Agendabundel
Tekst van het document
Een tweede onderdeel van de campagne vindt direct online plaats, bijvoorbeeld via korte filmpjes op TikTok.
4. Financiën Voor dit voorstel wordt jaarlijks € 100.000 vrijgemaakt. Deze financiering wordt gedekt door de opbrengst van de doorverkoop van niet afgehaalde fietsen, die door VTH zijn verwijderd te verhogen met € 100.000. De kostendekkendheid van deze doorverkoop ligt op dit moment zeer laag.
BIJLAGE: JURIDISCHE ONDERBOUWING BIJ AANPASSING APV
Inzet bevoegdheid burgemeester In de casus van februari rondom de coronarellen heeft de rechter de burgemeester teruggefloten omdat de burgemeester in die casus de last onder dwangsom had opgelegd op grond van artikel 2.2. lid 1 sub g van de APV. Dit artikel bevat een verbod tot het door uitdagend gedrag aanleiding geven tot wanordelijkheden op een openbare plaats. De burgemeester betoogde dat de telegramgroep waarin de oproep tot wanordelijkheden is gegeven gekwalificeerd kon worden als een openbare plaats. De rechter oordeelde dat niet uit de APV als zodanig gehaald kon worden dat het internet onder een openbare plaats valt.7 Daarnaast concludeerde de rechter dat zelfs wanneer wel uit de APV zou volgen dat het internet onder een openbare plaats zou vallen in de zin van artikel 2:2, lid 1 sub g van de APV, dit ook juridisch niet houdbaar zou zijn gezien dit niet verenigbaar is met de vrijheid van meningsuiting.8 De last onder dwangsom verbood de burger namelijk om volgende uitingen te doen op sociale media die zouden neerkomen op het “door uitdagend gedag aanleiding geven tot wanordelijkheden”, wat een beperking van de vrijheid van meningsuiting vooraf is. Daarnaast is voor een gerechtvaardigde beperking van de vrijheid van meningsuiting een wet in formele zin nodig. De APV is geen wet in formele zin.
Hieruit kan geconcludeerd worden dat de voornaamste reden voor het afkeuren van het handelen van de burgemeester de onverenigbaarheid met de vrijheid van meningsuiting is. Om tot een alternatief te komen waarmee de burgemeester juridisch gezien wel kan optreden tegen online uitingen met dreiging voor een verstoring van de openbare orde, is het noodzaak om te zoeken naar een manier die past binnen het kader van de vrijheid van meningsuiting. Daarbij is het van belang dat een wet in formele zin een basis biedt en de last onder dwangsom niet ziet op een beperking vooraf, maar op een beperking achteraf. In dit voorstel ziet de bevoegdheid om op te treden op een beperking achteraf, die bevoegdheid baseren we op de gemeentewet, wat een wet in formele zin is, en is toegespitst op digitale platforms door een nieuwe bepaling in de APV op te nemen. Achteraf ingrijpen De vrijheid van meningsuiting is in het Nederlandse recht vastgelegd in artikel 7 van de Grondwet en in het internationale recht in artikel 10 van het EVRM. Om geen strijd te creëren met de vrijheid van meningsuiting moet het handelen van de burgemeester daarom zowel met artikel 7 van de Grondwet, als met artikel 10 van het EVRM verenigbaar zijn. Artikel 7 van de Grondwet kent vier leden. Met betrekking tot dit voorstel is lid 3 van toepasing.
Lid 3 bevat het censuurverbod voor categorieën die niet vallen onder de reikwijdte van lid 1 of 2. Het censuurverbod houdt in dat het voor de overheid verboden is om het openbaren van gedachten of gevoelens (uitingen) aan goedkeuring vooraf te onderwerpen.9 Een belangrijk onderscheid moet gemaakt worden tussen het openbaren en het verspreiden van uitingen.10 Het censuurverbod ziet op het openbaren van uitingen waardoor het per definitie niet mogelijk is voor de burgemeester om vooraf uitlatingen op het internet te 7 Rechtbank Midden-Nederland 3 februari 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:375 r.o. 2-6. 8 Rechtbank Midden-Nederland 3 februari 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:375 r.o. 8. 9 Bunschoten, Commentaar op artikel 7, in P.P.T. Bovend’Eert e.a. (red) Tekst en Commentaar Grondwet
en Statuut. 2023, p. 2-4. 10 Kortman 2016, p. 462.
