CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 12 mei 2022, gemeente Utrecht32.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Door informatie van betrokken partijen te combineren, te verrijken en te borgen zorgen wij dat onze organisatie, partners en de samenleving kunnen beschikken over tijdige en betrouwbare informatie.  Wij nodigen gemeenten uit individueel met ons in gesprek te gaan over de versterking van de gemeentelijke crisisbeheersing.  Wij willen de crisisorganisatie nadrukkelijker voorbereiden op herstelmanagement als onderdeel van crisisbeheersing, met in het bijzonder aandacht voor de continuïteit van vitale processen.

Wat hebben we daarvoor gedaan? Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven (tabel indicatoren) staan, hebben we uitvoering gegeven aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast hebben we een impuls gegeven aan de beleidsdoelstellingen met de volgende activiteiten:  Wij hebben een vervolg gegeven aan de transitie naar adequate, compacte en digitaal doorzoekbare plannen. We hebben de voor dit jaar geplande incidentbestrijdingsplannen gerealiseerd en deze zijn via crisisutrecht beter te raadplegen. Datzelfde geldt voor de in 2021 afgeronde evaluaties van incidenten.  We hebben stappen gezet om de crisisorganisatie te verbeteren, waarbij flexibiliteit en compactheid centraal Verder hebben we een start gemaakt met het samenhangend verbeteren van informatiemanagement, netwerkmanagement en crisismanagement.  We hebben samen met gemeenten verder invulling gegeven aan de herijking van bevolkingszorgprocessen. Een ontwikkelgroep uit het ROCU speelt daarbij een belangrijke rol.  In 2021 hebben we het strategisch crisismanagement verbeterd en in de planvorming en vakbekwaamheidsprogramma geïncorporeerd. Vanwege de beperkende maatregelen in verband met Covid19 hebben we de uitvoering van het voorgenomen trainingsprogramma niet kunnen realiseren.  In 2021 heeft het programma drieslag geresulteerd in een Uniforme opschalingsprocedure (IPC) voor Midden-Nederland.

Deze is eind 2021 in een geactualiseerd crisisplan (2022-

15

2025) geïmplementeerd. In 2022 gaan we verder om de samenwerking met de andere veiligheidsregio’s in Midden-Nederland uit te breiden, waaronder het VIC en de Cacofunctie. Crisisorganisatie Daarnaast is aan een doorontwikkeling van de crisisorganisatie gewerkt om de crisisorganisatie ook toe te rusten op nieuwe crises. Informatievoorziening Het VIC heeft stappen gezet om de informatievoorziening ten behoeve van de crisisorganisatie ter ondersteuning van goede besluitvorming en betekenisgeving. Het VIC heeft in kader van Corona een dashboard ontwikkeld om de aanpak van de coronacrisis te monitoren. Hiervoor worden de ontwikkelingen op het vlak van data-analyse, business intelligence en voorspellen organisatie breed ingezet. De verbeteringen, die in samenspraak met gemeenten en partners verder zijn ontwikkeld, moeten ervoor zorgen dat besluitvorming gerichter, sneller en effectiever kan plaatsvinden. Gemeentelijke crisisbeheersing We zijn met gemeenten in gesprek over de toekomst van crisiscommunicatie. Na een gedragen standpunt zijn verder gegaan met de uitwerking ervan. We betrekken daarbij de aanbevelingen evaluatie Wet Veiligheidsregio’s.

Productie-indicatoren Tabel 6 Productie-indicatoren Crisisbeheersing Nr. Productie-indicator

Crisisorganisatie en informatievoorziening 1a Het aantal uren besteed aan de opleiding van piketfunctionarissen (inclusief loco’s) 1b Het aantal uren besteed aan de opleiding van regionale functionarissen 1c Het aantal uren besteed aan de opleiding van lokale (kern)functionarissen 2a Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau individueel (piketfunctionarissen) 2b Het aantal uren besteed aan het oefenen van regionale functionarissen 2c Het aantal uren besteed aan het oefenen van lokale (kern)functionarissen 3

Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van team (Copi, ROT, GBT, RBT) 3c Het aantal uren besteed aan het opleiden en trainen Strategisch Crisismanagement (tactisch en strategisch niveau) 4 Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van proces (partners) 5 Het aantal uren besteed aan het oefenen op het niveau van het systeem 6 Het aantal periodiek verstrekte informatiebulletins van het VIC

7

Het aantal incidenteel verstrekte VIC-berichtgeving, -adviezen en –analyses 8 Het aantal uitgevoerde incidentevaluaties en daarvan afgeleide doorgevoerde plan- en protocolwijzigingen 9 Het aantal afgeronde nieuwe plandocumenten en doorgevoerde planwijzigingen 10 Het aantal GRIP incidenten Platform voor partners 11 Het aantal platformoverleggen met crisispartners

16

Realisatie 2020

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

260

300

280

48 96

250 300

168 120

266

1.500

301

0 0

1.500 1.100

277 156

304

1.000

85

576 0 0 104 (ma-do) 260 (24-uurs) 77

550 200 130 104 (ma-do) 260 (24-uurs) 100

5 evaluaties

3 130

260 (24-uurs) 90

≥ aantal GRIPincidenten 2 3

1

8

15

6

7

7

2

1

3.3.1

Crisisorganisatie en informatievoorziening

1a

Het aantal uren besteed aan de opleiding van piketfunctionarissen. Vanaf eind september 2020 is het opleidingsprogramma in zeer beperkte omvang en vorm hervat, maar direct daarna weer afgeschaald door oplopende covid-19 besmettingen. Dit was het beeld voor heel 2021, waardoor ook in 2021 in beperkte mate opleidingen hebben plaatsgevonden. Opleidingen voor essentiële crisisfuncties hebben wel doorgang gevonden in het kader van de continuïteit van de crisisorganisatie. Het aantal uren besteed aan de opleiding van regionale functionarissen. Zie toelichting bij 1a. Het aantal uren besteed aan de opleiding van lokale (kern)functionarissen. Zie toelichting bij 1a. Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau individueel (piketfunctionarissen). Zie toelichting bij 1a Het aantal uren besteed aan het oefenen van regionale functionarissen: Prioriteit is gelegd bij het opleiden van nieuwe functionarissen. Het aantal uren besteed aan het oefenen van lokale (kern)functionarissen. Prioriteit is gelegd bij het opleiden van nieuwe functionarissen. Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van team (CoPI, ROT, GBT, RBT). Het programma op teamniveau is uitgesteld tot 2021. In januari wordt gestart met ROT-trainingen.

1b 1c 2a 2b 2c 3 3c

4 5 6 7

8

9

10

Het aantal uren besteed aan het opleiden en trainen strategisch crisismanagement (tactisch en strategisch niveau). Het programma SCM is in maart 2020 net als de rest van het OTO-programma stilgelegd. Deze situatie heeft ook in 2021 voortgeduurd. Veel OTO medewerkers zijn ingezet in de crisisorganisatie en door COVID-19 was het niet mogelijk om fysiek bijeen te komen. Wel hebben er in het kader van de crisisorganisatie COVID-19 enkele bijeenkomsten met gemeentesecretarissen over dit onderwerp plaats gevonden. Het aantal uren besteed aan oefenen op het niveau van proces (partners). Zie toelichting bij 1a. Het aantal uren besteed aan het oefenen op het niveau van het systeem (totale crisisbeheersingsorganisatie). Zie toelichting bij 1a. Het aantal periodiek verstrekte informatiebulletins van het VIC. Conform planning. Het aantal incidenteel verstrekte VIC-berichtgeving, -adviezen en –analyses. Iedere week zijn er VIC- berichten opgesteld ten behoeve van de piketorganisatie. In het VICbericht worden de belangrijkste ontwikkelingen gemeld om de piketorganisatie goed te briefen. Daarnaast zijn er circa 30 extra VIC-berichten verstuurd naar burgemeesters, bijvoorbeeld voor hoog water, de jaarwisseling en cyberdreiging maar ook voor specifieke situaties zoals grote brand en een gaslek.

