CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Bestuur 25 juni 2026, gemeente Utrecht29.467 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel - Commissie Bestuur van 25 juni 2026 1

Opening

2

Vaststellen van de agenda van 25 juni 2026

3

Vaststellen van de behandelvoorraad Ter vaststelling. Concept behandelvoorraad commissie Bestuur 25 juni 2026 Lange Termijnagenda commissie Bestuur 25 juni 2026

3.1

Raadsvoorstel Toestemming wijziging Gemeenschappelijke Regeling BghU Dossier 5358 voorblad Raadsvoorstel Toestemming wijziging Gemeenschappelijke Regeling BghU GR BghU 2027 Brief weging zienswijzen 30 april 2026 getekend

3.2

Raadsvoorstel wijziging Algemene Plaatselijke Verordening (APV) (volgt) Memo t.a.v. Raadsvoorstel Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

3.3

RIB: APV wijziging harddrugsverbod Dossier 5384 voorblad Memo t.a.v. Raadsvoorstel Algemene Plaatselijke Verordening (APV) A17 Horizonclausule harddrugsverbod Beantwoording SV2025 nr 41 Voor het harddrugsverbod is feitelijke informatie hard nodig Beantwoording SV2026 nr 70 over Terughoudenheid met het beboeten van harddrugsgebruik

3.4

Raadsbrief voortgang aanpak Agenda tegen uitbuiting 2025 Dossier 5343 voorblad Raadsbrief voortgang aanpak Agenda tegen uitbuiting 2025 Factsheet aanpak uitbuiting

3.5

Kranslegging door college bij Nakba-herdenking op het Domplein, bij het Verzetsmonument Dossier 5385 voorblad SV 2026 _ 089_ Kranslegging Verzetsmonument 15 mei (1)

3.6

Werkbezoek Zorg en Veiligheid

3.7

Werkbezoek Bewoners-organisaties, zelfbeheer en initiatieven

4

Toezeggingen /moties Ter vaststelling: Lijst toezeggingen en moties commissie Bestuur 25 juni 2026 Lijst aangenomen moties commissie Bestuur 25 juni 2026 Toezeggingen en motielijst commissie Bestuur 25 juni 2026 Lijst aangenomen moties commissie Bestuur 25 juni 2026

5

Ingekomen stukken Ingekomen stukken: 1. Een op 11 juni 2026 aangeboden Petitie over overlast in Kanaleneiland Openbare lijst Bestuur 25 juni 2026

6

Debat monitor discriminatiecijfers 2025 Wethouder: Voortman, Beleidsterrein: Diversiteit en Inclusie Indicatieve behandeltijd: 75 minuten Geagendeerd door: Noura Oul Fakir (BIJ1), Lars van Rooij (Student & Starter), Mahmut Sungur (DENK), Melody Deldjou-Fard (Groenlinks/PvdA), Sjaak van Bemmel (Partij voor de Dieren), Derk van Bergen (ChristenUnie) en Maaike Zijdenbos (VVD). De agenderende fracties willen de monitor discriminatiecijfers Midden-Nederland 2025 agenderen voor een commissiedebat en met elkaar in gesprek over de discriminatiecijfers, ontwikkelingen en welke beleidskeuzes en/of beleidsmatige bijsturing nodig is. Dossier 5344 voorblad Monitor-Discriminatie-2025-Midden-Nederland Beleidsnota Inclusie en Diversiteit 2024 - 2033 Uitvoeringsplan inclusie en diversiteit Gemeente Utrecht

Concept behandelvoorraad commissie Bestuur 25 juni 2026

3.1

Titel

Soort

Ontvangen

Beleidsterrein

Beschrijving

In commissie

Behandelduur en - wijze

Raadsvoorstel Toestemming wijziging Gemeenschappelijke Regeling BghU

Raadsvoorstel

16-06-2026

Financiën

De Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (BghU) werkt aan een wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling. Hierdoor wordt de gemeenschappelijke regeling aangepast van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een ‘openbaar lichaam’ met o.a. een Algemeen en een Dagelijks Bestuur. Dit is ter verbetering van de bestuurlijke aansturing, een duidelijke rolverdeling en meer nabijheid. De beoogde inwerkingtreding hiervan is per 1 januari 2027. Het wijzigen van een Gemeenschappelijke Regeling gaat in twee stappen. Eerder heeft de raad al een positieve zienswijze afgegeven; op basis van alle reacties van de deelnemende organisaties volgt nu het definitieve verzoek tot instemming met de wijziging.

17 september 2026

15 min

Concept behandelvoorraad commissie Bestuur 25 juni 2026

3.2

Titel

Soort

Ontvangen

Beleidsterrein

Beschrijving

In commissie

Behandelduur en - wijze

Raadsvoorstel wijziging Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

Raadsvoorstel

16 juni 2026

Openbare Orde en Veiligheid

De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Utrecht wordt in beginsel eenmaal per jaar geactualiseerd. De meest recente partiële herziening dateert van februari 2025. In de a.s. herziening van de APV komen onder andere het opheffen van het verbod op buiten slapen en het verbod op het gebruik van harddrugs in de openbare ruimte aan orde. De tijdelijke bepaling die het gebruik van harddrugs in de openbare ruimte verbiedt loopt af op 1 november 2026 en is na één jaar geëvalueerd. Met de partiële APV-herziening 2026 wordt aan uw raad voorgesteld om een blijvend verbod op gebruik van harddrugs in de openbare ruimte in de APV op te nemen.

24 september 2026

180 minuten

De commissie heeft van de burgemeester een memorandum ontvangen met het verzoek het raadsvoorstel in september te agenderen voor bespreking, zodat tijdige besluitvorming kan plaatsvinden in de raad. De verwachting is dat het raadsvoorstel, inclusief de evaluatie, nog voor het zomerreces aan u wordt verzonden.

Concept behandelvoorraad commissie Bestuur 25 juni 2026

3.3

Titel

Soort

Ontvangen

Beleidsterrein

RIB: APV wijziging harddrugsverbod

Raadsinformatiebijeenkomst

17-06-2026

Openbare orde en Veiligheid

Geagendeerd door 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Partij voor de Dieren BIJ1 VOLT D66 Student & Starter UtrechtNu! ChristenUnie

Beschrijving

In 2025 heeft de raad gesproken over het harddrugsverbod in openbare ruimte en deze is toen aangenomen, met een horizonsclausule waardoor het verbod in november 2026 vervalt. Het college wil deze nu permanent maken en komt nog met een evaluatie. Het doel van de RIB is om ambtelijke toelichting te krijgen op de evaluatie en om een reactie te krijgen van betrokken partijen in de stad. Opvolgend aan de RIB zal naar verwachting op 24 september het onderwerp aan bod komen in de commissie en 1 oktober in de raad.

