CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 9 juni 2022, gemeente Utrecht34.493 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Samenvatting mutaties financieel kader

Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2022 2023

Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds*

47

47

Loonaanpassing

677

2.007

Prijsaanpassing

558

1.150

-

-

-216

-217

Lasten FLO-overgangsrecht Brede doeluitkering Rampenbestrijding

1.067

2.988

Loonaanpassing incidenteel

-203

-203

Totaal mutatie bijdrage GBTP

864

2.785

*De bijstelling van de ijkpuntscores leidt alleen tot onderlinge verschuivingen tussen de bijdragen van gemeenten. Het financieel effect van de bijstelling van ijkpuntscores voor 2023 wordt veroorzaakt door de verwerking van de invulling van het restant taakstelling repressieve efficiency Utrecht (zie paragraaf 2.1.1).

Pagina

16

Ontwikkelingen bestaand beleid Deze begroting heeft betrekking op het (derde en) laatste jaar van de beleidsperiode 2020-2023 zoals beschreven in het beleidsplan 2020-2023. Voor deze beleidsperiode heeft de VRU zich ten doel gesteld geen aanvullende bijdrage te vragen voor nieuw beleid. Eventuele structurele kosten die voortvloeien uit nieuw beleid worden dan ook gedekt uit besparingen door efficiënter te werken en bestaand beleid te heroverwegen (nieuw voor oud). De volgende exogene ontwikkeling vormt de aanleiding voor bijstellingen die nodig zijn om bestaand beleid te kunnen voortzetten. In de volgende paragraaf wordt de bijstelling nader toegelicht. Voor zover bekend, worden de effecten op de begroting weergeven en zijn deze verwerkt in (de meerjarenraming van) de begroting.

2.2.1 Concessievergoeding openbaar meldsysteem Het OMS voor de veiligheidsregio’s Utrecht, Flevoland en Gooi en Vechtstreek is in 2014 gezamenlijk aanbesteed. De overeenkomsten van de drie regio’s met zes leveranciers hebben een looptijd tot 30 april 2024. Omdat uit onderzoek in opdracht van het Veiligheidsberaad duidelijk is geworden dat de rol van de veiligheidsregio in het exploiteren van een openbaar meldsysteem (OMS) geen wettelijke grondslag heeft, is - vooruitlopend op de overgang naar de landelijke voorziening - de concessievergoeding per 2022 op nihil gesteld, zodat abonnees geen financieel nadeel ondervinden van de gefaseerde ingebruikname van de landelijke voorziening. Met het instellen van een OMS-fonds door het algemeen bestuur van 29 maart 2021, is rekening gehouden met het wegvallen van de OMS-opbrengsten. Derhalve leidt deze ontwikkeling niet tot een bijstelling van de gemeentelijke bijdrage in de begroting 2023. Het structureel opvangen van het wegvallen van de OMS-inkomsten vraagt om fundamentele keuzes in de taakuitvoering, die meegenomen worden in de bestuurlijke afwegingen voor de nieuwe beleidsperiode 2024-2027.

2.2.2 Tijdelijke voorziening calamiteitencoördinator meldkamer (Caco) De functie van calamiteitencoördinator (Caco) wordt momenteel uitgevoerd als neventaak van centralisten van brandweer en politie. De politie heeft aangegeven per 1 september 2022 te willen stoppen met het leveren van personeel voor invulling van de calamiteitencoördinator. Dit betekent dat de huidige werkwijze niet voortgezet kan worden en dat een alternatief moet worden gevonden om te voldoen aan de wettelijke beschikbaarheidseisen van de veiligheidsregio. Samen met de veiligheidsregio’s Gooi- en Vechtstreek en Flevoland worden afspraken gemaakt om in de meldkamer Midden-Nederland te voorzien in een 24/7 ‘dedicated’ calamiteitencoördinator per 2025 als de nieuwe meldkamer in gebruik wordt genomen. Voor de tussenliggende periode wordt een tijdelijke voorziening getroffen die extra capaciteit vergt. De kosten voor deze extra capaciteit in de periode van 1 september 2022 tot en met 2024 bedragen € 1,3 miljoen. Hiervan kan bijna € 1 miljoen incidenteel binnen de begroting worden gedekt door herprioritering van taken die in het verlengde van de calamiteitencoördinatorfunctie en incidentele budgetten die voor dit doel gereserveerd waren. Voor het resterende deel wordt voorgesteld incidentele middelen te bestemmen via de ontwikkel- en egalisatiereserve voor 2023 (165K) en 2024 (165K).

2.2.3 AED Op 8 november 2021 heeft het algemeen bestuur besloten om de collectieve uitvoering van de AED-taak (niet wettelijk) in de huidige beleidsperiode tot en met 2023 voort te zetten en de afweging voor de volgende beleidsperiode (2024-2027) te betrekken bij de integrale besluitvorming over de taakuitvoering in het kader van het nieuwe beleidsplan. Daarmee is ook

Pagina

17

besloten de financiële effecten hiervan te verwerken in de geactualiseerde begroting 2022 en de ontwerpbegroting 2023. Dit betekent dat op basis van de evaluatie uitvoering AED-taak de gemeentelijke bijdrage vanaf 2022 structureel met € 115.000 is verlaagd en terugvloeit naar gemeenten (tabel 9). Tabel 9 financieel effect mutatie evaluatie AED-taak Bedragen x € 1.000

Collectieve uitvoering AED-taak

Financieel effect GBTP Actualisatie 2022

Begroting 2023

Evaluatie collectieve uitvoering AED-taak

-115

-115

Lasten collectieve uitvoering AED-taak

-115

-115

Totaal effect GBTP

-115

-115

2.2.4 Samenvatting effect mutaties bijstellingen bestaand beleid Tabel 10 Effect mutaties bijstellingen bestaand beleid op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000

Samenvatting bijstellingen bestaand beleid

Financieel effect GBTP Actualisatie 2022

Begroting 2023

Evaluatie collectieve uitvoering AED-taak

-115

-115

Bijstellingen bestaand beleid structureel

-115

-115

Totaal mutatie bijdrage GBTP

-115

-115

Pagina

18

Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket Tabel 11 Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) 2022 en 2023 per gemeente Bedragen x € 1.000