beperken. Voor het verspreiden van uitingen geldt dat deze achteraf op de inhoud beperkt mag worden door een wet in formele zin.11 Wet in formele zin Op dit moment is in de Gemeentewet nog geen artikel te vinden dat is toegespitst op digitale dreigingen van verstoring van de openbare orde. Tot dat de Gemeentewet gewijzigd wordt, kan het noodbevel uit artikel 175 van de Gemeentewet een basis bieden voor het optreden tegen online dreigingen van verstoring van de openbare orde. Artikel 175 geeft de burgemeester de bevoegdheid om alle bevelen te geven die zij nodig acht ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar. Om gebruik te kunnen maken van deze bevoegdheid moet sprake zijn van een oproerige beweging, van andere ernstige wanordelijkheden, rampen of een ernstige vrees voor het ontstaan van deze situaties. Indien in een situatie aan de voorwaarden van artikel 175 Gemeentewet voldaan wordt en de maatregel die de burgemeester oplegt op grond van het noodbevel niet ziet op een uiting vooraf, maar op een uiting achteraf, kan de burgemeester verenigbaar met de vrijheid van meningsuiting ingrijpen. Zij zou dan bijvoorbeeld een burger kunnen bevelen om de uiting te verwijderen van het internet. Daarnaast zou zij een verbod tot het verspreiden van de reeds gedane uiting kunnen opleggen.
Daarom doen we het voorstel om een nieuw artikel toe te voegen aan de APV, artikel 2:2a, met de volgende tekst: “Het is verboden op een digitaal openbaar of publiek toegankelijk platform op enigerlei wijze door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden op of aan een openbare plaats of een voor publiek toegankelijk gebouw.” Internet als publiek toegankelijke plaats Zonder de toevoeging van het voorgestelde artikel 2:2a aan de APV kan wordt niet voldaan aan het voorzienbaarheidsvereiste omdat op dit moment, zoals de rechter oordeelde het internet niet valt onder een openbare plaats, dan wel een voor publiek toegankelijke plaats. Door artikel 2:2a toe te voegen aan onze APV wordt het voor een burger voldoende toegankelijk en voorzienbaar dat de burgemeester kan optreden tegen een dergelijke uiting op het internet. Met deze aanpassing kan de burgemeester een last onder dwangsom opleggen aan een burger waarbij ofwel de last ziet op het verwijderen van de reeds gedane uiting, of waarbij de last ziet op het verder verspreiden van de reeds gedane uiting. Een aanpassing van de APV is daarmee noodzakelijk om verenigbaar te handelen met het de vrijheid van meningsuiting. Het opnemen van een APV-bepaling toegespitst op digitale platforms is nodig om te voldoen aan het voorzienbaarheidsvereiste van de vrijheid van meningsuiting uit artikel 10 van het EVRM.
Artikel 10 van het EVRM schrijft namelijk voor dat de internationale vrijheid van meningsuiting beperkt kan worden indien de beperking bij wet is voorzien, het betreft hier alle wetten en jurisprudentie en niet alleen wetten in formele zin.12 Daarnaast moet een beperking aan drie voorwaarden voldoen om rechtvaardig te zijn: (i) de beperking moet voldoende toegankelijk en voorzienbaar zijn (het voorzienbaarheidsvereiste), (ii) de beperking moet een van de volgende doelen dienen: nationale veiligheid, openbare 11 Kortman 2016, p. 472. 12 Hoge Raad 24 januari 1967, NJ 1967, 273 m.nt. Van Eck (Nederland Ontwapent).
orde, preventie van criminaliteit, bescherming van de volksgezondheid, bescherming van de rechten van anderen, ter voorkoming van openbaring van vertrouwelijke informatie of in het kader van het gezag en de waarborging van de onpartijdigheid van de rechterlijke macht en (iii) de beperking moet noodzakelijk zijn in een democratische samenleving.13 Bij deze laatste voorwaarde moet het belang van de bescherming van het grondrecht afgewogen worden tegenover het doel van de beperking.14 Dit is een afweging die telkens gemotiveerd gemaakt zal moeten worden door de burgemeester in elk afzonderlijk geval.