In commissie

Behandelduur en - wijze

24 september 2026

10 september 2026

(zie hierboven)

(RIB-avond Bestuur) 60 min

Concept behandelvoorraad commissie Bestuur 25 juni 2026

3.4

Titel

Soort

Ontvangen

Beleidsterrein

Beschrijving

In commissie

Behandelduur en - wijze

Raadsbrief voortgang aanpak Agenda tegen uitbuiting 2025

Agendering

4 juni 2026

Openbare Orde en Veiligheid

De agenderende partijen willen aan de hand van de voortgangsrapportage met de burgemeester in gesprek over de aanpak van mensenhandel in Utrecht. Mensenhandel is een ingrijpende en mensonterende vorm van criminaliteit die zich in onze gemeente afspeelt. De seksuele, criminele en arbeidsuitbuiting vinden vaak plaats buiten het gezichtsveld van de inwoners.

17 september 2026

90 min

1. ChristenUnie 2. VVD 3. GroenLinks-PvdA 4. Student en Starter 5. CDA 6. Denk 7. D66 8. EenUtrecht 9. Partij voor de Dieren 10. Bij1 11. VOLT

De fracties willen in gesprek over de voortgang van de aanpak van deze vorm van criminaliteit, over de samenwerking met maatschappelijke partners, over de gestelde prioriteiten en over bewustwordingscampagne. De huidige agenda loopt tot 2026. De agenderende fracties willen daarom ook in gesprek over de nieuwe Agenda tegen Uitbuiting 2027-2030.

Concept behandelvoorraad commissie Bestuur 25 juni 2026 Titel

3.5

Soort

Kranslegging door Agendering college bij Nakbaherdenking op het Geagendeerd door: Domplein bij het Verzets1. JA21 monument 2. 3. 4. 5. 6.

Utrecht Solidair VVD UtrechtNu! CDA Forum voor Democratie 7. ChristenUnie 8. Bij1 9. Student & Starter 10. D66 11. GroenLinks-PvdA 12. Denk 13. Partij voor de Dieren

Ontvangen

Beleidsterrein

Beschrijving

In commissie

Behandelduur en - wijze

17 -06-2026

Openbare Orde en Veiligheid

Op 15 mei 2026 hebben de burgemeester en wethouder Voortman namens het voltallige college een krans gelegd tijdens de Nakba-herdenking op het Domplein, bij het Verzetsmonument. Deze officiële deelname heeft in de stad en daarbuiten tot veel maatschappelijke en politieke discussie geleid. Daarbij zijn vragen ontstaan over de bestuurlijke afwegingen die aan deze aanwezigheid ten grondslag lagen, de keuze van locatie en context, de wijze waarop is omgegaan met het Verzetsmonument, en de betekenis van deelname door het college aan een herdenking met een politiek en internationaal beladen karakter. Juist omdat hier namens het voltallige college is opgetreden, en dit in de buitenwereld mede wordt gezien als een openbare en institutionele uiting van het gemeentebestuur, is het van belang dat de gemeenteraad hierover met het college in debat kan gaan. De fracties van CDA en ChristenUnie vinden het pijnlijk dat de Nakba herdenking is ontsierd door de verwijdering kransen voor de 4 mei herdenking. Zij hebben daarnaast vragen bij de afweging die het college heeft gemaakt om met zowel de burgemeester als wethouder vertegenwoordigd te zijn. Genoemde fracties willen ook spreken over de relatie tussen organisatoren en een eerder verstoring van de gemeenteraad.

De fracties van Bij1, Student & Starter, D66, GL-PvdA, Denk en Partij voor de Dieren bespreken graag hoe de Nakba-herdenking ieder jaar op een vaste manier vormgegeven kan worden, waardoor protocollen duidelijk zijn en de ongelukkige situatie met de kransen, die ook wij betreuren, voorkomen wordt.

17 september 2026

120 min

Concept behandelvoorraad commissie Bestuur 25 juni 2026

3.6

Titel

Soort

Ontvangen

Beleidsterrein

Beschrijving

In commissie

Behandelduur en - wijze

Zorg en Veiligheid

Werkbezoek

-

Openbare Orde en Veiligheid

Aan het begin van deze raadsperiode heeft de commissie Bestuur gesproken over het te volgen inwerkprogramma, bestaande uit een aantal werkbezoeken en technische sessie over verschillende beleidsterreinen uit de commissie.

-

17 september 2026

Voor het thema veiligheid en zorg zal meegekeken worden met het eropaf-team. Het Eropaf-team verzorgt o.a. toeleiding naar zorg door samenwerking van professionals uit GGZ, verslavingszorg, sociaal domein en sociaal medische zorg. Zo kan de commissie een goed beeld krijgen van wat het Eropaf-team doet, hoe essentieel de nauwe samenwerking is met de veiligheidspartners en voor welke ingewikkelde taken zij samen staan. Daarnaast zal in deze module inzicht worden gegeven in de aanpak van overlastgevende criminele vreemdelingen.

19:00 – 21:30

Concept behandelvoorraad commissie Bestuur 25 juni 2026

3.7

Titel

Soort

Ontvangen

Beleidsterrein

Beschrijving

In commissie

Behandelduur en - wijze

Bewonersorganisaties, zelfbeheer en initiatieven

Werkbezoek

-

Samen Stad Maken

Aan het begin van deze raadsperiode heeft de commissie Bestuur gesproken over het te volgen inwerkprogramma, bestaande uit een aantal werkbezoeken en technische sessie over verschillende beleidsterreinen uit de commissie.

-

24 september 2026

Dit werkbezoek start met een technische uitleg over het participatiebeleid (Samen Stad Maken) en hoe de gemeente hier invulling aangeeft. Vervolgens volgt een gesprek over participatie in de praktijk, rollen en verantwoordelijkheden van raad, college en ambtelijke organisatie. Daarnaast staat een bezoek aan één of enkele initiatieven in de stad (zelfbeheer en/of bewonersorganisaties) op het programma.

19:15 – 21:30 Dit bezoek wordt aansluitend op en gezamenlijk voor de adviescommissie Participatie georganiseerd.

Concept behandelvoorraad commissie Bestuur 25 juni 2026 Titel

Soort

Ontvangen

Beleidsterrein

Beschrijving

In commissie

Behandelduur en - wijze

Reeds besloten:

Agendering

11-12-2025

Agendering Overlast Nobelstraat

Geagendeerd door:

Openbare Orde en veiligheid

De agenderende fracties willen met elkaar en met de wethouder en/of burgemeester in gesprek over de recente wanhoopsbrief van bewoners met handtekeningen en zwartboek met meldingen over de overlast in de Nobelstraat en directe omgeving, november 2025.

Q4 2026, exacte datum nader te bepalen

Agendeerder neemt t.z.t. het initiatief om een RIB over dit onderwerp te agenderen.

1. EenUtrecht 2. ChristenUnie 3. Volt

Het gaat dan vooral over vragen als: 1. Hoe gaat het college reageren op de wanhoopsbrief en is dit aanleiding voor het aanpassen van beleid en/of toezicht? 2. Is college bereid de afspraak om de horeca niet uit te breiden op de Nobelstraat te verlengen? 3. Eerder heeft het college aangegeven dat de aangenomen motie ‘Op weg naar een levendige en leefbare Nobelstraat’ niet kon worden uitgevoerd, maar moet nu naar aanleiding van deze wanhoopsbrief niet een tweede poging worden gedaan?

Het commissiedebat kan vervolgens plaatsvinden in een daaropvolgende commissie Bestuur.