Het aantal uitgevoerde incidentevaluaties en daarvan afgeleide doorgevoerde plan- en protocolwijzigingen. In 2021 is een grote evaluatie uitgevoerd met betrekking tot de aanpak van Covid-19. Dit komt mede doordat er in 2021 weinig gripwaardige incidenten hebben plaatsgevonden. Het aantal afgeronde nieuwe plandocumenten en doorgevoerde planwijzigingen. Een deel van de planning is gerealiseerd: Aandachtskaart ontruimen, evacueren en opvang tijdens een infectieziektecrisis vastgesteld. Drie IBP’s gereed voor vaststelling, overige zijn nog in ontwikkeling en worden opgenomen in een aangepaste planning. Het aantal GRIP incidenten. Het aantal GRIP-incidenten ligt op dit moment lager dan we de afgelopen jaren gezien hebben. De crisisorganisatie COVID-19 heeft een voorbereidende en monitorende rol gehad bij de boerenprotesten en maatschappelijke onrust in Kanaleneiland. De taakverdeling tussen de reguliere en COVID-19 crisisorganisatie wordt meegenomen in de integrale evaluatie COVID-19.

3.3.2

Crisisorganisatie en informatievoorziening

11

Het aantal platform overleggen met crisispartners. Online vinden deze overleggen doorgang in aangepaste vorm.

17

Prestatie-indicatoren Tabel 7 Prestatie-Indicatoren Crisisbeheersing Nr. Prestatie-indicatoren

1 2

3 4 5 6

Crisisorganisatie en informatievoorziening Het verplichte en afgesproken aantal ramp- en incidentbestrijdingsplannen is actueel en bekend bij belanghebbenden De kwaliteit van de gezamenlijke voorbereiding en uitvoering van de bevolkingszorg (crisisbeheersing 2.0) is onderzocht en met de gemeenten besproken De kwaliteit van de uitgevoerde VIC- en crisiscommunicatie is onderzocht en met de gemeenten besproken De kwaliteit van de uitgevoerde CB-processen (M&A; O&A; L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken De piketfunctionarissen van de VRU (niet GHOR) zijn aantoonbaar opgeleid en taakcapabel Er is aantoonbare voortgang geboekt op de Crisisbeheersingsthema’s

Realisatie 2020

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

ja

ja

ja

ja

ja

ja

ja

ja

ja

ja

ja

ja

nee

ja

nee

deels

ja

ja

3.4.1

Crisisorganisatie en informatievoorziening

1

Het verplichte en afgesproken aantal ramp- en incidentbestrijdingsplannen is actueel en bekend bij belanghebbenden. Ja. Verplichte planvorming is actueel en bekend. Afgesproken planvorming heeft vertraging opgelopen. Vertraging heeft met name betrekking op nieuw te vormen planvorming. Voor 2021 is een (capaciteits)planning opgesteld om een inhaalslag te maken. De kwaliteit van de gezamenlijke voorbereiding en uitvoering van de bevolkingszorg (crisisbeheersing 2.0) is onderzocht en met de gemeenten besproken. Ja. Er is een dialoog gevoerd met de COFU, individuele gemeentesecretarissen, AGV en BAC CB/G over de noodzaak tot het herijken van de gemeentelijke crisisbeheersing. De planning voor dit proces wordt in 2021 afgestemd met het bestuur. De kwaliteit van de uitgevoerde VIC- en crisiscommunicatie is onderzocht en met de gemeenten besproken. Ja. Continue proces binnen overleggen gemeentelijke crisisbeheersing. Feedback op verzonden berichten in het kader van (dreigende) incidenten is verwerkt in de werkwijze en vormgeving van de berichten. De kwaliteit van de uitgevoerde CB-processen (M&A; O&A; L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken. Ja. De processen worden na ieder GRIP-incident geëvalueerd. De evaluatierapporten worden beschikbaar gesteld aan gemeenten en de crisisorganisatie. Jaarlijks worden deze processen op GRIP 3 of 4 getoetst door de systeemtest.

In 2020 zijn de processen, met instemming van de Inspectie, getoetst aan de hand van de coronacrisis. De piketfunctionarissen van de VRU (niet GHOR) zijn aantoonbaar opgeleid en taakcapabel. Nee. Het vakbekwaamheidsprogramma heeft vanwege corona verschillende perioden stilgelegen. Noodzakelijke opleidingen voor de continuïteit van de crisisorganisatie hebben doorgang gevonden (vakbekwaam worden). In de omschakeling naar digitale activiteiten zijn de meest noodzakelijke trainingen (vakbekwaam blijven) opgestart. Het OTO-jaarplan is daarmee niet in volle breedte gerealiseerd als wordt uitgegaan van de standaard normen. Dit zal niet direct leiden tot vakbekwaamheidsissues. Uiteraard is het wel van belang in 2021 zorg te dragen voor het zoveel mogelijk continueren van de vakbekwaamheidsprogramma’s en vinger aan de pols te houden voor wat betreft behoeftes van piketfunctionarissen. Achtergrond: Het vakbekwaamheidsmanagementsysteem (VP) bevat van alle piketfunctionarissen de profielen en criteria. Hiervan wordt deels gebruik gemaakt voor de kwalitatieve registratie. Voor alle piketfunctionarissen is VP ingericht. De kwalitatieve registratie verdiend voor soms piketgroepen nog aandacht, maar de kwantitatieve registratie vindt structureel plaats voor alle piketgroepen. Deelname van piketfunctionarissen gemeentelijke crisisbeheersing wordt gerapporteerd aan gemeenten.

Er is aantoonbare voortgang geboekt op de Crisisbeheersingsthema’s. De doorontwikkeling is ondergebracht in het programma Doorontwikkeling crisisbeheersing, bestaande uit drie thema’s: Informatiemanagement, Netwerkmanagement en Crisismanagement.

2

3

4

5

6

18

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 8 Baten en lasten Crisisbeheersing Bedragen x € 1.000

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

Afw. Real. en act.

Totaal lasten Totaal baten

3.243 75

3.014 26

229 -49

Saldo van baten en lasten

-3.168

-2.988

180

Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves

-

-

-

Gerealiseerd resultaat

-3.168

-2.988

180

Crisisbeheersing

19

4 GHOR Wat wilden we bereiken? Crisissituaties kunnen uiteenlopen van een grootschalige stroomuitval, uitbraak bijzondere infectieziekte tot een ongeval met een groot aantal slachtoffers en natuurlijk de dreiging van aanslagen en daaruit voortvloeiend maatschappelijke onrust. De geneeskundige zorg tijdens een crisis wordt geleverd door verschillende geneeskundige organisaties, zoals ambulancediensten, GGDrU en ziekenhuizen. Onze GHOR vormt de schakel tussen deze organisaties. Zowel in de voorbereiding als tijdens crises pakken wij de coördinatie op en zorgen we voor afstemming met politie, brandweer en gemeenten. Daarmee zorgen wij voor een goede balans tussen zorg en veiligheid. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor GHOR twee doelstellingen opgenomen:  Wij willen een stevigere regiepositie innemen als het gaat om voldoende capaciteit voor en het presterend vermogen van spoedzorg.  Wij willen vanuit onze toezichtsrol actief signaleren, stimuleren en handhaven, opdat de zorgcontinuïteit in het complexe zorglandschap voldoende voorbereid is.

Wat hebben we daarvoor gedaan? Het afgelopen jaar heeft voor de GHOR nog veel in het teken gestaan van de COVID-19 crisis. Regionale afstemming in het netwerk (Regionaal Overleg Acute Zorg en daarbij behorende overleggen in het kader van continuïteit van zorg), informatiemanagement (monitoring, dashboards ten behoeve van het netwerk, het RBT/ROT en VWS) en ondersteuning van netwerkpartners aangaande de vraagstukken en opdrachten in continuïteit van zorg. Hiermee heeft de GHOR wel kunnen werken aan de stevige regiepositie en de toezichtsrol.

