CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsinformatiebijeenkomst 18 juni 2024, gemeente Utrecht13.641 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bundel - Raadsinformatiebijeenkomst van 18 juni 2024 1

1.1

1.2

1.3

2

Watertransitie en drinkwatertekort LET OP!! DEZE BIJEENKOMST WORDT VERPLAATST NAAR OKTOBER Tijd: 19.30 - 20.45 uur Locatie: oude Stadhuis Beleidsterrein: Openbare Ruimte / Portefeuillehouder: Susanne Schilderman Agendeerders: Charlotte Passier (Volt), Nadia Stylianou (D66), Cees Bos (Stadsbelang Utrecht), Jantine Zwinkels (CDA) Motivatie: De beschikbaarheid van drinkwater is steeds minder vanzelfsprekend. Inmiddels zijn ook de eerste waarschuwingen afgegeven dat nieuwe woningen vanaf 2030 geen water meer uit de kraan krijgen. Om te voorkomen dat het watertekort de volgende stikstofcrisis of netcongestieproblematiek wordt, dienen we als gemeente te onderzoeken wat wij kunnen doen om onderdeel te zijn van de oplossing. De agenderende partijen willen met experts in gesprek gaan over de uitdaging waar wij voor staan, wat wij als gemeente kunnen doen om onderdeel van de oplossing te zijn en wat is de visie van de gemeente op de watertransitie. De fracties willen weten: 1. Voor welke uitdaging staan we met het oog op het (toekomstig) drinkwatertekort? o Wat is de urgentie van het drinkwatertekort? o Welk risico loopt Utrecht met het oog op een toekomstig drinkwatertekort? o Wat zijn de knelpunten met het oog op dit tekort? Welke sectoren worden hierdoor geraakt en wat zijn mogelijke economische consequenties? 2.

Wat kunnen we tegen een drinkwatertekort doen? o Welke rol hebben de verschillende bestuurslagen en organisaties m.b.t. voldoende en veilig drinkwater? o Welke oplossingsrichtingen zijn er? 3. Wat is de visie van de gemeente op de watertransitie? o Wat is de visie van de gemeente Utrecht om de transitie naar een circulair en duurzaam watersysteem (watertransitie) te maken? o Wat doen we op dit moment in Utrecht om een drinkwatertekort te voorkomen? o Welke keuzes zouden we nog kunnen maken? Wat zijn daar de gevolgen (voor- en nadelen) van? SV 2023 nr. 201 Dreigend watertekort (met antwoord) Dossier 4160 voorblad Beantwoording SV2023 nr 201 over Dreigend watertekort Vitens: mogelijk geen drinkwateraansluiting bij nieuwe woningen - Charlotte Passier (Volt), mede namens Kirsten Alblas (ChristenUnie), Marijn de Pagter (VVD), David Bosch (UtrechtNu!), Jantine Zwinkels (CDA) en Nadia Stylianou (D66) Dossier 4162 voorblad MV 2 Vitens mogelijk geen drinkwateraanlsuiting bij nieuwe woningen Watertekort in 2030 ? - Charlotte Passier (Volt) mede namens Wilma Duitscher (EenUtrecht), Lisanne Snippe (Partij voor de Dieren), Titus Stam (PvdA), Myrthe Minnaert (BIJ1) en Rachel Heijne (GroenLinks) Dossier 4161 voorblad MV 4 Watertekort in 2030 Initiatiefvoorstel Digitale omgangsvormen Tijd: 20.00 - 21.00 uur Locatie: oude Stadhuis Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid /

Portefeuillehouder: Burgemeester Dijksma Agendeerders: Maarten Koning (D66), Tess Meerding (VVD), Ruud Maas (Volt), Bert van Steeg (CDA), Ruben Snijder (Student & Starter), Victor Paalman (Horizon) Motivatie: Met het initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen wordt voorgesteld om een APV-artikel toe te voegen om online opruiing met als mogelijk gevolg ordeverstoringen in de openbare ruimte aan te pakken. De fracties willen door experts geïnformeerd worden over de voor- en nadelen van de voorgestelde aanpak, over de juridische context en mogelijke risico’s, en over alternatieven. Welke mogelijkheden bestaan er momenteel om online opruiing tegen te gaan? Hoe kunnen we de online en fysieke wereld dichterbij elkaar brengen? Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen-doc-Info-en-Bijdragen WEB Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen Initiatiefnota digitale omgangsvormen Besluit tot wijziging van de APV Utrecht 2010 digitale middelen Overzicht van de wijziging APV - digitale middelen - (was-wordt lijst) Toelichting APV bepaling_

2.1

Presentatie-RIB-Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen-Bert van Steeg CDA Presentatie-RIB-Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen-Gemeente Utrecht Presentatie-RIB-Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen-CCV Presentatie-RIB-Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen-Politie Inbreng- RIB- Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen- Bits for Freedom en Amnesty International Raadsbrief Reactie initiatiefvoorstel digitale omgangsvormen Raadsbrief Reactie initiatiefvoorstel digitale omgangsvormen

Raadsinformatiebijeenkomst Dossiernummer

4160

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

18 juni 2024

Agendapunt

1.1

Titel

SV 2023 nr. 201 Dreigend watertekort (met antwoord)

ID

4373

Behandelend ambtenaar Telefoon E-mail Datum collegebesluit Thema Portefeuillehouder Beleidsveld Referendabel Raadsadviseur (lijst) Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Raadsinformatiebijeenkomst

18 juni 2024

Raadsinformatiebijeenkomst

8 oktober 2024

Voorgesteld besluit

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2023, NUMMER 201 DREIGEND WATERTEKORT

Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

24 januari 2023 College B&W E.W. Rebergen 0302864332 e.rebergen@utrecht.nl 11964650 Openbare Ruimte

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2023 nummer 201 van Charlotte Passier (Volt), Kirsten Alblas (ChristenUnie), Titus Stam (PvdA), Lisanne Snippe (Partij voor de Dieren), Rachel Heijne (GroenLinks) en Nadia Stylianou (D66) van 2 november 2023 over Dreigend tekort aan drinkwater. De antwoorden op deze vragen zijn afgestemd met Vitens. Indien bij vragen letterlijk het antwoord van Vitens is overgenomen is dit aangegeven. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Is het college ervan op de hoogte dat de huidige operationele reserve van Vitens maar 6% is? Antwoord 1 Ja, wij zijn via de aandeelhoudersvergaderingen en de artikelen van Vewin (Vereniging van waterbedrijven in Nederland) op de hoogte dat de situatie ten aanzien van de voorraad aan drinkwater in Nederland nijpend is. Vraag 2 a. Welke rol heeft de gemeente in de extra investeringen die nodig zijn om toekomstbestendig drinkwaterreserve voor de stad te realiseren? b. Op welke manier houdt het college hier al rekening mee, mocht dat nodig zijn? Antwoord 2 Ad a. Als aandeelhouder van Vitens worden wij tweemaal per jaar bij de aandeelhoudersvergadering geïnformeerd over de investeringsvoorstellen en de onderliggende financieringsstrategie. Daarnaast moeten wij als aandeelhouder instemmen met de drinkwatertarieven.

De grote investeringen om de drinkwatervoorziening ook in de toekomst te garanderen en verder te verduurzamen zorgen voor een verhoogde investeringsvraag. De vermogenskosten die de drinkwaterbedrijven maximaal mogen betrekken bij het vaststellen van de tarieven voor hun wettelijke taken voor het leveren van drinkwater zijn echter wettelijk begrensd via de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet (afgekort WACC). De kans bestaat, als de aanpassing van de nationale WACC regeling niet lukt, dat Vitens een extra financiële impuls gaat vragen aan de aandeelhouders (en overheden die nu niet aandeelhouder zijn)

om aan de vermogensvraag voor de investeringen te kunnen voldoen. Vooralsnog is dit nog niet aan de orde. Ad b. Vitens heeft (met de provincie Utrecht) verschillende bouwstenen uitgewerkt die de operationele drinkwatercapaciteit moeten verhogen voor 2030. Deze liggen niet binnen de gemeentegrens. Wel zijn investeringen nodig bij een aantal winningen in de nabije omgeving van Utrecht, waar de stad Utrecht van afhankelijk is en die mogelijk effect hebben op de stad. De belangrijkste is de uitbreiding van de bestaande winning in Groenekan. Daarnaast is Vitens bezig met het uitbreiden van de huidige winningen in Eemdijk en Woudenberg en het in bedrijf brengen van een nieuwe grondwaterwinning in Benschop. Onderzoeken naar het uitbreiden van drie andere bestaande locaties lopen nog. Voor de wat langere termijn is Vitens bezig met twee nieuwe drinkwatervoorzieningen namelijk Waag (Water aanvoer en aanvulling Gooi) en Schalkwijk, de realisatie hiervan ligt na 2030. Voor de gehele drinkwatervoorziening van de provincie Utrecht zijn deze bouwstenen van groot belang om binnen de planningen gehaald te worden, en daarbij dus ook voor de stad Utrecht. Vraag 3 In 2040 zal Utrecht naar verwachting met bijna 100.000 inwoners groeien. Welke problemen voorziet het college voor deze geplande groei in relatie tot het dreigend watertekort? a.