LANGE TERMIJNAGENDA COMMISSIE BESTUUR 25 JUNI 2026 Onderwerp

Beleids-

Portefeuil

Planning

Fatale

Datum

Beoogd

Beoogd

Beoogd

Aangeboden/

Toelichting

Toelichting fatale

veld

lehouder

aanbie-

termijn

aange-

kwartaal

kwartaal

kwartaal

Gestopt

wijziging

termijn

den aan

Raads-

boden

cie

cie

raadsbehan

raad

besluit

proce-

inhoude-

deling

dureel

lijk

2027 Q1

2027 Q1

2027 Q1

2026 Q1

2026 Q1

2026 Q1

Zienswijze kadernota

Openbare

Burgeme

2028 VRU

Orde en

ester

(Veiligheidsregio

Veilig-

Dijksma

Utrecht)

heid

Zienswijze kadernota

Openbare

Burgeme

2027 VRU

Orde en

ester

(Veiligheidsregio

Veilig-

Dijksma

Utrecht)

heid

Voorjaarsnota 2026

Financiën

Wethoud

2026 Q4

10-03-

planning

2027

2026 Q1

03-032026

2026 Q2

19-03-

er

Aangeboden

2026

Schilder man Verordeningen 2027

Financiën

(lokale heffingen)

Wethoud

2026 Q3

er Schilder man

Verordening

Bestuur-

Burgeme

Stedelijke

lijke

ester

Onderscheidingen

zaken

Dijksma

Veiligheidsregio

Openbare

Burgeme

Utrecht (VRU)

Orde en

ester

zienswijze

Veilig-

Dijksma

ontwerpbegroting

heid

2026 Q2

2026 Q2

22-062026

2026 Q2

2026 Q2

2026 Q2

2026 Q2

2026 Q2

Deadline indienen zienswijze van de gemeente Utrecht aan de VRU ligt op 22 juni 2026

LANGE TERMIJNAGENDA COMMISSIE BESTUUR 25 JUNI 2026 Onderwerp

Beleids-

Portefeuil

Planning

Fatale

Datum

Beoogd

Beoogd

Beoogd

Aangeboden/

Toelichting

Toelichting fatale

veld

lehouder

aanbie-

termijn

aange-

kwartaal

kwartaal

kwartaal

Gestopt

wijziging

termijn

den aan

Raads-

boden

cie

cie

raadsbehan

raad

besluit

proce-

inhoude-

deling

dureel

lijk

planning

VRU 2027 en

(exacte datum pas

jaarstukken 2025

bekend in Q2 2026).

Veiligheidsagenda

Openbare

Burgeme

Utrecht (Integraal

Orde en

ester

Veiligheidsplan)

Veilig-

Dijksma

2027-2030

heid

Samen stad maken

Samen

Wethoud

bij Buitenplanse

Stad

er

was bij de

Omgevingsplan

Maken

Eerenber

behandeling van

g

de verordening

Activiteit (BOPA

2026 Q4

2026 Q4

2026 Q4

2026 Q4

2026 Q1

2026 Q2

2026 Q2

2026 Q2

vergunning)

Raadsvoorstel

Samenwerking, participatie en inspraak voor Q3 2025 toegezegd. Dit bleek niet haalbaar en wordt Q1 2026.

Raadsvoorstel

Openbare

Burgeme

Wijziging van de

Orde en

ester

Algemene

Veilig-

plaatselijke

heid

verordening Utrecht

2026 Q3

2026 Q3

2026 Q4

LANGE TERMIJNAGENDA COMMISSIE BESTUUR 25 JUNI 2026 Onderwerp

Beleids-

Portefeuil

Planning

Fatale

Datum

Beoogd

Beoogd

Beoogd

Aangeboden/

Toelichting

Toelichting fatale

veld

lehouder

aanbie-

termijn

aange-

kwartaal

kwartaal

kwartaal

Gestopt

wijziging

termijn

den aan

Raads-

boden

cie

cie

raadsbehan

raad

besluit

proce-

inhoude-

deling

dureel

lijk

planning

2010, partiële herziening 2026 Programmabegrotin

Financiën

Wethoud

g 2027 en Tweede

er

Bestuursrapportage

Schilder

2026

man

Jaarstukken 2025,

Financiën

Wethoud

eerste

er

bestuursrapportage

Schilder

2026 en meelopende

man

2026 Q3

2026 Q2

stukken Beleidsnota Reserves

Financiën

Wethoud

2026 Q4

er Schilder man Actualisatie

Financiën

Wethoud

2026 Q4

2026 Q4

2026 Q4

20250722 Was

financiële

er

Q4 2024, wordt

verordening

Schilder

Q4 2026. Om de

man

nieuwe raad in de gelegenheid te brengen zich hierover uit te spreken, is de planning van de

LANGE TERMIJNAGENDA COMMISSIE BESTUUR 25 JUNI 2026 Onderwerp

Beleids-

Portefeuil

Planning

Fatale

Datum

Beoogd

Beoogd

Beoogd

Aangeboden/

Toelichting

Toelichting fatale

veld

lehouder

aanbie-

termijn

aange-

kwartaal

kwartaal

kwartaal

Gestopt

wijziging

termijn

den aan

Raads-

boden

cie

cie

raadsbehan

raad

besluit

proce-

inhoude-

deling

dureel

lijk

planning

financiële verordening aangepast naar Q4 2026.

Commissie Bestuur Dossiernummer

5358

Vergaderdatum

25 juni 2026

Agendapunt

3.1

Titel

Raadsvoorstel Toestemming wijziging Gemeenschappelijke Regeling BghU

Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Bestuur

25 juni 2026

Voorstel aan de gemeenteraad

Toestemming wijziging Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (BghU) Beleidsveld Organisatieonderdeel Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk 34186323 Volgt Nee, artikel 1:2 lid 2 onder i Verordening raadgevend referendum Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Het college toestemming te verlenen voor het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht conform bijgevoegd voorgenomen Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht 2027, met als belangrijkste wijzigingen: a. de omvorming naar een openbaar lichaam met een tweeledige bestuursstructuur (Algemeen en Dagelijks Bestuur), b. het aanwijzen van Utrecht en HDSR als vaste leden van het Dagelijks Bestuur; en c. het aanpassen van de stemverhoudingen.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting De Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (BghU) werkt aan een wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling. Hierdoor wordt de gemeenschappelijke regeling aangepast van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam met een nieuwe bestuursstructuur. Dit is ter verbetering van de bestuurlijke aansturing, een duidelijke rolverdeling en meer nabijheid. De beoogde inwerkingtreding hiervan is per 1 januari 2027.