Productie-indicatoren Tabel 9 Productie-indicatoren GHOR Nr. Productie-indicator

1 2

3

4

5

6 7

8 9

20

Toezichtsrol zorgcontinuïteit Het aantal uren besteed aan de opleiding van GHOR-piketfunctionarissen Het aantal uren besteed aan het oefenen van de crisisorganisatie GHOR - Op individueel niveau - Op teamniveau - Op procesniveau - Op systeemniveau Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met instellingen wet toelating zorginstellingen cf. artikel 33 lid 1 (waaronder ziekenhuizen en traumacentrum) Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met zorgaanbieders en op de beroepen individuele gezondheidszorg (waaronder huisartsen en verloskundigen) Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met regionale ambulancediensten en gezondheidsdiensten in de regio (RAVU Regiepositie presterend vermogen spoezorg Het aantal instellingen dat aantoonbaar geprepareerd is op continuïteit op het leveren van verantwoorde zorg tijdens crisisomstandigheden. Het aantal interventies in geval van tekortschieten bij de uitvoering van of voorbereiding daarop van de geneeskundige hulpverlening ex art. 34.1 Wvr Het aantal succesvolle interventies en het aantal niet succesvolle interventies die hebben geleid tot een aanwijzing ex Wvr 34.2 Het aantal GHOR-geregisseerde oefeningen met partners in de zorgketen

Realisatie 2020

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

70

300

100

60 20 50 0 0

245 260 134 170 1

75 72 50 85 1

0

0

0

0

1

1

12

12

geen

geen

geen (ivm Covid) geen

geen

geen

geen

geen

geen

geen

4.3.1

Toezicht rol zorgcontinuïteit

1.

Het aantal uren besteed aan de opleiding van GHOR-piketfunctionarissen. Door inzet op de COVID-19 is de OTO planning ‘on hold’ gezet. Dit verklaard de lage aantallen uren. Daarnaast wordt er flink geïnvesteerd in versterking van de GHOR piketstructuur en in laten stromen van nieuwe piketfunctionarissen (9x). Het aantal uren besteed aan het oefenen van de crisisorganisatie GHOR. Door de coronacrisis is er binnen de gegeven richtlijnen en kaders minimale aandacht besteed aan het oefenen van de crisisorganisatie. Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met instellingen wet toelating zorginstellingen cf. artikel 33 lid 1. Door de inzet van de witte kolom en ook de GHOR is herziening van en contactmomenten met de zorginstellingen voor wat betreft preparatie in waakvlam stand gezet. Operationeel is er meerdere keren per week intensief overleg vanwege de coronacrisis. Dit zal doorlopen in 2022. Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met zorgaanbieders en op de beroepen individuele gezondheidszorg (waaronder huisartsen en verloskundigen). Door de inzet van de witte kolom en ook de GHOR is herziening van en contactmomenten met de zorginstellingen voor wat betreft preparatie in waakvlam stand gezet. Operationeel is er meerdere keren per week intensief overleg vanwege de coronacrisis. Dit zal doorlopen in 2022.

Het aantal sets schriftelijke afspraken en contactmomenten met regionale ambulancediensten en gezondheidsdiensten in de regio (RAVU en GGDrU). Door de inzet van de witte kolom en ook de GHOR is herziening van en contactmomenten met de zorginstellingen vwb preparatie in waakvlam stand gezet. Operationeel is er meerdere keren per week intensief overleg vanwege de coronacrisis. Dit zal doorlopen in 2022.

2.

3.

4.

5.

4.3.2

Regiopositie presterend vermogen spoedzorg

6.

Het aantal instellingen dat aantoonbaar geprepareerd is op continuïteit op het leveren van verantwoorde zorg tijdens crisisomstandigheden. Geen bijzonderheden. Het aantal interventies in geval van tekortschieten bij de uitvoering van of voorbereiding daarop van de geneeskundige hulpverlening ex art. 34.1 Wvr. Realisatie conform planning. Het aantal succesvolle interventies en het aantal niet succesvolle interventies die hebben geleid tot een aanwijzing ex Wvr 34.2. Realisatie conform planning. Het aantal GHOR-geregisseerde oefeningen met partners in de zorgketen. Reguliere planning is vervallen in verband met COVID-19. De ruimte is benut door in samenwerking met de GGD regio Utrecht 7 webinars te organiseren over de stand van zaken van de coronabestrijding voor verschillende doelgroepen (schoolbesturen, zorginstellingen, raadsleden en burgemeesters).

7. 8. 9.

21

Prestatie-indicatoren Tabel 10 Prestatie-indicatoren GHOR Nr. Prestatie-indicatoren

1 2

3

4 5 6

1.

2.

3.

4.

5.

6.

22

Rapporteren op beschikbaarheid en actualiteit rampenopvangplannen en OTO-jaarplannen conform branchenormen Concentraties van niet- en verminderd zelfredzamen in zorgvoorzieningen/ instellingen zijn actueel in beeld en bekend bij de GHOR-crisisorganisatie De kwaliteit van de uitgevoerde crisisbeheersingsprocessen GHOR (M&A, O&A, L&C en I-mgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken

De piketfunctionarissen van de GHOR zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam De kwaliteit van de GHOR-adviezen aan de gemeenten en partners zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken Er is aantoonbaar voortgang geboekt op de GHOR-thema’s

Realisatie 2020

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

geen

geen

geen

GHOR4all operationeel

GHOR4all operationeel

GHOR4all operationeel

ja

ja

deels

94%

nee, via accounthouders gemeenten 94%

geen

geen

geen

ja

ja

ja

Rapporteren op beschikbaarheid en actualiteit rampenopvangplannen en OTOjaarplannen conform branchenormen. Dit zal in 2022 weer worden opgepakt waarbij de ervaringen van de coronacrisis zullen worden meegenomen. Concentraties van niet- en verminderd zelfredzamen in zorgvoorzieningen/ instellingen zijn actueel in beeld en bekend bij de GHOR-crisisorganisatie. GHOR4ALL is de applicatie die (landelijk) gebruikt wordt om relevante objecten (o.a. zorgvoorzieningen en instellingen) in relatie tot het incident in beeld te brengen. Ook door de COVID-19 crisis is hier meer zicht op gekomen en maakt dat informatiemanagement een belangrijke factor is. Dit dient dan ook te worden versterkt. De kwaliteit van de uitgevoerde crisisbeheersingsprocessen GHOR (M&A, O&A, L&C en Imgm) is onderzocht en met de gemeenten besproken. Jaarlijks worden middels de systeemtest de processen getoetst. In 2020 is voor het laatst getoetst aan de hand van de coronacrisis. De piketfunctionarissen van de GHOR zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam. Vanaf maart 2020 heeft het OTO-programma nagenoeg stilgelegen. Eind 2021 zijn de jaarplannen OTO van de piketfuncties uitgerold en worden activiteiten herstart. De kwaliteit van de GHOR-adviezen aan de gemeenten en partners zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken.

De GHOR-adviezen zijn integraal onderdeel van het proces vergunningverlening voor evenementen en worden niet individueel besproken. Er is aantoonbaar voortgang geboekt op de GHOR-thema’s: Zorgcontinuïteit: In de COVID-19 crisis is duidelijk zichtbaar dat de continuïteit van zorg belangrijk is voor zowel de acute zorgketen als de niet acute zorg partijen. Het systeem van zorg zit onlosmakelijk aan elkaar verbonden en heeft effect op elkaar. De gezamenlijke aanpak met Bevolkingszorg moet nog opgestart worden. Crisisorganisatie GHOR: Is vanaf medio februari 2020 volop in bedrijf om de COVID19 crisis te managen vanuit de primaire (wettelijke) taakstelling. De operationele leiding in de geneeskundige kolom door de DPG. De preparatie de afgelopen jaren werpt haar vruchten nu af! Zichtbaarheid GHOR: Door de COVID-19 crisis is in één klap voor veel interne als externe partijen duidelijk geworden wat de rol en taak zijn van de GHOR. Het versneld realiseren van website voorzieningen heeft hier aan bijgedragen. Analyse GHOR-organisatie in relatie tot doelstellingen beleidsplan: Door de COIVID-19 crisis is de scope van activiteiten vrijwel geheel opgegaan aan het ondersteunen van de zorginstellingen bij de uitvoering van hun vaak complexe zorgtaak. Binnen de eigen begroting zijn de mogelijkheden tot versterking ingezet ten behoeve van de bestuurlijke advisering van het ROAZ en andere

netwerkpartners. In het traject is ook functieonderhoud uitgevoerd, wijzigingen zijn voor twee functies doorgevoerd. Het zelf organiserend vermogen en de benodigde prioritering en eventuele uitbreiding zal begin 2022 duidelijk moeten worden. Daarnaast zijn er landelijke ontwikkelingen die voortvloeien uit de COVID19 crisis en ook effect hebben op de GHOR in de regio. Hierop zal geanticipeerd moeten worden. De evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s zal vertaald dienen te worden door het Kabinet en is dus in detail nog ongewis.