Gemeente

Actualisatie 2022

Begroting 2023

Bijdrage GBTP Mutaties financieel Mutaties financieel Mutaties bijstelling Begroting 2022 kader kader bestaand beleid structureel incidenteel structureel

Bijdrage GBTP Mutaties financieel Mutaties financieel Mutaties bijstelling Actualisatie 2022 kader kader bestaand beleid structureel incidenteel structureel

Bijdrage GBTP Begroting 2023

Renswoude

358

5

-1

-0

361

8

-1

-

369

Eemnes

554

18

-1

-1

570

13

-1

-

583

Oudewater

596

-6

-1

-1

587

13

-1

-

599

Woudenberg

697

12

-2

-1

706

17

-2

-

721

Montfoort

816

8

-2

-1

821

19

-2

-

838

Lopik

872

9

-2

-1

879

20

-2

-

897

Bunnik

947

4

-2

-1

948

22

-2

-

967

Bunschoten

1.126

14

-3

-1

1.136

28

-3

-

1.162

Rhenen

1.155

12

-3

-2

1.163

27

-3

-

1.188

Wijk bij Duurstede

1.393

22

-3

-2

1.410

32

-3

-

1.438

Baarn

1.557

2

-3

-2

1.554

37

-3

-

1.587

Leusden

1.634

19

-4

-2

1.648

40

-4

-

1.684

IJsselstein

1.723

20

-4

-2

1.737

43

-4

-

1.775

De Bilt

2.641

26

-6

-3

2.658

62

-6

-

2.713

De Ronde Venen

2.632

18

-6

-3

2.640

63

-6

-

2.697

Soest

2.685

17

-6

-3

2.692

64

-6

-

2.750

Houten

2.329

31

-6

-4

2.351

65

-6

-

2.409

Utrechtse Heuvelrug

3.091

16

-7

-4

3.096

71

-7

-

3.161

Woerden

3.010

27

-7

-4

3.027

73

-7

-

3.092

Vijfheerenlanden

3.471

50

-7

-4

3.509

79

-7

-

3.580

Stichtse Vecht

3.920

-36

-9

-5

3.871

89

-9

-

3.951

Nieuwegein

3.765

47

-9

-5

3.797

96

-9

-

3.884

Veenendaal

3.183

46

-9

-5

3.214

96

-9

-

3.302

Zeist

4.100

37

-9

-5

4.123

98

-9

-

4.212

Amersfoort

9.870

137

-23

-13

9.972

240

-23

-

10.189

Utrecht

27.693

513

-68

-39

28.099

710

-68

-

28.741

Totaal

85.819

1.067

-203

-115

86.568

2.124

-203

-

88.489

Pagina

19

Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket Tabel 12 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) personeel en materieel 2022 en 20237 Bedragen x € 1.000

Gemeente Renswoude

Vergoeding IGPP begroting Mutaties TUO's Loon- & prijs2022 2023 aanpassing 2023

Vergoeding IGPP begroting 2023

-

-

-

-

Eemnes

39

-9

1

31

Oudewater

19

-

1

20

Woudenberg

19

-19

-

-

Montfoort

-

-

-

-

Lopik

-

-

-

-

-

-

-

-

19

-

1

20

Bunnik Bunschoten Rhenen

-

-

-

-

Wijk bij Duurstede

85

-1

0

84

Baarn

24

-

1

25

Leusden

-

-

-

-

IJsselstein

16

-0

0

16

De Bilt

-

-

-

-

De Ronde Venen

-

-

-

79

Soest

77

-

2

Houten

64

-1

0

63

Utrechtse Heuvelrug

102

-1

1

102

Woerden

139

-

5

144

Vijfheerenlanden

163

-

1

164

Stichtse Vecht

-

-

-

-

Nieuwegein

-

-

-

-

Veenendaal

69

-0

2

70

Zeist

911

-

26

936

Amersfoort

455

-

17

472

Utrecht

977

-0

34

1.011

-

-

-

-

3.178

-32

92

3.237

Nog toe te rekenen Totaal

7 De berekening van de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) kan met betrekking tot

de looncomponent nog iets gaan wijzigen ten opzichte van deze ontwerpbegroting als gevolg van de doorwerking van de CAO 2022. In de kadernota 2023 is voor de loonontwikkeling rekening gehouden met een stelpost van +3,6% voor 2022 en +2,0% vanaf 2023. Bij uitwerking van de CAO 2022 wordt rekening gehouden met incidenteel per saldo +3,3% voor 2022 door een gefaseerde loonontwikkeling en voor het meerjarenbeeld structureel +3,9% vanaf 2022 en +2% vanaf 2023

Pagina

20

3

Beleidsbegroting – programmaplan Risicobeheersing 3.1.1 Wat willen we bereiken? Met risicobeheersing willen we bereiken dat de fysieke veiligheid in het verzorgingsgebied van een hoog niveau is. We leveren samen met gemeenten, instellingen, bedrijven en burgers een bijdrage aan omgevingsveiligheid. Onze bijdrage zit aan de voorkant van de veiligheidsketen; in het voorkomen en beperken van fysieke onveiligheid. Hiertoe inventariseren we risico’s van branden, rampen en crises. Wij adviseren bevoegd gezag gevraagd en ongevraagd over de risico’s, zodat bevoegd gezag bewust de afwegingen kan meenemen bij besluitvorming over ontwikkelingen in het fysieke domein. Wij richten ons op het voorkomen en beperken van (brand)gevaar en op het optreden van ongevallen voor mens en dier door o.a. brand of gevaarlijke stoffen. Hierin betrekken wij actief burgers, bedrijven en instellingen om zo het veiligheidsbewustzijn en veilig handelen te stimuleren. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Risicobeheersing drie doelstellingen opgenomen:  Wij gaan meer gericht het veiligheidsbewustzijn en veilig gedrag van burgers, instellingen en bedrijven stimuleren: samen maken wij veiligheid.

 Wij willen meer en beter zicht krijgen op de voor ons relevante trends en ontwikkelingen in de samenleving en hier alerter en effectiever op gaan inspelen door risicogericht(er) te gaan werken. Wij zorgen ervoor dat wij beter en eerder worden betrokken bij visievorming, planvorming en besluitvorming rondom omgevingsveiligheid, om onze bijdrage te leveren aan een veilig ontwerp van de fysieke omgeving.