13 EHRM 26 april 1979, NJ 1980, 146 m.nt. Alkema (Sunday Times). 14 Gerards 2019, p.231.
Besluit tot wijziging van de
Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, online aangejaagde verstoring van de openbare orde De raad van de gemeente Utrecht;
Gelezen het voorstel van raadslid Bert van Steeg van X-X-2024, kenmerk X; Gelet op artikel 149 en artikel 108 eerste lid Gemeentewet;
Overwegende dat met het oog op het tegengaan van online aangejaagde openbare ordeverstoringen een uitbreiding naar digitale platformen nodig is.
Besluit de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 als volgt te wijzigen:
Artikel I Artikel 2:2a komt te luiden: Artikel 2:2a Online aangejaagde verstoring van de openbare orde Het is verboden op een digitaal openbaar of publiek toegankelijk platform op enigerlei wijze door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden op of aan een openbare plaats of een voor publiek toegankelijk gebouw.
Artikel II Dit besluit treedt in werking op X-X-2024.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van X-X-2024.
De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma
De griffier, Merel van Hall
Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke
verordening Utrecht 2010, online aangejaagde verstoring van de openbare orde
Onderstaand de teksten van de artikelen die inhoudelijk wijzigen. De wijzigingen zijn cursief aangegeven in de bestaande tekst en onderstreept in de nieuwe tekst. Bij nieuwe artikelen is alleen de kolom ‘Nieuwe tekst’ ingevuld. Bij artikelen die vervallen is alleen de kolom ‘Bestaande tekst’ ingevuld. Daar waar de wijzigingen artikelleden betreft, zijn alleen de betreffende artikelleden opgenomen (de stippeltjes geven aan dat er meer artikelleden zijn die niet gewijzigd worden).
Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:2a Online aangejaagde verstoring van de openbare orde Het is verboden op een digitaal openbaar of publiek toegankelijk platform op enigerlei wijze door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden op of aan een openbare plaats of een voor publiek toegankelijk gebouw.
Bijlage: Toelichting bij ‘online aangejaagde verstoring van de openbare orde’
(deze toelichting wordt opgenomen in de informatieve toelichting bij de APV op www.overheid.nl) Artikel I Artikel 2:2a Online aangejaagde verstoring van de openbare orde Dit artikel is toegespitst op online aangejaagde openbare ordeverstoringen. Met dit artikel wordt de digitale wereld niet langer gescheiden van de fysieke wereld. Door het toevoegen dat uitdagend gedrag op digitale platforms aanleiding kan zijn tot wanordelijkheden op of aan een openbare plaats wordt deze problematiek erkend en kan deze problematiek worden aangepakt. Zo kan er worden opgetreden tegen een persoon die online op een openbaar of publiek toegankelijk platform met zijn gedrag aanleiding geeft tot wanordelijkheden in Utrecht. De burgemeester heeft in die gevallen de mogelijkheid om zijn bevoegdheden in te zetten met als doel een geplaatste uiting van het internet te laten verwijderen en het verder delen van een uiting te voorkomen.
Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen
Voorgeschiedenis Online gebiedsverbod Brief van burgemeesters M48, 2023
Modernisering APV Toevoegen artikel aan APV
“Het is verboden op een digitaal openbaar of publiek toegankelijk platform op enigerlei wijze door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden op of aan een openbare plaats of een voor publiek toegankelijk gebouw.” Voorzienbaarheid voor inwoner van Utrecht Handhaving op basis van artikel 175 Gemeentewet (Noodbevel)
Ontwikkelen protocol
Het instellen van tijdelijke zones rondom incidenten waarbinnen inwoners worden verzocht geen gevoelige beelden en informatie te delen. Het plaatsen van duidelijke waarschuwingen ter plaatse om inwoners te attenderen op de risico's van het delen van dergelijke content. Het bevorderen van verantwoordelijkheid onder burgers door hen te vragen gevoelige informatie alleen met de politie te delen.