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 11 Baten en lasten GHOR Bedragen x € 1.000

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

Afw. Real. en act.

Totaal lasten Totaal baten

1.816 -

1.609 -

207 -

Saldo van baten en lasten

-1.816

-1.609

207

Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves

-

-

-

Gerealiseerd resultaat

-1.816

-1.609

207

GHOR

23

5 Brandweer Wat wilden we bereiken? Onze meest bekende activiteit is het blussen van branden. De brandweer doet echter veel meer. We verlenen hulp bij ongevallen, bij incidenten met gevaarlijke stoffen, bij waterongevallen. Wat er ook gebeurt, de brandweer staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar om burgers in nood te helpen en gevaarlijke situaties het hoofd te bieden. Als organisatie zijn we voortdurend aan de slag om deze hulp 24/7 te kunnen borgen. Om ons werk goed te kunnen doen moet immers alles kloppen: een goede alarmering, het juiste materieel, de juiste route naar het incident en de vakbekwaamheid van onze brandweermensen. Uiteraard is hierbij ook de eigen veiligheid van belang, waaronder de zorg voor goede arbeidshygiëne en het veiligheidsbewustzijn van onze hulpverleners zelf. Al deze voorwaarden moeten op orde zijn om op een goede wijze de incidenten te kunnen bestrijden. Dit vergt een permanente en solide investering in mensen en middelen. Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Brandweer 6 doelstellingen opgenomen:  Wij vinden het personeel en materieel gelijkwaardig belangrijk voor de paraatheid van onze brandweer.

Wij zorgen voor een paraatheidsorganisatie waarin aan beide elementen van de paraatheid evenveel aandacht wordt gegeven;  Wij zorgen er voor dat er een sluitende paraatheidsmatch komt op de posten die een gekazerneerde bezetting hebben kleiner dan op 24-uurs basis (de dagdienstposten);  Wij willen de inzetbaarheid van de niet-gekazerneerde posten verhogen en manieren vinden om op momenten van onderbezetting de dekking van de brandweerzorg op gelijk niveau te houden;  Onze brandweerpost staat midden in de samenleving, verbonden met de gemeenschap, bereikbaar en herkenbaar en, waar wenselijk, met een bredere maatschappelijke functie;  Wij koesteren de betrokkenheid van onze brandweercollega’s in de uitruk, zowel onze beroeps in roosterdienst als onze vrijwilligers. Wij stellen alles in het werk om onze beroeps en vrijwilligers te blijven binden en boeien voor de VRU-organisatie;  Wij koersen op regiobrede harmonie in kazerneringsroosters zodat we ongeacht de locatie zo goed mogelijk kunnen sturen op de paraatheid van onze gekazerneerde posten en de flexibele en duurzame inzetbaarheid van onze beroepsbrandweermensen.

Wat hebben we daarvoor gedaan? Beleidsactiviteiten Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen. In 2021 hebben wij onder andere de volgende resultaten behaald:  De reorganisatie bij Brandweerrepressie is afgerond. We zijn er trots op dat deze reorganisatie binnen budget, binnen de planning en naar tevredenheid van medewerkers is gelukt.  De tweede tussenevaluatie van het Bedrijf Preparatie Brandweer is uitgevoerd.  De implementatie van het materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan is voor veel posten afgerond. Resterende onderdelen zijn belegd in de lijnorganisatie.  Een sluitende businesscase voor de adembeschermingswerkplaats in Houten is opgesteld. De bouw van de werkplaats is gestart.  Het algemeen bestuur heeft ingestemd met de proef voor het verbeteren van de dekking in Amersfoort. De proef is per 1 oktober gestart.  De evaluatie van de AED-taak is uitgevoerd.

24

De taskforce voor het opleidingsinstituut heeft een plan van aanpak opgeleverd voor noodzakelijke verbeteringen in de aantoonbare vakbekwaamheid van onze instructeurs. Tijdens de audit in september door het IFV is het opleidingsinstituut met een voldoende beoordeeld. De eerste mono evaluaties zijn uitgevoerd en via verschillende middelen gedeeld binnen de organisatie.

Paraatheid Ter ondersteuning van de (dagelijkse bedrijfsvoering van de) operationele brandweerorganisatie hanteert de commandant van de brandweer een materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan (MPBSP), dat in afstemming met de posten tot stand is gekomen. Zodoende is de inrichting van de brandweerzorg voorbereid op de veranderingen die gedurende de planperiode optreden in het verzorgingsgebied. In de afgelopen jaren zijn diverse proeftuinen (zoals het gebruik van de twee weg pagers, de (door)ontwikkeling van het dashboard paraatheid en de inzet van opstappers) uitgevoerd met als doel verbetermogelijkheden voor paraatheid te ontwikkelen. In 2021 zijn deze proeftuinen voortgezet en deels afgerond. Verbeteringen worden ingevoerd. Heroriëntatie AB-werkplaatsen De huidige werkplaatsen ademluchtbescherming zijn sterk verouderd en voldoen niet aan de geldende eisen op het gebied van arbeidshygiëne en arbo-wetgeving. Hierdoor wordt zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht de materiële paraatheid op het gebied van de adembeschermingsmiddelen onvoldoende geborgd. In de huidige werkplaatsen kunnen de problemen ten aanzien van arbeidshygiëne en ergonomie niet worden opgelost.

In 2022 zal de VRU een centraal gelegen pand in Houten betrekken en de benodigde bouwkundige en installatietechnische aanpassingen doen om een ademluchtwerkplaats te realiseren die voldoet aan alle eisen in het kader van arbeidshygiëne en Arbowetgeving. Daarnaast wordt het mogelijk om alle ademluchtwerkzaamheden en andere hoogfrequente logistieke processen te clusteren, wat bijdraagt aan de transitie naar bedrijfsmatig werken.

25

Productie-indicatoren Tabel 12 Productie-indicatoren Brandweer Nr. Productie-indicatoren

1

2

3 4 5 6 7 8

9 10 11 12

Incidenten bestrijden Het aantal incidenten (uitrukken) voor brandbestrijding en redding 1a. Het aantal incidenten (uitrukken) voor gebouwbranden 1b. Het aantal incidenten (uitrukken) voor overige branden 1c. Het aantal incidenten (uitrukken) voor onechte of onterechte OMSHet aantal incidenten (uitrukken) voor hulpverlening 2a. Het aantal incidenten (uitrukken) voor technische hulpverlening 2b. Het aantal incidenten (uitrukken) voor hulpverleningen m.b.t. dieren 2c. Het aantal incidenten (uitrukken) voor overige hulpverlening, waaronder assistentie politie en ambulance 2d. Het aantal incidenten (uitrukken) voor AED-inzet Het aantal incidenten (uitrukken) voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen Het aantal incidenten (uitrukken) voor ondersteuning bij waterongevallen Het totaal aantal incidenten (uitrukken) Het aantal geredde slachtoffers Het aantal nazorg gesprekken met bewoners bij incidenten Het aantal inzetten voor en in buurregio’s Vakbekwaamheid Het aantal uren besteed aan de vakbekwaamheid van incidentbestrijders Aantal cursisten manschap A dat de opleiding heeft afgerond Aantal cursisten dat de opleiding bevelvoerder heeft afgerond Aantal cursisten dat de opleiding voertuigbediener-pompbediende heeft afgerond

Realisatie 2020

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

4.845 521 2.250 2.074 3.155 177 353 1.971

4.250 550 2.150 1.550 3.400 200 350 2.200

4.172 547 2.042 1.583 3.151 231 393 1.740

654 645

650 600

787 638

99 8.744 10 2 165

100 8.350

160

123 8.084 25 10 231

135.000 42 24 24

180.000 96 20 44

115.000 86 15 24

5.3.1 Incidenten bestrijding 1.

2.