3.1.2 Wat gaan we daarvoor doen? We zien dat de inhoud van ons werk verandert. Met de beschikbare capaciteit moeten we prioriteren en focussen op zaken die er echt toe doen (risicogericht werken). Door de energietransitie krijgen we te maken met nieuwe, vaak complexere risico’s. De komst van de Omgevingswet vereist een andere manier van adviseren en toezicht houden. We gaan op zoek naar nieuwe manieren om een bijdrage te leveren aan een (brand)veilige samenleving, waardoor we onze capaciteit zo goed mogelijk inzetten op het beperken van risico’s. Daarvoor investeren we in de ontwikkeling van de medewerkers; in kennis, kunde en competenties. Beleidsactiviteiten Voor bovengenoemde beleidsdoelstellingen voeren we de volgende activiteiten uit:  We richten ons programma (Brand)Veilig Leven op specifieke doelgroepen. Daarbij zoeken we aansluiting bij relevante partners, om in samenwerking te komen tot maximale invloed.  We hebben ons risicobeeld op orde en monitoren de relevante trends. Uitgangspunt is dat wij adviezen, toezicht en activiteiten in het kader van brandveilig leven, risicogericht uitvoeren. Concreet betekent dit dat wij in onze adviezen en in onze inspectierapportages bij toezicht op zoek gaan naar mogelijkheden tot verbetering van de brandveiligheid, ook daar waar de regelgeving (nog) niet in voorziet.

 Met de verwachte invoering van de Omgevingswet per 1 oktober 2022 of 1 januari 2023 moet veiligheid vastgelegd worden in de ontwerpfase. Daartoe leveren we de gemeenten input om het thema ‘veilige en gezonde leefomgeving’ te borgen in

Pagina

21

hun omgevingsvisie en omgevingsplannen. Ook hier is samenwerking met verschillende externe partners van belang om omgevingsveiligheid te realiseren. Inzicht in risico’s en ontwikkelingen Wij hebben de risico’s in onze regio in beeld en vastgelegd in ons risicoprofiel. Wij monitoren en analyseren de risico’s voortdurend. We delen deze informatie met in- en externe partners via:  regionaal risicoprofiel en de provinciale risicokaart;  (toekomstige) omgevingsvisies en omgevingsplannen;  integrale veiligheidsplannen;  brandrisicoprofiel. Om het risicobeeld actueel te houden ontwikkelen, ontsluiten en beheren we relevante data. We analyseren effecten van primaire processen, waaronder de resultaten uit ons brandonderzoek. Het inzicht in risico’s wordt gebruikt om gerichte keuzes te maken in de realisatie van fysieke veiligheid. We volgen de technische ontwikkelingen. Deze brengen andere risico’s (bijvoorbeeld als gevolg van de energietransitie, klimaatadaptatie en vergrijzing/extramuralisatie) én nieuwe oplossingen. Op lokale en landelijke maatschappelijke en politieke ontwikkelingen monitoren en anticiperen we. Belangrijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld de inwerkingtreding van de Omgevingswet en –gelijktijdig- de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per (naar verwachting) per 1 oktober 2022 of 1 januari 2023 .

Gemeentes en ketenpartners zijn druk bezig met voorbereidingen op de implementatie van deze wetten. De VRU is hierbij goed aangesloten. De invoering van de Wkb zal ook invloed hebben op de VRU. De eerste veranderingen uit de Wkb gelden (naar verwachting) tot en met 2024 alleen voor eenvoudige (nieuwbouw) bouwwerken. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Vanaf vermoedelijk 2026 volgen de andere bouwwerken. Hierdoor kunnen kwaliteitsborgers stap voor stap ervaring opdoen met het nieuwe toezicht in de bouw. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2023 is nog onvoldoende duidelijk welke gevolgen dit heeft voor onze werkzaamheden. Er zullen werkzaamheden verdwijnen, maar mogelijk leidt dit ook tot een verschuiving binnen het advieswerk (van bouwkundig toets naar een ruimtelijke toets) en meer toezicht. Wij blijven graag met gemeenten in gesprek over de komende ontwikkelingen en wijzigingen in rollen en taken. Advisering ter voorkoming van onveiligheid Wij adviseren risicogericht het bevoegd gezag om onveilige situaties te voorkomen en/of te beperken, met betrekking tot:  omgevingsvisies en -plannen;  ruimtelijke ordening & externe veiligheid (incl. overstromingsrisico’s);  bouwen;  brandveilig gebruik van gebouwen en bouwwerken;  milieu;  evenementen. De afgelopen jaren zagen we in veel gemeenten nog een toename van bouwactiviteiten.

Deze toename vlakt af (mogelijk ook veroorzaakt door de stikstofcrisis). Vanaf 2020 hebben we de beschikbare capaciteit per gemeente verdeeld over Advies, Toezicht en (Brand)Veilig Leven-taken. Daar waar sprake is van (bovenmatige) overschrijding van de met de gemeente afgesproken aantallen zoals genoemd in het jaarplan, worden de daadwerkelijk gemaakte uren via het IGPP op basis van nacalculatie aan de gemeente belast. Voor 2021 is de uitbreiding van de adviescapaciteit via IGPP-afspraken niet ingezet, omdat –als gevolg van COVID-19- er geschoven is met capaciteit.

Pagina

22

Capaciteit die bijvoorbeeld vrijkwam als gevolg van evenementenadviezen is ingezet voor de toename/ complexere bouwadviezen. De verwachting is dat dit ‘na COVID’ niet meer mogelijk is. Keuzes in de uitvoering van taken, dan wel aanvullende middelen zijn dan noodzakelijk.’ Risicogericht toezicht We houden risicogericht toezicht namens het bevoegd gezag op (brand)veiligheid tijdens de bouw en het gebruik van bestaande gebouwen, bouwwerken en milieu-inrichtingen. Ook houden we risicogericht toezicht bij evenementen. Vaak doen we dit in samenwerking met onze VTH-partners (gemeenten, politie en de omgevingsdiensten). Waar nodig adviseren wij het bevoegd gezag handhavend op te treden in het kader van de brandveiligheid en ondersteunen dat inhoudelijk. Dit geldt ook voor het toezicht op bedrijven waar vuurwerk ligt opgeslagen. Samen met de inspectiepartners voert de VRU BRZO-inspecties uit bij de BRZO-bedrijven in onze regio. Vergroten veiligheidsbewustzijn De ontwikkelingen in onze samenleving maken het noodzakelijk dat burgers, bedrijven en instellingen veiligheidsbewust en handelingsbekwaam zijn om de (brand)risico’s die er zijn zoveel mogelijk te beperken. Met de ontwikkeling van nieuwe middelen blijven we inspelen op actuele (brand)risico’s in de maatschappij. Risicovolle situaties nemen af als burgers, bedrijven en instellingen veilig(er) gaan handelen.