Context Aanleiding Op 30 april 2026 is het voorstel voor wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht aan het college van B&W aangeboden. Daarbij is het college gevraagd om uiterlijk 2 september 2026 te laten weten of wordt ingestemd met de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling. De aanleiding voor de huidige wijziging is de behoefte om de bestuurlijke structuur en governance van de BghU te versterken, omdat de huidige vorm (bedrijfsvoeringsorganisatie) in de praktijk onvoldoende mogelijkheden biedt voor effectieve en structurele bestuurlijke sturing. Daarvoor moet de Gemeenschappelijke Regeling van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht gewijzigd worden. Voorgeschiedenis/proces Het wijzigen van een Gemeenschappelijke Regeling gaat in twee stappen. Eerst vragen alle deelnemende colleges van B&W hun gemeenteraden om zienswijze op het ontwerpwijzigingsbesluit. Deze zienswijze neemt het college vervolgens mee in haar besluit om wel of niet in te stemmen met het ontwerpwijzigingsbesluit. Vervolgens stelt de Gemeenschappelijke Regeling een definitief wijzigingsbesluit op waar het college mee kan instemmen als zij toestemming hebben gekregen van de gemeenteraad. De gemeenteraad van Utrecht heeft op 26 februari 2026 een zienswijze ingediend op het wijzigingsbesluit.

Daarbij is M101/2026 aangenomen, waarin het college wordt verzocht zich in te spannen voor het voorzitterschap in het Dagelijks Bestuur. De eerste inzet op het voorzitterschap heeft plaatsgevonden richting het opstellen van de gemeenschappelijke regeling van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht. Conform de Wgr wordt een keuze voor het voorzitterschap gemaakt nadat de gemeenschappelijke regeling is vastgesteld en nadat het nieuwe bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht is gevormd. Op dat moment wijst het Algemeen Bestuur een voorzitter aan. Zoals de motie opdraagt, zullen we ons er dan verder voor inzetten dat Utrecht de rol van voorzitter kan vervullen en zullen we richting uw raad over de uitkomst hiervan rapporteren. Op basis van de reacties en zienswijzen van alle deelnemende partijen op het ontwerp Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, is het voorgenomen wijzigingsbesluit niet gewijzigd. De aangepaste tekst voldoet aan de specifieke eisen die de Wgr stelt aan openbare lichamen (bijvoorbeeld de eis dat er een DB, een AB en een voorzitter moeten zijn en hoe elk bestuursorgaan moet worden samengesteld en aangewezen). Daarmee is het voorgenomen wijzigingsbesluit niet in strijd met het recht of met het algemeen belang.

Het college kan zich vinden in de voorgestelde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht en vraagt met dit voorstel om toestemming van de gemeenteraad. Juridische context Conform artikel 50, lid 3 van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht stelt het algemeen bestuur aan alle deelnemers voor om de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht te wijzigen. Voor wijziging van een Gemeenschappelijke Regeling heeft het college op grond van artikel 1, vierde en vijfde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) toestemming nodig van de raad.

2

Gedeeltelijke toestemming of het amenderen van het wijzigingsbesluit zijn niet mogelijk. Ook het verbinden van voorwaarden aan de toestemming is niet mogelijk. De raad beslist uitsluitend over de vraag of toestemming wordt verleend of niet. Volgens de Wgr kan de raad deze toestemming alleen weigeren op

grond van strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. Beslistermijn Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht heeft verzocht om uiterlijk 2 september 2026 kenbaar te maken of de gemeente Utrecht instemt met de voorgenomen wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht. In afstemming met BghU zullen een aantal gemeenten, waaronder de gemeente Utrecht, de besluitvorming op een later moment aanleveren. Voor inwerkingtreding van de wijziging is instemming van alle deelnemende partijen vereist. Beoogd effect Na doorvoering van de voorgestelde wijzigingen uit het voorgenomen Wijzigingsbesluit ontstaat een versterkte governance met meer bestuurlijke nabijheid, een duidelijke rolverdeling tussen opdrachtgever en eigenaar en een effectievere en structurele bestuurlijke sturing van de BghU. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - De raad heeft op 26 februari 2026 een positieve zienswijze over de ontwerpwijziging van Gemeenschappelijke Regeling ingediend bij het college: Raadsvoorstel Zienswijze Wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling BghU Utrecht.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Het college toestemming te verlenen voor het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht conform bijgevoegd voorgenomen Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht 2027, met als belangrijkste wijzigingen: a. de omvorming naar een openbaar lichaam met een tweeledige bestuursstructuur (Algemeen en Dagelijks Bestuur), b. het aanwijzen van Utrecht en HDSR als vaste leden van het Dagelijks Bestuur; en c. het aanpassen van de stemverhoudingen.

Argumenten 1.1

Er is geen strijd met het recht of met het algemeen belang. Voor wijziging van een Gemeenschappelijke Regeling heeft het college op grond van artikel 1, vierde en vijfde lid, Wet Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr) toestemming nodig van de raad. Volgens de Wgr kan de raad deze toestemming alleen weigeren wegens strijd met het recht of het algemeen belang. De raad heeft op 26 februari 2026 een positieve zienswijze ingediend bij het college. Het college heeft deze zienswijze meegenomen in de reactie richting de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht. Het bestuur van de BghU heeft de zienswijze van de gemeente Utrecht grotendeels overgenomen. De belangrijkste aandachtspunten ten aanzien van governance, rolverdeling, bestuurlijke nabijheid en stemverhoudingen zijn verwerkt in het voorgenomen wijzigingsbesluit. In reactie op de M101/2026 is het voorstel om het voorzitterschap niet structureel te beleggen bij een deelnemer. In plaats daarvan is gekozen om het

3

voorzitterschap te laten aanwijzen door het Algemeen bestuur (artikel 18), zodat dit per bestuursperiode, op basis van actuele verhoudingen, expertise en draagvlak, kan worden ingevuld. Daarmee blijft het mogelijk dat de gemeente Utrecht alsnog het voorzitterschap bekleedt, zonder dat er sprake is van een vooraf vastgelegde dominante positie. Zo wordt zowel bestuurlijke flexibiliteit als een evenwichtige samenwerking tussen de deelnemers gewaarborgd. Het college kan zich vinden in de aangepaste Regeling en heeft hiermee in principe ingestemd om de volgende redenen: - De omvorming naar een openbaar lichaam versterkt de governance door een heldere scheiding tussen het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur, waardoor verantwoordelijkheden duidelijker zijn belegd en sturing effectiever wordt. De gemeente Utrecht neemt als vast lid deel aan het Dagelijks Bestuur en staat daardoor dichter op de uitvoering. - De rolverdeling tussen kaderstelling (Algemeen Bestuur) en uitvoering (Dagelijks Bestuur) wordt hiermee verduidelijkt, wat de transparantie en onderlinge aanspreekbaarheid vergroot. - De positie van Utrecht blijft geborgd door vaste vertegenwoordiging in het Dagelijks Bestuur en stemweging op basis van financiële bijdrage, waardoor Utrecht relatief de zwaarste stem behoudt.

De aangepaste tekst voldoet aan de specifieke eisen die de Wgr stelt aan openbare lichamen (bijvoorbeeld de eis dat er een DB, een AB en een voorzitter moeten zijn en hoe elk bestuursorgaan moet worden samengesteld en aangewezen). Daarmee is het voorgenomen wijzigingsbesluit niet in strijd met het recht of met het algemeen belang.

Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties voor de gemeente. De omzetting van een bedrijfsvoeringsorganisatie naar een openbaar lichaam leidt niet tot een stijging van de bijdragen van de deelnemers. De hiermee samenhangende kosten worden volledig opgevangen binnen de bestaande begroting van de BghU.