6.

26

Aantal uitrukken voor brandbestrijding. De realisatie van het aantal uitrukken voor brandbestrijding ligt lager dan in 2020. Dit verschil komt met name door een gewijzigd alarmeringsprotocol op de alarmcentrale, om te beoordelen of brandweerzorg noodzakelijk is bij OMS-meldingen. Hierdoor worden onechte en onterechte meldingen eerder onderkend waardoor alarmering van brandweereenheden niet plaats hoeft te vinden. Het aantal incidenten voor overige branden is ten opzichte van 2020 iets lager uitgekomen. Er waren minder alarmeringen voor natuur- en buitenbranden dan in 2020. Het aantal uitrukken voor hulpverlening. Het aantal uitrukken voor hulpverlening met dieren is licht toegenomen. Ook is een stijging waar te nemen bij de categorieën technische hulpverlening. Het vermoeden is dat het aantal verkeersbewegingen in 2021 ook toe is genomen ten opzichte van 2020, toen is er een periode een avondklok geweest. De grootste stijging is te vinden in het aantal uitrukken voor AED-inzetten. Deze toename is onder andere toe te schrijven aan COVID-19-gerelateerde incidenten. Het aantal geredde slachtoffers. Hier is een verdeling gemaakt tussen reddingen bij brand, waterongevallen en technische hulpverlening. De reddingen bij brand betreffen één persoon van het dak gehaald en de ander uit de woning.

Bij technische hulpverlening gaat het om reddingen (bevrijding) van personen die fysiek bekneld zaten in een voertuig.

Prestatie-indicatoren Tabel 13 Prestatie-indicatoren Brandweer Nr. Prestatie-indicatoren

1 2 3 4 5

6

7

Paraatheid & Vakbekwaamheid De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden) De inzet op belangrijke objecten is volgens het jaarplan beoefend en geëvalueerd De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan gegarandeerd geweest De piketfunctionarissen van de brandweer zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam De kwantiteit en kwaliteit van de brandweerinzetten zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken Jeugdbrandweer Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd Het percentage uitgestroomde jeugdbrandweerleden dat kiest voor een vervolg (werk/studie) binnen het veiligheidsdomein

Realisatie 2020

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

83%

80%

82%

nee, i.v.m Covid-19 ja

Ja

gedeeltelijk (i.v.m. Covid) Ja

nee, i.v.m Covid-19 ja

Ja Ja

gedeeltelijk (i.v.m. Covid) Ja

40%

15%

20%

0%

15%

15%

Ja

5.4.1 Paraatheid & Vakbekwaamheid 1. 2. 3. 4. 5.

De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden). De opkomsttijden zijn conform begroting. De inzet op belangrijke objecten is volgens het jaarplan beoefend en geëvalueerd. Dit heeft conform begroting plaatsgevonden. De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan gegarandeerd geweest. Dit heeft conform begroting plaatsgevonden. De piketfunctionarissen van de brandweer zijn aantoonbaar opgeleid en vakbekwaam. In verband met COVID-19 heeft dit niet plaatsgevonden. De kwantiteit en kwaliteit van de brandweerinzetten zijn twee maal per jaar met de gemeenten besproken. Dit heeft conform begroting plaatsgevonden.

5.4.2 Jeugdbrandweer 6.

7.

Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd. In 2021 konden activiteiten van de jeugdbrandweer door COVID-19 voor een deel alleen online plaatsvinden. Daarom is besloten dispensatie te verlenen aan de 18-jarigen. Dit houdt in dat zij een jaar langer lid mogen blijven van de jeugdbrandweer. De uitstroom is dit jaar daarom laag: alleen de leden die geen gebruik maken van de dispensatie, zijn gestopt. Zes jeugdleden zijn doorgestroomd naar aspirant manschap. Het percentage uitgestroomde jeugdbrandweerleden dat kiest voor een vervolg (werk/studie) binnen het veiligheidsdomein: twee van de uitgestroomde jeugdbrandweerleden heeft gekozen voor een studie of werk binnen het veiligheidsdomein.

27

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 14 Baten en lasten Brandweer Bedragen x € 1.000

Brandweer

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

Afw. Real. en act.

Totaal lasten Totaal baten

56.076 1.766

55.011 1.702

1.065 -64

Saldo van baten en lasten

-54.310

-53.309

1.001

Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves

3.372 685

2.717 602

654 -83

Gerealiseerd resultaat

-56.997

-55.425

1.572

28

6 Meldkamer Wat wilden we bereiken? De meldkamer is het kloppend hart van de hulpdiensten. De meldkamer neemt 24 uur per dag en 7 dagen per week hulpverzoeken van burgers in nood aan en dirigeert de hulpverleners snel en efficiënt naar de plaats van het incident. De centralisten vormen daarbij de ogen en oren van de brandweer, vanaf een incidentmelding tot het moment dat een leidinggevende op de plek van het incident arriveert en de aansturing van de collega’s op straat overneemt. De brandweer deelt de meldkamer met de politie en de ambulancedienst. Voor incidenten die om een multidisciplinaire aanpak vragen, kan daardoor snel een calamiteitencoördinator worden ingezet die alle drie de hulpdiensten kan aansturen. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor het programma Meldkamer 2 doelstellingen opgenomen:  Wij willen meldingen van burgers sneller en slimmer ontvangen, registreren, beoordelen en bewaken, ten einde nog sneller en adequater hulp te kunnen bieden.  Wij sturen op de kwaliteit en de bruikbaarheid van de informatie waarover de meldkamer beschikt, en de snelheid waarmee deze beschikbaar komt ten behoeve van de uitvoering van ons werk.

Wat hebben we daarvoor gedaan? Beleidsactiviteiten Wij geven een impuls aan de beleidsdoelstellingen met een paar specifieke beleidsactiviteiten: Meldingen sneller en slimmer ontvangen en verwerken De meldkamer moet ons helpen de hulpverlening aan de burger betrouwbaar en steeds zo snel mogelijk te laten plaatsvinden. In lijn met het landelijk vastgestelde kwalificatiedossier voorziet ons in 2021 vastgestelde vakbekwaamheidsprogramma meldkamer (2022-2025) naast technische training in competentiegerichte training. Wij zijn nauw aangesloten op landelijke ontwikkelingen. In 2021 hebben wij ons voorbereid op de landelijke introductie van de 112NL-app, die het ook voor mensen die niet goed kunnen horen en/of spreken mogelijk maakt om contact te leggen met de meldkamer middels een chatfunctie. In 2021 hebben we de eerste ervaringen opgedaan met het in Q4 2020 landelijk geïntroduceerde ‘geen spoed, wel brandweer’-nummer, voor meldingen zonder spoed. Zo blijft het 112-nummer vrij voor levensbedreigende situaties. In de eerste helft van 2022 zal de introductie van het nummer worden geëvalueerd. De aansluiting van de meldkamer Utrecht op de landelijke meldkamer infrastructuur is door de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) opgeschort.