We communiceren over het belang van een goede naleving en het verkleinen van risico’s, mede in lijn met de landelijke handhavingsstrategie. Binnen (Brand)veilig leven richten we ons aan de hand van actualiteit op verschillende doelgroepen:  Algemene publiekscommunicatie. We geven gevraagd en ongevraagd voorlichting aan inwoners van de regio. We beantwoorden burgervragen en organiseren meerdere (sociale) media campagnes.  De brandveilige generatie. We zorgen ervoor dat de nieuwe generatie al vanaf kinds af aan bekend is met (brand)preventie thuis, door lesprogramma’s op basisscholen en voorlichting aan stakeholders aan te bieden. Vanaf 2022 bieden we ook aan alle MBO opleidingen ‘zorg’ en ‘bouwen’ het lespakket brandmeester aan ten behoeve van de borging van brandveiligheid op de werkvloer binnen deze sectoren.  Kwetsbare burgers. Samen met zorginstellingen werken we aan de (brand)veiligheid door hen te begeleiden via het train de trainer concept bij de implementatie van de toolbox. We geven voorlichting in het netwerk van kwetsbare burgers over mogelijke risico’s en innovaties (zoals het gebruik van ‘slimme melders’) en zoeken actief de samenwerking met stakeholders actief binnen dit domein.  Ondernemers. Door deelname aan programma’s gericht op ondernemers geven we bedrijven en instellingen concrete handelingsperspectieven om veilig om te gaan met risico’s.

3.1.3 Waarop sturen we? We sturen en verantwoorden op zowel de feitelijke productiecijfers als op kwalitatieve prestaties. Hieronder een overzicht van de voor dit programmaonderdeel relevante criteria. In onderstaande tabel zijn enkele vakken grijs gearceerd. Van deze indicatoren is de productie afhankelijk van de COVID-19-situatie in Nederland.

Pagina

23

Tabel 13 Productie-indicatoren Risicobeheersing Nr. Productie-indicator

1 2 3 4 5

Advisering ter voorkoming van onveiligheid Het aantal verstrekte adviezen Ruimtelijke Ordening Het aantal verstrekte WABO-adviezen Bouw Het aantal verstrekte WABO-adviezen Milieu Het aantal verstrekte WABO-adviezen Gebruik Het aantal verstrekte adviezen voor Evenementen (integraal)

Risicogericht toezicht Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken real. Bouw Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Milieu Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Bestaande Bouw Het percentage hercontroles Bestaande bouw (complementair met het naleefgedrag) 9 Het aantal uitgevoerde controles bij Evenementen 10 Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken BRZO 11 Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Vuurwerk 6 7 8 8a

Vergroten veiligheidsbewustzijn 12 Het aantal gegeven voorlichtingen 13 Het aantal behandelde vragen per mail, telefoon en WhatsApp, etc. 14 Het aantal zorginstellingen dat actief de toolbox gebruikt op de werkvloer 15 Het aantal basisscholen dat het lespakket ‘Brandweer op school’ gebruikt 17 Het aantal MBO scholen dat het lespakket 'Brandmeester' gebruikt 18 Het aantal (social) media campagnes t.b.v brandveiliger gedrag thuis *vanaf geactualiseerde begroting 2022(a) uitgedrukt in % **nieuw product vanaf 2022, pas voor het eerst in begroting 2023

Actualisatie 2022

Begroting 2022

Realisatie 2021

Begroting 2023

429 3.160 183 733 697

250 3.100 120 850 2.100

350 3.100 150 850 2.100

350 3.100 150 850 2.100

1.878 43 3.649 16%

2.100 75 5.000 20%

2.100 75 5.000 20%

2.100 75 5.000 20%

9 9 82

800 10 95

800 100%* 100%*

800 100%* 100%*

72 546 11

150 700 40

150 700 40

150 700 50

88

250

40%*

40%* 40%** 4**

Tabel 14 Prestatie-indicatoren Risicobeheersing Nr. Prestatie-indicatoren

1 2

3 4

Inzicht in risico's en ontwikkelingen Het risicobeeld is actueel Twee maal per jaar is met de gemeente het risicobeeld en de kwaliteit van de advisering en het toezicht besproken Vergroten veiligheidsbewustzijn Op acute en bijzondere onveilige situaties is aantoonbaar succesvol ingezet (samen met het bevoegd gezag) Het jaarplan (Brand)Veilig leven is uitgevoerd

Realisatie 2021

Begroting 2022

Actualisatie 2022

Begroting 2023

ja ja

ja ja

ja ja

ja ja

ja

ja

ja

ja

ja gedeeltelijk/ aangepast

ja

gedeeltelijk/ aangepast

Pagina

24

3.1.4 Wat kost het? Tabel 15 Baten en lasten Risicobeheersing Bedragen x € 1.000

Risicobeheersing

Rekening 2021

Actualisatie 2022

Begroting 2023

Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten

8.016 8.016

8.585 8.585

8.375 8.375

Baten Di recte ba ten Totaal Baten

179 179

149 149

23 23

Saldo van baten en lasten

-7.837

-8.435

-8.352

Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves

-

180

-

-7.837

-8.255

-8.352

Geraamd resultaat

Crisisbeheersing 3.2.1

Wat willen we bereiken?

