijnen als volgt uit: •

•

•

Voor en in de zomer werken we met ondersteuning van een extern gespecialiseerd bureau het participatietraject in detail uit en bereiden we dit voor. De uitvoering gebeurt eveneens met ondersteuning van een extern gespecialiseerd bureau. De uitvoering van het participatieproces vindt plaats gelijktijdig en in nauwe afstemming met het participatieproces voor de klimaatvisie (eind augustus - half oktober). De uitvoering gebeurt eveneens met ondersteuning van een extern gespecialiseerd bureau. De ambitie is om begin 2024 een voorstel voor vaststellen van zoekgebieden tegelijk met de klimaatvisie aan de Raad voor te leggen met beoogde vaststelling in Q2 2024.

In het coalitieakkoord is afgesproken dat de gemeente met alle zoekgebieden die gunstig uit de beoordeling komen aan de slag gaat. Dit roept de vraag op wat ‘gunstig’ is, en welke zoekgebieden verder worden uitgewerkt. De manier om te bepalen wat ‘gunstig’ is en waar de ‘knip’ komt te liggen tussen zoekgebieden die wel/niet gunstig uit de beoordeling komen, behandelen we in het participatietraject.

8.

Participatie

Participatie op maat De doelstelling van de Klimaatvisie staat vast: “zo veel mogelijk en zo snel mogelijk CO2 reduceren”. Participatie is een leidend principe in de totstandkoming van de Klimaatvisie en de vaststelling van de zoekgebieden duurzame energie. Onder participatie verstaan we “het in een vroeg stadium en op interactieve wijze betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de totstandkoming en/of evaluatie van beleid en kaders, met als doel zeggenschap, eigenaarschap en betrokkenheid in Utrecht te vergroten”. We hebben daarbij oog voor de doelen uit het actieprogramma Samen stad maken: participatie. Namelijk: inclusiviteit (meer verschillende Utrechters mee laten doen aan participatietrajecten), betrokkenheid (de betrokkenheid van inwoners bij de stad vergroten) en samen wijzer worden (plannen worden beter door de inbreng van inwoners en andere deelnemers). Daarbij nemen we ook de aanbevelingen van het Rekenkamer-rapport “Horen, zien en samen door: een onderzoek naar de ervaringen met en resultaten van inwonerparticipatie in de gemeente Utrecht”. Het succes van participatie valt niet af te meten aan consensus. Bij de uitdagingen waar de stad voor staat wat betreft CO2-reductie, gaan wensen en belangen botsen.

Het doel van het participatietraject is ook om dit in beeld te brengen, zodat het college en de gemeenteraad deze onderling kunnen wegen en een besluit kunnen nemen. Bij die weging wil het college de raad inzicht geven in de verschillende belangen, wensen en zorgen die in het participatietraject naar voren komen. Samen met een gespecialiseerd bureau wordt een participatieplan uitgewerkt. Een scherpe afbakening van de beïnvloedingsruimte geeft mensen helderheid over de reikwijdte van de participatiemogelijkheden en duidelijkheid over de start van de belangenafweging. Als dat helder is, volgt de keuze voor een aanpak en de participatie-instrumenten. Daarbij nemen we alle beschikbare participatie-instrumenten in overweging, zoals stadsgesprekken, het klimaatpanel, online participatie, klankbordgroepen, burgerberaden, expertsessies en enquêtes. We maken duidelijk hoe het traject eruit komt te zien, waar het inhoudelijk om gaat en welke beïnvloedingsruimte deelnemers hebben. Pagina 9

We maken de resultaten van de participatietrajecten zichtbaar, zowel tussentijds als achteraf, door dit vast te leggen in participatieverslagen. We beargumenteren waarom de inbreng wel of niet tot wijzigingen in het eindproduct heeft geleid na besluitvorming in het college en/of raad. Resultaten uit relevante eerdere participatietrajecten nemen we mee. Bevindingen uit eerdere participatietrajecten In 2021 is het Mobiliteitsplan 2040 vastgesteld en in 2022 is een concept energievisie (niet vastgesteld) opgesteld. Op dit moment wordt de visie Utrecht Circulair opgesteld en er is een voedselagenda ontwikkeld. Voor deze onderwerpen zijn al belangen, wensen, zorgen en ideeën uit de omgeving opgehaald. We nemen waar mogelijk bevindingen uit deze eerdere trajecten mee in de klimaatvisie.