Bewustwording
Online burgerschapsvorming via educatieve programma’s. Organisatie van wijkgesprekken en bijeenkomsten in buurthuizen om jongeren en andere inwoners te informeren over de gevolgen van hun online gedrag. Een uitgebreide communicatiecampagne gericht op het bevorderen van verantwoord online gedrag tijdens veiligheidsincidenten.
Initiatiefvoorstel digitale omgangsvormen 1. APV-bepaling
• Inperken vrijheid van meningsuiting met lagere regelgeving is niet toegestaan • Europees grondrecht en nationaal grondrecht • Noodbevel voor nu (tijdelijkheid) meest kansrijk 2. Uitvoeringsprotocol social media
• In gesprek met hulpdiensten. Communicatie blijft maatwerk • Initiatiefvoorstel TK strafbaarstelling delen beelden van hulpbehoevende personen 3. Bewustwording
• Nemen we mee bij bestaande programma’s UZWS en UP Digitale weerbaarheid • Inzet o.a. morele aspecten online informatiedeling en deskundigsbevordering i.s.m. partners
Ontwikkelingen rondom het thema online opruiing
Veiligheid maken we samen 18 juni 2024
Inhoudsopgave 1. CCV 2. PrOCoM en initiatieven voor het lokaal bestuur. 3. Wens tot wetgeving niet uit één hoek. 4. Uitvraag voor lokaal 5. Congres 20 juni.
2
Project Online Content Moderatie (PrOCoM)tbeeld
1
Vaste overlegstructuur tussen overheid en internetsector
2
Slachtoffers kunnen eenvoudig melden
3
Lokale bestuurders weten hoe te handelen
4
Meer kennis over het internet en over online fenomenen
Het CCV werkt voor PrOCoM aan de lokale aanpak:
Doel: het beschikbaar hebben van instrumenten voor lokale bestuurders om online aangejaagde openbare orde problemen te voorkomen of te beperken omdat
4
Zoektocht naar handelingsperspectief Omdat burgemeesters belast zijn met handhaven van de openbare orde, maar zijn/waren online vaak handelingsverlegen. Wenselijk is dus handelingsperspectief online, ter voorkoming en beheersing Op verzoek van de minisister handelingsperspectief op de online content in kaart brengen, welke mogelijkheden zijn er?
5
Landelijke initiatieven voor de lokale aanpak, wat is er al?
Verdere Initiatieven voor het lokale bestuur
• Barrièremodel • Afwegingskader • Regionale roadshows • Leerkring XL • Juridische tijdlijn
• • • • • • •
Juridische analyse van de landsadvocaat (JenV) Fenomeenanalyse (Bureau RVS) Stappenplan online monitoring (BZK & VNG) Kamerbrief (JenV) Evaluatie casus Bodegraven Reeuwijk (Pol. & wetenschap) Europese wetgeving Digital Service Act (DSA) Citydeal cybercrime (CCV)
• Juridische werkgroep 6
Wens tot wetgeving niet uit één hoek
Initiatieven vanuit lokale bestuur (zie ook tijdlijn CCV door de jaren heen) • Online gebiedsverbod in Utrecht • Almelo en de aanpassingen in de APV • Raadsbrief/vragen gemeente Rotterdam • Online gebiedsverbod Amsterdam • Dwangsom in Haarlem • Noodverordening in Groningen • Strafrecht opruing in Venlo • Veroordeling voor opruiing in Enschede • Veroordelingen in Bodegraven Reeuwijk 8
Uitvraag pilots Citydeal lokale weerbaarheid Cybercrime Witte vlekken analyse online aangejaagde ordeverstoringen
1. Online fenomeen verkenning gemeenten 2. Beschikbaar stellen van een oefen/simulatieprogramma 3. Snel in contact komen met social media platformen om content te verwijden 4. Lokaal maatwerk publieksprogramma online gedrag 5. Lessons learned van aanpak Scandinavische gemeenten 6. Juridische verkenning
9
Meld je aan via onderstaande link: https://procom2024.minjenv-events.nl/ 10
Wat kan ik voor jou betekenen? Laat het mij weten via:
www.hetccv.nl
1 1
Intitiatief voorstel Digitale omgangsvormen Raadsinformatiebijeenkomst 18 juni 2024
Teamchef Basisteam Utrecht-West
Aanjagen ordeverstoringen Onderkennen & duiden v Politie surveilleert in de wijk en op het web § §
Algemeen & specifiek / gericht Verschillende bronnen
v Politie duidt informatie § §
Betekenis? Strafbaar?