Vervolg Na toestemming van de raad kan het college een definitief besluit nemen om in te stemmen met de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht. De wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling komt tot stand indien alle deelnemers hebben ingestemd met het voorgenomen wijzigingsbesluit.

Samen stad maken ‘Gemeente aan zet’ is van toepassing, er is niet samengewerkt met Utrechters voor dit voorstel.

Communicatie De Gemeenschappelijke Regeling Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht wordt door het college geïnformeerd over de besluitvorming. De gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling wordt de gemeente gepubliceerd waarin de betreffende organisatie is gevestigd. In dit geval zal de gemeente Utrecht de gewijzigde gemeenschappelijke regeling publiceren op overheid.nl.

(Niet)Referendabel Dit raadsbesluit is niet referendabel op grond van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht, omdat het een raadsbesluit betreft over stukken van een Gemeenschappelijke Regeling (artikel 1:2, tweede lid onder i van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).

4

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2027 Bijlagen informatief - Brief Weging zienswijzen GR BghU

5

Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2027 Intitulé Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2027 De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, Lopik, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug en Zeist en het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, Overwegende dat: de samenwerking voor alle deelnemers bijdraagt aan de kwaliteit van het innen van belastingen en deze kwaliteit ook voor inwoners en bedrijven herkenbaar gaat zijn; door de veranderende omgeving van belastingen een grotere bestuurlijke nabijheid en duidelijker rolen taakverdeling tussen bestuurlijk opdrachtgever en opdrachtnemer gewenst is dan mogelijk is in een bedrijfsvoeringsorganisatie; heldere rol- en taakverdeling bijdraagt aan borging van de verbeterpunten uit evaluaties en onderzoeken; met de gewenste omvorming van de bedrijfsvoeringsorganisatie tot openbaar lichaam het noodzakelijk is om de gemeenschappelijke regeling 2020 aan te passen; het uit overwegingen van kwaliteit, continuïteit en efficiency gewenst is om hun samenwerking bij de beleidsvoorbereiding, heffing en invordering van waterschapsbelastingen en gemeentelijke belastingen, alsmede bij de uitvoering van de Wet waardering onroerende

zaken en het beheer en de uitvoering van vastgoedinformatie vorm te geven op basis van een gemeenschappelijke regeling; de colleges van burgemeester en wethouders en het college van dijkgraaf en hoogheemraden van hun raden onderscheidenlijk hun algemeen bestuur van HDSR daartoe de vereiste toestemming hebben verkregen; Gelet op hoofdstuk V van de Wet gemeenschappelijke regelingen; artikel 232, vierde lid, van de Gemeentewet; artikel 124, vijfde lid, van de Waterschapswet; artikel 30, achtste lid, van de Wet waardering onroerende zaken, en titel 10.1 van de Algemene wet bestuursrecht Besluiten Tot het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2020, zodat deze als volgt komt te luiden:

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1: Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. b.

c.

d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n.

o.

p. q. r. s. t. u. v. w.

Algemeen Bestuur: het Algemeen Bestuur van de BghU; ambtenaar van het samenwerkingsverband: de door het Dagelijks Bestuur aangewezen ambtenaar van het samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 232, vierde lid onder c, van de Gemeentewet respectievelijk artikel 124, vijfde lid onder c, van de Waterschapswet, bevoegd tot heffing of invordering van belastingen en tot uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; belastingdeurwaarder: de door het dagelijks bestuur aangewezen ambtenaar van het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 232, vierde lid onder d, van de Gemeentewet respectievelijk artikel 124, vijfde lid onder d, van de Waterschapswet, dan wel als een belastingdeurwaarder aangewezen gerechtsdeurwaarder, bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet; belastingen: de gemeentebelastingen en de waterschapbelastingen; belastingverordening: de verordeningen van de deelnemers tot heffing en invordering van belasting als bedoeld in artikel 216 van de Gemeentewet en artikel 110 van de Waterschapswet; BghU: het openbaar lichaam Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht; colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, alsmede het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden; Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van de BghU; deelnemende gemeenten: de gemeenten Bunnik,

De Bilt, Houten, Lopik, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug en Zeist; deelnemers: de rechtspersonen waartoe de colleges behoren, als bedoeld in artikel 1:1, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht; directeur: de door het Dagelijks Bestuur van het samenwerkingsverband benoemde secretaris, die tevens de bestuurder in de zin van Wet op de ondernemingsraden is; gedeputeerde staten: Gedeputeerde staten van Utrecht; gemeentelijke belastingen: de belastingen die de gemeente heft en waarvan de heffing en invordering op grond van artikel 30 of 31 is overgedragen aan het samenwerkingsverband; heffingsambtenaar: de door het Dagelijks Bestuur aangewezen ambtenaar van het samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 232, vierde lid onder a, van de Gemeentewet respectievelijk artikel 124, vijfde lid onder a, van de Waterschapswet, bevoegd tot heffing van belastingen en tot uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; invorderingsambtenaar: de door het Dagelijks Bestuur aangewezen ambtenaar van het samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 232, vierde lid onder b, van de Gemeentewet respectievelijk artikel 124, vijfde lid onder b, van de Waterschapswet, bevoegd tot invordering van belastingen; kwijtscheldingsregels: de door de vertegenwoordigende organen van de deelnemers vastgestelde regels als bedoeld in artikel 255, derde en vierde lid, van de

Gemeentewet respectievelijk artikel 144, derde en vierde lid, van de Waterschapswet; nadere regels: nadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de Invorderingswet 1990 en van de belastingverordening; regeling: de Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht 2027; samenwerkingsverband: het openbaar lichaam Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht; vertegenwoordigende organen: de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden; Voorzitter: de Voorzitter van het bestuur van het openbaar lichaam, tevens Voorzitter van het Algemeen en Dagelijks Bestuur; waterschapsbelastingen: de belastingen die het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heft als bedoeld in artikel 113 van de Waterschapswet; Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 2: Belang In het kader van deze regeling worden de belangen van de deelnemers behartigd, elk voor zover het hun grondgebied en hun belangen betreft, op het gebied van: a. b. c.

de heffing en invordering van belastingen; de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken, waaronder tevens wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens op basis van die wet en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden, en basisadministraties en basisregistraties.

Artikel 3: Taken 1.

2.

3.

Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden draagt aan het Algemeen Bestuur van het samenwerkingsverband de bevoegdheid tot heffing en invordering van alle door het algemeen bestuur van het waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden ingestelde waterschapsbelastingen over, voor zover deze waterschapsbelastingen later niet zijn opgeheven. De colleges van de deelnemende gemeenten dragen aan het Algemeen Bestuur van samenwerkingsverband over de bevoegdheid tot heffing en invordering van de volgende gemeentelijke belastingen, voor zover de betreffende belasting door de raad van die gemeente is ingesteld en niet later weer is opgeheven: a. de onroerende-zaakbelasting, bedoeld in artikel 220 van de Gemeentewet; b. de forensenbelasting, bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet; c. de toeristenbelasting, bedoeld in artikel 224 van de Gemeentewet; d. de hondenbelasting, bedoeld in artikel 226 van de Gemeentewet; e. de precariobelasting, bedoeld in artikel 228 van de Gemeentewet; f. de rioolheffing, bedoeld in artikel 228a van de Gemeentewet; g. reinigingsrechten geheven krachtens artikel 229, eerste lid onder a en b, van de Gemeentewet; h. de vermakelijkhedenretributie, bedoeld in artikel 229, eerste lid onder c, van de Gemeentewet; i.

de BIZ-bijdrage, bedoeld in artikel 1 van de Experimentenwet BI-zones, of bedoeld in artikel 1 van de Wet op de bedrijveninvesteringszones; j. de afvalstoffenheffing, bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en k. de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten, bedoeld in artikel 221 van de Gemeentewet De colleges van de deelnemende gemeenten dragen aan het samenwerkingsverband over de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 4: Additionele overdracht 1. 2. 3.