Pagina 10

Voorstel aan de gemeenteraad

Startnotitie Klimaatvisie Utrecht Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Energie en Klimaat Ontwikkelorganisatie Ruimte Roelof Kooistra en Wouter Tettero 11371968 Volgt Ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Startnotitie Klimaatvisie vast te stellen als kadergevend document en daarmee het college van B&W opdracht te geven voor het opstellen van een raadsvoorstel voor de Klimaatvisie, waarbij a) de gemeente Utrecht streeft naar een zo groot en snel mogelijke reductie van de CO2-uitstoot; b) het college maatregelen op hoofdlijnen scoort, op in ieder geval de volgende elementen, en daarmee ‘draaiknoppen’ definieert waar de Raad keuzes mee kan maken: i. Het effect van de maatregel op de CO2-reductie (het college bekijkt of zij scope 3 emissies kan meenemen); ii. De kosten van de maatregel; iii. De uitvoerbaarheid van de maatregel; iv. De impact van de maatregel op inwoners en bedrijven en welke sociale indicatoren het college daarbij kan hanteren; v. De beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente op de maatregel; c) het college parallel optrekt met het traject van het vaststellen van zoekgebieden voor opwek duurzame energie, en waar mogelijk/nodig verbinding legt met dit traject, en de resultaten uit het traject van vaststellen zoekgebieden worden verankerd in de klimaatvisie; d) de klimaatvisie is gericht op CO2-reductie, inclusief CO2 equivalenten, en op die sectoren en onderwerpen die een belangrijke bijdrage hebben in de CO2-uitstoot in de stad; e) het college

f)

i.

inzichtelijk maakt waar de doelstelling van de klimaatvisie de doelstellingen uit andere belangrijke thema’s zoals woningbouw (positief of negatief) beïnvloedt;

ii.

met een voorstel komt waarin de Raad een keuze kan maken in de afweging tussen doelstellingen uit verschillende thema’s;

het college i.

een voorstel doet voor een maatregelenpakket dat maximaal ambitieus is;

ii.

met een uitwerking komt waarin de Raad de scheiding tussen wat maatschappelijk acceptabel / onacceptabel is kan bepalen;

g) het college de volgende leidende principes en uitganspunten voor het opstellen van de klimaatvisie hanteert: i. Klimaatdoelstellingen raken vele partijen in de stad en de meeste geledingen van de gemeentelijke organisatie. Klimaatdoelen realiseert de gemeente daarom met alle geledingen van de gemeente en met inwoners, bedrijven en organisaties in de stad en in de regio;

ii. iii. iv. v. vi. vii. viii.

De klimaatvisie sluit ten minste aan bij nationale doelstellingen, de gemeente maakt de ambitie concreet en versnelt waar mogelijk; Maximale CO2-reductie tegen acceptabele kosten en acceptabele maatschappelijke impact, het college zoekt in haar voorstel van de klimaatvisie de grens op van welke maatregelen maatschappelijk aanvaardbaar zijn; De gemeente invulling geeft aan randvoorwaarden die cruciaal zijn om onze doelen te behalen ook al resulteren deze niet direct in CO2-reductie. Denk aan draagvlak en samenwerking, kennisontwikkeling en kennisuitwisseling, capaciteit en financiën; Bij de weging van maatregelen houdt het college rekening met de impact op kwetsbare inwoners en buurten in de stad en geeft de gemeente daar waar relevant richting aan hoe zij ongelijk investeert voor gelijke kansen; Bij de totstandkoming van de visie hoort de gemeente de belangen en voorkeuren van partijen in de stad; Om geen dingen dubbel te doen sluit het college aan bij bestaand beleid en bij thematisch beleid in ontwikkeling, waar aanscherpingen nodig zijn doet zij daarvoor voorstellen; Het vaststellen van de zoekgebieden opwek duurzame energie loopt parallel met het vaststellen van de klimaatvisie.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

2

Samenvatting Met het vaststellen van de startnotitie klimaatvisie geeft de Raad de opdracht aan het college voor het uitwerken van een klimaatvisie binnen de kaders die in de startnotie klimaatvisie zijn opgenomen.