Op welke manieren houdt het college in een vroeg stadium rekening met dit vraagstuk in relatie tot de groeiplannen voor de stad? Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het ‘temmen’ van de vraag naar water door in te zetten op waterbesparende maatregelen. b. Is het college bereid om voor nieuwbouw te verkennen of gewerkt kan worden met een onderscheid tussen schoon water en grijs voor bijvoorbeeld het doorspoelen van de WC? Zo nee, waarom niet? Antwoord 3 Wij hebben het volste vertrouwen dat Vitens met de voorgenomen investeringen aan de groeiende vraag zal kunnen voldoen. Wij zien echter ook dat de kans aanwezig is dat niet alle maatregelen die in het antwoord bij vraag 2b worden genoemd, kunnen worden gerealiseerd of dat zij vertragen. Zeker gezien de andere opgaven zoals verdroging van natuur, klimaatverandering en energietransitie. Hierdoor is het voor Vitens en daarmee ook voor ons van groot belang om ook extra in te zetten op ‘te beschermen wat we hebben’. Dit houdt in: inzet op een goede grondwaterkwaliteit en daarmee beperken van risico’s voor verspreiding van verontreinigingen. Als dit niet (goed) lukt, dan zal de bestaande capaciteit ook afnemen en wordt het tekort nog groter. Binnen de gemeente Utrecht speelt dit bij de winningen in de Meern en Leidsche Rijn.

De bescherming is geregeld in het Gebiedsplan gebiedsgericht grondwaterbeheer (2016, wordt thans herzien). Hierbij zetten we ons in dat ondiepe bodemverontreinigingen zich niet kunnen verplaatsen naar de diepere bodemlaag waar drinkwater uit wordt gewonnen. Om die reden is warmtewinning via wko’s (warmte-koude-opslag) in de diepere bodemlaag nu alleen toegestaan als dit geen negatieve effecten heeft op de grondwaterkwaliteit en daarmee op de drinkwaterkwaliteit. De capaciteit van de ondiepe bodemlaag (de laag boven de bodemlaag waaruit drinkwater gewonnen wordt) voor bodemenergie is echter beperkt, waardoor er veel druk ligt om wko-installaties ook toe te staan in de diepere bodemlaag waar drinkwater uit gewonnen wordt. We onderzoeken momenteel in het Beurskwartier of dit mogelijk is zonder dat de risico's voor het drinkwater sterk toenemen (zie de raadsbrief uit november 2023 over dit onderwerp). In het geactualiseerde gebiedsplan en de nieuwe visie ondergrond zullen we hier nader op ingaan. Ad a. Wij stimuleren waterbesparende maatregelen. Hierbij ligt onze focus op het terugdringen van het gebruik van drinkwater in tuinen en openbaar groen, door het gebruik van regenwater en oppervlaktewater. Zo gebruiken we voor het water geven van ons openbare groen geen drinkwater en stimuleren we via ons programma Waterproof030 eigenaren om regenwater vast te houden via

2

bijvoorbeeld regentonnen en regenwater bij voorkeur te infiltreren in de bodem. Binnenshuis vinden wij het het doelmatigst als de Rijksoverheid waterbesparende maatregelen bindend voorschrijft in plaats van dat wij die via lokale regelgeving moeten voorschrijven (zie ook vraag 11). Ad b. Bij de start van de wijk Leidsche Rijn heeft de gemeente ingezet op het gebruik van grijs water (ook wel huishoudwater genoemd) voor een aantal functies in de woning, zoals het doorspoelen van de wc. Helaas zijn destijds door foutieve aansluitingen van de drinkwaterleiding en de grijs waterleiding in een straat gezondheidsklachten ontstaan die in 2003 hebben geleid tot een landelijk verbod op het grootschalig gebruik van grijs water. Dit verbod geldt nog steeds. Drinkwaterbedrijven mogen geen grijs water leveren. Alleen individuele huishoudens kunnen zelf besluiten een grijs watersysteem aan te leggen. Momenteel loopt op rijksniveau een discussie of wij in Nederland net als in Vlaanderen grijswater systemen moeten gaan stimuleren en bij nieuwbouw zelfs verplichten om het drinkwaterverbruik terug te dringen.Gezien het nu nog geldende landelijke verbod doen wij nu geen experimenten, maar richten we ons zoals hierboven aangegeven op het terugdringen van het drinkwatergebruik buiten de woning. Wij zijn wel van mening dat het landelijk mogelijk gemaakt moet worden om hier ervaring mee op te doen.

Vraag 4 In het artikel wordt gesteld dat er twee manieren zijn om in tijden van dreigende tekorten toch iedereen van voldoende drinkwater te voorzien, het ‘temmen’ van de vraag en meer drinkwater produceren. De partijen zijn van mening dat het belangrijk is om in te zetten op een ‘watertransitie’ van ons watergebruik (bijvoorbeeld gebruik van ‘grijs water’ bij bedrijven en nieuwbouw) en ook op waterbesparing, aangezien er veel drinkwater wordt verspild. Deelt het college deze mening? Antwoord 4 Ja, wij delen de mening dat het belangrijk is om in te zetten op waterbesparing. Zoals bij het antwoord op vraag 3 aangegeven ligt bij ons de focus op de transitie om buiten de woning zoveel mogelijk gebruik te maken van regenwater in plaats van drinkwater, tenzij het gebruik – bij bijvoorbeeld zwembadjes – om drinkwaterkwaliteit vraagt. Daarbij geldt wel dat we het afraden om tijdens piekverbruik van drinkwater een zwembadje te vullen. Wij gaan met Vitens verkennen hoe we in de bewonerscommunicatie op dit onderwerp beter kunnen samenwerken. Vraag 5 Op welke manier zet het college zich al in voor deze watertransitie? a. Zo niet, is het college bereid om zich hiervoor in te gaan zetten? En zo ja, op welke manier? Antwoord 5 Zie het antwoord op vraag 3a.

Verder stimuleren wij ook waterbesparing via de gemeentelijke rioolheffing, omdat wij grootverbruikers (gebruikers die meer dan 250 m3 water per jaar lozen op de riolering) een extra heffing opleggen per m3 geloosd water. Ook zetten wij volop in op het infiltreren van schoon regenwater bij nieuwbouw en herinrichtingsprojecten en via ons programma Waterproof030 op het nuttig gebruiken van regenwater en het vergroenen van tuinen bij bestaande bouw. Vraag 6 Drinkwaterbedrijf Groningen weigert al vier jaar drinkwater te leveren aan grote, nieuwe bedrijven als zij niet per se dat drinkwater van hoge kwaliteit nodig hebben. Hoe gaat Vitens hiermee om? Antwoord 6 Vitens weigert nu ook aanvragen van industriële onttrekkers en grote, nieuwe onttrekkers. Voornamelijk in Gelderland en Overijssel, maar recent ook in Nieuwegein. Hierbij volgt Vitens het afwegingskader voor Groot Zakelijk Klanten. Dat kader behelst drie vragen: heeft het bedrijf drinkwaterkwaliteit nodig, heeft het bedrijf al naar zijn bedrijfsprocessen gekeken of het minder of 3