Het college van een deelnemende gemeente kan de bevoegdheid tot heffing en invordering van andere gemeentelijke belastingen dan bedoeld in artikel 3 overdragen aan het samenwerkingsverband. Het college van een deelnemende gemeente kan taken en bevoegdheden in het kader van basisadministraties of basisregistraties overdragen aan het samenwerkingsverband. Het Dagelijks Bestuur neemt hetgeen dat op grond van de vorige leden is overgedragen, op in een register bij de gemeenschappelijke regeling en zendt deze ter kennisname aan de colleges en aan gedeputeerde staten, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 5: Het openbaar lichaam 1. 2. 3.

Er is een openbaar lichaam Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht. Hierna te noemen BghU. Het samenwerkingsverband is gevestigd te Utrecht. Het gebied waarvoor deze regeling geldt omvat het grondgebied van de deelnemers.

Artikel 6: Bestuur Het bestuur van de BghU bestaat uit: a. het Algemeen Bestuur; b. het Dagelijks Bestuur; c. de Voorzitter.

Hoofdstuk 2: Inrichting en samenstelling van het bestuur Afdeling 1: Het Algemeen Bestuur Artikel 7: Samenstelling 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

Aan het hoofd van de BghU staat het Algemeen Bestuur, bestaande uit tien leden. Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het waterschap wijst uit zijn midden één lid voor het Algemeen Bestuur aan. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten wijzen ieder uit hun midden één lid voor het Algemeen Bestuur aan. De colleges wijzen ieder uit hun midden een plaatsvervanger aan die een lid bij verhindering vervangt. De leden van het Algemeen Bestuur worden aangewezen voor de duur van de zittingsperiode van de colleges van de deelnemers. Indien tussentijds binnen het Algemeen Bestuur een plaats vacant of beschikbaar komt, wijst het college van de deelnemer die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering, of, als dit niet mogelijk is, ten spoedigste daarna, een nieuw lid aan. Hij die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het Algemeen Bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden. Een lid van het Algemeen Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan de deelnemer die het aangaat. De betreffende deelnemer doet mededeling van het ontslag aan het Algemeen Bestuur. Een lid van het Algemeen Bestuur dat de hoedanigheid als lid van het college verliest, houdt ook op lid te zijn van het Algemeen Bestuur.

Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar aangesteld bij de BghU. Met ambtenaar als bedoeld in het negende lid worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij die in dienst van de BghU werkzaam zijn op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, dan wel een overeenkomst van opdracht bij de BghU hebben.

Artikel 8: Stemverhouding en besluiten Algemeen Bestuur 1.

2. 3. 4.

Het Algemeen Bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het aantal leden van het Algemeen Bestuur aanwezig is. Indien ingevolge de vorige zin de vergadering niet kan worden geopend, belegt de Voorzitter opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van een oproeping is gelegen. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen, tenzij in deze regeling anders is bepaald. Als de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Het aantal stemmen dat een lid in de vergadering kan uitbrengen, wordt bepaald door de bijdrage van de deelnemer. De bijdrage van een deelnemer wordt bepaald aan de hand van de in de begroting voor het betreffende jaar opgenomen bijdragen. Hierbij geldt de volgende stemverdeling: a. Een deelnemer met een bijdrage tot en met € 200.000 heeft 1 stem; b. Een deelnemer met een bijdrage van € 200.001 tot en met € 500.000 heeft 2 stemmen; c. Een deelnemer met een bijdrage van € 500.001 tot en met € 1.000.000 heeft 3 stemmen; d. Een deelnemer met een bijdrage van € 1.000.001 tot en met € 2.000.000 heeft 4 stemmen; e. Een deelnemer met een bijdrage van € 2.000.001 tot en met € 5.000.000 heeft 6 stemmen; f. Een deelnemer met een bijdrage van meer dan € 5.000.001 heeft 10 stemmen;

Artikel 9: Vergaderingen van het Algemeen Bestuur 1. 2. 3.

Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts zo vaak als de Voorzitter of het Dagelijks Bestuur dit nodig acht of tenminste twee leden dit, onder opgaaf van redenen, schriftelijk aan de Voorzitter verzoeken. Het Algemeen Bestuur vergadert binnen twee weken na een conform het eerste lid ingediend verzoek. De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn in beginsel openbaar. De deuren worden gesloten wanneer twee van de aanwezige leden daarom verzoeken of de Voorzitter het nodig acht. Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd.

4.

5. 6.

In een besloten vergadering van het Algemeen Bestuur worden geen besluiten genomen over: a. de begroting, begrotingswijzigingen; b. de jaarstukken; c. invoeren, wijzigen of afschaffen retributies of andere heffingen; d. vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen; e. benoeming en ontslag van leden van het Dagelijks Bestuur en bestuursorganen binnen de regeling; f. het wijzigen, opheffen van deze regeling en de vaststelling van het liquidatieplan; g. oprichten, wijzigingen, verlengen of opheffen van en de deelneming in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties; h. toetreden tot en uittreden uit de regeling. Met betrekking tot het opleggen van geheimhouding is artikel 23 jo. artikel 62 van de Wgr van overeenkomstige toepassing. Ingezetenen van de gemeenten respectievelijk het waterschap en andere belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de vertegenwoordigende organen betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.

Artikel 10: Reglement van orde Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast. Dit reglement wordt ter kennis gebracht van de deelnemers. Artikel 11: Bevoegdheden Algemeen Bestuur 1. Aan het Algemeen Bestuur komen in het kader van deze regeling alle bevoegdheden toe, die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen of overgedragen. Het Algemeen Bestuur kan bevoegdheden aan het Dagelijks Bestuur mandateren, tenzij de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. 2. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Een besluit tot oprichting of deelname wordt niet genomen dan nadat de vertegenwoordigende organen een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het Algemeen Bestuur. 3. Het Algemeen Bestuur kan commissies van advies (als bedoeld in artikel 24 Wgr) en commissies ter behartiging van bepaalde belangen (als bedoeld in artikel 25 Wgr) instellen. Het Algemeen Bestuur bepaalt daarbij welke bevoegdheden aan de commissies worden toegekend en op welke wijze deze worden samengesteld. 4.