Context Aanleiding De steeds snellere opwarming van de aarde heeft grote gevolgen voor de volksgezondheid, economie en samenleving. De verandering van het klimaat is het gevolg van menselijk handelen. Het besef dat er wereldwijd meer en sneller actie nodig is om verandering van het klimaat te beperken, is de afgelopen jaren gegroeid. Het Klimaatakkoord van Parijs is in 2015 getekend door 197 landen. In het Akkoord is de bovengrens van 2 graden opwarming ten opzichte van het pre-industriële tijdperk mondiaal vastgelegd. Ook is het streven vastgelegd om de opwarming beperkt te houden tot 1,5 graad en dat er snel een eind moet komen aan het gebruik van fossiele brandstoffen, de belangrijkste veroorzaker van CO2-uitstoot. In het coalitieakkoord 2022-2026 staat dat de gemeente Utrecht een klimaatvisie gaat opstellen waarin zij laat zien op welke wijze de gemeente, inwoners en bedrijven samenwerken om zo snel en zoveel mogelijk CO2-uitstoot te reduceren. Proces In het proces zijn twee hoofdproducten benoemd, waarover de raad een besluit gaat nemen: 1) een startnotitie en 2) een klimaatvisie. In dit voorstel wordt de startnotitie met een richtinggevend kader met uitgangspunten voorgelegd voor besluitvorming. Begin 2024 wordt aan de raad de klimaatvisie ter besluitvorming voorgelegd.

De klimaatvisie en de stukken die hieruit volgen (beleidsnota’s en/of actieprogramma’s) worden zo opgesteld, dat deze in lijn zijn met ‘sturen en verantwoorden’ (conform de handleiding Beleidsnota standaard voor de beleidscyclus). Juridische context In het coalitieakkoord 2022-2026 staat dat er een Klimaatvisie wordt opgesteld waarin ambities en doelstellingen worden geformuleerd en kaders en richting wordt gegeven hoe daar te komen. Er is al een Visie Klimaatadaptatie, als thematisch onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. De op te stellen Klimaatvisie beperkt zich tot klimaatmitigatie. Bij de evaluatie van de startnotities voor de omgevingsvisies voor de deelgebieden, is een werkwijze met de raad afgesproken (raadsbrief van 1 november 2021 met kenmerk 9085224). Hierin is aangegeven dat het college eerst een startdocument opstelt, daarna de raad een uitgangspuntennotitie alvorens de visie zelf op te stellen. Voor de thematische visies is dit niet zo afgesproken. Om recht te doen aan eerdere afspraken met de raad en het coalitieakkoord, waarin het opstellen van deze Klimaatvisie is afgesproken, worden de twee stappen (startdocument en uitgangspuntennotitie) samengevoegd tot één startnotitie dat gelijk aan de raad wordt voorgelegd. De Klimaatvisie zelf gaat onderdeel uitmaken van de Omgevingsvisie Utrecht. Ook daarover beslist de raad.

Eventuele uitvoeringsmaatregelen die voortkomen uit de Klimaatvisie zijn ter besluitvorming aan het college. Het kan zijn dat bij de Klimaatvisie sprake is van een planm.e.r.-plicht. Beslistermijn Er is geen specifieke beslistermijn voorzien. Beoogd effect Richting geven aan de manier waarop de gemeente de CO2-uitstoot in de stad gaat reduceren en zorgen dat de stad Utrecht ten minste voldoen aan de landelijke en internationale klimaatdoelstellingen. De klimaatvisie heeft een verbindende werking voor de verschillende beleidsonderwerpen, partijen in de stad en gemeentelijke organisatieonderdelen en geeft kaders en overkoepelende ambities over de programma’s heen waarbinnen activiteiten verder worden vormgegeven en uitgevoerd. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Jaarplanbrief Energie