We willen bereiken dat alle inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio kunnen rekenen op een veilige woon-, werk- en leefomgeving. We willen (continue) zicht op de (fysieke) veiligheidsrisico’s die in de regio aanwezig zijn of (mogelijk) gaan ontstaan. We willen de voorspellende waarde van onze risico-informatie vergroten zodat we eerder kunnen anticiperen op voorzienbare gebeurtenissen. We willen waar mogelijk risico’s wegnemen en kansen en effecten van ongewenste gebeurtenissen reduceren. We willen een robuuste en flexibele regionale crisisorganisatie met goed opgeleide crisisfunctionarissen en getrainde crisisteams. Zodra binnen de regio een groot incident, crisis of ramp plaatsvindt wordt de regionale crisisorganisatie ingezet waarin hulpdiensten, gemeenten (bevolkingszorg) en crisispartners effectief samenwerken. We willen een uitstekende informatie-organisatie die alle functionarissen en crisisteams adequaat ondersteunen. Het doel van dit gezamenlijke opereren is om de dagelijkse, ‘normale’ situatie zo snel mogelijk te laten terugkeren. We willen een robuust netwerk van crisispartners zodat we in alle fasen van de crisisbeheersing kennis en deskundigheid kunnen ontsluiten en inzetten. We willen samen met de betrokken sectoren de continuïteit van vitale processen versterken en het herstelvermogen vergroten.

Tenslotte is het onze ambitie de gemeenten een platform te bieden voor maatschappelijke (fysieke veiligheid) vraagstukken, bijvoorbeeld de opvang van vluchtelingen. We willen met de regio’s Gooi & Vechtstreek en Flevoland nadere afspraken maken over een coherente crisisorganisatie die gealarmeerd wordt door de toekomstige Meldkamer MiddenNederland. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 zijn voor Crisisbeheersing vier doelstellingen opgenomen:  Wij willen een slagvaardiger crisisbeheersing, met een snellere en effectievere besluitvorming op operationeel en bestuurlijk niveau, ondersteund door een goede informatievoorziening.

Pagina

25

 

Wij overzien het fysieke veiligheidsdomein. Door informatie van betrokken partijen te combineren, te verrijken en te borgen zorgen wij dat onze organisatie, partners en de samenleving kunnen beschikken over tijdige en betrouwbare informatie. Wij nodigen gemeenten uit individueel met ons in gesprek te gaan over de versterking van de bevolkingszorg. Wij willen de crisisorganisatie nadrukkelijker voorbereiden op herstelmanagement als onderdeel van crisisbeheersing, met in het bijzonder aandacht voor de continuïteit van vitale processen.

3.2.2 Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven (tabel indicatoren) staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast geven wij een impuls aan de beleidsdoelstellingen met de volgende activiteiten:  Wij vervolgen onze transitie naar adequate, compacte en digitaal doorzoekbare plannen.  We gaan verder met de doorontwikkeling van de crisisbeheersing vanuit de recentelijk vastgestelde visie met als doelstelling “de crisis voorzien, voorkomen en indien deze zich voordoet de effecten beperken”  We gaan verder invulling geven aan de doorontwikkeling van bevolkingszorg  We verbeteren in samenspraak met bestuurders het strategisch crisismanagement en bouwen aan een eenduidige werkwijze voor de gehele regio, inclusief een vakbekwaamheidsprogramma gericht op het strategisch crisismanagement.  We implementeren de afspraak uit het programma Drieslag dat wordt toegewerkt naar een gezamenlijk Veiligheidsinformatiecentrum (VIC) ten behoeve van de veiligheidsregio’s in Midden-Nederland. Doorontwikkeling Crisisbeheersing In 2021 is een traject gestart om crisisbeheersing door te ontwikkelen. Dat traject loopt door in 2023 en krijgt ook zijn verankering krijgt in het nieuwe beleidsplan en het nieuwe Regionaal Crisisplan 2023-2026.

We richten ons daarbij op drie nauw samenhangende onderdelen te weten informatiemanagement, netwerkmanagement en crisismanagement. Het informatiemanagement wordt verder uitgebouwd zodat we de ontwikkelingen in het regionale veiligheidsbeeld 24/7 kunnen volgen. De Caco-functie die medio najaar 2022 is gerealiseerd volgt dit veiligheidsbeeld continu en alerteert indien nodig de crisisorganisatie. Het VIC beschikt over een coördinerend informatiemanager die zorgdraagt voor geduide en gewaardeerde informatie t.b.v. de crisisorganisatie. Het VIC voorziet ook in de informatievoorziening ten behoeve van de crisisorganisatie ter ondersteuning van goede besluitvorming en betekenisgeving. Hiervoor worden de ontwikkelingen op het vlak van dataanalyse, business intelligence en voorspellen organisatie breed ingezet. De verbeteringen, die in samenspraak met gemeenten en partners kunnen worden ontwikkeld, moeten zorgen dat besluitvorming gerichter, sneller en effectiever kan plaatsvinden. Geen enkele crisis van enige omvang kan nog worden aangepakt zonder de betrokkenheid van (functionele) crisispartners. We scherpen daarom het netwerkmanagement verder aan Het belang van intensievere samenwerking binnen het netwerk van crisismanagement is ook terug te vinden in het evaluatie Wet Veiligheidsregio’s en bijbehorend Kabinetsstandpunt.

Bij het netwerk van crisisbeheersing zijn de aard en samenstelling van een specifieke dreiging of crisis leiden. We maken concrete samenwerkingsafspraken met de netwerkpartners zowel ten behoeve van de preparatie als in de responsfase. Informatiemanagement en netwerkmanagement zijn cruciaal voor effectief crisismanagement dat uitgevoerd wordt door ‘dedicated’ professionals. Het Crisismanagement heeft zijn verankering

Pagina

26

gekregen in het RCP 2023- 2026 die in het najaar 2023 ter vaststelling wordt aangeboden aan het Algemeen bestuur. Daarnaast wordt aan een doorontwikkeling van de crisisorganisatie gewerkt om de crisisorganisatie ook toe te rusten op nieuwe en ongekende en bovenregionale crises. In het vergroten van de slagvaardigheid van de crisisorganisatie zal in 2023 de inrichting van de piketorganisatie worden herijkt.