In de periode tot de aansluiting zullen technologische vernieuwingen tevens voor toepassing in het huidige geïntegreerd meldkamer systeem (GMS) beschikbaar worden gemaakt. Voor de middellange termijn bouwen wij samen met de politie, de veiligheidsregio’s van Flevoland en Gooi en Vechtstreek, en de Regionale Ambulancevoorzieningen van Gooi en Vechtstreek, Flevoland en Utrecht, aan de nieuwe, innovatieve meldkamer Midden-Nederland die in 2025 operationeel moet zijn. Naast de fysieke totstandkoming van de meldkamerlocatie staan daarbij de harmonisatie en synchronisatie van de regionale meldkamerprocessen centraal. Sturen op kwaliteit en bruikbaarheid van informatie

29

Voor veel taken in onze organisatie maken wij gebruik van informatie. Van het in kaart brengen van risico’s en het bepalen van de beste inzet bij een brand, tot het rapporteren over incidenten en opkomsttijden. De meldkamer beschikt over een belangrijk deel van de informatie die nodig is voor ons presterend vermogen. Het is daarom van belang voor onze organisatie, partners en de samenleving dat wij kunnen sturen op de bruikbaarheid en kwaliteit van deze informatie, alsmede op de snelheid waarmee deze ter beschikking komt. In de afgelopen periode hebben wij geïnvesteerd in de eenduidigheid, kwaliteit en bruikbaarheid (vergelijkbaarheid) van informatie. Dit gaan wij in 2022 nog verder automatiseren. Overdracht beheer meldkamer De overdracht van het beheer van de meldkamer naar de politie in 2020 heeft geleid tot een financieel nadeel, omdat de uitname uit de rijksbijdrage € 0,2 miljoen hoger is dan de wegvallende beheerskosten voor de VRU. De VRU verwacht dit nadeel te kunnen compenseren na de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland door het efficiencyvoordeel op de personele lasten dat daarbij ontstaat. Aanvankelijk zou de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland begin 2022 plaatsvinden. In 2020 is bekend geworden dat dit pas wordt voorzien in het eerste kwartaal van 2025 door een vertraging van de nieuwbouw in Hilversum.

Door deze vertraging wordt het voorziene efficiencyvoordeel op de personele lasten pas later gerealiseerd. Met de politie is een regeling getroffen om het financiële nadeel voor de VRU in de periode 2022 tot de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland te compenseren. Met deze middelen kan vanaf 2022 het financiële nadeel als gevolg van de overdracht van het beheer worden opgevangen. Vanaf 2025, na de ingebruikname van de Meldkamer Midden-Nederland, wordt verwacht dat de verlaging van de gemeentelijke bijdrage met € 0,2 miljoen structureel binnen de begroting kan worden gedekt uit het verwachte efficiencyvoordeel op de personele lasten. Dit betekent dat de gemeentelijke bijdrage met ingang van 2022 structureel verlaagd kan worden met een bedrag van € 193k.

Productie-indicatoren Tabel 15 Productie-indicatoren Meldkamer Nr. Productie-indicatoren

1 2 3 4

Het aantal meldingen dat bij de regionale alarmcentrale is aangenomen Het aantal vanuit de meldkamer begeleide en ondersteunde uitrukken Verwerkingstijd meldingen Het percentage GRIP incidenten met inzet CaCo

5

Multidiciplinair beeld is binnen 5 minuten beschikbaar

1.

2.

3.

30

Realisatie 2020

20.177 8.744 34 43% GRIP 4 COVID19 niet meegerekend 43% GRIP 4 COVID19 niet meegerekend

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

18.500 8.540 60 sec. 100%

18.954 8.084 41 sec. 100%

100%

100%

Het aantal meldingen dat bij de alarmcentrale is aangenomen. In dit overzicht is het aantal unieke incidentnummers opgenomen. Niet ieder incident genereert een uitruk of alarmering. Het aantal vanuit de meldkamer begeleide en ondersteunde uitrukken. Het aantal incidenten waar door de meldkamer één of meer brandweereenheden voor zijn gealarmeerd. Alle gealarmeerde eenheden worden begeleid en ondersteund door de meldkamer. Verwerkingstijd meldingen. Berekening van de verwerkingstijd: de gemiddelde verwerkingstijd van alle prioriteit 1 meldingen voor gebouwbranden (conform uitgangspunt Beleidsplan VRU 2020-2023) waarvoor een brandweereenheid is gealarmeerd. Hierin zijn

alleen meldingen meegenomen met een verwerkingstijd tussen 5 seconden en 10 minuten. Het kost minimaal 5 seconden om een eenheid te koppelen aan een incident. Tijden korter dan 5 seconden zijn niet representatief. Dit zijn ook meldingen die in eerste instantie door de meldkamer van de politie of de meldkamer Ambulance aangenomen zijn. Tijden langer dan 10 minuten betreffen brandweervoertuigen die bijvoorbeeld later gekoppeld zijn aan een eerder incident of waarvan de prioriteit later aangepast is van prioriteit 2 naar prioriteit 1. Ook deze verwerkingstijden zijn niet representatief, en derhalve in de berekening niet meegenomen.

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 16 Baten en lasten Meldkamer Bedragen x € 1.000

Meldkamer

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

Afw. Real. en act.

Totaal lasten Totaal baten

1.477 -68

1.296 -67

181 1

Saldo van baten en lasten

-1.545

-1.363

182

Toevoeging aan reserves Onttrekking van reserves

704 -

704 -

-

Gerealiseerd resultaat

-2.249

-2.067

182

31

7 Algemeen Algemene kosten en dekkingsmiddelen Tabel 17 Algemene kosten en dekkingsmiddelen

In hoofdstuk 2 van de jaarrekening vindt u een toelichting op de afwijkingen tussen de realisatie 2021 en de geactualiseerde begroting 2021.

Overhead Tabel 18 Kosten overhead Bedragen in € 1.000

Actualisatie 2021

Realisatie 2021

Afw. Real. en act.

Personeelskosten Gebouwkosten Kantoorkosten Overige kosten Operationele kosten Overige baten Mutaties in reserve

19.137 1.605 2.589 377 -749

18.082 1.581 2.632 509 -17 -505

1.056 24 -43 -131 17 -244

Totaal overhead: % overhead

22.959 22,45%

22.282 22,54%

677 0,09%

Overhead

In de berekening van de overhead zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De organisatieonderdelen Bedrijfsvoering en Directie & Staf zijn in principe overhead, met uitzondering van: a. de centrale personeelsbudgetten die hieronder zijn opgenomen (deze worden op basis van formatie verdeeld over de taakvelden); b. de lasten van het FLO-overgangsrecht; c. kosten met betrekking tot de kazernes; d. bijdragen aan het IFV en WVSV; e. kosten van bestuursondersteuning. 2. Overheadkosten in de primair processen zijn: a. Directeuren en afdelingshoofden: 100%; b. Managementondersteuning: 100%.

Onvoorzien De begroting van de VRU bevat geen post onvoorzien.

32

Gerealiseerde baten en lasten Tabel 19 Baten en lasten Algemeen inclusief Overhead

33

Paragrafen Dit hoofdstuk bevat de in het BBV voorgeschreven paragrafen, met uitzondering van de paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid, welke niet van toepassing zijn op onze organisatie. Achtereenvolgens treft u aan:  Weerstandsvermogen en risicobeheersing  Onderhoud kapitaalgoederen  Financiering  Bedrijfsvoering  Verbonden partijen

34

8 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de organisatie in staat is om omvangrijke financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. Risicobeheersing is gericht om de schadelijke gevolgen van risico’s zo veel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Weerstandscapaciteit De bedrijfsvoeringreserve laat de weerstandscapaciteit van de VRU zien. Binnen deze capaciteit kunnen de risico’s (mogelijke toekomstige financiële tegenvallers) worden opgevangen. Op basis van de risico-inventarisatie (zie paragraaf 9.2) bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit voor 2021 € 0,5 miljoen. Onze beschikbare weerstandscapaciteit is € 1,4 miljoen. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/benodigd) groter dan 1 (2,3). Tabel 20 Weerstandscapaciteit Bedragen in € 1.000

Weerstandscapacteit

2021

Bedrijfsvoeringsreserve

1.409

Totaal

1.409

Benodigde weerstandscapaciteit In de volgende tabel zijn de belangrijkste financiële risico’s weergegeven, voor zover bekend ten tijde van het opstellen van de jaarstukken. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat het risico zich voordoet. De risico’s worden vervolgens nader toegelicht. Tabel 21 Weerstandscapaciteit Bedragen in € 1.000

Benodigde weerstandscapaciteit Omgevingswet Taakdifferentiatie brandweer Overige (onvoorziene) exploitatierisico's