3

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De Startnotitie Klimaatvisie vast te stellen als kadergevend document en daarmee het college van B&W opdracht te geven voor het opstellen van een raadsvoorstel voor de Klimaatvisie, waarbij a) de gemeente Utrecht streeft naar een zo groot en snel mogelijke reductie van de CO2-uitstoot; b) het college maatregelen op hoofdlijnen scoort op in ieder geval de volgende elementen, en daarmee ‘draaiknoppen’ definieert waar de Raad keuzes mee kan maken: i. Het effect van de maatregel op de CO2-reductie, het college bekijkt of zij scope 3 emissies kan meenemen; ii. De kosten van de maatregel; i. De uitvoerbaarheid van de maatregel; ii. De impact van de maatregel op inwoners en bedrijven en welke sociale indicatoren het college daarbij kan hanteren; iii. De beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente op de maatregel; c) het college parallel optrekt met het traject van het vaststellen van zoekgebieden voor opwek duurzame energie, en waar mogelijk/nodig verbinding legt met dit traject, en de resultaten uit het traject van vaststellen zoekgebieden worden verankerd in de klimaatvisie; d) de klimaatvisie is gericht op CO2-reductie, inclusief CO2 equivalenten, en op die sectoren en onderwerpen die een belangrijke bijdrage hebben in de CO2-uitstoot in de stad; e) het college i.

inzichtelijk maakt waar de doelstelling van de klimaatvisie de doelstellingen uit andere belangrijke thema’s zoals woningbouw (positief of negatief) beïnvloedt; ii. met een voorstel komt waarin de Raad een keuze kan maken in de afweging tussen doelstellingen uit verschillende thema’s; f) het college i. een voorstel doet voor een maatregelenpakket dat maximaal ambitieus is; ii.

met een uitwerking komt waarin de Raad de scheiding tussen wat maatschappelijk acceptabel / onacceptabel is kan bepalen; g) het college de volgende leidende principes en uitganspunten voor het opstellen van de klimaatvisie hanteert: i. Klimaatdoelstellingen raken vele partijen in de stad en de meeste geledingen van de gemeentelijke organisatie. Klimaatdoelen realiseert de gemeente daarom met alle geledingen van de gemeente en met inwoners, bedrijven en organisaties in de stad en in de regio; ii. De klimaatvisie sluit ten minste aan bij nationale doelstellingen, de gemeente maakt de ambitie concreet en versnelt waar mogelijk; iii. Maximale CO2-reductie tegen acceptabele kosten en acceptabele maatschappelijke impact, het college zoekt in haar voorstel van de klimaatvisie de grens op van welke maatregelen maatschappelijk aanvaardbaar zijn; iv. De gemeente invulling geeft aan randvoorwaarden die cruciaal zijn om onze doelen te behalen ook al resulteren deze niet direct in CO2reductie. Denk aan draagvlak en samenwerking, kennisontwikkeling en kennisuitwisseling, capaciteit en financiën; v. Bij de weging van maatregelen houdt het college rekening met de impact op kwetsbare inwoners en buurten in de stad en geeft de gemeente daar waar relevant richting aan hoe zij ongelijk investeert voor gelijke kansen; 4

vi. vii. viii.

Bij de totstandkoming van de visie hoort de gemeente de belangen en voorkeuren van partijen in de stad; Om geen dingen dubbel te doen sluit het college aan bij bestaand beleid, waar aanscherpingen nodig zijn doet zij daarvoor voorstellen; Het vaststellen van de zoekgebieden opwek duurzame energie loopt parallel met het vaststellen van de klimaatvisie.

Argumenten 1.1

Hoe sneller er in de stad CO2 wordt gereduceerd, hoe kleiner de gevolgen van klimaatverandering Natuurrampen, weerextremen en alarmerende IPCC-rapporten buitelen over elkaar heen. De energiekosten stijgen en steeds meer Utrechters kijken tegen een onbetaalbare energierekening aan. Het is van belang om zo snel zoveel mogelijk CO2uitstoot te reduceren om de gevolgen van klimaatverandering te beperken.