3.2.3 Waarop sturen we? Tabel 16 Prestatie- en productie-indicatoren Crisisbeheersing Realisatie 2021

Nr. Indicator 1

2

3

4

5

6

Planvorming actueel en vastgesteld: Incidentbestrijdingsplannen (elke 4 jaar) Rampbestrijdingsplannen (elke 3 jaar) Bezetting piketgroepen: Hoofdstructuur Bevolkingszorg Gediplomeerd voor functies waarvoor dat verplicht is: Initiële opleiding is afgesloten met een examen Piketorganisatie is initieel en structureel aantoonbaar vakbekwaam; Verplichte trainingen daadwerkelijk gevolgd: Hoofdstructuur Bevolkingszorg Inzicht in aantal (multidisciplinaire) inzetten: GRIP (aantal) Kortdurend, < 1 week (aantal) Langdurend, > 1 week (aantal) Inzicht in aantal evaluaties (aantal) Het aantal platformoverleggen met crisispartners

Begroting 2022

Actualisatie 2022

Begroting 2023

70% 100%

100% 100%

100% 100%

100% 100%

>5 >5

≥5 ≥5

≥5 ≥5

≥5 ≥5

100%

100%

100%

100%

90% 90%

90% 90%

90% 90%

90% 90%

5 1 (Covid)

10 2

6 2

10 1

6

12

8

11

3.2.4 Wat kost het? Tabel 17 Baten en lasten Crisisbeheersing Bedragen x € 1.000

Crisisbeheersing

Rekening 2021

Actualisatie 2022

Begroting 2023

Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten

3.014 3.014

3.271 3.271

3.551 3.551

Baten Di recte ba ten Totaal Baten

26 26

61 61

-

Saldo van baten en lasten

-2.988

-3.210

-3.551

Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves

-

50

165

-2.988

-3.160

-3.386

Geraamd resultaat

Pagina

27

GHOR 3.3.1 Wat willen we bereiken? Crisissituaties kunnen uiteenlopen van een grootschalige stroomuitval, uitbraak bijzondere infectieziekte tot een ongeval met een groot aantal slachtoffers en natuurlijk de dreiging van aanslagen en daaruit voortvloeiend maatschappelijke onrust en meer. De geneeskundige zorg tijdens een crisis wordt geleverd door verschillende geneeskundige (private) organisaties, zoals ambulancediensten, GGDrU en ziekenhuizen. Keten continuïteit is sleutel voor de toegankelijkheid van de (spoed)zorg. Onze GHOR, als netwerkorganisatie, vormt de schakel tussen deze organisaties. In de voorbereiding op crisis en rol tijdens rampen stimuleren en adviseren wij het netwerk over de verantwoordelijkheden in de continuïteit van zorg. Tijdens crises heeft de Directeur Publiek Gezondheid de regie over de geneeskundige hulpverlening (Wvr art. 32 lid 2) en zorgen we voor afstemming met politie, brandweer en gemeenten. Daarmee zorgen wij voor de koppeling tussen zorg en veiligheid. Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 zijn voor de GHOR twee doelstellingen8 opgenomen:  Wij willen een steviger regiepositie innemen als het gaat om voldoende capaciteit voor en het presterend vermogen van spoedzorg (cure).

 Wij willen vanuit onze toezichtsrol, Wvr art.34 actief signaleren, stimuleren en handhaven, opdat de zorgcontinuïteit in het complexe zorglandschap voldoende voorbereid is.

3.3.2 Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Wij geven een impuls aan de beleidsdoelstellingen met deze specifieke beleidsactiviteiten: Steviger regiepositie op presterend vermogen spoedzorg: De (spoed)zorgketen vormt de basis voor de opschaling. De veranderingen in het zorglandschap voor wat betreft de instroom en doorstroom capaciteit in de cure en in de care, betekent echter dat de capaciteit voor spoedzorg en daarmee de opgeschaalde voorzieningen, onder druk staan. De GHOR wil het voortouw nemen in het met zorgketenpartners werken aan het waarborgen van de capaciteit voor opgeschaalde spoedzorg. Daartoe zal de GHOR nadrukkelijk, in samenwerking met het traumazorg netwerk Midden Nederland (ROAZ), het onderwerp landelijk adresseren bij de relevante partijen (Min VWS, GGD GHOR Ned, ziektekostenverzekeraars etc.) en regionaal passende maatregelen verkennen. Samenwerking met de omliggende regio’s is hierbij evident, waarbij de nadruk op de beschikbaarheid van de (spoed-) zorgketen tijdens crisis voor de burgers – en dus bestuurlijk - het uitgangspunt is. Toezichtsrol zorgcontinuïteit: Om de invulling van de aan de veiligheidsregio opgedragen toezichtrol te versterken is het nodig om meer zicht te krijgen op het zorgrisicoprofiel van de regio.

De toezichtsrol vraagt dat de GHOR ook meer en steeds actief blijft investeren in een goede relatie met lokale besturen van zorgaanbieders en -instellingen, cure en care, in de regio. Waarbij de GHOR actief binnen de Veiligheidsregio en met netwerkpartners gaan onderzoeken hoe we meer impact kunnen plegen om de continuïteit van zorg te kunnen blijven borgen (stimuleren en adviseren). Dit is ook essentieel voor het functioneren en het presterend vermogen van de spoedzorgketen

8 Deze doelstellingen zijn geformuleerd in 2019 en door de COVID-crisis naar de achtergrond geraakt omdat de

gehele GHOR team ingezet is in de crisisorganisatie.

Pagina

28

De COVID-19 crisis heeft in 2020 en 2021 veel kennis en ervaring opgeleverd. Leerpunten en aanbevelingen zullen in de komende jaren op diverse punten leiden tot aanpassingen, inhoudelijk en in structuren.

3.3.3 Waarop sturen we? Tabel 18 Prestatie- en productie-indicatoren GHOR Realisatie 2021

Nr. Indicator 1 2

3

4

Bezetting piketgroepen: GHOR Gediplomeerd voor functies waarvoor dat verplicht is: Initiële opleiding is afgesloten met een examen Piketorganisatie is initieel en structureel aantoonbaar vakbekwaam; Verplichte trainingen daadwerkelijk gevolgd: GHOR Inzicht in aantal (multidisciplinaire) inzetten: GRIP (aantal) Inzetten OvDG (aantal)

Begroting 2022

Actualisatie 2022

Begroting 2023

5

≥5

≥5

≥5

100%

100%

100%

100%

90%

90%

90%

90%

*

500

500

350

*Betreft een nieuwe indicator waarover in 2021 geen informatie beschikbaar is.