De volgende bevoegdheden van het Algemeen Bestuur zijn niet op- of overdraagbaar: a. het aanwijzen van de Voorzitter, plaatsvervangend Voorzitter en leden van het Dagelijks Bestuur; b. het vaststellen van de begroting, respectievelijk begrotingswijzigingen en de jaarstukken; c. het vaststellen van een reglement van orde; d. het vaststellen van verdeelsleutels en Bijdrageregeling, de Financiële verordening en de Controle verordening; e. het vaststellen van de verordening voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; f. het instellen van commissies als bedoeld in artikel 24, 24a en 25 van de Wgr. Artikel 12: Ontslag Het college van de deelnemer kan het door hem in het Algemeen Bestuur aangewezen lid te allen tijde ontslaan wanneer dit lid het vertrouwen van het betreffende college niet langer bezit.

Afdeling 2: Dagelijks Bestuur Artikel 13: Samenstelling 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Het Dagelijks Bestuur bestaat uit maximaal vier leden, waarbij het Dagelijks Bestuur niet meer dan de helft van de stemmen in het Algemeen Bestuur mag vertegenwoordigen. De Voorzitter en de overige leden van het Dagelijks Bestuur worden door en uit het midden van het Algemeen Bestuur gekozen. Als leden van het Dagelijks Bestuur worden in ieder geval aangewezen de leden van het Algemeen Bestuur namens HDSR en de gemeente Utrecht. Het lidmaatschap van een lid van het Dagelijks Bestuur eindigt, zodra men ophoudt lid te zijn van het Algemeen Bestuur. Een lid van het Dagelijks Bestuur, waaronder de Voorzitter, kan door het Algemeen Bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het Algemeen Bestuur niet meer bezit. Een lid van het Dagelijks Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet hiervan mededeling aan het Algemeen Bestuur. Een lid dat ontslag heeft genomen blijft zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien. Indien tussentijds een plaats in het Dagelijks Bestuur beschikbaar komt, kiest het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid van het Dagelijks Bestuur. Gaat het openvallen van een plaats in het Dagelijks Bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het Algemeen Bestuur, dan wordt het kiezen van een nieuw lid van het Dagelijks Bestuur uitgesteld totdat de opengevallen plaats in het Algemeen Bestuur is bezet.

Artikel 14: Vergaderingen van het Dagelijks Bestuur 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Het Dagelijks Bestuur vergadert tenminste viermaal per jaar en voorts zo dikwijls als de Voorzitter dit nodig acht of een lid van het Dagelijks Bestuur daarom verzoekt. In de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten indien tenminste twee leden aanwezig zijn. Indien het vereiste aantal leden niet aanwezig is, belegt de Voorzitter een nieuwe vergadering. De leden van het Dagelijks Bestuur hebben ieder één stem. Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen. Indien de stemmen staken wordt het besluitpunt in een volgende vergadering opnieuw in stemming gebracht. Staken ook dan de stemmen, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. De vergaderingen van het Dagelijks Bestuur zijn niet openbaar, voor zover het Dagelijks Bestuur niet anders heeft bepaald. Het Dagelijks Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergadering vast. Dit reglement wordt ter kennis gebracht van het Algemeen Bestuur.

Artikel 15: Algemene taken van het Dagelijks Bestuur 1. 2. 3.

Het Dagelijks Bestuur is belast met het dagelijkse bestuur van de BghU, tenzij de Voorzitter bij of krachtens de Wgr of krachtens deze gemeenschappelijke regeling daarmee is belast. Het Dagelijks Bestuur is belast met de voorbereiding van al hetgeen in de vergadering van het Algemeen Bestuur ter overweging en besluitvorming moet worden gebracht. Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de besluiten van het Algemeen Bestuur, tenzij de Voorzitter daarmee krachtens deze gemeenschappelijke regeling is belast.

Artikel 16: Specifieke taken van het Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur is in ieder geval belast met: a. de organisatorische inrichting en de bedrijfsvoering van de BghU en de personele aangelegenheden; b. het beheer van de inkomsten, uitgaven en het vermogen van de BghU; c. de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en boekhouding; d. het houden van toezicht op de uitoefening van de bevoegdheden door de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van de BghU en de belastingdeurwaarder; e. de behartiging van de belangen van de BghU bij andere overheden, instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor de BghU van belang is; f. het beheer van een register met de belastingverordeningen en de kwijtscheldingsregels die de BghU voor de deelnemers uitvoert.

Artikel 17: Bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur is in ieder geval bevoegd tot: a. het nemen van conservatoire maatregelen; b. het voeren van rechtsgedingen en het instellen van beroep; c. benoeming, schorsing en ontslag van de directeur en het personeel van de BghU; d. het regelen van de rechtspositie en de arbeidsvoorwaarden van de directeur en het personeel van de BghU; e. uitoefening van de bevoegdheden en de verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn toegekend aan de Minister van Financiën het bestuur van ’s-Rijksbelastingdienst en de directeur respectievelijk het Dagelijks Bestuur of het college van burgemeester en wethouders van de deelnemers; f. de aanwijzing van een of meer ambtenaren van BghU als heffingsambtenaar en als invorderingsambtenaar; g. de aanwijzing van een of meer ambtenaren van BghU of een gerechtsdeurwaarder als belastingdeurwaarder; h. het aanwijzen van een of meer ambtenaren van BghU als ambtenaar als bedoeld in artikel 1, sub b, van deze regeling; i.

het vaststellen van instructies en beleidsregels voor de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van BghU en de belastingdeurwaarder voor de uitoefening van hun bevoegdheden; j. het stellen van beleidsregels en nadere regels met betrekking tot de heffing en de invordering van de belastingen; k. het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van de belastingen; l. het besluiten tot het aanbesteden van leveringen en diensten; m. het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van BghU, waaronder mede begrepen het sluiten van dienstverleningsovereenkomsten; n. het doen van aangifte van strafbare feiten, waarvan het kennis heeft genomen.

Afdeling 3: Voorzitter Artikel 18: Aanwijzing Voorzitter 1. 2. 3.

Het Algemeen Bestuur wijst uit zijn midden de Voorzitter aan. Uit de leden van het Dagelijks Bestuur wordt een plaatsvervangend Voorzitter aangewezen door het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur kan de Voorzitter of de plaatsvervangend Voorzitter ontslaan.

Artikel 19: Taken en bevoegdheden Voorzitter 1. 2. 3. 4. 5.

De Voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur van BghU. De Voorzitter tekent de stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan. De Voorzitter vertegenwoordigt BghU in en buiten rechte. De Voorzitter kan deze vertegenwoordiging met instemming van het Dagelijks Bestuur aan een door deze aan te wijzen gemachtigde opdragen. Indien de Voorzitter behoort tot het bestuur van een deelnemer die partij is bij een geding waarbij BghU is betrokken, oefent de plaatsvervangend Voorzitter met betrekking tot dat geding de in het derde lid van dit artikel genoemde bevoegdheid uit. Indien ook de deelnemer van welks bestuur de plaatsvervangend Voorzitter deel uitmaakt bij het in het vierde lid van dit artikel bedoelde geding betrokken is, wordt een ander lid van het Dagelijks Bestuur gemandateerd om BghU met betrekking tot dat geding te vertegenwoordigen.

Afdeling 4: Verantwoording en Inlichtingen Artikel 20: Informatieplicht en verantwoordingsplicht 1. 2. 3. 4.