anders kan en de laatste vraag is ‘is er überhaupt drinkwater beschikbaar in het gebied’. Dit houdt in dat er dus zowel gekeken wordt naar het verkleinen van de drinkwatervraag als naar de beschikbaarheid. Daarnaast moet Vitens nieuwe aanvragen op dit moment ook afwijzen omdat de voortgang van de bouwstenen (zie ook antwoord 2) in combinatie met de toename in de vraag te onzeker is. Vraag 7 Welke mogelijkheden zijn er in de regio om meer drinkwater te produceren? Antwoord 7 Zie antwoorden onder vraag 2. Vraag 8 Op welke manier is de huidige problematiek op het energienet van invloed op de drinkwaterwinning? Antwoord 8 Vitens verwacht ook bij toekomstige projecten tegen het probleem van de netcongestie aan te lopen. Dit zal mogelijk extra vertraging op de projecten veroorzaken, want geen stroomaansluiting betekent geen water op kunnen pompen of produceren. Ook stikstofproblematiek kan bij de realisatie van projecten voor problemen zorgen, omdat Vitens daardoor mogelijk niet kan of mag bouwen. Zie verder het antwoord op vraag 6 voor een antwoord op de vraag of bij de drinkwaterwinning dezelfde vraag speelt als bij de elektriciteitsvoorziening. Vraag 9 In het artikel van NRC is te lezen dat veel waterbedrijven vergunningen hebben voor veel grotere winning dan nu, maar dat het vaak niet of te laat tot een uitbreiding van deze winning komt doordat o.a.

gemeenten steeds vaker bezwaren maken of de boel vertragen. Wat is de situatie op dit vlak in Utrecht? Antwoord 9 Volgens Vitens zijn er momenteel binnen de provincie Utrecht geen bouwstenen die (mogelijke) vertraging oplopen vanwege gemeenten die (bouw)vergunningen tegenhouden. Wel zijn er andere belangen (energietransitie, natura2000 etc.) in gebiedsprocessen die vertragend kunnen werken. Ter plaatse van Benschop is Vitens bezig met de realisatie van een nieuwe winning, maar zit nog in een gebiedsproces voor de omgevingsvergunning en mogelijke zorgen van de omgeving. Ter plaatse van Groenekan is Vitens met onderzoek op zoek naar de mate van significante invloed op Natura2000 gebied, afhankelijk hiervan zal (de grootte van) de inzet van Groenekan door de provincie worden bepaald. Daarnaast heeft Woudenberg ook nog extra vergunningsruimte die we inzetbaar maken de komende jaren. Vraag 10 Op welke manier weegt de gemeente Utrecht dit af tegenover andere belangen in onze gemeente? Antwoord 10 Zoals eerder aangegeven speelt het uitbreiden van winningen momenteel niet in de gemeente Utrecht. Gezien de investeringsplannen van Vitens is de verwachting dat deze vraag de komende jaren ook niet gaat spelen. Wel is het van belang dat we samen met Vitens inzetten op behoud en bescherming van bestaande winningen. Binnen de gemeentegrenzen gaat het om de winning Leidsche Rijn en de Meern.

Vitens vraagt dat wij de risico’s voor verspreiding van vervuilingen zo veel mogelijk beperken. Momenteel wordt de Visie Ondergrond opgesteld. Hierin nemen we op dat we de belangrijke

4

ondergrondkwaliteiten – waar de voorraad grondwater er één van is – willen beschermen voor latere generaties en hoe we dat willen doen.

Vraag 11 Vewin stelt dat zonder extra maatregelen het onmogelijk is om 900.000 nieuw te bouwen woningen en gebieden waar stedelijke uitbreiding plaatsvindt op tijd van drinkwater te voorzien. In dit artikel worden nog meerdere oplossingen aangedragen naast die hierboven al genoemd zijn. Kan het college een reactie geven op de rol en inzet van de gemeente Utrecht per oplossing? Antwoord 11 In het artikel worden zeven oplossingen genoemd. Wij geven per oplossing aan hoe wij de rol en inzet van de gemeente zien 1. Meer vergunningsruimte voor drinkwaterbronnen. Zoals aangegeven speelt deze vraag niet binnen de gemeente Utrecht. Wel helpen wij de bestaande drinkwaterwinningen in Leidsche Rijn en De Meern goed te beschermen. 2. Meer financieringsruimte voor investeringen. De investeringsruimte van drinkwaterbedrijven uit eigen vermogen wordt beperkt door een wettelijk vastgestelde vermogenskostenvoet: de Weighted Avarage Cost of Capital (WACC). Deze WACC bepaalt namelijk dat drinkwaterbedrijven maar beperkt winst mogen maken. De beperkingen van de WACC en geld lenen maken het voor drinkwaterbedrijven steeds lastiger investeringen te doen om het groeiend aantal opgaven het hoofd te bieden. Wij steunen de drinkwaterbedrijven in hun standpunt richting het Rijk dat deze regeling moet worden aangepast. Zie ook beantwoording vraag 2a. 3.

Betere bescherming van bestaande en toekomstige drinkwaterbronnen. Utrecht voert al jaren een actief beleid om drinkwaterbronnen te beschermen. Drinkwater wordt in onze regio gewonnen uit de dieper gelegen zandlaag, het zogenoemde 2e watervoerende pakket. Deze laag wordt afgeschermd van de hogere zandlaag door een kleilaag. Wij beperken momenteel het winnen van warmte en koude uit grondwater (wko-installatie) uit het 2e watervoerend pakket om te voorkomen dat door de boringen in de kleilaag verontreinigingen uit het 1e watervoerende pakket naar het 2e watervoerend pakket kunnen komen. Dit beleid staat echter onder druk, omdat op een aantal plekken in de gemeente de maximale capaciteit voor het winnen van warmte en koude in het 1e watervoerend pakket is bereikt. In de Visie Ondergrond en de onderliggende beleidsnota Gebiedsplan Gebiedsgericht Grondwaterbeheer zullen wij een voorstel doen om hier mee om te gaan. Zie ook de antwoorden 3 en 10. 4. Structurele vermindering van drinkwaterverbruik. Zie voor onze inzet het antwoord op vraag 3 en 5. 5. Watervriendelijk bouwen opnemen in het Bouwbesluit en Drinkwaterbesluit. Wij steunen de wens van de drinkwaterbedrijven om via bindende regels in het Bouwbesluit en Drinkwaterbesluit waterbesparende maatregelen te nemen.

Zoals aangegeven bij vraag 3 zijn wij voorstander om dit via Rijksbeleid te regelen en niet via eigen lokale regelgeving. 6. Drinkwater op de agenda bij overheden en bouwpartners. Wij zien het belang van voldoende schoon drinkwater. Om die reden steunen wij als aandeelhouder de investeringsstrategie van Vitens om ook in de toekomst aan de groeiende vraag te voldoen. Ook steunen wij de lobby van de Vewin bij het Rijk voor drinkwaterbesparende maatregelen. 7. Aandacht voor risico’s warmtebronnen en -netten. Bodemenergiesystemen (zoals beschreven bij oplossing 3) kunnen de kwaliteit van grondwater aantasten en warmtenetten kunnen zorgen voor ongewenste opwarming van drinkwater in leidingen. Dit kan nadelig zijn voor de kwaliteit van het drinkwater. Bij de aanleg van warmtenetten zullen wij als regisseur op de ondergrond toezien op voldoende afstand tussen warmte- en drinkwaterleidingen. Verder zullen we bij de keuze van bodemenergiesystemen als toekomstige warmtebron het belang van het borgen van de drinkwaterwinning zorgvuldig meewegen. 5

Hoogachtend, Namens het college van B&W,

De secretaris

de burgemeester

6

Schriftelijke vragen Dreigend watertekort 2 november 2023

Vragen: Op 29 oktober verscheen in NRC een artikel over het dreigende watertekort dat steeds nijpender wordt1. Er valt te lezen dat drinkwaterbedrijven kampen met tekorten en de helft van de drinkwaterbedrijven houden te weinig reserves aan. Dit geldt ook voor Vitens, dat met een operationele reserve van 6% ruim onder de afgesproken grens van 10% zit. Daarbij groeit de vraag naar drinkwater door een groeiende bevolking, economische groei en meer individueel gebruik. Eerder dit jaar stelde Volt, EenUtrecht, Partij voor de Dieren, PvdA, BIJ1 en GroenLinks al mondelinge vragen over een dreigend watertekort in 2030.2 Wethouder Schilderman gaf toen aan dat het dreigend drinkwatertekort een groot onderwerp is waarover we elkaar vaker zouden gaan spreken en dat blijkt inderdaad zo te zijn. De fracties Volt, ChristenUnie, PvdA, Partij voor de Dieren, GroenLinks en D66 hebben de volgende vragen: 1. Is het college ervan op de hoogte dat de huidige operationele reserve van Vitens maar 6% is? 2. Welke rol heeft de gemeente in de extra investeringen die nodig zijn om toekomstbestendig drinkwaterreserve voor de stad te realiseren? a. Op welke manier houdt het college hier al rekening mee, mocht dat nodig zijn? 3. In 2040 zal Utrecht naar verwachting met bijna 100.000 inwoners groeien.