3.3.4 Wat kost het? Tabel 19 Baten en lasten GHOR Bedragen x € 1.000

GHOR

Rekening 2021

Actualisatie 2022

Begroting 2023

Lasten Di recte l a s ten Totaal Lasten

1.609 1.609

1.843 1.843

1.856 1.856

Baten Di recte ba ten Totaal Baten

-

-

-

Saldo van baten en lasten

-1.609

-1.843

-1.856

Toevoegi ng a a n res erves Onttrekki ng va n res erves

-

-

-

-1.609

-1.843

-1.856

Geraamd resultaat

Brandweer 3.4.1 Wat willen we bereiken? Onze meest bekende activiteit is het blussen van branden. De brandweer doet echter veel meer. We verlenen hulp bij ongevallen, bij incidenten met gevaarlijke stoffen, bij waterongevallen. Wat er ook gebeurt, de brandweer staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar om burgers in nood te helpen en gevaarlijke situaties het hoofd te bieden.

Pagina

29

Als organisatie zijn we voortdurend aan de slag om deze hulp 24/7 te kunnen borgen. Om ons werk goed te kunnen doen moet immers alles kloppen: een goede alarmering, het juiste materieel, de juiste route naar het incident en de vakbekwaamheid van onze brandweermensen. Uiteraard is hierbij ook de eigen veiligheid van belang, waaronder de zorg voor goede arbeidshygiëne van onze hulpverleners zelf. Al deze voorwaarden moeten op orde zijn om op een goede wijze de incidenten te kunnen bestrijden. Dit vergt een permanente en solide investering in mensen en middelen. Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsdoelstellingen In het Beleidsplan VRU 2020-2023 hebben wij voor Brandweer 6 doelstellingen opgenomen:  Wij vinden het personeel en materieel gelijkwaardig belangrijk voor de paraatheid van onze brandweer.

Wij zorgen voor een paraatheidsorganisatie waarin aan beide elementen van de paraatheid evenveel aandacht wordt gegeven;  Wij zorgen er voor dat er een sluitende paraatheidsmatch komt op de posten die een gekazerneerde bezetting hebben kleiner dan op 24-uurs basis (de dagdienstposten);  Wij willen de inzetbaarheid van de niet-gekazerneerde posten verhogen en manieren vinden om op momenten van onderbezetting de dekking van de brandweerzorg op gelijk niveau te houden;  Onze brandweerpost staat midden in de samenleving, verbonden met de gemeenschap, bereikbaar en herkenbaar en, waar wenselijk, met een bredere maatschappelijke functie;  Wij koesteren de betrokkenheid van onze brandweercollega’s in de uitruk, zowel onze beroeps in roosterdienst als onze vrijwilligers. Wij stellen alles in het werk om onze beroeps en vrijwilligers te blijven binden en boeien voor de VRU-organisatie;  Wij koersen op regiobrede harmonie in kazerneringsroosters zodat we ongeacht de locatie zo goed mogelijk kunnen sturen op de paraatheid van onze gekazerneerde posten en de flexibele en duurzame inzetbaarheid van onze beroepsbrandweermensen.

3.4.2 Wat gaan we daarvoor doen? Beleidsactiviteiten Met onze reguliere activiteiten die hierna beschreven staan, geven wij uitvoering aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast geven wij een impuls aan de beleidsdoelstellingen met de volgende activiteiten:  Wij implementeren op alle posten in onze regio het materieel en personeelsbeheer- en spreidingsplan.  Wij gaan aan de slag met de resultaten van de proeftuinen paraatheid.  Wij ontwerpen een regiobrede roosterregeling.  Wij ronden de implementatie van het Bedrijf Preparatie Brandweer af.  Wij implementeren de nieuwe inrichting van de organisatie bij Brandweerrepressie, met een centrale afdeling Voorbereiding Incidentbestrijding en een verbeterde aansturing van de lijnorganisatie.  Wij centreren de werkzaamheden rond adembescherming in een nieuwe adembeschermingswerkplaats in Houten.  Wij werken aan het herontwerp van onze oefensystematiek en de herinrichting van onze instructiecapaciteit.  Wij werken aan het vergroten van de flexibiliteit bij de uitruk, waarbij in de hele regio naast de standaard inzet van TS-6 ook een uitruk als TS-4 mogelijk wordt.

Pagina

30

We bereiden ons voor op de mogelijke implementatie van bouwsteen 1 van de taakdifferentiatie bij de brandweer, waarbij onderscheid gemaakt moet worden tussen verplichte en niet-verplichte aanwezigheid van personeel. Vrijwilligheid blijft een van de pijlers van de brandweerorganisatie, waarbij de ondersteuning van de brandweerposten en het blijvend boeien en binden van vrijwilligers noodzakelijke aandacht blijft krijgen.

Paraatheid Ter ondersteuning van de (dagelijkse bedrijfsvoering van de) operationele brandweerorganisatie hanteert de commandant van de brandweer een materieel- en personeelsbeheer- en spreidingsplan (MPBSP), dat in afstemming met de posten tot stand is gekomen. Zodoende is de inrichting van de brandweerzorg voorbereid op de veranderingen die gedurende de planperiode optreden in het verzorgingsgebied. In de afgelopen jaren zijn diverse proeftuinen uitgevoerd met als doel verbetermogelijkheden voor paraatheid te ontwikkelen. In 2022 worden deze proeftuinen voortgezet en deels afgerond. Verbeteringen worden ingevoerd. Incidenten bestrijden Na binnenkomst van een incidentmelding worden de benodigde brandweereenheden gealarmeerd. Indien meer potentieel noodzakelijk is, schalen we soepel op of worden specialistische eenheden gealarmeerd. Ons uitgangspunt is dat de burger in nood kan rekenen op de snelst mogelijke hulp. Bij niet-maatgevende incidenten willen wij elke post en ploeg de mogelijkheid geven om vraaggericht uit te kunnen rukken met een TS4 zonder tweezijdig te hoeven aanrijden. Daarnaast hebben we met de zeven omliggende veiligheidsregio’s onderzocht en in convenanten vastgelegd welke post op welke grenslocaties de snelste hulp kan bieden. Specialismen Een basiseenheid van een tankautospuit is uitgerust om de vier basistaken van de brandweer uit te voeren.