Effect

Kans

500-1.000 pm

25% 25%

Bedrag risico 31 pm 524

Totaal

524

8.2.1 Omgevingswet Omschrijving risico Onderzoeksbureau Cebeon heeft de (financiële) gevolgen van de stelselherziening als gevolg van de Omgevingswet voor de VRU in beeld gebracht. Op basis van het Cebeon-rapport kan geconcludeerd worden dat de VRU voor de invoering van de Omgevingswet nog te maken krijgt met incidentele kosten (wegvallen capaciteit vanwege benodigde inspanningen in het project voor de inrichting van de werkprocessen en het aansluiten op gemeentelijke werkprocessen en digitaal verkeer) en structurele kosten. Bij invoering Omgevingswet speelt gelijktijdig de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Tussen het Rijk en de bestuurlijke partners zijn afspraken gemaakt over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal kan worden ingevoerd,

35

waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien. Toelichting effect en kans De structurele kosten voor de VRU worden geschat op € 0,5 tot 1,5 miljoen euro. Deze kosten hebben met name betrekking op personeelskosten. Enerzijds door een nieuw type advies over de omgevingsvisie, -plannen en programma’s (kerninstrumenten). Anderzijds zullen de kosten per advies stijgen, door toename van de tijdsbesteding aan meer complexe aanvragen en processen en doordat het benodigde kennisniveau (en daarmee de inschaling) van de medewerkers omhoog moet om deze complexe aanvragen te behandelen. Het risico voor 2022 is berekend over het laatste kwartaal als gevolg van uitstel van invoering van de Omgevingswet (niet eerder dan per 1 oktober 2022). De inschatting van de incidentele kosten als gevolg van de invoering van de omgevingswet in bedraagt ca. € 100K-€ 200K voor extra personele capaciteit. Financiële dekking voor deze incidentele kosten voor 2022 wordt gezocht binnen de kaders van de begroting van de VRU met mogelijk de inzet van de ontwikkel- en egalisatiereserve. De incidentele kosten maken derhalve geen deel uit van de risicoparagraaf.

8.2.2 Taakdifferentiatie brandweer Omschrijving risico De minister van JenV heeft op 21 juni 2021 het besluit genomen decharge te verlenen aan de denktank taakdifferentie en een nieuwe stuurgroep ‘toekomstbestendig brandweerstelsel’ in te richten. Deze stuurgroep heeft als opdracht gekregen om medio 2022 een plan te presenteren voor implementatie van de eerste bouwsteen van de denkrichting en als aanvullende opdracht om te onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn om mee aan de slag te gaan, om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. Bij de eerste bouwsteen gaat het om verplichte beschikbaarheid. De vrijwilliger werkt op basis van vrijwilligheid en kan niet worden verplicht om taken uit te voeren en beschikbaar te zijn op een bepaald moment. Vormen van consignering (het buiten werktijd verplicht oproepbaar zijn voor spoedgevallen) en kazernering (verplichte aanwezigheid op de kazerne) zijn dan niet meer aan de orde. Voor de beroepsmedewerker geldt dat de verplichting blijft. In de opdracht van het implementatieplan voor de eerste bouwsteen worden activiteiten, planning, verantwoordelijkheden en financiën opgenomen. Toelichting effect en kans Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de taakdifferentiatie op basis van de genoemde uitwerkingen van de stuurgroep 'toekomstbestendig brandweerstelsel' significant stijgen.

De eventuele verschuiving van taken van vrijwilligers naar beroepskrachten kan leiden tot meer (parttime) beroepsaanstellingen en daarmee tot extra loonkosten voor de werkgever. Ook de kosten voor vakbekwaamheid kunnen toenemen als gevolg van een verschuiving van specialistische taken. Er is nog geen duidelijkheid over de omvang en fasering van de eventuele meerkosten als gevolg van de vrijwilligersproblematiek. Waar zich het risico van een zeer substantiële kostenverhoging gaat voordoen en het tempo van die kostenverhoging is nog niet in te schatten, omdat een eventueel besluit om het gedachte model van taakdifferentiatie in te voeren nog gekoppeld zou kunnen worden aan een derogatiebesluit (uitstel van invoering) vanuit Europa. Dit betekent ook dat de duur van het verleende uitstel van de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren voor personeel van de veiligheidsregio’s nog niet bekend is. Uitgangspunt hierbij is dat eventuele financiële consequenties als gevolg van wijzigingen in het stelsel door het Rijk worden gecompenseerd.

36

8.2.3 Overige (onvoorziene) exploitatierisico's Omschrijving risico De veiligheidsregio kan worden geconfronteerd met onvoorziene kosten binnen het begrotingsjaar als gevolg van exogene ontwikkelingen (zoals premiestijgingen, claims, kostenfluctuaties die samenhangen met incidenten en crises). In de begroting van de VRU zijn geen posten voor onvoorziene uitgaven opgenomen. Toelichting effect en kans Als dit risico zich voordoet, zal bijsturing plaatsvinden via de begroting. Het geraamde risico gaat ervan uit dat het maximaal een jaar duurt voordat de maatregelen zijn geëffectueerd. Het geraamde risico wordt ingeschat op 0,5% van de totale kosten.

Kengetallen Volgens de richtlijnen van het BBV zijn hieronder vier van de zes verplichte kengetallen weergegeven. De overige twee voorgeschreven kengetallen (grondexploitatie en belastingcapaciteit) zijn niet van toepassing op onze organisatie. De wetgever wil met deze kengetallen inzicht hebben in de financiële weerbaarheid en wendbaarheid (de mate waarin bij een tegenvaller financieel kan worden bijgestuurd). De kengetallen geven aan over hoeveel financiële ruimte wij beschikken om structurele en incidentele lasten te dekken of op te vangen. De kengetallen dienen te worden beoordeeld in samenhang met elkaar en met de financiële positie.

Toelichting kengetallen Netto schuldquote: Het quotiënt van totale schulden minus liquide middelen minus uitgeleende gelden en de totale baten Solvabiliteitsratio:

Tabel 22 Verplichte kengetallen

Het quotiënt van eigen vermogen en balanstotaal

Omschrijving kengetal

2020

2021

Netto s chul dquote Netto s chul dquote gecorri geerd voor al l e vers trekte l eni ngen Sol vabi l i tei ts rati o Structurel e expl oi tati erui mte*

32,3% 32,1% 27,3% -0,3%

22,9% 22,7% 27,0% -0,1%

Structurele exploitatieruimte:

* 2020 is gecorrigeerd t.o.v. de jaarstukken 2020 8.3.1 Netto schuldquote Onze positie met betrekking tot de schuldquote is gunstig te noemen. De norm ligt tussen de 0100%. Wij liggen hiermee ruimschoots onder het maximum van 100%. De daling van de schuldquote is veroorzaakt door een hogere stand van de liquide middelen. 8.3.2 Solvabiliteitsratio De solvabiliteit is ten opzichte van 2020 gedaald door de toename van vaste schulden met een rente typische looptijd langer dan 1 jaar. De langlopende leningen worden hoofdzakelijk gebruikt voor de financiering van de vaste activa. 8.3.3 Structurele exploitatieruimte Alle middelen zijn structureel bestemd.

37

Het quotiënt van structurele baten minus structurele lasten en de totale baten

9 Onderhoud kapitaalgoederen Activeren en afschrijven Conform artikel 59 van het BBV activeren wij alle materiële vaste activa. Investeringen schrijven wij lineair af vanaf het jaar opvolgend op het investeringsjaar. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat dit plaatsvindt vanaf € 10.000 per object. 9.1.1 Investeringen in gebouwen De VRU had ultimo 2021 vier brandweerkazernes in eigendom. De overige kazernes zijn in eigendom van de gemeenten. De kazernes worden om niet ter beschikking gesteld aan de VRU. Investeringen in gebouwen die in eigendom van de gemeenten zijn, komen voor rekening van de betreffende gemeenten. Investeringen in gebouwen die eigendom zijn van de VRU, worden bij de VRU geactiveerd. De kapitaallasten worden doorbelast aan de gemeenten die de gebouwen aan de VRU hebben overgedragen, via het individueel gemeentelijk plus pakket. 9.1.2 Investeringen in overige kapitaalgoederen Ten aanzien van de investeringen in overige kapitaalgoederen (inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal) hanteert de VRU een meerjarig investeringsplan welke periodiek wordt geactualiseerd. In de begroting is een constant bedrag opgenomen voor kapitaallasten. De werkelijke kapitaallasten fluctueren.