Welke problemen voorziet het college voor deze geplande groei in relatie tot het dreigend watertekort? 1 Dreigend watertekort steeds nijpender: ‘Het is niet vanzelfsprekend dat er drinkwater uit de kraan

blijft stromen’ - NRC 2 Watertekort in 2030 ? - Charlotte Passier (Volt) mede namens Wilma Duitscher (EenUtrecht), Lisanne Snippe (Partij voor de Dieren), Titus Stam (PvdA), Myrthe Minnaert (BIJ1) en Rachel Heijne (GroenLinks) - U-reka Gemeente Utrecht 7

a. Op welke manieren houdt het college in een vroeg stadium rekening met dit vraagstuk in relatie tot de groeiplannen voor de stad? Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het ‘temmen’ van de vraag naar water door in te zetten op waterbesparende maatregelen. b. Is het college bereid om voor nieuwbouw te verkennen of gewerkt kan worden met een onderscheid tussen schoon water en grijs voor bijvoorbeeld het doorspoelen van de WC? Zo nee, waarom niet? In het artikel wordt gesteld dat er twee manieren zijn om in tijden van dreigende tekorten toch iedereen van voldoende drinkwater te voorzien, het ‘temmen’ van de vraag en meer drinkwater produceren. De partijen zijn van mening dat het belangrijk is om in te zetten op een ‘watertransitie’ van ons watergebruik (bijvoorbeeld gebruik van ‘grijs water’ bij bedrijven en nieuwbouw) en ook op waterbesparing, aangezien er veel drinkwater wordt verspild. 4. Deelt het college deze mening? 5. Op welke manier zet het college zich al in voor deze watertransitie? a. Zo niet, is het college bereid om zich hiervoor in te gaan zetten? En zo ja, op welke manier? 6. Drinkwaterbedrijf Groningen weigert al vier jaar drinkwater te leveren aan grote, nieuwe bedrijven als zij niet per se dat drinkwater van hoge kwaliteit nodig hebben. Hoe gaat Vitens hiermee om? 7. Welke mogelijkheden zijn er in de regio om meer drinkwater te produceren? 8.

Op welke manier is de huidige problematiek op het energienet van invloed op de drinkwaterwinning? In het artikel van NRC is te lezen dat veel waterbedrijven vergunningen hebben voor veel grotere winning dan nu, maar dat het vaak niet of te laat tot een uitbreiding van deze winning komt doordat o.a. gemeenten steeds vaker bezwaren maken of de boel vertragen. 9. Wat is de situatie op dit vlak in Utrecht? 10. Op welke manier weegt de gemeente Utrecht dit af tegenover andere belangen in onze gemeente? Vewin stelt dat zonder extra maatregelen het onmogelijk is om 900.000 nieuw te bouwen woningen en gebieden waar stedelijke uitbreiding plaatsvindt op tijd van drinkwater te voorzien. In dit artikel worden nog meerdere oplossingen aangedragen naast die hierboven al genoemd zijn. 3 11. Kan het college een reactie geven op de rol en inzet van de gemeente Utrecht per oplossing?

Gesteld door: • • • • • • •

Charlotte Passier, Volt Kirsten Alblas, ChristenUnie Titus Stam, PvdA Rick van der Zweth, PvdA Lisanne Snippe, Partij voor de Dieren Rachel Heijne, GroenLinks Nadia Stylianou, D66

3 Drinkwatertekort bottleneck voor nieuwbouw - Drinkwaterplatform

8

Raadsinformatiebijeenkomst Dossiernummer

4162

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

18 juni 2024

Agendapunt

1.2

Titel

Vitens: mogelijk geen drinkwateraansluiting bij nieuwe woningen - Charlotte Passier (Volt), mede namens Kirsten Alblas (ChristenUnie), Marijn de Pagter (VVD), David Bosch (UtrechtNu!), Jantine Zwinkels (CDA) en Nadia Stylianou (D66)

ID

4375

Behandelend ambtenaar Telefoon E-mail Datum collegebesluit Thema Portefeuillehouder Beleidsveld Referendabel Raadsadviseur (lijst) Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Raadsinformatiebijeenkomst

18 juni 2024

Raadsinformatiebijeenkomst

8 oktober 2024

Voorgesteld besluit

Mondelinge vragen Vitens: mogelijk geen drinkwateraansluiting bij nieuwe woningen 4 april 2024

Vragen: ‘Vitens: mogelijk geen drinkwateraansluiting bij nieuwe woningen’ zo kopte de NOS gisteren. Niet alleen nieuwe stroomaansluitingen staan onder druk vanwege de netcongestie, we lopen nu ook tegen problemen aan voor onze drinkwatervoorziening. Sommige bedrijven kunnen al niet op het drinkwaternet worden aangesloten en dit gaat mogelijk ook gelden voor nieuwe woningen, daarvoor waarschuwt Vitens in het FD. Op 6 april vorig jaar stelden Volt, EenUtrecht, Partij voor de Dieren, PvdA, BIJ1 en GroenLinks al mondelinge vragen over een mogelijk Watertekort in 2030. Eind vorig jaar volgden schriftelijke vragen over hetzelfde onderwerp, mede ingediend door ChristenUnie, PvdA, Partij voor de Dieren, GroenLinks en D66. Met het nieuwsbericht van gisteren is de urgentie rondom dit vraagstuk nogmaals onderstreept. De fracties Volt, ChristenUnie, VVD, UtrechtNu! en het CDA hebben daarom de volgende vragen: 1. Wat zijn mogelijke gevolgen voor de huidige bouwplannen en op welke termijn gaan we te maken krijgen met deze gevolgen? 2. Wat zijn mogelijke gevolgen in het geval van een crisissituatie? (bijvoorbeeld in het geval van extreme droogte of een cyberaanval) 3. Wat is de visie van het college voor onze rol als gemeente in dit watervraagstuk? (bijvoorbeeld: hoe gaan wij bijdragen aan bruikbaar drinkwater, wat vragen wij van onze inwoners)

Gesteld door: • • • • • •

Charlotte Passier, Volt Kirsten Alblas, ChristenUnie Marijn de Pagter, VVD David Bosch, UtrechtNu! Jantine Zwinkels, CDA Nadia Stylianou, D66

Raadsinformatiebijeenkomst Dossiernummer

4161

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

18 juni 2024

Agendapunt

1.3

Titel

Watertekort in 2030 ? - Charlotte Passier (Volt) mede namens Wilma Duitscher (EenUtrecht), Lisanne Snippe (Partij voor de Dieren), Titus Stam (PvdA), Myrthe Minnaert (BIJ1) en Rachel Heijne (GroenLinks)

ID

4374

Behandelend ambtenaar Telefoon E-mail Datum collegebesluit Thema Portefeuillehouder Beleidsveld Referendabel Raadsadviseur (lijst) Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Raadsinformatiebijeenkomst

18 juni 2024

Raadsinformatiebijeenkomst

8 oktober 2024

Voorgesteld besluit

Mondelinge vragen Watertekort in 2030? 6 april 2023

Vragen: Afgelopen week kwam in het nieuws dat er snel actie nodig is om te voorkomen dat we in 2030 een tekort aan drinkwater hebben. Om dit te voorkomen moet snel een pakket aan maatregelen worden genomen. Dat is urgent, want sommige drinkwaterbedrijven hebben nu al te weinig reserves, aldus het RIVM. Dit gaat Utrecht ook aan, want Vitens is een van de drinkwaterbedrijven die vrijwel direct meer capaciteit nodig hebben. Hoewel de gemeente Utrecht niet zelf verantwoordelijk is voor het drinkwater van haar bewoners, is de gemeente wel aandeelhouder. Daarbij is Utrecht ook een ‘Global Goals City’. Ons lokale beleid koppelen we aan de wereldwijde duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Schoon water en sanitair is één van de doelen, daarbij gaat het over het verzekeren van toegang tot duurzaam beheer van water en sanitaire voorzieningen voor iedereen. De fracties Volt, EenUtrecht, Partij voor de Dieren, Partij van de Arbeid, BIJ1 en GroenLinks hebben daarom de volgende vragen: 1. Wat zijn de eventuele gevolgen/risico’s van de te verwachten tekorten voor de gemeente Utrecht? 2. Wat doet de gemeente om tekorten te voorkomen? 3. Hoe bereid de gemeente zich voor op de te verwachten tekorten? 4. Wat doet de gemeente om de achteruitgang van de toestand van de grondwaterlichamen te beperken/voorkomen conform KRW-doelen?