Daarnaast kennen we binnen de VRU de volgende specialismen:  Brandweerduiken  Hoogteredding  Optreden bij grof en extreem geweld  Technische hulpverlening  Natuurbrandbestrijding  Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen  Rietenkapbrandbestrijding  Grootschalig brandweeroptreden Sinds 2019 wordt in de vakbekwaamheid van de eenheden bijzondere aandacht besteed aan het brandweeroptreden bij grof en extreem geweld. Wij trainen de basiseenheden voor deze specifieke taak en hebben een Quick Response Team (QRT) aangewezen, getraind en operationeel om basiseenheden te ondersteunen waar nodig. AED/First Responder-taak Sinds de zomer van 2016 rukken alle VRU-brandweerposten voor de AED/First Responder taak uit. Dit is geen wettelijke, maar wel een collectieve taak: het bestuur heeft in 2015 besloten dat de VRU deze taak uitvoert. De uitvoering van de AED-taak is in 2021 nogmaals geëvalueerd. Hierbij is ook de beleving van de uitvoering van de taak onder brandweerpersoneel onderzocht. Op basis van deze evaluatie heeft het bestuur besloten deze taak tot en met 2023 voort te zetten en de afweging voor de volgende

Pagina

31

beleidsperiode (2024 tot en met 2027) te betrekken bij de integrale besluitvorming over de taakuitvoering in het kader van het nieuwe beleidsplan. Nazorg We hebben de opvang en nazorg aan onze brandweermensen professioneel georganiseerd. Wanneer er na afloop van incidenten behoefte is aan nazorg, wordt deze lokaal, op de betreffende brandweerpost geleverd. Daarbij is gespecialiseerde ondersteuning als aanvulling op onze nazorg georganiseerd en beschikbaar. Jeugdbrandweer Onze jeugdbrandweer is een belangrijke kweekvijver voor onze toekomstige brandweer, maar kent ook een zeer belangrijke maatschappelijke taak in het uitdragen van brandveilig leven. Wij bevorderen de toestroom van leden vanuit alle gemeenten en de uiteindelijke doorstroom naar alle brandweerposten in onze regio. Informatievoorziening Als ondersteuning bij de bestrijding van incidenten bij risicovolle en kwetsbare objecten in onze regio maken we gebruik van aanvals- en/of bereikbaarheidskaarten. Deze willen we verder digitaal beschikbaar maken. Ook onderzoeken we nieuwe mogelijkheden voor routenavigatie. Materiële paraatheid Met betrekking tot de paraatheid is de doelstelling om de materiële paraatheid te versterken. De bedrijfsprocessen worden ingericht met als streven 100% materiële paraatheid. Zonder materieel kan immers geen inzet gepleegd worden.

Alle voertuigen en gereedschappen worden efficiënt en professioneel onderhouden en periodiek gekeurd. Heroriëntatie AB-werkplaatsen De huidige werkplaatsen ademluchtbescherming zijn sterk verouderd en voldoen niet aan de geldende eisen op het gebied van arbeidshygiëne en arbo-wetgeving. Hierdoor wordt zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht de materiële paraatheid op het gebied van de adembeschermingsmiddelen onvoldoende geborgd. In de huidige werkplaatsen kunnen de problemen ten aanzien van arbeidshygiëne en ergonomie niet worden opgelost. In 2022 zal de VRU een centraal gelegen pand in Houten betrekken en de benodigde bouwkundige en installatietechnische aanpassingen doen om een ademluchtwerkplaats te realiseren die voldoet aan alle eisen in het kader van arbeidshygiëne en Arbowetgeving. Daarnaast wordt het mogelijk om alle ademluchtwerkzaamheden en andere hoogfrequente logistieke processen te clusteren, wat bijdraagt aan de transitie naar bedrijfsmatig werken. Vakbekwaamheid De initiële vakbekwaamheid van ons repressieve brandweerpersoneel wordt verzorgd door het Opleidingsinstituut Brandweeropleidingen VRU. Aspiranten worden hier opgeleid tot manschap. Daarnaast biedt het instituut opleidingen aan voor de diverse functies die binnen de brandweer worden uitgevoerd.

Na het volgen van de initiële opleiding wordt de vakbekwaamheid van het repressieve brandweerpersoneel op niveau gehouden door middel van oefeningen en bijscholingen.

Pagina

32

3.4.3 Waarop sturen we? Tabel 20 Productie-indicatoren Brandweer Nr. Productie-indicatoren

5 6 7

Incidenten bestrijden Het totaal aantal incidenten Het totaal aantal incidenten voor brandbestrijding 2a. Het aantal incidenten voor gebouwbranden 2b. Het aantal incidenten voor overige branden 2c. Het aantal incidenten voor (on)echte of (on)terechte OMSmeldingen Het aantal incidenten voor hulpverlening 3a. Het aantal incidenten voor technische hulpverlening 3b. Het aantal incidenten voor hulpverleningen m.b.t. dieren 3c. Het aantal incidenten voor overige hulpverlening, waaronder assistentie politie en ambulance 3d. Het aantal incidenten voor AED-inzet Het aantal incidenten voor basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen Het aantal incidenten voor ondersteuning bij waterongevallen Het aantal geredde slachtoffers Het aantal inzetten voor en in buurregio’s

8 9

Vakbekwaamheid Aantal cursisten dat de opleiding Manschap A heeft afgerond Aantal cursisten dat de opleiding Bevelvoerder heeft afgerond

1 2

3

4

Realisatie 2021

Begroting 2022

Actualisatie 2022

Begroting 2023

8.084 4.172 547 2.042 1.583

8.350 4.250 550 2.150 1.550

8.350 4.250 550 2.150 1.550

8.350 4.250 550 2.150 1.550

3.151 231 393 1.740

3.400 200 350 2.200

3.400 200 350 2.200

3.400 200 350 2.200

787 638

650 600

650 600

650 600

123 25 231

100 160

100 160

100 160

86 15

96 20

96 18

96 18

Tabel 21 Prestatie-indicatoren Brandweer Nr. Prestatie-indicatoren

1 2

3

Paraatheid & Vakbekwaamheid De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden) De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan gegarandeerd Jeugdbrandweer Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd

Realisatie 2021

Begroting 2022

Actualisatie 2022

Begroting 2023

82%

80%

80%

80%

ja

ja

ja

ja

20%

15%

15%

15%

Pagina

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c0651598-36bb-4061-a2fc-6882f579dd2c