Interventies v Wat kan? Wat mag? § §
Zorgvuldige afweging Afstemmen met het gezag
v Wat is betekenisvol? § §
Belangenafweging Herhaling voorkomen
Maken en delen beelden Politiepraktijk v Vindt plaats bij optreden van de politie en bij incidenten § Politiemensen in beeld / doxing? § Slachtoffers in beeld, reanimaties, verkeersongevallen
v Interventies § Afschermen § Corrigeren, primair aandacht voor incident zelf § Politie roept op beelden te delen (met de politie).
Standpunt Bits of Freedom en Amnesty International inzake Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen Amsterdam, 17 juni 2024
Geacht raadslid, Op de agenda van de raadsinformatiebijeenkomst (RIB) van 18 juni 2024 is een van de onderwerpen het Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen, zoals voorgesteld door het CDA-raadslid Van Steeg. Met het initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen wordt voorgesteld om een APV-artikel toe te voegen om online opruiing met als mogelijk gevolg ordeverstoringen in de openbare ruimte aan te pakken. Bits of Freedom en Amnesty International denken dat het voorstel averechts werkt, en dat het onverstandig is met repressie maatschappelijke onrust tegen te gaan. Kortom: bescherm de vrijheid van meningsuiting en stem tegen dit initiatiefvoorstel.
Achtergrond Het CDA in Utrecht wil dat de burgemeester online meer kan doen om onrust op straat te voorkomen. Ze stelt voor de lokale regels in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) uit te breiden met een verbod op het vertonen van online 'uitdagend gedrag' dat 'aanleiding' zou kunnen geven tot 'wanordelijkheden'. De directe aanleiding voor dit voorstel is alweer jaren oud. In 2021 riep een 17-jarige jongen online op om in Utrecht te gaan protesteren tegen coronamaatregelen. Daarop vaardigde de burgemeester een 'online gebiedsverbod' uit. De rechter vond deze beknotting van de uitingsvrijheid ontoelaatbaar. Gemeenten mogen namelijk niet zelfstandig invulling geven aan de vrijheid van meningsuiting. Het nieuwe voorstel kan gezien worden als een nieuwe poging hetzelfde te bereiken, maar is helaas niet minder problematisch. De vrijheid van meningsuiting is gelukkig niet absoluut. Er moet altijd een afweging worden gemaakt: wiens belang is groter; dat van degene die spreekt, of dat van diegene die daardoor wordt geraakt? De grenzen aan die vrijheid zijn in de wet vastgelegd. Dat maakt dat je een goede inschatting kunt maken van wat je kunt zeggen en wat niet. En ook dat je niet aan de willekeur van machthebbers, zoals de burgemeester, bent overgeleverd. Uiteindelijk is het de rechter die oordeelt en dat maakt de vrijheid van meningsuiting onpartijdig.
Het zou niet moeten uitmaken of je demonstreert tegen TataSteel, het coronabeleid of cultuursubsidies: iedereen heeft evenveel recht op diens mening.