Tezamen met het meerjaren investeringsplan is daarom ook een egalisatiereserve kapitaallasten ingesteld om de verschillen tussen begrote en werkelijke kapitaallasten op te vangen. Meerjarig wordt gestuurd op een sluitende investeringsbegroting.

Onderhoud 9.2.1 Onderhoud gebouwen en installaties Hoofdkantoor Het hoofdkantoor van de VRU is gehuisvest in het gehuurde pand in het provinciehuis. Het onderhoud voor deze locatie is onderdeel van de servicekosten die wij naast de huur aan de provincie Utrecht betalen. Brandweerkazernes De kosten voor het beheer en onderhoud van de brandweerkazernes zijn voor rekening en risico van de gemeenten. 9.2.2 Onderhoud materieel Het onderhoud van materieel wordt grotendeels in eigen beheer door - uitgevoerd of uitbesteed via het VRU-organisatieonderdeel Bedrijf Preparatie Brandweer.

38

10 Financiering Het wettelijke kader voor het financieringsbeleid is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het treasury-beleid van de VRU ligt vast in het treasurystatuut VRU.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet laat het maximumbedrag zien waarmee een gemeente of gemeenschappelijke regeling haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal aan lasten vóór bestemming van de reserves. Het netto overschot in 2021 bedroeg gemiddeld € 26,6 miljoen. Onderstaande tabel laat de berekening zien van de kasgeldlimiet in 2021. Daaruit blijkt dat de gemiddelde liquiditeitspositie over heel 2021 voldoet aan de norm. Tabel 23 Kasgeldlimiet Bedragen x € 1.000,-

Maand v/h kwartaal

Kw 1

Kw 2

Kw 3

Kw 4

(1) Vlottende (korte) schuld (1) Vlottende (korte) schuld (1) Vlottende (korte) schuld

maand 1 maand 2 maand 3

6.192 2.865 6.470

4.151 6.597 6.116

10.079 12.041 11.735

10.537 14.415 15.618

(2) Vlottende middelen (2) Vlottende middelen (2) Vlottende middelen

maand 1 maand 2 maand 3

24.019 18.258 8.890

42.682 36.659 29.357

50.202 43.433 35.856

51.523 48.514 38.602

maand 1 maand 2 maand 3

-17.827 -13.393 -2.420

-38.531 -30.062 -23.341

-40.123 -31.392 -24.121

-40.986 -34.099 -22.984

-11.214

-30.611

-31.878

-32.690

(5) Kasgeldlimiet

8.051

8.051

8.051

8.051

(6a) Ruimte onder kasgeldlimiet (5>4) (6b) Overschrijding van de kasgeldlimiet (4>5)

19.598 -

38.996 -

40.263 -

41.075 -

Berekening kasgeldlimiet (7) Begrotingstotaal (8) Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage (9) Kasgeldlimiet : 7 x 8 : 100

98.178 8,2% 8.051

98.178 8,2% 8.051

98.178 8,2% 8.051

98.178 8,2% 8.051

(3) Netto vlottende schuld (+) of Overschot vlottende middelen (-) (1-2)

(4) Gemiddelde netto vlottende schuld (+) of Gemiddeld overschot vlottende middelen (-)

Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel het renterisico bij herfinanciering te beperken. De jaarlijkse renteherzieningen en de verplichte aflossingen mogen niet méér bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Uit de volgende tabel blijkt dat is voldaan aan de renterisiconorm.

39

Tabel 24 Renterisiconorm Bedragen in € 1.000

Renterisiconorm

2020

2021

Omvang begroting Renterisiconorm Toets renterisiconorm

95.602 20% 19.120

98.178 20% 19.636

Renteherzieningen op leningen o/g Betaalde aflossingen Renterisico

2.123 2.123

-2.123 2.123

Ruimte onder renterisiconorm

16.997

17.513

40

11 Bedrijfsvoering Personeel 11.1.1 Formatie en bezetting (fte) De formatie en bezetting (in fte) per ultimo 2021 is als volgt: Tabel 25 Formatie & bezetting Formatie per 31-12

Bezetting per 31-12

Verschil

Bezetting in %

Concerndirectie en stafafdeling Brandweerrepressie Bedrijf Preparatie Brandweer Risicobeheersing Crisisbeheersing GHOR Bedrijfsvoering

33,1 273,2 126,2 115,3 32,5 11,3 106,4

29,1 253,9 119,6 106,1 29,7 12,3 97,5

4,0 19,3 6,6 9,2 2,9 -1,0 8,9

88% 93% 95% 92% 91% 109% 92%

Totaal

698,1

648,2

49,9

93%

Organisatieonderdeel

Het verschil tussen formatie en bezetting betreft een momentopname. Een deel van de vacatures is moeilijk in te vullen, mede door de coronacrisis en de krapte op de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt een deel van de vacatures bewust aangehouden, bijvoorbeeld in het kader van een lopende reorganisatie. 11.1.2 Aantal vrijwilligers Het gemiddelde aantal vrijwilligers bedroeg 1.641 in 2021. In 2021 is het aantal vrijwilligers per saldo met 24 afgenomen. In 2020 nam het aantal vrijwilligers per saldo af met 44. 11.1.3 Wet banenafspraak De VRU heeft voor 2021 de ambitie gesteld om 15 garantiebanen te realiseren. Ultimo 2021 zijn er 14,8 fte garantiebanen gerealiseerd en is de ambitie daarmee nagenoeg gehaald. 11.1.4 Diversiteit In wervingsuitingen geeft de VRU consequent aan naar inclusiviteit en talent te streven: “Veiligheidsregio Utrecht werft mensen met de beste capaciteiten en laat zich niet leiden door culturele achtergrond, fysieke of mentale beperking, genderidentiteit, geloofsovertuiging, geaardheid of leeftijd. [Wij zijn] op zoek naar mensen met talent.” In 2021 is het beleid voor werving en selectie aangepast waardoor diversiteit in de selectie een voorrangspositie heeft gekregen bij gelijke geschiktheid. Er is een project gestart dat tot doel heeft om meer collega’s te werven uit specifieke doelgroepen.

Vanwege de COVID-19-pandemie is de implementatie van dit project uitgesteld (de voorbereidingen zijn wel door gegaan, voor zover dit digitaal mogelijk was, waardoor er nu een situatie is dat er gestart kan worden zodra de maatregelen dit toelaten). 11.1.5 Verzuim Na een relatief laag ziekteverzuim in 2020 is in 2021 sprake van een toename van het verzuimpercentage. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een stijging van langdurig verzuim.

41

Tabel 26 Verzuimpercentage naar verzuimduur

Verzuimpercentage

2018

2019

2020

2021

1 tot 8 dagen (kort) 8 tot 42 dagen (middelllang) 43 dagen en meer (lang)

0,55% 0,72% 2,68%

0,48% 0,51% 4,73%

0,36% 0,83% 3,29%

0,36% 0,94% 4,72%

Totaal

3,96%

5,72%

4,46%

6,02%

11.1.6 Pilot geestelijke verzorging In augustus 2021 is gestart met de tweejarige pilot geestelijke verzorging. De geestelijk verzorger is een nieuwe functie binnen de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). We geven met de geestelijke verzorging een impuls aan de zorg voor de mens achter de taak. Dat betekent een brede visie op geestelijke verzorging. Het gaat niet alleen om levensbeschouwelijke of religieuze aspecten, maar om een gezonde omgang met de levensvragen en de zingeving, die de intensiteit van het werken binnen een crisisorganisatie nu eenmaal oproept. Aandacht voor het mentale welbevinden van medewerkers versterkt de weerbaarheid en veerkracht en daarmee de duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Aandacht voor zingeving biedt daarmee een belangrijke aanvulling op het zorgaanbod van de VRU. Met deze pilot onderzoekt de VRU op welke wijze de inzet van een geestelijk verzorger kan bijdragen aan de duurzame inzetbaarheid van medewerkers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=a3e3166e-097e-4cea-91e5-259e6ab5c47c