1.2

Het scoren van maatregelen maakt het mogelijk keuzes te maken Door maatregelen te scoren op de 5 genoemde elementen kunnen keuzes worden gemaakt in welke maatregelen wanneer worden uitgevoerd. Er ontstaat dan een maatregelenpakket waarbij kan worden aangegeven in welke mate dat pakket de doelstelling realiseert. Verder brengen we kwalitatief in beeld wat de invloed is van maatregelen op de doelstellingen van andere beleidsterreinen zoals de woningbouw omdat dat belangrijk is voor de weging van maatregelen en de afwegingen in het maatregelenpakket.

1.3

De uitkomst van het vaststellen van zoekgebieden duurzame energie is voor een belangrijk deel bepalend voor de CO2-reductie binnen de stad Op hoofdlijnen weten we dat het opwekken van duurzame elektriciteit een belangrijke bijdrage levert aan het halen van de doelstelling om zoveel mogelijk CO2-uitstoot te reduceren. Met de nog vast te stellen zoekgebieden kan in theorie tot 85% van de huidige elektriciteitsvraag in de stad worden verduurzaamt. En uit het duurzaamheidsverslag 2022 blijkt dat circa 40% van de directe CO2-emissies in de stad voortkomt uit het gebruik van elektriciteit. De uitkomst van het vaststellen van zoekgebieden opwek duurzame energie en de daaruit voortvloeiende hoeveelheid opwek van duurzame energie is daarmee mede richtinggevend aan de andere maatregelen die voortkomen uit de klimaatvisie.

1.4

Klimaat raakt een breed palet aan thema’s en sectoren en we willen de focus leggen op die thema’s en sectoren die het meest CO2 uitstoten. Door de focus te leggen op die thema’s en sectoren die samen zorgen voor het grootste deel van de CO2-uitstoot in de stad komen we tot een maatregelenpakket dat richting geeft aan het doel van zo snel en zoveel mogelijk reduceren van CO2-uitstoot. Onderwerpen die binnen deze focus liggen zijn in ieder geval: Energie, Mobiliteit, (Voedsel)consumptie, Luchtkwaliteit, Circulaire economie. Verder de sectoren industrie, landbouw, de bouwsector etc..Tenslotte ook de gemeentelijke organisatie. Voor Circulaire economie is de Visie Utrecht Circulair (nog in voorbereiding) leidend.

1.5

We willen voorkomen dat doelstellingen uit verschillende thema’s elkaar tegenwerken De doelstellingen uit de klimaatvisie kunnen van invloed zijn (positief of negatief) op doelstellingen uit omgevingsvisies en andere belangrijke thema’s, zoals woningbouw. In de klimaatvisie brengen we deze invloeden in beeld zodat er afwegingen gemaakt kunnen worden.

1.6

Een maatregelenpakket op hoofdlijnen geeft de Raad de mogelijkheid richting te geven aan de klimaatvisie Vanuit de optelsom van maatregelen op hoofdlijnen in een pakket, brengen we het CO2 reducerende effect van het maatregelenpakket in beeld. Daarin zijn scenario’s denkbaar waarbij de samenstelling van maatregelen in het pakket en de snelheid van uitvoering van maatregelen de CO2-reductie kunnen versnellen of vertragen. Vanuit het maatregelenpakket wordt zichtbaar hoe snel we hoeveel CO2-uitstoot kunnen 5

reduceren binnen de stadsgrenzen. Het college doet een ambitieus voorstel voor een maatregelenpakket en laat de raad ‘knoppen’ zien waaraan men kan draaien. De Raad maakt geeft een keuze in de snelheid van CO2-reductie en de manier waarop dat wordt bereikt. 1.7

De invloed van de gemeente is beperkt De invloed de gemeente op de reductie van CO2 in de stad is beperkt. Om te werken aan een zo snel mogelijke reductie van CO2-uitstoot zullen inwoners en partijen in de stad ook hun bijdrage moeten leveren. Wel kunnen verschillende onderdelen van de gemeentelijke organisatie bijdragen aan de doelstellingen o.a. door binnen het beleid dat gemaakt wordt en de contacten binnen de stad de doelstellingen uit te dragen.