Onhoudbaarheid en implicaties lange termijn Het CDA wil met lokale regels de uitingsvrijheid beperken, maar waar de grens precies moet liggen, is niet duidelijk. Wanneer is een berichtje "uitdagend"? Wanneer geeft iets wel en geen aanleiding tot wanordelijkheden? Mag je straks in Arnhem meer zeggen dan in Utrecht? Als burger weet je niet meer waar je aan toe bent. Dit soort willekeurige beperkingen van de vrijheid van meningsuiting horen niet thuis in een rechtsstaat. Maar niet alleen de vaagheid is een probleem. Het voorstel is namelijk ook nog eens gebouwd op juridisch drijfzand. Zo staat er in de toelichting dat het artikel mogelijk “de juridische toets niet zal doorstaan.” Dat wordt bevestigd door de burgemeester, die aangeeft dat de voorgestelde verbodsbepaling “door de wetgever is verboden.” En daarmee maakt de gemeente van haar burgers een proefkonijn: voor haar
rechtsbescherming zal de burger naar de rechter moeten stappen. Ook dat is niet hoe het in een rechtsstaat hoort te gaan. Daarnaast is niet nagedacht over de grotere implicaties. Een verbod doet niets als het niet wordt gehandhaafd. Om dat te kunnen, moet de burgemeester weten wat er online speelt. Dit leidt tot een prikkel voor de burgemeester om al onze uitingen op het internet in de gaten te houden. Net zo onwenselijk.
Preventie, niet repressie En het probleem dat het CDA probeert op te lossen? Het is nu al strafbaar om op te roepen tot rellen. Als je dat doet, loop je het risico dat je je voor de rechter moet verantwoorden. De maximale straf voor opruiing is vijf jaar cel en een fikse boete. Laten we eerst eens kijken waarom dat niet genoeg zou zijn. Waarom stapt de burgemeester niet naar de politie en het Openbaar Ministerie? Zij hebben wettelijk de bevoegdheid om in te grijpen. Dit is juridisch houdbaar én voorzien van waarborgen om misbruik tegen te gaan. Er wordt in de Tweede Kamer veel gesproken over het herstellen van het vertrouwen tussen burgers en de overheid. Daarvoor is ten eerste een betrouwbare overheid nodig. Hoe we daar precies invulling aan moeten geven weten we niet. Wel weten we dat het introduceren van maatregelen die juridisch onhoudbaar zijn, niet de manier is. Sterker nog: het is een voedingsbodem voor wantrouwen. Juist wanneer het vertrouwen in de overheid laag is, zou zij er slim aan doen extra terughoudend te zijn met het inzetten van haar machtsmiddelen. Uiteindelijk reikt haar macht namelijk zo ver als de maatschappij bereid is die te accepteren. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Vanzelfsprekend zijn we graag bereid tot een nadere toelichting, mocht daartoe behoefte bestaan.
Met vriendelijke groet, (namens Bits of Freedom) (Amnesty International)
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
Hamelink
Datum
Doorkiesnummer
14030
Kenmerk
3 juni 2024 12410820
elske.hamelink@utrecht.nl
Onderwerp
Reactie initiatiefvoorstel digitale omgangsvormen
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Openbare Orde en Veiligheid
Geachte leden van de raad, Op 11 april jl. heeft Bert van Steeg (CDA) het initiatiefvoorstel digitale omgangsvormen aangeboden. Wij waarderen het zeer dat vanuit de raad op wijze betrokkenheid wordt getoond bij dit onderwerp en het toenemende belang ervan. Het is van belang dat voor iedereen in onze stad duidelijk is dat je niet oproept tot ordeverstoringen of dit nu offline of online is. Ook zijn we het met het CDA eens dat iedereen een eigen verantwoordelijkheid hierin heeft en erkennen we het belang van bewustwording. Wij zien het initiatiefvoorstel als een waardevolle bijdrage en steun in de rug bij de discussie over (online) omgangsvormen en normoverschrijdend gedrag. Dat betekent niet dat wij het voorstel en de daarin voorgestelde maatregelen zonder meer over kunnen nemen. Hieronder gaan wij hier nader op in. Aandachtspunten initiatiefvoorstel Wat betreft de financiële dekking van het voorstel; de opbrengst van de doorverkoop van niet afgehaalde fietsen is jaarlijks zo'n € 34.000. Het ophogen van deze opbrengst met € 100.000 achten we niet haalbaar, dit zou een verhoging van 294% zijn. Gelet op de waarde van deze veelal gammele fietsen, verwachten we dat er geen fietsenhandelaar zal zijn die een hoger bod doet dan het bestaande contract. In de tweede helft van het jaar zal dit opnieuw aanbesteed worden.