De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, samen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. Zij geven ongevraagd aan het Algemeen Bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. Zij geven samen, dan wel afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoeken, alle gevraagde inlichtingen. Het eerste tot en met het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de Voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.

Artikel 21: Informatieverstrekking door het Algemeen en Dagelijks Bestuur en de Voorzitter 1. 2. 3.

Het Algemeen Bestuur geeft aan de vertegenwoordigende organen ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. Het Algemeen Bestuur verstrekt aan de vertegenwoordigende organen alle inlichtingen die door een of meer leden van de vertegenwoordigende organen worden verlangd. Ontwikkelingen die van invloed zijn op de bijdragen zendt het Algemeen middels een tussentijdse rapportage tijdig naar de vertegenwoordigende organen ter informatie.

Artikel 22: Informatieverstrekking door individuele leden van het Algemeen Bestuur Een lid of een plaatsvervangend lid van het Algemeen Bestuur is aan het college door wie hij is benoemd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 Wgr, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

Afdeling 5: Secretaris Artikel 23: Benoeming, schorsing en ontslag 1. 2.

De secretaris wordt door het Dagelijks Bestuur benoemd. De bevoegdheid tot schorsing of ontslag van de secretaris berust bij het Dagelijks Bestuur.

Artikel 24: Taak 1.

De secretaris staat het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de Voorzitter ter zijde bij de uitoefening van hun taak. De secretaris is aanwezig in de vergadering van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur. De secretaris ondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan, mede.

2.

De secretaris staat, als directeur, aan het hoofd van de ambtelijke organisatie van het samenwerkingsverband.

Hoofdstuk 3: De heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van BghU en de belastingdeurwaarder Artikel 25: Algemene bepaling De BghU heeft een of meer heffingsambtenaren, invorderingsambtenaren, ambtenaren van BghU en belastingdeurwaarders. Artikel 26: Bevoegdheden heffingsambtenaar 1.

2.

De heffingsambtenaar is bevoegd tot heffing van de belastingen waarvoor door de vertegenwoordigende organen van de deelnemers van BghU een belastingverordening is vastgesteld en waarvan de heffing en de invordering door de colleges van de deelnemers is opgedragen aan BghU. De heffingsambtenaar heeft ter zake van de belastingen en de Wet waardering onroerende zaken de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet milieubeheer, de Waterwet of de Wet waardering onroerende zaken zijn

3.

toegekend aan de inspecteur, respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing van de deelnemers. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste en tweede lid neemt de heffingsambtenaar de nadere regels van het bestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die het bestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

Artikel 27: Bevoegdheden invorderingsambtenaar 1.

De invorderingsambtenaar is bevoegd tot invordering van alle belastingen die door de heffingsambtenaar worden geheven.

2.

De invorderingsambtenaar heeft ter zake van de belastingen de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet milieubeheer of de Waterwet zijn toegekend aan de ontvanger, respectievelijk de ambtenaar belast met de invordering van de deelnemers. De invorderingsambtenaar beslist niet tot het voeren van een executieprocedure in eerste aanleg en niet tot het instellen van hoger beroep en cassatie, dan nadat hij het bestuur van zijn voornemen op de hoogte heeft gesteld. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste en tweede lid neemt de invorderingsambtenaar de kwijtscheldingsregels van de desbetreffende deelnemer en de nadere regels van het bestuur in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van het bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. De invorderingsambtenaar is bevoegd het Dagelijks Bestuur gemotiveerd te verzoeken tot het voornemen van een besluit als bedoeld in artikel 17, onder k. van deze regeling.

3. 4.

5.

Artikel 28: Bevoegdheden ambtenaar van de BghU 1.

De ambtenaar van de BghU heeft ter zake van de belastingen en de Wet waardering onroerende zaken de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet milieubeheer, de Waterwet of de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de ambtenaren van de Rijksbelastingdienst, respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing of invordering van de deelnemers als bedoeld in artikel 231, tweede lid onder d, van de Gemeentewet en artikel 123, derde lid onder d, van de Waterschapswet.

2.

Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de ambtenaar van de BghU de nadere regels van het bestuur in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van het bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

Artikel 29: Bevoegdheden belastingdeurwaarder 1.

De belastingdeurwaarder heeft ter zake van de belastingen de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet milieubeheer of de Waterwet zijn toegekend aan de belastingdeurwaarder.

2.

Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de belastingdeurwaarder de nadere regels van het bestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die het bestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

Afdeling 6: Ombudsfunctie Artikel 30: Ombudsfunctie Onverminderd het bepaalde in artikel 1a van de Wet Nationale ombudsman is de Nationale ombudsman als bedoeld in artikel 2 van de Wet Nationale ombudsman bevoegd verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18 van de Algemene wet bestuursrecht te behandelen.

Hoofdstuk 4: Ambtelijk apparaat BghU Artikel 31: Ambtelijk apparaat 1. 2.

De BghU heeft een ambtelijke organisatie, met aan het hoofd een directeur. Het Dagelijks Bestuur stelt een organisatieverordening vast.

Hoofdstuk 5: Begroting, rekening, administratie en controle Afdeling 1: Inleidende bepalingen Artikel 32: Kostentoerekening 1. 2. 3.

Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks, als onderdeel van de begroting, binnen de kaders van de bijdrageverordening als bedoeld in het tweede lid, de toerekening van de kosten vast voor de uitvoering van de taken als bedoeld in artikel 3 onderscheidenlijk artikel 4. Het Algemeen Bestuur stelt een bijdrageverordening vast met daarin de methode en richtlijnen voor de kostenverdeelsleutel. In afwijking van artikel 8, tweede lid wordt de bijdrageverordening als bedoeld in het tweede lid van dit artikel vastgesteld bij unanimiteit.

Artikel 33: Inrichting 1. 2.

De begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, de jaarrekening en het jaarverslag worden ingericht overeenkomstig artikel 198 van de Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Op de administratie en controle is Hoofdstuk XIV van de Gemeentewet alsmede het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 2: De begroting Artikel 34: Kadernota Het Dagelijks Bestuur zendt uiterlijk voor 30 januari van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de vertegenwoordigende organen. Artikel 35: Ontwerpbegroting 1. 2. 3.

4. 5. 6.

Het Dagelijks Bestuur stuurt jaarlijks vóór 30 april de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar, evenals de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren (meerjarenraming), aan de vertegenwoordigende organen. De vertegenwoordigende organen kunnen binnen twaalf weken na ontvangst van de ontwerpbegroting het Dagelijks Bestuur hun zienswijze naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. Het Dagelijks Bestuur stelt de vertegenwoordigende organen voorafgaande aan het vaststellen van de begroting door het Algemeen Bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze. Het Dagelijks Bestuur stuurt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen van overeenkomstige toepassing. In gevallen, dit ter beoordeling van het Algemeen Bestuur, kan een wijziging van de begroting die geen verhoging tot gevolg heeft van begrote deelnemersbijdragen voor het betreffende begrotingsjaar worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur zonder dat de vertegenwoordigende organen van de deelnemers hun zienswijze hebben kunnen geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=6681fd6f-0f34-4826-bfdd-aeb5e6d8c499