Gesteld door: • • • • • •

Charlotte Passier, Volt Wilma Duitscher, EenUtrecht Lisanne Snippe, Partij voor de Dieren Titus Stam, PvdA Myrthe Minnaert, BIJ1 Rachel Heijne, GroenLinks

Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen Basisinformatie Datum Gespreksleider Tijd Zaal Soort bijeenkomst Werkvorm Portefeuillehouder Vervolg

18 juni 2024 Maartje Vermeulen 20.00 – 21.00 uur Zaal Bespreken initiatiefvoorstel Regulier Burgemeester Dijksma De gemeenteraad debatteert over dit onderwerp tijdens de vergadering van de commissie: Veiligheid, Bestuur en Financiën op 20-06-2024. Wilt u nog informatie delen met raadsleden, stuur dit naar raadsinformatiebijeenkomst@utrecht.nl Website gemeente en facebook 1 deelnemer, Van Doorne Advocaten / Universiteit Leiden. 1 deelnemer, B&V Advocaten

Links naar Deelnemers

Programma -

Inleiding door indieners initiatiefvoorstel (5min) Toelichting op reactie college door ambtenaren (5min) Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid over ontwikkelingen rondom het thema van online opruiing (10min) Politie over hoe nu in de praktijk omgegaan wordt met, en ingegrepen wordt op online opruiing (10min) bestuursrechtadvocaat (Van Doorne Advocaten) en docent overheidsaansprakelijkheid (Universiteit Leiden) (10min) strafrechtadvocaat (B&V Advocaten) (10min) Ruimte voor discussie en evt. nog een andere expert (er zijn er nog twee uitgenodigd: Bits of Freedom en Hogeschool-onderzoeker (10 min).

Motivatie Agendeerders Maarten Koning (D66), Tess Meerding (VVD), Ruud Maas (Volt), Bert van Steeg (CDA), Ruben Snijder (Student & Starter), Victor Paalman (Horizon) Motivatie

1

Met het initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen wordt voorgesteld om een APV-artikel toe te voegen om online opruiing met als mogelijk gevolg ordeverstoringen in de openbare ruimte aan te pakken. De fracties willen door experts geïnformeerd worden over de voor- en nadelen van de voorgestelde aanpak, over de juridische context en mogelijke risico’s, en over alternatieven. Welke mogelijkheden bestaan er momenteel om online opruiing tegen te gaan? Hoe kunnen we de online en fysieke wereld dichterbij elkaar brengen?

Bijdrage Naam en (evt). organisatie

2

Voorstel aan de gemeenteraad

Initiatiefvoorstel Digitale Omgangsvormen Beleidsveld Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Openbare Orde Bert van Steeg 12308770 Volgt Ja Nee

Bert van Steeg, CDA, stelt de raad voor te besluiten: 1. Het Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, online aangejaagde verstoring van de openbare orde (inclusief Toelichting), vast te stellen. 2. Draagt het college op een uitvoeringsprotocol sociale media op te stellen waarin de volgende uitgangspunten zijn opgenomen: • Het instellen van tijdelijke zones waarbij het verzoek wordt gedaan hieruit geen informatie online te delen. • Ter plaatste attenderen op het verzoek om geen informatie te delen. 3. Het college uitvoering te laten geven aan vergroten van bewustwording over digitale omgangsvormen. En hierop in te zetten op basis van de drie volgende pijlers: • Online burgerschapsvorming • Wijkgesprekken • Campagnes.

Het lid van de gemeenteraad van Utrecht,

Naam: Bert van Steeg, CDA

Samenvatting Dit voorstel bestaat uit drie delen, waarvan de rode draad is: Het slechten van de barrière tussen de fysieke en online wereld. Dat wat je online doet heeft consequenties. En gedrag dat in de fysieke wereld niet acceptabel is, accepteren we ook online niet. Met dit voorstel zetten we een stap om bewustwording hierover te vergroten en lokaal optreden tegen online oproepen tot ordeverstoringen in de stad te verruimen.

Context De CDA-fractie wil dat voor iedereen duidelijk is dat oproepen tot ordeverstoringen, of dit nu ‘offline’ of ‘online’ niet acceptabel is. En dat je daar ook niet bewust of onbewust aan bij moet dragen, door berichten of beelden verder te verspreiden. 1. Modernisering APV Dit willen we doen door aanpassing van de lokale regelgeving en door in te zetten op bewustwording. De directe aanleiding voor dit voorstel is de zaak rondom het digitale gebiedsverbod, waarbij een jongen uit Zeist online opriep tot ordeverstoringen in Utrecht en er voor de burgemeester allerlei haken en ogen zaten aan effectief optreden. Het in 2021 ingestelde online gebiedsverbod werd door de rechter verworpen. In haar vonnis gaf de rechter aan dat de algemeen plaatselijke verordening (APV) geen online toepassing heeft.1 Vanuit de verantwoordelijkheid van de burgemeester voor de handhaving van de openbare orde vinden we dat de burgemeester de mogelijkheid moet hebben om tegen dergelijke aangejaagde ordeverstoringen op te treden. Dit is ook in lijn met de eerder aangenomen motie 48, die de burgemeester opriep te blijven zoeken naar mogelijkheden om op te treden tegen online ordeverstoringen.

Om tot een alternatief te komen waarmee de burgemeester juridisch gezien wel kan optreden tegen online uitingen met dreiging voor een verstoring van de openbare orde, is het noodzaak om te zoeken naar een manier die past binnen het kader van de vrijheid van meningsuiting. Dit voorstel voorziet in de bevoegdheid om op te treden op een beperking achteraf. Die bevoegdheid baseren we op artikel 175 van de gemeentewet, wat een wet in formele zin is. We willen een nieuwe bepaling in de APV opnemen, toegespitst op digitale platforms. 2. Protocol “Niet delen maakt echt content” Er zal echter meer nodig zijn om bewustwording over risico’s van online delen te doen groeien. Daarom zetten we ook in op de ontwikkeling van een protocol waarin afspraken worden gemaakt over de omgang met digitale middelen bij grootschalige veiligheidsincidenten. De burgemeester kan op dit moment al een veiligheidsrisicogebied instellen. We willen dat, op het moment dat iets dergelijks gebeurt, direct een ‘protocol sociale media’ in gang wordt gezet. Het gaat hier om het ontmoedigen van het ‘live’ publiekelijk verspreiden van informatie/beelden van veiligheidsincidenten die bewust of onbewust bijdragen aan verdere escalatie. Het protocol bevat in ieder geval de volgende elementen: 1.

Instellen tijdelijke zones: Wanneer er een grootschalig incident plaatsvindt, willen we dat er een zone (de plek rondom het incident) wordt aangewezen, waarop tijdelijk het verzoek van toepassing is om geen gevoelige beelden en informatie online te delen, waarbij dit actief uit wordt uitgedragen door de gemeente (vergelijkbaar met aanwijzing overlastgebied). Dit betreft dus een verzoek, geen verbod. Wij vragen de burgemeester dit mee te nemen bij communicatie rondom grote incidenten. Wettelijk verankerd kan een ‘verzoek’ in de toekomst uiteindelijk ook een ‘verbod’ worden.