APV-wijziging In het initiatiefvoorstel wordt voorgesteld om in de APV een toevoeging (artikel 2:2a) op te nemen waarbij achteraf kan worden opgetreden tegen online uitingen met dreiging voor een verstoring van de openbare orde. Hoewel wij het belang dat de burgemeester kan optreden bij online aangejaagde ordeverstoringen ondersteunen, zien we een aantal juridische knelpunten. De constructie waarbij een situatie zoals bedoeld in art. 175 Gemeentewet zich moet voordoen (oproerige beweging, andere ernstige wanordelijkheden of rampen dan wel de ernstige vrees daarvoor) waarna onder verwijzing naar de APV-bepaling een noodbevel kan worden gegeven,
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
3 juni 2024 12410820
combineert op oneigenlijke wijze twee verschillende soorten regelgeving met elkaar. Het noodbevel is een bevoegdheid van de burgemeester uit de Gemeentewet dat een separaat besluit inhoudt dat los staat van de APV. Het toevoegen van een verbodsbepaling in de APV brengt met zich mee dat deze zelfstandig handhaafbaar wordt geacht met de strafbepaling uit hoofdstuk 6 van de APV. Daarmee worden echter grondrechten (vrijheid van meningsuiting) ingeperkt in een lokale verordening, iets dat door de wetgever is verboden. Inperken van grondrechten is alleen mogelijk met een wet in formele zin. Het beperken van het verspreidingsrecht, waarbij de betrokkene wordt gelast de gewraakte uitingen niet opnieuw te plaatsen op een concreet te benoemen medium en er daarmee voldoende ruimte blijft voor betrokkene om zich te uiten, is eventueel wel mogelijk met de APV. De verwachting is wel dat de rechter hier kritisch naar zal kijken. Daarnaast moet er rekening mee worden gehouden dat de voorgestelde APV-bepaling van invloed kan zijn op het hoger beroep tegen de rechtbankuitspraak van 3 februari 2023 over het ‘online gebiedsverbod'. Wij pleiten daarom nog steeds voor landelijke wetgeving – in een wet in formele zin – waarbij de burgemeester de bevoegdheid krijgt om op te kunnen treden bij online aangejaagde ordeverstoringen.
Protocol ‘niet delen maakt echt content’ Het voorstel is dat bij grootschalige incidenten het ‘protocol sociale media’ in gang wordt gezet. Dit protocol is gericht op het ontmoedigen van het ‘live’ publiekelijk verspreiden van informatie/beelden van veiligheidsincidenten die bewust of onbewust bijdragen aan verdere escalatie. In het protocol is opgenomen het instellen van een tijdelijke zone waarbij wordt uitgedragen om geen gevoelige beelden en informatie te delen. Ter plaatse wordt men geattendeerd bijvoorbeeld online of met tekstborden. Het is van belang dat we uiterst zorgvuldig om gaan met wat we oproepen om te doen of na te laten, ook als dit geen hard verbod betreft. Dit raakt immers de vrijheid van meningsuiting en mogelijk persvrijheid. Tegelijkertijd zien we dat het verspreiden van informatie/ beeldmateriaal erg schadelijk kan zijn voor slachtoffers en zelfs de veiligheid van mensen in geding kan brengen of kan leiden tot openbare orde incidenten. We steunen de wens om mensen meer bewust te maken van de gevolgen hiervan. De eerste hulp en afhandeling van incidenten ter plaatse ligt primair bij de hulpverlenende instanties als politie, ambulancedienst en brandweer. En bij bijvoorbeeld gijzelingen en misdrijven valt dit onder de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie.