1.8

We hebben de regio nodig om voldoende opwek duurzame energie te realiseren Binnen de stadsgrenzen lijkt het niet haalbaar om voldoende duurzame elektriciteit op te wekken om aan de vraag binnen de stad te voldoen. We zullen de regio nodig hebben om over voldoende ruimte te beschikken voor opwek van duurzame elektriciteit.

1.9

Aansluiten bij de landelijke ambitie is het minimale wat we moeten doen Klimaatverandering is een probleem van iedereen, en iedereen zal zich maximaal moeten inzetten om de effecten van klimaatverandering zoveel mogelijk in te perken. De landelijke doelstellingen zijn daarbij een belangrijk streven. Om daartoe te komen zijn verschillende scenario’s mogelijk. Hoe sneller we CO2 reduceren hoe groter het effect op het inperken van gevolgen van klimaatverandering.

1.10

Om tot handelingsperspectief te komen is het noodzakelijk om doelstellingen concreet te maken voor de stad Utrecht Nationale doelstellingen zijn voor heel Nederland geformuleerd. Elke regio, stad en dorp moet hier vervolgens zijn eigen invulling aan geven. In de klimaatvisie willen we de doelstelling voor de gemeente Utrecht concreet maken zodat dat handelingsperspectief biedt.

1.11

Versnellen is nodig om effecten van klimaatverandering in te perken De opwarming van de aarde lijkt sneller te gaan dan verwacht. Hoe de opwarming zich verder ontwikkeld is onzeker. Versnellen van CO2-reductie helpt om klimaatverandering en de effecten daarvan in te perken.

1.12

We willen maximaal CO2 reduceren en tegelijk voorkomen dat maatregelen daarvoor maatschappelijk onacceptabel zijn De mogelijkheden om CO2 te reduceren worden beperkt door o.a. kosten en de impact die maatregelen hebben inwoners en partijen in de stad. We zoeken in de klimaatvisie de grens op van welke maatregelen maatschappelijk aanvaardbaar zijn, en we streven naar een zo groot en snel mogelijke reductie van de CO2-uitstoot. Het mag daarbij af en toe schuren.

1.13

Iedereen moet mee kunnen doen in de klimaattransitie We willen werken aan de reductie van broeikasgassen via een eerlijke en inclusieve klimaattransitie die rekening houdt met de mogelijkheden en beperkingen van alle betrokkenen. Sommige inwoners of buurten zijn kwetsbaarder en ondervinden meer nadelige gevolgen van maatregelen of profiteren minder van de kansen die de klimaattransitie biedt. We zetten ons in voor een zo rechtvaardig mogelijke overgang naar een stad met zo min mogelijk CO2-uitstoot waarin alle Utrechters mee kunnen doen. We hebben daarbij oog voor een verdeling van de lasten naar draagkracht.

1.14

Conflicten tussen beleidsvelden voorkomen Klimaat is een breed thema dat overlapt met andere thema’s waar al beleid voor is of waar visies of beleidsnota’s voor ontwikkeling zijn (bijvoorbeeld Utrecht Circulair, Luchtkwaliteit, Mobiliteit en Voedselconsumptie). Het kan zijn dat zaken die we in de klimaatvisie willen adresseren al zijn afgedekt in andere onderwerpen. In dat geval gaan we daarnaar verwijzen. Indien we zien dat aanscherping nodig is omdat we 6

anders de doelstelling van de klimaatvisie niet halen, dan doen we daarvoor voorstellen.

Financiën De kosten van het opstellen van de klimaatvisie worden gedekt uit het programma duurzaamheid, onderdeel energietransitie. In de klimaatvisie wordt de dekking van activiteiten na het vaststellen van de klimaatvisie, verder in beeld gebracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=48e022e5-2c85-48d7-b03d-da923ce520b4