1 https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:375

2

2. Ter plaatse attenderen: Ook met ontbrekende bevoegdheden kan in verwijzing naar goed fatsoen en verantwoordelijkheid van inwoners bij ongevallen en incidenten worden geattendeerd om gevoelige beelden en berichten niet te delen. Bijvoorbeeld online of door middel van tekstborden te plaatsen bij grote incidenten, of door op afzetlint mensen hierop te attenderen: “Niet-delen maakt écht content. Deel informatie met de politie in plaats van met de hele wereld” 3. Bewustwording Dit voorstel heet niet voor niets “digitale omgangsvormen”, omdat we er van overtuigd zijn dat dat de basis is voor een gezondere balans tussen de fysieke en online samenleving. We willen dat er meer bewustwording komt over de gevolgen van digitale uitingen voor de fysieke samenleving. Het college noemt in het “uitvoeringsprogramma digitale weerbaarheid” verschillende doelgroepen en acties die inwoners bewuster maken van online risico’s. In onze ogen gaat het niet alleen om weerbaarheid, maar ook om online gedrag en omgangsvormen. Met als belangrijkste uitgangspunt “behandel elkaar online niet anders dan fysiek”. De niet-juridische voorstellen die we hier doen zijn dus preventief en educatief van karakter. Met deze middelen wordt ingezet op bewustwording en ondersteunen we het doel om de barrière tussen de fysieke en online wereld zoveel als mogelijk te slechten.

3.1 Online burgerschapsvorming Vanuit de veiligheidsagenda en het programma digitale weerbaarheid wordt de aandacht voor online weerbaarheid en bewustwording bewustwording versterkt. In deze initiatieven willen wij ook aandacht hebben voor digitale omgangsvormen: wat doe jij als je een ongeluk ziet, wat doe jij als iemand oproept tot geweld? Wat deel je wel, met wie, wat deel je niet? Gevraagd wordt om samenwerking met het onderwijs en organisaties hier invulling aan te geven. Het bestaande burgerschapsonderwijs moet dus ook een duidelijke online component krijgen. 3.2 Bijeenkomsten in de buurt Een belangrijk onderdeel van de bewustwordingscampagne betreft een gerichte aanpak in de Utrechtse wijken. Hierin spelen de wijkbureaus een belangrijke rol. Daar moeten inwoners veel actiever worden geïnformeerd over online omgangsvormen. Daarnaast moet in de buurthuizen veel actiever met jongeren worden gesproken over online gedrag. Dit kan daarnaast door gesprekken te organiseren met de (digitale) wijkagenten. Zij hebben indringende verhalen over de gevolgen die online uitingen kunnen. Uit gesprekken met hen blijkt dat hun werk en ervaringen vaak nog onbekend zijn. 3.3 Communicatiecampagne In plaats van te focussen op wat niet mág, is het goed om ook uit dragen wat we wél van elkaar verwachten bij (dreigende) incidenten en ongelukken.

Namelijk: spreek elkaar aan, doe aangifte, help slachtoffers, waarschuw anderen en hulpdiensten, instructies van hulpdiensten opvolgen, informatie delen met de politie, etcetera. Wij vragen om een communicatiecampagne in Utrecht op te zetten op het gebied van veiligheid in de breedste zin, met als insteek ‘hoe helpen we elkaar het meest’. Dit kan via posters in de hele stad en de digitale borden die nu ook al worden gebruikt. Een tweede onderdeel van de campagne vindt direct online plaats, bijvoorbeeld via korte filmpjes op TikTok. Juridische context Zie hiervoor de bijlage met juridische onderbouwing van het voorstel. Beoogd effect Met het voorstel worden verschillende effecten beoogd: Allereerst willen we de bewustwording vergroten over gedrag online en de effecten die dit heeft in de fysieke wereld. Daarnaast willen we de regels verduidelijken aangaande het lokale instrumentarium om online op te treden.

3

Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad • Een belangrijke katalysator in de discussie over het verband tussen online uitingen en de openbare orde waren in Utrecht de rellen in Kanaleneiland in augustus 2020. Ongeregeldheden tijdens Corona.2 • Antwoorden op schriftelijke vragen D66 en DENK naar opleggen online gebiedsverbod3 • Raadsbrieven uitspraak rechter.4 • Op 9 maart 2023 werd Motie 48 “Blijf zoeken naar mogelijkheden om online in te grijpen” aangenomen.5

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Aanpassing APV Voorgesteld wordt om aan de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) het volgende artikel toe te voegen: “Het is verboden op een digitaal openbaar of publiek toegankelijk platform op enigerlei wijze door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden op of aan een openbare plaats of een voor publiek toegankelijk gebouw.”

Argumenten 1.1

Bevoegdheid burgemeester om openbare orde te handhaven versterken In de huidige situatie ervaren burgemeesters dat zij onvoldoende mogelijkheden hebben om op te kunnen treden tegen uitingen die online worden gedaan en die verstoring van de openbare orde tot doel hebben. De APV is hier op dit moment ook niet op toegerust. De voorgestelde wijziging is noodzakelijk om de bevoegdheid van de burgemeester te verruimen.

1.2

Modernisering van de APV We zien steeds vaker dat bestaande regelgeving niet goed is toegesneden op de ontwikkelingen online. Dit merken we ook lokaal. In haar oordeel over het in 2021 opgelegde gebiedsverbod aan de jongen uit Zeist oordeelde rechter dat de APV niet is geschreven om online in te grijpen. Dit staat in contrast met rol van de burgemeester als bewaker van de openbare orde. Daarom moet de APV zo snel mogelijk worden aangepast aan de huidige tijd.

1.3

Verschil tussen fysieke en digitale domein verkleinen Met de modernisering beogen we ook het verschil tussen en het fysieke en het digitale domein te verkleinen. Uitingen die in het fysieke domein niet worden geaccepteerd en strafbaar zijn, zouden dat online ook moeten zijn. Daarom is het belangrijk dat de APV duidelijk is over de gevolgen van online uitingen voor de openbare orde en de manier waarop de burgemeester hier tegen kan optreden.

2 Raadsbrief Inzichten en analyse ongeregeldheden augustus - U-reka Gemeente Utrecht 3 Raadsbrief beantwoording schriftelijke vragen Online gebiedsverbod Utrecht

4 Raadsbrief Uitspraak rechtbank online gebiedsverbod - U-reka Gemeente Utrecht

5 M48 Blijf zoeken naar mogelijkheden om online in te kunnen grijpen - U-reka Gemeente Utrecht

4

Kanttekeningen/ Risico’s 1.1

Onontgonnen juridisch terrein Ondanks de gedegen juridische onderbouwing is er onzekerheid over de bevoegdheid van de burgemeester in het optreden tegen online ordeverstoringen. Deze jurisprudentie is in ontwikkeling. De mogelijkheid bestaat dat optreden op basis van het toegevoegde artikel de juridische toets niet zal doorstaan.

1.2

Onduidelijkheid over wanneer kan worden ingegrepen Voorgesteld wordt om in de APV een algemeen artikel op te nemen om online aanleiding te geven tot verstoring van de openbare orde. Dit brengt met zich mee dat nog niet duidelijk is afgekaderd op welke momenten de burgemeester dit zal toepassen. De gemeenteraad speelt hierin een belangrijk rol dit te controleren, zoals dat ook bij andere bevoegdheden van de burgemeester gebeurd.

Beslispunt 2. Argumenten 2.1

2.2

Instellen uitvoeringsprotocol “Niet delen, maakt echt content”

Instellen protocol maakt inwoners bewust van gevolgen delen content Door duidelijk te communiceren dat een protocol in werking treedt bij de instelling van een veiligheidsrisicogebied, wordt voor inwoners en andere betrokkenen duidelijk dat het delen van content over een incident gevolgen heeft. Hierdoor zal bewuster worden omgegaan met het online delen van veiligheidsinformatie tijdens incidenten. Protocol biedt duidelijkheid over afspraken hoe we vinden dat om moet worden gegaan met delen van online content Het instellen van een protocol werkt normstellend. Hiermee maken we als gemeente duidelijk wat we wel en niet acceptabel vinden als het gaat over het online delen van content rond veiligheidsincidenten.