Zij nemen op dit moment al een aantal maatregelen, zo kunnen zij (afhankelijk van de situatie) bij statische incidenten het incident en slachtoffers afschermen. Ook wijst de politie ter plaatse mensen soms op hun verantwoordelijkheid indien er foto's gemaakt worden of gefilmd wordt. De focus ligt uiteraard primair bij de afhandeling van het incident zelf. In de Tweede Kamer is er een initiatiefvoorstel ingediend door het CDA en de PvdA om het willens en wetens openbaar maken van beeldmateriaal van personen die dringend hulp behoeven of inmiddels zijn overleden, strafbaar te stellen. Een dergelijk verbod zal de politie meer handvatten geven om op te kunnen treden en ook bijdragen aan bewustwording. Wij willen met hulpverlenende instanties (VRU, politie) en het Openbaar Ministerie in gesprek over op welke wijze er vormgegeven zou kunnen worden aan het voorstel en hoe we dit kunnen betrekken bij de planvorming voor verschillende incidenttypes. Ook de rol van de gemeente en of wij de meest geëigende partner zijn om te communiceren (over het niet verspreiden van informatie) op het moment dat zich een incident voordoet, zullen we hierbij betrekken.
2/3
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
3 juni 2024 12410820
Daarnaast kunnen we een oproep over het niet verspreiden van informatie, standaard opnemen in de ‘gereedschapskist’ van de gemeente (in die gevallen waarbij de gemeente betrokken is). Hierbij is het van belang om te realiseren dat communicatie rondom incidenten maatwerk vraagt. Per geval, afhankelijk van type incident en context, zal beoordeeld moeten worden in hoeverre het ontmoedigen van het delen van (beeld)informatie over het incident/ slachtoffers een passende, wenselijke interventie is. We kunnen hierbij ook de meerwaarde van het instellen van een tijdelijke zone en de wijze van attenderen verkennen. Het inzetten op bewustwording digitale omgangsvormen Het voorstel tot het vergroten van bewustwording over digitale omgangsvormen aan de hand van online burgerschapsvorming, bijeenkomsten in de buurt en campagnes sluit aan bij de bestaande programma’s Utrecht Zijn We Samen (UZWS) en het uitvoeringsprogramma Vergroten digitale weerbaarheid waar de online aanpak en digitaal burgerschap onderdeel van uitmaken. Inzet op bewustwording digitale omgangsvormen is sinds 2017 onderdeel van UZWS. Het gedachtegoed van “niet delen, maakt écht content” (/morele aspecten van online informatie delen) zullen we opnemen in de bestaande aanpakken.
Onder leiding van een kwartiermaker Online aanpak onder UZWS wordt momenteel een Utrechtse Online Coalitie vormgegeven met als doel; bewustwording en deskundigheidsbevordering van Utrechters en Utrechtse professionals m.b.t. de effecten van desinformatie, complottheorieën en filterbubbels. Dit doen we met o.a. partijen als JoU (incl. schooljongerenwerk), DOCK (Sociaal makelaars), politie, Stichting Vreedzaam, Bibliotheek en Mediateam. Vanuit deze coalitie zullen we het voorstel voor bijeenkomsten in de buurt over online gedrag meenemen, waarbij we rekening houden met de mogelijkheden die er bij betrokken partijen zijn. Er zijn geen structurele financiële middelen om extra activiteiten op te pakken. We stellen vraagtekens over de effectiviteit en impact van een communicatiecampagne “hoe helpen we elkaar het meest”. Campagnes met algemene boodschappen, die niet direct te koppelen zijn aan een specifieke situatie, hebben over het algemeen beperkt effect. Om het bewustzijn te vergroten en gedragsverandering te bewerkstelligen is daarnaast brede, intensieve, langdurige inzet nodig. Het onderwerp leent zich daarmee meer voor een landelijke campagne dan een gemeentelijke.
Samenvattend Helaas moeten we het initiatiefvoorstel digitale omgangsvormen ontraden omdat een gedegen financiële dekking ontbreekt en we daarnaast een aantal inhoudelijke bedenkingen hebben (zoals hierboven omschreven). Wij staan echter positief tegenover de intentie van het raadsvoorstel, zien wel mogelijkheden om met onderdelen van het voorstel aan de slag te gaan en bedanken het CDA voor het genomen initiatief.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3/3