Kanttekeningen/ Risico’s 2.1

Beslispunt 3 Argumenten 3.1 3.1

Een protocol is niet afdwingbaar Naleving van het protocol is niet juridisch afdwingbaar. Het stelt slecht een norm voor acceptabel online gedrag op momenten waarop delen van content zeer schadelijk kan zijn. Dat brengt het risico met zich mee dat het protocol in praktijk niet wordt nageleefd.

Inzet op bewustwording digitale omgangsvormen

We moeten meer investeren in digitale omgangsvormen Er kan nog veel meer prioriteit worden gegeven aan de bewustwording over online omgangsvormen. We willen dat er meer bewustwording komt over de gevolgen van digitale uitingen voor de fysieke samenleving. Het college noemt in het “uitvoeringsprogramma digitale weerbaarheid” verschillende doelgroepen en acties die inwoners bewuster maken van online risico’s. In onze ogen gaat het niet alleen om weerbaarheid, maar ook om online gedrag en omgangsvormen. Met als belangrijkste uitgangspunt “behandel elkaar online niet anders dan fysiek”. 5

3.2

Investering in digitale omgangsvormen heeft een multipliereffect Investering in bewustwording via digitale omgangsvormen biedt een katalysator om de fysieke en digitale ruimte dichterbij elkaar te brengen.

Kanttekeningen/ Risico’s 3.1

Langjarig commitment is niet verzekerd Om effect te sorteren moet het onderwerp digitale omgangsvormen langjarig worden geagendeerd. Het risico bestaat dat aandacht hiervoor verwaterd en de resultaten die zijn opgebouwd snel weer verdwijnen.

Financiën Voor dit voorstel wordt jaarlijks € 100.000 vrijgemaakt. Deze financiering wordt gedekt door de opbrengst van de doorverkoop van niet afgehaalde fietsen, die door VTH zijn verwijderd te verhogen met € 100.000. De kostendekkendheid van deze doorverkoop ligt op dit moment zeer laag.

Vervolg • •

De Raad wordt actief geïnformeerd over toepassing van het nieuwe APV-artikel. De toepassing wordt na een jaar geëvalueerd in de raad. Over het effect van de investering van bewustwording zal een indicator worden opgenomen in de verantwoording van het Veiligheidsplan.

Communicatie Nadat het voorstel is aangenomen, wordt actief gecommuniceerd over de nieuwe mogelijkheid krijgt om online in te grijpen.

Bijlagen Bijlage besluitvorming: - Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, online aangejaagde verstoring van de openbare orde (inclusief Toelichting) Bijlagen informatief: - Initiatiefnota Digitale Omgangsvormen met verdere onderbouwing en juridische bijlage - Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 (Was-wordtlijst)

6

Initiatiefnota digitale omgangsvormen Inleiding Het CDA wil dat voor iedereen duidelijk is dat je niet oproept tot ordeverstoringen, of dit nu ‘offline’ of ‘online’ is. En dat je daar ook niet bewust of onbewust aan bij moet dragen, door berichten of beelden verder te verspreiden. Dit willen we markeren in regelgeving en bewustwording. De aanleiding voor dit voorstel is de zaak rondom het digitale gebiedsverbod, waarbij een jongen uit Zeist online opriep tot ordeverstoringen in Utrecht en er voor de burgemeester allerlei haken en ogen zaten aan effectief optreden. De wijze waarop de burgemeester in 2019 heeft gehandeld is afgekeurd door de rechter. In haar vonnis gaf de rechter aan dat de algemeen plaatselijke verordening (APV) geen online toepassing heeft.1 Om te voorkomen dat we in soortgelijke gevallen in de toekomst geen alternatief hebben is er actie nodig. Het CDA wil online oproepen tot ordeverstoringen echter niet alleen vanuit geboden en verboden benaderen. Iedereen heeft een eigen verantwoordelijk, naast wat het wetboek of in de APV staat. Daarom hebben we in ons voorstel ook ruim aandacht voor bewustwording zonder dat daarbij sprake is van juridisering. Kern voorstel Dit voorstel bestaat uit drie delen, waarvan de rode draad is: bewustwording. Dat wat je online doet heeft consequenties.

Daarom moet iedereen zijn verantwoordelijkheid kennen: zowel de aanstichter van onrust als de omstanders hiervan. Nieuwe stappen nodig Voorbeelden van de impact en uitdagingen die komen met verregaande digitalisering zien we dagelijks. Dit hebben we ook gezien bij de discussie over het online gebiedsverbod. De burgemeester is bevoegd om op te treden tegen ordeverstoringen, maar heeft tot op heden weinig middelen om dat ook online te doen. Dit heeft geleid tot de breed gesteunde motie 48.2 Daarmee riep de raad de burgemeester op om te blijven zoeken naar mogelijkheden om op te treden tegen online ordeverstoringen. Het CDA is er van overtuigd dat nieuwe stappen op gemeentelijk niveau nodig zijn. Aanleiding Een van de problemen is dat de APV nog uitgaat van het inmiddels achterhaalde beeld dat de publieke ruimte alleen de fysieke ruimte betreft, maar ook door ontoereikende wetgeving. Het denken in categorieën als ‘online’ en ‘offline’ als twee gescheiden werelden is wat betreft de CDA-fractie niet behulpzaam en ouderwets. Voor Utrecht, een stad die graag vooruitstrevend is en zich niet afhankelijk opstelt ten opzichte van de landelijke wetgever, ligt hier een opdracht om een voortrekkersrol te vervullen. Het past ook om op dit onderwerp een nieuwe stap te zetten en ons denken hierop aan te passen.

1 https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2023:375 2 Document Viewer - U-reka Gemeente Utrecht

Onderzoek De CDA-fractie heeft in de afgelopen periode diepgaand onderzoek gedaan, met behulp van experts en interviews met politie. Hierbij stond de vraag centraal hoe we passend bij de principes van de democratische rechtstaat (en met respect voor de balans tussen ordehandhaving en de vrijheid van meningsuiting), de burgemeester de bevoegdheden kunnen geven om online aangejaagde ordeverstoringen te kunnen voorkomen en op te treden. Utrecht staat in deze zoektocht niet alleen. Burgemeesters van links tot rechts willen meer mogelijkheden om online op te kunnen treden tegen online aangejaagde ordeverstoringen. Daarnaast heeft de minister van Justitie & Veiligheid in antwoorden op schriftelijke vragen aangegeven dat het aan gemeenteraden is om te bepalen in hoeverre de Algemeen Plaatselijke Verordening ruimte biedt om om online verstoringen van de openbare orde aan te pakken.3 Landelijke ontwikkelingen Naar aanleiding van de discussie over het online gebiedsverbod zijn landelijk verschillende stappen gezet Zo vond op 11 april 2023 een rondetafelbijeenkomst plaats over dit onderwerp, waar ook de burgemeester van Utrecht aanwezig was.

Daarnaast heeft de minister van Justitie & Veiligheid verschillende brieven aan de Tweede Kamer gestuurd om de positie en bevoegdheid van de burgemeester te verduidelijken en is in samenwerking met het Centrum voor Criminaliteitspreventie (CCV) een barrièremodel ontwikkeld.

Overigens is het niet zo dat er nu helemaal niets gebeurt. Integendeel. Online worden uitingen door de politie gemonitord, om vroegtijdig potentiële ordeverstoringen op het spoor te komen. Hierbij worden personen soms ook individueel aangesproken. Vanuit de verantwoordelijkheid van de burgemeester voor de handhaving van de openbare orde vinden we dat de burgemeester de mogelijkheid moet hebben om tegen dergelijke aangejaagde ordeverstoringen op te treden. We hebben de juridische mogelijkheid die hiervoor is in dit voorstel uitgewerkt.

We doen met dit initiatiefvoorstel de volgende voorstellen: 1. Modernisering APV (achteraf ingrijpen en internet is ook publiek toegankelijke plaats) 2. Protocol delen content veiligheidsincidenten 3. Preventieve campagne bewustwording digitale omgang

3 Kamervragen (Aanhangsel) 2021-2022, nr. 1489 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen

(officielebekendmakingen.nl)

1. Modernisering APV Onderstaande is een samenvatting van wat in de bijlage als juridische onderbouwing is opgenomen. In de zaak van het digitaal gebiedsverbod oordeelde de rechter dat niet uit de APV als zodanig gehaald kon worden dat het internet onder een openbare plaats valt.4 Daarnaast concludeerde de rechter ‘vooraf verbieden’ ook juridisch niet verenigbaar is met de vrijheid van meningsuiting. Om tot een alternatief te komen waarmee de burgemeester juridisch gezien wel kan optreden tegen online uitingen met dreiging voor een verstoring van de openbare orde, is het noodzaak om te zoeken naar een manier die past binnen het kader van de vrijheid van meningsuiting. Dit voorstel voorziet in de bevoegdheid om op te treden op een beperking achteraf. Die bevoegdheid baseren we op artikel 175 van de gemeentewet, wat een wet in formele zin is. We willen een nieuwe bepaling in de APV opnemen, toegespitst op digitale platforms Door artikel 2:2a toe te voegen aan onze APV met de volgende tekst: “Het is verboden op een digitaal openbaar of publiek toegankelijk platform op enigerlei wijze door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden op of aan een openbare plaats of een voor publiek toegankelijk gebouw.” Met deze toevoeging wordt het voor een burger duidelijk dat de burgemeester kan optreden tegen een dergelijke uiting op het internet.

Indien in een situatie aan de voorwaarden van artikel 175 Gemeentewet voldaan wordt en de maatregel die de burgemeester oplegt op grond van het noodbevel ziet op een uiting achteraf, kan de burgemeester ingrijpen. Zij zou dan bijvoorbeeld een burger kunnen bevelen om de uiting te verwijderen van het internet. Daarnaast zou zij een verbod tot het verspreiden van de reeds gedane uiting kunnen opleggen. Het opnemen van een APV-bepaling toegespitst op digitale platforms is nodig om te voldoen aan het EVRM. Een beperking moet volgens het EVRM namelijk aan drie voorwaarden voldoen om rechtvaardig te zijn (zie bijlage), waarvan ‘voorzienbaarheid’ er één van is.5 Ook moet het belang van de bescherming van het grondrecht afgewogen worden tegenover het doel van de beperking.6 Dit is een afweging die telkens gemotiveerd gemaakt zal moeten worden door de burgemeester in elk afzonderlijk geval.

4 Rechtbank Midden-Nederland 3 februari 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:375 r.o. 2-6. 5 EHRM 26 april 1979, NJ 1980, 146 m.nt. Alkema (Sunday Times). 6 Gerards 2019, p.231.

2. Protocol “Niet delen, maakt content” Er zal echter meer nodig zijn om bewustwording over risico’s van online delen te doen groeien. Daarom zetten we ook in op de ontwikkeling van een protocol waarin afspraken worden gemaakt over de omgang met digitale middelen bij grootschalige veiligheidsincidenten. De burgemeester kan op dit moment al een veiligheidsrisicogebied instellen. We willen dat, op het moment dat iets dergelijks gebeurt, direct een ‘protocol sociale media’ in gang wordt gezet. Het gaat hier om het ontmoedigen van het ‘live’ publiekelijk verspreiden van informatie/beelden van veiligheidsincidenten die bewust of onbewust bijdragen aan verdere escalatie. Bijvoorbeeld: • Onmiddellijke online verspreiding van gevoelige informatie bij veiligheidsincidenten zoals aanslagen of gijzelingen. Als een gijzelnemer of aanslagpleger handlangers heeft, wordt deze met informatie in de kaart gespeeld en kunnen mensenlevens op het spel worden gezet. • Onmiddellijke online verspreiding van foto’s en filmpjes van slachtoffers van ongelukken of misdrijven. Het filmen van een slachtoffer is het tegenovergestelde van wat nodig is: hulp bieden. Bovendien wil je niet dat familie online moet vernemen dat een familielid slachtoffer is van een dodelijk ongeluk. • Onmiddellijke online verspreiding van informatie, foto’s en filmpjes van geweldsincidenten, ordeverstoringen of straatraces.

Het protocol bevat in ieder geval de volgende elementen: 1. Instellen tijdelijke zones: Wanneer er een grootschalig incident plaatsvindt, willen we dat er een zone (de plek rondom het incident) wordt aangewezen, waarop tijdelijk het Voorbeeld geweldsincident verzoek van toepassing is om geen gevoelige beelden en informatie online te delen, waarbij dit Op 21 februari vond een gijzeling actief uit wordt uitgedragen door de gemeente plaats in de Apple Store in (vergelijkbaar met aanwijzing overlastgebied). Amsterdam. Terwijl de gijzeling aan Dit betreft dus een verzoek, geen verbod. Wij de gang was, werden op social vragen de burgemeester dit mee te nemen bij media live beelden en informatie communicatie rondom grote incidenten. gedeeld - zelfs tot het niveau waar een aantal klanten zich hadden Wettelijk verankerd kan een ‘verzoek’ in de verstopt. Met het delen van deze toekomst uiteindelijk ook een ‘verbod’ worden. informatie werd het werk van de politie bemoeilijkt en werden mensenlevens op het spel gezet.

2. Ter plaatse attenderen Ook met ontbrekende bevoegdheden kan in verwijzing naar goed fatsoen en verantwoordelijkheid van inwoners bij ongevallen en incidenten worden geattendeerd om gevoelige beelden en berichten niet te delen. Bijvoorbeeld online of door middel van tekstborden te plaatsen bij grote incidenten, of door op afzetlint mensen hierop te attenderen: “Niet-delen maakt écht content. Deel informatie met de politie in plaats van met de hele wereld”

3. Bewustwording Dit voorstel heet niet voor niets “digitale omgangsvormen”, omdat we er van overtuigd zijn dat dat de basis is voor een gezondere balans tussen de fysieke en online samenleving. We willen dat er meer bewustwording komt over de gevolgen van digitale uitingen voor de fysieke samenleving. Het college noemt in het “uitvoeringsprogramma digitale weerbaarheid” verschillende doelgroepen en acties die inwoners bewuster maken van online risico’s. In onze ogen gaat het niet alleen om weerbaarheid, maar ook om online gedrag en omgansvormen. Met als belangrijkste uitgangspunt “behandel elkaar online niet anders dan fysiek”. De niet juridische voorstellen die we hier doen zijn dus preventief en educatief van karakter. Met deze middelen wordt ingezet op bewustwording en ondersteunen we het doel om de barrière tussen de fysieke en online wereld zoveel als mogelijk te slechten. 1. Online burgerschapsvorming Vanuit de veiligheidsagenda en het programma digitale weerbaarheid wordt de aandacht voor online weerbaarheid en bewustwording bewustwording versterkt. In deze initiatieven willen wij ook aandacht hebben voor digitale omgangsvormen: wat doe jij als je een ongeluk ziet, wat doe jij als iemand oproept tot geweld? Wat deel je wel, met wie, wat deel je niet? Gevraagd wordt om samenwerking met het onderwijs en organisaties hier invulling aan te geven.

Het bestaande burgerschapsonderwijs moet dus ook een duidelijke online component krijgen. 2. Bijeenkomsten in de buurt Een belangrijk onderdeel van de bewustwordingscampagne betreft een gerichte aanpak in de Utrechtse wijken. Hierin spelen de wijkbureaus een belangrijke rol. Daar moeten inwoners veel actiever worden geïnformeerd over online omgangsvormen. Daarnaast moet in de buurthuizen veel actiever met jongeren worden gesproken over online gedrag. Dit kan daarnaast door gesprekken te organiseren met de (digitale) wijkagenten. Zij hebben indringende verhalen over de gevolgen die online uitingen kunnen. Uit gesprekken met hen blijkt dat hun werk en ervaringen vaak nog onbekend zijn. 3 Communicatiecampagne In plaats van te focussen op wat niet mág, is het goed om ook uit dragen wat we wél van elkaar verwachten bij (dreigende) incidenten en ongelukken. Namelijk: spreek elkaar aan, doe aangifte, help slachtoffers, waarschuw anderen en hulpdiensten, instructies van hulpdiensten opvolgen, informatie delen met de politie, etcetera. Wij vragen om een communicatiecampagne in Utrecht op te zetten op het gebied van veiligheid in de breedste zin, met als insteek ‘hoe helpen we elkaar het meest’. Dit kan via posters in de hele stad en de digitale borden die nu ook al worden gebruikt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=3b802455-0ed9-4095-b833-5f7fecb3cec4